Onderzoeksrapport energietransitiebeleid Pijnacker-Nootdorp
Tekst van het document
Mei 2024
Onderzoek energietransitiebeleid Pijnacker-Nootdorp Eindrapport
Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................................ 3 1. Inleiding......................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel .................................................................................................................. 4 1.2 Onderzoeksvragen en normenkader ...................................................................................... 4 1.3 Afbakening .............................................................................................................................. 5 1.4 Aanpak .................................................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................................ 6 2. Beleidscontext en doelbereik tot op heden .................................................................................. 7 2.1 Beleidshistorie.........................................................................................................................
7 2.2 Centrale doelstellingen ........................................................................................................... 8 2.3 Doelbereik centrale doelstellingen ....................................................................................... 10 2.4 Belangrijkste bevindingen ..................................................................................................... 12 3. Doeltreffendheid ......................................................................................................................... 13 3.1 Bewustwordingscampagne “Met energie aan de slag” ........................................................ 13 3.2 Warmte ................................................................................................................................. 15 3.3 Elektriciteit ............................................................................................................................ 19 3.4 Mobiliteit............................................................................................................................... 22 3.5 Eigen vastgoed en energiegebruik ........................................................................................ 23 3.6 Belangrijkste bevindingen ..................................................................................................... 23 4.
Doelmatigheid ............................................................................................................................. 26 4.1 Organisatie ............................................................................................................................ 26 4.2 Budget ................................................................................................................................... 26 4.3 Belangrijkste bevindingen ..................................................................................................... 28 5. Rechtmatigheid en rol van de raad ............................................................................................. 30 5.1 Rechtmatigheid ..................................................................................................................... 30 5.2 Rol van de raad ..................................................................................................................... 30 5.3 Belangrijkste bevindingen ..................................................................................................... 32 6. Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................... 34 6.1 Beleidscontext en doelbereik ................................................................................................
34 6.2 Doeltreffendheid ................................................................................................................... 35 6.3 Doelmatigheid ....................................................................................................................... 36 6.4 Rechtmatigheid en rol van de raad ....................................................................................... 37 Verwijzingen ................................................................................................................................... 38 Bijlage A – Overzicht doelstellingen ................................................................................................ 39 Bijlage B – Overzicht gesprekspartners ........................................................................................... 40
pagina 2/41
Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt een rapport over de energietransitie in gemeente Pijnacker-Nootdorp. Een actueel thema, dat veel mensen raakt en/of bezighoudt. Waar een deel van de energietransitie soms als ‘ver van mijn bedshow’ voelt, komt een ander deel juist heel dichtbij. Want de energietransitie is merkbaar en voelbaar in onze maatschappij. We werken mondiaal, nationaal, regionaal en lokaal aan de transitie. Het Planbureau voor de Leefomgeving onderstreepte eind april 2024 nog dat Nederland op weg is, maar zegt tegelijk: ‘’Klimaatneutraliteit in 2050 is technisch mogelijk, maar vereist de inzet van alle beschikbare maar ook schaarse ‘bouwstenen’ voor emissiereductie’’. Dat brengt ons terug bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp, want via het verduurzamen van onze lokale industrie, land- en tuinbouw, mobiliteit en de gebouwde omgeving, draagt de gemeente bij aan de nationale en mondiale doelen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft zich gecommitteerd aan de nationale doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn, met als tussendoel 49% CO2-reductie in 2030 (ten opzichte van de emissies in 1990). De rekenkamer vraagt zich af in hoeverre de gemeente op koers ligt voor het behalen van de gestelde doelen. Het voorliggende rapport geeft hierop een antwoord. Uit het rapport blijkt dat de gemeente zich als goede samenwerkingspartner opstelt in de regio.
Daarbij kiest de gemeente om de meeste inzet te concentreren op de juiste sectoren (waar de meeste CO2-reductie behaald kan worden), maar dat er op sommige inhoudelijke sectoren (o.a. gebouwde omgeving en verkeer) nog veel winst te behalen valt. Naast reductie bevat het rapport ook een passage over het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Tot slot vraagt de rekenkamer via het rapport ook aandacht voor het beter en meer in samenhang monitoren van de inzet van de gemeente, zodat inzichtelijk kan worden hoe de gemeente ervoor staat. Uit het onderzoek zijn diverse aanbevelingen gekomen. De gemeenteraad besluit welke aanbevelingen hij overneemt en wie daar op welke manier opvolging aan geeft. Na besluitvorming in de raad zijn de aanbevelingen van de rekenkamer raadsbesluiten. Het is dan aan het college om de besluiten uit te voeren en aan de raad om dat te controleren. De rekenkamer volgt de uitvoering, neemt de ontwikkelingen mee in haar jaarverslag en attendeert waar nodig de raad op de voortgang. Onze dank gaat naar uit naar CE Delft, dat in goede samenwerking met ons het onderzoek heeft uitgevoerd. Verder gaat onze dank uit naar ambtelijke organisatie voor de aangeleverde informatie en naar het college voor het geven van een bestuurlijke reactie. Wij wensen u veel leesplezier toe bij dit rapport. Namens de Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp, Ludo van Adrichem
pagina 3/41
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft zich gecommitteerd aan de nationale doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn, met als tussendoel 49% CO 2-reductie in 2030 (ten opzichte van de emissies in 1990). In het Energietransitieplan beschrijft de gemeente Pijnacker-Nootdorp hoe zij in de periode tot 2050 stap voor stap minder afhankelijk wil worden van fossiele brandstoffen en de CO2-emissies tot nul wil reduceren. Daarnaast werkt de gemeente Pijnacker-Nootdorp samen met partners aan de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den Haag en aan het verduurzamen van de glastuinbouwsector. De rekenkamer Pijnacker-Nootdorp vraagt zich af in hoeverre de gemeente op koers ligt voor het behalen van de gestelde doelstellingen op het gebied van de energietransitie. Daarom heeft de rekenkamer aan CE Delft gevraagd onderzoek te doen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijke energiebeleid.
1.2 Onderzoeksvragen en normenkader In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: • Beleidscontext: Wat is de visie en het beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp op het gebied van de energietransitie? • Doelbereik, doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid: In hoeverre worden de doelstellingen van dat beleid effectief, efficiënt en volgens de regels behaald? • Rol van de raad: Hoe is de gemeenteraad betrokken bij (het opstellen van) het energiebeleid in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en welke lessen zijn hieruit te trekken? Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, hebben we een aantal deelvragen geformuleerd. Deze deelvragen hebben wij gecategoriseerd in een normenkader en voorzien van een beoordelingsnorm, zie Tabel 1. Het normenkader is een objectieve ‘meetlat’ voor de beoordeling van de onderzoeksresultaten. We toetsen onze bevindingen aan het normenkader om een oordeel te vormen, oftewel de onderzoeksvragen te beantwoorden. Normen beschrijven de ideaalsituatie. Bij de toetsing aan het normenkader beantwoorden we de vraag: In hoeverre komt de feitelijke situatie hiermee overeen? Tabel 1 – Normenkader Onderzoeksvraag
Norm
Beleidscontext: beschrijving van het beleid Wat is de visie en het beleid van de gemeente op het gebied van de energietransitie?
—
De gemeente heeft een concrete visie met bijbehorend beleid op het gebied van de energietransitie. Er zijn meetbare doelen/ambities gesteld, met bijbehorende prestatieen effectindicatoren.
Doelbereik: mate waarin de doelstellingen worden bereikt In hoeverre zijn de doelen gerealiseerd/is de gemeente op de goede weg om haar doelen te realiseren?
—
De gemeente heeft haar (tussen)doelen gerealiseerd of is op de goede weg deze te realiseren.
Doeltreffendheid: de mate waarin de doelstellingen worden behaald dankzij het beleid Welk beleid c.q. welke instrumenten heeft de gemeente ingezet om haar energiedoelstellingen te behalen en welke onderbouwing ten aanzien van de werking van deze instrumenten is beschikbaar?
pagina 4/41
— — —
De maatregelen sluiten aan op, en dragen bij aan de gestelde ambities. Gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft tot op heden de inzet gepleegd die ze had voorgenomen te plegen. Bij keuze van de uitvoering is de doeltreffendheid onderbouwd of minstens betrokken in de afweging, en is de meest doeltreffende oplossing gekozen.
Hoe is de aansluiting tussen de lokale plannen en de Regionale Energiestrategie (RES) RotterdamDen Haag?
—
—
De ambities, doelen en activiteiten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp sluiten aan bij de plannen in het kader van de RES. De verschillende partijen ervaren de onderlinge samenwerking als positief.
Doelmatigheid: de mate waarin de doelstellingen tegen de laagst mogelijke kosten worden behaald dankzij het beleid Wat is de omvang van de middelen (zowel capaciteit als budget) die zijn ingezet om de ambities te realiseren?
—
In hoeverre zet de gemeente in op maatregelen en sectoren waarmee de meeste energie-/ CO2-besparing wordt gerealiseerd tegen de laagste moeite?
—
—
—
—
De ambities staan in realistische verhouding tot het daarvoor beschikbaar gestelde budget en capaciteit. De instrumenten worden voornamelijk gefinancierd met structurele middelen (in tegenstelling tot incidentele middelen). De gemeente zet in op de sectoren met het hoogste energiegebruik/de meeste CO2-emissies, dus met de grootste potentie voor reductie. De gemeente zet in op de maatregelen waarmee de meeste energie-/CO2-reductie kan worden gerealiseerd tegen de laagste kosten. De gemeente zet in op de sectoren waar zij de meeste invloed kan uitoefenen.
Rechtmatigheid: de mate waarin het beleid volgens de regels wordt uitgevoerd Wordt de geldende regelgeving gevolgd?
— —
In hoeverre zijn afwijkingen van geldende regelgeving mogelijk en worden die ook gebruikt?
De gemeente Pijnacker-Nootdorp volgt de geldende regelgeving/juridische kaders. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een rechtmatigheidsverklaring opgenomen in de jaarrekening, waarin het college rapporteert of financiële transacties rechtmatig zijn en binnen de vooraf gestelde verantwoordingsgrens door de raad.
—
Indien het college afwijkt van de juridische kaders/vooraf gestelde verantwoordingsgrens door de raad, kan zij onderbouwen hoe dit bijdraagt aan het reduceren van het energiegebruik en/of de CO2-emissies.
—
De raad heeft eenduidige kaders voor haar energiebeleid vastgesteld en heeft invulling gegeven aan de controlerende taakstelling en/of is daartoe in de gelegenheid gesteld. Gemeenteraadsleden ervaren dat zij grip hebben op planen besluitvorming.
Rol van de raad Hoe heeft de raad haar kaderstellende en controlerende rol ingevuld?
—
1.3 Afbakening Dit onderzoek is als volgt afgebakend: • De focus van deze studie is het beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp voor de energietransitie. Daarbij gaat het over energiebesparing, de overstap naar alternatieve energie-/warmtebronnen en de opwek van hernieuwbare elektriciteit. • Dit onderzoek is gericht op de periode sinds 2019, het jaar waarin het nationale Klimaatakkoord tot stand kwam. Voor het glastuinbouwgebied hebben we een uitzondering gemaakt, aangezien deze sector al eerder aan de slag was met verduurzaming, onder andere middels geothermie (aardwarmte).
1.4 Aanpak Het onderzoek bestaat uit twee delen. Allereerst hebben we de beleidsstukken en doelstellingen op het gebied van de energietransitie geanalyseerd door middel van een literatuurstudie. De literatuurstudie heeft een eerste beeld gegeven van het beleidsproces, de doelstellingen en ontwikkelingen van het beleid en de ingezette instrumenten. Documenten die we hebben geraadpleegd zijn onder andere beleidsvisies, raadsinformatiebrieven, verslagen van raadsvergaderingen en programmabegrotingen/jaarrekeningen.
pagina 5/41
De tweede fase van het onderzoek geeft een verdieping. Hiertoe hebben we interviews afgenomen met beleidsambtenaren en de wethouder verantwoordelijk voor de energietransitie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp en met partijen die verantwoordelijk zijn bij het nemen van (fysieke) energiemaatregelen zoals de energiecoöperatie Pijnacker-Nootdorp, Glastuinbouw Nederland en de RES-coördinator. Het doel van deze interviews was om dieper in te gaan op het interne beleidsproces en om kennishiaten uit de literatuurstudie in te vullen. Ook hebben we een bijeenkomst met de gemeenteraad georganiseerd om te bepalen op welke manier de raad wordt betrokken bij het (opstellen van het) energiebeleid in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Bijlage B geeft een overzicht van de personen die we in het kader van dit onderzoek hebben gesproken.
1.5 Leeswijzer In dit onderzoeksrapport geven we antwoord op de onderzoeksvragen. Dit rapport geeft een feitelijke weergave van de bevindingen. De aanbevelingen van de rekenkamer PijnackerNootdorp aan de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie staan in de bestuurlijke nota. De opzet van het rapport is als volgt: • Hoofdstuk 2 gaat in op het energiebeleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Ook beschrijven we de doelen die de gemeente heeft geformuleerd. Ook geven we weer in hoeverre de gemeente tot nu toe op koers ligt om haar doelstellingen te realiseren (doelbereik). • In Hoofdstuk 3 gaan we specifiek in op de doeltreffendheid van het energiebeleid voor vijf door de gemeente Pijnacker-Nootdorp geformuleerde beleidsterreinen: de bewustwordingscampagne “Met energie aan de slag”, Warmte, Elektriciteit, Mobiliteit en Eigen vastgoed en energiegebruik, zie Figuur 1. We gaan in op de doelstellingen voor de specifieke beleidsterreinen en de door de gemeente Pijnacker-Nootdorp ingezette maatregelen. • Hoofdstuk 4 gaat in op de doelmatigheid. In dat hoofdstuk bespreken we of de capaciteit en budget in verhouding staan tot de gestelde doelen. • In Hoofdstuk 5 bespreken we de rechtmatigheid van het beleid en de rol van de gemeenteraad.
Figuur 1 – Centrale thema’s in het energiebeleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp Campagne “Met energie aan de slag”
pagina 6/41
Warmte
Elektriciteit
Mobiliteit
Eigen vastgoed en energiegebruik
2. Beleidscontext en doelbereik tot op heden In dit hoofdstuk staat de volgende vraag centraal: Wat is de visie en het beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp op het gebied van de energietransitie? Ook gaan we in op de centrale doelstellingen die de gemeente Pijnacker -Nootdorp zich heeft gesteld op het gebied van de energietransitie en bespreken we de voortgang van de gemeente op deze doelstellingen.
2.1 Beleidshistorie Ontwikkelingen voor 2019 In deze evaluatie richten we ons op het beleid sinds 2019. Echter is de gemeente al langer bezig met de energietransitie. Zo staat in de Startnotitie Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2019b) dat de gemeenteraad in 2016 de Thematische structuurvisie duurzame energie en energieneutraliteit heeft vastgesteld en in 2017 de Nota zonneenergie en de Visie bodemenergie. De Visie bodemenergie is in 2018 geoperationaliseerd in het Plan van aanpak verduurzaming van de warmtevoorziening. Het uitvoeringsprogramma waarin de werkzaamheden en activiteiten waren opgenomen liep af per 1 januari 2019. In 2019 is ook het nationale Klimaatakkoord gesloten, waarin staat dat gemeenten een regierol hebben bij het aardgasvrij maken van gebouwen. Ook is de gemeente sinds deze periode met andere partijen in de regio Rotterdam Den Haag aan de slag gegaan met het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES). Totstandkoming van het Energietransitieplan De bovengenoemde lokale, nationale en regionale ontwikkelingen vormden de aanleiding voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp voor het opstellen van een Startnotitie Energietransitieplan (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2019b).
Hierin geeft de gemeente aan dat zij het belangrijk vindt om ondernemers, inwoners en maatschappelijke organisaties te betrekken bij de energietransitie en daarom samen met de samenleving een plan voor de energietransitie wil opstellen. De Startnotitie is een eerste stap richting het opstellen van een Energietransitieplan voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Om te komen tot een Energietransitieplan heeft de gemeente verschillende fasen doorlopen en producten opgeleverd. De eerste stap was de Concept energiemix (december 2019), waarin de gemeente bepaalt op welke manier zij energie wil opwekken uit hernieuwbare bronnen (oner andere verhouding lokaal en regionaal opgewekte energie). In juni 2022 is het Participatieplan, inclusief communicatieplan opgesteld. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het Energietransitieplan in oktober 2021. Raakvlakken met omgevingsbeleid Sinds januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze nieuwe wet bundelt verschillende wetten en regels die betrekking hebben op ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water (kortom: de leefomgeving). Belangrijke instrumenten in het kader van de Omgevingswet zijn de omgevingsvisie, omgevingsvergunning en omgevingsprogramma. In de Omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast.
De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft haar omgevingsvisie in november 2021 vastgesteld (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021b). Het participatietraject om te komen tot het Energietransitieplan is grotendeels samengedaan met de omgevingsvisie en het plan is afgestemd op de omgevingsvisie. Een omgevingsprogramma kan de gemeente gebruiken voor de uitwerking, doorwerking of uitvoering van beleid. In de Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma energietransitie 2022-2023 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d) staat dat de gemeente werkt aan de volgende omgevingsprogramma’s: • Omgevingsprogramma Warmte: het opstellen hiervan is gestart in 2023 en vervangt de wijkuitvoeringsplannen voor de wijken waarvoor collectieve warmte voor de hand ligt.
pagina 7/41
Het Omgevingsprogramma Warmte moet de basis vormen voor afspraken met warmtebedrijven. • Omgevingsprogramma Duurzame Gemeente: het opstellen hiervan is gepland in 2024. Het programma moet ingaan op elektriciteit, circulaire economie en duurzame inkoop. • Omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouw: hierin vindt afweging plaats over de inpassing van hernieuwbare opwek met zonnepanelen in het glastuinbouwgebied. De gemeente verwacht dit programma eind 2025 definitief te kunnen vaststellen (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2024b). De omgevingsprogramma’s worden juridisch geborgd in het omgevingsplan. Een omgevingsplan bundelt alle gemeentelijke regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Gemeenten moeten hun omgevingsplan in 2032 gereed hebben.
2.2 Centrale doelstellingen Overzicht van de doelstellingen in verschillende beleidsdocumenten In het Energietransitieplan (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a) stelt de gemeente het centrale doel om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Het tussendoel is 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Deze doelstellingen komen uit het nationale Klimaatakkoord. Ook in andere beleidsstukken wordt het doel van CO2-neutraliteit benoemd, en komen de termen energieneutraliteit en fossielvrij voorbij. Bijlage A beschrijft hoe de doelstellingen rondom CO 2-neutraliteit, energieneutraliteit en fossielvrij terugkomen in de verschillende beleidsstukken. Tabel 2 vat onze bevindingen samen. Tabel 2 – Centrale doelstelling of ambitie in verschillende beleidsstukken van de gemeente PijnackerNootdorp
Startnotitie Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp (Gemeente PijnackerNootdorp, 2019b)
CO2-neutraal -
Concept Energiemix (Gemeente PijnackerNootdorp, 2019a)
- 2050: CO2-neutraal
Energietransitieplan (Gemeente PijnackerNootdorp, 2021a)
- 2050: CO2-neutraal - 2030: 49% CO2reductie in 2030 ten opzichte van 1990 - 2030: 50% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 2018
Uitvoeringsprogramma Energietransitie (Gemeente PijnackerNootdorp, 2021c) Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021b) Raadsakkoord op hoofdlijnen 20222026: Bouwen aan de
pagina 8/41
Energieneutraal Energieneutraal Pijnacker-Nootdorp: alle energiegebruik in 2050, en zo mogelijk eerder, opwekken uit hernieuwbare en restbronnen Al het energiegebruik uit hernieuwbare bronnen -
Fossielvrij -
Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen Fossielvrije gemeente in 2050
Energieneutrale gemeente
-
-
Uiterlijk in 2050 alleen nog maar gebruik maken van duurzame energie
-
-
Energieneutraal Pijnacker-Nootdorp 2050
-
toekomst (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022b) Begrippen CO2-neutraal, energieneutraal en fossielvrij hebben niet dezelfde betekenis Hoewel de begrippen CO2-neutraal, energieneutraal en fossielvrij in de praktijk regelmatig door elkaar worden gebruikt, betekenen ze niet hetzelfde. • Het begrip CO2-neutraal (ook wel klimaatneutraal) geeft aan dat er in de gemeente geen stoffen vrijkomen die het klimaat beïnvloeden: CO2, maar bijvoorbeeld ook andere broeikasgassen zoals lachgas en methaan. • Energieneutraal betekent dat in een gebied het totale energiegebruik niet groter is dan de hoeveelheid uit hernieuwbare bronnen opgewekte energie, bijvoorbeeld zon, wind en aardwarmte. Concreet betekent energieneutraliteit voor de gemeente dat op haar grondgebied net zo veel energie moet worden opgewekt als dat er wordt gebruikt. • Fossielvrij betekent dat er geen fossiele brandstoffen worden gebruikt voor het invullen van de energievraag. Voor het doel van energieneutraliteit is het belangrijk dat er voldoende hernieuwbare energie wordt opgewekt binnen de gemeentegrenzen. Een CO2-neutrale of fossielvrije gemeente is niet per definitie energieneutraal. CO2-neutrale of fossielvrije energie kan immers ook van buiten de gemeente worden geïmporteerd. Uit het beleid van de gemeente kunnen we opmaken dat zij niet de ambitie heeft om alle energie op eigen grondgebied op te wekken.
Zo staat in het Energietransitieplan dat de gemeente de doelstelling heeft om in 2050 60% en in 2030 23% van de elektriciteitsbehoefte lokaal op te wekken (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a). Ook staat in de omgevingsvisie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp dat niet alle energie die in 2050 nodig is, binnen de gemeente wordt opgewekt, omdat de gemeente daar niet genoeg ruimte voor heeft kunnen vinden. Een deel van de benodigde energie wil de gemeente uit de regio of zelfs van daarbuiten halen (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021b). Uit de interviews blijkt dat hoewel de ambtenaren, wethouder en gemeenteraad de termen energie- en CO2-neutraal door elkaar halen, zij hier wel hetzelfde mee bedoelen: namelijk geen gebruik meer maken van fossiele energie. De gemeente heeft niet de ambitie haar volledige energievraag zelf op te wekken. Ontbreken van 1990-emissies Wat ons verder opvalt als we kijken naar Tabel 2, is dat in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie (dat hoort bij het Energietransitieplan) de ambitie is opgenomen om in 2030 50% minder CO2-uit te stoten ten opzichte van 2018. De nationale doelstelling en de doelstelling uit het Energietransitieplan is echter 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van het jaar 1990. Waarom de CO2-reductiedoelstelling in het Uitvoeringsplan Energietransitie is veranderd van 49% naar 50%, is niet onderbouwd.
Ook is het peiljaar veranderd van 1990 naar 2018. In het Uitvoeringsplan Energietransitie staat dat de gemeente kiest voor het jaar 2018 (dit was destijds het jaar met de recentste emissiegegeven), omdat de emissiecijfers van 1990 niet bekend zijn. De gemeente onderbouwt in het Uitvoeringsplan Energietransitie echter niet of zij verwacht dat de emissies in 2018 in dezelfde orde van grootte liggen als de emissies in 1990. 1 Door het ontbreken van inzicht in de emissies in 1990, weet de gemeente niet hoe groot de CO2-reductieopgave richting 2030 is. Scope: alleen CO2 of ook overige broeikasgassen? Onder noemer CO2-neutraal worden meestal – zo ook in het nationale Klimaatakkoord - ook emissies van andere broeikasgassen dan CO2-geschaard, zoals methaan en lachgas. Omdat CO2 het voornaamste broeikasgas is en de overige broeikasgassen vaak worden uitgedrukt in CO 2-
1 Op nationaal niveau waren de CO -emissies (enkel CO , dus exclusief emissies van overige broeikasgassen) in 2017 gelijk aan de emissies 2 2
in 1990 (CBS, 2018). pagina 9/41
equivalenten2, spreken we meestal van CO2-neutraal (in plaats van bijvoorbeeld ‘broeikasgasneutraal’). De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft in haar beleidsstukken niet expliciet benoemd of zij met haar beleid naast CO2 ook overige broeikasgassen wil reduceren. Wel kunnen we uit de jaarlijkse Energie- en CO2-monitor (CE Delft, 2023) van de gemeente opmaken dat de gemeente de emissies van overige broeikasgassen in haar monitoring buiten beschouwing laat. Uit de interviews blijkt dat de focus van de gemeente op de energietransitie ligt en dat daarom de focus ligt op energiegerelateerde emissies. In de bredere klimaattransitie kan het echter wel relevant zijn om ook de overige broeikasgasemissies in beeld te hebben en hierop een aanpak te formuleren. In de meeste sectoren zijn de emissies van overige broeikasgassen klein. Echter blijkt uit cijfers van de Regionale klimaatmonitor dat de emissies van overige broeikasgassen (uitgedrukt in CO2equivalenten) in de sector landbouw in de gemeente Pijnacker-Nootdorp in dezelfde orde van grootte liggen als de totale emissies (CO2 en overige broeikasgassen) van de sector mobiliteit.
Dit komt met name door emissies van methaan, wat een veel sterkere broeikaswerking heeft dan CO2.3 Uit gegevens van de Emissieregistratie blijkt dat de methaanemissies uit de landbouw voor het overgrote deel (92%) komen door methaanslip door gasverbruik in wkk’s (warmtekrachtkoppeling). Methaanslip is ontsnappend aardgas dat niet verbrandt (onvolledige verbranding of lekkage van methaan) (Rijksoverheid, 2022). Deze emissies zijn dus ook energiegerelateerd. 7% van de methaanemissies komen van het houden van rundvee.
2.3 Doelbereik centrale doelstellingen 2.3.1 Monitoring en bijsturing In het Energietransitieplan zijn tussenstappen aangegeven voor de jaren 2030, 2040 en 2050. Daarnaast heeft de gemeente een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de periode 2022-2023, met doorkijk naar 2027. Met het uitvoeringsprogramma en de jaarlijkse Energie- en CO2-monitor wil de gemeente tussentijds bijsturen. In het Energietransitieplan staat dat de gemeente streeft naar: • Eén keer in de vijf jaar een integrale update van het Energietransitieplan • Eén keer in de twee jaar een update van het uitvoeringsplan Energietransitie Dit betekent dat de gemeente in 2024 haar Energietransitieplan moet updaten en een nieuw uitvoeringsprogramma moet opstellen. Uit de interviews blijkt dat de gemeente dit van plan is. In de jaarstukken en programmabegroting van de gemeente Pijnacker-Nootdorp wordt niet gerapporteerd over CO2-emissies. Wel gaat de programmabegroting in op de hoeveelheid hernieuwbare energieopwek. Er zijn geen officiële beleidsindicatoren voor de energietransitie opgenomen in de jaarrekening/programmabegroting. Uitgebreidere monitoring vindt plaats via de jaarlijkse Energie- en CO2-monitor. Deze rapportage gaat in op ontwikkelingen in het energiegebruik en de CO2-emissies in de gemeente (effectmonitoring).
In de voortgangsrapportage rapporteert de gemeente over de status van specifieke projecten en maatregelen (monitoring van de beleidsinspanning). 2.3.2 Doelbereik op basis van de Energie- en CO2-monitor Energieneutraliteit De gemeente Pijnacker-Nootdorp laat jaarlijks de voortgang op het gebied van energie en CO2 monitoren door CE Delft. De Energie- en CO2-monitor bij monitoringsjaar 2021 (CE Delft, 2023)
2 Verschillende broeikasgassen hebben een andere broeikaswerking. Om ze optelbaar te maken, worden ze met behulp van zogenoemde
Global Warming Potentials (GWP) omgerekend naar CO2-equivalenten. 1 CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikaswerking van 1 kilogram CO2. De broeikaswerking van methaan is 28 keer zo sterk als de broeikaswerking van CO 2 (bron: https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=23383fd2-51aa-4724-8796-51479fe12e35).. 3 Bron: : https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=7c358f32-8a6c-45ea-a5f1-2a10dc46334 pagina 10/41
laat zien dat het totale energiegebruik in 2021 4.611 TJ bedroeg. Ruim de helft (2.510 TJ) van deze energievraag komt door de sector land- en tuinbouw. Ruim een vijfde (1.049 TJ) van de energievraag komt door woningen. De hoeveelheid hernieuwbare opwek bedroeg 748 TJ in 2021, wat inhoudt dat het percentage hernieuwbare energie 16,2% was, zie Tabel 3. Als de gemeente zelfvoorzienend wil worden, ligt er dus nog een flinke opgave richting 2050. Echter heeft de gemeente aangegeven niet alle duurzame energie zelf op te willen wekken. Tabel 3 – Hoeveelheid en aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Pijnacker-Nootdorp in 2021. Bron gegevens: (CE Delft, 2023)
Hernieuwbare opwek: zonnestroom Hernieuwbare opwek: geothermie tuinbouwbedrijf Duijvestijn Tomaten B. V. Hernieuwbare opwek: geothermie tuinbouwbedrijf Ammerlaan The Green Innovator Totaal Totaal energiegebruik Percentage hernieuwbare energie
118 TJ 260 TJ 370 TJ 748 TJ 4.611 TJ 16,2 %
CO2-neutraliteit Voor CO2-emissies geldt een vergelijkbaar beeld: 55% van de CO2-emissies wordt veroorzaakt door de glas- en tuinbouw en een vijfde deel komt van woningen. De totale CO2-emissies in de gemeente bedroegen 297 kton in 2021. Op basis van de gegevens uit de Energie- en CO2-monitor kunnen we geen uitspraken doen over de mate waarin de gemeente op de goede weg is om haar doelstelling voor CO2-reductie te realiseren. Dit komt doordat de CO2-reductiedoelstellingen zijn geformuleerd ten opzichte van de emissies in 1990, en de gemeente niet weet hoeveel de emissies in de gemeente Pijnacker-Nootdorp in 1990 bedroegen. Deze gegevens zijn namelijk niet op gemeenteniveau beschikbaar. Wel heeft de gemeente in het uitvoeringsprogramma de doelstelling opgenomen om in 2030 de CO2-emissies te halveren ten opzichte van de emissies 2018. Dit betekent dat de emissies in 2030 maximaal 173 kton mogen bedragen en tot die tijd nog 125 kton CO2 moet worden gereduceerd, zie Figuur 2. In de periode 2018-2021 zijn de emissies met 14% (48 kton) afgenomen. Ruim tweederde van deze reductie komt van de sector land- en tuinbouw (33 kton), met name door een lagere emissiefactor van elektriciteit.4 In de sector woningen, de tweede veroorzaker van emissies in de gemeente, zijn de emissies met 7% afgenomen. Dit is minder dan in verschillende andere sectoren.
Zo zijn de emissies in de sector diensten met 26% afgenomen. In de sector verkeer zijn de emissies licht toegenomen.
4 Dit blijkt uit het gegeven dat het elektriciteitsverbruik in de sector land- en tuinbouw met ca. 8% is afgenomen, en de emissies gerelateerd
aan elektriciteitsverbruik met 35%. pagina 11/41
Figuur 2 – Ontwikkeling CO2-emissies in Pijnacker-Nootdorp en doel voor 2030
CO₂-emissies in Pijnacker-Nootdorp 500 450
Doelstelling 50% CO₂-reductie t.o.v. 2018
400
Verkeer
350 Industrie
300
250
Land- en tuinbouw
125 kton
200 150
Maatschappelijk vastgoed
100 Diensten
50 0 2010
2018
2021
2030
Woningen
2.4 Belangrijkste bevindingen In Tabel 4 toetsen we de bevindingen uit dit hoofdstuk aan het normenkader. Tabel 4 – Toetsing aan het normenkader: Beleidscontext en Doelbereik Onderzoeksvraag
Norm
Beleidscontext: beschrijving van het beleid Wat is de visie en • De gemeente heeft een het beleid van de concrete visie met gemeente op het bijbehorend beleid op gebied van de het gebied van de energietransitie? energietransitie. Er zijn meetbare doelen/ambities gesteld, met bijbehorende prestatieen effectindicatoren.
Beoordeling
Toelichting
Voldoet deels aan de norm
De termen CO2-neutraal en energieneutraal worden door elkaar gebruikt, maar binnen de gemeente wordt hiermee wel hetzelfde verstaan. De doelen zijn gekwantificeerd, maar de gemeente kan de voortgang richting het doel van 2030 niet meten door ontbreken van emissiecijfers van 1990. De gemeente kan de emissies wel relateren aan de emissies van 2018, maar er wordt niet onderbouwd waarom voor dit jaartal gekozen is.
Doelbereik: mate waarin de doelstellingen worden bereikt In hoeverre zijn de • De gemeente heeft Voldoet doelen haar (tussen)doelen deels aan de gerealiseerd/is de gerealiseerd of is op de norm gemeente op de goede weg deze te goede weg om haar realiseren. doelen te realiseren?
pagina 12/41
Sinds 2018 zijn de emissies met 14% afgenomen. Deze daling is vooral te danken aan een lagere emissiefactor van elektriciteit. Als deze trend zich doorzet richting 2030, kan de gemeente haar tussendoel van 50% CO2-reductie ten opzichte van 2018 realiseren. In de sectoren woningen en verkeer blijft de emissiereductie in de periode 2018-2021 achter bij de andere sectoren.
3. Doeltreffendheid In dit hoofdstuk zoomen we in op de verschillende beleidsterreinen van de gemeente PijnackerNootdorp, zoals deze gepresenteerd zijn in het uitvoeringsprogramma Energietransitie (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c). Per beleidsterrein bespreken we de doelen en de maatregelen die de gemeente op de verschillende beleidsterreinen inzet. Indien de gemeente een kwantitatieve doelstelling heeft geformuleerd en er monitoringsinformatie beschikbaar is, doen we ook een uitspraak over de mate waarin de doelen zijn gerealiseerd.
3.1 Bewustwordingscampagne “Met energie aan de slag” 3.1.1 Beschrijving van het beleid De gemeente is in kader van haar duurzaamheidsbeleid een bewustwordingscampagne gestart onder de noemer “Met energie aan de slag”. Deze campagne is opgezet met als doel om goed en transparant te informeren over duurzaamheidsonderwerpen die de samenleving aangaan, en om de samenleving te faciliteren in haar verduurzaming. Naast inwoners richt deze campagne zich ook op bewustwording onder bedrijven en in de glastuinbouw. Daarnaast blijft de gemeente onder het mom van deze campagne in gesprek met de glastuinbouwsector via Warmte Samenwerking Oostland (WSO) en werkt samen met bedrijventerreinen aan verduurzaming door middel van een dashboardmonitor en met de inzet van een bedrijvencoach voor verduurzaming (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022a, 2023). De gemeente besteedt enerzijds aandacht aan energiebesparing en isolatie en anderzijds aan het opwekken van zonneenergie. Uit de interviews blijkt dat de gemeente meerdere kanalen inzet om de samenleving te bereiken. Hieronder vallen de gemeentelijke kanalen, nieuwsbrieven, wekelijkse informatie in de lokale krant en een duurzaamheidsmagazine. Ook zijn er in de gemeente borden langs de weg geplaatst over de bewustwordingscampagne en spelen de gemeentelijke duurzaamheidscoaches een rol in de communicatie naar inwoners.
3.1.2 Maatregelen Als onderdeel van de bewustwordingscampagne zet de gemeente verschillende maatregelen in. Platform “Met energie aan de slag” De gemeente heeft het online platform ‘Met energie aan de slag’ ontwikkeld waar de verschillende initiatieven van de gemeente en andere initiatiefnemers zichtbaar zijn. Via de website worden inwoners geïnformeerd over de stappen die zij zelf kunnen zetten op het gebied van verduurzaming, worden ze op de hoogte gesteld van initiatieven waar zij zich bij kunnen aansluiten, en kunnen ze een afspraak inplannen met een duurzaamheidscoach. Energieloket De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft samen met het Regionaal Energieloket een lokaal energieloket opgezet voor de inwoners van de gemeente. Het loket is telefonisch beschikbaar voor advies over energiebesparing en heeft een website waar inwoners informatie kunnen vinden (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022a, 2021c). Via deze website kunnen inwoners onder andere gratis verduurzamingsadvies krijgen door middel van de online Huisscan. In 2023 hebben 172 huishoudens zo’n Huisscan aangevraagd (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Daarnaast werkt het Energieloket mee aan verschillende acties in de gemeente. Deze komen verderop in deze paragraaf aan bod: • Het Energieloket verzorgt de opleiding van vrijwilligers tot duurzaamheidscoaches die advies aan huis geven.
• Cadeaukaarten voor energiebesparende maatregelen voor lage inkomens.
pagina 13/41
•
• • •
Het organiseren van wijkgerichte activiteiten. De focus hiervan is verlegd naar maatwerkadvies op aanvraag, via de energiecoaches. De input van de coaches kan wel gebruikt worden om grotere en gerichte acties te organiseren. Ondersteunen bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen en het uitvoeren van collectieve inkoopacties in de buurt. Het Energieloket heeft het Energieplatform Huis van Heron opgezet in het kader van de verduurzaming van bedrijventerreinen en de advisering van bedrijven. Organiseren van informatieavonden.
Duurzaamheidslening De gemeente heeft sinds 2018 een duurzaamheidslening die beschikbaar is voor particuliere woningeigenaren. Deze lening kan gebruikt worden voor het treffen van isolatiemaatregelen. Voor inwoners in de wijk Klapwijk kan de lening ook gebruikt worden voor een aansluiting op het warmtenet. In het verleden kon deze duurzaamheidslening ook ingezet worden om zonnepanelen te plaatsen. Daar werd de lening dan ook voornamelijk voor gebruikt: in de periode tussen eind mei 2018 en eind september 2019 zijn in totaal 78 aanvragen gedaan, waarvan 63 voor zonnepanelen en 11 voor zonnepanelen in combinatie met andere maatregelen. 5 In 2019 is besloten dat alleen een lening wordt verstrekt bij het plaatsen van zonnepanelen wanneer dit gecombineerd wordt met andere energiebesparende maatregelen, zodat de lening niet alleen bijdraagt aan het beleidsdoel van hernieuwbare opwek, maar ook aan energie- en CO2-besparing. In de voortgangsrapportage staat dat de gemeente in 2022 het duurzaamheidsfonds heeft geëvalueerd. In juni 2023 is het fonds voor de duurzaamheidslening weer aangevuld en is besloten dat de lening alleen nog gebruikt kan worden voor isolatiemaatregelen en aansluitingen op een warmtenet (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). De duurzaamheidslening heeft een vast rentepercentage van 1,6%. In 2023 waren er in totaal 13 aanvragen voor leningen.
Op nationaal niveau is er het Warmtefonds, waarbij de inkomensgroep tot € 60.000 een lening kan afsluiten zonder rente. Hierdoor is het Warmtefonds waarschijnlijk aantrekkelijker voor bewoners: bij het Warmtefonds zijn in 2023 meer aanvragen gedaan dan bij de gemeentelijke duurzaamheidslening (31 leningen in de eerste helft van het jaar 2023) (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Duurzaamheidscoaches De gemeente heeft 15 duurzaamheidscoaches opgeleid die advies aan huis geven over energiebesparende maatregelen en grotere isolatiemaatregelen. Naast advies over de mogelijke maatregelen, begeleiden de duurzaamheidscoaches inwoners in het offertetraject voor grotere maatregelen. Tot en met eind 2023 hebben er 333 adviesgesprekken plaatsgevonden. In de voortgangsrapportage staat niet tot welke maatregelen deze adviesgesprekken hebben geleid. De gemeente geeft aan in 2024 verder te gaan met het programma energiecoaches (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Tool Pijnacker-Nootdorp aardgasvrij Samen met het Regionaal Energieloket heeft de gemeente een tool ontwikkeld om voor inwoners het proces van de warmtetransitie inzichtelijk te maken. Met de tool kunnen bewoners zien wat de planning in hun wijk is en naar welke aardgasvrije oplossing wordt gewerkt. Daarnaast geeft de tool inzicht in de stappen die bewoners kunnen zetten om hun woning te verduurzamen.
In 2023 hebben 479 inwoners gebruik gemaakt van deze tool. Wijkgerichte acties De gemeente heeft meerdere wijkgerichte acties uitgevoerd. In de wijk ’s-Gravenhout is een buurtactie Energiezuinig wonen gestart en loopt een collectieve inkoopactie voor warmtepompen. Daarnaast zijn er gesprekken geweest met een bewonersvereniging in Pijnacker-Noord over verduurzaming en is energieadvies op maat gegeven aan een bewonersgroep in De Venen Craeyenburch. Nationaal isolatieprogramma Vanaf september 2023 heeft de gemeente in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma een isolatieregeling beschikbaar voor woningeigenaren van slecht geïsoleerde woningen, met energielabel D t/m G. Deze subsidie wordt (deels) gefinancierd door de Specifieke Uitkering 5 Bron: Informatienota Antwoord raadsvragen duurzaamheidslening (8 oktober 2019).
pagina 14/41
(SPUK) Lokale Aanpak Isolatie gelden. De subsidie kan gebruikt worden voor het uitvoeren van isolerende maatregelen, met uitzondering van spouwmuurisolatie en dakisolatie aan de buitenkant. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten tot max. € 1.460 per maatregel en € 2.000 per woning. In totaal zijn er 170 aanvragen ingediend voor deze subsidie, waarvan er al 68 maatregelen zijn uitgevoerd. 41 aanvragen kwamen niet voor subsidie in aanmerking, omdat deze niet aan de voorwaarden voldoen (bijvoorbeeld doordat de woning al een goed energielabel had of een te klein oppervlakte). De gemeente geeft aan dat het isolatieprogramma goed verloopt. Inwoners weten de subsidie te vinden, en ook aannemers van isolatieprojecten attenderen inwoners op de mogelijkheden om de gemeentelijke isolatiesubsidie te gebruiken in hun projecten. Naast de isolatie subsidie heeft de gemeente een collectieve inkoopactie voor vloer- en gevelisolatie georganiseerd gericht op oudere woningen, waar in totaal 113 woningeigenaren aan mee hebben gedaan. 75 eigenaren hebben zowel de vloer als de gevel laten isoleren en de overige 38 eigenaren hebben één van deze twee isolatiemaatregelen getroffen.
(Gemeente PijnackerNootdorp, 2023) Energieadviezen bij woningbouwmutaties In het Uitvoeringsprogramma energietransitie werd gesproken van het geven van energieadviezen bij woningbouwmutaties en het betrekken van makelaars bij het onder de aandacht brengen bij zowel verkopers als kopers (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021c). In 2022 heeft hier een evaluatie van plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen behoefte is naar deze vorm van advies. De gemeente heeft daarop besloten meer in te zetten op gratis advies van duurzaamheidscoaches en betaald advies van een technisch adviseur (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). Energiearmoede Op gebied van energiearmoede heeft de gemeente meerdere acties gevoerd, met behulp van landelijke middelen. De gemeente heeft een cadeaukaart voor energiebesparende maatregelen en energiezuinig witgoed ter beschikking gesteld voor huishoudens met een laag inkomen. Deze actie was specifiek gericht op huishoudens die ook in aanmerking kwamen voor de energietoeslag. De gemeente heeft deze huishoudens via een persoonlijke brief, in totaal ging dit om 1.300 inwoners. Van de 1.300 inwoners hebben 1.046 een cadeaukaart aangevraagd, en hebben 987 inwoners de cadeaukaart verzilverd (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Uit de interviews blijkt dat niet van alle cadeaukaarten het volledige budget is benut.
Uit de interviews blijk dat het resterend budget van de cadeaubonnen is gebruikt voor verduurzaming van de woningen van woningcorporaties. De gemeente heeft samen met de twee grootste woningcorporaties Rondom Wonen en Staedion een convent getekend om de energiearmoede gelden in te zetten voor de verduurzaming van de gebouwen van de woningcorporaties. Zo is er ledverlichting geplaatst in de gemeenschappelijke ruimtes en worden er zonnepanelen geplaatst (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Ventileren van woningen De gemeente wil in 2024 een campagne opzetten over het ventileren van woningen en de mogelijkheden om energie te besparen door middel van goede ventilatie. De gemeente wil hiervoor een webinar organiseren en wijkbijeenkomsten organiseren indien hier behoefte aan is (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023).
3.2 Warmte 3.2.1 Beschrijving van het beleid Als onderdeel van het uitfaseren van fossiele energie voor 2050, werkt de gemeente ook aan het verduurzamen van haar warmte-infrastructuur voor de gebouwde omgeving en de glastuinbouw. De verduurzaming van de warmte-infrastructuur is een regionale opgave wat de gemeente niet alleen kan oppakken. De gemeente is daarom actief in
pagina 15/41
meerdere regionale samenwerkingsverbanden op het gebied van warmte. Deze lichten wij ook toe in deze paragraaf. Glastuinbouw In de gemeente Pijnacker-Nootdorp is de glastuinbouwsector een belangrijke sector voor duurzame warmte. In het Energietransitieplan staat dat ruim 75% van de warmtevraag in de gemeente namelijk van de glastuinbouw komt (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a). Uit de Energie- en CO2-monitor (CE Delft, 2023) blijkt dat ruim de helft van de energievraag en CO2-emissies in de gemeente van de sector land- en tuinbouw komt (zie ook paragraaf 2.3). Er zijn meerdere glastuinbouwclusters actief in de gemeente die zich bezig houden met verduurzaming en er zijn al meerdere lopende initiatieven op gebied van aardwarmte. Op dit moment zijn er meerdere geothermiebronnen in gebruik in de gemeente Pijnacker-Nootdorp, welke in 2021 een productie hadden van 630 TJ. Hiermee is 36 kton CO2-uitstoot vermeden (CE Delft, 2023). Duurzaamheidsinitiatieven worden opgezet door glastuinbouwondernemers en gefaciliteerd door de gemeente. De gemeente Pijnacker-Nootdorp ondersteunt meerdere glastuinbouwclusters met het realiseren van geothermie. Een voorbeeld dat in de interviews naar voren kwam was dat er nu voor verschillende clusters businesscases worden uitgewerkt voor een duurzamer warmtesysteem.
De gemeente Pijnacker-Nootdorp draagt bij in de kosten voor het inhuren van een adviesbureau voor het uitwerken van de businesscases. Gebouwde omgeving Naast de verduurzaming van de glastuinbouw, is de gemeente ook bezig met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In meerdere buurten lopen trajecten met bewoners om de mogelijkheden naar aardgasvrij te verkennen. Daarnaast werkt de gemeente ook samen met woningcorporaties om het corporatiebezit te verduurzamen. Uit de interviews blijkt dat een groot deel van de corporatiewoningen al aardgasvrij is en op geothermiebronnen is aangesloten. Er moeten nog ongeveer 2.200 corporatiewoningen aardgasvrij gemaakt worden. In 2024 is de focus van de gemeente verlegd van het aardgasvrij maken van wijken naar het aardgasvrij maken van bedrijven en glastuinbouw, aangezien bij meerdere projecten bleek dat het in de praktijk erg lastig is om inwoners mee te nemen in de transitie naar aardgasvrij. Prestatieafspraken met woningcorporaties De gemeente heeft prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties, hierin zijn ook afspraken opgenomen met betrekking tot verduurzaming van de woningvoorraad. Deze afspraken hebben betrekking op het uitfaseren van de E-, F- en G-labels voor 2028.
Hieruit blijkt dat de woningcorporatie Rondom Wonen in 2023 is begonnen met een deel van deze uitfasering en dat in de loop van het jaar een plan van aanpak is opgesteld voor de overige woningen. Staedion verduurzaamt haar woningen op onderhoudsmomenten en zet op maatwerk in om de resterende E- ,Fen G-labels uit te faseren. (ARGOS et al., 2022) Samenwerkingsverbanden op het gebied van warmte / verduurzaming glastuinbouw • Warmte Samenwerking Oostland (WSO) Het WSO is opgezet om te werken aan de verduurzaming van de regionale warmtevoorziening in Oostland. Bij WSO zijn gemeenten uit Oostland betrokken, waaronder de gemeente PijnackerNootdorp, en LTO glastuinbouw. WSO werkt onder andere aan het faciliteren en ondersteunen van warmte initiatieven in de glastuinbouw en kijkt naar hoe de opgewekte warmte uit de glastuinbouw gekoppeld kan worden aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a) WSO werkt op dit moment (februari 2024) aan het actualiseren van hun visie, om goed aan te sluiten bij nieuwe inzichten en wet- en regelgeving. (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023) • Greenport West-Holland (GPWH) Greenport West-Holland is een samenwerking tussen gemeenten, de glastuinbouwsector en kennisinstellingen, gericht aan de verduurzaming van het glastuinbouwgebied in de regio (Greenport West-Holland, 2021).
GPWH en WSO werken aan dezelfde opgave, echter is de schaal van GPWH groter en zijn hier meer partners bij betrokken. Uit de interviews blijkt wel dat er veel pagina 16/41
interactie tussen de twee samenwerkingen zijn, bijvoorbeeld bij het oppakken van gezamenlijke kennisvragen. In 2021 is er een Energieakkoord gesloten met de partners van GPWH waarin de ambitie voor een klimaat neutrale glastuinbouwsector in 2040 is opgenomen. Op basis van het Energieakkoord stelt GPWH een jaarlijkse werkagenda op. De gemeente geeft input voor de werkagenda. • Regionale Energiestrategie (RES) In de RES Rotterdam-Den Haag wordt samen met de partners gewerkt aan hernieuwbare energie in de regio. Dit gaat onder andere over het zoeken van locaties voor grootschalige opwek van elektriciteit met wind en zon (zie paragraaf 3.3.1), maar ook over het creëren van een regionale warmtestructuur. 3.2.2 Doelstellingen en doelbereik Op het gebied van hernieuwbare warmte streeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp de volgende doelen na (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a): • In 2040 wil de gemeente de opgave van alle warmtebuurten voltooid hebben; • Voor zowel glastuinbouw als gebouwde omgeving is de warmte in 2050 100% fossielvrij; In het Energieakkoord Green Port West Holland (GPWH) is de ambitie gesteld om in 2040 al klimaatneutraal te zijn (Greenport West-Holland, 2021). De gemeente Pijnacker-Nootdorp sluit zich aan bij deze ambitie. Daarnaast heeft de gemeente zelf de ambitie gesteld om de glastuinbouw vóór 2040 al van het aardgas te krijgen.
Uit de interviews blijkt dat de ambitie van WSO is om in 2030 een warmtenet te hebben in heel Oostland, met geothermie en restwarmte als warmtebronnen. Zoals in paragraaf 2.3 is genoemd, was de land- en tuinbouwsector in de gemeente PijnackerNootdorp in 2020 verantwoordelijk voor ruim de helft van het energiegebruik en de CO2emissies. Daarnaast is 72% van het energieverbruik van de land- en tuinbouwsector afkomstig van aardgas. Woningen, en dan met name gasverbruik in woningen, is goed voor ongeveer een vijfde van het energiegebruik en emissies in de gemeente (CE Delft, 2023). Het verduurzamen van de warmtevraag is daarom erg belangrijk om deze sectoren te verduurzamen en de voorgenoemde doelstellingen te halen. Door tegenvallende resultaten van wijkacties heeft de gemeente ervoor gekozen vooralsnog meer de focus te leggen op het verduurzamen van de tuinbouw en bedrijven in plaats van de gebouwde omgeving. Aangezien woningen wel een belangrijke bijdrage leveren aan de CO2-uitstoot, kan de keuze om vooralsnog niet meer te focussen op het verduurzamen van woningen het bereik van de doelstellingen in gevaar brengen.
3.2.2 Maatregelen Transitievisie warmte en wijkuitvoeringsprogramma’s • Opzetten Kostentool Om de kosten van de warmtetransitie inzichtelijk te maken voor inwoners werkt de gemeente aan het opzetten van een kostentool, waarbij de kosten per wijk inzichtelijk gemaakt worden. De gemeente gaf aan, in de voortgangsrapportage Energietransitieplan 2022, deze tool in 2023 te willen opzetten (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). Uit de voortgangsrapportage Energietransitieplan 2023 blijkt dat dit nog niet gelukt is, vanwege de uitvoering van Aardgasvrij Klapwijk en de collectieve actie in ’s-Gravenhout. Deze projecten geven meer inzicht in de kosten per wijk. De gemeente wacht de resultaten van de collectieve actie in ’s-Gravenhout af om deze te verwerken in de opzet van de kostentool. (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023) • Aardgasvrij Klapwijk In de context van Proeftuinen Aardgasvrije Wijken (PAW) is de gemeente in 2021 een traject gestart voor het aardgasvrij maken van de wijk Klapwijk (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). De gemeente heeft een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van een warmtenet in deze wijk. Tijdens het traject heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de kosten voor aansluiting op een warmtenet, kosten per woning en inwoner, en zijn de kosten voor de gemeente op korte en
pagina 17/41
lange termijn in kaart gebracht. De gemeente werkte toe naar een aanbod voor inwoners om aan te sluiten op het warmtenet. Voor het aanleggen van dit warmtenet heeft de gemeente een samenwerking gezocht met een publiek warmtebedrijf. Daarnaast waren de inwoners van Klapwijk betrokken bij het traject via de belangenvereniging Warm Klapwijk. De gemeente heeft het opzetten van Warm Klapwijk gefaciliteerd. Warm Klapwijk was betrokken bij de keuze voor het warmtebedrijf, en werkte samen met de gemeente aan het aanbod voor inwoners. 6 In 2023 is een aanbod uitgewerkt en voorgelegd aan inwoners. Een belangrijke voorwaarde voor het aanleggen van het warmtenet was dat 50% van de woningeigenaren zich zou aansluiten op het warmtenet. Dit percentage is echter lager uitgevallen, namelijk 22% 7. Hiermee is het project in Klapwijk voor nu niet haalbaar. De gemeente heeft een evaluatie uitgebracht over Aardgasvrij Klapwijk om lessen te trekken voor toekomstige wijkaanpakken (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2024a). Uit de interviews blijkt dat de gemeente de evaluatie extern deelt, onder andere via het RES-netwerk en met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).
Uit de interviews en de evaluatie blijken de betaalbaarheid en het feit dat er geen urgentie wordt ervaren door inwoners belangrijke struikelblokken bij het aardgasvrij maken van buurten. Het tegenvallende resultaat van Klapwijk kan invloed hebben op het doelbereik van de gemeente, aangezien de sector woningen na de sector land- en tuinbouw het hoogste energiegebruik en CO2-emissies heeft. • ’s-Gravenhout In de wijk ’s-Gravenhout heeft de gemeente een inkoopactie opgezet voor warmtepompen. Uit de meest recente voortgangsrapportage van het Energietransitieplan blijkt dat er tot 1 januari 2024 27 offertes zijn aangevraagd, waarvan 5 offertes zijn ondertekend. In totaal was de doelgroep van de actie 650 woningen (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Uit de interviews blijkt dat de gemeente voorafgaand aan de inkoopactie een enquête had uitgezet om de interesse en bereidheid van inwoners in kaart te brengen. Hoewel de enquête resultaten positief waren, bleek de bereidheid voor de overstap naar een warmtepomp in de praktijk tegen te vallen. De gemeente is nog bezig met deze actie. Faciliteren geothermiebronnen De gemeente is betrokken bij meerdere initiatieven voor de ontwikkeling van geothermie. De gemeente neemt hier een faciliterende rol op zich, door meerdere partijen bij elkaar te brengen.
Tijdens de interviews kwam naar voren dat het in productie brengen van geothermiebronnen in de praktijk lastig gaat, aangezien het voor betrokken bedrijven soms lastig is om de businesscase rond te krijgen in verband met onzekere afname van de warmte. De gemeente ondersteunt op dit moment meerdere initiatieven om geothermiebronnen in productie te krijgen: de geothermiebronnen bij Noukoop en Kleijhoogt. Daarnaast is de gemeente Pijnacker-Nootdorp benaderd door een VvE voor advies over aansluitingen op het aardwarmtenet van Ammerlaan en heeft zij de VvE in contact gebracht met Ammerlaan (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023). Werkzaamheden WSO WSO is betrokken bij meerdere projecten (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023): • Er worden in het kader van de WSO meerdere deelprojecten uitgevoerd in de regio, waarvan één in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Hier wordt onder regie van de gemeente een verkenning uitgevoerd met meerdere initiatieven op gebied van geothermie. • In 2024 werkt de WSO in samenwerking met TNO, EBN en de RES Rotterdam-Den Haag aan een scenarioanalyse voor de toevoer van restwarmte uit de Rotterdamse Haven. • De WSO heeft een convenant afgesloten met het Rijk, WarmtelinQ en provincie ZuidHolland over de aanleg van WarmtelinQ. Daarnaast heeft WSO in 2023 verkend of WarmtelinQ een rol zou kunnen spelen in het warmtenet van Oostland.
Hieruit bleek dat door het huidige mandaat van WarmtelinQ zij de komende jaren geen rol kan spelen.
6 Bron: Raadsvoorstel warmtebedrijf Aardgasvrij Klapwijk (21 april 2022) 7 Bron: Informatienota uitkomst Aardgasvrij Klapwijk (31 oktober 2023)
pagina 18/41
De WSO zet zich daarom in voor het creëren van randvoorwaarden voor het realiseren van warmtenetten in de glastuinbouw en de gebouwde omgeving. Faciliteren van glastuinbouw via Green Port West Holland In 2023 werkte GPWH aan meerdere projecten (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2023): • Ondersteuning van 5 warmtecoöperaties in Oostland. • Samen met de RES is een pilot project opgezet voor zon op waterbassins. • Het organiseren van kennismeetings, onder andere over de inkoop van restwarmte door de glastuinbouw. In 2024 wordt de ondersteuning van de warmtecoöperaties in Oostland doorgezet. Daarnaast wordt er gewerkt aan een routekaart voor het monitoren van de verduurzaming van de glastuinbouw, en doet GPWH mee aan een project over de rol van waterstof in de glastuinbouw.
3.3 Elektriciteit 3.3.1 Beschrijving van het beleid Het verhogen van het aandeel hernieuwbare elektriciteit is een belangrijk onderdeel als de gemeente wil toewerken naar energieneutraliteit in 2050. De gemeente zet zich hier binnen de gemeentelijke grenzen voor in, maar door het gemeenteoverschrijdende karakter van hernieuwbare elektriciteit pakt de gemeente deze opgave ook regionaal op in de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den Haag. In deze paragraaf bespreken we daarom naast het gemeentelijk beleid, ook de aansluiting hiervan op de plannen in het kader van de RES, en hoe de samenwerking in het RES-verband plaatsvindt. De gemeente wil voor de opwek van grootschalige hernieuwbare energie vooral andere partijen stimuleren en knelpunten wegnemen, de gemeente geeft aan niet zelf te gaan investeren in deze projecten. De gemeente geeft aan dat ze in haar verkenning naar grootschalige opwek van zonne-energie kijkt naar de mogelijkheden om dit te doen in het glastuinbouwgebied, waarbij ook gekeken wordt naar mogelijkheden voor 50% lokaal eigendom van projecten op het gebied van hernieuwbare elektriciteit (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2022d). In het Energietransitieplan (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021a) zijn de volgende uitgangspunten opgenomen voor de beleidslijn elektriciteit: 1.