Raadsbrief Delft en onderzoek Companen
Tekst van het document
Bestuur Bestuursondersteuning:
tt Gemeente Delft
Bezoekadres: Stationsplein 1 2611 V Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Internet: www.delft.nl Telefoon: 14015
Retouradres : Postbus 76, 2600 ME Delft
Behandeld door: M. Sietsma
De gemeenteraad van Delft
Telefoon: 06 22 55 86 56 E-mail: msietsma@delft.nl
VERZONDEN 1 2 0E. 2019 Datum
Onderwerp
17-12-2019
Onderzoek Companen opgave Langer en Weer Thuis Delft
Ons kenmerk
4125418 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage:
1
Geachte leden van de raad, Bijgaand biedt het college u ter kennisname het "Onderzoek Langer en Weer Thuis Delft" van onderzoeksbureau Companen aan. Het onderzoek is ook aan de Adviesraad Sociaal Domein aangeboden ter advisering. Convenant & Uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis Op 19 december 2018 hebben de Delftse woningcorporaties, aanbieders van zorg en welzijn, het Zorgkantoor DSW en de gemeente Delft het Convenant Langer en Weer Thuis ondertekend. Middels dit Convenant zetten zij zieh gezamenlijk in om Delftenaren zo goed mogelijk langer thuis, of weer thuis te kunnen laten wonen. In aprii 2019 zijn de afspraken van het Convenant uitgewerkt in de "Uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis 2019-2022". De Uitvoeringsagenda heeft als doel om met de samenwerkingspartners voor de genoemde periode richting te geven aan de ambities en inspanningen om het langer en weer thuis wonen van ouderen en kwetsbare doelgroepen mogelijk te maken. Deze inspanningen gelden zowel voor de beschikbaarheid van woningen, als voor de randvoorwaarden die nodig zijn om goed te kunnen wonen. Daaronder vallen ook zaken als preventie, aanpak eenzaamheid, schuldenaanpak en gezondheid. Het huisje uit de Uitvoeringsagenda (hieronder weergegeven) illustreert de fysieke en sociale opgave op Langer en Weer Thuis.
Datum
17-12-2019 Ons kenmerk
4125418
=tsWeer Thuis
~j [ Pro':""'° ple»en
4 ACTIELIJNEN
l=
nee twerk
1. De opgave in beeld 2Voldoende geschikte woningen
Mantetzorg
Heldere
Vangnet in de
Informatie en
wk
communicatie
~ 3. Toewijzing van de voorra :_Jad
Geschkte buitenruimte
Kansen benutten in de nieuwbouw
Preventie - Gezondheid - Samenwerken
Eerste actielijn: de opgave in beeld Om de eerste actielijn uit de Uitvoeringsagenda "de opgave in beeld" uit te voeren hebben de veertien ondertekenaars van het Convenant het onderzoeksbureau Companen benaderd om een kwantitatief onderzoek te doen naar de huisvestingsopgave in Delft. Zij hebben Companen gezamenlijk de opdracht gegeven om voor 2025, 2030 en 2040 inzicht te geven in de vraag naar en het aanbod van passende woningen en benodigde woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorg- of hulpvraag in Delft. De onderzochte doelgroepen zijn: ouderen, mensen met een lichamelijke beperking, mensen met een verstandelijke beperking, mensen in beschermd wonen (BW) of de maatschappelijke opvang (MO) en kwetsbare jongeren. Voor het onderzoek zijn met afgevaardigden van al deze doelgroepen panelsessies georganiseerd. In deze groepsgesprekken is gesproken over woonwensen en verwachtingen voor nu en in de toekomst. De punten die in deze gesprekken naar voren kwamen, zijn door Companen meegenomen in haar advies. Het volgende is in beeld gebracht: • De huisvestingopgave voor de genoemde doelgroepen. • Mogelijke knelpunten en overschotten die in de woningvoorraad ontstaan voor heel Delft en globaal per wijk. • Aanvullende maatregelen die nodig zijn om mensen met toekomstige zorg- of hulpvraag passend te huisvesten.
Totstandkoming rapport Companen heeft met de gegevens over het huidige zorggebruik van de verschillende doelgroepen en de demografische prognose een verwachte vraag voor Delft opgesteld. In werksessies met de zorgaanbieders, het zorgkantoor, de gemeente, de corporaties en cliënten zijn trends en ontwikkelingen in beeld gebracht die van invloed zijn op de lokale vraag naar woonvormen. De gedeelde uitkomsten zijn gebruikt om de prognose nader uit te werken tot scenario's die aansluiten bij de Delftse praktijk.
2/5
Datum
17-12-2019 Ons kenmerk
4125418
Algemene conclusies onderzoek Companen Op grand van het kwantitatieve onderzoek van Companen kan geconcludeerd worden dat Delft een opgave heeft in de huisvesting van kwetsbare doelgroepen nu en in de toekomst. De opgave is complex, maar fysiek (kwantitatief) haalbaar. De uitdaging zit met name in de kwaliteit van de bestaande huisvesting en het geschikt maken van deze woningen voor verschillende doelgroepen. Het matchen van de juiste persoon in de juiste woning is een ander vraagstuk. Hoe verleiden we mensen tot verhuizing naar geschiktere, misschien kleinere en vaak wat duurdere, woningen? Landelijk speelt daarnaast nag het vraagstuk hoe zogenaamde 'tussenvormen' met gemeenschappelijke ruimtes met (zorg)voorzieningen gefinancierd moeten worden.Voorde transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis zijn in Delft daarom beperkte middelen gereserveerd die voor dit soort initiatieven kunnen worden ingezet. Het verdient de aanbeveling om per tijdvak (2025, 2030 en 2040) opgaves met elkaar te concretiseren en te vertalen in concrete afspraken en projecten voor Delft als geheel, maar oak per wijk en soms zelfs op wooncomplexniveau. Bij de uitwerking kan gedacht worden aan maatregelen als het beter geschikt maken van bestaande woningen, doorstroming naar passende woningen en nieuwbouw.
Conclusies ten aanzien van ouderen en mensen met een lichamelijke beperking Voor ouderen en lichamelijk beperkten is in de toekomst vooral meer behoefte aan huisvesting met zorg nabij, intramurale voorzieningen en tussenvormen. De grootste opgave zit in koopsector: daar is een tekort aan 1. 700 woningen in 2040, ruim 5.000 woningen zijn echter geschikt te maken. In de sociale huursector is voldoende aanbod in de reguliere voorraad met lichte aanpassingen nag beter geschikt te maken. Conclusies ten aanzien van de andere doelgroepen • Voor mensen met een verstandelijke beperking is momenteel sprake vaneen klein tekort van 40 woningen. In 2040 groeit dat tekort naar 215 plekken geclusterd wonen en 85 plekken tekort aan gespikkelde woonvormen.' • Op gebied van beschermd wonen is momenteel sprake van een tekort van 20 plekken. In 2031 zou de decentralisatie van beschermd wonen voltooid moeten zijn, waardoor er minder plekken nodig zijn in Delft en meer plekken in de regio beschikbaar moeten kamen. De huidige jaarlijks verwachtte uitstroom vanuit beschermd wonen is 70 personen. In 2040 zal deze uitstroom in Delft, vanwege de toegenomen plekken in de regio, dalen tot 45 personen. • Op gebied van maatschappelijke opvang is een tekort aan 20 plekken short stay. Door de stijgende bevolkingsgroep in Delft zal de behoefte aan maatschappelijke opvang groeien met 10 plekken in 2040.
• Voor kwetsbare jongeren is momenteel een tekort van ongeveer 30 woonplekken. Dit tekort groeit naar 35 woonplekken in 2040.
' Gespikkelde woningen zijn reguliere, niet-geclusterde woningen die liggen in de nabijheid vaneen woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding wordt geboden. Zie onderzoek Companen, p.5. 3/5
Datum
17-12-2019 Ons kenmerk
4125418
Wat gebeurt er nu al? Voor eigenaren van een koopwoningen bieden we de SVN-blijverslening aan. Hiermee kunnen bewoners maatregelen financieren waarmee hun woning geschikt (kan) worden gemaakt om langer thuis te blijven wonen. Om doorstroming op de sociale woningmarkt te stimuleren hebben woningcorporaties in Delft en de gemeente Delft gezamenlijk een seniorenmakelaar aangesteld. Deze is op 1 november ji. gestart. De seniorenmakelaar stimuleert en ondersteunt senioren om tijdig te verhuizen naar een passende(r) woning. Hiermee zergen we ervoor dat ouderen langer zelfstandig thuis prettig kunnen wonen en voorkomen we dat mensen een beroep moeten doen op duurdere geïndiceerde zorg en ondersteuning en eventuele kostbare woningaanpassingen. Het aanbod van een passende woning wordt gedaan door de samenwerkende corporaties. De pilot loopt twee jaar. Na de evaluatie wordt gekeken naar mogelijkheden voor structurele inzet. Naast het aanstellen van een seniorenmakelaar worden er nu en in de toekomst veel nieuwe appartementen in Delft gebouwd die geschikt zijn voor ouderen. In de periode tot 2025 betreft het zo'n 1.250 - 1.500 appartementen op diverse locaties in de stad zeals in Nieuw Delft, random Winkelcentrum De Hoven, Centrum, Kuyperwijk, Vrijenban, Schieoevers en Delft Zuid.
Oak voor de huisvesting van andere specifieke doelgroepen kijken we gezamenlijk met onze partners naar mogelijkheden in de bestaande voorraad en bij nieuwbouwprojecten. Voorde transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis werkt gemeente Delft intensief samen met aanbieders, woningcorporaties en de gemeenten in DWO-regio aan een gezamenlijk Uitvoeringsplan. Tot slot organiseren we dit najaar samen met de TU Delft, architectenbureau lnbo en ontwikkelaar Cepezedprojects de kamst van de tentoonstelling 'Together' over de toekomst van wonen en leven in de stad. Random deze tentoonstelling zullen allerlei inspirerende workshops worden georganiseerd over innovatieve collectieve woonvormen. Voor iedereen, maar zeker voor ouderen en kwetsbare doelgroepen biedt dit veel inspiratie om na te denken hoe je (in tussenvormen) kunt wonen en gezond oud kunt worden. Vervolgstappen Met de convenantpartners gaan we in het eerste kwartaal van 2020 aan de slag om het rapport van Companen te vertalen naar concrete projecten (zowel fysiek als sociaal) die worden opgenomen in onze Uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis. De gemeente stelt een programmamanager aan die werkt vanuit een gezamenlijke opdracht van de veertien partijen.
2
DWO-regio staat voor: Delft, Westland en Oostland en bestaat uit gemeenten Delft, Westeland, Pijnacker-Nootdorp en Midden Delfland. 4/5
Datum
17-12-2019 Ons kenmerk
4125418
Bij gebiedsontwikkeling bespreken we steeds dat er ruimte nodig is voor de doelgroepen die binnen het programma Langer en Weer Thuis vallen. Het rapport van Companen biedt hiervoor een handvat met de concrete aantallen woningen die voor deze doelgroepen nodig zijn, nu en in de toekomst. Ook in het traject van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie is er aandacht voor Langer en Weer Thu is. In het verlengde van de tentoonstelling Together! zoeken we aansluiting met "WHO CARES Community of Practice" en "Centrum Groepswonen Den Haag", zodat ook initiatieven van bewoners een plek kunnen krijgen in het programma. Financiën De kosten die de gemeente Delft in 2020 bijdraagt (€ 40.000) aan het programma Langer en Weer Thuis worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein, aangezien Langer en Weer thuis één van de pijlers in het programma Transformatie Sociaal Domein is. Voor 2021 en verder wordt ingeschat welke middelen nodig zijn voor de uitvoering van het programma. Het voorstel voor financiële dekking wordt betrokken bij de actualisatie van de reserve Sociaal Domein voor 2021 en/of de Kadernota 2021. Het totale bestedingsplan van de reserve Sociaal Domein wordt op basis van de jaarafsluiting 2019 geactualiseerd en de voorstellen voor 2020 worden hierin meegenomen en financieel verwerkt bij de Kaderbrief 2020.
Voortgang De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van het Uitvoeringsprogramma Langer en Weer Thu is Delft. De voortgang met betrekking tot uitwerking van het onderzoek van Companen nemen we daarin mee. Ook nemen wij eventuele relevante opbrengsten van de voortgangsrapportage van het programma "Eén tegen eenzaamheid" in het programma Langer en Weer Thuis. Dit zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2020 zijn. Voorstel afdoening motie Het college stelt voor de motie 8.2.1."Ouderenhuisvesting" met het delen van het onderzoek van Companen als afgedaan te beschouwen.
Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
, burgemeester ir. S.M. Brandligt 1.b. , secretaris
dr.M. Berger, I.s.
/2
--e
>
5/5
Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’ Gemeente Delft
17 september 2019 Eindrapportage
DATUM
17 september 2019
TITEL
Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
ONDERTITEL
Huisvestingsopgave wonen en zorg
OPDRACHTGEVER
Gemeente Delft
AUTEUR(S)
Bas de Ruigh Valentine Reijers Martin Bleijenburg
PROJECTNUMMER
503.108
STATUS
Eindrapportage
Inhoud 1. Inleiding 1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis 1.2 Verantwoording 1.3 Afbakening 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4 5
2. Managementsamenvatting 2.1 Kwantitatieve opgaven 2.2 Kwalitatieve en beleidsopgaven
6 6 8
3. Ouderen & LG 3.1 Wensbeelden 3.2 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg 3.3 Vraag onder lichamelijk beperkten 3.4 Verdiepende analyses 3.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 3.6 Beleidsopgaven ouderen
11 11 13 18 19 28 30
4. Verstandelijk beperkten (VG) 4.1 Woonwensen en woonvormen 4.2 Woonvraag van verstandelijk beperkten 4.3 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 4.4 Beleidsopgaven VG
33 33 35 37 38
5. Beschermd Wonen & MO 5.1 Woonwensen en woonvormen BW & MO 5.2 Vraaganalyses 5.3 Uitstroom uit BW & MO
40 40 41 47
5.4 Huisvestingsopgave 5.5 Beleidsopgaven
50 51
6. Kwetsbare jongeren 6.1 Woonwensen en woonvormen 6.2 De groep kwetsbare jongeren 6.3 Uitstroom 6.4 Huisvestingsopgave 6.5 Beleidsopgaven
53 53 53 55 56 56
7. Uitstroommogelijkheden op de reguliere woningmarkt 7.1 Geschikte corporatiewoningen 7.2 Mutaties 7.3 Druk op de sociale huur 7.4 Beleidsopgave uitstroommogelijkheden
58 58 60 60 61
Bijlage 1: Aanbodoverzicht
62
Bijlage 2: De Doorzonscan
67
Bijlage 3: Afkortingen en begrippen
68
Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg
70
Bijlage 5: Zorggebruik
72
Bijlage 6: Verwerking trends en aannames ouderenzorg & VG
74
Bijlage 7: Toelichting leefstijlen
76
Bijlage 8: Beeldmateriaal uit de WoonZorgwijzer
78
1. Inleiding Ouderen, volwassenen én jongeren met een hulpvraag blijven steeds langer zelfstandig wonen. Vaak is dan ook meer zorg nodig en de juiste voorzieningen in de buurt. Gemeente, woningcorporaties, partners in zorg en welzijn, het zorgkantoor en inwoners willen goed samenwerken om ervoor te zorgen dat Delftenaren mee kunnen doen in de samenleving. Op 19 december jongstleden ondertekenden zij hiervoor het convenant ‘Langer en weer Thuis’. Met de afspraken in het convenant slaan partijen de handen ineen voor een sterke en sociale stad met aandacht voor wonen, zorg en ondersteuning op maat voor wie dat nodig heeft, met voldoende voorzieningen die mensen helpen mee te doen in de Delftse samenleving. Vanuit dit samenwerkingsverband zetten partijen zich onder andere in voor een actueel beeld van de huisvestingsopgave door middel van het onderzoek Langer en Weer Thuis.
1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis Het doel van dit onderzoek is zicht krijgen op de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod van passende (sociale huur-)woningen en andere benodigde woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag/hulpvraag in Delft. Het gaat hierbij zowel over de aantallen als de toegankelijkheid van de woningen/woonvormen. De uitkomsten zijn input voor het op te stellen Uitvoeringsprogramma Langer en Weer Thuis. De hoofdvraag daarbij is: wat is de huisvestingsopgave voor de diverse doelgroepen op wijkniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/ hulpvraag passend te huisvesten?
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
1.2 Verantwoording Op basis van gegevens over het huidig zorggebruik van verschillende doelgroepen en demografische prognoses is een eerste prognose opgesteld van de toekomstige vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg en van de jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die uitstromen uit een zorginstelling. In werksessies met zorgaanbieders, zorgkantoor, gemeente en corporaties zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de lokale vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om de prognoses nader uit te werken tot scenario’s die aansluiten bij de lokale praktijk. Dit onderzoek is uitgevoerd met inzet van zorgaanbieders, gemeente, corporaties en zorgkantoor. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd aan en besproken met een klankbordgroep van betrokken partijen. We kunnen dan ook stellen dat de resultaten breed gedragen worden in het netwerk.
1.3 Afbakening Wij richten ons in dit onderzoek op de specifieke woonbehoefte van mensen met een (toekomstige) zorgvraag. We hebben het daarbij voornamelijk over mensen met een relatief zware zorgvraag die leidt tot een specifieke woonbehoefte. Omtrent de ouderenzorg worden ook mensen met een toekomstige zorgvraag of met een behoefte aan ondersteuning en sociale interactie meegenomen in het onderzoek. Bij het bepalen van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf gaat het veelal om mensen met een indicatie
4
voor Wlz-zorg1. We beschrijven, waar mogelijk op basis van de beschikbare gegevens, ook de vraag van mensen die zorg of ondersteuning vanuit de Wmo en/of Zvw krijgen en een specifieke woonvraag hebben die samenhangt met hun zorgbehoefte.
ramingen gemaakt per ‘doelgroep’. Voor de huisvestingsopgave is het echter van belang ook doelgroepoverstijgend te kijken en aandacht te hebben voor de mogelijkheden die er zijn mensen vanuit verschillende financieringsregimes samen te huisvesten.
De focus ligt in dit onderzoek op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en ondersteuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. Dit onderscheid zegt immers vooral iets over de financiering van de zorg en niet zozeer over de verschijningsvorm van het vastgoed. Wij richten ons op de verschijningsvormen van het wonen: geclusterde woonvormen en regulier wonen. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, maar het is soms ook mogelijk in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen. Andersom komt het bij ouderen voor dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen in een geclusterde woonvorm te gaan wonen (bijvoorbeeld een serviceflat). Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term ‘gespikkeld wonen’. Dit zijn reguliere, niet-geclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding wordt geboden.
1.4 Leeswijzer
Doelgroepen We spreken in dit rapport over ‘doelgroepen’, zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking of jeugdigen. In praktijk blijkt de grens tussen deze doelgroepen niet altijd zo scherp te trekken als deze termen suggereren. Een jongere die wordt opgevangen in een jeugdzorginstelling heeft soms ook een (licht) verstandelijke beperking, een bewoner van een Beschermd Wonen instelling (GGZ) soms ook. Bij het opstellen van prognoses hebben we informatie over de huidige indicaties als uitgangspunt genomen en dus aparte 1
Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen: de verhouding tussen vraag en aanbod van woningen voor verschillende zorgdoelgroepen en een aantal aanbevelingen voor het vervolg. In de volgende hoofdstukken (3 tot en met 7) behandelen we steeds de verwachte vraagontwikkeling van één of twee doelgroepen, om af te sluiten met de mogelijkheden tot uitstroom op de reguliere markt: Hoofdstuk 3. Ouderen & lichamelijk beperkten Hoofdstuk 4. Verstandelijk beperkten Hoofdstuk 5. Beschermd Wonen & maatschappelijke opvang Hoofdstuk 6. Kwetsbare jongeren Hoofdstuk 7. Uitstroommogelijkheden op de reguliere markt In de bijlagen geven we relevante achtergrondinformatie over het huidige aanbod per doelgroep (bijlage 1), de doorzonscan (bijlage 2), gebruikte afkortingen en definities (bijlage 3), de organisatie en bekostiging van de zorg in Nederland inclusief uitleg over de gehanteerde zorgindicaties (bijlage 4) en historische gegevens over het zorggebruik in Delft per doelgroep (bijlage 5). Bijlage 6 bevat een overzicht van de aannames die zijn opgesteld tijdens de werksessies en gebruikt zijn als basis voor de vraagprognoses ouderenzorg. Bijlage 7 geeft een toelichting op de leefstijlen. Tenslotte geeft bijlage 8 een beeld van de spreiding van aandoeningen over Delft.
Wet Langdurige Zorg. Zie bijlage 2 voor een lijst met afkortingen, begrippen en definities. Bijlage 3 biedt een nadere toelichting op de inrichting van het Nederlandse zorgbestel.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
5
2. Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen. Eerst geven we een totaaloverzicht van de kwantitatieve opgaven voor alle doelgroepen. Vervolgens geven we de kwalitatieve en beleidsopgaven per doelgroep.
Figuur 2.1: Huisvestingsopgave gemeente Delft
Ouderen: Woonzorg PG -535
Ouderen: geclusterd wonen 24-uurs zorg Ouderen: zorg nabij -1145
2.1 Kwantitatieve opgaven
-645
-165 -205 -275
-75 -75 -115 -245 -185 -415
Ouderen: zonder zorg
90
-570
Confrontatie vraag en aanbod per doelgroep In de volgende figuur staat het totaaloverzicht van de balans tussen vraag en aanbod voor de te onderscheiden doelgroepen. Hieronder volgt een beknopte toelichting van de huisvestingsopgave per doelgroep en woonvorm. Met name in de ouderenzorg zullen - deels op termijn - tekorten gaan ontstaan voor de meeste woonvormen: • De intramurale capaciteit voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag is momenteel in onbalans met een tekort van 165 plekken. Dit tekort zal eerst licht stijgen tot 205 plekken in 2025 en daarna fors stijgen tot 535 plekken in 2040. • Voor mensen die afhankelijk zijn van 24-uurszorg bij somatische klachten (intramurale capaciteit somatische zorgvraag) bestaat er nu al een tekort van 75 woningen. Dit tekort blijft eerst stabiel met 75 woningen in 2025 en stijgt daarna tot 245 woningen in 2040. • Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen met zorg nabij bestaat er momenteel een tekort van 185 woningen. Wij vermoeden dat deze woningen momenteel bewoond worden door zware zorgvragers die niet terecht kunnen in de verpleeghuizen. Veel van de bestaande
Verstandelijk beperkten: Geclusterd wonen Verstandelijk beperkten: Gespikkeld wonen
GGZB
0 0
-5 -5 -30 -30 -30 -35
Kwetsbare jongeren
2019
20 60 70 0
-5 -5 -10
Maatschappelijke opvang
-1500
0
-20 -40 -85 -20
Beschermd Wonen/GGZ: Scenario 'lokaal wonen'
-1000 2025
-500
0 2030
800
0
-5 -10 -15 -40 -95 -135 -215
Lichamelijk beperkten
440
500
1000
2040
Bron: Woonzorgweter, Companen.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
6
•
•
•
•
complexen zijn daarmee nog te weinig ingericht op mensen met een toenemende zorgvraag. Geleidelijk ontstaat er een tekort (met een versnelling tussen 2030 en 2035) van 1.145 woningen in 2040. Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen zonder zorg bestaat een overschot van 800 woningen. Geleidelijk slaat dit overschot om naar een tekort van 270 woningen in 2035 en 570 woningen in 2040. Deze woonvormen voorzien kwantitatief in de vraag. De woonwensen en zorgbehoefte van bewoners is echter dermate veranderd in de laatste jaren dat veel van de bestaande complexen qua ligging, verschijningsvorm en indeling onvoldoende ingericht zijn op mensen met een toenemende zorgvraag. Daarnaast kan het zijn dat een deel van deze woningen (onbewust) door de regulier wonende oudere worden bezet. De bovenstaande balansen betreffen de totale behoefte aan woonvormen: koop, sociale huur en particuliere huur. Het aanpakken van tekorten is dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid. Voor nieuwbouw zijn ontwikkelaars goede partners. Zij geven daarmee de corporaties ruimte om aan de slag te gaan met het transformeren van huidig bezit richting kwalitatief gewenste woonvormen. Een nadere uitsplitsing voor tekorten binnen de sociale huur staat in paragraaf 3.5.
Het verdient aanbeveling dat zorgaanbieders en vastgoedeigenaren nagaan welke gebouwen eenvoudig kunnen worden ingezet en/of getransformeerd om te voorzien in de behoefte voor mensen die afhankelijk zijn van wonen met zorg nabij of 24-uurszorg. De vraag naar woonvoorzieningen voor mensen met een lichamelijke beperking zal in de komende jaren toenemen met circa 15 woningen. Het lijkt daarom nodig voor deze doelgroep aanbod toe te voegen aan de voorraad, hetgeen bij voorkeur in samenhang met de huisvestingsopgave voor ouderen kan worden opgepakt.
in 2040 zijn er 3.650 65+-huishoudens (circa 17.650) minder dan het huidige aantal geschikte woningen (circa 21.300) in de gemeente. Dit hoeft echter niet te betekenen dat elke ouderen geschikt kan en zal wonen: • De grootste opgave ligt daarbij in de koopsector. Hier ontstaat een tekort van 1.700 woningen in 2040. Ruim 5.000 woningen zijn met woningaanpassingen wél geschikt te krijgen. • De sociale huursector heeft met ruim 14.200 woningen genoeg geschikte woningen in bezit. In het kader van geschiktheid ligt er daarmee geen grote transformatie- of nieuwbouwopgave weggelegd voor de corporaties. Het kan wel zijn dat woningen een lichte aanpassing vereisen, zoals het verwijderen van drempels. • In Tanthof-West (20% geschikt versus 24% 65+) en Tanthof-Oost (25% geschikt versus 30% 65+) ligt het aanbod geschikte woningen lager dan het aandeel 65+-ers in 2040. In Tanthof ligt een transformatieopgave. De wijken Hof van Delft en Vrijenban vormen een aandachtspunt, zowel voor het particuliere als sociale bezit. Voor de meeste andere sectoren verwachten wij eveneens ontwikkelingen in de vraag. Afhankelijk van de scenario’s en doelgroep zullen hier tekorten of overschotten gaan ontstaan: • We zien een tekort van 40 plekken aan geclusterd wonen voor VG. Dit tekort zal geleidelijk aan stijgen tot 215 plekken in 2040.
Een deel van de VG doelgroep heeft een PGB, woont met een PGB bij een ouderinitiatief of woont bij de ouders thuis. Een ander deel heeft een vraag naar woonplekken waarin niet wordt voorzien door het tekort. • Vraag en aanbod voor het gespikkeld wonen VG zijn momenteel in balans. In 2040 zal een tekort ontstaan van 85 plekken. • Wij voorzien een overschot van 70 woningen in de komende 20 jaar voor mensen met een behoefte aan Beschermd Wonen. In de komende jaren
Huisvestingsopgave geschikt wonen
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
7
ontstaat ruimte voor het wegwerken van wachtlijsten en eventueel herbestemmen van vastgoed. In de komende jaren zal er een jaarlijkse uitstroom plaatsvinden uit het Beschermd Wonen van circa 70 mensen op de woningmarkt, evenwichtig verdeeld over zelfstandig wonen en zelfstandig begeleid wonen. Dit zorgt voor eenzelfde vraag naar huurwoningen tot kwaliteitskortingsgrens. De uitstroom zal dalen tot 45 mensen in 2040. Voor de Maatschappelijke Opvang geldt dat het aanwezige aanbod genoeg plekken biedt om in de algehele vraag te voorzien. Echter binnen de MO zien wij nu een tekort van circa 20 plekken in de short stay en een overschot van circa 20 plekken in de nachtopvang. In 2040 verwachten wij voor de gehele MO een licht stijgende behoefte van circa 10 plekken door de bevolkingsgroei. De uitstroom bedraagt jaarlijks circa 70 mensen. Circa 40 tot 45 kwetsbare jongeren stromen jaarlijks uit en hebben behoefte hebben aan begeleid wonen (bijvoorbeeld kamertraining of gezinshuis). Op het moment is er een tekort van circa 30 passende woonvormen voor de doorstroom van jongeren waarbij wordt ingezet op het behalen van zo veel mogelijk zelfstandigheid. In 2040 verwachten wij een stijgende behoefte van circa 35 plekken door de bevolkingsgroep.
•
•
•
•
•
reguliere, geclusterdeen geclusterde 24uurszorgwoonvormen verder worden ingekleurd. Initiatieven die vanuit oudere inwoners zelf komen moeten zoveel mogelijk worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Dit zorgt, naast een sterkere verbondenheid door dit eigenaarschap, ook voor doorstroming op de woningmarkt ten gunste van andere doelgroepen. Het kabinet heeft in februari 2019 een stimuleringsregeling gelanceerd om nieuwe vormen van wonen en zorg voor ouderen te bevorderen. De gemeente kan deze regeling betrekken bij haar rol om mensen te ondersteunen bij hun wooninitiatieven
H3: Ouderen & lichamelijk beperkten
•
• •
• Actiehouder
Realiseer nieuwe woonvormen met gemeenschapszin • • •
Stel normen op voor de nieuwe geclusterde tussenvormen waarin signalen vanuit de verschillende partijen goed verwerkt zijn. Gemengd wonen is daarbij een kans voor meer informele zorg, sociale cohesie en het dragen van exploitatielasten. Leefstijlen gebruiken als inspiratie voor meer variatie in het woningaanbod. Hiermee kan de behoefte binnen het
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Gemeente
Strategieën voor bestaand vastgoed Stel complexgerichte strategieën op voor ouder vastgoed waarbij opties omtrent het scheiden wonen en zorg, transformeren, renoveren en doelgroepenwisselingen worden afgewogen. Sloop-nieuwbouw is in veel gevallen duurzamer dan oude panden ingrijpend te renoveren. Het integreren van andere functies (zorg, activiteiten) kan invulling geven aan overbodige gemeenschappelijke ruimten.
Veranderprocessen in de woonzorgorganisatie
2.2 Kwalitatieve en beleidsopgaven
Gemeente
•
Veranderingen in vastgoed leiden tot verandering in de zorgorganisatie. Samenwerking moet daarom gericht zijn op innovatie en ketenintegratie. Nieuw vastgoed vraagt om gerichte toewijzing aan ouderen.
Corporaties Zorgaanbieders
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Centrale marktplaats voor technologie •
•
Realiseer een ‘marktplaats’ voor alle technologische snufjes, domotica of IOT (‘internet of things’). Dit stimuleert het gebruik en dat ondersteunt inwoners in het langer thuis wonen. Wij adviseren in (bestaande) complexen, waar mogelijk, WIFI netwerken aan te leggen voor het gebruik van technologie.
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
8
H5: Verstandelijk beperkten (VG)
o
Actiehouder
Uitbreiden en moderniseren van bestaand vastgoed •
Uitbreiding van het aanbod bestaat zowel uit geclusterde woonvormen als uit uitbreiding van ‘gespikkeld wonen’. Voor de geclusterde woonvorm valt het aan te raden kleinschalige woonvormen toe te voegen met: o een eigen appartement met voorzieningen (sanitair, soms ook een keuken). o ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer die ook gebruikt wordt door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) wonen. o ingericht voor laagdrempelige begeleiding. o benut vrijkomend (zorg)vastgoed (BW).
Diverse zorgvraag vraagt om doorstroming en flexibel bouwen • •
De variatie in de VG-doelgroep betekent dat het zorgaanbod divers genoeg moet zijn voor op-én afstroming. Woningen moeten bij voorkeur geschikt zijn voor een veranderende zorgzwaarte.
o o Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
o
H5: Beschermd Wonen (BW) & Maatschappelijke Opvang (MO)
Tussenvormen realiseren afschaalbare zorg • Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Gemengd wonen kán • • •
Een deel van de VG-cliënten zou goed kunnen wonen in een gemengd wonen-project waarin ook andere doelgroepen wonen (GGZ, jeugd, ouderen). Meer samenwerking tussen zorgaanbieders. Regierol voor gemeente in bevorderen samenwerking tussen zorgaanbieders en corporaties.
Een stevig sociaal netwerk waaraan ook informele zorg en mantelzorg kan worden ontleend. Sociale veiligheid van de doelgroep waarborgen door activiteiten en voorzieningen in de buurt aan te bieden. De VG doelgroep wordt ouder en doet daarbij vaker een beroep op de ouderenzorg. Kansen benutten om de zorgvraag tussen zorgaanbieders te combineren. Er wonen nauwelijks VG-cliënten met een migratieachtergrond bij zorgaanbieders; zij doen wel een beroep op de dagbesteding.
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
met
flexibel
op-
Actiehouder
en
Vanuit een beschermde woonvorm is de stap naar begeleid zelfstandig wonen vaak te groot. Er ontstaat behoefte aan meer tussenvormen. In deze doorstroomconcepten kan de begeleiding flexibel op- en afgeschaald worden. Daarbij geldt dat: o De organisatie (begeleiding, toezicht etc.) rondom deze woonvormen stevig moet zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden. o Bestaande locatie bij voorkeur transformeren naar ‘tussenvormen’. o Studentenwoningen ook kunnen worden aangeboden voor de ggz-doelgroep als gespikkelde woonvormen (suggestie vanuit de werkgroep).
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Inzetten op meer regionale spreiding van (uitstroom) BW •
Randvoorwaarden extramuralisering •
Er bestaat een grote vraag naar het scheiden van wonen en zorg. In Delft wil men inzetten op het vaker zelfstandig huisvesten van de doelgroep. Dit doet een appèl op: o Zorginfrastructuur en samenwerking tussen ketenpartners om zelfstandige huisvesting te realiseren. o Geschikte woonomgeving en goede spreiding over de gemeente van woonvormen.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
Zorgaanbieders Gemeente Welzijnspartijen Corporaties
In de BW-regio adviseren wij in te zetten op meer regionale spreiding van BW-plekken en/of de uitstroom vanuit BW. Geleidelijke herverdeling, mits: o genoeg (kleinschalige) locaties of zelfstandige woonruimten beschikbaar in de regio. o gelden beschikbaar worden gesteld aan de regiogemeenten. o de regiogemeenten zien ‘beschermd thuis’ als oplossing voor het huisvesten van mensen met
Regiogemeenten Gemeente
9
psychiatrische problematiek. Deze oplossing heeft de voorkeur boven het bouwen van nieuwe BW-locaties.
Kamertrainingsplekken en een gezamenlijke ‘pot’ •
Meer doorstroming binnen de MO •
Verruim het aanbod short stay plekken voor een betere doorstroming in de MO met een gemiddeld lagere verblijfsduur en een hoger succespercentage bij uitstroom.
Gemeente Zorgaanbieders
• •
Spreiding uitstroom & zachte landing in de wijk • •
Bij de uitstroom krijgen cliënten urgentie waardoor zij vaak in dezelfde wijken terecht komen. Spreid daarom (goedkoop) aanbod over wijken. In de uitstroom is het van belang om buurtbewoners te (blijven) betrekken. De aanwezige partijen (corporaties, zorgaanbieders, gemeente en welzijnsorganisaties) doen een blijvende investering in de wijk; het draagvlak stopt meteen als hier niet meer in geïnvesteerd wordt.
•
Gemeente Wijkraden Welzijnspartijen Corporaties Zorgaanbieders
•
Omschakelen naar een nieuwe ladder BW, MO & Jeugd Het werkveld van BW, MO en Jeugd raakt meer met elkaar verbonden door een toenemende focus op doorstroming. Dit vereist een omschakeling in denkwijze over in-en uitstroom en een intensievere samenwerking tussen (verschillende) zorgpartijen, gemeente en corporaties.
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
• •
•
Het strekt tot de aanbeveling om als experiment een gemengd, sociaal en doorstromingsgericht woonwerkconcept te realiseren waarbij toezicht wordt gehouden. Te denken valt aan woonvormen voor een mix van doelgroepen waar ook niet-zorgvragers wonen. Kijk daarbij naar voormalige kantoorpanden, studentenpanden of verzorgingshuizen om dergelijke woonvormen te realiseren. Houd oog voor de juiste mix: diversiteit is belangrijk om te zorgen voor voldoende ‘dragers’ naast de ‘vragers’.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Actiehouder
Let op de spreiding om sociale inclusie te waarborgen Actiehouder
Doorstroming na de Jeugdzorg •
Een deel van de doelgroep kwetsbare jongeren ‘verdwijnt van de radar’, gaat zwerven en komt op latere leeftijd in de psychiatrie terecht of komt in aanraking met justitie. Het zou goed zijn de mogelijkheden voor verlengde jeugdzorg te verruimen om te voorkomen dat jongeren gaan zwerven of in de criminaliteit belanden.
H7: Uitstromers op de reguliere woningmarkt •
H6: Kwetsbare jongeren
Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
Verruimen verlengde jeugdzorg
• •
Er is behoefte aan kamertrainingsplekken; niet alleen voor uitstromers, maar ook voor jongeren die nog bij hun ouders wonen. Uitstromende jongeren beschikken vaak over weinig inkomsten waardoor zelfstandig wonen wordt bemoeilijkt. Stel een gezamenlijke ‘pot’ op voor tijdelijke overbrugging van de huur voor jongeren onder de 23 jaar. Inzet op de realisatie van meer kamertrainingsplekken en een gezamenlijke ‘pot’ kan leiden tot lagere kosten binnen BW en MO en een betere doorstroming van jongeren vanuit de jeugdzorg naar zelfstandig wonen.
• Gemeente Corporaties Zorgaanbieders
• •
De ongelijke verdeling van de goedkope voorraad over de deelgebieden brengt het risico met zich mee dat kwetsbare groepen onevenredig vaak terecht komen in de wijken waar veel sociale huurwoningen aanwezig zijn. Wonen in een vertrouwde omgeving is voor een deel van de uitstromers van belang. Bied mogelijkheden om terug te keren naar de wijk van herkomst of dichtbij de huidige woonomgeving. Neem dit op in prestatieafspraken.
Gemeente Corporaties
10
3. Ouderen & LG
deze gesprekken en onze ervaringen elders in het land herleiden wij de volgende kwalitatieve wensbeelden voor het wonen met zorg.
Lang niet alle ouderen (65+-ers) hebben een zorgvraag en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen 2018 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85plussers woont 70% nog thuis. Daarnaast wonen steeds meer ouderen langer thuis. Dit geldt ook voor de 85-plussers, die dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging doen.
Woning • Een aantal ouderen dat momenteel zelfstandig woont geeft aan graag te willen verhuizen naar een geclusterde woonvorm. Deze ouderen willen verhuizen omdat het huidige huis te duur is, het oppervlak en het onderhoud te groot en te veel is, of de woning zich in een drukke omgeving bevindt. Zij zoeken daarbij voornamelijk een geschikte geclusterde woonvorm. Een deel van de ouderen ziet voor het verhuizen echter niet of nauwelijks mogelijkheden omdat een nieuwe (vrije sector) woning voor hen te duur is. • De ideale geschikte woning voldoet, door de linie heen, aan de volgende uitgangspunten: de woning moet gelijkvloers zijn, zonder drempels, met 1 of 2 slaapkamers, een verhoogd toilet hebben, gasloos zijn en eventueel een buitenruimte. In de nabijheid van (of zelfs in) de woonvorm is een ontmoetingsruimte of gemeenschappelijk voorziening gewenst. • Een deel van de ouderen overweegt ook de overstap naar een woonzorgcentrum (instellingszorg). Hier ligt een barrière in het aantal beschikbare plekken; de wachtlijsten voor instellingszorg zijn lang. Voor dementerenden leidt deze wachttijd inmiddels tot voornamelijk crisisverhuizingen; gedwongen verhuizingen zijn een norm. De voornaamste reden waarom ouderen naar een woonzorgcentrum willen is omdat zij behoefte hebben aan meer sociaal contact, 24-uurszorg en comfort.
• In geclusterde woonvormen zijn ouderen over het algemeen tevreden over de woonsituatie. De complexen zijn goed toegankelijk voor ouderen. Deze complexen nodigen echter niet altijd uit voor veel sociaal contact onder bewoners, hetgeen de eenzaamheid onder bewoners dan juist kan versterken. Voor activiteiten in ontmoetingsruimte wordt vaak een eigen
In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van twee groepen ouderen: De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of verzorgingshuis. Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen zal een beroep doen op een geclusterde woonvorm en welk deel zal wonen in een (aangepaste) reguliere woning?
3.1 Wensbeelden Wensbeelden ouderen De woonvraag onder ouderen valt uiteen in de groepen zelfstandig wonen, het (kleinschalig) geclusterd wonen en de instellingszorg. In twee klantenpanels (ouderen én mantelzorgers voor PG-cliënten) is er gesproken met een groep van circa 10 ouderen met een verschillende woonachtergrond. Op basis van
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
11
•
bijdrage verwacht, hetgeen een drempel opwerpt voor ouderen met een financieel kwetsbare positie. De ouderen die wél in een woonzorgcentrum wonen zijn over het algemeen zeer tevreden over de woonsituatie. Daarbij geldt het hebben van een (gezamenlijke) buitenruimte als een nadrukkelijke wens.
Woonomgeving • In de woonomgeving zoeken ouderen de nabijheid tot voorzieningen vanwege een beperkte mobiliteit. De belangrijkste voorzieningen zijn daarbij de supermarkt, huisarts, apotheek en ontmoetingsplekken. • Voor mensen met PG geldt dat de nabijheid van een woonzorgcentrum en dagopvang gewenst is, mede zodat de zorg en ondersteuning kan worden opgeschaald. Voor deze groep is Openbaar Vervoer in de buurt, of bijvoorbeeld de regiotaxi, belangrijk. Daarin is het zaak dit vroegtijdig beschikbaar te stellen omdat dementerenden het gebruik hiervan in een later stadium niet meer kunnen aanleren. • Delftse ouderen zoeken voornamelijk rust en ruimte in de omgeving. Zij zijn daarbij het liefst omringd door leeftijdsgenoten, mits de privacy daarbij genoeg gewaarborgd blijft. Hierbij geldt echter dat een deel van de ouderen juist een meer dynamische woonomgeving zoekt en ook gemengd zou willen wonen. Een ideaal woningaanbod biedt daarom ook genoeg diversiteit. • Dementerenden blijven graag wonen in de vertrouwde woonomgeving. Hierin is het goed om de buurt (ook winkeliers) in te lichten over de zorgsituatie, zodat zij hier rekening mee kunnen houden. Zorg en ondersteuning • Vanuit beide klantenpanels vernemen wij dat de persoonlijke aard van de zorgverlening belangrijk is voor de ouderen.
Het afstemmen van de zorg en ondersteuning op het individu blijft een belangrijk aandachtspunt.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
•
•
•
•
•
De ouderen wensen dat er meer activiteiten plaatsvinden voor ouderen om eenzaamheid tegen te gaan. Enerzijds kan het zijn dat het huidige aanbod hierin tekort schiet, anderzijds kan het zijn dat de informatie omtrent activiteiten niet alle ouderen weet te bereiken. Voor de huidige generatie ouderen zijn technologische oplossingen in de zorg en ondersteuning veelal te ingewikkeld en te duur. Zij geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en dementerenden kunnen het veelal niet meer aanleren. Ook de mantelzorgers zijn vaak al oud en zijn onvoldoende bekend met de werking. De veelvoud aan keuzes creëert onvoldoende zicht op wat goed is en wat werkt. Ook is het vaak duur. Het is mogelijk dat een uitleenservice hier een oplossing voor is, of bijvoorbeeld huurconstructies. Voor de mantelzorgers is het wenselijk dat bij overlijden van de partner opnieuw naar de woonzorgsituatie gekeken wordt om te bekijken welke zorg en ondersteuning door kan blijven lopen. De mantelzorgers spreken waardering uit voor de lagere (vaste) kosten voor WMO dagopvang van 17,50 euro per maand. Vaak wordt er ook geld gedoneerd aan de dagopvang. In algemene zin wordt er heel positief over de dagopvang gesproken.
Vanuit de zorg en ondersteuning is het goed mantelzorgers te begeleiden bij keuzemomenten: voor hen is het (emotioneel) ingewikkeld het moment te onderscheiden wanneer iets echt niet meer gaat, wanneer iemand wilsonbekwaam wordt en anderen zaken echt van de PG-cliënt moeten overnemen.
Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet
12
langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlzindicatie en andere bewoners die hier wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver administratief en maakt dus niet uit voor de verschijningsvorm van het vastgoed. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen. • Wel maken wij een onderscheid tussen ‘geclusterd’ en ‘regulier’ wonen. Ouderen met een zware zorgvraag zijn over het algemeen aangewezen op een vorm van geclusterd wonen (verpleeghuis, verzorgingshuis). Van de ouderen zonder (zware) zorgvraag kiest een klein deel er ook voor om te gaan wonen in een geclusterde woonvorm vanwege het comfort of de mogelijkheden voor sociaal contact. • Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van verzorgingshuizen en verpleeghuizen tot aanleunwoningen, hofjes, woonzorgboerderijen, etc. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Een groot deel van de ouderen met een (zware) zorgvraag woont in een geclusterde woonvorm.
Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die - uit voorzorg of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. De illustraties hiernaast geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
Figuur 3.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor ouderen
3.2 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg De groep ouderen in de gemeente Delft zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2019 ruim 11.500 65+-huishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 17.500 huishoudens. Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag en dat betekent dat zij ook lang niet allemaal behoefte hebben aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit wél.
13
Zorgvraag in beeld Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Het aantal mensen in zorgtrede 6 is berekend aan de hand van gegevens van zorgkantoor DSW over het zorggebruik in de Wlz-zorg (vraag waarin wordt voorzien), aangevuld met informatie over wachtenden op een Wlz-woonvorm (vraag waarin niet wordt voorzien). Figuur 3.2: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018).
Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. • Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmozorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. • In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven.
• In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85+-ers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande grafiek toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
14
Figuur 3.3: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd
Figuur 3.4: Prognose zorgvraag ouderen in de gemeente, naar zorgtrede (in personen)
100% 90% 80%
370 560 1.690
380 620 1.970
430 710 2.260
560 900
630 1.030
2.660
2.940
880 490
1.050 590
1.200 670
1.340 760
1.440 830
8.240
9.480
10.610
11.180
11.460
3.930
4.420
4.920
5.150
5.200
2019
2025
2030
2035
2040
70%
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (PG)
Zorgtrede 6 (SOM)
Zorgtrede 4
Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Delft, bewerking Companen.
cijfers.
Van zorgvraag naar woonvraag Wanneer we de bovenstaande cijfers doorrekenen met bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Delft2 kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de leeftijdsopbouw tot veranderingen in de zorgvraag3. Deze wordt weergegeven in onderstaande grafiek.
Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verzorgings- of verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een Volledig Pakket Thuis). Landelijk gaat het om 6% van de 65+-ers. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Onderstaande grafiek geeft weer hoe
2
3 Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende zorgvraag per leeftijdsgroep. Ontwikkelingen in de
Bevolkingsprognose gemeente Delft.
vitaliteit van ouderen zijn, buiten de aannames van de bevolkingsprognose over de levensverwachting, moeilijk te voorspellen en derhalve niet meegenomen.
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
15
wij ouderen in de verschillende zorgtreden toerekenen aan de verschillende woonvormen (zie ook de tabel in bijlage 6). Deze percentages zijn tot stand gekomen gebaseerd op informatie uit de werksessie met zorgaanbieders, corporaties en zorgkantoor.
2030 explosief te stijgen. Uit figuur 3.2 maken wij op dat dit juist de groep is die veel Wlz-zorg gebruikt. Als gevolg hiervan zien wij tot 2025 een beperkte stijging in de vraag naar 24-uurszorg, en zorgt een dubbele vergrijzing na 2030 voor een forse toename in de vraag naar 24-uurszorg.
Figuur 3.5: Aannames woonvraag per zorgtrede
Tabel 3.1: Prognose woonvormen, basisvariant (2019 - 2040; afgerond op 10-tallen)
100%
12% 12%
80%
60% 40%
30% 20%
90%
90%
85%
90%
90%
76%
10%
0%
10%
Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede 1 2 3 4 5 6 (PG) 6 (SOM) Regulier wonen Geclusterd wonen (zonder zorg) Geclusterd wonen (zorg nabij) Geclusterd wonen (24-uurszorg) Woonzorg PG
2025 10.460 1.290 1.050 280 550 13.650
2030 11.870 1.460 1.200 330 640 15.490
2035 12.690 1.590 1.360 420 810 16.860
2040 13.100 1.680 1.470 480 930 17.650
Naast deze basisvariant hebben we ook een trendvariant uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met een aantal trends, zoals die zijn besproken in de brainstormsessies met stakeholders. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: 1.
Bron: aannamestelsel Companen
In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Wanneer we deze ‘zorgprognose’ vertalen naar een prognose van de woonvraag dan leidt dit tot de volgende prognose voor woonvormen. De toename aan 65+-huishoudens zal voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar regulier wonen. Doordat er straks meer 75- en 85+-ers in de gemeente zullen wonen zal de behoefte aan geclusterd wonen (met of zonder zorg) relatief meer gaan toenemen. Een saillant detail is de ontwikkeling van 85-plussers in de gemeente Delft. Waar het aantal oudere huishoudens gestaag blijft toenemen tot 2040, neemt het aantal 85-plushuishoudens juist eerst af tot 2025, om na
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
2019 8.750 1.120 910 280 510 11.570
Bron: Bevolkingsprognose Delft, gegevens zorggebruik DSW & NZa, en bewerking Companen.
50%
20%
Regulier wonen Geclusterd wonen (zonder zorg) Geclusterd wonen (zorg nabij) Geclusterd wonen (24-uurszorg) Woonzorg PG Totaalaantal huishoudens 65+
2.
De gemeente Delft zet in op bewustwording onder senioren van het belang om tijdig de woning aan te passen danwel te verhuizen naar een geschiktere woning of woonvorm. Daarnaast zien we in het land de ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, ‘vernieuwende woonvormen’ zoals hofjeswonen (zowel zonder zorg of met zorg nabij). Aantrekkelijk aanbod creëert vraag: dit alles kan ervoor zorgen dat ouderen in de toekomst vaker de stap zullen zetten vanuit regulier wonen naar een vorm van geclusterd wonen. De vraag naar geclusterd wonen valt dan hoger uit. De inzet van technologie maakt het mogelijk om langer te blijven wonen in de eigen woning en dus niet te verhuizen naar of nabij een zorglocatie. Dit zorgt enerzijds voor een verschuiving van woonvormen binnen zorgtrede 6: de vraag naar somatische 24-uurszorg valt hierdoor wat lager uit, ten
16
gunste van de vraag naar geclusterd wonen met zorg nabij. Anderzijds voorzien wij vanuit zorgtrede 4 en 5 een verschuiving vanuit het geclusterd wonen met zorg nabij naar het regulier wonen en geclusterd wonen zonder zorg. De groep ouderen uit de lagere zorgtreden (1 en 2) kiest uit gemak voor technologie; dit heeft weinig invloed op het wonen. 3. De verwachting is dat er in 2040 meer vermogende ouderen zullen zijn dan nu. Dat heeft gevolgen voor de keuzes die zij maken. Volgens de huidige wet- en regelgeving is het met name voor mensen met een hoger vermogen voordeliger om zorg te ontvangen vanuit de Zvw dan vanuit de Wlz, vanwege de hoge eigen bijdrage die gevraagd wordt voor Wlz-zorg. De groei van de groep vermogende ouderen kan er dus voor zorgen dat een grotere groep senioren dan nu het aanvragen van een Wlz-indicatie (en het verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen met zorg) zo lang mogelijk uitstelt. Voor vermogende ouderen die wél Wlz-zorg ontvangen, is het bij de huidige regelgeving voordeliger om deze te ontvangen op basis van scheiden wonen en zorg dan op basis van een intramurale indicatie.
Ook dit kan tot gevolg hebben dat meer mensen afzien van het verhuizen naar een verpleeghuis.4 Bovenstaande trends zorgen enerzijds voor een verschuiving van de vraag van regulier wonen naar geclusterd wonen (zonder zorg + met zorg nabij) en anderzijds van geclusterd wonen met zorg nabij naar woonvormen zonder zorg (regulier wonen + geclusterd wonen zonder zorg). Daarnaast voorzien wij een verplaatsing van 24/7-zorg in een verpleeghuis naar geclusterd wonen met zorg nabij (zie bijlage 6). Onderstaande tabel toont de vraag naar verschillende woonvormen wanneer we rekening houden met de genoemde trends.
4
De invoering van een ‘abonnementstarief’ in de Wmo kan deze ontwikkeling verder versterken: een dergelijk tarief zorgt er immers voor dat juist voor ouderen met een hoger inkomen de kosten voor Wmo-ondersteuning sterk zullen dalen, terwijl de eigen bijdrage voor Wlz-zorg wél
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
Tabel 3.2: Prognose woonvormen, trendvariant (2019 - 2040; afgerond op tientallen)
Regulier wonen Geclusterd wonen (zonder zorg) Geclusterd wonen (zorg nabij) Geclusterd wonen (24-uurszorg SOM) Geclusterd wonen (24-uurszorg PG) Totaalaantal huishoudens 65+
2019 8.750 1.120 910 280
2025 10.210 1.480 1.140 280
2030 11.350 1.830 1.370 320
2035 11.870 2.190 1.640 400
2040 11.970 2.490 1.870 450
510
550
620
780
880
11.570
13.650
15.490
16.860
17.650
Bron: Bevolkingsprognose Delft, gegevens zorggebruik DSW & NZa, en bewerking Companen.
Tabel 3.3: Bandbreedte prognose woonvormen (basis - trend; 2019 - 2040; afgerond op tientallen)
Regulier wonen Geclusterd wonen (zonder zorg) Geclusterd wonen (zorg nabij) Geclusterd wonen (24-uurszorg SOM) Geclusterd wonen (24-uurszorg PG)
2019 8.750 1.120 910 280 510
2025 10.210 tot 10.460 1.290 tot 1.480 1.050 tot 1.140 280 550 tot 580
2030 11.350 tot 11.870 1.460 tot 1.830 1.200 tot 1.370 320 tot 330 620 tot 640
2035 11.870 tot 12.690 1.590 tot 2.190 1.360 tot 1.640 400 tot 420 780 tot 810
2040 11.970 tot 13.100 1.680 tot 2.490 1.470 tot 1.870 450 tot 480 880 tot 930
Bron: Bevolkingsprognose Delft, gegevens zorggebruik DSW & NZa, en bewerking Companen.
Met deze twee prognoses creëren we een bandbreedte waarbinnen de werkelijke vraag zich waarschijnlijk zal voltrekken, de zogenaamde basis- en trendvariant (tabel 3.3). In grafiek 3.6 geven we de deze bandbreedte grafisch weer, echter enkel voor de geclusterde woonvormen. De gestippelde lijn geeft hierbij het trendscenario aan. In het trendscenario zien we een toegenomen
afhankelijk is van inkomen en vermogen en dus relatief hoog ligt voor mensen met meer vermogen.
17
stijging van de geclusterde ‘tussenvormen’; woonvormen die geschikt zijn voor zorgsituaties tussen de reguliere woningvoorraad en de verpleeghuizen in. Figuur 3.6: Ontwikkeling geclusterde woonvormen (trendvariant = gestippeld; basislijn = vlak)
3000 2500 2000 1500 1000 500 0 2019
2025
2030
2035
2040
Geclusterd wonen (zonder zorg)
Geclusterd wonen (zorg nabij)
Geclusterd wonen (24-uurszorg)
Woonzorg PG
3.3 Vraag onder lichamelijk beperkten Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor lichamelijk beperkten bestaat veel synergie, niet in de laatste plaats omdat ruim 70% van het cliëntenbestand LG ouder dan 65 jaar is. De behoefte aan wonen met een LGindicatie is daarmee grotendeels verbonden aan de vergrijzing. Mensen met een lichamelijke handicap hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. In deze paragraaf concentreren we ons op de woonvraag van mensen die vanwege hun beperking een beroep doen op Wlz-zorg. Dit houdt in dat zij ‘levenslang en levensbreed’ondersteuning nodig hebben. Daarmee is van ‘uitstroom’ richting de reguliere woningmarkt bij deze groep geen sprake. Deze zorg kan thuis of in een zorginstelling worden geleverd. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Ook mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) vallen onder de doelgroep lichamelijk beperkten (LG). Deze cliënten wonen nu vaak in een woonvoorziening samen met verstandelijk beperkten.
Bron: Bevolkingsprognose Delft, gegevens zorggebruik DSW & NZa, en bewerking Companen.
Er zijn ook mensen met een lichamelijke beperking die geen Wlz-zorg ontvangen en wonen in een reguliere, voor hen aangepaste koop- of huurwoning. Voor informatie over de geschiktheid en aanpasbaarheid van reguliere woningen voor mensen met een lichamelijke beperking verwijzen we naar paragraaf 3.4.
Woonwensen en woonvormen De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’. Figuur 3.7: Voorbeelden geclusterd wonen voor lichamelijk beperkten
503.108 | Onderzoek ‘Langer en Weer Thuis’
18
Figuur 3.8: Vraagontwikkeling LG-indicaties afgezet tegen de vergrijzing (2019 - 2040)
80
25.000
70
Aantal LG-indicaties
50
15.000
40 10.000
30 20
5.000
10 0
0 2019
2025
2030
Aantal ouderen (65+)
Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlzzorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van de cliënten woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. Een ander deel van de lichamelijk beperkten woont in een niet-geclusterde, aangepast woning, waar zij hulp ontvangen vanuit een persoonsgebonden budget of ‘volledig pakket thuis’. Voor de specifieke woonwensen is het ons advies om voor deze groep aan te sluiten bij de wensbeelden voor ouderen uit paragraaf 3.1.
Huidige en toekomstige vraag naar wonen met zorg Voor de vraagprognose is gebruik gemaakt van de afgegeven LG-indicaties van zorgkantoor DSW (peildatum januari 2019). In combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Delft leidt dit tot een inschatting van de zorgvraag voor de periode tot 2040. In totaal hadden in 2017 ruim 65 mensen een LG-indicatie, waarvan ruim 60% 65 jaar of ouder is.