CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bijlage behorend bij Ontwerp Regionaal Risicoprofiel

Raad Besluitvorming 20 oktober 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Regionaal Risicoplan en Regionaal beleidsplan rampenbestrijding en crisisbeheersing 2023-202612.574 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waar eerder de warmte geleverd werd door gasturbines komt de warmte steeds vaker vanuit Geothermie of restwarmte vanuit de industrie. Vanaf feb 2022 is gestart met WarmtelinQ. Hierin wordt restwarmte vanuit de industrie van Rotterdam getransporteerd naar o.a. Den Haag met water met een temperatuur van 110 – 120 oC. Voor buisleidingen is er het Besluit externe veiligheid Buisleidingen (vanaf 1 juli 2022 de Omgevingswet) en is er een Landelijke Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. Gemeenten moeten met hun gebiedsontwikkeling hier rekening mee houden. Voor Haaglanden voert deze reservering vooral door de gemeente Midden-Delfland.

Stationaire inrichtingen (Bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken of opslaan) In Haaglanden zijn naar schatting 100-150 bedrijven gevestigd (waarvan in de regio weinig zijn geclusterd op industrieterreinen) die onder de regelgeving voor externe veiligheid (het besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, na 1 juli 2022 de omgevingswet) vallen. Dit betreffen voornamelijk LPG-tankstations, CPR-15 opslagloodsen en ammoniak koelinstallaties. Daarnaast zijn er vuurwerkverkooppunten, deze vallen onder het vuurwerkbesluit. De veiligheidsimplicaties zijn echter veelal van beperkte omvang. Daarnaast zijn er nog enkele honderden kleinere risicorelevante bedrijven in de regio gevestigd. Kernincidenten Nederland heeft één kerncentrale en twee reactoren voor onderzoek. De kerncentrale staat in Borsele, de onderzoeksreactoren zijn te vinden in Delft en Petten. In de regio Haaglanden bevindt zich het Reactor Instituut Delft. Het RID maakt deel uit van de Technische Universiteit Delft en concentreert zich op technisch wetenschappelijk onderzoek en onderwijs over radioactieve stoffen en ioniserende straling. Het RID beheert hiervoor een onderzoeksreactor. De reactor (kleine zwembadreactor 2,3MWth) is niet gemaakt om energie te leveren, maar dient als neutronen- en positronenbron voor onderzoek. Het proces verloopt niet onder hoge druk of bij hoge temperaturen.

Daardoor is de onderzoeksreactor niet te vergelijken met een reactor als in Borssele (1366MWth), die benut wordt voor het (commercieel) produceren van energie. Het RID heeft behalve de onderzoeksreactor ook diverse radio-chemische laboratoria.

16

Ook in ziekenhuizen wordt gebruik gemaakt van radioactief materiaal. Denk aan röntgenfoto’s en bestraling van kankerpatiënten. Radioactieve stoffen zenden straling uit. Een grote hoeveelheid straling kan schadelijk zijn. Voor het werken met radioactief materiaal zijn daarom strenge eisen in de Kernenergiewet vastgelegd. De Kernenergiewet spreekt niet over kernincidenten, maar over stralingsongevallen en maakt onderscheid tussen A- en B-objecten. Het onderscheid tussen A- en B-objecten wordt gemaakt op basis van de te verwachten scenario’s en de impact ervan. Ziekenhuizen waar gebruik wordt gemaakt van radioactief materiaal, zijn niet aangemerkt als een specifiek A/B-object, maar hebben relatief gezien eenzelfde risico-omvang als het RID. Toch is de onderzoeksreactor in Delft (RID) wel aangemerkt als A-object. Dit komt doordat de dichtbevolkte omgeving bij een eventuele calamiteit een grote voorlichtingsbehoefte met zich mee brengt. In de regio Haaglanden vindt in beperkte mate transport van nucleaire stoffen plaats (georganiseerd afval transport vanaf Delft, eens in de 10 jaar en kleine hoeveelheden ziekenhuis transport). Voor transporten van nucleair materiaal gelden strenge internationale veiligheidseisen. Ook het toezicht op de transporten is streng. De veiligheidsvoorschriften zijn gebaseerd op de adviezen van het internationaal atoomagentschap (IAEA).

De voorschriften hebben betrekking op verpakkingen, containers, documenten, opleidingen van het personeel en controles voorafgaand aan- en tijdens het vervoer. Voor het vervoer van nucleair materiaal is een vergunning nodig op grond van de Kernenergiewet (Kew). De Rijksoverheid verleent de vergunning. Stralingsongevallen kunnen (regio-)grensoverschrijdend zijn. Dat wil niet perse zeggen dat de radiologische aspecten dat zijn, maar de maatschappelijke gevolgen kunnen dat wel zijn. Indien in het buitenland een (dreigend) stralingsongeval plaatsvindt hebben de EU-lidstaten afgesproken dat buurlanden elkaar zo snel mogelijk alarmeren en van informatie voorzien. Bij een ongeval over de grens volgt Nederland in eerste instantie de maatregelen van het land waar de ramp plaatsvindt. Een regionale ontwikkeling is recent gebouwde protonenkliniek in Delft. Deze kliniek is gerealiseerd naast het Reactor Instituut Delft en hierdoor vindt er een herinrichting van het gebied plaats. Deze kliniek brengt met zich mee dat er op die plek mensen zullen worden bestraald en dit zorgt naar verwachting voor meer vervoersmomenten.

Gebouwde omgeving Brand en instorting Het crisistype Branden in kwetsbare objecten kent de volgende incidenttypen: • • • • •

17

Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen; Grote brand in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie; Grote brand in bijzondere en/of hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing; Grote brand in dichte binnensteden; Grote brand in vanuit maatschappelijk oogpunt als hoog risico aangeduid bouwwerk.

Dit crisistype omvat branden en incidenten met veel rookontwikkeling of giftige dampen (anders dan afkomstig van de verwerking van gevaarlijke stoffen, dit is een ander crisistype) in gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden, dan wel met de aanwezigheid van niet of verminderd zelfredzame personen. Daarnaast richt het zich op grote branden in bepaalde type van gebouwen: complexe gebouwen, bepaalde clustering van gebouwen (m.n. binnenstedelijk gebied) en gebouwen met een bepaalde maatschappelijke waarde. Op regionaal niveau wordt het risico van brand vooral bepaald door de combinatie van de stedelijke dichtheid die Haaglanden kent en de bedreiging van het vrijkomen van schadelijke stoffen. Daarnaast zijn branden in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen een zorg binnen Haaglanden. Met name de vergrijzing en toename van de extramurale zorg, zorgen voor een toename van dit risico. Door de verdichting zien we steeds kortere afstand tussen (grote) objecten en woonomgeving, waardoor de overlast bij brand steeds heviger wordt. Ook zien we grotere objecten naast snelwegen en treinsporen. Bij een brand kan dit effect hebben voor afsluiting van deze infrastructuur. In de binnenstad hebben we te maken met cultureel erfgoed en monumentale panden. Na een grote brand in de binnenstad kunnen deze worden aangetast of zelfs helemaal verloren gaan.

Bij een brand in bebouwd gebied, is de kans op overslaan van de brand naar aanliggende panden groot en is er sprake van een effectgebied. Ruimtelijk gezien zullen door de dichte bebouwing aanrijtijden onder druk komen te staan en zijn opstelplaatsen voor blusvoertuigen en hoogwerkers geen vanzelfsprekendheid meer. Daarnaast zal ook de afstand tussen risicobronnen, zoals transport en opslag van gevaarlijke stoffen, en bebouwde omgeving verder afnemen. De veranderende hoogte, diepte en omvang van gebouwen en het intensievere ruimtegebruik, in combinatie met de diversiteit in groepen bewoners, brengen bovendien voor de aanwezige gebruikers en hulpverleners nieuwe risico’s met zich mee.

Verminderd zelfredzamen Gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen die voor het risicoprofiel zijn aan te merken als risicobronnen, zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: Zorgcluster- en groepszorgwoningen (o.a. verzorg en verpleegtehuizen), dagverblijf en onderwijsfuncties voor gehandicapten, celfuncties (gevangenissen en politiebureaus), Gezondheidszorgfuncties met bed gebieden voor >10 pers (ziekenhuizen) en Basisonderwijs (basisscholen) met > 250 pers. In Haaglanden bevinden zich een groot aantal gebouwen met verminderd zelfredzame personen. Denk hierbij aan ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, scholen, kinderdagverblijven en cellencomplexen. Een punt van zorg is de toenemende mate van extramurale zorg waarbij hulpbehoevenden niet meer in een zorginstelling wonen maar die aan huis zorg ontvangen. Grootschalige publieksfunctie In de regio Haaglanden bevindt zich een groot aantal gebouwen die bestempeld kunnen worden als grootschalig publieksgebouw, zoals religieuze constructies, winkelcentra (>500 personen), buurt/wijkcentra, sportcomplexen, zwembaden, musea, discotheken, bioscopen, theaters, stadions, stations en congrescentra. Ook zijn er in de regio meerdere recreatiegebieden zoals Kijkduin, Scheveningen, Wassenaar en verschillende gebieden in Den Haag (Malieveld, Zuiderpark en Westerpark).

Ook zijn er grote attractieparken die met name in de zomer grote bezoekersaantallen trekken: Duinrell, Familiepark Drievliet, Madurodam en SnowWorld Zoetermeer trekken in de regio duizenden (buitenlandse) bezoekers per dag aan. Naast de objecten met grootschalige publieksfuncties, zien we binnen de regio ook locaties waar juist kleinschaligere publieksfuncties dicht op elkaar zitten en daarmee ook een risico vormen (bijv. centrum/winkelgebieden zoals het Stadshart in Zoetermeer, universiteitsterreinen en pleinen met veel horeca). Bijzondere en/of hoge gebouwen In de regio Haaglanden – Den Haag en Zoetermeer in het bijzonder - bevinden zich tientallen gebouwen met een hoogte tussen de 73,5 en 158 meter hoog. Een aantal gebouwen bevat 25 of meer verdiepingen waaronder New Babylon (hotel/conferentiecentrum) de ministeries J&V en Binnenlandse Zaken (JuBi-gebouw), het Strijkijzer (woningen), de Kroon (torenflat met woon- en kantoorruimten), de Hoftoren (kantoren), Leonardo da Vinci (woningen), Witte Anna (woningen en restaurant) en De Haagsche Zwaan (kantoorgebouw waarvan de gevel 12 meter over de Utrechtse Baan heen hangt). Naast hoogbouw bevindt zich in Haaglanden ook ondergrondse bebouwing. Veelal zijn dit parkeergarages, stations of tunnels.

Naast hoge of ondergrondse gebouwen, kent Haaglanden ook een groot aantal complexe panden, veelal industriegerelateerd, zoals RoyalFlora Holland in het Westland. Binnenstedelijk gebied Vooral Delft en Den Haag hebben beide een oude binnenstad die gekenmerkt wordt door smalle straatjes en oude gebouwen. In Delft zijn naast de bekende grachtenpandjes ook de oude universiteitsgebouwen, oude kerken en het stadhuis kenmerkend. Verder bevinden zich in de andere gemeenten oudere authentieke kernen. Zoetermeer kent een binnenstad met schakeling tussen bebouwing en infra op verschillende niveaus. Daardoor is de kans op branduitbreiding/overslag groter, zijn ontruimingen gecompliceerd en is bluswatervoorziening een aandachtspunt. Gebouwen met een vanuit maatschappelijk oogpunt hoog risico Haaglanden kent vele gebouwen die vanuit maatschappelijk oogpunt aangemerkt kunnen worden als hoog risico. Hierin schuilt bij incidenten vooral de impact op de sociale veiligheid. Het verloren gaan van dergelijke objecten kan leiden tot angst en woede dan wel onrust onder de bevolking. In Den Haag zijn met name de oude bestuursgebouwen en internationale instellingen kenmerkend: met vele regeringsgebouwen, het Koningshuis, ambassades, VN-complexen, consulaten en internationale instellingen.

Specifiek is de gemeente Den Haag een evenementen- en regeringsstad, maar vooral als politiek centrum en internationale stad van Vrede en Recht, dient de regio Haaglanden rekening te houden met de vele actoren op het gebied van safety en security die deze instellingen met zich meebrengen. Andere gebouwen met een vanuit maatschappelijk oogpunt hoog risico zijn o.a.: Internationale instellingen, Justitie, wetenschap en onderzoek, Koninklijk huis, Recreatie en toerisme, Rijks-, Provinciale- en lokale overhead, Nationale veiligheid en Rijksmonumenten. In de regio verschijnen steeds meer gebouwen waarbij functies worden gecombineerd (meervoudig ruimtegebruik) en waarbij het bouwproces steeds complexer wordt in zowel hoogbouw als ondergrondse bouwwerken. Aan de andere kant zijn er gemeenten die juist investeren in het behoud van haar authentieke kernen. Dit zorgt voor een grote diversiteit aan bouwwerken binnen Haaglanden. Van de noodzakelijke woningbouw wordt gestreefd naar 80% realisatie binnen bestaand stedelijk gebied, dus verdichting. Hierdoor zal steeds vaker in de hoogte gebouwd gaan worden. Daarnaast vraagt het toenemend aantal alleenwonenden en het vluchtelingenbeleid gemeenten op korte termijn in extra woonruimte te voorzien. Ook worden gebouwen met eerder een andere bestemming (denk aan schoolgebouwen, kazernes en leegstaande kantoren) aangepast naar woonruimten en

18

worden bedrijventerreinen getransformeerd naar gemengd stedelijk gebied. Voorbeelden van laatstgenoemde zijn de Schieoevers in Delft en het Havenkwartier in Rijswijk.

Verkeer en vervoer Op het moment van het opstellen van dit risicoprofiel heerst de COVID-19 pandemie. Maatregelen die voor het bestrijden van de pandemie zijn opgelegd, waaronder het sluiten van bepaalde sectoren, het advies zo veel mogelijk thuis te werken en het sluiten van grenzen hebben invloed op de huidige vervoersbewegingen op het spoor, op de weg en in de lucht: • • •

In april en mei 2020 vloog maar 2 tot 3% van het aantal passagiers een jaar eerder. Alhoewel het aantal langzaam weer toenam was het aantal begin 2021 ruim 16% van het aantal een jaar eerder. Voor het openbaar vervoer liep het aantal check-ins in het begin van de pandemie terug tot 13% van het aantal een jaar eerder. Eind 2021 was het aantal toegenomen tot 63% van het aantal van voor de pandemie. Het wegverkeer daalde in april 2020 tot 35% ten opzichte van het jaar ervoor. In de zomer van 2020 en 2021 nam het wegverkeer weer toe tot ongeveer 80% ten opzichte van 2019. Tijdens de maatregelen eind 2020 en 2021 daalde het wegverkeer tot 60-80% ten opzichte van voor de coronapandemie8.

Het is nog onbekend wanneer en of na de pandemie het verkeer en vervoer weer op het niveau komt van vóór de pandemie. Verkeersincident spoor In de regio Haaglanden is sprake van een relatief hoge verkeersintensiteit op het spoor. Hierbij gaat het niet alleen om de frequentie, maar ook vooral ook om de aantallen personen die dagelijks gebruik maken van spoorvervoer. Het treinverkeer in de regio kenmerkt zich tijdens de spits door overvolle dubbeldekkers die in grote aantallen over het spoor rijden. Naast het treinspoor beschikt de regio over een intensief tramspoornet waarover meer dan honderd trams rijden. Het gaat hier dan ook met name om verkeersincidenten waarbij veel personen zijn betrokken. Van het baanvak Den Haag Centraal – Gouda ligt ongeveer 10 kilometer spoor in de veiligheidsregio. Van het baanvak Leiden Centraal – Den Haag Hollands Spoor – Rotterdam Centraal ligt ongeveer 20 kilometer spoor in de regio. Van de HSL Zuid is dit ongeveer twee kilometer spoor. Daarnaast zijn er opstelterreinen voor reizigerstreinen in Den Haag Binkhorst, is er een werkplaats in Leidschendam-Voorburg en zijn er spoortunnels in Rijswijk en Delft. De rijksoverheid is in 2014 gestart met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). Binnen PHS wordt de infrastructuur aangepast om snelle en hoogwaardige verbindingen te realiseren.

Dat wordt onder andere gedaan door het toepassen van een nieuw beveiligingssysteem en het verminderen van het aantal wissels en overwegen. Met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer wordt het mogelijk gemaakt om op de drukste trajecten elke tien minuten een trein te laten rijden. Ook worden bepaalde baanvakken verdubbeld van twee naar vier sporen. Met de bouw van de spoortunnel in Delft is hier een eerste aanzet toe gegeven. Momenteel wordt het station Delft Campus (voorheen Delft Zuid) vernieuwd. Met het realiseren van het Station Delft Campus is ook het spoor van Rijswijk naar Delft Campus verdubbeld van twee naar vier sporen.

19

De meeste slachtoffers vallen in Nederland op overwegen voorzien van stoplicht of spoorboom: jaarlijks zo'n 40 aanrijdingen. Een derde van de ongelukken op overwegen heeft een dodelijke afloop. Een ongeluk heeft gevolgen voor de bereikbaarheid. Spoor, bovenleiding en materieel kan zwaar beschadigd raken en het treinverkeer heeft last van vertragingen door herstelwerkzaamheden. Daarom is de laatste jaren geïnvesteerd in het veiliger maken van overgangen en in het uiterste geval het verwijderen van overgangen door het aanleggen van tunnels. Zo is in 2021 de overgang op ’t Haantje in Rijswijk vervangen door een onderdoorgang. In de ’lange termijn spooragenda’ heeft het betreffende ministerie ambities zoals het verhogen van veiligheid voor personenen goederenvervoer neergelegd voor de termijn tot 2028. De toekomstige groei van het goederenvervoer betreft voornamelijk het beter benutten van de Betuwelijn waarlangs het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor beperkt zich in Haaglanden enkel tot het baanvak vanuit Rotterdam naar DSM in Delft. Zie hiervoor het crisistype “transport gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor”. ProRail werkt met het ministerie en vervoerders aan een nieuw beveiligingssysteem 'het European Rail Traffic Management System.

Vooruitlopend daarop komt er bijvoorbeeld in treinen en verkeersleidingsposten een alarmsysteem dat machinist en treindienstleider waarschuwt wanneer een trein door een rood sein rijdt. Verkeersincident weg Haaglanden kent een intensieve infrastructuur, passend bij de hoge bevolkingsdichtheid van de regio. Dagelijks rijden vele mensen in, door, uit en naar Haaglanden. Met name in Den Haag is de congestie in de spits hoog. Dagelijks vinden er in de 8 https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/welvaart-in-coronatijd/mobiliteit

regio aanrijdingen plaats, maar deze leiden nagenoeg nooit tot rampen en crises. Toch is het niet uit te sluiten dat er een keer een verkeersincident plaatsvindt dat wel kan leiden tot een ramp of crisis. Het gaat hier om met name incidenten waarbij veel personen zijn betrokken. Binnen regio Haaglanden vallen vier rijkswegen, de A4, de A12, A13 en de A20. Deze rijkswegen zijn van vitaal belang voor de bereikbaarheid van- en mobiliteit binnen de regio. Het Prins Clausplein en de Utrechtsebaan vormen hierbij belangrijke knooppunten. Daarnaast kent Haaglanden meerdere provinciale wegen. De meeste liggen in de gemeente Westland waaronder de N222/Veilingroute, de N211/Wippolderlaan, de N220 en N223 en de N211/N213 die overgaat in de A20 richting Rotterdam. De N468 ontsluit Midden-Delfland op de A4 en verbindt Schipluiden en Maasdijk. De N470/Kruithuisweg verbind de A4, de A13 en A12 langs Delft en Pijnacker. De N44 langs Wassenaar gaat over in de A44 richting Amsterdam. De intensiteit van het verkeer over de weg neemt al jaren toe. Wegbeheerders zijn daarom continu bezig nieuwe voorzieningen te creëren om te voldoen aan de mobiliteitsbehoefte. Door een nog intensiever gebruik van de beperkte ruimte in regio door verkeersdeelnemers neemt het risico op grootschalige incidenten toe.

De effecten van incidenten in wegtunnels zijn qua effecten heel anders dan 'normale' incidenten op de weg. Om die reden worden dergelijke tunnelincidenten meegenomen in het crisistype 'incidenten in tunnels'. Incidenten in de open lucht bij het vervoer van gevaarlijke stoffen worden afhankelijk van de aard van de stof behandeld onder de respectievelijke crisistypes 'incident met brandbare/explosieve stof', 'incident met giftige stof' en 'kernincident'. Incidenten in tunnels Haaglanden kent een groot aantal tunnels, variërend van weg-, tot spoor- (trein) en tramtunnels. Een aantal van de spooren tramtunnels hebben ondergrondse stations (Rijswijk, Delft, Grote Markt en station Oosteinde). De lengte van de tunnels varieert van enkele honderden meters tot enkele kilometers. De tunnels worden dagelijks intensief gebruikt door een groot aantal personen. Als laatste is in 2021 in Den Haag de Victory Boogie Woogietunnel in gebruik genomen. Tunnels zijn onderhevig aan strenge veiligheidseisen, vastgesteld in zowel landelijke als Europese regelgeving en richtlijnen. In de laatste wijziging van de Wet Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels is een norm opgenomen waaraan wegtunnels minimaal moeten voldoen. In de tunnel kunnen verschillende ongevallen ontstaan. Een explosie of brand kan grote schade aanrichten.

Door rook is het zicht slecht, is er al gauw te weinig zuurstof en kan er paniek ontstaan. Vluchten uit een tunnel is moeilijk. De impact van mogelijke incidenten wordt, naast het intensieve gebruik van de tunnels, vergroot door het transport van gevaarlijke stoffen door tunnels. Doordat gevaarlijke stoffen niet zo snel kunnen worden afgevoerd brengt dit een extra risico met zich mee. Haaglanden kent geen tunnels waarin de zwaarste categorie van gevaarlijke stoffen is toegestaan (bulk transport van zeer ontbrandbare, explosieve of giftige stoffen). Een incident in een tunnel is een verstoring van het dagelijkse leven. Je hebt te maken met de effecten filevorming en een omleiding en hierdoor ontstaat langdurig wachten, zeker in de spits. Doordat tunnels in een netwerk liggen, heeft een incident in een tunnel in Haaglanden al snel gevolgen voor de doorstroming op het netwerk in de omliggende regio’s. Omgekeerd is dat ook zo, wanneer er zich een incident voordoet in een tunnel in een omliggende regio ondervindt de regio Haaglanden hier hinder van (bijvoorbeeld bij een incident in de Ketheltunnel op de A4 bij Schiedam). In 2017 is de bouw van de tweede casco tunnelbuis van de spoortunnel in Delft afgerond. In 2024 moet het spoor tussen Rijswijk en Rotterdam zijn aangepast binnen het project Hoogfrequent spoor (zie hiervoor ook het crisistype ‘Incidenten op het spoor’).

Voor de spoortunnel in Delft betekent dit dat dan ook de tweede tunnelbuis voorzien van spoor in gebruik is genomen. Luchtvaartincidenten Het crisistype Luchtvaartincidenten kent de volgende incidenttypen: • • •

Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein; Incident vliegtoestel bij vliegshows; Incident tijdens vlucht.

De regio Haaglanden heeft te maken met twee vliegveldterreinen, Rotterdam – The Hague Airport en Schiphol Amsterdam Airport. Beiden zijn buiten Haaglanden gelegen, maar de regio heeft wel te maken met het vliegverkeer dat aanvliegt of vertrekt vanaf met name Rotterdam - The Hague Airport. Zeker omdat start en landing het grootste risico vormen bij luchtvaartincidenten. Naast de hierboven genoemde vliegvelden zijn er meerdere landingsplaatsen voor helikopters in de regio aanwezig, met name bij de verschillende ziekenhuizen. Daarnaast worden jaarlijks door de provincie ontheffingen verleend voor het met een helikopter opstijgen en/of landen op een terrein. Incidenteel wordt er ook geland bij de gevangenis van Scheveningen en bij koninklijke gebouwen. Boven de Koninklijke paleizen in de regio (Noordeinde, Huis ten

20

Bosch en De Eikenhorst) mag niet gevlogen worden. Commerciële vluchten hebben hier geen last van, omdat zij op grote hoogte vliegen. Op grond van de gevonden kengetallen kunnen luchtvaartincidenten binnen de regio Haaglanden niet worden uitgesloten. Alhoewel de regio Haaglanden zelf niet beschikt over een in gebruik zijnde luchthaven, vindt boven de regio wel intensief luchtverkeer plaats voornamelijk van en naar de luchthaven Schiphol Airport. Daarnaast ligt het vliegveld Rotterdam The Hague Airport zodanig dicht bij de regiogrenzen, dat problemen bij de start en landing van luchtvaartuigen ook voor de regio Haaglanden een veiligheidsrisico vormt. Om voorbereid te zijn op luchtvaartincidenten is de Handreiking Crisisbeheersing op luchthavens beschikbaar. Hierin zijn tien maatscenario’s beschreven. Een maatscenario is een beschrijving van een te verwachten incident; als het ware een gemiddelde ramp. Deze maatscenario’s helpen bij het denken in scenario’s en zijn zo het uitgangspunt voor maatregelen, voorzieningen en afspraken over de organisatie van de crisisbeheersing op de luchthaven en voor het oefenen in zowel monodisciplinair- als multidisciplinair verband. De verwachting is, dat het aantal vliegbewegingen in de toekomst weer gaat toenemen. In welke mate is afhankelijk van economische ontwikkelingen en globalisering.

Bij de Provincie Zuid-Holland is daarnaast een aanvraag bekend voor een helikopterplatform in de regio Haaglanden (Den Haag Ypenburg (Gavi kavel)). Op 21 januari 2018 is de luchthavenregeling helikopterluchthaven Spoorlaan Den Haag in werking getreden. Incidenten op/onder water Binnen de regio Haaglanden bevinden zich 2 waterwegen. De vaarweg tussen Rotterdam en Den Haag loopt door de Delftse Schie, het Rijn-Schiekanaal en de Haagse Trekvliet. De vaarweg tussen Den Haag en Voorschoten loopt door het RijnSchiekanaal vanaf de Trekvliet in Den Haag tot aan het Korte Vlietkanaal in Leiden. Op deze vaarwegen bevinden zich een groot aantal bruggen en sluizen. Daarnaast kent Haaglanden meerdere havens, voornamelijk voor de pleziervaart. In de Scheveningse haven vindt ook beroepsvaart plaats, met namelijk gericht op de visserij. In de meeste gevallen wordt met kleine boten gevaren, maar ook met grote boten (voormalige loggers of kotters) voor zowel beroeps- als recreatieve doeleinden. Op deze boten kunnen maximaal 100 personen. In de haven bevinden zich bunkerboten die andere schepen van diesel voorzien. Voor de kust zijn verschillende ankerplaatsen aanwezig. Deze liggen meer dan 1 km uit de kust (en daarmee buiten verantwoordelijkheid Veiligheidsregio) en vormen een beperkt risico.

Desondanks kunnen de effecten van grote schepen buiten de territoriale wateren van invloed zijn op onze regio (zinkend schip/olielek). Deze incidenten vallen onder de wet bestrijding maritieme ongevallen. De uitvoering van de wet valt onder de minister van Infrastructuur en Waterstaat/Kustwacht en betreft het territoriale gebied (ruim 22 km vanuit de laagwaterlijn). Veder kent de regio een groot aantal recreatiegebieden. Zoetermeer beschikt over een duikpark aan de Zoetermeerse Plas. Ook de Noordzee valt als duiklocatie binnen het regiogebied. Tussen Nootdorp en Pijnacker ligt de Dobbeplas. Tussen Delft, Schiedam, Vlaardingen en het Westland ligt een van de oudste poldergebieden van Zuid-Holland.

21

Grote passagiersschepen komen in Haaglanden niet voor. Wel varen er meerdere rondvaartboten in Den Haag/Scheveningen, Delft, Rijswijk, het Westland en Midden-Delfland. Het aantal opvarenden ligt tussen de 25-40 personen. In Den Haag hebben ook de Minerva (partyschip tot 120 personen) en de Mercuur (museumschip-partyschip tot ongeveer 100 personen) een vaste ligplaats in de 2e haven van Scheveningen. Met het Toezichtplan Veilig Vervoer over Water 2017 (i.o.v. BZ) van de toezichthouder op zeehavens en binnenwateren, wordt een nieuwe impuls gegeven aan de gezamenlijke afstemming ten behoeve van veilig, schoon en integer goederenvervoer en personenverkeer op het water. Betrokken diensten zijn o.a. de Politie, Douane en Koninklijke Marechaussee, het Havenbedrijf Rotterdam, de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Inspectie SZW. De Nederlandse kust is een belangrijk onderdeel van het toeristisch recreatief aanbod. Bestaande ruimtelijke programma’s richten zich vooral op het verbeteren van doorstroming van het strandverkeer. De kust is in ontwikkeling voor de waterrecreatie. De zoute watersport krijgt een enorme impuls door de aanleg van nieuwe jachthavens aan de kust. De huidige watersportmogelijkheden aan het strand zijn vastgelegd in de Nota Strandbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11826777/1