CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Toelichting en regels

Raad Besluitvorming 24 november 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Ackerswoude 202127.291 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Groepsrisico Bij transportroutes geldt vanuit het Bevt dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico overeenkomt met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar en met de kans op een ongeval met 1.000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-8 per jaar. Wanneer verantwoording groepsrisico? Verantwoording is van toepassing op de volgende besluiten: De vaststelling van een bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro); Inpassingsplan van een project met een provinciaal belang (artikel 3.26, lid 1Wro); Inpassingsplan van een project met een landelijk belang (artikel 3.28, lid 1 Wro); Omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, lid, onder c, Wabo, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 of 3, of tweede lid, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheerverordening wordt afgeweken. Het Bevt schrijft voor dat voor alle bovenstaande ruimtelijke plannen binnen het invloedsgebied van een transportroute in ieder geval aandacht moet worden geschonken aan: 1. Mogelijkheden tot voorbereiding van het bestrijden en het beperken van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 2. Zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten.

Hierbij dient niet alleen het invloedsgebied van de maatgevende vervoersklasse (GF3: brandbaar gas) te worden beschouwd, maar ook van overige stoffen die over het wegvak worden vervoerd. Een ruimtelijke ontwikkeling op een afstand groter dan 200 meter levert echter een geringe bijdrage aan

26

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

de hoogte van het groepsrisico. Daarom is het niet effectief om in het gebied op een grotere afstand dan 200 meter van een transportroute uitgebreid de mogelijkheden voor ruimtelijke maatregelen te onderzoeken om het groepsrisico te verkleinen. Alleen wanneer een ruimtelijk plan binnen 200 meter van een transportroute gelegen is, dient een volledige verantwoording afgelegd te worden waarin ook de volgende aspecten worden behandeld: 3. Dichtheid van personen en de verwachte veranderingen; 4. Hoogte van het groepsrisico; 5. Maatregelen ter beperking van het groepsrisico (zowel bronmaatregelen als ruimtelijke maatregelen); 6. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen (alternatieve locaties) met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Een volledige verantwoording mag ook achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.

Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1984 wordt er getoetst aan circulaire Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen (1984) en vanaf 1991 ook aan de circulaire Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie. Sinds 1 januari 2011 zijn beide circulaires vervangen door het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende regeling. Vanaf 1 juli 2014 vallen ook de chemicaliënleidingen onder dit besluit. Het Bevb regelt onder meer de externe veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het Bevb is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en transport. Ook bij buisleidingen geldt dat de hoogte van het groepsrisico en de mate van toename van het groepsrisico bepalen of een volledige verantwoording moet worden opgesteld of dat een beperkte verantwoording volstaat. Plaatsgebonden risico Het Bevb gaat bij het plaatsgebonden risico uit van: Het in acht nemen van een grenswaarde van 10-6 voor kwetsbare objecten. Dit betekent dat altijd moet worden voldaan aan deze grenswaarde. Rekening houden met een richtwaarde van 10-6 voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat om gewichtige redenen mag worden afgeweken van de richtwaarde.

Groepsrisico Bij buisleidingen geldt dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico overeenkomt met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-8 per jaar; Wanneer verantwoording groepsrisico? De verantwoordingsplicht van het groepsrisico is van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan (mede inbegrepen een inpassingsplan), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten. Echter, ook als de verantwoordingsplicht niet van toepassing is kan in het kader van goede ruimtelijke ordening (artikel 10 Wro) een verantwoording noodzakelijk zijn. Een volledige verantwoording mag buiten toepassing blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.

27

gemeente Pijnacker-Nootdorp

De beperkte verantwoording dient in ieder geval in te gaan op de volgende onderdelen: I. de aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding; II. de omvang van het groepsrisico; III. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; IV. de mogelijkheden van personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de risicobron om zichzelf in veiligheid te brengen. Overige voor Pijnacker-Nootdorp relevante besluiten op het gebied van externe veiligheid Activiteitenbesluit Dit besluit en de bijbehorende regeling zijn de opvolger van een groot aantal AMvB's. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, waaronder veiligheidsafstanden (voor bijvoorbeeld propaantanks, ammoniak koelinstallaties en gasontvangststations) waaraan voldaan moet worden. Vuurwerk besluit Dit besluit reguleert de gehele keten rondom vuurwerk. In bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit zijn veiligheidsafstanden tot kwetsbare en geprojecteerde kwetsbare objecten opgenomen. De aan te houden afstand is afhankelijk van het type vuurwerk en de hoeveelheid vuurwerk dat wordt opgeslagen. De regels voor het vervoer van vuurwerk zijn een uitwerking van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs).

Risicovolle bedrijven binnen/nabij het plangebied Binnen/nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen met een plaatsgebonden risicocontour buiten de inrichting. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting.

Tabel invloedsgebieden Inrichtingen

Transport gevaarlijke stoffen binnen/nabij het plangebied Transport gevaarlijke stoffen over rijkswegen Uit de risicokaart blijkt dat voor de A4 de PR 10-6 contour per wegvak verschilt van 0 tot maximaal 23 meter. De A4 heeft een plasbrandaandachtsgebied. Uit de risicokaart blijkt dat de A12 een PR 10-6 contour heeft van 0 meter. De A12 heeft geen plasbrandaandachtsgebied. Uit de risicokaart blijkt dat de wegvakken van de A13 een PR 10-6 contour hebben die varieert van 6 tot 17 meter. De A13 heeft ook een plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt niet binnen deze contouren. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van de A4, de A12 of de A13.

28

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

Tabel invloedsgebieden Rijkswegen

Transport gevaarlijke stoffen over provinciale wegen Een klein deel van de N470 is aangewezen als gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke stoffen. Over dit gedeelte wordt voornamelijk LNG vervoerd, naar een locatie op het bedrijvenpark Ruyven. Op basis van de vergunde jaarlijkse doorzet zijn er 260 transportbewegingen te verwachten. Het overige deel van de N470 is niet aangewezen als route transport gevaarlijke stoffen. Er kan incidenteel wel transport van gevaarlijke stoffen plaats vinden, via een ontheffing. Dit zal met name de bevoorrading van (kleine) propaantanks in het buitengebied betreffen. De tankstations binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp verkopen geen LPG, ook ESSO aan de Rijksweg A13 niet. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico's van transport van gevaarlijke stoffen conform het vigerende beleid geanalyseerd moeten worden. In HART zijn vuistregels opgenomen ten aanzien van de noodzaak om te rekenen aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het gebruik van deze handleiding is verplicht. De vuistregels uit de HART geven aan dat voor een weg buiten de bebouwde kom (zoals de N470) geldt dat er geen PR-10-6 contour aanwezig is als het aantal tankauto's van de stofcategorie GF3 (propaan, LPG, LNG) lager is dan 500.

Voor de N470 binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn geen tellingen beschikbaar, wel voor het deel in Delft (GF3: 75) en in Zoetermeer (GF3: 73). Gezien het feit dat in Pijnacker-Nootdorp geen LPG geleverd wordt maar alleen propaan zal het aantal transporten GF3 op het niet aangewezen deel van de N470 vergelijkbaar of lager zijn. Op het aangewezen deel van de N470 komen daar de transporten LNG bij (260). Opgeteld zal het totaal aantal transporten GF3 beduidend lager zijn dan 500. Daarmee wordt voldaan aan de vuistregels voor het plaatsgebonden risico. Er is ook gekeken of er voor de N470 sprake is van overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Om dit te bepalen is getoetst of het aantal GF3 transporten onder de drempelwaarden in tabel 1-6 (overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde voor wegen buiten de bebouwde kom, eenzijdige bebouwing) en tabel 1-7 (overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde voor wegen buiten de bebouwde kom, tweezijdige bebouwing) zit en of met dit plan ook onder deze drempelwaarde wordt gebleven. Van belang is de afstand tussen de bebouwing en de N470, het aantal personen per hectare en het aantal transporten GF3 over de N470. Ter hoogte van dichte en tweezijdige bebouwing (Emerald en Ruyven) is de afstand tussen de as van de weg en de bebouwing minimaal 30 meter.

Hier is ook het aantal transporten het hoogst, vanwege het bevoorraden van het LNG-tankstation op Ruyven: 260. Tabel 1-7 laat zien dat de drempelwaarde voor de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt pas overschreden bij een bevolkingsdichtheid van 90 personen per hectare. Dat is daar niet aan de orde. Elders langs de N470 (zo ook ter hoogte van dit wijzigingsplan) ligt de bebouwing wel dichterbij (mimimaal 15 meter) maar daar is sprake van eenzijdige bebouwing. Hiervoor wordt gekeken naar tabel 1-6. Over dit deel van de N470 wordt alleen sporadisch propaan vervoerd. In combinatie met de lagere bevolkingsdichtheid zal ook hier de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet worden overschreden. De N470 ligt op ongeveer 1200 meter van het plangebied. Tabellen 1-6 en 1-7 gaan tot een afstand van 200 meter. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART hoeven namelijk geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een

29

gemeente Pijnacker-Nootdorp

route of tracé ligt. Een berekening van (de toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. Voor de N470 geldt vanwege het transport van GF3 een invloedsgebied van 355 meter. Omdat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de N470 ligt hoeft geen berekening of (beperkte) verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden.

Gemeentelijke route voor transport gevaarlijke stoffen Het transport van alle gevaarlijke stoffen rust op een belangrijk basisprincipe: diegene die met een voertuig via de weg gevaarlijke stoffen vervoert is, op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS), verplicht als zodanig de bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. Als het vervoer binnen de bebouwde kom noodzakelijk is ten behoeve van het laden en lossen of omdat er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is, mag de chauffeur van dit basisprincipe afwijken. Op deze manier wordt het transport van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom geminimaliseerd. De gemeente Pijnacker-Nootdorp beschikt over een aangewezen wegennet voor routeplichtige stoffen op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. De route voor gevaarlijk transport is gelegen op bedrijventerrein Ruijven, ligt op ruime afstand (ongeveer 3.500 meter) van het plangebied en vormt dus geen belemmering. Transport gevaarlijke stoffen over spoor en water Het spoor (NS Den Haag - Gouda; Randstadrail Den Haag - Rotterdam) wordt niet gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen. Rondom deze spoorbanen bevindt zich daarom geen risicocontour in het kader van externe veiligheid. Er vindt ook geen transport van gevaarlijke stoffen over water plaats.

Buisleidingen binnen/nabij het plangebied

Tabel invloedsgebieden Buisleidingen

Aardgas Het plangebied ligt niet binnen de 1% of de 100% letaliteitsgrens van een hoge druk aardgasleiding. Deze leidingen vormen dan ook geen belemmering in het kader van externe veiligheid.

Brandbare vloeistoffen Er loopt een brandstofleiding (K2) van Defensie Pijpleidingorganisatie (DPO) door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De PR 10-6 contour ligt op de leiding. De leiding ligt op ruime afstand van het plangebied en vormt daarom geen belemmering.

30

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

CO2 Er loopt een CO2-leiding door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Naar aanleiding van ontwikkelingen nabij dezelfde CO2-leiding in Zoetermeer is in 2007 door RIVM en TNO uitgebreid onderzoek gedaan naar de risico's en effecten van vrijkomend CO2 bij leidingbreuk. Hierbij is door het RIVM geconcludeerd dat de risico's en letale effecten zich niet voordoen buiten een afstand van 4 meter van de buisleiding. VROM onderschrijft dit onderzoek en deze conclusie (brief VROM, datum 24 augustus 2007, kenmerk DGM/EV2007082989). Ook recent onderzoek aan de leiding De CO2 leiding (Tebodin, documentnummer 3413682, 7 april 2014) bevestigt dit. De rapportage van Arcadis “QRA Vervoersknoop Bleizo (1 februari 2016, kenmerk D04011.000122) stelt “De ondergrondse leidingdelen leiden niet tot externe veiligheidsrisico.” De buisleiding ligt ook op ruime afstand van het plangebied en is dan ook geen belemmering in het kader van externe veiligheid. Conclusie Alle aspecten van externe veiligheid zijn beschreven en beoordeeld. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH heeft per e-mail (17 november 2021, kenmerk 2021101443965) gereageerd. De uitvoering van dit bestemmingsplan leidt niet tot een noemenswaardige toename of afname van bestaande risico's.

Op basis hiervan heeft de VRH besloten om in het kader van externe veiligheid geen spcifieke adviezen uit te brengen met betrekking tot dit bestemmingsplan. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling binnen het plangebied.

4.5

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. In onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt ten opzichte van de geldende plannen. De afweging voor een goed woon- en leefkomaat op het aspect geluid is dan ook al in deze plannen onderzocht/onderbouwd. Ook vinden er geen ontwikkelingen plaats die een geluidsbron vormen. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is niet nodig.

4.6

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In het plangebied zijn geen planologische relevante kabels en leidingen aanwezig.

31

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4.7

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Conform de NSL-monitoringstool 2019 (rekenjaar 2020) bedraagt de luchtkwaliteit in het midden van het plangebied (rekenpunt 15637951, ter plaatse van de Brinkrijk) 18,6 µg/m3 NO2, 17,3 µg/m3 PM10 en 10,2 µg/m3 PM2,5. Daar wordt ruim onder de grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 gebleven en onder de grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie van 20 µg/m3 voor PM2,5. Ook ter plaatse van de Klapwijkseweg (rekenpunt 15636687), blijven de concentraties van respectievelijk 21,5 µg/m3, 18,4 µg/m3 en 10,8 µg/m3 ver onder de eerder genoemde grenswaarden.

In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In onderhavig bestemmingsplan worden geen extra woningen mogelijk gemaakt ten opzichte van de geldende plannen en dus de al geplande woningbouw. Het aantal woningen dat nog gebouwd moet worden in het plangebied bedraagt minder dan 1.500 woningen. Het uitvoeren van een nader luchtkwaliteitsonderzoek is niet nodig. De grenswaarden worden niet overschreden.

4.8

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Natura2000-gebieden In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen Natura2000-gebieden gelegen. Het dichtstbij gelegen Natura2000-gebied betreft Meijendel & Berkheide en ligt op een afstand van circa 12 kilometer. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die - ook gezien de grote afstand - negatieve effecten hebben op de habitattypen in Natura2000-gebieden. NatuurNetwerk Nederland In het plangebied zijn geen gebieden aanwezig die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen natuurgebieden aanwezig die behoren tot het NatuurNetwerk Nederland. Ecologie De groenrand aan de oostzijde en de waterpartijen in de zuidoosthoek van het plangebied zijn ecologisch waardevol. Deze gronden hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie'. De waterpartij in de zuidoosthoek is aangegeven als 'zone water en moeras' op de gemeentelijke ecologiekaart uit 2009. De plannen voor de woonwijk Ackerswoude waren op dat moment nog in ontwikkeling.

In het rapport bij de gemeentelijke ecologiekaart is aangegeven dat in het gebied kansen zijn voor het versterken van het ecologische netwerk. Dit heeft zijn uitwerking gevonden in een groenzone met watergang aan de oostzijde van het plangebied, welke de zuidelijke waterpartij met de noordelijke waterpartij (Boezemzoom) verbindt.

32

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

Afbeelding 4 | Kaart Ecologische structuur bebouwd gebied Pijnacker (bron: Natuur op de kaart)

4.9

Verkeer en parkeren

De ontsluiting van de wijk Ackerswoude vindt plaats op de hoofdontsluitingsweg Klapwijkseweg en Vlielandseweg. De interne stratenstructuur is zodanig ontworpen dat het noordelijk deel van de wijk via de Lange Campen wordt ontsloten en het zuidelijke deel via de Monnikenweg. Door middel van langzwaamverkeersverbindingen zijn de twee delen met elkaar verbonden. Een solitair fietspad in de as van Ackerswoude verbind de wijk direct richting het centrum en de Randstadrailhalte Pijnacker Centrum. In de wijk zelf is een verfijnd fietsnetwerk doordat gebruik gemaakt kan worden van de woonstraten, die in de gehele wijk zijn ingericht als 30 km/h-straten. Omdat Ackerswoude ingeklemd ligt tussen de Zijdeweg, als oostelijke randweg, en het centrum van Pijnacker worden maatregelen genomen om sluipverkeer te weren. Hiervoor wordt in beide wegen een knip opgenomen. De verschillende woonvelden binnen de wijk zijn daarmee wel onderling te bereiken, maar op deze manier wordt sluipverkeer tegen gegaan. Voor het noordelijk deel van de wijk is middels een verkeersbesluit in 2019 de knip in de Lange Campen bekrachtigd. Voor de Monnikenweg is dit nog niet het geval. Om doorgaand verkeer door het zuidelijk deel van het plangebied tegen te gaan dient een barrière voor gemotoriseerd verkeer te worden aangebracht in de Monnikenweg.

De planning (zomer 2021) is dat na verkeerstellingen het verkeersbesluit hierover in 2022 in procedure wordt gebracht. De barrière kan vormgegeven worden door een 'harde' knip (afsluiting) of inrichtingsmaatregelen om doorgaand verkeer te weren. Hierdoor krijgt de Monnikenweg, gelijk de Lange Campen, een verkeersluw karakter en wordt hij alleen gebruikt voor de ontsluiting van het plangebied. De weg kan dan ingericht worden als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h. Hierdoor neemt de woon- en leefkwaliteit binnen het gebied niet af en vraagt de Monnikenweg relatief weinig ruimte voor het wegprofiel. Het parkeren vindt bij vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen hoofdzakelijk op eigen terrein plaats. Voor de bewoners van rijwoningen is voorzien in parkeerhofjes achter de woningen. Aan de voorzijde is voorzien in parkeergelegenheid door middel van langsparkeren.

33

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4.10

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 Het beleidsdocument 'Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 heeft de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Delfland opgesteld. Het bevat de opgave voor de gemeente bij de klimaatverandering, en de maatregelen daarvoor in de komende jaren. Voor de wijk Ackerswoude zijn geen knelpunten of maatregelen aangegeven. Wel zijn de volgende twee kansrijke maatregelen aangeduid ter plaatse van de Klapwijkseweg: Het Oude Kerkpad: extra verbinding onder RandstadRail. Oost- en Westlaan: herstructurering van het watersysteem. Veiligheid en waterkeringen Ten noorden van het plangebied is een regionale waterkering gelegen. De bijbehorende beschermingszone valt deels binnen de begrenzing van het plangebied. Ter plaatse is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen.

Voor de werkzaamheden die uitgevoerd worden en voor werken die binnen de zonering van de waterkering aangelegd worden, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.

Voorkomen van wateroverlast Waterstructuur Ackerswoude Voor de ontwikkeling van de wijk Ackerswoude is in 2014 een hydraulische toets uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport Waterstructuur Ackerswoude. Deze is als Bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd. De toets is uitgevoerd ter onderbouwing van de watertoets. Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar dit rapport in Bijlage 1 bij de regels. Hoofdwatergangen In het plangebied zijn meerdere hoofdwatergangen aanwezig. Deze watergangen zijn als 'Water' bestemd. Het gaat om de hoofdwatergangen in het noorden en zuiden van het plangebied. Deze watergangen dienen onder andere voor het doorvoeren van water vanuit het oosten naar het westen.

34

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

Afbeelding 5 | Uitsnede Legger hoogheemraadschap van Delfland Waterberging In het plangebied zijn twee waterpartijen aanwezig die voorzien in de waterberging van de woonwijk. Diverse watergangen zijn hierop aangesloten. Ook maakt een deel van deze waterpartijen deel uit van ecologische verbindingszones. In augustus 2021 zijn afspraken tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Pijnacker-Nootdorp omtrent de watercompensatie vastgelegd. In het raamplan is destijds de wateropgave vastgelegd van 13% oppervlaktewater. In het bestemmingsplan Ackerswoude uit 2014 was een norm opgenomen van 324 m3/ha. Met de wateropgave van 13% kon echter niet voldaan worden aan de norm van 324 m3/ha. Om dit verschil op te vangen is afgesproken om de peilstijging te vergroten van 20 cm naar 23 cm ove rde hele Oude Polder van Pijnacker. De peilstijging met 3 cm is mogelijk zonder overlast te veroorzaken in het betreffende peilvlak doordat de gemeente lage plekken heeft verhoogd. Met de peilstijdig onstaat er 6.104 m3 extra waterberging. Hiermee wordt het tekort vanuit Ackerswoude (1.027 m3) ruimschoots gecompenseerd en daarmee is voldaan aan de waterberging voor heel Ackerswoude. Daarnaast mag het overschot van de "overige m3" niet nog een keer worden ingezet voor een mogelijk ander tekort in Pijnacker. De afspraken zijn in overleg met Delfland in een brief van 17-08-2021 vastgelegd.

Kunstwerken Voor de aanwezige kunstwerken binnen het plangebied zijn in het rapport 'Waterstructuur Ackerswoude' uitgangspunten opgenomen ten aanzien van de ontwerpafmetingen, de diepte en minimale afmeting van de duikers.

Grondwater en voorkomen zoetwatertekort Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit zeekleigrond. Er is sprake van

35

gemeente Pijnacker-Nootdorp

grondwatertrap IV. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand op meer dan 0,4 m beneden maaiveld ligt en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert tussen 0,8 en 1,2 m beneden maaiveld. Delfland adviseert om rekening te houden met een drooglegging van 1,2 m, met een minimum van 1,0 m. Bij de ontwikkeling van de woonwijk Ackerswoude is een minimale drooglegging van 1,00 als uitgangspunt gehanteerd.

Watersysteemkwaliteit en ecologie In Ackerswoude zijn natuurvriendelijke oevers toegepast. De waterpartij in de zuidoosthoek is aangegeven als 'zone water en moeras' op de gemeentelijke ecologiekaart uit 2009. Tevens zijn met de ontwikkeling de ecologische verbindingen uitgebreid. Aan de oostzijde van het plangebied is een groenzone met een watergang gerealiseerd die de zuidelijke waterpartij met de noordelijke waterpartij (Boezemzoom) verbindt. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater.

Gezuiverd afvalwater Het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Vanauit het Netwerk Afvalwaterketen Delfland is een gezamenlijke GRP opgesteld (2018-2021). De gemeente hanteert de volgende tritsen voor de omvang van hemelwater: waterkwantiteit: vasthouden, bergen, afvoeren; waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, schoonmaken. In lijn met deze voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein; 2. hemelwater waar mogelijk terugbrengen in het watersysteem, in de bodem, óf in de riolering; 3. overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater.

4.11

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten (ten opzichte van de geldende plannen) mogelijk die genoemd zijn in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.

36

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het vastleggen van verleende omgevingsvergunningen voor woningen. De vergunningen zijn verleend op basis van regels van de onderliggende bestemmingsplannen. Voor de delen waarvoor nog geen vergunningen zijn verleend is de geldende bestemming (Woongebied) overgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe woningen of andere bouwplannen mogelijk ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet aan de orde. Het gebied Ackerswoude wordt in kleine delen ontwikkeld. Voor de gehele ontwikkeling is een globale grondexploitatieraming opgesteld. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. Per half jaar wordt de stand van zaken opgemaakt en wordt bekeken in hoeverre de begroting hierop moet worden aangepast.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Vooroverleg

Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. De ingekomen overlegreacties zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de Nota inspraak en overleg. Deze nota is als bijlage x bij deze toelichting gevoegd.

5.2.2

Inspraak voorontwerpbestemmingsplan

Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. De gemeente is vrij om toch inspraak te verlenen. Het voorontwerpbestemmingsplan is zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie in te dienen. De ingekomen inspraakreacties zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de Nota inspraak en overleg. Deze nota is als bijlage x bij deze toelichting gevoegd.

5.2.3

Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan

Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb is het ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen. Deze nota is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

37

gemeente Pijnacker-Nootdorp

38

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

Bijlagen toelichting

39

gemeente Pijnacker-Nootdorp

40

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2022

Bijlage 1 Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties

41

Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties Voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”

Afdeling Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer Team Ruimte / Cluster RO-juridisch

1.

Inleiding

Op 13 oktober 2021 heeft in de Telstar een themapagina gestaan over het voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”. Ten behoeve van inspraak heeft het voorontwerp vervolgens vanaf donderdag 14 oktober 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode was het plan digitaal te raadplegen via de website van de gemeente en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan is deze naar diverse overleginstanties toegestuurd in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van het voorontwerp zijn 12 inspraakreacties ingediend, alsmede 5 reacties van vooroverlegpartners. In de voorliggende Nota van beantwoording is elk van de ingediende reacties samengevat en voorzien van een reactie van het college. De Nota eindigt met een overzicht van de wijzigingen die zijn aangebracht in het bestemmingsplan. Dit zijn zowel de wijzigingen naar aanleiding van de inspraak- en vooroverlegreacties, als ook ambtshalve aangebrachte wijzigingen. De Nota van beantwoording inspraak-en vooroverlegreacties wordt informatief opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Tegen deze Nota kunnen geen bezwaren worden ingediend.

Vervolgprocedure Het college van burgemeester en wethouders zal de Nota van beantwoording en het ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad aanbieden met het verzoek hiermee in te stemmen en het ontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor zienswijzen. Na besluit van de gemeenteraad wordt het plan ter inzage gelegd. In dit ontwerp is het gemeentelijke standpunt naar aanleiding van de inspraak- en vooroverlegreacties verwerkt, alsmede de ambtshalve wijzigingen. Op het ontwerpbestemmingsplan kunnen zienswijzen worden ingebracht. Vervolgens zal de gemeenteraad naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan én de hierop ingebrachte zienswijzen, het bestemmingsplan (al dan niet gewijzigd) vaststellen. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan staat, kort gezegd, voor hen die zienswijzen hebben ingediend dan wel tegen bij vaststelling aangebrachte wijzigingen, beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze hoogste bestuursrechter zal de bezwaren in beroep wegen en er een oordeel over geven. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de voorliggende Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties een voorlopig standpunt inhoudt én dat het aan de gemeenteraad is om het bestemmingsplan uiteindelijk vast te stellen. Aan de hiernavolgende collegestandpunten kunnen aldus geen rechten worden ontleend.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

2.

Inspraakreacties

In dit hoofdstuk wordt voor elk van de ingediende inspraakreacties een korte samenvatting gegeven. Vervolgens wordt deze voorzien van een reactie van het college. Bij elke inspraakreactie volgt een conclusie waarin wordt samengevat tot welke wijziging in het bestemmingsplan de inspraakreactie leidt.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

1. Ontvangen op: Onderwerp:

8 november 2021 Bouwmogelijkheden vrije kavels

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Inspreker heeft in 2016 zijn woning gerealiseerd op basis van een zogenoemd kavelpaspoort. Hij heeft de wens de woning nu verder af te ronden binnen de mogelijkheden van het toedertijd door de gemeente geleverde kavelpaspoort. Helaas blijkt dit nu niet meer mogelijk door een eenzijdige aanpassing van de voorwaarden door de gemeente. Een uitbreiding van de woning is alleen mogelijk wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan (o.a. planschadeafwentelingsovereenkomst, bezonningsstudie, en schriftelijk akkoord buren). Inspreker acht dit zeer oneerlijk en buiten proportie. Hij wenst dat het bestemmingsplan wordt aangepast zodat de woning kan worden gerealiseerd zoals is afgesproken met de gemeente bij aankoop van de grond.

Reactie gemeente a.

In het voorontwerpbestemmingsplan is de keuze gemaakt om bij de nieuwbouwwoningen in het plangebied de omtrek van de vergunde woning in te tekenen als het bouwvlak. Dit om te komen tot een meer op beheer gericht bestemmingsplan. Dit is in lijn met de werkwijze die is gehanteerd in de wijzigingsplannen uit 2016 en 2019. Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn enkele inspraakreacties ingediend die betrekking hebben op deze wijze van bestemmen bij de vrije kavels in de wijk. Zo ook de bovenstaande reactie van inspreker. Het college heeft deze reacties gewogen en de conclusie getrokken dat het gewenst is voor de vrije kavels een andere wijze van bestemmen te kiezen. De nieuwe wijze van bestemmen is gebaseerd op de principes die destijds ook in het kavelpaspoort zijn opgenomen. Voor de details van deze wijze van bestemmen verwijzen we hier kortheidshalve naar de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Wij verwachten met deze wijze van bestemmen tegemoet te komen aan de wens van inspreker.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

2.

Ontvangen op: Onderwerp:

15 november 2021 Extra mogelijkheid uitbreiding woning

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Insprekers wonen sinds 2016 in Ackerswoude. Mede door de coronamaatregelen werkt betrokkene veel thuis. Hiervoor is in de woning geen aparte ruimte beschikbaar; alle kamers zijn in gebruik. Betrokkenen wensen daarom de woning uit te breiden, gelet op de vormgeving van de woning is een opbouw op de woonkamer voor hen het meest voor de hand liggend. In een eerder contact is door de gemeente aangegeven dat de woning op grond van het huidige bestemmingsplan niet kan worden uitgebreid. Hen is toen meegegeven dat een extra opbouw het ‘open’karakter van het woonblok zou aantasten. Insprekers geven aan dat er in de wijk meerde soortgelijke woningen aanwezig zijn. Gelet hierop verwachten zij dat een opbouw mogelijk zou moeten zijn. Hierover wil men graag met de gemeente in gesprek.

Reactie gemeente a. Inspreker wenst de opbouw te realiseren op een uitbouw gebouwd aan de achterzijde van de woning. De woning bestaat uit twee bouwlagen met een kap, de uitbouw bestaat uit één bouwlaag. Wij achten het niet gewenst deze uitbouw te voorzien van een tweede bouwlaag. In 2019 heeft de gemeenteraad met de zogenoemde “standaardregels” vastgesteld. Voor de erfbebouwing van woningen worden de vergunningsvrije bebouwingsmogelijkheden, zoals omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in principe voldoende geacht. In specifieke situaties kan er wellicht aanleiding om af te wijken dit principe. De bestaande situatie en ook de impact van de beoogde bebouwing op de omgeving zijn dan bepalend voor de beoordeling. De woning van inspreker kent een aanbouw over de volle diepte van het achtererf; dat overigens een beperkte diepte heeft. Deze is aanbouw is integraal onderdeel van het ontwerp van de woning. Op grond van de vergunningsvrije bebouwingsmogelijkheden van de Wabo is het niet mogelijk deze uitbouw te voorzien van een opbouw. Daarom moet worden beoordeeld of het wenselijk is de gevraagde opbouw alsnog mogelijk te maken. Wij achten het niet gewenst om aan deze opbouw medewerking te verlenen. De redenen hiervoor zijn vooral stedenbouwkundig van aard. Een opbouw leidt tot een verdichting van het bouwblok waar de woning is gelegen.

Deze achten wij niet gewenst. Daarbij zal de gevraagde opbouw leiden tot een verdichting van het straatbeeld van het Lint van Ackerwoude. De situatie bij deze woning is naar onze mening niet uniek; er zijn in de gemeente meer woningen met een relatief ondiepe achtertuin/achtererf. Medewerking verlenen aan deze uitbreiding zou daarmee kunnen leiden tot een precedent voor ontwikkelingen elders. Dit is Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

een secundair argument voor ons om geen medewerking te verlenen aan de gevraagde uitbreiding.

Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

3.

Ontvangen op: Onderwerp:

16 november 2021 Bouwmogelijkheden vrije kavels

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Inspreker beschrijft in zijn brief dat er naar zijn mening vele punten zijn waar de gemeente bij de ontwikkeling van Ackerswoude fouten heeft gemaakt. Een van de punten betreft de aanpassing van het referentiebeeld. In een eerder beeld waren zadeldaken verplicht. Deze mogelijkheid is in 2014 komen te vervallen, waardoor kubistische woningen mogelijk werden.

b.

Inspreker heeft in 2015 een kavel gekocht waarop gebouwd kon worden op basis van het toen geldende bestemmingsplan “ Ackerswoude 2014”. De betreffende regelgeving was samengevat in een zogenoemd kavelpaspoort. De wens van inspreker was om bij een verbeterde financiele situatie , en wanneer de behoefte er is, de woning uit te breiden binnen de grenzen van het kavelpaspoort. Door de bouwbeperkingen die de gemeente destijds heeft gesteld, heeft inspreker zijn woning dicht tegen de naastgelegen wonng aangebouwd. Herdoor was er geen gelegenheid meer de gewenste garage tussen de twee woningen te bouwen. Dit laatste had een fraaier beeld opgeleverd, zo geeft inspreker aan.

c.

Medio 2021 heeft inspreker in gesprek met een medewerker van de gemeente bemerkt dat het bestemmingsplan voor zijn kavel is aangepast. Het bouwvlak is hierin teruggebracht tot de omvang van de bestaande woning. De mogelijkheid om de woning in twee bouwlagen uit te breiden is verdwenen. Hij merkt hierbij op dat het vigerende (en nieuwe) bestemmingsplan sterk beperkend is voor hoekkavels, zoals van inspreker. Inspreker is het niet eens met deze aanpassing van de regels. Ook merkt hij op dat hij hier niet eerder over is geinformeerd door de gemeente. Door het bouwvlak te beperken treedt naar mening een waardevermindering van de woning op. De uitbreidingsmogelijkheden zijn nu geen extra verkoopargument meer. Inspreker verzoekt de gemeenteraad niet akkoord te gaan met het voorliggende bestemmingsplan en zich te houden aan het geen contractueel met de bewoners in 2015 is vastgelegd.

d.

Reactie gemeente a.

De door inspreker genoemde punten betreffen diverse zaken in de wijk Ackerswoude. Het voorliggende bestemmingsplan heeft geen invloed op de meeste van door inspreker genoemde punten (uitgezonderd de bebouwingsmogelijkheden op het kavel). De mogelijkheid voor de realisatie van woningen met platte daken is opgenomen in het bestemmingsplan “Ackerswoude 2014”. Dit bestemmingsplan is destijds opgesteld met als doel om, ondanks de gewijzigde economische omstandigheden, toch woningbouw te kunnen realiseren. Daartoe is het plan opgezet met als uitgangspunt het bieden van

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

maximale flexibiliteit. Het mogelijk maken van woningen met een plat dak is één van de keuzes die in dit verband is gemaakt. Het voorliggende bestemmingsplan brengt hier geen verandering in. b., c. In het voorontwerpbestemmingsplan is de keuze gemaakt om bij de nieuwbouwwoningen in en d het plangebied de omtrek van de vergunde woning in te tekenen als het bouwvlak. Dit om te komen tot een meer op beheer gericht bestemmingsplan. Dit is in lijn met de werkwijze die is gehanteerd in de wijzigingsplannen uit 2016 en 2019. Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn enkele inspraakreacties ingediend die betrekking hebben op deze wijze van bestemmen bij de vrije kavels in de wijk. Zo ook de bovenstaande reactie van inspreker. Het college heeft deze reacties gewogen en de conclusie getrokken dat het gewenst is voor de vrije kavels een andere wijze van bestemmen te kiezen. De nieuwe wijze van bestemmen is gebaseerd op de principes die destijds ook in het kavelpaspoort zijn opgenomen. Voor de details van deze wijze van bestemmen verwijzen we hier kortheidshalve naar de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Wij verwachten met deze wijze van bestemmen tegemoet te komen aan de wens van inspreker.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. De wijze van bestemmen van de vrije kavel-woningen is aangepast.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

4.

Ontvangen op: Onderwerp:

17 november 2021 Bestemming Vlielandseweg 2a t/m 6

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a. b.

c.

d. e.

Insprekers vragen waarom de contouren van de schuren en bijgebouwen rondom de woning niet zijn weergegeven. Verzoekt om deze op te nemen op de plankaart. Insprekers vragen waarom de bouwregels voor Ackerswoude gelijk zijn aan die van de woningen aan de Vlielandseweg. Ook merken ze op dat de bouwvoorschriften zijn versoberd ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Daar kunnen betrokkenen zich niet in vinden. Ze vinden dat de bouwvoorschriften gelijk moeten blijven. Hiervoor hebben ze verschillende argumenten: - De Vlielandseweg heeft een andere stedenbouwkundige structuur dan de nieuwbouwwijk; - Er is in een gesprek in 2013 met een medewerker van de gemeente gesteld dat de bouwvoorschriften in hetbestemmingsplan “Ackerswoude 2014” ongewijzigd zullen blijven. - Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan (in 2014) is in de beantwoording van de inspraakreacties bevestigd dat verworven bouwrechten jurdidisch zijn vastgelegd en daardoor niet kunnen wijzigen. Een nieuw bestemmmingsplan kan dit naar mening van insprekers niet wijzigen. - Er is geen reden om gelijkwaardige voorschriften op te stellen voor percelen die een totaal andere stedenbouwkundige waarde vertegenwoordigen, niet ansluiten op de woonwijk en percelen betreft die soms dubbel zo groot zijn.

Inprekers vragen waarom in artikel 10 “Wonen” niet wordt ingegaan op de mogelijkheid voor een bedrijf aan huis, en bij artikel 11 “Wonen-1” wel. De percelenaan de Vlielandseweg 2 t/m 6 zijn zeer geschikt voor een bedrijf aan huis en andere nevenfuncties. De nok- en goothoogtes van Vlielandseweg 2 t/m 6 zoals vermeld op ruimtelijke plannen komen niet overeen met de werkelijke situatie. Insprekers verzoeken tot slot alle andere wijzigingen in het voorontwerpbestemmingsplan ten opzichte van het huidige bestemmingsplan, die nadelig zijn voor Vlielandseweg 2 t/m 6, zodanig te wijzigen dan deze minimaal gelijk zijn aan de voorschriften van het huiidge bestemmingsplan.

Reactie gemeente a. De verbeelding van een bestemmingsplan geeft weer welke bestemmingen waar gelden, en ook welke aanduidingen hier eventueel aan de orde zijn. De aanwezige bebouwing wordt niet opgenomen op de verbeelding van een bestemmingsplan. Dit is gebaseerd op landelijke richtlijnen. b. Wij onderschrijven dat de Vlielandseweg een andere stedenbouwkundige structuur heeft dan de nieuwbouwwijk. En zien net als u dat de meeste kavels langs de Vlielandseweg groter dan de kavels inAckerswoude. De vergunningsvrije bebouwingsmogelijkheden die elk perceel heeft zijn mede afhankelijk van de omvang van het perceel. Op een groter achtererf kan meer bebouwing toegestaan. Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

In februari 2018 heeft de gemeenteraad de zogenoemde “standaardregels” vastgesteld voor de bestemmingen in de kernen van onze gemeente. Deze standaardregels gaan onder andere over de mogelijkheid voor beroep en bedrijf aan huis en over de toelaatbare erfbebouwing. Voor de erfbebouwing van woningen worden de vergunningsvrije bebouwingsmogelijkheden, zoals omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in principe voldoende geacht. In de Wabo wordt een koppeling gelegd tussen de omvang van het perceel en de toelaatbare hoeveelheid erfbebouwing. Een groter erf mag meer bebouwing dan op een kleiner erf. Naar onze mening bieden de vergunningsvrije bebouwingsmogelijkheden voldoende ruimte. Daarom heeft de gemeenteraad in maart 2020 het “Parapluplan implementatie standaardregels” vastgesteld. Met dit bestemmingsplan zijn de genoemde standaardregels gaan gelden in de kernen van Pijnacker-Nootdorp, waaronder ook voor de percelen aan de Vlielandseweg. De erfbebouwingsmogelijkheden in het voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”, waarop inspreker heeft gereageerd, is overgenomen uit dit Parapluplan. Naar aanleiding van recente ontwikkelingen is in januari 2022 door de gemeenteraad besloten de erfbebouwingsregels voor woningen gemeentebreed aan te willen passen. Daartoe is een ontwerp-bestemmingsplan voor heel Pijnacker-Nootdorp in procedure gebracht.

Deze laatst aanpassing leidt ertoe dat bij een nieuwbouwwoning ook een vergunningplichtige berging kan worden gerealiseerd; hier is tot nu toe nog een extra ontheffing noodzakelijk. Deze bestemmingsregeling is verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. De nieuwe regeling leidt overigens niet tot beperking van de bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Anders dan inspreker aangeeft heeft de gemeenteraad, wanneer daartoe aanleiding is, de bevoegdheid om een nieuw bestemmingsplan vast stellen. Ook wanneer dit leidt tot andere bebouwingsmogelijkheden bij bestaande woningen. Van deze bevoegdheid heeft de gemeenteraad bijvoorbeeld in in 2020 gebruik gemaakt met het vaststellen van het eerder genoemde “Parapluplan implementatie standaardregels”. In de door inspreker bijgevoegde beantwoording van de inspraakreactie staat vermeld dat voor de woning Vlielandseweg 4a de bouwvoorschriften niet wijzigen met de vaststelling van het bestemmingsplan “Ackerswoude 2014”. Dat is correct. De reden hiervoor is dat dit perceel, net als de overige percelen aan de Vlielandseweg 2a t/m 6 zijn gelegen buiten het plangebied van het bestemmingsplan “Ackerswoude 2014”. c.

Zowel voor de bestemming “Wonen”, waarbinnen de percelen aan de Vlielandseweg vallen, als voor de bestemming “Wonen-1” geldt dat beroep aan bedrijf aan huis is toegestaan. Naar aanleiding van uw reactie constateren we dat de bestemming “Wonen-1” een beschrijving bevat die afwijkt van de eerder genoemde Standaardregels. Dit is in het ontwerpbestemmingsplan gecorrigeerd.

d.

De maximale nok- en goothoogtes van de bestaande woningen in het plangebied zijn overgenomen uit de vigerende bestemmingsplannen. Naar aanleiding van de ingediende

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

inspraakreactie is opnieuw bekeken of de opgenomen hoogtes correct zijn. Gebleken is dat het bestemmingsplan voor de woning Vlielandseweg 6 onjuiste maximale goot- en nokhoogtesbevat. De hoogtes zijn in het ontwerpbestemmingsplan aangepast naar respectievelijk 6 en 10 meter. e.

Voor de betreffende kavels aan de Vlielandseweg is voor de bouwvlakken en ook de maximale goot- en nokhoogtes uitgegaan van de vigerende bestemmingsplannen. Voor de erfbebouwingsregeling en ook de mogelijkheden voor beroep en bedrijf aan huis is aangesloten bij het eerder genoemde Parapluplan. Wij zien daarom in het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan geen regelingen die beperkend zouden kunnen zijn voor de betrefffende percelen. De eerder genoemde omissie (onjuiste goot- en nokhoogte) is in het ontwerpbestemmingsplan gecorrigeerd.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding tot het aanbrengen van een wijziging ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

5 t/m 9

Ontvangen op: Onderwerp:

november 2021 Bestemmingen nabij de Hageveld

Ingediende inspraakreactie Door betrokkenen worden de volgende punten naar voren gebracht:

a.

b.

Insprekers zijn eigenaren van percelen in Landrijk 15 en toekomstig bewoner van Ackerswoude. Bij de aankoop van de woningen was het bestemmingsplan “Ackerswoude 2014” van toepassing. Insprekers merken op dat er enkele wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van dit plan waartegen zij bezwaar hebben. Voor een deel van de betrokken percelen is de bestemming “Wonen” veranderd in “Tuin”. Dit ledit tot beperkingen in de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het perceel. Het gedeelte waar de wijiging heeft plaatsgevonden is gelegn binnen de geurcontour van een paardenstal aan de Hageveld. Deze geurcontour wordt door insprekers niet betwist. De beperkingen als gevolg van de geurcirkel zijn bekend en zijn ook notarieel zijn vastgelegd. De voorgestelde aanpassing van het bestemmingsplan is volgens hen niet noodzakelijk. Aan het Hageveld was in het plan uit 2014 een bestemming “Groen “ opgenomen. In het bestemmingsplan uit 2021 is deze bestemming vervallen en is aan deze gronden de bestemming “Verkeer” toegekend. Door deze wijziging hebben inspreker minder zekerheid over de toekomstige inrichting van het gebied rondom hun percelen, met mogelijk nadelige gevolgen. Verzocht wordt de groenzone met de bestemming “Groen” te behouden.

Reactie gemeente a.+ b. De door insprekers genoemde aanpassingen ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2014 zijn abusievelijk opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”. Het ontwerp van het bestemmingsplan is op deze onderdelen aangepast in lijn met het bestemmingsplan uit “Ackerswoude 2014”.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

10.

Ontvangen op: Onderwerp:

23 november 2021 Bouwmogelijkheden vrije kavels

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Inspreker geeft aan via de gemeente een kavel te hebben gekocht waarbij aan de hand van een kavelpaspoort kon worden gebouwd. Deze afspraken zijn in optiek van insprekers wederzijds aangegaan en contractueel verankerd. Indien dit plan een inbreuk betekent op de toenmalige afspraken, willen insprekers laten weten hiermee niet akkoord te gaan. Zij achten de gemeente gehouden aan de toenmalige afspraken welke niet eenzijdig kunnen worden aangepast.

Reactie gemeente a.

In het voorontwerpbestemmingsplan is de keuze gemaakt om bij de nieuwbouwwoningen in het plangebied de omtrek van de vergunde woning in te tekenen als het bouwvlak. Dit om te komen tot een meer op beheer gericht bestemmingsplan. Dit is in lijn met de werkwijze die is gehanteerd in de wijzigingsplannen uit 2016 en 2019. Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn enkele inspraakreacties ingediend die betrekking hebben op deze wijze van bestemmen bij de vrije kavels in de wijk. Zo ook de bovenstaande reactie van inspreker. Het college heeft deze reacties gewogen en de conclusie getrokken dat het gewenst is voor de vrije kavels een andere wijze van bestemmen te kiezen. De nieuwe wijze van bestemmen is gebaseerd op de principes die destijds ook in het kavelpaspoort zijn opgenomen. Voor de details van deze wijze van bestemmen verwijzen we hier kortheidshalve naar de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Wij verwachten met deze wijze van bestemmen tegemoet te komen aan de wens van inspreker.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

11.

Ontvangen op: Onderwerp:

29 november 2021 Opbouw bijgebouw Laan van Klapwijk

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Inspreker woont in een geschakelde woning aan de Laan van Klapwijk. Hij heeft, samen met zijn buren, de wens de garages te voorzien van een opbouw. Deze opbouw is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Inspreker verzoekt om het bouwplan mogelijk te maken.

Reactie gemeente a.

Wij achten het vanuit stedenbouwkundig overwegingen niet gewenst om aan het bouwplan van inspreker medewerking te verlenen. Hiervoor hebben we de volgende argumentatie. Aan de Laan van Klapwijk is een rij geschakelde twee-onder-een kap woningen gerealiseerd. Deze woningen zijn onderling verbonden door garages. Door de wijze waarop de woningen zijn gerealiseerd ontstaan een helder beeld van afwisselend hoofdgebouw (twee bouwlagen met kap) en bijgebouw (één bouwlaag). De door inspreker bedachte opbouw zorgt voor een meer aaneengesloten hogere bebouwing verstoord deze ritmiek. Het open karakter dat de bebouwing hier nu heeft wordt meer gesloten. Dit achten wij ongewenst.

Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.

Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Ackerswoude 2021”(NIET geanonimiseerd)

10.

Ontvangen op: Onderwerp:

9 december 2021 Bestemmingen in Ackerswoude

Ingediende inspraakreactie Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht:

a.

b.

c.

d. e.

Inspreker geeft aan dat er enkele onjuistheden zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Artikel 9 paragraaf 9.2.2. Bouwen punt c: Hierin staat half-vrijstaand of vrijstaand en ter plaatse van de aanduiding: twee-aaneen. Vrijstaand moet hierin twee-onder-een-kap zijn. Aangezien eronder nogmaals vrijstaand staat opgenomen en de aanduiding twee-aaneen staat. 2. Artikel 9 paragraaf 9.2.2. Bouwen punt d: Hierin staat opgenomen dat tussen twee niet aaneengebouwde woningen de afstand van elk van de woningen tot de onderlinge zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen. Echter wordt die afstand van 3 meter in de huidige plannen niet overal behaald. Bijvoorbeeld tussen bouwnummer 51 en 52 van Landrijk 15 zit minder dan 3 meter afstand tussen. Op de verbeelding kloppen de bouwhoogtes niet. Onderling binnen het plan bij hetzelfde type woning (vrijstaand, twee- onder een kap) worden er verschillende bouwhoogtes gehanteerd. Daarnaast ontbreken er een aantal bouw- en goothoogtes ter plaatse van de woningen. Tot slot is de vraag moeten de schijnschoorstenen ook binnen de bouwhoogtes vallen, zo ja dan zijn de huidige maten niet toereikend. Ook is het groenperkje uit Landrijk 18 nu aangeduid als weg, dit moet zijn groen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11960473/1