Eindrapport Verkenning - Functieverandering bedrijfswoningen
Tekst van het document
-
Wegnemen van belemmeringen voor glastuinbouwbedrijven door het hanteren van hogere omgevingswaarden; In relatie tot het primaire doel van het gebied kan de gemeente belemmeringen voor glastuinbouwbedrijven wegnemen door geluid- of emissienormen aan te passen. Er kan door de gemeente worden gekozen om voor bedrijfswoningen in het duurzaam glastuinbouwgebied meer geluid of lichtimmissie te accepteren van activiteiten van andere glastuinbouwbedrijven (voor het eigen bedrijf zijn de woningen niet beschermd). Door het toepassen van hogere omgevingswaarden worden bedrijven in mindere mate belemmerd door de aanwezigheid van bedrijfswoningen in het gebied. Aandachtspunt: Bewoners van deze woningen worden na het verhogen van de omgevingswaarden minder beschermd tegen geluid of andere milieueffecten, waardoor de milieubelasting voor bewoners hoger kan worden. Wanneer deze maatregel wordt ingezet vormt het verlagen van het beschermingsniveau voor huidige bewoners een aandachtspunt. Bewoners kunnen zich beroepen op de aantasting van hun woongenot.
-
Autonome situatie in stand houden Het in stand houden van de huidige situatie draagt verder niet bij aan het primaire doel van het gebied, maar vormt qua mogelijkheden voor de glastuinbouw in het gebied een zogenoemde ‘nul-situatie’. Voor bewoners van bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied is het in stand houden van de huidige situatie een optie, voor zover het bewoners betreft met een toekomstperspectief om werkzaam te zijn in de glastuinbouwsector en meer specifiek, werkzaam te blijven bij het naastgelegen bedrijf. Deze bewoners hebben een toekomstperspectief, aangezien zij legaal in de woning wonen. Aangezien de behoefte aan bedrijfswoningen bij glastuinbouwbedrijven is afgenomen, kan de functie van bedrijfswoning een belemmering vormen voor het toekomstperspectief van de bewoner, ook in verband met de verkoopbaarheid. Aandachtspunt: De bestaande bedrijfswoningen blijven een belemmering voor het duurzaam glastuinbouwgebied, aangezien de bedrijfswoning de optimale inrichting voor de glastuinbouw (bedrijven van derden) in de weg staat.
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
53
P230158.006/MBA
6 Conclusies en aanbevelingen 6.1
Conclusie: Beantwoording van de kernvraag
In de inleiding van dit onderzoek is de kernvraag gesteld. Nu in het voorgaande hoofdstuk de verschillende oplossingsrichtingen zijn aangereikt kan de kernvraag worden beantwoord. Wat zijn de kenmerken van ‘voormalige bedrijfswoningen’, wat zijn de voor- en nadelen, de ervaringen elders, wat is de praktijksituatie in Pijnacker-Nootdorp en zou dit instrument eventueel bruikbaar kunnen zijn in Pijnacker-Nootdorp zonder dat de ondernemersbelangen van de gevestigde bedrijven wordt geschaad? Bij het beantwoorden van de kernvraag is weer gebruik gemaakt van de eerder genoemde onderverdeling van alle woningen in het gebied in vier categorieën: 1. Burgerwoningen; 2. Bedrijfswoningen die privaatrechtelijk zijn afgesplitst van het bedrijf, door de eerdere verkoop van het bedrijf of het afstoten van de bedrijfswoning; 3. Bedrijfswoningen die privaatrechtelijk niet zijn afgesplitst van het bedrijf, maar waarbij de eigenaar niet werkzaam is in het bijbehorende bedrijf vanwege verhuur of leegstand van het bedrijf; 4. Bedrijfswoningen. De kenmerken en de voor- en nadelen van de ‘voormalige bedrijfswoning’ zijn behandeld in de voorgaande hoofdstukken.
Op basis van hoofdstuk 5, waarin de oplossingsrichtingen per categorie woningen zijn behandeld, kan worden geconcludeerd dat: - de toepassing van het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ geen bijdrage levert aan het verwezenlijken van een feitelijke functiescheiding tussen de functies glastuinbouw en wonen. - de toepassing van het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ daarmee in beginsel geen bijdrage levert aan het primaire beleidsdoel dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp momenteel heeft gesteld voor het duurzaam glastuinbouwgebied. - de toepassing van het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ voor een aantal specifieke situaties in woningen die vallen onder categorie 2 mogelijk een bijdrage kan leveren om uit de impasse te komen en in deze gevallen daarmee mogelijk ook kan bijdragen aan het primaire beleidsdoel van het gebied; - de toepassing van het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ geen voorkeur behoeft voor toepassing bij functieverandering voor woningen in categorie 3 en categorie 4, omdat andere oplossingsrichtingen (bijvoorbeeld het verhogen van de omgevingswaarden) in grotere mate bijdragen aan het primaire doel van het gebied en eveneens een bijdrage kunnen leveren om toekomstperspectief te bieden voor vastgoedeigenaren.
Het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ kan een bijdrage leveren om voor woningen die onder categorie 2 vallen uit de impasse te komen, maar is voor woningen die onder categorie 3 vallen in de meeste gevallen niet wenselijk in relatie tot het primaire beleidsdoel van het gebied. Als wordt
54
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
P230158.006/MBA
overwogen om het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ uitsluitend in te zetten voor woningen in categorie 2, is het aan te bevelen om deze regeling niet te laten gelden voor nieuwe situaties. Het beleid is er vanaf dat moment op gericht om ongewenste situaties niet meer te laten ontstaan in de toekomst. Indien geen peildatum wordt gehanteerd kunnen nieuwe privaatrechtelijke splitsingen plaatsvinden, waarbij vervolgens alsnog een aanvraag wordt ingediend voor functieverandering naar ‘voormalige bedrijfswoning’. Bij het inzetten van de ‘voormalige bedrijfswoning’ voor woningen in categorie 2 is het aan te bevelen om een peildatum te hanteren (bijvoorbeeld de datum waarop de regeling bekend werd gemaakt), waarbij functieverandering naar ‘voormalige bedrijfswoning’ alleen wordt toegestaan, wanneer de privaatrechtelijke splitsing heeft plaatsgevonden vóór de peildatum. Wanneer de privaatrechtelijke splitsing heeft plaatsgevonden na deze peildatum, is dit een nieuw geval, waarvoor functieverandering naar ‘voormalige bedrijfswoning’ niet wenselijk is in relatie tot het primaire beleidsdoel van het gebied. Voor woningen in alle categorieën kan worden overwogen om het beschermingsniveau voor bijvoorbeeld geluid, lichtemissie of verkeer aan te passen en zodoende de belemmeringen voor bedrijven weg te nemen.
Daarbij dienen de bewoners van woningen zich te realiseren dat zij wonen op een ‘bedrijventerrein’ voor glastuinbouwbedrijven, waar een grotere mate van milieueffecten worden geaccepteerd. Daarbij is het maatschappelijk aspect belangrijk om mee te wegen. De algemene, maatschappelijke acceptatie van milieueffecten bij een glastuinbouwbedrijf verandert niet direct door het aanpassen van de norm.
6.2
Aanbeveling: biedt een toekomstperspectief
In paragraaf 3.5 is al toegelicht dat sprake is van een impasse in ontwikkelingen binnen het duurzaam glastuinbouwgebied. Het is aan te bevelen om voor zowel de glastuinbouwsector als de omwonenden een duidelijker toekomstperspectief te bieden, inclusief handelingsperspectief. Met name voor de eigenaren van woningen in categorie 2 en 3 is het vraagstuk urgent. De huidige situatie biedt voor hen geen toekomstperspectief. De huidige impasse rondom functieverandering in het glastuinbouwgebied heeft mogelijk een negatieve invloed op de economische waarde van het duurzaam glastuinbouwgebied. Het feit dat vastgoedeigenaren in afwachting van een mogelijke waardesprong van het vastgoed in de toekomst zorgt voor leegstand en illegaal gebruik van grond die is bestemd voor de duurzame glastuinbouw. Voor de eigenaren van woningen in categorie 4 kan het vraagstuk op termijn ook gaan spelen, wanneer wordt gedacht aan bedrijfsbeëindiging of wanneer de woning wordt betrokken bij een mogelijke herstructurering. Wanneer bedrijfsbeëindiging of herstructurering plaatsvindt, zonder dat sprake is van functiewijziging van de bedrijfswoning, zullen meer woningen van categorie 4 (reguliere bedrijfswoning) terechtkomen in categorie 3 (bedrijfswoning bewoond door voormalig tuinder). Naar mate het aantal glastuinbouwbedrijven afneemt, wordt dit urgenter.
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
55
P230158.006/MBA
6.3
Overwegingen bij het bieden van een toekomstperspectief
6.3.1 Waardering van woningen Voor alle eigenaren biedt een duidelijk plan van aanpak op functieverandering voor bedrijfswoningen meer duidelijkheid over de feitelijke (inbreng)waarde c.q. vastgoedwaarde van de bedrijfswoning en biedt het mogelijkheden om een realistische afweging te maken over keuzes voor de toekomst. Wanneer voor de lange termijn een positieve grondhouding wordt ingenomen met betrekking tot functieverandering naar wonen, is sprake van een hogere inbrengwaarde in een herstructurering of verkoop als (burger)woning. Wanneer voor de lange termijn een negatieve grondhouding wordt ingenomen met betrekking tot functieverandering naar wonen, is sprake van een lagere inbrengwaarde van de bedrijfswoning, maar kan dit mogelijk wel positieve gevolgen hebben voor de glastuinbouw. De huidige situatie biedt geen harde duidelijkheid over de keuze die de gemeente Pijnacker-Nootdorp hierin maakt. Dit kan voor woningeigenaren de reden zijn om duidelijkheid af te wachten. Het is aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp om een beleidsafweging te maken in hoeverre wordt ingezet op een feitelijke functiescheiding van glastuinbouw en wonen of een gebied waarin een meer positieve grondhouding ontstaat voor functieverandering.
6.3.2 Feitelijke functiescheiding van wonen en glastuinbouw Los van het feit welke functie een woning heeft (agrarische bedrijfswoning, burgerwoning of anders) kan worden gesteld dat woningen in het gebied aanwezig blijven wanneer geen actieve uitplaatsing plaatsvindt. Daarmee blijft er in het gebied sprake van gemengd functiegebruik met zowel glastuinbouw als wonen. Voor een feitelijke functiescheiding van glastuinbouw en wonen, waarvoor onder andere Glastuinbouw Nederland de voorkeur uitspreekt, is dus een actieve uitplaatsing van woningen voor de lange termijn noodzakelijk. In dat geval lijkt een structurele aanpak noodzakelijk. In het voorgaande hoofdstuk zijn diverse aandachtspunten genoemd voor het uitplaatsen van woningen, waaronder het vinden van financiële meerwaarde voor alle betrokken partijen, het vinden van een risicodrager en het vinden van een partij die de proceskosten op zich neemt. Wanneer wordt ingezet op het uitplaatsen van woningen, om een feitelijke functiescheiding tussen glastuinbouw en wonen te realiseren, wordt aanbevolen om een structurele aanpak te ontwikkelen voor bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied in relatie tot het primaire beleidsdoel. Voor deze structurele aanpak een risicodrager, een procesregisseur en een partij die zorgt voor de voorfinanciering noodzakelijk.
De gemeente heeft aangegeven dat initiatieven voor herstructurering vanuit de sector moeten komen. Als de gemeente hierin geen actieve rol speelt, lijkt het noodzakelijk dat een andere partij zich hiervoor structureel uitspreekt, om op die manier de huidige impasse te doorbreken en een structurele aanpak te doen laten slagen. Er is op dit moment geen partij die werkt aan een structurele aanpak en optreedt als risicodrager, waardoor uitplaatsing nauwelijks wordt toegepast. Het hanteren van een duidelijke lijn voor de lange termijn is noodzakelijk wanneer het beleid zich richt op het minimaliseren van wonen in het glastuinbouwgebied. Feitelijke functiescheiding van wonen en glastuinbouw wordt alleen bereikt met een langetermijnstrategie en spelregels voor functieverandering die tijdens deze termijn ongewijzigd blijven. Het onderwerp ligt politiek gevoelig, maar wanneer bij elke politieke wisseling van de wacht een nieuwe lijn wordt uitgezet, kan willekeur ontstaan bij de behandeling van verzoeken naar functieverandering en wordt het primaire doel – feitelijke functiescheiding van glastuinbouw en wonen – maar gedeeltelijk bereikt.
56
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
P230158.006/MBA
6.3.3 Alternatieven Mogelijk zijn er binnen het duurzaam glastuinbouwgebied locaties of deelgebieden waarvoor het wegnemen van belemmeringen een dermate hoge investering vereist, dat dit niet opweegt tegen de voordelen die ontstaan wanneer deze belemmeringen worden weggenomen. Het wegnemen van belemmeringen in clusters waarin veel (burger)woningen zijn te vinden, kan kostbaar zijn. Mogelijk kan een heroverweging van het primaire beleidsdoel voor een aantal locaties een optie zijn, bijvoorbeeld op locaties met een aaneenschakeling van woningen in combinatie met kleine of verouderde glastuinbouwbedrijven. Wanneer functieverandering naar wonen wordt heroverwogen kan de aanpak van de gemeente Lingewaard of de gemeente Westland van meerwaarde zijn. In de aanpak van de gemeente Lingewaard wordt de functie glastuinbouw uitgefaseerd in extensiveringsgebieden. In de aanpak van de gemeente Westland wordt de ‘glastuinbouwdeskundige’ betrokken bij de afweging of een locatie al dan niet een belemmering vormt voor de glastuinbouw en wordt per locatie maatwerk toegepast. Bij de aanpak van de gemeente Westland blijft de functie primair glastuinbouw en ontstaat een meer gemengde omgeving met glastuinbouw en wonen.
6.4
Resumé
Het instrument ‘voormalige bedrijfswoning’ (voorheen: plattelandswoning) kan voor een beperkt aantal specifieke gevallen de impasse wegnemen, maar vormt niet de structurele oplossing voor het gebied. Met name voor de eigenaren van woningen in categorie 2 en 3 is het vraagstuk urgent. De huidige impasse is voor alle belanghebbenden – zowel bewoners als de tuinbouwsector – niet wenselijk. Het is daarom aan te bevelen om voor zowel de glastuinbouwsector als de omwonenden een duidelijker toekomstperspectief te bieden, inclusief handelingsperspectief. In de voorgaande paragraaf zijn hierbij een aantal overwegingen meegegeven die de gemeente Pijnacker-Nootdorp kan meewegen.
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
57
P230158.006/MBA
Bijlage I – Voorwaarden functieverandering Bestemmingsplan ‘Duurzame glastuinbouwgebieden’ (gem. Pijnacker-Nootdorp) 4.4.2 Wijziging naar 'Wonen' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat:
•
een bedrijfswoning niet meer als bedrijfswoning dienst doet,
•
de in lid 4.1 bedoelde bedrijfsactiviteiten ter plaatse niet meer worden uitgeoefend en
•
de gronden, behoudens de bij de bedrijfswoning behorende gronden, zijn verkocht ten behoeve van schaalvergroting en/of herstructurering van glastuinbouw,
de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' en de als tuin of erf bij die woning behorende gronden, waaronder begrepen de gronden tussen die aanduiding en de weg, te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
wijziging is uitsluitend toegestaan indien bij elk glastuinbouwbedrijf dat bij de wijziging is betrokken, ten minste één bedrijfswoning aanwezig blijft;
b.
ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' wordt een bouwvlak aangeduid;
c.
het aantal woningen mag per geval niet worden vergroot;
d.
vooraf dient vast te staan dat alle kassen en overige voormalige bedrijfsgebouwen zonder cultuurhistorische waarde binnen het nieuwe vlak met de bestemming 'Wonen' worden gesloopt, met uitzondering van voormalige bedrijfsgebouwen die als bijgebouwen bij de woningen worden aangemerkt en voldoen aan de oppervlaktebepalingen genoemd in artikel 16 (Wonen);
e.
de wijziging naar de bestemming 'Wonen' mag niet tot gevolg hebben dat omliggende bedrijven, waaronder begrepen de bij schaalvergroting en/of herstructurering betrokken bedrijven, onevenredig in hun bedrijfsvoering worden aangetast.
58
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
P230158.006/MBA
Bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland’ (gem. Westland) 3.7.1 Omzetten agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning Van de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw" in de bestemming "Wonen" met als doel een bedrijfswoning van bestemming te doen wijzigen naar een burgerwoning, waarbij vast dient te staan dat:
•
de bedrijfsvoering ter plaatse is beëindigd, waarbij alle ter plaatse bedrijfsmatig te gebruiken, bij het bedrijf bijbehorende, gronden zijn verkocht en alle bedrijfsmatig te gebruiken, bij het bedrijf bijbehorende, kassen, bedrijfsgebouwen en overige bedrijfsbouwwerken zijn verkocht of gesloopt ten behoeve van een schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw;
•
per bedrijf ten minste één bedrijfswoning aanwezig blijft;
•
de woning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
•
na de bestemmingswijziging geen grotere kavel bij de perceelseigenaar in eigendom zal zijn dan maximaal 1.000 m², waarbij leidend is een logische en efficiënte verkaveling van het glasareaal, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
•
de van bestemming te wijzigen kavel op een ruimtelijk logische en efficiënte wijze verkaveld is;
•
voldaan wordt aan de regels voor een woning als genoemd in de bestemming "Wonen", met dien verstande dat de regels met betrekking tot de inhoud van een woning en alle regels met betrekking tot bijgebouwen niet van toepassing zijn op de bestaande bebouwing, mits de oppervlakte van alle bestaande bijgebouwen bij de te wijzigen kavel is teruggebracht tot 100 m² of de inhoud van alle bestaande bijgebouwen is teruggebracht tot 300 m3;
•
advies is ingewonnen bij de waterbeheerder en de glastuinbouwdeskundige;
•
dit niet op ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische, stedenbouwkundige, waterstaatkundige, milieu hygiënische of akoestische bezwaren stuit;
•
indien het nieuwe woonvlak is gelegen binnen de dubbelbestemming "Leiding - ...", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist;
•
indien het nieuwe woonvlak is gelegen binnen 25 meter van de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduidingen "(sb-gos)" of "(sb-mr)", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist.
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
59
P230158.006/MBA
3.7.3 Uitplaatsen/verplaatsen (bedrijfs-)woning Van de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw" in de bestemming "Wonen" met als doel een te slopen bedrijfswoning te herbouwen als burgerwoning of een bestaande burgerwoning te slopen en te herbouwen, waarbij vast dient te staan dat:
•
de sloop van de (voormalige bedrijfs-)woning nodig is vanwege de (toekomstige) schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw;
•
de beoogde woonkavel zodanig geprojecteerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
•
de (voormalige bedrijfs-)woning wordt gesloopt, binnen 2 maanden na gereedmelding van de nieuwe woning;
•
na de bestemmingswijziging geen grotere kavel bij de perceelseigenaar in eigendom zal zijn dan maximaal 1.000 m², waarbij leidend is een logische en efficiënte verkaveling van het glasareaal, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
•
de achter te laten kavel aantoonbaar te koop is aangeboden voor een agrarische prijs ten behoeve van herstructurering of schaalvergroting van de glastuinbouw aan de eigenaren van de aangrenzende percelen of een recht van koop aan deze(n) is verstrekt in geval (nog) niet direct tot aankoop wordt overgegaan;
•
alle bestaande bouwwerken, op de achter te laten kavel, zijn gesloopt;
•
de herstructurering en/of schaalvergroting waar de woning onderdeel van uitmaakt de instemming heeft van de glastuinbouwdeskundige en de waterbeheerder;
•
de te wijzigen kavel op een ruimtelijk logische en efficiënte wijze verkaveld is;
•
dit niet op ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische, stedenbouwkundige, waterstaatkundige, milieu hygiënische en/of akoestische bezwaren stuit;
•
voor de gronden van de bestaande burgerwoning die terugvallen aan de glastuinbouw, de bestemming "Wonen" gelijktijdig wordt gewijzigd naar "Agrarisch Glastuinbouw", middels toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als genoemd in Artikel 36 van dit plan;
•
indien het nieuwe woonvlak is gelegen binnen de dubbelbestemming "Leiding - ...", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist;
•
indien het nieuwe woonvlak is gelegen binnen 25 meter van de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduidingen "(sb-gos)" of "(sb-mr)", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist.
60
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
P230158.006/MBA
‘Paraplubestemmingsplan Plattelandswoningen Westland’ (gem. Westland) 3.7.5 Omzetten agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning Om de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" te voorzien van een aanduiding 'plattelandswoning' waarmee die woning die binnen een afstand van 10 meter van de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" als zodanig bewoond mag worden, waarbij vast dient te staan dat:
•
de bedrijfsvoering ter plaatse is beëindigd, waarbij alle ter plaatse bedrijfsmatig te gebruiken, bij het bedrijf bijbehorende, gronden zijn verkocht en alle bedrijfsmatig te gebruiken, bij het bedrijf bijbehorende, kassen, bedrijfsgebouwen en overige bedrijfsbouwwerken zijn verkocht of gesloopt ten behoeve van een schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw;
•
per bedrijf ten minste één bedrijfswoning aanwezig blijft;
•
aangetoond is door een onderzoek van een deskundige dat ter plaatse van de plattelandswoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (geen onevenredige milieuhinder), in ieder geval met betrekking tot geurhinder, geluidhinder en luchtkwaliteit (fijn stof);
•
de plattelandswoning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
•
na de wijziging geen grotere kavel bij de perceelseigenaar in eigendom zal zijn dan maximaal 1.000 m², waarbij leidend is een logische en efficiënte verkaveling van het glasareaal, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
•
de vertegenwoordiger van het agrarisch bedrijf en van de plattelandswoning stemmen vooraf schriftelijk in met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid;
•
voldaan wordt aan de regels voor een woning als genoemd in de bestemming "Wonen", met dien verstande dat de regels met betrekking tot de inhoud van een plattelandswoning en alle regels met betrekking tot bijgebouwen niet van toepassing zijn op de bestaande bebouwing, mits de oppervlakte van alle bestaande bijgebouwen bij de te wijzigen kavel is teruggebracht tot 100 m² of de inhoud van alle bestaande bijgebouwen is teruggebracht tot 300 m3;
•
advies is ingewonnen bij de waterbeheerder en de glastuinbouwdeskundige;
•
indien het vlak 'plattelandswoning' is gelegen binnen de dubbelbestemming "Leiding - ...", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist;
•
indien het vlak 'plattelandswoning' is gelegen binnen 25 meter van de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduidingen "(sb-gos)" of "(sb-mr)", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist.
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
61
P230158.006/MBA
Bestemmingsplan ‘Oostland-Berkel’ (gem. Lansingerland) 4.6.9 Plattelandswoning
Het bepaalde in artikel 5.1 voor het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a.
het agrarisch bedrijf waarvan de plattelandswoning deel uitmaakte doet afstand van de betreffende woning;
b. het verlenen van de afwijking voor het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning levert voor het betrokken agrarisch bedrijf geen mogelijkheid op voor het realiseren van een andere (tweede) bedrijfswoning. c.
het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies of van het woon- en/of leefmilieu;
d. voor het overige blijven de bouwregels en de gebruiksregels die van toepassing zijn op de bedrijfswoning van toepassing.
62
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
P230158.006/MBA
Bestemmingsplan ‘Zuidplas Noord’ (gem. Waddinxveen) 4.6.2 Wijzigen ten behoeve van plattelandswoning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van toevoeging van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – plattelandswoning’ het plan te wijzigen ten behoeve van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande dat: a.
De woonfunctie aanvaardbaar dient te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.
b. Er geen sprake is van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven. c.
Het voormalige bijbehorend bedrijf, zoals blijkt uit het bouwvlak, afstand doet van betreffende bedrijfswoning.
d. Voor het overige de regels in 4.2 met betrekking tot een bedrijfswoning en bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen bouwwerken zijnde, van toepassing zijn.
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.
63
P230158.006/MBA
64
Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp Pouderoyen B.V.