A. Raadsvoorstel Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Registratienummer raad 1555652 Datum: 21 september 2021
Portefeuillehouder: T. Kroese
Domein / Team: MAAD / BEMD
Onderwerp: Vaststelling Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Samenvatting: Zolang er sprake is van schaarste op de woningmarkt, kan de raad een huisvestingsverordening vaststellen, die vervolgens maximaal vier jaar geldig is. Voor u ligt de Huisvestingsverordening Gemeente Purmerend 2021 die de Huisvestingsverordening Purmerend 2018 vervangt. De nieuwe verordening is op een aantal punten gewijzigd. De regeling voor de woonruimteverdeling en de huisvestingsvergunning is conform het eerder dit jaar door uw raad vastgestelde regionale beleidsplan ‘Een sociale huurwoning zoeken, verandert’ aangepast. Verder zijn de regels over de wijzigingen in de woonruimtevoorraad conform de memo ‘Sturen op veranderend gebruik van de woonruimte (buy-to-let) uitgewerkt en aangescherpt. De benodigde schaarste-onderbouwing is in de toelichting bij de verordening opgenomen. Uit een aantal belangrijke uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) is het belang van een dergelijke schaarste-onderbouwing gebleken. Deze verordening wordt gefaseerd van kracht. Hoofdstuk 2 over de woonruimteverdeling gaat in afstemming met de regio op een door het college te bepalen tijdstip in werking. De overige hoofstukken, waaronder het hoofdstuk over wijzigingen in het voorraadbeheer (o.a.
de omzetting en bouwkundige splitsing van woningen ten behoeve van (kamer)verhuur) treden direct na publicatie in werking.
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Purmerend, 21 september 2021 Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: De raad kan in een huisvestingsverordening regels geven met betrekking tot: a. het in gebruik nemen of geven van woonruimte, en b. wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad. De raad mag in een huisvestingsverordening alleen regels opnemen (zoals een vergunningplicht) als dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. De huisvestingsverordening mag niet langer dan vier jaar gelden. Elke vier jaar moet opnieuw bezien worden of sprake is van schaarste en daarmee gepaard gaande onevenwichtige en onrechtvaardige effecten voor de woningmarkt en welke regels noodzakelijk en geschikt zijn voor de bestrijding daarvan. Elke vier jaar kan daarmee een nieuwe huisvestingsverordening vastgesteld worden. De vigerende huisvestingsverordening van Purmerend, de Huisvestingsverordening Purmerend 2018, vervalt op 1 maart 2022. Er is echter aanleiding nu al een nieuwe huisvestingsverordening ter vaststelling voor te leggen. Vanwege de fusie moeten de huisvestingsverordeningen van de gemeenten Purmerend en Beemster bovendien worden geharmoniseerd.
Oplossingsrichtingen: De nieuwe huisvestingsverordening is op een aantal belangrijke punten gewijzigd. Woonruimteverdeling en de huisvestingsvergunning. Nieuwe regels voor volgordebepaling bij woningtoewijzing, conform het eerder dit jaar door uw raad vastgestelde regionale beleidsplan ‘Een sociale huurwoning zoeken, verandert’. Door het nieuwe systeem moeten mensen met een dringende huisvestingsvraag beter aan bod komen. Met een nieuw puntensysteem is de wachttijd (inschrijfduur) niet meer leidend; ook situatiepunten en zoekpunten gaan een rol in de volgordebepaling spelen. Door meer te zoeken kunnen extra punten worden opgebouwd. Huishoudens in dringende omstandigheden kunnen naast actief zoeken ook nog situatiepunten krijgen. Situatiepunten zijn inzetbaar op de helft van het vrijkomend woningaanbod. Het gaat om gezinnen met kinderen die bij anderen inwonen, mensen die net een relatie hebben beëindigd en kinderen hebben en het gaat om thuiswonende kinderen in een problematische situatie. Deze categorieën komen voort uit diverse raadsconsultaties en een groot onderzoek naar de mening van de bewoners uit de regio over de woonruimteverdeling. Uiteindelijk bepaalt het totaal aantal punten welke woningzoekende de sociale huurwoning als eerste aangeboden krijgt (raadsbesluit 1540743). De regionale beleidsregels rondom de woonruimteverdeling vergen tijd voor implementatie.
Daarom is besloten deze regels medio 2022 in te laten gaan. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad. Reguleren buy-to-let. In juni 2020 besprak de commissie SOB de memo ‘Sturen op veranderend gebruik van de woningvoorraad’. In deze memo zijn de verschillende vormen van buy-to-let, de omvang en de verwachte ontwikkelingen uiteengezet. Er is aangegeven voor welke vormen (aanvullende) regelgeving gewenst is en welk instrumentarium daarvoor ingezet kan worden. Daarbij wordt geconcludeerd dat de inzet van de Huisvestingsverordening de voorkeur geniet. De strekking van dit memo is verwerkt in de nieuwe huisvestingsverordening.
Het is nog steeds zo dat voor onttrekking, samenvoeging, omzetting en woningvorming een vergunning is vereist. De weigeringsgronden en voorwaarden zijn echter uitgebreid c.q. aangescherpt. Er wordt voor wat betreft het minimale blz. 2 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 gebruiksoppervlak (gbo) bij woningvorming nu tevens een verschil gemaakt tussen de Binnenstad en de overige gebieden in Purmerend: bij woningvorming buiten de Binnenstad moet de kleinst te vormen woning minimaal 50 vierkante meter zijn. Dit onderscheid wordt aangebracht om de nieuw te vormen woningen beter te laten aansluiten bij het duidelijke verschil in woonmilieu tussen beide delen van de stad. Binnen het gebied Binnenstad is sprake van een levendig binnenstedelijk woonmilieu door de mix van wonen, werken, winkelen en recreëren in een dichtbebouwde, historische binnenstad. Daarbuiten, in de kleine 19e eeuwse ring en de grote 20e en 21e eeuwse uitbreidingen van de stad, wordt bijna uitsluitend gewoond, in een rustige, groene, suburbane setting met veel eengezinswoningen. Het vormen van teveel kleine woningen uit de bestaande eengezinswoningen kan in deze wijken de leefbaarheid al snel onder druk zetten.
Het college krijgt bovendien de bevoegdheid in nadere regels eisen aan geluid(sisolatie), kwaliteit en veiligheid op te nemen waaraan de aanvragen voor een vergunning worden getoetst. Daarbij kan ook gedacht worden aan eisen met betrekking tot het stallen van fietsen en vuilcontainers. Wordt niet aan deze eisen en normen voldaan, dan wordt de vergunning geweigerd. Ook de mogelijke voorwaarden en voorschriften die aan een vergunning kunnen worden gesteld zijn uitgebreid en niet langer limitatief opgesomd. Dat betekent dat het college maatwerk kan leveren. Het college kan bijvoorbeeld voorschriften stellen over het maximaal aantal personen dat na omzetting de onzelfstandige woonruimte mag bewonen, voorschriften stellen die negatieve effecten op de leefbaarheid beogen te voorkomen dan wel te beperken en/of voorschriften stellen ten aanzien van goed verhuurderschap.
In de nieuwe huisvestingsverordening wordt uitdrukkelijk bepaald dat de vergunning voor omzetting en woningvorming persoonsgebonden is. De nieuwe eigenaar van een ten behoeve van (kamer)verhuur met vergunning omgezette of verbouwde woning beschikt niet automatisch over een vergunning en kan evenmin een verzoek tot wijziging tenaamstelling doen. Als de nieuwe eigenaar de verhuur wil voortzetten zal hij een aanvraag voor een vergunning moeten doen. Zo krijgt het college de gelegenheid om bij verkoop van de woning de bestaande omzetting of bouwkundige splitsing opnieuw te toetsen op mogelijke gevolgen voor de leefbaarheid.
In de nieuwe verordening wordt ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid een uitzondering op de vergunningplicht op te nemen. Hospitabewoning is vrijgesteld van de vergunningplicht. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het gestelde in de eerder genoemde memo ‘Sturen op veranderend gebruik van de woningvoorraad’.
Toezicht en handhaving. Momenteel worden extra inspanningen verricht op toezicht en handhaving van de huisvestingsverordening. De mogelijkheid om strenger op te treden middels een hogere boete voor overtredingen die door een eigenaar worden begaan vanuit bedrijfsmatige exploitatie is eveneens in de nieuwe verordening opgenomen. Dit vanuit de motivatie dat als sprake is van bedrijfsmatige exploitatie, de eigenaar op de hoogte zou moeten zijn van vigerende regelgeving.
Schaarsteonderbouwing. De raad kan in de huisvestingsverordening alleen regels opnemen als dat noodzakelijk en geschikt is om de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden. Die schaarste moet daarom aangetoond kunnen worden. Onderzoeksbureau RIGO is gevraagd de schaarste op de woningmarkt in Purmerend in beeld te brengen. De resultaten van dit onderzoek vindt u in bijgevoegd rapport ‘Schaarsteonderbouwing huisvestingsverordening Purmerend en Beemster, woonruimteverdeling en woningvoorraadbeheer’.
De conclusies uit dit rapport rechtvaardigen de keuze om voor wat betreft het blz. 3 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur) en het verbouwen van woonruimten tot twee of meer woonruimten (woningvorming of bouwkundige splitsing) voor alle woonruimten in Purmerend een vergunningplicht in te stellen. Segmenten hangen immers met elkaar samen. Doorstromers verhuizen doordat zij op zoek zijn naar een andere kwaliteit woning en/of woonomgeving. Naast het uitbreiden van de woningvoorraad door nieuwbouw, willen we de druk verminderen door de mogelijkheden voor doorstroming te borgen. Alhoewel de spanning hoger is op het segment koopwoningen onder € 409.000 (prijspeil 2019), willen we de druk op dat segment niet verder verhogen door doorstroommogelijkheden te beperken. Daarbij is de samenstelling van de woningvoorraad niet in iedere buurt of wijk gelijk, waardoor de beoordeling van een aanvraag per wijk kan verschillen.
Tot slot, de ontwikkeling dat koopwoningen worden gekocht om deze vervolgens te verhuren, is in veel delen van Nederland zichtbaar. De Eerste Kamer heeft inmiddels ingestemd met de wijziging van de Woningwet en daarmee ook ingestemd met het amendement over opkoopbescherming. Om woningzoekenden, waaronder starters en middeninkomens, meer kans te geven om een betaalbare koopwoning te vinden, kan een gemeente er straks voor kiezen een opkoopbescherming in te voeren. Dit kan in buurten waar schaarste is aan goedkope en middeldure koopwoningen of wanneer de leefbaarheid van een buurt onder druk staat door het opkopen van woningen voor verhuur. De gemeente moet vooraf bepalen welke woningen in het goedkope en middeldure segment vallen. De opkoopbescherming zorgt ervoor dat in gewilde gebieden huizen niet zomaar kunnen worden opgekocht voor de verhuur. Op die manier blijven meer koopwoningen beschikbaar voor mensen die er zelf in gaan wonen. De verwachting is dat deze wijziging 1 januari 2022 in werking treedt. We zullen verkennen of dit onze lokale situatie ten goede komt en deze resultaten aan uw raad voorleggen.
Meetbare doelstellingen: Met het vaststellen van de Huisvestingsverordening Purmerend 2021, wordt uitvoering van het regionale beleidsplan Woonruimteverdeling mogelijk gemaakt. wordt de gemeentelijke regelgeving over woonruimtebeheer uitgebreid en aangescherpt om de ontwikkelingen buy-to-let beheersbaar te maken en houden. Financiële consequenties: Woonruimteverdeling en huisvestingsvergunning. In het raadsvoorstel 1540743 dat uw raad op 25 maart 2021 heeft vastgesteld is inzicht gegeven in de kosten die de komende jaren gepaard gaan met de uitvoering van het beleidsplan en is de verdeling van kosten weergegeven. Samenvattend heeft deze beleidswijziging voor Purmerend – vanaf 2022 uitgaande van de nieuwe gemeente – in de tabel weergegeven financiële consequenties. Het ongedekte bedrag is als onvermijdelijke uitgave meegenomen in de concept begroting 2022. Kostenverdeling naar rato inwoneraantal
2021 2022 €13.485 €46.752
2023 €47.048
2024 €29.912
Communicatie: Woonruimteverdeling en de huisvestingsvergunning. Het beleidsplan is inmiddels door alle regionale raden vastgesteld. Er wordt vanuit regionale samenwerking een uitgebreide informatiecampagne voorbereid. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad. Communicatie bestaat uit drie sporen. Na blz. 4 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 vaststelling wordt de verordening op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. Daarnaast wordt de informatie op de website in lijn met de nieuwe verordening gebracht. Tot slot zal in lokale media aandacht worden gegeven aan de aanscherpte verordening, de bedoeling van het vergunningstelsel en de verwijzing naar de website. Relatie met fusie: Conform de afspraken over de harmonisatie van regelgeving van de beide gemeenten wordt aan beide raden een gelijkluidende huisvestingsverordening ter vaststelling voorgelegd met dien verstande dat de verordening van Beemster op 1 januari 2022 in werking treedt (op afdeling 1 van hoofdstuk 2 na) en die van Purmerend direct na publicatie (op afdeling 1 van hoofdstuk 2 na). De raad van de nieuwe gemeente Purmerend wordt voorgesteld de verordening van Purmerend te bekrachtigen en die van Beemster te laten vervallen. Duurzaamheid: N.v.t. Monitoring/evaluatie: Woonruimteverdeling en de huisvestingsvergunning. De resultaten en effecten van de woonruimteverdeling worden jaarlijks gemonitord. Er vindt periodiek bestuurlijk overleg plaats tussen woningcorporaties, gemeenten en huurdersvertegenwoordigingen over deze resultaten en effecten. Na 3,5 jaar zal een uitgebreide effectenrapportage worden opgesteld en vindt een evaluatie plaats.
Deze werkwijze biedt de mogelijkheid om periodiek bij te sturen. Sinds 2019 maken de cijfers over de woonruimteverdeling eveneens onderdeel uit van de Woningmonitor Purmerend welke jaarlijks ter kennisname aan uw raad wordt toegezonden. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad. De komende periode wordt verkend of ook de resultaten en effecten van het vergunningstelsel rondom het woonruimtevoorraadbeheer opgenomen kunnen worden in de Woningmonitor Purmerend. Ook dit onderdeel van de verordening zal na 3,5 jaar geëvalueerd worden. Voorstel: Overeenkomstig bijgaand ontwerpbesluit over te gaan tot vaststelling van de Huisvestingsverordening Purmerend 2021. Burgemeester en wethouders van Purmerend, de secretaris de burgemeester,
Bijlage(n): 1. Schaarsteonderbouwing huisvestingsverordening Purmerend en Beemster, woonruimteverdeling en Woningvoorraadbeheer’
blz. 5 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
De raad van de gemeente Purmerend, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 september, nr 1555652; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Huisvestingswet 2014; besluit de volgende verordening vast te stellen:
Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1
Definities
1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Huisvestingswet 2014 en de Algemene wet bestuursrecht. 2. In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanbodinstrument: een aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.4.4, eerste lid, waarop door corporaties woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1 te huur wordt aangeboden;
Basisadministratie: de basisadministratie bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; Bindingscriterium: bindingscriterium op grond van artikel 2.7.2 gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een huisvestingsvergunning;
Binnenstad: het gehele plangebied van het bestemmingsplan Binnenstad 2010, bestaande uit de
deelgebieden Centrum 1, 2 en 3. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Where en de Beemsterringvaart, aan de westzijde door het Noordhollands Kanaal en aan de zuid- en oostzijde door de singel langs de Nieuwegracht en de Plantsoengracht;
Burgemeester en wethouders: Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend;
Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die door burgemeester en wethouders is aangewezen;
Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer gemeenten van de woningmarktregio;
DAEB-norm: het in artikel 4, eerste lid aanhef en onder a, van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting genoemde bedrag, of, als
Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (kamerstuk dossiernummer 32769) in werking is getreden: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet;
Directe bemiddeling: het rechtstreeks aan een woningzoekende aanbieden van woonruimte zonder dat die woonruimte via het aanbodinstrument te huur is aangeboden;
blz. 6 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; een woongroep;
Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet; Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen, uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte;
Indicatie: een beoordeling van de medische beperkingen van een woningzoekende, afgegeven door
burgemeester en wethouders of een door hen aan te wijzen adviseur en overeenkomstig eventueel door hen vast te stellen wijze, ter voorbereiding van een door hen te nemen beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning;
Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i van de Wet op de huurtoeslag; Instelling voor maatschappelijke opvang: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Liberalisatiegrens: het huurbedrag genoemd in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de huurtoeslag;
Mantelzorg: mantelzorg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel b van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
Ontvangende regiogemeente: de regiogemeente waarnaar een houder van een urgentieverklaring wil verhuizen, als bedoeld in artikel 2.9.4, derde lid;
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat
dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en toilet;
Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het in artikel 2.9.3, eerste lid, bedoelde zoekprofiel; Passendheidscriterium: passendheidscriterium op grond van artikel 2.7.1, tweede lid of vierde lid
gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een huisvestingsvergunning;
Peildatum: de door burgemeester en wethouders vast te stellen datum, bedoeld in artikel 2.9.8, tweede lid;
Rangordecriterium: een rangordecriterium als bedoeld in de artikelen 2.7.3 tot en met 2.7.5; Regiogemeenten: de gemeenten die deel uitmaken van de woningmarktregio; Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;
Standplaats: standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Huisvestingswet 2014;
blz. 7 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
SV-urgentieverklaring: een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in de in artikel 2.9.8, eerste lid aanhef en onder c bedoelde urgentiecategorie;
Urgentieverklaring: de beschikking, verleend door burgemeester en wethouders van een tot de regio
behorende gemeente, waarmee een woningzoekenden in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet wordt ingedeeld;
Vergunninghouders: de vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014; Voorliggende voorziening: een voorziening die gelet op haar aard en doel, wordt geacht voor het oplossen van het huisvestingsprobleem van belanghebbende toereikend en passend te zijn; Wet: de Huisvestingswet 2014; Woning: zelfstandige woonruimte; Woningmarktregio: het gebied waarbinnen de gemeente Purmerend een evenwichtige regionale
verdeling van woonruimten afstemt als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet, in 2020 bestaande uit de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad; Woningtype: de ingevolge het bepaalde in artikel 2.9.3, tweede lid, in het zoekprofiel van een urgentieverklaring op te nemen categorie woonruimte;
Woonpunten: het totaal van punten dat door een woningzoekende wordt opgebouwd, bestaande uit maximaal drie soorten punten: wachtpunten, zoekpunten en situatiepunten;
Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden;
Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan
worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en toilet; Zelfstandige huurwoning: zelfstandige woonruimte, welke verhuurd wordt; Zoekgebied: het zoekgebied als bedoeld in artikel 2.9.3, derde lid en artikel 2.9.4; Zoekprofiel: het zoekprofiel als bedoeld in artikel 2.9.3, eerste lid;
Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte AFDELING I WOONRUIMTEVERDELING
Paragraaf 1 Werkingsgebied
blz. 8 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Artikel 2.1.1 Werkingsgebied 1. Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de gemeente Purmerend.
2. In het gebied bedoeld in het eerste lid worden als woonruimten als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet aangewezen alle zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens. 3. In afwijking van het tweede lid is het bepaalde in deze afdeling niet van toepassing op: a. onzelfstandige woonruimte en woonruimte gebruikt voor inwoning; b. aanleunwoningen en rolstoelwoningen; c. woonschepen;
d. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet;
e. tijdelijke woningen die naar hun aard tijdelijk en verplaatsbaar zijn en daarom niet tot de permanente woningvoorraad behoren.
Artikel 2.1.2 Reikwijdte vergunningplicht 1. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1.1 voor bewoning in gebruik te nemen zonder huisvestingsvergunning.
2. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1.1 voor bewoning in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning.
Paragraaf 2 Toelating tot het aangewezen deel van de woningmarkt Artikel 2.2.1 Toelatingscriteria Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. tenminste één van de leden van het huishouden van de woningzoekende is niet minderjarig als bedoeld in artikel 1:233 van het Burgerlijk Wetboek;
b. de leden van het huishouden van de woningzoekende bezitten de Nederlandse nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of zijn vreemdeling en
verblijven rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, a t/m e en l van de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 2.2.2 Aanvullend toelatingscriterium particuliere huurvoorraad 1. In aanvulling op de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 geldt om toegelaten te worden tot de woonruimten waarop het bepaalde in paragraaf 3 van toepassing is de volgende voorwaarde: het inkomen van het huishouden bedraagt maximaal € 44.655 (prijspeil 2021).
2. De bedragen in het eerste lid worden jaarlijks aangepast conform artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Artikel 2.2.3 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden
1. Op een aanvraag om een huisvestingsvergunning beslissen Burgemeester en wethouders. 2. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken:
a. meest recente inkomensgegevens van de woningzoekende, verstrekt door diens werkgever,
uitkeringsinstantie of pensioeninstantie dan wel de meest recente aanslag inkomstenbelasting of een accountantsverklaring indien aanvrager zelfstandig werkzaam is;
b. een uittreksel uit de basisadministratie van de woonplaats van aanvrager; en,
c. een kopie van een geldig verblijfsdocument indien de woningzoekende en de overige leden van het huishouden waarop de aanvraag betrekking heeft niet de Nederlandse nationaliteit bezitten.
3. De aanvrager kan gevraagd worden een geldig identiteitsbewijs van alle leden van het huishouden waarop de aanvraag betrekking heeft, te tonen.
blz. 9 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 4. Indien aanvrager een huisvestingsvergunning aanvraagt voor woonruimte als bedoeld in artikel 2.7.1, tweede lid, eerste kolom, derde rij, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een indicatie op basis waarvan beoordeeld kan worden of de specifieke eigenschappen van de woonruimte
tegemoetkomen aan de geïndiceerde medische beperkingen van één of meerdere leden van het huishouden.
5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen.
Artikel 2.2.4 Beslistermijn
1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na datum van indiening op de aanvraag voor een huisvestingsvergunning.
2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn eenmalig te verlengen met vier weken.
Artikel 2.2.5 Gegevens op vergunning
1. De beschikking op de aanvraag bevat tenminste: a. de persoonsgegevens van de aanvrager;
b. de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken; c. het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft;
d. het voorschrift houdende dat binnen vier weken na verlening van de vergunning de woonruimte in gebruik wordt genomen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tevens opnemen dat de vergunning slechts geldig is indien het gehele huishouden waarvoor de vergunning is verleend, de woonruimte betrekt.
Paragraaf 3 Vergunningverlening particuliere huurvoorraad Artikel 2.3.1 Reikwijdte paragraaf 3
Het bepaalde in deze paragraaf is niet van toepassing op ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie.
Artikel 2.3.2 Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders weigeren de huisvestingsvergunning indien:
a. het huishouden niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 en artikel 2.2.2; b. het huishouden al in het bezit is van een geldige huisvestingsvergunning;
c. het huishouden op grond van artikel 2.3.3 niet voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of,
d. niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte in gebruik zal nemen.
2. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien geen van de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden zich voordoen.
Artikel 2.3.3 Bezettingsnormen
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt overeenkomstig het bepaalde in Bijlage 1 voorrang verleend.
Artikel 2.3.4 Intrekken vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a. het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;
b. de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
blz. 10 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Paragraaf 4 Toewijzing en vergunningverlening corporatiewoningen Artikel 2.4.1 Reikwijdte paragraaf 4
Het bepaalde in deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie.
Artikel 2.4.2 Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders weigeren de huisvestingsvergunning indien:
a. het huishouden niet voldoet aan de toelatingscriteria genoemd in artikel 2.2.1;
b. het huishouden op grond van het bepaalde in paragraaf 2.7 niet voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt;
c. het niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte in gebruik zal nemen; of,
d. de corporatie, gelet op haar taak als toegelaten instelling of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige huurders en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager heeft kunnen weigeren.
2. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien geen van de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden zich voordoen.
Artikel 2.4.3 Intrekken vergunning
1. Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a. het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn in
gebruik heeft genomen of na ingebruikneming gedurende een half jaar of langer niet wordt bewoond; of
b. de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
2. Als Burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verlenen ten behoeve van een
huishouden dat al over een huisvestingsvergunning beschikt, wordt de eerdere huisvestingsvergunning gelijktijdig ingetrokken.
Artikel 2.4.4 Aanbieden van woonruimte
1. Corporaties bieden hun voor verhuur beschikbare woonruimten eenduidig en transparant te huur aan via een aanbodinstrument of via meerdere aanbodinstrumenten.
2. Bij het aanbieden van woonruimte wordt vermeld aan welke eisen de woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op directe bemiddeling.
Artikel 2.4.5 Woningzoekenden en inschrijving
1. Personen van 18 jaar en ouder kunnen zich als woningzoekenden inschrijven via een of meerdere aanbodinstrumenten in de woningmarktregio. De inschrijving in een in de regio gebruikt aanbodinstrument geldt als inschrijving in elk in de regio gebruikt aanbodinstrument.
2. De inschrijving eindigt nadat een woningzoekende als huurder woonruimte aangewezen in artikel 2.1.1 in gebruik heeft genomen, waarbij alle aan de inschrijving verbonden woonpunten vervallen. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid eindigt een inschrijving niet, en blijven de opgebouwde woonpunten behouden:
a. indien een jongere een woonruimte in gebruik heeft genomen met een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 274c van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. indien een huurder na 1 juli 2016 een woonruimte in gebruik heeft genomen met een
huurovereenkomst als bedoeld in artikel 271, eerste lid, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid eindigt de inschrijving niet nadat een
woningzoekende als huurder woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, in gebruik heeft genomen, voor
blz. 11 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 zover die woonruimte geen eigendom is van een corporatie en niet via een aanbodinstrument te huur is aangeboden.
5. Na beëindiging van een inschrijving als bedoeld in het tweede lid kan een woningzoekende zich opnieuw inschrijven in een in de regio gebruikt aanbodinstrument.
Artikel 2.4.5a Extra inschrijfduur voor aangewezen categorieën woningzoekenden met een tijdelijk huurcontract
1. Burgemeester en wethouders kunnen aan een of meer van de van de in het tweede lid genoemde
categorieën woningzoekenden die een tijdelijk huurcontract hebben, extra woonpunten toekennen. De extra toegekende woonpunten kunnen alleen worden ingezet in Purmerend. 2. Het betreft de volgende categorieën woningzoekenden:
a. huurders die voor hun werk of studie tijdelijk in een gemeente werken of studeren;
b. huurders die in verband met renovatie of sloop tijdelijk andere woonruimte moeten betrekken;
c. huurders die afkomstig zijn uit maatschappelijke opvang of huurders in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte;
d. huurders met wie de toegelaten instelling een tijdelijke huurovereenkomst aangaat gecombineerd met begeleiding: en,
e. vergunninghouders.
Artikel 2.4.6 Voorwaarden aan inschrijving via het aanbodinstrument
Door of namens de corporatie die verantwoordelijk is voor een aanbodinstrument kunnen voorwaarden aan de in het eerste lid bedoelde inschrijving worden verbonden. De voorwaarden zijn openbaar en te raadplegen via de website van het aanbodinstrument.
Artikel 2.4.7 Toewijzing woonruimte op basis van punten
1. Vanaf de datum van inschrijving bij een eerste aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.4.5 bouwt
een woningzoekende woonpunten op die relevant zijn voor de volgorde van toewijzing van woonruimte. 2. Woonpunten worden opgebouwd in de volgende categorieën:
type punt en opbouw
voorwaarden voor opbouw punten en inzet punten
Wachtpunten: opbouw één punt per jaar,
Woningzoekende heeft een geldige
bij deel van een jaar naar rato berekend. Er geldt geen
inschrijving bij een aanbodinstrument.
maximum aantal punten. Zoekpunten: opbouw één punt
Woningzoekende reageert in een
van dertig punten. Een woningzoekende
een conform artikel 2.8.1. passende woon-
per kalendermaand met een maximum kan punten opbouwen en verliezen.
kalendermaand tenminste vier keer op ruimte.
Situatiepunten: opbouw één punt per
Woningzoekende heeft een geldige
toekenning verklaring, met een
Situatiepunten kunnen worden ingezet bij
verstreken maand vanaf de datum maximum van twaalf punten. Situatiepunten zijn
verklaring ‘opbouw situatiepunten’.
50% van de jaarlijks aangeboden woonruimten.
maximaal drie jaar geldig, tenzij verlenging is toegekend.
Situatiepunten voor jongeren: opbouw
Woningzoekende heeft een geldige
de datum toekenning verklaring,
jongeren’.
één punt per verstreken maand vanaf
met een maximum van twaalf punten.
verklaring ‘opbouw situatiepunten voor Situatiepunten voor jongeren kunnen worden
blz. 12 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Situatiepunten zijn maximaal drie jaar
geldig, tenzij verlenging is toegekend.
ingezet bij 50% van de jaarlijks aangeboden woonruimten.
Artikel 2.4.8 Opbouw en afname van zoekpunten
1. Zoekpunten worden opgebouwd met één punt per kalendermaand indien een woningzoekende in de betreffende kalendermaand ten minste vier keer op een conform artikel 2.8.1 passende woonruimte heeft gereageerd, tot een maximum van dertig zoekpunten.
2. Op opgebouwde zoekpunten komen zoekpunten in mindering als volgt:
a. voor iedere maand waarin een woningzoekende niet reageert op passende woonruimte volgt één punt aftrek;
b. bij weigering van of niet reageren op een uitnodiging voor bezichtiging van een woonruimte waarop een woningzoekende heeft gereageerd volgt één punt aftrek;
c. bij afmelding van een afgesproken bezichtiging vóór het tijdstip van de bezichtiging, volgt één punt aftrek;
d. bij weigering van of niet reageren op een aangeboden woning door een woningzoekende volgt één punt aftrek;
e. bij niet op komen dagen bij een bezichtiging na aanvaarding van een uitnodiging door een woningzoekende trekken burgemeester en wethouders alle zoekpunten in;
f. bij de tweede weigering van een aangeboden woning door een woningzoekende trekken Burgemeester en wethouders alle zoekpunten in.
3. In afwijking van het tweede lid wordt een zoekpuntensaldo niet lager dan nihil.
Artikel 2.4.9.
Nadere regels en hardheid
1. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de toepassing van artikel 2.4.8.
2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin toepassing van artikel 2.4.8 naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken.
Paragraaf 5 Opbouw situatiepunten Artikel 2.5.1 Aanvraag om een verklaring opbouw situatiepunten
1. Een verklaring opbouw situatiepunten wordt aangevraagd bij Burgemeester en wethouders.
2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
aanvraag. Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste vier weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn.
3. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij Burgemeester en wethouders met behulp van een door Burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
Artikel 2.5.2 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten
1. Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een verklaring opbouw situatiepunten indien hij verkeert in een van de volgende situaties:
a. hij woont met zijn huishouden sinds ten minste een jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag, in bij een persoon die rechthebbende is op de woning en die geen deel uitmaakt van het huishouden van woningzoekende;
b. hij verkeert in een situatie van echtscheiding of relatiebreuk en kan niet in de voormalig gezamenlijke woning blijven wonen en kan niet over zelfstandige woonruimte beschikken.
2. De woningzoekende die verkeert in een situatie als bedoeld in het eerste lid onder a. dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de woningzoekende is in de twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken woonachtig geweest in de woningmarktregio;
b. de woningzoekende vormt een huishouden met ten minste één minderjarig kind; en
blz. 13 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 c. de woningzoekende staat ten minste één jaar, voorafgaand aan de datum van aanvraag, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van de persoon bij wie hij inwoont.
3. De woningzoekende die verkeert in een situatie als bedoeld in het eerste lid onder b. dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de woningzoekende is in de twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken woonachtig geweest in de woningmarktregio;
b. de woningzoekende heeft in de drie jaren voorafgaand aan de datum van de aanvraag, ten minste
twee jaar aaneensluitend ingeschreven gestaan in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van de gezamenlijke woning; en
c. de woningzoekende heeft (mede)gezag over en de zorg voor ten minste 1 dag per week voor ten minste één minderjarig kind.
Artikel 2.5.3 Opbouw en intrekking van situatiepunten
1. Situatiepunten worden opgebouwd met één punt per verstreken maand vanaf de eerste van de
kalendermaand volgend op de datum toekenning verklaring opbouw situatiepunten, met een maximum van twaalf situatiepunten.
2. Burgemeester en wethouders trekken opgebouwde situatiepunten in de volgende gevallen in: a. bij niet op komen dagen bij een bezichtiging na aanvaarding van een uitnodiging door een woningzoekende;
b. bij de tweede weigering van een aangeboden woning.
Artikel 2.5.4 Geldigheidsduur en verlenging situatiepunten
1. De verklaring opbouw situatiepunten heeft een geldigheidsduur van drie jaar vanaf de datum waarop deze is afgegeven.
2. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot verlenging van de verklaring situatiepunten
opbouw voor een tweede termijn van drie jaar indien de aanvrager nog steeds aan de criteria voldoet op grond waarvan de verklaring opbouw situatiepunten is verleend.
3. Een aanvraag tot verlenging wordt ingediend voordat de geldigheidstermijn van de verklaring is verstreken maar niet eerder dan twee jaar en zes maanden nadat de verklaring is verleend.
Artikel 2.5.5 Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten
1. Burgemeester en wethouders weigeren de verklaring opbouw situatiepunten indien naar hun oordeel de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.5.2 genoemde eisen.
2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de toepassing van deze paragraaf. .
3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin toepassing van deze paragraaf naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de bepalingen in deze paragraaf.
Paragraaf 6 Opbouw situatiepunten voor jongeren Artikel 2.6.1 Van overeenkomstige toepassingverklaring
Op een aanvraag om een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren zijn de artikelen 2.5.1, 2.5.3 en 2.5.4 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.6.2 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten voor jongeren
Om in aanmerking te komen voor een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de woningzoekende verkeert in een van de volgende situaties: 1. hij is opgenomen in een pleeggezin of gezinshuis; of
2. hij beschikt over een WMO indicatie voor ambulante ondersteuning, met een looptijd van ten minste 2 jaar, waarvan er één is verstreken voor de datum van aanvraag; en
blz. 14 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 b. de woningzoekende is op de datum van aanvraag meerderjarig maar heeft nog niet de leeftijd van vijfendertig jaar bereikt; en
c. de woningzoekende staat ten minste twee jaar, voorafgaand aan de datum van aanvraag,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van de ouder, pleegouder of het gezinshuis; en
d. de woningzoekende is in de twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken woonachtig geweest in de woningmarktregio; en
e. een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren wordt niet verstrekt naast een verklaring opbouw situatiepunten als bedoeld in artikel 2.5.2.
Artikel 2.6.3 Opbouw en intrekking van situatiepunten voor jongeren
1. Situatiepunten voor jongeren kunnen worden opgebouwd tot de datum dat de woningzoekende de leeftijd van vijfendertig jaar bereikt.
2. Burgemeester en wethouders trekken de verklaring situatiepunten en de opgebouwde situatiepunten voor jongeren in als de woningzoekende niet langer voldoet aan de criteria als bedoeld in artikel 2.6.2.
Artikel 2.6.4 Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren
1. Burgemeester en wethouders weigeren de verklaring opbouw situatiepunten indien naar hun oordeel de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.6.2 genoemde eisen.
2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de toepassing van deze paragraaf.
3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin toepassing van deze paragraaf naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de bepalingen in deze paragraaf.
Paragraaf 7 Passendheidscriteria en volgorde bij toewijzing van sociale huurwoningen Artikel 2.7.1 Passendheidscriteria sociale huurwoningen van corporaties
1. Als categorieën woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet worden aangewezen de categorieën woonruimte beschreven in kolom 1 van de in het tweede lid opgenomen tabel.
2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die behoort tot een in kolom 1 genoemde categorie woonruimte wordt voorrang gegeven aan de categorieën woningzoekenden genoemd in kolom 2 achter de desbetreffende categorie woonruimte.
Kolom 1: Categorie woonruimte ( labels )
Kolom 2: Categorie woningzoekenden (voorrangsgroepen)
Woonruimte in het bijzonder
huishoudens waarvan één lid tenminste de leeftijd van 55 jaar of
senioren (55plus)
de eerste zin bepaalde voor de woonruimte in aanmerking komt,
geschikt voor de huisvesting van
ouder heeft bereikt. Indien er geen huishouden dat voldoet aan het in wordt voorrang gegeven aan het huishouden met een lid dat de leeftijd van 55 jaar het dichtst benadert.
Woonruimte in het bijzonder
geschikt voor de huisvesting van jongeren
huishoudens bestaande uit tenminste één persoon, zijnde een jongere
met een leeftijd van tenminste 18 jaar en ten hoogste 27 jaar die geen student is.
Woonruimte in het bijzonder
huishoudens in het bezit van een indicatie waaruit blijkt dat de
personen met medische
medische beperkingen van één of meerdere leden van het huishouden.
geschikt voor de huisvesting van beperkingen
specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan de
blz. 15 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
3. Als categorie woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet wordt voorts aangewezen: woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van grote huishoudens.
4. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning is het bepaalde in Bijlage 1 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.7.2 Bindingscriteria: voorrang bij regionale of lokale binding
1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen wordt voor ten hoogste 50 procent van de in artikel
2.1.1 aangewezen categorieën woonruimte, voorrang gegeven aan huishoudens omdat zij economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio, zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet.
2. Voor ten hoogste de helft van het in het eerste lid genoemde percentage mag bij de verlening van
huisvestingsvergunningen voorrang worden gegeven aan woningzoekenden omdat zij economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan een tot de gemeente behorende kern als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet.
3. Woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan Purmerend als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, krijgen voorrang bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor
woonruimte die voor de eerste maal te huur wordt aangeboden, tenzij dit tot gevolg heeft dat in strijd met het in het eerste of tweede lid van dit artikel bepaalde wordt gehandeld.
Artikel 2.7.3 Algemene volgordebepaling
1. Indien een woonruimte te huur wordt aangeboden via een aanbodinstrument wordt de volgorde
waarin de woningzoekenden die op het aanbod gereageerd hebben en in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning bepaald overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.7.1 en 2.7.2.
2. Voor een huisvestingsvergunning komen achtereenvolgens de volgende groepen woningzoekenden in aanmerking:
a. de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke passendheidscriteria als bedoeld in artikel 2.7.1 en de bindingscriteria als bedoeld in artikel 2.7.2;
b. de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke passendheidscriteria als bedoeld in artikel 2.7.1;
c. de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke bindingscriteria, zo lang het maximum percentage als bedoeld in artikel 2.7.2 niet is bereikt; d. de overige woningzoekenden.
3. Binnen de categorieën als genoemd in het tweede lid komt de woningzoekende met het hoogste aantal woonpunten als eerste in aanmerking voor een huisvestingsvergunning.
Artikel 2.7.4 Bijzondere volgorde voor houders van een SV-urgentieverklaring
1. Van de woningzoekenden die zijn ingedeeld in één van de in artikel 2.7.1 bedoelde groepen, komen als eerste in aanmerking voor een huisvestingsvergunning de houders van een SV-urgentieverklaring als bedoeld in artikel 2.9.8 tweede lid indien de woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel.
2. Indien op grond van het eerste lid meerdere houders van een SV-urgentieverklaring als eerste in aanmerking zouden komen voor een huisvestingsvergunning, komt als eerste in aanmerking het
huishouden waarvan de SV-urgentieverklaring als eerste is verleend of waarvoor voorziening in de behoefte aan woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders het meest dringend noodzakelijk is.
3. In afwijking van artikel 2.7.3. gaan de houders van een SV-urgentieverklaring voor op woningzoekenden die voldoen aan de bindingscriteria als bedoeld in artikel 2.7.2.
blz. 16 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Artikel 2.7.5 Bijzondere volgorde in geval van loting
1. In afwijking van artikel 2.7.3 kan de volgorde waarin woningzoekenden die op het aanbod hebben gereageerd worden bepaald door loting.
2. Bij loting wordt door de corporatie op elektronische of andere geschikte wijze bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in
aanmerking komen. Daarbij heeft elk deelnemende woningzoekende een gelijke kans op elke plek in de totale rangorde.
3. Per kalenderjaar wordt in de gehele regio op ten hoogste 15 % en per gemeente op ten hoogste 20 % van door corporaties te huur aangeboden woonruimten het rangordecriterium loting toegepast.
Artikel 2.7.6 Directe bemiddeling
1. Houders van een urgentieverklaring als bedoeld in paragraaf 9, met uitzondering van houders van een urgentieverklaring wegens stadsvernieuwing als bedoeld in artikel 2.9.8, eerste lid, onderdeel c, krijgen een woning via directe bemiddeling.
2.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de procedure bij directe bemiddeling.
Artikel 2.7.7 Bijzondere gevallen
Op verzoek van corporaties kan bij de huisvesting van huishoudens in bijzondere gevallen die voldoen aan de volgende voorwaarden, direct bemiddeld worden:
a. het betreft de huisvesting van huishoudens wier specifieke situatie vraagt om een oplossing op maat, welke niet kan worden geboden met toepassing van het bepaalde in deze verordening;
b. het aantal huisvestingen op grond van dit artikel bedraagt per regiogemeente per kalenderjaar ten hoogste vijf procent van de met toepassing van het bepaalde in deze verordening te verhuren woonruimte;
c. de huisvestingen op grond van dit artikel worden geregistreerd en jaarlijks gerapporteerd aan
burgemeester en wethouders van de woningmarktregio. Daarbij wordt hen in ieder geval medegedeeld hoeveel gevallen het per regiogemeente betrof.
Paragraaf 8 Experimenten woonruimteverdeling Artikel 2.8.1 Algemeen
1. Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van in gebruik geven van
woonruimte, welke niet in of op grond van deze verordening is geregeld maar wel in een op grond van de wet vast te stellen verordening geregeld zou kunnen worden.
2. De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte.
Artikel 2.8.2 Experimenten met woonruimten van corporaties
1. Corporaties en één of meer regiogemeenten kunnen een experiment organiseren. Zij stellen daartoe de opzet van het experiment vast, welke tenminste het volgende bevat: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b. het toepassingsbereik van het experiment; c. de tijdsduur van het experiment;
d. de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur van het experiment; en e. de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd wordt.
2. Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar en betreft per jaar maximaal tien procent van de in dat jaar toe te wijzen woonruimten van de corporaties die bij het experiment betrokken zijn. 3. Een experiment vangt pas aan nadat burgemeester en wethouders van de woningmarktregio bij meerderheid hebben ingestemd met experiment en opzet. Bij hun beslissing tot goed- dan wel afkeuring van de experimentenovereenkomst nemen zij de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht.
blz. 17 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021
Artikel 2.8.3 Experiment met overige aangewezen woonruimten
1. Andere verhuurders dan corporaties kunnen in samenwerking met één of meer regiogemeenten een experiment organiseren. Het bepaalde in artikel 2.8.2, eerste lid, is hierop van overeenkomstige toepassing.
2. Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar en vangt pas aan nadat burgemeester en
wethouders van de woningmarktregio bij meerderheid hebben ingestemd met experimentenopzet. Bij hun beslissing omtrent goedkeuring nemen zij de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht.
Paragraaf 9 Urgentie Artikel 2.9.1 Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring
Op een aanvraag om een urgentieverklaring beslissen burgemeester en wethouders bij wie de aanvraag ingevolge artikel 2.9.2, eerste lid, aangevraagd moet worden.
Artikel 2.9.2 Aanvraag om een urgentieverklaring 1. Een urgentieverklaring wordt aangevraagd:
a. bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager blijkens diens inschrijving in de basisregistratie zijn woonadres heeft; of,
b. bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager wil gaan wonen, als de aanvrager niet in de regio woont.
2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
aanvraag. Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste vier weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn.
3. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. stukken waaruit blijkt dat de aanvrager als woningzoekende is ingeschreven in een aanbodinstrument;
b. informatie over de aard en de oorsprong van het huisvestingsprobleem dat aan de aanvraag ten grondslag ligt; en
c. informatie over het inkomen en het vermogen van het huishouden van aanvrager.
4. Het bepaalde in het vorige lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een aanvraag die een verzoek om indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.9.6 inhoudt.
Artikel 2.9.3 Inhoud van de urgentieverklaring
1. De urgentieverklaring bevat een zoekprofiel voor woonruimte.
2. Het zoekprofiel bevat het qua ligging, grootte, en aard meest sobere woningtype of de meest sobere woningtypen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk voor het oplossen van het huisvestingsprobleem.
3. Het zoekprofiel bevat voorts het zoekgebied waarvoor de urgentieverklaring geldig is. 4. De urgentieverklaring bevat verder de volgende informatie: a. de naam, het adres en de woonplaats van aanvrager; b. de geboortedatum van aanvrager;
c. het dossiernummer van de aanvraag;
d. de termijn gedurende welke de urgentieverklaring geldig is.
Artikel 2.9.4 Het zoekgebied
1. Het zoekgebied omvat de gemeente van burgemeester en wethouders die de urgentieverklaring hebben verleend.
blz. 18 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 2. Het bepaalde in de volgende leden is uitsluitend van toepassing op een urgentieverklaring waarmee de woningzoekende is ingedeeld in een in artikel 2.9.8 genoemde urgentiecategorie.
3. Indien de houder van de urgentieverklaring wil verhuizen naar een andere regiogemeente dan die waar de urgentieverklaring is afgegeven, kunnen burgemeester en wethouders van de ontvangende regiogemeente:
a. het zoekgebied wijzigen zodat het hun gemeente omvat. Met de wijziging van het zoekgebied komt een eerder in het zoekprofiel opgenomen zoekgebied te vervallen;
b. de in het zoekprofiel opgenomen woningtypen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.9.3, tweede lid, wijzigen naar de in die gemeente geldende bepalingen met betrekking tot woningtype of woningtypen.
4. Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde wijziging van het zoekgebied weigeren indien naar hun oordeel de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte daartoe nopen.
5. Burgemeester en wethouders beslissen binnen een termijn van vier weken op een verzoek om wijziging van het zoekgebied, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2.9.5 Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
1. Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring indien naar hun oordeel sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden:
a. het huishouden van de aanvrager voldoet niet aan de in artikel 2.2.1 genoemde eisen; b. er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem;
c. de aanvrager kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen;
d. het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening;
e. het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van aanvrager of een lid van zijn huishouden;
f. het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem kan niet of in onvoldoende mate opgelost worden met verhuizing naar zelfstandige woonruimte of andere zelfstandige woonruimte; g. de aanvraag is ingediend binnen twee jaar nadat een eerder aan aanvrager of een lid van zijn
huishouden verleende urgentieverklaring is ingetrokken met toepassing van artikel 2.4.3, eerste lid, aanhef en onder a en d;
h. de aanvrager is niet in staat om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien;
i. de aanvrager in de periode direct voorafgaand aan het indienen van de aanvraag blijkens diens
inschrijving in de basisadministratie niet tenminste twee jaar onafgebroken in de gemeente waar de urgentieverklaring wordt aangevraagd woonachtig was; j. het huishoudinkomen de DAEB-norm overschrijdt.
2. Indien de aanvraag betrekking heeft op indeling in een urgentiecategorie bedoeld in artikel 2.9.8, eerste lid, kunnen Burgemeester en wethouders vervolgens het aangevraagde weigeren indien de aanvrager gedurende de in het vorige lid, onder i, bedoelde termijn niet heeft gewoond in een
zelfstandige en 0krachtens een besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening voor permanente bewoning bestemde woonruimte.
3. Burgemeester en wethouders weigeren vervolgens het aangevraagde indien de aanvrager niet valt onder één van de in artikel 2.9.6 tot en met 2.9.8 opgenomen urgentiecategorieën.
Artikel 2.9.6 Wettelijke urgentiecategorieën en vergunninghouders
1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.9.5, eerste lid,
aanhef en onder a tot en met h en j genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort:
a. woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in
verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de
blz. 19 van 43
Registratienummer: 1555652 Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de desbetreffende
regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringend noodzakelijk is;
b. woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan woonruimte als gevolg van het verlenen of ontvangen van mantelzorg naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanvrager dringend noodzakelijk is.
2. Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een vergunninghouder die, gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling, gehuisvest moet worden door burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de urgentieverklaring wordt aangevraagd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de woningzoekende is niet door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers als bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal orgaan opvang asielzoekers bij een andere gemeente voorgedragen voor huisvesting; en
b. de woningzoekende heeft niet eerder aangeboden woonruimte geweigerd.
Artikel 2.9.7 Urgentiecategorie: uitstroom
1. Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een woningzoekende die moet omzien naar
woonruimte aansluitend op verblijf in een instelling voor maatschappelijke opvang, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling, indien:
a. de aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig was in de regio;
b. geen van de in artikel 2.9.5, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, f, h of j genoemde omstandigheden zich voordoet; en,