Ontwerpbegroting MRDH 2024
Tekst van het document
•
De subsidie voor HTM Rail is in 2024 € 13,4 miljoen lager dan in 2023. Dit komt mede door de vrijval uit de vaststelling van de aanvullende subsidie van 2022 van € 4,4 miljoen die beschikbaar blijft voor de Rail concessie 2023 van de HTM. Tevens wordt de daling veroorzaakt door een dotatie aan het kwaliteitsfonds in 2023 van € 1,4 miljoen, vrijval uit de vaststelling van 2021 van € 1,4 miljoen die beschikbaar blijft voor de Rail concessie 2023 van de HTM, en een reservering voor het vervangen van camera’s van € 1,1 miljoen in 2023. Binnen het asset budget is 2023 € 4 miljoen beschikbaar voor de VAT kosten van de aanschaf van de nieuwe trams. Het resterende verschil heeft te maken met mutaties binnen het assetbudget.
Overige contracten: Onder deze post zijn de volgende contracten opgenomen: De Parkshuttle, Personenvervoer over water, Regiotaxi, Maatwerkvervoer, de huur van de Telexstraat, en de bijdrage in tarieven en chipkaartkosten. Deze posten zijn gedurende de begrotingsjaren vrij constant. Daarnaast staan onder deze post de bijdragen aan vervoerders vanuit het Stimuleringsfonds opgenomen voor de Versnellingsmaatregelen, Maatwerkvervoer, Invoering Nieuwe Betaalwijzen, Transitie arbeidsmarkt vervoerbedrijven en de 27,5% regeling. Met name in de onttrekkingen aan het Stimuleringsfonds zit jaarlijks een fluctuatie in de ingeschatte bijdrage van de MRDH aan de vervoerders. Daarnaast is in 2022 geen gebruik gemaakt van de reservering om eventuele indexatie verschillen op vangen, hierdoor is € 4,6 mln. doorgeschoven naar 2023. Exploitatie openbaar vervoer – Overig De grootste post betreft de Abri-concessie die meerjarig € 3,3 miljoen bedraagt. De afname van € 6,5 miljoen vanaf 2024 wordt bijna volledig veroorzaakt doordat niet uitgegeven gelden vanuit voorgaande jaren voor nieuw areaal onderhoud van de railinfrastructuur en DRIS gereserveerd blijven binnen de exploitatie begroting. Dit betreft een bedrag van € 6,5 miljoen dat in 2023 aan het budget is toegevoegd.
Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2023 heeft te maken met de verwachte cao-stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Rente en marktconformiteitsopslag OV-bedrijven De verantwoorde rente en marktconformiteitsopslag OV-bedrijven betreft de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET en de financiering van bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening Bussenleningen. De marktconformiteitsopslag wordt toegevoegd aan de risicoreserve financiering, totdat deze reserve op het juiste niveau is. Zie verder hoofdstuk 4.3 paragraaf weerstandsvermogen. Vennootschapsbelasting Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. Het in 2022 verantwoorde bedrag betreft de jaren 2016 t/m 2022 waarbij 2022 € 375 bedraagt. Met dit bedrag van € 375 wordt meerjarig rekening gehouden. Zie verder ook hoofdstuk 3.3.
27
Overige inkomsten De ramingen voor 2022 bevatten de beschikbaarheidsvergoedingen van het Rijk. Openbaar vervoerbedrijven kunnen tot en met december 2023 rekenen op financiële steun van de Rijksoverheid. De aanvragen voor het jaar 2023 kunnen pas sinds eind januari worden ingediend. Daardoor is er nog geen bedrag in de begroting 2023 opgenomen. Er zijn geen toezeggingen door het Rijk gedaan voor 2024 en verder. Het bedrag voor 2023 en latere jaren betreft hier voornamelijk de reclame-opbrengsten uit haltevoorzieningen (zgn. Abri’s).
2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is de ambitie Verbeteren Bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Vanuit het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa 2024, zie bijlage 3 in deze begroting). De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken en/of prioriteiten moeten stellen, terwijl daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen gezocht dient te worden. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als cofinancier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings-/bekostigingsmethoden.
Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het Bestuurlijke Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT). Investeringsprogramma Vervoersautoriteit In het IPVa 2024 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waaraan de MRDH een financiële bijdrage levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten en onze vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren en openbaar vervoer. De projecten, subsidies en studies zijn onderverdeeld naar grote en kleine projecten, waar de scheiding ligt op € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten. Die overige projecten zijn weer gecategoriseerd naar fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de kleine projecten is in 2024 € 30 miljoen beschikbaar. In het late voorjaar van 2023 wordt de gemeenten en andere partners verzocht om nieuwe aanmeldingen voor 2024 te doen, die na toetsing ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden voorgelegd. De besluitvorming op die aanmeldingen is gepland voor december 2023.
28
De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten: Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Bij iedere opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten geven antwoord op de vraag wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.
2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In dit programma werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de (middel)lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de regio te garanderen en dragen daar financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken: - realisatie van Viersporigheid bij Schiedam Centrum (emplacement). - no-regret maatregelen CID-Binckhorst voor de ontsluiting woningbouw. - fietsmaatregelen realiseren in het kader van Westland Greenport 3.0. - Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV): Metronet vaker en sneller rijden. - Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV): ‘Gekoppeld Rijden’ RandstadRail. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Viersporigheid Emplacement: Samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de provincie Zuid-Holland (PZH) invulling geven aan de rol van opdrachtgever.
Op basis van voortgangsrapportages plantoetsing om te waarborgen dat de middelen van de MRDH doelmatig worden besteed; - No-Regret Binckhorst: het realiseren van een no-regretpakket aan maatregelen in het CIDgebied op het gebied van fiets, hubs en OV-doorstroming; - Fietsmaatregelen Westland: De wegbeheerders starten met de planuitwerking voor de drie Metropolitane fietsroutes en op basis van subsidieaanvragen van wegbeheerders verlenen wij subsidies; - Een realisatiebesluit nemen voor het project MOVV Metronet; - MOVV ‘Gekoppeld Rijden’ RandstadRail: o opstarten Definitief Ontwerp perron verlening gekoppeld rijden lijn 4 (fase 1). o uitvoeren verkenning nieuwe spoorbeveiliging Samenloopdeel.
29
-
Beoordelen van aanmeldingen voor het IPVa2025 kleine projecten in het kader van de Woningbouw versnellingsmaatregelen.
OV-ontwikkelprogramma’s In het vervoersgebied van de RET worden dossiers zoals het Plan Toekomstvast Tramnet, project Metronet, HOV Ridderkerk, HOV Maastunnel korte termijn, diverse knooppunten en OVdoorstromingsprojecten gerealiseerd. In het vervoersgebied van de HTM (OVNEXT) wordt de instroom nieuwe stadstrams, een remise, versnellingsprojecten OV, knooppunten en het project gekoppeld rijden RandstadRail gerealiseerd. Beide programma’s dragen bij aan de verstedelijkingsopgave. Welke resultaten willen we bereiken: - HOV Ridderkerk met als doel het versnellen van het openbaar vervoer. - Upgrade van busstation en metrostation Spijkenisse Centrum. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Op basis van de uitwerking HOV Ridderkerk subsidie verlenen aan de gemeente Ridderkerk met als doel het openbaar vervoer te versnellen. - Op basis van rapportage bespreken van de voortgang van de Upgrade van het bus- en metrostation Spijkenisse centrum.
2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Programma Metropolitane fietsroutes (MFR) Het programma helpt om hoogwaardige, regionale fietsroutes te realiseren om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. We helpen de individuele gemeenten bij Metropolitane fietsroutes bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route. De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (incl. planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 100 km Metropolitane fietsroutes realiseren tot en met 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2024 - Verstrekken van subsidie op basis van een definitief ontwerp voor tracédelen uit de samenwerkingsovereenkomsten (SOK) MFR routes Zoetermeer – Rotterdam, Westland – Rotterdam, Delft Rotterdam - Alexander, Den Haag - Pijnacker, Westland - Delft, Westland Den Haag HS, Westland - Den Haag CS en (Dordrecht) Ridderkerk – Rotterdam.
Verbeterd OV-systeem Via de OV-concessies en de daarbinnen afgesproken jaarlijkse vervoerplannen kunnen wij de OVmaatregelen 'op straatniveau’ invoeren. We voeren aanpassingen van het OV-netwerk uit, rekening houdend met andere opgaven, zoals inrichting van de buitenruimte, omgevingshinder, 30-50 km/u, lopen, fietsen en verkeersveiligheid in de gemeenten.
30
Welke resultaten willen we bereiken: - Verbeterd OV-systeem zodat het makkelijker en aantrekkelijk wordt voor de reiziger om het OV te gebruiken en een OV-systeem dat is afgestemd op lopen en fietsen en past in de buitenruimte. Wat gaan we daarvoor doen in 2024? - Uitwerking Plan Toekomstvast Tramnet. - Realisatie HOV Maastunnel en knooppunt Zuidplein. - realisatie deelprogramma’s ‘Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR). - Start realisatie lijn 1 Delft en Rijswijk. - Ingebruikname lijn 19 naar TU-wijk.
2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Autonetwerk en verkeersmanagement We optimaliseren het bestaande wegennetwerk door het verstrekken van subsidies bij infrastructurele ingrepen in het netwerk door wegbeheerders waarbij ook ingezet wordt op andere mobiliteitsoplossingen als gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken: - Optimalisatie van het bestaande wegennetwerk door wegbeheerders. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Subsidiëring voor optimalisatie in het wegennetwerk door wegbeheerders. Hiervoor kunnen de gemeenten jaarlijks voorstellen indienen voor opname in het IPVa. De gemeenten hebben tot 31 juli 2023 de tijd om projecten aan te melden. De bestuurscommissie neemt in december 2023 een besluit over opname in het IPVa 2024.
Regionaal Basisnetwerk fiets Het regionale basisnetwerk fiets bestaat uit ongeveer 1.400 km fietspad. Op basis van het regionale basisnetwerk fiets kunnen gemeenten de komende jaren subsidie tot maximaal 50% subsidie aanvragen om fietspaden in het netwerk te verbeteren. De MRDH verleent subsidie voor verbeteringen op het regionale basisnetwerk fiets op basis van de samen afgesproken inhoudelijke randvoorwaarden. Wegbeheerders voeren de verbeteringen aan de fietspaden uit. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 100 km fietspad op het regionaal basisnetwerk fiets is verbeterd in 2026 (incl. verkeersveilige inrichting). Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Fietspaden die onderdeel zijn van het basisnetwerk fiets komen bij kwaliteitsverbetering in aanmerking voor 50% subsidie. Hiervoor kunnen de gemeenten jaarlijks voorstellen indienen voor opname in het IPVa. De gemeenten hebben tot 31 juli 2023 de tijd om projecten aan te melden. De bestuurscommissie neemt in december 2023 een besluit over opname in het IPVa 2024.
31
Programma Knooppunten De MRDH, stationsbeheerders en de individuele gemeente(n) zetten gezamenlijk in op kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. De MRDH verstrektsubsidie voor de verbetering van deze OV-knooppunten. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationsbeheerder is verantwoordelijk voor de realisatie van de verbetering. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 18 OV-knooppunten zijn verbeterd in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Op basis van het vastgestelde startdocument kunnen gemeenten/wegbeheerders verder uitvoering geven aan de verbetering van het OV-knooppunt. Hiervoor kunnen de gemeenten voorstellen indienen voor het IPVa voor 50% subsidie.
Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid We werken vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’, aan het verminderen van het aantal slachtoffers in het verkeer. De MRDH ondersteunt de individuele gemeenten met financiële middelen om gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen tot uitvoering te brengen. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 160 projecten gerealiseerd voor verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF van 33% naar 62%. - Een toename van het aandeel deelnemende voortgezet onderwijs scholen aan Totally Traffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Op basis van de Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid kunnen gemeenten/wegbeheerders verder uitvoering geven aan een verkeersveilige inrichting. Hiervoor kunnen de gemeenten voorstellen indienen voor het IPVA voor 50% subsidie. De gemeenten hebben tot 31 juli 2023 de tijd om projecten aan te melden. De bestuurscommissie neemt in december 2023 een besluit over opname in het IPVa 2024.
Doorstromingsprojecten uit OV Ontwikkelprogramma’s Via deze programma’s werken wij met individuele gemeenten, vervoerders en andere partijen aan een aantal doorstromingsprojecten voor de tram en bus. De MRDH is concessieverlener van het regionale OV en werkt met de individuele gemeenten en vervoerders de projecten voor de ontwikkeling van het OV uit.
32
Welke resultaten willen we bereiken: - We investeren in doorstromingsmaatregelen voor het OV om ervoor te zorgen dat de reistijd in het OV wordt verkort. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - In het vervoersgebied van de HTM en de RET uitvoering geven aan de realisatie van diverse kleinere versnellingsmaatregelen (afscheiding langs trambanen, optimaliseren van verkeerregelinstallaties en halteverplaatsingen). 2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten: Projectkosten Verkeer - Verkeersmanagement en wegenstructuur - Fiets- en ketenmobiliteit - Verkeersveiligheid Subtotaal Verkeer
16.993.722 8.195.257 3.820.530 29.009.508
37.753.320 28.431.453 25.639.941 91.824.715
38.408.451 38.295.381 8.981.454 85.685.286
35.228.257 43.780.000 9.512.087 88.520.343
22.875.000 38.970.500 8.924.295 70.769.795
23.500.000 29.874.750 9.156.778 62.531.528
Projectkosten Openbaar vervoer - Netwerk openbaar vervoer Subtotaal Openbaar vervoer
26.741.833 26.741.833
69.751.040 69.751.040
57.877.723 57.877.723
64.110.008 64.110.008
67.827.308 67.827.308
34.500.000 34.500.000
Apparaatslasten - Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten
1.343.622 1.343.622
1.392.148 1.392.148
1.443.706 1.443.706
1.443.706 1.443.706
1.443.706 1.443.706
1.443.706 1.443.706
Totaal lasten
57.094.963
162.967.902
145.006.716
154.074.057
140.040.809
98.475.234
Baten: Onttrekking fonds BDU Overige inkomsten
56.805.286 289.677
162.967.902 1.642.166
143.364.550 1.642.166
152.431.892 1.642.166
139.157.099 883.710
97.591.524 883.710
Totaal baten
57.094.963
162.967.902
145.006.716
154.074.057
140.040.809
98.475.234
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten geldt dat bestedingen zijn opgenomen voor de nog lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn, de aanmeldingen van projecten voor het IPVa en de ruimte binnen het subsidieplafond dat nog niet is ingevuld met projecten. Verkeersmanagement en wegenstructuur In de begrotingsperiode wordt gewerkt aan de realisatie van de No Regret-maatregelen CIDBinckhorst. Hiervoor is € 37 miljoen (rijksbijdrage en MRDH-bijdrage) opgenomen gedurende 2023-2027. De piek van de investeringen ligt in de jaren 2023 en 2024. In de periode 2023-2026 wordt aan de Korte Termijn Aanpak € 21 miljoen besteed. In de periode 2024-2027 wordt € 20 miljoen besteed aan de realisatie van het bovengrondse ontwerp van de Beatrixlaan en kruising Erasmusweg-Lozerlaan en oplevering verkenning ondertunneling Beatrixlaan. In de begroting is daarnaast rekening gehouden met de oplevering van de A16 Rotterdam, in de jaren 2023-2025 wordt hieraan € 28 miljoen besteed.
33
Fiets- en ketenmobiliteit Voor het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) zijn inmiddels reserveringen gemaakt voor de MFR’s Naaldwijk – Rotterdam, Delft - Rotterdam Alexander, Zoetermeer – Rotterdam en Den Haag – Pijnacker in de periode 2023-2027 voor in totaal € 74 miljoen. Voor de MFR’s als onderdeel van de gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland is vanaf 2024 € 45 miljoen gereserveerd. Voor stimuleringsmaatregelen Ketenmobiliteit in het kader van het Transitieprogramma OV en corona is voor de periode 2023-2027 € 6 miljoen begroot. Verkeersveiligheid De bestedingen voor verkeersveiligheid bestaan uit bestedingen in het kader van lopende projecten en reserveringen voor projecten in het programma Kleine projecten. Daarnaast zijn uitgaven in het kader van de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen begroot. OV-netwerk In de jaren 2023-2026 staat de realisatie van infrastructurele aanpassingen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse regio (INTHR) gepland voor € 108 miljoen. Daarnaast wordt in de beginjaren van de begrotingsperiode geïnvesteerd in de aanpassing het station van Schiedam ivm 4 sporigheid, de projecten bus- en metrostation Spijkenisse Centrum, R-net Ridderkerk Rotterdam en aan doorstromingsmaatregelen. Vanaf 2023 respectievelijk 2025 wordt gestart met de uitvoering van de Movv projecten Metronet en RandstadRail.
Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2023 heeft te maken met de verwachte cao-stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Overige inkomsten De post overige inkomsten in de gehele begrotingsperiode betreft de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen.
34
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het vernieuwen van de economie. Het gaat voor dit programma om de volgende twee opdrachten: Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Bij iedere opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten geven antwoord op de vraag wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.
2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren Algemeen Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn. Door een groei van het aantal arbeidsplaatsen en deze arbeidsplaatsen in te vullen met geschikt personeel groeit de arbeidsparticipatie. De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn. Voor een betere aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt zetten we in op twee programma’s: Campusprogramma en Leven Lang Ontwikkelen programma. Voor extra productiviteit en bedrijvigheid zetten we in op Versterken mkb en Versterken innovatieecosysteem en innovatieprogramma’s. Hierna wordt per aandachtsgebied op basis van de Strategische Agenda aangegeven wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen in 2024.
Campusprogramma Minimaal veertien campussen in de regio richten zich op het ontwikkelen van toekomstbestendige vaardigheden waaronder ondernemerschap, innovatie en kennisvalorisatie. Vanwege de krappe arbeidsmarkt ligt de focus op de IT-, energie-, techniek-, greenport- en zorgsector en het haven industrieel complex. De MRDH focust op de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs op mbo- en hbo-campussen. Driekwart van het totaal aantal studenten in de regio is namelijk mbo-en hbo-student. Ook het merendeel van de banen in deze regio betreft mbo- en hboniveau. Daarom liggen hier de meeste kansen. Welke resultaten willen we bereiken: - Verbeterde samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven via regionale mbo- en hbo-campussen en mogelijk via nieuwe samenwerkingen met onderwijsinstellingen. - Jaarlijks nemen minimaal 1.000 studenten en 250 bedrijven per jaar deel aan campus(innovatie)opdrachten en programma's.
35
-
Minimaal veertien fysieke mbo- en hbo-campussen, dichtbij regionale bedrijvigheid met een goede geografische spreiding in de regio.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - We leveren een financiële bijdrage aan vier campusversterkingsprojecten. - We organiseren drie campus netwerksessies voor kennisdeling. - We stimuleren de samenwerking tussen mbo- en hbo-campussen en tussen deze campussen en wo-campussen in innovatie en kennisvalorisatie trajecten die bijdragen aan regionale transitieopgaven. - We ondersteunen campussen in hun communicatie naar mkb bedrijven met behulp van de ontwikkelde toolkit, die een kopverhaal over het campusnetwerk en kernverhalen per sector bevat, een corporate presentatie, feiten en cijfers, showcases en een folder.
Leven Lang Ontwikkelen programma (LLO) LLO zorgt door om- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden voor een kwalitatief goede beroepsbevolking, die op alle niveaus bijdraagt aan de regionale economie. Welke resultaten willen we bereiken: - Verbeterd aanbod LLO op de campussen en bij andere grote mbo- en hbo-opleiders in de regio. - Meer werkenden en werkzoekenden volgen een omscholing- en bijscholingstraject. - Jaarlijks ronden minimaal 1.300 werkenden en zij-instromers een omscholing of bijscholingstraject aan een campus af. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - We leveren een financiële bijdrage aan minimaal vier LLO-projecten per jaar in die sectoren die voor de metropoolregio de grootste opgave hebben (IT-, energie-, het haven industrieel complex, greenport en zorgsector) en in samenwerking met een mbo en/of hbo campus. - We gaan nieuwe samenwerkingen aan met regionale partijen gericht op werkenden, werkzoekenden en zij-instromers, die skills opleidingen aanbieden, met ook aandacht voor diversiteit. Met als doel de impact van de LLO projecten op de arbeidsmarkt te vergroten, evenals de regionale samenwerking op LLO gebied.
Versterken mkb Er is een grote groep mkb in de metropoolregio die behoefte heeft aan toegang tot informatie en advies om tijdig beslissingen te nemen om hun bedrijf gezond te houden, weer gezond te maken of tijdig te stoppen. Ondernemers hebben behoefte aan een transparant systeem van dienstverlening waarbij het aanbod van verschillende partijen onderling samenhangt, transparant en begrijpelijk is. Dit is in de praktijk nog te weinig het geval. Welke resultaten willen we bereiken: - Een hoger deel mkb is ondersteund. - Meer samenhang tussen initiatieven voor het mkb in de regio.
36
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Op basis van een in 2023 uitgevoerde behoeften inventarisatie onder accountmanagers ondernemers/bedrijven van 21 gemeenten wordt een bijbehorend uitvoeringsplan opgesteld. De activiteiten die in het uitvoeringsplan voor 2024 bepaald zijn gaan we in 2024 uitvoeren. - We leveren een financiële bijdrage aan één tot twee projecten waarin het mkb gestimuleerd wordt innovatie toe te passen. - We onderhouden een netwerk van accountmanagers ondernemers/bedrijven van 21 gemeenten en we delen kennis over innovatieprogramma's, regelingen en best practices via twee tot drie sessies en/of via andere kanalen die uit de behoeften inventarisatie van 2023 komen.
Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s In Region of the Future worden samen met Yes!Delft oplossingen ontwikkeld voor regionale innovatievraagstukken. Startups ontwikkelen schaalbare, commercieel en technisch haalbare oplossingen. Gemeenten kunnen hier optreden als eerste klant, waardoor maatschappelijke opgaven direct worden gekoppeld aan de uitdagingen van individuele gemeenten. De nieuwe producten en diensten die dit oplevert zorgen voor stageplaatsen, nieuwe bedrijvigheid, kostenbesparingen en productiviteitsgroei. Daarnaast stimuleren we sectorale innovatieprogramma’s en innovatieve programma’s/projecten op economische toplocaties die zorgen ervoor dat bedrijven hun vernieuwende producten en diensten sneller ontwikkelen in testomgevingen (‘fieldlabs’). Hierbij ligt de focus op het toepassen van innovatie bij het mkb. De MRDH stimuleert innovatie door met strategische partners zoals InnovationQuarter en de provincie Zuid-Holland financiering en schaalvergroting van programma’s te organiseren waardoor deze meer maatschappelijke- en economische effecten opleveren. Welke resultaten willen we bereiken: - Toename percentage van startups en scaleups binnen de totale bedrijvigheid in de regio. - Adoptie van businesscases uit het innovatie-ecosysteem door minimaal tien gemeenten.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - We brengen de resultaten van het programma Region of the Future actief onder de aandacht van gemeenten en we kijken met gemeenten of zij kunnen/willen optreden als launching customer. - We kijken op basis van de resultaten van het programma Region of the Future in 2023 of er nieuwe en bestaande startups kunnen worden versterkt. - In de afspraken met InnovationQuarter versterken we innovatie-ecosystemen en stellen de rol van regionaal mkb daarin centraal.
2.3.1.2 Opdracht 4 – Vernieuwen van werklocaties Het economische en maatschappelijke belang van winkelgebieden, kantorenlocaties en bedrijventerreinen is groot. Deze plekken bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking, bieden ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, innoveren en slimme oplossingen te bedenken. Daarmee spelen ze (in potentie) een sleutelrol
37
in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie (waaronder ruimte voor groenblauwe oplossingen op bedrijventerreinen) en digitalisering. Aan de hand van de Strategie werklocaties MRDH sturen de 21 gemeenten op het versterken van de ruimtelijke economische structuur van de regio door markevenwicht tussen vraag en aanbod van ruimte te stimuleren, het beter benutten van de bestaande werklocaties en het aanjagen van vergroening en verduurzaming. De MRDH organiseert de regionale afstemming tussen de individuele gemeenten om gezamenlijk te sturen op de voorraad van winkels, bedrijventerreinen en kantoren. Welke resultaten willen we bereiken: - Lager percentage leegstand bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel (o.b.v. vloeroppervlakten). - Beter benutten van geschikte locaties voor watergebonden bedrijven en voor HMC bedrijven op bestaande bedrijventerreinen. - Hoger percentage kantoren met minimaal energielabel C. - Revitalisering/verduurzaming verouderd of leegstaand vastgoed op bedrijventerreinen voor nieuwe bedrijvigheid. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - We voeren de in 2023 opgestelde uitvoeringsagenda 2023-2024 voor het programma werklocaties uit langs de lijnen: bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel/ vitale kernen. - We organiseren regionale afstemming ten behoeve van passende ruimte voor werklocaties.
Dit gebeurt op basis van een adviesvraag van gemeenten. - We monitoren de regionale kantorenmarkt en de regionale winkelvoorraad. - We organiseren zes bijeenkomsten over verschillende thema’s binnen het domein werklocaties voor kennisdeling, netwerkvorming en beleidsvorming. - We zorgen voor kennisontwikkeling op de (on)mogelijkheden van beter benutten van bestaande bedrijventerreinen (o.a. onderzoeken, kennisdeling van ervaringen van gemeenten). - We dragen (financieel) bij aan projecten gericht op beter benutten van bedrijventerreinen door advisering of inzet van de bijdrageregeling MRDH. - We stellen een lobbystrategie op voor de agendering en bekostiging van de opgave van revitalisering/beter benutten van bedrijventerreinen. - We organiseren twee kennissessies op het gebied van verduurzaming kantoren. - We voeren het programma Next Economy Bedrijventerreinen uit, inclusief projectfinanciering en kennisdeling.
38
2.3.2 Wat gaat het kosten? Programma 3: Economisch vestigingsklimaat (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten: Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Subtotaal directe kosten personeel
2.865.671 872.500 410.417 867.175
2.935.732 950.898 500.000 1.005.380
3.218.233 986.081 500.000 1.042.617
3.469.900 986.081 208.333 1.042.617
3.678.233 986.081 0 1.042.617
3.678.233 986.081 0 1.042.617
Totaal lasten
5.015.763
5.392.010
5.746.932
5.706.932
5.706.932
5.706.932
Baten: Inwonerbijdrage Overige bijdragen gemeenten Overige bijdragen provincie
5.297.733 44.099 10.000
5.354.510 37.500
5.706.932 40.000
5.706.932 0
5.706.932 0
5.706.932 0
Totaal baten
5.351.832
5.392.010
5.746.932
5.706.932
5.706.932
5.706.932
Saldo van baten en lasten
336.069
0
0
0
0
0
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Toevoeging aan Egalisatiereserve EV*
118.750 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Resultaat
454.819
0
0
0
0
0
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting financiën De begroting 2024 bestaat voor € 3.218.233 uit programmakosten, voor € 986.081 uit een begrotingspost subsidie voor InnovationQuarter, voor € 500.000 uit een begrotingspost subsidie aan YES!Delft en voor € 1.042.617 uit directe kosten personeel. Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert binnen deze kaders de begroting uit en verantwoordt zich hierover. Programmakosten De programmakosten van € 3.218.233 bestaan uit de volgende onderdelen: • cofinanciering beschikbaar stellen aan gemeenten voor projecten die tot doel hebben bij te dragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting, heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat deze bevoegdheid. • projectontwikkeling voor het realiseren van de programmadoelstellingen. Subsidie InnovationQuarter InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH met betrekking tot versterking van het economisch vestigingsklimaat.
Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionale ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de Rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH. Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. Met ingang van begrotingsjaar
39
2018 verstrekt de MRDH jaarlijks een begrotingspost subsidie aan InnovationQuarter voor het uitvoeren van deze afspraken. Ten opzichte van de begroting 2023 is de subsidie met 3,7% geïndexeerd. Subsidie YES!Delft Het algemeen bestuur heeft op 8 juli 2022 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2022 tot juni 2025 van € 1.500.000 voor het programma Region of the Future. Het programma is een vervolg op het programma City of the Future, een innovatieplatform voor alle 23 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van de onderdelen van dit programma. De focus bij Region of the Future ligt op opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland. De jaarschijf 2024 bedraagt € 500.000 en wordt gedekt uit het reguliere programmabudget. Directe kosten personeel Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2023 heeft te maken met de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht.
Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2023 met € 0,15 (Kadernota MRDH begroting 2024) naar € 2,97 per inwoner. Voor 2024 is dat een totaalbedrag van € 7.278.783. Van deze inwonerbijdrage van € 2,97 zal maximaal € 1,21 worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (kadernota MRDH begroting 2024). In de begroting 2024 wordt op begrotingsbasis € 1,07 van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. De resterende € 1,90 wordt ingezet voor de bekostiging van de programmaopgaven en de gemeentelijke projecten ter versterking van het economisch vestigingsklimaat. Van de totale inwonerbijdrage van € 7.278.783, wordt € 1.571.851 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2). Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 5.706.932 verantwoord ter dekking van de directe kosten van het personeel en het programmabudget, voor zover niet gedekt door aanvullende bijdragen. Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft het gemeentelijk aandeel in de licentieovereenkomst met Locatus. De MRDH heeft een licentieovereenkomst met Locatus voor het gebruiksrecht van databestanden met detailhandelsgegevens. Verschillende gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH.
Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting. De huidige overeenkomst loopt tot en met 2024.
40
Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH-begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. Financiering Brede Doeluitkering Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een conform de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer vastgesteld deel van de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. In onderstaande tabel zijn de geraamde te ontvangen jaarbedragen binnen de kaders van deze begroting opgenomen op prijspeil 2022: 2022 562.060.852
2023 583.547.419
2024 564.919.389
2025 576.138.211
2026 574.138.211
2027 574.138.211
Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan toe te rekenen overhead wordt bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner op basis van het door het CBS vastgestelde inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2024 € 2,97. Daarvan mag maximaal € 1,21 worden besteed aan de bekostiging van apparaatslasten (Kadernota MRDH begroting 2024). De totale bijdrage voor 2024 is geraamd op € 7.278.783. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen.
Financiering De opbrengsten van de financieringsfunctie worden uitsluitend bepaald door de financiering ten behoeve van de OV-bedrijven, aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast wordt aan deze OV-bedrijven een marktconformiteitsopslag in rekening gebracht, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve financieringen en daarna uitsluitend beschikbaar is voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
3.2 Overhead De overhead dient, conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart te worden weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om
41
de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel de personele- als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead van de commissie BBV bestaat overhead in ieder geval uit de volgende functies: 1. Hiërarchisch leidinggevenden; 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. P&O / HRM; 4. Inkoop; 5. Interne en externe communicatie (niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken); 6. Juridische zaken; 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning; 8. Informatievoorziening en automatisering; 9. Facilitaire zaken en Huisvesting; 10. DIV; 11. Managementondersteuning.
Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: • Alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; • Overig management: secretaris-algemeen directeur, manager Economisch Vestigingsklimaat, manager Openbaar Vervoer en manager Verkeer; • Overig secretarieel: secretariaat Economisch Vestigingsklimaat, secretariaat afdeling Verkeer en secretariaat afdeling Openbaar Vervoer. Zie voor een toelichting op de organisatie van de MRDH hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het niet toerekenen van de overhead aan de programma’s betekent niet dat de financiële dekking verandert. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De overhead wordt nog steeds betaald uit de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De salariskosten van alle medewerkers - dus inclusief management en secretariaat - van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De salariskosten - dus inclusief management en secretariaat - van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage EV.
Net als in de Begroting 2023 wordt het relatieve formatiebudget van het primaire proces gebruikt om de salariskosten van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoeringskosten door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De verhouding van het relatieve formatiebudget is 20% Economisch Vestigingsklimaat versus 80% Verkeer en Openbaar Vervoer. 20% van deze kosten komt daarmee ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% van deze kosten komt ten laste van de rijksmiddelen BDU. Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead:
42
Overhead (euro's) Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
3.311.404 2.037.658 5.349.062
3.214.072 2.495.200 5.709.272
3.333.093 2.799.200 6.132.293
3.333.093 2.799.200 6.132.293
3.333.093 2.799.200 6.132.293
3.333.093 2.799.200 6.132.293
Personele overhead EV Materiële overhead EV
841.301 509.414 1.350.715
840.920 623.800 1.464.720
872.051 699.800 1.571.851
872.051 699.800 1.571.851
872.051 699.800 1.571.851
872.051 699.800 1.571.851
Totaal lasten overhead
6.699.777
7.173.992
7.704.144
7.704.144
7.704.144
7.704.144
Dekkingsbronnen overhead (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Onttrekking fonds BDU Inwonerbijdrage EV
5.349.062 1.350.715
5.709.272 1.464.720
6.132.293 1.571.851
6.132.293 1.571.851
6.132.293 1.571.851
6.132.293 1.571.851
Totaal dekkingsbronnen overhead
6.699.777
7.173.992
7.704.144
7.704.144
7.704.144
7.704.144
0
0
0
0
0
0
Resultaat
De stijging van de overheadkosten in de begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023 bestaat uit de (geschatte) cao stijging van de salarissen en indexatie van de materiële apparaatslasten (huur etc.). De totale apparaatslasten (overhead en directe personele lasten) worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5). 3.3 Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 hebben kunnen afronden. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018, 2019 en 2020 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen.
Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio.
43
Hoofdstuk 4 Paragrafen 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie.
Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. De rechtstreekse financiering door de MRDH zorgt ervoor dat, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar blijven voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. De uitstaande leningen financiert de MRDH door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Dit doet de MRDH om een renterisico uit te sluiten.
Bussenleningen De MRDH financiert bussen op basis van de Verordening bussenleningen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere
44
financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Ook voor de bussenleningen geldt dat de MRDH deze leningen financiert door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Samengevat wordt de financieringsbehoefte van de MRDH bepaald door de financiering van de railinvesteringen en de bussen bij de verschillende concessie houdende vervoerders. In onderstaand overzicht is de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar opgenomen: Financieringsbehoefte (euro's) OV-bedrijven Overbesteding Totalen per jaar
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.038.464.198 0 1.038.464.198
1.178.434.981 0 1.178.434.981
1.350.878.196 0 1.350.878.196
1.416.360.864 0 1.416.360.864
1.436.512.386 0 1.436.512.386
1.428.203.444 0 1.428.203.444
Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten Rente OV-bedrijven Totaal Baten Rente OV-bedrijven Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven Totaal Resultaat voor reservemutaties
10.640.139 10.640.139
15.787.580 15.787.580
22.157.857 22.157.857
27.409.960 27.409.960
30.022.611 30.022.611
31.264.561 31.264.561
10.641.639 7.200.431 17.842.070 -7.201.931
15.787.580 7.303.465 23.091.045 -7.303.465
22.157.857 8.152.654 30.310.511 -8.152.654
27.409.960 8.823.576 36.233.536 -8.823.576
30.022.611 9.024.492 39.047.103 -9.024.492
31.264.561 9.040.410 40.304.971 -9.040.410
Dotatie risicoreserve financieringen
1.000.000
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Netto resultaat
-6.201.931
-4.022.898
-505.616
-4.642.309
-8.939.387
-8.365.433
Kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden.
45
Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant. De renterisiconorm bedraagt voor 2024 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 127 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm: Bedragen x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico's 2024-2027 2024
2025
2026
2027
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
-
-
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld
237.657
497.350
638.083
714.539
3b. Nieuwe verstrekte lange leningen
237.657
497.350
638.083
714.539
-
-
-
-
110.697
130.248
150.248
176.302
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
-
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
-
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen
-
-
-
590.521
Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal
635.209
641.789
627.775
20%
20%
20%
20%
10. Renterisiconorm (8 x 9)
127.042
128.358
125.555
118.104
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld
127.042 -
128.358 -
125.555 -
118.104 -
11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
127.042
128.358
125.555
118.104
9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2024 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en kan daarmee worden berekend op een bedrag van € 52 miljoen. Naar verwachting wordt in 2024 aan deze norm voldaan: Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet 2024
kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld rekening courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-
-
-
-
Vlottende middelen Contante gelden in kas
-
-
-
-
107.960
122.538
177.594
171.496
107.960
122.538
177.594
171.496
Totaal netto vlottende schuld
107.960
122.538
177.594
171.496
Toegestande kasgeldlimiet
52.087
52.087
52.087
52.087
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
160.047
174.625
229.681
223.583
Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet
Begrotingstotaal
635.209
Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
8,20%
Kasgeldlimiet
52.087
46
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en Zuid-Holland Bereikbaar. De verbonden partijen kunnen worden onderverdeeld in vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (vanaf 2022: ZuidHolland Bereikbaar).
Vanaf 2022 neemt de MRDH deel aan de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar, waarvoor een stichting is opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen de nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/ Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam en Den Haag, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en Havenbedrijf Rotterdam. Binnen het programma wordt voortgebouwd op de samenwerking tussen de partners, zoals die tot en met 2021 plaatsvond vanuit de uitvoeringsorganisaties De Verkeersonderneming, Bereik! en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. Hierna zijn in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens opgenomen van de drie verbonden partijen:
47
Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1
Eigen vermogen
Per 31-12-2021: € 91.335.741
Vreemd vermogen
Per 31-12-2021: € 443.601.563
Financieel resultaat
Over 2021: € 5.716.289
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in de RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000
Eigen vermogen
Per 31-12-2021: € 149.499.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2021: € 319.608.000
Financieel resultaat
Over 2021: € 1.217.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
48
Naam
Zuid-Holland Bereikbaar
Vestigingsplaats
statutair Rotterdam, feitelijk Delft
Visie
De samenwerking tussen Partijen heeft tot doel het (doen) realiseren van het gezamenlijke Programma Zuid-Holland Bereikbaar (hierna: 'Programma ZHB'). Dit gezamenlijke Programma ZHB heeft als doel het borgen van de bereikbaarheid (acceptabele hinder) en het bijdragen aan de mobiliteitstransitie (duurzame gedragsverandering) in de provincie Zuid-Holland, door dat wat gezamenlijk beter kan, samen te organiseren en uit te voeren, door toepassing van innovatieve oplossingen ten dienste van de opgave, die de partners alleen niet kunnen ontwikkelen en/of uitvoeren.
Openbaar behartigd belang
Bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland bij (grootschalige) werkzaamheden. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail B.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Stichting Zuid-Holland Bereikbaar.
Deelnemende partijen
Rechtsvorm
Stichting
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder Investeren in bereikbaarheid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep.
Financieel belang
De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BOMIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 t/m 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH. De bijdrage aan het werkbudget is voor de MRDH € 383.333 per jaar voor ten minste de periode 2022 t/m 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer, Verkeersmanagement en wegenstructuur.
Eigen vermogen
Per 31-12-2021: € 0
Vreemd vermogen
Per 31-12-2021: € 0
Financieel resultaat
Over 2021: € 0
Risico’s
Er bestaat het risico op overbesteding (meer geld uitgeven dan er beschikbaar is). Bij zicht op overbesteding dient overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming te worden gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt.
49
Beleidsvoornemens
Monitoring prestaties
Programma
De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de samenwerkingsovereenkomst is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. Op basis van de in 2024 te houden evaluatie wordt eind 2024 de looptijd van het Werkplan voor de periode daarna bepaald. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant, waarna de Raad van Toezicht deze jaarrekening vaststelt. De aldus vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.