Rapport Financiële reserves - Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp
Tekst van het document
Dit is toegestaan en geeft ruimte in de exploitatie, maar het probleem hierbij is dat bestemmingsreserves eindig zijn, terwijl de kosten kunnen doorlopen door herinvesteringen. Dit geldt bijvoorbeeld op het moment dat sporthallen en onderwijslocaties aan renovatie toe zijn. Voor 2023 wordt ruim € 2,9 miljoen aan kapitaallasten gedekt vanuit bestemmingsreserves. Deze kapitaallasten zouden - zonder bestemmingsreserves - ten laste zijn gekomen van de exploitatie.
28
Er moet – als er gekozen wordt voor een constructie met bestemmingsreserves voor het dekken van kapitaallasten van tevoren worden nagedacht over het dekken van toekomstige herinvesteringen. Als dat niet gebeurt, creëert de gemeente een luxepositie aan de voorkant door ruimte in de exploitatie te creëren, zonder de langetermijngevolgen voldoende te overwegen. Op een dergelijke manier nadenken, vraagt om een langjarige blik; niet alleen gericht op de komende paar jaar maar veel verder in de toekomst. Uit de interviews komt naar voren dat hier incidenteel al op wordt geanticipeerd. Zo worden de aankomende kapitaallasten van het sociaal cultureel centrum gedekt vanuit een bestemmingsreserve, maar worden de technische installaties gedekt vanuit de exploitatie. In dit geval is dus wel de afweging gemaakt wat er wel en niet wordt gedekt vanuit bestemmingsreserves, maar een afwegingskader hiervoor maakt geen deel uit van de huidige nota. Naast een duidelijke visie op reserves en de blik op de lange termijn, zou een nieuwe nota uitgangspunten moeten bevatten voor zaken als beheer en risicomanagement. Voor het beheer van reserves geldt dat hiervoor in de nota geen uitgangspunten zijn opgenomen. In de praktijk ligt de verantwoordelijkheid voor het beheer bij het afdelingshoofd Bedrijfsvoering.
Goed ingericht beheer van reserves vraagt om solide interne en checks en balances, en om een link met beleid. Uit de interviews blijkt dat die samenwerking met de lijnorganisatie in de praktijk nog niet goed genoeg verloopt. Ook vraagt beheer dat de reserves periodiek tegen het licht worden gehouden: zijn de doelen van de bestemmingsreserves nog actueel? Is een bestemmingsreserve nog noodzakelijk of kan de reserve beter wegvallen? Er is een start gemaakt met het periodiek herijken van reserves, maar dit moet nog verder worden geconsolideerd. Risicomanagement heeft op dit moment een plek in de nota, en de risicobeheersing vindt volgens dit kader plaats. De nota is vooral gericht op de benodigde hoogte van het weerstandsvermogen en het instellen van voorzieningen om grote risico’s te dragen. De nota ‘integraal risicomanagement’ is van toepassing op de benodigde hoogte van het weerstandsvermogen. Risico’s zijn op dit moment voldoende in beeld gebracht in de P&C-stukken. Er wordt hierbij geen doorkijk gegeven naar de ontwikkeling van de risico’s, wat wel een uitgangspunt is in de nota. Hierdoor kan vanuit de doorkijk geen beeld worden geschetst van de benodigde weerstandscapaciteit - en algemene reserve - voor de komende jaren. Vanuit de projectteams worden beheersmaatregelen geformuleerd, al wordt hierover niet gerapporteerd in de P&C-stukken.
De huidige nota bevat beperkt uitgangspunten voor de informatievoorziening omtrent reserves. Er zijn kaders vastgesteld voor de benodigde informatievoorziening bij het instellen van reserves. Tevens zijn de reserves vanuit de BBV een verplicht onderdeel van de begroting en de jaarrekening. Hoewel gerapporteerd wordt over de ontwikkeling van de reserves, heeft de raad aangegeven een informatieachterstand te hebben. Dit maakt het voor raadsleden moeilijk om een afgewogen oordeel te vellen over de inzet van reserves. Deze informatieachterstand zorgt ervoor dat er soms onrealistische verwachtingen zijn over de mogelijkheden van de vorming en inzet van reserves, wat wordt versterkt door het feit dat incidentele financiële meevallers vaak worden gezien als structurele ruimte. Er wordt in de informatievoorziening geen expliciete koppeling gemaakt tussen reserves en gemeentelijke doelstellingen. Daardoor is de raad beperkt in positie om tijdig bestuurlijke afwegingen te maken en adequaat te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. De raad geeft aan behoefte te hebben aan een meerjarig financieel overzicht waarin duidelijk wordt weergegeven hoe de reserves zich in de toekomst zullen ontwikkelen, inclusief de structurele lasten en investeringen die op termijn gedekt moeten worden.
Hoewel de cijfers over de reserves beschikbaar zijn, geven raadsleden aan dat deze informatie niet zodanig gepresenteerd wordt, dat op basis daarvan beslissingen kunnen worden genomen. Ambtelijk werd aangegeven dat dit overzicht voor bestemmingsreserves met afschrijvingslasten op dit detailniveau niet goed te presenteren is in de P&C-stukken. In het kader van dit onderzoek zijn de einddata van de bestemmingsreserves wel aangegeven, ook voor de bestemmingsreserves voor afschrijvingslasten (zie bijlage II). Dit geeft nog geen zicht op de wijze waarop de reserve gedurende de looptijd wordt gefinancierd. Is de reserve hier hoog genoeg voor? Is de algemene reserve op termijn voldoende om eventuele bijstortingen te kunnen doen? Bij nieuwe investeringen – herijking initiële investering – wordt
29
een onttrekking gedaan aan de algemene reserve zodat de afschrijvingslasten gedekt kunnen worden uit de bestemmingsreserve. Dat vraagt echter wel een overzicht van de benodigde reserves per jaar. Op het moment dat de algemene reserve niet toereikend is om de afschrijvingslasten meerjarig te dekken, dienen de afschrijvingslasten namelijk alsnog te worden gedekt uit de structurele exploitatie. Het college heeft begin 2024 de raad meegenomen in de financiën, waaronder de reserves. Echter, er is nog steeds te zien dat er regelmatig amendementen worden ingediend om nieuwe bestemmingsreserves te vormen, zonder dat dit goed wordt ingebed. Dit gebeurt ook buiten de reguliere P&C-cyclus om en zonder dat de financiële gevolgen van dergelijke besluiten inzichtelijk zijn. Mede naar aanleiding van het voorgaande is de constatering dat de “sense of urgency” bij raad en college in brede zin nog ontbreekt. Dit wordt in stand gehouden door de goede financiële positie op korte termijn, voortvloeiend uit de Eneco-gelden. Deze incidentele middelen creëren een gevoel van financiële stabiliteit, waardoor de noodzaak tot een structurele oplossing te weinig wordt gevoeld.
2.4 Toetsing aan het normenkader Groen Oranje Rood
Aan de norm is geheel of grotendeels voldaan. Aan de norm is gedeeltelijk voldaan. Aan de norm is niet of nauwelijks voldaan.
Aspect
Norm
Kaderstelling
De raad heeft duidelijke kaders vastgesteld voor de inzet van reserves met betrekking tot de vorming, het beheer, de voedingen, de bestedingen, de risicobeheersing en de wijze waarop de raad over de reserves wordt geïnformeerd. Het kader is in overeenstemming met het BBV (de landelijke regels voor de begroting en jaarrekening van gemeenten).
Instelling van reserves
De instelling van reserves vindt conform het vastgestelde kader plaats. De raad heeft een bewuste keuze gemaakt voor het instrument reserve.
Beheer van reserves
Voeding en besteding
5. 6. 7. 8.
Het beheer van de reserves vindt conform het vastgestelde kader plaats. Het beheer van de reserves is eenduidig en consistent belegd. Daarbij is inzichtelijk hoe er toezicht wordt gehouden op de ontwikkeling en de benutting van de reserves. Reserves worden periodiek geëvalueerd.
9.
De voeding van en besteding vanuit de reserves vinden conform het vastgestelde kader plaats.
10. De bestedingen passen binnen de vastgestelde doelstellingen van de reserves. Risicobeheersing
11. De risicobeheersing vindt conform het vastgestelde kader plaats. 12. De risico’s die van belang zijn voor de reserves, zijn meerjarig in beeld gebracht waarbij de aard en de omvang voldoende duidelijk zijn. 13. Er zijn herleidbare maatregelen getroffen om de risico’s te beheersen.
Informatievoorziening raad
14. De raad wordt conform het vastgestelde kader geïnformeerd. 15. De P&C-stukken geven de raad op transparante wijze de meerjarenontwikkeling van de reserves aan, zodat de raad in staat is trends te duiden en zo nodig tijdig bestuurlijke afwegingen te maken om bij te sturen en/of te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen.
30
Kaderstelling De huidige nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 bevat geen duidelijke visie vanuit de gemeente over de doelen van reserves. Daarnaast bevat de nota geen kaders voor het beheer van reserves. Daarmee wordt aan norm 1 niet voldaan. De nota is in overeenstemming met het BBV. Daarmee wordt aan norm 2 wel voldaan. Instelling van reserves Bij de instelling van reserves wordt het specifieke doel van de in te stellen reserve beperkt toegelicht. Ook wordt geen informatie benoemd met betrekking tot het bestedingsplan, de voeding, de maximale hoogte en maximale looptijd. Daarmee wordt aan norm 3 niet voldaan. Er wordt door de raad expliciet besloten over elke in te stellen bestemmingsreserve. De raad heeft echter geen overzicht van/inzicht in wat daarbij de meerjarige effecten zijn. Daarmee wordt aan norm 4 deels voldaan. Beheer van reserves De nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 bevat geen kaders voor het beheer van de reserves. Daarom krijgt norm 5 geen kleurtoetsing. In de praktijk zien we wel dat het beheer van reserves is belegd bij het afdelingshoofd Bedrijfsvoering. Daardoor wordt aan norm 6 deels voldaan. Er mist voor het beheer van reserves een koppeling naar beleid. Er kan daardoor beperkt toezicht worden gehouden op de ontwikkeling en de benutting van reserves. Aan norm 7 wordt daardoor deels voldaan.
Er vindt geen structurele evaluatie plaats van de afzonderlijke reserves. Aan norm 8 wordt niet voldaan. Voeding en besteding De reserves hebben in de praktijk zelden een bestedingsplan. Het is daarmee beperkt inzichtelijk gemaakt aan de voorkant hoe de reserve dient te worden gevoed en besteed, en hoe dat past in de doelen van de reserve. Wel is in de informatievoorziening te zien dat over de besteding wordt gerapporteerd. Daarmee wordt aan norm 9 en norm 10 gedeeltelijk voldaan. Risicobeheersing Risicobeheersing vindt grotendeels plaats conform de nota. Er wordt echter geen doorkijk gegeven naar de ontwikkeling van de risico’s, wat wel een uitgangspunt is in de nota. Daardoor wordt aan norm 11 deels voldaan. Door de beperkte doorkijk kan geen meerjarig beeld worden geschetst van de benodigde weerstandscapaciteit en de algemene reserve. Daardoor wordt aan norm 12 deels voldaan. De P&C-stukken vermelden dat er vanuit de projectteams beheersmaatregelen worden geformuleerd, maar de P&C-stukken maken niet inzichtelijk wat deze beheersmaatregelen zijn en hoe daar uitvoering aan wordt gegeven. Daarmee wordt aan norm 13 deels voldaan. Informatievoorziening raad Raadsleden worden conform de nota via de P&C-stukken geïnformeerd over de reserves. Daarmee wordt aan norm 14 voldaan.
Raadsleden geven aan dat de huidige informatievoorziening hen beperkt in staat stelt tijdig afwegingen te kunnen maken en adequaat te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. De gemeenteraad geeft daarnaast aan behoefte te hebben aan een meerjarig financieel overzicht waarin duidelijk wordt weergegeven hoe de reserves zich in de toekomst zullen ontwikkelen, wat op dit moment niet aan de raad beschikbaar is gesteld. Daarmee wordt aan norm 15 deels voldaan.
31
3. Eneco-gelden 3.1 Achtergrond Eneco is in de jaren ’90 voortgekomen uit een fusie van de gemeentelijke energiebedrijven van Den Haag, Dordrecht en Rotterdam. In de jaren daarna zijn er fusies geweest met andere regionale energiebedrijven. Met deze fusies zijn - toentertijd - 53 gemeenten aandeelhouder geworden van Eneco, waaronder de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Vanaf 2017 geven meerdere aandeelhouders aan hun aandelen in Eneco te willen verkopen. In oktober 2017 besluit ook de raad van Pijnacker-Nootdorp dat het aandelenbelang (2,089%) wordt afgebouwd. In lijn met de besluiten van aandeelhouders tot het afbouwen van de belangen, is het traject gestart om uitvoering te geven aan een verkoop van Eneco. De privatisering van het bedrijf heeft uiteindelijk plaatsgevonden via een zogenaamde controlled auction. Bij een dergelijke veiling vinden biedingen plaats in meerdere rondes. Aan het einde van dit proces heeft een consortium van Mitsubishi en Chubu Electric Power het beste bod uitgebracht. Iedere verkopende aandeelhouder diende vervolgens te besluiten over het wel of niet verkopen van zijn aandelen aan het consortium. Op 23 januari 2020 heeft de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp besloten tot de verkoop van het aandelenbelang van de gemeente aan het consortium. De verkoop heeft geresulteerd in een bedrag van ruim € 86 miljoen.
Het jaarlijkse dividend van circa € 1,4 miljoen is met de verkoop vervallen.
3.2 Kaders, uitvoering en informatievoorziening 3.2.1 Kaders Verkoop van aandelen Voorafgaand aan de verkoop van de aandelen is bij het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 besloten om de opbrengsten toe te voegen aan de algemene reserve. Bij de kadernota 2020 - vastgesteld in mei 2020 - zijn de opbrengsten toegevoegd aan de algemene reserve. Zowel het raadsbesluit, waarin is ingestemd met de verkoop, als de kadernota 2020 geeft de raad nog geen kaders mee voor de besteding van de opbrengst van de Enecogelden. Dotatie opbrengsten: investerings- en financieringsplan In december 2020 is vervolgens besloten om de algemene reserve in te gaan zetten voor het financieren van langjarige investeringen. Dit gebeurt via bestemmingsreserves. Door kapitaallasten - die ontstaan als gevolg van investeringen te financieren met bestemmingsreserves, komt er ruimte vrij binnen de structurele exploitatie. Tevens ontstaat hiermee een positievere netto schuldquote. Na het besluit van de raad in december 2020 is een investerings- en financieringsplan opgesteld. In het investerings- en financieringsplan is een aantal kaders opgenomen over de inzet van reserves voor investeringen. Algemene reserve In de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement is besloten dat het weerstandsvermogen ten minste van voldoende niveau moet zijn. Dat betekent een ratio in de bandbreedte 1.0 tot 1.4.
In het investerings- en financierings-
32
plan is opgenomen dat wordt gericht op een miniumniveau van 2.0, om daarmee een financieel gezonde uitgangspositie te behouden. Vervolgens is op basis van het te hanteren weerstandsvermogen (ratio 2.0), de geïnventariseerde risico’s, geprognosticeerde verwachtingen van grondexploitaties en een verwachte indexatie van investeringen in onderwijshuisvesting bepaald welk bedrag van de algemene reserve maximaal kan worden ingezet voor investeringen. Dit leidt tot de volgende tabel.
Tabel 5. Berekening maximale inzet algemene reserve, investerings- en financieringsplan 2020-2025.
Een deel van de beschikbare algemene reserve wordt ingezet voor het instellen van bestemmingsreserves, specifiek bestemmingsreserves voor het dekken van kapitaallasten. Kapitaallasten die anders zouden drukken op de structurele exploitatie. Het dekken van kapitaallasten met bestemmingsreserves zorgt voor ruimte in de exploitatie. In totaal wordt een bedrag van ruim € 44 miljoen ingezet, waardoor er structureel ruim € 1,6 miljoen vrijkomt in de exploitatie. Zie hiervoor ook onderstaande tabel.
Tabel 6. Vrijval in de exploitatie 2021-2025
Na instelling van de bestemmingsreserves blijft er ruim € 17 miljoen in het vrij besteedbare deel van de algemene reserve over. Aflossing schulden Tevens wordt vanuit de begroting 2021 voor de periode tot en met 2025 ingezet op het aflossen van langlopende schulden, waardoor de schuldenlast van de gemeente vermindert. Hiervoor wordt voor deze periode ruim € 62 miljoen afgelost. Daarmee blijft voor nieuwe investeringen een liquiditeit over van € 40 miljoen.
3.2.2 Besteding Zoals in de vorige paragraaf aangegeven, is met de ingestelde bestemmingsreserves voor kapitaallasten ruim € 1,6 miljoen structurele exploitatieruimte vrijgespeeld. De raad heeft bij het vaststellen van het investerings- en financieringsplan besloten de gerealiseerde ruimte in de begroting op te nemen als een separate stelpost. De raad wil
33
hierbij bij de kadernota en de begroting besluiten over de inzet van de stelpost. Niet-ingezette middelen uit de stelpost worden vervolgens bij de jaarrekening toegevoegd aan de algemene reserve. De stelpost is zodanig vanaf de kadernota 2022 opgenomen. Gedurende 2021 en 2022 is de stelpost Eneco-gelden niet aangewend. Het volledige bedrag is bij de jaarrekening 2022 toegevoegd aan de algemene reserve. De stelpost Eneco-gelden is in de begroting voor 2023 voor het eerst aangewend. Voor het participatiebeleid is structureel € 250.000 vrijgemaakt.20 Bij de najaarsnota 2023 zijn vervolgens bedragen aangewend voor het integraal veiligheidsplan, de verduurzaming van woningen en de inrichting van de Oude Polder. Het overgebleven bedrag is bij de najaarsnota toegevoegd aan de reserve. 21 Dat is eerder dan bij de jaarrekening, zoals in het investerings- en financieringsplan besloten. Sinds de kadernota 2025 is de verwachte besteding van de Eneco-stelpost als volgt.
Tabel 7. Begrote besteding stelpost Enecogelden, kadernota 2025.
Zoals in de tabel te zien is, is de stelpost Eneco-gelden voor de komende periode voorlopig ingevuld. Vrijwel alle budgetten zijn voor een meerjarige periode. Twee van de voorgestelde inzetten zijn meer incidenteel van aard: de inrichting van groengebied Oude Polder en de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen (beide alleen 2024).
20 Begroting 2023. 21 Najaarsnota 2023.
34
3.2.3 Informatievoorziening De raad krijgt via de verschillende P&C-stukken informatie over de besteding en de invulling van de stelpost Enecogelden. De raad heeft bij de vaststelling van het investerings- en financieringsplan besloten de stelpost separaat op te nemen in de P&C-stukken. Dit maakt dat de besteding hiervan door de raad, door de jaren heen kan worden gevolgd. Gedurende het jaar krijgt de raad ook informatie over de stelpost Eneco-gelden via raadsbesluiten voor de diverse projecten die vanuit de stelpost worden gedekt. De financieringsparagraaf is ook onderdeel van de raadsvoorstellen die bij deze besluiten horen. Zo is bij de vaststelling van bijvoorbeeld het integraal veiligheidsplan of het handhavingsuitvoeringsplan besloten de kosten te dekken vanuit de stelpost.22 Hierbij wordt geen structureel overzicht geboden van de overgebleven hoogte van de stelpost Eneco-gelden, na dekking van de nieuwe projecten. Bij het raadsvoorstel, behorend bij het handhavingsuitvoeringsplan, is dit opgenomen.23 Bij het raadsvoorstel voor het integraal veiligheidsplan of de verbreding van het sport- en cultuurfonds wordt hier geen inzicht in gegeven.24
3.3 Analyse De Eneco-gelden hebben de gemeente Pijnacker-Nootdorp een bedrag van ruim € 85 miljoen opgeleverd. Vanuit de wens voor meer structurele ruimte, is besloten om in te zetten op een transformatie van incidentele middelen (de Eneco-opbrengst) naar structurele exploitatieruimte. De transformatie van incidenteel naar structureel heeft twee vormen gekregen: het aflossen van langlopende leningen en het betalen van kapitaallasten met bestemmingsreserves. Het aflossen van langlopende leningen zorgt voor een betere schuldquote en solvabiliteit, en daarmee een gezondere financiële positie. De lasten van langlopende leningen drukken nu minder op de exploitatieruimte. Het dekken van kapitaallasten met bestemmingsreserves zorgt ervoor dat een structurele last gedekt kan worden met incidentele middelen. Daarmee ontstaat ook structurele ruimte. Als gevolg van de genoemde maatregelen is er vanaf de kadernota 2022 ruim € 1,7 miljoen aan structurele exploitatieruimte vrijgespeeld. Deze ruimte is in de P&C-stukken aangeduid als de stelpost Eneco-gelden. De raad heeft met het investerings- en financieringsplan kaders gesteld voor de besteding van de opbrengst uit de verkoop Eneco. Deze kaders zijn vooral gericht op hoe er structurele ruimte wordt gevormd.
De meer strategische vraag - waarmee ga je die structurele ruimte vullen (lees: hoe wordt de stelpost ingevuld) - wordt met deze kaders beperkt beantwoord. Uit de interviews en uit de raadssessie komt naar voren dat er vanuit raad en college beperkt het gesprek is gevoerd over de wijze waarop de stelpost Eneco-gelden wordt ingezet. Doordat er beperkt inhoudelijke kaders zijn vastgesteld over de besteding van de Eneco-stelpost, is te zien dat de besteding zowel projecten beslaat (zoals inrichting van groengebied Oude Polder) als structureel beleid (zoals het handhavingsuitvoeringsplan). Een gedegen afweging over welke lasten gedekt dienen te worden met de stelpost, is niet herleidbaar terug te vinden. Uit de interviews komt naar voren dat het initiatief voor dekking vanuit de stelpost op dit moment vooral komt vanuit het college. De raad gaat hier veelal in mee. Vanuit de stukken is geen uitgebreide overweging opgenomen waarom een initiatief gedekt wordt vanuit de stelpost, en niet vanuit de reguliere exploitatie. Vanuit de huidige invulling van de stelpost (zie tabel in de vorige paragraaf) is ook geen duidelijke trend te zien in welk soort bestedingen wordt gedekt vanuit de stelpost.
22 Raadsbesluit integraal veiligheidsplan, 29 juni 2023, Raadsbesluit handhavingsuitvoeringsplan BOA’s 2023, 29 januari 2023. 23 Raadsvoorstel handhavingsplan BOA’s 2023, 20 december 2022. 24 Raadsvoorstel integraal veiligheidsplan, 9 mei 2023; Raadsvoorstel verbreding Jeugdfonds Sport en Cultuur, 14 maart 2023.
35
Bij de instelling van de stelpost Eneco-gelden is besloten om de stelpost apart op te nemen in de begroting en de jaarstukken. Hiermee is de ontwikkeling van de stelpost - en wat hieruit gedekt wordt - voor de raad beter navolgbaar dan wanneer deze is geïntegreerd in de programma’s. Echter de denkstap hiervoor - bepalen waar de stelpost voor kan worden ingezet - ontbreekt dus. Voor stelposten dienen daarna - anders dan voor reserves - geen bestedingsplannen opgesteld te worden vanuit het beleid in de kadernota Reserves en Voorzieningen. Uit de raadssessie komt naar voren dat er binnen de raad wel de wens bestaat voor een breder gesprek met het college over de besteding van de Eneco-stelpost. Daarnaast is in de stukken te zien dat de informatievoorziening over projecten die gefinancierd worden uit de stelpost Eneco-gelden, niet standaard een doorkijk bevat voor de hoogte van de stelpost indien de raad instemt met het voorstel. Raadsleden hebben daardoor vanuit het raadsvoorstel beperkt zicht op de impact van nieuwe investeringen of nieuw beleid op de stelpost, en dus beperkt zicht op of er na een besluit nog ruimte is voor aanvullende voorstellen. Een beeld van de financiële consequenties voor de stelpost kan de raad helpen om een meer financieel afgewogen investeringsbesluit te nemen.
Uit de interviews komt naar voren dat de besteding van de stelpost Eneco-gelden past binnen een breder patroon binnen de gemeente, zowel bij raad als college. Er wordt aangegeven dat het urgentiegevoel over de financiële situatie van Pijnacker-Nootdorp richting de toekomst beperkt is door de opbrengst uit de aandelenverkoop. De opbrengst uit de verkoop van de aandelen wordt - zo wordt in interviews aangegeven - gezien als een ‘loterijwinst’, waardoor er beperkt zicht is op de eindigheid van incidentele middelen of bestemmingsreserves. Immers: er is voldoende vermogen, dus waarom zou een investering niet kunnen? Investeringen gaan echter gepaard met herinvesteringen, na de afschrijvingstermijnen. Aan herinvesteringen zijn nieuwe exploitatielasten gekoppeld. Hier is in de bestemmingsreserves nog geen rekening mee gehouden. Vanuit de raadsessie wordt dan ook aangegeven dat incidentele gelden nu in de beeldvorming bijna zijn verworven tot structureel geld. Een dekking van kapitaallasten met bestemmingsreserves vraagt daarom om een goed uitgedacht beeld op de lange termijn. Welke investeringen doen we nu en hoe financieren we deze? Welke investeringen komen er in de toekomst op ons af en hoe financieren we die? Wanneer moeten we ruimte realiseren in de exploitatie voor herinvesteringen? Immers: voor 2023 wordt er ruim € 2,9 miljoen aan kapitaallasten gedekt uit bestemmingsreserves.
Op termijn zal dit gehele bedrag - door herinvesteringen - gedekt moeten gaan worden uit de exploitatie. Uit de interviews komt naar voren dat er van een dergelijk uitgedacht langetermijnbeeld binnen de gemeente nu nog geen sprake is. En dat het vanuit de organisatie lastig is om tot een dergelijk langetermijnbeeld te komen, door tekorten in de capaciteit. De P&C-cyclus geeft nog geen beeld van de doorlooptijd van de kapitaallasten, en daarmee van de termijn waarop er herinvesteringen zullen moeten plaatsvinden. Dit komt o.a. doordat meerdere investeringen met meerdere afschrijvingstermijnen worden gedekt uit één reserve, waardoor geen goed beeld is wanneer de reserve niet meer toereikend is voor het dekken van de kapitaallasten bij herinvesteringen. In het kader van dit onderzoek is een overzicht gepresenteerd van de einddata van de bestemmingsreserves. Hoe de bestemmingsreserves over de jaren heen worden gefinancierd, wordt hieruit nog niet duidelijk. Tegelijkertijd is de exploitatie de komende jaren lastig sluitend te krijgen. De herijking van het Gemeentefonds en de daaruit volgende verwachte tekorten op de exploitatie, kunnen ertoe leiden dat de gemeente moet gaan teren op de nu nog goed gevulde - algemene reserve. Deze reserve is echter ook eindig, en dat maakt dat er goed afgewogen keuzes nodig zijn over waar de algemene reserve voor kan worden ingezet.
Dit kan van invloed zijn op de mogelijkheden voor het aangaan van nieuwe grootschalige investeringen. Een goed afgewogen keuze voor het inzetten van reserves - bestemmingsreserves of de algemene reserve - vraagt dan ook dat de raad een voldoende goed beeld heeft over de financiële positie op de lange termijn. Tevens vraagt dit een
36
voldoende urgentiegevoel bij de raad om goed afgewogen om te gaan met nieuwe grootschalige investeringen met structurele kosten. Dit urgentiegevoel lijkt - zoals ook in de vorige paragrafen beschreven - nog beperkt aanwezig te zijn door twee factoren: 1) de goede financiële positie als gevolg van de Eneco-gelden, en 2) financiële meevallers richting het einde van het jaar, wat een soms te rooskleurig beeld geeft van mogelijkheden voor nieuwe investeringen. Financiële meevallers zijn echter vaak het gevolg van incidentele Rijksmiddelen die gedurende het jaar beschikbaar komen of van activiteiten en investeringen die gebudgetteerd zijn, maar pas later worden uitgevoerd door bijvoorbeeld capaciteitsknelpunten. En niet per se van programma’s die minder gerealiseerde lasten hebben.
37
Bijlage I | Overzicht geïnterviewde personen Ambtelijk Afdelingshoofd Bedrijfsvoering. Concerncontroller. Controller concernstaf. Ambtelijk betrokkenen bij beleid. Beleidsmedewerker(s) betrokken bij case Eneco-gelden. Beleidsmedewerkers betrokken bij case Sociaal Domein. Bestuurlijk Wethouder, verantwoordelijk voor financiën.
38
Bijlage II | Ontwikkeling bestemmingsreserves (2018-2023) Hoogte bestemmingsreserve (bedragen x € 1.000)
Einde reserve/ 2018
2019
2020
2021
2022
2023
afschrijving
Afschrijvingslasten Asfaltering
€0
€ 966
€ 663
€ 360
2026
Afschrijvingslasten Begraafplaats Sint
€0
€ 2.865
€ 2.774
€ 2.683
2056
€0
€ 11.908
€ 12.823
€ 15.163
*2064
€0
€ 1.708
€ 1.645
€ 1.582
2048
Janshof Afschrijvingslasten Casaschool en IKC Pijnacker-Noord Afschrijvingslasten CulturA Dorpsstraat 7 Nootdorp Afschrijvingslasten Cultuur
€0
€ 89
€ 89
€ 89
€ 470
€ 660
2025
Afschrijvingslasten De Groene Wijdte
€ 3.882
€ 3.749
€ 3.615
€ 3.482
€ 3.349
€ 3.345
2051
Afschrijvingslasten FES Oostelijke randweg
€ 5.328
€ 7.040
€ 7.040
€ 6.864
€ 6.688
€ 6.512
2061
Afschrijvingslasten Gemeentelijke
€ 7.109
€ 6.716
€ 6.629
€ 6.215
€ 5.801
€ 5.387
2042
€ 500
€ 525
€ 525
€ 525
€ 525
€ 525
*2040
€0
€ 2.089
€ 2.089
*2076
€ 86
€ 35
€0
€0
€ 27.026
€ 26.294
€ 26.338
*2067
huisvesting Afschrijvingslasten herinrichting Raadhuisplein Afschrijvingslasten Herstructurering Katwijkerlaan Afschrijvingslasten ICT uitvoeringsplan
€ 261
€ 164
Afschrijvingslasten IKC's
Afgesloten in 2022
Afschrijvingslasten ISV Pijnacker-Noord
€ 1.229
€ 1.202
€ 1.174
€ 1.147
€ 1.120
€ 1.093
2063
Afschrijvingslasten Komkommerweg
€ 3.438
€ 3.438
€ 3.438
€ 1.010
€ 985
€ 5.156
*2064
€0
€ 3.635
2069
Afschrijvingslasten metropolitane fietsroute Afschrijvingslasten Modernisering
€ 500
€ 475
€ 437
€ 398
€ 359
€ 310
2032
€0
€ 2.187
€ 2.000
€ 1.905
*2061
€0
€ 1.970
€ 2.023
2044
€0
€ 400
€ 351
2025
gemeentekantoor Afschrijvingslasten Onderbouw kunstgrasvelden Afschrijvingslasten opvanglocaties ontheemden Afschrijvingslasten Oranjepark Afschrijvingslasten Renovatie scholen
€ 358
€ 326
€ 189
€ 164
€ 139
€ 114
2031
Afschrijvingslasten Ruijven Zuid-Polder
€ 625
€ 625
€ 865
€ 447
€ 430
€ 413
2061
Afschrijvingslasten School de Regenboog
€0
€ 111
€ 355
€ 355
€ 5.220
€ 5.507
*2066
Afschrijvingslasten Schoollokaties
€0
€ 10.581
€ 11.358
€ 11.980
€ 11.980
€ 11.722
2064
€0
€ 9.270
€ 9.331
€ 9.705
*2064
€ 8.043
€ 7.784
€ 7.524
€ 10.196
€ 10.073
€ 9.999
*2051
€0
€ 450
€ 305
Voorstel om af te sluiten
Pijnacker-Noord
Ackerswoude en Keijzershof Afschrijvingslasten Sporthallen Afschrijvingslasten Stanislas-college Afschrijvingslasten Transformatiegebieden
jaarrekening 2025 Algemene uitkering oude jaren
€ 503
€ 13
Arbeidsvoorwaardenbeleid
€ 69
€0
€ 13
€0
Afgesloten in 2021 Afgesloten in 2019
39
Hoogte bestemmingsreserve (bedragen x € 1.000) Bedrijfsvoering Beheer Dobbeplas Beheer en Onderhoud Groenzoom
Einde reserve/ 2018
2019
2020
2021
2022
2023
afschrijving
€ 1.711
€ 1.662
€ 1.799
€ 1.945
€ 3.031
€ 3.125
Geen einddatum
€ 354
€ 354
€ 354
€ 354
€ 354
€ 310
Geen einddatum
€ 2.218
€ 2.058
€ 1.922
€0
Afgesloten in 2021
Beschermd Wonen/Beschermd Thuis
€0
€ 338
Civiele kunstwerken
€0
Degeneratiekosten
€0
Energieneutrale gemeente
€ 122
Faciliteiten personeel
€ 451
Geen einddatum
€ 592
€0
Afgesloten in 2023
€ 420
€ 350
Geen einddatum Geen einddatum
€ 548
€ 569
€ 405
€ 2.211
€ 2.078
€0
€ 149
€ 149
€ 149
€ 149
Het voorstel is om deze reserve af te sluiten bij de jaarrekening 2024
Financiële gevolgen corona
€0
€ 1.717
€ 1.923
€ 1.830
€ 200
Wordt afgesloten bij de jaarrekening 2024
FLO Brandweer
€ 889
€0
Er staan stortingen en onttrekkingen begroot met ingang van 2024
Groene Keijzer
€ 285
€ 285
Groot onderhoud en renovaties buitensport
€ 491
€0
Hier past een boom
€ 40
€ 40
€ 40
€0
€ 1.269
€ 1.259
€ 1.259
€ 1.167
€ 1.040
€ 855
Geen einddatum
€0
€ 1.000
€ 1.076
€ 1.189
€ 989
Geen einddatum
€ 547
€ 547
€ 547
€ 547
€ 1.097
Geen einddatum
€0
€ 10.760
€ 8.583
€ 6.710
€ 5.129
2029
€0
€ 717
Er staan onttrekkingen
Huisvesting vluchtelingen en asielopvang Implementatie Omgevingswet Kwaliteitsverbetering Groenzoom
€ 547
Lagere rente langlopende leningen o/g
€ 285
€ 285
€ 285
€ 285
Geen einddatum Afgesloten in 2019
Maatregelen bestaanszekerheid
Afgesloten in 2021
begroot t/m 2027 Openbare verlichting
€ 337
€0
Particuliere initiatieven
€ 62
€ 34
Ruyven Noord (beheer) Sociaal Domein
Afgesloten in 2019 € 27
€0
Afgesloten in 2021
€ 496
€ 437
€ 437
€0
€ 2.909
€ 2.237
€ 2.878
€ 1.058
€ 3.693
€ 4.063
Geen einddatum
€0
€ 319
€ 160
Conform begroting afsluiten in
Tijdelijke huisvesting CBS Schatkaart
Afgesloten in 2021
2024 Tijdelijke huisvesting Jan Jansen Sporthal
€0
€ 338
€ 158
Conform begroting afsluiten in
€ 262
€ 262
€ 262
Geen einddatum
€0
€ 698
Geen einddatum
2024 Verbinding Groenzoom-Balijbos
€0
€ 262
€ 262
Versterking dienstverlening Wonen
€ 23
€0
Totaal
€ 43.598
€ 52.561
Afgesloten in 2019 € 67.342
€
€
€
119.151
130.886
137.958
Ambtelijk is aangegeven dat voor de einddata met een asterisk (*)de bestemmingsreserve gelijk is aan de totale afschrijvingslasten die voorvloeien uit afgeronde investeringen en nieuwe investeringen conform de investeringsplanning.
40
Afbeelding voorkant: Pile of Euro Notes door Images Money beschikbaar onder Creative Commons Attribution (CC BY) 2.0 Generic licence.