CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 - PlanMER Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 8 april 2021 (incl bijlagen factsheets en opmaak) (1384483)

Raad Beeldvorming 16 november 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie met bijbehorende Plan MER30.965 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wel/geen overschrijding GR

Een veerkrachtige leefomgeving voor

en hoogte GR

mensen, planten en dieren, Een karakteristieke woon- en leefomgeving

Aandachtsgebieden

Wel/geen bestaande zeer

Een veerkrachtige leefomgeving voor

kwetsbare gebouwen

mensen, planten en dieren, Een

aanwezig en/of geprojecteerd

karakteristieke woon- en leefomgeving

binnen het aandachtsgebied Bodem en

Bodemdaling

ondergrond Bodemkwaliteit

Ondergrond

Gevoeligheid voor

Een veerkrachtige leefomgeving voor

bodemdaling

mensen, planten en dieren

Mate van

Een veerkrachtige leefomgeving voor

bodemverontreiniging

mensen, planten en dieren

Mate waarin de ondergrond

Een veerkrachtige leefomgeving voor

wordt meegewogen bij

mensen, planten en dieren

planvorming

30/92

Kenmerk

3.3

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Wijze waarop effecten, doelbereik en strijdigheden zijn beoordeeld

3.3.1 Effectbeoordeling Het beleid is als volgt op effecten beoordeeld: 1.

Per beleidsuitspraak (zoals opgenomen in bijlage 2) en per indicator is beoordeeld of er een relatie is. Alleen het nieuwe beleid wat een mogelijk relatie heeft met een indicator is geselecteerd en beoordeeld. Per beleidsuitspraak is beoordeeld of er sprake is van een mogelijk positief effect (+), waarschijnlijk geen effect (0) of mogelijk een negatief effect (-). Bij wisselend positieve en negatieve effecten is per saldo een ‘0’ ingevuld. Op deze manier is per indicator aangegeven welk beleid mogelijk effect heeft. Voor iedere beoordeling is een korte onderbouwing opgenomen, waarbij onderscheid is gemaakt in effecten die zich voordoen in de hele gemeente en locatie specifieke effecten.

De effectbeoordeling is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. Voor de beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling per thema zijn experts van de gemeente ingezet. In diverse rondes is door TAUW de kwaliteit en compleetheid beoordeeld. Waar nodig zijn de referentiesituaties daarop aangescherpt. Om de beoordeling navolgbaar te maken is een uitgebreide onderbouwing opgenomen per beleidsthema in de factsheets in bijlage 1. Vervolgens zijn door experts van de gemeente en/of TAUW op kwalitatieve wijze de kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten van het nieuwe beleid beoordeeld. Naast deze expert judgement beoordeling zijn ook verkeerskundige berekeningen uitgevoerd door Goudappel Coffeng (zie bijlage 5) voor de opgave van 4000 woningen. Op basis hiervan is ten behoeve van de effectbepaling op Natura 2000 gebieden een verkennende stikstofberekening uitgevoerd (zie hoofdstuk 4).

2.

Vervolgens is een totaalbeeld van de effecten weergegeven door de positieve en negatieve scores van het beleid in samenhang te bekijken. Zo is een eerste beeld gecreëerd van de mate waarin het relevante nieuwe beleid tot effecten kan leiden op betreffende indicator. Dit leidt tot de volgende drie categorieën beoordelingen per indicator: a.

Er treedt mogelijk een verslechtering op ten opzichte van de referentiesituatie

b.

(HSAO) indien er met name negatieve effecten optreden als gevolg van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie Er treedt geen verschil op ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO) indien

c.

er geen of beperkt effecten zijn van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie Er treedt mogelijk een verbetering op ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO) indien er met name positieve effecten optreden als gevolg van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie

31/92

Kenmerk

3.

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Ook is per indicator beoordeeld wat het doelbereik is. Hiervoor is geanalyseerd hoe concreet het nieuwe beleid is, op welke wijze een indicator gereguleerd/ beschermd wordt, of er uitwerking wordt gegeven in een programma en/of er sprake is van participeren of zelf realiseren. Kortom, op welke wijze wordt er navolging gegeven aan het nieuwe beleid op de betreffende indicator en wat is de invloed van de gemeente daarop.

4.

Per beleidsthema zijn aanbevelingen opgenomen voor beleidsopties of mitigerende maatregelen waarmee problemen of knelpunten verminderd of weggenomen kunnen worden. Indien uit de beoordeling blijkt dat er geen verschil is of juist een verbetering dan is aangegeven hoe (positieve) effecten versterkt kunnen worden. Dit is beschreven op basis van de beïnvloedingsruimte en sturingsmogelijkheden die de gemeente heeft. De aanbevelingen zijn bruikbaar voor bijvoorbeeld de verdere uitwerking in programma’s of het Omgevingsplan.

3.3.2

Synergie en strijdigheden

Naast de effectbeoordeling op indicatorniveau zijn de ambities op strategisch niveau vergeleken. De gemeente streeft in de Omgevingsvisie naar samenhang tussen de verschillende ambities en doelen die elkaar versterken. In dit planMER wordt getracht meer grip te krijgen op de haalbaarheid van deze opgave. Allereerst worden de ambities op hoofdlijnen tegenover elkaar gezet en benoemd of er sprake is van synergie dan wel mogelijke tegenstrijdigheden. Op basis hiervan worden aanbevelingen gedaan om negatieve effecten bij tegenstrijdigheden te beperken in vooral de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie.

4 De leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit (toestand) van de leefomgeving beschreven in de huidige situatie, de situatie bij ongewijzigd beleid (autonome ontwikkeling) en de effecten daarop als gevolg van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie. Een gedetailleerdere beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling per indicator, evenals een beschrijving van de effecten van nieuw beleid op de betreffende indicator is opgenomen in bijlage 1 (factsheets). Voor de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is onderscheid gemaakt in kwaliteitsniveaus: slecht, redelijk of goed. Vervolgens is beoordeeld of het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie leidt tot een mogelijke verbetering, gelijk blijft of een beperkte invloed heeft, of leidt tot een mogelijke verslechtering. In hoofdstuk 3 is beschreven welke factoren zijn meegenomen in deze beoordeling. Belangrijk hierbij is de mate waarin de gemeente sturingsmogelijkheden heeft om de ambitie te halen. In de tabellen in dit hoofdstuk is deze score als volgt aangegeven.

32/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Figuur 4.1 Legenda kwaliteitsniveaus en invloed van de Omgevingsvisie

Op basis het beoordelingskader is voor dit hoofdstuk een globale indeling gemaakt van de thema’s per ontwikkellijn.

4.1

Ontwikkellijn 1: Onderscheidend groen

Ontwikkellijn

Thema

Onderscheidend groen

Landschappelijke verbondenheid Cultuurhistorie en landschap Archeologie Openbare ruimte Recreatie Natuur en biodiversiteit - Biodiversiteit Natuur en biodiversiteit - Weidevogelgebieden Natuur en biodiversiteit - Natura 2000

4.1.1

Landschappelijke verbondenheid

Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Landschappelijke

Groene en blauwe

verbondenheid

verbindingen

Huidige situatie en autonome ontwikkeling In de verbinding tussen de kernen (randen en linten) en het landschap, en de verbinding van het landschap binnen en buiten de gemeente ontbreken nog schakels. Het blijkt technisch of financieel niet altijd mogelijk de geplande verbindingen te realiseren of in lopende projecten mee te liften. De afgelopen tijd zijn echter wel veel nieuwe verbindingen aangelegd, en de basis is goed. De huidige situatie van groene en blauwe verbindingen wordt daarom als redelijk beoordeeld.

33/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Tot 2025 wordt binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp op verschillende locaties gebouwd. Hierdoor staan het landschap, cultuurhistorisch erfgoed en biodiversiteit onder druk. Deze ontwikkelingen kunnen anderzijds ook aanleiding zijn voor het vergroten van de groenblauwe kwaliteiten en het versterken van de verbindingen tussen stad en land. Aandachtspunt hierbij is dat de druk op de openbare ruimten zowel boven- als ondergronds zeer groot is. Een integrale benadering is daarom vanaf de eerste planvorming belangrijk. Aangezien er veel onzekerheden zijn wordt de autonome ontwikkeling beoordeeld als redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie De verwachting is dat de Omgevingsvisie een positieve invloed heeft op de landschappelijke verbondenheid en dat er mogelijk een verbetering optreedt. De Omgevingsvisie verzekert dat de groene buitengebieden behouden blijven en zet in op het verbeteren van de kwaliteit van het landschap en het groen. Daarnaast vindt de realisatie van woningen voornamelijk plaats in transformatiegebieden van de glastuinbouw, dit biedt kansen voor versterking van het landschap en een goede inpassing. Versterking van het groen in kernen kan daarnaast bijdragen aan een sterkere ecologische verbondenheid.

De ambities op energietransitie kunnen tegelijkertijd een bedreiging vormen wanneer duurzame opwek niet volledig gerealiseerd kan worden in het bebouwd gebied, de Omgevingsvisie maakt dit op dit moment echter niet mogelijk. 4.1.2 Cultuurhistorie en landschap Het thema cultuurhistorie is beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘status van cultuurhistorie’ en ‘status van het landschap’. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Cultuurhistorie

Status cultuurhistorie

en landschap Status landschap

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Zowel de status van cultuurhistorische waarden, als de status van het landschap worden in de huidige situatie beoordeeld als redelijk. De linten binnen de gemeente zijn waardevolle cultuurhistorische elementen, maar zijn in de huidige situatie niet meer altijd duidelijk te herkennen. Ook zijn door uitbreidingen in de vorige eeuw veel cultuurhistorische karakteristieken verloren gegaan waardoor het historische karakter van Pijnacker-Nootdorp in veel buurten verdwenen is. Nieuwe ontwikkelingen met een stedelijke opzet zorgen ervoor dat het dorpse karakter nog verder verdwijnt. Daarnaast mist op sommige plekken de verbinding met het buitengebied doordat glasopstanden het zicht belemmeren of doordat oorspronkelijke verkaveling niet meer zichtbaar is. De landschappelijke verscheidenheid in het buitengebied is over het algemeen groot en komt de aantrekkelijkheid van het landschap als uitloopgebied ten goede. De landschappelijke kwaliteit verschilt echter per gebied.

34/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Zo zijn veenweidepolders en droogmakerijen deels behouden en herkenbaar, tegelijkertijd staat het landschap van de Oude Leede onder druk door versnippering en verrommeling. Ook zijn delen van bosgebieden eentonig en passen aangelegde natuur- en recreatiegebieden op sommige locaties minder goed in de oorspronkelijke structuur. Op basis van de Lintenvisie van de gemeente is de verwachting dat de cultuurhistorische waarde van linten verbetert. Voor het toevoegen van ontbrekende schakels en monumenten blijft het beleid gericht op duurzame instandhouding van waardevolle objecten en structuren. De autonome ontwikkeling voor de status van cultuurhistorie is daarom beoordeeld als redelijk. De autonome ontwikkeling voor de indicator landschap wordt als goed beoordeeld, omdat in algemene zin beoogd wordt de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied te vergroten. Zo is de Oude Leede aangewezen als belangrijk vogelgebied en nodigt de Ruimtelijke Structuurvisie uit tot behoud en versterking van het open karakter van het gebied en de natuurwaarden. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie voorziet in nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van energietransitie en verstedelijking, welke een bedreiging kunnen zijn voor de status van cultuurhistorische zones en het landschap.

De Omgevingsvisie heeft echter als doel om cultuurhistorische waarden te herstellen en te versterken. De verwachting is daarom dat de invloed van de Omgevingsvisie per saldo beperkt zal zijn. Voor de status van het landschap is de locatie en inpassing van de verschillende ontwikkelingen bepalend of de kernkwaliteiten van het landschap worden aangetast of juist worden versterkt. Aangezien op dit moment onduidelijk is in hoeverre een goede inpassing wordt geborgd in programma’s of Omgevingsplan wordt de invloed van de Omgevingsvisie op de status van het landschap beoordeeld als beperkt. 4.1.3 Archeologie Het thema archeologie is beoordeeld aan de hand van de indicator ‘archeologie’ waarbij gekeken wordt naar de status van archeologische waarden. Thema

Indicator

Archeologie

Archeologie

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Omgevingsvisie

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Zowel de huidige situatie als autonome ontwikkeling voor de indicator archeologie wordt beoordeeld als redelijk. Het huidige beleid is gericht op behoud van de bestaande situatie. Door verstedelijking, groeiende mobiliteit en de energietransitie komen archeologische waarden in de toekomst steeds verder onder druk te staan. Autonome ontwikkelingen zijn echter voornamelijk gepland in gebieden met een lage archeologische verwachting. Daarnaast neemt de kennis over archeologie toe en is het huidige beleid gericht op behoud van archeologische waarden.

35/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Beoordeling effect Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is geen nieuw beleid opgenomen ten aanzien van archeologie. Verschillende ambities uit de Omgevingsvisie kunnen daarentegen wel leiden tot bodemingrepen en daarmee de kans op verstoring van archeologische waarden vergroten. Het beleid blijft echter gericht op het behoud van archeologische waarden. De verwachting is daarom dat de invloed van de Omgevingsvisie beperkt zal zijn. 4.1.4 Openbare ruimte Het thema openbare ruimte is beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘kwaliteit openbare ruimte’, ‘openbaar groen’ en ‘beweegvriendelijkheid’. Thema

Indicator

Openbare ruimte

Openbaar groen

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

Kwaliteit openbare ruimte Beweegvriendelijkheid

Huidige situatie en autonome ontwikkeling In de huidige situatie is er circa 95 m2 groen (natuur en recreatiegebied) beschikbaar per inwoner. Aangezien dit aantal m2 ver boven de groennorm van 75m2 openbaar groen per inwoner ligt, opgenomen in de voormalige Nota Ruimte, wordt de huidige situatie beoordeeld als goed. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt door inwoners beoordeeld met een 7,0. Pijnacker-Oost springt echter negatief uit de meting met een score van 5,6. De huidige situatie voor de indicator ‘kwaliteit openbare ruimte’ wordt daarom beoordeeld als redelijk. Het aandeel van lopen en fietsen in verplaatsingen ligt in de gemeente Pijnacker-Nootdorp hoger dan het landelijk gemiddelde. Ook het percentage inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijnen ligt boven het landelijk gemiddelde. De huidige situatie voor de indicator ‘beweegvriendelijkheid’ wordt daarom beoordeeld als goed. Er zijn geen autonome ontwikkelingen die een significante toename in omvang van groen- en recreatiegebieden tot gevolg hebben. Wel wordt er een behoorlijke toename in inwoneraantal verwacht. De verwachting is dat de relatieve hoeveelheid groen, omgerekend naar groen per inwoner, daardoor zal afnemen.

Ook is de verwachting dat de druk op groengebieden vanwege (woningbouw)ontwikkelingen in de regio zal stijgen, doordat mensen uit de regio in toenemende mate gebruik zullen maken van de groengebieden binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De autonome ontwikkeling wordt daarom als redelijk beoordeeld. De waardering van de kwaliteit van de openbare ruimte laat over een langere periode een constant beeld zien. De verwachting is dan ook de waardering in de autonome ontwikkeling van de kwaliteit van de openbare ruimte redelijk blijft. Aangezien het huidige beleid gericht is op het verbeteren van de mogelijkheden tot bewegen in de openbare ruimte, wordt de autonome ontwikkeling als goed beoordeeld.

36/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Beoordeling effect Omgevingsvisie Ruimteclaims vanuit verstedelijking zijn een bedreiging voor de kwaliteit en kwantiteit van de openbare ruimte. Tegelijkertijd kiest de Omgevingsvisie nadrukkelijk voor het behoud van openbaar groen en groene buitengebieden. In combinatie met de ambities op het gebied van mobiliteit, zoals een minder dominante rol voor de auto, heeft dit een positief effect op de beweegvriendelijkheid van de openbare ruimte. De verwachting is daarom dat er voor de indicator ‘beweegvriendelijkheid’ een verbetering optreedt. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie op de indicator ‘openbaar groen’ per saldo beperkt is. De voorziene groei van het inwoneraantal resulteert in een afname van het aantal m2 groen per persoon. Echter blijft het uitganspunt om voldoende groen per inwoner te behouden. Het is echter niet exact duidelijk wanneer gesproken kan worden over ‘voldoende groen’. Dit kan onder andere gerealiseerd worden door een groene opzet van transformatiegebieden. Ook de invloed van de Omgevingsvisie op de indicator kwaliteit openbare ruimte is naar verwachting beperkt. De voorziene inwonergroei in relatie tot een toename aan verkeersbewegingen en de ambities vanuit energietransitie kunnen de (beeld)kwaliteit van de openbare ruimte negatief beïnvloeden.

Tegelijkertijd hebben vergroening, inzet op een hoge beeldkwaliteit en een minder dominante rol voor de auto een positief effect op de kwaliteit van de openbare ruimte. 4.1.5

Recreatie

Het thema recreatie is beoordeeld aan de hand van de indicator ‘recreatie’. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Recreatie

Recreatie

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp is een relatief groot oppervlak aan natuur- en recreatiegebieden aanwezig. De gebieden kenmerken zich door een grote variatie aan landschap, begroeiing, en openheid. Een aanzienlijk deel is recent aangelegd (afgelopen tien jaar) en heeft tijd nodig om zich landschappelijk verder te ontwikkelen. Het vrijetijdsprofiel van PijnackerNootdorp is kleinschalig met vooral horeca en weinig echte trekpleisters. Vooral de route gebonden recreatie wordt gestimuleerd. De algemene waardering (voor een deel van de recreatiegebieden) ligt iets lager dan het gemiddelde in de provincie Zuid-Holland. De huidige situatie wordt daarom als redelijk beoordeeld. De verwachting is dat de omvang van het openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied gelijk blijft of beperkt toeneemt. Daarnaast is de verwachting dat de waardering voor deze gebieden toeneemt door de verdere, voorgenomen kwaliteitsverbetering. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als goed. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie zet in op het behoud van de groene buitengebieden en het verhogen van de kwaliteit en omvang van het openbaar groen. De verwachting is dat het beleid in de Omgevingsvisie bijdraagt aan een mogelijke verbetering van de autonome ontwikkeling.

37/92

Kenmerk

4.1.6

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Natuur en biodiversiteit - Biodiversiteit

Het thema natuur en biodiversiteit wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘biodiversiteit’, ‘weidevogelgebieden’ en ‘natura 2000’. In deze paragraaf wordt de indicator ‘biodiversiteit’ beschreven. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Natuur en

Biodiversiteit

biodiversiteit

Huidige situatie en autonome ontwikkeling In de huidige situatie streeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp naar de realisatie van een natuurwerk met een grote biodiversiteit. De natuur- en recreatiegebieden binnen de gemeente maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een klein deel van het natuurnetwerk binnen de gemeente is planologisch vastgelegd en geniet bescherming. De kernen van PijnackerNootdorp grenzen op veel plaatsen aan de natuur- en groengebieden in het buitengebied. Hierdoor zijn er veel mogelijkheden voor groene dooradering. Infrastructuur vormt echter barrières en groenelementen zijn soms te kleinschalig voor ecologische inrichting en beheer. De ecologische waarden verschillen sterk binnen de gemeente en variëren van hoog tot laag. Deze verschillen en relatief kleine eenheden zorgen voor versnippering. Wanneer de effecten van recreatieve druk, klimaatverandering, vermesting en een afnemende bodemkwaliteit hierbij op worden geteld wordt geconcludeerd dat de ecologische waarden onder druk staan. De huidige situatie wordt daarom beoordeeld als redelijk. Diverse voorziene ontwikkelingen in de gemeente, zoals de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en verduurzaming van kassengebieden, vragen om een goede integratie van ecologie in de planvorming.

Een goede integratie biedt kansen voor het versterken van de ecologische structuur en het vergroten van de biodiversiteit. Een slechte integratie leidt daarentegen tot verkleining van leefgebieden en afname van de ecologische waarden. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dus enerzijds kansen bieden en tegelijkertijd een bedreiging vormen. Uit de afgelopen jaren is gebleken dat het vaak niet mogelijk of lastig is om ecologische verbindingen te realiseren of aanwezige ecologische waarden te integreren binnen projecten. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie voorziet in toevoegen van 4.000 extra woningen. Een groot deel van deze woningen wordt gerealiseerd op verouderde glastuinbouwlocaties. De herontwikkeling van deze gebieden biedt kansen voor een groene dooradering van de kernen. Op deze wijze worden relatief sterk verharde gebieden herontwikkeld tot groene woongebieden. Andere ambities uit de Omgevingsvisie zoals het ontstenen, het toevoegen van groen en het streven naar een hoge kwaliteit van de openbare ruimte versterken deze kansen. Het is echter onduidelijk of alle woningen gerealiseerd kunnen worden op deze locaties of dat dit leidt tot het mogelijk bijstellen van ambities.

38/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Daarnaast neemt de druk op de omliggende natuur- en recreatiegebieden toe door de bevolkingsgroei. De verwachting is daarom dat de Omgevingsvisie per saldo een beperkt effect zal hebben. 4.1.7 Natuur en biodiversiteit - Weidevogelgebieden Het thema natuur en biodiversiteit wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘biodiversiteit’, ‘weidevogelgebieden’ en ‘natura 2000’. In deze paragraaf wordt de indicator ‘weidevogelgebieden’ beschreven. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Natuur en

Weidevogelgebieden

biodiversiteit

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Hoewel de situatie in de verschillende weidevogelgebieden binnen de gemeente PijnackerNootdorp de afgelopen jaren verbeterd is door diverse factoren, resulteert dit niet in een verbetering van de instandhouding van de weidevogel. Er is zelfs sprake van een aanzienlijke achteruitgang in aantallen weidevogels. De grote mate van verstedelijking en fysieke factoren, zoals het lage waterpeil, worden als oorzaak benoemd. Zonder aanpassingen zal het aantal weidevogels in de gemeente verder dalen. De huidige situatie wordt daarom als slecht beoordeeld. In samenwerking met de provincie onderzoekt de gemeente de realisatie van een weidevogelkerngebied in de Zuidpolder van Delfgauw. De realisatie van dit weidevogelkerngebied moet leiden tot een toename van weidevogels in de gemeente. In andere delen van de gemeente is de uitgangssituatie echter minder gunstig en is de verwachting dat het aantal weidevogels verder zal afnemen. Het is nog onduidelijk of de ontwikkeling van de Zuidpolder tegen deze achteruitgang opweegt, de autonome ontwikkeling wordt daarom als redelijk beoordeeld. Beoordeling effect Omgevingsvisie Het beschermen en verbeteren van het aantal weidevogels in de gemeente is onderdeel van de ambities in de Omgevingsvisie. Het gaat daarbij voornamelijk over het Oude Leedegebied en de aanleg van een nieuw weidevogelkerngebied (2022).

Het beleid is echter een voorzetting van het beleid in de Ruimtelijke Structuurvisie 2040. De verwachting is daarom dat het beleid in de Omgevingsvisie per saldo een beperkte invloed zal hebben. 4.1.8

Natuur en biodiversiteit - Natura 2000

Het thema natuur en biodiversiteit wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘biodiversiteit’, ‘weidevogelgebieden’ en ‘natura 2000’. In deze paragraaf wordt de indicator ‘Natura 2000’ beschreven.

39/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Thema

Indicator

Natuur en

Natura 2000

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

biodiversiteit

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp liggen geen Natura 2000-gebieden. Binnen een straal van 10 kilometer van de gemeentegrens liggen echter drie Natura 2000-gebieden. Dit zijn Meijendel & Berkheide, Westduinpark & Wapendal en De Wilck. Voor twee van de drie Natura 2000-gebieden is stikstof een knelpunt (Meijendel & Berkheide en Westduinpark & Wapendal). De afstand van de gemeente Pijnacker-Nootdorp tot deze gebieden is groot. De verwachte invloed is daarom beperkt. De huidige kwaliteit wordt daarom als redelijk beoordeeld. Aangezien er geen relevante autonome ecologische ontwikkelingen in de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn welke van invloed kunnen zijn op Natura 2000-gebieden wordt ook de autonome ontwikkeling wordt beoordeeld als redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie De gestelde ambities in de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp hebben geen nadelige effecten op de Natura 2000-gebieden. Door het wegvallen van de emissies vanuit de glastuinbouw wordt netto een afname in stikstofuitstoot berekend. Zie ook de stikstofberekening in bijlage 4 van dit planMER. De verwachting is daarom dat het beleid in de Omgevingsvisie leidt tot een verbetering.

4.2

Ontwikkellijn 2: Een karakteristieke woon- en leefomgeving

Ontwikkellijn

Thema

Een karakteristieke woon- en leefomgeving

Cultuurhistorie en landschap (zie ontwikkellijn 1)

voor onze inwoners

Archeologie (zie ontwikkellijn 1) Sociale inclusiviteit Mobiliteit en verkeersveiligheid Woningaanbod Sociale veiligheid

40/92

Kenmerk

4.2.1

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Sociale inclusiviteit

Het thema sociale inclusiviteit is beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘nabijheid van basisvoorzieningen’ en ‘eenzaamheid’. Thema

Indicator

Sociale

Afstand tot

inclusiviteit

voorzieningen

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

Eenzaamheid

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Zowel de indicator ‘afstand tot voorzieningen’ als de indicator ‘eenzaamheid’ wordt in de huidige situatie beoordeeld als redelijk. De afstand tot voorzieningen ligt in de gemeente PijnackerNootdorp lager ten opzichte van het landelijk gemiddelde voor een matig stedelijke gemeente. Ook het percentage ernstige eenzaamheid ligt in de gemeente lager dan het landelijk gemiddelde. Hoewel het percentage in sommige wijken hoger ligt (maximaal 2 % hoger). Aangezien een meerderheid van de geplande woningbouwprojecten binnenstedelijk wordt gerealiseerd is de verwachting dat de nabijheid van voorzieningen autonoom licht verbeterd. Regionale concurrentie en de, nog onbekende, gevolgen van de corona crisis kunnen echter een negatieve impact hebben op het voorzieningenniveau waardoor de nabijheid van voorzieningen afneemt. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Het percentage ernstig eenzamen neemt toe met het ouder worden. Aangezien het aandeel ouderen (65+) de aankomende jaren naar verwachting stijgt, is de verwachting dat het percentage eenzamen stijgt. De autonome ontwikkeling voor de indicator ‘eenzaamheid’ wordt daarom beoordeeld als slecht.

Beoordeling effect Omgevingsvisie Ontwikkelingen in de Omgevingsvisie, zoals de inzet op Levendige ontmoetingscentra met een combinatie van voorzieningen, de mogelijkheden voor functiemenging en het uitbreiden van recreatieve voorzieningen hebben naar verwachting een positieve invloed op de nabijheid van voorzieningen. Internetshoppen en concurrerende centra in de regio blijven echter een risico vormen voor de detailhandel. Toch is de verwachting dat er per saldo een verbetering optreedt ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Ook voor de indicator eenzaamheid treedt naar verwachting een verbetering op doordat de Omgevingsvisie op verschillende vlakken van de samenleving streeft naar inclusiviteit. Zo wordt ingezet op een evenwichtige woningvoorraad en een levendige openbare ruimte door het realiseren van ontmoetingsplaatsen en het mogelijk maken van functiemenging. Ook door verbeterde mobiliteit en een gedifferentieerder aanbod kan vervoersarmoede worden bestreden, en kunnen (meer) mensen (langer) meedoen aan de samenleving. De verwachting is dat deze verschillende ontwikkelingen een positief effect hebben op eenzaamheid.

41/92

Kenmerk

4.2.2

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Mobiliteit en verkeersveiligheid

Het thema mobiliteit en verkeersveiligheid is beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘modal split’, ‘kwaliteit vervoersnetwerk’, ‘aandeel elektrische auto’ en ‘verkeersveiligheid’. Thema

Indicator

Mobiliteit en

Modal split

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

verkeersveiligheid Kwaliteit vervoersnetwerk Elektrische auto

Verkeersveiligheid

Huidige situatie en autonome ontwikkeling In de huidige situatie kent de gemeente Pijnacker-Nootdorp een relatief hoog autobezit en gebruik voor een stedelijke omgeving. Er is in de huidige situatie nog ruimte voor meer gebruik van de fiets en het openbaar vervoer, dit zou kunnen bijdragen aan minder auto’s op de weg. De huidige situatie voor de indicator ‘modal split’ wordt daarom beoordeeld als redelijk. Ook de kwaliteit van het vervoersnetwerk wordt in de huidige situatie beoordeeld als redelijk. Er is sprake van een dicht fietsnetwerk en de weginfrastructuur is voldoende. Maar er is soms sprake van vertraging en drukte op de weg en het openbaar vervoer, met name de metro. Het aantal elektrische auto’s in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is nog erg laag (1,8 % van alle geregistreerde personenauto’s). Het netwerk van openbare laadpalen breidt zich echter sterk uit. Daarnaast kunnen er openbare laadpalen aangevraagd worden door bewoners en forenzen die geen parkeermogelijkheid hebben op eigen terrein. De huidige situatie wordt daarom beoordeeld als goed. De gemeente Pijnacker-Nootdorp is een relatief verkeersveilige gemeente. Daarnaast is er geen sprake van duidelijke ongevallenconcentraties. Wel kan door een toename van verkeer als gevolg van intensivering van het recreatief gebruik van het buitengebied de kans op ongevallen toenemen.

De huidige situatie wordt daarom als redelijk beoordeeld. De verwachting is dat de modal split in de toekomst redelijk gelijk blijft. Er worden geen grote veranderingen verwacht in het autobezit en -gebruik en in het openbaar vervoer. Een nieuw fietsplan moet het fietsgebruik stimuleren. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Ook de kwaliteit van het vervoersnetwerk blijft naar verwachting gelijk. Enerzijds vergroten nieuwe woningbouwlocaties de druk op wegen en fietspaden, anderzijds dragen een betere spreiding van het verkeer, minder autogebruik en betere fietspaden bij aan een betere kwaliteit. De autonome ontwikkeling voor de indicator ‘kwaliteit vervoersnetwerk’ wordt daarom beoordeeld als redelijk. De verwachting is dat de gemeente de verwachte groei van het aandeel elektrische auto’s tot 2025 kan opvangen. Na 2025 kan de groei stagneren als gevolg van een tekort aan oplaadvoorzieningen.

42/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Oorzaken die ten grondslag liggen aan dit tekort zijn de beperkingen van het elektriciteitsnet en de mogelijke weerstand onder bewoners door parkeerdruk bij grote hoeveelheden laadplaatsen. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Door toenemende drukte is de verwachting dat de verkeersveiligheid van de gemeente zal afnemen. Tegelijkertijd zet de gemeente in op het veiliger maken van rotondes en worden verschillende campagnes uitgezet in samenwerking met scholen om aandacht te vragen voor verkeersveiligheid. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie zet duurzame vervoerstypen, onder ander fietsen, lopen en het openbaar vervoer, centraal. Daarnaast dragen ook ambities op andere thema’s, zoals vergroening en Levendige ontmoetingscentra bij aan de aantrekkelijkheid van fietsen en lopen. Het is echter nog onduidelijk in hoeverre nieuwe woningen worden ontwikkeld rond lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Als de auto in deze ontwikkelingen centraal staat, kan dit juist een negatief effect hebben. Toch is de verwachting dat het beleid een positieve invloed heeft en er per saldo een verbetering optreedt. De ontwikkelingen in de Omgevingsvisie versterken de autonome groei van het aantal bewegingen op het netwerk, waardoor de drukte zal toenemen en de kwaliteit van het netwerk afneemt.

Tegelijkertijd hebben ambities op andere thema’s, zoals recreatie en openbare ruimte, een positief effect op de kwaliteit van het vervoersnetwerk. De verwachting is daarom dat de invloed van de Omgevingsvisie per saldo beperkt zal zijn. De Omgevingsvisie zet in op een fijnmazig netwerk van laadinfrastructuur en een geordende ondergrond. Dit maakt het mogelijk om het onderliggende elektriciteitsnetwerk tijdig in te richten op de toenemende laadvraag. De Omgevingsvisie geeft daarmee kansen voor verbetering van het elektrisch rijden. Ten opzichte van de verkeersveiligheid is de invloed van de Omgevingsvisie naar verwachting per saldo beperkt. Enerzijds resulteren de voorgenomen ontwikkelingen in meer drukte op het mobiliteitsnetwerk. Anderzijds hebben andere ambities, zoals ruimte voor de fietser, ruimte voor duurzame mobiliteitsvormen en ruimte voor recreatie naar verwachting een positief effect. 4.2.3 Woningaanbod Het thema woningaanbod wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘aanbod woningen’, ‘aanbod sociale huurwoningen’ en ‘aanbod meergezinswoningen’. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Woningaanbod

Aanbod woningen

Aanbod sociale huurwoningen Aanbod meergezinswoningen

43/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Huidige situatie en autonome ontwikkeling De gemeente heeft relatief veel grote eengezinswoningen in haar woningvoorraad wat de mogelijkheden beperkt voor huishoudens met een lager inkomen die een woning willen kopen in de gemeente. Daarnaast is er binnen de gemeente weinig corporatiebezit. De afgelopen jaren is het huuraanbod afgenomen en de vraag toegenomen. Op dit moment is er sprake van een tekort aan woningen en geen evenwichtige woningvoorraad. Aangezien er sprake is van zowel een kwantitatief als kwalitatief tekort wordt de huidige situatie voor alle drie de indicatoren als slecht beoordeeld. De verwachting is dat het aantal huishoudens in de gemeente Pijnacker-Nootdorp tot 2040 stijgt. De groei van het aantal huishoudens is naar verwachting sterker dan de bevolkingsgroei als gevolg van individualisering en vergrijzing. Deze ontwikkelingen resulteren in een ander soort woningbehoefte. Op basis van de geplande nieuwbouw blijft er een mismatch bestaan. Tot 2040 bestaat er een behoefte aan circa 4.000 extra nieuwbouwwoningen. Waarbij naast de lokale behoefte (1.500 woningen) ook rekening gehouden wordt met de regionale woningbehoefte. Vanwege dit tekort wordt de autonome ontwikkeling voor de indicator ‘aanbod woningen’ beoordeeld als slecht. Tot 2040 is voornamelijk behoefte aan meergezinswoningen (zowel huur als koop).

In de huidige programmering (2021) is 29% een sociale huurwoning en 51% een meergezinswoning. De indicator ‘aanbod sociale huurwoningen’ wordt daarom beoordeeld als redelijk en de indicator ‘aanbod meergezinswoningen’ als goed. Beoordeling effect Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om nog 4.000 woningen toe te voegen. Hiermee wordt voldaan aan zowel de lokale als een deel van de regionale woningbehoefte. Naast inbreidingslocaties wordt gekeken naar niet-toekomstbestendige locaties in de glastuinbouwgebieden. Een belangrijke voorwaarde voor de ambitie om 4.000 woningen te realisten is deze transformatie van glastuinbouwgebieden. Naast voldoende woningen, wordt in de Omgevingsvisie ingezet op het bouwen van de juiste woningen. De druk vanuit andere ambities, zoals circulair en natuurinclusief bouwen, ruimte voor ontmoeting en voldoende groen kan de haalbaarheid van projecten echter onder druk zetten. Toch is de verwachting dat er per saldo een verbetering optreedt voor alle drie de indicatoren. 4.2.4 Sociale veiligheid Sociale veiligheid is beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘misdrijven en overlast’ en ‘veiligheidsbeleving’. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Sociale

Misdrijven en overlast

veiligheid Veiligheidsbeleving

44/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Zowel de indicator ‘misdrijven en overlast’ als de indicator ‘veiligheidsbeleving’ is voor de huidige situatie beoordeeld als goed. Het totaal aantal misdrijven in de gemeente ligt significant lager dan het landelijk gemiddelde. Uit de leefbarometer blijkt dat het veiligheidsgevoel door inwoners van Pijnacker-Nootdorp gemiddeld met een 7,7 wordt gewaardeerd. Het percentage inwoners van Pijnacker-Noordorp dat zich onveilig voelt in eigen buurt ligt later dan het gemiddelde landelijke percentage. De veiligheidsstatistieken en cijfers laten over een langere periode een constant beeld zien. Hoewel de verwachte bevolkingstoename wellicht kan leiden tot minder sociale samenhang is er vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de cijfers over misdrijven, overlast en de veiligheidsbeleving significant gaan veranderen. Daarom wordt de autonome ontwikkeling voor beide indicatoren als goed beoordeeld. Beoordeling effect Omgevingsvisie De verwachting is dat de Omgevingsvisie een positieve uitwerking heeft op zowel misdaad en overlast als op de veiligheidsbeleving. De inzet op een hoge kwaliteit van de fysieke leefomgeving, functiemenging en hoogwaardig groen dragen hier aan bij. De verwachting is daarom dat de Omgevingsvisie een verbetering mogelijk maakt voor beide indicatoren.

4.3

Ontwikkellijn 3: Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers

Ontwikkellijn

Thema

Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat

Bedrijventerreinen

voor inwoners en ondernemers

Glastuinbouw Centra als ondernemersplek Werkgelegenheid en economische verbondenheid

4.3.1 Bedrijventerreinen Het thema bedrijventerreinen is beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘ruimte bedrijventerreinen’ en ‘waardering ondernemersklimaat’. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Bedrijventerreinen

Ruimte bedrijventerreinen Waardering ondernemersklimaat

45/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Huidige situatie en autonome ontwikkeling De zes bedrijventerreinen binnen de gemeente zijn verschillend in karakter. Zo heeft Ruijven een logistiek profiel. Heron en Boezem-Oost zijn hoogwaardige terreinen met nog een aantal uit te geven kavels. In totaal voorzien de terreinen in 4581 banen. De terreinen Oost-Ambacht en Boezem-West bestaan al langer en bieden geen ruimte voor nieuwe bedrijfskavels. Wel kan in Boezem-West door herstructurering nog fysieke ruimte worden gecreëerd. Op bedrijventerrein Ruijven is geen ruimte meer beschikbaar. Omdat op de terreinen Heron en Boezem-Oost nog kavels beschikbaar zijn wordt de huidige situatie voor de indicator ‘ruimte om te ondernemen’ als goed beoordeeld. Aangezien het ondernemersklimaat in 2019 werd gewaardeerd met een 6,2 is de beoordeling van de huidige situatie voor de indicator ‘waardering’ redelijk. Door diverse trends en ontwikkelingen verandert het karakter van de economie, het type werkgelegenheid en de manier van werken. Hierdoor is enerzijds behoefte aan mengvormen van wonen, werken en recreëren. Anderzijds blijft er een vraag bestaan naar functionele bedrijventerreinen. Vanuit de gemeenteraad is het standpunt ingenomen dat er geen nieuwe fysieke ruimte wordt gecreëerd voor bedrijventerreinen. Hierdoor neemt de druk op bestaande gebieden toe en ontstaat er meer noodzaak bestaande terreinen te herstructureren.

De verwachting is dat de fysieke ruimte om uit te breiden of om nieuwe bedrijven te huisvesten op termijn afneemt en uiteindelijk opraakt. Wanneer herstructurering niet leidt tot extra ruimte zal deze trend versterkt worden. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als slecht. De verwachting is dat de vraag vanuit het bedrijfsleven verandert en in de toekomst niet meer aansluit op het aanbod. Daarnaast neemt de fysieke ruimte voor uitbreiding en vestiging af. De verwachting is dat deze ontwikkelingen een negatieve impact hebben op de waardering vanuit de ondernemers. De autonome ontwikkeling voor de indicator ‘waardering’ wordt daarom beoordeeld als slecht. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie voorziet in het creëren van meer ruimte voor bedrijvigheid op bedrijventerreinen. Daarnaast maakt de Omgevingsvisie functiemenging mogelijk. Het is echter onduidelijk of deze ambities resulteren in voldoende ruimte voor bedrijvigheid. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie beperkt is. Daarentegen is de verwachting dat de Omgevingsvisie een positieve invloed heeft op de waardering, door het vergroenen van bedrijventerreinen en de inzet op ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte. De verwachting is dat hierdoor kans is op een verbetering.

46/92

Kenmerk

4.3.2

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Glastuinbouw

Het thema glastuinbouw wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘grondgebruik’ en ‘duurzame glastuinbouwgebieden’. Thema

Indicator

Glastuinbouw

Grondgebruik

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

Duurzame glastuinbouwgebieden

Huidige situatie en autonome ontwikkeling De huidige situatie van het grondgebruik van de glastuinbouwgebieden wordt beoordeeld als goed. De glastuinbouwsector heeft de taak om op basis van vrijwilligheid te herstructureren. De verwachting is echter dat de vooruitgang in de autonome ontwikkeling minimaal is. De autonome ontwikkeling wordt daarom als redelijk beoordeeld. In de huidige situatie is er nog veel te winnen op het gebied van het verduurzamen van de glastuinbouw. Hoewel de eerste stappen zijn gezet in de samenwerking met greenport West-Holland met als resultaat een energieakkoord (tot 2024). De huidige situatie wordt daarom als redelijk beoordeeld. Enerzijds is de verwachting dat deze ontwikkelingen zich voort zetten. Anderzijds zijn enkele glastuinbouwgebieden beoordeeld als niet toekomstbestendig (bijv. Katwijkerlaan) of als gebieden waar sterker op verduurzaming ingezet moet worden om daadwerkelijk toekomstbestendig te zijn. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie resulteert in grote ruimteclaims vanuit de voorziene ontwikkelingen op het gebied van wonen en energietransitie. De Omgevingsvisie zet in op transformatie van verouderde glastuinbouwgebieden.

Het behouden van het huidige netto areaal glastuinbouw is echter niet gegarandeerd daarom is de verwachting dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie zou kunnen resulteren in een verslechtering. Verduurzaming van de glastuinbouw is een belangrijke ambitie in de Omgevingsvisie. Vanwege de verschillende grote ruimteclaims is het uiteindelijke effect afhankelijk van de mate waarin herstructurering in de bestaande glastuingebieden het huidige netto areaal op hetzelfde niveau kan worden gehouden. De invloed van de Omgevingsvisie wordt daarom per saldo als beperkt beoordeeld.

47/92

Kenmerk

4.3.3

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Centra als ondernemersplek

Het thema centra als ondernemersplek is beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘leegstand’, ‘verkooppunten’ en ‘koopkrachtbinding’. Thema

Indicator

Centra als

Leegstand

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

ondernemers-plek Verkooppunten

Koopkrachtbinding

Huidige situatie en autonome ontwikkeling De drie centra in de gemeente hebben een verschillend karakter en een verschillend verzorgingsgebied. Ten opzichte van de regio doen alle centra het goed. Het leegstandpercentage ligt aanzienlijk lager dan het regionale gemiddelde. De huidige situatie voor de indicator leegstand wordt daarom als goed beoordeeld. Het aantal m2 winkeloppervlak per inwoner ligt in de gemeente Pijnacker-Nootdorp lager dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast hebben de centra door de ligging tussen de grote steden vooral een lokaal verzorgingsgebied. De huidige situatie voor de indicator ‘verkooppunten’ wordt daarom als redelijk beoordeeld. Aangezien de koopkrachtbinding in de gemeente Pijnacker-Nootdorp lager ligt in vergelijking tot andere gemeenten wordt de huidige situatie als slecht beoordeeld. De verwachting is dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp de komende jaren blijft groeien. Het potentieel aantal bezoekers aan de centra neemt daarmee ook toe en de verwachting is dat dit een positief effect heeft op de leegstand. De autonome ontwikkeling wordt daarom als goed beoordeeld. Het gemeentelijk beleid is erop gericht om de centra verder te versterken. Dit betekent onder andere het concentreren en tegengaan van verspreid liggende detailhandel. Daarnaast worden in de centra meer maatschappelijke voorzieningen toegestaan.

Met de groei van het aantal inwoners blijft het aantal verkooppunten per inwoner naar verwachting lager, rekening houdend met de omliggende steden. De autonome ontwikkeling van verkooppunten wordt daarmee als redelijk beoordeeld. Het versterken van de centra houdt eveneens in dat de aantrekkelijkheid wordt vergroot met als doel de koopkrachtbinding te versterken. Tegelijkertijd staan de centra onder druk door online aankopen en het gemis aan beleving ten opzichte van andere steden. De verwachting is echter dat het vergroten van de aantrekkelijkheid van de centra kan bijdragen aan een grotere koopkrachtbinding. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk.

48/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie voorziet in het toevoegen van 4.000 woningen, waardoor een groter publiek ontstaat. Door detailhandel en horeca te concentreren in de centra is de verwachting dat het aantal verkooppunten niet sterk gaat toenemen, maar dat er wel beter gebruik kan worden gemaakt van de synergievoordelen waardoor de leegstand verder afneemt. De Omgevingsvisie heeft daarom naar verwachting een positief effect op de indicatoren leegstand en koopkrachtbinding en er is mogelijk sprake van een verbetering. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie op het aantal verkooppunten beperkt zal zijn. 4.3.4

Werkgelegenheid en economische structuur

Het thema ‘werkgelegenheid en economische structuur’ is beoordeeld aan de hand van de indicatoren ‘ontwikkeling werkgelegenheid’, ‘Werkloosheid’, ‘ontwikkeling van het aantal banen’ en ‘economische structuur’. Thema

Indicator

Werkgelegenheid

Ontwikkeling

en economische

werkgelegenheid

verbondenheid

Werkloosheid

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

Ontwikkeling van het aantal banen Economische structuur

Huidige situatie en autonome ontwikkeling De werkgelegenheid in Pijnacker-Nootdorp is stabiel en weinig conjunctuurgevoelig. De werkgelegenheid laat een constante stijging zien, terwijl er op het niveau van Haaglanden een daling zichtbaar was. Dit kan deels worden verklaard door de verschillen in samenstelling van de beroepsbevolking van Pijnacker-Nootdorp. De huidige situatie wordt daarom als goed beoordeeld. Het werkloosheidspercentage in de gemeente Pijnacker-Nootdorp ligt lager ten opzichte van de regio Haaglanden. Daarom wordt deze indicator in de huidige situatie als goed beoordeeld. Een groot deel van de inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp werkt in omliggende gemeenten, het aantal inkomende forenzen ligt daarentegen veel lager. Het aantal banen per 1000 inwoners ligt hierdoor lager dan het regionale gemiddelde van Haaglanden. De huidige situatie wordt daarom als slecht beoordeeld. De werkgelegenheid in de gemeente PijnackerNootdorp richt zich op bedrijventerreinen, in de centra en in de glastuinbouw. In de regio is juist meer werkgelegenheid in andere sectoren, zoals de overheid. Hierdoor zijn banen in PijnackerNootdorp minder evenwichtig verdeeld over verschillende sectoren. De huidige situatie wordt daarom beoordeeld als redelijk.

49/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

De verwachting is dat er nieuwe woningen worden bijgebouwd en dat door de uitgifte van gronden en bouw van deze woningen de werkgelegenheid toeneemt. Bovendien wordt ingezet op de herstructurering van Boezem-West. De groei van de werkgelegenheid ten opzichte van het aantal inwoners houdt naar verwachting geen gelijke tred. Daarom wordt werkgelegenheid in de autonome situatie als redelijk beoordeeld. De gemeente ligt tussen vier grote steden waar een diversiteit aan werkgelegenheid is. Er zijn geen aanwijzingen dat de werkloosheid in PijnackerNootdorp gaat wijzigen. Daarom wordt de autonome ontwikkeling van werkloosheid als goed beoordeeld. Na afronding van de in ontwikkeling zijnde bedrijventerreinen Heron en Boezem-Oost worden er geen nieuwe terreinen meer ontwikkeld. Het aantal bedrijven en banen aldaar gaat toenemen. Door herstructurering van Boezem-West kunnen er meer mensen per m2 werken. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Het toevoegen van bedrijven aan en herstructurering op bedrijventerreinen heeft naar verwachting een beperkt effect op de verdeling van banen en vestigingen naar sector. De beoordeling van de autonome ontwikkeling is daarom ook redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie voorziet in het toevoegen van 4.000 woningen.

Hierdoor neemt de beroepsbevolking toe, wat waarschijnlijk niet geaccommodeerd kan worden op de bestaande bedrijventerreinen, in de glastuinbouw of in de centra. Daarnaast zet de Omgevingsvisie in op het verbeteren van de regionale bereikbaarheid. Hierdoor kunnen inwoners van Pijnacker-Nootdorp gemakkelijker in de regio werken en visa versa. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie op ontwikkeling van de werkgelegenheid beperkt is. Door de inzet op een goede bereikbaarheid blijft het werkloosheidspercentage naar verwachting laag en treedt er mogelijk zelfs een verbetering op. Het aantal banen per 1000 inwoners wordt door het beleid uit de Omgevingsvisie zowel positief als negatief beïnvloed. Negatief vanwege het toevoegen van 4.000 woningen waarmee ook de beroepsbevolking groeit. Positief vanwege de kwalitatieve versterking van bedrijventerreinen. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie per saldo beperkt is. De verwachting is dat het beleid in de Omgevingsvisie een positief effect heeft op de verdeling van werkgelegenheid over de sectoren. Onder andere door de kwalitatieve versterking van bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast leidt de herstructurering van glastuinbouwgebieden naar verwachting tot meer hoogopgeleide werkgelegenheid. De Omgevingsvisie heeft op deze wijze een positieve invloed en leidt mogelijk tot een verbetering.

50/92

Kenmerk

4.4

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Ontwikkellijn 4: Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren

Ontwikkellijn

Thema

Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen,

Energietransitie

planten en dieren

Klimaatadaptatie - Wateroverlast Klimaatadaptatie - Hitte Klimaatadaptatie - Droogte Klimaatadaptatie - Overstromingsrisico Waterkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Licht Externe veiligheid Bodem en ondergrond

4.4.1

Energietransitie

Het thema energietransitie is beoordeeld aan de hand van de indicatoren: ‘energiebesparing’, ‘duurzaam wonen’ en ‘duurzame energieopwekking’. Thema

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling Energietransitie

Energie besparing Duurzaam wonen

Duurzame energie opwekking

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Ondanks dat de energievraag van gemeente Pijnacker-Nootdorp relatief hoog is, het energieverbruik over alle sectoren heen in de periode 2010-2018 met 31 % gedaald. In diezelfde periode is het aantal inwoners en woningen in de gemeente gestegen, wat betekent dat er gemeten over deze periode per inwoner minder energie gebruikt is. De huidige situatie wordt daarom als goed beoordeeld. Door een jonge opbouw van de woningvoorraad zijn de huizen in Pijnacker-Nootdorp ten opzichte van het landelijk gemiddelde goed geïsoleerd. Hierdoor hebben de woningen in Pijnacker-Nootdorp ten opzichte van het landelijk gemiddelde een hoog energielabel. De huidige situatie wordt daarom beoordeeld als goed. De gemeente PijnackerNootdorp voldoet in de huidige situatie aan de landelijke doelstelling om in 2020 14 % van alle energie duurzaam op te wekken (14,8 %). De huidige situatie wordt daarom als redelijk beoordeeld.

51/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

De warmtevraag zal de komende jaren vanwege betere isolatie en nieuwe bouwtechnieken in zowel de woningbouw als in de glastuinbouw verder dalen. Zowel in de gebouwde omgeving als in de (glas)tuinbouw zien we dat er nog voldoende mogelijkheden zijn de elektriciteitsvraag te beperken, bijvoorbeeld door zuinigere apparatuur. Mede vanwege de elektrificatie van een deel van de warmtevraag en de mobiliteit is de verwachting echter dat de elektriciteitsvraag in de gemeente zal toenemen. Aangezien de besparing ten opzichte van de huidige situatie naar verwachting wat gaat afvlakken is de autonome ontwikkeling beoordeeld als redelijk. De verwachting is dat de warmtevraag voor de bestaande woningvoorraad daalt. Daarbij krijgt de gemeente in de ontwikkeling van het aardgasvrij maken van woningen een regierol. In 2021 moet elke gemeente een zogeheten Transitievisie Warmte opstellen waarin zij aangeven welke wijken wanneer van het gas af gaan en met welk alternatief. Voor de wijken tot 2030 moet een meer gedetailleerd plan opgesteld worden dan voor de wijken die later aan de beurt zijn. Het plan wordt elke vijf jaar herzien om te kunnen toetsen aan recente ontwikkelingen. Hierdoor is de verwachting dat de situatie bij autonome ontwikkeling goed zal blijven. Dit biedt de meeste garantie voor een robuust, betaalbaar, haalbaar en eerlijke oplossing.

Met de kennis van nu schatten we in dat maximaal 55 %-62,5 % van de totale warmtevraag is in te vullen met lokale geothermie. Hiermee is ongeveer de gehele basislast van de warmtevraag in te vullen. Dit staat gelijk aan de huidige twee geothermiebronnen en nog twee van de vijf mogelijke bronnen in de gemeente. We zetten in op invulling van 20 %-25 % van de warmtevraag (middenlast) door middel van restwarmte uit de regio. Het uitgangspunt is dat lokaal (geothermie) in principe vóór restwarmte gaat. We rekenen erop dat de pieklast van 17,5 %-22 % van de warmtevraag situationeel door middel van WKO, biogas, waterstof of andere individuele systemen op termijn is in te vullen. We creëren hiermee een duidelijke basis voor een robuust functionerend. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zet in op een warmtemix met geothermie en restwarmte voor de glastuinbouw en voor wijken die voorzien worden met een warmtenet. De verwachting is dat in 2030 55 % van de warmte duurzaam opgewekt kan worden. Vanwege dit hoge aandeel kan de gemeente voldoen aan de nationale doelstelling om in 2030 27 % van alle energie duurzaam op te wekken. De verwachting is echter dat gemeente, vanwege verschillende factoren, niet aan de doelstellingen voor het duurzaam opwekken van elektrische energie kan voldoen. De autonome ontwikkeling wordt daarom als slecht beoordeeld.

Over het algemeen dragen de doelstellingen van de Omgevingsvisie bij aan het realiseren van energiebesparing. Er is wel onzekerheid of de maatregelen die het OV en elektrisch rijden betreft terug te zien zijn. Het energiegebruik in de sector mobiliteit is zeer conjunctuurgevoelig. Daarnaast kent de gemeente, maar ook de omliggende gemeenten, een vrij grote transportsector en zijn er veel distributiecentra in de regio. De herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen en de glastuinbouw zal per saldo een positief resultaat laten zien. Het merendeel van het energiegebruik in de gemeente vindt plaats in de glastuinbouw, hier is dus ook grote winst te behalen. Het aanleggen van warmtenetwerken voor de glastuinbouw kan bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving in de gemeente.

52/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

De verwachting is dat de Omgevingsvisie per saldo een positieve invloed heeft en dat er kans is op een verbetering. De ontwikkeling van nieuwe woningen heeft naar verwachting een positief effect op de indicator ‘duurzaam wonen’. Daarnaast liggen er voor de bestaande woningvoorraad kansen in de verbinding met de verduurzaming van de glastuinbouw. De verwachting is daarom dat de Omgevingsvisie een positieve invloed heeft en dat er kansen zijn op een verbetering. Dit geldt eveneens voor de indicator ‘duurzame energieopwekking’. De herstructurering van de glastuinbouwgebieden biedt ruimte voor het realiseren van zonnevelden. Daarnaast bieden geothermie en restwarmte een oplossing voor zowel de verduurzaming van de glastuinbouw als de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. De verwachting is dat de Omgevingsvisie een positief effect heeft op het aandeel duurzame energieopwekking en dat er kans is op een verbetering. 4.4.2

Klimaatadaptatie - Wateroverlast

Het thema klimaatadaptatie is beoordeeld aan de hand van de indicator ‘wateroverlast’. Thema

Indicator

Klimaatadaptatie -

Wateroverlast

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

wateroverlast

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Er is in de huidige situatie niet of nauwelijks sprake van wateroverlast. Bij de huidige weersomstandigheden functioneert het water- en afvoersysteem goed. Bij hevige regenbuien kan het voorkomen dat gedeeltes van enkele straten tijdelijk onder water staan. De komende planperiode brengt de gemeente Pijnacker-Nootdorp de effecten van zwaardere buien in beeld. Wijkrenovaties worden aangegrepen om het stedelijk gebied hierop aan te passen. De huidige situatie wordt daarom als goed beoordeeld. Door klimaatverandering zal de intensiteit en de frequentie van hoosbuien verder gaan toenemen. Hoewel de gemeente in het programma water en klimaat aandacht besteedt aan het veranderende klimaat is de verwachting dat de autonome trend van een toename van piek- en hoosbuien resulteert in een toenemende wateroverlast. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. Beoordeling effect Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie zet de gemeente Pijnacker-Nootdorp in op een robuust watersysteem en het vergroenen en ontstenen van de fysieke leefomgeving. Bewoners en bedrijven worden gestimuleerd om hetzelfde te doen en zo bij te dragen aan een robuust watersysteem.

Ook het klimaatadaptief inrichten van transformatiegebieden, het realiseren van parkachtige bedrijventerreinen en het behoud van groene buitengebieden hebben een positieve invloed op de mate van wateroverlast. De verwachting is daarom dat er een verbetering optreedt ten opzichte van de autonome ontwikkeling. 4.4.3

Klimaatadaptatie - Hitte

Het thema hitte wordt beoordeeld aan de hand van de indicator ‘hittestress’.

53/92

Kenmerk

R002-1276328MVP-V01-ssc-NL

Thema

Indicator

Klimaatadaptatie

Hittestress

Huidige situatie

Autonome

Omgevingsvisie

ontwikkeling

Huidige situatie en autonome ontwikkeling Het urban heat island effect in de gemeente Pijnacker-Nootdrop is vergeleken met andere meer hoogstedelijke gemeenten beperkt. Dit komt onder andere door de lagere bebouwingsdichtheid, beperkte verharding en relatief veel groen. Hierdoor is het urban heat island effect in de gemeente Pijnacker-Nootdorp beperkt vergeleken met andere meer hoogstedelijke gemeenten. Toch is er sprake van hittestress op bedrijventerreinen en in gedeeltes van woonwijken. De huidige situatie wordt daarom beoordeeld als redelijk. Ondanks dat in de huidige situatie geen sprake is van een sterk urban heat island effect is de verwachting dat de toename van het aantal warme en tropische dagen en verdichting van de gemeente zal resulteren in een stijgend aantal gebieden waar hittestress optreedt. Hierdoor zal ook het aantal gehinderden toenemen. De autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als slecht. Beoordeling effect Omgevingsvisie De Omgevingsvisie voorziet in het toevoegen van maximaal 4.000 extra woningen binnen de gemeente. Een groot deel van deze woningen wordt gerealiseerd op locaties van verouderde glastuinbouw. Dit biedt kansen om het percentage verharding te verkleinen en de omgeving klimaatadaptief in te richten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10673166/1