Bijlage 4 - Bijlage behorend bij Ontwerp Regionaal Risicoprofiel
Tekst van het document
Regionaal Risicoprofiel Haaglanden 2023 Bijlagen
1
BIJLAGE 1
BETROKKENEN REGIONAAL RISICOPROFIEL HAAGLANDEN
3
BIJLAGE 2
OVERZICHT MAATSCHAPPELIJKE THEMA’S, CRISISTYPEN EN INCIDENTTYPEN
4
BIJLAGE 3
RISICO’S NADER TOEGELICHT
6
2
Bijlage 1
Betrokken organisaties Regionaal Risicoprofiel Haaglanden Het Regionaal Risicoprofiel Haaglanden is tot stand gekomen met de medewerking van vele organisaties. Hieronder een overzicht: Brandweer Haaglanden Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing Gemeente Delft Gemeente Den Haag Gemeente Leidschendam-Voorburg Gemeente Midden-Delfland Gemeente Pijnacker-Nootdorp Gemeente Rijswijk Gemeente Wassenaar Gemeente Westland Gemeente Zoetermeer GHOR Haaglanden Politie eenheid Den Haag
3
Alliander Defensie Dunea Rijkswaterstaat Evides GasUnie GGD Haaglanden Havenbedrijf Den Haag HTM Hoogheemraadschap van Delfland Luchthavenbrandweer Rotterdam The Hague Airport KNRM NCTV Nederlands Rode Kruis OM Omgevingsdienst Haaglanden ProRail Provincie Zuid-Holland RID Stedin Tennet T-Mobile TU Delft Veiligheidsregio Hollands Midden Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Westland Infra
Bijlage 2
Overzicht maatschappelijke thema’s, crisistypen en incidenttypen De risico’s in de regio Haaglanden zijn conform de landelijke handreiking geïnventariseerd langs 23 crisistypen, die zijn verdeeld over zeven maatschappelijke thema’s. Ieder crisistype kent diverse incidenttypen. Een aantal crisistypen zijn in Haaglanden samengevoegd, daarnaast is Terrorisme1 toegevoegd (regionaal maatwerk).
Natuurlijke omgeving Gebouwde omgeving Technologische omgeving
Crisistypen
Incidenttypen (aanvulling haaglanden op handreiking in cursief)
Overstromingen
Overstroming uit zee Overstroming door hoge rivierwaterstanden Vollopen van een polder / dijkdoorbaak Bosbrand Heide, (hoog)veen- en duinbranden Koude golf, sneeuw en ijzel Hitte golf Storm en windhozen Droogte Aanhoudende laaghangende mist en smog Langdurige en extreme regenval Zware clusterbuien Aardbeving Ongedierte Ziektegolf Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen Grote brand in gebouwen met grootschalige publieksfunctie Grote brand in bijzondere en/of hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing Brand in dichte binnensteden Instorting door explosie Instorting door gebreken constructie of fundering Incident vervoer weg Incident vervoer water Incident spoorvervoer Incident transport buisleiding Incident stationaire inrichting Incident vervoer weg Incident vervoer water Incident spoorvervoer Incident transport buisleiding Incident stationaire inrichting Incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend Incident A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal Incident B-object: vervoer grote aantallen radio actief materiaal Incident B-objecten: overige nucleaire faciliteiten brandklasse I Incident B-objecten: nucleaire faciliteiten brandklasse II Incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal Uitval olievoorziening Uitval gasvoorziening
Uitval elektriciteitsvoorziening Uitval drinkwatervoorziening Problemen waterinname Verontreiniging in drinkwaternet Uitval rioleringssysteem Uitval afvalwaterzuivering Uitval voorziening voor spraak- en datacommunicatie Uitval afvalverwerking Uitval distributie Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein Incident vliegtoestel bij vliegshows Incident waterrecreatie en pleziervaart Incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen) Incident op ruim water Grootschalig duikincident Incident wegverkeer Incident treinverkeer
Natuurbranden Extreme weersomstandigheden
Aardbevingen Plagen Dierziekten Branden en instorting kwetsbare objecten (o.b.v. landelijke crisistypen ‘Branden in kwetsbare objecten’ en ‘Instortingen in grote gebouwen en kunstwerken’) Ongevallen met brandbare / explosieve stof in open lucht
Ongevallen met giftige stof in open lucht
Kernongevallen
Vitale infrastructuur en voorzieningen
Verstoring energievoorziening
Verstoring drinkwatervoorziening
Verkeer en vervoer
Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering Verstoring telecommunicatie en ICT Verstoring afvalverwerking Verstoring voedselvoorziening Luchtvaartincidenten Incidenten op water
Verkeersincidenten op land
1 Handreiking Terrorismegevolgbestrijding van het NCTV
4
Incidenten in tunnels
Gezondheid Sociaal maatschappelijke omgeving
5
Bedreiging volksgezondheid (o.b.v. landelijke crisistypen ‘Bedreiging volksgezondheid’ en ‘Ziektegolf’)
Verstoring openbare orde (o.b.v. landelijke crisistypen ‘Verstoring openbare orde’ en ‘Paniek in menigte’) Terrorisme
Incident in treintunnels en ondergrondse stations Incident in wegtunnels Incident in tram- en metrotunnel en ondergrondse station Besmettingsgevaar via contactmedia Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen Besmettingsgevaar vanuit buitenland Besmettingsgevaar in eigen regio Dierziekte overdraagbaar op mens Ziektegolf besmettelijke ziekte Ziektegolf niet besmettelijke ziekte Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties Rel rondom demonstraties en andere manifestaties Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden Maatschappelijke onrust en buurtrellen Jaarwisseling Dreiging ‘Eenvoudige’ aanslag door eenling Geplande aanslag op soft target Gelijktijdige aanslagen op meerdere plekken in Nederland
Bijlage 3
Risico’s nader toegelicht Sociaal- Maatschappelijke omgeving Terrorisme “Het uit ideologische motieven plegen van op mensenlevens gericht geweld, dan wel het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke ondermijning en destabilisatie te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” In 2019 is het dreigingsniveau door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) verlaagd naar het huidige niveau ‘aanzienlijk’ (niveau 3 van 5). Hoewel een aanslag voorstelbaar is, is het aantal aanslagen in West-Europa afgenomen. Dit was aanleiding om het dreigingsniveau ter verlagen. Desalniettemin zijn er op dit moment in Nederland en in Haaglanden personen die radicaliseren of sterk geradicaliseerd zijn en een dreiging (kunnen) vormen voor de nationale veiligheid2. De jihadistische beweging blijft hierin een belangrijk element. De NCTV schat in dat de beweging qua omvang sinds 2018 ongeveer gelijk is gebleven, waarbij een beperkt aantal individuele aanhangers lijkt toe- en uit te treden. De directe geweldsdreiging die uitgaat van de jihadistische beweging is afgenomen door sociale en ideologische versplintering, demotivatie en het ontbreken van krachtige leiders.
Hoewel onder Nederlandse jihadisten nog altijd de intentie leeft om in Nederland een aanslag te plegen, zijn de meeste activiteiten geweldloos. Het gaat hierbij onder meer om demonstraties tegen het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding, of sociale media campagnes om geld in te zamelen voor vrouwen in Syrië. In Haaglanden wonen meerdere individuen met jihadistische overtuigingen. Nog steeds gaat er een vergrote dreiging uit van terugkeerders. Eenzelfde dreiging geldt voor ex-gedetineerden die zijn veroordeeld voor lidmaatschap van een terroristische organisatie. Als zij zijn vrijgelaten keren ze vaak terug in hun oude netwerken. Niettemin is de verwachting dat de populariteit van de jihadistische beweging in Nederland verder zal afbrokkelen als gevolg van interne conflicten, het ontbreken van charismatisch leiderschap en desillusies over de ineenstorting van het kalifaat3. De populariteit van de jihadistische ideologie is sterk afhankelijk van de aanwezigheid van buitenlandse conflicten waarbij moslims betrokken zijn. Een aandachtspunt is dat er in de Eenheid Den Haag meerdere individuen zijn die er een radicale geloofsovertuiging op nahouden en die daarnaast last hebben van psychische problematiek en/of verward gedrag vertonen. De Politie Eenheid Den Haag onderzoekt in hoeverre dit verwarde gedrag ideologisch geïnspireerd is.
Ook vanuit rechts-extremistische hoek is een aanslag voorstelbaar waarbij er tekenen zijn dat in reactie hierop, linksextremistische groeperingen actiever worden in de EU. Extremisme in Nederland en zijn omgeving vertoont tekenen dat de tweedeling van rechts- en linksextremisme in de komende jaren misschien minder van toepassing zal zijn en dat nieuwe fenomenen zoals ‘identitair extremisme’ of ‘anti-overheidsextremisme’ mogelijk die klassieke tegenstelling overstijgen. Er zijn groepen opgestaan die vanuit ideologische standpunten ernaar streven om ‘het blanke ras zuiver te houden’ en zich keren tegen de ‘rassenvermenging’ en ‘omvolking’. De NCTV heeft daarbij aandacht gevestigd op zogeheten online accelerationalistische netwerken waarin terroristisch geweld wordt verheerlijkt en gerechtvaardigd om versneld een rassenoorlog te ontketenen4. Ook de groeiende tegenstellingen, polarisatie en verharding spelen daarbij een rol. Daarnaast zijn er boze burgers (groepen of individuen) die zich om verschillende redenen afzetten tegen de overheid waaronder het overheidsbeleid gerelateerd aan de coronapandemie. Het risico bestaat dat sommigen binnen de radicale onderstroom verder radicaliseren. De drempel voor het (online) bespreken en plegen van buitenwettelijke acties is lager geworden en gewelddadige acties blijven plaatsvinden.
Nu een deel van het coronaprotest afzwakt, blijft een deel van de hardere onderstroom over. Naast de uiting van terrorisme in de vorm van extreem geweld, kan een terroristische aanslag ook via het digitale domein worden uitgevoerd. Onderdelen van de vitale infrastructuur (energie, drinkwater, ICT- telecom) zijn daarbij mogelijk doelwit voor terroristische aanslagen. Hieronder kan ook cyberterrorisme en activisme worden verstaan. Alhoewel gerichte aanvallen op de vitale processen in Nederland nog niet zijn waargenomen, komen deze in het buitenland reeds voor. In het
2 NCTV: Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) 55 van 26 oktober 2021 3 DRIO Den Haag: Algemeen veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2021 4 https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn/nieuws/2021/10/26/dreigingsbeeld-nctv-geen-concrete-aanwijzing-voor-aanslag-
wel-voorstelbaar
6
Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2020 is melding gemaakt van ransomware aanvallen op industriële controlesystemen die worden gebruikt voor bijvoorbeeld de drinkwater- en energievoorziening. Het afgelopen jaar zijn wereldwijd vitale processen in de sectoren elektriciteit, water, olie & gas, chemie, voedsel, transport en de zorg doelwit geweest van digitale aanvallen door criminele groepen. Veelal spelen statelijke actoren een prominente rol bij dergelijke aanvallen. Recente analyses benadrukken de digitale dreiging vanuit statelijke actoren, die er op is gericht om vitale systemen te verstoren of zelfs te saboteren5. Hiervoor is op nationaal niveau veel aandacht, bijvoorbeeld in de Nationale Veiligheidsstrategie 2019. Haaglanden wordt, met onder andere haar bestuurlijke centrum en zowel nationale als internationaal centrum voor vrede en recht, en met de toenemende afhankelijkheid van de vitale processen gezien als een mogelijk doelwit voor dergelijke aanslagen. Bij incidenten, rampen en crises in deze sectoren moet in de beeldvorming rekening worden gehouden met moedwillig handelen via digitale systemen als een mogelijke oorzaak. Verstoring openbare orde Het risico dat de openbare orde (het ordentelijk verloop van het maatschappelijke verkeer in de openbare ruimte) in de regio Haaglanden wordt verstoord is groot.
Dit komt onder andere door het bijzondere karakter van de regio, met name met Den Haag als regeringsstad en internationale stad van Vrede en Recht. Hierdoor zijn er in de regio tal van overheidsinstellingen en internationale organisaties en zijn spanningen in binnen- en buitenland extra voelbaar. Bij de verstoring van de openbare orde gaat het om zowel zichtbare (demonstraties/rellen/paniek in menigten) als in eerste instantie onzichtbare (groeiende maatschappelijke onrust onder delen van de bevolking) crises. Hierbij hoeft de verstoring van de openbare orde niet per definitie gepaard te gaan met agressie en geweld: demonstraties verlopen immers over het algemeen ordentelijk en vreedzaam, maar kunnen toch een behoorlijke impact hebben op het maatschappelijke verkeer in de openbare ruimte en vragen inzet van gemeenten en hulpdiensten. Aan maatschappelijke onrust liggen veelal één of meerdere incidenten ten grondslag die heftige reacties veroorzaken bij burgers, in de (sociale) media of in de politiek. Deze reacties kunnen gericht zijn op een persoon, op een object, op instanties (zowel privaat als publiek) en op ‘fenomenen’ (besluiten van de overheid). Denk hierbij aan de aanwezigheid van een pyromaan of zedendelinquent, de onrust onder bepaalde bevolkingsgroepen, de komst van een (tijdelijk) asielzoekerscentrum en de aanpak van de coronapandemie door de overheid.
Deze reacties worden gevoed door onderliggende maatschappelijke problemen waarvoor uiteindelijk de incidenten symbool staan. De demografie van regio Haaglanden kenmerkt zich door een grote mate van culturele en sociaal maatschappelijke diversiteit. Deze diversiteit bevindt zich in een relatief klein dichtbevolkt gebied, waardoor mensen dagelijks worden geconfronteerd met verschillen in waarden, normen en levensovertuigingen. De demografische ontwikkelingen laten zien dat deze samenleving steeds diverser wordt. Tegelijkertijd is er een groeiende kloof tussen bevolkingsgroepen zichtbaar. De coronacrisis heeft deze maatschappelijke tegenstellingen versterkt. Het kan hierbij een dramatisch incident, het handelen van de overheid of een organisatie, maar ook een vrij klein incident zijn dat de druppel vormt die de emmer doet overlopen. Deze onrust kan zich uiteindelijk uiten door het optreden van massale dan wel ernstige aantastingen van de openbare orde (blokkades, demonstraties en uiteindelijk rellen). Sociale media vervullen daarbij een verbindende en aanjagende rol. Zorgen zijn er vooral voor een verdere verharding door het vervagen van de grens tussen activisme en extremisme en het gebruik van contrastrategieën tegen de overheid en personen.
7
Naast de maatschappelijke onrust, is er kans op grootschalige ordeverstoringen (crisis) wanneer grote groepen mensen samenkomen, zoals bij evenementen en festiviteiten (zoals de jaarwisseling) en de eerder genoemde demonstraties. Denk hierbij aan crowd control en het risico op verdrukkingen bij paniek in menigten, het risico op gewelddadigheden en uiteindelijk rellen met extreem geweld.
Gezondheid Bedreiging volksgezondheid Vanaf het moment dat het eerste regionaal risicoprofiel werd opgeleverd heeft het onderwerp “bedreiging volksgezondheid” in de top 3 van meest waarschijnlijke en ernstige risico’s gestaan. Dat is niet vreemd want gezondheid raakt de kern van ons bestaan. De WHO heeft als definitie van gezondheid: “een toestand van fysiek, psychisch en sociaal welbevinden”. Bedreiging van volksgezondheid heeft vele oorzaken, waarbij sommige risico’s beïnvloedbaar zijn en andere niet. Risico’s die beïnvloedbaar zijn, zijn bijvoorbeeld zoönose: infecties die overgebracht kunnen worden van dier op mens. Intensieve veeteelt en pluimvee kan ervoor zorgen dat er een mutant van een virus ontstaat dat ook voor de mens ziekmakend is. Mondiaal vindt er massaal transport plaats van mensen en middelen. Dit kan bijdragen aan de snelle verspreiding van infectieuze ziekten.
5 Nationale-Veiligheid-Strategie-2019
De ernst van een infectie wordt voornamelijk bepaald door de eigenschappen van de bacterie of het virus. Dit hangt bijvoorbeeld af van hoe besmettelijk het is, hoe het wordt overgebracht via de lucht (aerogeen) of via contact, hoe ziekmakend (virulent) het virus is en of er een therapie voor bestaat of dat het alleen symptomatisch kan worden behandeld. Meestal gaat het dan om milde varianten waarbij de samenleving niet direct wordt ontwricht, maar waarbij wel redelijk veel mensen ziek worden en kwetsbare groepen (ouderen, kleine kinderen, chronisch zieken) een iets grotere kans op overlijden hebben. Hierbij kan worden gedacht aan salmonella-infecties, de jaarlijkse griepepidemieën en de NORO- en ROTA-virussen. Soms duikt er een gevaarlijk virus op, of een onbekende, onvoorspelbare variant, die zich wereldwijd snel verspreidt. Voorbeelden hiervan zijn in 2009 de influenza H1N1, in 2014 het ebolavirus en in 2012 het MERS-Coronavirus. Met het opstellen van dit risicoprofiel heerst de wereldwijde COVID-19 pandemie. COVID-19 heeft aangetoond dat zowel fysiek, psychisch als sociaal verschillende groepen en in sommige gevallen iedereen wordt geraakt. Eén van de opvallende kenmerken van de dergelijke pandemie is dat de sociale impact groot en breed is. Het komt zelden voor dat een overheid besluit om beweging van burgers te beperken.
Bijvoorbeeld door het treffen van vergaande contactbeperkende maatregelen, waaronder het sluiten van diverse sectoren, zoals de horeca, niet-essentiële winkels, sporten evenementenlocaties en het onderwijs. Als dat dan toch gebeurt om de impact van het virus te beperken, geeft dat woede maar ook isolement. Daarnaast worden veel mensen ook economisch getroffen door deze crisis. De maatschappelijke zekerheden worden geraakt. Deze pandemie geeft aan wat de impact is van een virus dat zich in deze tijd snel over de wereld verplaatst, vele slachtoffers maakt en daarbij disruptief werkt in de samenleving. Bij een pandemie bestaat het risico dat er onvoldoende gezonde mensen zijn om de samenleving goed draaiende te houden (maatschappelijke ontwrichting) doordat er teveel mensen ziek worden en/of overlijden. Daarnaast zal de pandemie zorgen voor verdriet en angst (lopen mijn dierbaren of ik zelf kans om ziek te worden of te overlijden). Gebleken is dat de maatschappelijke impact van een pandemie/ziektegolf enorm kan zijn en wordt gekenmerkt door sociaaleconomische dilemma’s en ethische vraagstukken. Er zijn een aantal demografische en maatschappelijke trends waardoor de balans tussen risico’s en kwetsbaarheden wijzigt. Denk hierbij aan: • • • • • •
Vergrijzing; Mobiliteit en migratie; Zorgdrempel (bijv. vermijdingsgedrag door dak- en thuislozen); Weigering (van zorg) op religieuze gronden; Toegenomen verplaatsing van bevolkingsgroepen Klimaatverandering en de impact van de opwarming van de aarde op de leefomgeving.
De hoge bevolkingsdichtheid (voor een aantal steden de hoogste dichtheid van Nederland) en de bevolkingssamenstelling (o.a. met toegenomen vergrijzing en culturele samenstelling) maakt Haaglanden kwetsbaar voor bedreigingen van de volksgezondheid. Dit wordt versterkt door de dynamiek binnen de regio; dagelijks reizen vele forensen, studenten en toeristen van en naar Haaglanden. Daarnaast zijn er mede als gevolg van de multiculturele samenstelling en de aanwezigheid van de vele internationale instellingen en het bestuurlijk centrum, vele reisbewegingen tussen de regio en de rest van de wereld. De GHOR en GGD Haaglanden hebben in 2016 een generiek draaiboek infectieziekte opgesteld. Daarnaast is door het Netwerk Acute Zorg West Nederland naar aanleiding van de griepgolf in 2017-2018 een regionaal griepplan opgesteld. In deze incidentbeschrijving van een grieppandemie, waarbij de raakvlakken tussen publieke geneeskundige zorg en de acute geneeskundige zorg zichtbaar zijn, zijn de grenzen van de capaciteit van zorgverlening opgezocht. De lessen vanuit de coronacrisis worden meegenomen bij de herzieningen van de plannen. ’ Bijzondere aandacht verdienen de kans op een gemuteerd influenzavirus en de toenemende multiresistentie voor antibiotica (bacteriën ongevoelig voor bestaande antibiotica).
Multiresistentie is in Nederland nog niet breed aan de orde, maar de wetenschap heeft hier wel aandacht voor.
Natuurlijke omgeving Extreem weer Onstuimig weer komt de laatste jaren regelmatig voor in Nederland. Meestal is er niets aan de hand, maar soms kan het weer omslaan in extreem weer. Een zware storm met wind- en waterhozen, hevige sneeuwval, stevige vrieskou of juist langdurige hitte of droogte kunnen gevaarlijk worden en zelfs het openbare leven verstoren. Bijvoorbeeld door korte hevige buien waardoor gebieden tijdelijk hevige wateroverlast ondervinden. Maar ook uitval van het openbaar vervoer, stremmingen in het verkeer, en schade door (zeer) zware storm. Extreme hitte kan zorgen voor de overbelasting van het elektriciteitsnet. Het hele jaar door is er een kans op extreem weer. De gevolgen zijn erg afhankelijk van de situatie. Een belangrijke maat voor dit crisistype is het aantal inwoners van de regio. Dit geeft een indicatie voor het aantal personen dat
8
in de problemen kan komen bij extreme weersomstandigheden. Met name ouderen en chronisch zieken zijn kwetsbaar voor bijvoorbeeld een hittegolf. Gezien het grote aantal inwoners en de hoge bevolkingsdichtheid is Haaglanden hier kwetsbaar. Binnen de regio Haaglanden is het daarnaast wenselijk om in ogenschouw te nemen dat op werkdagen tienduizenden forensen van buiten de regio werkzaam zijn in Haaglanden. Tevens komen op zomerse dagen duizenden mensen naar de stranden van Wassenaar, Scheveningen, Kijkduin, Monster en ‘s-Gravenzande. Met name de piek in het zomerse toerisme kan samen vallen met een mogelijke hittegolf, waarbij het weer plots kan omslaan in hevig noodweer (zomerse buien gepaard met windstoten en onweer). In combinatie met grote aantallen personen (bijvoorbeeld tijdens een evenement of op een druk bezocht recreatiegebied/strand) is dit een voor Haaglanden een zeer relevant risico. De grootste toename van extreme weersomstandigheden vindt plaats in de kustgebieden. In Haaglanden vallen er in de nazomer en herfst meer zware clusterbuien dan elders in het land. Door de kustligging kan Haaglanden met name in het najaar geteisterd worden door een zuidwesterstorm. Dat brengt naast reguliere stormschade door de kustligging ook overstromingsrisico’s met zich mee.
Daarnaast kunnen clusterbuien, door de ligging onder NAP, in met name het Westland en de omgeving van Delft en Pijnacker-Nootdorp tot grote economische schade leiden. De kustligging van Haaglanden zorgt voor een gematigder (zee)klimaat. Extreme kou, sneeuw en ijzel komen daardoor in Haaglanden relatief minder vaak voor dan elders in Nederland. Overstromingen Een grootschalige overstroming kan de hele randstad beslaan, inclusief de regio Haaglanden. Met randstad wordt het gebied bedoeld dat ligt in de voormalige dijkringen 14, 15 en 44. Een dijkring is in Nederland een gebied dat wordt beschermd tegen buitenwater door een primaire waterkering of door hoge gronden. Gebieden zijn als dijkringgebied aangewezen in de Waterwet. Met ingang van 1 januari 2017 is een normering ingevoerd, waardoor de dijkringen de-facto zijn opgeheven. Het gebied gaat over de grenzen van drie provincies, vijf waterschappen, vier veiligheidsregio’s en 59 gemeenten. De Veiligheidsregio Haaglanden is gelegen in voormalig dijkring 14. Dit is het gebied met de grootste schade indien de waterkeringen falen. Drie miljoen mensen kunnen worden getroffen en 65% van het bruto nationaal product (BNP) wordt verdiend in deze voormalige dijkring.
De gemeente Midden-Delfland, een deel van het Westland, het gebied tussen Wassenaar en Zoetermeer en de gebieden rondom Delfgauw en Pijnacker kennen de grootste maximale overstromingsdiepte. In het meest extreme geval (vanuit zee) met een waterdiepte oplopend van 50cm tot maximaal 5m. De gebieden met het hoogst aantal inwoners (potentieel getroffenen), kennen een maximale waterdiepte tot 0,8m6 . De wijk Brassershout vormt hierop een uitzondering. Het gebied kent een relatief hoog potentieel getroffen inwoners in combinatie met een maximale waterhoogte van 2 tot 5m (bij overstroming vanuit zee). In Haaglanden is geïnvesteerd in het versterken van de kustverdediging. Door onder andere het verbreden en verhogen van de duinen (de zandmotor) en de vernieuwing van de boulevard is de kans op een overstroming vanuit zee bij Scheveningen en Ter Heijde kleiner geworden. Een doorbraak kan echter ook plaatsvinden in buurregio Hollands-Midden. In dat geval krijgt Haaglanden ook te maken met de effecten van de overstroming vanuit zee.
9
Naast het risico op een overstroming vanuit zee, kent Haaglanden ook het risico van een mogelijke doorbraak van een regionale kering. Met name de combinatie met hevige regenval na droogte geeft een verhoogd risico op een dijkdoorbraak. Bijvoorbeeld de doorbraak van een boezemkade, die plaatselijk voor veel overlast kan zorgen (decimeters). Daarnaast kan door het wegvallen van de waterdruk de stabiliteit van de kering in het geding komen. Ook de doorbraak van een dijk (bijvoorbeeld langs een regionale rivier) in de omliggende regio’s kan impact hebben op het grondgebied van Haaglanden. Klimaatverandering en de toename van clusterbuien zorgen er voor dat het bezwijken van een regionale kering (door droogte en waterbezwaar) tot de reële scenario’s behoort. Gezien de ligging van Haaglanden (ten opzichte van de grote rivieren en de kust) is een overstroming vanuit de kust het meest relevant voor Haaglanden. Het crisistype is daarom gescoord aan de hand van dit risico. Verder kan voor de mogelijke gevolgen van overstromingsrisico’s worden aangesloten op de scenario’s van de Nationale Risicobeoordeling. Aardbevingen Nederland ligt op de Euraziatische plaat. Waar platen tegen elkaar liggen, vinden we breuken diep in de aarde: de breuklijnen. Gebieden boven breuklijnen hebben de grootste kans op aardbevingen en vulkaanuitbarstingen.
De Noordzee, de aanliggende kustgebieden van Engeland, Denemarken en Vlaanderen, behoren tot het Noordzeebekken. Ondanks dat Nederland niet op een breuklijn ligt, is ook de Nederlandse aardkorst niet één geheel. Het bevat allerlei breuken. Platentektoniek zorgt ervoor dat de aardkorst op plekken in Nederland langs breuken omhoog of juist omlaag komt. Op basis
6 Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen
van de gegevens uit de bronnen blijkt dat er in de Veiligheidsregio Haaglanden geen gebieden zijn met een effect van Mercalli VI of hoger (minimale norm / lichte schade). De aardbevingen in Groningen zijn niet het gevolg van breuklijnen en tektonische platen. De oorzaak is gaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Vanaf 1986 registreerde het KNMI al meer dan 1000 aardbevingen betrekking hebbende op gaswinning waardoor de bodem daalt. Ook in het Westland wordt op relatief kleine schaal naar aardgas geboord. Staatstoezicht op de Mijnen geeft aan dat er hierdoor kans is op bodemtrillingen. Afhankelijk van de intensiteit van de beving en de kwetsbaarheid van de gebouwen bovengronds kan matige constructieve schade optreden. De gevolgen van bodemdaling door de gaswinning zijn geëvalueerd als verwaarloosbaar. In toenemende mate wordt er in Haaglanden geboord voor geothermie. Dit is een vorm van warmtewinning op grote diepte. Er wordt warm water opgepompt om bovengronds te gebruiken. Daarna wordt het afgekoelde water terug gebracht door te injecteren in dezelfde waterlaag. De technologie die wordt gebruikt voor deze geothermie is hetzelfde als gaswinning en kent de zelfde risico’s. Het verschil is dat er niet alleen wat gewonnen wordt maar ook geretourneerd wordt.
Bij geothermie worden echter hogere normen (lagere waarden als grens) voor seismische activiteiten gehanteerd. Hiermee is de kans op aardbevingen bij geothermie lager. Door verschillende instanties wordt hier verder onderzoek naar gedaan. Gezien de ligging en activiteiten binnen Haaglanden zijn aardbevingen zeer onwaarschijnlijk en zal de schade zeer beperkt zijn. Aardbevingen worden dan ook niet als een relevant risico op rampen en crises beschouwd en zijn daarom op dit moment niet opgenomen in het risicoprofiel. Als onderdeel van de energietransitie worden de ontwikkelingen op het gebied van geothermie gevolgd. Plagen Een plaag kenmerkt zich door een wijdverspreid ongemak of fysieke bedreiging veroorzaakt door een buitensporig optreden van organismen zoals insecten, bacteriën en knaagdieren. Grote aantallen van een diersoort kunnen zorgen voor maatschappelijke overlast, ziekte of economisch verlies. Als effect van de plaag zelf en/of als gevolg van door de overheid getroffen maatregelen (bijv. ruimingen) bestaat de kans op maatschappelijk onrust. Haaglanden kent geen recente plagen die geleid hebben tot een ramp of crisis van regionale omvang. Wel zijn er een aantal incidenten geweest met vooral lokale impact. In de zomermaanden kunnen in eikenbomen nesten zitten van de eikenprocessierups. De brandharen van deze rups kunnen vervelende klachten veroorzaken voor mens en dier.
Een andere jaarlijks terugkerende plaag is het afsterven van blauwalgen die vooral in recreatieplassen een risico kunnen vormen voor de volksgezondheid. Door globalisering (mensen/reizen/handel) en milieueffecten wordt de kans op het ontstaan van een (exotische) plaag met maatschappelijke- of gezondheidseffecten voor Haaglanden groter. Het meest recente voorbeeld is de besmetting van esdoorns in het Westland met de Oost-Aziatische boktor. Dit had met name een economisch gevolg doordat alle loofbomen en struiken in een straal van 100 meter zijn verwijderd. Daarnaast is er toen door het verantwoordelijke ministerie een bufferzone ingesteld in een straal van 2km. Bedrijven binnen deze bufferzone mochten geen, voor aantasting door de boktor gevoelige planten en bomen in de handel brengen voordat er op het bedrijf een intensieve inspectie was uitgevoerd op aanwezigheid van de boktor. Het ging om enkele bedrijven. Plagen en in zekere mate ook gewasziekten vormen een risico voor de glastuinbouw in de regio en RoyalFlora Holland in het bijzonder. De uitbraak van een gewasziekte of plaag die een bepaalde teelt bedreigt, kan uiteindelijk leiden tot ernstige economische schade, met name in het Westland. De verwachting is daarbij dat het risico op plagen en de opkomst van gewasziekten door globalisering en milieueffecten in de toekomst relevanter zal worden voor Haaglanden.
De NVWA rapporteert en onderzoekt vondsten van schadelijke organismen op planten die beperkt of (nog) niet in Nederland voorkomen. Op basis van risicobeoordeling worden (quarantaine)maatregelen ingesteld zodat verspreiding binnen Nederland en de EU wordt voorkomen. Aan de andere kant kent deze regio een grote verscheidenheid aan soorten teelt: snijbloemen, planten en groenten(teelt). Deze verscheidenheid zorgt ervoor dat uitbraken beperkt blijven tot een bepaalde soort. Ook het feit dat het telen van gewassen veelal plaats vindt in besloten ruimten (kassen) speelt daarin een rol. Het telen in een kas vermindert de kans op verspreiding (buiten de kas) en versterkt het bestrijden van plagen en gewasziekten. Vooralsnog worden plagen en gewasziekten niet gezien als een risico dat kan leiden tot een ramp of crisis van regionale omvang. Natuurbranden Het crisistype Natuurbranden kent de volgende incidenttypen: • •
Bosbrand; Heide, (hoog)veen- en duinbranden.
10
Dit crisistype omvat grote tot zeer grote natuurbranden die in natuurterreinen en/of landbouwgebieden kunnen woeden in natuurlijke vegetatie. Dit hoeft dan niet direct een brand in een bos te zijn, maar kan evengoed een brand in de duinen of op de heide zijn. De risico’s die deze branden met zich mee brengen en de mate van bestrijding van deze natuurbranden kunnen zeer verschillend zijn. Een natuurbrand kan zich in een droge periode snel en onvoorspelbaar ontwikkelen. De bestrijding is lastig, omdat bluswater vaak van elders moet worden aangevoerd en de (zee)wind de brand kan aanwakkeren. In Haaglanden bevindt zich een uitgestrekt duingebied langs de kust. In de zomer vindt in het duingebied intensieve recreatie plaats. Gemengd bos en naaldbos komen slechts in beperkte mate voor in de regio Haaglanden. Het enige bosgebied wat een grootte heeft van meer dan 100 hectare en een aaneengesloten bos betreft is het Abtswoude gebied in de gemeente Delft. Dit loofbos grenst op sommige plaatsen direct aan de bebouwing en wordt doorkruist door de spoorlijn Rotterdam – Den Haag. Door de stedelijke dichtheid grenzen deze natuurgebieden in Haaglanden nagenoeg altijd aan bebouwd gebied. Daarbij neemt mede door de vergrijzing en de toenemende mobiliteit door onder andere het gebruik van elektrische fietsen de drukte in de natuurgebieden toe. Dit laatste geldt met name in de duingebieden.
Hoewel de weersomstandigheden door de jaren heen veranderen, zijn er nog geen signalen dat de toenemende droogte ook resulteert in een toename van het aantal duinbranden. Dierziekten Dierziekten kunnen gevolgen hebben voor dierenwelzijn, de volksgezondheid en de economie. Het gaat hierbij vooral om besmettelijke ziektes, zoals vogelgriep, Q-koorts of varkenspest. Veehouders, dierenartsen en de overheid werken samen om deze ziektes te bestrijden. Het kan hier zowel gaan om ziekten enkel onder dieren maar ook om dierziekten die op mensen overdraagbaar zijn (zoönose). Het crisistype dierziekten richt zich hoofdzakelijk op dierziekten die een bedreiging vormen voor de dierpopulatie. De effecten voor de volksgezondheid worden behandeld als risico bij het crisistype ‘bedreiging volksgezondheid’. De mate van overdraagbaarheid van de dierziekten op mensen bepaalt veelal de urgentie tot het treffen van maatregelen. Wanneer er een besmettelijke ziekte uitbreekt onder een populatie kan dat gevolgen hebben voor andere veehouders, de economie en de volksgezondheid. De verantwoordelijkheid voor het voorkomen en bestrijden van dergelijke ziektes ligt bij het Ministerie van LNV en de NVWA. Daarnaast hebben de landen van de Europese Unie (EU) met elkaar afgesproken welke dierziektes zij altijd bestrijden. Dit zijn de ‘bestrijdingsplichtige dierziektes’.
De EU bepaalt wat een land op zijn minst moet doen om een dierziekte te bestrijden. Op basis van die EU-richtlijnen zijn nationale beleidsdraaiboeken gemaakt. Daarin staat per dierziekte wat er moet gebeuren en wie dat moet doen. Bestrijdingsmaatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit: • • • •
11
het instellen van gebieden met een vervoersbeperking; het monitoren van bedrijven; het doden van besmette dieren; de inzet van vaccinatie.
In de beleidsdraaiboeken dierziekten staat wanneer dierenartsen en veehouders mogen of moeten vaccineren. Dit crisistype zal naar verwachting altijd een bovenregionaal karakter hebben, omdat een dierziekte zich niet zal houden aan de geografische grenzen van de veiligheidsregio. Landelijk hebben zich de afgelopen jaren enkele uitbraken van dierziekten voorgedaan, te weten: BSE, Mond en klauwzeer, Blauwtong, Q koorts en vogelpest/vogelgriep/H5N8. Haaglanden kent een aantal belangrijke rustplekken voor broed/trekvogels, maar het aantal dieren in de regio is beperkt. Daarom wordt Haaglanden voornamelijk gezien als risico ontvanger en niet als risicobron. Wel kan de uitbraak van een dierziekte en dan met name de getroffen maatregelen effect hebben op het optreden van de hulpdiensten. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om het treffen van hygiënemaatregelen. Het optreden van bovenregionale effecten vanuit Haaglanden is minder waarschijnlijk.
Vitale infrastructuur Verstoring energievoorziening Binnen de regio Haaglanden is een uitgebreide infrastructuur aanwezig voor de levering van energie aan eindgebruikers via het distributienet. Hieronder wordt dit distributienet per energiesoort (elektriciteit, gas en olie) op hoofdlijnen toegelicht voor zover relevant voor c.q. aanwezig in de regio Haaglanden. De leveringszekerheid van elektriciteit en gas is de taak en verantwoordelijkheid van de netbeheerders. De netwerken bestaan uit een transportnet en een distributienet. Het landelijke transportnet voor elektriciteit is in beheer bij de landelijke netbeheerder TenneT. De Gasunie onderhoudt en beheert de infrastructuur voor grootschalig transport en opslag van gas. Regionale netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de distributie van zowel gas als elektriciteit naar de gebruikers. In Haaglanden zijn dat Stedin, Liander en Westland Infra.
Energietransitie Om de mondiale klimaatdoelen te behalen zit de wereld in een race om zo efficiënt en duurzaam mogelijk met energie om te gaan. Met de energietransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar meer duurzame energiebronnen ingezet. Er moet schonere energie worden geproduceerd, het moet op een duurzame manier worden opgeslagen en het gebruik moet betrouwbaar zijn. Hiervoor worden nieuwe manieren van opwekking, opslag en transport van energie aangewend. Denk bijvoorbeeld aan boringen naar aardwarmte (geothermie), het gebruik van biomassa en waterstof en de toename van windmolens, zonnepanelen, batterijen en accu’s in voertuigen en andere apparatuur (elektrificatie). Deze technologieën geven nieuwe risico’s voor de steeds drukkere fysieke leefomgeving. Het installeren van zonnepanelen, het aanbrengen van elektrische huisinstallaties, steeds meer (ongelukken met) auto’s die rijden op elektriciteit of waterstof en ook in (ondergrondse) garages worden geparkeerd en het toenemende aantal windmolens heeft gevolgen voor de hulpverlening door hulpdiensten. Door de hoge snelheid waarmee ontwikkelingen worden uitgerold lopen wet- en regelgeving vaak achter. Hierdoor kunnen (tijdelijke) situaties ontstaan die grote risico’s opleveren. Elektriciteit Voor wat betreft het transportnet is de regio Haaglanden opgenomen in de zogenaamde ‘ring’.
Dit betekent dat Haaglanden altijd vanuit (tenminste) twee verschillende plekken in het net stroom geleverd krijgt op het niveau van het transportnet. Opmerking hierbij is wel dat op het moment dat een station, wat onderdeel is van deze ring, volledig uitvalt, de stations die ‘hieronder’ liggen ook uitvallen. Vanaf het transportnet wordt de stroom geleidelijk in voltage gereduceerd tot het niveau waarop het bij de eindgebruikers kan worden afgenomen. Naast de aanwezigheid van dit netwerk is er in Haaglanden ook nog een stroomproducent aanwezig, te weten de (gasgestookte) Eon centrale in Den Haag. Ook kent de regio elektriciteit producerende tuinbouwbedrijven. Er wordt in toenemende mate lokaal energie opgewekt, opgeslagen en teruggeleverd. Ondanks deze toenemende decentrale opwekking blijft de netbeheerder verantwoordelijk voor de leveringszekerheid. Door de elektrificatie en de verschillende manieren van het opwekken, (terug)leveren en gebruiken van energie is het een grotere uitdaging voor netbeheerders om het elektriciteitsnet sterk en flexibel genoeg te houden om de fluctuatie tussen vraag en aanbod aan te kunnen. De energietransitie zorgt voor perioden van piekvraag en perioden van piekaanbod en daarmee meer fluctuaties in het elektriciteitsnet. Samen met een toename in het aantal grondroeringen verhoogt dit de kans op de verstoring van de energievoorziening.
Terwijl de afhankelijkheid van energie groeit en bij schaarste of uitval de gevolgen steeds groter worden. Tegelijkertijd zijn veel mensen niet voorbereid op de uitval van elektriciteit door de betrouwbare voorzieningen ervan. Dit wordt ook wel de beschikbaarheid paradox genoemd. Elektriciteit is een basisbehoefte en verweven met nagenoeg alle maatschappelijke processen. De uitval van elektriciteit kent veel neveneffecten, zoals verstoring van de telecommunicatie en ICT. Daarmee raakt uitval van elektriciteit ook de continuïteit van het (nationale) bestuur en de regionale hulpverlening, met name wanneer deze van langere duur is. Uiteindelijk kan de uitval van elektriciteit leiden tot andere crises/rampen: verstoring van de openbare orde, de uitval van andere vitale infrastructuren (drinkwater, rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering etc.). Dit maakt de beschikbaarheid van elektriciteit noodzakelijk. Mede door de ontwikkelingen op het gebied van cyberterrorisme, cybercriminaliteit en hacktivisme (het mogelijk moedwillig handelen gericht tegen de vitale sector) komt de sector steeds meer onder de aandacht. Gas Naast elektra is gas een energiebron. Het transportnet, bestaande uit buisleidingen onder een druk van 40, 60 en 80 Bar, wordt uitgewerkt in de uitwerking van incidenttype transport gevaarlijke stoffen.
Het distributienet kent een vergelijkbare opbouw als het elektriciteitsnet. Ook hier is sprake van een aantal reduceerstations en een aantal meet- en regelstations die zorgen dat het gas bij de eindgebruikers op de juiste druk aankomt. In onze regio zijn 34 meet- en regelstations aanwezig als reduceerstations van 66 Bar naar 40 Bar of 40 Bar naar 8 Bar. Het gebruik zal de komende decennia als onderdeel van de energietransitie afnemen. In plaats daarvan zal gebruik worden gemaakt van geothermie, met name waar het gaat om het verwarmen van woningen en gebouwen. Dit boren is niet geheel zonder risico (zie paragraaf “Aardbevingen”). Zo kunnen er bijvoorbeeld andere grondstoffen meekomen, zoals aardolie en aardgas. Aangezien het een ‘jonge’ industrie betreft, wordt wet en regelgeving continu aangepast om in te spelen op nieuwe inzichten. Ondanks deze nieuwe bronnen is het grootste deel van de huishoudens in Haaglanden voor warm water, het verwarmen van de woning en koken, afhankelijk van gas. Olie De distributie van olie betreft in onze regio vooral de distributie van geraffineerde producten tot het niveau van motorbrandstoffen voor motorvoertuigen en schepen. Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering Riolering en afvalwaterzuivering zijn vitale onderdelen van de samenleving.
Bij (langdurige) uitval van deze systemen ontstaat er een situatie waarbij al snel sprake is van verstoring van het dagelijks leven. Uitval van rioolwaterafvoer kan geïsoleerd voorkomen, het effect daarvan is daarom meestal lokaal. Uitval van een afvalwaterzuiveringsinstallatie heeft een veel grotere impact. Bij uitval wordt het hele aanvoerende rioleringsstelsel gestremd. Verder kan ook verstoring optreden als
12
cascade effect, bij uitval van andere vitale structuren zoals elektriciteit. Daarnaast kan de verstoring/uitval ook optreden wanneer vuilvracht van het aangeboden afvalwater (bijvoorbeeld door een lozing) groter is dan de vuilvracht die het zuiveringsstation kan verwerken. Ook kan een lozing van chemicaliën in het rioolstelsel een grote impact hebben op het waterzuiveringsproces. Te veel of te weinig water leidt tot problemen als wateroverlast, natte kelders en tuinen, paalrot en verzilting. Klimaatverandering en bodemdaling zijn belangrijke oorzaken, maar ook de verstedelijking speelt een rol. Er komt steeds meer verhard oppervlak, waardoor er minder water in de bodem kan infiltreren en er te weinig ruimte voor water overblijft. Bij hevige regen kan het riool helemaal vol lopen en er water op straat blijven staan. Dit water staat als het ware even in de file voor afvoer door het riool en de bodem in. Meestal is dat water binnen een uur weer weg. Belangrijk is dat de schade door hevige buien beperkt blijft. Ten gevolge van een verstoring kunnen pompstations uitvallen en riolen kunnen overstromen. Indien de uitval veroorzaakt wordt door overstroming zal vermenging plaatsvinden met het rioolwater. Dit verontreinigde water vergroot de kans op het ontstaan van epidemieën en vormt een bedreiging voor de volksgezondheid.
De maatschappelijke consequenties en effecten kunnen grote vormen aannemen. In geval van grootschalige uitval, zullen de effecten zich niet zonder meer beperken tot de regiogrenzen. Hierbij moet worden gedacht aan gezondheids- en ecologische risico’s en extra kosten om het afval op andere wijze te verwerken. Behalve de hoeveelheid water is ook de kwaliteit van het water van belang. Die hangt nauw samen met gebiedsinrichting, hemelwaterafvoer en het rioleringssysteem. Een belangrijke bron van watervervuiling is de agrarische sector (meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen), maar ook medicijnresten en zware metalen zorgen voor vervuiling. Daarnaast zijn er tal van kleinere vervuilingsbronnen, zoals de riooloverstorten en de afspoeling van wegen. Die zorgen vooral lokaal voor problemen als zuurstofloosheid van het water en stank. Zowel een goed werkende rioolwaterafvoer als afvalwateringzuivering zijn van essentieel belang, zeker gezien de hoge bevolkingsdichtheid in Haaglanden. Met het oog op klimaatverandering neemt de kans toe dat de twee afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI’s) in de regio het hemelwater niet meer adequaat kunnen verwerken. Uit onderzoek van stichting RIONED bij 278 gemeenten blijkt dat vrijwel alle gemeenten steeds meer maatregelen treffen om water van het toenemend aantal zomerse buien op te vangen.
Dit geldt ook voor de gemeenten in onze veiligheidsregio. Gemeenten en waterschap werken in onze regio samen aan maatregelen om de zwaardere belasting van riolering en afvalwaterzuivering vanwege de klimaatverandering op te vangen. Verstoring drinkwatervoorziening Drinkwater is een primaire levensbehoefte voor de mens. Naast voor de consumptie wordt drinkwater gebruikt voor huishoudelijke doeleinden, als proceswater, als bluswater en als consumptiewater voor dieren. In Haaglanden zijn Dunea en Evides verantwoordelijk voor de drinkwatervoorziening. Beide bedrijven hebben een geheel eigen leidingnetwerk wat voor transport en distributie wordt gebruikt. De waterbronnen liggen buiten het gebied van Haaglanden. Dunea beslaat het overgrote deel van de regio. Dunea neemt water in uit de afgedamde Maas en infiltreert dit in de duinen. Evides beslaat een klein deel van de regio. Evides betrekt water uit de Maas en slaat dit op in grote bekkens in de Biesbosch. Tussen de drinkwaterbedrijven bestaan verschillende koppelpunten. Het leveringsgebied van de drinkwaterbedrijven is groter dan de regio Haaglanden. Een verstoring van de drinkwatervoorziening kan dus ook een bovenregionaal effect hebben.
13
Verstoring of uitval van de drinkwatervoorziening kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Zo kunnen er ongewenste domino-effecten optreden bij bijvoorbeeld ziekenhuizen (die operaties bij gebrek aan water moeten uitstellen) en in de (voedsel)industrie (waar productie moet worden gestaakt). Ook kan er een sanitair probleem ontstaan omdat er geen water is om handen te wassen of wc’s door te spoelen. Verstoring van de drinkwatervoorziening kan optreden als gevolg van problemen bij het winnen, zuiveren, opslaan, transportoren en distribueren van het water. Er kunnen verschillende oorzaken zijn. De drinkwatervoorziening kan bijvoorbeeld uitvallen of worden verstoord door een grote leidingbreuk, door een overstroming van een primaire kering, door een (onbeheersbare) natuurbrand of brand in een zuiveringsstation. Ook een digitale verstoring kan leiden tot het verstoren van de drinkwatervoorziening. Net zoals de rest van de samenleving zijn bij de drinkwaterbedrijven steeds meer processen in hoge mate gedigitaliseerd en/of geautomatiseerd. Ook kunnen er problemen ontstaan bij de waterinname. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er een tekort is aan kwalitatief goed oppervlaktewater door droogte of verontreiniging van de Maas. Denk bijvoorbeeld aan verontreiniging door medicijnresten of stoffen als PFAS en GenX/pyrazool.
Er kan een tekort ontstaan als de vraag naar drinkwater groter is dan de productie- of transportcapaciteit. Bijvoorbeeld bij langdurige warmte of droogte wanneer veel mensen in een bepaald gebied op hetzelfde moment hun tuin sproeien of particuliere zwembaden vullen. Door het veranderende klimaat, neemt de kans hierop toe.
Als laatste kan er verontreiniging in drinkwaternet optreden. Op hoofdlijn is dat een (micro)biologische, chemische of nucleaire besmetting van het drinkwater. Dit kan ook van moedwillige aard zijn. Ook een storing in het zuiveringsproces of drukverlies kan leiden tot een niet geplande drinkwaterkwaliteitsverandering. Vanuit de Drinkwaterwet worden hoge eisen gesteld aan de leveringszekerheid van het drinkwatersysteem. Hierdoor bezit het systeem een hoge mate van redundantie. De grootste problemen ontstaan bij een opeenstapeling van verstoorde omstandigheden zoals een droge zomer, een leidingbreuk en een verontreiniging tegelijk. Om een goede waterkwaliteit te kunnen leveren zijn drinkwaterbedrijven veelal afhankelijk van de inzet van andere partijen, zoals waterschappen, Rijkswaterstaat en andere lokale partijen (zoals boeren en tuinders) voor een goede bronkwaliteit. Met deze partijen werken de drinkwaterbedrijven nauw samen. Ieder drinkwaterbedrijf moet voor tien dagen zelfvoorzienend zijn. Dit betekent dat het hele systeem van drinkwaterlevering gedurende minimaal tien dagen moet blijven functioneren (op basis van een gemiddeld dagverbruik) bij uitval van bijvoorbeeld energie of telecommunicatie.
Wanneer de levering van kwalitatief goed drinkwater voor langer dan 24 uur uitvalt (door bijvoorbeeld een grote breuk in een transportleiding), zijn de drinkwaterbedrijven verplicht om nooddrinkwater aan hun klanten te leveren. Hierbij gaat het om minimaal drie liter per persoon per dag: twee liter voor consumptie; één liter om voedsel te bereiden. Gemeenten en waterbedrijven zijn samen verantwoordelijk voor de verstrekking van nooddrinkwater en kunnen daarbij een beroep doen op logistieke ondersteuning van Defensie. Burgers kunnen zichzelf voorbereiden op uitval van drinkwater door zelf een (nood)voorraad drinken aan te leggen (zie: www.haaglandenveilig.nl). Verstoring ICT en Telecom De maatschappelijke afhankelijkheid van de Telecommunicatie-en ICT-sector ontwikkelt zich in een sneltreinvaart. Daarnaast raakt deze sector steeds meer vervlochten met de audiovisuele sector (radio en televisie). Dit vindt plaats op verschillende niveaus zoals infrastructuur, apparatuur en inhoud. Hierdoor treden ook veranderingen op in productie, distributie en gebruik op zowel nationaal als internationaal niveau en neemt de afhankelijkheid verder toe. Aan de andere kant is de beschikbaarheid van ICT en Telecom ook toegenomen.
Zo is Nederland koploper als het gaat om het gebruik van sociale media en heeft Nederland een van de hoogste aantallen mobiele telefoons per inwoner: meer dan 80% heeft een mobiele telefoon, onder jongeren is dat zelfs 95%. Daarbij is de 80% mobiele telefoons gelijk aan het percentage inwoners dat een laptop heeft. Binnen de regio Haaglanden is een groot aantal commerciële aanbieders van zowel spraak – als datacommunicatie actief. Zij hebben een uitgebreide infrastructuur aangelegd, bestaande uit: • • • •
GSM (en andere) zendmasten; Verdeelstations; Glasvezelkabels; Netwerkkasten / Netwerkknooppunten p.m.
Het wegvallen van deze voorzieningen heeft een grote impact op het maatschappelijk functioneren. In de dagelijkse praktijk wordt de burger dan bijvoorbeeld geconfronteerd met niet werkende verkeerslichten, ontbrekende medische informatie, hulpdiensten die niet op tijd komen bij een slachtoffer, het niet (uit)betalen van uitkeringen, salarissen of andere financiële verplichtingen en niet werkende pinautomaten. Als gevolg hiervan kunnen mensen soms enkele dagen zonder de eerste levensbehoeften komen te zitten en worden ondernemingen geconfronteerd met inkomstenderving. Het treinverkeer inclusief overgang bediening/wissels dat vastloopt, media zoals radio, tv, internet/Facebook en andere sociale netwerken die uitvallen, er geen mobiel- en emailverkeer mogelijk is en de straatverlichting die niet werkt. Kortom, alle bedrijvigheid komt tot stilstand. In de meeste gevallen valt het opvangen van uitval van systemen onder de eigen verantwoordelijkheid en is op basis van continuïteitsplannen voorzien in de beschikbaarheid van redundante systematiek. Toch komt het voor dat systemen onbedoeld naar elkaar verwijzen, waardoor voor de gebruiker onvoldoende zichtbaar is wat, waarnaar verwijst. Dat bemoeilijkt het waarborgen van continue beschikbaarheid en het schetsen van een overzichtelijk beeld van de omvang van de effecten bij uitval van één of meerdere systemen.
De betrouwbaarheid, beschikbaarheid en het veilige gebruik van ICT en telecom komt steeds meer onder druk te staan doordat criminele activiteiten zich verplaatsen naar deze netwerken. Voorbeelden hiervan zijn het infiltreren in netwerken, phishing sites en het misbruiken van digitale identiteiten. Dit treft niet alleen burgers maar ook zeker vitale bedrijven en sectoren die gebruik maken van ICT- netwerken. De uitval van de communicatiemiddelen in de regio Rotterdam-Rijnmond (zomer 2011 en april 2012) heeft aangetoond dat alle communicatiemiddelen afhankelijk van elkaar zijn. Op het moment dat ze niet meer ter beschikking staan, hebben de hulpdiensten grote moeite om de hulp te bieden die de burgers nodig hebben. De Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond heeft daarom een convenant afgesloten met Dares, een amateur zendorganisatie waarop zij bij uitval van het eigen systeem
14
kunnen terugvallen. Daarnaast kan Defensie logistiek ondersteunen bij eventuele grootschalige uitval van systemen. Hulpdiensten en verschillende vitale bedrijven hebben bij overbelasting/uitval van het reguliere openbare telefoonnet de beschikking over Noodcommunicatievoorziening. Verstoring voedselvoorziening De voedselvoorziening en meer specifiek, de beschikbaarheid van één of meer basisvoedingsmiddelen en de voorziening van één of meer essentiële voedingsstoffen in Nederland, dient veilig gesteld te zijn. Elementen die bijdragen aan het zeker stellen van de voedselvoorziening, zoals voedselproductie en voedseldistributie zijn dermate geografisch gespreid dat hieraan voor een belangrijk deel al wordt voldaan. In geen van de branches zal door het uitvallen van de grootste productielocatie de voedselvoorziening in gevaar komen en veel voedingsmiddelen kunnen in geval van nood vervangen worden door andere. Een speciaal punt van aandacht hierbij is de samenhang tussen voedselvoorziening en voedselveiligheid. De kwetsbaarheid van de voedselsector ligt vooral in onveilig voedsel dat door veel mensen wordt gebruikt, waardoor als gevolg van een aantasting van de volksgezondheid in het ergste geval maatschappelijke ontwrichting kan ontstaan. Daarbij is de voedselvoorziening voor de continuïteit van andere vitale producten en diensten natuurlijk wel van groot belang.
Uit onderzoek van Oxfam Novib is gebleken dat Nederland de eerste plaats inneemt als het gaat om voedselbeschikbaarheid (hebben mensen genoeg te eten, is het betaalbaar, van goede kwaliteit, etc.). In het Nationaal Veiligheidsprofiel is een voedselschaarste scenario uitgewerkt. Het scenario heeft geen directe knelpunten opgeleverd in het huidige beleid of de huidige capaciteiten. Aansturing bij een dergelijk scenario speelt op Europees of nationaal niveau. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat beschikt over een crisisdraaiboek voedselvoorziening.
Verstoring afvalverwerking Verstoringen van de afvalverwerking worden tot op heden met name (inter-)gemeentelijk opgelost. Niet ophalen van afval kan wel degelijk voor problemen zorgen, maar er is voldoende tijd om een alternatieve voorziening te organiseren. Daardoor is dit crisistype weliswaar zeer hinderlijk, maar zal dit voor de veiligheidsregio niet leiden tot een (crisis)situatie waar de regio zich beleidsmatig/qua capaciteit op hoeft voor te bereiden. Een voorbeeld van een incident bij de verwerking van afval is de zeer grote brand bij afvalverwerker Vliko in Leiderdorp (augustus 2013). Weliswaar zijn er maatregelen getroffen, maar de langdurige uitval van deze afvalverwerker heeft voor de afvalverwerking in de betreffende veiligheidsregio geen impact gehad.
Technologische omgeving Incidenten toxische of brandbare stof De crisistypen ‘incident met giftige stof in open lucht’ 7 en ‘incidenten met brandbare stof in de open lucht’ kennen de volgende incidenttypen: • Incident vervoer weg; • Incident vervoer water; • Incident spoorvervoer; • Incident transport buisleidingen; • Incident stationaire inrichting.
15
Haaglanden kent een sterk verstedelijkt karakter, maar kent tevens natuurgebieden en gebieden met grootschalige tuinbouwcomplexen. In het zuidwesten wordt de regio begrensd door het Haven Industrieel Complex van Mainport Rotterdam. Mede ten gevolge van de nabijheid van de regio Rotterdam-Rijnmond is er langs de hoofdroutes in Haaglanden regelmatig transport van gevaarlijke stoffen. Het aantal grootschalige risicovolle activiteiten binnen de regio zelf is beperkt. Wel bevinden zich binnen de regio een groot aantal kleinere en middelgrote risicorelevante bedrijven die veiligheidsknelpunten kunnen geven in combinatie met nabijgelegen bebouwing. Vervoer (transport) gevaarlijke stoffen over de weg, het water en het spoor. Gevaarlijke stoffen vervoeren is risicovol. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Transportroutes en de omgeving van deze transportroutes moeten aan speciale eisen voldoen. Per 1 april 2015 geldt hiervoor het Basisnet. Het Basisnet geeft aan over welke routes gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierbij wordt de hoeveelheid door het Basisnet begrensd. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt op een zo veilig mogelijke manier; het beperkt de risico’s en biedt omwonenden een basisveiligheidsniveau.
Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en
7 Gezien de vele overeenkomsten worden deze twee crisistypen gezamenlijk beschouwd. De effecten zijn daarentegen wel
degelijk verschillend. Dit is meegenomen in de uitwerking van de scenario’s.
hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het transport binnen de regio past binnen het Basisnet. Het Basisnet is daarmee niet van invloed geweest op het transport van gevaarlijke stoffen in de regio. Doorgaand transport van gevaarlijke stoffen vindt plaats via de rijkswegen (met name A13, A4 en de A12/Utrechtse baan, waarbij er beperkt transport plaatsvindt over het deel van de A4 van Delft naar Schiedam door de tunnel). Lokaal vindt transport over de weg plaats van onder meer LPG, LNG, propaan en vuurwerk. Door de nieuwe vraag naar andere middelen worden er meer andere stoffen dan de ‘conventionele stoffen’ vervoerd, zoals waterstof. Hierdoor ontstaan er nieuwe incidenttypen waar hulpdiensten zich moeten voorbereiden. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt wel het principe dat de bebouwde kom vermeden dient te worden. Vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor Met de komst van het Basisnet is het traject Leiden – Den Haag HS – Rotterdam vervallen als traject waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Zo is het transport van gevaarlijke stoffen door de tunnel van Rijswijk niet toegestaan. Dit traject maakt slechts als omleidingsroute deel uit van het Basisnet spoor. Met de brandweer zijn afspraken gemaakt over wanneer hier gebruik van wordt gemaakt. Wel vindt er minimaal transport plaats vanuit Rotterdam naar DSM in Delft en vice versa.
Hierbij gaat het om enkele wagons per week. Vervoer gevaarlijke stoffen over het water Er is geen sprake van het transport van gevaarlijke stoffen over het water. Er liggen in de haven van Scheveningen alleen nog 2 bevoorradingsschepen (met brandbare stoffen als stookolie) t.b.v. de visserij. Buiten de haven ligt nog wel een ankerplaats (locaties moeten op veilige afstand gelegen zijn van de uiterste grens van een verkeersscheidingsstelsel (vaarstroken van routeringssystemen), op minimaal 2 zeemijl). Door aanhoudende drukte van zeeschepen die voor anker gaan op de Noordzee in buurt van de Rotterdamse haven, heeft Rijkswaterstaat een nieuw ankergebied aangewezen. Het betreft ankerplaats 6, ruim 15 kilometer ten noordwesten van Scheveningen. Ankerplaats 6 biedt ruimte aan ongeveer vijftien schepen voor enkele dagen. Vervoer gevaarlijke stoffen via buisleidingen Binnen de regio bevinden zich aardgasleidingen (hoofdleidingen van 40 tot 80 bar), buisleidingen voor het vervoer van brandbare vloeistoffen en buisleidingen voor andere gevaarlijke stoffen, geëxploiteerd door diverse bedrijven en overheidsinstanties, zoals: GasUnie, Sabic Pipelines, OPAC (CO2) en defensie. Een nieuwe trend is verwarming door middel van stadsverwarming. Het gebruik is niet nieuw, echter het aanleveren veranderd.