Onderzoeksrapport energietransitiebeleid Pijnacker-Nootdorp
Tekst van het document
De elektriciteitsvraag moet zoveel mogelijk beperkt worden door middel van energiebesparing. De warmtevraag moet zo min mogelijk geëlektrificeerd worden. 2. Elektriciteit moet zoveel mogelijk lokaal en duurzaam opgewekt worden. 3. De resterende elektriciteitsvraag moet duurzaam worden geïmporteerd. 4. De transitie naar duurzame elektriciteit moet met draagvlak gebeuren. Zonne-energie in de Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021b) zijn kaders opgenomen voor de realisatie van duurzame energie. Naast zon op dak en op gevels, worden ook zonnepanelen op kassen geplaatst. Daarnaast worden ook mogelijkheden genoemd voor het plaatsen van zonnepanelen op veld in de (glas)tuinbouw. De voorkeur gaat hierbij uit naar multifunctioneel ruimtegebruik in de vorm van zon op waterbassins, maar ook gronden die niet meer voor de (glas)tuinbouw gebruikt kunnen worden (zogenoemde overhoeken) zijn opgenomen in de gemeentelijke Omgevingsvisie. De gemeente noemt dat bij het plaatsen van zonnepanelen op veld gekeken wordt naar kansen om de biodiversiteit te versterken. Samenwerkingsverband op het gebied van elektriciteit: RES-regio Rotterdam-Den Haag De RES-regio’s zijn in eerste instantie opgericht om in regionaal verband te zoeken naar locaties voor grootschalige opwek van elektriciteit met zonnepanelen en windmolens.
In de RES-regio Rotterdam-Den Haag wordt samengewerkt met 21 gemeenten, vier waterschappen en de provincie Zuid-Holland. De RES zet met name in op zonne-energie. Daarnaast staan er 28 geplande windturbines uit convenanten en worden er 27 extra turbines bijgeplaatst langs infrastructuur. Voor stedelijke gebieden is de voorkeur om zonne-energie op daken en parkeerplaatsen te ontwikkelen. Daarnaast wordt ingezet op zonne-energie op waterbassins in de pagina 19/41
glastuinbouw (RES Rotterdam Den Haag, 2021). De RES heeft samen met Greenport WestHolland een programma opgezet voor het ontwikkelen van zonne-energie op waterbassins. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft zich hierbij aangesloten. Uit de interviews blijkt dat de gemeenteraad bij het opstellen van het Energietransitieplan heeft bepaald geen plek te zien voor windenergie in Pijnacker-Nootdorp. Er is daarom geen zoekgebied voor windenergie in de gemeente Pijnacker-Nootdorp aangewezen. Naast het thema elektriciteit, wordt in RES-verband ook samengewerkt op de thema’s warmte en systeem. Hoewel de RES eerst sectoraal werd aangepakt langs voorgenoemde drie lijnen, wordt er nu meer in de breedte gekeken naar de energieopgave. Zo is er een programmamanager Energie aangesteld die een breed, regionaal programma maakt voor de energietransitie, waarbij wordt gestreefd naar zo veel mogelijk één bestuurlijke agenda en aansluiting op het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW). Hoewel de meeste aandacht binnen het RES-verband nog steeds uitgaat naar de kwantitatieve doelstellingen voor opwek van hernieuwbare energie, is de focus sinds afgelopen jaar verbreed. Uit de interviews blijkt dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp goed betrokken is bij de RES samenwerking.
Zowel de wethouder als de ambtenaren nemen een proactieve houding aan in de samenwerking, zo neemt de wethouder vaak het voortouw bij de RES-vergadering en zijn de ambtenaren erg kundig en hebben zij veel kennis in huis. 3.3.1 Doelstellingen en doelbereik De gemeente streeft ernaar om in 2050 60% van de elektriciteitsbehoefte lokaal op te wekken, en in 2030 23%. De gemeente zet met name in op zon, met een bescheiden rol voor biovergisting. Er bleek geen draagvlak te zijn onder inwoners voor de inpassing van windenergie in de gemeente. Ook bleek dat er weinig draagvlak is voor zon op land. Dit wordt echter wel als noodzakelijk gezien, ook in RES-verband (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a). In de Omgevingsvisie wordt een specifiek doel gezet voor zonnepanelen op veld in (glas)tuinbouwgebied: 15 ha zonnepanelen in 2030 en 50 ha in 2050. Uit de recentste Energie- en CO2-monitor (CE Delft, 2023) blijkt dat de hoeveelheid elektriciteit opgewekt met zonnepanelen in 2021 118,3 TJ bedroeg. Dit staat gelijk aan 10% van het elektriciteitsverbruik in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De productie van hernieuwbare elektriciteit met zonnepanelen in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is explosief toegenomen: het is met 27% toegenomen ten opzichte van 2020 en bijna verdrievoudigd sinds 2018 (CE Delft, 2023).
De gemeente heeft echter nog stappen te maken richting de doelstelling van 23% hernieuwbare elektriciteit in 2030. In ons onderzoek zijn we verschillende obstakels tegengekomen die de gemeente bemoeilijken haar doelstelling te realiseren: • De gemeente loopt aan tegen netcongestie. Omdat de gemeente ervoor heeft gekozen zich enkel te richten op zonne-energie (en dus geen windenergie), kan dit netcongestie verergeren. Op zonnige dagen zorgt dit namelijk voor overbelasting van het elektriciteitsnet. Windturbines kunnen ervoor zorgen dat de opwek van elektriciteit wat meer verspreid over de dag en het jaar plaatsvinden, wat kan bijdragen aan de toekomstige stabiliteit van het net. • In het najaar van 2023 is in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) de voorkeursvolgorde zon aangescherpt naar aanleiding van de ruimtelijke implicaties van duurzame elektriciteit. In de voorkeursvolgorde zon staat dat het gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is. Hierop hebben de provincies hun verordeningen aangepast.8 Bovenaan in de voorkeursvolgorde staat zonne-energie op daken en gevels, vervolgens zonne-energie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied en terreinen en objecten in landelijk gebied.
Aangezien zon op landbouw- en natuurgronden slechts bij uitzondering wordt toegestaan, zal dit voor de gemeente PijnackerNootdorp waarschijnlijk betekenen dat de plannen voor zon op veld niet gerealiseerd kunnen worden.
8 Bron: Kamerbrief Aangescherpte voorkeursvolgorde zon (26 oktober 2023)
pagina 20/41
3.3.2 Maatregelen In deze paragraaf gaan we in op de maatregelen die in het Uitvoeringsprogramma energietransitie zijn opgenomen op het gebied van elektriciteit. Aanpassen nota zonnepanelen/elektriciteit en netcongestie In het Uitvoeringsprogramma Energietransitie zegt de gemeente de bestaande nota zonneenergie te actualiseren, waarbij nieuwe uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen gegeven worden (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c). In de Voortgangsrapportage Energietransitieplan 2022, geeft de gemeente aan dat de nieuwe uitgangspunten worden opgenomen in een nota elektriciteit (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). In de voortgangsrapportage Energietransitieplan 2023 wordt duidelijk dat de focus niet meer ligt op het actualiseren van deze nota. Vanuit de raad is de opdracht gekomen om te kijken naar hoe de netcongestie in de gemeente opgelost kan worden. Daarna bepaalt de gemeente of er een nieuwe nota elektriciteit nodig is. (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023) Netcongestie
De gemeente kampt, mede door elektrificatie en de groei van zonne-energie, met netcongestie. Om dit probleem aan te pakken is er in 2023 een bestuurlijke opdracht opgesteld. Deze opdracht volgt vier lijnen: 1. Maatregelen voor gebieden waar onderzoek/netcongestie is aangekondigd; 2. Het in beeld brengen van de toekomstige energiebehoefte; 3. Verzwaring van het elektriciteitsnet faciliteren; 4. Kennisontwikkeling rondom netcongestie. Stimuleren opwek en opslag elektriciteit particulieren Met de campagne ‘Met energie aan de slag’ informeert en stimuleert de gemeente inwoners onder andere om elektriciteit op te wekken met behulp van zonnepanelen. Uit de voortgangsrapportage van het uitvoeringsprogramma Energietransitieplan 2022 blijkt dat de gemeente bewoners heeft geïnformeerd via de campagne en via de duurzaamheidscoaches (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). Verder noemt de gemeente dat het voor nu niet nodig is om zonneenergie bij inwoners verder te stimuleren. De gemeente wil daarnaast in 2024 beleid maken voor de opslag van elektriciteit voor particulieren en wil de gemeente inwoners informeren en stimuleren om met opslag aan de gang te gaan (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Elektriciteit bedrijven Met behulp van een dashboard ontwikkeld door energieloket Huis van Heron, is de potentie van zonnepanelen op bedrijventerreinen in kaart gebracht.
In dit traject bleek dat bedrijven behoefte hadden aan meer begeleiding in verduurzaming. In 2024 wil de gemeente starten met een energiecoach voor bedrijven. Deze actie moet nog opgestart worden, de gemeente wil deze actie combineren met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor bedrijventerreinen en winkelcentra. Daarnaast wil de gemeente met bedrijven in gesprek gaan om de opwek van zonneenergie boven parkeerplaatsen te stimuleren (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Stimuleren 50% lokaal eigendom bij grootschalige projecten In het Nationale Klimaatakkoord (Rijksoverheid, 2019) staat dat bij de productie van hernieuwbare elektriciteit op land moet worden gestreefd naar 50% eigendom van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). De gemeente wil een leidraad opstellen met uitgangspunten voor lokaal eigendom en deze vervolgens opnemen in het Omgevingsprogramma Warmte en de nota elektriciteit (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c). Energiecoöperatie Pijnacker-Nootdorp In de gemeente is Energiecoöperatie Pijnacker-Nootdorp actief op gebied van hernieuwbare elektriciteit.
Hoewel de activiteiten van de coöperatie strikt genomen niet onder de maatregelen van de gemeente vallen, dragen deze activiteiten wel bij aan de energietransitie, met name door het aandeel in hernieuwbare elektriciteit te verhogen, en door bij te dragen aan de doelstellingen van de gemeente met betrekking tot 50% lokaal eigendom. De energiecoöperatie houdt zich vooral bezig met collectieve zon op dak-projecten, al dan niet in samenwerking met de gemeente. Daarnaast is de energiecoöperatie bezig met een project voor zon op waterbassins in samenwerking met een tuinder. Ook is de energiecoöperatie in gesprek met een bewonersvereniging over batterijen voor elektriciteit. pagina 21/41
De gemeente ondersteunt de energiecoöperatie door het delen van kennis, het bieden van hulp bij procedures en bij communicatie, door bijvoorbeeld te helpen bij het vernieuwen van de website van de energiecoöperatie. De gemeente heeft de eigen daken (daar waar het kan) vol gelegd met zonnepanelen (gemeentehuis, sporthallen). De samenwerking wordt door beide partijen als prettig ervaren. Uit de interviews blijkt dat de gemeente enthousiast is over de energiecoöperatie en dat er op jaarlijkse basis gesprekken plaatsvinden tussen de energiecoöperatie en de gemeente. Wel komt naar voren dat een intensievere samenwerking wenselijk zou zijn zodat er meer aansluiting zou kunnen zijn tussen de activiteiten van de coöperatie en het gemeentelijk beleid.
3.4 Mobiliteit 3.4.1 Doelstellingen en doelbereik In het Raadsakkoord van Pijnacker-Nootdorp 2022-2026 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022b) is mobiliteit een centraal onderwerp, waarbij lokale en regionale verbondenheid (goed bereikbare voorzieningen, efficiënt openbaar vervoer) en schoon vervoer centraal staan. In het Energietransitieplan 2021 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a) en het Uitvoeringsprogramma energietransitie 2022-2023 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c) zijn geen specifieke doelstellingen op het gebied van duurzame mobiliteit opgenomen. In plaats daarvan verwijst de gemeenten naar de Mobiliteitsvisie. In deze Visie op Duurzame Mobiliteit uit 2016 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2016) zijn echter geen kwantitatieve doelstellingen voor CO2-reductie opgenomen. De reden die de gemeente hiervoor geeft is dat de effecten van gemeentelijk mobiliteitsbeleid op CO2-reductiedoelstellingen moeilijk meetbaar zijn. In het Uitvoeringsprogramma energietransitie staat dat de gemeente voor wat betreft duurzame mobiliteit vooral aansluit bij landelijke en regionale ontwikkelingen. Samenwerkingsverband op het gebied van mobiliteit: Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) Regionaal werkt de gemeente samen met 22 andere gemeenten in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) aan het reduceren van de CO2-emissies van verkeer.
De MRDH heeft de ambitie om in 2025 de CO2-uitstoot door het verkeerssysteem te verminderen met 30% ten opzichte van 2015. In 2019 is door de MRDH de Aanpak CO2-reducie verkeer (MRDH, 2019) opgesteld. Dit document is een soort menukaart met 40 mogelijke maatregelen die bijdragen aan effectieve CO2-reductie. De voorgestelde maatregelen zullen niet resulteren in 30% CO2-reductie: zelf als alle MRDH-gemeenten alle voorgestelde maatregelen implementeren, zal dit voor slechts 17% bijdragen aan de regionale CO2-reductiedoelstelling en zullen de emissies met slechts 5% (en niet 30%) afnemen ten opzichte van 2015. De afzonderlijke gemeenten hebben op basis van deze menukaart discussies gevoerd of er draagvlak is voor een of meerdere maatregelen. 3.4.2 Maatregelen In het Uitvoeringsprogramma energietransitie staat dat de inzet op het gebied van verduurzaming van de mobiliteit in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is gericht op minder, anders en schoner reizen. De gemeente wil inwoners stimuleren om meer gebruik te maken van de fiets en het openbaar vervoer. Daarnaast wordt schoner (elektrischer) rijden gefaciliteerd door het plaatsen van laadpalen. Ook wil de gemeente het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren middels de campagne ‘Met energie aan de slag’.
Laadpalen elektrische auto’s In het Energietransitieplan is slechts één maatregel op het gebied van verduurzaming van de mobiliteit opgenomen, namelijk de infrastructuur voor laadpalen. In het Voortgangsrapportage Uitvoeringsprogramma Energietransitie staat dat begin 2022 de gemeentelijke laadvisie is vastgesteld. In dit Strategisch plan laadinfrastructuur 2022-2030 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp) heeft de gemeente het beleid rondom laadinfrastructuur vastgelegd. Hierin staat onder andere dat de gemeente niet enkel vraaggestuurd laadpalen plaatst, maar ook strategisch en datapagina 22/41
gestuurd. De gemeente wil dus niet enkel reactief handelen, maar ook proactief, om het proces te versnellen. Het plan gaat vooralsnog vooral in op laadinfrastructuur voor elektrische auto’s, maar de gemeente wil zich bij herijkingen van het plan ook gaan richten op andere voertuigen en gebruikersgroepen (doelgroepenverkeer, taxi’s, ov, lichte en zware logistieke voertuigen en mobiele werktuigen). Begin 2021 is een concessie verleend aan Engie (Equans) voor het plaatsen van de laadpalen, voor een periode van 3 jaar met optie tot 4 jaar (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). In 2023 is voor een periode van 1,5 jaar een pilot gestart met laadpaalgoten, waaraan 20 inwoners mee kunnen doen. Elektrificatie van mobiliteit leidt tot extra druk op het elektriciteitsnet en de gemeente PijnackerNootdorp heeft te maken met netcongestie (zie paragraaf 3.3.1). In de Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma energietransitie geeft de gemeente aan de nota elektriciteit te toetsen op de invloed van de laadpaalinfrastructuur op het elektriciteitsnetwerk.
Maatregelen die bijdragen aan de regionale doelstelling van 30% CO2-reductie In het Uitvoeringsprogramma Energietransitie noemt de gemeente Pijnacker-Nootdorp de volgende maatregelen waarmee zij wil bijdragen aan de regionale doelstelling van 30% CO2-reductie: • Eigen wagenpark verduurzamen; • Twee metropolitane (snelle) fietsroutes realiseren, samen met de betrokken gemeenten; • Maatwerk toepassen bij het vaststellen van de parkeernormen en bij nieuwe (gebieds)ontwikkelingen; • Vergunningstelsel voor deelmobiliteit ontwikkelen.
3.5 Eigen vastgoed en energiegebruik 3.5.1 Beschrijving van het beleid Als onderdeel van de verduurzaming van de gebouwde omgeving, en om in 2050 energie- dan wel CO2-neutraal te worden, moet de gemeente PijnackerNootdorp ook haar eigen vastgoed verduurzamen. Het verduurzamen en aardgasvrij maken van het eigen vastgoed wordt meegenomen in wijkuitvoeringsplannen (Gemeente PijnackerNootdorp, 2021c). Daarnaast blijkt uit de Voortgangsrapportage van het uitvoeringsprogramma energietransitie dat de gemeenteraad de opdracht heeft gegeven om de energielabels van het gemeentelijk vastgoed in kaart te brengen en aan te geven hoe deze verbeterd kunnen worden tot minimaal label C. De resultaten en het plan voor verduurzaming worden in de loop van 2024 verwacht (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). 3.5.2 Maatregelen Technisch Beheerplan Gebouwen Het Technisch Beheerplan Gebouwen geeft inzicht in de omvang van het gemeentelijk vastgoed, het onderhouden hiervan, en de financiële consequenties. In zowel het technisch beheerplan 2019-2022 en het plan voor 2023-2026 zijn geen duurzaamheidsinvesteringen opgenomen (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022c, 2018). Zonnepanelen op eigen vastgoed Uit de interviews blijkt dat de gemeente, naast energiebesparing van het gemeentelijk vastgoed, ook op alle daken van haar eigen vastgoed (waar technisch mogelijk) zonnepanelen geplaatst heeft.
Het gaat dan bijvoorbeeld over het gemeentehuis en sportzalen.
3.6 Belangrijkste bevindingen In Tabel 5 toetsen we de bevindingen uit dit hoofdstuk aan het normenkader. Tabel 5 – Toetsing aan het normenkader: Doeltreffendheid pagina 23/41
Onderzoeksvraag
Norm
Welk beleid c.q. welke instrumenten heeft de gemeente ingezet om haar energiedoelstellingen te behalen en welke onderbouwing ten aanzien van de werking van deze instrumenten is beschikbaar?
•
•
•
De maatregelen sluiten aan op, en dragen bij aan de gestelde ambities. Gemeente PijnackerNootdorp heeft tot op heden de inzet gepleegd die ze had voorgenomen te plegen. Bij keuze van de uitvoering is de doeltreffendheid onderbouwd of minstens betrokken in de afweging, en is de meest doeltreffende oplossing gekozen.
Beoordeling
Toelichting
Voldoet deels aan de norm
De maatregelen van de gemeente zijn gestructureerd langs vijf beleidslijnen die bijdragen aan de doelstellingen van energieneutraliteit door het aandeel hernieuwbare elektriciteit te verhogen, te werken aan duurzame warmteoplossingen, en energiebesparing te stimuleren. De maatregelen richten zich op meerdere doelgroepen in de gemeente. Duurzame mobiliteit lijkt minder de focus te hebben in het Energietransitieplan. De enige maatregel die in de voortgangsrapportage terugkomt is het realiseren van de laadpaalinfrastructuur. Daarnaast dragen de maatregelen die in regionaal verband worden overwogen niet voldoende bij aan de regionale doelstelling. De gemeente heeft tot op heden de inzet gepleegd die zij had voorgenomen te plegen. Echter zijn er meerdere externe factoren die deze inzet bemoeilijken, zoals netcongestie en onvoldoende deelname van woningeigenaren aan het warmtenet in Klapwijk (o.a. door zorgen over betaalbaarheid). Bij de keuze van de maatregelen is de doeltreffendheid deels onderbouwd. Bijvoorbeeld: De gemeente besteed veel aandacht aan het verduurzamen van de glastuinbouw aangezien deze sector een hoog energieverbruik heeft. De duurzaamheidslening is aangepast om inwoners meer te prikkelen voor isolatiemaatregelen en energiebesparing te realiseren. De isolatieregeling is specifiek gericht op slecht geïsoleerde huizen.
De cadeaubon actie is gericht aan mensen die energietoeslag hebben aangevraagd en draagt bij aan energiebesparing. Bij de keuze om alleen te focussen op zonne-energie en geen andere bronnen van hernieuwbare elektriciteit lijkt doeltreffendheid niet meegenomen in de keuze, maar lag de focus vooral op het borgen van de ruimtelijke kwaliteit. Het is niet inzichtelijk wat het effect van de maatregelen is in relatie tot de doelstellingen, oftewel hoeveel CO2-reductie of
pagina 24/41
energiereductie gerealiseerd wordt met de maatregelen. Het is daarom ook niet inzichtelijk wat het niet doorgaan van maatregelen (zoals aardgasvrij Klapwijk) betekent voor het bereiken van de doelstellingen. Hoe is de aansluiting tussen de lokale plannen en de regionale plannen, zoals de Regionale Energiestrategie (RES)?
•
•
De ambities, doelen en activiteiten van de gemeente PijnackerNootdorp sluiten aan bij de regionale plannen, zoals in het kader van de RES. De verschillende partijen ervaren de onderlinge samenwerking als positief.
Voldoet aan de norm
De ambities van de gemeente sluiten aan bij de plannen van de RES. Het Energietransitieplan van de gemeente is opgenomen in de RES. De activiteiten van de gemeente sluiten aan bij de ambitie van WSO en GPWH door initiatieven voor duurzame warmte te stimuleren en te ondersteunen. De samenwerkende partijen ervaren de samenwerking als prettig. De gemeente stelt zich actief op in de regionale samenwerkingsverbanden.
pagina 25/41
4. Doelmatigheid In dit hoofdstuk gaan we in op de doelmatigheid van het beleid. We onderzoeken hoeveel capaciteit en budget de gemeente tot haar beschikking heeft en hoe zich dit verhoudt tot de ambities van de gemeente.
4.1 Organisatie 4.1.1 Capaciteit en interne samenwerking De energietransitie wordt opgepakt door het Programmabureau Energietransitie die zowel beleid maakt als de uitvoering hiervan op zich neemt. De bezetting van het Programmabureau bedraagt op dit moment (februari 2024) 5 fte. Het programmabureau valt onder de beleidsafdeling van de gemeentelijke organisatie. Uit de interviews blijkt dat binnen de gemeentelijke organisatie goed contact is met andere beleidsdomeinen. De ruimtelijke borging van de energietransitie vindt bijvoorbeeld plaats in de omgevingsprogramma’s en hoewel deze programma’s niet onder de verantwoordelijkheid vallen van het Programmabureau Energietransitie, werken zij hier wel aan mee. Echter, komt in de interviews wel naar voren dat samenwerking met andere afdelingen soms lastig gaat door de werkdruk, waardoor het initiatief vaak vanuit het programmabureau moet komen. Ambtelijk wordt het signaal afgegeven dat het programmabureau energietransitie met name projectgericht te werk gaat, wat betekent dat er veel sturing is op resultaten van individuele projecten. Tegelijkertijd is de energietransitie een complexe, onvoorspelbare opgave, wat maakt dat het in de praktijk lastig blijkt om te sturen op resultaten.
De aanpak voor de energietransitie zou baat hebben bij een breed gedragen thematische aanpak, waarbij doelgericht en sectoroverschrijdend gewerkt kan worden aan de centrale doelstellingen van de gemeente voor 2050. De gemeente is de komende jaren bezig met een organisatieontwikkeling. In dit traject kijkt de gemeente hoe de organisatie goed ingericht kan worden om aan de complexe maatschappelijke opgaves te werken, waarvan de energietransitie een belangrijk voorbeeld is. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft onderzoek laten doen naar de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden. Door het intensieve takenpakket is er naar schatting voor middelgrote gemeenten zo’n 17-19 extra fte nodig (AEF, 2020). Met name de wijkgerichte aanpak voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt veel uitvoeringskosten. Naar verwachting lopen de uitvoeringskosten voor gemeenten op de komende jaar, doordat het verduurzamen van meerdere wijken tegelijkertijd veel capaciteit vraag. Dit is echter wel nodig om de ambities van energieneutraliteit uiteindelijk te halen. 4.1.2 Bestuurlijke betrokkenheid De wethouder die verantwoordelijk is voor de energietransitie heeft meerdere beleidsdomeinen in zijn portefeuille zitten. Naast energietransitie vallen woningbouw en glastuinbouw ook onder zijn verantwoordelijkheid.
De combinatie van deze onderwerpen past goed bij de opgave in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en zorgt bestuurlijk voor een goed overzicht van de verschillende aspecten van de energietransitie. Contact tussen de ambtenaren en de wethouder vindt zowel formeel als informeel plaats en wordt door beide partijen als prettig en laagdrempelig ervaren.
4.2 Budget 4.2.1 Algemeen budget voor de energietransitie In de gemeentelijke begroting is een bestemmingsreserve ‘energieneutrale gemeente’ opgenomen. Voor de uitvoering van het Energietransitieplan heeft de gemeenteraad € 2.000.000 ter beschikking gesteld voor de lopende raadsperiode. Deze middelen zijn opgenomen in de bestemmingsreserve Energieneutrale gemeente.9 In de begroting wordt jaarlijks aangegeven 9 Bron: Programmabegroting Pijnacker-Nootdorp 2023
pagina 26/41
hoeveel budget beschikbaar is gesteld uit de bestemmingsreserve. In de begroting en jaarrekening wordt echter niet gespecificeerd hoeveel geld er is gereserveerd of uitgegeven aan specifieke maatregelen of projecten. Daarnaast ontvangt de gemeente € 2,6 miljoen in het kader van de specifieke uitkering CDOKE gelden van de nationale overheid voor uitvoeringskracht op gebied van de energietransitie. Deze subsidie wordt in drie tranches uitgekeerd: begin 2023, 2024 en 2025 ontvangt de gemeente ca. € 850.000. De geplande infrastructuur voor laadpalen wordt gefinancierd uit het reguliere mobiliteitsbudget. Uit de interviews komt naar voren dat zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt ervaren dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp voldoende middelen heeft voor de uitvoering van de energietransitie. 4.2.2 Budget bewustwordingscampagne ‘Met energie aan de slag’ Voor de bewustwordingscampagne ‘Met energie aan de slag’ is € 50.000 per jaar vrijgemaakt uit het Energiebudget (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022a). Voor de acties die onder de bewustwordingscampagne vallen, maakt de gemeente onder andere gebruik van nationale middelen: • Met de nationale gelden voor energiearmoede heeft de gemeente een actie opgezet waarbij inwoners een cadeaukaart kunnen aanvragen voor het treffen van energiebesparende maatregelen of het aanschaffen van energiezuinig witgoed.
Met het resterende budget voor energiearmoede gelden heeft de gemeente samen met woningcorporaties projecten voor energiebesparing gestart, zoals het plaatsen van LEDverlichting en zonnepanelen. • Met gelden uit het Nationaal Isolatieprogramma zijn de werving, opleiding en begeleiding van de duurzaamheidscoaches en een centrale inkoopactie voor isolatiemaatregelen gericht op oudere woningen gefinancierd (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). In 2023 zijn nieuwe gelden van het Nationaal Isolatieprogramma gebruikt voor een gemeentelijke isolatiesubsidie voor oudere woningen. • Acties van het gemeentelijk energieloket zijn gefinancierd vanuit de inmiddels uitgeputte RRE-gelden. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft in 2021 € 667.220 ontvangen (RVO, 2019). Met dit bedrag zijn meerdere acties gefinancierd, namelijk het aanbieden van persoonlijk advies bij het energieloket of aan huis, het aanbieden van een energiescan van de woning en het aanbieden van een box met energiebesparende maatregelen.
Tabel 6 – Budget per gemeentelijke maatregel op gebied van de bewustwordingscampagne ‘Met energie aan de slag’.
Maatregel Bewustwordingscampagne ‘Met energie aan de slag’ Subsidieregeling isolatie
Aanpak energiearmoede
Middelen Energiebudget
Bedrag € 50.000 per jaar
SPUK Lokale Aanpak NIP
€ 429.240 10
Enecogelden
€ 1.000.000
SPUK energiearmoede
€ 535.653 11 De subsidieregeling is niet volledig besteed in 2022 en 2023. Het resterende bedrag (€ 250.000) wordt ingezet om in samenspraak met de
10 Bron: Besluit Subsidieregeling isolatie Pijnacker-Nootdorp (22 augustus 2023) 11 Bron: Informatienota Energiearmoede; hulp bij energiebesparing voor inwoners met een laag inkomen (30 augustus 2022)
pagina 27/41
Duurzaamheidscoaches, centrale inkoopactie isolatie Gemeentelijk energieloket
SPUK NIP
woningcorporatie panden te verduurzamen.12 Onbekend
RRE subsidie
€ 667.22013
Duurzaamheidslening In 2018 is de duurzaamheidslening gestart met een budget van € 300.000. In 2019 is de duurzaamheidslening opgehoogd met € 250.000. In 2023 heeft de gemeente de voorwaarden aangepast en is het budget aangevuld met € 200.000.14.
4.3 Belangrijkste bevindingen In Tabel 7 toetsen we onze bevindingen op het gebied van doelmatigheid aan het normenkader. Tabel 7 – Toetsing aan het normenkader: Doelmatigheid Onderzoeksvraag Wat is de omvang van de middelen (zowel capaciteit als budget) die zijn ingezet om de ambities te realiseren?
In hoeverre zet de gemeente in op maatregelen en sectoren waarmee de meeste energie-/CO2-besparing wordt gerealiseerd tegen de laagste moeite?
Norm •
•
•
•
•
De ambities staan in realistische verhouding tot het daarvoor beschikbaar gestelde budget en capaciteit. De instrumenten worden voornamelijk gefinancierd met structurele middelen (in tegenstelling tot incidentele middelen).
De gemeente zet in op de sectoren met het hoogste energiegebruik/de meeste CO2-emissies, dus met de grootste potentie voor reductie. De gemeente zet in op de maatregelen waarmee de meeste energie-/CO2reductie kan worden gerealiseerd tegen de laagste kosten. De gemeente zet in op de sectoren waar zij de meeste invloed kan uitoefenen.
Beoordeling Voldoet deels aan de norm
Toelichting De gemeente lijkt genoeg capaciteit te hebben om de genoemde maatregelen uit te voeren. Echter om de gebouwde omgeving te verduurzamen en de doelstellingen van energieneutraliteit te behalen, is er in de toekomst waarschijnlijk meer capaciteit nodig. De gemeente heeft verschillende middelen tot haar beschikking, maar deze zijn niet structureel. Veel middelen komen vanuit nationale SPUK-gelden. Daarnaast financiert de gemeente haar isolatieregeling uit de Enecogelden. De gemeente heeft in haar begroting een ‘bestemmingsreserve’ opgenomen voor de uitvoering van de energietransitie, waar in ieder geval voor de lopende periode voldoende in is belegd.
Voldoet grotendeels aan de norm
In hoofdstuk 3 is besproken dat de gemeente zich met name inzet op de glastuinbouw en de gebouwde omgeving. Deze sectoren hebben het hoogste energieverbruik en de meeste CO2uitstoot. De gemeente lijkt de beschikbare capaciteit en middelen efficiënt in te zetten, met name in de glastuinbouw waar zij werkt aan het faciliteren en ondersteunen van ondernemers. We weten echter niet precies hoeveel budget is besteed per specifieke maatregel of project. Hoewel de gemeente regie heeft over de verduurzaming van de gebouwde omgeving, blijkt zij in de praktijk tegen externe factoren aan te lopen waardoor zij minder invloed heeft in deze sector. De gemeente kiest daarom om
12 Bron: persoonlijke communicatie gemeente Pijnacker-Nootdorp 13 Bron: Aanbiedingsnota Subsidieplafond SubsidieRegeling Reductie Energiegebruik (25 mei 2021) 14 Bron: persoonlijke communicatie gemeente Pijnacker-Nootdorp
pagina 28/41
meer in te zetten op de glastuinbouw en bedrijven, omdat zij hier invloed kan uitoefenen met name door ondersteuning te bieden.
pagina 29/41
5. Rechtmatigheid en rol van de raad In dit hoofdstuk gaan we in op rechtmatigheid en de rol van de raad. Bij rechtmatigheid staat de vraag centraal of de geldende regelgeving en juridische kader worden gevolgd. Ook onderzoeken we of het college zich houdt aan de vooraf gestelde verantwoordingsgrens door de raad. Vervolgens onderzoeken we hoe de gemeenteraad haar kaderstellende en controlerende rol heeft ingenomen op het gebied van de energietransitie, en hoe de raad hiertoe in staat is gesteld.
5.1 Rechtmatigheid 5.1.1 Rechtmatigheidsverklaring Vanaf verslagjaar 2023 zijn gemeenten verplicht een rechtmatigheidsverantwoording (zie onderstaand tekstkader) op te nemen in de jaarrekening (VNG, 2022). Tekstkader: Rechtmatigheidsverantwoording In de rechtmatigheidsverantwoording legt een gemeente verantwoording af over de naleving van de regels op het gebied van financiën in de organisatie. Het gaat dan onder andere over het naleven van de voorwaarden van subsidies en Europese aanbestedingen of van regels over kosten waarvoor geen dekking was opgenomen in de begroting. Vanaf verslagjaar 2023 is het college van B&W – en niet langer de accountant - verantwoordelijk voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Enkel het publiceren van een verantwoordingstekst is niet voldoende, er is ook een grondslag/onderbouwing voor de verantwoording nodig, zodat met een bepaalde mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving (VNG, 2020).
De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft al jaren een paragraaf over rechtmatigheid opgenomen in haar jaarstukken en programmabegroting, bij het onderdeel bedrijfsvoering. In de recentste jaarrekening (over verslagjaar 2022) noemt de gemeente dat zij rechtmatigheidsaspecten monitort door audits en verbijzonderde interne controles (VIC’s). In de programmabegroting 2024 staat dat de concerncontroller jaarlijks een controlplan opstelt, waarin wordt toegezien op getrouwheid en financiële rechtmatigheid, wat het college in staat moet stellen om de rechtmatigheidsverantwoording af te leggen in de jaarrekening. Ten tijde van dit onderzoek was de jaarrekening van 2023 nog niet beschikbaar. Wel is de gemeenteraad in september 2023 van de wijziging op de hoogte gesteld.15 Vanaf 2023 zal de accountant niet langer een rechtmatigheidsoordeel over de jaarrekening geven, maar neemt het college van B&W een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarstukken. De accountant toetst of de jaarrekening, en daarmee de rechtmatigheidsverantwoording, getrouw is. 5.1.2 Rechtmatigheid van uitgaven Uit de interviews komen geen onrechtmatige uitgaven op het gebied van de energietransitie naar voren. Het college werkt binnen de kader en budgetten die zijn vastgesteld door de raad.
Als het college hierbuiten moet treden, bijvoorbeeld als er meer middelen nodig zijn dan vooraf ingeschat, moet het college dit eerst voorleggen aan de raad. Als zo’n voorstel goed wordt onderbouwd, wordt hier door de gemeenteraad mee ingestemd. Dit gebeurde bijvoorbeeld toen het budget voor de duurzaamheidslening op was. De raad stemde ermee in om hier meer geld voor beschikbaar te maken.
5.2 Rol van de raad 5.2.1 Monitoring / mate waarin gemeente op de hoogte wordt gehouden van de voortgang De gemeenteraad wordt regelmatig op de hoogte gebracht van de voortgang van de energietransitie. Dit gebeurt zowel structureel als incidenteel.
15 Bron: Aanbiedingsnota Controleverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2023 (6 september 2023)
pagina 30/41
• Structureel: elk jaar wordt de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen in het energiegebruik, de opwek van hernieuwbare energie en de CO2-emissies in de gemeente via de Energie- en CO2-monitor. Daarnaast communiceert de gemeente in de voortgangsrapportage van het uitvoeringsprogramma per beleidslijn wat de status of laatste ontwikkelingen zijn van de verschillende projecten en maatregelen. In de formele P&C-cyclus van kadernota, begroting, najaarsnota en jaarstukken die de gemeente met de gemeenteraad heeft, komt het onderwerp energietransitie ook (beknopt) aan bod. • Incidenteel: het college stuurt ook, wanneer daar aanleiding toe is of wanneer de gemeenteraad daarnaar vraagt, informatiebrieven naar de raad. Zo is er een evaluatie opgesteld van het project Aardgasvrij Klapwijk en is deze gedeeld met de raad. Ook wordt het aantal aanvragen van de duurzaamheidslening, met specificaties welke maatregelen getroffen zijn, en de voortgang van de isolatiesubsidie gedeeld met de raad. De gemeenteraad wordt niet enkel via informatienota’s of voortgangsrapportages op de hoogte gesteld van relevante ontwikkelingen. Over onderwerpen als de RES en Klapwijk aardgasvrij zijn ook informatiesessies georganiseerd waar de gemeenteraad aan kon deelnemen.
De frequentie van de voortgangsrapportages hoeft volgens de raadsleden die we hebben geïnterviewd niet te worden opgeschroefd. Omdat er veel documenten zijn om te lezen, vinden enkele raadsleden het soms lastig om de informatie die voor hen relevant is uit de rapportages te destilleren. Ook is het voor de gemeenteraad niet altijd gemakkelijk te zien hoe de gemeente ervoor staat als het gaat om de voortgang van de doelstellingen. Mogelijk draagt het gebrek aan officiële beleidsindicatoren hier aan bij. De raadsleden geven aan behoefte te hebben aan inzicht in projecten waarbij de gemeente vastloopt in de uitvoering en de mate waarin het niet slagen van zulke projecten de realisatie van doelstellingen in gevaar brengt. 5.2.2. Houding ten opzichte van de energietransitie Uit de interviews blijkt dat de gemeente positief staat ten opzichte van de energietransitie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het gegeven dat de raad bereid is extra budget beschikbaar te stellen als het college die nodig acht (en goed kan onderbouwen) en dat de raad heeft besloten zelf extra budget vrij te maken voor de isolatiesubsidie. Bij besluitvorming rondom de energietransitie worden regelmatig grote meerderheden in de raad gehaald. Dit komt waarschijnlijk doordat de noodzaak van de energietransitie onder de raadsleden helder is en de financiële uitgangspunten van de gemeente goed zijn.
Wanneer het college zaken communiceert over de energietransitie, worden er vaak vragen over gesteld door de gemeenteraad. Er zijn verschillende partijen die regelmatig moties en amendementen indienen. Dit getuigd van een actieve en betrokken houding. 5.2. 2 Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad De gemeenteraad heeft kaders opgesteld in het raadsakkoord (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022b). Dit geldt als het start- en visiedocument. Bij het onderdeel ‘Veiligheid en duurzaamheid’ komt het onderwerp de energietransitie aan bod. Ook gaat het raadsakkoord in op het onderwerp duurzame mobiliteit. De gemeenteraad geeft aan veel stukken te lezen over de voortgang van de energietransitie in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en stelt hier vragen over om hier haar oordeel over te formuleren. De kaderstellende rol komt ook terug in de keuze van de energiebron. Een eerdere gemeenteraad heeft besloten geen windenergie te willen in de gemeente. Dit was het sentiment van de tijd en speelt nog steeds. Uit de interviews blijkt dat de gemeenteraad haar kaderstellende en controlerende rol goed oppakt, maar dat de gemeenteraad zich meer inhoudelijk zou kunnen verdiepen in actuele vraagstukken en opgaves waar de gemeente voor staat. Een voorbeeld van zo’n opgave is
pagina 31/41
netcongestie (wat wordt verergerd door het eerdere besluit van de gemeenteraad om geen windmolens toe te staan in de gemeente). De gemeenteraad zou zo’n onderwerp zelf kunnen agenderen. 5.2.3 Grip op de energietransitie Op de vraag of de gemeente grip heeft op de energietransitie, gaven de raadsleden geen éénduidig antwoord. Enerzijds is de gemeente actief bezig met oplossingen en lopen er positieve ontwikkelingen, waardoor de gemeenteraad het idee krijg dat de gemeente weet waar ze naartoe wil werken. Anderzijds zijn er veel externe factoren waar de raad niet veel invloed op heeft. Een voorbeeld hiervan is dat de energietransitie steeds meer een regionale opgave is, waarbij wordt samengewerkt met andere overheden en partijen in regionale, en in toenemende mate interregionale, samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld op het gebied van warmtedistributie. Hierdoor is het als gemeente(raad) soms lastig om gehoord te worden.
5.3 Belangrijkste bevindingen In Tabel 8 toetsen we de bevindingen uit dit hoofdstuk aan het normenkader. Tabel 8 – Toetsing aan het normenkader: Rechtmatigheid en rol van de raad Onderzoeksvraag Wordt de geldende regelgeving gevolgd?
Norm •
•
In hoeverre zijn afwijkingen van geldende regelgeving mogelijk en worden die ook gebruikt?
•
Hoe heeft de raad haar kaderstellende en controlerende rol ingevuld?
•
•
pagina 32/41
Beoordeling
Toelichting
De gemeente PijnackerNootdorp volgt de geldende regelgeving/ juridische kaders. De gemeente heeft een rechtmatigheidsverklaring opgenomen in de jaarrekening, waarin het college rapporteert of financiële transacties rechtmatig zijn en binnen de vooraf gestelde verantwoordingsgrens door de raad. Indien het college afwijkt van de juridische kaders/ vooraf gestelde verantwoordingsgrens door de raad, kan zij onderbouwen hoe dit bijdraagt aan het reduceren van het energiegebruik en/of de CO2-emissies.
Voldoet aan de norm
De gemeente wijkt niet zonder toestemming van de raad af van vooraf gestelde verantwoordingsgrenzen van de raad. In de jaarstukken en programmabegroting is een paragraaf over rechtmatigheid opgenomen.
Voldoet deels aan de norm
De raad heeft eenduidige kaders voor haar energiebeleid vastgesteld en heeft invulling gegeven aan de controlerende taakstelling en/of is daartoe in de gelegenheid gesteld. Gemeenteraadsleden ervaren dat zij grip hebben op plan- en besluitvorming.
Voldoet deels aan de norm
De gemeenteraad stelt alleen extra budget beschikbaar als de gemeente haar plannen goed kan onderbouwen. De potentie van maatregelen en projecten voor energie- of CO2reductie wordt echter niet gekwantificeerd. De gemeenteraad wordt periodiek op de hoogte gehouden van de voortgang (zowel effecten als inspanning), maar heeft behoefte aan meer inzicht in hoe projecten al dan niet bijdragen de centrale doelstellingen.
Raadsleden geven wisselende antwoorden op de vraag of zij ervaren dat zij grip hebben op de energietransitie.
pagina 33/41
6. Conclusies en aanbevelingen In dit onderzoek stonden de volgende vragen centraal: • Beleidscontext: Wat is de visie en het beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp op het gebied van de energietransitie? • Doelbereik, doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid: In hoeverre worden de doelstellingen van dat beleid effectief, efficiënt en volgens de regels behaald? • Rol van de raad: Hoe is de gemeenteraad betrokken bij (het opstellen van) het energiebeleid in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en welke lessen zijn hieruit te trekken? In dit hoofdstuk presenteren we onze bevindingen en aanbevelingen voor de ambtelijke organisatie, het college en de gemeenteraad.
6.1 Beleidscontext en doelbereik Termen CO2-neutraal en energieneutraal worden door elkaar gebruikt De gemeente gebruikt de doelstellingen CO2-neutraal en energieneutraal in 2050 door elkaar. Zij bedoelt met deze termen wel hetzelfde, namelijk geen gebruik meer maken van fossiele energie in 2050. Aanbeveling 1 • Gebruik eenduidige terminologie om verwarring over de centrale doelstelling te voorkomen.
Focus van gemeente op reductie van CO2, overige broeikasgassen buiten beschouwing De gemeente richt zich in haar beleid enkel op CO2-emissies en laat overige broeikasgassen (waaronder methaan en lachgas) buiten beschouwing. In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken om de totale broeikasgassen tot nul terug te dringen in 2050. De methaanemissies uit bijvoorbeeld het onvolledig verbranden of weglekken van aardgas in wkk’s (warmtekrachtkoppeling) in de glastuinbouw in de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn aanzienlijk: deze zijn hoger dan de totale CO2-emissies van de sector verkeer. Aanbeveling 2 • Neem ook overige broeikasgassen mee in de monitoring van emissies.
Effecten van maatregelen zijn niet gekwantificeerd waardoor doelbereik niet inzichtelijk is Om de doelstelling uit het uitvoeringsprogramma van 50% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 2018 te realiseren, moet de gemeente nog 125 kton CO2 reduceren, zie Figuur 3. Met name de sector land- en tuinbouw, gevolgd door woningen en verkeer vormen belangrijke bijdragen aan de totale emissies van de gemeente. Om de doelstelling te kunnen bereiken, is het nodig om de uitstoot van deze sectoren verder terug te dringen. De effecten van de maatregelen die de gemeente in deze sectoren uitvoert, zijn echter niet gekwantificeerd. Hierdoor is het doelbereik niet direct inzichtelijk.
pagina 34/41
Figuur 3 – CO2-emissies in Pijnacker-Nootdorp en CO2-reductiedoelstelling voor 2030
CO₂-emissies in Pijnacker-Nootdorp 500 450
Doelstelling 50% CO₂-reductie t.o.v. 2018
400
Verkeer
350 Industrie
300
250
Land- en tuinbouw
125 kton
200 150
Maatschappelijk vastgoed
100 Diensten
50 0 2010
2018
2021
2030
Woningen
Aanbeveling 3 • Maak inzichtelijk hoe de reeds uitgevoerde en voorgenomen maatregelen bijdragen aan de doelstellingen door CO2-reductie te koppelen aan de maatregelen.
6.2 Doeltreffendheid De gemeente zet zich in op de sectoren waar de meeste winst is te behalen De gemeente focust zich in haar aanpak voor de energietransitie op meerdere sectoren. De gemeente heeft zich sinds het Energietransitieplan met name gefocust op de sectoren gebouwde omgeving en land- en tuinbouw. Daarmee focust de gemeente zich op de sectoren waar de meeste CO2-winst en energiebesparing te realiseren is. Door tegenvallende resultaten in Klapwijk, heeft de gemeente besloten om voorlopig te focussen op bedrijven en de land- en tuinbouwsector, en minder op het aardgasvrij maken van woningen. Aangezien woningen wél een belangrijke bijdrage vormen aan de uitstoot van de gemeente, zal dit de realisatie van de doelstelling waarschijnlijk bemoeilijken. Samenwerking met externe partijen gaat goed De gemeente Pijnacker-Nootdorp is voor het realiseren van haar doelstellingen afhankelijk van anderen: afspraken die in regionaal verband worden gemaakt, nationaal beleid dat het voor bewoners al dan niet aantrekkelijk maakt om bijvoorbeeld van het aardgas af te gaan en keuzes van ondernemers (zoals tuinbouwers) in de gemeente. Uit ons onderzoek blijkt dat de gemeente zich actief opstelt in de samenwerking met partijen in de regio en problemen waar zij in de uitvoering van de energietransitie tegenaan loopt, agendeert in de regionale en nationale politiek.
Ook faciliteert de gemeente externe partijen zoals de glastuinbouwsector en de energiecoöperatie in de energietransitie en helpt hen obstakels voor verduurzaming weg te nemen. Weinig voortgang in verduurzaming van de verkeerssector De gemeente spreekt in haar uitvoeringsprogramma energietransitie over meerdere mobiliteitsmaatregelen die onderdeel zijn van de regionale aanpak van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH). De gemeente heeft het in de voortgangsrapportage energietransitie slechts over één concrete maatregel met betrekking tot duurzame mobiliteit; het realiseren van een laadpaalinfrastructuur. Uit de Energie- en CO2-monitor blijkt dat de sector verkeer de enige sector is waarin de emissies niet zijn afgenomen in de periode 2018-2021. Daarnaast komt naar voren dat de maatregelen die gemeenten overwegen onvoldoende bijdragen aan de regionale doelstellingen van de MRDH. Er is daarom meer aandacht nodig voor het reduceren van de emissies van de sector verkeer. Met name op het gebied van autogebruik valt veel CO2-winst te behalen. pagina 35/41
Aanbeveling 4 • Heb meer aandacht voor de verduurzaming van de verkeerssector door gerichte maatregelen te overwegen. Enkel zonne-energie niet voldoende om doel hernieuwbare elektriciteit te realiseren De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil in 2030 23% van het elektriciteitsgebruik in de gemeente duurzaam opwekken. In 2021 was het percentage hernieuwbare elektriciteit 10%. Hoewel de productie van hernieuwbare elektriciteit met zonnepanelen in de gemeente Pijnacker-Nootdorp de afgelopen jaren explosief is toegenomen, zijn er dus nog stappen te maken om de doelstelling te realiseren. Verschillende obstakels bemoeilijken het halen van deze doelstelling. Ten eerste loopt de gemeente aan tegen netcongestie. Omdat de gemeente ervoor heeft gekozen zich enkel te richten op zonne-energie (en dus geen windenergie), kan dit netcongestie verergeren. Op zonnige dagen zorgt dit namelijk voor overbelasting van het elektriciteitsnet. Ook is het lastig om met zonne-energie de energievraag en -aanbod in balans te krijgen. Windenergie kan ervoor zorgen dat de opwek van elektriciteit wat meer verspreid over de dag en het jaar plaatsvindt, wat kan bijdragen aan de toekomstige stabiliteit van het net.
Een andere reden waardoor enkel zonne-energie niet voldoende is om het doel van hernieuwbare elektriciteit te realiseren, is dat op nationaal niveau in de voorkeursvolgorde is afgesproken dat het gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is. Dit brengt de realisatie van projecten op het gebied van zon op veld in gevaar. Hoewel zon op veld niet de eerste voorkeur is van de gemeente, zijn wel projecten op het gebied van zon op veld opgenomen in de Omgevingsvisie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Aanbeveling 5 • Overweeg andere bronnen voor hernieuwbare elektriciteit voor meer balans in energievraag- en aanbod en om het doel voor hernieuwbare elektriciteit te realiseren.
6.3 Doelmatigheid Huidige capaciteit voldoende, maar vraag naar uitvoeringscapaciteit gaat toenemen De bezetting van het Programmabureau Energietransitie van de gemeente lijkt voldoende. Zo wordt dit ook ervaren door de ambtenaren en de wethouder. Echter moet er wel aandacht zijn voor het feit dat de komende paar jaren de vraag naar uitvoeringscapaciteit gaat toenemen. Met name de wijkgerichte aanpakken in de gebouwde omgeving zullen veel vragen van de gemeente. Naar schatting is voor het gehele takenpakket uit het Klimaatakkoord zo’n 17-19 extra fte nodig bij een middelgrote gemeente, zo blijkt uit onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur (AEF, 2020). Aanbeveling 6 • Benut de organisatieontwikkeling die de gemeente in de komende jaren ondergaat om naar de benodigde capaciteit voor de energietransitie te kijken. Houd rekening met een verwachte toename in benodigde capaciteit.
Voldoende budget voor uitvoering van de energietransitie, maar niet structureel en onvoldoende gegevens om uitspraken te doen over efficiëntie van uitgaven Uit de interviews blijkt dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp voor de huidige bestuursperiode voldoende middelen heeft om het beleid rondom de energietransitie uit te voeren. In de beleidsdocumenten wordt echter niet gespecificeerd waar de middelen aan worden uitgegeven. Hierdoor is het lastig om uitspraken te doen over de efficiëntie van uitgaven. Het college heeft in een brief aan de raad aangegeven een duurzaamheidsparagraaf in de P&C-cyclus op te willen nemen. Dit biedt de gemeenteraad meer inzicht. Echter, om de uitgaven op het gebied van de pagina 36/41
energietransitie inzichtelijker te maken, kan de gemeente een klimaatbegroting opstellen, waarbij de uitgaven gekoppeld worden aan de verwachte energie- en CO2-reductie. Een voorbeeld van een gemeente met zo’n klimaatbegroting is de gemeente Breda. Aanbeveling 7 • Overweeg om een klimaatbegroting op te stellen die inzicht geeft in zowel de uitgaven (in €) als de opbrengsten (verwachte energie- en CO2-reductie) van maatregelen en projecten. Dit kan dienen om de rechtmatigheid en doelmatigheid van uitgaven te onderbouwen en structurele financiering van de energietransitie mogelijk te maken.
6.4 Rechtmatigheid en rol van de raad Geen onrechtmatige bestedingen op het gebied van de energietransitie We zijn geen voorbeelden tegengekomen van situaties waarin de gemeente zonder toestemming van de raad is afgeweken van vooraf gestelde verantwoordingsgrenzen. Ook is in de programmabegroting een paragraaf over rechtmatigheid opgenomen. Indien het college haar plannen goed onderbouwt, is de gemeenteraad over het algemeen bereid extra budget beschikbaar te stellen voor de energietransitie. Meer samenhang nodig in monitoring van prestaties en effecten De gemeenteraad wordt regelmatig op de hoogte gehouden van de voortgang. De stand van zaken van de prestaties en projecten worden gecommuniceerd naar de gemeenteraad via de voortgangsrapportage. Daarnaast wordt jaarlijks het energiegebruik en de CO 2-uitstoot gemonitord. De gemeente monitort dus zowel op haar inspanningen en prestaties (via de voortgangsrapportage) en op effecten op energiegebruik en CO2-emissies (via de jaarlijkse Energie- en CO2-monitor). Uit de interviews blijkt echter dat de samenhang van deze twee typen van monitoring niet altijd duidelijk is voor de gemeenteraad, zo heeft zij behoefte aan meer inzicht in de mate waarin bepaalde acties bijdragen aan de centrale doelstellingen.
Dit kan door een dashboard op te stellen of een tijdspad te maken met welke maatregelen wanneer genomen moeten worden om naar de doelstellingen toe te werken. Aanbeveling 8 • Stel beleidsindicatoren op waaraan de voortgang van de energietransitie gemeten kan worden. Hieruit wordt duidelijk wat de opgave is waar de gemeente nog voor staat. Presenteer de voortgang op een overzichtelijke manier.
Behoefte aan meer structurele en actieve communicatie Uit ons onderzoek is naar voren gekomen dat de communicatie over energietransitie, naast de vaste momenten waarop over de algemene voortgang wordt gerapporteerd, vaak ad hoc gebeurt en op een formele manier. Daarnaast geven de geïnterviewde raadsleden aan dat zij de hoeveelheid informatie weliswaar goed vinden, maar dat vaak op een statische manier gecommuniceerd wordt. De raadsleden die wij hebben geïnterviewd geven de voorkeur aan een actievere manier van op de hoogte blijven van de energietransitie, bijvoorbeeld via presentaties en informatieavonden. Aanbeveling 9 • Overweeg de instelling van een klankbordgroep energietransitie, zodat de communicatie met de raad op een structurele manier en op informele basis kan worden vormgegeven. Zo’n klankbordgroep kan op andere manieren dan via een formele rapportage spreken over de energietransitie.
pagina 37/41
Verwijzingen AEF, 2020.Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 2030, Utrecht: Andersson Ellfers Felix (AEF) ARGOS, HVS, Rondom Wonen, Staedion & gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022.Actualisatie prestatieafspraken 2021-2024 (versie 2023) — Rondom Wonen, Staedion, Argos, HVS en Gemeente Pijnacker-Nootdorp, Pijnacker: CBS.2018.CO2-uitstoot in 2017 gelijk aan die in 1990, https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2018/37/co2-uitstoot-in-2017-gelijk-aan-die-in-1990. 2019 CE Delft, 2023.Energie- en CO2-monitoring gemeente Pijnacker-Nootdorp: Notitie bij monitoringsjaar 2021, Delft: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, Opgeladen naar 2030: Strategisch plan laadinfrastructuur 20222030, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2016.Nu op weg.....
naar een duurzaam morgen: Visie op duurzame mobiliteit Pijnacker-Nootdorp 204, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2018.Technisch beheerplan gebouwen 2019-2022, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2019a.Concept energiemix Pijnacker-Nootdorp, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2019b.Startnotitie Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a.Energietransitieplan 2021 Pijnacker-Nootdorp, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021b.Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050: Verbonden met elkaar, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c.Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2022-2023 (met doorkijk 2027), Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022a.Participatie- en communicatieplan energietransitie, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022b.Raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026: Bouwen aan de toekomst, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022c.Technisch beheerplan gebouwen 2023-2026, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d.Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma Energietransitie 2022-2023, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023.Voortgangsrapportage Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2023-2024, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2024a.Evaluatierapport
Aardgasvrij Klapwijk, Pijnacker: Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2024b.Informatienota raad: Bestuursopdracht omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouw, Pijnacker: Greenport West-Holland, 2021.Energieakkoord 2021-2025 Greenport West-Holland: op weg naar klimaatneutraal, Bleiswijk: Greenport West-Holland MRDH, 2019.Aanpak CO2-reductie verkeer: Procesvoorstel en voorstellen voor maatregelen Actieplan CO2-reductie 2019-2025 (Versie voor bespreking BC VA), Rotterdam: RES Rotterdam Den Haag, 2021.RES 1.0: Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag: RES Rotterdam Den Haag Rijksoverheid, 2019.Klimaatakkoord, Den Haag: Rijksoverheid Rijksoverheid, 2022.Nationale methaanstrategie: RVO.2019.Overzicht aangemelde gemeenten RRE, RVO VNG, 2020.Invoering rechtmatigheidsverantwoording: Adviezen en best practices, Den Haag: VNG.2022.Update invoering rechtmatigheidsverantwoording, Vereniging Nederlandse Gemeenten, https://vng.nl/nieuws/update-invoering-rechtmatigheidsverantwoording.
pagina 38/41
Bijlage A – Overzicht doelstellingen CO2-neutraal In het Energietransitieplan (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a) stelt de gemeente zich het centrale doel om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Het tussendoel is 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Deze doelstellingen komen uit het Nationale Klimaatakkoord. In het Uitvoeringsplan Energietransitie (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c): dat hoort bij het Energietransitieplan staat de ambitie om in 2030 50% minder CO2-uit te stoten ten opzichte van 2018. Het is niet duidelijk waarom de CO2-reductiedoelstelling is veranderd van 49% naar 50%. Ook is het peiljaar veranderd van 1990 naar 2018. In het Uitvoeringsplan Energietransitie staat dat de cijfers van 1990 niet bekend zijn. Om deze reden kiest de gemeente voor het jaar 2018. Toen het Uitvoeringsprogramma werd opgesteld, was 2018 het jaar met de recentst beschikbare emissiegegevens. De gemeente onderbouwt in het Uitvoeringsplan Energietransitie echter niet of zij verwacht dat de emissies in 2018 in dezelfde orde van grootte liggen als de emissies in 1990. Ook in de Concept Energiemix (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2019a) staat dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp in 2050 CO2-neutraal wil zijn.
Energieneutraal In het Uitvoeringsplan Energietransitie wordt de doelstelling van CO2-neutraliteit in 2050 herhaald, maar spreekt de gemeente ook over projecten en activiteiten die bijdragen aan het energieneutraal maken van buurten en de gemeente als geheel. Ook in het Raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022b) staat: “In 2021 zijn het Energietransitieplan en Uitvoeringsprogramma als marsroute naar een energieneutraal Pijnacker-Nootdorp 2050 vastgesteld” (p. 19). In de Concept Energiemix staat dat de gemeente de ambitie heeft dat in 2050 (en mogelijk eerder) al het energiegebruik eerder uit hernieuwbare bronnen (elektriciteit en warmte) komt. Hiermee wil de gemeente de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en de uitstoot van CO2 in 2050 tot 0 terugbrengen. In de Startnotitie Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2019b) staat het doel van een energieneutraal Pijnacker-Nootdorp centraal. Daarmee bedoelt de gemeente dat alle energiegebruik in 2050, en zo mogelijk eerder, uit hernieuwbare bronnen komt. Fossielvrij Ook wordt in verschillende beleidsstukken gesproken over fossielvrij. Zo spreekt de gemeente in haar Energietransitieplan over het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en van een “fossielvrije gemeente in 2050”.
pagina 39/41
Bijlage B – Overzicht gesprekspartners Tabel 9 geeft een overzicht van de personen die we in het kader van dit onderzoek hebben gesproken. Tabel 9 – Overzicht interviewpartners
Interview nr
Naam
Functie
Organisatie
1
Hans van den Berg
Procesmanager warmte
Glastuinbouw Nederland
2
Paul de Bree
Voorzitter
Energiecoöperatie Pijnacker-Nootdorp
3
Ralph Savelberg
Coördinator Regionale Energiestrategie (RES)
RES-regio RotterdamDen Haag
4
Erik Bulten
Programmamanager energietransitie
Gemeente PijnackerNootdorp
Kim Kreeft
Medewerker participatie
5
Frank van Kuppeveld
Wethouder
Gemeente PijnackerNootdorp
6
Jim Verdegaal
Raadslid D66
Harry Wubben
Raadslid VVD
Gemeente PijnackerNootdorp
Matthijs Feenstra
Raadslid Trots
Kees van den Berg
Raadslid CDA
Rob van der Welle
Raadslid ChristenUnie-SGP
pagina 40/41
Dit rapport is een coproductie van Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp en CE Delft.
CE Delft Pien van Berkel Jasmijn Brouwer
pagina 41/41
Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp Florus van der Linden (voorzitter) Ludo van Adrichem Carline Carati Boi Jongejan Jorden van der Haas (secretaris)