bijlage startnotitie doorontwikkeling afvalbeleid
Tekst van het document
1
Startnotitie doorontwikkeling afvalbeleid Oktober 2023
Zaaknummer: Verantwoordelijke afdeling: Beleidsprogramma: Portefeuillehouder: Versie:
1448379 Wijkzaken Leefbaar, veilig en duurzaam Marieke van Bijnen 3 oktober 2023
1 2
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41
Inhoudsopgave 1. 2.
Waar gaat deze startnotitie over? De huidige situatie 2.1 Ons afvalbeleid: Het Nieuwe Inzamelen 2.2 De invoering van HNI 2.3 De resultaten van de invoering van HNI 3. Mogelijkheden voor verbetering 3.1 De sorteeranalyse 3.2 Afkeur van gescheiden ingezamelde grondstoffen 3.3 Project verbetering kwaliteit grondstoffen 3.4 Mogelijkheden voor verbetering inzameling grof huishoudelijk afval 3.5 Presentatie NVRD 3.6 Toepassing maatregelen andere gemeenten 3.7 Afvalpreventie 4. Relevante beleidskaders 4.1 Grip op grondstoffen 4.2 Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 4.3 Van Afval Naar Grondstof: het VANG-programma 4.4 Gezamenlijke basis voor nieuw afval- en grondstoffenbeleid Avalexgemeenten 2022-2030 5. Trends en ontwikkelingen 5.1 Nascheiden 5.2 Verbrandingsbelasting en CO2-heffing 5.3 Bijplaatsing afval 6. Onderzoek van de rekenkamercommissie 6.1 Conclusies van de rekenkamercommissie 6.2 Aanbevelingen van de rekenkamercommissie 6.3 Raadsopdracht 7. Wat willen we bereiken met het onderzoek naar de doorontwikkeling van het afvalbeleid? 8. Welke onderzoekvragen moeten aan bod komen? 9. Hoe komen we tot een geactualiseerd beleid? 9.1 maatregelen op de korte termijn en pilots (spoor 1) 9.2 maatregelen op de middellange termijn (spoor 2) 9.3 maatregelen voor de lange termijn: nieuw afvalbeleid (spoor 3) 10. Planning 11.
Participatieplan 10.1 De Participatiescan 10.2 Participatieplan 12. Kosten
3 4
7
11
12
13
16 17 18
24 25
27
42 43
3
4
pagina 2/30
5 6 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68
7
8
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
1. Waar gaat deze startnotitie over? Deze startnotitie bevat de inhoudelijke en procesmatige kaders voor de doorontwikkeling van het beleid voor de inzameling van huishoudelijk afval en grondstoffen. De startnotitie gaat in op het relevante beleid, de huidige situatie, belangrijke trends en ontwikkelingen en de onderwerpen die, in ieder geval, aan de orde moeten komen tijdens het proces. Waarom een actualisatie van het afvalbeleid? Het huidige afvalbeleid is opgenomen in het raadsbesluit van december 2015 en is in de beleidsnota “Grip op Grondstoffen” vastgesteld. Als uitgangspunt binnen dit besluit is voor de afvalinzameling het principe van “omgekeerd inzamelen” ingevoerd. Het nieuwe afvalbeleid is tevens fasegewijs ingevoerd onder de titel “Het Nieuwe Inzamelen” (hierna: HNI). De implementatie van HNI is in 2022 in de gehele gemeente voltooid. In het raadsakkoord, op hoofdlijnen 2022- 2026 "Bouwen aan de toekomst", krijgt het college de opdracht om met een voorstel te komen om het afvalbeleid door te ontwikkelen. Met dit voorstel worden de doelstellingen van het Programma ''Van Afval Naar Grondstof (VANG) '' bereikbaar gemaakt. In juni 2023 heeft de rekenkamercommissie (tegenwoording rekenkamer) de resultaten van het onderzoek naar het afvalbeleid aan de gemeenteraad aangeboden.
Op 21 september 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met de aanbevelingen van de rekenkamer en heeft aan het college een opdracht geformuleerd voor de doorontwikkeling van het afvalbeleid. Wij onderschrijven de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. De conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer en de door de raad vastgestelde opdracht zijn voor deze startnotitie als uitgangspunt genomen.
pagina 3/30
9 10 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124
11
12
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
2. De huidige situatie 2.1 Ons afvalbeleid: Het Nieuwe Inzamelen In december 2015 heeft uw gemeenteraad samen met de andere gemeenteraden van de Avalex-gemeenten het afvalbeleid 'Grip op Grondstoffen' vastgesteld. Hierin is een uniform afvalbeleid voor de zes gemeenten geformuleerd. Daarna heeft de gemeente met de andere vijf Avalex-gemeenten het bestuursakkoord “Verbeteren afvalpreventie en scheiding van Huishoudelijk Afval” ondertekend. Hiermee committeerden wij ons samen met de andere gemeenten aan de landelijke doelstellingen om de hoeveelheid huishoudelijk (fijn en grof) restafval terug te brengen naar 100 kilo per inwoner per jaar. Daarnaast is afgesproken om minimaal 75% van het huishoudelijk afval te scheiden. Om dit te bereiken is een keuze gemaakt voor een combinatie van drie maatregelen om afvalscheiding onder bewoners te stimuleren: • Communicatie; • Harmonisatie van de service; • Omgekeerd inzamelen/HNI. Bij de invoering is gebleken dat er bij de deelnemende gemeenten behoefte bestaat om met maatwerk beter invulling te kunnen geven aan een eigen afvalbeleid. In 2016 is in onze gemeente HNI gestart in de twee pilotwijken (Emerald en Klapwijk, circa 20% van het totaal aantal inwoners). Inmiddels is HNI in de periode 2020-2022 in de gehele gemeente ingevoerd.
2.2 De invoering van HNI Bij de invoering van HNI) zijn in de uitvoering verschillende inzamelwijzen gebruikt. Dit heeft ertoe geleid dat de volgende mix aan inzamelwijzen is ingezet. Buitengebied (circa 1.800 woningen) Buiten de bebouwde kom en in andere wijken met extensieve woningbouw (o.a. bedrijventerreinen) wordt de inzameling uitgevoerd met vier minicontainers voor alle afvalstromen/grondstoffen (OPK, GFTE, PMD en restafval). De frequentie voor de inzameling van het restafval is eens per vier weken, waarmee er een serviceprikkel is om grondstoffen gescheiden in te zamelen. Laagbouw met gebruik van minicontainers (circa 11.000 woningen) In de wijken waar de inzameling voor de invoering van HNI met minicontainers plaatsvond, worden na de invoering van HNI de grondstoffen (OPK, GFTE, PMD) huis-aan-huis ingezameld met minicontainers. De inzameling van het restafval vindt plaats met ondergrondse containers op enige afstand van de woning, waarmee er een serviceprikkel is om grondstoffen gescheiden in te zamelen. Laagbouw met gebruik van verzamelcontainers (circa 4.600 woningen) In de wijken waar de inzameling voor de invoering van HNI met ondergrondse verzamelcontainers (OC-wijken) plaatsvond, worden alle afvalstromen na de invoering van HNI (OPK, GFTE, PMD en restafval) ingezameld met (ondergrondse) verzamelcontainers.
Bij de invoering van HNI is de verdeling van de aanwezige ondergrondse containers gewijzigd en worden containers ingezet voor de grondstoffen OPK en PMD. In deze wijken is bij de invoering van HNI de service op de inzameling van grondstoffen verhoogd. Appartementen (circa 4.800 woningen) Voor de appartementen is de uitwerking van HNI veelal maatwerk. Voor de appartementengebouwen die niet over een eigen inpandige inzamelruimte beschikken, worden alle afvalstromen (OPK, GFTE, PMD en restafval) ingezameld met (ondergrondse) containers in de openbare ruimte. Met de eigenaren van de appartementengebouwen die wel over een eigen inpandige inzamelruimte beschikken, is in overleg bekeken (op basis van de inpandig beschikbare ruimte) welke grondstoffen inpandig konden worden geregeld en voor welke grondstoffen gebruik kan worden gemaakt van een (ondergrondse) container in de openbare ruimte. Bij de invoering van HNI bij de appartementen is de service op inzameling van grondstoffen verhoogd.
pagina 4/30
13 14
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146
Inzameling oud papier en karton via verenigingen en scholen In 2018 is in de wijken met minicontainers een extra container uitgezet voor de inzameling van oud papier en karton (OPK). In de OC-wijken is bij de invoering van HNI een aantal van de bestaande ondergrondse containers omgezet naar een container voor de inzameling van OPK. Bij de start van HNI zijn met de inzamelende verenigingen een scholen afspraken vastgelegd over het compenseren van de afname van de papieropbrengst voor de verenigingen. Vanaf 2023 is de subsidieregeling aangepast. Verenigingen die papier inzamelen hebben hierin ook de mogelijkheid om textiel in te zamelen.
147 148 149 150 151
152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162
15
16
Inzameling van glas en textiel De inzameling van glas en textiel vindt plaats door middel van (ondergrondse) containers. De containers staan meestal op goed gesitueerde plekken in de kernen, zoals bij sport- en onderwijsvoorzieningen, bij de (winkel)centra en langs buurtwegen. Bij de invoering van HNI zijn er geen wijzigingen in de verdeling van deze containers doorgevoerd. 2.3 De resultaten van de invoering van HNI De invoering van HNI heeft duidelijk bijgedragen aan de reductie van kilo's fijn restafval. Bij HNI wordt ingezet op extra service op de grondstoffen (OPK, PMD en GFTE) en minder service op fijn restafval. Er is na de invoering van HNI een duidelijke daling opgetreden in het aantal ingezamelde kilo’s fijn restafval (55 kilo minder fijn restafval per inwoner in 2022 t.o.v. 2016) en de hoeveelheid ingezamelde grondstoffen is toegenomen. Tabel 1: Fijn restafval en grondstoffen HNI (afgerond in kilo's per inwoner) Fijn restafval GFTE PMD 2016* 216 kilo 87 kilo 7 kilo 2017 212 kilo 87 kilo 9 kilo 2018 197 kilo 89 kilo 9 kilo 2019 190 kilo 90 kilo 7 kilo 2020** 205 kilo 97 kilo 10 kilo 2021*** 177 kilo 99 kilo 17 kilo 2022 161 kilo 87 kilo 22 kilo *Start HNI in Emerald en Klapwijk **Uitrol HNI in de andere wijken + invloed coronajaar ***Laatste wijken + appartementen sluiten aan
OPK 45 kilo 44 kilo 46 kilo 51 kilo 53 kilo 51 kilo 49 kilo
Tabel 2: afvalscheiding in percentage Pijnacker- Nootdorp 2017 44% 2018 51% 2019 53% 2020 54% 2021 56% 2022 57% Uit tabel 1 is af te leiden dat het aanbod aan fijn restafval door de invoering van HNI is afgenomen en de hoeveelheid grondstoffen toeneemt. Uit de tabel zijn de volgende trends af te leiden:
In 2020 is door de coronamaatregelen een toename van de hoeveelheid restafval opgetreden. Vanaf 2021 is door de invoering van HNI de hoeveelheid restafval weer ruim onder het niveau van 2018 en 2019. Bij de inzameling van OPK is in 2019 een effect te zien van het invoeren van de OPK-minicontainer aan huis. Er is geen effect zichtbaar van de invoering van HNI in 2021 en 2022 op de hoeveelheid OPK. De landelijke trend is dat het aanbod aan OPK langzaam daalt, doordat de hoeveelheid karton (weinig gewicht) toeneemt en het aanbod van oud papier (o.a. tijdschriften) afneemt.
pagina 5/30
17 18 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176
19
20
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
Bij de inzameling van PMD is goed het effect te zien van de invoering van HNI. In 2022 is de ingezamelde hoeveelheid meer dan verdubbeld ten opzichte van 2018 en 2019. Bij de inzameling van GFTE is er geen effect zichtbaar van de invoering van HNI. De hoeveelheid GFTE dat wordt ingezameld lijkt vooral te worden bepaald door de fluctuaties in de hoeveelheid aan tuinafval door het verschil in de weersomstandigheden in het betreffende jaar.
Sinds het besluit tot de invoering van HNI in 2015 zijn er stappen gemaakt in het verbeteren van de afvalscheiding. Het percentage afvalscheiding is gestegen van 44% in 2016 naar 57% in 2022. Het aanbod aan fijn huishoudelijk restafval is met 25% gedaald van 216 kg in 2016 naar 161 kg in 2022. De cijfers laten tegelijkertijd zien dat Pijnacker-Nootdorp de gestelde doelen (100 kg restafval en 75% afvalscheiding) nog niet binnen bereik heeft. In 2022 was het aantal kilo’s restafval per inwoner in de gemeente nog 178 kilo (waarvan 161 kg fijn restafval). Om de hoeveelheid restafval verder terug te dringen is een trendbreuk nodig.
pagina 6/30
21 22 177 178 179 180 181 182 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231
23
24
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
3. Mogelijkheden voor verbetering 3.1 De sorteeranalyse Er wordt elk jaar onderzoek (steekproef) gedaan naar de samenstelling van het ingezamelde fijn restafval in onze gemeente; de sorteeranalyse. Deze sorteeranalyse geeft een indicatie van de samenstelling van het resterende fijn restafval. In het fijn restafval zijn (april 2022) op hoofdlijnen (op basis van gewicht) nog de volgende grondstoffen aanwezig die gescheiden ingezameld worden: GFTE Herbruikbaar oud papier en karton PMD Glas Textiel
34% 8% 10% 5% 5%
Uit de laatste sorteeranalyse blijkt nog een groot deel (62%) van het restafval te bestaan uit fracties die gescheiden worden ingezameld. Verder is in deze sorteeranalyse een aandeel van 5% aan luiers aangetroffen; samen met HVC wordt onderzocht of er initiatief kan worden genomen om (een proef) voor het apart inzamelen van luiers uit te werken. Het aandeel ‘restafval' in het restafval is ongeveer 33%. Hieruit kan worden herleid dat er nog aanzienlijke mogelijkheden voor verbetering zijn. 3.2 Afkeur van gescheiden ingezamelde grondstoffen Uit de opdrachtgeversrapportages blijkt helaas dat het als grondstof ingezamelde GFTE- en PMD-afval niet allemaal door de verwerker wordt geaccepteerd. Met name in de (ondergrondse) verzamelcontainers blijkt dat een deel van de aangeboden grondstoffen te sterk vervuild is. De afgekeurde vrachten moeten alsnog worden verwerkt als restafval. Het afgekeurde PMD van onze gemeente gaat naar de nascheidingsinstallatie van HVC. Bij de PMD-inzameling is de kwaliteit van de inzameling met minicontainers aan huis goed; de afkeur blijft beperkt tot 3,8%. De kwaliteit van de inzameling met (ondergrondse) verzamelcontainers is ruim onvoldoende; de afkeur is hoog (in 2022 is 63% afgekeurd; in de eerste maanden van 2023 is de afkeur zelfs 86%). Ook bij de GFTE-inzameling is de kwaliteit van de inzameling met minicontainers aan huis goed.
De kwaliteit van de inzameling met (ondergrondse) verzamelcontainers is ruim onvoldoende (in 2022 en in de eerste maanden van 2023 was de afkeur 58%). 3.3 Project verbetering kwaliteit grondstoffen Door Avalex is een projectgroep opgestart om de afkeur van grondstoffen terug te dringen. In het project zijn de volgende maatregelen opgenomen.
Vanaf het najaar van 2022 is samen met de gemeenten gestart met een communicatiecampagne. Deze campagne is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen PMD en GFTE, zodat afkeur van ingezamelde grondstoffen kan worden beperkt. Vanaf 2022 worden door Avalex 'schone' en 'vervuilde' PMDcontainers gemonitord en in aparte routes ingedeeld met als doel het afkeurpercentage af te laten nemen. Verder wordt het vervuilde brongescheiden PMD aangeboden bij de nascheidingsinstallatie van HVC. Met de gemeenten worden gebiedsgerichte projecten en pilots voorbereid om het effect van een aantal beheermaatregelen te onderzoeken, zoals herverdeling van ondergrondse containers op wijkniveau, het toepassen van pascontrole op containers voor grondstoffen en het aanpassen van de inwerpopening van GFEcontainers voor appartementen.
pagina 7/30
25 26
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 267 268 269 270 271 272 273 274 275 276 277 278 279 280 281 282 283 284 285 286 287 288
3.4 Mogelijkheden voor verbetering inzameling grof huishoudelijk afval Onze inwoners bieden jaarlijks circa 17 kilo grof huishoudelijk afval per inwoner aan. Hoewel de hoeveelheid aanzienlijk lager is dan dat van het aan huis ingezamelde afval, zijn er ook voor het grofvuil mogelijkheden voor verbetering.
27
pagina 8/30
28
Toekomst milieustraten en samenwerking met kringloopbedrijven In het “rapport toekomstvisie grofvuil en producthergebruik” is gekeken naar de toekomst van de milieustraten. In de rapportage is een analyse gemaakt waaruit voortkomt dat een heroverweging van het aantal milieustraten geen grote negatieve gevolgen hoeft te hebben. Inmiddels heeft het bestuur van Avalex besloten om de locatie Molenweg in Nootdorp per 1 januari te sluiten. In de rapportage wordt ook veel aandacht besteed aan de rol van de milieustraten voor de ontwikkeling van een circulaire economie. Die ontwikkeling pleit ervoor om aan de milieustraten aanvullende activiteiten te koppelen gericht op het verbeteren van afvalscheiding, demontage en hergebruik. In Delft wordt een proef gedaan in het kader van het ontwikkelen van een circulair ambachtsnetwerk. Hiervoor zal Avalex in samenwerking met kringloopbedrijven een innamepunt voor kringloopgoederen realiseren bij milieustraat Delft. De lessen in dit proefproject kunnen worden doorvertaald naar de rest van het Avalexgebied. Ook in Pijnacker-Nootdorp kan door het verbeteren van de samenwerking met kringloopbedrijven maximaal gefaciliteerd worden dat spullen die nog goed zijn op een duurzame manier af te stoten. Inzet mobiele milieustraat Met ingang van januari 2024 wordt de mobiele milieustraat in de kernen Nootdorp en Pijnacker ingezet.
De mobiele milieustraat is per kern eens per maand beschikbaar. De mobiele milieustraat is bij uitstek geschikt om laagdrempelig kleinere hoeveelheden klein grof huishoudelijk afval, klein chemisch afval (KCA) en huishoudelijke apparaten in te zamelen. Hiermee wordt voorkomen dat deze in het restafval terecht komen. In 2024 zal worden gemonitord voor welke groep inwoners en welke stromen de mobiele milieustraat een meerwaarde heeft. Maximeren aantal bezoeken aan de milieustraat Een klein percentage van onze inwoners gaat exceptioneel vaak naar de milieustraat. Jaarlijks worden door de ruim 22.000 huishoudens van Pijnacker-Nootdorp circa 45.000 bezoeken aan een milieustraat gemaakt; dat is gemiddeld jaarlijks twee bezoeken aan een milieustraat. In Pijnacker-Nootdorp waren er in 2022 in totaal 369 huishouden die vaker dan twaalf keer een milieustraat hebben bezocht; dit is 1,7% van het aantal huishoudens. Het aantal bezoeken van die groep huishoudens bedroeg in totaal 8089 bezoeken ofwel 18% van het totaal aantal bezoeken. Daarom wordt vanaf 2024 een maximum gesteld aan het aantal gratis bezoeken. Met het invoeren van een maximum van twaalf gratis bezoeken worden excessieve aantallen bezoeken per pas ontmoedigd en wordt aanbod van niet huishoudelijk afval (zoals bedrijfsafval) op de milieustraten teruggedrongen.
Van alle huishoudens in Pijnacker-Nootdorp zal ruim 98% weinig merken van de nieuwe regeling. Met het stellen van een maximum worden alleen grootgebruikers aangesproken. Vanaf het dertiende bezoek wordt een kostendekkend tarief per bezoek in rekening gebracht (in 2024 is het tarief € 16,90). Bezoeken aan de mobiele milieustraat tellen niet mee in het maximaal aantal bezoeken; gratis gebruik van de mobiele milieustraat is onbeperkt mogelijk. Betalen voor halen In onze gemeente is ervoor gekozen om een bedrag in rekening te brengen voor het ophalen van grofvuil. We willen onze inwoners hiermee stimuleren om het grofvuil weg te brengen naar de milieustraat, waar het afval beter wordt gescheiden. Uit het door Haskoning uitgevoerde onderzoek blijkt dat dit beleid zowel uit milieu als uit financieel oogpunt wenselijk is. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om zelf voor een systeem van “betalen voor halen” te kiezen en daarvoor een prijs vast te stellen. Binnen de Avalex-gemeenten zijn er drie gemeenten die elk een eigen tarief hanteren voor het ophalen van grofvuil. De tarieven variëren van € 12,50 (Rijswijk) via € 20,96 (Wassenaar) naar € 30,00 (Pijnacker-Nootdorp) per afspraak.
Omdat het hanteren van een tarief op zichzelf al een goede prikkel blijkt te zijn om zelf afval naar een milieustraat te brengen, wordt bij het aanbieden van de begroting 2024 voorgesteld om het tarief van € 30,00 ter verlagen naar € 20,00. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de afname van het serviceniveau door het sluiten van de milieustraat in Nootdorp.
29 30 289 290 291 292 293 294 295 296 297 298 299
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
3.5 Presentatie NVRD Op 4 april 2023 is er door de NVRD een presentatie aan de gemeenteraad gehouden over ontwikkelingen in het afvalbeleid. Uit deze presentatie bleek dat er veel gemeenten zijn die de landelijke VANG-doelstellingen nog niet gehaald hebben. Tegelijkertijd is in de presentatie ook een beeld geschetst van (vergelijkbare) gemeenten, die wel het doel van maximaal 100 kg restafval per inwoner gerealiseerd hebben. Uit een analyse van de NVRD over de middelen die door die gemeenten worden ingezet, blijkt dat de 'koploper-gemeenten' in hun afvalbeleid zowel een serviceprikkel (zoals omgekeerd inzamelen) als een tariefprikkel hebben ingevoerd.
300 301 302 303 304 305 306 307 308 309 310 311 312 313 314 315 316 317 318 319 320 321 322 323 324
3.6 Toepassing maatregelen andere gemeenten De NVRD heeft onderzocht in het kader van het programma VANG wat de stand van zaken rond de vaststelling en implementatie van het afval-/grondstoffenbeleid is en de mate waarin gemeenten op koers liggen om de VANG-doelstellingen te halen. Veel gemeenten blijken ambitieus te zijn, omarmen de landelijke doelstellingen en liggen op koers voor het verminderen van restafval. Uit het onderzoek bleek dat negen op de tien gemeenten een vastgesteld afval- en/of grondstoffenbeleid(plan) had, of met een plan bezig is. In Nederland zijn dus veel gemeenten aan de slag gegaan met nieuwe inzamelsystemen en prikkels om inwoners te stimuleren tot nog meer en kwalitatief betere afvalscheiding.
Uit een inventarisatie van de landelijke initiatieven blijkt dat de volgende scenario’s het meest zijn ingezet: • Inzet op communicatie (bewustwording, motivatie, preventie); • Meer service op grondstoffen: o Uitbreiden van verzamelcontainers in de wijk; o Meer grondstoffen inzamelen (bijvoorbeeld drankenkartons, metalen verpakkingen); o Meer grondstoffen aan huis ophalen (bijvoorbeeld plastic verpakkingsmaterialen); o Grotere containers verstrekken voor grondstoffen; • Meer service op restafval; o Minicontainer restafval minder vaak legen (één keer per vier weken tot één keer per acht weken); o Kleinere minicontainers verstrekken voor restafval (van 240 liter naar 140 liter); o Restafval op afstand wegbrengen (omgekeerd inzamelen); • Prijsprikkel: o Gedifferentieerd/variabel tarief op restafval huishoudens laten betalen voor het restafval dat zij aanbieden (per keer (volume) of per kilo); o Belonen voor aangeboden grondstoffen.
31
pagina 9/30
32
33 34
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
325
35
36
pagina 10/30
37 38
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
326 327 328 329 330 331 332 333 334 335 336 337 338 339
3.7 Afvalpreventie Afvalpreventie is het verminderen of minimaliseren van de hoeveelheid afval die wordt gegenereerd in een samenleving, bedrijf of huishouden. Dit wordt bereikt door bewuste keuzes te maken om afval te voorkomen, hergebruiken en recyclen. Afvalpreventie omvat strategieën zoals het verminderen van verpakkingsmateriaal, het stimuleren van duurzaam consumeren, het bevorderen van hergebruik van producten en het verminderen van voedselverspilling. Het doel is om natuurlijke hulpbronnen te sparen, milieuvervuiling te verminderen en de kosten van afvalverwerking te beperken. Afvalpreventie bevordert een duurzame levensstijl en draagt bij aan een gezondere planeet voor toekomstige generaties. Het is een cruciaal element in de strijd tegen milieuproblemen zoals klimaatverandering en vervuiling. Gemeenten en afvalinzamelaars kunnen inwoners op verschillende manieren stimuleren afval te verminderen, bijvoorbeeld met een gerichte bewustwordingscampagne en berichtgeving en tips op sociale media maar ook bijvoorbeeld met het samenwerken met kringloopwinkels en het ondersteunen van de repair cafés e.d. Ook afvalpreventie is een maatregel om te gaan ontwikkelen in het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid.
39
pagina 11/30
40
41 42 340 341 342 343 344 345 346 347 348 349 350 351 352 353 354 355 356 357 358 359 360 361 362 363 364 365 366 367 368 369 370 371 372 373 374 375 376 377 378 379 380 381 382 383
43
44
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
4. Relevante beleidskaders 4.1 Grip op grondstoffen In december 2015 heeft de gemeenteraad samen met de andere raden van de Avalex-gemeenten, het afvalbeleid 'Grip op Grondstoffen' vastgesteld. Hierin is een uniform afvalbeleid voor de zes gemeenten geformuleerd. Daarna heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp met de andere vijf Avalex-gemeenten, vervolgens het bestuursakkoord “Verbeteren afvalpreventie en scheiding van Huishoudelijk Afval”, ondertekend. Hiermee committeerden wij ons samen met de andere gemeenten aan de landelijke doelstellingen om de hoeveelheid huishoudelijk restafval terug te brengen naar 100 kilo per inwoner per jaar. Daarnaast is afgesproken om minimaal 75% van het huishoudelijk afval te scheiden. Om dit te bereiken is een keuze gemaakt voor een combinatie van drie maatregelen om afvalscheiding onder bewoners te stimuleren: • Communicatie; • Harmonisatie van de service; • Omgekeerd inzamelen/HNI. 4.2 Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 In de door de raad vastgestelde omgevingsvisie is gekozen voor een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat met veel groene, duurzame en circulaire ambities voor onze inwoners en ondernemers. Ook het voorkomen van het verspillen van grondstoffen en producthergebruik is opgenomen in de visie.
4.3 Van Afval Naar Grondstof: het VANG-programma Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Zo hebben gemeenten een belangrijke rol in de uitwerking van de ambities uit het landelijke Uitvoeringsprogramma VANG-Huishoudelijk afval. Via het eigen afvalbeleid geven het college en de raad aan op welke manier het de landelijk vastgestelde afvalscheidingsdoelstellingen wil realiseren. In het VANG-programma 2015-2020 was een doelstelling opgenomen van maximaal 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner. Dit doel is in een groot deel van Nederland niet gehaald. In 2020 voldeden slechts 57 gemeenten hieraan. In het nieuwe programma voor de periode 2022-2025 is daar een aantal ambities aan toegevoegd. Er wordt nagestreefd dat er nog maar maximaal 30 kg restafval per inwoner wordt ingezameld. Bij de laatste herijking van het VANG-programma is er ook meer aandacht voor het recyclepercentage en de kwaliteit van de afvalstromen. De doelstelling voor 2025 is dat 55 gewichtsprocent van het huishoudelijk afval moet worden gerecycled en dat in 2030 het percentage 60% zou moeten bedragen. De focus verschuift van de hoeveelheid naar kwaliteit.
4.4 Gezamenlijke basis voor nieuw afval- en grondstoffenbeleid Avalex- gemeenten 2022- 2030 In het basisdocument “Gezamenlijke basis voor nieuw afval- en grondstoffenbeleid Avalex-gemeenten 20222030” staan mogelijke richtingen en aanvullende maatregelen om de hoeveelheid restafval verder te verminderen die de gemeente dichter bij de VANG-doelstellingen brengen. Het document vormt daarmee een goed vertrekpunt voor een dialoog over de gewenste koers rond de afvalinzamelingsstrategie. In het document is als ambitie aangegeven om voor de korte termijn (tot vijf jaar) te streven naar een afvalscheidingspercentage van 75% en maximaal 100 kg restafval per inwoner.
pagina 12/30
45 46 384 385 386 387 388 389 390 391 392 393 394 395 396 397 398 399 400 401 402 403
404 405 406 407 408 409 410 411 412 413 414 415 416 417 418 419 420 421 422 423 424 425 426
47
48
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
5. Trends en ontwikkelingen 5.1 Nascheiden Het afvalbeleid van Pijnacker-Nootdorp is gericht op het verbeteren van de afvalscheiding in de huishoudens zelf (aan de bron). Er zijn ook gemeenten die op het restafval nascheiding van Plastic Metaal en Drankkartonnen (PMD) toepassen. Bij de methode van 'nascheiding' wordt het PMD in een nascheidingsinstallatie uit het ingezamelde restafval gescheiden. Een keuze voor nascheiding heeft daarmee alleen invloed op de fractie PMD en niet op andere te scheiden grondstoffen. HVC beschikt over een nascheidingsinstallatie. Gemeenten die het restafval laten nascheiden zijn wettelijk verplicht om de overige grondstoffen zoals papier, GFTE, glas en textiel nog wel aan de bron te scheiden. Het is nu nog niet mogelijk om deze grondstoffen via nascheiding uit het restafval te halen. Het nascheiden van PMD lijkt financieel aantrekkelijk, maar geeft geen grote milieuwinst. Deze methode is daarmee niet wenselijk, tenzij het de inzameling betreft in gebieden waar maar beperkt PMD brongescheiden kan worden ingezameld (stedelijk gebied) en/of waar er veel afkeur is van brongescheiden PMD (verzamelcontainers). Voor die gevallen is het te overwegen om nascheiding toe te passen. In de praktijk wordt vooral in stedelijke gebieden gekozen voor nascheiding.
Dit heeft te maken met een hoog percentage hoogbouw, waardoor bronscheiding over het algemeen lastiger is. Er zijn nog vraagtekens rond de kwaliteit van het nagescheiden materiaal. Vooralsnog heeft het vanuit kwaliteitsoogpunt de voorkeur om het materiaal aan de bron te scheiden.
5.2 Verbrandingsbelasting en CO2-heffing De regering besloot de afgelopen jaren de afvalstoffenbelasting fors te verhogen van € 13,21 naar € 35,70 per ton afval die verbrand wordt. Er is in 2022 circa € 350.000 aan verbrandingsbelasting afgedragen. Voor elke ton restafval moet een gemeente belasting afdragen; dus hoe meer restafval, hoe meer belasting. De verwachting is dat de verbrandingsbelasting de komende jaren verder zal stijgen. Vanaf 2025 is voorzien dat er een CO2-heffing wordt ingevoerd op het fossiele deel van het restafval. Deze heffing is € 2,00 per ton in 2025 kan oplopen tot mogelijk € 15,00 in 2030. 5.3 Bijplaatsing afval Bij de toepassing van (ondergrondse) verzamelcontainers in de openbare ruimte, is er een risico op het bijplaatsen van afval. Door de toepassing van het vulgraadsysteem en het dynamisch inplannen van de routes kan Avalex bijplaatsingen voorkomen, die het gevolg zijn van volle containers. Veel bijplaatsingen betreft “grofvuil” en/of afval dat door het formaat niet in de inwerpopening van de container past. In de DVO met Avalex is opgenomen dat bijplaatsingen op werkdagen (mits gemeld voor 12 uur) binnen 24 uur na melding worden opgeruimd. Bijplaatsingen voorkomen en aanpakken is een belangrijk onderdeel van het afvalbeleid.
Naast meldingen van onze inwoners hebben de gemeentelijke handhavers een belangrijke rol in het signaleren van bijplaatsingen. De handhavers monitoren proactief locaties waar regelmatig bijplaatsingen voorkomen. Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheden om bestuurlijke boetes in te zetten bij bijplaatsingen.
pagina 13/30
49 50
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
6. Onderzoek van de rekenkamer
427 428 429 430 431 432 433 434 435 436 437 438 439 440 441 442 443 444 445 446 447 448 449 450 451 452 453 454 455 456 457 458 459 460 461 462 463 464 465 466 467 468 469 470 471 472 473 474 475 476 477 478 479 480 481
51
52
In juni 2023 heeft de rekenkamer de resultaten van het onderzoek naar het afvalbeleid aan de gemeenteraad aangeboden. 6.1 Conclusies van de rekenkamer Op basis van het verrichte onderzoek komt de rekenkamer onder meer tot de volgende conclusies over het afvalbeleid in gemeente Pijnacker-Nootdorp. De afvalprestaties kennen een groot verbeterpotentieel. Pijnacker-Nootdorp scoort met 177 kg (fijn én grof) restafval per inwoner per jaar nog een stuk hoger dan de ambitie voor 100 kg restafval en beduidend hoger dan 75 kg restafval van de best presterende gemeente in onze stedelijkheidsklasse. Verder blijkt dat in de 177 kg restafval nog 77% grondstoffen te zitten en is dus slechts ongeveer 41 kg restafval ook echt restafval. Er is kortom groot verbeterpotentieel, temeer omdat voor een groot deel van deze grondstoffen al inzamelvoorzieningen zijn (zoals voor het GFTE of plastic verpakkingen).
Het verbeterpotentieel komt ook terug in de kosteneffectiviteit van de gemeente. Door de relatief hoge hoeveelheid restafval en de hoge kapitaallasten door de grote hoeveelheid ondergrondse containers, heeft de gemeente ook hoge kosten voor de afvalinzameling. Uit de benchmark Huishoudelijk Afval kan worden afgeleid dat gemeenten met een vorm van HNI én een prijsprikkel het beste scoren, zowel op afvalscheiding als op gemiddelde afvalstoffenheffing.
HNI is ten dele ingevoerd en beperkt de verdere beleidsopties. Bij de uitrol van HNI is voor de laagbouwwijken met ondergrondse containers gekozen om deze structuur te behouden. Het gaat om 29% van het totaal aantal aansluitingen in de gemeente, waar de essentie van HNI (makkelijke scheiding van grondstoffen aan huis, restafval op afstand wegbrengen) niet (volledig) is doorgevoerd. Juist in deze buurten is er een grote vervuiling van grondstoffen (zowel voor GFTE als voor PMD). Bij een eventuele invoering van tariefdifferentiatie of een recycletarief vraagt het voorkomen van vervuiling als gevolg van ongewenst ontwijkgedrag (restafval deponeren bij grondstoffen) extra aandacht.
Pijnacker-Nootdorp kiest op dit moment voor het brongescheiden van PMD. Dit is ook een logische optie. Bij heroverweging van het beleid dient het nascheiden van PMD genuanceerd bezien te worden: nascheiden is een oplossing waar bronscheiding niet haalbaar is. Bij hoogbouw en sterk verstedelijkte gebieden is het lastiger om afval goed te scheiden. Er is vaak simpelweg minder ruimte om het afval goed apart te houden. Nascheiding kan dan een goede optie zijn. Ook in wijken waar lage inzamelresultaten uit brongescheiden PMD gemeten is, kan nascheiding effectief zijn. Als PMD niet meer aan de bron gescheiden wordt ingezameld, verdwijnt het strikte onderscheid tussen gewenste waardevolle recyclebare grondstoffen enerzijds en niet gewenst restafval anderzijds. Dit heeft negatieve consequenties voor de inzet van beleidsinstrumenten (serviceprikkels, prijsprikkels en communicatie) bij het verder ontwikkelen van afvalbeheerbeleid in de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
6.2 Aanbevelingen van de rekenkamer Vanuit de bovenstaande conclusies wordt door de rekenkamer een aantal aanbevelingen gedaan voor de doorontwikkeling van het afvalbeleid. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn: 1. Zet het huidige beleidsproces voort voor het ontwikkelen van nieuw afvalbeleid. Omdat het huidige proces voor alle betrokkenen goed functioneert, is het zaak om deze insteek te behouden waar het gaat om het delen van informatie via raadsinformatiebrieven en ontwikkelingen bij partner Avalex. Dit betekent dat het college de raad actief informeert met de raadsinformatiebrieven over de stand van zaken op afvalscheiding en uitrol van maatregelen enerzijds en dat via het college Avalex de gemeenteraad meeneemt in nieuwe ontwikkelingen op landelijk niveau anderzijds. 2.
Geef het beleid een nieuwe impuls met concrete maatregelen om de ambitie te halen. Er zijn verschillende maatregelen mogelijk die beproefd zijn in andere gemeenten, om de hoeveelheid restafval verder te laten dalen. De meest voor de hand liggende is een vorm van tariefdifferentiatie of recycletarief, waarbij per lediging of kilogram restafval betaald wordt of
pagina 14/30
53 54 482 483 484 485 486 487 488 489 490 491 492 493 494 495 496 497 498 499 500 501 502 503 504 505 506 507 508 509 510 511 512 513 514 515 516 517 518 519 520 521 522 523 524 525 526 527 528 529 530 531 532 533 534 535 536 537
55
56
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
goed scheidingsgedrag beloond wordt. Gemeenten met dit systeem hebben, in combinatie met een vorm van Het Nieuwe Inzamelen, zowel de laagste hoeveelheden restafval in Nederland als lagere afvalstoffenheffingen. 3.
Baseer het ambitieniveau voor het (nieuwe, te actualiseren) afvalbeleid huishoudens op een adequate analyse bestaande uit: Een vergelijking van de prestaties (ook ‘best practices’) met gemeenten in dezelfde stedelijkheid- of hoogbouwklasse. Een navolgbare berekening van het technisch haalbaar ambitieniveau, gebaseerd op de sorteeranalyses (onderzoek naar de samenstelling van het huishoudelijk restafval, c.q. de recyclebare grondstoffen die zich daar nog in bevinden). Een analyse van de oorzaken van de hoeveelheden recyclebare grondstoffen die zich nog in het huishoudelijk restafval bevinden. Een raadpleging van inwoners: ervaringen, motivatie, wensen en verwachtingen.
4.
Breng de hoeveelheid afkeur onder controle. En breng deze hoeveelheid afkeur onder controle, voordat je tariefdifferentiatie toepast. De hoeveelheid afgekeurde grondstoffen is in de buurten met ondergrondse inzamelvoorzieningen namelijk zeer hoog. Het onder controle brengen van de hoeveelheid afkeur is sowieso gewenst, maar is een noodzakelijke voorwaarde om in deze buurten diftar te kunnen invoeren. Er zijn hierbij twee richtingen: (1) via de werkgroep van Avalex maatregelen nemen binnen de bestaande afvalinzamelstructuur met ondergrondse containers en (2) heroverweging van de afvalinzamelstructuur om deze meer gericht op grondstoffen te maken.
5.
Geef het college duidelijke kaders door het toevoegen van draagvlak bij bewoners voor het afvalbeleid en stuur daarop. Door goede kaders mee te geven, komt de raad minder in een uitvoerende rol te zitten en meer in de kaderstellende rol. Het motiveren van inwoners tot gewenst afvalscheidingsgedrag of de mate waarin bewoners snappen waarom afvalscheiding belangrijk is, zijn indicatoren waarmee de raad minder in de uitvoerende rol komt en beter kan sturen.
6.3 Raadsopdracht Op 21 september 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met de aanbevelingen van de rekenkamer en heeft aan het college de volgende opdracht gegeven: 1. Stel aan de gemeenteraad ambities van het afvalbeleid voor, inclusief concrete maatregelen om die ambitie te halen. Schets hierbij niet alleen de VANG-ambitie, maar introduceer ook voor Pijnacker-Nootdorp haalbare mijlpalen en subdoelen, zodat de ambities specifiek, realistisch en tijdgebonden worden; 2.
Baseer het ambitieniveau voor het afvalbeleid op een adequate analyse, bestaande uit: a. Een vergelijking van de prestaties met vergelijkbare gemeenten, waarbij goede voorbeelden uit die gemeenten naar Pijnacker-Nootdorp worden vertaald; b. Een navolgbare berekening van het technisch haalbaar ambitieniveau, gebaseerd op de sorteeranalyses; c. Een analyse van de oorzaken van de hoeveelheden recyclebare grondstoffen die zich nog in het huishoudelijk restafval bevinden; d. Een raadpleging van inwoners;
3.
Maak in het nieuwe afvalbeleid een goede verbinding met relevante aanverwante beleidsterreinen als circulariteit, ondernemers, energietransitie/RES, zodat de terreinen elkaar versterken.
4.
Breng de hoeveelheid afkeur onder controle en maak concrete voorstellen hiervoor kenbaar aan de gemeenteraad;
5.
Neem in het afvalbeleid duidelijk kaders op over inwonertevredenheid en de effectiviteit van het te voeren beleid;
pagina 15/30
57 58 538 539 540 541 542 543 544 545 546 547 548
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
6.
Voer periodiek het gesprek met de gemeenteraad over ten minste: a. De mogelijkheden die (een wijziging in) de dienstverleningsovereenkomst van Avalex biedt voor het beleid in de gemeente; b. (Technische) ontwikkelingen die van belang zijn voor bijvoorbeeld de inzamelsystematiek in de gemeente.
7.
Rapporteer uiterlijk in het eerste kwartaal van 2024 over de in 1 tot en met 6 genoemde beslispunten of eerder indien de punten worden verwerkt in het (te vernieuwen) afvalbeleid. Benoem in het laatste geval dat deze punten uit het rekenkameronderzoek zijn voortgekomen.
549
59
60
pagina 16/30
61 62 550 551 552 553 554 555 556 557 558 559 560 561 562 563 564 565 566 567 568 569 570 571 572 573 574 575 576 577 578 579 580 581 582 583 584 585 586 587 588 589 590 591 592 593 594 595 596 597 598 599 600
63
64
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
7 Wat willen we bereiken met het onderzoek naar de doorontwikkeling van het afvalbeleid In het proces zullen we in beeld brengen wat er nodig is om te komen tot een (doorontwikkeling naar) nieuw afvalbeleid. Voor dit (nieuwe) beleid worden de volgende doelen en uitgangspunten gehanteerd:
We willen binnen vier jaar de doelstelling van maximaal 100 kg restafval per inwoner realiseren door in aanvulling op de serviceprikkel ook (in 2026) een nader te bepalen tariefprikkel in te voeren.
We weten dat deze doelstelling en het tijdpad voor onze gemeente realiseerbaar is door ervaringen van andere gemeenten in Nederland én de recente beleidsontwikkelingen van onze buurgemeente Lansingerland. Daarnaast blijkt uit onze sorteeranalyse dat (in gewicht) 62% van het fijn restafval nog grondstoffen bevat. Dat betekent dat het verbeterpotentieel van het fijn restafval, 161 kilo (huidig gewicht fijn restafval) minus 98 kilo (grondstoffen in de sorteeranalyse), 63 kilo (daadwerkelijk fijn restafval) is.
We willen voorafgaand aan het invoeren van een tariefprikkel (en uiterlijk per 1 juli 2025) aan uw raad stevige (beleids-)maatregelen voorstellen om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen GFTE en PMD op orde te krijgen (tegengaan afkeur). In de periode tot aan deze stevige maatregelen wordt geëxperimenteerd met twee pilots in onze gemeente om de meest passende maatregelen te bepalen. Wanneer het lukt om de afkeur tegen te gaan kan het gewicht van het fijn restafval in onze gemeente met 3,2 kilo PMD en 9 kilo GFTE verminderen. Dit is het verbeterpotentieel bij het tegengaan van afkeur. Daarnaast worden tot aan de nieuwe maatregelen de huidige acties, zoals aanpassen locaties van grondstoffen van de ondergrondse containers routes, inzet van de maatregelen van de werkgroep van Avalex en communicatie (campagnes, grondstofcoaches en voorlichting) uiteraard voortgezet.
We willen onderzoek doen naar aanvullende maatregelen om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verbeteren, zodat er in de toekomst meer recycling kan plaatsvinden.
Wij hebben als doel om de kosten van de afvalinzameling beheersbaar te houden en willen daarvoor meer service blijven bieden voor het inzamelen van grondstoffen en zowel serviceprikkels als financiële prikkels toepassen om afvalscheiding te bevorderen.
Wij willen dat het nieuwe beleid en de in te voeren maatregelen op draagvlak van onze inwoners kunnen rekenen en willen onze inwoners waar mogelijk ook keuzevrijheid bieden voor maatwerk of individuele voorkeuren. We gaan daarnaast ook samen met inwoners en de gemeenteraad in het nieuwe beleid kaders opstellen voor inwonerstevredenheid.
Wij houden bij het maken van nieuw beleid rekening met te verwachten (technologische) ontwikkelingen, zoals ontwikkelingen gerelateerd aan de uitbreiding van de UPV’s, afvalpreventie, initiatieven om van deelstromen apart in te zamelen (o.a. luiers) en de ontwikkeling van nascheiding. Ook verbinden wij het nieuwe beleid aan relevante aanverwante beleidsterreinen als circulariteit, ondernemers, energietransitie/RES, zodat de terreinen elkaar versterken.
Wij willen het afvalbeleid stapsgewijs doorontwikkelen, waarbij telkens tussentijdse doelstellingen worden bepaald. Deze doelen worden op basis van de concrete maatregelen specifiek, realistisch en tijdgebonden gemaakt, waarbij de haalbaarheid wordt onderbouwd op basis van de ervaringen van vergelijkbare gemeenten en de toepasbaarheid daarvan gelet op de hoeveelheden recyclebare grondstoffen die zich volgens de sorteeranalyse nog in het huishoudelijk restafval bevinden en het draagvlak van de maatregelen bij onze inwoners.
pagina 17/30
65 66 601 602 603 604 605 606 607 608 609 610 611 612 613 614 615 616 617 618 619 620 621 622 623 624 625 626 627 628 629 630 631 632 633 634 635 636 637 638 639 640 641 642 643 644 645 646 647 648
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
8 Welke onderzoeksvragen moeten aan bod komen Wat vinden onze inwoners ervan? Zijn onze inwoners gemotiveerd om hun afval te scheiden? Welke problemen ervaren inwoners bij het scheiden van afval? Waar hebben onze inwoners behoefte aan voor hun afvalinzameling en afvalscheiding? Hoe tevreden zijn inwoners over hun voorzieningen voor de afvalinzameling en de dienstverlening van Avalex? Wat draagt volgens onze inwoners bij aan een toename van hun tevredenheid van het afval- en grondstoffenbeleid? Welke verschillende maatregelen om afvalscheiding te stimuleren kunnen op draagvlak rekenen van onze inwoners? Wat is er nodig als we een tariefprikkel willen invoeren? Welke informatie is er nodig om een besluit te nemen of we een tariefprikkel willen invoeren? Welke vormen kunnen we kiezen? Wat leveren deze verschillende vormen concreet op voor het milieu-resultaat? Wat zijn de risico’s voor bepaalde groepen inwoners, zoals jonge ouders en ouderen? Wat zijn de risico's voor bijplaatsingen en zwerfafval in onze gemeente? Wat zijn verdere knelpunten en kosten? Wat moet er allemaal voor worden geregeld? Door Avalex en onze gemeente.
Hoeveel tijd is daarvoor maximaal nodig? Wat levert het op voor het milieu en financieel? Wat kunnen we doen om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen (OPK en PMD) te verbeteren? Welke inzamelwijze is voor appartementen het meest geschikt om zoveel mogelijk herbruikbare grondstoffen in te zamelen? Met welke maatregelen kan de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen in de wijken met ondergrondse containers voor grondgebonden woningen worden geborgd? Wat zijn voor- en nadelen om voor (een deel van de verzamelcontainers) nascheiding in te zetten om meer PMD als grondstof te realiseren? Welke mogelijkheden zijn er op de kosten van de afvalinzameling te beheersen? Zijn er mogelijkheden om te besparen op de (in het rekenkameronderzoek geconstateerde hoge) beheerkosten van de ondergrondse containers? Wat zijn opbrengsten en kosten die verbonden zijn aan mogelijke maatregelen bij de doorontwikkeling van het afvalbeleid? Wat kunnen we leren van andere gemeenten en wat zijn 'best pactices' voor de inzameling van grondstoffen bij appartementen en bij de inzameling met ondergrondse containers. Welke andere stromen kunnen we nog uit het restafval krijgen? Voor de mogelijkheden voor het gescheiden inzamelen van luiers worden de technische ontwikkelingen en de initiatieven in de markt worden nauwlettend gevolgd.
Om de inzamelresultaten van de inzameling van glas en textiel te bevorderen worden de inzamelresultaten gemonitord en wordt het aantal locaties aangepast als daar aanleiding voor is. Welke concrete mogelijkheden zijn effectief voor onze gemeente om restafval te voorkomen? Afvalpreventie?
649 650
67
68
pagina 18/30
69 70 651 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662 663 664 665 666 667 668 669 670 671 672 673 674 675 676 677 678 679 680 681 682 683
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
9 Hoe komen we tot een geactualiseerd beleid? HNI levert een goede bijdrage aan het verbeteren van de scheidingsresultaten en het beheersen van de kosten. HNI is daarmee een goede pijler onder de inzamelstrategie. Bij het afwegen van nieuw afvalbeleid zijn er in de basis twee (hoofd)denklijnen die gevolgd kunnen worden om de milieudoelen te behalen en de kosten van de afvalinzameling te beperken: Het toewerken naar een situatie met het invoeren van een tarief voor restafval waarmee de communicatie en de serviceprikkels van HNI met een financiële prikkel worden ondersteund. Het inzetten van nascheiding voor situaties waarin brongescheiden afvalinzameling van PMD niet tot het gewenste resultaat leidt en/of waar de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen niet kan worden bereikt. Tariefprikkel (diftar) Met diftar wordt een inzamelmethode bedoeld waarbij inwoners een laag (lager) basistarief als afvalstoffenheffing hebben en vervolgens betalen per zak restafval/ aangeboden mini-container. Het weggooien van grondstoffen, papier, gfte etc., is echter gratis. De gedachte hierachter is dat mensen goed scheiden om zo min mogelijk restafval te hebben, en hun gedifferentieerde tarief zo laag mogelijk kunnen houden. Uit landelijk onderzoek blijkt dat gemeenten met een tariefprikkel gemiddeld 48% minder restafval en 14% lagere kosten hebben.
Een tariefprikkel in combinatie met een serviceprikkel (zoals HNI) is een veel voorkomende inzamelstrategie. Bij deze combinatie van maatregelen lijkt het mogelijk om de doelstelling van maximaal 100 kilo restafval per inwoner te kunnen halen. Uit de presentatie en de onderzoeken van de NVRD blijkt dat alle gemeenten die het doel van maximaal 100 kilo restafval per inwoner bereikt hebben zowel een financiële als een serviceprikkel hebben ingezet. In Pijnacker-Nootdorp zijn al met succes serviceprikkels ingevoerd. Dit heeft geleid tot een afname van de hoeveelheid fijn restafval met 55 kilo. Op basis van de ervaringen van andere gemeenten blijkt dat het effect van de tariefprikkel zwaar(der) bijdraagt aan het reductiedoel. De resultaten in Lansingerland ondersteunen dit. Door het invoeren van een tariefprikkel in januari 2023 verwacht Lansingerland in 2023 (op basis van de resultaten over het eerste kwartaal) een afname van de hoeveelheid restafval met 61 kilo (36% afname). Ook in de gemeente Lansingerland is er sprake van een serviceprikkel gecombineerd met een tariefprikkel, de verwachting is dat na één jaar invoering- van dit nieuwe gecombineerde beleid- de 100 kilo restafval bijna wordt gerealiseerd in Lansingerland.
684 685
71
72
pagina 19/30
73 74 686 687 688 689 690 691 692 693 694 695 696 697 698 699 700 701 702 703 704 705 706 707 708 709 710 711 712 713 714 715 716 717 718 719 720 721 722 723 724 725 726 727 728 729 730 731 732 733 734 735 736 737 738 739 740 741
75
76
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
Voor het onderzoek naar het beleid op langere termijn is het uitgangspunt dat een vorm van tariefprikkel nodig is om het doel van 100 kilo restafval per inwoner te kunnen halen. In Lansingerland is aan het invoeren van tariefdifferentiatie een zeer zorgvuldig voorbereidingsproces voorafgegaan. Borgen kwaliteit grondstoffen Een belangrijk aandachtspunt bij de invoering van een vorm van tariefdifferentiatie is de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Zeker voor wijken met veel hoogbouw en wijken met ondergrondse containers vraagt het invoeren van een vorm van tariefdifferentiatie bijzondere aandacht. In het rapport van de rekenkamercommissie wordt vanwege de hoge afkeur aanbevolen om te zorgen dat de afkeur onder controle is voordat een vorm van tariefdifferentiatie wordt ingevoerd. Het proces om te komen tot besluitvorming vanwege de hoge afkeur van grondstoffen is hieronder uitgewerkt als spoor 2. 9.1 maatregelen op de korte termijn en pilots (spoor 1) In spoor 1 zijn alle maatregelen en pilots opgenomen die binnen het huidige afvalbeleid en de huidige inzamelsystemen kunnen worden opgepakt. Het doel spoor 1 is enerzijds om te zorgen dat onze inwoners goed op de hoogte zijn van wat er van ze wordt verwacht bij het gescheiden inzamelen van het afval.
Anderzijds worden in spoor 1 gericht en projectgewijs pilots en maatregelen uitgevoerd om de effectiviteit van maatregelen te bepalen die de benodigde kwaliteit van de grondstoffen moeten borgen. In spoor 1 zijn de volgende maatregelen opgenomen: Communicatiecampagnes Om te zorgen dat onze inwoners goed op de hoogte zijn van wat er van ze wordt verwacht bij het gescheiden inzamelen van het afval wordt er gemeentebreed via themapagina’s gecommuniceerd met ondersteuning door de communicatiecampagne van Avalex. Met het oog op de hoge afkeur wordt er een communicatiecampagne gestart die specifiek is gericht op appartementen en grondgebonden woningen die gebruik maken van (ondergrondse) verzamelcontainers. Monitoring routes PMD en GFTE op basis van kwaliteit Avalex heeft vanaf 2022 een systeem opgezet waarbij op het niveau van de container een betere inschatting wordt verkregen over de kwaliteit van de grondstoffen. Avalex monitort de kwaliteit en past routes aan op kwaliteit met als doel om te voorkomen dat vaak vervuilde containers leiden tot afkeur van normaal gesproken schone containers. Het afgekeurde PMD wordt afgevoerd naar de nascheidingsinstallatie.
Ondanks de extra inzet vanaf medio 2023 van de grondstofcoaches om de inschatting van de kwaliteit per container te verbeteren, lijkt het scheiden van de “schone routes” en de “slechte routes” nog geen significante invloed te hebben op de ontwikkeling van de afkeur. Buurtaanpak De Parade (voorbeeldbuurt voor appartementen in gemengd gebied) De ondergrondse containers voor de ruim 100 woningen boven De Parade moeten worden vervangen. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om een pilot te doen om de effectiviteit te testen van een aantal beheermaatregelen. In de pilot worden de volgende maatregelen worden ingezet: De PMD containers worden voorzien van een pascontrole. De GFE containers worden voorzien van een pascontrole en de inworpopening van de container wordt aangepast (verkleind). Aan de bewoners van de appartementen worden “dragers” voor GFE beschikbaar gesteld. Binnen het project zal de kwaliteit van de grondstoffen op containerniveau door de grondstofcoaches van Avalex worden gemonitord. Het gebruik en de tevredenheid van de inwoners over (de gewijzigde) inzamelmethode zal worden onderzocht.
De pilot moet bijdragen aan de volgende onderzoeksvragen: Leidt het introduceren van pascontrole op de inzameling van PMD en gerichte communicatie tot een situatie waarbij een schone grondstof die bij de verwerker wordt geaccepteerd wordt ingezameld en hoe wordt het serviceniveau van de maatregelen door de inwoners ervaren? De conclusies moeten bijdragen aan een voorstel in spoor 2 voor de afweging of we op de langere termijn voor alle appartementen in Pijnacker-Nootdorp deze werkwijze kunnen hanteren of dat nascheiden voor appartementen leidt tot een beter resultaat (milieu, kosten en dienstverlening). Leiden de (gecombineerde) maatregelen voor de inzameling van GFE tot een schone grondstof die bij de verwerker wordt geaccepteerd en hoe wordt het serviceniveau van de maatregelen door de
pagina 20/30
77 78 742 743 744 745 746 747 748 749 750 751 752 753 754 755 756 757 758 759 760 761 762 763 764 765 766 767 768 769 770 771 772 773 774 775 776 777 778 779 780 781 782 783 784 785 786 787 788 789 790 791 792 793 794 795 796 797 798
79
80
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
inwoners ervaren? De conclusies moeten bijdragen aan een voorstel in spoor 2 om voor (een combinatie van beheermaatregelen) alle appartementen in Pijnacker-Nootdorp de kwaliteit van het ingezamelde GFE op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Buurtaanpak omgeving Waddenzee (voorbeeldbuurt met ondergrondse containers voor zowel appartementen als voor grondgebonden woningen) De omgeving is een buurt in de wijk De Venen met circa 300 woningen, waarvan ruim 100 appartementen. De buurt kenmerkt zich door de ligging aan de rand van de wijk (geen verstoring van buiten) en valt ook op door de lage kwaliteit van de grondstofinzameling. De mix van grondgebonden woningen en appartementen maakt de buurt interessant voor het uitvoeren van een pilot voor de “buurten met ondergrondse inzamelmiddelen”. In de pilot worden de volgende maatregelen worden ingezet: Er wordt een nieuw verdelingsplan gemaakt voor de ondergrondse containers. Hierbij staat (vanwege de negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen) niet meer centraal dat restafval “op afstand” moet worden aangeboden, maar wordt gekeken hoe met een gelijkwaardige verdeling kan worden geborgd dat de ingezamelde grondstoffen PMD en GFTE schoon zijn. De PMD containers worden voorzien van een pascontrole.
De GFE containers voor de appartementen worden voorzien van een pascontrole en de inworpopening van de container wordt aangepast (verkleind). Dit betekent dat de GFE-containers voor de appartementen in de wijk niet meer geschikt zijn voor het tuinafval van de grondgebonden woningen. De GFTE containers voor de grondgebonden woningen worden voorzien van pascontrole. Er worden “dragers” voor GFE beschikbaar gesteld. Binnen het project zal de kwaliteit van de grondstoffen op containerniveau door de grondstofcoaches van Avalex worden gemonitord. Het gebruik en de tevredenheid van de inwoners over (de gewijzigde) inzamelmethode zal worden onderzocht. De pilot moet bijdragen aan de volgende onderzoeksvragen: Leidt het introduceren van pascontrole op de inzameling van PMD en gerichte communicatie tot een situatie waarbij een schone grondstof die bij de verwerker wordt geaccepteerd wordt ingezameld en hoe wordt het serviceniveau van de maatregelen door de inwoners ervaren? De conclusies moeten bijdragen aan een voorstel in spoor 2 voor de afweging of we op de langere termijn voor alle OOC wijken in Pijnacker-Nootdorp deze werkwijze kunnen hanteren.
Mocht de pascontrole niet tot voldoende resultaat leiden worden minimaal alternatieve scenario’s onderzocht naar (1) het nascheiden van met PMD van de appartementen en (2) het inzamelen van PMD met rolcontainers voor de grondgebonden woningen. Voor de verschillende scenario’s worden de voor- en nadelen in beeld gebracht op de criteria van milieu, kosten en dienstverlening. Leiden de (gecombineerde) maatregelen voor de inzameling van GFE bij de appartementen tot een schone grondstof die bij de verwerker wordt geaccepteerd en hoe wordt het serviceniveau van de maatregelen door de inwoners ervaren? De conclusies moeten bijdragen aan een voorstel in spoor 2 voor (een combinatie van beheermaatregelen) om voor appartementen in Pijnacker-Nootdorp de kwaliteit van het ingezamelde GFE op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Leiden de (gecombineerde) maatregelen voor de inzameling van GFTE bij de grondgebonden woningen tot een schone grondstof die bij de verwerker wordt geaccepteerd en hoe wordt het serviceniveau van de maatregelen door de inwoners ervaren? De conclusies moeten bijdragen aan een voorstel in spoor 2 voor de afweging of we op de langere termijn voor alle OOC wijken in Pijnacker-Nootdorp deze werkwijze kunnen hanteren.
Mocht de pascontrole niet tot voldoende resultaat leiden zal in beeld worden gebracht wat de voor- en nadelen zijn (milieu, kosten en dienstverlening) voor het inzamelen van het GFTE met rolcontainers. Onderzoek naar beheerkosten van de inzameling met ondergrondse containers. In het onderzoek van de rekenkamercommissie is geconstateerd dat het areaal aan ondergrondse containers hoge beheerkosten met zich meebrengen. Er wordt daarom nader onderzoek gedaan. Het onderzoek bestaat uit twee delen. a. Er wordt een kwalitatieve analyse gemaakt, waarbij in beeld wordt gebracht hoeveel containers per afvalsoort geplaatst zijn, wat de spreiding is, wat de ledigingsfrequentie is en hoe het areaal zich dat verhoudt tot de vastgestelde normen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zullen voorstellen worden gedaan om: o in buurten of op locaties (op termijn) het aantal containers aan te passen omdat deze afwijken van het huidige beleid;
pagina 21/30
81 82 799 800 801 802 803 804 805 806 807 808 809 810 811 812 813 814 815 816 817 818 819 820 821 822 823 824 825 826 827 828 829 830 831 832 833 834 835 836 837 838 839 840 841 842 843 844 845 846 847 848 849 850 851 852 853 854 855
83
84
Startnotitie Doorontwikkeling Afvalbeleid
o
b.
de normen voor (een bepaald woningtype of afvalsoort) het aantal containers per woning aan te passen. Er wordt een beheerplan gemaakt op basis van een kwalitatieve analyse van de aanwezige ondergrondse containers. Een groot deel van de ondergrondse containers is in het begin van deze eeuw gerealiseerd. In de komende periode en op middellange termijn zullen de betonnen putten planmatig vervangen worden. Daarom wordt (door Avalex) in beeld gebracht wat de ouderdom (en de verwachte restlevensduur) van de putten is. Op basis van deze analyse zullen aanbevelingen worden gedaan over de mate waarin het (op termijn) mogelijk is om de inzamelstructuur aan te passen en met welke kosten van desinvestering sprake is indien aanpassingen op kortere termijn gewenst zijn. Deze informatie is niet alleen nodig voor het beheer vanuit Avalex, maar de informatie is ook nodig om de voorstellen voor de inzameling van PMD en GFTE in spoor 2 te kunnen uitwerken.