Programmabegroting 2023
Tekst van het document
Begroting Kadernota
Planning & Control-cyclus
Jaarrekening
rin
e nak ko or
gsa genda
Bedr
d
ge
oe
lij n
ra
o Ui
tv
ad
Ho
fd
l co
ijf s p la n D
T
le
Najaarsnota
Programmabegroting 2023
Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4 Leeswijzer 6 Samenvatting
6 11
Hoofdlijnen op inhoud Hoofdlijnen van de financiële positie
19 Programma's
19 31 43 53 63 75 87 99 113 121
1. Ruimte en wonen 2. Economie en glastuinbouw 3. Mobiliteit 4. Groen en recreatie 5. Onderwijs en kinderopvang 6. Collectieve voorzieningen 7. Individuele voorzieningen 8. Veiligheid en duurzaamheid 9. Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VpB en onvoorzien
131 Paragrafen 131 141 149 155 161 167 175 179 181 182
1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Gemalendienst NAD 9. Sociaal domein 10 Ruimtelijk domein
185 Financiële begroting 185 203 207
1. Overzicht van baten en lasten 2. Uiteenzetting financiële positie 3. Overzicht reserves en voorzieningen
209 Bijlagen 211 215 217 219 227
1. Investeringsplanning 2. Berekening EMU 3. Basisset beleidsindicatoren 4. Taakvelden in begrotingsprogramma's 5. Begrippenlijst
231 Afkortingenlijst
2
Voorwoord Voor u ligt de eerste programmabegroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2026 van deze raadsperiode. Halverwege de vorige raadsperiode werd het gemeentebestuur geconfronteerd met grote onzekerheden voor de toekomst, door het uitbreken van de Coronapandemie. De uitspraak ‘alles is relatief’ blijkt meer dan waar. Voor de komende raadsperiode lijken de financiële onzekerheden vele malen groter en minder beheersbaar dan de afgelopen periode. Naast de nog steeds aanwezige dreiging van het Coronavisus lijkt het aantal crises zich op te stapelen: de woningmarktcrisis, de stikstofcrisis, de energiecrisis, de vluchtelingencrisis, de grondstofcrisis, een overspannen arbeidsmarkt et cetera. Dit in combinatie met een sterk oplopende inflatie maakt het een hele uitdaging om voor de komende jaren een reële prognose te doen over het verloop van de gemeentefinanciën. Op basis van dat wat we wel weten is het toch ook dit jaar weer gelukt om voor 2023 een sluitende begroting aan de raad voor te leggen en inzicht te geven in de financiën tot en met 2026. De jaren 2023, 2024 en 2025 laten een relatief hoog positief saldo zien en ook de hoogte van de financiële reserves is voor de komende jaren meer dan goed te noemen in relatie tot de financiële risico’s.
Ook hier geldt echter dat alles relatief is, omdat in een periode van grote mate van onzekerheid het lastig is om dergelijke reserves en buffers op de juiste waarde te schatten. Behalve de reeds genoemde crises is de ontwikkeling van het gemeentefonds een grote factor van onzekerheid voor het begrotingsjaar 2026. Het gaat dan met name over de hoogte van het accres (de trap-op-trap-afsystematiek), de vergroting van de eigen belastingruimte, de opschalingskorting, financiering van jeugdzorg en WMO, invoering omgevingswet en de herverdeling van het gemeentefonds. Tijdens het afgelopen VNG-congres beloofde de minister hierover meer duidelijkheid te verschaffen in de septembercirculaire. Wij gaan ervan uit dat we de raad hierover nog voor de behandeling van de programmabegroting nader kunnen informeren. Voor 2026 laat het college dan ook een negatief begrotingssaldo zien, tegen onze gewoonte in. Gezien de begrotingsoverschotten van de jaren daarvoor en de nog lopende discussie tussen de gemeenten en het rijk is het vooralsnog niet verstandig om met ombuigingsmaatregelen een sluitende meerjarenraming na te streven. Tegelijk met de programmabegroting 2023 biedt het college aan de gemeenteraad de uitvoeringsagenda 2022-2026 aan. Deze uitvoeringsagenda is gebaseerd op het eind juni vastgestelde raadsakkoord ‘Bouwen aan de toekomst’.
Ondanks de eerdergenoemde financiële onzekerheden werkt het college de komende jaren graag samen met de raad aan de realisatie van de plannen en ambities. De vorige raad heeft structureel zo’n anderhalf miljoen euro gereserveerd in de begroting voor nieuw beleid. Het college zal de komende jaren voorstellen aan de raad voorleggen over de inzet van deze middelen in relatie tot de uitvoeringsagenda. Een eerste voorstel is reeds in deze programmabegroting opgenomen met betrekking tot het vernieuwde en ambitieuze participatiebeleid van raad en college. Tot slot wil ik hierbij iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dit document. Pijnacker, september 2022 Namens het College van Burgemeester en Wethouders van Pijnacker-Nootdorp, Peter Hennevanger Wethouder Financien
3
Leeswijzer De programmabegroting als onderdeel van de planning- en controlcyclus De programmabegroting is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende rol in te vullen. In de programmabegroting geeft de gemeente aan wat ze het komend jaar wil doen om bepaalde doelen te bereiken en wat dat mag kosten. Daarmee vormt de begroting een duidelijk kader waarbinnen het gemeentebestuur en de organisatie het komend jaar moeten werken. Deze begroting is niet alleen voor financieel specialisten, maar voor iedereen. Het gaat immers om het gemeentelijk huishoudboekje en dat moet voor een ieder te volgen zijn. Deze leeswijzer geeft aan hoe de begroting is opgebouwd, wat waar te vinden is en welke relaties er liggen naar andere documenten uit de planning en controlcyclus.
De planning- en controlcyclus
Begroting Kadernota
Planning & Control-cyclus
Ui Jaarrekening
oe
rin
ra
lij n
e nak ko or
d
gsa genda c
Bedr
ijf s p la n D
ge
o
fd
ad
Ho
tv
ol
le
T
Najaarsnota
De gemeenteraad geeft het college financiële en inhoudelijke kaders mee voor het beleid en de uitvoering daarvan. Het uitgangspunt voor deze kaderstellende rol is het raadsakkoord 2022-2026 'Bouwen aan de toekomst'.Dit akkoord bepaalt in hoge mate de inhoud van de documenten in de jaarlijkse begrotingscyclus: kadernota, meerjarenbegroting, najaarsnota en jaarstukken. De kadernota is een uitwerking van de bestuurlijke agenda. Het is een koersbepalend document met financiële en inhoudelijke kaders voor het daarop volgende begrotingsjaar. In de programmabegroting worden de voornemens van de kadernota geconcretiseerd. De begroting is een wettelijk voorgeschreven document waarmee de gemeenteraad het college autoriseert tot het doen van uitgaven voor bepaalde doelen. Na vaststelling van de begroting geeft de najaarsnota tussentijds een overzicht van de stand van zaken van de financiën en de uitvoering van beleid. In de jaarstukken tenslotte wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en het financiële beheer. In de figuur is de planningen controlcyclus schematisch weergegeven.
Begroting
Subtitel 2019 - 2020
4
De programmabegroting In de programmabegroting geeft de raad aan welke doelen hij wil bereiken en wat de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zouden moeten zijn. Om deze maatschappelijke effecten te concretiseren worden daar doelstellingen aan gekoppeld. Tot slot wordt benoemd wat de gemeente gaat doen om deze doelen te halen en hoeveel dat mag kosten.
Opbouw van de begroting in drie delen De begroting bestaat uit drie delen: de negen programma's met de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, de paragrafen en de financiële begroting.
A De programma's Het eerste deel van de begroting zijn de negen programma's waarin alle gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein zijn verwoord.
Algemene Dekkingsmiddelen, overhead, VpB en Onvoorzien Hierin staat welke algemene dekkingsmiddelen er zijn en wat het verloop daarvan is voor de komende vier jaar. Algemene dekkingsmiddelen hebben vooraf geen bepaald bestedingsdoel. Overhead en vennootschapsbelasting zijn nieuwe onderdelen.
B Paragrafen De paragrafen gaan in op de bedrijfsvoering in brede zin. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal: • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1) • Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2) • Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3) • Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4) • Hoe is de bedrijfsvoering geregeld en wat kost dat? (paragraaf 5) • Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6) • Hoe is ons grondbeleid? (paragraaf 7) • Hoe gaan wij om met de gemalendienst? (paragraaf 8) • Hoe beheersen we de kosten in het sociaal domein? (paragraaf 9)
C Financiële begroting In dit hoofdstuk zijn diverse (verplichte) financiële overzichten ondergebracht, waaronder de realisatie baten en lasten van het vorig jaar, het lopende jaar en de komende begrotingsjaren. Het is een samenvatting van het deel ‘Wat mag het kosten’ dat per programma is opgenomen, op verschillende wijzen gepresenteerd. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie. Dat is een prognose voor het verloop van de balans. Tot slot is een overzicht opgenomen met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.
5
Samenvatting Hoofdlijnen op inhoud De programmabegroting 2023 is gebaseerd op het raadsakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ en de uitwerking van de ambities en opgaven uit het akkoord in de Uitvoeringsagenda 2022-2026. Voor de derde termijn op rij werken raad en college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp deze bestuursperiode samen vanuit een breed gedragen raadsakkoord op hoofdlijnen. Het raadsakkoord beschrijft onze ambities binnen het ruimtelijk en sociaal domein en afspraken per begrotingsprogramma met opdrachten aan het college. Die afspraken en opdrachten zijn in de Uitvoeringsagenda 2022-2026 uitgewerkt in programmadoelstellingen en een actieagenda met concrete activiteiten voor de meerjarenbegroting. De activiteiten voor 2023 zijn terug te vinden in deze programmabegroting 2023. Het raadsakkoord stelt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. De hoge woonkwaliteit, het groen in en om de kernen en de goede verbindingen willen we behouden en zullen we waar nodig versterken. Een groene en dorpse sfeer die we niet alleen herkennen in het ruimtelijk domein maar ook terugzien in het sociaal domein met een krachtige gemeenschap en overwegend zelfredzame inwoners.
Een gemeenschap die zonder steun goed functioneert, die door sterke maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en mantelzorgers bij elkaar wordt gehouden en waarin de gemeente zorgt voor een doelmatige vangnetvoorziening voor wie het echt nodig heeft. De Omgevingsvisie ‘Verbonden met elkaar’ -vastgesteld in november 2021- is het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de komende jaren binnen het ruimtelijk domein, om sturing te geven aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Onze omgevingsvisie staat in het teken van het zoeken naar verbinding met als doel het geheel sterker en duurzamer te maken. Verbinding met de regio, haar (stedelijke) voorzieningen, werkgelegenheid en de uitwisseling van kennis & innovatie. De verbinding tussen gebieden en functies, onze kernen met het groen, de glastuinbouw met de energietransitie en wonen met werken. De verbinding tussen inwoners en hun leefomgeving, met de zorg voor elkaar, samen zijn en samen bewegen. We streven naar gebieden en functies die optimaal gebruik maken van de kansen om elkaar te versterken, waarbij we oog hebben voor de belangen van mens, dier en natuur. We stellen de inwoner centraal en beseffen dat zelfredzaamheid niet voor iedereen haalbaar is. De maatschappij kan voor mensen te complex zijn waardoor langdurige hulp nodig kan zijn. We zijn een open en betrokken (lokale) overheid en hanteren de menselijke maat.
In 2015 begon de transformatie van het sociaal domein met de decentralisaties in de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo. Sindsdien is deze transformatie niet meer opgehouden. Met het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ is het ons gelukt de kostenstijgingen te beteugelen en zijn we ons meer en meer gaan richten op passende oplossingen en voorzieningen. Het succes van het interventieplan op de kostenbeheersing en versterking en verbetering van de kwaliteit, zijn voor ons aanleiding om voor ons hele sociaal beleid over de volle breedte van het sociaal domein een nieuwe stip op de horizon te zetten met een nieuw visiedocument voor het sociaal domein binnen nu en twee jaar. In de begrotingsprogramma’s komen de volgende hoofdlijnen naar voren.
1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp is en blijft een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente. Inwoners van jong tot oud wonen hier prettig en veilig, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen graag wandelen en fietsen in ons groene buitengebied. In de omgevingsvisie staat dat we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit willen bieden. De omgevingsvisie is ons belangrijkste strategische beleidsdocument waarin staat hoe we door verbinding van ruimtelijke, sociale, economische en ecologische structuren de gemeente als geheel willen versterken, met behoud van de groene, dorpse sfeer. We werken daarom aan gebieden en functies die optimaal gebruik maken elkaars kwaliteiten, elkaar aanvullen en versterken, rekening houdend met de belangen van mens, dier en natuur.
6
Onze inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp dat gevormd wordt door de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit de dorpse sfeer, de ruimtelijke kwaliteit en de hechte gemeenschap. Daarom willen we er ook voor zorgen dat bij de grote opgaven zoals energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie, de woon- en leefomgeving herkenbaar blijft. Om de kans te vergroten dat onze inwoners in elke levensfase een passende woning kunnen vinden, werken we aan een meer evenwichtige woningvoorraad. Dat doen we door uitbreiding van woningen binnen de kernen (zoals in Hart van Nootdorp) en op de bestaande woningbouwlocaties Tuindershof, Keijzershof, Oranjepark, Casa Vita, Centrumlijn Pijnacker-Zuid, De Scheg, Oude Leede en Ackerswoude. Bovendien werken we in 2023 aan de verkenning van de mogelijke ontwikkellocaties Dwarskade, Rijskade, Overgauw en Balijade overeenkomstig de bestuursopdracht. Daarnaast maken we prestatieafspraken met woningcorporaties over het behoud en de uitbreiding van sociale huurwoningen. We maken door middel van voortgangsrapportages inzichtelijk hoe de woningvoorraad zich ontwikkelt. Tot slot gaan we door met de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. Dat doen we met bijvoorbeeld de pilot omgevingsplan Tolhek en het omgevingsprogramma Groen in en om de kernen.
Achter de schermen wordt bovendien gewerkt aan het aanpassen van werkprocessen en het gereed maken van het digitaal stelsel zodat inwoners en ondernemers straks gemakkelijk een vergunning kunnen aanvragen.
2. Economie en glastuinbouw We willen het economisch vestigingsklimaat in Pijnacker-Nootdorp aantrekkelijk houden met ruimte voor lokaal en nieuw ondernemerschap. Om de dienstverlening aan bedrijven en ondernemers te optimaliseren, werken we samen met ondernemers. Dit blijven we doen. Zo wordt in 2023 in samenwerking met ondernemers en parkmanagement het gebiedsgerichte omgevingsprogramma voor de bedrijvenpark de Boezem opgeleverd. Een integraal programma dat het bedrijventerrein toekomstbestendig moet maken en houden. Op dit moment lijken de effecten van de coronacrisis nog te overzien, maar worden de effecten van de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis steeds duidelijker. In 2023 houden we de ontwikkelingen in onze economie goed in de gaten en ondersteunen we binnen onze mogelijkheden ondernemers en faciliteren we collectieve ondernemersinitiatieven. We blijven daarbij inzetten op kwalitatieve werklocaties, deze dragen bij aan het aantrekken van nieuwe ondernemers, innovaties en een gezonde arbeidsmarkt. We werken daarbij samen met de ondernemersverenigingen van bedrijventerreinen en winkelcentra. Innovaties en herstructurering moeten bijdragen aan de ruimtelijk optimalisatie van gebieden. Hierdoor ontstaat er ruimte voor verduurzaming, transformatie en economische groei. In 2023 starten we daarom met een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor het oostelijk glastuinbouwgebied in Pijnacker.
In regio zijn we actief binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Businesspark Haaglanden en de Greenport West Holland. We streven naar een sterk regionaal economisch vestigingsklimaat waarmee onze lokale economische belangen mee worden gediend.
3. Mobiliteit Pijnacker-Nootdorp is lokaal en regionaal sterk verbonden. Een uitgebreid netwerk aan voetpaden, fietspaden, autowegen en openbaar vervoersverbindingen zorgt ervoor dat onze inwoners binnen de gemeente en in de regio kunnen werken, wonen, leren, ontspannen en ontmoeten. We zetten in op duurzaam vervoer zoals lopen, fietsen, deelmobiliteit en het openbaar vervoer. Het bestaande aanbod aan deelscooters en deelauto’s wordt goed gebruikt. We zien kansen voor deelmobiliteit als alternatief voor de (tweede) auto. Het beleid hierover ronden we in 2023 af. Ook het aantal laadpalen neemt snel toe. In juni 2022 staan er 145 openbare laadpalen in de gemeente. De doorstroming van het autoverkeer levert over het algemeen geen problemen op. We blijven het verkeer op de belangrijkste gemeentelijke wegen monitoren om hier goed zicht op te houden. Hoewel het verkeer in de gemeente na corona gemiddeld weer iets toeneemt, is het nog niet op hetzelfde niveau als voor de pandemie. Voor het openbaar vervoer verwacht de MRDH dat het percentage reizigers niet eerder dan in 2025 is hersteld. De gevolgen van de bezuinigingen in het openbaar vervoer zijn voor onze gemeente relatief beperkt gebleven
7
met minder ritten in de avonduren en de nacht en het niet doorvoeren van de frequentieverhoging van de E-lijn naar Rotterdam. In lijn met het raadsakkoord gaan we in gesprek met de MRDH over de wens om ook ’s nachts en in het weekend toegankelijk en bruikbaar openvoer te bieden. We willen ervoor zorgen dat het verkeer veilig is en blijft. Daarom richten we wijken, woonerven en wegen ‘duurzaam veilig’ in en blijven we verkeersveilig gedrag stimuleren. Dit doen we zowel op scholen als door middel van zichtbare verkeersveiligheidscampagnes langs de weg en in de media. Een ander aspect van veiligheid betreft het onderhoud. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat onze infrastructuur, civiele kunstwerken en bijbehorende faciliteiten goed onderhouden zijn. De onderhoudsactiviteiten zijn vastgelegd in beheerplannen.
4. Groen en recreatie Pijnacker-Nootdorp beschikt over onderscheidend groen in zowel de kernen als het buitengebied. Samen vormen deze gebieden een natuurnetwerk dat verbonden is met een regionaal geheel van groengebieden zoals het ‘Regiopark Buytenhout’ en het ‘Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland’. In 2023 werken we verder aan de ontbrekende schakel tussen de Groenzoom en de Balij in de vorm van een ecologische en recreatieve verbinding bij de Molenlaan. De realisatie van het weidevogelkerngebied in de Zuidpolder van Delfgauw is in 2022 dichterbij gekomen. Door ruilverkaveling is hier een aangesloten gebied ontstaan. In 2023 wordt het gebied ingericht en gaan we verdere afspraken maken over het beheer door de agrariërs. Het groen in en om de kernen is belangrijk voor flora en fauna, biodiversiteit, gezondheid, bewegen, natuur, recreatie en onze economie. Kwalitatief ingericht en goed onderhouden groen, met voldoende ontmoetingsplekken en wandelpaden is daarbij van waarde voor onze identiteit en herkenbaarheid, maakt de omgeving aantrekkelijk en levendig en brengt mensen in beweging. Voor een nadere uitwerking van onze doelstellingen op het gebied van natuur, recreatie, gezondheid, spelen, openbaar groen en dierenwelzijn stellen we het Omgevingsprogramma ‘Groen in en om de kernen’ op.
Dit omgevingsprogramma wordt in 2023 afgerond aan de hand van de kaderstellende notitie die door de raad is vastgesteld. Door de klimaatverandering veranderen de weersomstandigheden en worden deze steeds extremer: extreme hitte, regenval en wateroverlast en langdurige droogte komen steeds vaker voor. Het beleid en de maatregelen zijn vastgelegd in het omgevingsprogramma Water en Klimaat. In dit omgevingsprogramma staan ook korte termijn maatregelen en toekomstige kansen. Met het opstellen van de communicatiekalender Klimaat, informatiebijeenkomsten in het kader van Operatie Steenbreek en het project Klimaatbestendig Klapwijk worden inwoners en bedrijven bewust gemaakt van de urgentie van het klimaatvraagstuk. Met het uitvoeren van diverse stresstesten onderzoeken we de gevolgen voor onze gemeente en brengen de daarbij de mogelijke maatregelen in beeld.
5. Onderwijs en kinderopvang We willen dat kinderen en jongeren naar school of opvang gaan, zodat kinderen zich kunnen ontwikkelen en jongeren een startkwalificatie halen. Waar dat nodig is bieden we, samen met onze maatschappelijke partners, ondersteuning en hulp om achterstanden en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Samen met onze partners uit het onderwijs, de voorschoolse voorzieningen, de jeugdgezondheidszorg en de bibliotheek werken we aan de uitvoering van de Lokaal Educatieve Agenda. We stimuleren de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang in (integrale) kindcentra. We gaan verder met de uitvoering van ons Integraal Huisvestingsplan Kindcentra en realiseren nieuwe kindcentra in Klapwijk en Keijzershof in Pijnacker en bereiden de realisatie van nieuwe kindcentra in Pijnacker noord en Pijnacker centrum voor. In Nootdorp gaat het om de ontwikkeling van kindcentrum De Regenboog, als onderdeel van het project Hart van Nootdorp. Het Stanislas College is gestart met de uitbreiding van het schoolgebouw. De samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven zetten we voort. Voor volwassenen die dat nodig hebben, is er volwasseneneducatie beschikbaar. We maken daarbij zoveel mogelijk gebruik van lokale partners zoals Taalhuis. We richten ons op het ontwikkelen en versterken van taal, rekenen, digitale en sociale vaardigheden.
8
6. Collectieve voorzieningen Met onze collectieve voorzieningen willen we bereiken dat inwoners zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving en zich daarin kunnen ontwikkelen en inzetten voor anderen. De bijdrage van onze netwerkorganisaties, vrijwilligers en mantelzorgers is daarbij onmisbaar. We stimuleren samenkracht en (burger)participatie door onze wijkgerichte aanpak en door initiatieven en activiteiten te faciliteren via verschillende subsidieregelingen. We faciliteren en investeren in culturele- en sportieve voorzieningen en activiteiten. We werken aan een nieuwe Jan Janssenhal in Nootdorp en aan een nieuwe binnensportvoorziening voor het bewegingsonderwijs in Pijnacker noord. Voor wat betreft de buitensport richten we ons op het renoveren van de korfbalvelden en van diverse grasvoetbalvelden op De Groene Wijdte en sportpark ’s Gravenhout. In het centrum van Pijnacker is de voorbereiding gestart voor de realisatie van een Sociaal Cultureel Centrum. We voeren diverse uitvoeringsagenda’s uit op het gebied van sport, gezondheid en cultuur. Op basis van het kader preventief jeugdbeleid investeren we in jeugd en jongeren zodat ze gezond, veilig en kansrijk opgroeien. We stimuleren uitgaan van eigen kracht, verantwoordelijkheid en oplossend vermogen van verzorgers, (pleeg-)ouders en jeugd.
We blijven investeren in de verbinding tussen zorg, onderwijs en kernteam om problemen zoveel mogelijk te voorkomen. In 2023 starten we met de voorbereiding op de actualisatie van de visie op het sociaal domein. Mantelzorgondersteuning, financiële zelfredzaamheid (schuldhulpverlening), gezonde levensstijl en geestelijke gezondheidszorg hebben onze blijvende aandacht.
7. Individuele voorzieningen We willen bereiken dat iedereen naar vermogen als volwaardig lid kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Maar we beseffen dat dit niet voor iedereen haalbaar is. De maatschappij kan voor sommige mensen complex zijn waardoor (tijdelijk) ondersteuning nodig kan zijn. We bieden laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en inwoners in een kwetsbare positie. Systemen zijn hierbij niet leidend. Het bieden van bestaanszekerheid is een belangrijk thema. Dit doen we vanuit verschillende wettelijke kaders: de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet inburgering en de Wet schuldhulpverlening. Het uitgangspunt is ontschot hulp te bieden vanuit de verschillende regelingen. Waar nodig worden gezinnen ondersteund vanuit één plan. Deze ondersteuning vindt plaats binnen verantwoorde financiële kaders. Het interventieplan op de beheersing van kosten en versterking en verbetering van kwaliteit van dienstverlening wordt de komende jaren verder uitgevoerd en door ontwikkeld. Wij blijven alert op nieuwe kansen en signaleren ontwikkelingen.
8. Veiligheid en duurzaamheid Samen met inwoners, maatschappelijke instellingen en stakeholders werken we samen aan een (onderscheidend) veilig, leefbaar en duurzaam leefklimaat. Hiervoor ontwikkelen we in 2023 een nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en uitvoeringsplan. Ondermijning, aanpak (jeugd)overlast, cybercriminaliteit zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. In 2023 geven we uitvoering aan het handhavingsuitvoeringsprogramma. Om de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken te bevorderen wordt er door de gemeente en maatschappelijke stakeholders gewerkt vanuit het beleidskader ‘wijken die werken’. Uitgangspunt voor dit beleidskader zijn de kerndoelen uit de Visie Sociaal Domein: er wordt gestreefd naar meer burgerinitiatief en meer eigen kracht, versterkte preventie en samenwerking tussen gemeente, organisaties en inwoners. In 2023 maken we een start met het actualiseren van het beleidskader ‘wijken die werken’. Het is onze plicht om het milieu zo min mogelijk te belasten en de volksgezondheid te beschermen. Als gemeente zetten we daarom in op onze watertaken (onder andere riolering), milieubeheer en afval. In 2023 voeren we het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan uit. We werken daarin samen met het Netwerk Waterketen Delfland.
In het kader van Milieubeheer wordt er gewerkt aan het verbeteren van bodemkwaliteit, voeren we geluidbeleid uit en hebben we bij ontwikkelingen aandacht voor luchtkwaliteit, externe veiligheid en milieuzonering. In 2023 werken we aan omgevingsprogramma leefkwaliteit en het verplichte omgevingsprogramma geluid.
9
Om de energietransitie te faciliteren, wordt in 2023 het eerste wijkuitvoeringsplan energie opgeleverd voor de wijk Klapwijk. Dit doen we samen met inwoners en ondernemers. In het plan wordt aangegeven op welke wijze, wanneer en hoe wijken van het gas af gaan. Versnelling en intensivering is nodig om onze doelstellingen zo mogelijke eerder dan 2030 respectievelijk 2050 te halen. Om de verduurzaming te versnellen en te verbreden komen we met maatregelen en inzet van duurzaamheidscoaches om bewoners proactief te helpen met de energiebesparing (waaronder isolatie) van hun woning tot minimaal label B of C. In de regio werken we samen in de warmte samenwerking Oostland en Regionale Energiestrategie. In 2023 werken we toe naar een voorstel om de eerste grote stappen te maken in de gebiedsdekkende warmte-infrastructuur in Oostland en het regionale restwarmtenet (mogelijke aansluiting op Warmtelinq) in Pijnacker-Nootdorp.
9. Bestuur en dienstverlening Dit programma gaat zowel over de voorwaarden voor het bestuur om zijn wettelijke en autonome taken te kunnen uitvoeren en om de bestuurlijke en politieke ambities te kunnen realiseren als over onze dienstverlening. Dit programma bestaat uit drie onderdelen: Bestuur; Samenwerkingsverbanden; Dienstverlening. Onze dienstverlening laat zich zien als een dynamisch proces dat zich constant aanpast aan de eisen van de tijd, zowel fysiek als digitaal. Het raadsakkoord streeft naar een open en transparante overheid met een op de inwoner en samenleving aangepaste dienstverlening. Het gaat om een evenwichtige relatie met individuele inwoners en om de verplichtingen over en weer van de gemeente aan de ene kant en ondernemers en maatschappelijke organisaties aan de andere kant. Het raadsakkoord heeft de ambities te investeren in het vertrouwen tussen ons als lokale overheid en onze inwoners en ondernemers en om de specifieke positie van Pijnacker-Nootdorp in de regio zo goed mogelijk te benutten voor onze inwoners. Als gemeente is het belangrijk te begrijpen wat inwoners nodig hebben en daarbij willen we hun ervaring en expertise benutten om zo tot een heldere overheid te komen met een duidelijke communicatie. Omdat burgerparticipatie van belang is bij alle beleidsterreinen van de gemeente ontwikkelen we participatiebeleid.
Omdat het leven van onze inwoners niet stopt bij de gemeentegrenzen werken we voor onderwerpen die de gemeentegrenzen overschrijden samen in regioverband en met andere overheden. De specifieke positie van Pijnacker-Nootdorp in de regio willen we zo goed mogelijk benutten voor onze inwoners. Op sommige onderdelen is het wettelijk verplicht, zoals bij participatie in de arbeidsmarktregio. Sommige samenwerkingsverbanden zijn vrijwillig in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR), zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) In de gemeente is de raad het hoogste besluitvormende orgaan. De raad stelt kaders en geeft opdracht aan het college vanuit dualisme. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en de raad controleert of datgene wat beoogd is ook gerealiseerd is. Dat betekent dat er sprake is van een samenspel tussen raad en college. Om tot goede democratisch besluitvorming te komen, hebben raad en college afspraken met elkaar gemaakt hoe zij de komende bestuursperiode met elkaar willen omgaan over onze omgangsvormen, rolopvattingen, de bestuurscultuur en structurele terugkoppeling.
Tot slot Voor de negen begrotingsprogramma’s geldt dat er een concreet takenpakket ligt voor 2023. De hiervoor benodigde middelen zijn in de financiële begroting opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de financiële positie en mutaties in hoofdlijnen geschetst.
10
Hoofdlijnen van de financiële positie Financieel kader In dit deel gaan we in op de vraag hoe de gemeente haar inkomsten verkrijgt om de inhoudelijke doelen te realiseren. Grofweg zijn de Algemene uitkering, grondexploitaties en de opbrengsten uit belastingen en heffingen de grootste inkomstenbronnen. In grafiekvorm ziet de verdeling er in procenten als volgt uit.
Algemene uitkering: (45.11) Grondexploitaties: (23.95) Gemeentelijke heffingen: (14.82) Rijksbijdragen: (14.06) Dividenden: (0.37) Overig: (12.34)
Woningbouwprognose 2023-2026 In de cijfers van de Kadernota 2022 zijn de woningbouwprognoses geactualiseerd. Deze geven geen aanleiding om deze prognose bij de Programmabegroting 2023 te herzien. Voor de komende vier jaren wordt rekening gehouden met een gemiddeld aant al op te leveren woningen van 362 stuks per jaar.
Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor Pijnacker-Nootdorp de grootste bron van inkomsten. De hoogte van deze uitkering wordt bepaald op basis van objectieve verdeelmaatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, de (sociale) samenstelling van de bevolking en het aantal woonruimten. Bij de bepaling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp is uitgegaan van onder andere de volgende maatstafgegevens: Aantallen per 1 januari
2023
2024
2025
2026
aantal inwoners
57.487
58.392
59.297
60.202
aantal inwoners: jongeren < 18 jaar
13.270
13.240
13.204
13.159
444
443
442
447
aantal woonruimten
22.539
22.901
23.263
23.625
Aantal personen met een migratieachtergrond
7.718
7.947
8.161
8.371
aantal bijstandsontvangers
Algemene uitkering in de begroting 2023-2026 De hoogte van de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp voor de periode 2023-2026 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2022 van het ministerie van BZK en aanvullende informatie over compensatie voor de toegenomen jeugdzorgkosten. De verwachte inkomsten algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp bedragen: (bedragen X € 1.000)
2023
2024
2025
2026
inkomsten uit meicirculaire 2022
79..065
83.393
86.866
83.381
Een uitgebreide toelichting op de mutaties van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds is opgenomen in onderdeel Algemene uitkering in de begroting 2023-2026.
11
Heffingen, belastingen en leges Een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat uit lokale heffingen en belastingen. Deze lokale heffingen worden opgebracht door de inwoners en bedrijven van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De gemeente Pijnacker-Nootdorp kent de volgende gemeentelijke belastingen, heffingen en retributies: OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges omgevingsvergunningen, leges burgerzaken, hondenbelasting en toeristenbelasting. Een nadere toelichting op de lokale heffingen wordt gegeven in de paragraaf ‘Lokale heffingen’.
Financieel Perspectief In de Kadernota 2022 zijn de financiële mutaties als gevolg van onder andere de autonome ontwikkelingen, algemene uitkering, prijs- en areaalindexatie, het sociaal domein en de investeringsplanning en renteresultaat in beeld gebracht. Na vaststelling van de Kadernota op 7 juli 2022 zijn deze mutaties verwerkt in de Programmabegroting 2023. Het meerjarig begrotingssaldo is hieronder in tabelvorm opgenomen en wordt daarna per onderdeel afzonderlijk toegelicht.
Samenvatting Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
1. Saldo primaire begroting 2022 + aangenomen amendementen
2025
2026
1.516
1.210
1.210
734
2.030
2.670
-1.163
2. Mutaties Kadernota 2022 Saldo Kadernota 2022
2024
2.106 2.840
3.546
3.880
47
3. Meicirculaire 2022 en nadere invulling van de gevolgen
847
1.114
1.243
-2.832
4. Actualisatie belastingen, heffingen en areaal
-579
-611
-649
-71
5. Gevolgen P-begroting (incl. raad en college) en gevolgen overhead
-167
-322
-322
-322
6. Herziening kapitaallasten en renteomslag
-53
-184
-293
-297
7. Collegebesluiten, autonome en overige ontwikkelingen na opstellen KN2022
-405
-370
-367
-370
Saldo begroting
2.483
3.173
3.492
-3.845
Het financiële overzicht is als volgt opgebouwd: 1. Als beginpunt het saldo van de primaire begroting 2022 2. Financiële mutaties zoals opgenomen in de Kadernota 2022 Onderdeel 1 is uitgebreid toegelicht in de Programmabegroting 2022 en onderdeel 2 is toegelicht in de Kadernota 2022 en wordt daarom niet in deze programmabegroting herhaald. De onderstaande gegevens zijn mutaties na vaststelling van de Kadernota 2022 en worden wel toegelicht. 3.
Meicirculaire 2022 en nadere invulling van de gevolgen
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Accres
1.882
2.086
2.174
-2.163
Compensatie tekorten jeugdzorg
-840
-940
-1.560
-1.305
-
160
815
815
-233
-226
-220
-213
Jeugd: aanvullende besparingsopgave Rijk Aanpassing rekentarieven WOZ Overig
38
34
34
34
Totaal gevolgen
847
1.114
1.243
-2.832
Op 1 juni 2022 is de meicirculaire 2022 inzake de algemene uitkering uit het gemeentefonds gepubliceerd door het Ministerie van BZK. De financiële gevolgen hiervan zijn toegelicht in een raadsinformatienota.
Accres Wat opvalt zijn de teruglopende inkomsten in 2026. Tot en met 2025 heeft de groei van het gemeentefonds een structureel karakter maar vanaf 2026 wordt de normeringssystematiek (samen de trap op en af) losgelaten. Vanaf dan wordt er geen volume-accres meer verstrekt maar slechts een accres voor loon- en prijsontwikkeling. Ook wordt de opbouw van de opschalingskorting in 2026 weer opgepakt. Deze factoren veroorzaken een terugval in de inkomsten uit de algemene uitkering. Het jaar 2026 wordt daarmee als 'ravijnjaar' betiteld.
12
Compensatie tekorten jeugdzorg Van de aangekondigde compensatie voor jeugdzorg gold voorheen de afspraak dat er een stelpost in de inkomsten algemene uitkering mocht worden opgenomen van 75% van de aangekondigde compensatie. Nu, bij de meicirculaire is afgesproken dat dit voor de volle 100% opgenomen mag worden. Dat dit een negatief effect heeft wordt veroorzaakt door het aandeel van onze gemeente in deze compensatie, dit is verhoudingsgewijs afgenomen als gevolg van de herverdeling van het gemeentefonds, en een aanvullende besparingsopgave vanaf 2024 waarvan het resultaat door het Rijk al is verrekend op de middelen voor compensatie.
Jeugd: aanvullende besparingsopgave Rijk Van de aanvullende besparingsopgave van het Rijk is afgesproken dat deze ook aan de lastenkant in de begroting mag worden opgenomen. Met andere woorden: vanaf 2024 mag rekening worden gehouden met lagere lasten.
Aanpassing rekentarieven WOZ De lokale waardeontwikkeling van de gemeentelijke belastingcapaciteit wijkt af van het landelijk gemiddelde. De aanpassing van de rekentarieven waarmee de gemeentelijke belastingcapaciteit wordt verrekend in het gemeentefonds is gebaseerd op dat landelijke gemiddelde en zorgt daarmee voor een mutatie in de inkomsten. Meer toelichting is gegeven in het onderdeel 'Algemene dekkingsmiddelen, Overhead, VpB en Onvoorzien'. 4.
Actualisatie belastingen, heffingen en areaal
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
OZB, Hondenbelasting en Toeristenbelasting opbrengst bijstellen
-26
-53
-73
200
Kostendekkendheid afval
-95
-95
-95
-95
Kostendekkendheid riolering
-91
-92
-105
54
Hondenbelasting motie afschaffing
-137
-141
-146
-
Bouwlegesopbrengsten nieuwbouw
-230
-230
-230
-230
Totaal gevolgen
-579
-611
-649
-71
OZB, hondenbelasting en Toeristenbelasting De OZB opbrengsten worden naar beneden bijgesteld in verband met achterblijvende nieuwbouw. De hogere opbrengsten in 2026 worden veroorzaakt doordat dit een nieuwe jaarschijf is in de meerjarenraming.
Kostendekkendheid afval en riolering De taakvelden afval en riolering zijn kostendekkende producten. Dit betekent dat alle gemaakt kosten worden doorbelast aan de eindgebruiker. De kostendekkendheid van riolering is 100%, die van afval 94,3%. Een nadere toelichting hierover staat in de paragraaf 'Lokale heffingen'.
Hondenbelasting motie afschaffing Bij de vaststelling van de Kadernota 2022 op 7 juli is middels motie M3 de hondenbelasting voor de periode 2023- 2025 afgeschaft. Bij de Kadernota 2025 wordt een afweging gemaakt voor de periode 2026 en verder.
Bouwlegesopbrengsten nieuwbouw In de Kadernota 2022 is de gemiddelde woningbouwprognose met 10% naar beneden bijgesteld tot 362 stuks per jaar. Op basis hiervan zijn de bouwlegesopbrengsten verlaagd. 5.
Gevolgen P-begroting (inclusief raad en college) en gevolgen overhead
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening
-167
-322
-322
-322
Totaal gevolgen
-167
-322
-322
-322
Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening Bij het opstellen van de nieuwe personeelsbegroting is onder andere budget opgenomen voor vier trainees en een extra wethouder.
13
6.
Herziening kapitaallasten en renteomslag
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Aanpassen van de rentelasten op langlopende geldlening
-
-
Rentelast aanpassen vanwege wijziging rentepercentage
-72
-69
-69
-69
67
Actualisatie beheerplan wegen 2022-2025 (investeringsbudgetten)
26
-200
-359
-453
Actualisatie overige kapitaallasten investeringplanning
-7
85
135
158
Totaal gevolgen
-53
-184
-293
-297
Aanpassen van de rentelasten op de langlopende geldleningen Het volume van de langlopende geldleningenportefeuille loopt steeds verder terug. Op 1 januari 2023 bedraagt de leningenportefeuille € 81 miljoen en loopt terug naar € 35 miljoen per eind 2026, met als gevolg lagere rentelasten.
Rentelast aanpassen vanwege wijziging rentepercentage De omslagrente is verlaagd van 2,0% naar 1,5%. In paragraaf 4. Financiering wordt dit nader toegelicht.
Actualisatie beheerplan wegen 2022-2025 (investeringsbudgetten) Het Beheerplan wegen 2022-2025 is in september 2022 vastgesteld. De financiele gevolgen hiervan zijn verwerkt in deze begroting.
Actualisatie overige kapitaallasten investeringsplanning Als gevolg van de actualisatie van de investeringsplanning zijn de kapitaallasten gewijzigd. 7.
Collegebesluiten, autonome ontwikkelingen en overige ontwikkelingen na opstellen Kadernota 2022
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Collegebesluiten Actualisatie beheerplan wegen 2022-2025 (exploitatiebudgetten)
-221
-221
-221
43
43
43
43
-108
-108
-108
-108
Indexering huurinkomsten 2023 Gemeentelijke bijdrage combinatiefuncties T4T en beweegcoaches
-221
Actieagenda Economie
-37
-
-
-
Subtotaal
-323
-286
-286
-286
Diverse kleine mutaties
-82
-84
-81
-84
Subtotaal
-82
-84
-81
-84
Totaal gevolgen
-405
-370
-367
-370
Autonome ontwikkelingen
Actualisatie beheerplan wegen 2022-2025 (exploitatiebudgetten) Het beheerplan wegen 2022-2025 is in september 2022 vastgesteld. In deze begroting zijn de nieuwe kapitaallasten verwerkt.
Indexering huurinkomsten 2023 Jaarlijks worden de meeste huurinkomsten geindexeerd op basis consumentenprijsindex (CPI) van het CBS van de maand april. Dit zou betekenen dat de huren voor 2023 met 9,6% zouden worden verhoogd. In afwijking hierop is besloten de huren (vooralsnog) eenmalig te verhogen op basis van een driejaarlijks gemiddelde. Hiermee komt de indexatie voor de contracten uit op 4,2%
Gemeentelijke bijdrage combinatiefunctionaris T4T en beweegcoaches Als gevolg van de arbeidsmarktontwikkeling is het budget voor combinatiefuntionarissen en beweegcoaches al een aantal jaar niet meer toereikend. De afgelopen jaren is dit tekort opgevangen door inzet van eenmalige dekkingsvoorstellen. In deze begroting wordt het budget structureel op het benodigd niveau gebracht.
Inzet stelpost Enecogelden Middels het amendement 'Investeringsplanning- en financieringsplan 2020-2025' is bij de Kadernota 2021 besloten een deel van de opbrengst uit de aandelen Eneco in te zetten om binnen de begroting structureel
14
ruimte te creeëren. Deze ruimte wordt in deze meerjarenbegroting apart gepresenteerd als stelpost 'Enecogelden'. Aan de Raad worden voorstellen voorgelegd voor aanwending van deze stelpost. Als de stelpost Enecogelden niet wordt ingezet valt dit jaarlijks automatisch vrij bij de jaarrekening als positieve bijdrage aan het saldo. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Begrote beginstand per 01/01
1.667
1.714
1.674
Participatiebeleid
-250
-250
-250
1.674 -250
Stand per einde jaar
1.417
1.464
1.424
1.424
Participatiebeleid Voor de raadsperiode 2022-2025 is de opdracht het participatiebebeleid te ontwikkelen . Met de doorontwikkeling van het participatiebeleid willen we bewust stilstaan bij de visie die wij als gemeente hebben op (burger)participatie en bij de principes die daarbij van belangzijn om burgerparticipatie vorm te geven. We willen het participatie beleid op een gestructureerde, transparante en zorgvuldige wijze uitvoeren om structureel te investeren in het vertrouwen tussen ons als lokale overheid en onze inwonersen ondernemers. Onderdeel hiervan is de omzetting van de bestaande inspraakverordening naar een participatieverordening. Ter afweging wordt aan de raad voorgesteld voor de implementatie en uitvoering van het participatiebeleid een structureel budget van ad € 250.000 per jaar beschikbaar te stellen ten laste van de stelpost 'Enecogelden'.
Structureel en reëel sluitende Begroting 2023 De provincie Zuid-Holland stelt als toezichthouder de eis dat de meerjarenbegroting sluitend is of dat de begroting van het komend jaar structureel en reëel sluitend is om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Om de begroting reëel sluitend te maken, dienen de incidentele baten en lasten te worden gecorrigeerd op het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2023. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
Saldo van de begroting 2023 inclusief incidentele baten en lasten
2.483
Hierin opgenomen incidentele baten
-10.176
Hierin opgenomen incidentele lasten
10.339 163
Saldo begroting 2023 gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten
2.646
Na correctie van de incidentele baten en lasten vertoont het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2023 een positief saldo van € 2.646.000, waarmee wordt voldaan aan de eis van de toezichthouder. Een compleet overzicht in tabelvorm van de incidentele baten en lasten treft u aan in onderdeel C. ‘De financiële begroting’.
Mutaties in de reserve Financiële gevolgen Corona en Algemene reserve Reserve Financiële gevolgen Corona Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
Begrote beginstand per 01/01
1.867
1.843
1.843
-24
-
-
-
1.843
1.843
1.843
1.843
Inzet extra middelen voor sociaal en mentaal welzijn Stand per einde jaar
2026 1.843
Vanaf het vormen van deze reserve in 2020 is in totaal € 4,2 miljoen toegevoegd, waarvan € 1,5 miljoen uit de algemene reserve. Inmiddels is in 2020 € 0,9 miljoen uitgegeven en in 2021 € 1,1 miljoen. In 2022 zijn de begrote uitgaven € 0,4 miljoen, waardoor de begrote beginstand 2023 € 1,8 miljoen bedraagt.
15
Algemene reserve Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Beginstand per 01/01
45.252
50.322
55.290
58.635
Begrotingssaldo
2.483
3.173
3.492
-3.845
GrExen: winstuitname
6.096
2.701
357
2.220
Jaarlijks saldo strategisch vastgoed
133
133
133
133
GrExen: mutatie Voorziening Nadelige complexen
-166
-154
-398
-28
GrExen: Vennootschapsbelasting
-1.524
-675
-29
-555
Bijdrage aan gemeente Delft m.b.t. Metropolitane fietsroute
-
-1.020
-
-
Omgevingsprogramma groen
-75
-
-
-
Dekking afschrijvingslasten Investeringen
-857
-210
-210
-210
50.322
55.290
58.635
56.350
Stand per einde jaar
De komende jaren worden zowel bedragen toegevoegd als onttrokken aan de algemene reserve.
Weerstandsvermogen De mutaties in de algemene reserve zijn onder andere het gevolg van de jaarlijkse aanvulling of vrijval van de voorziening ‘Nadelige complexen’, het verplicht nemen van winsten binnen de grondexploitaties en de positieve begrotingssaldi 2023 tot en met 2026. Verloop van de algemene reserve Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Weerstandscapaciteit per 01/01
45.252
50.322
55.290
58.635
Mutaties in de algemene reserve
2.587
1.795
-147
1.560
Begrotingssaldo
2.483
3.173
3.492
-3.845
Weerstandscapaciteit per 31/12
50.322
55.290
58.635
56.350
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 7,5 miljoen. De ratio weerstandsvermogen wordt dan ook (meerjarig) gebaseerd op deze benodigde weerstandscapaciteit. Verloop ratio weerstandsvermogen
2023
2024
2025
2026
A. Weerstandscapaciteit per 31/12
50.322
55.290
58.635
56.350
B. Benodigde weerstandscapaciteit
7.503
7.503
7.503
7.503
C. Ratio weerstandsvermogen = A/B
6,71
7,37
7,81
7,51
Het benodigde weerstandsvermogen is geactualiseerd (inclusief actualisatie Grondexploitaties per 01-07-2022) conform de in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 opgenomen systematiek en wordt voor alle jaren gekwalificeerd als ‘uitstekend’.
Schuldpositie In de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 is opgenomen dat met ingang van 2014 in alle P&C documenten het verloop van de schuldpositie wordt opgenomen. Samengevat zijn er drie kasstromen die de schuldomvang beïnvloeden: • In- en uitgaande geldstroom in het kader van de realisatie van begrotingsprogramma’s (exploitatie en onderhoud); • In- en uitgaande geldstroom van investeringen (grondexploitaties en aanleg van voorzieningen zoals wegen en scholen); • In- en uitgaande geldstroom als gevolg van het aangaan van schulden (financiering). De totale schuld wordt dus hoger of lager door het geheel van positieve en negatieve kasstromen in de exploitatie, de investeringen en de financiering. De verschillende kasstromen en de schuld van de gemeente ontwikkelt zich in grote lijnen als volgt:
16
Bedragen x € 1.000 (- = negatieve kasstroom)
2023
2024
2025
2026
Kasstroom saldo exploitatie/onderhoud
-5.325
-9.245
-11.111
-3.970
Kasstroom saldo investeringen/grondexploitaties
18.436
23.612
13.264
-2.612
Kasstroom saldo financiering (= rentelast)
2.271
1.874
1.504
1.191
Mutatie netto schuld
15.382
16.241
3.656
-5.390
Schuldomvang In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de totale schuldomvang zich ontwikkelt op grond van de huidige meerjarenbegroting, de actualisatie van de grondexploitaties per 1-7-2022 en de investeringsplanning. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 01/01
127.000
98.743
69.628
56.096
Aflossing leningportefeuille
-12.875
-12.875
-9.875
-9.875
Mutatie netto schuld
-15.382
-16.241
-3.656
5.390
Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 31/12
98.743
69.628
56.096
51.611
De VNG spreekt van houdbare gemeentefinanciën als een gemeente ook bij een scenario met economisch slecht weer (met tegenvallende rijksinkomsten, lagere grondverkopen en stijgende rentepercentages) genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te kunnen voldoen, zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen daarbij in de knel komen. In deze benadering is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. Hiervoor is ook inzicht in de geldstromen en de hoogte van de schuld nodig. Voor houdbare gemeentefinanciën moet de toename van de schulden in verhouding blijven met de jaarlijkse inkomsten van een gemeente. Stijgende rentelasten geven extra druk op de exploitatie. Als de exploitatie geen ruimte biedt, moet er meer worden geleend. Dat veroorzaakt meer rentelasten en zo ontstaat een negatieve spiraal. Met andere woorden: het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel ruimte er binnen de begroting is om bestaande schulden af te lossen. De staat wijkt af van voorgaande jaren, de reden hiervoor is om inzichtelijk te maken dat er na 2026 wellicht weer geld moet worden aangetrokken.
Schuldnormering In het Collegeprogramma 2014-2018 hebben we aangegeven dat er een strategie nodig is voor het terugbrengen van de schuldenlast. We kondigden daarbij aan om vanaf 2016 een criterium voor een houdbare schuldpositie op te nemen in de begroting. Als streefnorm voor de schuldomvang hanteren we dat de schuldquote (= ratio schuld/inkomsten) maximaal 100% bedraagt. Momenteel zit de gemeente Pijnacker-Nootdorp onder deze streefnorm en is de verwachting dat de schuldquote de komende jaren ook onder de streefnorm zal blijven.
Verwachte hoogte van de leningenportefeuille De leningenportefeuille lange termijn bedraagt op 1 januari 2023 ruim € 81 miljoen en neemt de komende jaren af met € 46 miljoen tot ruim € 35 miljoen eind 2026. Deze afname is gebaseerd op het aflossingsschema dat met de geldverstrekkers contractueel is afgesproken.
17
18
Programma's 1. Ruimte en wonen Het raadsakkoord stelt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. Inwoners van jong tot oud kunnen hier prettig en veilig wonen, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen graag wandelen en fietsen in ons groene buitengebied. Het raadsakkoord streeft naar gebieden en functies die optimaal gebruik maken van de kansen om elkaar te versterken, in een karakteristieke woon- en leefomgeving met een evenwichtige woningvoorraad. We willen de hoge woonkwaliteit behouden en waar nodig versterken, dat mensen zich hier kunnen vestigen en inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen.
Algemene omschrijving Het programma Ruimte en wonen bestaat uit drie onderdelen: 1. Ruimte en leefomgeving; 2. Wonen en bouwen; 3. GrŽnĚĞxƉůŽŝƚĂtiĞƐ͕ met uitzondering van bedrijventerreinen
Wat willen we bereiken?
Doelstelling
Een karakteristieke woon- en leefomgeving en een hoge woonkwaliteit
Wat willen we bereiken
Een herkenbare woon- en leefomgeving Een evenwichtige woningvoorraad voor een lokale wooncarrière
Wat gaan we daarvoor doen 1. Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woonen leefomgeving 2. Uitbreiden van de woningvoorraad 3. Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen
Zoals omschreven in het raadsakkoord, de woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2020-2030 en de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050, willen we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit bieden. Ons belangrijkste strategische beleidsdocument daarvoor is de in november 2021 vastgestelde omgevingsvisie. Daarin staat hoe we door verbinding van ruimtelijke, sociale, economische en ecologische structuren de gemeente als geheel willen versterken, met behoud van de groene, dorpse sfeer. We werken dan ook aan gebieden en functies die optimaal gebruik maken van elkaars kwaliteiten, elkaar aanvullen en versterken, rekening houdend met de belangen van mens, dier en natuur. We willen er daarbij voor zorgen dat de woon- en leefomgeving herkenbaar blijft. Onze inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp dat gevormd wordt door de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit de dorpse sfeer, de ruimtelijke kwaliteit en de hechte gemeenschap. Daarom willen we er ook voor zorgen dat bij de grote opgaven zoals de energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie, de woon- en leefomgeving
19
herkenbaar blijft. De gebiedsprofielen, die een onderdeel vormen van de omgevingsvisie, laten zien hoe we met behoud van het vertrouwde, ook nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen geven. Het is, zeker in de huidige gespannen woningmarkt, voor inwoners niet altijd makkelijk om de volgende stap in hun lokale wooncarrière te zetten. Daarom zetten we ons in voor meer evenwicht in de woningvoorraad. Daarmee bedoelen we dat we er naar streven dat er genoeg woningen zijn voor iedere doelgroep en in iedere prijsklasse. Hiermee vergroten we de kans dat onze inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen en bieden we nieuwe inwoners de mogelijkheid om in Pijnacker-Nootdorp te komen wonen. We realiseren ons dat we deel uitmaken van een dynamische regio waar de druk op de ruimte hoog is. Dit heeft directe en indirecte gevolgen voor de toekomst van onze gemeente. Vanuit de woonvisie en omgevingsvisie werken we actief aan een sterke positie in de regio, waarmee we kansen willen benutten en bedreigingen willen beïnvloeden. Onze inzet in de regio is gericht op het behouden en versterken van unieke kwaliteiten van Pijnacker-Nootdorp zoals het woonmilieu, het groene buitengebied, de bedrijventerreinen en de glastuinbouw. Daarbij leggen we de nadruk op de bijzondere bijdrage die onze gemeente levert aan de agglomeratiekracht en het vestigingsklimaat van de regio.
Pijnacker-Nootdorp beschikt, als landelijke, groene gemeente met goede verbindingen naar de grote steden, over kwaliteiten en (woon)milieus, die in de stad niet te realiseren zijn en van meerwaarde zijn voor inwoners van de hele regio.
Stand van zaken en vooruitblik Het programma Ruimte en Wonen bestaat uit de volgende drie verplichte taakvelden: 1. 2. 3.
Ruimte en leefomgeving: Wonen en bouwen; Grondexploitaties, met uitzondering van bedrijventerreinen.
1. Ruimte en leefomgeving Karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit We werken aan een karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit. Dat monitoren we door iedere twee jaar een leefbaarheidsmonitor uit te voeren. De meest recente leefbaarheidsmonitor dateert uit 2021. Daarbij is gekeken naar de punten die inwoners het meest belangrijk vinden voor de fysieke woonomgeving. De onderstaande scores geven een beeld van de waardering van onze inwoners. Totaaloordeel voor de wijk
8,0
Kwaliteit van de woningen
7,8
Woonomgeving
7,0
Gronevoorzieningen
7,0
Algemene voorzieningen
7,6
Wanneer we deze cijfers vergelijken met leefbaarheidsmonitor uit 2019 dan zien we dat de waardering voor de woningkwaliteit en woonomgeving gelijk is gebleven, het totaaloordeel voor de wijk met 0,1 is gestegen en is de waardering voor zowel de groenvoorzieningen als de algemene voorzieningen met 0,2 gestegen. Daarmee geven de inwoners in 2021 de hoogste cijfers voor de fysieke leefomgeving sinds we gestart zijn met de tweejaarlijkse metingen. In 2023 wordt opnieuw een leefbaarheidsmonitor uitgevoerd. In 2022/2023 wordt daarnaast een onderzoek uitgevoerd naar of en waar in onze gemeente het woonmilieu kwetsbaar is of op termijn kan worden. Over de uitkomsten van dit onderzoek informeren we de raad en eventuele maatregelen vatten we samen in een bijbehorend uitvoeringsplan.
Programmaplan Omgevingswet In het in 2019 vastgestelde Programmaplan Omgevingswet staat, langs welke sporen Pijnacker-Nootdorp zich voorbereidt op de inwerkingtreding van deze wet. Ook al is de invoeringsdatum al meerdere malen verschoven, de werkzaamheden blijven actueel. Twee maal per jaar ontvangt de raad een monitor, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe de werkzaamheden verlopen.
20
In 2023 gaan we door met de uitvoering van het Programmaplan en de daarin benoemde projecten en processen en wordt de raad via de genoemde halfjaarlijkse monitor geïnformeerd over de resultaten.
Omgevingsvisie en planMER In november 2021 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050: Verbonden met elkaar, vastgesteld. In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 wordt bevestigd dat dit het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de komende jaren is. In 2022 zijn we gestart met de monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie (en planMER). Dit om inzicht te verkrijgen in hoeverre de ambities in de omgevingsvisie daadwerkelijk worden bereikt en of bijstelling wellicht noodzakelijk is. In 2024, gelijktijdig met de mid-term review, wordt het eerste resultaat opgeleverd.
Omgevingsprogramma’s Het omgevingsprogramma is een nieuw instrument waarmee het college uitvoering geeft aan de kaders die de raad in de omgevingsvisie heeft vastgesteld. De ambitie is om al het ruimtelijk beleid om te zetten in een beknopt aantal omgevingsprogramma’s. Hiervoor is in 2022 een projectplan geschreven waarin staat op welke wijze deze omzetting van het beleid plaats gaat vinden. De looptijd van het project bedraagt (minimaal) vijf jaar. Aangezien het een nieuw instrument is, leren en werken we tegelijkertijd. De omgevingsprogramma’s worden gekoppeld aan de programma’s in de begroting. Zo staat de informatie over het eerste omgevingsprogramma (Groen in en om de kernen) waar in 2022 mee gestart is en dat in 2023 zal worden afgerond in programma 4. In programma 1 start in 2023 het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit en zullen in de komende jaren voor (enkele van) de transformatiegebieden gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s worden opgesteld.
Omgevingsplan De gemeenteraad is bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen, waarin regels staan over wat er op een plek gebouwd mag worden en hoe gronden en gebouwen gebruikt mogen worden. Nu heeft de gemeente nog tientallen bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt vormen die samen met de zogenaamde Bruidsschat in één keer het (tijdelijke) omgevingsplan voor Pijnacker-Nootdorp. Dit (tijdelijke) omgevingsplan wordt vervolgens stapsgewijs herzien, zodat het goed aansluit bij de omgevingsvisie door daarbij passende regels op te nemen. Hiervoor is in 2022 een projectplan gemaakt. Ter voorbereiding op de Omgevingswet is gestart met een eerste omgevingsplan in de vorm van een pilot voor de wijk Tolhek. Zodra de wet in werking treedt kan dit plan door de gemeenteraad vastgesteld worden. Zolang de Omgevingswet nog niet is vastgesteld, wordt conform een daarvoor opgestelde planning gewerkt aan het opstellen van bestemmingsplannen. Zeker nu de invoeringsdatum wederom onzeker is geworden, kunnen en willen we niet stoppen met het mogelijk maken van ontwikkelingen. We maken alleen bestemmingsplannen wanneer dit nodig en passend is, want we kijken vooral vooruit naar de Omgevingswet.
Voorbeelden van lopende bestemmingsplannen zijn de correctieve herziening van het Verzamelplan, de reconstructie van de kruising Vlielandseweg, het dierenpension in Oude Polder en Balij-Bieslandse Bos. Bestemmingsplannen die voor de inwerkingtreding van de wet als ontwerp ter inzage zijn gelegd, worden op grond van de bestaande wetgeving afgerond.
Omgevingsvergunningen Wanneer inwoners of ondernemers iets willen bouwen, gebruiken of aanleggen, dan moeten ze (meestal) een omgevingsvergunning aanvragen bij de gemeente. Met het oog op de Omgevingswet is in 2022 achter de schermen veel voorbereidend werk gedaan, zodat dit proces straks (nog) beter en sneller verloopt. In 2022 is nieuwe software in gebruik genomen en is verder gewerkt aan het ontwikkelen van de planketen, zoals het opstellen van vragenbomen (toepasbare regels), die onze inwoners en ondernemers straks moeten helpen om gemakkelijker een antwoord te kunnen vinden op vragen over omgevingsvergunningen. Daarnaast is in 2022 uitvoering gegeven aan het project Werkend Stelsel. Binnen dat project zijn de beleids- en werkprocessen beschreven en aangepast aan de eisen en het gedachtegoed van de Omgevingswet. Het gaat daarbij zowel om processen die moeten borgen dat beleid integraal is, als om processen die moeten zorgen dat nieuwe initiatieven worden bekeken vanuit de omgevingsvisie. In 2023 gaan we verder met de implementatie en verfijning van deze processen. Tot slot is in 2022 gestart met de voorbereiding op Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Daarmee gaan, naar verwachting vanaf 2023, stapsgewijs een aantal taken die nu bij de gemeente liggen over naar onafhankelijke kwaliteitscontroleurs (ook wel kwaliteitsborgers genoemd). Aan de andere kant