CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2023 - aangepast 5 jun. 24

Raad Besluitvorming 11 juli 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Jaarstukken 202343.135 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Kadernota

Begroting

Planning & Control-cyclus

Jaarrekening

rin

e nak ko or

gsa gen

Bedr

Jaarstukken 2023

d

ge

oe

lij n

ra

o Ui

tv

ad

Ho

fd

o da c

ijf s p la n D

T

ll e

Najaarsnota

Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4

Leeswijzer

6 Bestuurlijke Samenvatting 14 Jaarverslag 15 Programmaverantwoording

17 27 39 49 57 67 83 99 109 117

1. Ruimte en wonen 2. Economie en glastuinbouw 3. Mobiliteit 4. Groen en recreatie 5. Onderwijs en kinderopvang 6. Collectieve voorzieningen 7. Individuele voorzieningen 8. Veiligheid en duurzaamheid 9. Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

124 Paragrafen 125 135 145 151 155 165 175 183 185 186 187

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Gemalendienst NAD Sociaal Domein Ruimtelijk Domein Wet open overheid (Woo)

189 Jaarrekening 191 193 205 207 211 230 235 237 238 243

Overzicht van baten en lasten Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid Balans Waarderingsgrondslagen Toelichting op de balans Overzicht Incidentele baten en lasten Overzicht van baten en lasten per Taakveld Overzicht WNT Overzicht Sisa Controleverklaring

245 Bijlagen 245 246 248

2

Kerngegevens Rapportage Interbestuurlijk toezicht (IBT) Kaderstellende nota's/plannen

Voorwoord Geachte lezer, Met genoegen bieden wij u hierbij de jaarstukken 2023 van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp aan. In deze stukken leggen wij verantwoording af over het gevoerde beleid en de daarbij behorende financiële situatie van onze gemeente gedurende het afgelopen boekjaar. Het jaar 2023 heeft in het teken gestaan van diverse ontwikkelingen en uitdagingen voor onze gemeente. Zo was 2023 het eerste volle jaar waarin de uitvoeringsagenda vanuit het raadsakkoord op hoofdlijnen ‘Bouwen aan de toekomst’ de basis vormde. Financieel stond onze gemeente er in 2023 goed voor. We zijn het jaar gestart met een verwacht overschot in de begroting van ongeveer zeven miljoen euro. Uiteindelijk hebben we het jaar 2023 financieel kunnen afsluiten met een overschot van ruim vijftien miljoen euro. Dit kwam onder andere doordat wij aan het einde van het jaar nog een flink bedrag ontvingen van het rijk. Een groot deel van het overschot over 2023, zo’n zeven miljoen euro, is gereserveerd voor uitgaven die de gemeente in 2024 en verder met dit geld moet doen. Het overgebleven bedrag wordt aan de algemene reserves van de gemeente toegevoegd. Met dit geld kan de gemeente toekomstige investeringen doen en eventuele tegenvallers opvangen. Ondanks dat 2023 voor de gemeente financieel een goed jaar was, had en heeft de gemeente te maken met grote financiële onzekerheden, risico’s en uitdagingen.

In eigen land hebben de gemeenten te maken met een toenemende onzekerheid over het geld dat zij in de komende jaren van het rijk, via het gemeentefonds, zullen krijgen. Het rijk heeft de afgelopen tijd veel taken aan de gemeenten overgedragen met niet altijd voldoende geld om deze uit te voeren. Daarnaast hebben gemeenten, als werkgever, ook last van krapte op de arbeidsmarkt en is het steeds moeilijker om voor de uitvoering van alle taken voldoende mensen te vinden. In de jaarstukken vindt u een gedetailleerd overzicht van de financiële resultaten, het gevoerde beleid en de behaalde doelstellingen. Tevens geven wij inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, innovatie en dienstverlening die in het jaar 2023 hebben plaatsgevonden. Een belangrijke wijziging in de wijze van verantwoording vanaf 2023 is de zogenaamde rechtmatigheidsverantwoording van het college aan de raad. De rechtmatigheidsverantwoording is een gevolg van de invoering van de Wet decentrale rekenkamers met ingang van 1 januari 2023. In deze verantwoording geeft het college inzicht in de wijze waarop de uitgaven volgens de geldende wetten en regels zijn gedaan. Het is ons in samenwerking met de raad en onze nieuwe accountant, Publieke Sector Accountants (PSA) gelukt om conform de nieuwe wetgeving, en de omissies daaromtrent, tot een goede verantwoording te komen.

Ons streven is onverminderd om in 2026 door te groeien naar een In Control verklaring in plaats van een rechtmatigheidsverantwoording. Wij danken alle betrokkenen, waaronder onze medewerkers, bestuurders, inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, voor hun bijdrage aan de totstandkoming van deze jaarstukken. Hun inzet en samenwerking hebben bijgedragen aan het realiseren van onze doelstellingen en het versterken van de leefbaarheid en vitaliteit van onze gemeente. Wij wensen u veel leesplezier en nodigen u uit om bij vragen of opmerkingen contact met ons op te nemen. Pijnacker, mei 2024 Namens het College van Burgemeester en Wethouders van Pijnacker-Nootdorp, Peter Hennevanger, wethouder financiën.

3

Leeswijzer De jaarstukken zijn het instrument om te beoordelen of het college in overeenstemming met de in de programmabegroting gestelde kaders heeft geopereerd. De jaarstukken zijn daarmee het sluitstuk van de planning- en controlcyclus. De jaarstukken bestaan uit twee delen: • het jaarverslag met daarin de programmaverantwoording met de paragrafen en; • de jaarrekening met daarin de programmarekening met toelichting en de balans met toelichting.

Jaarverslag Programmaverantwoording Hier wordt ingegaan op de resultaten per programma, zowel in beleidsmatig als in financieel opzicht. De programmaverantwoording begint met de doelstelling van het programma en bestaat daarna uit de volgende onderdelen: Wat wilden we bereiken? (maatschappelijk effect) • Hier zijn de subdoelstellingen van het programma vermeld. Wat hebben wij daarvoor gedaan? (inspanning/rol van de gemeente) • Wat is de inspanning van de gemeente om het maatschappelijk effect te bereiken. Realisatie maatschappelijk effect • Per subdoelstelling is één of een aantal activiteiten benoemd die bijdragen om het gewenste effect te realiseren. In 2023 bevatte de uitvoeringsagenda 105 activiteiten (opgaven vanuit de begroting), verdeeld over negen programma’s. In de stand van zaken van de uitvoeringsagenda wordt het zogenaamde ‘verkeerslichten model’ toegepast en krijgt iedere activiteit dus 1 van de 5 onderstaande kleuren mee. De verklaring van de kleuren is als volgt: Blauw: Gerealiseerd/vervallen/afgedaan. Groen: Conform planning na marginale aanpassingen en maximaal eenmaal zonder het ontstaan van politiek/bestuurlijke, maatschappelijke of financiële risico’s. Geel: Vertraagd door externe oorzaken, dus buiten onze directe invloedsfeer om. Er ontstaan geen risico’s. Oranje: Vraagt aandacht.

Planning is aangepast en vergroot politiek/bestuurlijke, maatschappelijke of financiële risico’s. Maatregelen t.b.v.risicobeheersing reeds vermeld. Rood: Crisis. Grijs : Geen statusinformatie geleverd. Na het beleidsmatig onderdeel volgt het onderdeel ‘Wat heeft het gekost?' waaronder diverse financiële overzichten zijn opgenomen en de lasten en baten per taakveld van de: • primaire begroting 2023 • begroting 2023 na wijziging • rekening 2022 • rekening 2023 • afwijking ten opzichte van begroting 2023 na wijziging • afwijking ten opzichte van rekening 2022. Tevens wordt een financiële analyse gegeven van de afwijking tussen de begroting (na wijziging) 2023 en de rekening 2023. Daarna volgt een overzicht van de beschikbare investeringen 2023, de werkelijke uitgaven daarop en een toelichting.

4

Paragrafen Als apart programma wordt een toelichting gegeven op de Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en de post onvoorzien. Hierin worden de algemene middelen van de gemeente toegelicht; waar komt het geld vandaan dat de gemeente in 2023 heeft besteed? Specifieke uitkeringen en ontvangsten worden bij de programma’s toegelicht voor zover hierover relevante ontwikkelingen zijn te melden. In de paragrafen komen de onderwerpen aan de orde die van belang zijn om inzicht te krijgen in de financiële positie van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp. De paragrafen geven vanuit diverse perspectieven een dwarsdoorsnede van de rekening. De focus is daarbij gericht op belangrijke beheerprocessen en het beleid dat daaraan ten grondslag ligt. U vindt daarin de verantwoording over de volgende beheersmatige onderwerpen: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering (inclusief Rechtmatigheids Verantwoording) • Verbonden partijen • Grondbeleid • Gemalendienst NAD • Ruimtelijk Domein • Sociaal Domein • Wet open Overheid (Woo)

Jaarrekening Programmarekening en toelichting In dit hoofdstuk zijn diverse (verplichte) financiële overzichten opgenomen met vergelijkende cijfers. Het is in feite een andere wijze van presenteren van de cijfers die zijn opgenomen in de programma-verantwoording onder het kopje 'Wat heeft het gekost?' en enkele aanvullende financiële overzichten.

Balans en toelichting Het laatste onderdeel gaat in op de financiële positie aan de hand van de balans. Daarbij is aandacht geschonken aan de balanspositie van het eigen vermogen en de mutaties die daar het afgelopen jaar in hebben plaatsgevonden.

5

Bestuurlijke Samenvatting Resultaat 2023 De jaarrekening 2023 sluit met een voordelig resultaat na bestemming van € 15,15 miljoen. Aanvankelijk was het saldo van de begroting, zoals die in het najaar van 2022 door de raad is vastgesteld (de zogenoemde primaire begroting) € 2,5 miljoen positief. In de loop van het jaar is de begroting meermaals door de raad bijgesteld op basis van een aantal ontwikkelingen en de hieruit voortvloeiende raads- en collegevoorstellen. Het laatste moment waarop de begroting in omvang en saldo is bijgesteld, was de Najaarsnota 2023. Toen werd in totaal een voordelig resultaat na bestemming van € 6,9 miljoen verwacht. Het verschil tussen het begrotingssaldo na de begrotingswijziging van de Najaarsnota 2023 en het uiteindelijke resultaat over 2023 is € 8,3 miljoen. In onderstaand overzicht wordt het verloop vanaf de primaire begroting tot de uiteindelijke realisatie over 2023 in totalen weergegeven. Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Lasten

Baten

Saldo

V/N

Primaire begroting

-170.017

172.500

2.485

V

Mutaties Kadernota 2023

-36.512

39.937

3.425

V

Mutaties Najaarsnota 2023

-10.632

11.577

945

V

Totaal begroot

-217.158

224.011

6.852

V

Jaarrekening 2023

-209.150

224.300

15.150

V

8.008

289

8.298

V

Verschil *) in de tabel kunnen afrondingsverschillen voorkomen

Analyse van het resultaat 2023 ten opzichte van het bijgestelde begrotingssaldo per Najaarsnota 2023 Het verschil tussen het jaarrekeningresultaat 2023 ten opzichte van de verwachting ten tijde van het opstellen van de Najaarsnota 2023 is € 8,3 miljoen. Een groot deel daarvan, ongeveer € 7,1 miljoen, wordt via de resultaatbestemming opgenomen in de budgetten voor 2024 of in een specifieke bestemmingsreserve. Onderstaand worden per subcategorie de belangrijkste oorzaken benoemd. In de tabel daaronder is een gedetailleerdere analyse opgenomen.

Algemene dienst € 6,3 miljoen Op verschillende taken die recent door het Rijk aan gemeenten zijn overgedragen zijn er overschotten op de bijbehorende budgetten. Deze overschotten zijn tijdelijk omdat dit door het Rijk overgehevelde middelen zijn die een specifiek bestedingsdoel kennen. Het betreft o.a. het Integraal zorgakkoord, noodopvang van Oekraïners en ondersteuning aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hierbij wordt veelal voorgesteld om deze middelen in 2024 alsnog beschikbaar te stellen door middel van resultaatbestemming. Op de personeelsbegroting resteert een bedrag van € 1,6 miljoen.

Grondexploitaties € 0,9 miljoen Eind eerste kwartaal 2024 worden de grondexploitaties geactualiseerd met peildatum 1 januari 2024 aan de hand van de laatste inzichten.

Sociaal domein -/- € 0,7 miljoen Dit betreft o.a. de kosten voor de energietoeslag, Jeugdhulp en het resultaat op de uitkeringen (BUIG, € 131K voordelig). De energietoeslag wordt gecompenseerd door een extra uitkering vanuit het Rijk van € 1,4 miljoen. Zie voor een nadere toelichting verderop in deze paragraaf.

Bijzondere financiële mutaties € 1,8 miljoen Een groot voordeel wordt hier veroorzaakt door de inkomsten van € 1,5 miljoen vanuit de decembercirculaire. Omschrijving (bedragen * € 1.000)

V/N

Programma

Leges bouwvergunningen: Er zijn meer bouwvergunningen verstrekt dan verwacht.

368

V

1

Vanuit de gemeente Delft als mandaatgemeente is € 429.533 beschikbaar gesteld met betrekking tot de Specifieke uitkering Integraal Zorg Akkoord. Deze bijdrage is bedoeld voor de inzet op coördinatie

430

V

6

6

Bedrag

Omschrijving (bedragen * € 1.000) en uitvoering van activiteiten op het snijvlak van het medisch-sociaal domein en preventie. Via resultaatbestemming wordt dit bedrag in 2024 alsnog als budget beschikbaar gesteld.

Bedrag

V/N

Programma

Opvang statushouders: Door de doorstroom naar huisvestingslocaties vallen de kosten lager uit dan verwacht. Via resultaatbestemming wordt dit bedrag in 2024 alsnog als budget beschikbaar gesteld.

244

V

6

Kinderopvangtoeslag affaire: dit is het saldo van het totaal aan lasten dat voor vergoeding in aanmerking komt met daarbij opgeteld een vergoeding voor handelingen waarvoor door het Rijk normbedragen verstrekt worden. Deze werkwijze veroorzaakt afwijkingen op de bestaande begroting, Via resultaatbestemming wordt dit bedrag in 2024 alsnog als budget beschikbaar gesteld.

279

V

6

Noodopvang vluchtelingen: Gemeenten ontvangen uit de "Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne" in 2023 een normbedrag per gemeentelijke opvangplek per dag. Door de doorstroom naar de tijdelijke huisvestingslocaties vallen de kosten lager uit dan verwacht. Het overschot wordt opgenomen als resultaatbestemming.

1.856

V

6

838

V

8

Op de personeelsbudgetten is een bedrag van € 1,6 miljoen onbenut gebleven.

1.600

V

div

Ivm de BBV voorschriften valt de voorziening voor de FLO brandweer vrij (en wordt via resultaatbestemming weer gestort in de bestemmingsreserve FLO).

1.060

V

8

Overige verschillen

-424

N

div

Saldo algemene dienst

6.320

V

Verschillende onderwerpen binnen het duurzaamheidsbeleid worden incidenteel gefinancierd en zijn boekjaar overschrijdend. De beschikbare middelen zijn niet volledig besteed. Via resultaatbestemming wordt een deel van deze middelen in 2024 alsnog als budget beschikbaar gesteld.

Grondexploitaties Een hogere winstuitname op grondexploitaties niet-bedrijventerreinen.

3.346

V

1

Een lagere winstuitname op grondexploitaties bedrijventerreinen.

-403

N

2

Een hogere vrijval vanuit de voorziening 'Nadelige complexen'

671

V

2

-2.717

N

10

897

V

De kosten voor Wmo in 2023 zijn uiteindelijk hoger dan de prognose die bij de najaarsnota is opgesteld. De stijgingen in de vraag naar voorzieningen is in lijn met de toename van het aantal ouderen in onze gemeente. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Sociaal Domein.

-340

N

6&7

Jeugdhulp: dit is het saldo dat resteert na de toevoeging van de extra middelen voor € 2,7 miljoen bij de najaarsnota. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Sociaal Domein.

277

V

5, 6 & 7

Participatie: het resterende saldo op het onderdeel Participatie bestaat uit een overschot van € 131.000 op het bijgestelde BUIG budget, bestemd voor bijstandsuitkeringen.

131

V

7

In 2023 heeft de gemeente de taak gekregen de energietoeslag uit te voeren. Hiervoor heeft de gemeente in totaal € 1,4 miljoen uit het gemeentefonds gekregen. In 2023 is er €800.000 uitgekeerd aan de doelgroep. Er wordt voorgesteld om het restant van dit saldo, € 613.771, in 2024 alsnog beschikbaar te stellen als budget voor de energietoeslag door middel van resultaatbestemming van het rekeningsaldo 2023.

614

V

7 en 10

Saldo Sociaal domein

682

V

Om aangesloten, geoefend en ingeregeld te zijn bij de eisen voor de Omgevingswet is in de decembercirculaire een budget ontvangen. In 2023 kon hier niet meer mee gewerkt worden. Via resultaatbestemming wordt een deel van deze middelen in 2024 alsnog als budget beschikbaar gesteld.

275

V

10

Taakveld Treasury: Hoewel zowel bij de Kadernota 2023 en de Najaarsnota 2023 de rentebaten steeds positief zijn bijgesteld is vanwege een hoger banksaldo met bijbehorende rentevergoeding op het Schatkistbankieren een voordeel behaald op de rentebaten.

690

V

10

Overige mutaties

-567

N

div

Saldo bijzondere financiele mutaties

398

V

8.298

V

Voor de vennootschapsbelasting is in 2023 een bedrag opgenomen van € 1,9 miljoen (na een winstneming van € 7,2 miljoen op de grexen). Voor de jaren 2021 en 2022 zijn (in overleg met de belastingdienst) ook de definitieve bedragen vastgesteld (samen € 1,9 miljoen). Ten op zichte van de NJN resteert een tekort van € 2,7 miljoen. Saldo grondexploitaties Sociaal domein

Bijzondere financiele mutaties

Totaal verschil begroting en jaarrekeningresultaat

Een volledige analyse wordt gegeven in het financieel deel van de jaarrekening en bij de afzonderlijke programma’s.

7

Grondexploitaties, materiële vaste activa en strategisch vastgoed Grondexploitatie Onderstaande analyse is gebaseerd op de totale winstuitname binnen de grondexploitatie en niet gebaseerd op het verschil tussen najaarsnota en jaarrekening. In de nota grondbeleid in begroting en jaarstukken 2019 wordt in paragraaf 6.2 gesproken over het tussentijds winst nemen. Aangezien het onduidelijk was wanneer tussentijds winst moet worden genomen, heeft de commissie BBV een aanvullende toelichting geschreven: Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor winstneming geldt de 'percentage of completion' methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien.

Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én • De grond(of het deelperceel) moet zijn verkocht; én • De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd). Door de commissie BBV is in de antwoorden op vragen van gemeenten aangegeven hoe deze methode moet worden toegepast, indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Er zijn vier grondexploitaties die een positief geprognosticeerd resultaat hebben. De grondexploitaties Boezem-Oost, Tuindershof en Pijnacker-Zuid voldoen aan de voorwaarden en om die reden is er een winst genomen voor Boezem-Oost ad € 1.864.000, voor Tuindershof € 872.000 en voor Pijnacker-Zuid € 4.566.000. Voor de grondexploitatie Bedrijvenpark Heron is in het verleden te veel winst genomen, zodat er in 2023 een correctie noodzakelijk was van € 64.000. Totaal is de brutowinst over 2023 € 7,2 miljoen. Over dit bedrag moet € 1,8 miljoen vennootschapsbelasting afgedragen worden waardoor het nettoresultaat over heel 2023 € 5,4 miljoen bedraagt. De vennootschapsbelasting voor de jaren 2021 en 2022 is, na overleg met de belastingdienst, uitgekomen op een af te dragen post van € 1,9 miljoen.

Berekeningssystematiek De gerealiseerde kosten worden uitgedrukt in een percentage van de totaal te verwachten kosten. Ook voor de opbrengsten wordt een percentage berekend. Door beide percentages met elkaar te vermenigvuldigen en deze uitkomst te vermenigvuldigen met de verwachte winst wordt het bedrag bepaald dat wij bij de jaarrekening moeten nemen. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het deel dat in eerdere jaarrekeningen als winst is verwerkt. Tevens dient rekening gehouden te worden met de toekomstige risico’s, die worden afgedekt door het verwachte positieve resultaat. De som van de gewogen risico’s wordt afgetrokken van de berekende winstuitname, omdat de risico’s niet betrokken worden bij de berekening van het percentage of completion en het verwachte resultaat.

Financiële gevolgen boekwaarde grondexploitatie De boekwaarde van de bouwgrondexploitaties is in 2023 afgenomen van € 11,7 miljoen naar € 3,0 miljoen. In 2023 is er voor € 7,2 miljoen aan winst genomen. Het verwachte resultaat is bruto met € 3,0 miljoen afgenomen. Een winstuitname van € 7,2 miljoen voorkomt de verbetering van het resultaat. Zonder de winstuitname en de afboeking zou het resultaat met € 4,2 miljoen verbeterd zijn. De verbetering wordt voornamelijk veroorzaakt door dat de kosten voor de aanleg van het openbaar gebied in het deelgebieden Park van Buijsen en Centrumlijn in Pijnacker-Zuid aanzienlijk lager uitvallen dan voorheen verwacht werd.

Winstuitnames Verwachte resultaten grondexploitaties ( bedragen x 1.000) Actieve grondexploitaties

8

Herziening Herziening 1-1-2023 1-1-2024 4.347

1.343

Verschil -3.004

Zowel bij de voortgangsrapportage per 1 juli als die van 1 januari wordt het verwachte verlies per negatieve grondexploitatie ingeschat en voorzien in de 'Voorziening Nadelige complexen'. De stand van deze voorziening bedraagt per 31 december 2023 € 8,2 miljoen en is daarmee € 0,7 miljoen lager dan per 1 januari 2023 verwacht en daarmee een voordeel. De verwachte resultaten van de nadelige grondexploitaties zijn afkomstig uit de actualisatie van de grondexploitaties per 1 januari 2024. Een toelichting op de ontwikkeling van het resultaat per project treft u in die rapportage aan.

Sociaal Domein 2023 Het financiële resultaat sociaal domein over het boekjaar 2023 bedraagt € 181.346 negatief. Dit betreft zowel de oude taken sociaal domein als nieuwe taken die in 2015 naar de gemeente zijn overgekomen. In dit overzicht zijn de kosten voor de inzet van personeel (uren) niet opgenomen. Bedragen in €

Begroot

Uitputting

Saldo

Wmo

10.839.666

11.240.965

-401.299

Programma 6&7

Jeugd

17.886.829

17.509.063

377.766

5, 6 & 7

PGB Wmo HH

106.000

125.000

-19.000

7

PGB Wmo BG

157.000

77.000

80.000

7

PGB Jeugd BG

573.500

503.000

70.500

7

Participatie

3.794.205

4.083.518

-289.313

7

Totaal

33.357.200 33.538.546

-181.346

Wmo De kosten voor 2023 zijn hoger dan de prognose die bij de najaarsnota is opgesteld. De kosten voor begeleiding Wmo, hulp bij huishouden en woonvoorzieningen zijn ten opzichte van 2022 toegenomen. Bij begeleiding wordt de kostenstijging veroorzaakt door een toename van 14% van het aantal unieke klanten en door indexatie. Bij hulp bij het huishouden wordt de kostenstijging veroorzaakt door een toename van het aantal unieke klanten en door indexatie. De gemiddelde kosten per unieke inwoner die gebruik maakt van hulp bij het huishouden nemen af ten opzichte van 2022. Het grootste verschil tussen de najaarsnota en de jaarrekening wordt veroorzaakt door een toename van de kosten voor woonvoorzieningen. De stijgingen in de vraag bij de bovengenoemde Wmo categorieën is in lijn met de toename van het aantal ouderen in onze gemeente.

Jeugd De stabilisatie van de kostenontwikkeling en de daling in 2022 zijn omgeslagen in een kostenstijging in 2023. De factoren die hieraan ten grondslag liggen zijn: een lichte stijging van het aantal unieke klanten (1,6%) dat gebruik maakt van de voorzieningen Jeugdhulp. Daarnaast een toename van de inzet van duurdere voorzieningen in antwoord op zwaardere zorgvragen. Met name bij ambulante Jeugdhulp en bij Jeugd GGZ zien we de kosten stijgen. Ook bij Jeugdvervoer stijgen de kosten onder andere door een zeer hoge indexering. Ook dragen een relatief hoge indexatie en tariefstijgingen als gevolg van groepsverkleining bij aan de stijgende kosten van de Jeugdhulp.

Participatie Binnen Participatie vormen de bijstandsuitkeringen qua omvang het grootste onderwerp. Dit wordt bekostigd uit de rijksbijdrage Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG). De BUIG is bedoeld voor de betaling van de uitkeringen en loonkostensubsidies. Het uitgangspunt is dat de BUIG toereikend is om de uitkeringslasten te betalen. Mutaties in het uitkeringenbestand van de gemeente worden door het Rijk verwerkt in de hoogte van BUIG. Hier zit echter een jaar vertraging in (t-1). Waar onze gemeente in de voorgaande drie jaar een ruim overschot op de BUIG had pakte dit in 2023 ongunstig uit voor onze gemeente omdat de afname van de BUIG-uitkering samenviel met een toename van de instroom van statushouders. In 2023 heeft de gemeente

9

gedurende het jaar € 1.000.000 uit eigen middelen aan dit budget toegevoegd om deze taak te kunnen uitvoeren waarvan uiteindelijk € 131.000 resteerde. De uitbetaling van de energietoeslag 2023 heeft op Participatie tot een overschrijding van € 800.000 op het reguliere budget geleid. Het Rijk heeft de gemeente weliswaar vergoed voor deze kosten maar dit kon niet tijdig worden verwerkt in de begroting. De rijksvergoeding is terug te vinden in het positieve saldo op de algemene uitkering. Op re-integratie heeft een overschrijding plaatsgevonden. Dit heeft te maken met intensivering van de inzet van trajecten voor inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. In 2023 zijn nieuwe soorten trajecten ingekocht, omdat de mogelijkheden voor aanmelding van werkfitte werkzoekenden opdroogde. Op de totale budgettaire ruimte voor Participatie/re- integratieactiviteiten, dat bestaat uit meerdere grootboeknummers, heeft geen overschrijding plaatsgevonden.

Reserve Sociaal domein Om in de kosten van incidentele uitgaven binnen het sociaal domein te voorzien en een zo zuiver mogelijk beeld te krijgen van de jaarlijkse reguliere lasten is een reserve sociaal domein gevormd. Nagekomen resultaten van voorgaande jaren en incidentele lasten worden ook met deze reserve verrekend. De stand van de reserve op 1 januari 2023 bedroeg € 3,7 miljoen. Gedurende 2023 is € 0,5 miljoen aan de reserve toegevoegd vanuit het resultaat op de jaarrekening 2022 en is voor € 0,2 miljoen aan regionale middelen ten behoeve van Wmo samenwerking toegevoegd. Onttrekkingen zijn gedaan voor een bedrag van € 0,3 miljoen voor kosten die zijn gemaakt voor de invoer van maatregelen inzake kostenbeheersingsmaatregelen en projectmatige activiteiten. De reserve sluit in 2023 op een saldo van € 4,1 miljoen.

Investeringsbudgetten In onderstaand overzicht worden de begrote lasten en baten (subsidies) van de investeringsbudgetten aangegeven ten opzichte van hetgeen is gerealiseerd. Op basis van deze informatie kan het bruto en netto uitvoeringspercentage van de investeringen worden bepaald. Voor een zuiver beeld is de aankoop van de aandelen Stedin niet meegenomen als onderdeel van investeringen. (bedragen x € 1.000) Lasten (bruto investering)

Begroot

Realisatie

29.183

%

26.479

91

Saldo 2.705

Baten (subsidies)

4.675

3.462

74

1.213

Netto investering

24.509

23.017

94

1.492

Uit het overzicht blijkt dat in 2023 netto 94% van de voorgenomen uitgaven ten laste van de investeringsbudgetten is gerealiseerd. Dit percentage is hoger dan vorig jaar. In de afzonderlijke programma’s is bij het onderdeel ‘Investeringen’ een toelichting opgenomen van de belangrijkste afwijkingen. Tevens is daarbij aangegeven welke investeringsbudgetten afgesloten kunnen worden en welke doorgeschoven dienen te worden naar 2024.

Beleidsresultaten per programma Voor de beleidsresultaten wordt verwezen naar het onderdeel ‘ Programmaverantwoording’.

Raadsvoorstel voor aanvullende besluiten en resultaatbestemming Aan de raad voor te stellen: 1. de jaarrekening 2023 vast te stellen met daarin het voordelig resultaat over het boekjaar 2023 van € 15,15 miljoen en dit toe te voegen aan de algemene reserve; 2. de voorziening 'FLO' af te sluiten; 3. een nieuwe bestemmingsreserve 'FLO Brandweer' te openen; 4. Een voorziening 'Herstelwerkzaamheden het Nest' in te stellen; 5. een bedrag van € 7,1 te onttrekken aan de algemene reserve en dat bedrag als volgt te bestemmen:

10

a. Een bedrag van € 73.000 te bestemmen voor niet uitgevoerde projecten uit het programma water en klimaat 2021-2024; b. Een bedrag van € 348.000 te bestemmen voor de uitvoering van de KOT-regeling; c. Een bedrag van € 613.771 te bestemmen voor uitbetaling van de energietoeslag in 2024; d. Een bedrag van € 275.000 te bestemmen voor de invoering van de omgevingswet (decembercirculaire); e. Een bedrag van € 44.000 te bestemmen voor meerkosten SD ten behoeve van de opvang van Oekraïners; f. Een bedrag van € 24.000 te bestemmen voor maatschappelijke begeleiding statushouders; g. Een bedrag van € 429.533 te bestemmen voor SPUK Integraal Zorgakkoord; h. Een bedrag van € 500.000 te bestemmen voor verduurzaming slecht geïsoleerde woningen; i. Een bedrag van € 244.016 te bestemmen voor opvang van statushouders; j. Een bedrag van € 31.510 te bestemmen voor uitvoeren van het omgevingsprogramma 'Groen in en om de kernen' gebaseerd op de omgevingsvisie; k. Een bedrag van € 1.856.000 te bestemmen voor de Vluchtelingen en asielopvang. l. Een bedrag van € 795.000 te bestemmen voor de reserve Bedrijfsvoering (cf Nota reserves en voorzieningen) m. Een bedrag van € 795.000 te bestemmen voor de reserve Bedrijfsvoering (organisatie ontwikkeling) n. het vrijvallend saldo van € 1.061.000 uit de voorziening FLO toe te voegen aan de nieuw in te stellen bestemmingsreserve ’FLO Brandweer'

6. Het bestemde resultaat van € 7,1 miljoen te verwerken bij de Voorjaarsnota 2024.

Toelichting op de voorstellen tot bestemming resultaat a. Niet uitgevoerde projecten Programma water en klimaat 2021-2024 In het Programma water en klimaat 2021-2024 is eenmalig budget opgenomen voor onderhoud aan twee stuwen, kwaliteitsbaggeren en CoP klimaatadaptatie. Deze projecten zijn in 2023 niet gerealiseerd en worden opgepakt in 2024.

b. Uitvoering KOT-regeling Het deel van de vergoeding voor de uitvoering van de KOT regeling dat we willen overnemen in 2024 bestaat uit normbedragen die worden toegekend als dekkingsmiddel voor kosten die ontstaan gedurende het traject van ondersteuning van een gedupeerde. De normbedragen worden eerder toegekend dan dat de kosten worden gemaakt.

c. Uitbetaling van de energietoeslag in 2024 De rijksvergoeding energietoeslag die in 2023 is ontvangen is in 2023 niet volledig uitgekeerd aan de doelgroep. De uitbetaling van het restant volgt in 2024.

d. Invoering van de omgevingswet (decembercirculaire) Dit budget is door het rijk via de decembercirculaire beschikbaar gesteld. Gezien de beperkte tijd tot de jaarafsluiting zijn de middelen niet besteed en worden deze doorgeschoven naar 2024.

e. Meerkosten SD ten behoeve van de opvang van Oekraïners (decembercirculaire) Als vergoeding voor zorgkosten van Oekraïense ontheemden is over 2023 een vergoeding ontvangen. Afrekeningen over deze meerkosten volgen nog in 2024 waardoor wordt voorgesteld om deze middelen ook in dat jaar beschikbaar te stellen.

f. Maatschappelijke begeleiding statushouders (decembercirculaire) Dit betreft een vergoeding voor de kosten van de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten. Deze vergoeding wordt betrokken bij de subsidietoekenning aan de maatschappelijke partners die hiervoor hun activiteiten inzetten.

g. SPUK Integraal Zorgakkoord Vanuit gemeente Delft als mandaatgemeente is € 429.533 beschikbaar gesteld met betrekking tot de Specifieke uitkering Integraal Zorg Akkoord. Deze bijdrage is bedoeld voor de inzet op coördinatie en uitvoering van activiteiten op het snijvlak van het medisch-sociaal domein en preventie. Aangezien de verantwoording vanuit het Rijk nog onduidelijk is wordt voorgesteld dit bedrag op te nemen als resultaatbestemming 2023 en het saldo te storten in de bestemmingsreserve Sociaal Domein.

11

h. Verduurzaming slecht geisoleerde woningen De raad heeft extra isolatiesubsidie toegekend bovenop de rijksbijdrage. In 2024 worden de eerste kosten hiervoor gemaakt. Eind 2026 loopt de subsidieverordening af.

i. Opvang statushouders Voor de opvang van statushouders ontvangt de gemeente een eenmalige bijdrage per persoon. Door de doorstroom naar huisvestingslocaties vallen de kosten lager uit dan verwacht. Voorstel tot resultaatbestemming 2023 en het saldo te storten in de bestemmingsreserve "Vluchtelingen en asielopvang".

j. Uitvoeren omgevingsprogramma 'Groen in en om de kernen' Om het omgevingsprogramma af te ronden is het resterend budget ad. € 31.510 benodigd in 2024.

k. Noodopvang vluchtelingen en asielopvang Gemeenten ontvangen uit de "Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraine" in 2023 een normbedrag per gemeentelijke opvangplek per dag. De normvergoeding is hoger dan dat de kosten die gemaakt zijn. Van dit overschot van € 1.856.000 wordt € 175.000 ingezet ter dekking van tijdelijke formatie voor het uitvoeren van het onderzoek naar mogelijkheden van asielopvang 2024. Het restant (€ 1.681.000) wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve 'Vluchtelingen en asielopvang'.

l/m. Overschot personeelsbegroting Conform de nota reserves en voorzieningen wordt 50% van het overschot op de personeelsbegroting toegevoegd aan de bestemmingsreserve bedrijfsvoering. De andere helft wordt gereserveerd ten behoeve van de organisatie-ontwikkeling.

n. Het vrijvallend saldo van € 1.061.000 uit de voorziening FLO toe te voegen aan de nieuw in te stellen bestemmingsreserve ’FLO Brandweer' Op basis van de voorschriften van het BBV wordt de Voorziening FLO (functioneel leeftijdsontslag) wordt omgezet in een bestemmingsreserve. Hiertoe valt het saldo uit de voorziening vrij in het jaarrekeningresultaat (€ 1.061.000) en wordt dit via resultaatbestemming toegevoegd aan de nieuw ingestelde gelijknamige bestemmingsreserve. Na resultaatbestemming wordt per saldo € 8,05 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve.

Vermogenspositie De stand van de algemene reserve (na bestemming van het resultaat) was op 31 december 2022 € 66,5 miljoen. In het boekjaar 2023 is de algemene reserve afgenomen met € 10,3 miljoen tot een bedrag per 31 december 2023 van € 55,2 miljoen. De overige reserves zijn toegenomen met € 7,1 miljoen tot een bedrag van € 138,0 miljoen, waardoor het totale eigen vermogen (exclusief het jaarrekeningresultaat) van de gemeente per 31 december 2023 € 193,2 miljoen bedraagt. In de jaarrekening is een overzicht van de afzonderlijke mutaties op de reserves en voorzieningen opgenomen in de toelichting op de balans. Onderstaande grafiek geeft het verloop van het vermogen in totaal en op onderdelen weer over de periode 2016 tot en met 2023. Een overzicht van mutaties in reserves is opgenomen in het onderdeel ‘Jaarrekening’. In het totaal vermogen is geen rekening gehouden met het bestemmen van het resultaat 2023, anders dan het toevoegen aan de algemene reserve.

12

Eigen vermogen/jaarresultaat

Bedragen in miljoenen

300

200

182,5

176,7

100

68,3 46

78,7

84,9

85,2

46,3

43,1 37,4

52,6 29,9

4,4

2,7

3,7

2018

2019

2020

17,9 4,4

20,4 12

2016

2017

119,2

105,7 67,3

197,4

130,8

208,2

138

55,2

50,7

47,2

12,6

19,3

15,1

2021

2022

2023

0

Algemene reserve Totaal vermogen

Bestemmingsreserves

Jaarrekeningresultaat

Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en weerstandsratio Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. In de paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing' is een benodigde weerstandscapaciteit berekend van € 11.098.678. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Bedrag €

Algemene reserve weerstandsvermogen

55.150.048

Resultaat jaarrekening (onbestemd)

15.149.962

Totale weerstandscapaciteit

10.629.828

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit = € 70.300.010 Benodigde weerstandscapaciteit

€ 11.098.678

6,33

Een ratio weerstandsvermogen van 6,33 wordt beoordeeld als 'uitstekend' en is gebaseerd op de normtabel van de Universiteit Twente.

Schuldomvang en ontwikkeling van de netto schuldquote In 2023 is de totaalschuld van de gemeente afgenomen. In onderstaande tabel wordt weergegeven hoeveel de totale schuldomvang bedraagt per 31 december 2023. Schuldomvang per 31-12-2023 ( x € 1.000) Leningenportefeuille

67.629

Vordering schatkistbankieren en overige rekeningen-courant

108.126

Schuldomvang

-40.497

De schuldomvang is voor het derde achtereenvolgende jaar negatief, hetgeen wil zeggen dat tegen over de langlopende schulden een hoger bedrag aan liquide middelen aanwezig is.

13

Jaarverslag

14

Programmaverantwoording

15

16

1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp is een herkenbare en aantrekkelijke gemeente waar inwoners, van jong tot oud, prettig en veilig wonen, ondernemers hun bedrijf kunnen uitoefenen en bezoekers graag komen.

Algemene omschrijving Het programma Ruimte en wonen bestaat uit drie onderdelen: 1. Ruimtelijke ordening; 2. Wonen en bouwen; 3. Grondexploitaties, met uitzondering van bedrijventerreinen. Met de uitwerking van deze onderdelen dragen we bij aan het behoud en de ontwikkeling van een herkenbare en aantrekkelijke gemeente voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Inwoners kunnen hier (blijven) wonen in een fijne woonomgeving, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen graag in Pijnacker-Nootdorp.

Wat wilden we bereiken ?

Doelstelling

Wat wilden we bereiken

Wat hebben we daarvoor gedaan

Een herkenbare en aantrekkelijke gemeente met drie kernen met een hoge woonkwaliteit

Inwoners kunnen en willen zich hier vestigen en kunnen een lokale wooncarrière doorlopen

1. Bepalen en faciliteren ruimtelijke kwaliteit voor aantrekkelijke (woon-) omgeving

De geplande groei wordt afgerond

2. Regisseren van het woningenaanbod voor doelgroepen 3. Regisseren uitbreidingen in nieuwe woonmilieus

Voor zowel nieuwe als onze huidige inwoners willen we een aantrekkelijke gemeente zijn. We streven ernaar dat onze huidige inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen en dat woningzoekenden graag in PijnackerNootdorp kunnen en willen wonen. In de huidige gespannen woningmarkt is dat geen eenvoudige opgave. Ter uitvoering van de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050, de Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2020-2030, de Woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp 2023-2030 en het Raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 werken we aan voldoende woningen in alle prijsklassen en voor alle doelgroepen in een aantrekkelijke woonomgeving.

Ruimte en wonen in de regio Onze gemeente werkt aan een sterke positie in de regio. Dat doen we vanuit onze eigen visie en kwaliteiten. Ten opzichte van de regio beschikken wij over onderscheidende kwaliteiten in de vorm van ons woonmilieu, ons groene buitengebied en de glastuinbouw. Onze inzet in de regio is het behouden en versterken van deze kwaliteiten. Met dit programma leveren wij een bijdrage aan de agglomeratiekracht en het vestigingsklimaat. Pijnacker-Nootdorp is een landelijke, groene gemeente in verbinding met de grote steden om ons heen. Een gemeente met kwaliteiten en (woon)milieus die in de stad niet te vinden zijn. Die zijn van waarde voor alle inwoners van de regio. De in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie laat, onder andere, zien dat onze gemeente tot 2050 in een rustig tempo nog maximaal 4000 woningen wil bouwen. Daarmee levert Pijnacker-Nootdorp een bijdrage aan de

17

groei van de woningvoorraad in Nederland en meer in het bijzonder in de regio Haaglanden. De plannen van de ons omringende gemeenten voor woningbouw, infrastructuur en bedrijventerreinen, hebben directe en indirecte gevolgen voor de toekomst van onze gemeente. Ook het rijk heeft, mede vanwege de grote opgaven waar we voor staan, het afgelopen jaar steeds duidelijker positie genomen in de ruimtelijke ordening. Concrete voorbeelden daarvan zijn de regionale woondeals, Wet regie op de volkshuisvesting, herziening van de Huisvestingswet en het programma water en bodem sturend. Ook werkt het rijk aan nieuwe weten regelgeving. Door onze positie in de regio te versterken en alert te zijn op ontwikkelingen op landelijk, provinciaal en regionaal niveau, willen we de kansen die hierdoor ontstaan benutten en eventuele bedreigingen tijdig signaleren en beïnvloeden.

Kenmerken en waardering van drie kernen met een hoge woonkwaliteit We willen dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare en aantrekkelijke gemeente blijft, die haar inwoners in drie woonkernen een hoge woonkwaliteit biedt. Onze inwoners waarderen hun woonomgeving. Dit willen we zo houden en waar mogelijk verbeteren. In onze gemeente woon je in een groene omgeving en in kernen die elk een eigen karakter hebben. Onze Omgevingsvisie vormt de stip op de horizon, zo is ook in het Raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 bevestigd. Ondanks opgaven als woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteitstransitie wil en kan Pijnacker-Nootdorp haar eigen karakter behouden. Dat is terug te zien in de gebiedsprofielen voor bijvoorbeeld de rustige woonwijk, de dorpse woonwijk en de linten, maar ook in de ontwikkelingslijnen. De Omgevingsvisie bouwt voort op de karakteristieke kenmerken van de drie kernen en benoemt hoe deze kwaliteiten behouden en versterkt kunnen worden. Overlopende activia

Inwoners kunnen en willen zich hier vestigen en kunnen een lokale wooncarrière doorlopen

Er zijn verschillende factoren die maken dat toekomstige inwoners zich in Pijnacker-Nootdorp kunnen en willen vestigen en dat onze huidige inwoners hier kunnen en willen blijven wonen. De eerste factor is de ruimtelijke kwaliteit. Zowel nieuwe als bestaande inwoners willen graag wonen in een omgeving met een hoge woonkwaliteit. De in 2023 uitgevoerde leefbaarheidsmonitor laat zien dat het gemiddelde rapportcijfer voor de kwaliteit van de woningen is verbeterd. Voor alle wijken geldt dat de aspecten in de fysieke woonomgeving vergelijkbaar worden beoordeeld als in 2021. Het participatietraject rondom de Omgevingsvisie heeft laten zien dat de inwoners het fijn vinden dat het groen en rustig is in onze gemeente. De tweede factor die bepaalt of iemand in Pijnacker-Nootdorp wil komen wonen of wil blijven wonen is de beschikbaarheid van een passende woning. Hieronder vindt u terug wat we in 2023 hebben gedaan en welke resultaten dat heeft gehad voor het beoogde effect.

Ruimtelijke kwaliteit De bestemmingsplannen (vanaf 1 januari 2024 het omgevingsplan) geven de kaders voor de ontwikkelingsmogelijkheden en daarmee ook het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. In 2023 zijn er overeenkomstig de jaarplanning bestemmingsplannen, diverse bestemmingsplannen aan de raad aangeboden in de vorm van voorontwerpen, ontwerpen en vast te stellen bestemmingsplannen. Concrete voorbeelden zijn de bestemmingsplannen voor ruimte voor ruimte-ontwikkelingen in het buitengebied van Pijnacker, het bestemmingsplan voor het kruispunt Katwijkerlaan-Vlielandseweg-Nieuwkoopseweg en het Verzamelplan. Een aantrekkelijke woonomgeving met een hoge ruimtelijke kwaliteit realiseren we als gemeente niet alleen, maar samen met inwoners en ondernemers. We nodigen hen meer en meer actief uit om mee te denken aan het begin van het proces, mede ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarbij gaat het niet alleen om bestemmingsplannen, maar om het betrekken van de samenleving bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in het algemeen. In 2023 is het Participatiebeleid door de raad vastgesteld en in werking getreden. Inmiddels zijn de eerste participatietrajecten overeenkomstig dit beleid in voorbereiding. In 2021 is de Omgevingsvisie met bijbehorend planMER vastgesteld.

Hierin heeft de gemeenteraad de visie op de fysieke leefomgeving voor de lange termijn, tot 2050, vastgelegd. In 2022 is gestart met de uitvoering van deze Omgevingsvisie, bijvoorbeeld in de vorm van omgevingsprogramma’s. Het eerste omgevingsprogramma voor bedrijventerrein De Boezem is vastgesteld (zie programma 2). Het omgevingsprogramma Groen in en om de kernen is in ontwikkeling (zie programma 4). Daarnaast is in 2023 gestart met de kaderstellende notities voor de omgevingsprogramma’s Ruimtelijke Kwaliteit en Vitale Glastuinbouwgebieden.

18

Na vele malen uitstel is op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden. De wet betekent grote veranderingen voor inwoners, ondernemers en bestuur. De voorbereidende werkzaamheden kunnen nu in de praktijk worden getest en op basis van ervaring passen we aan waar nodig en wenselijk.

Lokale wooncarrière Met de vaststelling van de Omgevingsvisie, is er voor het lange termijn perspectief, voor een constante groei van het aantal woningen gekozen. Onze inzet is erop gericht dat we voldoende woningen beschikbaar hebben voor alle doelgroepen en in alle prijsklassen. De aanhoudende krapte op de woningmarkt maakt dat deze ambitie niet gemakkelijk te realiseren is. Zo blijft de wachttijd voor een sociale huurwoning in Pijnacker-Nootdorp significant hoger dan voor een sociale huurwoning in de regio Haaglanden. In 2020 heeft de raad een brede Woonvisie vastgesteld en in 2023 is de Woonzorgvisie vastgesteld. Op basis hiervan werken we nu aan, onder andere, het vergroten van de beschikbaarheid van passende woningen. Dat doen we niet alleen, maar samen met ontwikkelaars, woningcorporaties en zorgpartijen. De behoefte aan woningen hangt samen met de demografische druk (zie grafiek 1.1, bron: waarstaatjegemeente.nl, 29 januari 2024), die bestaat uit de verhouding tussen de som van het aantal personen van 0-20 jaar en 65 jaar of ouder enerzijds en de personen in de ‘productieve leeftijdsgroep’ van 20-64 jaar anderzijds. Landelijk neemt de demografische druk toe door de combinatie van vergrijzing en een afnemend aantal geboortes. In Pijnacker-Nootdorp doet deze trend zich ook voor, maar minder sterk dan het landelijk gemiddelde.

Demografische druk

% Aantal personen

74

72

70

68 2019

2020

Pijnacker-Nootdorp

2021

2022

2023

Nederland

Grafiek 1.1 (bron: waarstaatjegemeente.nl) Zichtbaar is dat in Pijnacker-Nootdorp op dit moment de groene druk (0-15 jaar) relatief hoog is ten opzichte van het landelijk gemiddelde en de grijze druk (65 jaar en ouder) relatief laag. Daarbij merken we op dat de groene druk afneemt en de grijze druk stijgt. De ontwikkelingen in de groene en grijze druk hebben mede geleid tot het benoemen van doelgroepen waarvoor woningen moeten worden gebouwd. De aankomende vergrijzing van de lokale bevolking vraagt niet alleen inzet vanuit het sociaal domein. Ook in het ruimtelijk domein bereiden we ons voor op de veranderende vraag. Zo is in 2023 de Woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp vastgesteld. Dit is een aanvulling op de Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2020-2030. In 2023 zijn prestatieafspraken gemaakt met verschillende woningcorporaties die in onze gemeente actief zijn. Het in 2021 door acht van de negen Haaglandengemeenten ondertekende Tussenakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Haaglanden heeft in 2023 (nog) niet geleid tot een definitief akkoord. Wel is het Tussenakkoord de basis voor de regionale realisatieagenda waar in 2023 aan is gewerkt. Deze regionale realisatieagenda laat zien hoeveel woningen in Haaglanden worden gebouwd en op welke manier deze bijdragen aan de ambitie van de minister van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.

De minister wil het aanbod aan sociale huurwoningen en betaalbare woningen namelijk vergroten. Onze inzet voor deze woondeal is, in lijn met de Woonvisie en Omgevingsvisie. Voor Pijnacker- Nootdorp betekent een en ander dat we in de periode tussen 2019 en 2030 2.070 woningen gaan bijbouwen en het aantal sociale huurwoningen met 840

19

woningen vergroten. Dit doen we door nieuwbouw toe te voegen en de woningen van Habion te behouden voor de sociale woningvoorraad. De regionale realisatieagenda Haaglanden is begin 2023 getekend.

De geplande groei wordt afgerond

Woningbouw helpt mee aan meer evenwicht op de woningmarkt. Er wordt hard gewerkt om de geplande projecten te realiseren. Daarbij zijn er projecten die al bijna klaar zijn (zoals Keijzershof en Ackerswoude) en projecten die net gestart zijn (zoals Tuindershof) of nog moeten gaan starten (zoals De Scheg en Centrumlijn). Onze woningvoorraad groeit, zoals ook te zien is in tabel 1.2 (bron: waarstaatjegemeente.nl, 29 januari 2024)

Ontwikkeling woningvoorraad

Aantal woning

24.000

22.000

20.000

20 22

20 20

6

20 18

20 1

20 14

20 12

18.000

Grafiek 1.2 (bron: waarstaatjegemeente.nl) De realisatie van Park van Buijsen (Keijzershof) is bijna klaar. De laatste woningen, 23 appartementen in de Juffer, zijn in 2023 in de verkoop gegaan. De bouw start in het eerste kwartaal van 2024. Er worden ook woningen gebouwd op locaties in de bestaande woonkernen. Een goed voorbeeld daarvan zijn de woningen die in het Hart van Nootdorp worden gerealiseerd. Naar verwachting start de bouw van de eerste 63 woningen daar in het laatste kwartaal van 2024. In het Tuindershof zijn de woningen aan de oostzijde opgeleverd in 2023 en worden in de eerste helft van 2024 de laatste woningen aan de zuidzijde opgeleverd. Ook in 2024 gaat de ontwikkeling van deze wijk door. In 2023 is verder gegaan met de gestart met de bouw van woningen in de Scheg (Kiem).

Wat hebben we daarvoor gedaan ? Om de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken, hebben we ingezet op drie prestatievelden (zie de doelenboom). Per prestatie geven we de activiteiten, het beoogde resultaat en de feitelijke realisatie in 2023 weer. Activiteit

Resultaat

Toelichting status

Programma: 01 Ruimte en wonen Hoofdactiviteit (rol): 1. Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woon en leefomgeving Bestemmingsplannen afronden

Bestemmingsplannen die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet als ontwerp ter inzage hebben gelegen worden overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening afgerond

Volgens de jaarplanning zijn de laatste ontwerp-bestemmingsplannen, maar ook ontwerp-wijzigingsplannen, uiterlijk in december 2023 ter inzage gelegd.Dit moet gebeuren voordat de Omgevingswet per 1-1-2024 in werking treedt om deze plannen overeenkomstig de Wro af te kunnen ronden.

Omgevingsplan actualiseren

Het van rechtswege ontstane tijdelijke omgevingsplan wordt stap voor stap geactualiseerd waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt

Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben we op 1 januari 2024 een tijdelijk omgevingsplan. Voor het omzetten van het tijdelijk omgevingsplan naar een definitief omgevingsplan is een planning opgesteld. Deze planning houdt ook rekening met de doorvertaling van vastgestelde omgevingsprogramma's naar juridische regels in het omgevingsplan.

Omgevingsvisie monitoren en evalueren

Tweejaarlijkse monitor en evaluatie van de omgevingsvisie

In 2024 wordt, parallel aan de midterm review, de eerste monitor en evaluatie van de omgevingsvisie opgeleverd.

20

Activiteit

Resultaat

Onderzoek kwetsbare woonmilieus uitvoeren

Inzicht in de plekken waar het woonmilieu Het onderzoek is afgerond. Op basis van data (op termijn) kwetsbaar kan worden inclusief is gekeken of en waarom het woonmilieu voorstel maatregelen op termijn kwetsbaar kan worden. De uitkomsten daarvan zijn meegenomen in de Woonzorgvisie en in het project Wijken die werken.

Toelichting status

Programmaplan invoering Omgevingswet uitvoeren

Halfjaarlijkse monitor programmaplan Omgevingswet

De raad heeft gevraagd periodiek geïnformeerd te worden over de voortgang van het Programmaplan Omgevingswet 2019. Er is afgesproken tweemaal per jaar een raadsmonitor op te stellen waarin wordt gerapporteerd over de stand van zaken van het Programmaplan en de implementatie van de Omgevingswet conform de aanbevelingen uit het Onderzoeksrapport ‘QuickScan voorbereiding Omgevingswet’ van de rekenkamercommissie. In 2023 is maar eenmaal een monitor aan de raad aangeboden in afwachting van de definitieve inwerkingtreding per 1 januari 2024. In het eerste kwartaal van 2024 ontvangt de raad de vijfde rapportage met de meest actuele stand van zaken en de eerste ervaringen met het werken met de Omgevingswet.

Projectplan omgevingsprogramma’s uitvoeren en monitoren

Jaarlijkse monitor die inzicht biedt in de ervaringen met en voortgang van het opstellen van omgevingsprogramma’s

De planning van de omgevingsprogramma's is dit jaar aan de raad aangeboden. In 2024 wordt de eerste jaarlijkse monitor aan de gemeenteraad aangeboden.

Hoofdactiviteit (rol): 2. Uitbreiden van de woningvoorraad Bestuursopdracht transformatiegebieden uitvoeren

Kaderstellende notities voor één of meerdere van de mogelijke ontwikkellocaties Dwarskade, Rijskade, Overgauw en Balijade inclusief ontwikkelstrategie

Op 1 juni 2023 is de ontwikkelstrategie voor de transformatiegebieden vastgesteld door de gemeenteraad en is de uitvoering van de strategie gestart. Voor het Dwarskadegebied is als eerste een ambitienotitie opgesteld. Deze is in januari 2024 aan de gemeenteraad voorgelegd. Vervolgens start in februari het opstellen van de tweede ambitienotitie voor het gebied Overgauw.

Grexen (niet bedrijventerreinen) actualiseren

Halfjaarlijkse actualisatie van de projecten en grondexploitaties

De tweede halfjaarlijkse actualisatie van grondexploitaties en projecten is in oktober aan de raad aangeboden.

Kansenkaart (inbreidings-) locaties en leegstaande gebouwen opstellen

Actueel inzicht in locaties die kansen bieden voor het (tijdelijk, flexibel of permanent) uitbreiden van de woningvoorraad of aanbod voorzieningen dan wel gebruiksmogelijkheden van leegstaande panden

De kansenkaart is opgesteld en wordt intern gebruikt bij de beantwoording van ruimtelijke vragen voor (tijdelijke) functies. De kansenkaart is continue in ontwikkeling en wordt gebruikt om de ruimtelijke regie te voeren. De vraag naar locaties is groter dan het aantal beschikbare locaties. De kaart is een instrument bij het maken van de afwegingen.

Startnotitie Oranjepark uitvoeren

Uitgevoerde startnotitie voor de ontwikkeling van Oranjepark

Op 23 november 2023 is de kaderstellende notitie voor Oranjepark vastgesteld door de gemeenteraad. Daarna is gestart met het opstellen van een gebiedsvisie. Deze zal naar verwachting medio 2024 gereed zijn.

Woningvoorraad uitbreiden door afronden bestaande ontwikkellocaties

Overzicht van de start van de bouw van woningen op de bestaande ontwikkellocaties Keijzershof, Centrumlijn, Tuindershof, de Scheg, Vrijenban en Hart van Nootdorp

De woningbouw in Keijzershof is bijna afgerond. Met de bouw van het laatste appartementengebouw (De Juffer) wordt in maart 2024 gestart. In Centrumlijn Noord is eind 2023 gestart met de bouw. De oplevering staat gepland voor 2027. De start van de bouw in Centrumlijn Zuid volgt in de eerste helft van 2025. Oplevering wordt verwacht in 2029. In Tuindershof worden de laatste woningen aan de zuidzijde (fase 4, 5 en 6) in de eerste helft van 2024 opgeleverd. Aan de oostzijde van de Tuindersweg zijn de woningen in fase 1a, 1c en 2a opgeleverd. De woningen in fase 2b volgen begin 2025. Fase 1b start

21

Activiteit

Resultaat

Toelichting status begin 2024 en wordt medio 2025 opgeleverd. Vanwege gewijzigde marktomstandigheden wordt zowel fase 3a als 3b aan de westzijde van de Tuindersweg herontwikkeld. Meer concreet betekent dit dat er meer kleinere woningen komen en dat er minder woningen per fase worden gerealiseerd. De eerste 35 woningen (fase 3a1) zijn eind 2023 met succes in verkoop gegaan. De bouw van deze fase start in mei 2024. Fase 3a2 volgt een half jaar later. Voor de locatie Vrijenban wordt een integrale gebiedsvisie opgesteld. Pas na vaststelling van deze visie kan een plan worden ontwikkeld. In het laatste kwartaal van 2024 start de bouw van de eerste 63 woningen (sociaal en middenhuur) in Hart van Nootdorp. In het tweede kwartaal van 2023 is gestart met de bouw van de eerste woningen in De Scheg (Kiem).

Hoofdactiviteit (rol): 3. Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen en inwoners Actualiseren woonvisie met lokale woonzorgparagraaf

Woon-zorgparagraaf opstellen en vaststellen De Woonzorgvisie is in oktober door de als onderdeel van de Woonvisie Pijnackergemeenteraad vastgesteld. Daarmee is deze Nootdorp 2020-2030 activiteit afgerond.

Gereedschapskist maatregelen lokale wooncarrière

Overzicht van maatregelen die worden ingezet om een lokale wooncarrière te faciliteren (doorstroming, opkoopbescherming, doelgroepenverordening, antispeculatiebeding etc)

De gereedschapskist met maatregelen om een lokale wooncarrière te vullen wordt stap voor stap gevuld. In december is versie 1.0 ter informatie aan de raad gezonden. In december is bovendien de doelgroepenverordening door de gemeenteraad vastgesteld. In 2024 zal de gereedschapskist worden aangevuld.

Nieuwe regionale woningmarkafspraken sluiten

Definitief akkoord over het aantal en de spreiding van sociale huurwoningen in de regio Haaglanden

De Regionale Realisatieagenda Haaglanden is begin 2023 door de woningcorporaties, de negen Haaglandengemeenten, de provincie Zuid-Holland en het rijk ondertekenend. De Regionale Realisatieagenda is in lijn met het in onze gemeente vastgestelde Woonbeleid. De agenda wordt uitgevoerd en in dat kader zijn bijvoorbeeld de lokale bouwtafel en regionale versnellingstafels gestart.

Prestatieafspraken met lokale woningbouwcorporaties sluiten

Ondertekende (meerjarige) Met de meeste woningbouwcorporaties prestatieafspraken met de in onze gemeente in onze gemeente hebben we meerjarige actieve woningbouwcorporaties prestatieafspraken. Jaarlijks kijken we samen met die corporaties over welke onderwerpen we aanvullende of extra afspraken moeten maken. In december 2023 zijn hierover met de corporaties afspraken gemaakt. In 2024 maken we nieuwe (meerjarige) prestatieafspraken.

Regionale woonvisie vaststellen

Nieuwe regionale woonvisie opstellen en vaststellen in de regio Haaglanden

In de regio Haaglanden wordt op dit moment vooral gewerkt aan de uitvoering van de regionale realisatieagenda. Het opstellen en vaststellen van een nieuwe regionale Woonvisie is daarmee naar achteren geschoven. Een nieuwe planning is nog niet opgesteld,

Woonmonitor opstellen

Jaarlijkse monitor met een overzicht van de ontwikkelingen in de woningvoorraad

De woningbouwmonitor wordt altijd in het laatste kwartaal van het jaar ter informatie aan de raad aangeboden. In het vierde kwartaal van 2023 heeft de gemeenteraad deze ontvangen.

22

Wat heeft het gekost ? In onderstaand overzicht zijn per taakveld de baten en lasten voor bestemming, de bestemming en het saldo na bestemming vermeld van de primaire begroting 2023, begroting na wijziging 2023, rekening 2022, rekening 2023 en de afwijking rekening 2022 ten opzichte van de begroting na wijziging en de afwijking rekening 2022 ten opzichte van de rekening 2022. Ruimte en wonen (bedragen x €1.000)

Prim. begroting 2023

Begroting na wijziging 2023

Rekening 2022

Rekening 2023

Afwijking tov. begroting na wijziging 2023

Afwijking tov. rekening 2022

Lasten

-36.813

-26.539

-13.647

-20.947

5.592

-7.300

Baten

35.940

26.488

13.923

25.602

-886

11.679

Totaal

-873

-51

276

4.655

4.706

4.379

Afwijking tov. begroting na wijziging 2023

Afwijking tov. rekening 2022

Specificatie van de lasten en baten per taakveld Ruimte en wonen (bedragen x €1.000)

Prim. begroting 2023

Begroting na wijziging 2023

Rekening 2022

Rekening 2023

Lasten per taakveld 810 - Ruimte en leefomgeving

-2.388

-4.054

-2.840

-2.806

1.247

34

820 - Grondexploitatie

-29.060

-18.178

-6.620

-13.896

4.282

-7.276

830 - Wonen en Bouwen

-1.097

-640

-638

-578

62

60

Totaal

-32.545

-22.872

-10.097

-17.280

5.592

-7.182

Baten per taakveld 810 - Ruimte en leefomgeving 820 - Grondexploitatie

169

426

428

399

-27

-29

32.210

19.987

9.437

19.655

-332

10.218

830 - Wonen en Bouwen

2.845

4.308

2.298

4.651

343

2.353

Totaal

35.224

24.721

12.163

24.705

-16

12.542

Totaal saldo van baten en lasten

2.679

1.849

2.065

7.425

5.576

5.360

Toevoeging aan reserves 810 - Ruimte en leefomgeving

0

-550

-464

-550

0

-86

820 - Grondexploitatie

-4.135

-2.985

-2.953

-2.985

0

-32

830 - Wonen en Bouwen

-133

-133

-133

-133

0

0

-4.268

-3.668

-3.550

-3.668

0

-118

810 - Ruimte en leefomgeving

176

1.309

351

475

-834

124

820 - Grondexploitatie

442

447

1.395

411

-36

-984

Totaal Onttrekking aan reserves

830 - Wonen en Bouwen

99

12

15

12

0

-3

Totaal

716

1.768

1.761

898

-870

-863

-3.552

-1.900

-1.789

-2.770

-870

-981

-873

-51

276

4.655

4.706

4.379

Toevoegingen en onttrekkingen reserves Resultaat

Analyse afwijkingen tussen de begroting 2023 na wijziging en de Jaarrekening 2023 01 Ruimte en wonen (bedragen × € 1.000)

Baten

Lasten

Mutaties reserves: Omgevingswet: de nieuwe Omgevingswet is per 1 januari 2024 ingevoerd. De werkzaamheden rondom de implementatie van de nieuwe wet die nodig zijn om de nieuwe Omgevingswet op juiste wijze uit te voeren lopen door in 2024. De werkzaamheden die in 2023 hebben plaatsgevonden vooruitlopend op de invoeringsdatum per 1 januari 2024 zijn nog niet afgerond en zullen in 2024 doorlopen. De uitgaven worden gedekt uit de bestemmingsreserve implementatie Omgevingswet, dit heeft geen effect op het rekeningresultaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14276038/1