Ontwerpbegroting MRDH 2025
Tekst van het document
49
Hierna zijn in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens opgenomen van de drie verbonden partijen: Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1
Eigen vermogen
Per 31-12-2022: € 93.227.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2022: € 491.506.000
Financieel resultaat
Over 2022: € 1.941.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in de RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000
Eigen vermogen
Per 31-12-2022: € 150.556.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2022: € 385.128.000
Financieel resultaat
Over 2022: € 1.058.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. 50
Naam
Zuid-Holland Bereikbaar
Vestigingsplaats
statutair Rotterdam, feitelijk Delft
Visie
De samenwerking tussen Partijen heeft tot doel het (doen) realiseren van het gezamenlijke Programma Zuid-Holland Bereikbaar (hierna: 'Programma ZHB'). Dit gezamenlijke Programma ZHB heeft als doel het borgen van de bereikbaarheid (acceptabele hinder) en het bijdragen aan de mobiliteitstransitie (duurzame gedragsverandering) in de provincie Zuid-Holland, door dat wat gezamenlijk beter kan, samen te organiseren en uit te voeren, door toepassing van innovatieve oplossingen ten dienste van de opgave, die de partners alleen niet kunnen ontwikkelen en/of uitvoeren.
Openbaar behartigd belang
Bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland bij (grootschalige) werkzaamheden. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail B.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Stichting Zuid-Holland Bereikbaar.
Deelnemende partijen
Rechtsvorm
Stichting
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder Investeren in bereikbaarheid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep.
Financieel belang
De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BO MIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 t/m 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH. De bijdrage aan het werkbudget is voor de MRDH € 383.333 per jaar voor ten minste de periode 2022 t/m 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer, Verkeersmanagement en wegenstructuur.
Eigen vermogen
Per 31-12-2022: € 2.878.736
Vreemd vermogen
Per 31-12-2022: € 5.490.573
Financieel resultaat
Over 2022: € 2.567.897
Risico’s
Er bestaat het risico op overbesteding (meer geld uitgeven dan er beschikbaar is). Bij zicht op overbesteding dient overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming te worden gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt.
51
Beleidsvoornemens
Monitoring prestaties
Programma
De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. Op basis van de in 2024 te houden evaluatie wordt eind 2024 de looptijd van het Werkplan voor de periode daarna bepaald. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant, waarna de Raad van Toezicht deze jaarrekening vaststelt. De aldus vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID.
Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.
52
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken.
Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDUmiddelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen. Ontwikkelingen openbaar vervoer In 2023 zijn twee ontwikkelingen geweest die bepalend zijn voor het financiële kader voor de programma’s verkeer en openbaar vervoer: • met instemming van de motie Bikker wordt het regionaal openbaar vervoer structureel met € 300 miljoen extra ondersteund. Met € 300 miljoen is het landelijk mogelijk om de voor 2024 voorziene tariefstijging van 11,7% in het regionaal openbaar vervoer structureel af te wenden, waarbij er in 2025 weer reguliere indexatie van de tarieven zal plaatsvinden. De decentrale overheden verwachten dat hiervoor structureel circa € 160 miljoen nodig is. De resterende € 140 miljoen is jaarlijks beschikbaar voor een impuls aan het regionaal openbaar vervoer. De verwachting is dat van de € 300 miljoen extra middelen jaarlijks € 73 miljoen bij de MRDH terecht komt. Voor het afwenden van de tariefstijging is € 39 miljoen nodig, die één op één aan de vervoerders zal worden doorgezet.
• het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 ingestemd met de besluiten in het kader van Borging toekomstbestendig OV in de hele regio. Financieel is besloten om een reservering in de OV-exploitatiebegroting op te nemen van € 145 miljoen. Van de € 145 miljoen wordt € 137 miljoen gedekt uit de beschikbare financiële ruimte binnen het BDU saldo. Het besluit voor deze aanvullende middelen voor het OV zullen uiteindelijk worden verwerkt in de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven.
53
Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij was meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessie houdende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2024 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2024-2028 gemiddeld € 40 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 36 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2023
Raming 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.066.277.792
1.249.305.885
1.200.493.798
1.227.338.188
1.262.088.506
1.179.763.876
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.359.119.825
1.408.721.574
1.389.554.843
1.452.067.081
1.436.757.099
1.360.067.825
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
883.427.886
915.669.023
903.210.648
943.843.603
933.892.114
884.044.086
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
182.849.906
333.636.862
297.283.150
283.494.585
328.196.392
295.719.790
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
14.627.992
26.690.949
23.782.652
22.679.567
26.255.711
23.657.583
Netto/gewogen risico (ondergrens € 36 miljoen)
30.000.000
36.000.000
36.000.000
36.000.000
36.000.000
36.000.000
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
28.000.000
30.000.000
36.000.000
36.000.000
36.000.000
36.000.000
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
6.577.128
6.996.834
7.391.984
7.300.743
7.489.795
7.335.880
Toevoeging opslag aan risicoreserve
2.000.000
6.000.000
0
0
0
0
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie
0 4.577.128
0 996.834
0 7.391.984
0 7.300.743
0 7.489.795
0 7.335.880
* Ondergrens tot en met boekjaar 2023, cf. jaarrekening 2023: 30 miljoen
De benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten wordt in 2024 bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na
54
2025 ook toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2025: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
€ 36 miljoen € 36 miljoen 1 (voldoende)
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. Kengetallen Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Kengetal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
175,4%
136,0%
136,3%
143,2%
149,5%
149,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-6,5%
-4,9%
-5,1%
-5,2%
-5,3%
-5,7%
Solvabiliteitsratio
2,3%
2,5%
2,6%
2,7%
2,6%
2,7%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
0,9%
1,5%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Begroting
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het
55
per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit 56
pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Kapitaallast Bedrijfsgebouw
€
2024 127.101 €
2025 127.101 €
2026 127.101 €
2027 69.960 €
2028 -
Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden er nieuwe investeringen plaats in ICT in het kader van nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en verbeteringen vergaderkwaliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van “Het Nieuwe Werken” geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten.
In 2023 zijn er investeringen gedaan in het kader van nieuwe koffiemachines. Investering ICT
Investeringsbedrag € 86.000 €
2024 43.000 €
2025 43.000 €
2026 €
2027 €
2028 -
Kapitaallast ICT
€
2024 7.167 €
2025 21.500 €
2026 28.667 €
2027 21.500 €
2028 7.167
Kapitaallast Overige materiële vaste activa
€
2024 76.108 €
2025 76.108 €
2026 76.108 €
2027 53.809 €
2028 27.025
Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven.
57
Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
58
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2025 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2024. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2024.
De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 32,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2025 is met 3 fte gestegen ten opzichte van de begroting 2024. Dit komt door een structurele toevoeging van de functies HRM adviseur, HRM medewerker en adviseur Informatiebeheer met ingang van begrotingsjaar 2024. De besluiten zijn op 9 oktober 2023 (voor de functies HRM medewerker en HRM adviseur) en op 15 januari 2024 (functie adviseur Informatiebeheer) genomen door het dagelijks bestuur. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead.
Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,07 (prijspeil 2025) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2025) maximaal € 1,25 (prijspeil 2025) ingezet voor apparaatslasten. De daadwerkelijk begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2025 € 2.854.424 (zie tabel kostenverdeling hierna), oftewel € 1,15 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao-gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2025. De salarissen zijn in deze nieuwe cao per 1 januari 2024 met 4,75% verhoogd en worden per 1 oktober 2024 nog eens met 1,25% verhoogd. Voor het jaar 2025 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 4,9%. Dit percentage is een inschatting op basis van de macro economische verkenning 2024 (cMEV 2024) van augustus 2023 van het Centraal Planbureau. Naast deze indexering voert de MRDH ook nog een correctie door van 2,2% over voorgaand jaar
59
(2024). In de begroting 2024 was rekening gehouden met een lagere indexatie dan het uiteindelijke cao-akkoord. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: Onderdeel
fte's 2024
fte's 2024 na wijziging
fte's 2025
Begroting 2025 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
1,0
233.763
Bureaus BFC, BSB en BID
29,6
32,6
32,6
3.739.734
Afdeling Verkeer
26,0
26,0
26,0
3.124.409
Afdeling Openbaar Vervoer
26,0
26,0
26,0
3.114.709
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
10,0
1.406.524
Totalen
92,6
95,6
95,6
11.619.139
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten:
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiemanagement MRDH heeft op basis van haar informatiebeleidsplan een beleid vastgesteld. Naar aanleiding van dit beleid is er in 2023 een penetratietest uitgevoerd. De relevante adviezen zijn opgevolgd en in uitvoering. Het managementteam heeft in 2023 meerdere besluiten genomen m.b.t. informatiebeheer. De uitvoering hiervan vindt plaats in 2024. De MRDH hanteert een Roadmap om de korte en lange termijn doelstellingen weer te geven, hierin worden de doelstellingen ook geprioriteerd. Voor 2025 staan de onderstaande actiepunten gepland:
60
Informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer: • Het vaststellen van een risico-classificatie voor alle gebruikte applicaties; Gebruikte applicaties worden hiermee beoordeeld op basis van potentiële risico die ze met zich meebrengen voor de organisatie. Op basis van deze classificatie wordt bepaald hoe hiermee omgegaan wordt. • Het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan/calamiteitenplan; Dit is een document dat de organisatie voorbereidt op mogelijke bedreigingen, risico’s en verstoringen. Het doel van dit plan is om ervoor te zorgen dat de organisatie in staat is om essentiële functies voort te zetten en snel te herstellen na onvoorziene gebeurtenissen. • Invoeren zakelijke mobiel; Voor het verhogen van de informatiebeveiliging wordt er gepland om binnen de organisatie zakelijke mobiele telefoons in te voeren. In 2024 worden de mogelijkheden geïnventariseerd om dit te implementeren in 2025. IT projecten: • Afronden van het digitaliseren van het besluitvormingsproces; Het digitaliseren van het besluitvormingsproces start in 2024. Dit is een langlopend proces. De verwachting is dat het project in 2025 wordt afgerond. • Het opstellen van een monitor i.c.m. datamanagement; In 2024 is er een datateam opgezet om de opdrachten uit de Strategische Agenda MRDH te monitoren. De verwachting is dat de (tussentijdse) monitor gereed is in 2025.
• Upgrade e-systeem; Het e-systeem is nu al een aantal jaren in gebruik. Het huidige esysteem is gekoppeld aan eDocs. In 2024 stapt de organisatie af van eDocs en gaat het over naar Visiedosis voor het archief. Om gebruik te blijven maken van het e-systeem is het doorontwikkelen noodzakelijk. Hierbij wordt ook geïnventariseerd welke wensen er zijn vanuit de eindgebruikers m.b.t. het e-systeem, deze wensen worden meegenomen in deze doorontwikkeling. • Verder uitrollen digitale handtekening; In 2024 wordt er een start gemaakt met het uitrollen van de digitale handtekening. In 2025 wordt de digitale handtekening verder uitgerold en geïmplementeerd in de gebruikte applicaties binnen de MRDH. In 2024 vindt de evaluatie GR MRDH 2024 plaats. Uiteraard zullen eventuele relevante actiepunten leiden tot wijziging van de Roadmap en mogelijk ook actielijst 2025. Ook de veranderende wet- en regelgeving m.b.t. informatiemanagement kan leiden tot nieuwe acties. Hieruit voortvloeiende acties worden in 2025 uitgevoerd.
4.6 Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening zijn verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt onder meer de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): • lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of
61
•
lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.
In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2025 worden de volgende subsidies begroot:
Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.
62
Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Voorlopige jaarrekening
Programmabegroting 2025 (euro's)
Begroting 2024
2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
438.981.808
620.036.962
589.302.997
578.582.386
578.269.884
558.869.299
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
79.648.086
181.991.074
183.173.167
177.609.211
171.017.762
140.536.461
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.865.229
5.697.170
5.903.148
5.903.148
5.903.148
5.903.148
Overhead
7.234.064
7.941.590
8.303.305
8.303.305
8.303.305
8.303.305
0
0
0
0
0
0
531.729.187
815.666.796
786.682.617
770.398.050
763.494.098
713.612.213
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
440.981.808
626.036.962
589.302.997
578.582.386
578.269.884
558.869.299
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
79.648.086
181.991.074
183.173.167
177.609.211
171.017.762
140.536.461
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.442.800
5.697.170
5.903.148
5.903.148
5.903.148
5.903.148
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.234.064
7.941.590
8.303.305
8.303.305
8.303.305
8.303.305
Totaal
533.306.758
821.666.796
786.682.617
770.398.050
763.494.098
713.612.213
1.577.572
6.000.000
0
0
0
0
Onvoorzien Totaal Baten per programma
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
1.327.207
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-2.000.000
-6.000.000
0
0
0
0
Resultaat
904.779
0
0
0
0
0
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2023-2028. Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2025 per taakveld (euro's)
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
42.449.181
77.676.714
104.402.961
89.404.982
94.536.797
66.198.741
2.5 Openbaar vervoer
476.180.435
724.350.921
668.072.803
666.786.215
654.750.448
633.206.619
3.1 Economische ontwikkeling
5.865.229
5.697.170
5.903.148
5.903.148
5.903.148
5.903.148
0.4 Overhead
7.234.064
7.941.590
8.303.305
8.303.305
8.303.305
8.303.305
278
400
400
400
400
400
531.729.187
815.666.796
786.682.617
770.398.050
763.494.098
713.612.213
0.9 Vennootschapbelasting (Vpb) Totaal Baten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
42.449.181
77.676.714
104.402.961
89.404.982
94.536.797
66.198.741
2.5 Openbaar vervoer
478.180.713
730.351.321
668.073.203
666.786.615
654.750.848
633.207.019
3.1 Economische ontwikkeling
5.442.800
5.697.170
5.903.148
5.903.148
5.903.148
5.903.148
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.234.064
7.941.590
8.303.305
8.303.305
8.303.305
8.303.305
Totaal
533.306.759
821.666.796
786.682.617
770.398.050
763.494.098
713.612.213
1.577.572
6.000.000
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
1.327.207
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-2.000.000
-6.000.000
0
0
0
0
Resultaat
904.779
0
0
0
0
0
63
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder meer de volgende posten verstaan: • stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie ZuidHolland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU ook als structureel gekenmerkt omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt.
In de hierna volgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Voorlopige jaarrekening
Incidentele baten en lasten (euro's)
Begroting 2024
2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
22.233.369
21.235.187
0
0
0
0
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
2.096.019
1.945.775
1.945.775
1.885.775
871.873
0
3. Economisch Vestigingsklimaat
1.327.207
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
25.656.595
23.180.962
1.945.775
1.885.775
871.873
0
1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
20.233.369
15.235.187
0
0
0
0
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
2.096.019
1.945.775
1.945.775
1.885.775
871.873
0
3. Economisch Vestigingsklimaat
1.327.207
0
0
0
0
0
35.520
0
0
0
0
0
23.692.115
17.180.962
1.945.775
1.885.775
871.873
0
1.964.480
6.000.000
0
0
0
0
Overhead Totaal Incidentele baten per programma
Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen. In 2024 ontvangt de MRDH, in de vorm van een eenmalige specifieke uitkering, een bijdrage ter compensatie van de lagere bijdrage richting de vervoerders als gevolg van de studenten OV herijking. Deze bijdrage zal 1-op-1 aan de vervoerders worden doorgezet. Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (tevens incidentele baat). Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel aangemerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht.
64
Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2023
2024
2025
2026
2027
2.000.000
6.000.000
Toevoeging aan risicoreserve financieringen Beschikbaarheidsvergoeding/Transitievergoeding OV
Begroting 2028
0
0
0
0
-22.683.369
Subsidie SOV-herijkingscompensatie
15.235.187
Incidentele toevoegingen aan de BDU: Zuid-Holland Bereikbaar exploitatiebudget Totaal
2.450.000
0
0
0
0
0
-18.233.369
21.235.187
0
0
0
0
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten en baten: voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU. Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel aangemerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Het betreft middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2027 moeten zijn uitgevoerd. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
867.781
1.945.775
1.945.775
1.885.775
871.873
0
48.209
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Incidentele toevoegingen aan de BDU: Maatregel KTA MoVe Algeracorridor Maatregel KTA MoVe Westland Optimalisatie aansluiting A15 Aveling
796.694
0
0
0
0
0
Zuid-Holland Bereikbaar werkbudget
383.334
0
0
0
0
0
2.096.018
1.945.775
1.945.775
1.885.775
871.873
0
Totaal
Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Het betreft voor 2023 de onttrekking aan het vrije deel binnen de reserve zodat dit in 2023 kan worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo baten en lasten
1.577.572
6.000.000
0
0
0
0
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-672.793
-6.000.000
0
0
0
0
Begrotingssaldo
904.779
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
1.964.480
6.000.000
0
0
0
0
Structureel begrotingssaldo
2.869.259
6.000.000
0
0
0
0
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.
65
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2025 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio.
Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten. Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2025 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
66
Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA
Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
806.182 806.182
638.807 638.807
414.099 414.099
182.224 182.224
84.978 84.978
47.437 47.437
Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
970.278.795 1.001 970.277.794
1.157.306.886 1.001 1.157.305.885
1.112.494.799 1.001 1.112.493.798
1.143.339.189 1.001 1.143.338.188
1.182.089.507 1.001 1.182.088.506
1.103.764.877 1.001 1.103.763.876
Totaal vaste activa
971.084.977
1.157.945.693
1.112.908.898
1.143.521.413
1.182.174.485
1.103.812.314
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)
520.771.995
457.336.111
403.604.462
358.831.402
322.739.492
371.405.227
Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
45.867.940 0 467.526.672 7.377.383
47.500.000 0 407.836.111 2.000.000
47.500.000 0 354.104.462 2.000.000
47.500.000 0 309.331.402 2.000.000
47.500.000 0 273.239.492 2.000.000
47.500.000 0 321.905.227 2.000.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
76.201.797
35.344.922
26.000.000
26.000.000
26.000.000
26.000.000
34.696.678
15.344.922
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
Vlottende activa (art. 37)
Liquide middelen (art. 40) Banksaldi
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa Totaal activa
PASSIVA
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
41.505.119
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
597.023.792
492.731.033
429.654.462
384.881.402
348.789.492
397.455.227
1.568.108.769
1.650.676.727
1.542.563.360
1.528.402.814
1.530.963.977
1.501.267.542
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
35.421.548 0 34.516.769 904.779
40.516.769 0 40.516.769 0
40.516.769 0 40.516.769 0
40.516.769 0 40.516.769 0
40.516.769 0 40.516.769 0
40.516.769 0 40.516.769 0
971.048.167 970.266.917 781.250 1.006.469.715
1.157.305.885 1.157.305.885
1.112.493.798 1.112.493.798
1.143.338.188 1.143.338.188
1.182.088.506 1.182.088.506
1.103.763.876 1.103.763.876
1.197.822.654
1.153.010.567
1.183.854.957
1.222.605.275
1.144.280.645
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)
18.327.738
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
Overige schulden
18.327.738
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
543.311.316
415.854.072
352.552.793
307.547.858
271.358.702
319.986.897
137.243.247
69.509.262
59.939.633
59.707.757
59.610.512
95.664.881
404.188.389
344.344.810
290.613.160
245.840.100
209.748.191
222.322.016
1.879.680
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
561.639.054
452.854.072
389.552.793
344.547.858
308.358.702
356.986.897
1.568.108.769
1.650.676.727
1.542.563.360
1.528.402.814
1.530.963.977
1.501.267.542
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva Vlottende passiva (art. 47)
(storting plus, ontrekking min) Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
Totaal vlottende passiva Totaal passiva
67
EMU-saldo EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
Begroting 2028
1.577.572
6.000.000
0
0
0
0
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
200.235
210.375
224.709
231.875
140.246
37.542
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
-29.734
-43.000
-43.000
0
0
0
1.748.073
6.167.375
181.709
231.875
140.246
37.542
Berekend EMU-saldo
Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting maar dat is nu ook niet het geval. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. Met ingang van 2022 is vanuit de Cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Gezien het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2025 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2025. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.
Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2023 t/m 2028 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.
68
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2023-2028
Omschrijving
Raming saldo 31-12-2023
Raming Raming toevoeging onttrekking 2024 2024
Raming saldo 31-12-2024
Raming toevoeging 2025
Raming onttrekking 2025
Raming saldo 31-12-2025
Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves Fondsen BDU Subtotaal fondsen
4.516.769 36.000.000 40.516.769
0 0 0
0 0 0
4.516.769 36.000.000 40.516.769
404.035.370 619.259.828 678.950.389 344.344.810 404.035.370 619.259.828 678.950.389 344.344.810
687.485.979 687.485.979
741.217.628 741.217.628
290.613.160 290.613.160
TOTAAL-GENERAAL
438.552.139 625.259.828 678.950.389 384.861.579
687.485.979
741.217.628
331.129.929
Omschrijving
4.516.769 30.000.000 34.516.769
Raming saldo 31-12-2025
0 6.000.000 6.000.000
0 0 0
Raming toevoeging 2026
Raming onttrekking 2026
Raming saldo 31-12-2026
Raming toevoeging 2027
Raming onttrekking 2027
Raming saldo 31-12-2027
Raming toevoeging 2028
Raming onttrekking 2028
Raming saldo 31-12-2028
0 0 0
0 0 0
4.516.769 36.000.000 40.516.769
Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves Fondsen BDU Subtotaal fondsen
4.516.769 36.000.000 40.516.769
0 0 0
0 0 0
4.516.769 36.000.000 40.516.769
0 0 0
0 0 0
290.613.160 290.613.160
679.157.447 679.157.447
723.930.507 723.930.507
245.840.100 245.840.100
679.666.235 679.666.235
715.758.145 715.758.145
209.748.191 679.157.447 666.583.622 209.748.191 679.157.447 666.583.622
222.322.016 222.322.016
TOTAAL-GENERAAL
331.129.929
679.157.447
723.930.507
286.356.869
679.666.235
715.758.145
250.264.960
262.838.785
4.516.769 36.000.000 40.516.769
679.157.447
666.583.622
69
Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de per jaareinde nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).
70
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2025 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen:
Gemeente
Aantal inwoners 1 januari 2024 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2025
Albrandswaard
26.431
3,07
81.143
Barendrecht
48.689
3,07
149.475
Capelle aan den IJssel
67.948
3,07
208.600
Delft
109.573
3,07
336.389
Den Haag
565.701
3,07
1.736.702
Krimpen aan den IJssel
29.630
3,07
90.964
Lansingerland
65.600
3,07
201.392
Leidschendam-Voorburg
78.246
3,07
240.215
Maassluis
35.826
3,07
109.986
Midden-Delfland
19.382
3,07
59.503
Nissewaard
87.626
3,07
269.012
Pijnacker-Nootdorp
57.948
3,07
177.900
Ridderkerk
47.713
3,07
146.479
Rijswijk (ZH.)
59.640
3,07
183.095
Rotterdam
671.125
3,07
2.060.354
Schiedam
81.855
3,07
251.295
Vlaardingen
76.472
3,07
234.769
Voorne aan Zee
74.342
3,07
228.230
Wassenaar
27.108
3,07
83.222
Westland
115.984
3,07
356.071
Zoetermeer
128.424
3,07
394.262
Totaal
2.475.263
7.599.058
(*) bron: CBS StatLine info van 4-4-2024.
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2024 met € 0,10 (Kadernota MRDH begroting 2025) naar € 3,07 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2025 € 7,6 miljoen en wordt voor € 5,9 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,7 miljoen ingezet.
71
Hoofdstuk 8 Besluit 1. De begroting 2025 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2026-2028; 2. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; 3. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 13 september 2024
de secretaris,
de voorzitter,
Christel Mourik
Jan van Zanen
72
Bijlage 1 Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4
5
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
Apparaatskosten
Periode 2025 per 1000 inwoners 1 januari 2024 per 1000 inwoners 2025
Externe inhuur
2023
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
2025
Bezetting
Waarde B2025 0,039 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners € 6,01 per inwoner 12,40% van de totale loonsom 1,06% van de totale lastenbegroting
Waarde B2024 0,038 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 5,68 per inwoner 9,77% van de totale loonsom 1,27% van de totale lastenbegroting
Ad 1) In de begroting 2025 bedraagt de formatie 95,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2023 2.475.263 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2024 bedraagt 85,4 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2023 2.475.263 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2025 € 14.885.139 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2023 2.475.263 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2023 € 9.486.269. De externe inhuur bedroeg in 2023 € 1.176.681. Voor 20% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de begroting 2025 bedraagt de overhead € 8.303.305 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 786.682.617 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling. 73
Bijlage 2 Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU (bedragen x € 1.000.000) Projectnaam Subproject Systeemsprong Sneltramtraject Hoekse Lijn Rotterdam A16 Lijn 19 Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied AVLM R-Net: Upgrade 6 buslijnen INTHR Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid Busstation Nissewaard Metrostation Nissewaard Move- CID Binckhorst no regret - Rijksbijdrage OV Move - CID Binckhorst no regret - Eigen bijdrage OV Move- CID Binckhorst no regret - Rijksbijdrage Verkeer Move - CID Binckhorst no regret - Eigen bijdrage Verkeer R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) Ketenmobiliteit (Transitieprogramma) Metronet incl verkenning Beurs ZuidWestlandcorridor: gekoppeld rijden RandstadRail & vernieuwen spoorbeveiliging MFR - Westland - Rotterdam MFR Rotterdam - Zoetermeer MFR Delft - Rotterdam Alexander MFR Rotterdam - Ridderkerk MFR Den Haag - Pijnacker Beatrixlaan fase 1 Kruising Erasmusweg-Lozerlaan Fietsroute N14 Sijtwende Versnellingsmaatregelen OV (Transitieprogramma) Move - Gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid Voorne-Putten en haven Rotterdam Move - Gebiedsuitwerking Greenport 3.0.