CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5b - Regels OBP Ruyven-Zuidpolder 2020

Raad Besluitvorming 22 april 2021, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder16.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

12.2

Bouwregels

12.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 12.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, zoals wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes; b. andere bouwwerken. 12.2.2 Bouwen Gebouwen a. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m2 per gebouw; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; Andere bouwwerken c. De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangeven: Bouwwerken Max. bouwhoogte licht- en andere masten, informatieborden, 10 m verkeerstekens en regelinstallaties overige andere bouwwerken 3m

32

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 13 13.1

Verkeer - Fietspad

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer - Fietspad’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. fiets- en voetpaden; b. bermen; c. groenvoorzieningen.

13.2

Bouwregels

13.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 13.1 mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. 13.2.2 Bouwen Andere bouwwerken a. De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangeven: Bouwwerken bruggen en duikers masten, verkeerstekens verkeersregelinstallaties en straatmeubilair

13.3

Max. bouwhoogte 3m en 6 m

Specifieke gebruiksregels

13.3.1 Straatverlichting Het aanbrengen van straatverlichting is niet toegestaan.

13.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid .13.1 om het fietspad tot maximaal 25 m te verschuiven, mist dit noodzakelijk is in verband met de realisatie van de 380 kV hoogspanningsverbinding.

33

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 14 14.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water met bijbehorende oevers en beschoeiingen alsmede waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals duikers, bruggen, kademuren, met uitzondering van steigers en andere aanlegplaatsen; b. groenvoorzieningen; c. wegen en overkluizingen ten behoeve van in- en uitritten en paden; d. extensief recreatief medegebruik.

14.2

Bouwregels

14.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 14.1 mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. 14.2.2 Bouwen Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 25 m2;

34

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 15 15.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep en/of bedrijf aan huis; b. kantoren ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; c. water.

15.2

Bouwregels

15.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 15.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen in de vorm van woningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' geen bebouwing is toegestaan; b. andere bouwwerken;

15.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 15.2.1 gelden de volgende bepalingen:

Hoofdgebouwen a. in elk bestemmingsvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan één, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. woningen mogen uitsluitend met de voorgevel in de bestaande voorgevelrooilijn worden gebouwd; c. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 3 m, of niet minder dan de bestaande afstand indien deze minder dan 3 m bedraagt; d. de inhoud van een woning inclusief bijhorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de bestaande inhoud meer bedraagt dan 750 m3 mag de bestaande inhoud worden aangehouden. e. de goot-en bouwhoogte van woningen als bedoeld onder artikel 15.2.1 mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot-en bouwhoogte (m)' is aangegeven. Indien de bestaande goothoogte meer bedraagt dan 5 m mag de bestaande goothoogte worden aangehouden. f. de breedte van een woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 12 m; Indien de bestaande breedte meer bedraagt dan 12 m mag de bestaande breedte worden aangehouden. g. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap, waarvan de hellingshoek niet minder mag bedragen dan 30°. Indien de bestaande hellingshoek minder bedraagt dan 30° mag de bestaande hellingshoek worden aangehouden. h.

een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen. Andere bouwwerken i.

De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangeven:

Bouwwerken Pergola

Max. bouwhoogte 3m

35

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Vlaggenmasten Erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevellijn Overige perceel erf- en perceelafscheidingen Overige andere bouwwerken

8m 2m 1m 3m

15.2.3 Vrijkomende agrarische bebouwing a. In afwijking van het bepaalde in lid 15.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijkomende agrarische bebouwing 1’ de volgende bepalingen voor het bouwen van woningen: 1. De inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 900 m3. 2. De goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 3,25 m. 3. De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 6,6 m. b. In afwijking van het bepaalde in lid 15.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijkomende agrarische bebouwing 1’ de volgende bepalingen voor het bouwen van aan- of uitbouwen en bijgebouwen: 1. De oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 500 m². 2. De goothoogte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3 m. 3. De bouwhoogte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 7,4 m. c. In afwijking van het bepaalde in lid 15.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijkomende agrarische bebouwing 2’ de volgende bepalingen voor aan- of uitbouwen en bijgebouwen: 1. De oppervlakte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 800 m². 2. De goothoogte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3,2 m. 3. De bouwhoogte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 5,5 m. d.

In afwijking van het bepaalde in lid 15.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijkomende agrarische bebouwing 3’ de volgende bepalingen voor het bouwen van woningen: 1. De inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 890 m3. 2. De goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 2,9 m. 3. De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 6 m. e. In afwijking van het bepaalde in lid 15.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijkomende agrarische bebouwing 3’ de volgende bepalingen voor het bouwen van aan- of uitbouwen en bijgebouwen: 1. De gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 132 m2, waarvan de oppervlakte van de afzonderlijke bijgebouwen niet meer mag bedragen dan respectievelijk 92 m2 en 40 m2. 2. De goothoogte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 m. 3. De bouwhoogte van het bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 4. De oppervlakte van de hooibarg mag niet meer bedragen dan 31 m². 5. De goothoogte van de hooibarg mag niet meer bedragen dan 1,8 m. 6. De bouwhoogte van de hooibarg mag niet meer bedragen dan 3,6 m. f. Ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ zijn, in afwijking van het bepaalde onder 15.2.2, bijgebouwen voor het verlengde van de voorgevel van de woning toegestaan.

15.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 13.2.2 ten behoeve van het bouwen van aaneengesloten woningen, mits het stedenbouwkundig beeld van lintbebouwing langs de openbare weg niet wezenlijk wordt aangetast.

15.4

Specifieke gebruiksregels

15.4.1 Algemeen Onder strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in lid 15.1 wordt in ieder geval verstaan:

36

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

a. Het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte; b. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en/of aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten.

15.4.2 Gebruik vrijkomende agrarische bebouwing Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijkomende agrarische bebouwing 2’ mag het bijgebouw ten behoeve van hobbymatige agrarische activiteiten worden gebruikt.

15.4.3 Brutovloeroppervlakte kantoorruimten De gezamenlijke brutovloeroppervlakte aan kantoorruimten ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’ mag niet meer bedragen dan 300 m².

15.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 15.4.1 ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De omvang van de activiteit, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van een beroep aan huis, mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 75 m². b. Op de bij de betreffende woning behorende gronden mag geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvinden. c. In de omgeving van de betreffende woning mag geen onevenredige vergroting van de verkeersdruk optreden, met dien verstande dat behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden. d. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. e. De bedrijfsactiviteiten mogen door hun aard, omvang en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig aantasten.

37

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 16 16.1

Leiding - Brandstof

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een brandstofleiding en daarbij behorende voorzieningen, met de hartlijn van de leiding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - Brandstof' en aan weerszijden van de leiding een belemmeringenstrook van 15 meter.

16.2

Bouwregels

16.2.1 Bouwwerken ten behoeve van de bestemming Op of in de gronden als bedoeld in lid 16.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding en de belemmeringenstrook uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid worden gebouwd. 16.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

16.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen; en c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 16.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen.

16.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 16.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; 3. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist.

38

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 16.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 16.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.

39

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 17 17.1

Leiding - CO2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - CO2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een CO2-transportleiding en daarbij behorende voorzieningen, met de hartlijn van de leiding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - CO2' en aan weerszijden van de leiding een belemmeringenstrook van 5 meter.

17.2

Bouwregels

17.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op of in de gronden als bedoeld in lid 17.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding en de belemmeringenstrook uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid worden gebouwd. 17.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

17.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen; en c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 17.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen.

17.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 17.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; 3. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist.

40

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

17.5

Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden

Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 17.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.

41

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 18 18.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse hoogspanningsleiding en daarbij behorende voorzieningen, met de hartlijn van de hoogspanningsverbinding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanningsverbinding' en aan weerszijden van de leiding een belemmeringenstrook van 5 meter.

18.2

Bouwregels

18.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op of in de gronden als bedoeld in lid 18.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding en de belemmeringenstrook uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid worden gebouwd. 18.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

18.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen; en c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

18.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden

18.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in lid 18.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen.

18.4.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het in sublid 18.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; 3. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist. c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

42

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

18.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 18.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.

43

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 19 19.1

Leiding - Leidingstrook

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van een leidingenstrook en groenvoorzieningen.

19.2

Bouwregels

19.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op of in de gronden als bedoeld in lid 19.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding en de belemmeringenstrook uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid worden gebouwd. 19.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

19.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen; en c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 19.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen.

19.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 19.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; 3. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist. c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

44

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

19.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 19.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.

45

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 20 20.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van ondergrondse afvalwatertransportleidingen, met de hartlijn van de leiding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - Riool' en aan weerszijden van de leiding een belemmeringenstrook van 15 meter.

20.2

Bouwregels

20.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op of in de gronden als bedoeld in lid 20.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding en de belemmeringenstrook worden gebouwd. 20.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

20.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen; en c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 20.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen.

20.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 20.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; 3. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist.

46

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

20.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 20.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding; en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.

47

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 21 21.1

Waarde - Archeologie 1, 2 3 en 4

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde – Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

21.2

Bouwregels

Aanvullend op het bepaalde in de bouwregels van de andere voorkomende bestemming(en) gelden de volgende bouwregels: a. Alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, dient de aanvrager een archeologisch onderzoek te overleggen waaruit blijkt of en zo ja, in hoeverre, het bouwplan zal leiden tot de verstoring van archeologische waarden. b. Indien uit het in lid 21.2 a genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen conform artikel 1.1 en Artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet, op basis van een Programma van Eisen dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, op basis van een Programma van Eisen dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag. c. De verplichting als bedoeld in lid 21.2 a geldt niet indien de vergunningaanvraag betrekking heeft op: 1.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan en/of die niet dieper gaan dan: Bestemming: Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

Maximaal toegestane oppervlakte en diepte: 0 m2 en/of 0 m –maaiveld 50 m2 en/of 0,3 m –maaiveld 200 m2 en/of 0,3 m –maaiveld 500 m2 en/of 1,5 m –maaiveld

3. het plaatsen van een bouwwerk dat uitsluitend benodigd is voor de uitvoering van archeologisch onderzoek, met een bouwhoogte van maximaal 3 meter. d. Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 21.2 a., is afgegeven, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in 21.2. b, zijn 21.2. c.1, en 21.2. c.2 niet van toepassing. Het bevoegd gezag kan in een dergelijk geval bepalen dat nieuw archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd om te toetsen of de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord. 21.2 b is overeenkomstig van toepassing.

21.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden om op of in de gronden die op de plankaart zijn aangewezen als Waarde – Archeologie zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken, uit te voeren:

48

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

1. bodemverstorende werkzaamheden, waartoe wordt gerekend saneren, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen van gronden, alsmede het vergraven, wegruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage, met een oppervlakte groter dan en/of een diepte dieper dan: Bestemming: Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

Maximaal toegestane oppervlakte en diepte: 0 m2 en/of 0 m –maaiveld 50 m2 en/of 0,3 m –maaiveld 200 m2 en/of 0,3 m –maaiveld 500 m2 en/of 1,5 m –maaiveld

2. 3. 4. 5.

het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 6. het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; b. Het verbod als bedoeld in 21.3 a is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken: 1. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 21.2 van toepassing is; 2. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning; 5. betrekking hebben op een oppervlakte kleiner dan en/of een diepte van maximaal: Bestemming: Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

Maximaal toegestane oppervlakte en diepte: 0 m2 en/of 0 m –maaiveld 50 m2 en/of 0,3 m –maaiveld 200 m2 en/of 0,3 m –maaiveld 500 m2 en/of 1,5 m –maaiveld

6. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. c. Alvorens een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden wordt verleend, dient de aanvrager een archeologisch rapport te overleggen, waaruit blijkt of en zo ja, in hoeverre, het bouwplan zal leiden tot de verstoring van archeologische waarden. d. Indien uit het in lid 21.3 c. genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen conform artikel 1.1 en Artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet, op basis van een Programma van Eisen dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, op basis van een Programma van Eisen dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag. e. Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 21.3 c., is afgegeven, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in 21.3 d., zijn 21.3 b4.

en 21.3 b5. niet van toepassing. Het bevoegd gezag kan in een dergelijk geval bepalen dat nieuw archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd om te toetsen of de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord. 21.3 d. is overeenkomstig van toepassing.

49

gemeente Pijnacker-Nootdorp

21.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de op de plankaart als Waarde – Archeologie aangewezen gronden te wijzigen of (gedeeltelijk) te verwijderen, indien: a. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat het niet langer noodzakelijk is dat het bestemmingsplan ter plaatse voorziet in behoud en bescherming van archeologische waarden.

50

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 22 22.1

Waterstaat - Waterberging

Bestemmingsomschrijving

De voor Waterstaat - Waterberging aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd als bergingsgebied, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit.

22.2

Bouwregels

Op de in lid 22.1 aangewezen gronden Waterstaat - Waterberging mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 m.

22.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 22.2 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van de in lid 22.1 genoemde bestemmingen, mits: a. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de belangen van het waterbergingsgebied; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van het waterbergingsgebied.

22.4

Specifieke gebruiksregels

22.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 23 'Algemene gebruiksregels' lid 1, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor opslag.

22.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of boven de in lid 22.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand.

22.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 22.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende en bovenliggende bestemming(en); b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in 22.2 of 22.3.

51

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 23 23.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen.

23.2

Bouwregels

23.2.1 Bouwbepalingen 'Waterkering' In afwijking van het overige in deze regels bepaalde ten aanzien van het bouwen krachtens de andere bestemmingen van deze gronden, zijn op en in de gronden als bedoeld in lid 23.1, toegestaan andere bouwwerken, zoals keermuren, bakens en lichten, ten dienste van en behorende bij de in dat lid bedoelde doeleinden. 23.2.2 Bouwbepalingen samenvallende bestemmingen Het bouwen krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 23.1, mag uitsluitend geschieden nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de belangen van de waterkering en de waterhuishouding.

23.3

Specifieke gebruiksregels

De inrichting en het gebruik krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 23.1, mag uitsluitend geschieden nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de belangen van de waterkering en de waterhuishouding.

52

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Hoofdstuk 3 Artikel 24

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

53

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 25

Algemene bouwregels

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de ter zake geldende wet- en regelgeving tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

54

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 26

Algemene gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen , bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en het uitoefenen van prostitutie; b. het gebruik van gebouwen, bouwwerken en onderkomens als belhuis; c. het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; d. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, e. het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

55

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 27 27.1

Algemene aanduidingsregels

Vrijwaringszone - molenbiotoop

27.1.1 Bouwregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ gelden met betrekking tot de bouw van bouwwerken de volgende voorwaarden: a. Binnen 100 m tot de betreffende molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de hoogte van het onderste punt van de verticaal staande wiek van de betreffende molen. b. Tussen 100 en 400 m tot de betreffende molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan: 1. 1/100 van de afstand tussen het betreffende bouwwerk en de betreffende molen, plus: 2. De hoogte van het onderste punt van de verticaal staande wiek van de betreffende molen. 27.1.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in lid 27.1.1 ten behoeve van het bouwen van hogere bouwwerken, een en ander met inachtneming van het elders in deze regels bepaalde, mits hierdoor geen onevenredige vermindering plaatsvindt van de windvang van de bij de molenbiotoop behorende molen. b. Alvorens ontheffing te verlenen wordt vooraf door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de provincie Zuid-Holland.

27.1.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 27.1.1 is het verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, voor zover het geen bouwwerken betreft; b. het ophogen van gronden; c. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande begroeiing. b Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid a gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

c Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid a, zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, het huidige en/of het toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of waarde van de molen als landschapsbepalend element, niet onevenredig in gevaar wordt of kan worden gebracht.

56

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 28 28.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning in afwijking van het plan verlenen: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers, gemalen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen; b. de bouw van geluidwerende voorzieningen, met een maximale hoogte van 6 m, indien zulks in het kader van de uitvoering van de Wet geluidhinder noodzakelijk is; c. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen en paden en ligging van aanduidingsgrenzen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen.

28.2

Aanleg van paden

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 ten behoeve van de aanleg van wandel- en fietspaden, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschaps- en natuurwaarden; b. de paden geen onevenredige belemmering vormen voor de bedrijfsuitoefening van agrarische bedrijven; c. bij aanleg van paden in de Zuidpolder geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het weidevogelkerngebied; d. bij fietspaden geen verlichting wordt aangebracht.

57

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 29

29.1

Algemene wijzigingsregels

Algemene wijzigingen

Burgemeester en wethouders kunnen de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en van aanduidingen zodanig wijzigen, dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot en de grenzen daarbij met niet meer dan 10 m worden verschoven.

29.2

Wijziging bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten als volgt wijzigen: het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven.

29.3

Wijziging MFR fietsroute

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 2' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer - Fietspad', met dien verstande dat: a. het wijzigen uitsluitend mag geschieden ten aanzien van de gronden waarvan vaststaat dat deze deel gaan uitmaken van de Metropolitane Fietsroute in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; b. de breedte van het fietspad, exclusief berm en talud, niet meer mag bedragen dan 6 m.

58

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 30

Algemene procedureregels

In de gevallen dat in deze regels toepassing van deze procedurebepalingen is voorgeschreven, gelden de volgende bepalingen: a. het ontwerpbesluit omtrent nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende zes weken voor een ieder ter inzage; b. het bevoegd gezag maakt de terinzagelegging vooraf bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid van belanghebbenden om gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit naar voren te brengen bij het bevoegd gezag; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

59

gemeente Pijnacker-Nootdorp

60

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Hoofdstuk 4 Artikel 31

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht bestaande bouwwerken

a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolg van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van omgevingsvergunningen voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

61

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 32

Overgangsrecht bestaand gebruik

a. het gebruik van grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

62

od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020

Artikel 33

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Ruyven-Zuidpolder 2020' van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9887075/1