A. Raadsvoorstel Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Tekst van het document
c. de aanvrager, naar het oordeel van Burgemeester en wethouders voldoende zelfredzaam is. 2. Indien een urgentieverklaring als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door een
woningzoekende die verblijft in een in de regio gelegen instelling als bedoeld in het eerste lid, zijn de volgende leden van toepassing.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9.1. en artikel 2.9.2, eerste lid, wordt op een aanvraag om een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als
bedoeld in het vorige lid, besloten door burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de locatie van de opvanginstelling waar de woningzoekende verblijft resideert.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9.4, eerste lid, omvat het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied de regiogemeente waarin aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct
voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig was, tenzij Burgemeester en wethouders gelet op de problematiek van aanvrager een andere regiogemeente in het zoekgebied opnemen.
5. Burgemeester en wethouders van de regiogemeente die tot het in de urgentieverklaring opgenomen
zoekgebied behoort, stellen het in de urgentieverklaring op te nemen woningtype vast, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.9.3, tweede lid.
Artikel 2.9.8 Overige regionale urgentiecategorieën
1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.9.5, eerste en
tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort:
a. woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren;
b. woningzoekenden die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig hebben en niet behoren tot de in artikel 2.9.7 bedoelde urgentiecategorie;
c. woningzoekenden waarvan de huidige woonruimte behoort tot een door burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid aangewezen complex;
d. woningzoekenden waarvan binnen de gemeente gelegen zelfstandige woonruimte als gevolg van een calamiteit naar het oordeel van burgemeester en wethouders duurzaam ongeschikt is voor bewoning.
blz. 20 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 2. Burgemeester en wethouders kunnen complexen aanwijzen waarvan de bewoners in verband met
sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen.
Burgemeester en wethouders stellen daarbij een datum vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SV-urgentieverklaring kunnen aanvragen.
Artikel 2.9.9 Geldigheid van de urgentieverklaring
1. Het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder b, en in het derde en vierde lid van dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring en de urgentieverklaringen waarmee een woningzoekende
is ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.9.6, tweede lid, of artikel 2.9.7, eerste lid. 2. De urgentieverklaring vervalt:
a. nadat de houder ervan niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring;
b. na verloop van een termijn van 26 weken na verlening van de urgentieverklaring.
3. Burgemeester en wethouders van de gemeente die tot het in de urgentieverklaring vermelde
zoekgebied behoort kunnen besluiten dat de urgentieverklaring een langere termijn dan die bedoeld in het tweede lid geldig blijft indien:
a. de omstandigheden bedoeld in artikel 2.9.5, eerste lid, zich niet voordoen;
b. de houder van de urgentieverklaring nog steeds valt in de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring.
4. Met inbegrip van de in het vorige lid bedoelde verlenging vervalt een urgentieverklaring na het verstrijken van een periode van 52 weken na het moment waarop zij verleend is. Artikel 2.9.10
Wijzigen en intrekken van de urgentieverklaring
1. Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in indien:
a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring zou zijn geweigerd;
b. de houder van de urgentieverklaring niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring of zich één of meer toepasselijke, in artikel 2.9.5, eerste lid, opgenomen en op de desbetreffende urgentiecategorie toepasselijke weigeringsgronden voordoen; c. de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt;
d. de houder van de urgentieverklaring passende woonruimte heeft geweigerd of zich anderszins onvoldoende heeft ingespannen om zijn huisvestingsprobleem op te lossen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen indien:
a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige
gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanvraag zou zijn besloten;
b. de houder van de urgentieverklaring behoort tot een andere urgentiecategorie dan die welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring.
3. Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen Burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon.
4. Indien Burgemeester en wethouders een voorwaarde aan de urgentieverklaring hebben verbonden, treedt de urgentieverklaring pas in werking als aan de voorwaarde is voldaan.
Artikel 2.9.11
Hardheidsclausule
1. Burgemeester en wethouders zijn, indien toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentieverklaring, bevoegd om toch een urgentieverklaring toe te kennen indien: a. weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en,
b. sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening onvoorziene, omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.
blz. 21 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 2. Burgemeester en wethouders registreren de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat tenminste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de
verlening van de urgentieverklaring. De registraties worden tenminste eenmaal per jaar ter bespreking voorgelegd aan burgemeester en wethouders van de woningmarktregio.
AFDELING II VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS
Paragraaf 10 Standplaatsen voor woonwagens Artikel 2.10.1
Werkingsgebied
In de gemeente Purmerend worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder f, van de wet.
Artikel 2.10.2
Reikwijdte vergunningplicht
Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen standplaats in gebruik te nemen of te geven.
Artikel 2.10.3
Inschrijving register
1. Burgemeester en wethouders houden een register bij van standplaatszoekenden. Het register vermeldt de standplaatszoekenden in volgorde van inschrijvingsdatum.
2. De inschrijving in het register is geldig voor één jaar. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de inschrijving verlengen.
3. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de standplaatszoekende een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende gegevens zijn vermeld: a. inschrijvingsnummer;
b. datum van inschrijving;
c. naam en adres van aanvrager.
45. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het register indien: a. de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; b. de standplaatszoekende daarom verzoekt; c. de standplaatszoekende is overleden;
d. de geldigheidstermijn van de inschrijving is verstreken;
e. de standplaatszoekende een standplaats of woning in Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert;
f. de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzen en acceptatie van een woning; g. de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
h. de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn inschrijving heeft gecontinueerd door inzending van een door burgemeester en wethouders te verstrekken enquêteformulier.
Artikel 2.10.4
In te dienen bescheiden
1. Bij inschrijving in het register worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. een uittreksel uit de gemeentelijke Basisadministratie van de woonplaats van aanvrager; b. een geldig identiteitsbewijs;
c. een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit; d. bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het huishouden blijkt;
e. indien de aanvrager behoort tot de groep personen genoemd in artikel 18 van de voormalige
Woonwagenwet: een bewonersverklaring waaruit blijkt dat de woningzoekende daadwerkelijk tot de traditionele doelgroep behoort.
blz. 22 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de inschrijving te beoordelen.
Artikel 2.10.5
Criteria voor vergunningverlening
1. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor het betrekken van een standplaats, indien het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 en het
huishouden volgens de volgordebepaling bedoeld in artikel 2.10.7 als eerste voor de standplaats in aanmerking komt.
2. Artikel 2.2.3, 2.2.4 en 2.2.5, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Er kan één huisvestingsvergunning per huishouden worden verstrekt.
Artikel 2.10.6
Intrekken vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning voor het betrekken van een standplaats intrekken, indien:
a. de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken;
b. de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;
c. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Artikel 2.10.7
Nadere uitwerking
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze van verdeling en volgordebepaling bij toewijzing van een standplaats aan een standplaatszoekende.
Hoofdstuk 3
woningvorming
Onttrekking, samenvoeging, omzetting en
Paragraaf 1 Werkingsgebied Artikel 3.1.1 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
1. Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing in de gemeente Purmerend.
2. Het is verboden om alle zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens
zonder vergunning van Burgemeester en wethouders, anders dan ten behoeve van de bewoning of het
gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar, aan de bestemming tot bewoning te onttrekken als bedoeld in artikel 21, onder a, van de wet.
3. Het is verboden om alle zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens
zonder vergunning van Burgemeester en wethouders, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar, met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden als bedoeld in artikel 21, onder b, van de wet.
4. Het is verboden om alle woonruimten in de gemeente Purmerend zonder vergunning van
Burgemeester en wethouders van zelfstandige in onzelfstandige woonruimten om te zetten of omgezet te houden als bedoeld in artikel 21, onder c, van de wet.
5. Het is verboden om alle woonruimten in de gemeente Purmerend zonder vergunning van
Burgemeester en wethouders te verbouwen tot twee of meer woonruimten of in die verbouwde staat te houden als bedoeld in artikel 21, onder d, van de wet.
6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op woonruimte in eigendom van de corporaties.
blz. 23 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Artikel 3.1.2 Vrijstelling van de vergunningsplicht
Voor de activiteit als bedoeld in artikel 3.1.1 lid 4 is geen vergunning van Burgemeester en wethouders nodig als deze activiteit wordt verricht ten behoeve van onderverhuur aan of inwoning door één
persoon terwijl de verhuurder zijn hoofdverblijf in de betreffende woning heeft (hospitabewoning).
Paragraaf 2 Procedure aanvraag vergunning Artikel 3.2.1 Aanvraag vergunning 1. De aanvraag wordt ingediend door de eigenaar van de woonruimte en gaat ten minste vergezeld van de in de artikelen 3.2.2 en 3.2.3 vermelde gegevens en bescheiden.
2. De aanvraag wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld (digitaal) formulier.
3. De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij betrekking heeft op met elkaar
samenhangende en aangrenzende gebouwen en een gezamenlijke beoordeling van de aanvraag zich hier niet tegen verzet.
Artikel 3.2.2 Op te nemen gegevens Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager/eigenaar, alsmede het elektronisch adres van de aanvrager/eigenaar, indien de aanvraag met een elektronisch formulier wordt ingediend;
b. de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
c. de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft; d. de motivering van het verzoek.
Artikel 3.2.3 In te dienen bescheiden 1. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van iedere verdieping van het gebouw, alsmede van de verdieping of verdiepingen waarop de aanvraag betrekking heeft, met een aanduiding van de beoogde bestemming;
b. in geval van woningvorming: een opgave van de gebruiksoppervlakten (in vierkante meter) van de te vormen woonruimten;
c. in geval van onttrekking, omzetting en woningvorming: een plan voor het parkeren van auto’s/motoren, fietsen en brommers en het plaatsen van afvalcontainers.
2. Als voor de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd ook een omgevingsvergunning nodig is, moet bij de aanvraag de (aanvraag voor de) omgevingsvergunning worden overgelegd.
3. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten, zoals een parkeerdrukonderzoek dat voldoet aan de door Burgemeester en wethouders daaraan te stellen eisen.
Artikel 3.2.4 Samenloop met bouwen 1. Indien voor de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft ook een omgevingsvergunning nodig
is, kunnen burgemeester en wethouders de beslissing op de aanvraag voor een vergunning aanhouden. 2. De aanhouding eindigt uiterlijk twee weken nadat op de beslissing op de aanvraag voor de omgevingsvergunning onherroepelijk is beslist.
Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen
Artikel 3.3.1 Weigeringsgronden algemeen Een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 wordt geweigerd in het geval:
a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd
blz. 24 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 gediende belang en dit belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en/of voorschriften aan de vergunning;
b. naar het oordeel van Burgemeester en wethouders de activiteit waarvoor de vergunning wordt
aangevraagd een negatief effect heeft op de leefbaarheid en dit niet voldoende kan worden voorkomen door het stellen van voorwaarden en/of voorschriften aan de vergunning;
c. een of meerdere van de weigerings- en intrekkingsgronden van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur van toepassing zijn.
Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden voor vergunning woningvorming en omzetting Een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 lid 4 en lid 5 wordt geweigerd in het geval: a. er voor de verbouwing geen omgevingsvergunning is verleend;
b. de woonruimte van waaruit wordt gevormd niet zelfstandig is en niet elke nieuw te vormen woonruimte zelfstandig is;
c. elke nieuw te vormen woonruimte een gebruiksoppervlakte heeft van
i. minder dan veertig vierkante meter in het geval van woonruimte in de Binnenstad;
ii. minder dan vijftig vierkante meter in het geval van woonruimte in de overige gebieden van Purmerend.
Onder gebruiksoppervlakte wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;
d. vergunningverlening leidt tot strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omgevingsplan of beheersverordening;
e. niet wordt voldaan aan de door Burgemeester en wethouders in nadere regels vast te stellen geluidseisen en kwaliteitseisen.
Artikel 3.3.3 Voorwaarden en voorschriften 1. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 kunnen Burgemeester en wethouders een of meer (aanvullende) voorwaarden en voorschriften verbinden, (over) onder andere:
a. het maximaal aantal personen dat na omzetting de onzelfstandige woonruimte mag bewonen;
b. de geldigheidsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte; c. voorkoming dan wel beperking van de negatieve effecten op de leefbaarheid; d. goed verhuurderschap;
e. aanwezigheid van een beheerder;
f. het voorkomen van of nemen van maatregelen tegen (geluid)overlast. 2. Aan de vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 wordt de voorwaarde verbonden dat geen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3.3.1 en 3.3.2 zich voordoet gedurende de vergunningsperiode.
Artikel 3.3.4 Intrekken vergunning
1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 intrekken indien:
a. de houder van die vergunning niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot de activiteit waarvoor de vergunning is verleend;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
c. niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften;
d. een of meerdere van de weigerings- en intrekkingsgronden van bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur van toepassing zijn.
2. Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid onder d, kan het Bureau bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
blz. 25 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Artikel 3.3.5 Overdraagbaarheid vergunning De vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.
Hoofdstuk 4
Overige bepalingen
Paragraaf 1 Toezicht en handhaving Artikel 4.1.1 Handelen zonder of in strijd met een vergunning Met het handelen zonder vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 wordt gelijkgesteld het handelen in strijd met de vergunningvoorschriften en –voorwaarden als bedoeld in artikel 3.3.3.
Artikel 4.1.2 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de
daartoe door Burgemeester en wethouders op grond van artikel 33, eerste lid van de wet aangewezen ambtenaren.
Artikel 4.1.3 Bestuurlijke boete
1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de
verboden bedoeld in artikel 2.1.2 en 3.1.1 of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 3.3.3.
2. Burgemeester en wethouders leggen een boete als bedoeld in het eerste lid op:
a. voor de eerste overtreding van de artikelen genoemd in het eerste lid overeenkomstig kolom A van de in bijlage 2 opgenomen tabel;
b. voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen genoemd in het eerste lid na de eerste overtreding overeenkomstig kolom B van de in bijlage 2 genoemde tabel.
3. De bedragen in bijlage 2 als bedoeld in het tweede lid worden geïndexeerd overeenkomstig de
boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafecht. Voor boetebedragen onder een maximum bedrag geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
Paragraaf 2 Restbepalingen Artikel 4.2.1 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.
Artikel 4.2.2 Overleg bij wijziging
Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en
wethouders overleg met burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten, met de in de regio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de regio werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting.
Artikel 4.2.3 Verstrekken van inlichtingen Burgemeester en wethouders verstrekken aan burgemeester en wethouders van de woningmarktregio de inlichtingen die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren.
blz. 26 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Hoofdstuk 5 Artikel 5.1
Overgangs- en slotbepalingen
Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekengemaakt, met uitzondering van Afdeling I (Verdeling van woonruimte) van Hoofdstuk 2, en artikel 5.2, zesde en
zevende lid, die in werking treden met ingang van een bij een door Burgemeester en wethouders nader te bepalen tijdstip, en geldt voor vier jaar.
2. De Huisvestingsverordening Purmerend 2018 wordt op de datum waarop deze verordening in werking treedt ingetrokken, met uitzondering van Afdeling I van Hoofstuk 2, dat op het door
Burgemeester en wethouders nader te bepalen tijdstip als bedoeld in het eerste lid wordt ingetrokken.
Artikel 5.2
Overgangsbepalingen
1. Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen, met inbegrip van daaraan verbonden
voorwaarden en voorschriften die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn
verleend, gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze verordening.
2. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze verordening blijft van
toepassing op een huisvestingsvergunning of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.
3. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze verordening blijft van
toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie, genomen wegens de
overtreding van het bepaalde bij of krachtens de wet, of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.
4. Aanvragen tot vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten op grond van de
Huisvestingsverordening Purmerend 2018 ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van de
onderhavige verordening worden afgehandeld volgens de Huisvestingsverordening Purmerend 2018. 5. De intrekking van de Huisvestingsverordening Purmerend 2018 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen beleidsregels, indien en voor zover de
rechtsgrond waarop deze regels zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
6. de inschrijfduur van een woningzoekende als bedoeld in artikel 2.2.4, tweede lid, wordt bij de inwerkingtreding van deze verordening omgezet naar wachtpunten in de verhouding 1:1.
7. Wachtpunten die zijn ontstaan door in inschrijfduur omgezette woonduur vervallen op 1 juli 2030.
Artikel 5.3
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Purmerend 2021.
Bijlage 1 Behorende bij artikel 2.3.3 en 2.7.1 Woning met aantal kamers Huishouden met minimaal 1
1 persoon
2
1 persoon
3
1 persoon
4
3 personen
5
4 personen
blz. 27 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Bijlage 2 behorende bij artikel 4.1.3 Bestuurlijke boete
onrechtmatig in gebruik nemen of geven van
Wettelijke bepaling wet en artikel
Kolom A
Kolom B
Boete
Recidive
Huisvestingsverordening Purmerend 2021
woonruimte
Overtreding < 3 jaar na de eerste overtreding In gebruik nemen van
8 lid 1
huisvestingsvergunning
2.1.2 lid 1
In gebruik geven van
8 lid 2
huisvestingsvergunning
2.1.2 lid 2
woonruimte zonder door de huurder
woonruimte zonder
Niet bedrijfsmatig:
€ 435,-
n.v.t.
€ 3.250,-
€ 7.000,-
€ 6.500,-
€ 14.000,-
Bedrijfsmatig: Bestuurlijke boete
Wettelijke bepaling wet
onttrokken te houden),
Huisvestingsverordening
onttrekken (of
samenvoegen (of
samengevoegd te
en artikel
Kolom A
Kolom B
Boete
Boete bij
Purmerend 2021
houden), omzetten (of
omgezet te houden) en woningvormen (of in
die verbouwde staat te houden).
recidive
Overtreding < 3 jaar na de eerste
overtreding Onttrekken of
onttrokken te houden
21 onder a 3.1.1 lid 2
blz. 28 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 € 8.750,-
€ 10.375,-
€ 17.500,-
€ 21.750,-
€ 8.750,-
€ 10.325,-
€ 17.500,-
€ 21.750,-
€ 8.750,-
€ 10.375,-
€ 17.500,-
€ 21.750,-
€ 8.750,-
€ 10.325,-
€ 17.500,-
€ 21.750,-
Niet bedrijfsmatig:
Bedrijfsmatig: Samenvoegen of
21 onder b
houden
3.1.1 lid 3
samengevoegd te
Niet bedrijfsmatig:
Bedrijfsmatig: Omzetten of omgezet houden
21 onder c 3.1.1 lid 4
Niet bedrijfsmatig:
Bedrijfsmatig: Woningvormen of in die
21 onder d
houden
3.1.1 lid 5
verbouwde staat te
Niet bedrijfsmatig:
Bedrijfsmatig:
Toelichting blz. 29 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Dit is de toelichting bij de Huisvestingsverordening Purmerend 2021. De toelichting bevat twee
hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een algemene toelichting op de verordening gegeven. In het tweede hoofdstuk wordt waar nodig nog een toelichting per artikel gegeven.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE TOELICHTING
Een huisvestingsverordening heeft een geldigheidsduur van vier jaar. De Huisvestingsverordening 2018
zou per 1 maart 2022 komen te vervallen. Vanwege de fusie van de gemeenten Purmerend en Beemster per 1 januari 2022 en de daarmee samenhangende harmonisatie van de huisvestingsverordeningen van beide gemeenten heeft de raad besloten vóór het einde van de looptijd al een nieuwe huisvestingsverordening vast te stellen.
De raad kan in een huisvestingsverordening regels geven met betrekking tot: a. het in gebruik nemen of geven van woonruimte, en b. wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad.
De raad mag in een huisvestingsverordening alleen regels opnemen (zoals een vergunningplicht) als dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte.
Het is van belang dat er goed zicht is of er sprake is van schaarste aan woningen in Purmerend en welke categorieën dit betreft. De wet bevat geen definitie van schaarste. Het is aan de raad om te
bepalen wanneer er sprake is van schaarste en hoe zij dit wil aantonen. De raad heeft het onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van wonen en de leefomgeving RIGO gevraagd onderzoek
te doen naar de schaarste aan woonruimte in Purmerend. Uit het RIGO rapport Schaarsteonderbouwing Huisvestingsverordening Purmerend en Beemster – woonruimteverdeling en woningvoorraadbeheer
(2021) blijkt dat sprake is van schaarste in de gehele koopsector, de (vrije) huursector en de sociale huursector.
De raad maakt daarom ook voor de komende vier jaar weer gebruik van de mogelijkheid die de wet
biedt om de onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen van schaarste aan woonruimte te bestrijden
door in de Huisvestingsverordening Purmerend 2021 regels te stellen over de verdeling van woonruimte en wijzigingen in de woonruimtevoorraad.
De Huisvestingsverordening Purmerend 2021 is ten opzichte van de Huisvestingsverordening
Purmerend 2018 op een aantal punten gewijzigd. De regeling over de woonruimteverdeling en de huisvestingsvergunning is conform het regionale beleidsplan ‘Een sociale huurwoning zoeken, verandert’ aangepast. In de verordening is daarnaast ook lokaal maatwerk opgenomen.1
Verder zijn de regels over de wijzigingen in de woonruimtevoorraad conform de memo ‘Sturen op veranderend gebruik van de woonruimte (buy-to-let)’ uitgewerkt en aangescherpt. Woonruimteverdeling
Er is schaarste in het aantal beschikbare sociale huurwoningen in de regio Amsterdam. Om die
schaarste eerlijk te verdelen zijn er regels voor woonruimteverdeling die regionaal gelden. Binnen die regels is het voor huishoudens met een dringende behoefte of noodzaak om in de regio te komen wonen of binnen de regio te verhuizen nu erg lastig om woonruimte in de regio te vinden, omdat
woningen nu uitsluitend worden toegewezen op basis van inschrijfduur. Om die reden is een nieuw beleid voor woonruimteverdeling ontwikkeld. Dit heeft opengestaan voor inspraak in de zomer van
2020 en de uitkomsten daarvan worden nu verankerd. Daarvoor moet ook de huisvestingsverordening worden aangepast.
1 De regels over de verdeling van de standplaatsen van woonwagens zijn ongewijzigd. Wijziging van deze regels
wordt verwacht nadat regionale afstemming heeft plaatsgevonden.
blz. 30 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 In het nieuwe systeem bouwen woningzoekenden nog steeds inschrijfduur op: de naam verandert in wachtpunten. Daarnaast kunnen zij hun kans op een woning beïnvloeden door actief te zoeken: dan worden zoekpunten opgebouwd.
Voor woningzoekenden met een urgentieverklaring veranderen de regels voor toewijzing niet, maar
meer urgenten zullen worden geplaatst door directe bemiddeling. Er zijn groepen woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor een urgentieverklaring maar voor wie de noodzaak om te verhuizen wel groter is dan voor anderen: in geval van echtscheiding of een relatiebreuk waarbij minderjarige
kinderen betrokken zijn; woningzoekenden die in het geheel niet beschikken over eigen woonruimte en inwonen bij anderen, en jongeren die nog thuis wonen en voor wie dit door de omstandigheden problematisch is geworden.
Deze woningzoekenden kunnen een aanvraag doen om situatiepunten te kunnen opbouwen. Door de snelle opbouw van extra punten komen zij eerder in aanmerking voor een woning.
Hoofdstuk 2 van de verordening bevat twee routes waarlangs een woningzoekende een woning kan vinden:
1. de route van het openbaar aanbod. Deze route houdt in dat de corporatie een huurwoning adverteert op een aanbodinstrument (bijvoorbeeld: Woonmatch of Woningnet). Woningzoekenden die zich in een
in de regio gebruikt aanbodinstrument hebben ingeschreven, reageren vervolgens op een via een in de regio gebruikt aanbodinstrument aangeboden huurwoning. Vervolgens wordt beoordeeld wie van hen als eerste voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt. Daarbij wordt getoetst aan de
volgordecriteria (aantal woonpunten of loting) maar ook op de desbetreffende woning van toepassing zijnde passendheidscriteria en bindingscriteria.
2. de route van de directe bemiddeling, zie de artikelen 2.7.6 en 2.7.7. van de verordening. Deze route houdt in dat de corporatie een huurwoning rechtstreeks aan een woningzoekende te huur aanbiedt,
zonder dat deze woningzoekende gereageerd hoeft te hebben op een aanbod van de woning op een
aanbodinstrument. Ook bij directe bemiddeling zijn eventuele passendheidscriteria en bindingscriteria van toepassing op een woning.
Wijzigingen in de woonruimtevoorraad
De druk op de woningmarkt is groot: wachttijden voor sociale huurwoningen zijn lang, ontwikkelingen op de koopmarkt leiden tot grote prijsstijgingen. Verschillen tussen wie wel en wie geen woning kan kopen en tussen wie wel en wie niet kan huren nemen anno 2021 (nog steeds) toe. Deze
ontwikkelingen spelen ook in Purmerend. Het gemeentebestuur wil met interventies bijdragen aan meer evenwicht in slaagkansen voor woningzoekenden op de woningmarkt. Er wordt gewerkt aan een
nieuwbouwprogramma om de totale woningvoorraad uit te breiden. Daarnaast stelt de gemeenteraad van Purmerend (hierna: de gemeenteraad) in deze Huisvestingsverordening 2021 (hierna: de
Huisvestingsverordening) opnieuw regels vast over de vergunningplicht voor het wijzigen van de
woonruimtevoorraad als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 om ongewenste effecten van schaarste op de woningmarkt te bestrijden.
De Huisvestingswet 2014 bevat de wettelijke grondslag om door middel van een vergunningplicht voor het veranderen van de woonruimtevoorraad ongewenste effecten op de woningmarkt te bestrijden. Ongewenste effecten zijn veranderingen in woonruimte die leiden tot onevenwichtige of
onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. De vergunningplicht heeft betrekking op het
onttrekken, samenvoegen, omzetten en woningvorming alsmede op het in die staat houden van die de woningen.
In de Huisvestingsverordening past de gemeenteraad de vergunningplicht toe voor de in artikel 3.1.1 van de Huisvestingsverordening aangewezen categorieën woonruimten in het grondgebied van
Purmerend. Voor alle categorieën woonruimte in de gemeente Purmerend die niet in eigendom zijn van een van de woningcorporaties, geldt dat bij woningvorming of omzetting een vergunning nodig is.
Daarnaast geldt voor zelfstandige huurwoningen met een huurprijs onder de liberalisatiegrens die niet
in eigendom zijn van de woningcorporaties dat ook voor onttrekking en samenvoeging een vergunning
blz. 31 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 nodig is. Voor de woningcorporaties geldt geen vergunningplicht voor wijzigingen in de
woonruimtevoorraad omdat met de woningcorporaties afspraken zijn gemaakt over de gewenste
ontwikkeling van de sociale en middeldure huurvoorraad. Deze afspraken zijn gemaakt op basis van marktinformatie en vastgelegd in prestatie afspraken en het Sociaal Woonakkoord Purmerend.
Uit het door RIGO opgestelde rapport “Schaarsteonderbouwing Huisvestingsverordening Purmerend en Beemster – woonruimteverdeling en woningvoorraadbeheer (2021) blijkt dat de schaarste aan woonruimte zodanig is en tot zulke ongewenste effecten leidt voor alle segmenten van de
woningmarkt, dat een vergunningplicht voor woningvorming en omzetting voor de gehele
woonruimtevoorraad van Purmerend noodzakelijk is. Het rapport van RIGO laat zien dat koopwoningen in Purmerend in de periode 2016 -medio 2020 flink in prijs gestegen zijn (o.a. figuur 3.7, 3.8 van het rapport van RIGO). Deze figuren duiden de prijsontwikkeling in prijsklassen in de verschillende
subbuurten van de gemeente in respectievelijk 2016 en 2019; de prijzen van koopwoningen zijn in die
periode gemiddeld met 14% gestegen. In enkele subbuurten is zelfs sprake van een stijging van 60% tot 80% in de periode 2016 - medio 2020. RIGO concludeert dat de prijsstijging in de koopsector in
Purmerend tot gevolg heeft dat een koopwoning voor steeds minder woningzoekenden financieel
bereikbaar is. Het RIGO-rapport laat eveneens zien dat de druk zich niet beperkt tot een specifiek segment of doelgroep: de druk is hoog op huurappartementen/eengezinswoningen en –
koopeengezinswoningen en voor iedere doelgroep. De discrepantie tussen vraag en aanbod is het
hoogst in het segment sociale huurwoningen en in het koopsegment tot € 409.000 (prijspeil 2019) (o.a tabel 2.6 en figuur 2.13 van het rapport van RIGO). Alhoewel uit het rapport van RIGO volgt dat de
spanning op dit moment hoger is op het segment koopwoningen onder € 409.000 (prijspeil 2019), wil de gemeenteraad de druk op de overige segmenten niet verder verhogen door
doorstroommogelijkheden en daarmee beweging op de lokale woningmarkt te beperken. Segmenten hangen immers met elkaar samen. Doorstromers verhuizen doordat zij op zoek zijn naar een andere kwaliteit woning en/of woonomgeving. Vanuit die optiek wil de gemeenteraad ook het segment
koopwoningen boven € 409.000 reguleren. Hiermee beoogt de gemeenteraad verwachte potentiële ongewenste gevolgen voor de doorstroming in de andere segmenten te voorkomen. Doordat de
samenstelling van de woningvoorraad per wijk of kern kan verschillen, kan de beoordeling per aanvraag verschillen.
De gemeenteraad meent dat een vergunningenstelsel bovendien geschikt is om het beoogde doel te bereiken. Dat doel is om te voorkomen dat de negatieve gevolgen van schaarste op de woningmarkt
door verandering in de woonruimte zullen toenemen. Die verandering kan de gemeente door middel van een vergunningplicht reguleren. Dit draagt bij aan een belangrijke ambitie uit de Woonvisie
Purmerend 2017 (zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/ CVDR624709/1), om de woningvraag van inwoners goed te bedienen en een prettige woonstad te blijven. Voor de nieuwe gemeente Purmerend
die per 1 januari 2022 een feit is, wordt een nieuwe woonvisie opgesteld. In de voorbereidende notitie waarin de bouwstenen zijn opgenomen en welke met de gemeenteraden van Purmerend en Beemster
zijn besproken is onder andere het reguleren van buy-to-let als beleidsuitgangspunt opgenomen. De woningvormings- en omzettingsvergunning zijn hier belangrijke instrumenten toe.
De gemeenteraad meent tot slot dat is voldaan aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit. Onder verwijzing naar het rapport van RIGO rechtvaardigt de ernst van de druk op de woningvoorraad
het instellen van de vergunningplicht (proportionaliteit). Daarnaast voert de gemeente een woningbeleid om te zorgen voor meer evenwicht in slaagkansen voor woningzoekenden op de woningmarkt (zoals hiervoor genoemd bijvoorbeeld een nieuwbouwprogramma), maar deze maatregelen zijn op zichzelf niet voldoende om de ongewenste effecten van de schaarste op de woningmarkt op dit moment structureel op te lossen (subsidiariteit).
2. HOOFDSTUK 2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Dit hoofdstuk van de toelichting bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening.
blz. 32 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Artikel 1 Definities
Zelfstandige woonruimte
Een zelfstandige woonruimte moet daadwerkelijk zelfstandig in gebruik zijn. Dat wil zeggen dat de
zelfstandige woonruimte wordt bewoond door één duurzaam gemeenschappelijk huishouden. Wanneer er meerdere huishoudens in een zelfstandige woonruimte wonen, dan is de zelfstandige woonruimte door het feitelijke gebruik omgezet naar onzelfstandige woonruimte.
Onder wezenlijke voorzieningen vallen in ieder geval de keuken, het toilet en de douche- of badkamer. Deze moeten niet alleen binnen de woonruimte zijn gelegen maar ook exclusief gebruikt worden door
de huurder van die woonruimte. Dit moet uit omstandigheden en de situatie ter plaatse zijn af te leiden. Het exclusieve gebruik kan bijvoorbeeld blijken uit het huurcontract. Als meerdere huishoudens
aanspraak kunnen maken op het gebruik van deze wezenlijke voorzieningen, is er geen sprake van een zelfstandige woonruimte.
Artikel 2.2.1 Toelatingscriteria
Dit artikel bevat twee criteria waaraan een huishouden moet voldoen om toegelaten te worden tot het aangewezen deel van de woningmarkt. Deze toelatingscriteria zijn, via artikel 2.4.2, eerste lid, tevens weigeringsgronden voor de huisvestingsvergunning.
Artikel 2.2.2 Aanvullend toelatingscriterium particuliere huurvoorraad
Dit artikel bevat een aanvullend toelatingscriterium voor het aangewezen deel van de particuliere
huurvoorraad. Ook dit toelatingscriterium is via artikel 2.3.2, eerste lid, een weigeringsgrond voor de huisvestingsvergunning
Artikel 2.2.3 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden
Burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de woning gelegen is, zijn bevoegdheid om een huisvestingsvergunning te verlenen, weigeren of intrekken.
De huisvestingsvergunning wordt verleend op aanvraag. Artikel 2.2.3 van de verordening bevat regels voor het doen van zo’n aanvraag die wordt ingediend bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de woning gelegen is.
Overigens bevat afdeling 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een algemene, ook voor de huisvestingsvergunning geldende, regeling over beschikkingen. De voor de praktijk belangrijkste artikelen uit dit deel van de Awb zijn:
- artikel 4:5 Awb. Dit artikel schrijft voor hoe omgegaan moet worden met een onvolledige aanvraag;
- artikel 4:8 Awb. Dit artikel schrijft voor dat in bepaalde gevallen aanvrager moet kunnen reageren op een voorgenomen, voor hem negatief, besluit;
- artikel 4:13 tot en met 4:15 Awb. Deze artikelen bevatten de regeling over de beslistermijn en de opschorting daarvan. Zie daarvoor ook artikel 2.2.4 van de verordening. Artikel 2.3.1 Reikwijdte paragraaf 3
Als gevolg van het bepaalde in dit artikel is paragraaf 2.3 alleen van toepassing op de ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte, voor zover die geen eigendom is van een corporatie. Artikel 2.3.2 Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning
Dit artikel bevat de gronden waarop een huisvestingsvergunning voor een particuliere huurwoning die
aangewezen is ingevolge artikel 2.1.1 wordt geweigerd. Alle vier genoemde weigeringsgronden vormen een zelfstandige weigeringsgrond.
Artikel 2.3.3 Bezettingsnorm
In bepaalde gemeenten zijn voor dit deel van de huurmarkt bezettingsnormen van toepassing. Deze
zijn vermeld in bijlage 1 bij de verordening. De bezettingsnormen vormen een voorrangsregeling, geen
blz. 33 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 uitsluitingsgrond. Dat betekent dat een woningzoekende die voldoet aan de op een woning van
toepassing zijnde bezettingsnorm, ten opzichte van woningzoekenden die daaraan niet voldoen met
voorrang in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning. Andersom: woningzoekenden die niet voldoen aan een bezettingsnorm, komen eventueel wel voor een huisvestingsvergunning in
aanmerking, maar dan alleen ná de woningzoekenden die wél aan de bezettingsnorm voldoen. Artikel 2.3.4 Intrekking vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, als het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn (zie artikel 2.2.5, eerste lid,
aanhef en onder d) in gebruik heeft genomen. In het belang van een doelmatig beheer van schaarse
woonruimte is het immers van belang dat vrijkomende woonruimte zo spoedig mogelijk weer in gebruik genomen wordt.
Artikel 2.4.1 Reikwijdte paragraaf 4
Op grond van dit artikel is het bepaalde in paragraaf 4 uitsluitend van toepassing op ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie. Artikel 2.4.2 Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning
Dit artikel bevat de gronden waarop een huisvestingsvergunning voor een particuliere huurwoning die
aangewezen is ingevolge artikel 2.1.1 wordt geweigerd. Alle genoemde weigeringsgronden vormen een zelfstandige weigeringsgrond.
Artikel 2.4.3 Intrekking vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, als het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn (zie artikel 2.2.5, eerste lid,
aanhef en onder d) in gebruik heeft genomen. In het belang van een doelmatig beheer van schaarse
woonruimte is het immers van belang dat vrijkomende woonruimte zo spoedig mogelijk weer in gebruik genomen wordt.
Artikel 2.4.6 Voorwaarden aan inschrijving via het aanbodinstrument
Aan de inschrijving als woningzoekende via een aanbodinstrument kunnen voorwaarden worden verbonden. Te denken valt aan inschrijfgeld of per jaar dat men ingeschreven staat te betalen verlengingsgeld.
Artikel 2.4.7 Toewijzing woonruimte op basis van punten
Zoekpunten en situatiepunten zijn nieuw en kunnen worden opgebouwd vanaf het moment dat de wijzigingsverordening in werking treedt.
Zoekpunten kunnen door iedereen worden opgebouwd door actief te zoeken naar een passende woning
en ten minste vier keer per maand op een aangeboden passende woning te reageren. Zo kan per maand een zoekpunt worden opgebouwd, tot een maximum van dertig punten. Per maand dat niet voldoende actief (geen enkele reactie wordt geplaatst) wordt gezocht vervalt één zoekpunt. Als er 1tot 3 reacties worden geplaatst blijft het aantal zoekpunten dat is opgebouwd gelijk.
Situatiepunten kunnen onder de in de artikelen 2.5.3 of 2.6.2 vermelde criteria worden opgebouwd. Vanaf de inwerkingtreding van de gewijzigde verordening zal het effect geleidelijk intreden. Een
woningzoekende die in aanmerking komt voor zoekpunten heeft ten minste twee jaar en zes maanden
nodig om het maximumaantal van dertig zoekpunten te bereiken. Een woningzoekende die zowel voor zoekpunten als voor situatiepunten in aanmerking komt kan parallel nog twaalf situatiepunten opbouwen.
Artikel 2.5.2 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten
blz. 34 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 In het aanvraagformulier wordt aangegeven welke stukken en informatie een woningzoekende moet
verstrekken bij de aanvraag. Dat houdt in dat alle stukken compleet aanwezig moeten zijn voordat een woningzoekende situatiepunten kan gaan opbouwen.
Artikel 2.5.5 Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten
Voor de uitwerking van de procedure voor aanvraag situatiepunten, de procedure rond het de opbouw, het verminderen en het inzetten van deze punten en de reactietermijnen stellen burgemeester en wethouders nadere regels vast.
Artikel 2.6.2 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten voor jongeren
In het vierde lid staat dat een woningzoekende jongere ten minste twee jaar voorafgaand aan de datum bij (een van zijn) ouders of pleegouders woont. Voor een jongere die in een pleeggezin woont kunnen dat verschillende pleeggezinnen zijn mits dat aansluitend het geval is geweest in die twee jaren. Artikel 2.6.3 Opbouw en verval van situatiepunten voor jongeren
Situatiepunten voor jongeren kunnen worden opgebouwd tot de jongere de leeftijd van vijfendertig jaar bereikt. Punten die tot die datum zijn opgebouwd vervallen niet.
Artikel 2.6.4 Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren
Voor de uitwerking van de procedure voor aanvraag situatiepunten, de procedure rond de opbouw, het verminderen en het inzetten van deze punten en de reactietermijnen stellen Burgemeester en wethouders nadere regels vast.
Artikel 2.7.1 Passendheidscriteria sociale huurwoningen van corporaties
Artikel 11 van de wet 2014 geeft de mogelijkheid om in de huisvestingsverordening te bepalen dat bepaalde categorieën woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een
huisvestingsvergunning voor bepaalde categorieën woonruimte. Dit, gelet op de aard, grootte of prijs
van die woonruimte. Artikel 11 van de wet biedt dus niet de mogelijkheid om woningzoekenden uit te sluiten van de mogelijkheid om een huisvestingsvergunning te krijgen.
Passendheidscriteria zijn voorrangsregelingen, geen uitsluitingsgronden. Dat betekent dat een
woningzoekende die voldoet aan de op een woning van toepassing zijnde passendheidseis, ten
opzichte van woningzoekenden die daaraan niet voldoen met voorrang in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning. Andersom: woningzoekenden die niet voldoen aan een passendheidseis, komen eventueel wel voor een huisvestingsvergunning in aanmerking, maar dan alleen ná de woningzoekenden die wél aan de passendheidseis voldoen.
Het eerste lid van artikel 2.7.1. beschrijft dat de categorieën woonruimte genoemd in kolom 1 van de in het tweede lid opgenomen tabel, categorieën woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet zijn.
Deze categorieën woonruimte zijn als het ware gematcht met de in kolom 2 van de tabel genoemde, categorieën woningzoekenden. Het tweede lid van artikel 2.7.1 bepaalt dan ook dat de
woningzoekenden uit kolom 2 met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning
voor woonruimte uit kolom 1, uiteraard voor zover categorie woningzoekende en categorie woonruimte in dezelfde rij van de kolom staan.
Het met voorrang in aanmerking laten komen voor een huisvestingsvergunning maakt onderdeel uit van de voorbereiding van de beslissing tot verlening van een huisvestingsvergunning en is daarmee een bevoegdheid van Burgemeester en wethouders.
Artikel 2.7.2 Bindingscriteria: voorrang bij regionale of lokale binding
blz. 35 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Artikel 14, tweede lid, van de wet geeft de mogelijkheid om in de huisvestingsverordening te bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor ten hoogste 50% van één of meer daarbij
aangewezen categorieën woonruimte, voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio.
Voor ten hoogste de helft van dat percentage mag bij de verlening van huisvestingsvergunningen
voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan een tot de gemeente behorende kern, aldus de tweede zin van artikel 14, tweede lid, van de wet. Er is sprake van lokale of regionale binding als:
- een woningzoekende met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in die regio, die gemeente of die kern te vestigen (economische binding);
- een woningzoekende een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft
zich in die regio, die gemeente of die kern te vestigen, of ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van die regio, die gemeente of die kern (maatschappelijke binding).
Bindingscriteria zijn, net als passendheidscriteria, voorrangsregelingen, geen uitsluitingsgronden. Dat
betekent dat een woningzoekende die voldoet aan de op een woning van toepassing zijnde bindingseis, ten opzichte van woningzoekenden die daaraan niet voldoen met voorrang in aanmerking komt voor
een huisvestingsvergunning. Andersom: woningzoekenden die niet voldoen aan een bindingseis, komen eventueel wel voor een huisvestingsvergunning in aanmerking, maar dan alleen ná de woningzoekenden die wél aan de bindingseis voldoen.
In artikel 2.7.2 van de verordening is van de in artikel 14, tweede lid, van de wet geboden mogelijkheid gebruikgemaakt. Dat betekent dat ten hoogste 50% van de huisvestingsvergunningen verleend met voorrang aan woningzoekenden met regionale binding verleend mag worden. In de helft van die
gevallen, dus: in 25% van de gevallen, mag een huisvestingsvergunning met voorrang verleend worden aan woningzoekenden met lokale binding.
Let wel, alleen gevallen waarbij de huisvestingsvergunning daadwerkelijk verleend wordt omdat sprake is van binding, tellen mee in de bovengenoemde percentages. Artikel 2.8.1 Algemeen
De artikelen 2.8.1 tot en met 2.8.3 bevatten een regeling voor experimenten op het gebied van
woonruimteverdeling. Belangrijk is het om vast te stellen dat experimenten weliswaar niet mogelijk zijn op grond van de (overige) bepalingen van de verordening, maar wel, gelet op de wet, in een
huisvestingsverordening opgenomen zouden kunnen worden. Het is dus zo dat experimenten niet in strijd mogen zijn met de uitgangspunten van de wet zelf.
Artikel 2.8.2 Experimenten met woonruimten van corporaties
Dit artikel regelt de experimenten die corporaties en gemeenten samen kunnen organiseren. Een experiment duurt maximaal 2 jaar en betreft ten hoogste 10% van de per jaar toe te wijzen
woonruimten van de corporaties die bij het experiment betrokken zijn. Een experiment mag pas starten als de colleges van burgemeester en wethouders van de woningmarktregio de opzet ervan hebben goedgekeurd.
Artikel 2.8.3 Experimenten met overige aangewezen woonruimten
Ook andere verhuurders dan corporaties kunnen samen met gemeenten experimenten organiseren.
Artikel 2.9.1 Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring
blz. 36 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Dit artikel bepaalt dat burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgentieverklaring moet
worden aangevraagd, beslissen op de aanvraag. Artikel 2.9.2 bepaalt waar de aanvraag ingediend moet worden.
Eén urgentiegrond kent een eigen bevoegdheidsregeling: dit betreft de in artikel 2.9.7 van de
verordening geregelde urgentiegrond "uitstroom" uit een instelling voor maatschappelijke opvang, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling. Artikel 2.9.3 Inhoud van de urgentieverklaring
Het in de urgentieverklaring op te nemen zoekprofiel bevat qua ligging, grootte, en aard het meest sobere woningtype of de meest sobere woningtypen dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Dit meest sobere woningtype kan per regiogemeente verschillen: wat "meest sober" is, hangt immers af van de
samenstelling van de woningvoorraad. Op gemeentelijk niveau kan daarom beleid opgesteld worden aan de hand waarvan bij de behandeling van concrete aanvragen het in het zoekprofiel op te nemen
woningtype bepaald kan worden. De woningcorporaties labelen in hun ogen geschikte woningen voor de urgenten.
Artikel 2.9.4 Het zoekgebied
Het in het zoekprofiel op te nemen zoekgebied omvat de gemeente van het college van burgemeester en wethouders dat de urgentieverklaring heeft verleend, aldus eerste lid.
De urgentieverklaring verleend wegens de toepasselijkheid van een in artikel 2.9.8 van de verordening opgenomen urgentiecategorie heeft regionale werking. Dit betekent dat een woningzoekende onder bepaalde omstandigheden de urgentieverklaring kan inzetten bij het verkrijgen van woonruimte,
gelegen in een andere regiogemeente dan die waar de urgentieverklaring is afgegeven. Het tweede tot en met vijfde lid van artikel 2.9.4 van de verordening bevat hiervoor de volgende regeling:
- de houder van een urgentieverklaring meldt zich bij de regiogemeente waar hij naar toe wil verhuizen. Deze regiogemeente wordt in het artikel aangeduid als "de ontvangende gemeente". De houder van de urgentieverklaring verzoekt burgemeester en wethouders van de ontvangende gemeente om het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel aan te passen.
- burgemeester en wethouders van de ontvangende gemeente beoordelen het verzoek. Het vierde lid
van artikel 2.9.4 van de verordening geeft aan welke belangen Burgemeester en wethouders daarbij in achtnemen: zij kunnen het verzoek weigeren indien naar hun oordeel de onevenwichtige en
onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte daartoe nopen. Daarmee grijpt het vierde lid terug op het motief om een huisvestingsverordening vast te stellen: het bestrijden van de effecten van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Opgemerkt wordt dat Burgemeester en wethouders in deze situatie niet opnieuw beoordelen of de urgentieverklaring zelf terecht is verleend.
- als Burgemeester en wethouders gelet op het vierde lid geen reden zien om het verzoek te weigeren, wijzigen zij het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. Het zoekgebied wijzigen zij in hun
gemeente. Het woningtype wijzigen zij in het woningtype dat voor hun gemeente in het geval van deze woningzoekende als meest sobere woningtype geldt.
- Burgemeester en wethouders kunnen ook, gelet op het bepaalde in het vierde lid, tot de conclusie komen dat het verzoek geweigerd moet worden.
Het ligt voor de hand om op gemeentelijk niveau beleid vast te stellen waarin beschreven wordt hoe invulling wordt gegeven aan de toets van verzoeken aan het bepaalde in het vierde lid.
Artikel 2.9.5 Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
blz. 37 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Als de aanvraag volledig en te beoordelen is, wordt getoetst of er zich één of meerdere algemene weigeringsgronden voordoen. Deze zijn opgenomen in artikel 2.9.5, eerste en tweede lid, van de verordening. Niet elke algemene weigeringsgrond is van toepassing op elke urgentiecategorie.
Als de aanvraag volledig en te beoordelen is, wordt getoetst of er zich één of meerdere algemene weigeringsgronden voordoen:
Algemene weigeringsgrond in 2.9.5
Urgentiecategorie 2.9.6
2.9.6
2.9.8
2.9.8
2.9.8
lid 1 a voldoet niet aan eisen uit 2.2.1.
ja
ja
ja
ja
ja
ja
lid 1 b geen urgent huisvestingsprobleem
ja
ja
nee
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
lid 1 d voorliggende voorziening
ja
ja
ja
ja
ja
ja
lid 1 e aanwezigheid verwijtbaarheid
ja
ja
nee
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
lid 1 g eerdere verklaring is ingetrokken
ja
ja
nee
ja
ja
ja
lid 1 h zelfstandige woonruimte te duur
ja
ja
ja
ja
ja
ja
lid 1 i
minder dan 2 jaar woonachtig in gemeente
nee
nee
nee
ja
ja
ja
lid 1 j
overschrijding inkomensnorm
ja
ja
nee
nee
ja
nee
nee
nee
nee
ja
ja
ja
lid 1
lid 1 c
lid 1 f
lid 2
huisvestingsprobleem is op andere wijze oplosbaar
verhuizing naar zelfstandige woonruimte lost niets op
niet woonachtig in legale, permanente zelfstandige woonruimte
lid 2
2.9.7
lid 1 a lid 1 b lid 1 c
De weigeringsgronden genoemd in het eerste lid zijn, voor zover ze toepasselijk zijn op de
desbetreffende urgentiecategorie, verplichtend voor Burgemeester en wethouders: als er zich één of
meerdere van deze weigeringsgronden voordoen, moet de aangevraagde urgentieverklaring geweigerd worden.
De weigeringsgrond in het tweede lid heeft een facultatief karakter: indien zich deze weigeringsgrond voordoet, kán de aangevraagde urgentieverklaring geweigerd worden.
Het derde lid van artikel 2.9.5 van de verordening bevat de koppeling met de in de artikelen 2.9.7 tot en met 2.9.8 opgenomen urgentiecategorieën: valt aanvrager niet onder één van die
urgentiecategorieën, dan dient de aangevraagde urgentieverklaring geweigerd te worden. Artikel 2.9.6 Wettelijke urgentiecategorieën en vergunninghouders
Artikel 2.9.6 bevat de zogenoemde wettelijke urgentiecategorieën. Dit zijn de urgentiecategorieën
waarvan in artikel 12, derde lid, van de Huisvestingswet 2014 is bepaald dat áls een gemeenteraad
besluit tot instelling van een urgentieregeling, hij in ieder geval die categorieën onder de reikwijdte van de urgentieregeling moet laten vallen. Concreet gaat het om:
blz. 38 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 a. woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten; b. woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen;
c. vergunninghouders (vroeger ook wel "statushouders" genaamd). In het eerste lid zijn de onder a. en b. genoemde categorieën opgenomen. Er wordt op gewezen dat op
deze categorieën de algemene weigeringsgronden van artikel 2.9.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h en j van toepassing zijn. Over de onder a. genoemde categorie wordt opgemerkt dat deze
urgentiegrond zich, naast de overige in het eerste lid onder a genoemde omstandigheden, pas voordoet als "de behoefte aan in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte" naar het oordeel van Burgemeester en wethouders noodzakelijk is.
Over de onder b. genoemde categorie wordt opgemerkt dat het enkele bestaan van een
mantelzorgrelatie tussen een inwoner van de regiogemeente en een woningzoekende van elders, geen grond is voor toekenning van een urgentieverklaring. Het verlenen of ontvangen van mantelzorg moet een dusdanige impact op het leven van aanvrager hebben, dat naar het oordeel van Burgemeester en
wethouders sprake is van een voor aanvrager dringend noodzakelijke behoefte aan andere woonruimte. De onder c. genoemde categorie is opgenomen in het tweede lid van artikel 2.9.6. Een
vergunninghouder (statushouder) komt pas in aanmerking voor een urgentieverklaring als:
- de vergunninghouder, gelet op de op Burgemeester en wethouders rustende taakstelling, gehuisvest moet worden in de desbetreffende regiogemeente;
- de vergunninghouder door het COA niet bij een andere gemeente is voorgedragen; en, - de vergunninghouder niet reeds eerder aangeboden woonruimte heeft geweigerd. Artikel 2.9.7 Regionale urgentiegrond "uitstroom"