Bijlage - Programmabegroting 2022
Tekst van het document
Begroting Kadernota
Planning & Control-cyclus
Jaarrekening
rin
e nak ko or
gsa genda
Bedr
d
ge
oe
lij n
ra
o Ui
tv
ad
Ho
fd
l co
ijf s p la n D
T
le
Najaarsnota
Programmabegroting 2022
Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4 Leeswijzer 6 Samenvatting
6 10
Hoofdlijnen op inhoud Hoofdlijnen van de financiële positie
19 Programma's
19 29 39 49 57 69 83 95 107 115
1. Ruimte en wonen 2. Economie en glastuinbouw 3. Mobiliteit 4. Groen en recreatie 5. Onderwijs 6. Collectieve voorzieningen 7. Individuele voorzieningen 8. Veiligheid en duurzaamheid 9. Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VpB en onvoorzien
125 Paragrafen 125 137 145 151 157 163 173 177 179
1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Gemalendienst NAD 9. Sociaal domein
181 Financiële begroting 181 199 203
1. Overzicht van baten en lasten 2. Uiteenzetting financiële positie 3. Overzicht reserves en voorzieningen
205 Bijlagen 207 211 213 215 221
1. Investeringsplanning 2. Berekening EMU 3. Basisset beleidsindicatoren 4. Taakvelden in begrotingsprogramma's 5. Begrippenlijst
225 Afkortingenlijst
2
Voorwoord De programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2022-2025 is alweer de laatste van dit college. Alhoewel het de gewoonte is om in een dergelijk document vooruit te kijken, wil ik bij deze gelegenheid toch ook af en toe verwijzen naar de ontwikkeling van de financiën in de afgelopen periode. De raadsperiode 2018-2022 zal ongetwijfeld de geschiedenisboeken in gaan als de periode van de coronapandemie. Een pandemie die naast veel sociaal en persoonlijk leed ook voor grote financiële onzekerheid zorgde. Reden voor de raad om in 2020 een reserve te creëren van anderhalf miljoen euro om de eerste financiële gevolgen voor de gemeente op te vangen. Ruim een jaar later lijkt het erop dat het rijk de gemeente voldoende heeft gesteund om alle extra Corona gerelateerde kosten te dekken. We hebben dan ook nog geen beroep hoeven doen op de gereserveerde middelen. Het college heeft de reserve voor 2022 nog wel in stand gehouden omdat nog niet zeker is welke invloed de pandemie heeft op het komende jaar. Uniek voor deze raadsperiode was de verkoop van de aandelen Eneco in 2020 waarmee de gemeente eenmalig ruim tachtig miljoen euro kon bijschrijven op de bankrekening. Daartegenover stond het wegvallen van de jaarlijkse inkomsten uit het dividend van zo’n anderhalf tot twee miljoen.
Door het slim inzetten van de opbrengsten van de verkochte aandelen zien we in de begroting dat er ruim anderhalf miljoen euro structureel beschikbaar is voor nieuw beleid in de vorm van een ‘stelpost Enecogelden’. Verder zijn nieuwe investeringen in onder andere wegen, onderwijshuisvesting, sportaccommodaties en diverse participatietrajecten gerealiseerd, zonder dat dit ten laste gaat van het begrotingssaldo. Bovendien zien we met de inzet van deze gelden ook nog de schulden van de gemeente in snel tempo afnemen. De kosten voor de uitvoering van wettelijke taken met betrekking tot de jeugdzorg en WMO-voorzieningen zagen we de afgelopen jaren fors oplopen, zonder dat we daar als gemeente direct invloed op konden uitoefenen. Dit gold ook voor de verwerking van het huishoudelijk afval, wat met name kwam door de oplopende kosten en belastingen voor het verwerken van restafval in combinatie met dalende opbrengsten voor grondstoffen. Na lang aandringen van de gemeenten richting het rijk zijn de gemeenten voorlopig voor de komende jaren gecompenseerd voor de extra gemaakte kosten voor de jeugdzorg, die vooralsnog waren gedekt uit eigen middelen. Daarnaast lijkt het vorig jaar door ons ingezette programma dat moet leiden tot betere beheersbaarheid van de kosten in het sociaal domein, haar vruchten af te werpen.
Om de kosten van de verwerking van ons huishoudelijk afval binnen de perken te houden is de afgelopen jaren een programma ingezet om vooral de kilo’s restafval per huishouden fors te verminderen. De komende jaren moet blijken in hoeverre het onze inwoners gaat lukken om dit ook daadwerkelijk te realiseren. Onzeker blijven de mogelijke negatieve gevolgen van een eventuele herverdeling van de middelen uit het gemeentefonds. Uit voorlopige eerste berekeningen kun je concluderen dat dit voor onze gemeente leidt tot een structurele verlaging van iets minder dan 1 miljoen euro in 2023 oplopend tot ruim 3,5 miljoen euro in 2026. Echter de gemeenten en het rijk zijn hierover nog met elkaar in gesprek en het is nog verre van duidelijk hoe dit voor de komende jaren wordt ingevuld. Daarnaast is nog onzeker wat de financiële gevolgen zullen zijn van de invoering van de omgevingswet en de energietransitie. Ook de financiële implicaties van komende aanbestedingen van diverse grote projecten op het gebied van infrastructuur, sportvoorzieningen en onderwijshuisvesting zijn, gezien de huidige marktomstandigheden, nog ongewis. Door alle inspanningen van zowel de raad, het college als de ambtelijke organisatie is het toch weer gelukt om een sluitende begroting te presenteren met een financieel gezonde uitgangspositie voor de nieuwe raadsperiode.
Ik bedank hierbij iedereen die hieraan heeft bijgedragen. Pijnacker, september 2021 Namens het College van Burgemeester en Wethouders van Pijnacker-Nootdorp, Peter Hennevanger Wethouder Financien
3
Leeswijzer De programmabegroting als onderdeel van de planning- en controlcyclus De programmabegroting is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende rol in te vullen. In de programmabegroting geeft de gemeente aan wat ze het komend jaar wil doen om bepaalde doelen te bereiken en wat dat mag kosten. Daarmee vormt de begroting een duidelijk kader waarbinnen het gemeentebestuur en de organisatie het komend jaar moeten werken. Deze begroting is niet alleen voor financieel specialisten, maar voor iedereen. Het gaat immers om het gemeentelijk huishoudboekje en dat moet voor een ieder te volgen zijn. Deze leeswijzer geeft aan hoe de begroting is opgebouwd, wat waar te vinden is en welke relaties er liggen naar andere documenten uit de planning en controlcyclus.
De planning- en controlcyclus
ad
ra
o
Ui
ge
Ho
De gemeenteraad geeft het college financiële en inhoudelijke kaders mee voor het beleid en de uitvoering daarvan. Het uitgangspunt voor deze Begroting kaderstellende rol is het Hoofdlijnenakkoord voor de Kadernota periode 2018-2022. Dit akkoord bepaalt in hoge mate de inhoud van de documenten in de jaarlijkse begrotingscyclus: kadernota, meerjarenbegroting, Planning & najaarsnota en jaarstukken. De kadernota is een Control-cyclus uitwerking van de bestuurlijke agenda. Het is een fd lij n d tv e nak ko or koersbepalend document met financiële en oe le ol rin gsa genda c inhoudelijke kaders voor het daarop volgende Jaarrekening Najaarsnota Bedr T ijf s p la n D begrotingsjaar. In de programmabegroting worden de voornemens van de kadernota geconcretiseerd. De begroting is een wettelijk voorgeschreven document waarmee de gemeenteraad het college autoriseert tot het doen van uitgaven voor bepaalde doelen. Na vaststelling van de begroting geeft de Begroting najaarsnota tussentijds een overzicht van de stand van zaken van de financiën en de uitvoering van beleid. In de jaarstukken tenslotte wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en het financiële beheer. In Subtitel 2019 - 2020 de figuur is de planning- en controlcyclus schematisch weergegeven.
De programmabegroting In de programmabegroting geeft de raad aan welke doelen hij wil bereiken en wat de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zouden moeten zijn. Om deze maatschappelijke effecten te concretiseren worden daar doelstellingen aan gekoppeld. Tot slot wordt benoemd wat de gemeente gaat doen om deze doelen te halen en hoeveel dat mag kosten.
Opbouw van de begroting in drie delen De begroting bestaat uit drie delen: de negen programma's met de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, de paragrafen en de financiële begroting.
A De programma's Het eerste deel van de begroting zijn de negen programma's waarin alle gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein zijn verwoord.
Algemene Dekkingsmiddelen, overhead, VpB en Onvoorzien Hierin staat welke algemene dekkingsmiddelen er zijn en wat het verloop daarvan is voor de komende vier jaar. Algemene dekkingsmiddelen hebben vooraf geen bepaald bestedingsdoel. Overhead en vennootschapsbelasting zijn nieuwe onderdelen.
B Paragrafen De paragrafen gaan in op de bedrijfsvoering in brede zin. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal: • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1)
4
• • • • • • • •
Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2) Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3) Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4) Hoe is de bedrijfsvoering geregeld en wat kost dat? (paragraaf 5) Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6) Hoe is ons grondbeleid? (paragraaf 7) Hoe gaan wij om met de gemalendienst? (paragraaf 8) Hoe beheersen we de kosten in het sociaal domein? (paragraaf 9)
C Financiële begroting In dit hoofdstuk zijn diverse (verplichte) financiële overzichten ondergebracht, waaronder de realisatie baten en lasten van het vorig jaar, het lopende jaar en de komende begrotingsjaren. Het is een samenvatting van het deel ‘Wat mag het kosten’ dat per programma is opgenomen, op verschillende wijzen gepresenteerd. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie. Dat is een prognose voor het verloop van de balans. Daarna is een overzicht opgenomen met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.
5
Samenvatting Hoofdlijnen op inhoud De programmabegroting 2021 is gebaseerd op het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 ‘Verder in Verbinding'. Het akkoord kent drie inhoudelijke hoofdambities en twee randvoorwaardelijke thema’s die leidend zijn voor de begroting: 1. Iedereen doet mee (iedereen in de samenleving moet mee (kunnen) doen); 2. Verduurzaming (klimaatdoelstellingen, energietransitie, duurzame glastuinbouw, circulaire economie en dierenwelzijn); 3. Prettig en veilig wonen (prettig en veilig wonen en verblijven voor jong en oud, doorstroming woningmarkt en uitbreiding woningaanbod); 4. Verder in verbinding (van ‘Samen doen’ naar relatie met samenleving als volksvertegenwoordigers, relatie met het college en relatie tussen college en samenleving); 5. Financieel gezond (vasthouden financieel gezond beleid, behoedzaam en verantwoord omgaan met gemeenschapsgeld). We ontwikkelen beleid en projecten steeds meer ‘in verbinding’ met de inwoners, ondernemers en instellingen. Daarmee beogen we dat inwoners, organisaties, ondernemers en raad vanuit partnerschap en co-creatie betrokken worden. Dit zegt alles over de bestuursstijl en de rollen die ingenomen worden bij de uitvoering van het Hoofdlijnenakkoord. Voor onderwerpen die de gemeentegrenzen overschrijden werken we samen in regioverband.
De raad heeft binnen de inhoudelijke thema’s aangegeven waar we mee aan de slag gaan in de periode 2018 – 2022. Op basis van de midterm review zijn de ambities voor de tweede helft van de bestuursperiode bepaald die in de Kadernota 2021 zijn vertaald in het thema 'verantwoord ambitieus'. Afgesproken is dat het daarbij hoofdzakelijk gaat om de implementatie van het nieuwe vastgestelde beleid en de realisatie van de maatregelen uit de vastgestelde uitvoeringsprogramma’s. Hierin ligt dan ook het zwaartepunt van de activiteiten in de programmabegroting 2022. Mede als gevolg van de coronacrisis is de uitdaging daarbij om nog meer dan aan het begin van deze bestuursperiode financieel gezond te blijven en in verbinding te zijn. In 2022 worden op basis van de verkiezingen nieuwe ambities bepaald voor de jaren vanaf 2023. In de begrotingsprogramma’s komen de volgende hoofdlijnen naar voren.
1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp is een herkenbare en aantrekkelijke gemeente met drie verschillende kernen. Inwoners waarderen de groene, dorpse identiteit en de ruimtelijke kwaliteit. Het is prettig en veilig wonen en om de kans te vergroten dat onze inwoners in elke levensfase een passende woning kunnen vinden, werken we aan een meer evenwichtige woningvoorraad. Dat doen we op verschillende manieren. Zo voeren we regie op de uitbreiding van het aantal woningen in nieuwe woonmilieus. Dat is terug te zien binnen de kernen (Stanislas, Hart van Nootdorp) en grenzend aan de kernen (Ackerswoude, Keijzerhof, Tuindershof en De Scheg). Daarnaast maken we prestatieafspraken met woningcorporaties over het behoud en de uitbreiding van sociale huurwoningen. We maken door middel van voortgangsrapportages inzichtelijk hoe de woningvoorraad zich ontwikkelt. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022 verandert er veel. Pijnacker-Nootdorp werkt al in de geest van de Omgevingswet. De eerste resultaten daarvan zijn zichtbaar in de vorm van de omgevingsvisie en het ontwerp-omgevingsplan Tolhek. We gaan door met de uitvoering van de omgevingsvisie en starten in 2022 met nieuwe pilots voor het omgevingsplan. Achter de schermen wordt bovendien gewerkt aan het gereed maken van het digitaal stelsel zodat inwoners en ondernemers straks gemakkelijk een vergunning kunnen aanvragen.
6
2. Economie en glastuinbouw Om de dienstverlening aan bedrijven en ondernemers te optimaliseren, werken we samen met ondernemers. Dit blijven we doen. Begin 2022 stellen we de nieuwe actieagenda Economie 2022 en 2023 op. Dit doen we zoveel mogelijk in afstemming en in co-creatie met vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven. Voor de winkelcentra Parade Nootdorp en Pijnacker Centrum zijn de afgelopen jaren plannen gemaakt om invulling te kunnen geven aan de bestuurlijke ambitie van ‘Bruisende centra’. Deze plannen worden in 2022 verder uitgevoerd. De coronacrisis is voor een aantal sectoren een zware beproeving geweest. De daadwerkelijke economische consequenties van de crisis voor Pijnacker-Nootdorp zijn voor het overgrote deel goed te overzien en lijken zich positief te ontwikkelen. De grootste zorgen gaan uit naar de detailhandel en horeca. De vraag hierbij is of detailhandel- en horecaondernemers (niet essentiële winkels) hun verliezen kunnen inhalen en schulden kunnen aflossen. Dit blijven we in 2022 nauwlettend monitoren. In 2022 wordt het gebiedsprogramma 2050 voor bedrijvenpark Boezem opgeleverd. Deze toekomstvisie is opgesteld binnen de nieuwe systematiek van de omgevingswet en bevat een ruimtelijk plan met de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden en (financiële) gevolgen voor een toekomstbestendig bedrijventerrein de Boezem.
De Glastuinbouw heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in een glasvisie voor het Oostland. Samen met lokale ondernemers, de Oostland gemeenten en de regionale stakeholders is in 2021 een uitvoeringsplan opgesteld. De uitvoering van dit plan loopt door tot in 2022.
3. Mobiliteit Het programma Mobiliteit heeft als doel duurzame mobiliteit. Dit willen wij realiseren door de gemeente bereikbaar en verkeersveilig te houden en in te zetten op minder, anders en schoner reizen. Door de coronapandemie zien we een daling van het aantal auto’s op de weg. Het is nu niet goed te voorspellen of deze daling blijvend is. Er zijn geen structurele capaciteitsknelpunten op het wegennet, maar we houden diverse wegen in de gaten om te zien of de verkeerstoename binnen de verwachte groei blijft. Minder verkeer door de coronamaatregelen heeft geleid tot minder ongevallen. Dit laat onverlet dat ieder ongeval er één teveel is. De gemeente blijft daarom structureel aandacht schenken aan verkeersveiligheid en gaat in 2022 onder meer een aantal kruispunten veiliger maken. In 2021 is de nota parkeernormen aangepast aan recente kencijfers. In vervolg hierop worden in 2022 parkeertellingen uitgevoerd en wordt gestart met de actualisatie van het parkeerbeleid. Om schoon (elektrisch) vervoer te stimuleren, gaan wij in 2022 op strategische plekken laadpalen plaatsen.
4. Groen en recreatie We willen een klimaatbestendige gemeente zijn, hiervoor hebben we maatregelen opgenomen in het Programma Water en Klimaat 2021-2024. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud en de ontwikkeling van groen, recreatie en biodiversiteit. In de kernen en het buitengebied. In geactualiseerde beheerplannen is vastgelegd hoe we het beheer uitvoeren. In 2021 zijn beleidsmatige onderdelen van de beheerplannen Investeren in Groen, Natuur op de kaart en het maaibeleid in de omgevingsvisie opgenomen. In 2022 wordt het Uitvoeringsplan Dierenwelzijn 2020-2022 uitgevoerd. We werken aan realisatie van een aantal groenprojecten in het buitengebied, waaronder de ecologische en recreatieve verbinding GroenzoomDe Balij en de 2e fase Groenblauwe dooradering langs de Zijdeweg. Daarnaast willen we de ecologische en gebruikskwaliteit van het groene buitengebied verbeteren. Dit doen we samen met eigenaren, beheerders en regionale partners. Een goed voorbeeld hiervan is de realisatie van het weidevogelkerngebied in de Zuidpolder van Delfgauw. Daarnaast stimuleren we met het Hoogheemraadschap bewoners en bedrijven om water langer vast te houden waar het valt.
5. Onderwijs De gemeente wil bereiken dat jongeren naar school gaan en een diploma halen. Waar dat nodig is bieden we ondersteuning om achterstanden en voortijdig uitvallen te voorkomen. In 2022 gaan we verder met het IKC uitvoeringsprogramma en realiseren we nieuwe kindcentra in Klapwijk en Keijzershof in Pijnacker en bereiden we de realisatie van nieuwe kindcentra in Pijnacker noord en Pijnacker centrum voor. In Nootdorp gaat het om
7
de ontwikkeling van kindcentrum De Regenboog, als onderdeel van het project Hart van Nootdorp en wordt de uitbreiding van school voor speciaal onderwijs ’t Kraaienest opgeleverd. In 2022 monitoren we de nieuwe subsidieregeling VVE-peuteropvang en voeren we de geactualiseerde Lokaal Educatieve Agenda uit. Dat doen we samen met onze partners uit het onderwijs, de voorschoolse voorzieningen, de jeugdgezondheidszorg en de bibliotheek. In 2022 zetten wij de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven in de regio Oostland voort onder aanvoering van een nieuw bestuur. Dat doen we samen met Lansingerland. We blijven ons inzetten op het bieden van kwalitatief goede educatie voor volwassenen. In 2022 kopen wij samen met de ZHC gemeenten volwasseneneducatie in. Daarnaast blijven wij zoveel mogelijk gebruik maken van lokale partners zoals Taalhuis Pijnacker-Nootdorp.
6. Collectieve voorzieningen De komende jaren blijven we ons richten op het stimuleren van inwoners, verenigingen en stakeholders om zelfstandig oplossingen te bedenken voor vraagstukken binnen het sociaal domein. We blijven aandacht houden voor preventie en het vroeg signaleren van problemen om erger te voorkomen. Dit alles met het uitgangspunt dat alle inwoners meedoen in de samenleving en niemand aan de kant staat. Hierbij blijven we inzetten op samenkracht en burgerparticipatie door initiatieven te stimuleren en te faciliteren. In 2022 geven wij uitvoering aan de nieuwe nota lokaal gezondheidsbeleid 2020-2024 en het Lokaal Preventieakkoord 2021-2023. We werken verder aan de ontwikkeling van kernteams, aan innovatie en transformatie. We gaan door met onze inzet op basis van het kader preventie jeugd en ons uitvoeringsplan. Met een kwantitatief en kwalitatief goed aanbod aan sportvoorzieningen, bieden wij sportorganisaties de mogelijkheid om onze inwoners in de gelegenheid te stellen te investeren in een gezonde leefstijl. We voeren het uitvoeringsprogramma van de beleidsnota sport en bewegen en het lokaal sportakkoord uit. Daarnaast geven we een impuls aan ons voorzieningenniveau door het realiseren van een nieuwe Jan Janssenhal in Nootdorp en een binnensportvoorziening voor het bewegingsonderwijs in Pijnacker noord.
Op sportcomplex De Groene Wijdte renoveren we in 2022 de kunstgraskorfbalvelden en ronden we de uitbreiding van het parkeerterrein af. We voeren in 2022 het Cultuurbeleid uit met inwoners en het culturele veld. Eén van de onderwerpen waar onze aandacht naar uitgaat is het bepalen van een definitieve locatie voor een Cultuurhuis. Mantelzorgondersteuning, financiële zelfredzaamheid (schuldhulpverlening) en geestelijke gezondheidszorg hebben onze blijvende aandacht.
7. Individuele voorzieningen De komende jaren gaan we door met het ontwikkelen van de transformatie waarin de publieke waarde leidend is: we zijn mensgericht en bieden passende en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen en inwoners in een kwetsbare positie. We zetten voor persoonsgebonden ondersteuning (zoals trajecten naar werk, begeleiding individuele ondersteuning, hulpmiddelen en zorgarrangementen) vernieuwende en innovatieve oplossingen in. Dit doen we conform de uitgangspunten uit het hoofdlijnenakkoord. In 2022 gaan we zelf een armoedemonitor ontwikkelen waardoor we nog beter zicht krijgen op armoede en het gebruik van minimaregelingen. Ook voeren we het plan van aanpak ‘Werken, werken aan en meedoen’ verder uit en besteden we extra aandacht aan doelgroepen met ontwikkelingsmogelijkheden zoals alleenstaande ouders en vergunninghouders. In januari 2022 treedt de nieuwe wet inburgering in werking. Hierbij kan meer maatwerk worden toegepast en hebben we meer invloed op inburgeringstrajecten. Vanaf 2022 wordt beschermd wonen verder gedecentraliseerd en moeten wij dit zelf organiseren. We maken een beweging van beschermd wonen, naar beschermd thuis en van maatschappelijke opvang naar maatschappelijk wonen. In 2022 staat grip krijgen en houden op de kostenontwikkeling in de jeugdhulp en Wmo centraal.
Dit doen wij door gericht en efficiënt aan de wettelijke transformatie-opgaven te blijven werken. In 2020 is hiervoor het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ vastgesteld. Dit plan voeren we in 2022 verder uit. We blijven sturen op kwaliteit, doelmatigheid en professionalisering. Met aanbieders wordt gesproken over
8
resultaatsturing en kostenbeheersing. Hiervoor ontwikkelen we het contractmanagement, handhaving en toezicht verder door. Daarnaast starten we in 2022 met de pilot ‘meer zelf doen’. Binnen deze pilot wordt kortdurende begeleiding door de kernteams zelf uitgevoerd. Ook wordt in 2022 de visie op het voorliggend veld opnieuw vastgesteld.
8. Veiligheid en duurzaamheid Door met inwoners, organisaties, ondernemers, politie en brandweer samen te werken bereiken we een veilig en duurzaam woon- en leefklimaat in onze gemeente. We houden vast aan het uitvoeringsprogramma integrale veiligheid 2020-2022 en het handhavingsuitvoeringsprogramma 2022. We richten ons blijvend op het tegengaan van ondermijning via een structurele aanpak. Onze inzet blijft om zo vroeg mogelijk probleemjongeren te signaleren om erger te voorkomen. We hanteren een informele handhavingsaanpak (‘in contact’ ) bij overtredingen, meldingen en de afhandeling van klachten. Wanneer dit onvoldoende blijkt te zijn, zetten we formele handhaving in. De impact van de coronacrisis op de handhavers en de gevraagde inzet is groot geweest, vanaf 2022 zullen de voornoemde activiteiten weer meer aandacht krijgen. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat het milieu zo min mogelijk wordt belast en de volksgezondheid wordt beschermd. Dat doen we onder meer met het Gemeentelijk Rioleringsplan. Afval halen we op volgens de aanpak Omgekeerd Inzamelen. Zo willen we samen met Avalex en onze inwoners het restafval verminderen. Bovendien kunnen op die manier de grondstoffen zo goed mogelijk worden gescheiden om hergebruik mogelijk te maken. In 2022 voeren we het Energietransitieplan uit om toe te werken naar energieneutrale gemeente in 2050.
Onderdeel van het plan is een Uitvoeringsprogramma waarin we aangeven welke activiteiten we gaan uitvoeren. Deze activiteiten bestaan uit een mix van het opstellen van beleid tot het aangaan van duurzaamheidsleningen. Uitvoering van deze maatregelen is een verantwoordelijkheid van de gemeente maar ook van inwoners, ondernemers en organisaties.
9. Bestuur en dienstverlening In dit programma komen verschillende onderdelen van samenwerking met maatschappelijke partners aan de orde. Dit doen we op basis van de uitvoeringsagenda 2018-2022 aan de hand van startnotities en in overleg met maatschappelijke partners. Continue aandacht gaat naar hoe we met elkaar samen werken in de inhoudelijke regionale samenwerkingsopgaven. Zo wordt ‘in verbinding’ onderdeel van de werkwijze van de gemeente. Centraal staat dat we op tal van terreinen naar passende vormen van interactie zoeken en de daarbij behorende invulling van onze rol. De regionale netwerksamenwerking blijft een bestuurlijk speerpunt. Wij willen de regionale samenwerking in de MRDH versterken. Naast de MRDH acteren we in een flink aantal andere samenwerkingsverbanden in de regio, wanneer dit noodzakelijk is of indien wij hier gebaat bij zijn. We zetten ons continu in voor een goede (digitale) dienstverlening en sluiten aan bij wet- en regelgeving op dat vlak. Onze ambitie is onze score op digitale dienstverlening te behouden en die op klantbeleving te verhogen. Daarbij zijn privacybescherming en informatieveiligheid van groot belang en werken we hard aan organisatorische en technische maatregelen om hier op een goede manier invulling aan te blijven geven.
Tot slot Voor de negen begrotingsprogramma’s geldt dat er een concreet takenpakket ligt voor 2022. De hiervoor benodigde middelen zijn in de financiële begroting opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de financiële positie en mutaties in hoofdlijnen geschetst.
9
Hoofdlijnen van de financiële positie Financieel kader In dit deel gaan we in op de vraag hoe de gemeente haar inkomsten verkrijgt om de inhoudelijke doelen te realiseren. Grofweg zijn de Algemene uitkering, grondexploitaties en de opbrengsten uit belastingen en heffingen de grootste inkomstenbronnen. In grafiekvorm ziet de verdeling er in procenten als volgt uit.
Algemene uitkering : (44.54) Grondexploitaties : (29.27) Gemeentelijke heffingen : (14.82) Rijksbijdragen : (4.81) Dividenden : (0.39) Overig : (6.22)
Woningbouwprognose 2022-2025 In de cijfers van de Kadernota 2021 zijn de woningbouwprognoses geactualiseerd. Deze geven geen aanleiding om deze prognose bij de Programmabegroting 2022 te herzien. Voor de komende vier jaren wordt rekening gehouden met een gemiddeld aantal op te leveren woningen van 400 stuks per jaar.
Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor Pijnacker-Nootdorp de grootste bron van inkomsten. De hoogte van deze uitkering wordt bepaald op basis van objectieve verdeelmaatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, de (sociale) samenstelling van de bevolking en het aantal woonruimten. Bij de bepaling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp is uitgegaan van onder andere de volgende maatstafgegevens: Aantallen per 1 januari
2022
2023
2024
2025
Inwoners
56.696
57.696
58.696
59.696
Inwoners: jongeren < 18 jaar
13.319
13.318
13.309
13.292
Inwoners: ouderen > 64 jaar
8.815
9.164
9.520
9.883
Huishoudens
22.051
22.440
22.829
23.218
Minderheden
4.423
4.501
4.579
4.657
Algemene uitkering in de begroting 2022-2025 De hoogte van de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp voor de periode 2022-2025 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2021 van het ministerie van BZK en aanvullende informatie over compensatie voor de toegenomen jeugdzorgkosten. De verwachte inkomsten algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp bedragen: (bedragen X € 1.000)
2022
2023
2024
2025
inkomsten uit meicirculaire 2021
68.480
70.045
71.898
74.335
compensatie jeugdzorgkosten (stelpost met ingang van 2023)
3.900
2.400
2.200
2.000
Totaal inkomsten algemene uitkering
72.380
72.445
74.098
76.335
10
Een uitgebreide toelichting op de mutaties van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds is opgenomen in onderdeel Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VpB en onvoorzien.
Heffingen, belastingen en leges Een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat uit lokale heffingen en belastingen. Deze lokale heffingen worden opgebracht door de inwoners en bedrijven van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De gemeente Pijnacker-Nootdorp kent de volgende gemeentelijke belastingen, heffingen en retributies: OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges omgevingsvergunningen, leges burgerzaken, hondenbelasting en toeristenbelasting. Een nadere toelichting op de lokale heffingen wordt gegeven in de paragraaf ‘Lokale heffingen’.
Financieel Perspectief In de Kadernota 2021 zijn de financiële mutaties als gevolg van onder andere de autonome ontwikkelingen, algemene uitkering, prijs- en areaalindexatie, het sociaal domein en de investeringsplanning en renteresultaat in beeld gebracht. Na vaststelling van de Kadernota d.d. 9 juli 2021 zijn deze mutaties verwerkt in de Programmabegroting 2022. Het meerjarig begrotingssaldo is hieronder in tabelvorm opgenomen en wordt daarna per onderdeel afzonderlijk toegelicht.
Samenvatting Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
1. Saldo primaire begroting 2021
2023
2024
2025
400
321
241
197
2. Mutaties Kadernota 2021
-1.841
-1.539
-1.676
-1.705
Saldo Kadernota 2021
-1.441
-1.218
-1.435
-1.508
3. Meicirculaire 2021 en nadere invulling van de gevolgen
435
167
-92
-228
4. Actualisatie belastingen, heffingen en areaal
-226
-226
-272
-261
5. Gevolgen P-begroting (incl. raad en college) en gevolgen overhead
-109
441
441
441
6. Herziening kapitaallasten en renteomslag
220
185
257
359
7. Collegebesluiten, autonome en overige ontwikkelingen na opstellen KN2021
-1.070
-953
-995
-900
8. Bezuinigingen
1.165
1.321
1.423
1.318
9. Compensatie jeugdzorg
3.900
2.400
2.200
2.000
Saldo begroting
2.874
2.117
1.527
1.221
Het financiële overzicht is als volgt opgebouwd: 1. Als beginpunt het saldo van de primaire begroting 2021 2. Financiële mutaties zoals opgenomen in de Kadernota 2021 Onderdeel 1 is uitgebreid toegelicht in de Programmabegroting 2021 en onderdeel 2 is toegelicht in de Kadernota 2021 en wordt daarom niet in deze programmabegroting herhaald. De onderstaande gegevens zijn mutaties na vaststelling van de Kadernota 2021 en worden wel toegelicht. 3.
Meicirculaire 2021 en nadere invulling van de gevolgen
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Accres
-389
-692
-965
-1.022
Uitkeringsbasis
962
1.006
1.020
944
Ruimte BCF plafond
170
170
170
170
Overig
-112
-100
-80
-59
Reserveringen
-196
-217
-237
-261
Totaal gevolgen
435
167
-92
-228
Meicirculaire 2021 Op 31 mei 2021 is de meicirculaire 2021 inzake de algemene uitkering uit het gemeentefonds gepubliceerd door het Ministerie van BZK. Op 29 juni jl. is de gemeente per brief geïnformeerd over extra middelen als compensatie voor de stijgende jeugdzorgkosten. De financiële gevolgen van beide stukken zijn toegelicht in raadsinformatienota's.
11
Nadere invulling In de Kadernota 2021 is de basis bepaald voor de opbrengsten algemene uitkering uit het gemeentefonds over de periode 2022-2025. Voor de Begroting 2022 zijn deze aangepast met de informatie zoals die door het ministerie van BZK gepubliceerd is in de meicirculaire 2021 en in de informatievoorziening over de compensatie voor de toegenomen kosten in de jeugdzorg. Een uitgebreide toelichting is gegeven in het onderdeel 'Algemene dekkingsmiddelen, Overhead, VpB en Onvoorzien'. 4.
Actualisatie belastingen, heffingen en areaal
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
OZB en Ondernemersfonds
-52
-96
-141
-197
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
-248
-48
-48
-48
Kostendekkendheid riolering
74
-82
-82
-23
Toeristen- en hondenbelasting
-
-
-1
7
-226
-226
-272
-261
Totaal gevolgen
OZB en Ondernemersfonds Bij het opstellen van de Kadernota 2021 is voor de OZB opbrengsten absusievelijk met een een prijsindex gerekend van 1,8% in plaats van de vastgestelde 1,4%. Dit levert een nadeel op in de begroting van respectievelijk € 52.000, € 96.000, € 141.000 en € 197.000. Tijdens het opstellen van de Programmabegroting 2022 is nog geen besluit vastgesteld om het Ondernemersfonds na 2021 te verlengen, waardoor hiervoor geen opbrengsten zijn geraamd binnen het onderdeel OZB. Uiteraard zijn ook geen uitgaven geraamd aangezien het Ondernemersfonds voor de gemeente budgetneutraal is.
Kostendekkendheid riolering en afvalstoffenheffing De exploitatie van zowel riolering en afvalstoffenheffing is financieel een ‘gesloten systeem’. Het systeem van toerekenen van kosten gebeurt voor een deel extra-comptabel, aangezien deze kosten op andere taakvelden in de begroting zijn opgenomen, zoals de overhead, kwijtschelding en een deel van de kosten van zwerfafval, straatreiniging, straatvegen en btw. De actualisatie van beide toerekeningen geeft per saldo een nadeel op de begroting. Daarnaast is voor het onderdeel afvalstoffenheffing gekozen om het tarief voor 2022 niet meer te laten stijgen dan met de inflatie. Hiervoor is € 200.000 opgenomen in de begroting. In de kostenberekening van de riolering zijn ook afschrijvings- en rentelasten opgenomen aangezien hiervoor investeringen zijn en worden gedaan. Bij de Programmabegroting 2021 was een stelpost opgenomen van € 155.000 omdat de verwachting was dat de toe te rekenen omslagrente met 0,5% zou afnemen met als gevolg een nadeel voor de gemeentelijke exploitatie. Bij het opstellen van de omslagrente 2022 blijkt dat de omslagrente ongewijzigd is waardoor de stelpost in 2022 vrijvalt. 5.
Gevolgen P-begroting (inclusief raad en college) en gevolgen overhead
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening
153
153
153
153
Stelpost areaal salarissen
-550
-
-
-
Hogere doorbelasting overhead aan grondexploitaties, investeringen en voorzieningen
288
288
288
288
Totaal gevolgen
-109
441
441
441
Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening In de stelpost prijs is naast de CAO-verhogingen ook ruimte opgenomen voor pensioenpremies en overige sociale lasten. Het totaal van deze verwachte hogere lasten is lager dan de reeds gereserveerde ruimte in de meerjarenbegroting en valt meerjarig vrij ten gunste van het begrotingssaldo.
Inzet stelpost areaal De stelpost areaal wordt door het toevoegen van € 550.000 op hetzelfde niveau gebracht als 2023.
12
Hogere doorbelasting overhead aan grondexploitaties, investeringen en voorzieningen Bij het opstellen van de begroting wordt de toerekening van de uren en de overhead (intern product) aan de taakvelden, voorzieningen, investeringen en grondexploitaties geactualiseerd. Het verschil wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een hogere doorbelasting aan de grondexploitaties als gevolg van een hoger aantal bestede uren aan dit taakveld. Een uitgebreide toelichting op de overhead is opgenomen in onderdeel 'Algemene dekkingsmiddelen, Overhead, VpB en Onvoorzien'. 6.
Herziening kapitaallasten en renteomslag
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
Aanpassen van de rentelasten op de langlopende geldleningen
2023
2024
2025
-
-
-
370
Aanpassen van de bankkosten en de rentebaten op de langlopende geldleningen
-49
-49
-49
-49
Rentetoerekening aan de grondexploitaties vanwege gewijzigde boekwaarden en rente percentage
149
-6
66
67
Dividenduitkering cumulatief preferente aandelen Stedin
120
240
240
240
Subtotaal van reguliere aanpassingen van de kapitaallasten
220
185
257
628
-
-
-
-269
220
185
257
359
Lagere vrijval reserve Lagere rente langlopende leningen Totaal gevolgen
Aanpassen van de rentelasten op de langlopende geldleningen Het volume van de langlopende leningenportefeuille loopt steeds verder terug. Op 1 januari 2022 bedraagt de leningenportefeuille € 93 miljoen en loopt terug naar € 45 miljoen per eind 2025, met als gevolg lagere rentelasten.
Aanpassen van de bankkosten en de rentebaten van de langlopende geldleningen Het grootste verschil wordt veroorzaakt door gerealiseerde aflossingen in 2021 op zowel een door de gemeente verstrekte hypothecaire geldlening als overige langlopende geldleningen.
Rentetoerekening aan de grondexploitaties vanwege gewijzigde boekwaarden De boekwaarde van de grondexploitaties wijzigt ten opzichte van de prognoses van voorgaande begroting beperkt. Wel is het percentage toe te rekenen rente hoger wat een voordeel oplevert voor de gemeentelijke exploitatie.
Dividenduitkering cumulatief preferente aandelen Stedin Halverwege 2021 is voor bijna € 8 miljoen cumulatief preferente aandelen aangekocht met een vergoeding van jaarlijks 3%. Dit betekent voor 2022 een vergoeding voor een halfjaar, zijnde € 120.000 en de jaren daarna € 240.000.
Vrijval reserve Lagere rente langlopende leningen Bij de Najaarsnota 2020 is een reserve gevormd voor het bedrag van de in één keer te betalen rente, te weten € 10,8 miljoen. Jaarlijks valt dat deel van de reserve vrij dat het verschil vormt van de oorspronkelijke rente en de rente zoals deze is opgenomen in de offerte van de BNG Bank. Dit verschil wordt jaarlijks kleiner aangezien jaarlijks wordt afgelost op de leningen bij de BNG Bank. Zie ook de paragraaf Financiering. 7.
Collegebesluiten, autonome ontwikkelingen en overige ontwikkelingen na opstellen Kadernota 2021
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Collegebesluiten Gewijzigde bijdragen gemeenschappelijke regelingen
201
201
201
Voorbereiding nieuwe wet Inburgering per 1 januari 2022
-75
-
-
201 -
Hogere lasten taakveld Onderwijs
-63
-55
-55
-5
Weidevogelkerngebied Zuidpolder van Delfgauw
-30
-30
-30
-30
Subtotaal
33
116
116
166
Beheerbudget Groenzoom en Ruyven
-260
-260
-260
-260
Actualisatie uitgaven sociaal domein
-252
-252
-252
-252
Hogere lasten ICT en infrastructuur
-470
-445
-445
-445
Autonome ontwikkelingen
13
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
Cybersecrurity
2023
2024
2025
-135
-135
-135
14
23
-19
26
Subtotaal
-1.103
-1.069
-1.111
-1.066
Totaal gevolgen
-1.070
-953
-995
-900
Overig
-135
Gewijzigde bijdragen gemeenschappelijke regelingen De gemeenschappelijke regelingen worden middels de Kaderbrief jaarlijks geïnformeerd over de toegestane indices. In het algemeen kan gesteld worden dat zij zich hieraan houden. Het grootste verschil wordt veroorzaakt door een lagere meerjarenbegroting 2022-2025 van de Veiligheidsregio Haaglanden van € 118.000, onder andere als gevolg van het afnemen van het openbaar meldsysteen via een private partij in plaats dit in eigen beheer te houden.
Voorbereiding nieuwe wet Inburgering per 1 januari 2022 Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering definitief in, waarvoor voor de uitvoering budget noodzakelijk is. De in 2021 extra aangestelde klantmanager met expertise op het gebied van statushouders kunnen we hierdoor behouden. Daarnaast kan de coördinator inburgering de contactpersoon voor lokale partners blijven. U bent hierover geïnformeerd met raadinformatienota 1136476.
Hogere lasten taakveld Onderwijs Als gevolg van een aantal nieuw te bouwen IKC's wordt de gemeente geconfronteerd met verhuiskosten van € 50.000 per jaar voor de eerste drie jaren.
Onderhoudskosten Weidevogelkerngebied Zuidpolder Delfgauw Door het realiseren van een weidevogelkerngebied in de Zuidpolder van Delfgauw, is jaarlijks een onderhoudsbudget noodzakelijk van € 30.000. U bent hierover geïnformeerd met raadinformatienota 1118683.
Beheerbudget Groenzoom en Ruijven De meerjarige onttrekkingen aan de reserves Groenzoom en Ruijven Zuid Polder zijn bedoeld om de jaarlijkse beheerkosten van € 260.000 te dekken in plaats van deze te bekostigen uit de reguliere begroting. Aangezien deze systematiek afwijkend is ten opzichte van beheerbudgetten voor andere gebieden (recent onder andere het Wandelbos en het Weidevogelkerngebied) en dat reserves eindig zijn, is voorgesteld in de Najaarsnota 2021 beide reserves (€ 2,7 miljoen) op te heffen en dit toe te voegen aan de Algemene reserve. Dit betekent voor het meerjarig begrotingssaldo een nadeel van € 260.000.
Actualisatie uitgaven Sociaal Domein Net als in voorgaande jaren zijn de uitgaven sociaal domein geraamd volgens de t-1 systematiek, dat wil zeggen dat de reële uitgaven van het voorafgaande jaar (2020) bepalend zijn voor de raming 2022 en verder.
Hogere lasten ICT en infrastructuur In de afgelopen jaren werden de jaarlijkse meerkosten als gevolg van prijsstijgingen, uitbreiding van licenties, upgrades etcetera veelal incidenteel gedekt en verwerkt bij de najaarsnota. In algemene zin kan worden gesteld dat de structurele kostenstijgingen vaak voortkomen uit de cloudverschuivingen van diensten in de markt. Voorheen waren de aanschafkosten en implementatie (investeringen) hoog en de structurele (exploitatie) kosten relatief laag. Vanwege de ontwikkeling naar clouddiensten is de situatie omgedraaid.
Cybersecurity De VNG heeft op 12 februari in haar Buitengewone ALV de resolutie ‘Digitale Veiligheid: kerntaak voor gemeenten’ unaniem aangenomen; ‘Alleen als gemeentelijk bestuurders, raadsleden én ambtenaren zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor de digitale veiligheid, kunnen we de opgave die voor ons ligt waarmaken. Dat betekent dat geïnvesteerd moet worden in het verhogen van de weerbaarheid, dat gemeenten samenwerken bij preventie, in crisissituaties én in de nasleep daarvan. Voorts is het advies van de VNG om minimaal tien procent van de totale ICT-budgetten aan te wenden voor ‘cybersecurity’. Om als gemeente Pijnacker-Nootdorp de resolutie op te volgen wordt er op het reeds beschikbare budget van € 215.000 nog een
14
aanvullend structureel budget van € 135.000 beschikbaar gesteld waarmee de gemeente meer prioriteit geeft aan de beveiliging van haar digitale systemen (zaaknummer 1220596). 8.
Voorgestelde bezuinigingen
Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Vertragen afbouw afdeling Ontwikkeling
472
577
577
472
Inkomsten algemene uitkering 'oude jaren' begroten
150
150
150
150
Vervallen dotatie voorziening FLO brandweer
108
108
108
108
Verlagen raming onvoorziene uitgaven
102
102
102
102
Lagere storting in voorziening Civiele kunstwerken
100
100
100
100 152
Lagere loonkosten als gevolg anders invullen van taken van vertrekkende medewerkers
-
50
152
Hogere inkomsten
31
31
31
31
Onderuitputting budgetten
202
203
203
203
1.165
1.321
1.423
1.318
Totaal gevolgen
Vertragen afbouw afdeling Ontwikkeling Met ingang van 2017 is jaarlijks een cumulatief bedrag van € 105.000 ten laste van de begroting gebracht om financieel uiterlijk in 2025 11 fte toe te voegen aan een beheerafdeling. Dit moment is uitgesteld tot 2032 als gevolg van de gemeentelijke ontwikkelopgave.
Inkomsten algemene uitkering 'oude jaren' Elk jaar ontvangen wij achteraf een bedrag van meer dan € 200.000 over 'oude jaren' voor de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds. Voorgesteld wordt dan ook om dit structureel maar wel conservatief te begroten voor een bedrag van € 150.000.
Voorziening FLO brandweer Op aangeven van de controlerend accountant is in de Jaarrekening 2020 de op dat moment te verwachten toekomstige uit te keren bedrag in één keer aangevuld aan de voorziening FLO brandweer. Het jaarlijks begrote bedrag van € 107.500 komt hiermee te vervallen.
Raming 'onvoorzien' De BBV schrijft voor dat een post 'onvoorzien' geraamd moet worden, maar de hoogte is vrij. Aangezien de laatste jaren geen materieel beroep is gedaan op de post 'onvoorzien' is deze met ingang van 2022 verlaagd met € 102.000 tot een bedrag van € € 100.000.
Voorziening Civiele kunstwerken Op basis van het nieuwe beheerplan Civiele kunstwerken is een lagere dotatie aan de voorziening voorzien van € 100.000.
Onderuitputting budgetten Dit betreft posten zoals onderuitputting op budgetten; abonnementen, BHV, bedrijfskleding, publicaties, ecologische kaart, rampenbestrijding enz. 9. Compensatie jeugdzorg Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Compensatie jeugdzorg 2022 Structurele compensatie jeugdzorg (75%) Totaal gevolgen
2022
2023
2024
2025
3.900
-
-
-
-
2.400
2.200
2.000
3.900
2.400
2.200
2.000
Na het verschijnen van de meicirculaire is door het ministerie van BZK een brief gepubliceerd over de toekenning van € 1,314 miljard aan compensatiemiddelen voor de jeugdzorg in 2022. Voor onze gemeente gaat het om € 3,9 miljoen. Over extra middelen vanaf 2023 moet een nieuw kabinet een besluit nemen. Door BZK, VNG en IPO is wel afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenbegroting rekening mogen houden met 75% van de
15
verwachte structurele compensatie. Voor onze gemeente is dat een bedrag van € 2,4 miljoen in 2023, aflopend naar € 2,0 miljoen in 2025.
Herverdeeleffect gemeentefonds In het meerjarenbegrotingssaldo wordt geen rekening gehouden met het huidig verwacht nadelig perspectief van de herverdeling van het Gemeentefonds. De reden om dit niet mee te nemen is dat de herverdelingssystematiek nog niet definitief is en dus niet door het rijk is vastgesteld. Daarnaast heeft de toezichthouder PZH aangegeven dat het meenemen van het huidig verwacht nadelig perspectief niet meegenomen hoeft te worden in de Programmabegroting 2022. Als dit wel wordt verwerkt in de huidige stand van de meerjarenbegroting, ziet dit er als volgt uit: Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Saldo meerjarenbegroting Huidig verwacht nadelig perspectief herverdeling Gemeentefonds Saldo meerjarenbegroting inclusief huidig verwacht nadelig perspectief GF
2022
2023
2024
2025
2.874
2.117
1.527
1.221
-
-865
-1.762
-2.686
2.874
1.252
-235
-1.465
In bovenstaand overzicht is het gevolg van het jaar 2026 niet opgenomen aangezien deze buiten het meerjarenperspectief valt. In 2026 wordt een nadelig effect verwacht van € 3.585.000.
Structureel en reëel sluitende Begroting 2022 De provincie Zuid-Holland stelt als toezichthouder de eis dat de meerjarenbegroting sluitend is of dat de begroting van het komend jaar structureel en reëel sluitend is om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Om de begroting reëel sluitend te maken, dienen de incidentele baten en lasten te worden gecorrigeerd op het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2022. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
Saldo van de begroting 2022 inclusief incidentele baten en lasten
2.874
Hierin opgenomen incidentele baten
-17.181
Hierin opgenomen incidentele lasten
17.232 51
Saldo begroting 2022 gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten
2.925
Na correctie van de incidentele baten en lasten vertoont het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2022 een positief saldo van € 2.925.000, waarmee wordt voldaan aan de eis van de toezichthouder. Een compleet overzicht in tabelvorm van de incidentele baten en lasten treft u aan in onderdeel C. ‘De financiële begroting’.
Mutaties in de reserve Financiële gevolgen Corona en Algemene reserve Reserve Financiële gevolgen Corona Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
Begrote beginstand per 01/01
1.809
1.782
1.758
1.758
Extra inzet jeugd: vakantiemaatjes /eenzaamheid onder jongeren
-3
-
-
-
Inzet extra middelen voor sociaal en mentaal welzijn
-24
-24
-
-
1.782
1.758
1.758
1.758
Stand per einde jaar
2025
Vanaf het vormen van deze reserve in 2020 is in totaal € 3,5 miljoen toegevoegd, waarvan € 1,5 miljoen uit de algemene reserve. Inmiddels is in 2020 € 0,9 miljoen uitgegeven en zijn de begrote uitgaven in 2021 € 0,8 miljoen, waardoor de begrote beginstand 2022 € 1,8 miljoen bedraagt.
16
Algemene reserve Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Beginstand per 01/01
45.766
44.309
49.369
53.449
Begrotingssaldo
2.874
2.117
1.527
1.221
GrExen: winstuitname
5.866
4.559
3.666
1.945
Jaarlijks saldo strategisch vastgoed
133
133
133
133
GrExen: mutatie Voorziening Nadelige complexen
-182
-169
-172
-175
-1.467
-1.140
-917
-486
-513
-157
-157
-157
-3.900
-
-
-
Aanvullende storting reserve IKC Regenboog als gevolg van indexering
-720
-
-
-
Voorbereiding Sociaal Cultureel Centrum
-381
-
-
-
-2.089
-
-
-
GrExen: Vennootschapsbelasting Rente op de boekwaarde Strategische gronden Vorming reserve IKC Regenboog
Vorming reserve Herstructurering Katwijkerlaan Tijdelijke huisvesting CBS Schatkaart
-478
Tijdelijke sportvoorziening Jan Jansen Sporthal
-600
-
-
-
-283
-
-
44.309
49.369
53.449
55.930
Dekking afschrijving Investeringsplanning Stand per einde jaar
De komende jaren worden zowel bedragen toegevoegd als onttrokken aan de algemene reserve.
Weerstandsvermogen De mutaties in de algemene reserve zijn onder andere het gevolg van de jaarlijkse aanvulling of vrijval van de voorziening ‘Nadelige complexen’, het verplicht nemen van winsten binnen de grondexploitaties en de positieve begrotingssaldi 2022 tot en met 2025. Verloop van de algemene reserve Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Weerstandscapaciteit per 01/01
45.766
44.309
49.369
53.449
Mutaties in de algemene reserve
-4.331
2.943
2.553
1.260
Begrotingssaldo
2.874
2.117
1.527
1.221
Weerstandscapaciteit per 31/12
44.309
49.369
53.449
55.930
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 10,7 miljoen. De ratio weerstandsvermogen wordt dan ook (meerjarig) gebaseerd op deze benodigde weerstandscapaciteit. Verloop ratio weerstandsvermogen
2022
2023
2024
2025
A. Weerstandscapaciteit per 31/12
44.309
49.369
53.449
55.930
B. Benodigde weerstandscapaciteit
10.738
10.738
10.738
10.738
C. Ratio weerstandsvermogen = A/B
4,13
4,60
4,98
5,21
Het benodigde weerstandsvermogen is geactualiseerd (inclusief actualisatie Grondexploitaties per 01-07-2021) conform de in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 opgenomen systematiek en wordt voor alle jaren gekwalificeerd als ‘uitstekend’.
Schuldpositie In de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 is opgenomen dat met ingang van 2014 in alle P&C documenten het verloop van de schuldpositie wordt opgenomen. Samengevat zijn er drie kasstromen die de schuldomvang beïnvloeden: • In- en uitgaande geldstroom in het kader van de realisatie van begrotingsprogramma’s (exploitatie en onderhoud); • In- en uitgaande geldstroom van investeringen (grondexploitaties en aanleg van voorzieningen zoals wegen en scholen); • In- en uitgaande geldstroom als gevolg van het aangaan van schulden (financiering).
17
De totale schuld wordt dus hoger of lager door het geheel van positieve en negatieve kasstromen in de exploitatie, de investeringen en de financiering. De verschillende kasstromen en de schuld van de gemeente ontwikkelt zich in grote lijnen als volgt: Bedragen x € 1.000 (- = negatieve kasstroom)
2022
2023
2024
2025
Kasstroom saldo exploitatie/onderhoud
3.401
3.258
4.024
Kasstroom saldo investeringen/grondexploitaties
-9.199
-23.179
-15.046
5.104 1.332
Kasstroom saldo financiering (= rentelast)
-2.812
-2.415
-2.018
-1.621
Mutatie netto schuld
-8.610
-22.336
-13.040
4.815
Schuldomvang In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de totale schuldomvang zich ontwikkelt op grond van de huidige meerjarenbegroting, de actualisatie van de grondexploitaties per 1-7-2021 en de investeringsplanning. Bedragen x € 1.000
2022
Leningenportefeuille per 01/01/2022
93.380
Theoretisch saldo aan langlopende schulden (wijkt af van de realiteit) Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren"per 01/01/2021 Mutatie netto schuld Totaalschuld per 31/12
2023
2024
2025
-
1.990
24.326
-100.000
-
-
37.366 -
8.610
22.336
13.040
-4.815
1.990
24.326
37.366
32.551
162.644
133.678
127.693
138.487
Percentage schuld ten opzichte van de baten
1%
18%
29%
24%
Netto schuldquote conform BBV
-2%
12%
2%
15%
Totaal baten (exclusief reserves)
De VNG spreekt van houdbare gemeentefinanciën als een gemeente ook bij een scenario met economisch slecht weer (met tegenvallende rijksinkomsten, lagere grondverkopen en stijgende rentepercentages) genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te kunnen voldoen, zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen daarbij in de knel komen. In deze benadering is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. Hiervoor is ook inzicht in de geldstromen en de hoogte van de schuld nodig. De indicator hiervoor is de netto schuldquote (de netto schuld als aandeel van de inkomsten). Voor houdbare gemeentefinanciën moet de toename van de schulden in verhouding blijven met de jaarlijkse inkomsten van een gemeente. Stijgende rentelasten geven extra druk op de exploitatie. Als de exploitatie geen ruimte biedt, moet er meer worden geleend. Dat veroorzaakt meer rentelasten en zo ontstaat een negatieve spiraal. Met andere woorden: het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel ruimte er binnen de begroting is om bestaande schulden af te lossen.
Schuldnormering In het Collegeprogramma 2014-2018 hebben we aangegeven dat er een strategie nodig is voor het terugbrengen van de schuldenlast. We kondigden daarbij aan om vanaf 2016 een criterium voor een houdbare schuldpositie op te nemen in de begroting. Als streefnorm voor de schuldomvang hanteren we dat de schuldquote (= ratio schuld/inkomsten) maximaal 100% bedraagt. Momenteel zit de gemeente Pijnacker-Nootdorp onder deze streefnorm en is de verwachting dat de schuldquote de komende jaren ook onder de streefnorm zal blijven.
Verwachte hoogte van de leningenportefeuille De leningenportefeuille lange termijn bedraagt op 1 januari 2022 ruim € 93 miljoen en neemt de komende jaren af met € 48 miljoen tot ruim € 45 miljoen eind 2025. Deze afname is gebaseerd op het aflossingsschema dat met de geldverstrekkers contractueel is afgesproken.
18
Programma's 1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp is een herkenbare en aantrekkelijke gemeente waar inwoners, van jong tot oud, prettig en veilig wonen, ondernemers hun bedrijf kunnen uitoefenen en bezoekers graag komen.
Algemene omschrijving Het programma Ruimte en wonen bestaat uit drie onderdelen: 1. Ruimte en leefomgeving; 2. Wonen en bouwen; 3. Grondexploitaties, met uitzondering van bedrijventerreinen. In (het ontwerp van) de omgevingsvisie 2050 ‘Verbonden met elkaar‘ staat wat onze ambities zijn, hoe dat er buiten uitziet en hoe we daar willen komen. Met een integrale benadering van de hele fysieke leefomgeving, waaronder de bovenstaande drie onderdelen, willen we bestaande kwaliteiten behouden en versterken, zodat mensen graag in onze gemeente willen (blijven) wonen, werken en recreëren.
Wat willen we bereiken?
Doelstelling
Wat willen we bereiken
Wat gaan we daarvoor doen
Een herkenbare en aantrekkelijke gemeente met drie kernen met een hoge woonkwaliteit
Inwoners kunnen en willen zich hier vestigen en kunnen een lokale wooncarrière doorlopen
1. Bepalen en faciliteren ruimtelijke kwaliteit voor aantrekkelijke (woon)omgeving
De geplande groei wordt afgerond
2. Regisseren van het woningenaanbod voor doelgroepen 3. Regisseren uitbreidingen in nieuwe woonmilieus
We willen dat onze inwoners, van jong tot oud, prettig en veilig kunnen wonen en verblijven in PijnackerNootdorp. Dat doen we door een aantrekkelijke woonomgeving te bieden met voldoende woningen in alle prijsklassen. Daarom werken we, overeenkomstig de Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2030, aan een verbetering van de doorstroming op de woningmarkt en het uitbreiden van het woningaanbod. Daarmee bieden we ook aan nieuwe inwoners de kans om in Pijnacker-Nootdorp te komen wonen.
Herkenbare en aantrekkelijke gemeente met drie kernen met een hoge woonkwaliteit Het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp willen we versterken. De inwoners hebben tijdens het participatietraject van de omgevingsvisie bevestigd dat het prettig, fijn en veilig wonen is in onze gemeente. Kwaliteiten die daarbij in het bijzonder werden genoemd zijn de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit en de hechte gemeenschap. Inwoners waarderen de groene, dorpse identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van de kernen. Vanuit ruimtelijk oogpunt verschillen de drie kernen van elkaar doordat ze hun eigen historische kenmerken en groeipatroon hebben. Mede hierdoor is de opbouw van de woningvoorraad in elke kern anders. Bovendien ligt iedere kern anders ten opzichte van het openbaar vervoer en de snelweg. Door deze variatie in
19
ligging en verbindingen, heeft iedere kern een andere samenhang met de steden er omheen en is mede daardoor aantrekkelijk voor (potentiële) inwoners. Samen vormen de kernen met het groene buitengebied en de werklocaties een herkenbare en aantrekkelijke gemeente.
Een lokale wooncarrière doorlopen mede door het afronden geplande groei We werken aan een meer evenwichtige woningvoorraad. Daarmee bedoelen we dat we er naar streven dat er genoeg woningen zijn voor iedere doelgroep en in iedere prijsklasse. Hiermee vergroten we de kans dat onze inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen en bieden we nieuwe inwoners de kans in PijnackerNootdorp te komen wonen. Dat doen we onder meer door het afronden van de geplande groei in nieuwe wijken als Tuindershof, Ackerswoude en Keijzershof, maar ook door (waar mogelijk) in de kernen te bouwen. Dit is met name voor doelgroepen als jongeren en ouderen aantrekkelijk voor het starten of doorstromen op de woningmarkt. Voorbeelden hiervan zijn Hart van Nootdorp, Vrijenban II en Kerkweg/Korteweg in Pijnacker. We constateren dat de woningvoorraad nu (nog) niet in evenwicht is en dat het een uitdaging is om dit gewenste evenwicht te bereiken, zeker in de huidige gespannen woningmarkt. Het vinden van een sociale huurwoning of een betaalbare koopwoning in Pijnacker-Nootdorp is lastig. Daardoor is het voor jongeren, ouderen en starters moeilijk een lokale wooncarrière te doorlopen. Daarbij komt dat het Rijk iedere gemeente opdracht heeft gegeven te zorgen voor woonruimte voor vergunninghouders. Gezien het beperkte aantal geschikte en beschikbare woningen, is ook dit geen gemakkelijke opgave.
We werken aan uitvoering van de Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2030. Deze visie en de bijbehorende Woonagenda 2020-2021 laten zien met welke maatregelen we het gewenste evenwicht op de woningmarkt dichterbij brengen. Voor 2022-2023 wordt een nieuwe Woonagenda opgesteld. In (het ontwerp van) de omgevingsvisie zijn aansluitend hierop vier locaties benoemd, die tot 2050 kunnen worden toegevoegd aan de kernen. Door de glastuinbouw te herstructureren komt op deze vier locaties ruimte voor het realiseren van maximaal 3000 tot 4000 woningen. We zijn inmiddels gestart met het opstellen van een strategie waarin de volgorde van de ontwikkeling van de vier locaties wordt bepaald. Door op deze locaties circa 200 woningen per jaar te ontwikkelen, kan zo goed mogelijk ingespeeld worden op de lokale behoefte op de lange termijn en een bijdrage geleverd worden aan de regionale behoefte.
Bepalen, regisseren en faciliteren van de ruimtelijke kwaliteit Een aantrekkelijke woonomgeving met een hoge ruimtelijke kwaliteit maken we als gemeente niet alleen. Dat doen we met de samenleving en daarin actieve partijen. Van inwoners en ondernemers tot projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties. In een vroeg stadium nodigen we hen dan ook uit om te participeren bij het opstellen van nieuw beleid zoals de omgevingsvisie, de Woonvisie, beleid, gebiedsvisies, visieverkenningen, bestemmingsplannen en omgevingsplannen. Zo willen we stimuleren dat zij zich medeeigenaar voelen van hun dagelijkse omgeving en samen met ons investeren in behoud en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De rol van de gemeente varieert per product en per proces. We maken onze rol van te voren duidelijk. Zo heeft de gemeente bij bestemmingsplannen (straks het omgevingsplan) uiteindelijk een bepalende rol, terwijl bij initiatieven op grond van de Nota Uitnodigende Ruimtelijke Ordening onze rol meer regisserend is. In onze dienstverlening stellen wij ons uitnodigend en faciliterend op. Dat betekent niet dat we overal medewerking aan verlenen, maar wel dat we met een open en positieve blik kijken naar een nieuw initiatief. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is wederom uitgesteld. De nieuwe ingangsdatum is 1 juli 2022.
Overeenkomstig de oproep van de VNG gaan we door met onze voorbereidingen en waar mogelijk passen we (het gedachtegoed van) de wet al toe en werken we met de nieuwe instrumenten zoals de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. Daarnaast werken we aan het inrichten van een beter loket, waardoor het aanvragen van omgevingsvergunningen makkelijker en sneller gaat. In 2021 is met het vaststellen van de omgevingsvisie en het concept ontwerp van het omgevingsplan Tolhek zichtbaar, dat Pijnacker-Nootdorp voortvarend aan de slag is met de implementatie van deze nieuwe wet. Daarnaast wordt bij lopende processen als het energietransitieplan ook gewerkt vanuit de benadering van de fysieke leefomgeving als samenhangend geheel. In de omgevingsvisie zijn de afwegingen tussen de ruimteclaims gemaakt. Bestaande visies zoals de Woonvisie en de Economische Visie zijn daarbij essentiële bouwstenen. Over de uitvoering van de economische visie leest u meer in Programma 2 en over het proces om te komen tot een energietransitieplan in Programma 8.