bijlage startnotitie doorontwikkeling afvalbeleid
Tekst van het document
Administratie en beheer op orde Door een werkgroep binnen Avalex wordt in beeld gebracht welke zaken (door de gemeenten en door Avalex) moeten worden geregeld voor het invoeren van een tariefprikkel en hoeveel tijd nodig is voor de implementatie na een besluit van een gemeenteraad. In dit onderzoek zal onder meer worden gekeken naar de volgende onderwerpen. Als er een vorm van een tariefprikkel ingevoerd gaat worden zal de administratie van het areaal op orde moeten zijn en is het noodzakelijk dat er een praktisch en juridisch uitvoerbare regeling komt. Het is van belang om tijdig te starten met het onderzoek naar risico’s op dit vlak en met het uitzoeken van welke acties nodig zijn om het beleid te vertalen naar uitvoering. Ook zal (door Avalex) moeten worden beoordeeld welke aspecten voor alle gemeenten van toepassing zijn en voor welke onderdelen maatwerk aan de orde kan zijn. De invoering van een tariefprikkel heeft in andere gemeente aangetoond dat er aandachtspunten en risico’s zijn die in de voorbereiding moeten worden uitgewerkt.
Er zal op basis van de ‘best practises” een inventarisatie worden gemaakt van mogelijk risico’s, zoals inwoners met veel afval door medische redenen, grote gezinnen of gezinnen met jonge kinderen met veel afval, inwoners die actief helpen bij het opruimen van zwerfvuil uit de openbare ruimte en de risico’s op het toenemen van bijplaatsingen, afvaldump in de openbare ruimte, oneigenlijk gebruik van openbare afvalbakken en vervuiling van grondstoffen. Aanpak bijplaatsingen voor een schoon Pijnacker- Nootdorp Het tegengaan van bijplaatsingen is- bij iedere beleidskeuze- een belangrijk onderdeel van het afvalbeleid. Een risico bij het invoeren van een vorm van een tariefprikkel is dat er een toename is van het aantal bijplaatsingen. Om de risico’s hierop te minimaliseren en om (al vooruitlopend op mogelijk nieuw beleid) overlast voor omwonenden door bijplaatsingen terug te dringen worden de volgende acties uitgevoerd: Inventarisatie aantal en type bijplaatsingen; Actualiseren aanpak hot spots; Verzamelen effectieve interventies andere gemeenten; Onderzoek bestuurlijke boete voor bijplaatsingen.
Deze acties moeten bijdragen aan het verkrijgen van meer inzicht over de mate waarin bijplaatsingen optreden, de locaties (en/of het type locaties) waar bijplaatsingen vaker voorkomen, de oorzaken van bijplaatsingen, het voorkomen van bijplaatsingen, het inzetten handhaving en het proces van het verwijderen van bijplaatsingen. In beeld zal worden gebracht wat kan er worden gedaan tegen overlast door bijplaatsingen. 9.2 (onderzoek naar) maatregelen voor middellange termijn (spoor 2) In spoor 2 zijn alle maatregelen opgenomen die op relatief korte termijn kunnen worden ingevoerd, vooruitlopend op de besluitvorming over de invoering van een nieuw afvalbeleid met een vorm van een tariefprikkel. De volgende acties worden uitgevoerd. Afwegingskader inzameling PMD bij appartementen. Op basis van onderzoek naar ‘best practises” en de onderzoeken en pilots uit spoor 1 wordt een voorstel gedaan voor de inzameling voor PMD bij appartementen. In het voorstel wordt aangegeven of de inzameling kan worden voortgezet (al dan niet met invoering van pascontrole) of dat voor dit woningtype beter kan worden overgegaan tot een nader te bepalen vorm van inzamelen met nascheiding. De gevolgen van de keuze voor milieu, kosten en dienstverlening worden in beeld gebracht.
pagina 22/30
85 86 856 857 858 859 860 861 862 863 864 865 866 867 868 869 870 871 872 873 874 875 876 877 878 879 880 881 882 883 884 885 886 887 888 889 890 891 892 893 894 895 896 897 898 899 900 901 902 903 904
87
88
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
Afwegingskader inzameling GFE bij appartementen. Op basis van onderzoek naar ‘best practises” en de onderzoeken en pilots uit spoor 1 wordt een voorstel gedaan voor de inzameling voor GFE bij appartementen. In het voorstel wordt aangegeven welke beheermaatregelen nodig zijn om de kwaliteit van het GFE te optimaliseren en wat de gevolgen van deze keuze voor milieu, kosten en dienstverlening zijn. Afwegingskader inzameling PMD bij grondgebonden woningen in buurten met ondergrondse containers. Op basis van onderzoek naar ‘best practises” en de onderzoeken en pilots uit spoor 1 wordt een voorstel gedaan voor de inzameling voor PMD in de buurten met ondergrondse containers. In het voorstel wordt aangegeven of de inzameling kan worden voortgezet (al dan niet met invoering van pascontrole) of dat voor dit woningtype beter kan worden overgegaan tot inzameling met een ander inzamelmiddel (rolcontainers). De gevolgen van de keuze voor milieu, kosten en dienstverlening worden in beeld gebracht. Afwegingskader inzameling GFTE bij grondgebonden woningen in buurten met ondergrondse containers. Op basis van onderzoek naar ‘best practises” en de onderzoeken en pilots uit spoor 1 wordt een voorstel gedaan voor de inzameling voor GFTE in de buurten met ondergrondse containers.
In het voorstel wordt aangegeven of de inzameling kan worden voortgezet (al dan niet met invoering van gecombineerde beheermaatregelen) of dat voor dit woningtype beter kan worden overgegaan tot inzameling met een ander inzamelmiddel (rolcontainers). De gevolgen van de keuze voor milieu, kosten en dienstverlening worden in beeld gebracht. Welk voordeel is het te halen uit het terugdringen van de afkeur? Essentieel is dat in spoor 2 besluiten worden genomen over het voorkomen van afkeur van grondstoffen, zodat dit kan worden geïmplementeerd voordat er een vorm van tariefdifferentiatie wordt ingevoerd. Gelet op de omvang van de afkeur is er een opbrengstpotentie als we erin slagen om de afkeur geheel terug te dringen. De afkeur van grondstoffen is alleen bij de huishoudens die PMD en GFTE inzamelen met ondergrondse verzamelcontainers hoog; de afkeur die optreedt bij de inzameling met rolcontainers aan huis is (vrijwel) nul. Er zijn ongeveer 4800 appartementen en 4600 grondgebonden woningen die grondstoffen met ondergrondse containers inzamelen. De mate van afkeur in de ondergrondse containers varieert, maar is voor GFTE ruim 50% en de afkeur van het PMD ligt zelfs gemiddeld boven de 70%. Het gaat om: In 2022 is 364 ton afval dat als PMD is ingezameld afgekeurd.
Hoewel niet precies is vast te stellen hoeveel PMD en hoeveel restafval deze afgekeurde stroom bevat, is het aannemelijk (PMD heeft weinig gewicht) dat (ongeveer) de helft van de afkeur schoon PMD is. Er is door de afkeur dus ongeveer 180 ton PMD minder ingezameld. Dit is 3,2 kilo per inwoner. Als deze hoeveelheid wel als PMD was ingezameld zou er (door inzamelvergoeding en vermeden verbrandingskosten) een financieel voordeel zijn geweest van zo’n € 70.000. In 2022 is 556 ton afval dat als GFTE is ingezameld afgekeurd. Omdat GFTE een “zware” afvalstroom is, is het aannemelijk de 90% van de kilo’s van de afkeur schoon GFTE is (het gewicht van de “stoorstoffen” is lager dan dat van het schone GFTE). Er is door de afkeur dus ongeveer 500 ton GFTE minder ingezameld. Dit is ongeveer 9 kilo per inwoner. Als deze hoeveelheid wel als GFTE was ingezameld zou er (door lagere verwerkingskosten) een financieel voordeel zijn geweest van ongeveer € 22.500. De voorgaande rekensommen geven op hoofdlijnen en indicatief aan wat qua milieu en kosten in beginsel aan voordeel in spoor 2 haalbaar is. De ingezamelde hoeveelheid restafval per inwoner kan met zo’n 12 kilo afnemen en er kan een financieel voordeel van ongeveer € 90.000 worden bereikt. De pilots zullen moeten uitwijzen in welke mate het realistisch is dat het volledige voordeel kan worden bereikt.
Met name bij de inzameling bij de appartementen zal het erg moeilijk worden om de afkeur volledig terug te dringen.
pagina 23/30
89 90 905 906 907 908
909 910 911 912 913 914 915 916 917 918 919 920 921 922 923 924 925 926 927 928 929 930 931 932 933 934 935 936 937 938 939 940 941 942 943 944 945 946
91
92
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
9.3 (onderzoek naar) maatregelen voor lange termijn: nieuw beleid (spoor 3) In spoor 3 zijn alle onderzoeken opgenomen die moeten worden uitgevoerd om de besluitvorming voor te bereiden over de invoering van een nieuw afvalbeleid met een vorm van een tariefprikkel.
a.
Het proces van de ontwikkeling van nieuwe afvalbeleid wordt gestart met het houden van een bewonersenquête. Voor een succesvol beleid is het van groot belang dat maatregelen in de praktijk goed werken en op draagvlak bij onze inwoners kan rekenen. De enquête zal zich richten op alle inwoners en vragen naar motivatie, tevredenheid over het beleid en de inzamelmiddelen en praktische ervaringen met afvalscheiding. Na de enquête zal een aantal “bewonersgesprekken” worden georganiseerd met specifieke doelgroepen over specifieke thema’s. Dit kan bijvoorbeeld gaan over “kwaliteit van grondstoffen in wijken met ondergrondse containers” of “GFE-inzameling bij appartementen”. De uitkomst van deze gesprekken zal ook al worden betrokken bij het maken van de voorstellen in spoor 2.
b.
Er is nog een groot verbeterpotentieel aanwezig voor het verbeteren van de prestaties bij de afvalscheiding. Er wordt (in opdracht van Avalex) een sorteeranalyse uitgevoerd, waarbij de resultaten voor vier buurttypen (appartementen, buitengebied, laagbouw met minicontainers en laagbouw met ondergrondse containers) in beeld worden gebracht.
c.
Op basis van de uitkomsten van de bewonersenquête, de bewonersgesprekken en de sorteeranalyse zal aan een extern bureau opdracht worden gegeven om voorstellen of scenario’s uit te werken voor nieuw afvalbeleid op basis van wat mogelijk en haalbaar is in de gemeente Pijnacker-Nootdorp op basis van de resultaten van de sorteeranalyse en eigen onderzoek naar de ervaringen van vergelijkbare gemeenten en de 'best practices'. De voorstellen en/of scenario’s zullen worden voorzien van een analyse van de succesfactoren en de valkuilen bij het invoeren van nieuw afvalbeleid op basis van de ervaringen van andere gemeenten die een tariefprikkel hebben ingevoerd. Hierbij zal onder meer in beeld worden gebracht welke aandachtspunten en risico’s er zijn voor bijvoorbeeld inwoners met veel afval door medische redenen, grote gezinnen of gezinnen met jonge kinderen met veel afval, inwoners die actief helpen bij het opruimen van zwerfvuil uit de openbare ruimte en voor het nemen van beheermaatregelen met het oog op het risico op bijplaatsingen of afvaldump.
pagina 24/30
93 94
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
947 948 949 950 951
10. De planning De planning voor het project doorontwikkeling afvalbeleid is in de tabel hieronder weergegeven. Spoor 1 Spoor 2 Spoor 3
95
96
Communicatie gemeentebreed Campagne appartementen en wijken met ondergrondse inzameling Monitoren kwaliteit en aanpassen route PMD en GFTE Buurtaanpak appartementen boven De Parade Buurtaanpak gemengd gebied Waddenzee Analyse spreiding ondergrondse containers Beheerplan ondergrondse containers Administratie en beheer op orde Aanpak bijplaatsingen
continu januari - april 2024 continu januari – mei 2024 januari – mei 2024 januari – mei 2024 maart – oktober 2024 2024 2024
Afwegingskader inzameling PMD bij appartementen Afwegingskader inzameling GFE bij appartementen Afwegingskader inzameling PMD in buurten met ondergrondse containers Afwegingskader inzameling GFE in buurten met ondergrondse containers
mei - oktober 2024 mei - oktober 2024 mei - oktober 2024 mei - oktober 2024
Selectie externe adviseur(s) Bewonersenquête Bewonersgesprekken Notitie over uitkomsten van het participatietraject Sorteeranalyse opstellen beleidsnota voor nieuw afvalbeleid
december 2023 januari – april 2024 april – juni 2024 september 2024 mei 2024 september 2024 – oktober 2025
pagina 25/30
97 98 952 953 954 955 956 957 958 959 960 961 962 963 964 965 966 967 968 969 970 971 972 973 974 975 976 977 978 979 980 981 982 983 984 985 986
987 988 989 990 991 992 993
99
100
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
11. Participatieplan Hieronder is uitgewerkt hoe wij vorm geven aan de participatie. Dit is uitgewerkt volgens de richtlijnen van het participatiebeleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. 10.1 De participatiescan Wie zijn de belanghebbenden? De doorontwikkeling van het afvalbeleid is van invloed op al onze inwoners. Iedereen verzamelt huishoudelijk afval en draagt door bij aan ons gezamenlijke scheidingsresultaat. De ideeën voor het doorontwikkelen van het nieuwe beleid ontwikkelen we dan ook samen met inwoners. Dit kan op individuele basis, maar soms worden onze inwoners vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger (verhuurder, VVE, etc.). Waarvoor wordt gekozen hangt ook samen met de specifieke actie of maatregel uit deze startnotitie. Welke impact heeft het? Het nieuwe afvalbeleid is beleid op gemeentelijk schaalniveau en heeft een breed en groot maatschappelijk belang. Het proces van het vaststellen van nieuw afvalbeleid betreft daarom een groot participatietraject. In de sporen 1 en 2 zijn acties en maatregelen opgenomen binnen de huidige beleidskaders en worden deels gedaan ter voorbereiding op het maken van voorstellen voor nieuw beleid. De impact voor inwoners is nog relatief klein tot gemiddeld. Voor deze acties en maatregelen wordt per keer bekeken welke participatietraject passend is.
In de fase vanaf medio 2024 worden maatregelen verder geconcretiseerd en wordt begonnen met het opstellen van nieuw beleid; vanaf medio 2024 kan deze impact gro(o)t(er) zijn. Welke rollen hebben college en raad De raad stelt (als beslisser) het nieuwe afvalbeleid vast. Er is vanaf medio 2024 ruim een jaar nodig om het nieuwe beleid op te stellen. Verder kan het onderzoek naar het terugdringen van de afkeur van GFTE en PMD al eerder om een raadsbesluit vragen. Gedurende het (participatie-)proces hebben raadsleden de bekende drie rollen: volksvertegenwoordiger, kadersteller en controleur. Cruciaal voor het nieuwe beleid is dat onze inwoners begrijpen waarom we het nieuwe beleid willen invoeren en/of aanvullende maatregelen binnen het huidige beleid willen uitvoeren. Om beter te begrijpen wat onze inwoners motiveert, tegen welke problemen ze aanlopen, waarover ze (niet) tevreden over zijn en welke nieuwe ontwikkelingen uitvoerbaar zijn en op draagvlak kunnen rekenen is in spoor 1 en 2 een aantal deelprojecten opgenomen en worden als start van het beleidsproces een bewonersenquête en bewonersgesprekken gehouden. De uitkomsten van dit traject worden in 2024 na de zomervakantie met de raad gedeeld. Op dat moment zullen ook de kaders voor het proces van het opstellen van nieuw afvalbeleid worden uitgewerkt en aan de raad worden voorgelegd.
Met de vaststelling van deze bestuurlijke startnotitie geeft de raad kaders mee aan het college voor de uitvoering van het proces van de doorontwikkeling van het afvalbeleid. De startnotitie bevat de kaders op basis waarvan de raad kan controleren of het proces goed verloopt of dat bijsturing nodig is. Daar ligt de controlerende rol tijdens het proces.
pagina 26/30
101 102 994 995 996 997 998 999 1000 1001 1002 1003 1004 1005 1006 1007 1008 1009 1010 1011 1012 1013 1014 1015 1016 1017 1018 1019 1020 1021 1022 1023 1024 1025 1026 1027
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
10.2 Participatieplan Wat is het doel van de participatie? Participatie is een belangrijk onderdeel bij beleidsontwikkeling. Participatie zorgt voor verbinding tussen de gemeente en de samenleving. Met een beter begrip van de ervaringen, kennis, kunde en motivatie van onze inwoners kunnen we beter inspelen op en keuzes maken over welke nieuwe ontwikkelingen en maatregelen uitvoerbaar zijn en op draagvlak kunnen rekenen. Met wie gaan we in gesprek? In de sporen 1 en 2 zijn acties en maatregelen opgenomen binnen de huidige beleidskaders en worden deels gedaan ter voorbereiding op het maken van voorstellen voor nieuw beleid. De impact voor inwoners is nog relatief klein tot gemiddeld. Voor deze acties en maatregelen wordt per keer bekeken welke participatietraject passend is. In de fase vanaf medio 2024 worden maatregelen verder geconcretiseerd en wordt begonnen met het opstellen van nieuw beleid; vanaf medio 2024 kan deze impact gro(o)t(er) zijn. Daarom wordt gekozen voor een groot en breed participatietraject met verschillende doelgroepen. Waarover gaan we in gesprek? Met een beter begrip van de ervaringen, kennis, kunde en motivatie van onze inwoners kunnen we beter inspelen op en keuzes maken over welke nieuwe ontwikkelingen en maatregelen uitvoerbaar zijn en op draagvlak kunnen rekenen.
Daarom willen we met onze inwoners (of inwoners van specifieke woonvormen of inwoners die specifieke inzamelmiddelen gebruiken) onder meer de volgende vragen bespreken: Wat motiveert onze inwoners om hun afval te scheiden? Welke problemen ervaren bewoners bij het scheiden van afval en grondstoffen? Hoe tevreden zijn inwoners over hun voorzieningen voor de afvalinzameling en de dienstverlening van Avalex? Welke factoren bepalen dat de kwaliteit van GFTE en PMD bij gebruik van verzamelcontainers achterblijft. Welke maatregelen om afvalscheiding te stimuleren kunnen op draagvlak rekenen van onze inwoners? Welke risico’s zien onze inwoners bij het invoeren van een vorm van tariefprikkel? Niveau van de participatie Hieronder geven we het participatieniveau aan voor de verschillende doelgroepen. Doelgroep Participatieniveau Inwoners meeweten en Ophalen van ervaringen: meedenken Horen wat inwoners belangrijk vinden (belangen, wensen en behoeften ophalen) en dit meenemen in de afweging van belangen. Avalex meeweten, Aanspreken van de kennis en expertise van de eigen organisatie; meedenken, samenwerkingspartners (o.a. HVC) en brancheorganisaties (o.a. meewerken NVRD); en Horen wat zij belangrijk vinden (belangen, wensen en behoeften meebeslissen ophalen).
Het (integraal) afwegen van belangen; Het maken van integrale keuzes, onder meer over de mate waarin deelnemende gemeente gebonden zijn aan kaders vanuit Avalex en de mate waarin bij de uitwerking maatwerk mogelijk is (in samenwerking met de andere deelnemers in de GR). Intern, zoals onze meeweten, Aanspreken van de kennis en expertise van de interne organisatie; wijkmanagers, meedenken Horen wat zij belangrijk vinden (belangen, wensen en behoeften medewerkers en ophalen). Het (integraal) afwegen van belangen; sociaal domein en meewerken Het maken van integrale keuzes. medewerkers handhaving
1028
103
104
pagina 27/30
105 106
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
1029 1030 1031 1032 1033 1034 1035 1036 1037 1038 1039 1040 1041 1042 1043
Voor het proces worden vooralsnog de volgende kosten voorzien. Een aantal onderzoeken wordt uitgevoerd door en/of in nauwe samenwerking met Avalex. De verwachting is dat deze activiteiten (deels) worden uitgevoerd binnen de kaders van de reguliere begroting en de DVO Avalex 2024. Voor zover de kosten niet regulier zijn, zullen de kosten door Avalex op offertebasis in rekening worden gebracht. Voor de uitvoering van het project Kwaliteitsverbetering is al aan Avalex opdracht gegeven. De kosten voor dit project bedragen circa € 30.000 voor advisering, monitoring en communicatie. Daarnaast is er is een stelpost van ongeveer € 40.000 opgenomen voor het nemen van fysieke maatregelen en voor de aankoop van materialen. Voor het opstellen van nieuw beleid is de inzet van externe adviseurs nodig. Deze kosten voor de inzet van externe adviseurs worden geraamd op: 2024 bewonersenquête en de bewonersgesprekken € 25.000 2024 opstellen nieuw afvalbeleid (incl. onderzoek ‘best practises’) € 75.000
107
pagina 28/30
108
12. Kosten
1044
109
1045
110