Bijlage 3. ruimtelijke motivering
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker
Status: Definitief
Maart 2026
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker
Plannaam: Plantype: Status:
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Ruimtelijke motivering ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Definitief
Datum:
Maart 2026
Versie:
3
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING.............................................................4
AANLEIDING ......................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................. 4 HET OMGEVINGSPLAN ............................................................................................... 4 LEESWIJZER.......................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................8
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING .................................................9
3.1 3.2
HET VOORNEMEN .................................................................................................... 9 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .......................................................................... 11
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
ALGEMEEN .......................................................................................................... 14 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ..................................................................... 14 LANDSCHAPPELIJKE/STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ........................................................... 15
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3
BESCHERMING VAN DE NATUUR..................................47
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................ 47 SOORTENBESCHERMING ............................................................................................ 48 CONCLUSIE ......................................................................................................... 48
HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4
BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU .................38
GELUID DOOR ACTIVITEITEN ....................................................................................... 38 BODEMKWALITEIT .................................................................................................. 39 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................... 40 GEUR ................................................................................................................ 42 TRILLINGHINDER ................................................................................................... 43 GEZONDHEID ....................................................................................................... 43 KLIMAATADAPTATIE................................................................................................. 44 LICHTHINDER ....................................................................................................... 45
HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3
BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN .......................30
VIGEREND BELEID .................................................................................................. 30 WATERASPECTEN ................................................................................................... 34 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED ................................................. 34 CONCLUSIE ......................................................................................................... 37
HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8
OMGEVINGSVEILIGHEID...........................................25
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 25 BEOORDELING OMGEVINGSVEILIGHEID............................................................................ 26 CONCLUSIE ......................................................................................................... 29
HOOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3 7.4
BELEIDSKADERS....................................................16
RIJKSBELEID ........................................................................................................ 16 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................. 21
HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 14
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ..........................49
WETTELIJK KADER ............................................................................................... 49 ARCHEOLOGIE ................................................................................................... 49 CULTUURHISTORIE .............................................................................................. 50 CONCLUSIE ...................................................................................................... 50
HOOFDSTUK 11
M.E.R.- BEOORDELING ............................................51 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief 11.1 11.2 11.3
ALGEMEEN ....................................................................................................... 51 SITUATIE PROJECTGEBIED ....................................................................................... 51 CONCLUSIE ...................................................................................................... 52
HOOFDSTUK 12 12.1 12.2 12.3
ALGEMEEN ....................................................................................................... 53 KOSTENVERHAAL ................................................................................................ 53 SITUATIE PROJECTGEBIED ....................................................................................... 53
HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................53
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ......................54
PARTICIPATIE .................................................................................................... 54 ADVIES EN INSTEMMING ........................................................................................ 55 ZIENSWIJZEN .................................................................................................... 55
HOOFDSTUK 14
VOORSTEL OPNEMEN INITIATIEF IN OMGEVINGSPLAN .....56
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING ...........................................57 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
VUURLASTBEREKENING .................................................................................... 57 WATERSLEUTEL ........................................................................................... .82 AKOESTISCH ONDERZOEK ................................................................................. 85 VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................239 RESULTATEN BESI .......................................................................................299
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Het voornemen is om op het sportcomplex van Tennisvereniging Pijnacker een overkapping te realiseren met zes nieuwe padelbanen. De overkapping heeft een oppervlakte van 1.776 m2 en maximale hoogte van 9,77 meter. Buiten de overkapping worden een centercourt, mini tennisbaan, speeltuin en halfverhard terras gerealiseerd met een containerunit in gebruik als bar. Ook wordt een watersilo gebouwd. De overkapping voldoet niet aan de bouwregels uit het omgevingsplan van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De overige activiteiten passen wel binnen de regels van het omgevingsplan. Hoewel deze motivering dus gaat om het mogelijk maken van de overkapping, worden de andere activiteiten voor de volledigheid wel benoemd in deze motivering. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.
1.2
Ligging van het projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Sportlaan 3 in Pijnacker. Het betreft een deel van het perceel dat Kadastraal bekend staat als gemeente Pijnacker, sectie C, nummer 8911. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven met een rode ster en een rode contour.
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied (Bron: OpenStreetMap)
1.3
Het omgevingsplan
1.3.1
Planologische situatie
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente PijnackerNootdorp. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Dit is het ‘tijdelijke deel’ van het omgevingsplan. Ter plaatse gelden in het tijdelijke deel van het omgevingsplan de volgende plannen: • • •
Bestemmingsplan “De Groene Wijdte” (vastgesteld op 18 oktober 2018) “Parapluplan 2022” (vastgesteld op 20 oktober 2022) “Paraplubestemmingsplan Archeologie” (vastgesteld op 12 oktober 2023)
De bestemmingsplannen zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, waardoor hieronder nog wordt gesproken over ‘bestemmingen’ in plaats van ‘functies’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende bestemmingsplannen opgenomen. Het projectgebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 1.2
Verbeelding planologische situatie (Bron: Omgevingsloket)
Hierna wordt per bestemmingsplan de planologische situatie toegelicht. Bestemmingsplan “De Groene Wijdte” Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor groen- en speelvoorzieningen. Gebouwen mogen alleen ten dienste van de bestemming worden gebouwd. De oppervlakte niet meer dan 20 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedragen. Voor andere bouwwerken is de maximale bouwhoogte 3 meter. Sport De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het uitoefenen van sport- en sportgerelateerde activiteiten. Gebouwen mogen alleen ten dienste van sportactiviteiten worden gebouwd. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, danwel binnen het vlak met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwmogelijkheden'. Het bebouwd oppervlak aan gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' is aangegeven. In dit geval bedraagt het maximaal bebouwd oppervlak 1.200 m2. Voor de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken gelden de volgende regels. De maximale bouwhoogte van gebouwen is bepaald met de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’. In dit geval bedraagt de maximale bouwhoogte 6 meter. Voor andere bouwwerken gelden de volgende bouwhoogtes: Bouwwerken luifels lichtmasten tribunes, vlaggen- en andere masten erf - of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken
Max. bouwhoogte 6 meter 20 meter 12 meter 3 meter 8 meter
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de Nota Parkeernormen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief Tot slot geldt een voorwaardelijke verplichting voor watercompensatie. De ingebruikname van een uitbreiding van de bestaande bebouwing is uitsluitend toegestaan met in achtneming van de volgende regels: a.
er is in relatie tot de uitbreiding van de bebouwing voorzien in voldoende watercompensatie; b. in afwijking van het gestelde onder a mag een kleinere oppervlakte aan watercompensatie worden gerealiseerd indien er andere maatregelen met een vergelijkbaar effect voor de waterhuishouding genomen; c. de oppervlakte, opzet en uitvoering van de watercompensatie dient in overleg met de waterbeheerder tot stand te komen. Waarde – Archeologie 4 De regels uit deze bestemming gelden niet langer, omdat deze zijn herzien met het “Paraplubestemmingsplan Archeologie”. “Parapluplan 2022” In het “Parapluplan 2022” staan regels over verschillende onderwerpen. Met name de regels over parkeren zijn hier relevant. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen of uitbreiden van gebouwen wordt verleend, indien wordt aangetoond dat in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's. Hierbij wordt rekening gehouden met de omvang van het gebouw en de activiteiten die plaatsvinden in het gebouw. Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld aan de hand van de 'Nota Parkeernormen 2021' en wijzingen daarvan.
“Paraplubestemmingsplan Archeologie” Waarde – Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en bij graaf- of heiwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter, is archeologisch onderzoek vereist. 1.3.2
Opheffen strijdigheid
Het voornemen is op enkele punten in strijd met de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De overkapping is een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte. Volgens artikel 1.28 van bestemmingsplan “De Groene Wijdte” is de overkapping daarmee een gebouw. Met de te bouwen overkapping (1.776 m2) wordt de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing van 1.200 m² op het perceel overschreden. De hoogte van de overkapping (9,77 meter) en de watersilo (4,62 meter) is daarnaast hoger dan de maximaal toegestane bouwhoogte voor gebouwen (6 meter voor de overkapping en 3 meter voor de watersilo). Ten slotte komt de overkapping, het waterbassin en een padelbaan voor een deel in de bestemming ‘Groen’. De overkapping, het waterbassin en de padelbaan zijn niet ten dienste van groenvoorzieningen en daarom in strijd met de bestemming. Tot slot zijn met name de aspecten archeologie en water van belang voor het mogelijk maken van het voornemen, hier wordt in hoofdstuk 7 en 10 verder op ingegaan. De beoogde activiteiten passen daarmee niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).
Een omgevingsvergunning voor een Bopa kan op basis van artikel 8.0 Bkl worden verleend, wanneer de activiteit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het projectgebied en de bescherming van de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Tot slot bevat hoofdstuk 14 een voorstel van de regels om het initiatief in het omgevingsplan te kunnen opnemen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
Het projectgebied bevindt zich op het terrein van Tennisvereniging Pijnacker. In het projectgebied liggen nu vier tennisbanen, een mini tennisveld en een beachvolleybalveld. De rest van het tennispark bestaat uit tien tennisbanen en een clubgebouw met terras. Het projectgebied ligt bijna geheel omsloten door een houtsingel. Aan de noordzijde van het projectgebied ligt een watergang, met daarachter de Sportlaan en het terrein van de plaatselijke hockey- en voetbalclubs. Ten oosten van het projectgebied ligt het Stanislas college. Aan de zuidkant van het projectgebied liggen agrarische gronden. Tot slot ligt ten westen van het projectgebied een glastuinbouwgebied. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het projectgebied en de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 2.1
Huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Het voornemen
Het voornemen is om op een deel van de bestaande tennisvelden het volgende te realiseren: • • • •
•
Zes nieuwe padelbanen; Een overkapping boven de padelbanen (1.776 m2 en 9,77 meter hoog); Speeltuin met kidspark (ongeveer 225 m2); Halfverhard terras (363 m2) met een containerunit (14,77 m2 en 2,6 meter hoog) in gebruik als bar. Het gebruik is ondergeschikt aan de sportfunctie. De containerunit heeft een deur om toegang tot de unit te krijgen en een luifel die open te klappen is om vanuit de unit drankjes/hapjes aan klanten te verstrekken en geld te incasseren. Er worden geen padelballen/-rackets uitgegeven in de container; Nieuw centercourt (gravel) en mini tennisbaan (588 m2 en 147 m2).
Het realiseren van padelbanen, centercourt, mini tennisbaan, speeltuin en terras past binnen de regels van het omgevingsplan. Deze motivering is daarom primair ingestoken op het realiseren van de overkapping boven de gewenste padelbanen. Verder wil initiatiefnemer een watersilo realiseren voor de opvang van afstromend hemelwater van het dak van de overkapping. De watersilo is 4,62 meter hoog, heeft een oppervlakte van ongeveer 23,67 m2 en een inhoud van 108 m3. Hiermee voldoet de initiatiefnemer aan de eisen met betrekking tot watercompensatie (zie verder hoofdstuk 7). In onderstaande afbeeldingen staat een situatietekening en impressies van de beoogde situatie.
Afbeelding 3.1
Situatietekening beoogde situatie (Bron: Allesvoorpadel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
Afbeelding 3.2
Impressie beoogde situatie (Bron: Allesvoorpadel)
Afbeelding 3.3
Impressie watersilo (Bron: A1group.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
3.2
Infrastructuur en openbare ruimte
3.2.1
Algemeen
Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het projectgebied. 3.2.2
Verkeer en parkeren
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 - Basis voor parkeernormering’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Hoewel de gemeente Pijnacker-Nootdorp de ‘Nota Parkeernormen 2021’ heeft vastgesteld, zijn daarin geen normen opgenomen voor padelbanen. Daarom zijn de normen gebruikt uit de CROW publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •
Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Functie: voor de functie is aangesloten bij de functie ‘padelhal’. Voor deze functie zijn alleen kencijfers over de parkeerbehoefte beschikbaar. Voor de verkeersgeneratie is aangesloten bij de functie ‘tennishal’. Voor de centercourt en mini tennisbaan wordt de functie ‘tennishal’ gebruikt.
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie is telkens naar boven afgerond. Parkeerbehoefte (auto’s) Op basis van de CROW-uitgave geldt voor de gewenste functie in het projectgebied de volgende parkeerbehoefte: Functie
Parkeernorm (per 100 m2)
Oppervlakte
Parkeerbehoefte
Padelhal
0,65 parkeerplaatsen
1.776 m2
12 parkeerplaatsen
Tennishal
0,5 parkeerplaatsen
735 m2
4 parkeerplaatsen
In de huidige situatie zijn in het projectgebied vier tennisbanen aanwezig met een oppervlakte van ongeveer 2.490 m2. Daarvoor geldt onderstaande parkeerbehoefte: Functie
Parkeernorm (per 100 m2)
Oppervlakte
Parkeerbehoefte
Tennishal
0,5 parkeerplaatsen
2.490 m2
13 parkeerplaatsen
Per saldo is er dus een toename in parkeerbehoefte van drie parkeerplaatsen. Op het bestaande parkeerterrein zijn 77 parkeerplaatsen aanwezig. Deze zijn in gebruik voor de hele tennisvereniging. De overige tennisvelden van de vereniging (ca. 6.100 m2) zorgen voor een parkeerbehoefte van 31 parkeerplaatsen. Daarmee kan de geringe toename van de parkeerbehoefte ruimschoots worden opgevangen. Het parkeerterrein wordt ook gebruikt door de naastliggende school. De school is BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief overdag geopend en heeft overdag de grootste parkeerbehoefte, terwijl de tennisvereniging ’s avonds en in het weekend de grootste parkeerbehoefte heeft. In de huidige situatie zijn geen klachten bekend van parkeeroverlast. Gesteld wordt dat het initiatief dan ook niet zal leiden tot hinder. Verkeersgeneratie Op basis van de CROW-uitgave geldt voor de gewenste functie in het projectgebied de volgende verkeersgeneratie: Functie
Kengetal (per 100 m2)
Oppervlakte
Verkeersgeneratie
Tennishal
3,5 bewegingen
2.511 m2
88 bewegingen
De parkeernorm voor een padelhal ligt een factor 1,3 hoger dan de norm voor een tennishal. Vanuit die gedachte is het aantal verkeersbewegingen ook hoger. 88 maal 1,3 geeft afgerond 115 verkeersbewegingen per etmaal. In de huidige situatie vindt de volgende verkeersgeneratie plaats: Functie
Kengetal (per 100 m2)
Oppervlakte
Verkeersgeneratie
Tennishal
3,5 bewegingen
2.490 m2
88 bewegingen
Per saldo is een toename van ongeveer 27 bewegingen per etmaal. De Sportlaan kan deze verkeersgeneratie vlot en veilig verwerken. Parkeerbehoefte (fietsers) De gemeente Pijnacker-Nootdorp zet beleidsmatig in op fietsen (STOMP-principe), zeker bij korte afstanden. Daarom is het ook belangrijk om te kijken naar de parkeergelegenheid voor fietsers. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft zelf geen parkeernormen voor fietsparkeren, daarom wordt gebruik gemaakt van de CROW-publicatie ‘Fietsparkeerkencijfers 2025 – basis voor fietsparkeernormering’. Qua functie, verstedelijkingsgraad en stedelijke zone wordt van dezelfde uitgangspunten uitgegaan als voor autoparkeren. Op basis van deze uitgangspunten geldt voor de gewenste functie in het projectgebied de volgende parkeerbehoefte voor fietsers: Functie
Parkeernorm (per 100 m2)
Oppervlakte
Parkeerbehoefte
Padelhal
0,95 parkeerplaatsen
1.776 m2
17 parkeerplaatsen
Tennishal
0,5 parkeerplaatsen
735 m2
4 parkeerplaatsen
In de huidige situatie is sprake van de volgende parkeerbehoefte voor fietsers: Functie
Parkeernorm (per 100 m2)
Oppervlakte
Parkeerbehoefte
Tennishal
0,5 parkeerplaatsen
2.490 m2
13 parkeerplaatsen
Per saldo is er dus sprake van een toename in de parkeerbehoefte voor fietsers met 8 parkeerplaatsen. Initiatiefnemer realiseert naast de bestaande fietsenstalling ruimte om meer fietsen te kunnen parkeren. Het gaat dan om ruimte voor fietsenrekken, er wordt geen fietsenstalling gebouwd. Op onderstaande afbeelding staat de locatie aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
Afbeelding 3.4
3.2.3
Overzicht fietsparkeerplekken (Bron: Allesvoorpadel)
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN
Algemeen
In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •
Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.
Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.2.1
Algemeen
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. Bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief 4.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Hierbij wordt een ontwikkeling met een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m2 niet als stedelijke ontwikkeling gezien (ECLI:NL:RVS:2017:1724). In dit geval is het voornemen om zes overdekte padelbanen, mini tennisbaan en centercourt te realiseren met een totale oppervlakte van 2.511 m2. Echter is alleen de bouw van de overkapping in strijd met het omgevingsplan. De overige activiteiten zijn bij recht toegestaan. De overkapping heeft een oppervlakte van 1.776 m2. Er is dus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? De Ladder bepaalt verder niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied het gebied te bepalen. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepalen op welk niveau de afweging wordt gemaakt. De padelbanen zijn bedoeld voor inwoners in Pijnacker-Nootdorp en omliggende dorpen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied blijft dus beperkt tot de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
Beschrijving behoefte aan voorgenomen ontwikkeling Uit het beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp blijkt dat sportverenigingen zijn aangewezen als centraal onderdeel van vitale kernen (zie paragraaf 5.3.1). Het verenigingsleven speelt daarbij een belangrijke rol. Zoals hierboven al is aangegeven past het initiatief goed bij de ambities die de gemeente heeft op het terrein van recreatie, gezondheid en ontmoeting. Het is daarbij belangrijk dat sportverenigingen zich kunnen doorontwikkelen. Het initiatief is hiervan een voorbeeld. Het initiatief levert een belangrijke bijdrage voor Tennisvereniging Pijnacker en garandeert dat deze vereniging zijn belangrijke positie voor sport en ontmoeting kan behouden. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Het projectgebied ligt op het terrein van Tennisvereniging Pijnacker. Er is dus geen sprake van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. Het initiatief voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
4.3
Landschappelijke/stedenbouwkundige waarden
Het projectgebied ligt op het terrein van Tennisvereniging Pijnacker. Van bijzondere stedenbouwkundige of landschappelijke waarden is dan ook geen sprake. Het voornemen sluit aan bij de functie van de omliggende gronden (sporten). De naastgelegen houtsingel wordt slechts zeer beperkt aangetast (circa 60 m2), door de plaatsing van de watersilo voor de opvang van hemelwater.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
HOOFDSTUK 5
BELEIDSKADERS
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
5.1
Rijksbeleid
5.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties. 5.1.2
Instructieregels Rijk (Amvb’s)
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: • • • • • • • •
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); het gebruik van bouwwerken, waaronder de aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7a); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Het voornemen draagt wel bij aan de prioriteit ‘sterke en gezonde regio’s’. Met de bouw van de padelbanen is er meer gelegenheid om te sporten voor de inwoners van Pijnacker-Nootdorp en omgeving. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.
5.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. 5.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
5.2.1.1 Algemeen Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De hoofdambitie van de omgevingsvisie is een strategisch inzicht te geven op de gewenste ontwikkelingen voor de lange termijn en de kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen te waarborgen. De omgevingsvisie bevat geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities worden als volgt geformuleerd: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.
5.2.1.2 Opgaven Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling is de volgende opgaven relevant: Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Recreatie, sport en bewegen De provincie wil dat mensen meer naar buiten gaan om te ontspannen, bewegen of sporten. De provincie zet daarom, samen met partners, in op een goed netwerk van gebieden, voorzieningen en bestemmingen voor sport en recreatie. Ook stimuleert de provincie activiteiten die gericht zijn op een grotere deelname van bewoners aan sport en recreatie, met name van hierin ondervertegenwoordigde groepen. 5.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland De ontwikkeling gebeurt op het bestaande sportpark. Van bouwen buiten bestaand bebouwd gebied is dus geen sprake.
Ter compensatie van de toename van verhard oppervlak wordt een watersilo geplaatst. Daarmee is sprake van zorgvuldig gebruik van de ruimte. Verder maakt het initiatief een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief diverser aanbod van sportfaciliteiten mogelijk. De overkapping van de padelbanen verhoogt de kwaliteit van het padellen, doordat het beschutting biedt tegen regen en kou en zorgt voor schaduw bij zon. De overkapping maakt het daarmee aantrekkelijker om te padellen. Het initiatief stimuleert bewegen en is daarmee in lijn met de ambities van de provincie Zuid-Holland op het gebied van gezondheid. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 5.2.2
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
5.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. 5.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de provinciale omgevingsverordening Concreet zijn de instructieregels voor omgevingsplannen relevant. De omgevingsverordening laat zich niet specifiek uit over sportvoorzieningen. Wel zijn de volgende algemene regels van belang. Artikel 7.41a – Risico’s van klimaatverandering 1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. 2. Voor zover risico’s aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s. Als onderdeel van deze onderbouwing is in een vroeg stadium contact opgenomen met het Hoogheemraadschap Delfland. Zie hiervoor paragraaf 7.3. Daarnaast wordt in paragraaf 8.7 ingegaan op het aspect klimaatadaptatie.
Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de regels uit artikel 7.41a. Artikel 7.43a – Borgen ruimtelijke kwaliteit 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten, genoemd in bijlage IX, onder A. In artikel 7.43 staat gedefinieerd wat onder de mate van ingrijpendheid van een ruimtelijke ontwikkeling wordt verstaan. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a.
inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief Het initiatief vindt volledig plaats op het bestaande sportterrein aan de Sportlaan 3. De functie sport blijft met het voornemen ongewijzigd. De te realiseren overkapping wordt niet hoger dan de bestaande bomen op de aangrenzende houtwal. Het initiatief heeft daarmee een beperkte mate van ingrijpendheid in de ruimte en valt onder ‘inpassen’. Het projectgebied ligt binnen stedelijk gebied. Daarmee is met name de ‘ruimtelijke kwaliteit van stedelijke occupatie’ van belang. Op onderstaande afbeelding is het projectgebied met een blauwe ster aangegeven op de kaart die bij deze laag hoort.
Afbeelding 5.1
Kaart ‘ruimtelijke kwaliteit van stedelijke occupatie’ (Bron: Omgevingsloket)
Het projectgebied ligt binnen de zone ‘steden en dorpen’. Voor dorpen gelden de volgende richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit: • • •
Elk dorp bouwt voort op de eigen identiteit en op de karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan de groen- en waterstructuren en recreatieve uitloopmogelijkheden in en rond het dorp. Ontwikkelingen dragen bij aan de leefbaarheid en vitaliteit van het dorp.
Zoals al eerder is genoemd ligt het projectgebied op het sportterrein aan de Sportlaan 3. De ontwikkeling past binnen de aanwezige sportfunctie. Ter compensatie van de toename van verhard oppervlak wordt een watersilo geplaatst. Verder maakt het initiatief een diverser aanbod van sportfaciliteiten mogelijk. De overkapping verhoogt de kwaliteit van het padellen, doordat het beschutting biedt tegen regen en kou en zorgt voor schaduw bij zon. De overkapping maakt het daarmee aantrekkelijker om te padellen. Daarmee draagt het initiatief bij aan de vitaliteit van het dorp. Het initiatief voldoet aan de regels uit artikel 7.43a. 5.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Het initiatief is in overeenstemming met het provinciale beleid, zoals verwoord in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief
5.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1
Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050
5.3.1.1 Algemeen Als kompas voor de omgevingsvisie zet de gemeente in op het versterken van de verbinding tussen gebieden (en functies van gebieden) binnen en buiten de gemeente. De ruimtelijke mozaïek functioneert daardoor als een samenwerkend geheel waarbij functies elkaar aanvullen en geen belemmeringen creëren voor elkaar. Daarmee worden sociale structuren versterkt en (regionale) economische ontwikkeling geoptimaliseerd. In het verlengde van het kompas voor de leefomgeving, waarin centraal staat wat gebieden voor elkaar kunnen betekenen, benoemt de gemeente in deze Omgevingsvisie vier ontwikkelingslijnen: • • • •
Ontwikkelingslijn 1: Onderscheidend groen Ontwikkelingslijn 2: Karakteristieke woon- en leefomgeving Ontwikkelingslijn 3: Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers Ontwikkelingslijn 4: Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren
De ontwikkelingslijnen zijn geen keuzemogelijkheden, ze zijn allen even belangrijk en versterken elkaar. Samen geven ze een integraal beeld en richting voor de toekomst voor de hele gemeente. 5.3.1.2 Ontwikkelingslijnen Onderscheidend groen Ter versterking van de onderscheidende groene kwaliteiten richt de gemeente zich op vier ambities: 1. 2. 3. 4.
Een aantrekkelijk groen landschap Een aantrekkelijke, groene (openbare) ruimte Een beweegvriendelijke groene ruimte Een gezond ecosysteem met een hoge biodiversiteit.
Gelet op het initiatief is met name de ambitie ‘een beweegvriendelijke groene ruimte’ relevant. In 2050 bewegen we op verschillende manieren. Daarom is er zowel binnen als buiten de kernen een divers aanbod van voorzieningen aanwezig om sporten en bewegen te stimuleren. Bewegen is gezond en voor iedereen toegankelijk. De één kiest er voor om lid te worden van een sportvereniging en de ander gaat zelf op pad in het groen (of blauw). Om aan de lokale behoefte voor sportverenigingen te voldoen zijn er voldoende sportterreinen aangelegd. Hier kun je allerlei georganiseerde (team)sporten beoefenen van tennissen, voetballen, hockeyen en handballen tot korfballen of volleyballen. Deze sporthallen en -parken liggen binnen of aansluitend aan de bebouwde kom. Karakteristieke woon- en leefomgeving Voor een karakteristieke woon- en leefomgeving richt de gemeente zich op de volgende vijf ambities: 1. 2. 3. 4. 5.
Een herkenbare woonomgeving Een hechte gemeenschap Een goede lokale en regionale bereikbaarheid Een evenwichtige woningvoorraad Een gezonde en veilige leefomgeving.
Gelet op het initiatief is met name de ambitie ‘hechte gemeenschap’ relevant. Pijnacker-Nootdorp is in 2050 een inclusieve gemeente. Dat betekent dat iedereen op zijn of haar eigen wijze meedoet in de samenleving. Door ieders talenten naar vermogen aan te spreken staat er niemand aan de kant. De eigen kracht van inwoners en het omzien naar elkaar is de basis voor BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief de gemeenschap en wordt gestimuleerd en gefaciliteerd in de fysieke leefomgeving. De leefomgeving creëert de randvoorwaarden voor ontmoeting, ontplooiing en leren die de betrokkenheid van inwoners naar elkaar versterkt. In aanvulling op de centra speelt het actieve verenigingsleven een essentiële rol voor gemeenschap. Soms vinden ook zij hun basis in de centra, maar ze vormen in ieder geval een onderdeel van de kern en zijn daarmee verbonden via goede wandel-, fiets- en autoverbindingen. De verenigingen geven kleur en invulling aan culturele voorzieningen, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen. Het verenigingsleven is samen met de centra de smeerolie voor de lokale gemeenschap. Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers Voor een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat richt de gemeente zich op de volgende drie ambities: 1. Vitale bedrijven, complementair aan de regio 2. Een gezonde arbeidsmarkt en voldoende regionale werkgelegenheid 3. Duurzaam en circulair ondernemen. Gelet op het initiatief zijn deze ambities niet in het bijzonder relevant. Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren Om dit te bereiken richt de gemeente zich op de volgende drie ambities: 1. Een duurzame gemeente 2. Een klimaatbestendige gemeente 3.
Een goede omgevingskwaliteit Gelet op het initiatief is met name de ambitie ‘een klimaatbestendige gemeente’ relevant. De leefomgeving in Pijnacker-Nootdorp kan in 2050 de gevolgen van klimaatverandering goed opvangen. De ecologische, bodem- en watersystemen kunnen tegen een stootje en bewegen mee met extreem weer. Zo zijn we goed bestand tegen heftige regenval, hittestress, bodemdaling en langere droge periodes. Het watersysteem is goed op orde en de kwaliteit is flink verbeterd. We kunnen het water goed afvoeren en houden water lokaal vast wanneer extreme buien vallen. Daarmee beperken we de plotselinge druk op het watersysteem en is er water beschikbaar voor drogere perioden. Dat water zetten we onder andere in om verdroging en bodemdaling te voorkomen. De gemeente zet in op duurzaam watergebruik om verspilling te voorkomen. Rondom de opgaven en oplossingen op het gebied van water werkt de gemeente nauw samen met het Hoogheemraadschap van Delfland en Dunea. Bij nieuwbouw en herstructurering wordt circulair en natuurinclusief gebouwd. Onder circulair bouwen wordt verstaan het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Economisch verantwoord en bijdragend aan het welzijn van mens en dier.
Natuurinclusief bouwen betekent dat in of rondom het gebouw maatregelen worden getroffen die een bijdrage leveren aan de lokale biodiversiteit. Ontwikkelingen gaan snel en definities regelmatig geactualiseerd moeten worden. Dit neemt de gemeente mee bij de monitoring en evaluatie. Zo zorgt de gemeente ervoor dat er in de gemeente een prettige leefomgeving is voor mensen, planten en dieren. Door gebieden fysiek met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld met doorgaande watergangen en groenstructuren, kunnen we veranderingen beter opvangen en ontstaat er een nieuw evenwicht. Daarnaast is het een aantrekkelijke omgeving die het uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en sociaal contact. 5.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Toetsing aan ambities Zoals eerder is genoemd bestaat het voornemen uit het bouwen van een overkapping met padelbanen, een centercourt, mini tennisbaan, terras met bar en speeltuin (zie verder paragraaf 3.1). Dit komt in de plaats van tennisbanen en een beachvolleybalveld. Hiermee maakt het initiatief een diverser aanbod van sportfaciliteiten mogelijk. De overkapping verhoogt de kwaliteit van het padellen, doordat het beschutting biedt tegen regen en kou en zorgt voor schaduw bij zon. De overkapping maakt het daarmee aantrekkelijker om te padellen. Door het terras en de speeltuin BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief wordt ontmoeting tussen sporters (en gasten) gestimuleerd. Met deze ontwikkeling wordt volledig op het bestaande sportpark gebouwd, er is geen sprake van ‘nieuw’ beslag op de ruimte. De bestaande houtwal blijft behouden. Ter compensatie van de toename van verhard oppervlak wordt een watersilo geplaatst. In paragraaf 7.3 en 8.7 wordt verder ingegaan op water en klimaatadaptatie. Het initiatief voldoet daarmee aan de ambities van de gemeente voor een beweegvriendelijke groene ruimte, een hechte gemeenschap en een klimaatbestendige gemeente. Transformatiegebied Ten zuiden van het projectgebied ligt een gebied dat is aangewezen als transformatiegebied. Hier wil de gemeente de glastuinbouw transformeren naar woningen. Zie ook onderstaande afbeelding, het projectgebied is globaal met de blauwe omcirkeling weergegeven.
Afbeelding 5.2
Ontwikkelkaart karakteristieke woon- en leefomgeving (Bron: Gemeente Pijnacker-Nootdorp)
Vanwege de woningnood is de bouw van woningen belangrijk om voldoende aanbod te realiseren. De gemeente wil daarom de woningvoorraad uitbreiden door ook buiten de bestaande kernen woningen te bouwen. Bij de inpassing van de woningen moet worden gekeken naar de bestaande functies om hinder te voorkomen. In de huidige situatie zorgt het sportpark met de tennisbanen voor een zekere geluidsuitstraling. Het initiatief zorgt eveneens voor enige geluidsuitstraling, maar door het bouwen van de overkapping boven de padelbanen is de geluidsuitstraling minder dan in de huidige situatie en fors minder dan wanneer er uitsluitend padel-buitenbanen zouden worden aangelegd. Opgemerkt wordt dat het aanleggen van buitenbanen geen strijdigheid vormt met het omgevingsplan en geen omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit vereist is. Het aspect geluid wordt verder uitgewerkt in paragraaf 8.1 van deze onderbouwing. De initiatiefnemers houden rekening met de geluidsuitstraling door de overkapping boven de padelbanen te realiseren. Daarmee wordt indirect de inpasbaarheid van de toekomstige woningen juist groter. Zoals op bovenstaande kaart is aangegeven zijn sportverenigingen een centraal onderdeel van de kernen. Het verenigingsleven speelt daarbij een belangrijke rol.
Zoals hierboven al is aangegeven past het initiatief goed bij de ambities die de gemeente heeft op het terrein van recreatie, gezondheid en ontmoeting. Het is daarbij belangrijk dat sportverenigingen zich kunnen doorontwikkelen. Het initiatief is hiervan een voorbeeld. Het initiatief levert een belangrijke bijdrage voor Tennisvereniging
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief Pijnacker en garandeert dat deze vereniging zijn belangrijke positie voor sport en ontmoeting kan behouden. Conclusie Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de ambities van de gemeente Pijnacker-Nootdorp uit de gemeentelijke omgevingsvisie. In het vervolg van deze onderbouwing wordt gemotiveerd dat het initiatief voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.3.2
Sportakkoord Pijnacker-Nootdorp 2023-2026
5.3.2.1 Algemeen Sport is van grote maatschappelijke waarde en voor veel inwoners een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Het zorgt voor inspanning en ontspanning, draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid en creëert saamhorigheid. Inwoners moeten de mogelijkheid hebben om te kunnen sporten en bewegen. Alleen of samen, georganiseerd of ongeorganiseerd, bij een vereniging of een commerciële aanbieder. Met dit Sportakkoord wil de gemeente sportaanbieders en andere partijen stimuleren om haar inwoners (meer) aan het sporten en in beweging te krijgen en te houden. In het landelijke Sportakkoord II ligt de nadruk op drie ambities en zes inhoudelijke thema’s. Ambities 1. Het fundament op orde → investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders. 2. Een groter bereik → meer mensen die sporten. 3. Meer betekenis van sport → niet alleen plezier door en van de sport zelf, maar ook (o.a.) het tegengaan van eenzaamheid, kansenongelijkheid en het bevorderen van gezondheid. Thema’s 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inclusie en diversiteit Sociaal veilige sport Vitale sportaanbieders Vaardig in bewegen Ruimte voor sport en bewegen Maatschappelijke waarde van topsport
5.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan het Sportakkoord Pijnacker-Nootdorp 2023-2026 Het initiatief vergroot het aanbod aan sportfaciliteiten. Het terras en de speeltuin stimuleren daarnaast ontmoeting tussen bezoekers. Het initiatief is daarnaast van belang voor de initiatiefnemer om de vereniging ook in de toekomst vitaal te houden. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met het Sportakkoord Pijnacker-Nootdorp 2023-2026. 5.3.3