Bijlage 3 - Rapport Berenschot actualisatie subsidiebeleid en regelingen PN (geredigeerd)
Tekst van het document
Actualisatie subsidiebeleid en regelingen
1/29
RAPPORT
Actualisatie subsidiebeleid en regelingen Gemeente Pijnacker-Nootdorp 74384 - Vertrouwelijk - 27 juni 2025
GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG
Actualisatie subsidiebeleid en regelingen
2/29
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 3 Inleiding........................................................................................................................... 3 1.1
Context en opdracht ....................................................................................... 3
1.2
Onderzoeksverantwoording ............................................................................ 3
1.3
Leeswijzer ...................................................................................................... 3
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 5 Bevindingen ..................................................................................................................... 5 2.1
De gemeentelijke visie en beleidskaders ........................................................ 5
2.2
Algemene subsidieverordening Pijnacker-Nootdorp 2020 .............................. 7
2.3
Subsidiebeleidskader voor maatschappelijke voorzieningen 2019-2026 ...... 10
2.4
Subsidieregeling cultuurknip Pijnacker-Nootdorp 2020 (‘Cultuurknip’) ....... 12
2.5
Subsidieregeling bewonersinitiatieven Pijnacker-Nootdorp 2018 (‘Buurtknip’) ................................................................................................. 17
2.6
Subsidies voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisatie ..... 23
2.7
Subsidieregeling isolatie Pijnacker-Nootdorp 2025 ...................................... 26
2.8
Algemene bevindingen en bijvangst uit het onderzoek ................................. 27
HOOFDSTUK 1
Inleiding 1.1
Context en opdracht
De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft Berenschot gevraagd om technische voorstellen te doen om de onderstaande ‘regelingen’ te actualiseren. Het gaat om de volgende regelingen die zijn onderzocht: •
Algemene subsidieverordening (ASV)
•
Subsidiebeleidskader voor maatschappelijke voorzieningen (Subsidiebeleidskader)
•
Subsidieregeling cultuurknip Pijnacker-Nootdorp 2020 (Cultuurknip)
•
Subsidieregeling bewonersinitiatieven Pijnacker-Nootdorp 2018 (Buurtknip)
•
Subsidies voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisatie
•
Subsidieregeling isolatie Pijnacker-Nootdorp 2024.
1.2
Onderzoeksverantwoording
In dit onderzoek zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Opvragen van de relevante (achterliggende) documenten / informatie inzake het subsidiebeleidskader, ASV en de subsidieregelingen 2. Startbijeenkomst met de betrokken medewerkers van de gemeente 3. Technische analyse van subsidiebeleidskader, ASV en de subsidieregelingen door Berenschot 4. Houden van (groeps)gesprekken met de betrokken medewerkers van de gemeente 5. Toetsing van concept analyse bij gemeente en aanscherpen door nadere informatie op te halen 6. Uitwerking/vertaling naar concepten (Subsidieregeling Maatschappelijke voorzieningen, actualiseren van de ASV en technische wijzigingsvoorstellen van de subsidieregelingen Buurtknip, Cultuurknip, Activiteiten en Evenementen) en tussentijdse afstemming met de betreffende beleidsmedewerkers 7. Tussentijdse afstemmingsoverleggen met medewerkers van de gemeente om de eenheid en consistentie te bespreken inclusief de gevolgen voor de uitvoering van de subsidies 8. Laatste inhoudelijke checks (validatiesessies) met de gemeente en aanpassingen doorvoeren 9. Technische aanpassingen doorvoeren in de voorstellen tot actualisatie
1.3
Leeswijzer
In dit rapport staat de technische analyse van de subsidieregelingen die in paragraaf 1.1. zijn opgesomd en deze analyse is de opmaat voor de actualisatie van de subsidieregelingen. Hoofdstuk twee start met een overzicht van het gemeentelijke beleid en de kaders die relevant zijn voor de bovenstaande regelingen (paragraaf 2.1). Daarna geven we vanaf paragraaf 2.2 tot en met 2.7 per regeling weer wat de juridische kaders zijn van de regeling (o.a. bevoegde bestuursorgaan, datum van inwerkingtreding), het doelbereik (o.a. aantal subsidies en subsidiehoogte) en de bevindingen per regeling met een artikelsgewijze beschrijving en voorstellen tot de actualisatie van de regelingen. Opgemerkt wordt dat wij conform onze opdracht hoofdzakelijk technische voorstellen doen die gebaseerd zijn op het analyseren van de subsidieregelingen, input vanuit de (groeps)gesprekken en de validatiegesprekken. Het is daarom mogelijk dat er bepaalde
onderwerpen (bijvoorbeeld specifieke vragen uit de uitvoeringspraktijk) niet in dit rapport staan, mede omdat deze onderwerpen mogelijk niet zijn benoemd in de (groeps)gesprekken. Indien er sprake is van beleidsmatige keuzes die de gemeente kan maken, dan wordt dit als zodanig expliciet benoemd en volgt er in beginsel geen voorstel tot actualisatie. Voor de subsidieregeling isolatie Pijnacker-Nootdorp 2025 geven wij slechts enkele technische bevindingen. Dit heeft te maken met het feit dat deze regeling is gebaseerd op een SPUK en de bijbehorende vereisten hiervan worden periodiek aangepast. Hierdoor is de subsidieregeling veelal een ‘momentweergave’. Het heeft dan minder zin om zeer uitvoerig inhoudelijk stil te staan bij een versie van een subsidieregeling die nadien op korte termijn weer inhoudelijk wordt aangepast.
HOOFDSTUK 2
Bevindingen 2.1
De gemeentelijke visie en beleidskaders
De ASV, het Subsidiebeleidskader en de subsidieregelingen vormen de praktische en juridische uitwerking van de ambities en doelen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Om deze goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk eerst zicht te hebben op de onderliggende gemeentelijke visie en beleidskaders. In deze paragraaf lichten we op hoofdlijnen toe welke visies en kaders relevant zijn en welke uitgangspunten daaruit nog niet doorvertaald zijn naar de opzet van de subsidieregelingen c.q. meer aandacht kunnen krijgen.
2.1.1
Visie op een veerkrachtig sociaal domein ‘Samen gereed voor de toekomst’
De visie op het sociaal domein vormt een belangrijke basis voor het subsidiebeleidskader en de bijbehorende subsidieregelingen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, bijvoorbeeld voor de buurtknip, cultuurknip en de regelingen voor evenementen en activiteiten1. Het sociaal domein raakt aan verschillende beleidsterreinen zoals onderwijs, sport en cultuur, (gezondheids)zorg, welzijn en openbare orde en veiligheid. Het uitgangspunt van het beleid is het versterken van een veerkrachtige samenleving, waarin iedereen mee kan doen en gelijke kansen krijgt. De gemeente stimuleert en faciliteert initiatieven die bijdragen aan sociale samenhang, onderlinge betrokkenheid en het vermogen van inwoners om met uitdagingen om te gaan. Daarbij wordt ingezet op het versterken van de sociale basis, het voorkomen van problemen en het bevorderen van ontmoeting en samenwerking in buurten en wijken. Dit vertaalt zich in het subsidiebeleid door ondersteuning van activiteiten die ontmoeting, ontplooiing en leren mogelijk maken. Ontmoetingsplekken – fysiek en sociaal – spelen hierin een sleutelrol. Deze plekken zijn verspreid over de kernen en wijken van de gemeente, variërend van speeltuinen en sportvoorzieningen tot huiskamers in de wijk, culturele centra en andere (in)formele verzamelplaatsen. Binnen deze visie wordt dus nadrukkelijk de kracht van de wijk benoemd en benut.
Door bewoners en organisaties lokaal met elkaar te verbinden, ontstaat ruimte voor collectieve oplossingen binnen het sociaal domein. Dit verlaagt de druk op individuele maatwerkvoorzieningen en draagt bij aan een preventieve aanpak. In wijken met veel sociale samenhang is het makkelijker om hulp te vragen en te bieden, waardoor vroegtijdig ingrijpen mogelijk wordt. De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil graag een beweging maken naar de voorkant van het sociaal domein en problemen, o.a. via deze subsidies, voor zijn in plaats van later met dure methodes op te lossen. De volledige visie op het sociaal domein laat zich natuurlijk niet één-op-één vertalen naar subsidieregelingen. De visie is breder dan de thema’s die in deze regelingen direct aan bod komen en er zijn ook andere interventies mogelijk dan subsidies. Uit de gesprekken met de gemeente valt ons op dat toekomstbestendigheid – op lange termijn een betaalbaar sociaal domein - een belangrijk element is van de visie.
Opgemerkt wordt dat de huidige Visie op het sociaal domein in 2024 is vastgesteld en dat de door Berenschot onderzochte regelingen voor deze periode zijn vastgesteld. 1
2.1.2
Beleidskader Wijken die Werken
Het Beleidskader Wijken die werken vormt een belangrijke bouwsteen voor het subsidiebeleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, in het bijzonder voor de uitvoering van de Buurtknip. De focus ligt op het versterken van het sociaal functioneren van de wijk en het stimuleren van burgerinitiatief. Centraal staat het benutten van burgerkracht: het vermogen van inwoners om zelf sociale en maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Inwoners worden gestimuleerd om hun eigen mogelijkheden te benutten en verantwoordelijkheid te nemen. Waar dat niet voldoende is, wordt ondersteuning geboden door de gemeente en samenwerkende partners. Door vroegtijdige signalering en activering van inwoners en organisaties wordt geprobeerd problemen te voorkomen en de eigen kracht te versterken. Een concrete uitwerking van deze visie is de Buurtknip: een laagdrempelige subsidieregeling waarmee bewoners worden gestimuleerd om zelf initiatieven te nemen. De regeling biedt financiële steun en ondersteuning vanuit het netwerk van Wijken die werken. Initiatieven kunnen betrekking hebben op uiteenlopende thema’s in de wijk, zoals ontmoeting, zorg, gezondheid, veiligheid, kunst en cultuur, sport en spel, maar ook op fysieke onderwerpen zoals het onderhoud van openbaar groen of duurzaam wonen.
Zo moet de regeling bijdragen aan onderlinge betrokkenheid, informele netwerken en gezamenlijke verantwoordelijkheid in de wijk. Door activiteiten beter op elkaar af te stemmen, kan overlap worden voorkomen zo blijkt uit het beleidskader.
2.1.3
Energietransitieplan
De eerste stap in de warmtetransitie is het terugdringen van de warmtevraag. Dit gebeurt door woningen beter te isoleren, luchtdicht te maken en gebruik te maken van warmteterugwinning en efficiëntere warmteafgifte. Het gemeentelijke energietransitieplan biedt een handelingsperspectief voor bewoners en bedrijven. Daarbij wordt gekeken naar de isolatiestaat van een woning, onder andere op basis van het energielabel. Dit geeft richting aan de maatregelen die nodig zijn om een woning gereed te maken voor een aardgasvrije toekomst. De isolatiesubsidie is bedoeld om de financiële drempel voor inwoners te verlagen. Omdat veel maatregelen zich binnen enkele jaren terugverdienen, is het inzetten van subsidies een manier om mensen aan te moedigen eerder actie te ondernemen. Dit draagt niet alleen bij aan energiebesparing en kostenreductie, maar ook aan het realiseren van de bredere duurzaamheidsdoelen van de gemeente. Uit het energietransitieplan komen op dit moment geen duidelijke principes naar voren die nog niet zijn verwerkt in de subsidieregeling. Dit komt mede doordat zowel het plan als de regeling technischer van aard zijn dan de andere regelingen, met de nadruk op energiemaatregelen en minder op bredere sociale of organisatorische uitgangspunten.
2.2 2.2.1
Algemene subsidieverordening Pijnacker-Nootdorp 2020 Juridisch kader
Bevoegd bestuursorgaan
Inwerkingtreding
Datum publicatie
Gemeenteblad
Verordening van de raad
01-02-2020
31-01-2020
2020, 25577
Aangegeven is dat de ASV is gestoeld op het model van de VNG en dat er op onderdelen aanpassingen zijn gemaakt voor toepassing in de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
2.2.2
Bevindingen uit het onderzoek
Artikel
Bevindingen
1
In de toelichting op de ASV staat dat een aantal definities niet alleen gelden voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. “Deze definities zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken”, aldus de toelichting. Dit laatste betekent dat de definities uit de ASV ook altijd van toepassing zijn voor de subsidieregelingen en dat in de betreffende subsidieregelingen dus geen definities gebruikt kunnen worden die afwijken van de begrippen en bijbehorende definities. Geconstateerd wordt dat het begrip ‘instelling2’ in de ASV is opgenomen, maar alsnog in de Cultuurknip terugkomt. Dit is in strijd met de ASV, maar het is ons inziens daardoor wel begrijpelijk voor de subsidieaanvrager als dit begrip bij de definities staat van de Cultuurknip.
2 en 5
In de toelichting op art. 5 staat: “Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te besluiten over het verstrekken van subsidies …”. Geconstateerd wordt dat in art. 2 (en in art. 3) geen sprake lijkt te zijn van delegatie aan het college. Bij delegatie gaat het om “het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent” (art. 10:13 Awb). Zowel in art. 2 als in art. 3 worden de termen delegatie/delegeren of overdragen (van een bevoegdheid) niet gebruikt, waardoor het onduidelijk is of de raad de eigen bevoegdheden uit handen heeft gegeven aan het college. Voorstel actualisatie/wijziging: In art. 2 (of 3) expliciet aangeven dat er sprake is van delegatie (dus het woord delegatie of ‘overdragen’/’overdracht’ van bevoegdheid gebruiken) en de toelichting hierop aanpassen/aanvullen bij art. 2 (of art. 3).
3
In het tweede lid staat: In afwijking van het eerste lid, stelt de raad het Subsidiebeleidskader maatschappelijke voorzieningen als mede de Subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties vast. Geconstateerd wordt dat het Subsidiebeleidskader en de Subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties door de raad zijn vastgesteld. Uit de gesprekken is gebleken dat de context van art. 3, tweede lid, van de ASV was dat de raad destijds betrokkenheid wilde houden bij de subsidies voor maatschappelijke voorzieningen en het vaststellen van het Subsidiebeleidskader daarom aan zich wilde houden. Inmiddels lijkt deze context niet meer actueel te zijn en
2
Instelling is een rechtspersoon zonder winstoogmerk.
Artikel
Bevindingen is er wat voor te zeggen dat het college de regelingen vaststelt, mede omdat het college de overige subsidieregelingen als de Buurtknip en Cultuurknip al vaststelt. Voorstel actualisatie/wijziging: Er kan een keuze worden gemaakt dat het college bevoegd is om zowel de Subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties vast te stellen alsook de nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke voorzieningen. Indien het college de bevoegdheid krijgt om een nieuwe subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties op te stellen, dan zal art. 3, tweede lid, hierop aangepast moeten worden omdat er dan geen sprake meer is van een ‘subsidiebeleidskader’. Feitelijk komt het er dan op neer dat het huidige tweede lid kan vervallen. Het opstellen van een nieuwe subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties valt al onder artikel 3 lid 1 van de ASV: Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
13
In art. 13 zijn regels opgenomen voor subsidies tot en met € 10.000. De uitwerking in de toelichting op lid 1 en 2 zijn ons inziens juridisch onduidelijk en leveren bij de toepassing willekeur op. Geconstateerd wordt dat lid 1 op twee gedachten hinkt, namelijk direct vaststellen of verlenen en nadien ambtshalve vaststellen als lid 2 wordt toegepast. Dit zien we ook terug in de toelichting, daarin staat namelijk “subsidies tot en met € 10.000 op basis van vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd”. In lid 2 staat echter een uitzondering waardoor wel om verantwoording kan worden gevraagd. In de toelichting staat vervolgens een werkwijze die niet als zodanig in art. 13 lid 1 of 2 staat en deze tekst c.q. toepassing ervan leidt tot overtreding van het verbod op willekeur / strijd met rechtszekerheid. Er staat: “Als de subsidieontvanger al (positief) bekend is zal de subsidie bij een dergelijk klein bedrag meestal direct vastgesteld en uitbetaald kunnen worden (eerste lid). In andere gevallen kan er eerst verleend worden, gevolgd door een ambtshalve vaststelling (eerste lid). …”. Bij het uitvoeren van eenzelfde subsidieregeling kan het niet zo zijn dat aanvrager A direct een vaststelling en uitbetaling krijgt van de subsidie en aanvrager B niet.
Er kan op basis van de vage3 teksten (hierboven door ons onderstreept) in de toelichting niet een differentiatie plaatsvinden tussen subsidieaanvragers die een aanvraag indienen onder dezelfde subsidieregeling. Een toelichting op een regeling kan daarnaast geen (nieuwe) bevoegdheden creëren. De huidige teksten leiden in ieder geval tot overtreding van het verbod op willekeur. Voorstel actualisatie/wijziging: In lid 1 wijzigen dat het college nader kan bepalen per subsidieregeling dat er of direct wordt vastgesteld of dat na subsidieverlening er een aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend. Bij deze laagste categorie qua subsidiehoogte kan overigens overwogen worden om het systeem van het Raamwerk voor Uitvoering van Subsidies (RUS)4 te volgen. Het RUS is een gestandaardiseerde manier waarop de rijksoverheid subsidieregelingen uitvoert met een bindend raamwerk voor subsidieverstrekking. Het betreffende raamwerk kent drie standaarduitvoeringsvarianten voor subsidies, oplopend in complexiteit en subsidiehoogte. Iedere uitvoeringsvariant heeft een eigen gestandaardiseerd
De vraag is wat verstaan dient te worden onder “positief bekend” en hoe en wie dat (wordt) bepaalt; dit geldt ook voor “meestal” en “andere gevallen’. 4 Zie: https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/hafir/bestuurlijke-regels/Raamwerk-uitvoering-subsidies2020.pdf 3
Artikel
Bevindingen uitvoeringsproces. In het RUS wordt bijvoorbeeld bij de laagste subsidiecategorie uitgegaan van het ‘one touch-beginsel’: de inhoudelijke beoordeling wordt licht uitgevoerd, dat wil zeggen dat op basis van een eenvoudige checklist met objectiveerbare criteria kan worden beoordeeld of een aanvrager tot de doelgroep behoort en of de gemelde activiteit(en) subsidiabel is(zijn). De subsidie wordt vervolgens direct vastgesteld of ambtshalve vastgesteld en op basis van een steekproef wordt nadien een controle uitgevoerd of voldaan is aan de vereisten en verplichtingen. Hierdoor worden de lasten voor zowel de aanvrager als de gemeente lichter.
2.3
Subsidiebeleidskader voor maatschappelijke voorzieningen 2019-2026
2.3.1
Juridisch kader en doelbereik
Bevoegd bestuursorgaan
Inwerkingtreding
Datum publicatie
Gemeenteblad
Beleidskader van de raad
03-12-2024
02-12-2024
2024, 504568
2.3.2
Bevindingen Bevindingen
Algemeen
Het beeld van gesprekspartners is kort gezegd dat het Subsidiebeleidskader een mix is van een (beleids)visie en elementen in zich heeft van een subsidieregeling. Het is vooral een visie op hoe de gemeente naar de samenleving kijkt en wat de rol is van de gemeente ten aanzien van de voorzieningen waaraan de gemeente (niet of ten dele) wenst mee te werken. In de betreffende hoofdstukken/paragrafen van het subsidiebeleidskader valt ons op dat inderdaad zowel beleidsmatige aspecten alsook aspecten van een subsidieregeling voorkomen. We begrijpen verder dat er op basis van het Subsidiebeleidskader subsidies worden verstrekt. Gelet op de inhoud van het huidige Subsidiebeleidskader is het volgens ons lastig om een aanvraag inhoudelijk te kunnen toetsen aan de hand van het Subsidiebeleidskader. In het Subsidiebeleidskader staan slechts enkele inhoudelijke criteria (met name in paragraaf 3.3 en 3.5).
‘Beleidsdeel’
Over de visie, kaders en beleidsmatige keuzes etc. doen we geen voorstellen tot actualisatie of wijziging; dit is het prerogatief van de gemeente. Ons valt op dat met name het ‘profijtbeginsel’ een belangrijk begrip is in het Subsidiebeleidskader. Dit beginsel gaat uit van de gedachte dat burgers of organisaties die ‘profijt’ hebben van een voorziening ook in belangrijke mate bijdragen aan de kosten voor instandhouding van die voorziening. Volgens paragraaf 1.5 in het Subsidiebeleidskader heeft de raad aangegeven het profijtbeginsel toe te willen passen op algemene voorzieningen5 op het gebied van sport, cultuur en recreatie/recreatieve voorzieningen in het kader van de participatie van zelfredzame inwoners. Uit de gesprekken met medewerkers constateren we dat het profijtbeginsel geen rol speelt in de uitvoering van de huidige subsidieregelingen (subsidieregeling Cultuurknip en Buurtknip en subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisatie), bij de verlening en verantwoording van subsidies en hierop ook niet wordt getoetst. We hebben begrepen dat bij het opstellen van het subsidiebeleidskader het nooit de intentie is geweest om het profijtbeginsel als toetsingscriterium op te nemen in de diverse regelingen.
Het was bedoeld om het totale subsidiebudget met € 360.000 te verminderen, gelijk aan de verhoging van de huurtarieven van de binnen- en buitensportvoorzieningen. Organisaties die destijds (in 2013) nog subsidie ontvingen voor activiteiten waar met name zelfredzame inwoners aan
In het Subsidiebeleidskader is niet nader geduid wat onder algemene voorzieningen wordt verstaan en in de visie op het sociaal domein van de gemeente komt dit begrip niet terug en wordt veelal gesproken over ‘brede maatschappelijke voorzieningen’ (Visie op een veerkrachtig sociaal domein ‘Samen gereed voor de toekomst’ 2024). 5
Bevindingen deelnamen, kwamen niet langer in aanmerking voor subsidie. Op deze manier werd het ‘profijtbeginsel’ toegepast door € 360.000 te bezuinigen op subsidies. ‘Subsidiedeel’
Het Subsidiebeleidskader heeft zoals hierboven aangegeven een gemengd karakter. Het biedt in het algemeen geen heldere (subsidie)vereisten en voorwaarden waaraan een subsidieaanvraag, de aanvrager of de activiteiten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Ook ontbreken er elementen in het Subsidiebeleidskader die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht stelt om subsidies te kunnen verstrekken. Het gaat dan onder meer om: -
De periode waarbinnen een subsidieaanvraag ingediend moet worden c.q. voor welke datum ingediend moet worden Verdelingswijze6 van subsidies zoals bedoeld in art. 4:26 Awb (bijvoorbeeld verdeling op binnenkomst of via een tendersysteem) Het subsidieplafond (maximumbedrag dat beschikbaar is) De (maximale) hoogte van de subsidie per subsidieontvanger en de wijze waarop de hoogte van de subsidie wordt bepaald/berekend Concrete inhoudelijke vereisten waarop getoetst kan worden De weigeringsgronden Termijnen (verlening en vaststelling van subsidiebeschikking) Welke aspecten in de verleningsbeschikking nader bepaald kunnen worden of in afwijking van het Subsidiebeleidskader (onder meer: verplichtingen) Beleidsmatige of andere weigeringsgronden
Voorstel actualisatie/wijziging: Het voorstel is om het huidige Subsidiebeleidskader om te zetten in een zelfstandige subsidieregeling. Daarbij zal vooraf een keuze gemaakt moeten worden of de raad of het college de bevoegdheid hiertoe heeft en wat dat eventueel vergt qua aanpassing van de ASV (zie de tekst hierover bij de bevindingen over de ASV). Het subsidiebeleidskader zal aangevuld moeten worden met elementen die de Algemene wet bestuursrecht verlangt voor het kunnen verstrekken van subsidies (zie de opsomming hierboven). Ter vergelijking wordt verwezen naar het Subsidiebeleidskader 2010-2013 waarin in ieder geval meer elementen zijn opgenomen die het karakter van een subsidieregeling hebben (bijvoorbeeld artikel 3 en met name hoofdstuk 5 in het Subsidiebeleidskader 2010-2013 waarin een toetsingskader is opgenomen). Verder zal er een afbakening moeten zijn met de andere7 gemeentelijke subsidieregelingen zodat vooraf helder is voor welke activiteiten subsidie kan worden aangevraagd onder de nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke voorzieningen; dit vergt het maken van beleidsmatige keuzes wat precies onder maatschappelijke voorzieningen valt en wat niet. Ook zal de titel van de regeling gewijzigd moeten worden bijvoorbeeld in ‘Subsidieregeling Maatschappelijke voorzieningen’; het is na de omzetting immers geen beleidskader meer, wel een subsidieregeling.
Indien het Subsidiebeleidskader wordt omgezet in een subsidieregeling, is de voorkeur om deze regeling op te stellen met behulp van de regelgevingstechniek in de publicatie 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever8 van de VNG. Een alternatieve route zou eventueel kunnen zijn om de elementen uit het Subsidiebeleidskader maatschappelijke voorzieningen over/op te nemen in de subsidieregeling voor activiteiten en evenementen, bijvoorbeeld als een separate
Paragraaf 4.4 van het Subsidiebeleidskader gaat over ‘Verdeelregels’. Dit is echter niet Bijvoorbeeld de afbakening met de subsidies voor activiteiten en evenementen vrijwilligersorganisaties, Buurtknip en Cultuurknip. 8 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever, VNG (opsteller is prof. mr. Willem Konijnenbelt). 6 7
Bevindingen paragraaf. Deze keuze hangt wel af van de inhoudelijke overlap tussen de twee onderwerpen en dit vergt nader onderzoek.
2.4
Subsidieregeling cultuurknip Pijnacker-Nootdorp 2020 (‘Cultuurknip’)
2.4.1
Juridisch kader en doelbereik
Bevoegd bestuursorgaan
Inwerkingtreding
Datum publicatie
Gemeenteblad
Regeling van het College
22-07-2020
21-07-2020
2020, 184620
Cijfers over het subsidieplafond, aantal verleningen en subsidiebedragen: Jaartal9
Subsidieplafond
Aantal verleningen
Totaalbedrag aan subsidies verstrekt
2024
€ 5.000
6
€ 3.000
2023
€ 5.000
8
€ 3.175
2022
€ 5.000
1
€ 183
2021
€ 5.000
3
€ 1.500
2.4.2
Bevindingen
Algemene bevindingen Uit bovenstaande cijfers blijkt dat het om een zeer gering subsidieplafond en een zeer gering aantal subsidieverleningen gaat. Het totaal beschikbare bedrag (subsidieplafond) lijkt niet te worden bereikt en er is sprake van onderbenutting. Er is geen toelichting bij de subsidieregeling. Uit de gesprekken volgt dat het in de kern moet gaan om culturele initiatieven die voor iedereen toegankelijk en vernieuwend zijn. ‘Vernieuwend’ is echter niet expliciet opgenomen in deze subsidieregeling. Het begrip vernieuwend houdt in dat het moet gaan om een nieuw cultureel initiatief; dat zou betekenen dat er niet jaarlijks/structureel aanvragen gedaan zouden kunnen worden voor min of meer dezelfde culturele initiateven. We doen ten aanzien van deze bevinding geen voorstellen; het gaat hier om beleidsmatige keuzes die de gemeente dient te maken.
9
In 2025 zijn er inmiddels 9 aanvragen geweest voor de Cultuurknip en is er reed € 2.500 toegekend.
Artikel
Bevindingen
1
Art. 1 Definities b. instelling: rechtspersoon zonder winstoogmerk. Voorstel actualisatie/wijziging: Het begrip instelling staat reeds in de ASV en zou overeenkomstig de toelichting op art 1 van de ASV niet opnieuw in een subsidieregeling terug hoeven te komen. Gelet op de doelgroep en om duidelijkheid te scheppen voor de aanvragers kan zeker overwogen worden onderdeel b te laten staan.
3
Artikel 3 – Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele initiatieven voor alle inwoners opdat ‘Iedereen mee doet’. In art. 3 is niet nader bepaald wat concreet valt onder ‘voor alle inwoners’ en opdat ‘Iedereen mee doet’ en hoe dit inhoudelijk getoetst dient te worden. Uit de gesprekken blijkt dat het lastig is om op deze aspecten vooraf te toetsen. Bijvoorbeeld als in de praktijk blijkt dat aan de deelname aan de activiteit een hoog prijskaartje hangt dan is de vraag of iedereen kan meedoen en of het voor alle inwoners is of een beperkte groep die het kan betalen. Voorstel actualisatie/wijziging: In de subsidieregeling verduidelijken wat valt onder ‘alle inwoners’ en ‘opdat Iedereen meedoet’ of dit in een toelichting10 bij de subsidieregeling nader uitwerken/duiden wat er zoal onder kan vallen en wat niet.
4
Artikel 4 – Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan (een) inwoner(s) of instelling uit de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Art. 4 is niet in overeenstemming met de jurisprudentie. In de uitspraak inzake ‘Geobox’11 is bepaald dat het bieden van gelijke kansen bij het verkopen van onroerend goed voor potentiële gegadigden (dit volgt uit het Didam-arrest) ook geldt voor de verdeling van schaarse subsidies. Voor subsidies geldt er een rechtsnorm tot het bieden van mededingingsruimte aan potentiële gegadigden; ook anderen moeten de kans krijgen om mee te dingen naar de subsidies. Het huidige art. 4 lijkt niet in overeenstemming te zijn met deze uitspraak. Ook andere(n) dan inwoners of instellingen uit de gemeente moeten namelijk een kans kunnen maken op subsidie voor een cultureel initiatief. In reactie op bovenstaande begrijpen we dat de gemeente deze bepaling gebruikt om enkele aanvragers te kunnen weigeren; in het algemeen gezegd kunnen aanvragers jaarlijks een subsidie indienen en zichzelf inhuren. De gemeente ziet dit als een ongewenste vorm van een verdienmodel en met artikel 4 kan de subsidie dan (gedeeltelijk) worden geweigerd.
Voorstel actualisatie/wijziging: De tekst van dit artikel kan gewijzigd worden in bijvoorbeeld: Subsidie wordt verstrekt aan particulieren of instellingen die culturele initiatieven uitvoeren ten behoeve van inwoners uit de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Eventueel kan aanvullend nog een keuze worden gemaakt dat een aanvraag bijvoorbeeld eens in de 2 of 3 jaren kan
Er is nog geen toelichting bij de subsidieregeling; deze kan worden toegevoegd bij de eerstvolgende wijziging van de subsidieregeling. 11 ABRvS 11-07-2018, ECLI:NL:RBOBR:2017:3279 (Geobox). De rechter zegt als volgt: “… geldt in het Nederlandse recht een rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. … dat deze rechtsnorm ook … van toepassing is, [bij de ] verdeling van schaarse subsidiemiddelen”. Deze rechtsnorm is in de rechtspraak nog niet van toepassing verklaard op de incidentele- en begrotingssubsidies; de verwachting is dat deze rechtsnorm ook op deze subsidies van toepassing zal zijn omdat deze subsidies op zichzelf ook ‘schaars’ van karakter zijn. Veiligheidshalve zal dan een marktverkenning aan te raden zijn, zodat potentiële gegadigden dan in ieder geval een kans hebben om mee te dingen naar de subsidies. 10
Artikel
Bevindingen worden aangevraagd. Op deze manier kan de ongewenste vorm van het verdienmodel worden voorkomen. Overigens is opgemerkt dat de afbakening ‘particulier’ en ‘instelling’ die een aanvraag kunnen indienen soms tot complexiteit kan leiden. Een kunstenaar die ZZP’er is en als zodanig in het handelsregister staat, kan geen aanvraag indienen vanuit deze hoedanigheid; hij/zij kan dan alleen als particulier een aanvraag indienen. Vervolgens bestaat de kans dat deze aanvraag van de kunstenaar geweigerd kan worden o.g.v. art. 11, onderdelen e (de activiteiten voornamelijk betrekking hebben op privébelangen) en j (de activiteiten de individuele beroepspraktijk van een kunstenaar niet overstijgen). Het gaat hier in de kern om een beleidsmatige afweging die gemaakt moet worden om bijvoorbeeld de weigeringsgronden inhoudelijk aan te passen of bepaalde onderdelen te verwijderen, gelet op het doel van de subsidieregeling. Eventueel zou de gemeente met behulp van de hardheidsclausule nog een beleidsmatige afweging kunnen maken om wel of niet mee te werken aan het verlenen van een subsidie aan een particulier of instelling. In de validatiesessie heeft de gemeente aangegeven dat men voornemens is om deze bepaling te verwijderen.
5
Artikel 5 - Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Lid 2. Niet voor subsidie in aanmerking komende, zijn de kosten: Voorstel actualisatie/wijziging: In lid 2 ‘komende’ vervangen door ‘komen’. Lid 2 onder a: van levensonderhoud of salariskosten en ingehuurde deskundigheid; Bij het begrip ingehuurde deskundigheid is er onduidelijkheid omdat bij een activiteit er al snel deskundigheid moet worden ingehuurd, bijvoorbeeld een workshopdocent of een dirigent voor een specifiek muziekstuk. Het achterliggende doel van het opnemen van ingehuurde deskundigheid is dat de aanvrager niet zichzelf kan inhuren als deskundige. Voorstel actualisatie/wijziging: In lid 2 onder a het begrip ingehuurde deskundigheid te verwijderen en daarvoor in de plaats op te nemen ‘kosten en vergoedingen van de aanvrager zelf voor diens inzet als deskundige’. In de eventueel op te stellen toelichting12 op de subsidieregeling kan dan aan de hand van een voorbeeld/voorbeelden uitleg worden gegeven over de achtergrond dat deze kosten/vergoedingen niet subsidiabel zijn.
7
Artikel 7 - Wijze van verdeling Lid 3: Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt. Voorstel actualisatie/wijziging: De zinsnede ‘als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen’ is niet geheel juist als het gaat om de verdeling. Het gaat juridisch niet om het aantal aanvragen dat wordt ontvangen, maar wel om de rangschikking van die (tijdig ingediende en volledige) aanvragen die bepaalt of een aanvrager nog subsidie kan ontvangen omdat het subsidieplafond nog niet bereikt is. Aanpassing van deze tekst in lid 3 zou als volgt kunnen zijn:
Er is nog geen toelichting bij de subsidieregeling; deze kan worden toegevoegd bij de eerstvolgende wijziging van de subsidieregeling. 12
Artikel
Bevindingen ‘Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting’. Verder is niet nader bepaald op welke wijze de loting wordt gedaan. Dit zou gedaan kunnen worden bijvoorbeeld door een notaris in het bijzijn van een of meerdere onafhankelijke ‘waarnemers’. Een dergelijke wijze van loting zou dan in dit artikel aangevuld kunnen worden. Dit vergt een nadere beleidskeuze.
11
In artikel 11 zijn diverse aanvullende weigeringsgronden opgenomen. Een aantal onderdelen van art. 11 zijn echter niet geheel duidelijk / concreet geformuleerd. De gemeente geeft aan dat onderdelen van de bepalingen weliswaar vaag zijn, maar dat deze vaagheid ook kansen biedt voor de gemeente om positief te toetsen op (gewenste) aanvragen. De vaagheid in begrippen/bepalingen zien wij als een beleidskeuze van de gemeente, maar wij geven hier mee dat een subsidieregeling in de kern juist duidelijkheid en concreetheid moet geven – mede voor de aanvrager zodat de aanvrager dan van tevoren weet welke ‘spelregels’ er gelden. Onderstaand staan onze bevindingen inzake artikel 11: d. de activiteiten niet openbaar toegankelijk zijn Bij onderdeel d is onduidelijk wat wordt bedoeld met ‘niet openbaar toegankelijk’. We verwijzen hierbij ook naar de bevindingen bij art. 3 van deze regeling. e. de activiteiten voornamelijk betrekking hebben op privébelangen, dan wel organisatiebelangen van een stichting of vereniging; Bij onderdeel e is niet duidelijk wanneer er sprake is van ‘voornamelijk privébelangen dan wel organisatiebelangen van een stichting of vereniging’. Een manier om dit duidelijker te maken is om een relatie te leggen met bijvoorbeeld een percentage van de activiteiten of de kosten van de activiteiten.
Bijvoorbeeld dat bepaalde activiteiten zoals het werven van nieuwe leden voor een vereniging of donateurs voor een stichting slechts bijkomstig zijn en niet direct het doel is van de activiteiten. Daarmee wordt vooraf duidelijk hoe de privé- of organisatiebelangen worden beoordeeld. Dit zou dan een plek kunnen krijgen door een nadere uitwerking in onderdeel d en voorbeelden kunnen dan in de toelichting13 op de regeling worden gegeven. Tekstvoorstel e: de activiteiten voornamelijk betrekking hebben op privébelangen, dan wel organisatiebelangen van een stichting of vereniging zoals het werven van nieuwe leden of donateurs. g. de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd; Bij onderdeel g is volstrekt onduidelijk wat wordt bedoeld met ‘zonder belangrijke vertraging’. Hoewel onderdeel g bijna letterlijk uit de Model ASV van de VNG is gekopieerd, kan er in de praktijk over deze weigeringsgrond discussie ontstaan. Beter is om deze weigeringsgrond te verwijderen of in de toelichting op de regeling duidelijk uit te leggen (met voorbeelden) wat dient te worden verstaan onder ‘dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd’. i.
de activiteiten een commercieel doel hebben of als doel hebben leden of donateurs te werven; Bij onderdeel i kan mogelijk discussie ontstaan wat een commercieel doel is (is bijvoorbeeld het verkopen van eten/drinken tijdens een culturele activiteit een grond om de subsidie te weigeren?). Een mogelijke aanpassing zou kunnen zijn om de subsidie te weigeren indien sprake is van een ‘direct commercieel doel’.
Er is nog geen toelichting bij de subsidieregeling; deze kan worden toegevoegd bij de eerstvolgende wijziging van de subsidieregeling. 13
Artikel
Bevindingen Ook inzake ‘leden werven’ kan tot discussie leiden omdat verenigingen een aanvraag kunnen indienen en de culturele activiteit van die vereniging vaak ook leidt tot promotie van de vereniging zelf (en daarmee uitstraalt tot mogelijke ledenwerving). Ook hier zou de weigeringsgrond aangevuld kunnen worden met ‘het directe doel hebbe leden of donateurs te werven’. j. de activiteiten de individuele beroepspraktijk van een kunstenaar niet overstijgen. Bij onderdeel j is onduidelijk wat de individuele beroepspraktijk omvat en hoe zich dat verhoudt tot de kunstenaar. Uit de gesprekken begrijpen wij namelijk dat de individuele beroepspraktijk zeer divers kan zijn, in het bijzonder bij kunstenaars die thuis zijn in diverse kunstdisciplines. Ons inziens sluit deze weigeringsgrond ook haaks op art. 1, onderdeel c, waarin staat dat onder culturele initiatieven vallen: activiteiten die betrekking hebben op een van de volgende kunstdisciplines: theater, dans, muziek etc. Als wij art. 1, onderdeel c, goed begrijpen gaat het om één kunstdiscipline als cultureel initiatief, terwijl de subsidie van de kunstenaar geweigerd kan worden o.b.v. art. 11, onderdeel j, als hij/zij juist deze ene kunstdiscipline wil gaan doen als cultureel initiatief. Het voorstel is om deze weigeringsgrond te verwijderen dan wel art. 1, onderdeel c, aan te passen dat het niet gaat om één kunstdiscipline.
13
Artikel 13 - Verantwoording Lid 1. De subsidie wordt door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen twaalf weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. Lid 3, onderdeel a. de aanvrager heeft voldaan aan de subsidievoorwaarden en verplichtingen genoemd in artikel 5 en 12; Voorstel actualisatie/wijziging: Bij het uitvoeren van dezelfde subsidieregeling kan het niet zo zijn dat aanvrager A direct een vaststelling krijgt van de subsidie en aanvrager B niet en B eerst een verleningsbeschikking krijgt en nadien wordt vastgesteld. Deze differentiatie in vormen van verantwoordingen binnen dezelfde regeling leidt tot overtreding van het verbod op willekeur. Lid 1 dient zodanig te worden gewijzigd dat het college nader kan bepalen per subsidieregeling dat er of direct wordt vastgesteld of dat na subsidieverlening er een aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend. Vanuit de gemeente begrijpen we overigens dat in de praktijk altijd direct wordt vastgesteld en uitbetaald; zou dan beter zijn om de praktijk door te vertalen in deze bepaling van de subsidieregeling. In lid 3, onderdeel a, wordt artikel 5 genoemd, maar in dit artikel staan geen subsidievoorwaarden of verplichtingen. Bij de toetsing van de subsidieaanvraag speelt art.
5 wel een rol om de hoogte van het subsidiebedrag te kunnen bepalen. De verwijzing naar art. 5 kan ons inziens verwijderd worden in lid 3, onderdeel a.
2.5 2.5.1
Subsidieregeling bewonersinitiatieven Pijnacker-Nootdorp 2018 (‘Buurtknip’) Juridisch kader en doelbereik
Bevoegd bestuursorgaan
Inwerkingtreding
Datum publicatie
Gemeenteblad
Regeling van het college
24-12-2020
23-12-2020
2020, 342725
Cijfers over het subsidieplafond, aantal verleningen en subsidiebedragen: Jaartal
Subsidieplafond
Aantal verleningen
Totaalbedrag aan subsidies verstrekt
2024
€ 42.040
61
€ 38.277
2023
€ 40.000
62
€ 40.710
2022
€ 40.000
53
€ 30.284
2021
€ 40.000
19
€ 14.117
2.5.2
Bevindingen
Algemene bevindingen Uit bovenstaande cijfers blijkt dat het om een gering subsidieplafond met een relatief groot aantal subsidieverleningen gaat. In 2023 is het totaalbedrag aan toegekende subsidies hoger dan het plafond. Juridisch is bij de allerlaatste subsidietoekenning meer verstrekt dan het subsidieplafond toelaat en er is geen (tussentijdse) ophoging van het subsidieplafond door de raad gepubliceerd. Volgens de Algemene wet bestuursrecht14 moeten subsidies geweigerd worden wanneer het subsidieplafond wordt overschreden. Met andere woorden: overschrijding van het subsidieplafond levert een verplichte weigeringsgrond op. De gemeente heeft aanvullend aangegeven dat de overschrijding van het plafond mogelijk ‘geheeld’ zou kunnen worden omdat gedurende het jaar soms niet alle subsidies worden gebruikt en er daardoor weer ruimte vrijkomt voor het subsidieplafond. Tijdens de gesprekken is aangegeven dat de Buurtknip onder het Beleidskader Wijken die werken valt. Opvallend is dat in de Intitulé van de subsidieregeling wel wordt verwezen naar de oude ASV (Algemene subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015), maar niet naar dit beleidskader. In de toelichting wordt wel verwezen naar dit beleidskader: De subsidieregeling Bewonersinitiatieven Pijnacker-Nootdorp maakt onderdeel uit van het beleidskader ‘Wijken die werken’.
Het doel van gemeente Pijnacker-Nootdorp en de samenwerkingspartners ‘wijken die werken’ is om initiatieven van bewoners te stimuleren en faciliteren via een laagdrempelige subsidieregeling. Bewoners met een initiatief kunnen een aanvraag indienen voor een financiële bijdrage en ondersteuning.
Aart.4:25 Awb: Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. 14
Algemene bevindingen Voorstel actualisatie/wijziging: Om juridisch een duidelijke koppeling te maken met het Beleidskader Wijken die werken wordt aangeraden om dit beleidskader op te nemen in de Intitulé. Er is een toelichting bij de subsidieregeling.
Artikel
Bevindingen
0
Art. 0 - Definitiebepalingen Bewonersinitiatief: Een bewonersinitiatief start met een idee van één (of meer) bewoner(s) en gaat om vrijwillig ondernomen activiteiten gericht op de leefomgeving en op bewoners in de straat, buurt of wijk, die de bewoner zelf uitvoert en waarvan de bewoner zelf ‘eigenaar’ is. De bewoners zijn al dan niet georganiseerd of sociaal ondernemer. Doorgaans voert men het initiatief uit in samenwerking met anderen, medebewoners en/of organisaties. De definitie van ‘bewonersinitiatief’ geeft geen concrete omschrijving wat een bewonersinitiatief is, maar bevat wel diverse elementen - met name subsidievereisten/voorwaarden – waaraan de activiteit en aanvrager moeten voldoen. Voorstel actualisatie/wijziging: Het advies is om de begripsomschrijving in te korten en alleen in te gaan om ‘wat’ een bewonersinitiatief is. De overige elementen in de tekst kunnen een plek krijgen in artikel 4 (let op eventuele inhoudelijke doublures) waar het in de kern gaat om een inhoudelijke beoordeling. Uit de gesprekken begrijpen wij dat het begrip ‘sociaal ondernemer’ tot verwarring kan leiden omdat niet helder is wat een ‘sociaal ondernemer’ is. Dit begrip is ook niet nader omschreven in de tekst van de subsidieregeling. In art.
2, eerste lid, onderdeel c, staat nota bene dat een sociaal ondernemer een bewoner moet zijn; in de kern kan een bewoner dus ook gewoon een aanvraag indienen. Het advies is om dit begrip geheel uit de subsidieregeling te verwijderen. Vanuit de validatiesessie met de gemeente begrijpen we dat het voornemen er is om deze bepaling te verwijderen. Daarnaast wordt geadviseerd om de subsidieregeling te starten met artikel 1 (en de artikelen daarna te vernummeren) i.p.v. te starten met ‘artikel 0’.
2
Artikel 2 - Aanvrager 1.Subsidie kan worden aangevraagd door: a. bewoner(s) woonachtig in Pijnacker-Nootdorp; … c. een sociaal ondernemer (mits dit een bewoner is). Een sociaal ondernemer kan een initiatief ontwikkelen gericht op de leefomgeving en op bewoners in de straat, buurt of wijk. Bewoners zijn betrokken bij de aanvraag en uitvoering. Het initiatief moet een concrete bijdrage leveren aan een maatschappelijke opgave en na de subsidiebijdrage gecontinueerd kunnen worden zonder ondersteuning vanuit de gemeente. 2.Bij subsidieverlening vanuit de gemeente staat het initiatief van de bewonersorganisatie ook open voor niet-leden van de organisatie en komt het initiatief ten goede aan het gebied en alle bewoners. Het initiatief wordt in samenwerking met bewoners uitgevoerd.
Artikel
Bevindingen Voorstel actualisatie/wijziging: Art. 2, onderdeel a, is niet in overeenstemming met de jurisprudentie. In de uitspraak inzake ‘Geobox’15 is bepaald dat het bieden van gelijke kansen bij het verkopen van onroerend goed voor potentiële gegadigden (dit volgt uit het Didamarrest) ook geldt voor de verdeling van schaarse subsidies. Voor subsidies geldt er een rechtsnorm tot het bieden van mededingingsruimte aan potentiële gegadigden; ook anderen moeten de kans krijgen om mee te dingen naar de subsidies. Het huidige art. 2, onderdeel a, lijkt derhalve niet in overeenstemming te zijn met deze uitspraak. Ook andere(n) dan inwoners uit de gemeente moeten namelijk een kans kunnen maken op subsidie onder deze regeling. De tekst van dit artikel kan gewijzigd worden door bijvoorbeeld bewoner(s) woonachtig in Pijnacker-Nootdorp’ te vervangen door ‘particulieren’. In art. 2, onderdeel c, kan de zinsnede ‘Bewoners zijn betrokken bij de aanvraag en uitvoering. Het initiatief moet een concrete bijdrage leveren aan een maatschappelijke opgave en na de subsidiebijdrage gecontinueerd kunnen worden zonder ondersteuning vanuit de gemeente.’ verwijderd worden. Deze tekst bevat namelijk inhoudelijke subsidievereisten/voorwaarden die in art. 4 thuishoren bij de toetsing. Hetzelfde geldt ook voor lid 2. Verder wordt verwezen naar onze opmerkingen en bevindingen bij artikel 0.
Artikel 4 - Toetsingscriteria bij kleine straatinitiatieven en bij wijk- en buurtinitiatieven Lid 1. Elke aanvraag wordt getoetst op het draagvlak onder bewoners (zoals in lid 3 sub a en b is vermeld), betrokkenheid van bewoners bij de uitvoering en de betekenis van het initiatief voor de straat, buurt of wijk. Voorstel actualisatie/wijziging: In het eerste lid is niet duidelijk hoe / of inhoudelijk door de gemeente de aanvraag wordt getoetst op het draagvlak en wat het eventueel betekent voor de subsidiehoogte als er bijvoorbeeld een beperkte mate van draagvlak is. Of bestaat de toetsing uit het sec controleren dat er minimaal drie initiatiefnemers van verschillende adressen zijn zoals opgenomen in het derde lid? Indien dit laatste de bedoeling is, wordt geadviseerd om dit onderdeel uit het derde lid te verplaatsen naar het eerste lid (en er uiteraard een ‘lopende’ tekst van te maken). Vanuit de validatiesessie begrijpen we vanuit de gemeente dat het gaat om ten minste drie ondertekenaars en dat het voornemen is om deze beleidslijn te hanteren/verwerken in deze bepaling. Lid 2. De hoogte van de afzonderlijke subsidies ligt tussen € 0 en € 2.500 en wordt bepaald op basis van de mate waarin de aanvraag aan de toetsingscriteria voldoet. Voorstel actualisatie/wijziging: Uit het tweede lid blijkt niet op welke wijze de hoogte van de subsidie precies wordt bepaald.
Er blijkt namelijk niet een staffel o.i.d. te zijn aan de hand waarvan een deel van de subsidie kan worden toegerekend, m.a.w.: aan het voldoen aan één of meerdere toetsingscriteria is geen gewicht of (punten)waardering gekoppeld die bepalend is voor de berekening van de hoogte van de subsidie. We constateren dat de toetsingscriteria op dit punt niet nader zijn uitgewerkt, het lijkt er eerder op dat de aanvraag leidend is en dat, ongeacht de reikwijdte van en uitvoering van de
ABRvS 11-07-2018, ECLI:NL:RBOBR:2017:3279 (Geobox). De rechter zegt als volgt: “… geldt in het Nederlandse recht een rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. … dat deze rechtsnorm ook … van toepassing is, [bij de ] verdeling van schaarse subsidiemiddelen”. Deze rechtsnorm is in de rechtspraak nog niet van toepassing verklaard op de incidentele- en begrotingssubsidies; de verwachting is dat deze rechtsnorm ook op deze subsidies van toepassing zal zijn omdat deze subsidies op zichzelf ook ‘schaars’ van karakter zijn. Veiligheidshalve zal dan een marktverkenning aan te raden zijn, zodat potentiële gegadigden dan in ieder geval een kans hebben om mee te dingen naar de subsidies. 15
Artikel
Bevindingen activiteiten, de subsidie per aanvraag maximaal Euro 250 / Euro 2500 kan zijn. Daarnaast kan op basis van de weigeringsgronden het aangevraagde bedrag naar beneden worden aangepast. Het advies is om de zin ‘en wordt bepaald op basis van de mate waarin de aanvraag aan de toetsingscriteria voldoet’ te verwijderen. Uit de validatiesessie begrijpen we dat het tweede lid eigenlijk verwijderd kan worden omdat het al in art. 5 lid 1 staat. Derde lid (zie tekst van de subsidieregeling) In lid 3 staat tweemaal een onderdeel a en een onderdeel b. Het advies is om de eerste twee onderdelen a en b (a. Kleine straatinitiatieven; b. Wijk- en buurtinitiatieven) te verwijderen omdat deze tekst bij de tweede onderdelen a en b er al staat. Uit de gesprekken komt naar voren dat het voor de praktijk lastig c.q. discutabel lijkt te zijn om de grens van 75 mensen aan te houden (een initiatief wordt namelijk als ‘Wijk/buurtinitiatief’ gekwalificeerd bij ten minste 75 bewoners). Een initiatief dat net onder de grens van 75 bewoners valt, kan evenwel meer dan Euro 250 nodig hebben voor het bewonersinitiatief. Er is geopperd om eventueel een ‘tussencategorie’ in de regeling op te nemen; dit vergt een nadere beleidskeuze door de gemeente.
5
Artikel 5 - Maximale subsidiebijdrage en subsidieplafond Lid 2. Initiatieven die passen binnen de regeling, maar een hogere subsidiebijdrage vragen van € 250 (straatinitiatief), respectievelijk € 2.500 (wijk- en buurtinitiatief), worden voor besluitvorming voorgelegd aan het college. Lid 3. Jaarlijks wordt een subsidiebudget vastgesteld van € 40.000. Voorstel actualisatie/wijziging: Art.5, tweede lid, bepaalt in de kern dat het college kan beslissen dat een aanvraag meer subsidie kan ontvangen dan het maximale bedrag. De zinsnede dat initiatieven aan het college voor besluitvorming worden voorgelegd is in die zin verwarrend. Het tweede lid kan bijvoorbeeld als volgt luiden: In afwijking van artikel 5 kan het college bepalen dat een aanvrager van straatinitiatief of een wijk- en buurtinitiatief een hogere subsidie ontvangt dan de maximale bedragen genoemd in art. 5, eerste en tweede lid. Art. 5, derde lid, gaat over het vaststellen van een subsidiebudget. Uit de validatiesessie begrijpen we vanuit de gemeente dat het subsidiebudget hetzelfde is als het subsidieplafond. Het derde lid is derhalve in strijd met de ASV omdat in de ASV staat dat de raad de subsidieplafonds vaststelt. Het derde lid dient te worden verwijderd omdat het vaststellen van een subsidieplafond een raadsbevoegdheid betreft.
Overwogen kan worden om er een collegebevoegdheid van te maken, maar daarover moet de raad zelf beslissen.
6
Artikel 6 – Weigeringsgronden Lid 1. Initiatieven worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Wanneer het jaarlijks budget voor initiatieven op is, worden aanvragen afgewezen. De zinsnede ‘Initiatieven worden op volgorde van binnenkomst behandeld’ hoort niet thuis bij de weigeringsgronden. Deze zinsnede zou moeten worden gekoppeld aan de tekst in art. 3 lid 4: Wanneer een aanvraag niet volledig is en door aanvrager aangevuld moet worden, geldt als datum van ontvangst, de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld en ingediend. De eerste zinsnede en art. 3 lid 4 zouden gecombineerd moeten worden in een apart artikel of als onderdeel van een artikel in de subsidieregeling zodat duidelijk een verdelingswijze is beschreven zoals art. 4:26, lid 2, van de Awb eist. Een voorbeeld van de verdelingswijze is te vinden in art. 7 van de Cultuurknip (zij het dat we adviseren om dat art. 7 op details aan te vullen).
Artikel
Bevindingen Lid 2. Initiatieven waarvoor andere subsidieregelingen bestaan of die al hebben plaatsgevonden kunnen worden geweigerd. De keuze is aan de aanvragers om een aanvraag in te dienen voor bepaalde activiteiten. Indien de aanvraag en aangevraagde activiteiten materieel voldoen aan de subsidievereisten en voorwaarden, zal een verlening moeten volgen. Dat er mogelijk ook andere subsidieregelingen zijn waar geen beroep op is gedaan, kan geen weigeringsgrond zijn. Deze weigeringsgrond dient daarom te worden verwijderd. Uit de validatiesessie begrijpen we vanuit de gemeente dat de huidige bepaling niet correct weergeeft wat de gemeente heeft beoogd. Beoogd is om subsidie te weigeren indien dezelfde activiteiten reeds zijn gesubsidieerd, bijvoorbeeld op basis van de subsidieregeling voor evenementen. Deze bepaling in lid twee kan conform bovenstaande worden aangepast. Lid 3. De financiële bijdrage is bedoeld om activiteiten mogelijk te maken. De middelen zijn niet bestemd om organisaties in stand te houden of om uitsluitend materialen aan te schaffen. Deze weigeringsgrond lijkt te suggereren dat de volledige aanvraag wordt geweigerd. Bedoeld is waarschijnlijk dat deze kostensoorten niet subsidiabel zijn. Een mogelijkheid is om de tekst van lid 3 tekstueel aan te passen en te verplaatsen naar art 4 lid 2 – daar gaat het immers om het bepalen van de hoogte van de subsidie.
Lid 4. Initiatieven die voornamelijk betrekking hebben op privébelangen, dan wel de organisatiebelangen van een stichting of vereniging kunnen worden geweigerd. Bij onderdeel 4 is niet duidelijk wanneer er sprake is van ‘voornamelijk privébelangen dan wel organisatiebelangen’. Een manier om dit duidelijker te maken is om een relatie te leggen met bijvoorbeeld een percentage van de activiteiten of de kosten van de activiteiten of überhaupt een andere omschrijving van privé of organisatiebelang (dit laatste betreft dan wel een beleidsmatige keuze). De wijziging in de teksten in dit lid zou dan een plek kunnen krijgen in een nadere uitwerking en voorbeelden in de toelichting16 op de regeling. Ook zou hier eventueel het toepassen van de hardheidsclausule een oplossingsrichting kunnen bieden, echter dit vergt een beleidsbeslissing.
7
Art.7, lid 1: De gemeente beslist binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag over de subsidieaanvraag. Voorstel actualisatie/wijziging: In plaats van ‘De gemeente’ moet er staan ‘Het college’; het gaat hier om het bestuursorgaan dat een bevoegdheid heeft.
Toelichting
In de toelichting op de subsidieregeling staat: ‘Bij wijk- en buurtinitiatieven legt de gemeente de aanvraag voor aan de samenwerkingspartners ter reactie’. Voorstel actualisatie/wijziging: Bovenstaande zinsnede is niet in lijn met de inhoudelijke elementen in deze subsidieregeling; er staat nergens in de subsidieregeling zelf als subsidievereiste/voorwaarde dat samenwerkingspartners ‘iets’ moeten vinden van een initiatief. Daarnaast is onduidelijk wat de samenwerkingspartners vervolgens met de aanvraag moeten doen als de gemeente deze aan hen voorlegt; hebben zij een adviesfunctie of iets dergelijks? Deze tekst is onduidelijk en kan verwijderd worden of in de subsidieregeling wordt dit nader uitgewerkt zodat de toelichting daarmee in overeenstemming is.
Er is nog geen toelichting bij de subsidieregeling; deze kan worden toegevoegd bij de eerstvolgende wijziging van de subsidieregeling. 16
Artikel
Bevindingen In het algemeen merken we op dat de toelichting onvoldoende wordt gebruikt om een nadere duiding van artikelen of voorbeelden te geven om de aanvrager op weg te helpen om de subsidieregeling beter te begrijpen. Bij een aankomende wijziging van deze subsidieregeling kan dit nader worden verkend.
2.6 2.6.1
Subsidies voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisatie Juridisch kader en doelbereik
Bevoegd bestuursorgaan
Inwerkingtreding
Datum publicatie
Gemeenteblad
Regeling van het college
16-03-2018
15-03-2018
2018, 54635
Cijfers over het subsidieplafond, aantal verleningen en subsidiebedragen: Jaartal
Subsidieplafond
Aantal verleningen
Totaalbedrag aan subsidies verstrekt
2024
€ 100.000
26
€ 128.748
2023
€ 100.000
20
€ 103.830
2022
€ 100.000
16
€ 80.370
2021
€ 100.000
15
€ 72.995
2.6.2
Bevindingen
Algemene bevindingen Uit bovenstaande cijfers blijkt dat het relatief om een groot subsidieplafond en groot aantal subsidieverleningen gaat. Daarnaast constateren wij dat er meer subsidies zijn verstrekt dan het plafond toelaat in 2023 en 2024. In 2023 en 2024 is het totaalbedrag aan toegekende subsidies hoger dan het subsidieplafond, dit vanwege indexatie aldus de gemeente. Juridisch wordt dus meer subsidie verstrekt dan het subsidieplafond toelaat en er is geen (tussentijdse) ophoging van het subsidieplafond door de raad gepubliceerd. Volgens de Algemene wet bestuursrecht17 hadden de subsidies echter geweigerd moeten worden wanneer het subsidieplafond zou worden overschreden. Met andere woorden: overschrijding van het subsidieplafond levert een verplichte weigeringsgrond op. Er is geen toelichting bij de subsidieregeling.
Artikel
Bevindingen
1
In onderdeel a en b van lid 1 worden voetnoten gebruikt om aan te geven wat bedoeld wordt met ‘evenementen’ en ‘incidentele en structurele activiteiten’. Deze wijze van regelgeving opstellen heeft niet de voorkeur; het is regelgevingstechnisch beter (en helderder) als bijvoorbeeld het begrip ‘evenement’ en
Aart.4:25 Awb: Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. 17
Artikel
Bevindingen de begrippen die daarna in voetnoten zijn uitgeschreven ook overeenkomstig in art. 1 van deze subsidieregeling worden beschreven, zie als voorbeeld ook de omschrijving van de begrippen in art. 1 van de ASV.
4 en 6 lid 2
In deze artikelen is een doublure met enkele bepalingen uit de ASV 18. Vanuit regelgevingstechniek is het niet aan te bevelen om op twee plekken (lees: in de ASV en in deze subsidieregeling) dezelfde teksten te hebben. Er dient een keuze gemaakt te worden om de teksten uit de subsidieregeling te verwijderen en bijvoorbeeld in de toelichting19 van de regeling op te nemen dat de ASV naast deze subsidieregelingen ook bepalingen bevat die op deze subsidieregeling van toepassing zijn. Overigens is er ook wat voor te zeggen om de huidige teksten in deze subsidieregeling te laten staan (wetende dat er dan wel doublures zijn met de ASV); dan staat namelijk alles in deze regeling en is het mogelijk helderder voor de aanvrager. Zoals gezegd, gaat het hier om een keuze die de gemeente moet maken. De ASV is echter helder in de toelichting: Deze definities gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. Deze definities zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken .