Bijlage 5b - Regels OBP Ruyven-Zuidpolder 2020
Tekst van het document
| bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020 gemeente Pijnacker-Nootdorp status: Ontwerp datum: 6 oktober 2020 IMRO-IDN: NL.IMRO.1926.bp200200116-3001
Opgesteld door:
Janita van Gastel (Juust B.V.)
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
5 12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23
Agrarisch - Agrarisch Bedrijf Agrarisch - Glastuinbouw Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Groen Horeca Natuur Recreatie - Natuurgebied Verkeer Verkeer - Fietspad Water Wonen Leiding - Brandstof Leiding - CO2 Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Leidingstrook Leiding - Riool Waarde - Archeologie 1, 2 3 en 4 Waterstaat - Waterberging Waterstaat - Waterkering
13 15 18 21 23 24 25 27 30 32 33 34 35 38 40 42 44 46 48 51 52
Hoofdstuk 3
Algemene regels
53
Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30
Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
53 54 55 56 57 58 59
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
61
Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33
Overgangsrecht bestaande bouwwerken Overgangsrecht bestaand gebruik Slotregel
61 62 63
3
gemeente Pijnacker-Nootdorp
4
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020 met NL.IMRO.1926.bp200200116-3001 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.2
identificatienummer
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen.
1.3
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
additionele horeca
horeca-activiteiten die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie die ter plaatse is toegestaan met dien verstande dat: a. de tijdperiode waarin de horeca-activiteiten uitgeoefend worden, valt binnen de openingstijden waarin de hoofdfunctie uitgeoefend wordt; b. de ruimte waarin de horeca-activiteiten uitgeoefend worden niet mag worden verhuurd of anderszins in gebruik mag worden gegeven aan derden; c. de horeca-activiteiten ten hoogste 10% van de bebouwde vloeroppervlakte van de hoofdfunctie mogen beslaan, zulks met een maximum van 100 m2; en d. de horeca-activiteiten niet zelfstandig mogen worden uitgeoefend of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie.
1.6
afhankelijke woonruimte
het niet tot het hoofdgebouw behorende bebouwing laten bewonen door één of meer personen die ondersteuning of verzorging kunnen krijgen van het in het bijbehorende hoofdgebouw woonachtige huishouden;
1.7
agrarisch bedrijf
een volwaardig bedrijf, geheel of overwegend gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder een paardenfokkerij, met uitzondering van paardenhouderijen, paardenopfokkerijen en/of maneges.
1.8
agrarisch hulp- en nevenbedrijf
een volwaardig bedrijf dat uitsluitend of overwegend is gericht op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van agrarische werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van agrarische werktuigen of apparatuur.
1.9
ander bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
5
gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.10
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.11
bebouwingspercentage
een met een maatvoeringsaanduiding in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat het gedeelte van het bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd;
1.12
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, opslaan, distribueren en verhandelen van goederen, waarbij de eventuele kantoorfunctie en/of detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de ter plaatse uitgeoefende hoofdactiviteiten;
1.13
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bestemd voor een persoon of gezin, van wie huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is.
1.14
belemmeringenstrook
een in het Besluit externe veiligheid buisleidingen vastgelegde strook die uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid gereserveerd is voor werkzaamheden van de leidingexploitant;
1.15
bedrijfsgebouw
een gebouw ten dienste van en behorende bij een bedrijf, instelling of voorziening, niet zijnde een bedrijfs-of andere woning.
1.16
belhuis
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het ter plaatse gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en/of ontvangen van faxen;
1.17
beroep en/of bedrijf aan huis
het in de woning en bijbehorende bouwwerken uitsluitend door de bewoners van de betreffende woning uitoefenen van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 zoals genoemd in de bijbehorende Staat van Bedrijfsactiviteiten en die geen horeca of detailhandel zijn, en/of het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied alsmede zakelijke dienstverlening en een bed-and-breakfastvoorziening. De bedrijfsactiviteiten dienen plaats te vinden met behoud van de woonfunctie en daaraan qua oppervlakte ondergeschikt te zijn;
1.18
bedrijfsgebouw
een gebouw ten dienste van en behorende bij een bedrijf, instelling of voorziening, niet zijnde een bedrijfs- of andere woning;
1.19
bedrijfsvloeroppervlakte
de brutovloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van bedrijfs-, kantoor- en andere dienstruimten, uitgezonderd parkeergarages en fietsenstallingen;
6
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
1.20
bestaand bouwwerk
bebouwing, situatie, maat, zoals dat bestaat of rechtens mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
1.21
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
1.22
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.23
Bevi-inrichting
een in het Besluit externe veiligheid inrichtingen bedoelde inrichting die in belangrijke mate een verhoging van de veiligheidsrisico's kan veroorzaken doordat risicobronnen op de betreffende bedrijfslocatie buiten de perceelsgrenzen een plaatsgebonden risico veroorzaken van meer dan 10-6 per jaar;
1.24
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.25
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.26
bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
1.27
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.28
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
1.29
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.30
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.31
brutovloeroppervlakte
de vloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw;
7
gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.32
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. In dit plan worden een horecabedrijf alsmede het uitsluitend via internet aanbieden van diensten en producten, waarbij geen verkoopruimte voor rechtstreekse verkoop aanwezig is en aflevering ter plaatse aan consumenten plaatsvindt, niet als detailhandel aangemerkt;
1.33
extensieve openluchtrecreatie
vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur-en landschapsbeleving door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter-en fietspaden, vis en picknickplaatsen en strandjes.
1.34
glastuinbouw
de teelt van tuinbouwgewassen met behulp van kassen.
1.35
glastuinbouwbedrijf
een volwaardig bedrijf dat tuinbouwgewassen teelt met behulp van kassen.
1.36
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.37
grondgebonden agrarisch bedrijf
een agrarische bedrijf, functioneel geheel of overwegend afhankelijk van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel, met uitzondering van glastuinbouw.
1.38
groothandel
een bedrijf, dat goederen van verschillende producenten of leveranciers inkoopt en welke deze goederen verdeelt naar de detailhandel. Groothandels verkopen niet rechtstreeks aan consumenten.
1.39
hoofdgebouw
Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.40
hooibarg
agrarisch bouwwerk en dient als opslagplaats van graan, stro of hooi.
1.41
intensieve veehouderij
een volwaardig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij.
8
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
1.42
horeca
een bedrijf dat gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, niet zijnde een bed-and-breakfastvoorziening, en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Onder de genoemde categorieën worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten alsmede mengvormen van ter plaatse toegestane categorieën: categorie 1 daghoreca en winkelondersteunende horeca: een bedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteit is gericht op het verstrekken van voedsel en dranken voor consumptie ter plaatse en waarbij de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit past binnen een overwegend winkelgebied; categorie 2 restaurant/snackbar: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van hoofdzakelijk maaltijden en daaraan ondergeschikt dranken al dan niet voor consumptie ter plaatse, al dan niet met bezorgservice en/of afhaalgelegenheid; categorie 3 hotel/pension: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie (daaraan) ondergeschikt is; categorie 4 bar/(eet)café: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van hoofdzakelijk dranken en daaraan ondergeschikt etenswaren voor consumptie ter plaatse; categorie 5 partycentrum/danscafé/feestcafé: een bedrijf, waarvan de
hoofdactiviteit bestaat uit het gelegenheid geven tot (besloten) feesten, bruiloften en partijen en andere daarmee vergelijkbare evenementen, met een horecavloeroppervlakte van ten hoogste 500 m2; categorie 6 discotheek/dancing; bedrijven als bedoeld in categorie 5 met een horecavloeroppervlakte groter dan 500 m2;
1.43
huishouden
een persoon of groep van personen waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid;
1.44
kassen
glasopstanden die worden gebruikt voor het kweken van planten in een beschermde omgeving.
1.45
kantoor
een gebouw of een deel van een gebouw waarin overwegend kantoorwerkzaamheden plaatsvinden;
1.46
maaiveld
de bovenkant van de gronden van het terrein;
1.47
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water, warmte, elektra en de telecommunicatie;
9
gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.48
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;
1.49
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.50
paardenfokkerij
een grondgebonden agrarisch bedrijf, geheel of overwegend gericht op het fokken van paarden en/of pony's met de inzet van meerdere merries, waaronder begrepen het huisvesten, trainen en berijden van de ter plaatse gefokte paarden en/of pony's tot en met het vierde levensjaar.
1.51
paardenhouderij
een volwaardig, niet-agrarisch bedrijf, geheel of overwegend gericht op het houden en/of stallen van paarden en/of pony's met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken en/of opfokken van paarden en/of pony's tot en met het vierde levensjaar.
1.52
paardenopfokkerij
een volwaardig, niet agrarisch bedrijf, geheel of overwegend gericht op het opfokken van paarden en/of pony's, zijnde het huisvesten, berijden en trainen van jonge paarden en/of pony's tot en met het vierde levensjaar.
1.53
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
1.54
peil
het punt waarvan uit de hoogte van bouwwerken (of onderdelen) wordt gemeten: a. de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 m boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw;
1.55
productiegebonden detailhandel
beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen produceert, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
1.56
seksinrichting
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf en raamprostitutiebedrijf;
10
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
1.57
straatmeubilair
alle bij het openbaar gebied behorende en ten dienste van dat gebied en aangrenzende bestemmingen staande bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeers-, verwijs- en informatieborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken, abri's, beeldende kunstwerken, speeltoestellen en -objecten, draagconstructies voor reclame, kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen (waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen), onder en bovengrondse afvalinzamelingsvoorzieningen, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, regelinstallaties, geluidwerende voorzieningen en fietsenstallingen en -rekken.
1.58
verblijfsrecreatie
een vorm van recreatie waarbij een recreant (of meerdere recreanten) voor een bepaalde tijd, maar ten minste een nacht in het recreatiegebied verblijft.
1.59
volwaardig (agrarisch) bedrijf
een volwaardig agrarisch bedrijf is een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of - omvang heeft van ten minste één volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieutechnisch verantwoorde wijze.
1.60
voorgevel
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een hoofdgebouw gelegen gevel.
1.61
voorgevelrooilijn
een lijn die buitenwerks loopt langs de bestaande voorgevel en/of de denkbeeldige lijn in het verlengde van die lijn.
1.62
weidevogelkerngebied
een duurzaam weidevogelgebied weidevogelstand.
1.63
waar
specifiek
beheer
plaatsvindt
gericht
op
een
hoge
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
1.64
wonen
gehuisvest zijn in een woning.
1.65
zorgboerderij
de opvang van mensen met een zorgvraag hetzij als niet-agrarische neventak, hetzij als vervolgfunctie op een agrarisch bouwperceel, waarbij het meewerken in het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden van dieren een wezenlijk onderdeel is van resocialisatie of therapie.
11
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
12
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Agrarisch Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', ten hoogste één bedrijfswoning met inbegrip van een beroep en/of aan huis; c. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij', tevens een paardenhouderij; d. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij', tevens een zorgboerderij; e. productiegebonden detailhandel; f. watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers; g. bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, ontsluitingswegen; h. parkeervoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
bedrijfsgebouwen; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' ten hoogste één bedrijfswoning; ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' tevens bebouwing ten behoeve van een zorgboerderij; andere bouwwerken, waaronder begrepen (voeder)silo's, erf- of perceelafscheidingen.
3.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 3.2.1 gelden de volgende bepalingen: Algemeen a. voor het bouwen van bouwwerken geldt in het algemeen dat de minimale afstand van gebouwen tot aan de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 7 m mag bedragen, of niet minder dan de bestaande afstand, indien die minder dan 7 m is; Bedrijfsgebouwen b. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend op de bestaande plaats en in ten hoogste de bestaande omvang opnieuw worden gebouwd; c. de goot-en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot-en bouwhoogte (m)' is aangegeven; Bedrijfswoningen d. bedrijfswoningen mogen uitsluitend met de voorgevel in de voorgevelrooilijn opnieuw worden gebouwd; e. de inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijhorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de inhoud van een bestaande bedrijfswoning meer bedraagt dan 750 m3 mag de bestaande inhoud worden aangehouden; f. de goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 5 meter; g. de breedte van een niet-inpandige bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 12 m; h. niet inpandige bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap, waarvan de
13
gemeente Pijnacker-Nootdorp
hellingshoek niet minder mag bedragen dan 30°; Andere bouwwerken i.
de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangeven:
Bouwwerken Max. bouwhoogte Erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevellijn, op en rond een 2 m terrein waarop een gebouw staat Overige perceel erf- en perceelafscheidingen 1m Overige andere bouwwerken 10 m
3.3
Specifieke gebruiksregels
a. De gezamenlijk bruto oppervlakte van productiegebonden detailhandel mag maximaal 75 m2 bedragen, waarbij voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid en de bedrijfsbeoefenaar ook de detailhandel uit dient te oefenen; b. De gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en of bedrijf aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten; c. Ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' gelden de volgende gebruiksregels: 1. de zorgboerderij mag door maximaal 16 zorgbehoevenden worden bewoond; 2. additionele daghoreca is uitsluitend binnen de bestaande bebouwing toegestaan. De oppervlakte van een terras mag niet meer bedragen dan 50 m2. d. Het gebruik van de gronden voor de uitoefening van nevenfuncties is niet toegestaan.
3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.3 onder d, ten behoeve van nevenfuncties, waarbij moet worden voldaan aan de volgende randvoorwaarden: a. Er moet sprake zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf, niet zijnde glastuinbouw. b. De nieuwe functie mag geen belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven, en dient in elk geval beperkt te worden tot milieucategorie 1 en 2. c. De nieuwe functie mag de verkeersafwikkeling niet onevenredig belasten. d. Bebouwing ten behoeve van de nieuwe functie moet binnen het bestaande bestemmingsvlak worden gerealiseerd. e. De nieuwe functie sluit aan bij de bestaande of in ontwikkeling zijnde ruimtelijke kenmerken van het gebied. f. Eventuele parkeerplaatsen voor de nieuwe functie dienen op eigen terrein te worden ingepast in het groen c.q. de omgeving. g. De nieuwe functie draagt aantoonbaar bij aan de versterking van het agrarische bedrijf en de instandhouding van het cultuurhistorisch waardevolle weidelandschap als onderdeel van het agrarisch bedrijf. h. De nieuwe functie dient nevengeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie. i. De nevenactiviteiten zijn toegestaan tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 200 m².
14
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Artikel 4
4.1
Agrarisch - Glastuinbouw
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. glastuinbouwbedrijven; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', ten hoogste één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', met inbegrip van een beroep en/of aan huis; c. productiegebonden detailhandel; d. watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers; e. bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, ontsluitingswegen; f. installaties en/of voorzieningen ten behoeve van het opwekken van energie door middel van aardwarmte (geothermie) en/of door middel van warmte-koude opslag in de bodem (WKO), waarvan de energie geheel of gedeeltelijk wordt aangewend ten behoeve van glastuinbouw, met dien verstande dat andere installaties en/of voorzieningen ten behoeve van het opwekken van energie niet zijn toegestaan, met uitzondering van: 1. installaties en/of voorzieningen ten behoeve van het opwekken van energie voor normaal huishoudelijk gebruik, 2. reeds legaal aanwezige, alsook de nog niet aanwezige maar al wel vergunde, installaties en/of voorzieningen voor het opwekken van energie, 3.
installaties en/of voorzieningen voor het opwekken van energie uitsluitend ten behoeve van de glastuinbouw die dienen ter vervanging van legale/vergunde bestaande installaties en/of voorzieningen, mits sprake is van soortgelijke installaties en/of voorzieningen op dezelfde plek of op grotere afstand van woningen en waarbij de (milieu)gevolgen voor het werk-, woon- en leefklimaat gelijk blijven of afnemen.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, waaronder kassen, warmtekrachtkoppelingsinstallaties en transformatoren; b. ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning” ten hoogste één bedrijfswoning; c. andere bouwwerken, waaronder begrepen warmteopslagtanks, watersilo's, waterbassins, perceelafscheidingen, bruggen en duikers.
4.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 4.2.1 gelden de volgende bepalingen:
Bedrijfsgebouwen a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 3 meter, dan mag de bestaande afstand worden aangehouden; c. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 7 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 7 m, mag de bestaande afstand worden aangehouden; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 m bedragen; e. de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m;
15
gemeente Pijnacker-Nootdorp
f.
een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen;
Bedrijfswoningen g. bedrijfswoningen mogen uitsluitend met de voorgevel in de voorgevelrooilijn opnieuw worden gebouwd; h. de inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijhorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de inhoud van een bestaande bedrijfswoning meer bedraagt dan 750 m3 mag de bestaande inhoud worden aangehouden; i. de goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 5 meter; j. in afwijking van het bepaalde onder i geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' een maximale bouwhoogte van 9 meter; k. de breedte van een niet-inpandige bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 12 m; l. niet inpandige bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap, waarvan de hellingshoek niet minder mag bedragen dan 30°; m. herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op dezelfde locatie als de bestaande bedrijfswoning plaatsvinden; n. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen. Andere bouwwerken o. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangeven: Bouwwerken Max.
bouwhoogte Erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevellijn, op en rond een 2 m terrein waarop een gebouw staat Overige perceel erf- en perceelafscheidingen 1m Waterbassins voor de voorgevelrooilijn 1m Waterbassins achter de voorgevelrooilijn 2m Warmteopslagtanks 12 m Overige andere bouwwerken 10 m
4.3
Specifieke gebruiksregels
a. De gezamenlijk bruto oppervlakte van productiegebonden detailhandel mag maximaal 75 m2 bedragen, waarbij voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid en de bedrijfsbeoefenaar ook de detailhandel uit dient te oefenen; b. De gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en of bedrijf aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten.
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4.1 f, ten behoeve van het bouwen en gebruik van gronden en/ of bouwwerken voor een installatie en/of voorziening ten behoeve van het opwekken van energie, mits: a. de installatie en/of voorziening uitsluitend dient ten behoeve van glastuinbouw;
16
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
b. voldaan wordt aan de voor deze bestemming geldende bouwregels; c. geen sprake is van een onevenredige aantasting van het werk-, woon- en leefklimaat, gelet op in ieder geval de aspecten omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en geluid; d. uit een deugdelijk akoestisch rapport blijkt dat, al dan niet na het treffen en in stand houden van maatregelen, wordt voldaan aan het gecumuleerde geluidsniveau, zijnde: 1. niet hoger dan 50 dB(A) ten gevolge van een installatie en/of voorziening op 65 meter of minder van een bestaande installatie en/of voorziening.
17
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 5 5.1
Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschaps- en natuurwaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1. landschappelijk open gebied; 2. weidevogels; c. behoud, herstel en ontwikkeling van een weidevogelkerngebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - weidevogelkerngebied'; d. een veldschuur ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden veldschuur'; e. een wandelpad ter plaatse van de aanduiding 'pad'; f. een waterbassin ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden waterbassin'; g. extensieve openluchtrecreatie voor zover de onder a en b bedoelde functies en waarden niet onevenredig worden aangetast, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - weidevogelkerngebied'; h. watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers; i. perceelsontsluitingen van agrarische bedrijfspercelen.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in gronden als bedoeld in lid 5.1 mogen ander bouwwerken worden gebouwd. 5.2.2 Bouwen De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: Bouwwerken Max. bouwhoogte Erf- of perceelafscheidingen 1,5 m Overige andere bouwwerken (o.a. informatieborden) 2 m met dien verstande dat langs fietspaden geen verlichting is toegestaan.
5.2.3 Veldschuur Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - veldschuur’ is een veldschuur toegestaan, waarbij de maatvoering niet meer mag bedragen dan de bestaande maatvoering, ook in geval van herbouw.
5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden waterbassin' een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het plaatsen van zonnepanelen op een waterbassin, mits: a. het dak van de aanwezige bedrijfsbebouwing: 1. al wordt gebruikt voor zonnepanelen maar onvoldoende electricitiet oplevert voor de eigen bedrijfsvoering of; 2. aantoonbaar ongeschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen;
18
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
b. het totaal van de ter plaatse door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit alleen wordt gebruikt voor de eigen bedrijfsvoering; c. er sprake is van een landschappelijke inpassing.
5.4
Specifieke gebruiksregels
a. Het gebruik van de gronden als paardenbak is niet toegestaan. b. Ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' is een ontsluiting toegestaan van maximaal 6 m breed.
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 5.5.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en het aanleggen van drainage; d. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen en andere waterpartijen; e. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; g. het vellen en rooien van bomen , hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; h. het definitief omzetten van grasland in bouwland, anders dan ten behoeve van herinzaai.
5.5.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het in sublid 5.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; c. werken en werkzaamheden als bedoeld onder 5.5.1 f, voorzover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; d. werken en werkzaamheden als bedoeld onder 5.5.1 g, voorzover daarop de APV van toepassing is; e. het vellen, rooien en beschadigen van fruitbomen; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - weidevogelkerngebied' werken en werkzaamheden die in het kader van de aanleg van het weidevogelkerngebied zijn voorzien in een inrichtingsplan. 5.5.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 5.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a.
door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen een of meer waarden of functies van de in lid 5.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. voorzover burgemeester en wethouders dat nodig achten advies is ingewonnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
19
gemeente Pijnacker-Nootdorp
5.6
Wijzigingsbevoegdheid
5.6.1 Wijziging naar 'Natuur' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - weidevogelkerngebied' te wijzigen in de bestemming ‘Natuur’, met dien verstande dat het wijzigen uitsluitend mag geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat:
a. de gronden deel uitmaken van een natuurnetwerk; b. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd; c. de natuurontwikkeling zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; d. de wijziging pas plaatsvindt nadat de aankoop door of overdracht aan een terreinbeherende organisatie in voldoende mate verzekerd is of al heeft plaatsgevonden.
5.6.2 Wijziging naar 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden, ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1’ te wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’, met dien verstande dat het wijzigen uitsluitend mag geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat: a. er sprake is van een volwaardig aan de grond gebonden agrarisch bedrijf waarbij burgemeester en wethouders advies inwinnen van een agrarisch deskundige; b. de bebouwing noodzakelijk is voor een duurzame en doelmatige bedrijfsvoering waarbij burgemeester en wethouders advies inwinnen van een agrarisch deskundige; c. er maximaal één bedrijfswoning wordt gebouwd; d. de bedrijfswoning mag worden gebouwd gelijktijdig of nadat de bedrijfsgebouwen op hetzelfde bouwperceel worden gebouwd; e. de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens tot de bestemmingsgrens met de bestemming Wonen minimaal 25 meter bedraagt; f. er geen onevenredige beperkingen ontstaan voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; g. de wijziging aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een milieuhygiënisch woon- en leefklimaat van nabijgelegen woningen; h. er geen sprake mag zijn van milieuhygiënische belemmeringen.
20
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Artikel 6 6.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die hierna in de tabel zijn aangegeven, ter plaatse van de daarbij aangegeven aanduiding: Ter plaatse van de Bedrijfsactiviteit Milieucategorie Oppervlakte aanduiding: bedrijfsbebouwing (m2) Specifieke vorm van Groothandel 2 2.750 bedrijf - 1 Specifieke vorm van Verkooppunt 4.1 1.300 (inclusief luifel) bedrijf - 2 motorbrandstoffen Specifieke vorm van Winning en/of 4.2 max. 90% van de bedrijf - 3 verwerking van gronden bebouwen delfstoffen met bijbehorende voorzieningen b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', ten hoogste één bedrijfswoning met inbegrip van een beroep en/of bedrijf aan huis; c. bij een bedrijf behorende onzelfstandige en daaraan ondergeschikte kantoorruimte; d. bij een bedrijf behorend en daaraan ondergeschikte detailhandel, waarbij de totale verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 10% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 15 m2; e. verkoop via internet van diensten en producten, waarbij ter plaatse geen uitstallings- en verkoopruimte aanwezig is voor rechtstreekse verkoop van aflevering aan consumenten; f. groen-, parkeer- en overige voorzieningen, zoals wegen en nutsvoorzieningen behorende bij een bedrijf; g. watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers.
6.2
Bouwregels
6.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 6.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen; ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning” ten hoogste één bedrijfswoning; bergingen en fietsenstallingen; andere bouwwerken.
6.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 6.2.1 gelden de volgende bepalingen:
Bedrijfsgebouwen, niet-zijnde bedrijfs-of andere woningen a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. b. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan in de Tabel onder 6.1 a is opgenomen c. de goot-en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen als bedoeld onder artikel 6.2.1 a mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' en 'maximum goot-en bouwhoogte' is aangegeven; d. een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen.
21
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Bedrijfswoningen e. bedrijfswoningen mogen uitsluitend met de voorgevel in de bestaande voorgevelrooilijn opnieuw worden gebouwd; f. de inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijhorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de inhoud van een bestaande bedrijfswoning meer bedraagt dan 750 m3 mag de bestaande inhoud worden aangehouden; g. de goothoogte van bedrijfswoningen als bedoeld onder artikel 6.2.1 b mag niet meer bedragen dan 5 m; h. de breedte van een niet-inpandige bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 12 m; i. niet inpandige bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap, waarvan de hellingshoek niet minder mag bedragen dan 30°; j. herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op dezelfde locatie als de bestaande bedrijfswoning plaatsvinden; k. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen. Andere bouwwerken l.
De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangeven:
Bouwwerken Max. bouwhoogte binnen de bestemmingsvlakken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke 10 m vorm van bedrijf - 2': luifels, reclametekens en lichtmasten en andere masten Erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevellijn, op en rond een 2 m terrein waarop een gebouw staat Overige perceel erf- en perceelafscheidingen 1m Overige andere bouwwerken 3m
6.3
Specifieke gebruiksregels
a. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: 1. het uitoefenen van detailhandel anders dan 6.1 onder d; 2. het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken en bedrijfsgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte. b. De gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en of bedrijf aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten.
6.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid .6.1, onder a, ten behoeve van andere bedrijven, mits per geval is aangetoond dat het betreffende andere bedrijf, gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving, redelijkerwijs kan worden gelijkgesteld met bedrijven die op de desbetreffende plaats zijn toegestaan krachtens lid 6.1,onder a.
22
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Artikel 7 7.1
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
7.2
een gemaal ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; waterhuishouding; watergangen, waterpartijen, oevers, taluds en kades; verhardingen, ontsluitingen en andere voorzieningen.
Bouwregels
7.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 7.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gemaalgebouwen; b. andere bouwwerken. 7.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 7.2.1 gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen a. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat de bouwhoogte van gemaalgebouwen niet meer mag bedragen dan 8 m; Andere bouwwerken b. Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals inlaatconstructies, duikers en bruggen niet meer mag bedragen dan 5 m.
23
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 8 8.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
8.2
groen- en speelvoorzieningen; fiets- en voetpaden, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen; nutsvoorzieningen; straatmeubilair bij deze bestemming behorende overige voorzieningen zoals watergangen en -partijen, bruggen en duikers.
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 8.1 mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. 8.2.2 Bouwen De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangeven: Bouwwerken Max. bouwhoogte luifels, vlaggen- en andere masten 8m Erfen perceelafscheidingen achter de 2 m voorgevellijn, op en rond een terrein waarop een gebouw staat Overige perceel erf- en perceelafscheidingen 1m Geluidwerende voorzieningen 6m Speeltoestellen 6m Overige andere bouwwerken 3m
24
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Artikel 9 9.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
9.2
cafés, restaurants; terrassen, erven en terreinen; paden, wegen en parkeervoorzieningen; één bedrijfswoning; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen.
Bouwregels
9.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 9.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen; b. bebouwing ten behoeve van niet meer dan twee horecabedrijven; c. andere bouwwerken. 9.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 9.2.1 gelden de volgende bepalingen: Bedrijfsgebouwen, niet-zijnde bedrijfs-of andere woningen a. de goot-en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen als bedoeld onder artikel 9.2.1 a mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot-en bouwhoogte' is aangegeven; Bedrijfswoningen b. de inhoud van een bedrijfswoning inclusief de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 750 m³, met dien verstande dat, indien de bestaande inhoud meer dan 750 m³ bedraagt, de inhoud niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud. c. de breedte van niet-inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan 12 m bedragen, de goothoogte niet meer dan 5 m bedragen en de hellingshoek van de kap niet minder dan 30°bedragen. d. herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op dezelfde locatie als de bestaande bedrijfswoning plaatsvinden. Andere bouwwerken e. De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangeven: Bouwwerken Max.
bouwhoogte Pergola 3m luifels, reclametekens, lichtmasten en andere 10 m masten overige andere bouwwerken 2m
25
gemeente Pijnacker-Nootdorp
9.3
Specifieke gebruiksregels
9.3.1 Bebouwde oppervlakte De bebouwde oppervlakte van cafés en restaurants, inclusief serre, mag niet meer bedragen dan 738 m2.
26
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
Artikel 10 10.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (de bescherming van) een gebied met landschaps- en/of natuurwaarden; b. behoud, herstel en ontwikkeling van een weidevogelkerngebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - weidevogelkerngebied'; c. een bezoekerscentrum met bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur – bezoekerscentrum’; d. vogelkijkhutten ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur - vogelkijkhutten’; e. fiets-, voet- en ruiterpaden; f. watergangen, waterpartijen en waterwaterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers; g. overige voorzieningen, zoals faunapassages; h. de bescherming van watergangen, sloten en andere waterpartijen en kades.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 10.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. een bezoekerscentrum, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur – bezoekerscentrum’; b. een bij het bezoekerscentrum behorende bedrijfswoning; c. vogelkijkhutten ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur - vogelkijkhutten’; d. andere bouwwerken. 10.2.2 Bouwen Gebouwen, niet-zijnde bedrijfs-of andere woningen a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - bezoekerscentrum gelden de volgende bouwregels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 545 m2; 2. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 m respectievelijk 7 m; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - vogelkijkhutten' gelden de volgende bouwregels: 1. de oppervlakte per vogelkijkhut mag niet meer bedragen dan 10 m2; 2. de bouwhoogte per vogelkijkhut niet meer mag bedragen dan 3 m. Bedrijfswoningen c. de inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de inhoud van een bestaande bedrijfswoning meer bedraagt dan 750 m3 mag de bestaande inhoud worden aangehouden; d. de goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 5 m; e.
de bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap, waarvan de hellingshoek niet minder mag bedragen dan 30°; f. de breedte van een niet-inpandige bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 12 m; g. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen. Andere bouwwerken h. De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is
27
gemeente Pijnacker-Nootdorp
aangeven: Bouwwerken Max. bouwhoogte Windmolens ten behoeve van waterbeheer 10 m Uitkijktoren 4m Andere bouwwerken ten behoeve van waterbeheer 3 m Overige andere bouwwerken (o.a. informatieborden) 2 m
10.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 ten behoeve van de bouw van gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer, schuilgelegenheden, vogelobservatiehut, mits sprake is van een landschappelijke inpassing waaruit blijkt dat natuur- en landschapswaarden niet worden aangetast, waarbij: a. de oppervlakte van elk gebouw niet meer mag bedragen dan 30 m² tot een gezamenlijke oppervlakte van 150 m2; b. de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m.
10.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in lid 10.1 wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van horeca; b. het gebruik van gronden en gebouwen voor wonen; c. het gebruiken van gronden voor verblijfsrecreatie.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 10.5.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel wordt gewijzigd of het maaiveld zelf met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0.40 m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen (van oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit) van waterlopen, sloten en greppels; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; e. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden; f. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; g. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; h. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,40 m onder maaiveld wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie; i.
het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een ander bodemcultuur; j. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilranden; k. het verwijderen van onverharde wegen of paden; l. het verwijderen, aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen, of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m² per perceel.
28
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
10.5.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het in sublid 10.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; c. werken en werkzaamheden als bedoeld onder 10.5.1 onder f, voorzover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; d. werken en werkzaamheden als bedoeld onder 10.5.1 onder g, voorzover daarop de APV van toepassing is; e. het vellen, rooien en beschadigen van fruitbomen; f. werken en werkzaamheden die in het kader van de aanleg van het natuur- en recreatiegebied zijn voorzien in een inrichtingsplan. 10.5.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 10.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a.
door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen een of meer waarden of functies van de in lid .1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. voorzover burgemeester en wethouders dat nodig achten advies is ingewonnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
10.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Natuur' te wijzigen in de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden' indien deze gronden geen deel uitmaken van een natuurnetwerk, met dien verstande dat de gronden, die wel deel uitmaken van het weidevogelkerngebied, tevens de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - weidevogelkerngebied' verkrijgen.
29
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 11 11.1
Recreatie - Natuurgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - Natuurgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
extensieve openluchtrecreatie; instandhouding en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; instandhouding en ontwikkeling van watergangen, sloten en andere waterpartijen, en kades; parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en faunapassages; fiets-, voet- en ruiterpaden.
11.2
Bouwregels
11.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in artikel 11.1 mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. 11.2.2 Bouwen De bouwhoogte van de hierna genoemde andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
Bouwwerken Max. bouwhoogte Windmolens ten behoeve van waterbeheer 10 m Lichtmasten, verkeerstekens en wegwijzers, met 6 m dien verstande dat langs fietspaden geen verlichting is toegestaan Overige andere bouwwerken (o.a. informatieborden) 2 m
11.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.1 ten behoeve van de bouw van gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer, vogelobservatiehut, schuilgelegenheden, mits: a. de noodzaak daarvan is aangetoond en b. sprake is van een landschappelijke inpassing waaruit blijkt dat natuur- en landschapswaarden niet worden aangetast, waarbij: c. de oppervlakte van elk gebouw niet meer mag bedragen dan 30 m² tot een gezamenlijke oppervlakte van 150 m². d. de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m.
11.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in lid 11.1 wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van horeca; b. het gebruik van gronden en gebouwen voor wonen; c. het gebruiken van gronden voor verblijfsrecreatie.
30
od205 | bestemmingsplan Ruyven-Zuidpolder 2020
11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 11.5.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel wordt gewijzigd of het maaiveld zelf met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0.50 m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen (van oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit) van waterlopen, sloten en greppels; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; e. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden; f. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; g. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; h. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,40 m onder maaiveld wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie; i.
het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een ander bodemcultuur; j. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilranden; k. het verwijderen van onverharde wegen of paden; l. het verwijderen, aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen, of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m² per perceel. 11.5.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het in sublid 11.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; c. werken en werkzaamheden als bedoeld onder 11.5.1 onder f, voorzover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; d. werken en werkzaamheden als bedoeld onder 11.5.1 onder g, voorzover daarop de APV van toepassing is; e. het vellen, rooien en beschadigen van fruitbomen; f. werken en werkzaamheden die in het kader van de aanleg van het natuur- en recreatiegebied zijn voorzien in een inrichtingsplan.
11.5.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 11.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen een of meer waarden of functies van de in lid 11.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. voorzover burgemeester en wethouders dat nodig achten advies is ingewonnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
31
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 12 12.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste twee rijstroken, met bijbehorende voorzieningen; b. voorzieningen, zoals in- en uitvoeg en opstelstroken, bushaltes en geluidwerende voorzieningen, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen; c. parkeerstroken en - voorzieningen; d. fiets- en voetpaden en bijbehorende voorzieningen; e. bermen en andere groenvoorzieningen; f. watergangen en duikers, en; g. nutsvoorzieningen, een en ander met inachtneming van het aangegeven dwarsprofiel.