Bijlage 3 - Ontwerp van de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 - Verbonden met elkaar
Tekst van het document
(ontwerp)
OMGEVINGSVISIE Pijnacker-Nootdorp 2050
April 2021
Pagina
1
VERBONDEN MET ELKAAR
VOORWOORD
Er is niet maar één juiste manier om de ambities en doelstellingen te bereiken. Daarom biedt het ontwerp van de Omgevingsvisie ook nog voldoende flexibiliteit om in te spelen op veranderingen die zich in de komende dertig jaar ongetwijfeld voor gaan doen. Uiteraard willen en kunnen we dat niet alleen doen. We nodigen u van harte uit om uw eigen steentje bij te dragen aan het Pijnacker-Nootdorp van 2050. We hebben in de voorbereiding op dit ontwerp al veel reacties ontvangen via het Panorama 2020 of via een digitale themabijeenkomst. We waarderen dat bijzonder en hopen dat u ons laat weten of uw ideeën voor onze gemeente aansluiten bij dit ontwerp van de omgevingsvisie en voor u een herkenbaar en aantrekkelijk beeld is. Denkt u met ons mee?
Ilona Jense Wethouder Ruimtelijk Domein
2
Met deze visie hebben we een stip op de horizon gezet en een uitnodigend en aantrekkelijk beeld geschetst van hoe Pijnacker-Nootdorp er in 2050 uit zou kunnen zien. Met behoud van datgene wat we met elkaar zo belangrijk vinden: het groene buitengebied waar u vanuit thuis snel en gemakkelijk naar toe kunt gaan, de hechte gemeenschap waarin mensen elkaar een helpende hand toesteken als het nodig is en waar we ondernemers ruimte geven om zich te ontwikkelen en te innoveren. Maar ook met antwoorden op de opgaven die er liggen. De Omgevingsvisie laat zien hoe we binnen onze gemeente duurzame energie kunnen opwekken, waar we geleidelijk nieuwe woningen gaan bouwen voor jongeren en ouderen en wat er nodig is om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te blijven bieden voor ondernemers in zowel de glastuinbouw als op de bedrijventerreinen. Daarbij
gebruiken we ‘Verbonden met elkaar’ als kompas. Centraal staat daarbij wat een plan kan bijdragen aan een gebied en hoe gebieden aan elkaar bijdragen en beter met elkaar verbonden kunnen worden.
Pagina
Wat maakt het nu zo prettig wonen en werken in Pijnacker-Nootdorp? Het antwoord op die vraag is het startpunt geweest van het ontwerp van deze Omgevingsvisie. We gaan uit van onze eigen kracht, eigen waarden en eigen identiteit wanneer we kijken naar de toekomst. We staan voor grote uitdagingen zoals de energietransitie, de verandering van het klimaat, de behoefte aan woningen en de verduurzaming van de mobiliteit. Dat heeft allemaal invloed op hoe we de fysieke leefomgeving gebruiken en ervaren.
3 Pagina
Ruimtegebruik, inwoners & economie
PIJNACKER-NOOTDORP IN CIJFERS
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD ………………………………………………………….
2
PIJNACKER-NOOTDORP IN CIJFERS …………………………..
3
INLEIDING ………………………………………………………………..
5
HET PIJNACKER-NOOTDORP VAN NU ……………………….
7
EEN KOMPAS VOOR DE OMGEVINGSVISIE ……………….
12
VISIE VOOR PIJNACKER-NOOTDORP ………………………… ONTWIKKELINGSLIJNEN …………………………………… Onderscheidend groen …………………………… Karakteristiek woon- en leefomgeving …… Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat ……………………………………. Veerkrachtige leefomgeving ………………….. GEBIEDSPROFIELEN …………………………………………. Levendige ontmoetingscentra ……………….. Parkachtige bedrijventerreinen ……………… Moderne bedrijventerreinen …………………. Innovatieve (glas)tuinbouw ……………………. Dorpse gemengde woonwijken ……………… Rustige woonwijken ………………………………. Buurtschappen ………………………………………. Agrarisch veenweidelandschap ………………
17 18 18 24
WERKEN MET EN AAN DE OMGEVINGSVISIE …………….
56
Pagina
4
31 36 43 45 46 47 48 49 50 51 52
INLEIDING De manier waarop de omgevingsvisie tot stand komt, is beschreven in de startnotitie omgevingsvisie die in februari 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. De omgevingsvisie moet staan als een huis en is daarom in zes stappen opgebouwd: Stap 1 - Het Fundament. Een beeld van de gemeente zoals deze er nu voor staat. Daarbij hebben we gebruik gemaakt van waarden en data. Vanuit deze feitelijke basis kijken we naar de kansen en opgave van de toekomst. Stap 2 - De Vloer. Hierin zijn samenhangende keuzes gemaakt over het gebruik van de ruimte. Daarbij is gekeken naar het effect op of de bijdrage aan de samenleving. Deze door de gemeenteraad (en het college) gemaakte keuzes zijn als basis gebruikt voor de dialoog met de samenleving. Stap 3 - De Muren. De dialoog met de samenleving. De participatie voor de omgevingsvisie is opgezet rondom het Panorama Pijnacker-Nootdorp, een compilatie met beelden van Pijnacker-Nootdorp in 2020. Op deze manier hebben we op een andere, meer toegankelijke manier alle inwoners de mogelijkheid gegeven om mee te denken: niet met tekst, maar vooral met beeld. We hebben de aandacht van onze inwoners getrokken en ze geprikkeld om te reageren en vooral ook om hun beeld voor de toekomst van Pijnacker-Nootdorp in 2050 te delen. Het resultaat van de dialoog is
verwerkt in een participatieverslag; dit verslag noemen we De Muren. Stap 4 - Het Dak. Met alle informatie uit de eerste drie stappen is dit ontwerp van de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 opgesteld. In deze vierde stap schetsen we het beeld van Pijnacker-Nootdorp in 2050. Dit beeld is samengevat in een Panorama Pijnacker-Nootdorp 2050, dat onderdeel is van de ontwerp omgevingsvisie. Ook beschrijven we de koers die we willen volgen om het toekomstbeeld te realiseren (uitvoering). Stap 5 - De Afbouw. Na vaststelling van het ontwerp van de omgevingsvisie wordt deze ter inzage gelegd en wordt in een periode van zes weken op verschillende manieren aan inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners gevraagd of de visie herkenbaar, uitnodigend en compleet is. Iedereen mag een zienswijze indienen. Stap 6 - De Oplevering. De ontvangen zienswijzen kunnen aanleiding zijn om het ontwerp van de omgevingsvisie aan te passen. Daarna wordt de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 vastgesteld. Vervolgens kunnen we aan de slag met de ambities, uitwerking van de ambities en opgaven.
5
Hoe is de omgevingsvisie tot stand gekomen?
Pagina
Het lijkt nog zo ver weg, maar in de omgevingsvisie beschrijven we hoe PijnackerNootdorp er in 2050 uit zou kunnen zien. Met de nieuwe Omgevingsvisie bereiden we ons voor op de Omgevingswet die naar verwachting 1 januari 2022 in werking treedt. De omgevingsvisie is binnen deze wet een nieuw instrument waarin de gemeenteraad zijn integrale visie op fysieke leefomgeving voor de lange termijn geeft. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving en is breder dan zijn voorganger: de ruimtelijke structuurvisie. Het gaat niet alleen om thema’s als wonen, ruimtelijke ordening, mobiliteit, economie en groen, maar ook om onderwerpen als gezondheid, omgevingsfactoren (milieu), duurzaamheid en veiligheid.
Processtappen voor opstelling van de omgevingsvisie Stap 1: Het Fundament
Stap 2: De Vloer
Stap 3: De Muren
Stap 4: Het Dak
Stap 5: De Afbouw
Stap 6: De Oplevering
waarden en data verzamelen
kaders voor het gesprek met de samenleving
inhoudelijke verdieping met de samenleving
afwegingen en ontwerp visie vaststellen
het ontwerp van de omgevingsvisie delen
vaststellen van de omgevingsvisie 2050
Nootdorp voor 2050. Per gebiedsprofiel benoemen we de prioriteiten en duiden we de relatie van de prioriteiten met de ontwikkelingslijnen. De visie wordt afgesloten met de vervolgstappen die nodig zijn voor de uitvoering en realisatie van de beschreven ambities. Het vaststellen van de omgevingsvisie is de start voor het werken mét en áán de visie.
6
De omgevingsvisie is als volgt opgebouwd. Eerst beschrijven we de huidige staat van PijnackerNootdorp (Het Pijnacker-Nootdorp van nu). We hebben daarbij aandacht voor de ruimtelijke, sociale en economische structuur. Vanuit de analyse van het bestaande belichten we de opgaven voor de toekomst en beschrijven we de oplossingsrichting, Het Kompas, voor Pijnacker-
Nootdorp. Met het kompas als uitgangspunt schetsen we vervolgens het toekomstbeeld voor de gemeente (Visie voor Pijnacker-Nootdorp). Dit doen we aan de hand van vier ontwikkelingslijnen. Deze ontwikkelingslijnen zijn afgeleid van de opgaven voor de gemeente. In de gebiedsprofielen laten we daaropvolgend zien wat de ambities uit de ontwikkelingslijnen betekenen voor specifieke gebieden. Dit laten we zien in woord, maar vooral ook in beeld met een Panorama Pijnacker-
Pagina
Leeswijzer
De ruimtelijke structuur
Onderdeel van de regio
De geschiedenis van Pijnacker-Nootdorp gaat ver terug. Van ver voor de jaartelling zijn al sporen van bewoning te vinden. Vanaf de 10e eeuw wordt deze bewoning meer permanent en hard werken leidt er vanaf de 17e tot 19e eeuw toe dat de veenplassen worden drooggemalen. Het resultaat daarvan zijn de droogmakerijen met ook nu nog herkenbare lintenstructuur en (oude) woonkernen. De linten vormen vaak een (fysieke) verbinding tussen gebieden met verschillende functies en geven gemeenschappelijke kwaliteiten aan gebieden. Deze gedeelde kwaliteiten zorgen voor samenhang in het geheel van woonkernen (rode contouren), werkgebieden (blauwe en paarse contouren) en buitengebieden (groene contouren) en dragen daardoor in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit én identiteit van het hedendaagse Pijnacker-Nootdorp.
Pijnacker-Nootdorp maakt onderdeel uit van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en vormt samen met Zoetermeer en Lansingerland het Middengebied. Onze ligging tussen de grote steden heeft direct en indirect gevolgen voor de toekomst van de gemeente. We geloven in de meerwaarde van regionale samenwerking en zijn actief in de regio. Daarbij gaan we uit van onze eigen kwaliteiten waarmee we aanvullend zijn ten opzichte van de ons omringende steden. Goede voorbeelden daarvan zijn de dorpse en rustige woonmilieus, de grote groene buitengebieden en het moderne glastuinbouwcluster. We zijn op vele manieren verbonden met de regio. Letterlijk door bijvoorbeeld de metropolitane fietspaden en de E-lijn, maar ook meer onzichtbaar door samenwerkingen in bijvoorbeeld het sociaal domein, het Businesspark Haaglanden en de Warmte Samenwerking Oostland. We zijn ons bewust van het brede palet aan voorzieningen dat in de regio aanwezig is en waar wij gebruik van kunnen maken, zoals ziekenhuizen, kantoren en musea.
Pagina
Het landschap van vandaag is het resultaat van een lange geschiedenis. Het zijn vaak de historisch gegroeide elementen die we waarderen en waar we zuinig op zijn. Om hier op een goede manier mee om te kunnen gaan is het van belang de kwaliteiten en knelpunten te kennen. Deze eigenschappen zijn het vertrekpunt bij nieuwe ontwikkelingen. De opgave is de ontwikkelingen zodanig te geleiden dat we kwaliteiten behouden, knelpunten oplossen en nieuwe kwaliteiten toevoegen. Dit alles op zo’n manier dat het landschap ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. Alle onderdelen waaruit Pijnacker-Nootdorp is opgebouwd zijn al eerder uitgewerkt in ‘Het Fundament voor de omgevingsvisie’. In dit hoofdstuk geven we een beknopt overzicht van de ruimtelijke, sociale en economische structuren in Pijnacker-Nootdorp.
7
HET PIJNACKER-NOOTDORP VAN NU
De buitengebieden; groene contouren Pijnacker-Nootdorp heeft binnen en buiten de kernen een grote diversiteit aan groen en water. Dat is kenmerkend voor de woonomgeving en belangrijk voor recreatie, landbouw, natuur en klimaatverandering. Hier zijn cultuur- en
natuurhistorische karakteristieken nog het meest zichtbaar. Ze zijn tijdens de explosieve groei behouden en vormen nu een unieke kwaliteit. Opvallend hierbij zijn de recreatieve groene buffer tussen de kernen Pijnacker en Nootdorp, Delft en Zoetermeer, het waardevolle weidelandschap richting Rotterdam en de diverse waterplassen die vandaag de dag de oude geschiedenis nog ademen. Het groene buitengebied draagt bij aan een rustige, ruime en groene woonomgeving waardoor men hier graag wil komen wonen of een bedrijf wil vestigen. Binnen de groene contour staat de functie voor recreatie, natuur en landschap voorop. Bij recreatie ligt de nadruk op extensieve openluchtrecreatie. Er is ruimte voor aanvullende, kleinschalige voorzieningen en attracties. Het groene buitengebied bestaat uit drie herkenbare hoofdgebieden: Buytenhout, het Oude Leedegebied en de Groenzoom. Deze drie groengebieden lopen over de gemeentegrens heen. Daarbij is het Oude Leedegebied onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. De drie gebieden hebben een groot bezoekerspotentieel uit de omliggende woongebieden en vormen gezamenlijk één groen-recreatief buitengebied als deel van een regionaal geheel. Het groen is niet alleen duidelijk voelbaar, beleefbaar en aanwezig in de groene buitengebieden, maar ook in de kernen.
Het openbaar groen dicht bij de woningen met goede verbindingen naar de buitengebieden draagt bij aan het kenmerkende groene karakter van de gemeente.
8
Het wonen gebeurt voornamelijk in één van de drie kernen: Nootdorp, Pijnacker en Delfgauw en in mindere mate in een landelijke omgeving of buurtschap (bijvoorbeeld Oude Leede). De woongebieden onderscheiden zich duidelijk van elkaar en hebben elk hun eigen karakter. De verschillen in karakter van de woongebieden zien we ook terug bij de bewoners van de wijken. In de oudere wijken van Pijnacker, Nootdorp en Delfgauw wonen meer dan evenredig lokaal georiënteerde inwoners. In de nieuwe wijken wonen meer regionaal georiënteerde inwoners. Deze nieuwe wijken zijn meer gericht op de grootschalige infrastructuur en/of de omliggende steden en hebben een beperktere relatie met de oude dorpskern. Los van de oriëntatie van inwoners vormen de woonkernen een rustige plek voor ouderen, een veilige omgeving voor kinderen en zijn daarmee een uitgelezen vestigingsplaats voor gezinnen.
De werklocaties; blauw-paarse contouren Al vanaf het begin van de 20e eeuw legt de glastuinbouw een groot beslag op de fysieke ruimte. Eerst in de vorm van ‘plat glas’, later in de vorm van kassen. In Pijnacker-Nootdorp liggen, net als in het Westland, de oudste glastuinbouwgebieden van Nederland. Gemeten in productiewaarde en areaal is Pijnacker-Nootdorp (730 ha) na Westland (2200 ha) en Lansingerland (990 ha) de derde glastuinbouwgemeente van Nederland. Niet alle ruimte binnen de glastuinbouw wordt effectief gebruikt voor glastuinbouw gerelateerde activiteiten. In Het Fundament van de Omgevingsvisie is de bruto-netto verhouding beschreven. Daaruit blijkt dat het netto glastuinbouwareaal (in 2019) ca. 375 ha bedraagt. Naast ruimte voor de glastuinbouw is er binnen de blauw-paarse contouren ook plek voor andere vormen van bedrijvigheid. Er zijn zes, nabij de kernen gelegen, bedrijventerreinen waar mogelijkheden zijn voor lokaal, regionaal of internationaal georiënteerde ondernemingen. Daarnaast is in iedere kern een winkelcentrum. Hier kunnen, onder andere, de dagelijkse boodschappen worden gedaan.
Pagina
De woonkernen; rode contouren Pijnacker-Nootdorp is een aantrekkelijke gemeente om te wonen en te werken met unieke kenmerken in de randstad. De nabijheid van natuur en recreatiemogelijkheden, met onder andere de metro goed bereikbare stedelijke voorzieningen en onderscheidende woonmilieus maken van Pijnacker-Nootdorp een aantrekkelijke woonomgeving. Deze kenmerken hebben ervoor gezorgd dat ook steeds meer mensen uit omliggende steden kiezen voor Pijnacker-Nootdorp als woonplaats.
Kaart
RUIMTELIJKE STRUCTUUR IN PIJNACKER-NOOTDORP 2021 LEGENDA De buitengebieden; groene contouren De woonkernen; rode contouren De werklocaties; paarse contouren
Pagina
9
De werklocaties; blauwe contouren
Bepalend voor een vitale gemeenschap is vervolgens de manier waarop inwoners met elkaar samenleven. Voornamelijk de eigen kracht van inwoners is hierin belangrijk. De gemeenschap in Pijnacker-Nootdorp heeft dorpse karakteristieken waarbij inwoners zelfredzaam en zelfwerkzaam zijn
Inwoners en ondernemers voelen zich veilig in Pijnacker-Nootdorp. Daarbij kunnen we verwijzen naar lage criminaliteitscijfers, maar het is meer dan dat. In het verlengde van de vitale gemeenschap kijken mensen in Pijnacker-Nootdorp naar elkaar om. Er wordt gelet op de woning van de buren als die op vakantie zijn en inwoners kunnen ’s avonds zonder aarzelen een wandeling maken of de hond uitlaten. Dat wil niet zeggen dat er geen aandachtspunten zijn. We moeten elkaar ruimte
blijven gunnen. Een voorbeeld daarvan is de jeugd. Zij zoeken elkaar op, praten met elkaar en zetten muziek aan. Daar wordt soms met argusogen naar gekeken, maar ook zij hebben ruimte nodig om elkaar te ontmoeten. Daarbij willen ze anderen niet tot last zijn, dus zoeken we samen met hen naar plekken waar ze elkaar kunnen ontmoeten zonder dat anderen daar overlast van ervaren. Gezondheid is kostbaar en afhankelijk van vele, vaak heel persoonlijke factoren. Daar hebben we als gemeente of gemeenschap maar heel beperkt invloed op. Wat we als gemeente kunnen en willen doen is bijdragen aan de fysieke en mentale gezondheid van inwoners door het bieden van een gezonde leefomgeving. Een gezonde leefomgeving wordt gevormd door elementen als geluid, luchtkwaliteit, geurhinder en externe veiligheid. Bij het opstellen van gebiedsgericht beleid houden we rekening met de kenmerken van het gebied en de bewoners en ondernemers die er wonen en werken. Daarnaast maken we letterlijk ruimte voor bewegen, ontmoeten en ontspannen voor inwoners van alle leeftijden. Dit draagt bij aan het functioneren van de kern en de wijk, maar stelt mensen ook op individueel niveau in staat om te gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. Informele ontmoeting helpt tegen eenzaamheid en kan net zo belangrijk zijn voor de (mentale) gezondheid als sporten en bewegen.
De vele verenigingen bieden voor ieder wat wils en ook voor de hardloper, wielrenner, ruiter of bootcamper zijn er voldoende plekken om te bewegen.
10
De identiteit van de gemeente wordt gevormd door vele factoren zoals de geschiedenis en ruimtelijke structuur, maar vooral door de mensen die er wonen. Het aantal inwoners van PijnackerNootdorp groeit. Mensen herkennen de onderscheidende combinatie van een hoogwaardig woonklimaat, landelijk groen in de nabijheid van werk en voorzieningen die ook nog eens goed bereikbaar zijn. Als gevolg van nieuwbouw is het aantal inwoners de afgelopen 20 jaar fors toegenomen van circa 26.000 naar bijna 56.000. Vooral mensen in de leeftijd van 30 tot 40 jaar hebben zich de afgelopen tien jaar in de gemeente gevestigd. In andere leeftijdscategorieën is ook sprake van een toename, maar beperkter. Ondanks de toestroom van mensen in de leeftijd van 30-40 jaar wonen in de gemeente relatief meer inwoners in de leeftijdscategorie van 45 tot 55 jaar dan in de regio of in Nederland. Het gaat daarbij voor een belangrijk deel om gezinnen. Ook het aandeel 75plushuishoudens ligt iets boven het regionale gemiddelde. Het aandeel jonge huishoudens (tot 35 jaar) is daarentegen lager dan in de regio. Als gevolg van de leeftijdsopbouw van de huidige bevolking, neemt het aantal ouderen de komende jaren verder toe.
en elkaar ondersteunen wanneer dit nodig is. Hierbij zijn verschillen tussen de (oude) dorpskernen, waar het ‘ons kent ons’-principe meer van toepassing is dan in de nieuwe uitbreidingswijken, waar ook veel inwoners uit de regio zijn neergestreken. De zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van inwoners heeft geleid tot veel vrijwilligerswerk, een bloeiend verenigingsleven en vele maatschappelijke activiteiten op sportief en cultureel vlak. In aanvulling op de eigen kracht van inwoners wordt de samenleving verder gestimuleerd en gefaciliteerd met een breed aanbod aan direct bereikbare (basis)voorzieningen. Zaken die inwoners echt in de directe woonomgeving nodig hebben bevinden zich daar: basisgezondheidszorg, integrale kindcentra waar kinderen van 0 tot 12 leren en spelen en winkels voor basisbenodigdheden. De leefbaarheid is geborgd met goede basisvoorzieningen, vooral met het oog op kinderen, gezinnen en ouderen. Voor (kwetsbare) bewoners die het met deze zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid niet redden is er een professioneel vangnet.
Pagina
De sociale structuur
De economische structuur
De economie van Pijnacker-Nootdorp is niet los te zien van de regionale economie. De unieke ligging van Pijnacker-Nootdorp ten opzichte van de stedelijke centra in Delft, Rotterdam, Den Haag en
Zoetermeer in combinatie met de goede verbindingen naar deze steden, maakt dat de inwoners voor niet-dagelijkse aankopen en (deels) voor horeca veelal gebruik maken van voorzieningen in de omgeving. De keerzijde daarvan is dat de bestedingen die inwoners doen in de eigen gemeente (ofwel de koopkrachtbinding) relatief laag is. Dat geldt met name in de nietdagelijkse sector. We zien dat ruim twee derde van de beroepsbevolking dagelijks forenst tussen onze gemeente en de regio. Dit bevestigt de verwevenheid met de regio die ook duidelijk terug te zien is in de glastuinbouw. In de Greenport WestHolland werken ondernemers, onderwijs en overheden samen aan economische (en ruimtelijke) versterking van de structuur van de glastuinbouw. Dit regionale cluster strekt zich uit over gemeentegrenzen tot aan Zuidplas, Waddinxveen, Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk.
Glastuinbouwclusters in Pijnacker-Nootdorp en omgeving
Pagina
11
De economische ontwikkeling van de gemeente neemt een vlucht aan het begin van de twintigste eeuw met de ontwikkeling van glastuinbouw en is sindsdien een belangrijke economische pijler in de gemeente. Het glastuinbouwcluster in Pijnacker is met ruim 20% van zowel het totaal aantal banen als het totaal aantal vestigingen een onmisbare economische factor. De glastuinbouw vormt 25% van onze lokale economie en is de grootste werkgever. Hieromheen is een breed cluster van agro-gerelateerde bedrijven ontstaan met een jaaromzet van bijna €2 miljard. Het meeste glas is gerealiseerd na 2005. De tuinders in PijnackerNootdorp zijn relatief jong ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Oudere tuinders beschikken relatief vaker over een bedrijfsopvolger. Vanaf de jaren vijftig groeit het aantal inwoners van
Pijnacker-Nootdorp sterk. Dan begint ook de ontwikkeling van handels- en industriebedrijven. Aan het eind van de 20e eeuw is er in iedere kern een winkelcentrum en zijn er bedrijventerreinen. In de afgelopen jaren heeft zich een groei van de bedrijvigheid en werkgelegenheid voorgedaan in sectoren als (groot)handel, bouw, nijverheid, zakelijke dienstverlening en gezondheidszorg. Zowel op de bestaande als op de in ontwikkeling zijnde bedrijventerreinen vinden veel lokaal georiënteerde en kleinere regionaal opererende bedrijven een plek. Onze gemeente heeft een relatief hoog en nog steeds toenemend aantal ZZPers.
EEN KOMPAS VOOR DE OMGEVINGSVISIE De (ruimtelijke) geschiedenis van PijnackerNootdorp is duidelijk te lezen in het bestaande mozaïek van verschillende gebieden met een eigen functie. Voor alle woonwijken, glastuinbouwgebieden, bedrijventerreinen en groene gebieden zijn ambities geformuleerd en regels vastgesteld waarlangs deze gebieden zich hebben ontwikkeld en nog steeds ontwikkelen. Sinds de jaren 50 is er ieder decennium minimaal één woonwijk toegevoegd aan een kern. Elk met een eigen kenmerkende bouwstijl. Van de groene jaren zeventig wijken met de kenmerkende kronkelende woonerven (Koningshof) via de typische grootschalige uitbreidingswijken (Emerald) naar de meer op de jaren dertig geïnspireerde wijken (Ackerswoude en Gildehof) die nu worden gerealiseerd. Het idee van het scheiden van functies is ook leidend geweest bij de structuurvisie ‘Ruimte maken, Ruimte laten’ uit 2014, de voorganger van deze Omgevingsvisie. De rode, blauwe en groene contouren zijn in deze structuurvisie leidende principes geweest die de mogelijkheden en gewenste ontwikkelingsrichting vastleggen voor de kernen, (glas)tuinbouw en groengebieden. Functies
Functiescheiding is in de geschiedenis van de ruimtelijke ordening een populair begrip geweest. In de praktijk betekende dit dat aan de randen van de steden en dorpen nieuwe functies zijn toegevoegd, waarbij uitbreidingen elk een dominante functie hebben gekregen. Woonwijken zijn gescheiden van bedrijventerreinen en ook infrastructuur is gebundeld in speciale verkeerscorridors. Hoewel functiescheiding soms nodig is, bijvoorbeeld om onderlinge hinder te voorkomen, biedt verbinding en menging kansen en meerwaarde. De structuurvisie ‘Ruimte maken, Ruimte laten’ doet een eerste stap richting vervlechting van gebieden door de introductie van uitnodigingsplanologie. Met deze Omgevingsvisie gaan we verder op de ingeslagen weg en lopen we vooruit op de Omgevingswet. Functiescheiding is, ondanks deze relatief recente verschuiving, nog steeds te herkennen in de ruimtelijke structuur van Pijnacker-Nootdorp. De bedrijventerreinen met lokale en regionale bedrijven liggen aan de randen van de dorpskernen en hebben over het algemeen een beperkte (ruimtelijke) relatie met andere functies. Wegen, al
Waarom een kompas voor de Omgevingsvisie? De omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed (bron: Aan de slag met de Omgevingswet). Om de samenhang tussen al deze thema’s te bewaken kiezen we met ‘Verbonden met elkaar’ voor een eenduidig toekomstbeeld dat richting geeft aan de keuzes en ontwikkelingen binnen alle thema’s waar de omgevingsvisie over gaat. Door ontwikkelingen in de gemeente af te wegen tegen het gewenste toekomstbeeld garanderen we een integrale visie en samenhangende leefomgeving. Het kompas helpt ons daardoor bij het maken van keuzes over thema’s of gebieden, het transparant en begrijpelijk maken van keuzes en het stellen van prioriteiten.
12
zijn door dit principe in de basis van elkaar gescheiden.
Pagina
Het ontstaan en functioneren van het ruimtelijk mozaïek
Het toekomstbeeld De toenemende druk op de ruimte en de behoefte aan nieuwe woningen in met name de Randstad maakt dat (landelijk) de nadruk is komen te liggen op compacte verstedelijking die de samenhang van het stedelijk gebied versterkt. Als binnen de
Wij zien echter vooral kansen. Bij kortere afstanden tussen functies ben je sneller op je bestemming en is de keuze voor een duurzame vervoerswijze logischer en gemakkelijker gemaakt. Ook de sociale structuur is gebaat bij verbinding. De (mentale) gezondheid van inwoners wordt positief beïnvloed door beweging en ontmoeting in een groene omgeving. Het maakt het makkelijker om naar elkaar om te zien en een handje te helpen waar mogelijk. Het laatste voorbeeld dat we noemen is de groene structuur. Voor mensen, dieren en planten is het van belang dat er doorlopende structuren zijn waarlangs zij zich kunnen bewegen en ontwikkelen. Dat geldt voor het groen in de kernen, het groene buitengebied en (misschien wel het meest) voor de verbinding daartussen. De omgevingsvisie gaat niet over één thema of vakgebied, maar om de samenhang van het geheel
en precies dat is een thema dat nadrukkelijk naar voren is gekomen in het participatieproces voor het opstellen van de omgevingsvisie. Zowel belanghebbende organisaties als inwoners vragen aandacht voor het verbinden van verschillende onderdelen zodat deze elkaar ondersteunen en versterken. Voorbeelden die genoemd worden zijn het fungeren van de (glas)tuinbouwgebieden als spons voor de toenemende neerslag en de (glas)tuinbouw als motor voor de verduurzaming van de woningvoorraad. Afstemming zou echter ook verder moeten gaan dan tussen gebieden binnen de gemeente. We maken onderdeel uit van, kijken naar en dragen bij aan de metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de provincie Zuid-Holland. Daarom moeten we, uitgaande van onze kwaliteiten, faciliteren dat de juiste functie op de juist plek komt. Er is nog te veel een lokale focus met als gevolg dat oplossingen suboptimaal zijn. We beschouwen deze ambitie als een belangrijk onderdeel van onze rol in de regio. Ook indirect laten reacties zien dat er op verschillende vlakken winst geboekt kan worden door activiteiten binnen de gemeente beter op elkaar te laten aansluiten. Dit uit zich vooral in reacties op en/of een beeld bij activiteiten in de gemeente. Het voorbeeld dat herhaaldelijk wordt genoemd is de (glas)tuinbouw. De (glas)tuinbouw wordt herkend als onderdeel van de identiteit van Pijnacker-Nootdorp.
Mensen gaan graag een bloemetje of verse groenten halen bij een kraampje, stalletje of automaat direct bij de kweker. Aan de andere kant wordt de glastuinbouw ook genoemd als sector die zorgt voor overlast en
13
Het gevolg is een suboptimale samenhang in de ruimtelijke, economische en sociale structuur. Een concreet en actueel voorbeeld dat het gevolg is van het ruimtelijk scheiden van functies is de toename van mobiliteit. Door het uit elkaar trekken van functies zijn de verplaatsingen van inwoners tussen verschillende activiteiten groter. Het gaat hierbij over woon-werk verkeer, maar ook over het doen van boodschappen of activiteiten voor ontspanning. Tegengestelde belangen in en tussen (deel)gebieden kunnen zorgen voor conflicten. Een lokaal voorbeeld is (glas)tuinbouw die direct naast een woonwijk staat. Inwoners die geen beeld en belang hebben bij de activiteiten van de buren hebben minder of geen begrip voor de (economische) noodzaak van bijvoorbeeld assimilatiebelichting en ervaren dit eerder als overlast.
bestaande stads- en dorpsgrenzen ruimte is voor het oplossen van de opgaven dan is dit de eerste keuze. Achterliggende gedachte is enerzijds het zo goed mogelijk benutten van de bestaande bebouwde omgeving en anderzijds het voorkomen van bouwen in de schaarse groene gebieden. Dat betekent onder andere dat de samenhang in de dorpen of steden belangrijker wordt, omdat vroeger gescheiden functies als wonen en werken nu dichter bij elkaar komen te liggen. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, onderlinge afstanden zijn soms nodig om rustig en veilig te kunnen te wonen terwijl een bedrijf de ruimte nodig heeft om te ondernemen met de geuren, geluiden en bewegingen die daarbij horen.
Pagina
dan niet in combinatie met fiets- en wandelpaden, zijn op verschillende plekken zo breed geworden dat daardoor de verbinding tussen wijken belemmerd wordt en soms de kernen scheidt van het groene buitengebied. Ook de (glas)tuinbouw is, als belangrijk onderdeel van de identiteit van Pijnacker-Nootdorp, op bescheiden wijze verbonden met de overige gebieden in de gemeente.
De samenhang in de ruimtelijke structuur is zeker niet de enige grote opgave. Ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de druk op de fysieke leefomgeving, en daarmee de samenhang van de ruimtelijke structuur (het stedelijk netwerk) verder toeneemt. Belangrijke opgaven voor Pijnacker-Nootdorp zijn: •
De benodigde energietransitie van PijnackerNootdorp. Om in 2050 alleen nog maar gebruik te maken van duurzame energie moet het energiegebruik omlaag en een overstap gemaakt worden van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Bij de energietransitie hoort ook een transitie in mobiliteit. Dat draagt bij aan een gezond en bereikbaar leefklimaat. Dit geldt eveneens voor het klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving, zodat de
•
•
•
De ondergrond heeft verschillende functies en is letterlijk de bodem onder ons bestaan. De draagkwaliteit van de bodem is onder andere de draagkracht om te bouwen (onder en boven de grond), maar ook kabels, leidingen, warmtekoudeopslag en het opslaan van water in de ondergrond komen als gevolg van een veranderd klimaat. Verder levert de bodem ons informatie, bijvoorbeeld over archeologie en ecologie, maar reguleert ze ook in de vorm van stabiliteit, waterberging en waterfiltering. Ook is de bodem een productiefactor. Ze bevat een voorraad aan onder andere drinkwater, grondwater en energie. Een goede bodemkwaliteit is essentieel voor de natuur. Al met al vragen we steeds meer van de bodem en wordt het steeds drukker in de ondergrond. Dit, in combinatie met het feit dat PijnackerNootdorp grotendeels in een bodemdalingsgevoelig gebied ligt, maakt dat het steeds belangrijker wordt de ondergrond mee te nemen bij ontwikkelingen. Als laatste grote opgave is het aanpassingsvermogen dat gevraagd wordt van bedrijven en werknemers. Door ontwikkelingen in de economie zoals digitalisering, circulariteit, en robotisering ontstaat een verschuiving naar een kenniseconomie. Veel bedrijven spelen hier al op in, maar met het oog op een economisch vitaal Pijnacker-Nootdorp wordt hier blijvend aandacht voor gevraagd.
Met name voor het toekomstbestendig houden van de grote (glas)tuinbouwsector in de gemeente is inzet nodig.
14
Opgaven voor de fysieke leefomgeving
•
kwetsbaarheid van gebieden bij extreem weer vermindert. De landelijke behoefte aan nieuwe woningen is in de Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2020 vertaald naar de lokale behoefte. Daaruit blijkt dat op basis van de verschillende prognoses voor de groei van het aantal huishoudens, in Pijnacker-Nootdorp tot 2040 nog een behoefte is aan ongeveer 4.000 nieuwbouwwoningen. De verwachting is dat deze behoefte ook na 2040 blijft toenemen. Regionaal, provinciaal en landelijk is de behoefte aan woningen nog veel groter. Pijnacker-Nootdorp levert hieraan een bijdrage zonder dat dit ten koste gaat van de eigen identiteit en kwaliteit. We hechten met elkaar een steeds groter belang aan een aantrekkelijke en veerkrachtige leefomgeving en een gezonde levensstijl. Dat komt enerzijds door ontwikkelingen als vergrijzing van de bevolking, de ervaring met Covid-19 en anderzijds door de zorgen om de afname van de biodiversiteit en de verandering van het klimaat. Dit samen maakt dat er steeds meer nadruk komt te liggen op een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, dieren en planten die om kan gaan met het veranderend klimaat, aantrekkelijk is, uitnodigt tot ontmoeten, bewegen en ontspannen en ruimte biedt voor ongeorganiseerde sport en recreatie. We willen de schaarse groene ruimte dus voor steeds meer doeleinden gebruiken, waardoor conflicten kunnen ontstaan. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging.
Pagina
in de huidige vorm niet goed meer past in de gemeente. De (glas)tuinbouw is voornamelijk internationaal georiënteerd en gericht op optimalisering van de eigen bedrijfsvoering. Daarbij geldt: onbekend maakt onbemind. Veel inwoners weten niet wat de rol van de (glas)tuinbouw is in de voedselproductie of welke innovaties er plaatsvinden en zien daardoor weinig waarde voor de fysieke leefomgeving. Er is dan ook weinig begrip voor bijvoorbeeld assimilatieverlichting. Dit wordt al snel als overlast ervaren. De reacties laten zien dat zeker in de relatie tussen de inwoners in de kernen en de (glas)tuinbouw nog veel winst is te behalen.
Om met de ruimtelijke mozaïek als basis een antwoord te kunnen geven op de huidige en toekomstige ruimtelijke, economische en sociale opgaven is een weloverwogen visie voor de fysieke de leefomgeving nodig. Elke vierkante meter ruimte heeft een functie en vertegenwoordigt een waarde voor iets of iemand. Dit maakt het moeilijker om functies aan te passen. Vrije ruimte is er niet. Een afgewogen beslissing over het gebruik van de ruimte is steeds belangrijker. Er is een visie nodig die richting geeft aan alle aspecten van leefomgeving en die het maken van integrale keuzes mogelijk maakt.
Het kompas is een hulpmiddel voor het maken van keuzes bij de inrichting van de fysieke leefomgeving die ervoor moet zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen een integrale afweging wordt gemaakt. In de eerste plaats is het kompas een richtinggevend instrument bij de verdere uitwerking van deze omgevingsvisie en een manier om prioriteiten te bepalen bij conflicterende ambities of belangen. Daarnaast is het ook een hulpmiddel bij het meedenken over initiatieven uit de samenleving. Wij kijken als gemeente steeds hoe een initiatief bijdraagt aan de ambitie zoals beschreven in het kompas. We vragen initiatiefnemers ook om daar zelf over na te denken en aan te geven hoe en waar hun initiatief zorgt voor sociale, economische en/of ruimtelijke verbinding. En natuurlijk ook hoe het initiatief bijdraagt aan het behouden, versterken en toevoegen van kwaliteiten. Om dit te illustreren zijn er in deze omgevingsvisie vier intermezzo’s opgenomen. Eentje voor iedere ontwikkelingslijn. Daarin zijn voorbeelden opgenomen van ontwikkelingen overeenkomstig het kompas en bijdragen aan ruimtelijke ,economische en sociale verbinding. Het behalen van de doelstellingen in deze visie kunnen we onmogelijk alleen. De visie is dan ook nadrukkelijk een uitnodiging om bij te dragen aan de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het hoofdstuk Werken met en aan de Omgevingsvisie gaat hier verder op in.
De analyse van de huidige situatie in PijnackerNootdorp en de resultaten van de participatie laten zien dat de samenhang tussen gebieden en functies verbeterd kan worden. Te vaak wordt nog gedacht vanuit een enkel aspect binnen de gehele fysieke leefomgeving. Dit kan binnen de grenzen zijn van een bepaald gebied of binnen een thema. De relaties met en gevolgen voor andere thema’s of gebieden worden daarbij niet altijd even goed meegewogen. Dit kan zorgen voor belemmering van ambities op andere vlakken, maar ook het missen van kansen die een koppeling met zich mee kunnen brengen. Functies kunnen elkaar immers goed versterken en dubbel ruimtegebruik biedt kansen.
15
We zetten in op het versterken van de verbinding tussen gebieden (en functies van gebieden) binnen en buiten de gemeente. De ruimtelijke mozaïek functioneert daardoor als een samenwerkend geheel waarbij functies elkaar aanvullen en geen belemmeringen creëren voor elkaar. Daarmee worden sociale structuren versterkt en (regionale) economische ontwikkeling geoptimaliseerd.
Gebruiksaanwijzing van het kompas
Pagina
Het kompas: verbonden met elkaar
Het kompas: verbonden met elkaar
Intermezzo HET KOMPAS ‘VERBONDEN MET ELKAAR’: INSPIRATIE VOOR DE (GLAS)TUINBOUW
Pagina
De glastuinbouw is niet alleen een internationale speler, ook de inwoners profiteren van de aanwezigheid van (glas)tuinbouw in de gemeente. Dit kan onder andere doordat producten ook lokaal verkrijgbaar zijn bij de supermarkt en bij kraampjes langs de weg in de glastuinbouwgebieden.
16
Versterken van de economische verbinding
VISIE VOOR PIJNACKER-NOOTDORP We hebben vier ontwikkelingslijnen benoemd die gezamenlijk richting geven aan de toekomst van de fysieke leefomgeving van Pijnacker-Nootdorp: • • •
•
Ontwikkelingslijn 1: Onderscheidend groen Ontwikkelingslijn 2: Karakteristieke woon- en leefomgeving Ontwikkelingslijn 3: Aantrekkelijk economische vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers Ontwikkelingslijn 4: Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren
De ontwikkelingslijnen zijn geen keuzemogelijkheden, ze zijn allen even belangrijk en versterken elkaar. Samen geven ze een integraal beeld en richting voor de toekomst voor het gehele grondgebied van de gemeente.
Waarom deze ontwikkelingslijnen? De ontwikkelingslijnen beschrijven hoe Pijnacker-Nootdorp eruit ziet in 2050. Ze laten zien welke elementen we koesteren en welke we willen toevoegen. Daarmee geven ze een antwoord op hoe we omgaan met de verwachte opgaven. De keuze voor deze vier ontwikkelingslijnen is dan ook direct terug te leiden naar de grote opgaven voor onze gemeente: de energietransitie, de woningbouwopgave en het behouden van de karakteristieke woonomgeving, de benodigde verduurzaming van de leefomgeving inclusief de ondergrond en een gezonde levensstijl en tot slot het toekomstbestendig houden van de bedrijventerrein en de glastuinbouw.
17
De ontwikkelingslijnen
Pagina
In het verlengde van ons kompas voor de leefomgeving, waarin we vooral kijken naar wat gebieden voor elkaar kunnen betekenen, benoemen we in deze omgevingsvisie vier ontwikkelingslijnen. Deze ontwikkelingslijnen zijn niet van toepassing op een enkel gebied, maar hebben betekenis voor de hele gemeente en borgen daarmee een integrale visie op de leefomgeving. Door ons op deze vier ontwikkelingslijnen te richten, ontstaan op meerdere niveaus betere verbindingen binnen de gemeente en met de regio.
Ontwikkelingslijn 1
ONDERSCHEIDEND GROEN natuurnetwerk. We hebben dan ook geïnvesteerd in de kwalitatieve verbetering van het netwerk in de bestaande wijken waardoor het (openbaar) gebied er op sommige plekken anders uitziet. Uitbreiding van het groen zien we vooral in wijken die tussen 2025 en 2050 zijn gerealiseerd. Het lokaal natuurnetwerk heeft verschillende functies. Naast een plek voor planten en dieren, is het ook een plek waar de veranderingen in het klimaat worden opgevangen en waar mensen elkaar ontmoeten, bewegen en spelen.
18
Ter versterking van onze onderscheidende groene kwaliteiten richten we ons op vier ambities: 1. Een aantrekkelijk groen landschap 2. Een aantrekkelijke, groene (openbare) ruimte 3. Een beweegvriendelijke groene ruimte 4. Een gezond ecosysteem met een hoge biodiversiteit
Pagina
We waarderen het groen binnen onze gemeente. En daarbij denken we niet alleen aan de drie grote groen- en recreatiegebieden maar ook aan het groen in de kernen. De aandacht voor het groen heeft zich vertaald in een verbetering van de kwaliteit. Zo is het groene buitengebied vrij gebleven van woonbebouwing en heeft het karakteristieke veenweidelandschap in de Zuidpolder van Delfgauw zich ontwikkeld naar een weidevogelgebied van formaat. Als onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland. Het gebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland en wordt beheerd door lokale agrariërs die met natuurgerichte landbouw hun bedrijfsvoering hebben veranderd. Zo heeft het gebied een recreatieve functie voor mensen die aan de randen rustig kunnen wandelen en fietsen, maar ook een economische waarde voor de ondernemers. Bovendien is door de vernatting en het beheer de biodiversiteit toegenomen waardoor weidevogels als de grutto weer terug zijn in het gebied. Het groen in de woonwijken vormt samen met de buitengebieden een lokaal
1.1 EEN AANTREKKELIJK GROEN LANDSCHAP Hier zijn volop mogelijkheden voor wandelaars en fietsers, maar er is ook een kanoroute. Het karakteristieke veenweidelandschap van Oude Leede is een uniek en gewaardeerd, maar kwetsbaar landschap. Het neemt een speciale positie in als deel van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Behoud van dit waardevolle landschap, met daarbij de ecologische waarde (onder andere weidevogels), staat voorop. Dat betekent ook dat dit landschap vooral vanaf de randen kan worden ervaren door wandelaars en fietsers. De landbouw in het Oude Leedegebied en Bieslandse polder draagt bij aan het behoud van het landschap met een natuurgerichte bedrijfsvoering, bijvoorbeeld met kringlooplandbouw. De agrariërs hebben hun bedrijfsvoering verbreed door naast het houden van vee, ook educatie, landschapsbeheer en lokaal producten aan te bieden. Daarmee ontstaat er interactie tussen deze ondernemers en de inwoners in de kernen. Het groene buitengebied is zoveel mogelijk vrij van zwerfafval. De Ackerdijkse Plassen zijn een plek voor natuur en ecologie. Hier gaat het om planten en dieren, mensen kunnen af en toe op bezoek komen, maar de rust staat centraal.
19
Hoe ziet dat er buiten uit? Het groene buitengebied bestaat uit drie herkenbare hoofdgebieden: Buytenhout, de Groenzoom en het Oude Leedegebied. Deze drie groengebieden lopen over de gemeentegrens heen. De gebieden zijn elk op hun eigen manier aantrekkelijk voor verschillende vormen van recreatie, maar ook voor een variëteit aan planten en dieren. Buytenhout heeft een afwisselend landschap van bos, open ruimtes en natuurlijk de Dobbeplas. In het gebied ligt een fijnmazig netwerk van paden voor wandelaars, fietsers en ruiters. De Dobbeplas wordt intensief gebruikt. Hier vinden af en toe evenementen plaats, is een restaurant en kunnen mensen elkaar ontmoeten. De Groenzoom is uitgegroeid tot een weids en open gebied met afwisselende vegetatie.
Pagina
Wat willen we bereiken? In 2050 is het groene buitengebied nog steeds een unieke en onderscheidende kwaliteit van PijnackerNootdorp. In de steeds drukker geworden Randstad is het een oase van rust. Hier zijn nog de cultuur- en natuurhistorische karakteristieken zichtbaar, die tijdens de explosieve groei behouden zijn gebleven en een contrast vormen met het verstedelijkte gebied. Deze kwaliteit beschermen we met een vaste groene contour. Dat betekent dat we geen woningen bouwen in het groene buitengebied. Het groen binnen en buiten de kernen vormen een samenhangend netwerk. Met een zonering van rustige en intensievere delen wordt het groene buitengebied optimaal gebruikt en beleefd.
1.2 EEN AANTREKKELIJKE, GROENE (OPENBARE) RUIMTE
Hoe ziet dat er buiten uit? De kwaliteit van de openbare ruimte in bestaande en nieuwe woonwijken is versterkt. Dat betekent dat er meer groen
is en minder stenen. Bovendien is dat groen gevarieerd en aantrekkelijk voor mensen en dieren. Er staan meer bankjes zodat ontmoeting gemakkelijker wordt en aaneengesloten rondjes van 20 tot 30 minuten wandelen zijn in iedere wijk mogelijk. Regenwater wordt vaker vastgehouden. Zichtbaar in de vorm van bijvoorbeeld wadi’s of piekbergingen of onzichtbaar in ondergrondse waterbergingen. Verder zijn er veel bomen bij gekomen. Deze zorgen voor verkoeling bij extreme hitte en zijn een woonplaats voor vogels, vleermuizen en andere dieren. Per wijk wordt gekeken naar het type groen dat het beste past bij de wijk en de behoefte van de mensen en dieren die daar wonen. Het beheer moet aansluiten bij de inrichting. We zorgen ervoor dat in iedere (nieuwe) woonwijk voldoende openbaar groen van een passende kwaliteit aanwezig is. Dit werken we nader uit in een programma. Sportvoorzieningen zijn goed bereikbaar vanuit de kernen. Voor zowel de ongeorganiseerde als de georganiseerde sporter zijn er allerlei mogelijkheden om te bewegen. Dat kan in de openbare ruimte (fietsen, hardlopen of skaten) of bij een sportverenging (velden of accommodaties).
20
mensen toeneemt door een aantrekkelijke, groene openbare ruimte waar bewegen en ontmoeten gemakkelijk is. Daarnaast heeft het een belangrijke functie voor planten en dieren. Een gevarieerde en kwalitatief hoogwaardige inrichting draagt bij aan het in stand houden en verhogen van de biodiversiteit. Verder willen we met een groene openbare ruimte een bijdrage leveren aan het weerbaar zijn tegen veranderingen in het klimaat. In de groene openbare ruimte kunnen we het water van hevige piekbuien vasthouden en bergen. In droge periode kunnen we dit water dan weer gebruiken om verdroging tegen te gaan. Ook helpt het groen bij het tegen gaan van hittestress. Niet alleen de gemeente heeft bijgedragen aan het groen in de kernen. Ook de inwoners hebben zich daar voor ingezet. In tuinen zijn de stenen voor een groot deel vervangen door waterdoorlatende verharding of planten die aantrekkelijk zijn voor tuinvogels, bijen en vlinders.
Pagina
Wat willen we bereiken? Richting 2050 hebben we onze openbare ruimte steeds aantrekkelijker en groener gemaakt. Dit vanuit de overtuiging dat openbaar groen zorgt voor mooie en leefbare wijken. Het groen is echter niet alleen om naar te kijken. Het is ook een uitnodiging aan mensen om te bewegen en waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. We zijn ervan overtuigd dat de mentale weerbaarheid van
1.3 EEN BEWEEGVRIENDELIJKE GROENE RUIMTE Hoe ziet dat er buiten uit? Een beweegvriendelijke openbare ruimte zit niet altijd in grote gebaren en ingrijpende ruimtelijke veranderingen. Voor ouderen kan het al een verschil maken als er tegels in de paden zijn geplaatst die als herkenningspunten kunnen worden gebruikt, terwijl een ommetje al kan worden gestimuleerd door een houten bordje dat een rondje van 20 tot 30 minuten aangeeft. Voor kinderen zijn er voldoende speelplekken en voor jongeren zijn er plekken waar ze elkaar kunnen ontmoeten zonder overlast te veroorzaken. Die ruimte hebben we samen met de jongeren vorm gegeven. Uitbreiding van het netwerk van fiets- en wandelpaden in de groene buitengebieden of het realiseren van ontbrekende schakels (zoals de fietsbrug over de A13) zijn een zichtbare aanvulling op het bestaande netwerk. Sommige gebiedsdelen houden we juist rustig, gelet op natuurwaarden en stilteplekken. De koppeling tussen het recreatief netwerk en de knooppunten van het openbaar vervoer is verder uitgebreid waardoor het voor de bewoners van de regio gemakkelijker is om met duurzame mobiliteit te genieten van de groene ruimte in onze gemeente. Bij de transformatie van (glas)tuinbouwgebieden, zoals Dwarskade, is een groene verbinding of buffer gerealiseerd. Daardoor is een zachte overgang ontstaan, waarbij het groen als het ware het gebied wordt ingetrokken.
21
georganiseerde (team)sporten beoefenen van tennissen, voetballen, hockeyen en handballen tot korfballen of volleyballen. Deze sporthallen en parken liggen binnen of aansluitend aan de bebouwde kom. Daarnaast is het mogelijk zelf op pad te gaan in het groene buitengebied of de voorzieningen in het wijkpark te gebruiken. Voor hardlopen, wandelen, fietsen of paardrijden is er een fijnmazig netwerk binnen de gemeente, wat goed is aangesloten op omliggende gemeenten. We willen niet alleen onze eigen inwoners de mogelijkheid bieden om te bewegen in de groene ruimte. Buytenhout, de Groenzoom en het Oude Leedegebied zijn ook aantrekkelijk voor de bewoners van de omliggende gemeenten en vormen gezamenlijk één groen-recreatief buitengebied als deel van een regionaal geheel. De gebieden zijn goed bereikbaar en vindbaar vanaf OV-knooppunten en per fiets of te voet vanuit de omliggende woongebieden.
Pagina
Wat willen we bereiken? In 2050 bewegen we op verschillende manieren. Daarom is er zowel binnen als buiten de kernen een divers aanbod van voorzieningen aanwezig om sporten en bewegen te stimuleren. Bewegen is gezond en is voor iedereen toegankelijk. De een kiest er voor om lid te worden van een sportvereniging en de ander gaat zelf op pad in het groen. Om aan de lokale behoefte voor sportverenigingen te voldoen zijn er voldoende sportterreinen aangelegd. Hier kan je allerlei
Hoe ziet dat er buiten uit? Buiten zien we dat het weidevogelgebied in de Zuidpolder van Delfgauw zich heeft ontwikkeld. Het karakteristieke veenweidelandschap is nog steeds zichtbaar, maar de waterstanden zijn hoger en het gras is langer om de vogels bescherming te bieden. Elders in de gemeente is de natuur divers met weidegebieden, laagveenmoerassen en recreatiebos. Soms staat er in of bij een natuurgebied (tijdelijk) een bord dat het niet of beperkt toegankelijk is om de natuur rust te geven. Gelukkig staan er vogelkijkhutten om te kunnen genieten van de natuur zonder de dieren te storen. Verder zien we robuuste ecologische verbindingen, binnen en buiten de dorpskernen. Daar krijgt de natuur soms meer ruimte dan de mens. Er liggen dus niet altijd verharde, brede voetpaden maar soms ook een laarzenpad om planten en dieren een betere kans te geven. Ook beplanting ziet er anders uit. Zo kiezen we vaker voor bloemen die bijen en vlinders aantrekken, ook al is dat in beheer minder gemakkelijk. In het lokale natuurnetwerk zien we ecologisch ingericht en beheerd groen. Bij nieuwe wijken nemen we de ruimte om stevige ecologische verbindingen te maken.
Pagina
Wat willen we bereiken? In 2050 hebben we er een natuurgebied bij. Naast de Ackerdijkseplassen en het Krekengebied is ook het weidevogelkerngebied in de Zuidpolder van Delfgauw onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Lokaal bestaat het natuurnetwerk uit de groene buitengebieden samen met de daarop aangesloten groenstructuren in de kernen, de (glas)tuinbouwgebieden en de bedrijventerreinen. Dit netwerk van leefgebieden en ecologische verbindingszones is de basis voor het behoud en vergroting van de biodiversiteit in de gemeente. Onze inzet is om het netwerk te beschermen en verder te versterken met maatregelen als natuurvriendelijke oevers, maaibeheer en het realiseren van ontbrekende schakels. Dit natuurnetwerk draagt ook bij aan klimaatadaptatie: natuur zorgt voor verkoeling in hete periodes en kan water bergen in nattere periodes. Dit alles vermindert fijnstof en zuivert afstromend hemelwater. Ook draagt het natuurnetwerk bij aan een aantrekkelijkere en gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier en nodigt het uit tot bewegen en ontmoeten. Door een goede zonering van gebieden zijn er ook rustige plekken waar kwetsbare natuur de ruimte heeft.
22
1.4 EEN GEZOND ECOSYSTEEM MET EEN HOGE BIODIVERSITEIT
Ontwikkelkaart
ONDERSCHEIDEND GROEN EEN AANTREKKELIJK GROEN LANDSCHAP Behoud contour groene buitengebied Samenhangend groen netwerk binnen en buiten de kernen Stimuleren en faciliteren van een natuurgerichte landbouw in het Oude Leedegebied en Bieslandsepolder Bescherming en versterking van cultuurhistorische linten en elementen Het saneren van verouderde agrarische opstallen middels de Ruimte voor Ruimteregeling Aaneengesloten groengebied met veenweidelandschap, natuur- en recreatiegebieden Ruimte voor veenweidelandschap en natuur- en recreatiegebied AANTREKKELIJKE, GROENE (OPENBARE) RUIMTE Vergroten van het percentage openbaar groen per inwoner Versterken van de beeldkwaliteit van het openbaar groen (aankleding en sierwaarde). Natuurvriendelijk maaibeheer Transformatiegebieden EEN BEWEEGVRIENDELIJKE OPENBARE RUIMTE Voorzieningen voor recreatie en spelen in het openbaar groen uitbreiden Verder uitbreiden van het recreatief netwerk, aansluitend op OVknooppunten Recreatieve poort bij de Dobbeplas met intensievere recreatiefuncties Extensieve, recreatieve voorzieningen in het groene buitengebied stimuleren en ontwikkelen EEN GEZOND ECOSYSTEEM MET HOGE BIODIVERSITEIT Het lokale natuurnetwerk (NNN) uitbreiden en beschermen
Pagina
Beheren weidevogelkerngebied
23
Aanleggen van groene verbindingen tussen de buitengebieden en transformatielocaties
Ontwikkelingslijn 2
EEN KARAKTERISTIEKE WOON- EN LEEFOMGEVING
Onze gemeente is meer dan een plek om te wonen. Er wordt in PijnackerNootdorp ook volop gewerkt en richting 2050 zijn de locaties om te werken veel meer een onderdeel geworden van
de woonomgeving. Groene verbindingen leiden door en langs bedrijventerreinen en we kopen ook graag de lokale kassen geteelde producten. Als inwoners kennen we onze bedrijven, gaan we graag naar het levendige centrum en zijn we trots op de (glas)tuinbouw. De kennis van en over elkaar heeft de sociale samenhang versterkt en verbindingen voor planten en dieren door gebieden mogelijk gemaakt. Het geheel vormt een vertrouwde en prettige leefomgeving voor onze inwoners. Voor een karakteristieke woon- en leefomgeving concentreren we ons op de volgende vijf ambities: 1. Een herkenbare woonomgeving 2. Een hechte gemeenschap 3. Een goede lokale en regionale bereikbaarheid 4. Een evenwichtige woningvoorraad 5. Een gezonde en veilige leefomgeving
24
combinatie van bijzondere kenmerken. Het gaat niet alleen om ruime woningen, maar ook om goede voorzieningen, bereikbaarheid, het groen in en om de kernen, de hechte gemeenschap en de sociale en fysieke veiligheid. Juist de combinatie maakt Pijnacker-Nootdorp een unieke plek om te wonen in de randstad.
Pagina
We koesteren onze karakteristieke en gewaardeerde woonomgeving. In PijnackerNootdorp woon je, anders dan in de ons omringende steden, in een dorpse en landelijke sfeer. De woonomgeving wordt gevormd door een
2.1 EEN HERKENBARE WOONOMGEVING karakteristieken van de cultuurhistorische linten. Ook versterken ze (bestaande) recreatieve en ecologische functies. Alle elementen samen zorgen ervoor dat Pijnacker-Nootdorp ook in 2050 een unieke en herkenbare plek is om te wonen.
Nieuwe ontwikkelingen zijn zodanig ingepast dat ze bijdragen aan de identiteit, herkenbaarheid en de samenhang van de kern en de wijk. Dat betekent dat nieuwe woningen aansluiten bij de dorpse of landelijke woonmilieus in de kernen en de
25
Hoe ziet dat er buiten uit? Wanneer je door Pijnacker-Nootdorp loopt of fietst ervaar je de groene en ruime opzet. Dit draagt bij aan de dorpse uitstraling van de gemeente. In alle woonwijken is naast ruimte om te wonen ook voldoende ruimte voor ontmoeting, beweging, groen en mobiliteit. Overal is de relatie tussen de buitengebieden en de woonkernen voelbaar en daarmee een belangrijk onderdeel van de identiteit. De drie woonkernen worden van elkaar gescheiden door de buitengebieden, waardoor er een duidelijk contrast is tussen de stedelijke structuren in de kernen en het landelijke milieu daaromheen. Door deze opzet is de natuur met ruimte voor recreatieve activiteiten altijd dichtbij.
Ook kunnen we buiten nog de geschiedenis van Pijnacker-Nootdorp zien. De cultuurhistorische linten lopen dwars door (glas)tuinbouwgebieden, levendige ontmoetingscentra, groengebieden en bedrijventerreinen. Vaak zijn ze ook aantrekkelijke fietsroutes en fungeren de groene randen als leefgebied voor dieren en planten. Daarmee zijn de linten belangrijke verbindingen die een waardevolle bijdrage leveren aan de landschappelijke structuur en identiteit van Pijnacker-Nootdorp. In aanvulling op de karakteristieke linten draagt ook de historische bebouwing (onder andere gemeentelijke- en rijksmonumenten) in belangrijke mate bij aan de herkenbaarheid van de gemeente.
Pagina
Wat willen we bereiken? In 2050 is Pijnacker-Nootdorp nog steeds een herkenbare, landelijke gemeente. Het samenwerkende geheel van kernen, bedrijventerreinen, (glas)tuinbouwgebieden en groengebieden vormt een unieke vestigingsplaats in de metropoolregio. De woonomgeving van Pijnacker-Nootdorp heeft een eigen identiteit en kwaliteit. Die is niet in één woord te vangen, maar het resultaat van allerlei factoren die samen dat gevoel van geborgenheid en eigenheid aan onze gemeente geven.
2.2 EEN HECHTE GEMEENSCHAP
Op verschillende andere wijzen wordt in 2050 de hechte gemeenschap gefaciliteerd. We doen dit door ruimte te geven aan andere ondersteunende voorzieningen. Zo kunnen vrijkomende accommodaties gebruikt worden als buurthuis om ontmoeting voor alle leeftijden mogelijk te maken en bieden we ruimte voor de organisatie van onderscheidende evenementen. Deze voorzieningen bewegen mee met de behoefte vanuit de samenleving. In nieuwe woonwijken reserveren we ruimte, zodat we in kunnen spelen op deze behoefte. Hetzelfde geldt voor voorzieningen in de openbare ruimte. Met een voldoende multifunctioneel ingerichte en goed toegankelijke openbare ruimte bieden we mogelijkheden voor alle doelgroepen. Daarbij ligt een nadruk op aanvullende ruimte voor jongeren, om elkaar
te ontmoeten. Deze (buiten)ruimtes zorgen tegelijkertijd voor de verbinding en verzachting van de grenzen tussen de uitbreidingen van onze woongebieden. Bovendien maken deze ruimtes deel uit van de leefomgeving van planten en dieren en leveren ze een bijdrage aan de klimaatbestendigheid van de gemeente. Het groene, uitgestrekte buurtschap Craeyenburch in Nootdorp waar kwetsbare inwoners (begeleid) wonen, leren en werken, maakt onderdeel uit van de lokale gemeenschap. Er zijn nieuwe woonvormen toegevoegd die het voor de groter wordende groep senioren mogelijk maakt om in of nabij hun vertrouwde omgeving te blijven wonen. Zo kunnen zij steunen op de hechte gemeenschap waar ze al jaren deel van uit maken en indien nodig in toenemende mate zorg van ontvangen. Er zijn (kleinschalige) appartementen met gemeenschappelijke voorzieningen, geclusterde woningen met zorg en verpleeghuisplekken. Wanneer mensen extra ondersteuning nodig hebben, zoeken we naar passende oplossingen. Die oplossingen liggen niet altijd in maatregelen die direct zichtbaar zijn in de fysieke leefomgeving. Soms liggen deze in netwerken, ondersteuning en andere aspecten uit het sociaal domein. Zo kan iedereen een plek vinden die past bij zijn of haar behoefte.
26
Hoe ziet dat er buiten uit? Iedere kern beschikt over een levendig centrum met een sterke sociale functie en aanwezigheid van gedifferentieerde (maatschappelijke) voorzieningen op het gebied van zowel onderwijs en cultuur als voor het sociaal domein. Daarbij zijn basisvoorzieningen die afgestemd zijn op de behoefte. Een huisarts, apotheek, supermarkt en integraal kind centrum (kinderopvang, onderwijs, naschoolse opvang) is voor iedereen toegankelijk en in de buurt. Waar mogelijk vestigen we die nabij de levendige ontmoetingscentra, zodat ontmoeting makkelijker en vanzelfsprekender wordt. In aanvulling op de centra speelt het actieve verenigingsleven een essentiële rol voor gemeenschap. Soms vinden ook zij hun basis in de centra, maar ze vormen in ieder geval een onderdeel van de kern en zijn daarmee verbonden