CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting MRDH 2024

Raad Besluitvorming 1 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Informatie MRDH34.757 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

50

4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID.

Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast.

Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-

51

middelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDUmiddelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen. Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de Metropoolregio, is door de COVID-19pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders om het openbaar vervoer met financiële middelen enigszins te ontzien. Deze afspraken hebben geleid tot een beschikbaarheidsvergoeding in de jaren 2020, 2021 en 2022 en een Transitievergoeding in 2023. Met het (langzaam) naar de achtergrond verdwijnen van de pandemie zal in de eerste helft van 2023 duidelijker worden welke structurele effecten COVID-19 heeft op de OV-sector.

De voorbereidingen zijn getroffen om gezamenlijk met de vervoerders en andere betrokkenen begin 2023 een inzicht te hebben in de snelheid van het herstel van de reizigersgroei en waar nodig voorstellen te doen aan het bestuur hoe met eventuele effecten om te gaan. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2023, rekening houdend met indexatie. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen.

Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessie houdende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.

52

De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2023 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2024-2027 gemiddeld € 33 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 30 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties) boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering

Voorlopige jaarrekening 2022 1.138.464.198 1.273.325.958 827.661.873 310.802.325

Raming 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

1.274.434.981 1.359.119.825 883.427.887 391.007.094

1.442.878.196 1.471.204.808 956.283.126 486.595.070

1.504.360.864 1.485.384.557 965.499.962 538.860.902

1.520.512.386 1.508.596.422 980.587.674 539.924.711

1.508.203.444 1.476.679.262 959.841.520 548.361.924

Weging risico

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 30 miljoen)** Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve* Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

24.864.186 28.000.000 27.000.000 7.200.431 1.000.000 0 6.200.431

31.280.568 31.280.568 28.000.000 7.303.465 3.280.568 0 4.022.898

38.927.606 38.927.606 31.280.568 8.152.654 7.647.038 0 505.616

43.108.872 43.108.872 38.927.606 8.823.576 4.181.266 0 4.642.309

43.193.977 43.193.977 43.108.872 9.024.492 85.105 0 8.939.387

43.868.954 43.868.954 43.193.977 9.040.410 674.977 0 8.365.433

Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties) boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering

Raming 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

1.142.464.188 1.273.325.958 827.661.873 314.802.315

1.278.434.981 1.359.119.825 883.427.887 395.007.094

1.446.878.196 1.471.204.808 956.283.126 490.595.070

1.508.360.864 1.485.384.557 965.499.962 542.860.902

1.524.512.386 1.508.596.422 980.587.674 543.924.711

1.512.203.444 1.476.679.262 959.841.520 552.361.924

Weging risico

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 30 miljoen)** Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve* Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

25.184.185 28.000.000 27.000.000 7.256.143 1.000.000 0 6.256.143

31.600.568 31.600.568 28.000.000 7.303.465 3.600.568 0 3.702.898

39.247.606 39.247.606 31.600.568 8.152.654 7.647.038 0 505.616

43.428.872 43.428.872 39.247.606 8.823.576 4.181.266 0 4.642.309

43.513.977 43.513.977 43.428.872 9.024.492 85.105 0 8.939.387

44.188.954 44.188.954 43.513.977 9.040.410 674.977 0 8.365.433

* Inclusief voorstel resultaatbestemming ** Ondergrens tot en met boekjaar 2022, cf. begroting 2022: 28 miljoen

De benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten wordt in 2024 bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2024 ook toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2024: Weerstandsvermogen ratio =

Beschikbare weerstandscapaciteit

53

Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:

€ 38,9 miljoen € 38,9 miljoen 1 (voldoende)

Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. de Rijksbelastingdienst heeft in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedroeg de risico-opslag tot en met 2022 ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH diende er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 hebben kunnen afronden. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen.

De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018, 2019 en 2020 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen. Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio. Kengetallen Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Voorlopige Jaarrekening 2022 175,0% -5,7% 2,1% n.v.t. 0,4% n.v.t.

Raming 2023 164,4% -5,2% 2,3% n.v.t. 0,9% n.v.t.

Begroting 2024 203,3% -6,8% 2,6% n.v.t. 2,4% n.v.t.

Begroting 2025 211,8% -7,4% 2,8% n.v.t. 1,3% n.v.t.

Begroting 2026 221,1% -7,7% 2,7% n.v.t. 0,0% n.v.t.

Begroting 2027 233,3% -8,3% 2,7% n.v.t. 0,2% n.v.t.

Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast.

54

De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt.

De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair.

55

De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Kapitaallast Bedrijfsgebouw

€

2023 127.101 €

2024 127.101 €

2025 127.101 €

2026 127.101 €

2027 69.960

Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.

De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van “Het Nieuwe Werken” geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten. In 2023 zijn er investeringen gedaan in het kader van nieuwe koffiemachines. Investering Koffiemachines

Investeringsbedrag € 30.000 €

2023 30.000 €

2024 €

2025 €

2026 €

2027 -

Kapitaallast Koffiemachines

€

2023 3.000 €

2024 6.000 €

2025 6.000 €

2026 6.000 €

2027 6.000

Kapitaallast Overige materiële vaste activa

€

2023 70.161 €

2024 70.161 €

2025 70.161 €

2026 70.161 €

2027 52.134

56

Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt € 0. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432

Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan

Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)

Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.

4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:

57

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2024 is met 3 fte gestegen ten opzichte van de primitieve begroting 2023. Dit komt door een structurele toevoeging van de functies adjunct manager openbaar vervoer, adjunct manager verkeer en tactisch concessiemanager openbaar vervoer met ingang van begrotingsjaar 2022. Bij de 2e bestuursrapportage 2022 heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden.

Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2023. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke 58

capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2024 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2023. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,97 (prijspeil 2024) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2024) maximaal € 1,21 (prijspeil 2024) ingezet voor apparaatslasten. De daadwerkelijk begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2024 € 2.614.198 (zie tabel kostenverdeling hierna), oftewel € 1,07 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 1 januari 2023. Voor het jaar 2024 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 5,6%. Dit percentage is een inschatting voor het jaar 2024 (2,8%) en 2023 (2,8%). Het percentage sluit aan met de macro economische verkenning 2023 (MEV 2023) van september 2022 van het Centraal Planbureau. Waarbij het percentage van 2024 is doorgetrokken vanuit 2023.

De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: Onderdeel

fte's 2023

fte's 2023 na wijziging

fte's 2024

Begroting 2024 (euro’s)

Secretaris-algemeen directeur

1,0

1,0

1,0

213.157

Bureaus BFC, BSB en BID

29,6

29,6

29,6

3.037.600

Afdeling Verkeer

25,0

26,0

26,0

2.791.675

Afdeling Openbaar Vervoer

24,0

26,0

26,0

2.782.666

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

10,0

10,0

1.264.517

Totalen

89,6

92,6

92,6

10.089.615

* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten

In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten:

59

De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer In het MT van december 2021 is het informatiebeleidsplan goedgekeurd. Op basis van dit plan hebben we nu een beleid vastgesteld voor de komende 5 jaren voor onze informatievoorzieningen. Als onderdeel van dit beleidsplan is er een Fit-Gap-analyse voor de MRDH gedaan. Dit is gedaan voor de organisatie en nog niet voor de applicaties. De actiepunten uit deze analyse worden jaarlijks geprioriteerd in een Roadmap. Op basis van de openstaande actiepunten staan voor 2024 onderstaande acties gepland. Informatiebeveiliging: • Het laten uitvoeren van een IT-audit door een externe partij; • Het vaststellen van een risico-classificatie voor alle gebruikte applicaties; • Bij offerteaanvragen waar informatie(voorziening) een rol speelt, worden eisen t.a.v. informatiebeveiliging (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid) benoemd.

Deze eisen zijn gebaseerd op een expliciete risicoafweging. • Het opnieuw uitvoeren van een Fit-Gap analyse; • Het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan; • Het uitvoeren van autorisatie beheer; • Het uitvoeren van een penetratie test. Privacy: • Voor alle gebruikte applicaties binnen de MRDH wordt een Privacy Risico analyse uitgevoerd. Informatiebeheer: • Het opzetten van een kwaliteitsmonitoringssysteem voor informatie beheer.

4.6 Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening zijn verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidie aanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt onder meer de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): • lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of

60

•

lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.

In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2024 worden de volgende subsidies begroot: Soort subsidie

Begrotingsprogramma Begunstigde

Begrotingspost- Exploitatie verkeer en subsidie openbaar vervoer

CROW

Begrotingspost- Economisch subsidie Vestigingsklimaat

InnovationQuarter

Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat

YES!Delft

Bedrag 2024 (€) toelichting Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van 900.000 kennisproducten en het organiseren van netwerken. InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH met betrekking tot versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionale ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de Rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH. Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. Met ingang van begrotingsjaar 2018 verstrekt de MRDH jaarlijks een 986.081 begrotingspost subsidie aan InnovationQuarter voor het uitvoeren van deze afspraken.

Het algemeen bestuur heeft op 8 juli 2022 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2022 tot juni 2025 van € 1.500.000 voor het programma Region of the Future. Het programma is een vervolg op het programma City of the Future, een innovatieplatform voor alle 23 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van de onderdelen van dit programma. De focus bij Region of the Future ligt op opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale 500.000 uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland.

Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.

61

Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2024 (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2022

Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien

Raming 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

504.403.625 57.094.963 5.015.763 6.699.777 0

516.043.517 162.967.902 5.392.010 7.173.992 0

476.751.699 145.006.716 5.746.932 7.704.144 0

474.304.274 154.074.057 5.706.932 7.704.144 0

474.322.731 140.040.809 5.706.932 7.704.144 0

478.634.553 98.475.234 5.706.932 7.704.144 0

Totaal

573.214.128

691.577.422

635.209.491

641.789.407

627.774.616

590.520.863

Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

505.403.625 57.094.963 5.351.832 6.699.777

519.324.085 162.967.902 5.392.010 7.173.992

484.398.737 145.006.716 5.746.932 7.704.144

478.485.540 154.074.057 5.706.932 7.704.144

474.407.836 140.040.809 5.706.932 7.704.144

479.309.530 98.475.234 5.706.932 7.704.144

Totaal

574.550.197

694.857.989

642.856.529

645.970.674

627.859.721

591.195.840

Saldo van baten en lasten

1.336.068

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*

118.750 -1.000.000

0 -3.280.568

-7.647.038

0 -4.181.266

0 -85.105

0 -674.977

Resultaat

454.818

0

0

0

0

0

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027. Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2024 per taakveld (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2022

Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 3.1 Economische ontwikkeling 0.4 Overhead

Raming 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

36.947.195 524.551.393 5.015.763 6.699.777

100.956.217 578.055.203 5.392.010 7.173.992

92.291.272 529.467.142 5.746.932 7.704.144

95.126.329 533.252.002 5.706.932 7.704.144

77.375.781 536.987.759 5.706.932 7.704.144

69.137.514 507.972.273 5.706.932 7.704.144

Totaal

573.214.128

691.577.422

635.209.491

641.789.407

627.774.616

590.520.863

Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 3.1 Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

36.947.195 525.551.393 5.351.832 6.699.777

100.956.217 581.335.771 5.392.010 7.173.992

92.291.272 537.114.181 5.746.932 7.704.144

95.126.329 537.433.268 5.706.932 7.704.144

77.375.781 537.072.864 5.706.932 7.704.144

69.137.514 508.647.250 5.706.932 7.704.144

Totaal

574.550.197

694.857.989

642.856.529

645.970.674

627.859.721

591.195.840

Saldo van baten en lasten

1.336.069

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*

118.750 -1.000.000

0 -3.280.568

0 -7.647.038

0 -4.181.266

0 -85.105

0 -674.977

Resultaat

454.819

0

0

0

0

0

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

62

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: • Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie ZuidHolland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt.

In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2022

Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead

Raming 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

85.755.823 7.014.369 118.750 0

6.230.729 10.625.919 0 0

7.647.038 6.642.166 0 0

4.181.266 6.642.166 0 0

85.105 3.883.710 0 0

674.977 3.883.710 0 0

Totaal

92.888.942

16.856.648

14.289.204

10.823.432

3.968.815

4.558.687

Totaal

84.755.823 7.014.369 118.750 34.389 91.923.331

2.950.161 10.625.919 0 0 13.576.080

0 6.642.166 0 0 6.642.166

0 6.642.166 0 0 6.642.166

0 3.883.710 0 0 3.883.710

0 3.883.710 0 0 3.883.710

965.611

3.280.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

Incidentele baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead

Saldo van incidentele baten en lasten

* ExcIusief voorstel resultaatbestemming

Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen en voor het jaar 2022 aanvullend € 81.727.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022 (tevens incidentele baat 2022). Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (tevens incidentele baat):

63

Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's) Beschikbaarheidsvergoeding OV Toevoeging aan risicoreserve financieringen Incidentele toevoegingen aan de BDU: Zuid-Holland bereikbaar exploitatiebudget Inzet tour de Force Studie Voorne-Putten Studie en innovatie CID Binckhorst Fietsnetwerkplannen Zuidwest Totaal

Voorlopige jaarrekening 2022 81.727.000 1.000.000 2.450.000 138.501 21.000 378.000 41.322 85.755.823

Raming 2023 3.280.568

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

2.450.000 122.161 378.000 6.230.729

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten en baten: Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk via de BDU. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's) Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Oeververbindingen Regio Rotterdam Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied No regret Den Haag Maatregel KTA MoVe Algeracorridor Maatregel KTA MoVe Westland Optimalisatie aansluiting A15 Aveling Zuid-Holland Bereikbaar werkbudget

Voorlopige jaarrekening 2022 182.856 3.077.794 3.753.719

Totaal

7.014.369

Raming 2023 1.642.166 1.050.413 3.753.719 2.341.598 657.996 796.694 383.334 10.625.919

Begroting 2024 1.642.166

Begroting 2025 1.642.166

Begroting 2026 883.710

Begroting 2027 883.710

5.000.000

5.000.000

3.000.000

3.000.000

6.642.166

6.642.166

3.883.710

3.883.710

Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ter dekking van de subsidie 2020-2022 (City of the Future) aan YES!Delft (lasten en baten) voor € 118.750. De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's)

Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo

Voorlopige jaarrekening 2022 1.336.068 -881.250 454.818 965.611 1.420.429

Raming 2023 3.280.568 -3.280.568 0 3.280.568 3.280.568

Begroting 2024 7.647.038 -7.647.038 0 7.647.038 7.647.038

Begroting 2025 4.181.266 -4.181.266 0 4.181.266 4.181.266

Begroting 2026 85.105 -85.105 0 85.105 85.105

Begroting 2027 674.977 -674.977 0 674.977 674.977

Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.

64

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2024 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio.

Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten. Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2024 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

65

Geprognosticeerde balanscijfers Voorlopige jaarrekening 2022

ACTIVA

Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

976.683 976.683

806.422 806.422

603.160 603.160

399.899 399.899

196.637 196.637

77.838 77.838

Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen

1.038.465.199 1.001 1.038.464.198

1.178.435.982 1.001 1.178.434.981

1.350.879.197 1.001 1.350.878.196

1.416.361.865 1.001 1.416.360.864

1.436.513.387 1.001 1.436.512.386

1.428.204.445 1.001 1.428.203.444

Totaal vaste activa

1.039.441.881

1.179.242.404

1.351.482.357

1.416.761.764

1.436.710.024

1.428.282.284

447.995.539 40.481.802 20.000.000 386.533.568 980.170

360.602.571 47.500.000 0 311.102.571 2.000.000

327.864.689 47.500.000 0 278.364.689 2.000.000

309.044.890 47.500.000 0 259.544.890 2.000.000

308.387.154 47.500.000 0 258.887.154 2.000.000

345.647.168 47.500.000 0 296.147.168 2.000.000

50.013 50.013

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

Overlopende activa (art. 40a)

93.751.373

61.035.246

35.344.922

26.000.000

26.000.000

26.000.000

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

74.023.146

41.035.246

15.344.922

6.000.000

6.000.000

6.000.000

19.728.227

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

Totaal vlottende activa

541.796.925

421.687.817

363.259.611

335.094.890

334.437.154

371.697.168

1.581.238.806

1.600.930.221

1.714.741.969

1.751.856.653

1.771.147.178

1.799.979.453

Voorlopige jaarrekening 2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Liquide middelen (art. 40) Banksaldi

Totaal activa

PASSIVA

Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

33.843.976

36.669.725 0 36.669.725 0

44.316.763 0 44.316.763 0

48.498.029 0 48.498.029 0

48.583.134 0 48.583.134 0

49.258.111 0 49.258.111 0

1.039.232.364 1.038.451.114 781.250 1.073.076.340

1.178.434.981 1.178.434.981

1.350.878.196 1.350.878.196

1.416.360.864 1.416.360.864

1.436.512.386 1.436.512.386

1.428.203.444 1.428.203.444

1.215.104.705

1.395.194.959

1.464.858.893

1.485.095.520

1.477.461.555

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden

37.198.413 37.198.413

37.000.000 37.000.000

37.000.000 37.000.000

37.000.000 37.000.000

37.000.000 37.000.000

24.000.000 37.000.000

Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

470.964.053

348.825.516

282.547.009

249.997.760

249.051.658

298.517.897

152.084.505

109.836.574

76.295.949

62.566.500

62.278.134

74.484.359

31.683.848 2.041.060

236.988.941 2.000.000

204.251.059 2.000.000

185.431.260 2.000.000

184.773.525 2.000.000

222.033.538 2.000.000

Totaal vlottende passiva

508.162.466

385.825.516

319.547.009

286.997.760

286.051.658

322.517.897

1.581.238.806

1.600.930.221

1.714.741.969

1.751.856.653

1.771.147.178

1.799.979.453

33.389.157 454.819

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva

Vlottende passiva (art. 47)

Totaal passiva

EMU-saldo EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo

Voorlopige jaarrekening 2022 1.336.068 187.261

Raming 2023 3.280.568 200.262 -30.000

Begroting 2024 7.647.038 203.262

Begroting 2025 4.181.266 203.262 0

Begroting 2026 85.105 203.262 0

Begroting 2027 674.977 141.098 0

1.523.329

3.450.829

7.850.300

4.384.528

288.366

816.075

66

Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting maar dat is nu ook niet het geval.

Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. Met ingang van 2022 is vanuit de Cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Gezien het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2024 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2024. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies. Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2022 t/m 2027 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.

67

Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027 Omschrijving

Voorlopige jaarrekening 2022

Raming toevoeging 2023

Raming onttrekking 2023

Raming saldo 31-12-2023

Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen

5.389.157 28.000.000

0 3.280.568

0 0

Subtotaal reserves

33.389.157

3.280.568

0

Fondsen BDU Subtotaal fondsen

312.419.938 312.419.938

583.547.419 583.547.419

TOTAAL-GENERAAL

345.809.095

586.827.987

Omschrijving

Raming toevoeging 2025

Raming onttrekking 2025

Raming saldo 31-12-2025

Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen

0 4.181.266

0 0

Subtotaal reserves

4.181.266

0

Fondsen BDU Subtotaal fondsen

576.138.211 576.138.211

TOTAAL-GENERAAL

580.319.477

594.958.010 594.958.010

5.389.157 43.108.872 0 48.498.029 0 0 185.431.260 185.431.260

594.958.010

233.929.289

Raming toevoeging 2024

658.978.416 658.978.416

5.389.157 31.280.568 0 36.669.725 0 0 236.988.941 236.988.941

658.978.416

273.658.666

Raming toevoeging 2026

Raming onttrekking 2026 0 0

85.105

0

574.138.211 574.138.211 574.223.315

Raming saldo 31-12-2024

0 7.647.038

0 0

7.647.038

0

564.919.389 564.919.389

597.657.271 597.657.271

5.389.157 38.927.606 0 44.316.763 0 0 204.251.059 204.251.059

572.566.427

597.657.271

248.567.822

Raming saldo 31-12-2026

0 85.105

Raming onttrekking 2024

574.795.946 574.795.946

5.389.157 43.193.977 0 48.583.134 0 0 184.773.525 184.773.525

574.795.946

233.356.659

Raming toevoeging 2027

Raming onttrekking 2027

Raming saldo 31-12-2027

0 674.977

0 0

674.977

0

574.138.211 574.138.211

536.878.197 536.878.197

5.389.157 43.868.954 0 49.258.111 0 0 222.033.538 222.033.538

574.813.188

536.878.197

271.291.649

68

Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de per 31 december 2022 nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH (€ 4.429.512). Daarnaast resteert per jaareinde nog € 959.645 van de resultaatbestemming 2021. Uiterlijk medio 2024 dient de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat hiervoor een concrete bestemming voor te stellen. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).

69

Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2024 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen:

Gemeente

Aantal inwoners 1 januari 2023 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwonerbijdrage 2024

Albrandswaard

26.361

2,97

78.292

Barendrecht

48.805

2,97

144.951

Capelle aan den IJssel

67.531

2,97

200.567

Delft

106.083

2,97

315.067

's-Gravenhage (gemeente)

562.416

2,97

1.670.376

Krimpen aan den IJssel

29.506

2,97

87.633

Lansingerland

64.741

2,97

192.281

Leidschendam-Voorburg

77.759

2,97

230.944

Maassluis

35.301

2,97

104.844

Midden-Delfland

19.468

2,97

57.820

Nissewaard

86.848

2,97

257.939

Pijnacker-Nootdorp

57.683

2,97

171.319

Ridderkerk

47.485

2,97

141.030

Rijswijk (ZH.)

58.004

2,97

172.272

Rotterdam

664.071

2,97

1.972.291

Schiedam

80.631

2,97

239.474

Vlaardingen

75.053

2,97

222.907

Voorne aan Zee**

73.949

2,97

219.629

Wassenaar

27.106

2,97

80.505

Westland

114.915

2,97

341.298

Zoetermeer

127.052

2,97

377.344

Totaal

2.450.768

7.278.783

(*) bron: CBS StatLine info van 21-3-2023. (**) per 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd. Per die datum is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee ontstaan.

De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2023 met € 0,15 (Kadernota MRDH begroting 2024) naar € 2,97 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2024 € 7,3 miljoen en wordt voor € 5,7 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,6 miljoen ingezet.

70

Hoofdstuk 8 Besluit 1. De begroting 2024 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2025-2027; 2. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; 3. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 8 september 2023

de secretaris,

de voorzitter,

Christel Mourik

Jan van Zanen

71

Bijlage 1 Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4 5

Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Indicator Formatie

Apparaatskosten

Periode 2023 per 1000 inwoners 1 januari 2023 per 1000 inwoners 2024

Externe inhuur

2022

Overhead

2022

Bezetting

Waarde B2024 0,038 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 5,54 per inwoner 9,85% van de totale loonsom 1,21% van de totale lastenbegroting

Waarde B2023 0,037 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners € 5,31 per inwoner 6,34% van de totale loonsom 1,25% van de totale lastenbegroting

Ad 1) In de begroting 2024 bedraagt de formatie 92,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2023 bedraagt 87,0 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2024 € 13.588.615 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2022 € 8.715.423. De externe inhuur bedroeg in 2022 € 858.744. Voor 27% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2024 bedraagt de overhead € 7.704.144 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 635.209.491 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

72

Bijlage 2 Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU (bedragen x € 1.000.000) 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 na 2042 Fase MRDH bijdrage Subproject Projectnaam 2 15 Realisatie Systeemsprong Sneltramtraject 3 410 Realisatie Hoekse Lijn Rotterdam 9 9 9 65 Realisatie A16 3 3 4 54 Realisatie Lijn 19 3 4 6 8 30 Realisatie KTA 2020-2023 1 1 2 15 Realisatie AVLM 1 6 6 8 21 Realisatie MFR - Westland Rotterdam 1 2 2 6 Realisatie R-Net: Upgrade 6 buslijnen 32 32 22 22 130 Realisatie INTHR 1 3 3 7 Realisatie Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid 12 Realisatie Hart van Zuid 5 5 10 Realisatie Busstation Nissewaard 1 3 3 11 Realisatie Metrostation Nissewaard 1 1 5 Realisatie Move- CID Binckhorst no regret - Rijksbijdrage OV 1 1 3 Realisatie Move - CID Binckhorst no regret - Eigen bijdrage OV 1 1 2 3 3 6 5 21 Uitwerking Move- CID Binckhorst no regret - Rijksbijdrage Verkeer 1 1 3 2 8 4 19 Uitwerking Move - CID Binckhorst no regret - Eigen bijdrage Verkeer 1 1 3 2 7 Uitwerking R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) 1 1 1 1 1 1 1 2 9 Uitwerking Ketenmobiliteit (Transitieprogramma) 5 5 Uitwerking Nieuw Reijerwaard 17 10 10 10 20 20 10 1 1 100 Uitwerking Movv Metronet 11 12 11 12 11 11 11 11 90 Uitwerking Movv RandstadRail (Leyenburgcorridor) 1 4 6 4 16 Uitwerking MFR Rotterdam- Zoetermeer 5 5 5 5 20 Uitwerking MFR

Delft - Rotterdam Alexander 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 20 10 570 Uitwerking Programma kleine projecten 5 6 7 18 Planstudie* MFR Den Haag - Pijnacker 1 4 4 9 Planstudie* Beatrixlaan fase 1 5 6 6 4 1 22 Planstudie* Kruising Erasmusweg-Lozerlaan 4 3 7 Planstudie* Fietsroute N14 Sijtwende 1 7 3 8 Planstudie* Doorstroming OV 4 3 7 Planstudie* Move - Gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid Voorne-Putten en haven Rotterdam 5 6 6 6 23 Verkenning* Overig 3 4 4 3 14 Planstudie* Westland - Honselersdijk - Den Haag Westland: MFR Move - Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. 5 5 5 4 19 Planstudie* MFR Westland - Monster - Den Haag 3 3 3 3 12 Planstudie* MFR Westland - Midden Delfland - Delft 2 1 1 1 5 Verkenning* Greenport 3.0 2 1 1 1 1 1 1 1 1 10 Verkenning* Move - Studiekosten MIRT projecten 27 28 28 28 2 113 Verkenning* Move - Binckhorst 26 50 50 50 14 190 Verkenning* Oeververbinding Move - Oeververbinding 3 3 2 8 Verkenning* HOV Maastunnel 5 5 3 13 Verkenning* Move - Algera 2 2 2 3 3 3 3 3 3 5 5 5 5 44 Verkenning* Move - Oude Lijn en Knooppunten Verkenning MFR route Dordrecht -Rotterdam Verkenning Beatrixlaan fase 2 Verkenning Aanpassing Schiedam ivm 4 spoorigheid Pre-verkenning P+R Kralingse Zoom en Meijersplein Pre-verkenning HOV Ridderkerk fase 2 Pre-verkenning Movv ZoRo Pre-verkenning Metropolitane fietsroutes - fase 3 Pre-verkenning Mobiliteitstransitie (oa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12662924/1