CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting MRDH 2025

Raad Besluitvorming 27 juni 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 151193834.189 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2025

2026

2027

2028

Bus: Totaal OV Concessie Bus Rotterdam e.o. Totaal OV Concessie Haaglanden Stad Totaal OV Concessie Voorne Putten Rozenburg Totaal OV Concessie Haaglanden Streek Totaal busconcessies

49.767.080 46.836.028 46.883.016 46.468.257 43.908.040 28.745.585 23.854.479 23.833.463 25.341.873 25.203.857 16.370.293 16.524.010 16.524.010 16.524.010 16.321.741 36.839.450 34.196.436 34.196.436 32.966.539 31.836.047 131.722.408 121.410.953 121.436.925 121.300.679 117.269.686

Rail: Totaal OV Concessie RET Rail Totaal OV Concessie HTM Rail Totaal railconcessies

227.649.112 202.631.992 194.791.602 184.794.158 175.996.774 164.082.274 155.165.152 156.152.992 159.351.052 157.260.420 391.731.386 357.797.144 350.944.595 344.145.211 333.257.193

Overige concessie afspraken Totaal concessies

18.997.900 29.424.651 24.472.822 26.998.689 22.494.689 542.451.694 508.632.747 496.854.342 492.444.578 473.021.568

Bus De totale subsidie busconcessies is in 2025 € 10,3 miljoen lager dan in 2024. Het verschil van € 10,3 miljoen bestaat uit de volgende posten: • De eenmalige bijdrage studenten OV (SOV) herijkingscompensatie van het ministerie voor 2024 van totaal € 4,9 miljoen voor de busconcessies. • de OV concessie bus Rotterdam (excl. SOV) is € 0,6 miljoen hoger begroot in 2024. Dit komt vooral door enerzijds een reservering van € 1,5 miljoen in 2024 voor een aanvraag om tot een nul rendement te komen uit vorige jaren, waar de RET nog aanspraak op kan maken. Anderzijds hoeft er in 2024 geen aanspraak te worden gemaakt op een reservering van € 1 miljoen voor stijgende onderhoudskosten door de instroom van de ZE-bussen; • de OV concessie Haaglanden Stad (excl. SOV) is € 4,5 miljoen hoger in 2024. Dit is een gevolg van de instroom van de ZE-bussen. In 2024 wordt extra subsidie verleend i.v.m. hogere aanschafprijs ZE-bussen voor de directe kosten die niet kunnen worden geactiveerd. • de OV concessie Voorne-Putten en Rozenburg (excl. SOV) is € 0,9 miljoen lager in 2024, omdat er in 2025 meer meerwerk is begroot; • de OV concessie Haaglanden Streek (excl. de SOV) is € 1,2 miljoen hoger in 2024.

Dit komt grotendeels doordat de beschikbare subsidie (27,5% regeling) uit het Transitieprogramma OV en Corona afgelopen jaren niet is aangevraagd en in 2024 in één keer wordt aangevraagd om een nul rendement te behalen. Rail De totale subsidie railconcessies is € 33,9 miljoen lager in 2025 dan in 2024. Het verschil bestaat uit de volgende posten: • de subsidie voor RET rail voor 2025 is € 25 miljoen lager dan in 2024. Dit komt door: o De eenmalige bijdrage SOV-herijkingscompensatie van het ministerie voor 2024 van € 6,5 miljoen;

26

o

•

Er wordt nog rekening gehouden met een aanvullende bijdrage van de MRDH voor besparingen die de RET afgelopen jaren heeft gerealiseerd om tot een nulresultaat te komen van € 13,2 miljoen in 2024; o Verder daalt de exploitatiesubsidie met € 6,8 miljoen conform de groei afspraken; o Het resterende verschil heeft te maken met diverse kleinere mutaties binnen de concessie en het assetbudget. de subsidie voor HTM Rail is in 2025 € 8,9 miljoen lager dan in 2024. o Dit komt hoofdzakelijk door de eenmalige bijdrage SOV-herijkingscompensatie van het ministerie voor 2024 van € 3,9 miljoen. o In 2024 is het budget voor sociale veiligheid € 3 miljoen hoger. Dit is doorgeschoven uit 2023 en blijft beschikbaar voor deze concessie in 2024. o Het resterende verschil heeft te maken met diverse kleinere mutaties binnen de concessie en het assetbudget.

Overige concessie afspraken Onder deze post zijn de volgende concessie afspraken opgenomen: De Parkshuttle, Personenvervoer over water, Regiotaxi, Maatwerkvervoer, de huur van de Telexstraat en de bijdrage in tarieven en chipkaartkosten. Deze posten zijn gedurende de begrotingsjaren vrij constant. Daarnaast staan onder deze post de bijdragen aan vervoerders vanuit het Stimuleringsfonds opgenomen voor de Versnellingsmaatregelen, Maatwerkvervoer, Invoering Nieuwe Betaalwijzen, Transitie arbeidsmarkt vervoerbedrijven en de groeigelden. De stijging in 2025 wordt vooral veroorzaakt omdat er vanaf 2025 weer groeigelden beschikbaar zijn. Exploitatie openbaar vervoer – Overig Van de resterende Bikker gelden uit 2023 is per 2024 nog jaarlijks € 33,4 miljoen beschikbaar voor een impuls aan het regionaal openbaar vervoer. Een andere grote post betreft de abri-concessie die meerjarig € 6,7 miljoen bedraagt. De toename vanaf 2025 wordt bijna volledig veroorzaakt door de reservering voor dagelijks beheer en onderhoud van nieuw areaal waar in 2024 geen beroep op wordt gedaan. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2024 heeft te maken met de verwachte cao-stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht.

Rente en marktconformiteitsopslag OV-bedrijven De verantwoorde rente en marktconformiteitsopslag OV-bedrijven betreft de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET en de financiering van bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening Bussenleningen. De marktconformiteitsopslag wordt toegevoegd aan de risicoreserve financiering, totdat deze reserve op het juiste niveau is. Zie verder hoofdstuk 4.3 paragraaf weerstandsvermogen. Vennootschapsbelasting Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. Meerjarig wordt rekening gehouden met een bedrag van € 400. Zie verder ook hoofdstuk 3.3.

27

Overige inkomsten De € 72,9 miljoen aan Bikker gelden komen in 2024 via een specifieke uitkering bij de MRDH terecht, waardoor het in de overige inkomsten terugkomt. De eenmalige bijdrage SOVherijkingscompensatie van het ministerie van € 15,2 miljoen komt in 2024 ook binnen via een specifieke uitkering bij de MRDH. Daarnaast is in 2014 voor € 14 miljoen opgenomen aan verwachte rente inkomsten op de liquide middelen. Het resterende bedrag voor 2024 en latere jaren betreft hier voornamelijk de reclame-opbrengsten uit haltevoorzieningen (zgn. Abri’s).

28

2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is de ambitie Verbeteren Bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Vanuit het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa 2025, zie bijlage 3 in deze begroting). De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten: opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Bij iedere opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten geven antwoord op de vraag wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.

De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken en/of prioriteiten moeten stellen, terwijl we daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen zoeken. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als cofinancier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings-/bekostigingsmethoden. Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT). Investeringsprogramma Vervoersautoriteit In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2025 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waaraan de MRDH een financiële bijdrage levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten en onze vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren en openbaar vervoer.

De projecten, subsidies en studies zijn onderverdeeld naar grote en kleine projecten, waar de scheiding ligt op € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten. Die overige projecten zijn weer gecategoriseerd naar fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV).

29

Voor de Kleine projecten is in 2025 € 30 miljoen beschikbaar. In het late voorjaar van 2024 wordt aan gemeenten en andere partners verzocht om nieuwe aanmeldingen voor 2025 te doen, die na toetsing ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden voorgelegd. De besluitvorming op die aanmeldingen is gepland voor december 2024.

2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In dit programma werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de (middel)lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de regio te garanderen en dragen daar financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken? - Realisatie van Viersporigheid bij Schiedam Centrum (emplacement). - Uitvoering van no Regret-maatregelen CID-Binckhorst voor de ontsluiting woningbouw. - Fietsmaatregelen realiseren in het kader van Westland Greenport 3.0. - Realisatie van Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV): Metronet vaker en sneller rijden. - Realisatie van Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV): ‘Gekoppeld Rijden’ RandstadRail. - Uitvoering van versnellingsafspraken mobiliteitsprojecten 2022 bij woningbouwprojecten met regionale bijdragen.

Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - Viersporigheid Emplacement: het project is afgerond, in 2025 vindt de financiële afhandeling plaats met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Provincie Zuid-Holland. - De gemeente Den Haag gaat de projecten Trekvlietbrug en Velostrada aanbesteden als uitwerking van het No Regret-pakket CID-Binckhorst. Ook worden financiële verplichtingen uit het No Regret-pakket afgewikkeld. - Fietsmaatregelen Westland: voor de Metropolitane fietsroutes waarvoor een samenwerkingsovereenkomst is vastgesteld verlenen we subsidie aan wegbeheerders die (delen van) de routes realiseren. - We verlenen subsidie aan projecten uit Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV) Metronet, dat per 2025 in realisatie gaat. Hiermee kunnen de ritfrequenties op het metronet worden verhoogd. Daarnaast werken we aan raakvlakdossiers van MOVV Metronet zoals vervanging van de bestaande metrovoertuigen en de vernieuwing van metrowerkplaats Waalhaven-zuid. o We nemen een realisatiebesluit over gekoppeld rijden als onderdeel van de ZuidWestlandcorridor en besluiten over de 1e verkenning nieuwe spoorbeveiliging Samenloopdeel (RandstadRail en E-lijn). De ZuidWestlandcorridor is een OV-corridor die Zoetermeer, via Den Haag Centrum en Den Haag Zuidwest met het Westland verbindt. 30

-

Voor de kleine projecten beoordelen we de subsidieaanvragen en kennen we conform de spelregels subsidie toe.

OV-ontwikkelprogramma’s In het vervoersgebied van de RET worden dossiers zoals het Plan Toekomstvast Tramnet, project Metronet, HOV Ridderkerk, HOV Maastunnel, diverse knooppunten en OV-doorstromingsprojecten gerealiseerd. In het vervoersgebied van de HTM (OV Next) wordt de instroom nieuwe stadstrams, een remise, versnellingsprojecten OV, knooppunten en het project gekoppeld rijden RandstadRail gerealiseerd. Beide programma’s dragen bij aan de verstedelijkingsopgave en versterken de samenwerking tussen de gemeenten, MRDH en de vervoersbedrijven. Welke resultaten willen we bereiken? - Eerste maatregelen van het Plan Toekomstvast Tramnet invoeren via de vervoerplannen 2025 en 2026. - Realisatie HOV Ridderkerk met sneller en betrouwbaarder openbaar vervoer, alsmede een vrije busbaan realiseren voor lijn 70 Rotterdam-zuid - Grootschalige renovatie knooppunt Spijkenisse Centrum (metro en bus), gericht op vervullen van de groeiende regionale betekenis van dit knooppunt. - Realisatie van de instroom van de nieuwe Haagse Stadstrams (programma INTHR) Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - De eerste maatregelen van Plan Toekomstvast Tramnet voeren we uit, zoals verandering lijnvoering, frequenties, betrouwbaarheid, comfort en versnelling. Vanaf 2026 vindt verdere aanpassing van de dienstregeling plaats via de jaarlijkse vervoerplannen.

- We passen de infrastructuur in Ridderkerk aan zodat eind 2025 gestart kan worden met het rijden van R-net bussen tussen Ridderkerk en Rotterdam. - Plan busnet Rotterdam stellen we vast en de eerste voorbereidingen treffen we voor het uitvoeren van maatregelen. - De realisatie van het bus- en metrostation Spijkenisse centrum wordt dit jaar afgerond. - Voor INTHR lijn 6 verlenen we subsidie voor het aanpassen van de haltes. - Voor INTHR lijn 12 toetsen we het definitief ontwerp en adviseren we over de exploitatie van de lijn. - Voor INTHR lijn 1 verlenen we subsidie voor het aanpassen van de haltes. - Voor lijn 19 op TU-Campus in Delft: We leveren lijn 19 op aan HTM, vanaf dan gaat de dienstregeling van start.

2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Programma Metropolitane fietsroutes (MFR) Het programma helpt om hoogwaardige, regionale fietsroutes te realiseren om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. We helpen de individuele gemeenten bij Metropolitane fietsroutes bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route. De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (incl.

31

planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken? - Circa 100 km Metropolitane fietsroutes realiseren tot en met 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - Metropolitane Fietsroutes: voor routes waarvoor een samenwerkingsovereenkomst is getekend verlenen we subsidie aan wegbeheerders die met elkaar deze routes realiseren. Via ambtelijke en bestuurlijke stuurgroepen monitoren we de voortgang van de realisatie. Daar waar de voortgang knelt zorgen we samen met de betrokken wegbeheerders voor versnelling. - Na vaststelling van de definitieve ontwerpen verlenen we subsidie aan MFR routes: o Zoetermeer – Rotterdam, o Westland –Rotterdam, o Delft – Rotterdam Alexander, o Den Haag - Pijnacker, o Westland - Delft, o Westland – Den Haag HS en o (Dordrecht) Ridderkerk – Rotterdam.

Verbeterd OV-systeem Via de OV-concessies en de daarbinnen afgesproken jaarlijkse vervoerplannen kunnen wij de OVmaatregelen 'op straatniveau’ invoeren. We voeren aanpassingen van het OV-netwerk uit, rekening houdend met andere opgaven, zoals inrichting van de buitenruimte, omgevingshinder, 30-50 km/u, lopen, fietsen en verkeersveiligheid in de gemeenten. Welke resultaten willen we bereiken? - Ter uitwerking van onze nieuwe mobiliteitsvisie, een verbeterd OV-systeem zodat het makkelijker en aantrekkelijk wordt voor de reiziger om het OV te gebruiken en een OV-systeem dat is afgestemd op lopen en fietsen en past in de buitenruimte. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - Zie opdracht 1 voor de lopende uitwerkingen en realisatieprojecten. Nieuwe projecten zullen ontstaan uit de beleidskeuzes die per 2025 gemaakt worden in de mobiliteitsvisie MRDH (opgesteld in 2024) en het tactisch kader (opgesteld 2024). Denk onder meer aan integratie van maatwerkvervoer en OV, deelmobiliteit en OV, verbeteren van toegankelijkheid, verder opschalen en versnellen van de drukste OV-lijnen.

2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Autonetwerk en verkeersmanagement We optimaliseren het bestaande wegennetwerk door het verstrekken van subsidies bij infrastructurele ingrepen in het netwerk door wegbeheerders waarbij ook ingezet wordt op andere mobiliteitsoplossingen als gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken? 32

-

Optimalisatie van het bestaande wegennetwerk door wegbeheerders.

Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten ter verbetering van het regionaal autonetwerk. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we de aanvragen.

Regionaal Basisnetwerk fiets Het regionale basisnetwerk fiets bestaat uit ongeveer 1.400 km fietspad. Op basis van het regionale basisnetwerk fiets kunnen gemeenten de komende jaren tot maximaal 50% subsidie aanvragen om fietspaden in het netwerk te verbeteren. De MRDH verleent subsidie voor verbeteringen op het regionale basisnetwerk fiets op basis van de samen afgesproken inhoudelijke randvoorwaarden. Wegbeheerders voeren de verbeteringen aan de fietspaden uit. Welke resultaten willen we bereiken? - Circa 100 km fietspad op het regionaal basisnetwerk fiets is verbeterd in 2026 (inclusief verkeersveilige inrichting). Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We verlenen subsidie aan gemeenten die fietspaden willen verbeteren die onderdeel uitmaken van het basisnetwerk fiets. In 2025 is dan 50% van de doelstelling 100 km bereikt.

Programma Knooppunten De MRDH, stationsbeheerders en de individuele gemeente(n) zetten gezamenlijk in op kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. De MRDH verstrekt subsidie voor de verbetering van deze OV-knooppunten. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationsbeheerder is verantwoordelijk voor de realisatie van de verbetering. Welke resultaten willen we bereiken? - Circa 18 OV-knooppunten zijn verbeterd in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station.

33

Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten ter verbetering van de OVknooppunten. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we de aanvragen.

Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid We werken vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’, aan het verminderen van het aantal slachtoffers in het verkeer. De MRDH ondersteunt de individuele gemeenten met financiële middelen om gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen tot uitvoering te brengen. Welke resultaten willen we bereiken? - Er worden circa 160 projecten gerealiseerd voor verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF van 33% naar 62%. - Een toename van het aandeel deelnemende voortgezet onderwijsscholen aan TotallyTraffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten ter verbetering van de Verkeersveiligheid. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we de aanvragen.

Doorstromingsprojecten uit OV-Ontwikkelprogramma’s Via deze programma’s werken wij met individuele gemeenten, vervoerders en andere partijen aan een aantal doorstromingsprojecten voor de tram en bus. De MRDH is concessieverlener van het regionale OV en werkt met de individuele gemeenten en vervoerders de projecten voor de ontwikkeling van het OV uit. Welke resultaten willen we bereiken? - We investeren in doorstromingsmaatregelen voor het OV om ervoor te zorgen dat de reistijd in het OV wordt verkort. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We verlengen de perrons van de tram bij the Mall of the Netherlands. Tegelijkertijd worden de iVRI's aangepast zodat de tram voorrang krijgt op de auto. - We realiseren het project tram Laan van Zuid met extra baanafscheidingen en beveiligde oversteek. Dit is bevorderlijk voor de gemiddelde snelheid van de trams op deze belangrijke OV-as. - Verder worden diverse maatregelen leidend tot sneller OV uit het Plan busnet regio Rotterdam, bij positief besluit in 2024, in 2025 nader uitgewerkt. - Onderdeel van het Plan Toekomstvast Tramnet zijn versnellingsmaatregelen (meer baanafscheidingen, voorrang bij kruisingen, beveiligen oversteken) op de drukste tramlijnen. - Het project Hofplein gaat, mede met een MRDH-subsidie, in realisatie en levert reistijdwinst voor de tram op.

34

2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's)

Voorlopige jaarrekening

Begroting 2024

2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten: Projectk osten Verk eer - Verkeersmanagement en wegenstructuur

14.675.672

17.680.584

18.488.273

11.859.442

25.885.850

23.199.985

- Fiets- en ketenmobiliteit

7.822.090

33.725.412

67.474.712

57.802.733

52.625.500

28.717.055

- Verkeersveiligheid

11.761.169

17.128.838

11.658.275

12.961.106

9.243.746

7.500.000

Subtotaal Verkeer

34.258.932

68.534.834

97.621.260

82.623.281

87.755.096

59.417.040

- Netwerk openbaar vervoer

44.019.748

111.926.640

83.932.486

93.366.509

81.643.245

79.500.000

Subtotaal Openbaar vervoer

44.019.748

111.926.640

83.932.486

93.366.509

81.643.245

79.500.000

- Directe kosten personeel

1.369.406

1.529.600

1.619.421

1.619.421

1.619.421

1.619.421

Subtotaal Apparaatslasten

1.369.406

1.529.600

1.619.421

1.619.421

1.619.421

1.619.421

Totaal lasten

79.648.086

181.991.074

183.173.167

177.609.211

171.017.762

140.536.461

Onttrekking fonds BDU

77.388.072

180.045.299

181.227.392

175.723.436

170.145.889

140.536.461

Overige inkomsten

2.260.014

1.945.775

1.945.775

1.885.775

871.873

0

Totaal baten

79.648.086

181.991.074

183.173.167

177.609.211

171.017.762

140.536.461

0

0

0

0

0

0

Projectk osten Openbaar vervoer

Apparaatslasten

Baten:

Saldo van baten en lasten

Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten geldt dat bestedingen zijn opgenomen voor de nog lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn, de aanmeldingen van projecten voor het IPVa en de ruimte binnen het subsidieplafond dat nog niet is ingevuld met projecten. Voor een compleet overzicht van de grote projecten wordt verwezen bijlage 2: Projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU. Hierna wordt per categorie de inhoud van de begrotingsbedragen nader toegelicht. Verkeersmanagement en wegenstructuur • In de begroting is rekening gehouden met de oplevering van de A16 Rotterdam in 2025, in de jaren 2024-2025 wordt hieraan € 18 miljoen besteed. • In de periode 2026-2028 wordt naar verwachting € 21 miljoen besteed aan de realisatie van het bovengrondse verstedelijkingsontwerp van de Beatrixlaan en kruising ErasmuswegLozerlaan en oplevering verkenning lange termijn oplossing Beatrixlaan. • Voor infrastructurele maatregelen op de Algeracorridor wordt in de periode 2025-2027 € 6 miljoen begroot. • De bestuurscommissie heeft het pilotprogramma Automatisch Vervoer voor de first en Last Mile (AVLM) eind 2022 beëindigd.

Voor de afwikkeling van de laatste projecten binnen het programma wordt in de periode 2024-2027 € 3 miljoen begroot. Het betreft hoofdzakelijk een subsidie voor onderzoek naar certificering van autonome voertuigen in de openbare ruimte en

35

een subsidie voor het realiseren van automatisch vervoer tussen metrostation Meijersplein bij Rotterdam The Hague Airport.

Fiets- en ketenmobiliteit • Voor het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) zijn inmiddels reserveringen gemaakt voor de MFR’s Naaldwijk – Rotterdam, Delft – Rotterdam Alexander, Zoetermeer – Rotterdam, Den Haag – Pijnacker en Rotterdam – Ridderkerk in de periode 2023-2028 voor in totaal € 100 miljoen. Voor de MFR’s als onderdeel van de gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland is voor de periode 2024-2027 € 45 miljoen gereserveerd. • In de begrotingsperiode wordt daarnaast gewerkt aan de realisatie van de No Regretmaatregelen CID-Binckhorst. Hiervoor is € 20 miljoen (rijksbijdrage en MRDH-bijdrage) opgenomen gedurende 2025-2027. • Voor de laatste projecten van de Korte Termijn Aanpak MoVe is subsidie verleend (snelfietsroute Algerabrug – Capelsebrug en Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied). Het gaat om een bedrag van € 7 miljoen in de periode 2024-2027. • Voor stimuleringsmaatregelen Ketenmobiliteit die voortkwamen uit het Transitieprogramma OV en corona is voor de periode 2024-2028 € 6 miljoen begroot. • Naar aanleiding van de in 2024 uit te voeren verkenning naar een langzaam verkeer verbinding tussen Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel wordt hiervoor in de periode 20262028 € 6 miljoen begroot.

Verkeersveiligheid De bestedingen voor verkeersveiligheid bestaan uit bestedingen in het kader van lopende projecten en reserveringen voor projecten in het programma Kleine projecten. Daarnaast zijn in de periode 2024-2027 voor € 13 miljoen bestedingen begroot in het kader van de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. OV-netwerk In de jaren 2024-2026 staat de realisatie van infrastructurele aanpassingen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse regio (INTHR) gepland voor € 97 miljoen. Daarnaast wordt in de beginjaren van de begrotingsperiode geïnvesteerd in o.a. lijn 19 (deel TU), de projecten bus- en metrostation Spijkenisse Centrum, R-net Ridderkerk - Rotterdam en versnellingsmaatregelen OV. Vanaf 2025 respectievelijk 2027 wordt gestart met de uitvoering van de projecten Metronet en gekoppeld rijden RandstadRail en vernieuwen spoorbeveiliging. Vanaf 2026 start de uitvoering van Bereikbaarheid CID Binckhorst. Gedurende de begrotingsperiode wordt ook gewerkt aan de uitwerking van de projecten Oude lijn en stadsbrug Rotterdam. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2023 heeft te maken met de verwachte cao-stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht.

Overige inkomsten De post overige inkomsten in de gehele begrotingsperiode betreft de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen.

36

2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het vernieuwen van de economie. Het gaat voor dit programma om de volgende twee opdrachten: opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Bij iedere opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten geven antwoord op de vraag wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken. 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren Algemeen Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn. Door een groei van het aantal arbeidsplaatsen en deze arbeidsplaatsen in te vullen met geschikt personeel groeit de arbeidsparticipatie. De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn. Voor een betere aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt zetten we in op twee programma’s: Campusprogramma en Leven Lang Ontwikkelen programma.

Voor extra productiviteit en bedrijvigheid zetten we in op Versterken mkb en Versterken innovatieecosysteem en innovatieprogramma’s. Hierna wordt per aandachtsgebied op basis van de Strategische Agenda aangegeven wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen in 2024. Campusprogramma Minimaal veertien campussen in de regio richten zich op het ontwikkelen van toekomstbestendige vaardigheden waaronder ondernemerschap, innovatie en kennisvalorisatie. Vanwege de krappe arbeidsmarkt ligt de focus op de IT-, energie-, techniek-, greenport- en zorgsector en het haven industrieel complex. De MRDH focust op de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs op mbo- en hbo-campussen. Driekwart van het totaal aantal studenten in de regio is namelijk mbo-en hbo-student. Ook het merendeel van de banen in deze regio betreft mbo- en hboniveau. Daarom liggen hier de meeste kansen. Welke resultaten willen we bereiken? - Verbeterde samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven via regionale mbo- en hbo-campussen en mogelijk via nieuwe samenwerkingen met onderwijsinstellingen. - Jaarlijks nemen minimaal 1.000 studenten en 250 bedrijven per jaar deel aan campus(innovatie)opdrachten en programma's. - Minimaal veertien fysieke mbo- en hbo-campussen, dichtbij regionale bedrijvigheid met een goede geografische spreiding in de regio.

37

Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We leveren een financiële bijdrage aan circa vier campusversterkingsprojecten, waarbij de focus ligt op het versterken van bestaande campussen in sectoren (IT-, energie-, techniek-, het haven industrieel complex, greenport en zorgsector) die van economisch belang zijn voor de regio. - We organiseren drie campus netwerksessies voor kennisdeling op een van de campussen op het gebied van onderwijsvernieuwing, aansluiting arbeidsmarkt (mbo-hbo), LLO en sociale innovatie. Doelgroep zijn gemeenten en onderwijsinstellingen. - We stimuleren de samenwerking tussen mbo- en hbo-campussen en tussen deze campussen en wo-campussen in innovatie en kennisvalorisatietrajecten die bijdragen aan regionale transitieopgaven. Dit kan via financiële bijdragen of via het verbinden van partijen in de regio.

Programma Leven Lang Ontwikkelen (LLO) LLO zorgt door om- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden voor een kwalitatief goede beroepsbevolking, die op alle niveaus bijdraagt aan de regionale economie. Welke resultaten willen we bereiken? - Verbeterd aanbod LLO op de campussen en bij andere grote mbo- en hbo-opleiders in de regio. - Meer werkenden en werkzoekenden volgen een omscholing- en bijscholingstraject. - Jaarlijks ronden minimaal 1.300 werkenden en zij-instromers een omscholing of bijscholingstraject aan een campus af. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We leveren een financiële bijdrage aan circa vier LLO-projecten per jaar in die sectoren die voor de metropoolregio de grootste opgave hebben (IT-, energie-, techniek-, het haven industrieel complex, greenport en zorgsector) en in samenwerking met een mbo en/of hbocampus. - We gaan nieuwe samenwerkingen aan met regionale partijen gericht op werkenden, werkzoekenden en zij-instromers, die skills opleidingen aanbieden, met ook aandacht voor diversiteit. Dit met als doel de impact van de LLO-projecten op de arbeidsmarkt te vergroten, evenals de regionale samenwerking op LLO-gebied.

Versterken mkb Er is een grote groep mkb in de metropoolregio die behoefte heeft aan toegang tot informatie en advies om tijdig beslissingen te nemen om hun bedrijf gezond te houden, weer gezond te maken of tijdig te stoppen. Ondernemers hebben behoefte aan een transparant systeem van dienstverlening waarbij het aanbod van verschillende partijen onderling samenhangt, transparant en begrijpelijk is. Dit is in de praktijk nog te weinig het geval. Welke resultaten willen we bereiken? - Een hoger deel mkb is ondersteund. Ondernemers weten beter overheidsinformatie te vinden die hen helpt effectiever te werken aan de transitieopgaven zoals digitalisering en verduurzaming en bij het aantrekken en het scholen van hun personeel. - Meer samenhang tussen initiatieven voor het mkb in de regio.

38

Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We zetten in op: het vertalen van ontwikkelingen rondom mkb-dienstverlening naar gemeenten en indien relevant vertalen in acties mét gemeenten. - We leveren een financiële bijdrage aan één tot twee projecten waarin het mkb gestimuleerd wordt innovatie toe te passen. - We zetten zet in op: o het gericht werken aan versterking van het accounthouderschap van gemeenten richting mkb, met focus op toegepaste innovatie. o het opstellen van direct overdraagbare projectinformatie aan het mkb (via o.a. de gemeentelijke accountmanagers uit het MRDH-netwerk).

Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s In Region of the Future worden samen met YES!Delft oplossingen ontwikkeld voor regionale innovatievraagstukken. Startups ontwikkelen schaalbare, commercieel en technisch haalbare oplossingen. Gemeenten kunnen hier optreden als eerste klant, waardoor maatschappelijke opgaven direct worden gekoppeld aan de uitdagingen van individuele gemeenten. De nieuwe producten en diensten die dit oplevert zorgen voor stageplaatsen, nieuwe bedrijvigheid, kostenbesparingen en productiviteitsgroei. De MRDH stimuleert innovatie door met strategische partners zoals InnovationQuarter en de provincie Zuid-Holland financiering en schaalvergroting van programma’s te organiseren waardoor deze meer maatschappelijke- en economische effecten opleveren. Welke resultaten willen we bereiken? - Toename percentage van startups en scaleups binnen de totale bedrijvigheid in de regio. - Adoptie van businesscases uit het innovatie-ecosysteem door minimaal tien gemeenten. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - Het huidige programma Region of the Future loopt tot en met mei 2025. We evalueren het programma, delen de resultaten met de gemeenten en verkennen of het programma een vervolg krijgt.

- We verlenen InnovationQuarter subsidie om te bouwen aan innovatieprogramma’s en projecten en innovatieve mkb’ers te ondersteunen om het verdienvermogen van de regio te vergroten. Een deel van de subsidie gaat naar het Secretariaat van de Economic Board ZuidHolland dat bijdraagt aan de uitvoering van de Groeiagenda Zuid-Holland en de uitvoering van de Human Capital Agenda en daarmee inzet op (economische) vernieuwing en innovatie.

2.3.1.2 Opdracht 4 – Vernieuwen van werklocaties Het economische en maatschappelijke belang van winkelgebieden, kantorenlocaties en bedrijventerreinen is groot. Deze plekken bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking, bieden ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, innoveren en slimme oplossingen te bedenken. Daarmee spelen ze (in potentie) een sleutelrol in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie (waaronder ruimte voor groenblauwe oplossingen op bedrijventerreinen) en digitalisering.

39

Aan de hand van de Strategie werklocaties MRDH sturen de 21 gemeenten op het versterken van de ruimtelijke economische structuur van de regio door marktevenwicht tussen vraag en aanbod van ruimte te stimuleren, het beter benutten van de bestaande werklocaties en het aanjagen van vergroening en verduurzaming. De MRDH organiseert de regionale afstemming tussen de individuele gemeenten om gezamenlijk te sturen op de voorraad van winkels, bedrijventerreinen en kantoren. Welke resultaten willen we bereiken? - Lager percentage leegstand kantoren en detailhandel (o.b.v. vloeroppervlakten). - Beter benutten van geschikte locaties voor watergebonden bedrijven en voor HMC-bedrijven op bestaande bedrijventerreinen. - Hoger percentage kantoren met minimaal energielabel C. - Revitalisering/verduurzaming verouderd of leegstaand vastgoed op bedrijventerreinen voor nieuwe bedrijvigheid. Wat gaan we daarvoor doen in 2025? - We organiseren regionale afstemming voor werklocaties. In ambtelijke werkgroepen bereiden we dit samen voor met de gemeenten en leggen het voor aan de bestuurscommissie EV. Hiermee zorgen we dat er voldoende bedrijventerreinen blijven en er zorgvuldig wordt omgegaan met de nieuwbouw van kantoren en detailhandel zodat er niet gebouwd wordt voor toekomstige leegstand.

- We monitoren de regionale kantorenmarkt via een dashboard en een kwalitatieve rapportage en delen dit actief met gemeenten. Met de monitor volgen we de ambities en afspraken in de MRDH-kantorenstrategie en blijven we op de hoogte van nieuwe trends en ontwikkelingen op de kantorenmarkt. - We financieren projecten om vraag en aanbod van werklocaties in balans te brengen, waaronder projectbijdragen voor het beter benutten, revitaliseren en verduurzamen van bedrijventerreinen. - We stimuleren gemeenten om uitvoering te geven aan de ambities voor het thema ruimte voor werken uit het uitvoeringsprogramma door gezamenlijk onderzoek te doen en kennis te ontwikkelen. Zoals onderzoek voor de uitvoering van het beter benutten van bedrijventerreinen. - Bij een succesvolle lobbystrategie voor financiering van het Rijk zetten we in op ondersteuning bij regionale projectaanvragen voor Rijksfinanciering. - We organiseren circa drie ambtelijke en één bestuurlijke themasessie voor ruimte voor werken voor kennisdeling, netwerkvorming en beleidsvorming.

40

2.3.2 Wat gaat het kosten?

Programma 3: Economisch vestigingsklimaat (euro's)

Voorlopige jaarrekening

Begroting 2024

2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten: Subtotaal programmakosten

3.256.337

3.116.850

3.513.735

3.684.233

3.684.233

3.684.233

Subsidie InnovationQuarter

950.898

986.081

1.022.566

1.060.401

1.060.401

1.060.401

Subsidie YES!Delft

611.746

500.000

208.333

0

0

0

Subtotaal directe kosten personeel

1.046.248

1.094.239

1.158.514

1.158.514

1.158.514

1.158.514

Totaal lasten

5.865.229

5.697.170

5.903.148

5.903.148

5.903.148

5.903.148

5.368.791

5.657.170

5.903.148

5.903.148

5.903.148

5.903.148

64.009

40.000

0

0

0

0

Baten: Inwonerbijdrage Overige bijdragen gemeenten Overige bijdragen provincie Overige bijdragen overig

10.000

Totaal baten

5.442.800

5.697.170

5.903.148

5.903.148

5.903.148

5.903.148

Saldo van baten en lasten

-422.429

0

0

0

0

0

Onttrekking aan Egalisatiereserve EV

1.327.207

0

0

0

0

0

Toevoeging aan Egalisatiereserve EV

0

0

0

0

0

0

904.779

0

0

0

0

0

Resultaat

Toelichting financiën De begroting 2025 bestaat voor € 3.513.735 uit programmakosten, voor € 1.022.566 uit een begrotingspost subsidie voor InnovationQuarter, voor € 208.333 uit een begrotingspost subsidie aan YES!Delft en voor € 1.158.514 uit directe kosten personeel. Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert binnen deze kaders de begroting uit en verantwoordt zich hierover. Programmakosten De programmakosten van € 3.513.735 bestaan uit: • cofinanciering beschikbaar stellen aan gemeenten voor projecten die tot doel hebben bij te dragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Op grond van de (herziene) Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting, heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat deze bevoegdheid; • Opdrachten verstrekken voor onder meer verkennend onderzoek en monitoring. Dat kunnen zowel opdrachten aan gemeenten zijn als opdrachten aan externe partijen. Subsidie InnovationQuarter InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem.

De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 met een begrotingsvoorbehoud voor de

41

jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 2026 via vaststelling van de MRDH begroting door het algemeen bestuur. De subsidie wordt verleend voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. Ten opzichte van de begroting 2024 is de subsidie voor 2025 en 2026 met 3,7% geïndexeerd. Subsidie YES!Delft Het algemeen bestuur heeft op 8 juli 2022 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2022 tot juni 2025 van € 1.500.000 voor het programma Region of the Future. Het programma is een vervolg op het programma City of the Future, een innovatieplatform voor alle 21 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van de onderdelen van dit programma. De focus bij Region of the Future ligt op opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland. De jaarschijf 2025 bedraagt € 208.333 en wordt gedekt uit het reguliere programmabudget.

Directe kosten personeel Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2024 heeft te maken met de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. We houden rekening met het verzoek van de gemeenten om te anticiperen op hun financieel perspectief vanaf 2026 door in 2025 een lager indexeringspercentage toe te passen dan volgens de systematiek gebruikelijk is. De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2024 met € 0,10 (Kadernota MRDH begroting 2025) naar € 3,07 per inwoner. Voor 2025 is dat een totaalbedrag van € 7.599.058. Van deze inwonerbijdrage van € 3,07 zal maximaal 40,8% worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (kadernota MRDH begroting 2025). In de begroting 2025 wordt op begrotingsbasis 37,6% (€ 2.854.424) van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten (directe kosten personeel programma en overhead). Van de totale inwonerbijdrage van € 7.599.058, wordt € 1.695.910 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2).

Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 5.903.148 verantwoord ter dekking van de programmakosten, de subsidies en de directe kosten van het personeel. Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft het gemeentelijk aandeel in de licentieovereenkomst met Locatus. De MRDH heeft een licentieovereenkomst met Locatus voor het gebruiksrecht van databestanden met detailhandelsgegevens. Verschillende gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH. Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting. De huidige overeenkomst loopt tot en met 2024.

42

Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH-begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. Financiering Brede Doeluitkering Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) jaarlijks via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een conform de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer vastgesteld deel van de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. In onderstaande tabel zijn de geraamde te ontvangen jaarbedragen binnen de kaders van deze begroting opgenomen op prijspeil 2024: 2023

2024

2025

2026

2027

2028

594.192.193

619.259.828

687.485.979

679.157.447

679.666.235

679.157.447

Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan toe te rekenen overhead wordt bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner op basis van het door het CBS vastgestelde inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2025 € 3,07. Daarvan mag maximaal 40,8% worden besteed aan de bekostiging van apparaatslasten (Kadernota MRDH begroting 2025). De totale bijdrage voor 2025 is geraamd op € 7.599.058. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen. Financiering De opbrengsten van de financieringsfunctie worden uitsluitend bepaald door de financiering van de OV-bedrijven, aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast wordt aan deze OV-bedrijven een marktconformiteitsopslag in rekening gebracht, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve financieringen en daarna uitsluitend beschikbaar is voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

3.2 Overhead De overhead dient, conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart te worden weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om

43

de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel de personele- als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead van de commissie BBV bestaat overhead in ieder geval uit de volgende functies: 1. Hiërarchisch leidinggevenden; 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. P&O / HRM; 4. Inkoop; 5. Interne en externe communicatie (niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken); 6. Juridische zaken; 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning; 8. Informatievoorziening en automatisering; 9. Facilitaire zaken en Huisvesting; 10. DIV; 11. Managementondersteuning.

Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: • Alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; • Overig management: secretaris-algemeen directeur, manager Economisch Vestigingsklimaat, manager Openbaar Vervoer en manager Verkeer; • Overig secretarieel: secretariaat Economisch Vestigingsklimaat, secretariaat afdeling Verkeer en secretariaat afdeling Openbaar Vervoer. Zie voor een toelichting op de organisatie van de MRDH hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het niet toerekenen van de overhead aan de programma’s betekent niet dat de financiële dekking verandert. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De overhead wordt nog steeds betaald uit de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De salariskosten van alle medewerkers - dus inclusief management en secretariaat - van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De salariskosten - dus inclusief management en secretariaat - van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage EV.

Net als in de Begroting 2024 wordt het relatieve formatiebudget van het primaire proces gebruikt om de salariskosten van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoeringskosten door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De verhouding van het relatieve formatiebudget is 20% Economisch Vestigingsklimaat versus 80% Verkeer en Openbaar Vervoer. 20% van deze kosten komt daarmee ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% van deze kosten komt ten laste van de rijksmiddelen BDU.

44

Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead: Overhead

Voorlopige jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Lasten: Personele overhead Va

3.696.417

3.773.018

3.994.595

3.994.595

3.994.595

3.994.595

Materiële overhead Va

2.087.208

2.546.960

2.612.800

2.612.800

2.612.800

2.612.800

5.783.625

6.319.978

6.607.395

6.607.395

6.607.395

6.607.395

Personele overhead EV

928.637

984.873

1.042.710

1.042.710

1.042.710

1.042.710

Materiële overhead EV

521.802

636.740

653.200

653.200

653.200

653.200

1.450.439

1.621.613

1.695.910

1.695.910

1.695.910

1.695.910

7.234.064

7.941.590

8.303.305

8.303.305

8.303.305

8.303.305

Totaal lasten overhead

Dekkingsbronnen overhead (euro's)

Voorlopige jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Onttrekking fonds BDU

5.783.625

6.319.978

6.607.395

6.607.395

6.607.395

6.607.395

Inwonerbijdrage EV

1.450.439

1.621.613

1.695.910

1.695.910

1.695.910

1.695.910

Totaal dekkingsbronnen overhead

7.234.064

7.941.590

8.303.305

8.303.305

8.303.305

8.303.305

0

0

0

0

0

0

Resultaat

De stijging van de overheadkosten in de begroting 2025 ten opzichte van de begroting 2024 bestaat uit de (geschatte) cao stijging van de salarissen en indexatie van de materiële apparaatslasten (huur etc.). De totale apparaatslasten (overhead en directe personele lasten) worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5). 3.3 Vennootschapsbelasting Zie hoofdstuk 4.3 Weerstandsvermogen en risico’s.

45

Hoofdstuk 4 Paragrafen 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie.

Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. De rechtstreekse financiering door de MRDH zorgt ervoor dat, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar blijven voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. De uitstaande leningen financiert de MRDH door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Dit doet de MRDH om een renterisico uit te sluiten.

Bussenleningen De MRDH financiert bussen op basis van de Verordening bussenleningen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere

46

financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Ook voor de bussenleningen geldt dat de MRDH deze leningen financiert door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Samengevat wordt de financieringsbehoefte van de MRDH bepaald door de financiering van de railinvesteringen en de bussen bij de verschillende concessie houdende vervoerders. In onderstaand overzicht is de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar opgenomen:

Financieringsbehoefte

Voorlopige jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2023

2024

2025

2026

2027

Begroting 2028

OV-bedrijven

1.066.277.792

1.249.305.885

1.200.493.798

1.227.338.188

1.262.088.506

1.179.763.876

Overbesteding Totalen per jaar

0 1.066.277.792

0 1.249.305.885

0 1.200.493.798

0 1.227.338.188

0 1.262.088.506

0 1.179.763.876

Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie

Raming

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Rente OV-bedrijven

12.540.376

16.556.168

20.400.920

21.558.715

23.655.975

23.978.401

Totaal

12.540.376

16.556.168

20.400.920

21.558.715

23.655.975

23.978.401

Rente OV-bedrijven

12.516.238

16.556.168

20.400.920

21.558.715

23.655.975

23.978.401

Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven

6.577.128

6.996.834

7.391.984

7.300.743

7.489.795

7.335.880

Totaal

19.093.366

23.553.002

27.792.904

28.859.458

31.145.770

31.314.281

Resultaat voor reservemutaties

-6.552.990

-6.996.834

-7.391.984

-7.300.743

-7.489.795

-7.335.880

Dotatie risicoreserve financieringen

2.000.000

6.000.000

0

0

0

0

Netto resultaat

-4.552.990

-996.834

-7.391.984

-7.300.743

-7.489.795

-7.335.880

Lasten

Baten

Kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

47

Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant. De renterisiconorm bedraagt voor 2025 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 157,3 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm: Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm en renterisico's 2025-2028 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b. Nieuwe verstrekte lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7. Renterisico op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9) Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)

2025

2026

2027

2028

89.800 89.800 77.248 -

150.590 150.590 58.302 -

154.085 154.085 49.450 -

85.750 85.750 47.481 -

786.682 20% 157.336

770.398 20% 154.080

763.494 20% 152.699

713.612 20% 142.722

157.336 157.336

154.080 154.080

152.699 152.699

142.722 142.722

De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2025 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en kan daarmee worden berekend op een bedrag van € 64,5 miljoen. Naar verwachting wordt in 2025 aan deze norm voldaan: Bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet 2025

kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal netto vlottende schuld Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestande kasgeldlimiet Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet

-

-

-

-

437.621

423.721

465.847

428.564

437.621

423.721

465.847

428.564

437.621 64.508 502.129

423.721 64.508 488.229

465.847 64.508 530.355

428.564 64.508 493.072

Begrotingstotaal 786.682 Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 8,20% Kasgeldlimiet 64.508

48

4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en Zuid-Holland Bereikbaar. De verbonden partijen kunnen worden onderverdeeld in vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (Zuid-Holland Bereikbaar).

Vanaf 2022 neemt de MRDH deel aan de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar, waarvoor een stichting is opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen de nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam en Den Haag, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en Havenbedrijf Rotterdam. Binnen het programma wordt voortgebouwd op de samenwerking tussen de partners, zoals die tot en met 2021 plaatsvond vanuit de uitvoeringsorganisaties De Verkeersonderneming, Bereik! en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14096386/1