CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024

Raad Besluitvorming 7 november 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 145708744.750 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Begroting Kadernota

Planning & Control-cyclus

Jaarrekening

rin

e nak ko or

gsa genda

Bedr

d

ge

oe

lij n

ra

o Ui

tv

ad

Ho

fd

l co

ijf s p la n D

T

le

Najaarsnota

Programmabegroting 2024

Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4 Leeswijzer 6 Samenvatting

6 11

Hoofdlijnen op inhoud Hoofdlijnen van de financiële positie

21 Programma's

21 33 45 55 63 75 87 99 113 119

1. Ruimte en wonen 2. Economie en glastuinbouw 3. Mobiliteit 4. Groen en recreatie 5. Onderwijs en kinderopvang 6. Collectieve voorzieningen 7. Individuele voorzieningen 8. Veiligheid en duurzaamheid 9. Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VpB en onvoorzien

129 Paragrafen 131 143 151 157 163 169 179 183 185 187 189

1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Gemalendienst NAD 9. Sociaal domein 10. Ruimtelijk domein 11. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

191 Financiële begroting 191 213 217

1. Overzicht van baten en lasten 2. Uiteenzetting financiële positie 3. Overzicht reserves en voorzieningen

219 Bijlagen 221 227 229 231 239

1. Investeringsplanning 2. Berekening EMU 3. Basisset beleidsindicatoren 4. Taakvelden in begrotingsprogramma's 5. Begrippenlijst

243 Afkortingenlijst

2

Voorwoord Namens het college van Burgemeester en Wethouders bied ik u hierbij de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 aan. De financiële vooruitzichten voor alle gemeenten in ons land maken het nog steeds niet mogelijk om een sluitende meerjarenraming voor 2026 en verder te presenteren. Ook zien we in het hele land dat de zogenaamde financieel ‘vette jaren’ 2024 en 2025 voor veel gemeenten vermageren. Voor Pijnacker-Nootdorp is het gelukt om voor de komende twee jaren nog een begrotingsoverschot te laten zien, alhoewel dat minder groot is dan in voorgaande ramingen en steeds meer onder druk komt te staan. In het afgelopen jaar is in de CAO afspraken een groot deel van de oplopende inflatie gecompenseerd via loonsverhogingen en in alle sectoren zien we de kosten flink toenemen. Dit leidt onvermijdelijk tot fors hogere kosten voor de gemeente, die slechts deels worden gecompenseerd door het rijk via een indexering in het gemeentefonds. Ook hebben raad en college er voor gekozen de inflatiepercentages van 2022 en 2023 niet volledig door te vertalen in de tarieven OZB. Een aantal zekere kostenstijgingen die zich iebben ingezet in het sociaal domein is door vertaald in de begroting. Het gaat dan om ongeveer 1 miljoen euro voor de bijstand en voor jeugdzorg en WMO om 1,8 miljoen euro structureel.

Mogelijk stijgen de structurele kosten nog verder en daarom is hiervoor een bedrag opgenomen in de risicoparagraaf. Om de oplopende inflatie tegen te gaan verhoogt de ECB de rentetarieven. Ook de BNG bank heeft het rentepercentage op onze tegoeden verhoogd. Dit leidt tot een meevaller voor 2024 van een miljoen euro. De discussie tussen rijk en VNG rond de door het rijk ingezette bezuiniging op het gemeentefonds van drie miljard euro met ingang van 2026, het zogenoemde ravijnjaar, heeft nog niet veel opgeleverd. Inmiddels zijn er twee rapporten verschenen van onafhankelijke onderzoeken over de gevolgen van deze bezuiniging. In het rapport van de commissie Rinnooy Kan en het rapport van onderzoeksbureau BMC wordt geconcludeerd dat deze bezuinigingen leiden tot onaanvaardbare uitholling van gemeentelijke voorzieningen, alsook jeugdzorg en WMO. Inmiddels heeft de kamer de discussie over de financiën van lagere overheden controversieel verklaard. Tijdens de behandeling van de Kadernota 2023 in juli van dit jaar hebben college en raad afgesproken met elkaar een gesprek aan te gaan over te nemen maatregelen om de dreigende begrotingstekorten in 2026 en verder het hoofd te bieden. Het college zal samen met de griffie hiervoor een procesvoorstel maken. Ik bedank ook deze keer weer iedereen die zich heeft ingezet voor de realisatie van de programmabegroting 2024-2027.

Pijnacker, september 2023 Namens het College van Burgemeester en Wethouders van Pijnacker-Nootdorp, Peter Hennevanger, wethouder financiën.

3

Leeswijzer De programmabegroting als onderdeel van de planning- en controlcyclus De programmabegroting is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende rol in te vullen. In de programmabegroting geeft de gemeente aan wat ze het komend jaar wil doen om bepaalde doelen te bereiken en wat dat mag kosten. Daarmee vormt de begroting een duidelijk kader waarbinnen het gemeentebestuur en de organisatie het komend jaar moeten werken. Deze begroting is niet alleen voor financieel specialisten, maar voor iedereen. Het gaat immers om het gemeentelijk huishoudboekje en dat moet voor een ieder te volgen zijn. Deze leeswijzer geeft aan hoe de begroting is opgebouwd, wat waar te vinden is en welke relaties er liggen naar andere documenten uit de planning en controlcyclus.

De planning- en controlcyclus

Begroting Kadernota

Planning & Control-cyclus

Ui Jaarrekening

oe

rin

ra

lij n

e nak ko or

d

gsa genda c

Bedr

ijf s p la n D

ge

o

fd

ad

Ho

tv

ol

le

T

Najaarsnota

De gemeenteraad geeft het college financiële en inhoudelijke kaders mee voor het beleid en de uitvoering daarvan. Het uitgangspunt voor deze kaderstellende rol is het raadsakkoord 2022-2026 'Bouwen aan de toekomst'.Dit akkoord bepaalt in hoge mate de inhoud van de documenten in de jaarlijkse begrotingscyclus: kadernota, meerjarenbegroting, najaarsnota en jaarstukken. De kadernota is een uitwerking van de bestuurlijke agenda. Het is een koersbepalend document met financiële en inhoudelijke kaders voor het daarop volgende begrotingsjaar. In de programmabegroting worden de voornemens van de kadernota geconcretiseerd. De begroting is een wettelijk voorgeschreven document waarmee de gemeenteraad het college autoriseert tot het doen van uitgaven voor bepaalde doelen. Na vaststelling van de begroting geeft de najaarsnota tussentijds een overzicht van de stand van zaken van de financiën en de uitvoering van beleid. In de jaarstukken tenslotte wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en het financiële beheer. In de figuur is de planningen controlcyclus schematisch weergegeven.

Begroting

Subtitel 2019 - 2020

4

De programmabegroting In de programmabegroting geeft de raad aan welke doelen hij wil bereiken en wat de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zouden moeten zijn. Om deze maatschappelijke effecten te concretiseren worden daar doelstellingen aan gekoppeld. Tot slot wordt benoemd wat de gemeente gaat doen om deze doelen te halen en hoeveel dat mag kosten.

Opbouw van de begroting in drie delen De begroting bestaat uit drie delen: de negen programma's met de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, de paragrafen en de financiële begroting.

A De programma's Het eerste deel van de begroting zijn de negen programma's waarin alle gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein zijn verwoord.

Algemene Dekkingsmiddelen, overhead, VpB en Onvoorzien Hierin staat welke algemene dekkingsmiddelen er zijn en wat het verloop daarvan is voor de komende vier jaar. Algemene dekkingsmiddelen hebben vooraf geen bepaald bestedingsdoel. Overhead en vennootschapsbelasting zijn nieuwe onderdelen.

B Paragrafen De paragrafen gaan in op de bedrijfsvoering in brede zin. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal: • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1) • Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2) • Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3) • Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4) • Hoe is de bedrijfsvoering geregeld en wat kost dat? (paragraaf 5) • Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6) • Hoe is ons grondbeleid? (paragraaf 7) • Hoe gaan wij om met de gemalendienst? (paragraaf 8) • Hoe beheersen we de kosten in het sociaal domein? (paragraaf 9) • Wat zijn onze ambities in het fysieke domein (paragraaf 10) • Hoe vordert de implementatie van de Wet Open Overheid (paragraaf 11)

C Financiële begroting In dit hoofdstuk zijn diverse (verplichte) financiële overzichten ondergebracht, waaronder de realisatie baten en lasten van het vorig jaar, het lopende jaar en de komende begrotingsjaren. Het is een samenvatting van het deel ‘Wat mag het kosten’ dat per programma is opgenomen, op verschillende wijzen gepresenteerd. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie. Dat is een prognose voor het verloop van de balans. Tot slot is een overzicht opgenomen met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.

5

Samenvatting Hoofdlijnen op inhoud De programmabegroting 2024 is gebaseerd op het raadsakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ en de uitwerking van de ambities en opgaven uit het akkoord in de Uitvoeringsagenda 2022-2026. Voor de derde termijn op rij werken raad en college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp deze bestuursperiode samen vanuit een breed gedragen raadsakkoord op hoofdlijnen. Het raadsakkoord beschrijft onze ambities binnen het ruimtelijk en sociaal domein en afspraken per begrotingsprogramma met opdrachten aan het college. Die afspraken en opdrachten zijn in de Uitvoeringsagenda 2022-2026 uitgewerkt in programmadoelstellingen en een actieagenda met concrete activiteiten voor de meerjarenbegroting. De activiteiten voor 2024 en verder zijn terug te vinden in deze programmabegroting 2024. Het raadsakkoord stelt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. De hoge woonkwaliteit, het groen in en om de kernen en de goede verbindingen willen we behouden en zullen we waar nodig versterken. Een groene en dorpse sfeer die we niet alleen herkennen in het ruimtelijk domein maar ook terugzien in het sociaal domein met een krachtige gemeenschap en overwegend zelfredzame inwoners.

Een gemeenschap die zonder steun goed functioneert, die door sterke maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en mantelzorgers bij elkaar wordt gehouden en waarin de gemeente zorgt voor een doelmatige vangnetvoorziening voor wie het echt nodig heeft. De Omgevingsvisie ‘Verbonden met elkaar’ -vastgesteld in november 2021- is het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de komende jaren binnen het ruimtelijk domein, om sturing te geven aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Onze omgevingsvisie staat in het teken van het zoeken naar verbinding met als doel het geheel sterker en duurzamer te maken. Verbinding met de regio, haar (stedelijke) voorzieningen, werkgelegenheid en de uitwisseling van kennis & innovatie. De verbinding tussen gebieden en functies, onze kernen met het groen, de glastuinbouw met de energietransitie en wonen met werken. De verbinding tussen inwoners en hun leefomgeving, met de zorg voor elkaar, samen zijn en samen bewegen. We streven naar gebieden en functies die optimaal gebruik maken van de kansen om elkaar te versterken, waarbij we oog hebben voor de belangen van mens, dier en natuur. We stellen de inwoner centraal en beseffen dat zelfredzaamheid niet voor iedereen haalbaar is. De maatschappij kan voor mensen te complex zijn waardoor langdurige hulp nodig kan zijn. We zijn een open en betrokken (lokale) overheid en hanteren de menselijke maat.

Vanuit de decentralisatie van wet- en regelgeving van de Rijksoverheid naar gemeenten is een transformatie ontstaan die oneindig lijkt. De inkomsten staan onvoldoende in relatie tot de taken en opgaven en daarnaast zijn er ingrijpende gebeurtenissen (opvang vluchtelingen opvang ontheemden oorlog in Oekraine) die binnen deze kaders ook aanvullend uitgevoerd worden.. Met het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ is het ons gelukt de kostenstijgingen tot 2023 te beteugelen door meer de focus te leggen op passende oplossingen en voorzieningen. Daar waar we het succes ervaren zien we ook onmiddelijk noodzaak om weer verder door te schakelen op ontwikkelingen. Nieuwe doelgroepen maar ook ongekende prijsstijgingen vanuit de CAO's van jeugdzorg en WMO noodzaken ons om budgettair hier dekking voor te vragen maar ook om opnieuw de kennis en ervaring in te zetten hoe we vanuit de nieuwe situatie grip gaan krijgen en behouden. Met het succes van het interventieplan op de kostenbeheersing en versterking en verbetering van de kwaliteit nog in gedachten en de slag die we daaruit ook weer kunnen maken naar beheersing in 2024, zijn voor ons aanleiding om voor ons hele sociaal beleid over de volle breedte van het sociaal domein een nieuwe stip op de horizon te zetten met een nieuw visiedocument voor het sociaal domein binnen nu en twee jaar.

De huidige ontwikkelingen tonen ons dat de transformatie nog steeds gaande is en visie daarbij onontbeerlijk is. In de begrotingsprogramma’s komen de volgende hoofdlijnen naar voren.

1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp is en blijft een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente. Inwoners van jong tot oud wonen hier prettig en veilig, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen

6

graag wandelen en fietsen in ons groene buitengebied. In de omgevingsvisie staat dat we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit willen bieden. De omgevingsvisie is ons belangrijkste strategische beleidsdocument waarin staat hoe we door verbinding van ruimtelijke, sociale, economische en ecologische structuren de gemeente als geheel willen versterken, met behoud van de groene, dorpse sfeer. We werken daarom aan gebieden en functies die optimaal gebruik maken vanelkaars kwaliteiten, elkaar aanvullen en versterken, rekening houdend met de belangen van mens, dier en natuur. Onze inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp dat gevormd wordt door de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit de dorpse sfeer, de ruimtelijke kwaliteit en de hechte gemeenschap. Daarom willen we er ook voor zorgen dat bij de grote opgaven zoals energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie, de woon- en leefomgeving herkenbaar blijft. Om de kans te vergroten dat onze inwoners in elke levensfase een passende woning kunnen vinden, werken we aan een meer evenwichtige woningvoorraad. Dat doen we door uitbreiding van woningen binnen de kernen (zoals in Hart van Nootdorp) en op de bestaande woningbouwlocaties Tuindershof, Keijzershof, Oranjepark, Casa Vita, Centrumlijn Pijnacker-Zuid, De Scheg, Oude Leede en Ackerswoude.

Bovendien werken we in 2023 aan de verkenning van de mogelijke ontwikkellocaties Dwarskade, Rijskade, Overgauw en Balijade overeenkomstig de bestuursopdracht. Daarnaast maken we prestatieafspraken met woningcorporaties over het behoud en de uitbreiding van sociale huurwoningen. We maken door middel van voortgangsrapportages inzichtelijk hoe de woningvoorraad zich ontwikkelt. De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 definitief in werking. We zijn hierop voorbereid en zover we het geheel kunnen overzien zijn we er klaar voor. Achter de schermen zijn we bezig met het aanpassen van de werkprocessen en het gereed maken van het digitaal stelsel zodat inwoners en ondernemers straks gemakkelijk een vergunning kunnen aanvragen.

2. Economie en glastuinbouw We willen het economisch vestigingsklimaat in Pijnacker-Nootdorp aantrekkelijk houden met ruimte voor lokaal en nieuw ondernemerschap. Om de dienstverlening aan bedrijven en ondernemers te optimaliseren, werken we samen met ondernemers. We blijven daarbij inzetten op kwalitatieve werklocaties, deze dragen bij aan het aantrekken van nieuwe ondernemers, innovaties en een gezonde arbeidsmarkt. We werken daarbij samen met de ondernemersverenigingen van bedrijventerreinen en winkelcentra. De gevolgen van de Corona en de daarop volgende stijgende energie prijzen als gevolg van de oorlog in Oekraine hebben als gevolg dat de wens en noodzaak voor de energietransitie meer draagvlak hebben gekregen. De schaarsheid van grondstoffen en materialen en arbeid veroorzaken een markt waarbij de prijzen fors stijgen en er lange wachttijden ontstaan. Als overheid richten we ons vooral op het faciliteren van mogelijkheden en het stimuleren van onze visie hierop. Innovaties en herstructurering moeten bijdragen aan de ruimtelijke optimalisatie van gebieden. Hierdoor ontstaat er ruimte voor verduurzaming, transformatie en economische groei. In regio zijn we actief binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), Businesspark Haaglanden(Bph) en de Greenport West Holland (GPWH).

We streven naar een sterk regionaal economisch vestigingsklimaat waarmee onze lokale economische belangen worden gediend.

3. Mobiliteit Pijnacker-Nootdorp is lokaal en regionaal sterk verbonden. Een uitgebreid netwerk aan voetpaden, fietspaden, autowegen en openbaar vervoersverbindingen zorgt ervoor dat onze inwoners binnen de gemeente en in de regio kunnen werken, wonen, leren, ontspannen en ontmoeten. We zetten in op duurzaam vervoer zoals lopen, fietsen, deelmobiliteit en het openbaar vervoer. Het bestaande aanbod aan deelscooters en deelauto’s wordt goed gebruikt. We zien kansen voor deelmobiliteit als alternatief voor de (tweede) auto.

7

De doorstroming van het autoverkeer levert over het algemeen geen problemen op. We blijven het verkeer op de belangrijkste gemeentelijke wegen monitoren om hier goed zicht op te houden. Hoewel het verkeer in de gemeente na corona gemiddeld weer iets toeneemt, is het nog niet op hetzelfde niveau als voor de pandemie. Voor het openbaar vervoer verwacht de MRDH dat het percentage reizigers niet eerder dan in 2025 is hersteld. De gevolgen van de bezuinigingen in het openbaar vervoer zijn voor onze gemeente relatief beperkt gebleven met minder ritten in de avonduren en de nacht en het niet doorvoeren van de frequentieverhoging van de E-lijn naar Rotterdam. In lijn met het raadsakkoord gaan we in gesprek met de MRDH over de wens om ook ’s nachts en in het weekend toegankelijk en bruikbaar openbaar vervoer te bieden. We willen ervoor zorgen dat het verkeer veilig is en blijft. Daarom richten we wijken, woonerven en wegen ‘duurzaam veilig’ in en blijven we verkeersveilig gedrag stimuleren. Dit doen we zowel op scholen als door middel van zichtbare verkeersveiligheidscampagnes langs de weg en in de media. Een ander aspect van veiligheid betreft het onderhoud. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat onze infrastructuur, civiele kunstwerken en bijbehorende faciliteiten goed onderhouden zijn. De onderhoudsactiviteiten zijn vastgelegd in beheerplannen.

4. Groen en recreatie Pijnacker-Nootdorp beschikt over onderscheidend groen in zowel de kernen als het buitengebied. Samen vormen deze gebieden een natuurnetwerk dat verbonden is met een regionaal geheel van groengebieden zoals het ‘Regiopark Buytenhout’ en het ‘Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland’. Het groen in en om de kernen is belangrijk voor flora en fauna, biodiversiteit, gezondheid, bewegen, natuur, recreatie en onze economie. Kwalitatief ingericht en goed onderhouden groen, met voldoende ontmoetingsplekken en wandelpaden is daarbij van waarde voor onze identiteit en herkenbaarheid, maakt de omgeving aantrekkelijk en levendig en brengt mensen in beweging. De vaststelling van het Omgevingsprogramma 'Groen in en om de kernen' is hier een uitwerking van. Door de klimaatverandering veranderen de weersomstandigheden en worden deze steeds extremer: extreme hitte, regenval en wateroverlast en langdurige droogte komen steeds vaker voor. Het beleid en de maatregelen zijn vastgelegd in het omgevingsprogramma Water en Klimaat. In dit omgevingsprogramma staan ook korte termijn maatregelen en toekomstige kansen. Met het opstellen van de communicatiekalender Klimaat, informatiebijeenkomsten in het kader van Operatie Steenbreek en het project Klimaatbestendig Klapwijk worden inwoners en bedrijven bewust gemaakt van de urgentie van het klimaatvraagstuk.

Met het uitvoeren van diverse stresstesten onderzoeken we de gevolgen voor onze gemeente en brengen de daarbij de mogelijke maatregelen in beeld.

5. Onderwijs en kinderopvang We willen dat kinderen en jongeren naar school of opvang gaan, zodat kinderen zich kunnen ontwikkelen en jongeren een startkwalificatie halen. Waar dat nodig is bieden we, samen met onze maatschappelijke partners, ondersteuning en hulp om achterstanden en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Samen met onze partners uit het onderwijs, de voorschoolse voorzieningen, de jeugdgezondheidszorg en de bibliotheek werken we aan de uitvoering van de Lokaal Educatieve Agenda. We stimuleren de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang in (integrale) kindcentra. We gaan verder met de uitvoering van ons Integraal Huisvestingsplan Kindcentra en realiseren nieuwe kindcentra in Klapwijk en Keijzershof in Pijnacker en bereiden de realisatie van nieuwe kindcentra in Pijnacker noord en Pijnacker centrum voor. In Nootdorp gaat het om de ontwikkeling van kindcentrum De Regenboog, als onderdeel van het project Hart van Nootdorp. Het Stanislas College is gestart met de uitbreiding van het schoolgebouw. De samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven zetten we voort. Voor volwassenen die dat nodig hebben, is er volwasseneneducatie beschikbaar. We maken daarbij zoveel mogelijk gebruik van lokale partners zoals Taalhuis. We richten ons op het ontwikkelen en versterken van taal, rekenen, digitale en sociale vaardigheden.

8

6. Collectieve voorzieningen Met onze collectieve voorzieningen willen we bereiken dat inwoners zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving en zich daarin kunnen ontwikkelen en inzetten voor anderen. De bijdrage van onze netwerkorganisaties, vrijwilligers en mantelzorgers is daarbij onmisbaar. We stimuleren samenkracht en (burger)participatie door onze wijkgerichte aanpak en door initiatieven en activiteiten te faciliteren via verschillende subsidieregelingen. We faciliteren en investeren in culturele- en sportieve voorzieningen en activiteiten. We werken aan een nieuwe Jan Janssenhal in Nootdorp en aan een nieuwe binnensportvoorziening voor het bewegingsonderwijs in Pijnacker noord. Voor wat betreft de buitensport richten we ons op het renoveren van de korfbalvelden en van diverse grasvoetbalvelden op De Groene Wijdte en sportpark ’s Gravenhout. In het centrum van Pijnacker is de voorbereiding gestart voor de realisatie van een Sociaal Cultureel Centrum. We voeren diverse uitvoeringsagenda’s uit op het gebied van sport, gezondheid en cultuur. Op basis van het kader preventief jeugdbeleid investeren we in jeugd en jongeren zodat ze gezond, veilig en kansrijk opgroeien. We stimuleren uitgaan van eigen kracht, verantwoordelijkheid en oplossend vermogen van verzorgers, (pleeg-)ouders en jeugd.

We blijven investeren in de verbinding tussen zorg, onderwijs en kernteam om problemen zoveel mogelijk te voorkomen. Mantelzorgondersteuning, financiële zelfredzaamheid (schuldhulpverlening), gezonde levensstijl en geestelijke gezondheidszorg hebben onze blijvende aandacht.

7. Individuele voorzieningen We willen bereiken dat iedereen naar vermogen als volwaardig lid kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Maar we beseffen dat dit niet voor iedereen haalbaar is. De maatschappij kan voor sommige mensen complex zijn waardoor (tijdelijk) ondersteuning nodig kan zijn. We bieden laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en inwoners in een kwetsbare positie. Systemen zijn hierbij niet leidend. Het bieden van bestaanszekerheid is een belangrijk thema. Dit doen we vanuit verschillende wettelijke kaders: de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet inburgering en de Wet schuldhulpverlening. Het uitgangspunt is ontschot hulp te bieden vanuit de verschillende regelingen. Waar nodig worden gezinnen ondersteund vanuit één plan. Deze ondersteuning vindt plaats binnen verantwoorde financiële kaders. Het interventieplan ronden we i.v.m. de looptijd in 2023 af en in 2024 wordt het programma kostenbeheersing sociaal domein opgestart. We verstevigen de inzet vanwege de nieuwe kostenstijgingen in 2023. Wij blijven alert op nieuwe kansen en signaleren ontwikkelingen.

8. Veiligheid en duurzaamheid Samen met inwoners, maatschappelijke instellingen en stakeholders werken we samen aan een (onderscheidend) veilig, leefbaar en duurzaam leefklimaat. Hiervoor ontwikkelden we in 2023 een nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en uitvoeringsplan. Ondermijning, aanpak (jeugd)overlast, cybercriminaliteit zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. In de voorliggende begroting zijn de uitwerkingen voor 2024 en verder opgenomen in het programma. Om de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken te bevorderen wordt er door de gemeente en maatschappelijke stakeholders gewerkt vanuit het beleidskader ‘wijken die werken’. Uitgangspunt voor dit beleidskader zijn de kerndoelen uit de Visie Sociaal Domein: er wordt gestreefd naar meer burgerinitiatief en meer eigen kracht, versterkte preventie en samenwerking tussen gemeente, organisaties en inwoners. Het is onze plicht om het milieu zo min mogelijk te belasten en de volksgezondheid te beschermen. Als gemeente zetten we daarom in op onze watertaken (onder andere riolering), milieubeheer en afval. Vanaf 2023 voeren we het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan uit. We werken daarin samen met het Netwerk Waterketen Delfland.

In het kader van Milieubeheer wordt er gewerkt aan het verbeteren van bodemkwaliteit, voeren we geluidbeleid uit en hebben we bij ontwikkelingen aandacht voor luchtkwaliteit, externe veiligheid en milieuzonering.

9

In 2023 zijn we gestart met het wijkuitvoeringsplan energie Klapwijk in samenwerking met inwoners en ondernemers. In het plan is aangegeven op welke wijze, wanneer en hoe wijken van het gas af gaan. Versnelling en intensivering is nodig om onze doelstellingen zo mogelijke eerder dan 2030 respectievelijk 2050 te halen. Om de verduurzaming te versnellen en te verbreden komen we met maatregelen en inzet van duurzaamheidscoaches om bewoners proactief te helpen met de energiebesparing (waaronder isolatie) van hun woning tot minimaal label B of C. In de regio werken we samen in de warmte samenwerking Oostland en Regionale Energiestrategie. Het streven is om gebiedsdekkende warmte-infrastructuur en regionale restwarmtenet verder mogelijk te maken in onze gemeente.

9. Bestuur en dienstverlening Dit programma gaat zowel over de voorwaarden voor het bestuur om zijn wettelijke en autonome taken te kunnen uitvoeren en om de bestuurlijke en politieke ambities te kunnen realiseren als over onze dienstverlening. Dit programma bestaat uit drie onderdelen: Bestuur; Samenwerkingsverbanden; Dienstverlening. Onze dienstverlening laat zich zien als een dynamisch proces dat zich constant aanpast aan de eisen van de tijd, zowel fysiek als digitaal. Het raadsakkoord streeft naar een open en transparante overheid met een op de inwoner en samenleving aangepaste dienstverlening. Het gaat om een evenwichtige relatie met individuele inwoners en om de verplichtingen over en weer van de gemeente aan de ene kant en ondernemers en maatschappelijke organisaties aan de andere kant. Het raadsakkoord heeft de ambities te investeren in het vertrouwen tussen ons als lokale overheid en onze inwoners en ondernemers en om de specifieke positie van Pijnacker-Nootdorp in de regio zo goed mogelijk te benutten voor onze inwoners. Als gemeente is het belangrijk te begrijpen wat inwoners nodig hebben en daarbij willen we hun ervaring en expertise benutten. Omdat burgerparticipatie van belang is bij alle beleidsterreinen van de gemeente hebben we generiek gemeentelijk participatiebeleid ontwikkeld wat op 1 oktober 2023 in werking is getreden.

Omdat het leven van onze inwoners niet stopt bij de gemeentegrenzen werken we voor onderwerpen die de gemeentegrenzen overschrijden samen in regioverband en met andere overheden. De specifieke positie van Pijnacker-Nootdorp in de regio willen we zo goed mogelijk benutten voor onze inwoners. Op sommige onderdelen is het wettelijk verplicht, zoals bij participatie in de arbeidsmarktregio. Sommige samenwerkingsverbanden zijn vrijwillig in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR), zoals de MRDH. In de gemeente is de raad het hoogste besluitvormende orgaan. De raad stelt kaders en geeft opdracht aan het college vanuit dualisme. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en de raad controleert of datgene wat beoogd is ook gerealiseerd is. Dat betekent dat er sprake is van een samenspel tussen raad en college. Om tot goede democratisch besluitvorming te komen, hebben raad en college afspraken met elkaar gemaakt hoe zij de komende bestuursperiode met elkaar willen omgaan over onze omgangsvormen, rolopvattingen, de bestuurscultuur en structurele terugkoppeling.

Tot slot Voor de negen begrotingsprogramma’s geldt dat er een concreet takenpakket ligt voor 2024. De hiervoor benodigde middelen zijn in de financiële begroting opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de financiële positie en mutaties in hoofdlijnen geschetst.

10

Hoofdlijnen van de financiële positie Financieel kader In dit deel gaan we in op de vraag hoe de gemeente haar inkomsten verkrijgt om de inhoudelijke doelen te realiseren. Grofweg zijn de Algemene uitkering, grondexploitaties en de opbrengsten uit belastingen en heffingen de grootste inkomstenbronnen. In grafiekvorm ziet de verdeling er in procenten als volgt uit.

Algemene uitkering: (55.62) Grondexploitaties: (17.37) Gemeentelijke heffingen: (15.51) Rijksbijdragen: (6.39) Dividenden: (0.4) Overig: (4.71)

Woningbouwprognose 2024-2027 In de cijfers van de Kadernota 2023 zijn de woningbouwprognoses geactualiseerd. Er is geen aanleiding om deze prognose bij de Programmabegroting 2024 te herzien. Voor de komende vier jaren wordt rekening gehouden met een gemiddeld aantal op te leveren woningen van 352 stuks per jaar.

Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor Pijnacker-Nootdorp de grootste bron van inkomsten. De hoogte van deze uitkering wordt bepaald op basis van objectieve verdeelmaatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, de (sociale) samenstelling van de bevolking en het aantal woonruimten. Bij de bepaling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp is uitgegaan van onder andere de volgende maatstafgegevens: Aantallen per 1 januari

2024

2025

2026

2027

aantal inwoners

58.552

59.432

60.312

61.192

aantal inwoners: jongeren < 18 jaar

13.244

13.140

13.026

12.903

437

443

453

460

aantal woonruimten

22.774

23.126

23.458

23.830

Aantal personen met een migratieachtergrond

8.373

8.598

8.819

9.034

aantal bijstandsontvangers

Algemene uitkering in de begroting 2024-2027 De hoogte van de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp voor de periode 2024-2027 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2023 van het ministerie van BZK. De verwachte inkomsten algemene uitkering uit het gemeentefonds bedragen: (bedragen X € 1.000)

2024

2025

2026

2027

inkomsten uit meicirculaire 2023

88.610

93.366

90.951

93.085

Een uitgebreide toelichting op de mutaties van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds is opgenomen in onderdeel Algemene uitkering in de begroting 2024-2027.

11

Heffingen, belastingen en leges Een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat uit lokale heffingen en belastingen. Deze lokale heffingen worden opgebracht door de inwoners en bedrijven van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De gemeente Pijnacker-Nootdorp kent de volgende gemeentelijke belastingen, heffingen en retributies: OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges omgevingsvergunningen, leges burgerzaken, toeristenbelasting. Een nadere toelichting op de lokale heffingen wordt gegeven in de paragraaf ‘Lokale heffingen’.

Financieel Perspectief In de Kadernota 2023 zijn de financiële mutaties als gevolg van onder andere de autonome ontwikkelingen, algemene uitkering, prijs- en areaalindexatie, het sociaal domein en de investeringsplanning en renteresultaat in beeld gebracht. Na vaststelling van de Kadernota op 6 juli 2023 zijn deze mutaties verwerkt in de Programmabegroting 2024. Het meerjarig begrotingssaldo is hieronder in tabelvorm opgenomen en wordt daarna per onderdeel afzonderlijk toegelicht.

Samenvatting Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2026

2027

1. Saldo primaire begroting 2023 + aangenomen amendementen

2024 3.172

3.492

-3.844

-3.833

2. Mutaties Kadernota 2023

1.614

1.833

3.207

-1.016

Saldo Kadernota 2023

4.786

5.325

-637

-4.849

3. Meicirculaire 2023 en nadere invulling van de gevolgen

-134

929

339

2.425

49

47

45

324

-1.852

-2.667

-2.730

-2.798

4. Actualisatie belastingen, heffingen en areaal 5. Gevolgen P-begroting (incl. raad en college) en gevolgen overhead 6. Herziening kapitaallasten en renteomslag 7. Sociaal Domein Jeugd en WMO

2025

754

489

194

-201

-2.790

-1.790

-1.790

-1.790

8. Collegebesluiten, autonome en overige ontwikkelingen na opstellen KN2023

1.141

1.309

1.354

1.381

Saldo begroting

1.954

3.642

-3.225

-5.508

Het financiële overzicht is als volgt opgebouwd: 1. Als beginpunt het saldo van de primaire begroting 2023 2. Financiële mutaties zoals opgenomen in de Kadernota 2023 Onderdeel 1 is uitgebreid toegelicht in de Programmabegroting 2023 en onderdeel 2 is toegelicht in de Kadernota 2023 en wordt daarom niet in deze programmabegroting herhaald. De onderstaande gegevens zijn mutaties na vaststelling van de Kadernota 2023 en worden wel toegelicht. 3.

Meicirculaire 2023 en nadere invulling van de gevolgen

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

Accres loon- en prijscompensatie en mutaties Kadernota 2023

-1.361

-1.227

-1.109

2027 265

Hoeveelheidsverschillen en uitkeringsbasis

2.167

2.847

3.143

3.854

Taakmutaties

2.519

1.869

-27

-15

Overig

-3.459

-2.560

-1.668

-1.669

-134

929

339

2.435

Totaal gevolgen

Accres loon- en prijscompensatie en mutaties Kadernota 2023 Door middel van een maartbrief gemeentefonds (regel 2) zijn gemeenten geïnformeerd met welke verwachte accressen 2023-2027 zij naar verwachting rekening konden houden bij de kader- voorjaarnota’s. In de concept Kadernota 2023 zijn op basis hiervan de accressen 2023-2027 opgenomen. De in de Meicirculaire 2023 (regel 1) toegekende bedragen zijn voor de jaren 2023 tot en met 2026 ruim € 1 miljoen nadelige (wij krijgen minder gecompenseerd dan vooraf was aangegeven), met uitzondering van 2027 dat een kleine plus laat zien van € 265.000.

12

Hoeveelheidsverschillen en uitkeringsbasis Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. Als gevolg van de overgang naar het nieuwe verdeelstelstel per 1-1-2023 zijn in deze circulaire relatief grote hoeveelheidsverschillen te zien. Dit geldt niet alleen voor Pijnacker-Nootdorp, maar voor vele gemeenten. Dit is het gevolg van de invoering van nieuwe maatstaven met onder andere een andere wegingssystematiek, waardoor deze niet één-op-één vergeleken kunnen worden met de oude maatstaven. Daarnaast zijn ook van enkele bestaande maatstaven de formules veranderd. Met ingang van de septembercirculaire 2023 kan dit onderdeel weer vergeleken worden met de voorgaande circulaire.

Taakmutaties en overige informatie Het Rijk en de VNG hebben 18 april jl. een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 € 1.363 miljoen (aandeel PN € 2,282 miljoen) en voor 2025 € 859 miljoen (aandeel PN € 1,422 miljoen) aan de algemene uitkering toegevoegd. Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. Ook zijn afspraken gemaakt over de aanvullende besparing van € 100 miljoen voor 2024 (die onder verantwoordelijkheid van het rijk vallen). Deze is voor 2024 vervallen, maar heeft voor gemeenten geen budgettair effect, omdat hier ook lagere lasten voor gemeenten tegenover staan. 4.

Actualisatie belastingen, heffingen en areaal

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

OZB en Toeristenbelasting

175

173

171

Kostendekkendheid afval en riolering

114

114

114

114

Opbrengsten bouwleges nieuwbouw

-240

-240

-240

-240

49

47

45

324

Totaal gevolgen

450

OZB en Toeristenbelasting De OZB opbrengsten worden naar boven bijgesteld op basis van 3,8% inflatie (conform de augustusraming van het CPB). Jaarlijks wordt een nieuwe jaarschijf aan de meerjarenraming toegevoegd en geindexeerd. Dit verklaart de hogere bijstelling in 2027 tot op niveau van 2024.

Kostendekkendheid afval en riolering De taakvelden afval en riolering zijn kostendekkend. Dit betekent dat alle gemaakt kosten worden doorbelast aan de eindgebruiker. De kostendekkendheid van beide taakvelden is 100%. Een nadere toelichting hierover staat in de paragraaf 'Lokale heffingen'.

Bouwlegesopbrengsten nieuwbouw In de Kadernota 2023 is de gemiddelde woningbouwprognose naar beneden bijgesteld tot 352 stuks per jaar. Op basis hiervan zijn de bouwlegesopbrengsten verlaagd. 5.

Gevolgen P-begroting (inclusief raad en college) en gevolgen overhead

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening

-1.852

-2.667

-2.730

2027 -2.798

Totaal gevolgen

-1.852

-2.667

-2.730

-2.798

Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening In de nieuwe personeelsbegroting is de Cao-verhoging per 2 januari 2023 verwerkt. Daarnaast is de reguliere formatie-uitbreiding als gevolg van areaaluitbreiding en de extra formatieuitbreiding bij het taakveld Handhaving en Veiligheid opgenomen. 6.

13

Herziening kapitaallasten en renteomslag

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Rentebaten op schatkistbankieren

1.000

575

300

-

Omslagrente verlaagd

-350

-400

-450

-450

Actualisatie overige kapitaallasten investeringplanning

104

314

344

249

Totaal gevolgen

754

489

194

-201

De investeringsplanning is geactualiseerd ten opzichte van de Kadernota 2023. Daarbij is met name aandacht besteed aan de investeringen in de jaarschijven 2023-2025. Door deze beter in tijd te spreiden gaan wij uit van een realistischer planning waarmee het jaarlijks overschot bij de jaarafsluiting wordt teruggedrongen. Daarnaast is de nieuwe jaarschijf 2027 toegevoegd met de daarin behorende investeringen.

Rentebaten op schatkistbankieren Als gevolg van de oplopende marktrente en het positieve rekeningcourantsaldo kunnen de renteopbrengsten voor de korte termijn worden verhoogd.

Omslagrente verlaagd De omslagrente is in de Kadernota 2023 verlaagd van 1,5% naar 1,0% en in deze begroting van 1,0% naar 0,5%. De lagere rentelasten die dit oplevert voor het kostendekkkende taakveld riolering betekenen een nadeel voor het begrotingssaldo. In paragraaf 4. Financiering wordt dit nader toegelicht.

Actualisatie overige kapitaallasten investeringsplanning Na de beoordeling bij de Kadernota 2023 zijn bij het opstellen van deze begroting de investeringen opnieuw getoetst op een realistische planning. Daarbij is tevens rekening gehouden met de verwachte restantbudgetten in 2023 die doorschuiven naar 2024 . Dit heeft geresulteerd in nieuwe kapitaallasten en investeringsplanning die terug te vinden is in bijlage 1. 7.

Sociaal Domein Jeugd en WMO

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Jeugdzorg

-1.100

-1.100

-1.100

-1.100

Participatie (BUIG)

-1.000

-

-

-

Bijzondere bijstand

-150

-

-

-

Wmo Begeleiding

-150

-300

-300

-300

Wmo HbH

-200

-200

-200

-200

Wmo Vervoersvoorzieningen

-75

-75

-75

-75

Structurele bezetting PO Jeugd

-115

-115

-115

-115

-2.790

-1.790

-1.790

-1.790

Totaal gevolgen

Jeugdzorg De kosten in de Jeugdzorg stijgen vanwege een combinatie van hoge indexatie, tariefstijging door o.a. groepsverkleining bij Jeugdzorg met verblijf en door toename van vraag naar zwaarder zorg. De opbouw van de reeks in begroting baseren we alleen op de reële indexatie van de geraamde kosten voor de gecontracteerde kosten in het kader van het regionaal transitiearrangement en de reële kosten van het landelijk transitiearrangement, zoals we die bij het opstellen van deze begroting in beeld hebben. In 2023 is voor de basis indexatie regionaal een percentage afgesproken van 5,85%. Omdat er nog geen indexpercentage is vastgesteld voor het jaar 2024 gaan we uit van dit percentage als onvermijdbare kosten. Deze komen uit op afgerond 800K. De kosten voor het l.t.a. van 300K zien we ook als onvermijdelijk. Bij elkaar komt dit op 1.100 mln. Mogelijk hogere kosten nemen we op in de risicoparagraaf.

Participatie (BUIG) In 2024 verwachten we een tekort op de uitgaven uit het budget voor de BUIG (uitkeringen en loonkostensubsidie). Het tekort ontstaat door een lagere vaststelling van de BUIG in vergelijking met het jaar 2022. Tegelijkertijd hebben we het aantal bijstandsgerechtigden zien stijgen van 429 per 1 januari 2022 naar 466 per 1 juli 2023. De voornaamste redenen zien we in de versnelling van de taakstelling huisvesting statushouders en de groei van de gemeente. De taakstelling huisvesting statushouders is gegroeid van 75 in 2022 naar 155 in 2023. We verwachten op basis van berichten van de Rijksoverheid dat dit niveau zich doorzet in 2024.

14

De groei van de gemeente zien we ook als factor die de instroom verhoogd. Wij zetten op dit moment in op intensivering van de uitstroom uit de bijstand om het tekort op de uitvoering van de Participatiewet te verlagen. Om deze redenen verhogen wij het budget in 2024 met 1 miljoen Euro. Het exacte tekort is omgeven met onzekerheid. Dit heeft te maken met onzekerheid over de inkomsten en de uitgaven. Bij het opstellen van deze begroting hebben we te maken met onzekerheid over de inkomsten voor de BUIG voor het jaar 2024. Dit komt omdat bij het schrijven van dit stuk, de septembercirculaire en de september beschikking voor de BUIG nog niet zijn gepubliceerd. We ramen het tekort daarom gelijk aan het tekort in 2023. In verband met de onzekerheid over de instroom aan bijstandsgerechtigden nemen we een risico op in de risicoparagraaf bij deze begroting.

Bijzondere bijstand De uitgaven voor de bijzondere bijstand groeien. Dit komt hoofdzakelijk door de stijgende inrichtingskosten in combinatie met een gelijkblijvend budget in de begroting. De stijgende inrichtingskosten hangen samen met de stijgende taakstelling voor vergunninghouders.

Wmo Begeleiding Voor Wmo Begeleiding verwachten we een kostenstijging als gevolg van een combinatie van factoren: een toename van het aantal inwoners dat een beroep doet op deze voorzieningen, een verzwaring van de zorgvraag en een relatief hoog niveau voor indexatie. Het jaar 2024 is een overgangsjaar voor de toetreding tot het H5 contract. In lijn hiermee wijzigt de bekostigingssystematiek in dat jaar geleidelijk van een PxQ-systematiek naar een resultaatgerichte bekostiging. In 2025 houden we rekening met een kosteneffect als gevolg van de wijziging van de bekostigingssystematiek in het H5 contract.

Wmo Hulp bij het huishouden Bij hulp bij het huishouden verwachten we ook hogere uitgaven als gevolg van een combinatie van factoren: in de eerste plaats stijgen de tarieven met ingang van 1 januari 2024 daarnaast stijgt het aantal inwoners dat een beroep doet op deze voorziening als gevolg van de vergrijzing. Het tarief voor hulp bij het huishouden ligt nog niet definitief vast, daarom nemen we 50% van de kostenstijging op basis van de kostprijsberekening mee in de begroting 2024.

Wmo vervoersvoorzieningen Voor de Wmo vervoersvoorzieningen is het niveau voor de indexatie in het jaar 2023 met 14% hoger dan daarvoor. De hulpmiddelen, waaronder de vervoersvoorzieningen, zijn in 2023 opnieuw aanbesteed. We verwachten hierdoor lagere tarieven. Tegelijkertijd houden we als gevolg van de vergrijzing wel rekening met kostenverhoging door een toename van het beroep op deze voorziening.

Structurele bezetting PO Jeugd In juli 2021 heeft u besloten om de capaciteit van de Praktijkondersteuners Jeugd (POJ) tijdelijk op te verhogen met 1,4 fte. De totale capaciteit kwam daarmee op 4 fte POJ. Besloten is toen om de kosten hiervoor te dekken uit de programmabudgetten voor Jeugdhulp voor de periode van 2,5 jaar. 8. Collegebesluiten, autonome ontwikkelingen en overige ontwikkelingen na opstellen Kadernota 2023 Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Collegebesluiten Instellen Rekenkamer

-15

-15

-15

-15

Subtotaal

-15

-15

-15

-15

Stelpost inflatie 2022 afbouwen

1.399

1.399

1.399

1.399

Bijstellen huuropbrengsten kinderopvang vanwege vertraging bouw

-148

-29

-13

-13

Autonome ontwikkelingen

15

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Diverse kleine mutaties

2024

2025

2026

2027

-95

-46

-17

10

Subtotaal

1.156

1.324

1.369

1.396

Totaal gevolgen

1.141

1.309

1.354

1.381

Instellen Rekenkamer Per 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers van kracht. Deze wet heeft de mogelijkheid van een rekenkamerfunctie geschrapt en verplicht elke gemeente een (gemeenschappelijke) rekenkamer in te stellen. Daar Pijnacker-Nootdorp een rekenkamercommissie kent, is een nieuwe verordening noodzakelijk. Hierin hebben diverse wettelijke vereisten hun uitwerking gekregen.

Stelpost inflatie 2022 afbouwen In de Kadernota 2023 is een stelpost opgenomen van € 5,05 miljoen ter dekking van de sterk oplopende prijzen van arbeid, materiaal en energie. Deze is ingezet ter dekking van de hogere salarislasten, de sterk gestegen energieprijzen en hogere contractprijzen in 2022. Op dit moment resteert van het oorsponkelijke budget nog € 2,4 miljoen. Hoewel zeker nog niet alle prijsverhogingen als gevolg van de inflatie 2022 in de begroting zijn verwerkt kan deze stelpost worden verlaagd tot € 1,0 miljoen.

Bijstellen huuropbrengsten kinderopvang vanwege vertraging bouw. De nieuwbouw van verschillende onderwijsgebouwem is vertraagd. Daarmee worden ook de lokalen voor kinderopvang later opgeleverd en daaruit voortvloeiende huurpenningen later ontvangen.

Stelpost Enecogelden Middels het amendement 'Investeringsplanning- en financieringsplan 2020-2025' is bij de Kadernota 2021 besloten een deel van de opbrengst uit de aandelen Eneco in te zetten om binnen de begroting structureel ruimte te creeëren. Deze ruimte wordt in deze meerjarenbegroting apart gepresenteerd als stelpost 'Enecogelden'. Aan de Raad worden voorstellen voorgelegd voor aanwending van deze stelpost. Als de stelpost Enecogelden niet wordt ingezet valt dit jaarlijks automatisch vrij bij de jaarrekening als positieve bijdrage aan het saldo. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Begrote beginstand per 01/01

2024

2025

2026

2027

1.464

1.424

1.424

1.424

Handhavinguitvoeringsplan BOA 2023

-498

-498

-498

-498

Verbreden sport- en cultuurfonds

-42

-67

-67

-67

Intensivering toezicht en handhaving project emissieloze kas

-50

-50

-50

-50

Integraal handhavingsplan

-190

-190

-190

-190

Subsidie verduurzaming slecht geisoleerde woningen

-500

-

-

-

Inrichting groengebied Oude Polder

-96

-

-

-

Ondersteuning kinderburgemeester

-22

-22

-22

-22

Stand per einde jaar *

66

597

597

597

Besluiten

*Na opstellen van deze begroting is vanaf 2024 in het kader van de Woonzorgvisie € 60.000 structureel ingezet voor het aanstellen van een doorstroommakelaar. Deze mutatie wordt verwerkt in de Kadernota 2024.

Structureel en reëel sluitende Begroting 2024 De Provincie Zuid-Holland stelt als toezichthouder de eis dat de meerjarenbegroting sluitend is of dat de begroting van het komend jaar structureel en reëel sluitend is om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Om de begroting reëel sluitend te maken, dienen de incidentele baten en lasten te worden gecorrigeerd op het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2024. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

Saldo van de begroting 2024 inclusief incidentele baten en lasten

1.954

Hierin opgenomen incidentele baten

-9.732

Hierin opgenomen incidentele lasten

10.470 738

Saldo begroting 2024 gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten

16

2.692

Na correctie van de incidentele baten en lasten vertoont het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2024 een positief saldo van € 2.692.000, waarmee wordt voldaan aan de eis van de toezichthouder. Een compleet overzicht in tabelvorm van de incidentele baten en lasten treft u aan in onderdeel C. ‘De financiële begroting’.

Mutaties in de reserve Financiële gevolgen Corona en Algemene reserve Reserve Financiële gevolgen Corona Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

Begrote beginstand per 01/01

2025

807 807

2027

807

-

-

-

807

807

807

Geen inzet begroot in de meerjarenbegroting Stand per einde jaar

2026

807

807

Vanaf het vormen van deze reserve in 2020 is in totaal € 4,3 miljoen toegevoegd, waarvan € 1,5 miljoen uit de algemene reserve. In de periode 2020-2022 is € 2,5 miljoen uitgegeven. In 2023 is € 1,0 miljoen onttrokken voor de actieplan bestaanszekerheid. De begrote beginstand 2024 bedraagt € 807.000.

Algemene reserve Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Beginstand per 01/01

53.233

58.029

63.194

61.328

Begrotingssaldo

1.954

3.642

-

-

GrExen: winstuitname

4.964

2.176

1.961

621

Jaarlijks saldo strategisch vastgoed

133

133

133

133

Weidevogelkerngebied

185

-

-

-

Een lagere onttrekking aan de AR i.v.m. een lagere investering

210

-

-

-

GrExen: mutatie Voorziening Nadelige complexen

-177

-168

-171

-39

GrExen: Vennootschapsbelasting

-1.241

-544

-490

-155

Realisatiefase weidevogelgebied

-35

-

-

-

-1.197

-74

-74

-74

Storting in bestemmingsreserve Egalisatie berotingssaldo 2026 e.v.

-

-

-637

-4.849

Aanvulling begrotingssaldo 2026 en 2027

-

-

-2.588

-659

58.029

63.194

61.328

56.306

Dekking afschrijvingslasten Investeringen

Stand per einde jaar

De komende jaren worden zowel bedragen toegevoegd als onttrokken aan de algemene reserve.

Weerstandsvermogen De mutaties in de algemene reserve zijn onder andere het gevolg van de jaarlijkse aanvulling of vrijval van de voorziening ‘Nadelige complexen’, het verplicht nemen van winsten binnen de grondexploitaties en de begrotingssaldi 2024 tot en met 2027. Verloop van de algemene reserve Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Weerstandscapaciteit per 01/01

53.233

58.029

63.194

61.328

Mutaties in de algemene reserve

2.842

1.523

-1.866

-5.022

Begrotingssaldo

1.954

3.642

-

-

Weerstandscapaciteit per 31/12

58.029

63.194

61.328

56.306

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 10,7 miljoen. De ratio weerstandsvermogen wordt dan ook (meerjarig) gebaseerd op deze benodigde weerstandscapaciteit. Verloop ratio weerstandsvermogen

2024

2025

2026

2027

A. Weerstandscapaciteit per 31/12

58.029

63.194

61.328

56.306

B. Benodigde weerstandscapaciteit

10.688

10.688

10.688

10.688

C. Ratio weerstandsvermogen = A/B

5,43

5,91

5,74

5,27

17

Het benodigde weerstandsvermogen is geactualiseerd (inclusief actualisatie Grondexploitaties per 01-07-2023) conform de in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 opgenomen systematiek en wordt voor alle jaren gekwalificeerd als ‘uitstekend’.

Schuldpositie Samengevat zijn er drie kasstromen die de schuldomvang beïnvloeden: • In- en uitgaande geldstroom in het kader van de realisatie van begrotingsprogramma’s (exploitatie en onderhoud); • In- en uitgaande geldstroom van investeringen (grondexploitaties en aanleg van voorzieningen zoals wegen en scholen); • In- en uitgaande geldstroom als gevolg van het aangaan van schulden (financiering). De totale schuld wordt dus hoger of lager door het geheel van positieve en negatieve kasstromen in de exploitatie, de investeringen en de financiering. De verschillende kasstromen en de schuld van de gemeente ontwikkelt zich in grote lijnen als volgt: Bedragen x € 1.000 (- = negatieve kasstroom)

2024

Kasstroom saldo exploitatie/onderhoud

-1.006

4.026

-888

-1.806

Kasstroom saldo investeringen/grondexploitaties

-28.348

-30.300

-17.860

-5.313

126

-129

-291

-479

-29.228

-26.403

-19.039

-7.598

Kasstroom saldo rentebaten -/- rentelasten Mutatie netto schuld

2025

2026

2027

Schuldomvang In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de totale schuldomvang zich ontwikkelt op grond van de huidige meerjarenbegroting, de actualisatie van de grondexploitaties per 1-7-2023 en de investeringsplanning. Bedragen x € 1.000

2024

2025

Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 01/01

82.274

40.171

2026 893

2027 -28.021

Aflossing leningportefeuille

-12.875

-12.875

-9.875

-9.542

Mutatie netto schuld

-29.228

-26.403

-19.039

-7.598

Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 31/12

40.171

893

-28.021

-45.161

De VNG spreekt van houdbare gemeentefinanciën als een gemeente ook bij een scenario met economisch slecht weer (met tegenvallende rijksinkomsten, lagere grondverkopen en stijgende rentepercentages) genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te kunnen voldoen, zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen daarbij in de knel komen. In deze benadering is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. Hiervoor is ook inzicht in de geldstromen en de hoogte van de schuld nodig. Voor houdbare gemeentefinanciën moet de toename van de schulden in verhouding blijven met de jaarlijkse inkomsten van een gemeente. Stijgende rentelasten geven extra druk op de exploitatie. Als de exploitatie geen ruimte biedt, moet er meer worden geleend. Dat veroorzaakt meer rentelasten en zo ontstaat een negatieve spiraal. Met andere woorden: het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel ruimte er binnen de begroting is om bestaande schulden af te lossen. De staat wijkt af van voorgaande jaren, de reden hiervoor is om inzichtelijk te maken dat er na 2026 wellicht weer geld moet worden aangetrokken.

Schuldnormering In het Collegeprogramma 2014-2018 hebben we aangegeven dat er een strategie nodig is voor het terugbrengen van de schuldenlast. We kondigden daarbij aan om vanaf 2016 een criterium voor een houdbare schuldpositie op te nemen in de begroting. Als streefnorm voor de schuldomvang hanteren we dat de schuldquote (= ratio schuld/inkomsten) maximaal 100% bedraagt. Momenteel zit de gemeente Pijnacker-Nootdorp onder deze streefnorm en is de verwachting dat de schuldquote de komende jaren ook onder de streefnorm zal blijven.

18

Verwachte hoogte van de leningenportefeuille De leningenportefeuille lange termijn bedraagt op 1 januari 2024 ruim € 68 miljoen en neemt de komende jaren af met € 43 miljoen tot ruim € 25 miljoen eind 2027. Deze afname is gebaseerd op het aflossingsschema dat met de geldverstrekkers contractueel is afgesproken.

19

20

Programma's 1. Ruimte en wonen Het raadsakkoord stelt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. Inwoners van jong tot oud kunnen hier prettig en veilig wonen, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen graag wandelen en fietsen in ons groene buitengebied. Het raadsakkoord streeft naar gebieden en functies die optimaal gebruik maken van de kansen om elkaar te versterken, in een karakteristieke woon- en leefomgeving met een evenwichtige woningvoorraad. We willen de hoge woonkwaliteit behouden en waar nodig versterken, dat mensen zich hier kunnen vestigen en inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen.

Algemene omschrijving Het programma Ruimte en wonen bestaat uit drie onderdelen: 1. Ruimte en leefomgeving; 2. Wonen en bouwen; 3. Grondexploitaties ͕ met uitzondering van bedrijventerreinen

Wat willen we bereiken?

Doelstelling

Een karakteristieke woon- en leefomgeving en een hoge woonkwaliteit

Wat willen we bereiken

Een herkenbare woon- en leefomgeving Een evenwichtige woningvoorraad voor een lokale wooncarrière

Wat gaan we daarvoor doen 1. Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woonen leefomgeving 2. Uitbreiden van de woningvoorraad 3. Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen

We bieden onze inwoners, ondernemers en bezoekers een karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit. Door verbinding van ruimtelijke, sociale, economische en ecologische structuren willen we de gemeente als geheel versterken, met behoud van de groene, dorpse sfeer. We werken dan ook aan gebieden en functies die optimaal gebruik maken van elkaars kwaliteiten, elkaar aanvullen en versterken, rekening houdend met de belangen van mens, dier en natuur. Onze inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp dat gevormd wordt door de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit, de dorpse sfeer, de ruimtelijke kwaliteit en de hechte gemeenschap. Daarom willen we er ook voor zorgen dat bij de grote opgaven zoals de energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie, de woon- en leefomgeving herkenbaar blijft. De gebiedsprofielen, die een onderdeel vormen van de omgevingsvisie, laten zien hoe we met behoud van het vertrouwde, ook nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen geven.

21

Het is, zeker in de huidige gespannen woningmarkt, voor inwoners niet altijd makkelijk om te verhuizen naar een passende woning. Mede daarom zetten we ons in voor meer evenwicht in de woningvoorraad. Daarmee bedoelen we dat we er naar streven dat er genoeg woningen zijn voor iedere doelgroep en in iedere prijsklasse. Hiermee vergroten we de kans dat onze inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen en bieden we nieuwe inwoners de mogelijkheid om in Pijnacker-Nootdorp te komen wonen. We zijn ons ervan bewust dat we deel uitmaken van een dynamische regio waar de druk op de ruimte hoog is. Dit heeft directe en indirecte gevolgen voor de toekomst van onze gemeente. We zijn in 2023 gestart met het opstellen van een regionale ruimtelijke netwerkstrategie om onze positie in de regio te versterken. Deze strategie baseren we op de unieke kwaliteiten van Pijnacker-Nootdorp zoals het woonmilieu, het groene buitengebied, de bedrijventerreinen en de glastuinbouw. Daarbij leggen we de nadruk op de bijzondere bijdrage die onze gemeente levert aan de agglomeratiekracht en het vestigingsklimaat van de regio. Pijnacker-Nootdorp beschikt, als landelijke, groene gemeente met goede verbindingen naar de grote steden, over kwaliteiten en (woon)milieus, die in de stad niet te realiseren zijn en van meerwaarde zijn voor inwoners van de hele regio.

Stand van zaken en vooruitblik Het programma Ruimte en Wonen bestaat uit de volgende drie verplichte taakvelden: 1. 2. 3.

Ruimte en leefomgeving: Wonen en bouwen; Grondexploitaties, met uitzondering van bedrijventerreinen.

1. Ruimte en leefomgeving Karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit We werken aan een karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit. Dat monitoren we door iedere twee jaar een leefbaarheidsmonitor uit te voeren. De meest recente leefbaarheidsmonitor dateert uit 2023. Daarbij is gekeken naar de punten die inwoners het meest belangrijk vinden voor de fysieke woonomgeving. De onderstaande scores geven een beeld van de waardering van onze inwoners. 2021 2023 Totaaloordeel voor de wijk

8,0

8,0

Kwaliteit van de woningen

7,8

7,9

Woonomgeving

7,0

7,1

Gronevoorzieningen

7,0

7,0

Algemene voorzieningen

7,6

7,5

Wanneer we deze cijfers vergelijken met leefbaarheidsmonitor uit 2021 dan zien we dat de waardering voor de woningkwaliteit en woonomgeving licht gestegen zijn, het totaaloordeel voor de wijk is gelijk gebleven, net als de waardering voor zowel de groenvoorzieningen. Het cijfer voor de algemene voorzieningen is met een 7,5 licht gedaald. Daarmee geven de inwoners in 2023 de hoogste cijfers voor de fysieke leefomgeving sinds we gestart zijn met de tweejaarlijkse metingen. In 2025 wordt opnieuw een leefbaarheidsmonitor uitgevoerd.

Programmaplan Omgevingswet In 2019 is het Programmaplan Omgevingswet vastgesteld. Daarin staat hoe Pijnacker-Nootdorp zich voorbereidt op de wet die op 1 januari 2024 in werking zal treden. De raad ontvangt twee maal per jaar een monitor. Daarin staat hoe de voorbereidende werkzaamheden verlopen. Aangezien we in 2024 met de nieuwe wet gaan werken, zullen ervaringen uit de praktijk ook worden opgenomen in de halfjaarlijkse monitor.

Omgevingsvisie en planMER In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 wordt bevestigd dat de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 het strategische beleidsdocument is voor de fysieke leefomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen baseren we ons dan ook op de ambities uit de omgevingsvisie. In 2024, gelijktijdig met de mid-term review, stellen we de eerste evaluatie van de omgevingsvisie (en planMER) op. Daarin laten we zien of en in hoeverre de ambities in de omgevingsvisie daadwerkelijk worden bereikt en of bijstelling wellicht noodzakelijk is.

22

Omgevingsprogramma’s In de komende jaren zetten we al het ruimtelijk beleid om in een beknopt aantal omgevingsprogramma’s. In 2023 is een planning opgesteld. Daarmee geeft ons college uitvoering aan de kaders die de raad in de omgevingsvisie heeft vastgesteld. Aangezien het een nieuw instrument is, leren en werken we tegelijkertijd. De omgevingsprogramma’s worden gekoppeld aan de programma’s in de begroting. Zo staat de informatie over het eerste omgevingsprogramma (Groen in en om de kernen) dat in 2023 zal worden afgerond in programma 4. In programma 1 start in 2023 het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit en zullen in de komende jaren voor (enkele van) de transformatiegebieden gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s worden opgesteld. In programma 2 vindt u meer informatie over het gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de glastuinbouwgebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13178029/1