CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ontwerp jaarstukken 2024 Omgevingsdienst Haaglanden

Raad Besluitvorming 26 juni 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 158940421.898 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerp Jaarstukken 2024

Versie 27 maart 2025

1 / 56

Inhoudsopgave DEEL 1 Jaarverslag .............................................................................................................................................. 3 1

Inleiding ................................................................................................................................................... 3

2

Jaarrekening in één oogopslag ................................................................................................................. 4

3

Realisatie programma’s ........................................................................................................................... 6

3.1

Programma Toetsing en Vergunningverlening ............................................................................................ 6

3.2

Programma Toezicht en Handhaving ......................................................................................................... 9

4

Paragrafen .............................................................................................................................................. 15

4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................... 15

4.2

Financiering ............................................................................................................................................ 17

4.3

Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 17

4.4

Openbaarheid ......................................................................................................................................... 20

4.5

Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................................. 21

DEEL 2 Jaarrekening .......................................................................................................................................... 22 1.

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling .................................................................................. 22

2.

Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................................. 24

3.

Balans..................................................................................................................................................... 25

3.1.

Toelichting op de balans .......................................................................................................................... 26

4.

Overzicht van lasten en baten .................................................................................................................. 30

4.1

Toelichting overzicht van lasten en baten ................................................................................................. 30

5

Nacalculatie en deelnemersbijdragen ...................................................................................................... 33

6

Overzicht incidentele lasten en baten....................................................................................................... 35

7

Wet normering topinkomens ................................................................................................................... 37

8

Besluit Algemeen Bestuur ........................................................................................................................ 38

DEEL 3 Bijlagen .................................................................................................................................................. 39 Bijlage 1. Baten en lasten per taakveld ............................................................................................................... 39 Bijlage 2. Kerngegevens en bestuursstructuur ..................................................................................................... 40 Bijlage 3. Kwantitatieve verantwoording realisatie programma’s ......................................................................... 41 1 Programma T&V ................................................................................................................................ 41 2 Programma T&H ................................................................................................................................ 48 3 Raming en realisatie werkplan T&V en T&H ......................................................................................... 52 4 SiSa-bijlage ....................................................................................................................................... 54 5

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant .............................................................................. 55

6

Begrippen- en afkortingenlijst .................................................................................................................. 56

Versie 27 maart 2025

2 / 56

DEEL 1 Jaarverslag 1

Inleiding

Het afgelopen jaar was het eerste jaar onder de Omgevingswet en het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Zou het op 2 januari allemaal werken was de prangende vraag in heel vergunningverlenend Nederland? Gelukkig bleek al het uitstel tot een werkbaar DSO geleidt te hebben. Natuurlijk het DSO is niet wat ons en onze inwoners en bedrijven is voorgespiegeld maar het werkt wel. De aanvragen kwamen binnen en de voorspelde rampspoed kwam niet uit. We konden ‘gewoon’ aan de slag. Nu is de Omgevingswet één van de grootste wetgevingsoperaties van ons land en dat blijft niet zonder gevolgen. We moeten wennen en veel is net even anders geregeld om zelfs helemaal veranderd. En dat heeft impact op ons werk. Alles duurt langer of vraagt net iets meer uitzoeken. Ervaren medewerkers die op hun jarenlange ervaring konden vertrouwen moesten weer terug in het wetboek. Welk artikel is het geworden en hoe heeft de wetgever dit bedoeld? Na een jaar kunnen we constateren dat we het onder de knie hebben maar nog niet alles is bekend. Zorgelijk is het gemis van feitcodes door alle veranderingen. We kunnen nu minder boetes opleggen en dat komt de handhaving niet ten goede. Met name bedrijven die vaak overtredingen pleegden pakten we daar adequaat mee aan. Laten we hopen dat het ministerie dit weer oppakt en de wetgeving aanpast zodat feitcodes die verdwenen zijn weer terugkomen.

Een mooie mijlpaal in 2024 is dat de deelnemers gezamenlijk hebben gewerkt aan het Koersplan 2024 - 2028 dat in januari 2025 is vastgesteld door het algemeen bestuur. Het is goed om te zien dat we gezamenlijk zicht hebben op alle ontwikkelingen en dat we ook gezamenlijk bepaald hebben waar het heen moet met ODH. Dat geeft vertrouwen in de toekomst. We hebben intensief met al onze deelnemers aan dit resultaat gewerkt en daarmee de onderlinge verbanden versterkt. Nu nog de financiering regelen voor het gewenste uitvoeringsniveau van het Koersplan. Dat vraagt van onze deelnemers extra middelen en de tijd daarvoor is bepaald niet gunstig. Met elkaar vinden we ook voor dit vraagstuk vast wel weer oplossingen. Het Interbestuurlijk Programma VTH-stelsel (kortweg IBP) waarmee gestreefd wordt naar meer robuuste Omgevingsdiensten is beëindigd met de dag van de leefomgeving. De balans kan voorzichtig opgemaakt worden. Veel is in kaart gebracht maar nog meer moeten nog worden uitgevoerd en ingevoerd. Het is voor het VTHA-stelsel noodzakelijk dat dit ook gebeurd anders blijven er te veel zwakke schakels in ons VTHA stelsel. De jaarrekening 2024 sluit met een batig saldo van € 692.303. Doordat er ook dit jaar weer veel additionele opdrachten zijn gegeven zijn er tot op laatst van het jaar extra middelen binnengekomen.

Middelen die we bij de begroting niet hebben voorzien en dus leidt dat tot een batig saldo. Het is zaak meer en tijdiger deze middelen op te nemen in de begroting zodat we minder incidenteel werk hebben en dat kunnen benutten voor het aannemen van vast personeel. Het is goed om vast te stellen dat we in constructief overleg zijn omdat te verbeteren. Vorig jaar konden we vaststellen dat er meer uren zijn gemaakt dan begroot. En ook dat is dit jaar weer het geval: er zijn maar liefst 12.894 uren meer gemaakt dan begroot. Dat leidt een nacalculatie saldo van € 1.344.127 waarmee de opgelopen ‘urenpot’ behoorlijk hebben teruggebracht. Voor het eerst in het bestaan van ODH hebben we dan 300.000 uren gemaakt voor de uitvoering van onze taken in het VTHA stelsel. Dat getal op zichzelf laat niet de fantastische inzet van al onze medewerkers zien. Met hun kennis en kunde hebben ze zich ingezet voor een schone en veilige leefomgeving. We hebben onze deelnemers terzijde gestaan met adviezen en hebben meegewerkt aan de realisatie van uitdagende projecten. En daarmee is er in Haaglanden gewerkt aan mooie en duurzame toekomst voor alle inwoners en ondernemingen. Het was een mooie erkenning voor onze kennis op het gebied van bodem en energiesystemen in de bodem dat een grote Japanse delegatie bij ons kwam kijken hoe we de vergunningverlening, controle en handhaving hebben georganiseerd.

2024 was een uitdagend jaar waarin we meer gedaan hebben dan ooit in het bestaan van ODH. En ik eindig dan ook met zeer welgemeende dank aan iedereen die daar een bijdrage aan heeft geleverd.

Mr. Christiaan van der Kamp Directeur Omgevingsdienst Haaglanden

Versie 27 maart 2025

3 / 56

2

Jaarrekening in één oogopslag

Resultaat en resultaatbestemming De jaarrekening 2024 sluit met een positief rekeningresultaat van € 692.303. Daarnaast is er het financiële effect van de nacalculatie van € 1.344.127 als gevolg van meer (12.489 uur) geleverde productie dan begroot na wijziging. Het bedrag van de nacalculatie van € 1.344.127 wordt overeenkomstig het besluit van het AB van 26 juni 2019 collectief met de deelnemers afgerekend op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief per deelnemer. Het betreft hier het verschil tussen voor- en nacalculatie op basis van de werkelijk gerealiseerde productie die via de methodiek nacalculatie wordt doorgeschoven naar 2025 dan wel wordt afgerekend. Voor de resultaten per deelnemer wordt verwezen wij naar Hoofdstuk 5 Voorgesteld wordt het rekeningresultaat 2024 van € 692.300 te bestemmen voor: 1. Bijdrage in de taakstelling voor de jaren 2026 en 2027 2. Investeringen in nieuwe huisvesting

€ -

400.000 292.300

Totaal

€

692.300

Begroting na wijziging 2024 12.788 2.247 15.035

Jaarrekening 2024

Afwijking

12.236 1.093 13.329

552 1.154 1.706

Overzicht van baten en lasten Tabel Programmaverantwoording Bedragen *€ 1.000 Omschrijving programma

Jaarrekening 2023

Primitieve begroting 2024

Toetsing en Vergunningverlening Additionele projecten Totaal Toetsing en Vergunningverlening

11.104 11.104

9.151 9.151

Toezicht en Handhaving Additionele projecten Totaal Toezicht en Handhaving

8.272 8.272

7.631 7.631

8.144 1.189 9.333

-

8.144 1.189 9.333

8.672 708 9.380

-528 481 -47

Overhead Additionele projecten Heffing Vpb Onvoorzien Totaal overig

13.208 13.208

11.273 11.273

13.313 50 13.363

128 128

13.441 50 13.491

13.530 193 13.723

-89 -193 50 -232

Totaal lasten programma's

32.584

28.055

36.574

1.285

36.432

Algemene dekkingsmiddelen Overig Additionele projecten Totaal baten

-32.848 -32.848

-28.258 -28.258

-32.350 -3.436 -35.786

-1.285 -1.285

37.859 -33.635 -3.436 -37.071

-34.438 -1.994 -36.432

1.427 803 -1.442 -639

Saldo van baten en lasten

-264

-203

788

-

788

0

788

7. Mutaties reserves

-633

204

-695

-

-695

-692

-3

Gerealiseerd resultaat

-897

1

93

-

93

-692

785

Versie 27 maart 2025

Begroting Administra na -tieve wijziging wijziging NJN 2024 11.631 1.157 2.247 13.878 1.157

4 / 56

Vermogenspositie Tabel Verkorte balans Activa Vaste activa Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Liquid middelen Overlopende Activa

31-12-2024 629 10.351 547 884 12.411

31-12-2023 Passiva 750 Eigen vermogen Voorzieningen 9.829 Netto-vlottende schuld < 1 jaar 522 Overlopende Passiva 1.193 12.294

31-12-2024 2.654 1.618 4.251 3.888

31-12-2023 2.654 1.499 4.288 3.853

12.411

12.294

De post vaste activa geeft de stand van de investeringen in materiële vaste activa na afschrijvingen weer die ten laste zijn gebracht van de door het AB beschikbaar gestelde kredieten voor ICT en voor Huisvesting en inventaris. Van de vanaf 2017 beschikbaar gestelde kredieten voor de vervanging van ICT-investeringen was ultimo 2024 nog een restantkrediet van € 1.482.478 beschikbaar. Ultimo 2024 was voor Huisvesting en inventaris nog een restantkrediet van € 262.031 beschikbaar. Voor een overzicht van de kredieten en de uitgaven in 2024 wordt verwezen naar hoofdstuk 4.5 De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaat met name uit de rekeningcourant Schatkistbankieren. De liquide middelen betreft het saldo dat ultimo van het jaar aan banksaldi beschikbaar was. De in de overlopende activa opgenomen posten hebben betrekking op kosten die in 2024 zijn betaald en betrekking hebben op 2025 alsmede nog te ontvangen bijdragen in de additionele projectkosten. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het rekeningresultaat voor bestemming. De voorzieningen bestaan uit het saldo van de voorziening werkloosheidsuitkeringen. De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaan voornamelijk uit nog af te dragen BTW, loonheffing, sociale premies en pensioenpremies.

De overlopende passiva bestaan uit de gefactureerde dwangsommen, de verrekening met de deelnemers op basis van nacalculatie en uit nog te nog te ontvangen facturen van in 2024 geleverde goederen en diensten.

Versie 27 maart 2025

5 / 56

3 Realisatie programma’s Jaarlijks wordt per deelnemer een werkplan opgesteld als basis voor de uitvoering van vergunningverlening 1, toezicht2 en handhavingstaken (VTH-taken). De taken zijn in 2024 volgens de werkplannen uitgevoerd. Er wordt zaakgericht gewerkt, ondersteund door digitale processen en op basis van de bestuurlijk vastgestelde PDC 3 van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Op de VTH-taken zijn de kwaliteitscriteria van de Wabo van toepassing en de kaders die worden gesteld in de wet VTH. Financiering vindt plaats op basis van output, dat wil zeggen aan de hand van de per opdrachtgever te leveren producten en diensten. De deelnemersbijdrage is op basis van voorcalculatie vastgesteld. Verantwoording over 2024 vindt conform de bestuurlijke afspraak via nacalculatie op basis van het aantal gerealiseerde uren. Het werkaanbod is voor een belangrijk deel vraag gestuurd en daardoor deels afhankelijk van externe ontwikkelingen en factoren. Het gaat dan vooral om vergunningaanvragen, meldingen, klachten en toezichtresultaten die leiden tot verder toezicht en/of handhaving. In de diverse ambtelijke voortgangsrapportages (juni en september) en de jaarrapportage is aan de deelnemers uitgebreid gerapporteerd over de voortgang en de uitgevoerde werkzaamheden per deelnemer.

Indien de daadwerkelijke kentallen (in uren) lopende een uitvoeringsjaar significant afwijken van de kentallen (in uren) van de begroting, is hierover tussentijds per deelnemer (ambtelijk) gerapporteerd. Deze afwijkingen worden in de Voorjaars- of Najaarsnota gerapporteerd indien ook sprake is van een effect op de totale deelnemersbijdrage. De kwantitatieve verantwoording (aantallen) is opgenomen in bijlage 3. en vindt plaats op basis van de registratie van werkzaamheden in het zaaksysteem.

3.1 Programma Toetsing en Vergunningverlening Het programma T&V bestaat uit de volgende clusters (werkvelden): − Milieu-inrichtingen (inclusief asbestsloop) − Bodem & Ondergrond (bodemkwaliteit, grondwater, ontgronding, PMV) − Natuurbescherming − Milieu & RO (lucht, geluid, externe veiligheid, MER) − Overige take In grafiek 1 is een grafische weergave opgenomen van de percentuele verdeling van het aantal zaken en het werkvolume per werkveld. In de grafiek is te zien dat het werkveld Milieu-inrichtingen een groot aantal zaken omvat (51% van het totaal aantal zaken), hoofdzakelijk als gevolg van de (asbest)sloopmeldingen. Omdat deze (asbest)sloopmeldingen een relatief laag werkvolume kennen, ligt het volume-aandeel van Milieu-inrichtingen een stuk minder hoog (20% van het totale volume). Omgekeerd bestaan de “overige taken” vooral uit een werkvolume (uren) zonder dat daaraan aantallen zijn verbonden en is het volume (uren) per zaak voor natuur hoger relatief hoog. Voor natuurbescherming is de gemiddeld inzet per zaak relatief hoog zodat het volume aandeel beduidend groter is dan het aandeel in aantal zaken. De taken zijn op hoofdlijn uitgevoerd conform de werkplannen van de individuele gemeentelijke deelnemers. Voor de provincie is sprake geweest van een sterke intensivering ten opzichte van het werkplan 2024.

Het gaat daarbij om de reguliere wettelijke taakuitvoering (meldingen, toetsingen, vergunningen en beschikkingen) en de opgedragen taken ter ondersteuning van bijvoorbeeld planontwikkeling of MER-procedures. Daarnaast zijn met name op het gebied van bodem, externe veiligheid en geluid op reguliere basis adviestaken verricht voor verschillende opdrachtgevers. Verder zijn veranderingen in regelgeving opgepakt en geïmplementeerd, zoals ontwikkelingen op het vlak van natuurregelgeving en de uitvoering van de Omgevingswet.

1

Onder “vergunningverlening” wordt tevens begrepen de taken op het gebied van toetsing en advisering Onder “toezicht” wordt tevens begrepen het behandelen van overlastmeldingen 3 Producten- en Diensten Catalogus Omgevingsdiensten Zuid-Holland, versie 1.0 d.d. 9 september 2013 2

Versie 27 maart 2025

6 / 56

Grafiek 1 Procentuele verdeling naar cluster op basis van gerealiseerde aantallen en gerealiseerd werkvolume % verdeling aantal zaken naar cluster 2024

% verdeling werkvolume naar cluster 2024

Mi l ieu & RO Overi ge taken 1% 8%

Overi ge taken 13%

Na tuurbescherming 9%

Mi l ieu-inrichtingen 20%

Mi l ieu & RO 11%

Mi l ieu-inrichtingen 51% Bodem & Ondergrond 31%

Bodem & Ondergrond 26%

Na tuurbescherming 30%

Grafiek 2 Werkvolume in aantal gerealiseerde aantal zaken en uren (2016-2022)

12.000

Werkvolume in aantal zaken

160.000

Werkvolume in uren

140.000

10.000

120.000

8.000

100.000

6.000

80.000

4.000

60.000 40.000

2.000

20.000

0

0 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

Het gerealiseerde aantal zaken is vanaf 2021 beduidend hoger dan de daarvoor liggende jaren. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de taakuitbreiding op (asbest)sloopmeldingen en de toegenomen inzet op natuurbescherming. Het laatste aspect (natuurbescherming) zorgt in de jaren na 2021 voor een stijgend werkvolume. Lopende 2024 is de raming naar boven bijgesteld omdat sprake bleek van een noodzakelijke intensivering voor natuurbescherming en de waterwet voor de provincie Zuid-Holland. Het totaal aantal uitgevoerde zaken binnen het programma T&V is wat lager dan de bijgestelde raming voor 2024. Dit zit vooral in een lager aantal toetsingen (milieu en bodem). Fluctuaties in vraag als gevolg van externe factoren doen zich overigens elk jaar voor en zijn van invloed op het werkaanbod. Het gerealiseerde werkvolume (aantal uren) is in 2024 evenals in 2023 hoger geweest dan in voorgaande jaren. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de werkveld milieu-inrichtingen en natuurbescherming. In Bijlage 3 paragraaf 1 is een toelichting per cluster opgenomen. Het totaal aantal gerealiseerde uren binnen het programma T&V ligt rond de (bijgestelde) raming. Voor natuurbescherming is 2024 (evenals de voorgaande drie jaar) een intensief jaar geweest. Dit geldt voor zowel gebiedsbescherming (waaronder stikstof) als voor soortenbescherming.

Voor stikstof is al enkele jaren sprake van diverse complicerende ontwikkelingen zoals het vervallen van de bouwvrijstelling en het via rechtszaken aanscherpen van juridische kaders voor de vergunningverlening, met eind 2024 de RvS uitspraak over intern salderen. Op het vlak van de soortenbescherming wordt de afhandeling van aanvragen al jaren bemoeilijkt door de strikte regelgeving, het detailniveau van de te beoordelen aanvragen en de kwaliteit van de aanvragen, onderliggende ecologische onderzoeken en onderbouwingen. In samenwerking met de provincie worden oplossingen onderzocht om hierin verbetering te brengen. Ook voor de Waterwet was 2024 een intensief jaar. Dit is onder andere het gevolg van het doorvoeren van aardgasloze energievoorzieningen voor woningen, kantoren en bedrijven, alsmede de gewijzigde wetgeving. Daarnaast speelde de grootschalige aanpak van de drinkwatervoorzieningen door Dunea. Versie 27 maart 2025

7 / 56

Voor gemeenten is in 2024 de nodige inzet gepleegd voor het actualiseren van milieuvergunningen. Op het gebied van bodem was bijzondere aandacht voor de bodemtaken in het kader van de Omgevingswet. Ook in 2024 is het bodemplatform Haaglanden gecontinueerd en komen betrokken bodemambtenaren van de Haaglanden gemeenten, de ODH en de provincie drie tot vier keer per jaar samen. Het doel van het bodemplatform is kennisuitwisseling en kennisdelen op bodemgebied in Haaglanden, samen kijken naar uitdagingen en veranderingen in het bodemwerkveld en onderzoeken of gezamenlijk lokaal beleid in Haaglanden mogelijk en wenselijk is. Een meer gedetailleerde verantwoording is opgenomen in bijlage 3 paragraaf 1

Versie 27 maart 2025

8 / 56

3.2 Programma Toezicht en Handhaving Het programma T&H bestaat uit de werkvelden: − Toezicht − Overlast − Duurzaamheid − Handhaving − Overige taken Dit jaar zijn er fysieke- en administratieve controles ingezet om te controleren en te beoordelen of voorgeschreven technische en organisatorische voorzieningen of maatregelen ook daadwerkelijk aanwezig waren en of er is voldaan aan de gestelde norm. Inrichtingen met een hoge milieurelevantie zijn gecontroleerd door toezichthouders van de ODH. De controles bestonden uit periodieke-, administratieve-, hercontroles en incidentele controles naar aanleiding van overlastmeldingen. In 2024 is het aantal uitgevoerde zaken binnen het programma T&H onder de prognose uitgekomen. Er waren 14.013 zaken gepland waarvan er uiteindelijk 12.564 zaken zijn uitgevoerd. Er zijn minder zaken gerealiseerd daarentegen is de gemiddelde duur hoger dan tevoren geraamd. De implementatie van de Omgevingswet heeft aanzienlijk meer tijd gekost dan werd gedacht en geraamd. Het omgaan met nieuwe wetgeving kostte de behandelaar extra tijd tijdens het behandelen van het toezicht. Grafiek 3 Realisatiecijfers toezicht T&H 2019 – 2024

Toezicht & Handhaving realisatie per onderwerp in de jaren 2019 t/m 2024 2.800

2.300

1.800

2019 1.300

2020 2021

800

2022 2023

300

2024

-200

Er is een aantal specifieke en projectmatige werkzaamheden verricht zoals: − Risico Register Gevaarlijke Stoffen (RRGS): controle van de inrichtingen die op de risicokaart staan op naleving van wetgeving en juistheid van gegevens in het RRGS; − Controle natte koeltorens; − Controle op (open en gesloten) bodem-energiesystemen (WKO’s); − Ketentoezicht op afval en asbest; − Controle op de informatie- en energiebesparingsplicht. De inzet op de handhaving is nagenoeg conform inschatting. Er zijn 1.904 overlastmeldingen geweest tegen 2.287 in 2023. Het aantal is lager dan vorig jaar, het aantal meldingen ligt weer op een gemiddeld niveau. Bewoners in de regio hebben met name last van geluidshinder. Een meer gedetailleerde verantwoording is opgenomen in bijlage 0

Versie 27 maart 2025

9 / 56

Uitvoeringsbeleid en kwaliteitscriteria VTH De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast. Deze strategie moet inzicht bieden in de doelen voor de uitvoering en handhaving en in de werkzaamheden die met het oog op die doelen zullen worden verricht. De strategie is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van de wet- en regelgeving en bevat onder meer een prioriteitstelling. Zo kan met beperkte capaciteit voor toezicht en handhaving een zo groot mogelijk effect voor het milieu en de leefomgeving worden bereikt. Omgevingsdienst Haaglanden heeft in 2021 de ‘Probleemanalyse en prioriteiten milieutoezicht, risicomethodiek 2021-2024’ vastgesteld. Deze vormt, samen met de gemeentelijke en provinciale VTH-nota’s, de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (jaarwerkplannen), de uitvoeringsen handhavingsstrategie van ODH. Probleemanalyse en prioriteiten Grafiek 4 Stappen risicomethodiek Wm-toezicht

In 2020 is samen met alle gemeenten een nieuwe probleemanalyse en prioriteitstelling 2020-2024 opgesteld, die als uitgangspunt dient voor het opstellen van de jaarwerkplannen voor wat betreft het uitvoeren van preventief toezicht. Kwaliteitssysteem, protocollen en werkinstructies In het kwaliteitsmanagementsysteem van de ODH zijn naast een algemeen beschrijvend deel ook de procedures, werkinstructies en een risico-inventarisatie per werkproces opgenomen. De procedures en werkinstructies zijn allemaal beschreven. In het kader van het beheer en verbetering zullen er structureel werkzaamheden plaats blijven vinden. Er is veel tijd en energie gestoken in de aanpassingen die nog nodig zijn om het werken onder de Omgevingswet te faciliteren. Kwaliteitscriteria Binnen Haaglanden hebben gemeenten en provincie besloten dat voor alle taken die bij de ODH zijn ondergebracht de landelijk geldende kwaliteitscriteria gelden. De landelijk kwaliteitscriteria hebben betrekking op de zogeheten kritieke massa. Aangegeven wordt welke expertises een omgevingsdienst in huis moet hebben voor de taakuitvoering. Ook is voor elke expertise aangegeven over hoeveel vlieguren een medewerker moet beschikken die de activiteit uitvoert. Versie 27 maart 2025

10 / 56

Grafiek 5 stroomschema kwaliteitscriteria

Hieronder kunt u nagaan in hoeverre de ODH voldoet aan de kwaliteitscriteria. Generieke deskundigheden 1. Casemanagen 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening 3. Vergunningverlening milieu 3.1. VV Procesindustrie 3.2. VV Afval 3.3. VV Agrarisch 4. Toezicht en handhaving bouw/ RO 5. Toezicht en handhaving milieu 5.1. T&H Procesindustrie 5.2. T&H Afval 5.3. T&H Agrarisch 5.4. T&H BRZO 6. Toezicht en handhaving bodem 7. toezicht en handhaving groene wetten Juridische deskundigheden 8. Juridische aspecten vergunningverlening 9. Juridische aspecten handhaving 10. Juridische besluiten afwijkingsbesluiten 11. Ketentoezicht 12. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 13. Bouwfysica 14. Brandveiligheid 15. Constructieve veiligheid 16. Bouwakoestiek 17. Sloop en asbest Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 18. Afvalwater (indirecte lozingen) 19. Bodem, bouwstoffen, water 20. Externe veiligheid 21. Geluid (milieu- en bouw) 22. Groen en ecologie (als onderdeel van de beoordeling van Wabo vergunning- aanvragen) 22A. Groen en ecologie (Vergunningverlening Wet

Versie 27 maart 2025

11 / 56

natuurwetbescherming) 23. Luchtkwaliteit 23.1 uitvoeren onderzoek 23.2. beoordelen en interpreteren van rapportages 23.3. beoordelen geurrapportages Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijkeordening 24. Stedenbouw en inrichting openbare ruimte 25. Exploitatie en planeconomie 26. Cultuurhistorie 27. Energiebesparing en duurzaamheid Er wordt voldaan aan de KC 2.2 Acties gestart om te voldoen Gemotiveerde afwijking Samenwerking /uitbesteed Geen Taak ODH

Gemotiveerde afwijkingen VV Agrarisch (3.3) en T&H Agrarisch (5.3) Klasse III Kennis is aanwezig maar aantal vlieguren van 1/3 fte wordt niet behaald. Er zijn bijna geen grote vergunningplichtige agrarische bedrijven in Haaglanden. Indien nodig wordt een hierin gespecialiseerde OD ingeschakeld. Dat zal dan ook het geval zijn voor toezicht en handhaving van die vergunning. Afvalwater (indirecte lozingen) Afvalwater is als aparte deskundigheid opgenomen terwijl de ODH, gezien het bedrijvenbestand, dit ziet als onderdeel van een integrale controle. Indien daar noodzaak toe is wordt natuurlijk ook apart bemonsterd. Maar er zijn op dit moment geen twee medewerkers die 1/3 FTE aan alleen het vakgebied afvalwater besteden. Ketentoezicht (11) ODH heeft een informatieanalist maar geen informatiemakelaar, op dit gebied wordt samengewerkt met andere OD’s in Zuid-Holland. (AT-pool) Externe Veiligheid De deskundigheid heeft de ODH in huis maar er is per jaar niet genoeg werkaanbod, het lukt niet om jaarlijks 5 QRA’s te beoordelen en 9 risicoberekeningen uit te voeren. Door het beperkte werkaanbod binnen de regio is het onmogelijk om voldoende ‘vlieguren’ te realiseren. Daarom wordt in voorkomende gevallen samengewerkt met andere OD’s binnen Zuid-Holland (onder andere DCMR).

Luchtkwaliteit Voor lucht kiest de ODH vanwege het zeer beperkte volume, het werkaanbod is onvoldoende om zelf mensen aan te trekken, bewust om samen te werken met externe (markt)partijen.

Versie 27 maart 2025

12 / 56

Klanttevredenheidsonderzoek Hoe tevreden zijn onze afnemers over de door ons geleverde producten? Deze vraag staat centraal in het klanttevredenheidsonderzoek (KTO). Onze afnemers ontvangen per e-mail een enquête om deze vraag te beantwoorden. Deze KTO meting heeft betrekking op het VTH-proces.

KTO T&V In het KTO van T&V wordt naast de vraag over hoe tevreden men is over de totale dienstverlening, gevraagd naar de deskundigheid, duidelijkheid, tijdigheid en klachtgerichtheid van de dienstverlening. Hierbij wordt gewerkt met een 5-puntschaal: − Zeer tevreden (=5) − Tevreden (=4) − Neutraal (=3) − Ontevreden (=2) − Zeer ontevreden (=1) In 2024 zijn 2.021 klanttevredenheidsonderzoeken verstuurd, waarop 485 reacties zijn ontvangen (19%). Dit is iets lager dan de gemiddelde response van 2023, die 22% was. Het KTO wordt per kwartaal verstuurd, de response van het eerste kwartaal was met 13% opvallend laag, de overige kwartalen was de response gemiddeld 22%. Verandering van afzenderadres kan hier mede debet aan zijn. We blijven dit monitoren. Grafiek 6 toont de score per onderdeel en toont de vergelijking met vorig jaar. Per onderdeel is de score iets lager dan vorig jaar. Het onderdeel tijdigheid is 0,3 lager dan 2023. Wij verklaren dit uit de toegenomen complexiteit in de processen als gevolg van de implementatie van de omgevingswet. In grafiek 7 is de totaalscore van 2024 uitgesplitst per geleverd product en vergeleken met vorig jaar. De tevredenheid over het besluit is lager dan de andere producten, maar wel licht gestegen t.o.v. vorig jaar.

Zowel het onderdeel tijdigheid als de tevredenheid voor besluiten staat onder druk door de langere (wettelijke) doorlooptijd van besluitprocedures in het algemeen en voor de natuurbeschermingswet in het bijzonder. Om deze knelpunten aan te pakken, wordt een uitgebreide monitoring opgezet om processen te verbeteren en de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen. Op verzoek is ook een rapportage met doorlooptijden opgesteld. Wat de complexiteit van procedures betreft kan de ODH slechts beperkt invloed uitoefenen. Door te communiceren met betrokken partijen over verwachte doorlooptijden en mogelijke vertragingen, wordt het verwachtingsmanagement verbeterd, wat bijdraagt aan een grotere tevredenheid.

Grafiek 6 Score per onderdeel advies 3,75

besluit 3,19

Grafiek 7 Totaalscore uitgesplitst naar product 2024

melding 2023toets Grand Total 2024 4,10

3,51

Klachtgerichtheid

3,27

Besluit

3,19

3,69

3,27

Tijdigheid

2023

3,76

3,95

Melding

4,10

3,59

3,71

Duidelijkheid

3,77

Toets

3,76

3,78

3,96

Deskundigheid

3,66

Advies

3,75

3,98

3,62

Totaal

3,62

Totaal

3,83

3,83 1,00

Versie 27 maart 2025

2,00

3,00

1,00

4,00

13 / 56

2,00

3,00

4,00

KTO T&H Grafiek 8 Resultaten response KTO T&H 2021 t/m 2023

Versie 27 maart 2025

Grafiek 9 Resultaten response KTO T&H door overlastmelders 2021 t/m 2023

14 / 56

Grafiek 10 Resultaten tevredenheid KTO T&H 2021 t/m 2023

4

Paragrafen

In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdiensten. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen.

4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Op 24 november 2021 heeft het Algemeen Bestuur de Integrale Nota Weerstandsvermogen en risicobeheer, reserves en voorzieningen 2021 vastgesteld, waarin de beleidsuitgangspunten voor het identificeren, beheersen en kwantificeren van de risico’s zijn opgenomen. Het is de bedoeling deze uitgangspunten in 2026 te actualiseren en het resultaat ervan ter besluitvorming voor te leggen. In de nota wordt ingegaan op de capaciteit van het weerstandsvermogen, her risicomanagement en de risico-inventarisatie. De risico’s zijn samengevat in de risicoinventarisatie en worden via de risicoklasse financieel gekwantificeerd. Elk jaar worden deze risico’s geactualiseerd. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de structurele weerstandscapaciteit (de post onvoorzien) en de incidentele weerstandscapaciteit (de algemene reserve). Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. Tabel Weerstandscapaciteit Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit Algemene Reserve (stand per 31-12-2024) Onvoorzien 2024 Totaal weerstandscapaciteit

Incidenteel 1.312 1.312

Structureel

Totaal 50 50

1.312 50 1.362

Risicoanalyse Voor het identificeren en beheersen van de risico’s wordt binnen de ODH gebruik gemaakt van de softwaretool NARIS, gebaseerd op het model Integraal risicomanagement van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwantificering vormt de basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. Door NARIS wordt op basis van de geïnventariseerde risico’s een risicosimulatie uitgevoerd. Uitgaande van het door NARIS geadviseerde zekerheidspercentage van 90% (de zekerheid dat we 90% van de berekende scenario’s kunnen opvangen) wordt het gewenste weerstandvermogen op basis van de risicosimulatie bepaald op afgerond € 1.257.000. De weerstandsratio bedraagt derhalve € 1.362.000 / € 1.257.000 = 1,08 en wordt op basis van het door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement gehanteerde risicoprofiel als ‘voldoende’ beoordeeld. Dit is ook het afgesproken niveau dat wij nastreven. Tabel Top 10 Risico’s Nr.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Invloed (%)

Risicogebeurtenis

27,38% opvolgen aanbevelingen IBP: interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (opleidingsbudget/innovatie) 27,31% Het ontstaan van (tijdelijk) niet door te belasten kosten 13,76% Hacking of gijzeling systemen ODH (of direct gerelateerde organisatie) 13,50% ICT informatiehuishouding niet op orde (niet over de juiste data kunnen beschikken in de processen) 5,46% Afbreuk imago ODH na optreden bij calamiteit of bestuurlijk gevoelige zaak 4,57% Incidenten tijdens uitvoering (ongeval, asbest, ...) waarvoor verzekering onvoldoende dekking biedt 4,53% Doorwerking uitvoeringsaspecten omgevingswet 2,72% arbeidsmarktontwikkelingen en het niet kunnen vervullen van vacatures met de juiste kennis en competenties en duurdere inhuur is niet meer rendabel beschikbaar (er moet geld bij). 0,68% Datalek / schending privacywetgeving en opleggen boete 0,09% Aansprakelijkstelling voor de gevolgen van ketenaansprakelijkheid bij inhuur van Zzp’ers (DBA) 100%

Versie 27 maart 2025

15 / 56

Benodigde weerstandscapaciteit (afgerond) € 340.000 € 340.000 € 170.000 € 170.000 70.000 € 57.000 € 56.000 € 34.000 € 10.000 € 10.000 € 1.257.000

Ratio De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (inclusief de post onvoorzien) en de benodigde weerstandscapaciteit wordt weergegeven in een ratio. Deze bedraagt ultimo 2024 op basis van het risicoprofiel € 1.362.000 / € 1.257.000 = 1,08. Ten opzichte van de 2023 betekent dit een daling van 9 procent. Op basis van risicoprofiel kan het weerstandsvermogen na correctie als ‘voldoende’ worden beoordeeld zie onderstaande tabel. Tabel Richtlijnen weerstandscapaciteit Betekenis ratio Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Ratio weerstands-capaciteit x> 2,0 1,4 <=x <= 2,0 1,0 <=x <= 1,4 0,8 <=x <= 1,0 0,6 <=x <= 0,8 x< 0,6

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer In 2015 is het Besluit begroting en verantwoording (BBV) aangepast. De aanpassing houdt in de begroting en het jaarverslag een zestal kengetallen moeten worden opgenomen: een kengetal netto schuldquote, een kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, een kengetal solvabiliteitsratio, een kengetal structurele exploitatieruimte, een kengetal grondexploitatie en een kengetal belastingcapaciteit. Een kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, een kengetal grondexploitatie en een kengetal belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODH. Tabel Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer Kengetalen Netto Schuldquote

Realisatie 2023 10,36%

Solvabiliteitsratio

21,59%

5,20%

8,97% 18,88%

0%

0%

0%

Structurele exploitatieruimte

Begroting 2024

Realisatie 2024 1,79%

De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de vlottende activa minus de vlottende passiva t.o.v. het totaal saldo van baten, exclusief mutaties reserves. De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODH ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen t.o.v. de totale passiva en geeft aan in welke mate de ODH het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de ODH in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen). De structurele exploitatieruimte is een percentage waarmee beoordeeld kan worden welke structurele ruimte de Omgevingsdienst heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Signaleringswaarden kengetallen Signaleringswaarden kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

A. Minst risicovol < 90% > 50% > 0%

B. Neutraal 90% - 130% 20 - 50% 0%

C. Meest risicovol > 130% < 20% < 0%

Uit deze kengetallen blijkt in algemene zin dat in de meeste kengetallen variëren in de categorie “minst risicovol” tot meest risicovol voor de solvabiliteit.

Versie 27 maart 2025

16 / 56

4.2 Financiering Schatkistbankieren Op 15 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen mag een decentrale overheid gemiddeld over het hele kwartaal maximaal een drempelbedrag buiten de schatkist houden. Op basis van de vastgestelde begroting 2024 bedraagt het drempelbedrag maximaal € 1,0 miljoen. Het drempelbedrag is nooit lager dan € 0,25 miljoen. Binnen de ODH bestaat de afspraak dat de betaalrekening geen langdurig saldo groter dan € 250.000 mag hebben. Boven deze limiet moet het bedrag afgeroomd worden naar de tussenrekening bij de BNG. Deze tussenrekening wordt dagelijks op € 0 afgeroomd ten laste of gunste van de ‘schatkist’. Kasgeldlimiet en de renterisiconorm Gedurende het hele jaar is er sprake van een positief liquiditeitssaldo geweest. De kastgeldlimiet en renterisico-norm zijn nimmer overschreden.

Kredieten Van de vanaf 2017 beschikbaar gestelde kredieten voor de vervanging van ICT-investeringen was ultimo 2024 is er na realisatie van € 33.827 en verlaging van de raming in 2024 van € 915.000 voor de dekking van de lease laptops nog een restantkrediet van € 1.482.478 beschikbaar. In plaats van de kapitaallasten voor de laptops zijn er nu leasekosten begroot. Ultimo 2024 was voor Huisvesting en inventaris nog een restantkrediet van € 262.031 beschikbaar. Voor een overzicht van de kredieten en de uitgaven in 2024 wordt verwezen naar de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen hoofdstuk 4.5.

4.3 Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering heeft adviserende, controlerende en faciliterende rol en schept de randvoorwaarden voor een goed functionerende organisatie. De afdeling bestaat uit drie teams (Organisatie, Informatievoorziening en Financiën) die zich ervoor inspannen integraal te adviseren en doelmatige managementinstrumenten te ontwikkelen in goed overleg met de gebruikers. Personeel en organisatie In 2024 heeft de structurele groei van de organisatie zich doorgezet. Een deel van de medewerkers werkt structureel een deel van de week thuis. Met hen zijn afspraken gemaakt op welke dagen men thuis of op kantoor werkt zodat kennisdeling en interdisciplinair werken wordt bevorderd. ODH huurt ruimte in gebouw D van de provincie Zuid-Holland. Er is overeenstemming over de uitbreiding van het aantal vierkante meters kantoorruimte tot drie aansluitende verdiepingen. Voordat begonnen kan worden aan de verbouwing/ inrichting van deze verdiepingen zal de provincie nog bepalen op welke wijze het gebouw, waarin ODH is gehuisvest, wordt verduurzaamd. Daarna kunnen de inrichtingsplannen definitief hun beslag krijgen. Ook in 2024 stond de landelijke arbeidsmarkt onder hoge druk. Er wordt steeds meer ingezet op het aannemen van jongeren die intern worden opgeleid. De werving- en selectiemethoden zijn blijvend geïntensiveerd en uitgebreid.

De samenwerking met de andere omgevingsdiensten van Zuid-Holland in het kader van “De Betere Wereldbaan” is verder versterkt. In 2024 zijn we zijn erin geslaagd om 38 vacatures te vervullen Inclusie De arbeidsmarktbenadering van ODH biedt ruimte voor mensen van alle leeftijden, sekse en etnische of religieuze achtergrond. ODH heeft in 2023 een contract gesloten met Emma@work voor de benadering van jongeren met een handicap. Regelmatig worden er mensen aangenomen uit de leeftijdscategorie 55-65. 1) Het personeelsbestand van ODH weerspiegelt de diversiteit van de samenleving maar omdat registratie van etnische achtergrond niet is toegestaan kunnen daarvoor geen cijfers worden aangeleverd. Versie 27 maart 2025

17 / 56

2) 3)

De gemiddelde leeftijd van de medewerkers is 45,4 jaar op 31-12-2024. Het huidige personeelsbestand bestaat uit 52 % mannen en 48% vrouwen. De leeftijdsopbouw is als volgt:

Leeftijd <25 25-34 35-44 45-54 55-65 >65

Percentage 3% 21% 23% 24% 26% 2%

Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage is over 2024 is uitgekomen op 7,61% (6,6% in 2023). Een stijging met name veroorzaakt door de toename van de verzuimduur. Het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage in de gemeentelijke sector was in 2023 volgens de Personeelsmonitor Gemeenten 2023 A&O fonds 6,5%. In 2024 hebben wij de inzet van de verzuimbegeleiding door de bedrijfsarts verdubbeld. Duurzaamheid Als Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) hebben wij tot taak: het bewaken en beschermen van het milieu voor huidige en toekomstige generaties. Als hoeders van de leefomgeving werken we dagelijks aan het verbeteren van de kwaliteit van lucht, water en bodem. Om een gezonde, duurzame leefomgeving te bevorderen heeft ODH een duurzaamheidsprogramma, adviseren wij over duurzaamheid en werken we samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. ODH past binnen de eigen organisatie dezelfde principes toe die we naar buiten uitdragen. We hebben in 2024 een visie op interne duurzaamheid geformuleerd. Onder interne duurzaamheid verstaan we een bedrijfsvoering met een minimale ecologische voetafdruk die onze maatschappelijke verantwoordelijkheid representeert. Wij integreren duurzaamheid in onze processen en bedrijfsmiddelen en verbeteren die continu met focus op lange termijn impact en het maximaal terugbrengen van onze CO2 uitstoot.

ODH heeft geen eigen pand of bedrijfsterrein en is voor alle bedrijfsmiddelen afhankelijk van externe leveranciers. Onze verhuurder, leveranciers en medewerkers zijn de belangrijkste, beïnvloedbare, middelen om onze doelen te bereiken. We kiezen er daarom voor om in te zetten op: • Duurzame huisvesting • Het voeren van een duurzaam inkoopbeleid • Het bevorderen van een duurzaamheidscultuur bij onze medewerkers • Het minimaliseren van de CO2 uitstoot van ons woon-werkverkeer en dienstreizen Om deze doelen te bereiken hebben we een plan van aanpak gemaakt dat zich over meerdere jaren uitstrekt. Een bijbehorend communicatieplan is eind 2024 gereed gekomen. Inkoop en aanbesteding In 2024 is het contractmanagement geprofessionaliseerd. Alle contracten zijn ingevoerd in een systeem, zodat dit voor alle betrokkenen inzichtelijk is en gemonitord wordt op einddatum. Er zijn 2 contractmanagers die de contracteigenaren en operationeel inkopers ondersteunen met de contractvorming en het opstellen van Service Level Agreements en Dossierafspraken en procedures. De aanbestedingskalender 2024 t/m 2026 wordt aangevuld met de bevindingen vanuit de spendanalyse over de afgelopen 4 jaar.

Informatisering en automatisering In 2023 is een groot deel van de capaciteit van team Informatievoorziening ingezet op het inrichten van de systemen ter voorbereiding op de invoering van de voorbereiding van de Omgevingswet. We hebben gezien dat de voorbereidingen hun vruchten hebben afgeworpen na de livegang van de Omgevingswet in 2024. Ook heeft er een traject gelopen om het informatiebeleidsplan (IV visie, IV strategie en beleidsuitgangspunten) te actualiseren en aan te sluiten op het Koersplan 2024-2028. De ODH gaat zich zoveel als mogelijk aansluiten op landelijke standaarden en uitgangspunten als dat nog niet is gebeurd. Ook zullen de mogelijkheden voor de inzet van Artificial Intelligence (AI) en andere moderne toepassingen verder worden verkend en daar waar het relevant is de samenwerking zoeken met de andere OD-en. In 2024 heeft de ODH de transitie naar een nieuwe technisch beheerder en een aanbesteding naar een VTH zaaksysteem afgerond Versie 27 maart 2025

18 / 56

Het ICT beheer is op orde en de ambities op het gebied van informatiemanagement zijn geformuleerd. Per september 2024 heeft er een splitsing plaatsgevonden in IV beheer en IV ontwikkeling. Voor de IV ontwikkeling is een kwartiermaker aangesteld. Voor het team IV beheer is een nieuwe teamleider aangetrokken. De personele bezetting in team beheer was niet robuust genoeg door het hoge percentage inhuur. Er heeft in 2024 een omslag plaatsgevonden waarin het hoge percentage inhuur is afgebouwd en is omgezet naar vaste medewerkers. De kennis en expertise is nu beter geborgd om de ambities uit het koersplan uit te voeren. Het cluster Documentaire Informatie Voorziening (DIV) is verantwoordelijk voor tijdige postverwerking en archivering. De ODH werkt onder goedkeuring van de Archiefinspectie in een volledig digitale werkomgeving met substitutieverklaring. Informatiebeveiliging en AVG Om beter in controle te zijn en aan te tonen dat wordt voldaan aan wet- en regelgeving, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid, de Wet politiegegevens en de AVG, wordt het managementsysteem voor informatiebeveiliging (ISMS) steeds verder ingevuld door de CISO. In het ISMS zijn en worden de eisen vastgelegd, evenals de controles waarmee wordt getoetst of hieraan wordt voldaan. Daarnaast worden risico's benoemd en uitzonderingen gedocumenteerd.

Het doel is om aantoonbaar 'in control' te zijn en dit te blijven door middel van een continue verbetercyclus (PDCA). In 2024 zijn de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland gestart met een samenwerking op het gebied van Informatiebeveiliging en Privacy. In 2025 zullen zij een gezamenlijk IB&P-team oprichten dat centraal wordt aangestuurd. Dit team zorgt ervoor dat Privacy de aandacht krijgt die het verdient, en toont aan dat de omgevingsdiensten Privacy serieus nemen en goed borgen binnen hun organisaties. Vooruitlopend op deze samenwerking heeft de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) in 2024 al een Functionaris Gegevensbescherming (FG), een Chief Information Security Officer (CISO) en een Privacy Officer aangesteld. Nadere gegevens Deze hebben betrekking op de gegevens voortvloeiend uit de taken die de omgevingsdiensten in opdracht van de provincie en de gemeenten uitvoeren. 1. Verzoeken van betrokkenen Soort en aantal: er zijn geen verzoeken ontvangen. Evt. toelichting: n.v.t. 2. DPIA’s Aantal en welke: Geen, er zijn in 2024 geen DPIA’s uitgevoerd. Evt. toelichting: n.v.t. 3. Delen gegevens derden Aantal keer voorgekomen en soort gevraagde gegevens: dit is in 2024 niet voorgekomen. Evt. toelichting: n.v.t. 4. Datalekken In totaal zijn in 2024 vier datalekken bij de CISO gemeld.

Deze datalekken zijn niet gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens en de betrokkenen zijn niet geïnformeerd, omdat de lekken geen risico’s voor de betrokkenen met zich meebrachten. In twee gevallen ging het om een verkeerd geadresseerde brief met daarin een naam, waarbij de ontvanger direct is gewaarschuwd en is verzocht de brief te vernietigen. In het derde geval ging het om een persoon die ten onrechte was toegevoegd aan een Teams-groep. Daarin stond nog geen informatie en de betrokkene is direct weer uit de groep verwijderd. In het vierde geval ging het om een bedrijfstelefoon die is verloren en na melding daarvan op afstand is gewist. 5. Register van verwerkingsactiviteiten Wordt het verwerkingsregister bijgehouden? Versie 27 maart 2025

19 / 56

Ja, de ODH beschikt over een verwerkingsregister, applicatieregisters geregistreerd in de tool TopDesk. Via deze tool vind de verwerking van persoonsgegevens plaats. Heeft de FG van de provincie of de gemeenten toegang tot dit verwerkingsregister? Nee, het verwerkingsregister is enkel voor en door ODH geautoriseerde medewerkers toegankelijk en is conform de verleende mandaten van gemeenten en provincie. 6. Bewustwording Beschrijf kort welke maatregelen/acties zijn ondernomen om het bewustzijn bij de medewerkers te verhogen. Iedereen die geautoriseerd is en die toegang nodig heeft tot systemen van de ODH, is verplicht om deel te nemen aan de doorlopende bewustwordingscampagne Informatiebeveiliging en Privacy. Dit programma omvat o.a.: - Introductie IB&P door CISO tijdens de ambtseed sessie. - Standaard online training over AVG - Periodiek verplicht te volgen e-learnings - Berichtgeving op intranet en posters - Sprekers - Periodiek uitvoeren van phishing campagnes. Aanvullend word bij de introductie nieuwe medewerkers aandacht besteed aan het zorgvuldig omgaan met data en informatie. Afwijkingen rechtmatigheidsverantwoording In het kader van de toetsing rechtmatigheid is een afwijking van het voorwaardencriterium geconstateerd op inkoop.

Op basis van de spendanalyse over de periode 2021-2024, is voor een aantal inkopen onrechtmatige inkoop geconstateerd; er heeft geen Europese aanbesteding plaatsgevonden waar dat wel had gemoeten. Het betreft inkopen bij de volgende leveranciers Crediteurnaam Globescope B.V. Visma Roxit B.V. (voorheen Roxit B.V.) Haute Equipe Flex in Public B.V. Publiek Netwerk B.V. Rem Automatisering B.V. Wortell System Integrations & Services B.V. Voxtur B.V.

Toelichting Contract is beëindigd Contract is beëindigd Contract is beëindigd Contract loopt nog door Contract is beëindigd Contract is beëindigd Contract is beëindigd

Om onrechtmatige inkoop in de toekomst te voorkomen nemen we de volgende maatregelen: • afgesproken wordt dat inkopen > € 25.000 van een inkoopadvies voorzien moet worden; • periodiek wordt een spendanalyse uitgevoerd op basis waarvan door het MT een ODH-inkoopstrategie wordt vastgesteld per crediteur; • periodiek wordt een ODH inkoopkalender door het MT vastgesteld.

4.4 Openbaarheid Op 1 mei 2022 is het grootste deel van de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo is een initiatiefwet uit 2012 en heeft tot doel om de transparantie van overheden en semioverheden te verbeteren. Met de inwerkingtreding van de Woo is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingetrokken. In de Woo is een verplichting opgenomen voor de dienst om verslag te doen van de invoering van de Woo. Per 1 november 2024 is opnieuw een deel van de Woo in werking getreden. Het actief openbaar maken van informatie die valt onder de informatiecategorieën Organisatie en werkwijze en Bereikbaarheidsgegevens is verplicht geworden. ODH heeft hiertoe het Register van overheidsgegevens en Woo-index bijgewerkt en voldoet daarmee aan deze verplichting. Actieve openbaarmaking Versie 27 maart 2025

20 / 56

Onze processen en systemen worden doorlopend aangepast en geoptimaliseerd om te voldoen aan de eisen voor actieve openbaarmaking. Hierbij is het doel om transparantie verder te vergroten en het documentbeheer volledig te integreren in onze dagelijkse werkprocessen. De informatie-uitwisseling tussen systemen is afgelopen jaar geoptimaliseerd. De gegevensoverdracht tussen het zaaksysteem OpenWave en het archiefsysteem Alfresco is vrijwel volledig op elkaar afgestemd. Dit zorgt voor een naadloze integratie en efficiëntere archivering en terugvindbaarheid van documenten. ODH werkt gestaag aan een transparanter documentbeheer en een betere naleving van de Woo. Onze focus ligt op verdere automatisering, efficiëntieverbetering en het minimaliseren van handmatige handelingen, zodat actieve openbaarmaking structureel onderdeel wordt van onze werkwijze. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) Door de vakjuristen zijn afgelopen jaar de verzoeken tot openbaarmaking zonder bijzonderheden uitgevoerd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het aantal verzoeken toegenomen.

4.5 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf heeft tot doel te laten zien hoe de ODH de instandhouding waarborgt van de kapitaalgoederenvoorraad. De kapitaalgoederen van de ODH bestaan uit twee onderdelen: investeringen in ICT en investeringen in huisvesting/inventaris en thuiswerkplek. De kapitaallasten en onderhoudskosten van deze investeringen zijn opgenomen in de exploitatie. Tabel Kredietoverzicht Materiële vaste activa

Krediet

Vervangingskrediet ICT oud Vervangingskrediet ICT nieuw Totaal ICT krediet

473.000 2.000.000 2.473.000

41.695 41.695

33.827 33.827

915.000 915.000

75.522 915.000 990.522

397.478 1.085.000 1.482.478

407.900 92.100 500.000

46.219 92.095 138.314

76.360 23.295 99.655

-

122.579 115.390 237.969

285.321 -23.290 262.031

2.973.000

180.009

133.482

915.000

1.228.491

1.744.509

Huisvesting en inventaris nieuw Inrichting thuiswerkplek Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris Totaal

Uitgaven 2024

Realisatie 2024

Vermindering 2024

Totaal 2024

Restantkrediet

ICT Krediet Van de vanaf 2017 beschikbaar gestelde kredieten voor de vervanging van ICT-investeringen was ultimo 2023 nog een restantkrediet van € 2,4 mln. beschikbaar. In 2017 was de verwachting dat de laptops zouden worden aangekocht en in de loop van 2023 is besloten de laptops te leasen wat in 2024 is gerealiseerd. De structurele last is € 183.000 per jaar en vertaald naar de 5 jaar looptijd is dit te vertalen als een investering van € 915.000. Dit betekent dat het op 1 januari beschikbare krediet voor ICT met dit bedrag bij de voorjaarsnota 2024 is bijgesteld naar € 1,516 mln. In 2024 is € 33.827 geïnvesteerd in mobiele voorziening en resteert voor 2025 en verdere jaren nog € 1,482 mln.

Krediet Huisvesting en Inventaris Bij Voorjaarsnota 2022 is besloten voor huisvesting en inventaris en thuiswerkplek een krediet van € 500.000 beschikbaar te stellen. Van dit bedrag was ultimo 2024 nog een bedrag beschikbaar van € 262.031.

Versie 27 maart 2025

21 / 56

DEEL 2 Jaarrekening 1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Wet- en regelgeving De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene waarderingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor zover relevant wordt met oninbaarheid rekening gehouden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben (met uitzondering van de opgebouwde vakantiegelden). Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De gehanteerde valuta is de Euro. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het wettelijke verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals vakantiegelden en vakantiedagen.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie BBV geldt hetzelfde voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een jaarlijks constante ontwikkeling. Activa Materiële vaste activa Materiele vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt op lineaire wijze plaats met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de investering is gedaan op basis van de verwachte gebruiksduur. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven. De ODH kent geen vaste activa met maatschappelijk nut. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: a. Kosten onderzoek en ontwikkeling 4 jaar b. Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur 5 jaar c. Hardware en software automatisering met uitzondering van mobiele telefoons en tablets 5 jaar d.

Huisvesting en Kantoorinventaris 10 jaar e. Mobiele telefoons en tablets 3 jaar Specifieke investeringsbijdragen van derden, evenals aangewezen reserves worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven, conform de door het algemeen bestuur besloten wijze en termijnen. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.

Versie 27 maart 2025

22 / 56

Vlottende activa Vorderingen worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling (statische methode) van de inbaarheid van de vorderingen. Op basis hiervan zijn vorderingen uit hoofde van sociale voorzieningen geheel voorzien. De overlopende activa en liquide middelen zijn eveneens op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende activa worden opgenomen: a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Passiva Eigen vermogen Het totale eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorgaand jaar vermeerderd of verminderd met het resultaat voor bestemming. Voor zover het bestuur gedurende het jaar al besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van die reserves per jaareinde verwerkt. Uit het resultaat voor reservemutaties en de effecten van genoemde bestuursbesluiten betreffende goedgekeurde reservemutaties volgt een resultaat voor bestemming, dat als een gescheiden post van het eigen vermogen is gepresenteerd.

De reserves van het eigen vermogen worden onderscheiden in een algemene reserve en bestemmingsreserves. De overige bestemmingsreserves zijn door het bestuur ingesteld voor specifieke doeleinden, zoals de financiering van activa, verwachte bijdrage in projecten of relevante risico’s. Voor alle bestemmingsreserves geldt dat het bestuur over de aard en omvang kan beslissen. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd o.a. voor: a) verplichtingen voor op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; b) voor kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn op basis van de nominale waarden gewaardeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15610346/2