CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Nota van beantwoording zienswijzen Energietransitieplan 2021 geanonimiseerd

Raad Besluitvorming 25 november 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Energietransitieplan 202116.894 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

e.

Dit is een specifieke vraag over IT-infrastructuur. Dit gaat de reikwijdte van het Energietransitieplan te buiten. Uiteraard zal bij verdere uitwerking hier aandacht voor zijn.

f.

Ook hiervoor geldt dat dit de reikwijdte van het Energietransitieplan te buiten gaat. Bij de verdere uitwerking hebben we hier uiteraard aandacht voor.

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om op tekstuele details het Energietransitieplan aan te passen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

43

21 Ontvangen op:

28-08-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Deels

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Voor indiener voelt de ambitie van de gemeente Pijnacker–Nootdorp als een beetje ‘op de muziek vooruitlopen’. Indiener stelt dat we nog 28 jaar te gaan hebben hoewel hij zich ook realiseert dat niet alles op de laatste dag gerealiseerd kan worden. De thans gebruikte middelen voor de energietransitie staan nog in de kinderschoenen. De diverse producten zijn nog niet uitontwikkeld. Er zitten nog veel kinderziektes in en ze zijn in verhouding erg prijzig.

b.

Indiener geeft aan dat realisatie van warmtenetten niet kan leiden tot verplichte winkelnering.

c.

Indiener merkt op dat bij het bijwonen van sessies omtrent de onderwerpen ‘energieneutraal’ en ‘gasloos’ deze termen stelselmatig door elkaar werden gehaald. Gasloos is wezenlijk anders dan ‘energieneutraal’.

Reactie Gemeente: a.

De gemeente heeft als uitgangpunt een haalbaar en betaalbaar nieuw warmtesysteem. Met deze uitgangspunten werken we aan een aardgasloos Pijnacker -Nootdorp. 28 jaar lijkt ver weg, maar dat is het niet. We zullen nu moeten beginnen om in 2050 ons doel te bereiken.

b.

Niemand is verplicht om aan te sluiten op een warmtenetwerk. Er is nu geen aansluitplicht. Dit betekent ook dat voorgestelde warmtesystemen draagv lak moeten hebben, voor zowel het systeem alsook de kosten.

c.

Aardgasloos is inderdaad iets anders als energieneutraal. Wij hebben het doel om CO2neutraal te worden. Aardgasloos is hierin een onderdeel.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

44

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

45

22 Ontvangen op:

30-08-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Deels

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Graag ziet indiener de onderbouwende studies en modelberekeningen die onder het Energietransitieplan liggen in de openbaarheid verschijnen, zodat nagegaan kan worden of ook werkelijk de juiste conclusies zijn getrokken.

b.

In de visie wordt uitgegaan van een 70 graden net (bv voor Pijnacker centrum). In 3.4.1. wordt hiervoor een aantal voor- en nadelen genoemd. De indiener vraagt zicht af of een bron-net ook wordt onderzocht? Hiermee bedoelt de indiener een warmtenet op 30-40 graden, waarbij per afnemer een warmtepomp wordt ingezet om de gewenste temperatuur te bereiken. Zo niet, kan dit alsnog worden toegevoegd?

c.

Indiener stelt ook de vraag of de gemeente open staat voor het invoeden van derde bronnen? Indiener ziet graag een toevoeging dat het streven van de gemeente is dat er een open warmtenet gerealiseerd zal worden waarbij, onder de juiste voorwaarden, kan worden ingevoed.

Reactie Gemeente: a.

Het Energietransitieplan is de eerste richting voor de wijze waarop de gemeente CO2neutraal kan worden. Op basis van maatschappelijke kosten is een voorkeur bepaald. Het is de basis voor de wijkuitvoeringsplannen die we per buurt gaan opstellen. Met de samenleving komen we dan tot een onderbouwd plan, waarin ook verdiepingsslag komt op de kosten. Wij zullen in het rapport verwijzen naar analyses die wij hebben uitgevoerd en de analyse op de website plaatsen.

b.

Een bronnet is onderzocht. Voor een aantal wijken, zoals o.a. Pijnacker -Zuid, is dit ook aangegeven. In het algemeen is het zo dat nieuwe wijken geschikter zijn voor een laagtemperatuur netwerk.

c.

Een open warmtenet, oftewel keuzevrijheid is één van de publieke waarden die we als gemeente stellen. In aanvang een open netwerk realiseren is een opgave die moeilijk is te realiseren, maar we kunnen wel voorwaarden scheppen waardoor het op middellange termijn mogelijk is. Wij doen nog onderzoek naar de governance van nieuw te ontwikkelen warmtenetten. Open

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

46

netwerken behoren zeer zeker tot de mogelijkheden om in de toekomst meerdere leveranciers toe te kunnen laten op een mogelijk publiek warmtenet. Daarmee ontstaat wellicht ook de situatie dat er meer keuze is of meer marktwerking. Wij maken daarover in het Energietransitieplan nog geen keuze, maar komen daar in een later stadium in een afzonderlijk raadvoorstel op terug.

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

47

23 Ontvangen op:

30-08-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Deels

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

De bewonersvereniging Bos van ’s-Gravenhout onderschrijft de algemeen geformuleerde doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn, maar de vereniging constateert dat het plan wel vaag blijft in de concrete aanpak van de beoogde energietransitie. De rol van de gemeente blijft wat afstandelijk en ook de wijze van communicatie met bewoners krijgt nog weinig inhoud.

b.

De bewonersvereniging stelt vast dat er geen informatie wordt gegeven over de juridische status van het Klimaatakkoord. Hoe hard zijn de doelstellingen en hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld? Wat zijn de juridische kaders en wat zijn de juridische gevolgen als het niet tijdig of niet volledig lukt? Hoe bepaal je dat het proces achterblijft bij de doelstelling? De term ‘deelname aan het Klimaatakkoord’ suggereert een zekere vrijblijvendheid. Is dat de bedoeling? Het verschil tussen de doelstellingen gekoppeld aan de tijdstermijn van 2030 en die gekoppeld aan 2050 is onduidelijk.

c.

De bewonersvereniging is van mening dat de daadwerkelijke taakopvatting van de gemeente in dit Energietransitieplan niet wordt duidelijk gemaakt. Wat kunnen bewoners van de gemeente verwachten, welke activiteiten worden er ontplooid en welke criteria gaan er in onze gemeente daadwerkelijk gelden? Waarom is de thans beschikbare capaciteit van de gemeente het uitgangspunt en waarom wordt er geen optie beschreven om die capaciteit aanzienlijk uit te breiden. De vereniging geeft dan ook aan dat het niet duidelijk is wat een raadsbesluit over dit Energietransitieplan in feite betekent voor individuele inwoners. Wat is er nog te kiezen of is het een kwestie van slikken of stikken?

d.

De bewonersvereniging merkt op dat voor het bereiken van de met energietransitie beoogde doelstellingen draagvlak onder bewoners een essentiële voorwaarde is. Om dat draagvlak te bevorderen zijn informatie en communicatie de belangrijkste middelen. De invulling daarvan door de gemeente blijft tot nu toe nogal vaag en wordt niet concreet gemaakt. Op de suggestie in het Energietransitieplan dat er veel overleg is geweest met inwoners is wel wat af te dingen. Er zijn inderdaad twee onlinebijeenkomsten geweest,

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

48

maar de vereniging heeft niet het gevoel dat haar inbreng daarbij gehoord is. Bovendien is het (mail)gesprek met de gemeente doodgebloed doordat er geen verdere reactie van de zijde van de gemeente is gekomen en aan toegezegde vervolgacties geen inhoud is gegeven. Ook in kwantitatief opzicht kan de participatie tot nu toe toch niet echt als succesvol worden gekwalificeerd. Hoe gaat de communicatie over het uitvoeringsprogramma met bewoners van alle wijken in de komende periode gevoerd worden? e.

De bewonersvereniging vraagt zich af wat de gemeente gaat doen om daadwerkelijk invulling te geven aan de behoefte aan informatie aan de inwoners? Iedere huiseigenaar komt in de komende jaren voor de vraag te staan welke investering op het gebied van verwarming (als grote energieverbruiker) van de woning nodig/gewenst is. Waar kunnen bewoners objectief antwoord krijgen op concrete vragen. Deze antwoorden moeten dan uiteraard zijn toegesneden op de individuele situatie van de woning en passen in het concrete beleid van de gemeente in de wijk waar de woning staat.

f.

De begrippen ‘eerlijk, haalbaar en betaalbaar’ worden als uitgangspunt benoemd maar krijgen verder nergens een concrete invulling. De bewonersvereniging ziet deze begrippen graag nader gedefinieerd.

g.

In de startstrategie in ‘koers warmte’ wordt een kaartje gepresenteerd met een kleurcode voor de diverse wijken. (Praktisch bezwaar is dat het verschil in kleuren niet goed is te zien in de digitale weergave van het rapport.) Er worden enkele wijken genoemd waar een collectief warmtenet wordt voorzien, maar de inhoudelijke onderbouwing van die keuze ontbreekt volledig. De bewonersvereniging pleit om meer inzicht te bieden in de argumentatie per wijk waarom die keuze is gemaakt. En tegelijkertijd meer inzicht te biedt wat dit betekent voor de individuele burgers/bewoners van die wijk? Ook vraagt de vereniging om een verdere uitgewerkte tijdsprognose toe te voegen.

h.

De bewonersvereniging merkt op dat voor de overige wijken, en dus ook voor ’s Gravenhout niet duidelijk is gemaakt wat bedoeld wordt met ‘handelingsperspectief’. Welke afwegingskaders staan individuele bewoners ter beschikking om keuzes voor verantwoorde investeringen te maken? De onduidelijkheid wordt nog versterkt door de informatie van het kaartje op blz. 35. Daar is de aanduiding voor ’s-Gravenhout ‘WKO’, maar is er ook een uitbreiding van het warmtenet door Eneco vlak langs de grenzen van de wijk getekend. Waarom is het warmtenet dan geen optie voor onze wijk?

i.

De energievraag van de gemeente wordt als geheel benoemd, terwijl veruit het grootste deel, ruim 75%, van die vraag van de glastuinbouw komt. De uitsplitsing naar doelgroepen gebouwde omgeving/glastuinbouw zou het mogelijk maken om specifieke maatregelen per doelgroep te bezien/ontwikkelen. De bewonersvereniging is van mening dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt hoe en wanneer er concrete ontwikkelingen worden voorzien. Differentiatie wordt nu vermeden.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

49

j.

De bewonersvereniging vraagt hoe de ambitie voor 50ha zonnepanelenvelden zich verhoudt tot de doelstellingen die in de andere visies zijn vastgelegd, onder andere de groenblauwe dooradering.

k.

Tot slot plaatst de bewonersvereniging nog een lokale hartenkreet. Het oprichten van een geothermiebron in en op de rand van het duurzame GTB-gebied Noukoop op een locatie waarbij de ecologische verbinding tussen de gebieden Buytenhout Oost en West al sterk vernauwd is, doet afbreuk aan de beoogde kernwaarde van onze gemeente en aan de noodzakelijke impuls ter verbetering in kwaliteit en kwantiteit van de ecologische structuur. De integrale afweging om te kiezen voor deze locatie ontbreekt in zowel het Energietransitieplan als in de Omgevingsvisie. Ook wordt niet duidelijk of er alternatieve locaties aan de orde zijn gekomen. Het is evenmin duidelijk welke bindende consequenties dit Energietransitieplan heeft voor de toekomstige ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening (bijv. beloop leidingtracé ’s, zonnepanelenvelden, geothermie vanuit risico -afwegingen etc.).

Reactie Gemeente: a.

Het Energietransitieplan is een eerste beeld van de wijze waarop we energie-neutraal willen worden. Veel moet nog uitgewerkt en concreet gemaakt worden, dat klopt. Dit doen we in de wijkuitvoeringsplannen, maar ook in de 5-jarige actualisatie van het Energietransitieplan. Zie ook thematische beantwoording.

b.

De gemeente staat achter de doelstellingen van het Klimaatakkoord, CO2-neutraal in 2050. De aanpak van het terugdringen van de CO2 is niet vrijblijvend en is ook vastgelegd in een wet: Klimaatwet. De Klimaatwet (juli 2019) bevat een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken. Het Rijk is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en het behalen van de doelstellingen. Dat is ook met de U rgenda-uitspraak nog een keer onderstreept. Gemeenten hebben geen wettelijke verantwoordelijkheden, maar met het onderschrijven van het Klimaatakkoord is er zeer zeker een verantwoordelijkheid. In het Klimaatakkoord zijn de afspraken gemaakt over de taken van gemeenten, verantwoordelijkheden, doelstellingen en onder welke voorwaarden gemeenten deze taken kunnen uitvoeren. De totstandkoming van de energietransitie is een landelijk, regionaal en lokaal proces. Wet- en regelgeving ontwikkelen zich nog en vraagstukken moeten zich in dit proces oplossen. Het is niet voor niets een transitie. Niet alles is dus van tevoren te bepalen, maar moet ook gaandeweg worden ontwikkeld. In de thematische beantwoording zijn publieke belangen genoemd waaraan we den energietransitie toetsen. De energietransitie vraagt regie.

Deze rol ligt bij de gemeente, om dit in te vullen is onder andere capaciteit benodigd.

c.

Wij zijn het niet met de bewonersvereniging eens dat de taakopvatting van de gemeente niet is opgenomen in het Energietransitieplan. In diverse hoofdstukken is daa r iets over opgenomen. Daarnaast is ook gesteld dat wij nog met een uitvoeringsplan komen waarin we aangeven wat we de komende jaren concreet gaan doen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

50

d.

Met de campagne “Met Energie Aan de Slag” geven we informatie en werken we aan draagvlak. Dit gaat niet van de een op andere dag. We werken van grof naar fijn, veel vragen die worden gesteld kunnen pas later in het proces worden beantwoord. In de wijkuitvoeringsplannen gaan we concreet worden.

e.

Het Energietransitieplan heeft niet het doel om alle antwoorden te geven op de vragen die er leven in de samenleving. Dat kan ook niet in dit stadium van de transitie. Daarvoor is het nog te vroeg en zijn er ook voor ons als gemeente nog onduidelijkheden. We werken op diverse manieren om zoveel mogelijk duidelijkheid te geven aan de bewoners en bedrijven in onze gemeente. Via de campagne “Met Energie Aan De Slag”, een meer publieksgericht en zichtbaar energieloket, en het faciliteren van het oprichten van het platform Huis van Heron voor bedrijven. Ook in de uitwerking van het Energietransitieplan in de wijkuitvoeringsplannen kunnen we specifieker in de wijk antwoord geven op de vragen die leven.

f.

De begrippen ‘eerlijk, haalbaar en betaalbaar’ sluiten aan bij het Klimaatakkoord. Voor nadere definiëring verwijzen wij naar het Klimaatakkoord en de afspraken die zijn gemaakt over deze begrippen. Die ook deels nog verder worden uitgewerkt in het kader van het Klimaatakkoord, bijvoorbeeld de term betaalbaarheid.

g.

Alle mogelijke opties zijn per buurt bekeken. Met de kennis van nu komt daar op dit moment een richting uit, die opgenomen is in het Energietransitieplan. Wij zullen op de website van de gemeente meer inzicht geven in de afwegingen die gemaakt zijn om te komen tot de nu geopperde de voorkeursrichting van de alternatieve warmte-optie. In de wijkuitvoeringsplannen gaan we dit concreet maken, mocht hieruit blijken dat er op dat moment een ander warmtesysteem beter is, dan kan dat. Overigens actualiseren we het Energietransitieplan om de 5 jaar, of indien nodig eerder.

h.

We praten met elke doelgroep. Uiteraard zit er verschil in het afwegingskader per doelgroep. Dit vraagt maatwerk, die geven we voor de buurten in de wijkuitvoeringsplannen.

i.

Op basis van alle onderzoeken zijn warmtesystemen met elkaar vergelijken. De drie meest voor de hand liggende warmtesyste men zijn nu opgenomen. Verdere uitwerking vindt plaats in de wijkuitvoeringsplannen.

j.

Wij zullen samen met de glastuinbouw en overige belanghebbenden middels een actualisatie van de Nota zonne-energie de randvoorwaarden stellen waaronder zon mogelijk is. Daarbij wordt rekening gehouden met andere visies die er zijn. Dit is een uitwerking van de Omgevingsvisie.

k.

De bepaling van de locatie van geothermiebronnen is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is aan de exploitant om te komen tot een locatie. De verantwoordelijkheid voor de vergunningverlening en de voorwaarden waaronder ligt bij het ministerie. Wij adviseren daar overigens wel over waarbij wij ook nadrukkelijk kijken naar onder andere ruimtelijke, energetische en financiële aspecten van de potentiële locatie. Wij zijn van mening dat de geothermiebron in het glastuinbouwgebied van Noukoop mogelijk is zonder dat dit andere doelstellingen schaadt.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

51

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om tekstueel het Energietransitieplan aan te passen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

52

24 Ontvangen op:

30-08-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Nee

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Indiener stelt dat aan de toebedeelde alternatieve warmtevoorzieningen per wijk geen rechten kunnen worden ontleend. Buiten dat gegeven, staat het je als inwoner van de gemeente vrij een andere vorm van warmte toe te passen en dan GEEN gebruik te maken van het eenmaal door de raad vastgestelde plan? Participatie van inwoners, gaat direct gepaard met kostenbesparing voor de gemeente. De indiener vraagt zich af of een inwoner zich niet gruwelijk in de vingers snijdt als uiteindelijk blijkt dat diens (voortijdige) inspanning tot verduurzaming niet of onvoldoende aansluit bij de vastgestelde praktijk? In het kort; moeten inwoners maar afwachten tot hun wijk aan de beurt is?

b.

Kan er nu wel wat aan de hoogte van bomen in de wijk van indiener worden gedaan die al jaren voor geluidsoverlast en blokkering van zonnepanelen zorgen?

Reactie Gemeente: a.

Het is correct dat het Energietransitieplan een eerste richting is. Met de huidige kennis en kunde is voor alle wijken bekeken wat voor nu de beste oplossing kan zijn. Het is de basis voor de concrete uitwerking in wijkuitvoeringsplannen. Een bewoner die nu al aan de slag wil met bijvoorbeeld isolatiemaatregelen of met het geheel van het aardgas halen van zijn woning snijdt zich nooit zelf in de vingers. Dit is altijd goed. Er is nu geen enkele verplichting om het warmtesysteem toe te passen dat genoemd is in dit Energietransitieplan. Het is dan ook aan uzelf om te besluiten mee te gaan.

b.

De melding voor de hoogte van de bomen in uw wijk is doorgegeven aan de desbetreffende afdeling.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

53

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

54

25 Ontvangen op:

30-08-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Nee

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Indiener vraagt meer aandacht om vanuit de ogen van de burger, de burger ook te betrekken. Het Energietransitieplan spreek de burger niet aan, daar ze wel in beweging moeten komen. Daarbij doet de indiener een aantal suggesties. Dit vergt een andere wijze van communiceren dan nu wordt gedaan door de gemeente.

b.

Indiener stelt de vraag of er een plan voor de burgers is die het echt niet kunnen betalen.

c.

Indiener vraagt zich af wat gebeurt er met burgers die niet mee werken. Zijn of komen er sancties voor burgers die niet mee werken.

d.

De indiener vraagt zich verder af hoe wordt er omgegaan met monumenten

e.

Tot slot heeft de indiener opmerkingen/verduidelijkende vragen gesteld over de tekst van de het Energietransitieplan.

Reactie Gemeente: a.

Wij erkennen dat het Energietransitieplan niet direct is geschreven met het doel de burgers te overtuigen dat zij ook in beweging moeten komen. Het is meer een visie/beleidsdocument dat de gemeenteraad moet vaststellen om als uitgangspunt te gebruiken voor de uitwerking in co ncrete plannen. We werken na het vaststellen van het Energietransitieplan aan een concreet Participatieplan hoe wij bewoners in beweging kunnen krijgen. Wij danken de indiener voor de tips en vragen hem bij het opstellen van het participatieplan mee te denken.

b.

Hier is nog geen concreet plan voor. Er zijn nu al wel diverse oplossingen voor, maar de ervaring leert dat dit maatwerk vraagt.

c.

Op dit moment zijn er nog geen sancties mogelijk voor bewoners. Inzet op dit moment is om bewoners op basis van argumenten mee te laten doen. We weten dat dit uiteindelijk onvoldoende zal zijn om in 2050 de doelstellingen te behalen. Het is aan het Rijk om al dan niet landelijke wetgeving te maken op basis waarvan het mogelijk wordt om eigenaren te verplichten maatregelen te nemen. Op dit moment stuurt het Rijk alleen nog met financiële prikkels om eigenaren in beweging te krijgen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

55

d.

Monumenten zijn veelal oud en slecht geïsoleerd. Dit vraagt maatwerk om ook deze panden van het aardgas te krijgen. Ook voor deze panden zijn er voldoende keuzes om te komen tot fossielvrij verwarmen. Isoleren is altijd een eerste goede stap.

e.

Wij nodigen de indiener uit om in een gesprek op zijn vragen/opmerkingen in te gaan.

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om tekstueel het Energietransitieplan aan te passen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

56

26 Ontvangen op:

01-09-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Nee

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Indiener stelt dat de investeringen die de energietransitie vraagt erg hoog zijn. Tijdige voorlichting is belangrijk. Hierdoor weten bedrijven wat er op hen afkomt. Uiteraard willen de bedrijvenparken hierin graag samenwerken met de gemeente.

b.

Indiener roept de gemeente op om een onderzoek naar het huidige elektranet te doen. De vraag is namelijk in hoeverre dit net geschikt is om een veel hoger elektraverbruik aan te kunnen.

c.

Indiener vraagt om het gebruik van elektrisch vervoer, de aanleg van laadpalen, zowel op eigen terrein bij bedrijven als in de openbare ruimte te bevorderen. Wellicht kan hier een subsidieregeling voor worden opgezet.

d.

Indiener constateert dat naast het beperken van de energievraag de huidige bedrijfspanden moeten worden geïsoleerd. Zonder goede isolatie is een warmtepomp of warmtenet niet rendabel. Zodra de panden goed zijn geïsoleerd, kan verder worden gekeken naar warmtepompen, een warmtenet, PV-panelen en eventuele andere vormen van hernieuwbare warmte. Ook hierbij is het belangrijk dat er zo snel mogelijk goede voorlichting wordt gegeven en subsidies worden verstrekt om een en ander aan te jagen. Subsidie helpt. Wij verwijzen hierbij naar de subsidieaanvraag die tien ondernemers op De Boezem hebben gedaan bij de provincie Zuid-Holland.

e.

Tot slot kan wellicht een project worden opgestart om verlichting in bedrijfspanden om te zetten naar ledverlichting.

Reactie Gemeente: a.

Wij zijn verheugd met uw aanbod om ook in de toekomst samen te werken aan de energietransitie. Wij gaan graag met u in overleg over de wijze waarop we dit nader kunnen invullen.

b.

Het Energietransitieplan is voorgelegd aan Stedin als netbeheerder. Op basis van het plan en de tijdsplanning checken zij hun capaciteit en de benodigde aanpassingen aan het netwerk. In eerste instantie ziet Stedin geen noemenswaardige problemen, die niet oplosbaar zijn. Dit

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

57

wil niet zeggen dat zich in gebieden, zoals bedrijfsterreinen, geen problemen gaan voordoen in de toekomst. Op het moment dat we aan de slag gaan met het opstellen van gebiedsgerichte plannen op de bedrijventerreinen dan betrekken we Stedin erbij. Stedin heeft hier ook om gevraagd. c.

Mobiliteit heeft onze aandacht in regionaal verband. We werken samen in MRDH -verband voor de verduurzaming van de mobiliteit. Wij zullen deze suggestie meenemen en inbrengen.

d.

Dit is een goede suggestie. De Energietransitie begint immers met besparen. In de uitwerking van het Energietransitieplan en in onze campagne “Met Energie Aan de Slag” zullen we hier aandacht aan besteden.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

58

27 Ontvangen op:

01-09-2021

Ontvangen van: Betreft:

2 reactie (a t/m c) en (d t/m f)

Thematische

Nee

beantwoording:

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Indiener geeft aan dat hij groot voorstander is van de energietransitie

b.

Indiener geeft aan dat het aansluiten van woonwijken op geothermie en warmtenetwerken van de glastuinbouw op zich een goed plan is maar vraagt wel aandacht voor de andere belangen die dergelijke bedrijven ook hebben. Bedrijven, zoals Duijvesteijn Tomaten, Ammerlaan en Wayland zijn allen gerelateerd aan glastuinbouw gebieden. Een bijkomstigheid voor deze bedrijven is het leveren van warmte aan derden zoals omliggende woningen c.q. woonwijken. Het geeft indiener een eenzijdig beeld van belangen. Kijkend naar de toekomst van de glastuinbouw, deze sector kan alleen overleven door schaalvergroting en heeft daardoor meer ruimte en warmte nodig. Het energienetwerk in de huidige vorm geeft geen garantie betreffende levering van warmte aan woonhuizen c.q. woonwijken met tarieven welke marktconform en of concurrerend zijn.

c.

Vanaf 1 juli 2001 is de overheid begonnen met het liberaliseren (het vrijgeven) van de energiemarkt. Vanaf die datum moesten netbeheerders andere leveranciers op hun netwerk toelaten. De keuzevrijheid van eindgebruikers is hierdoor vergroot en bevordert de concurrentie tussen leveranciers. Indiener pleit ervoor dat dit ook moet gaan gelden voor bovengenoemde bedrijven, in de huidige vorm hebben afnemers geen keuze. Tevens moet het distributienetwe rk van de geothermiebronnen in handen komen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp c.q. overheidshanden zoals TenneT en Gasunie. Hiermee wordt de levering van energie aan afnemers veiliggesteld.

d.

Indiener stelt dat de gemeente kiest voor een structurele energietransitie i.v.m. CO2-vermindering. De indiener is daar volledig mee eens, en stelt dat er een groot draagvlak voor is. De Indiener pleit ervoor dat tijdens de ophoog werkzaamheden in Klapwijk alle woningen een warmte -afleverset bestaande uit aanvoerleiding/retourleiding plus warmtemeter in de meterkast moeten krijgen. Ongeacht of bewoners van het warmtenet systeem gebruik maakt, dit zonder kosten voor de bewoners. Wordt er in een later stadium gekozen om gebruik te maken van het warmtenet dan moet marktconform de aansluitkosten in rekening worden gebracht. Het bestaande gasnetwerk moet in de huidige vorm blijven bestaan, zodat dat in de toekomst (mogelijk) voor een ander soort energie toepasbaar blijft. Op deze wijze staat de indiener en vele inwoners ten volle achter de energietransitie.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

59

e.

Indiener doet de suggestie dat mogelijk dit soort indirecte transitiekosten mede betaald kunnen worden uit de Stichting FES, bedrijfsleven Oostland (SFBO). Tenslotte heeft deze agrarische organisatie er belang bij dat de energietransitie soepel en zonder problemen verloopt.

Reactie Gemeente: a.

Wij zijn blij dat u een groot voorstander bent van de energietransitie.

b.

Het glastuinbouwgebied is de grootste energievrager binnen onze gemeente. Het is dan ook logisch dat daar naar oplossingen wordt gezocht. We streven naar een gebiedsdekkend netwerk, dat gevoed wordt door verschillende bronnen. We hebben een aantal publieke waarden benoemd waarop we als gemeente willen sturen. Alle initiatieven en ontwikkelingen toetsen we aan deze publieke waarden.

c.

We streven naar een open netwerk, waarin keuzevrijheid is. De ervaring leert ons overigens ook dat dit in aanvang echter moeilijk realiseerbaar is. We werken daarom aan een robuust netwerk waarin uiteindelijk meerdere bronnen kunnen leveren.

d.

Fijn dat u ook een voorstander bent van de CO2 vermindering. In de uitwerking van het project aardgasvrij Klapwijk nemen wij uw suggestie mee.

e.

Wij zijn op zoek naar alle mogelijkheden om de energietransitie haalbaar en betaalbaar te maken, wij zullen deze suggestie meenemen in de uitwerking.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

60

28 Ontvangen op:

01-09-2021

Ontvangen van: Betreft:

Diverse opmerkingen

Thematische

Nee

beantwoording:

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Staedion maakt duidelijk in de reactie wat voor hun de belangrijkste algemene uitgangspunten/ randvoorwaarden zijn die centraal staan bij de invulling van de gemeentelijke energie -/ Warmtetransitieplannen. De algemene uitgangspunten zijn: - Aanpak op natuurlijke momenten vraagt om 15 -25 jaar voor transitie gereed maken van gehele portefeuille. - Op moment van aansluiten warmtenet zijn dus nog niet alle complexen transitie gereed. - Snelheid die gemaakt kan worden is afhankelijk van aanvoertemperatuur wa rmtenet. - Gefaseerde aanpak, handelingsperspectief en flexibiliteit belangrijk voor een wijkgerichte aanpak - Onderbouwing per buurt en afwegingskader nodig met daarin duurzaamheid, betaalbaarheid bewoners en investering. - Zet betaalbaarheid bewoners centraal - Draagvlak bewoners voor transitie nodig - Betaalbaarheid Staedion (investeringen en beheer) - Afspraken over duurzaamheid van de alternatieve warmte - Op voorhand geen warmtebronnen uitsluiten - Spelregels marktordening nodig voor wijkaanpak - Schaalbaarheid en flexibiliteit bij oplossingen - Voldoende beschikbaarheid capaciteit aannemers - Regie communicatie TVW ligt bij de gemeente

b.

Staedion geeft aan dat voor de woningen die reeds op bestaand warmtenet zijn aangesloten, het tijdspad van mogelijke verlaging naar midden temperatuur warmte belangrijk is. Op basis daarvan dient een in samenwerking met de gemeente en Eneco onderzoek te worden gedaan naar de haalbaarheid van de verlaging naar midden temperatuur warmte.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

61

c.

Staedion meldt dat in de Venen (Oost en Crayenburch) 3 complexen nog niet aangesloten zijn. Deze zijn mogelijk kansrijk voor aansluiting op een bestaand warmtenet. Staedion geeft aan in overleg te willen over de haalbaarheid van mogelijke aansluiting in het kader van het op te stellen wijkuitvoeringsplan.

d.

De overige complexen van Staedion liggen in wijken die in het Energietransitieplan gepland staan tussen 2025-2032. Gezien de grote opgave kunnen we dit niet allemaal in dezelfde periode realiseren. Het zou Staedion helpen als de gemeente een ruimere planning voor deze wijken opstelt en daarin een volgorde voor de verschillende wijken maakt. Hiermee kan Staedion de prioriteiten en de haalbaarheid bepalen. Na de wijk de Venen lijkt het Staedion op dit moment de volgende volgorde het meest haalbaar; Nootdorp-Centrum, Vrouwtjeslant en Achter het Raadhuis. Hierbij hebben gestapelde complexen meer prioriteit dan grond gebonden, eengezinswoningen.

e.

Staedion merkt op dat de haalbaarheid van het aansluiten van woningen sterk afhankelijk is van de betaalbaarheid van de energielasten van nieuwe warmte-oplossingen. Deze bepalen in belangrijke mate het draagvlak bij bewoners. Daarbij roept Staedion op een goede gemeentelijke communicatiecampagne te voeren.

f.

Staedion wil door de uitbreiding van haar bezit actiever betrokken worden en samenwerken bij de uitwerking van het Energietransitieplan naar wijkuitvoeringsplannen met de gemeente Pijnacker Nootdorp.

Reactie Gemeente: a.

Dank voor de algemene uitgangspunten. Wij onderschrijven uw algemene uitganspunten. Het geeft ook aan dat we met elkaar in overleg moeten over de fasering. Wij zullen hiervoor het initiatief nemen.

b.

De gemeente heeft inderdaad recent een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Den Haag, Eneco en Hernieuwbare Warmte Ypenburg voor de verduurzaming van het bestaande warmtenetwerk en mogelijke uitbreiding naar de Venen. Voor het gehele gebied z ullen we gaan werken aan het wijkuitvoeringsplan. Wij zullen u uiteraard hierbij betrekken.

c.

In het wijkuitvoeringsplan komt ook de uitbreiding van het warmtenetwerk aan de orde.

d.

De planning die nu genoemd is een eerste fasering. In de wijkuitvoeringsplannen gaan we dit verder detailleren. Wij gaan graag met u in overleg om planningen met elkaar af te stemmen.

e.

Dit onderschrijven wij.

f.

Wij zijn blij dat u actief betrokken wilt zijn bij de energietransitie. Wij zullen het initiatief nemen u hiervoor uit te nodigen.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

62

29 t/m 61 Ontvangen op:

30-08-2021

Ontvangen van: Betreft:

Aardgasvrij Klapwijk

Thematische

Nee

beantwoording

Ingediende zienswijze: Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a.

Bewoners van Klapwijk geven aan dat zij zich ernstige zorgen maken over het project Proeftuin Aardgasvrij Klapwijk. De bewoners stellen dat er geen enkele berichtgeving is geweest over waar de boorputten gaan komen, waar pompstations (geluid) komen en welk gekwalificeerd en onafhankelijk bedrijf de engineering en design van het pilotproject gaat verzorgen. Op basis daarvan zullen toch aanvragen uitgestuurd moeten worden om aanbiedingen te verkrijgen.

b.

De huidige berichtgeving over 'Aardgasvrij Klapwijk' is wat de bewoners betreft veel te oppervlakkig om vertrouwen te hebben in een blijvende betrouwbaarheid daarvan. Berichtgeving over ervaringen van bewoners van andere gemeenten die geconfronteerd worden met een discontinue levering van energie bevestigt die zorg.

c.

De bewoners merken op dat het duidelijk is dat er Lessons Learned komen tijdens en na een pilot-project. Immers, de transitie naar andere vormen van energie is een zoektocht. Maar we verwachten wel van de gemeente Pijnacker-Nootdorp dat ze de risico's van die zoektocht tot het uiterste zal beperken om de bewoners zoveel mogelijk uit de wind te houden daar waar het gaat over de betrouwbaarheid van de levering van energie. Wat betreft de bewoners hoort daar een professionele benadering bij die de gemeente, maar ook ons als bewoners, juridisch beschermt voor het geval er calamiteiten ontstaan.

d.

Tenslotte maken de bewoners bezwaar tegen het voornemen van de gemeente om de gasleiding te verwijderen. Wat de bewoners betreft is, zeker in dit stadium, nu de zoektocht naar een betrouwbare vorm van energie om gas te vervangen net gaande is, het verwijderen van de gasleiding prematuur.

Reactie Gemeente:

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

63

a.

Het project aardgasvrij Klapwijk doorloopt een aantal stappen. We zijn nu in de eerste stap, het informeren van de samenleving, en de tweede stap, de selectie van een warmtebedrijf. We proberen zo veel mogelijk te communiceren en zoveel mogelijk vragen te beantwoorden. Hiervoor hebben we verschillende kanalen ingezet: website, nieuwsbrieven, bewonersavonden (werkgroepen), kraampje in de wijk en excursies. Hiermee gaan we de komende tijd door (zo mogelijk intensiever) met als doel zoveel mogelijk bewoners te bereiken en hun vragen te beantwoorden zover we dat nu al kunnen. Na de selectie van het warmtebedrijf kan toegewerkt worden naar de uitwerking en detailantwoorden. De locatie van de geothermiebron staat genoemd in het Energietransitieplan en zal in het glastuinbouwgebied zijn. U kunt zich aansluiten bij de werkgroepen om mee te denken en uw vragen te stellen.

b.

We zullen samen met de bewoners en het warmtebedrijf toewerken naar een concreet aanbod, waarin het antwoord wordt gegeven op alle vragen die er zijn.

c.

Wij onderschrijven dat de energietransitie een zoektocht is, zeker in bestaande wijken. Wij zullen ons uiterste best doen om de publieke waarden te beschermen. De publieke waarden zijn: zo goedkoop mogelijk warmte voor iedereen, energierechtvaardigheid, leveringszekerheid, betrouwbaarheid en robuustheid, ontzorgen, transparantie en duurzaamheid. Deze waarden komen volgens ons overeen met wat de bewoners een professionele benadering noemen.

d.

Zolang er gas nodig is in de wijk zullen er gasleidingen zijn. Dit is verankerd in de wet. Als er geen gas meer gevraagd wordt is het aan Stedin om te besluiten wat er gebeurt met de gasleiding.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

64

3. BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN BINNENGEKOMEN VIA DE OMGEVINGSVISIE 3.1

ALGEMEEN

Voor de beantwoording van de zienswijzen die via de Omgevingsvisie zijn binnengekomen, verwijzen we naar de formele Nota van beantwoording op diezelfde Omgevingsvisie. Beantwoording loopt ook via het proces van de Omgevingsvisie. Voor de volledigheid hebben we in dit hoofdstuk de beantwoording integraal overgenomen. De nummers genoemd in de beantwoording komen overeen met de nummering van de Omgevingsvisie.

3.2

EEN DUURZAME GEMEENTE

In 2050 maken we in Pijnacker-Nootdorp alleen nog maar gebruik van duurzame energie. Waar mogelijk en passend wekken we energie in de gemeente zelf op. Een deel van de energie, halen we uit of zelfs van buiten de regio. Zo zorgen we voor een robuust energiesysteem.

3.3

REACTIES OP DE ENERGIEMIX

Reactie De indiener van zienswijze 146 ondersteunt de gemaakte keuzes voor het opwekken van duurzame energie. Door te kiezen voor zonnepanelen op daken en in het glastuinbouwgebied wordt het zo waardevolle woongenot in onze omgeving niet aangetast. Het Milieuplatform (zienswijze 186) is van mening dat energietransitie geen alles overheersende prioriteit mag zijn, maar één van ontwikkelingen is die afgewogen moet worden binnen de Omgevingsvisie. D e kwaliteit van de omgeving en de natuur mogen niet lijden onder de energietransitie, maar moeten er mee geholpen worden. Daarom wordt geadviseerd om natuur- en landschap inclusief handelen als randvoorwaarde mee te nemen bij zowel het bepalen van de plek als het inrichten en gebruiken van energienetwerken. Aangezien sprake is van een gecombineerde zienswijze waarin zowel op de Omgevingsvisie als het Energietransitieplan wordt gereageerd, benoemt het Milieuplatform ook nog diverse aspecten die met name betrekking hebben op het Energietransitieplan. Natuurlijk Delfland (zienswijze 147) ziet weinig kansen voor zonnepanelen op de grond. In een drukbevolkt gebied als Pijnacker-Nootdorp zijn er meestal wel betere bestemmingen te vinden.

Zonnepanelen in het buitengebied zullen de natuur, ecologie en beeldkwaliteit ernstig schade NMP (zienswijze 17) voegt daaraantoe dat op gronden zonder zonnepanelen veel meer biodiversiteit k an ontwikkelen dan op gronden waarop zonnepanelen zijn geplaatst (zie pagina 38 van het ontwerp van de omgevingsvisie). Zij zien zonnepalen op daken als goede optie. En zien een aanvullende mogelijkheid voor het plaatsen van zonnepanelen, net als zienswijze 213, aan de gevels van woningen. Dit zou voor hogere woningen een goede mogelijkheid zijn. Beantwoording

Wij zijn blij dat de gekozen lijn van een energiemix (hoofdzakelijk) bestaande uit geothermie en Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

65

zonne-energie wordt herkend. Bij het maken van deze energiemix is reeds de kwaliteit van de omgeving (zowel gebouwd als onbebouwd) meegenomen. Zo wordt het niet mogelijk om in de groene buitengebieden zonnepanelen op de grond te leggen. In de bebouwde omgeving, waaronder de glastuinbouwgebieden, kijken we eerst naar het optimaal benutten van de daken. Daarna wordt gekeken naar meervoudig gebruik van gronden in de glastuinbouwgebieden. Bijvoorbeeld door een combinatie van een waterbassin met daarop zonnepanelen. Pas in de laatste plaats komt de optie van zon op land in de glastuinbouwgebieden in beeld. Daarvoor mogen alleen gronden gebruikt worden die geen functie meer kunnen hebben voor de glastuinbouw (meestal aangeduid als overhoeken). Wanneer zich dit voordoet kijken we ook naar een plaatsing die biodiversiteit faciliteert. De wijze waarop de zonnepanelen worden geplaatst (iets verhoogd en meer uit elkaar) kan een aantrekkelijke biotoop creëren. Uiteraard is de ecologische waarde van een dergelijke locatie lager dan een volledig beplant en natuurlijk ingericht perceel, maar door goede plaatsing ontstaan er alsnog meer kansen. Zonnepanelen aan de gevels van woningen, maar ook bedrijfsgebouwen en/of kassen zijn een goede mogelijkheid. We zien dit in de praktijk ook al terug. Zo bestaat één wand van een nieuwe kas/bedrijfsgebouw langs de N470 uit zonnepanelen.

We zullen deze optie toevoegen in de Omgevingsvisie. Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Toegevoegd wordt dat zonnepanelen niet alleen op daken kunnen worden gerealiseerd, maar ook aan de gevels van woningen, bedrijfsgebouwen en kassen. Het geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen.

3.4

DE INPASSING VAN ZONNE-ENERGIE IN DE

GLASTUINBOUWGEBIEDEN Reactie Glastuinbouw Nederland (zienswijze 241) verzoekt om de in de Omgevingsvisie aangehaalde mogelijkheden van nieuwe technieken waarmee vrijwel onzichtbare zonnepanelen op kassen kunnen worden geplaatst, te verwijderen. Dit omdat het nog onzeker is of en wanneer die beschikbaar komen. Verder betwijfelt Glastuinbouw Nederland of er in 2050 50 ha z onnepanelen in de glastuinbouw kan worden gerealiseerd. Dit omdat het plaatsen van zonnepanelen op de grond een bedreiging vormt voor de herstructurering en modernisering. Dit wordt namelijk een aantrekkelijk verdienmodel dat bijvoorbeeld door stoppende tuinders wordt ingezet. Daarnaast is het ook niet nodig. De opgave kan door middel van zon op daken en waterbassins worden gerealiseerd. De provincie (zienswijze 296) staat kritisch ten opzichte van zonnepa nelen in de glastuinbouwgebieden. Alleen wanneer dit gepaard gaat met dubbel ruimtegebruik, dat tevens ten dienste staat van de sector, vindt de provincie het verstandig dit toe te staan. Verder constateert de provincie dat de keuzes omtrent energie in overeenstemming zijn met de RES. Zij vraagt aandacht voor netimpact van de keuze voor enkel zonnepanelen en adviseert daarover in gesprek te gaan met de netbeheerders. In zienswijze 204 wordt gevraagd om de 380 kV -hoogspanningsverbinding toe te voegen aan de kaarten.

Dit omdat het een significante ruimtevrager is en omdat daarmee beter geborgd is dat de belangen van de leiding worden meegewogen bij (nieuwe) ontwikkelingen. Een stabiel en toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk wordt nog meer noodzakelijk vanwege de Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

66

afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de opkomst van nieuwe energiebronnen. In de zienswijze worden diverse situaties aangegeven die de leveringszekerheid en veiligheid van bestaande infra (nadelig) kunnen beïnvloeden en daardoor uitval kunnen veroorzaken met alle maatschappelijke en economische ontwrichting die daardoor veroorzaakt kan worden. Beantwoording

De Omgevingsvisie kijkt vooruit naar 2050. Dat betekent dat we te maken hebben met onzekerheden. In veel gevallen weten we nog niet (zeker) hoe bijvoorbeeld technische ontwikkelingen zich gaan voltrekken. Dat geldt ook voor de vrijwel onzichtbare zonnepanelen op kassen. De techniek ontwikkelt zich razendsnel en met het oog op de toekomst willen we deze optie graag blijven benoemen. Niet in het minst omdat door het grote oppervlak aan kassen in onze gemeente dit in substantiële mate zou kunnen bijdragen aan het opwekken van elektriciteit. Uiteraard begrijpen we dat de gevolgen voor de toetreding van licht essentieel zijn in de overweging om deze panelen in de toekomst toe te passen. Wanneer de genoemde 50 hectare geheel kan worden gerealiseerd door dubbel ruimtegebruik in de glastuingebieden, dan zijn we daar heel blij mee. Onze voorkeur gaat, net als bij de provincie Zuid-Holland en Glastuinbouw Nederland, uit naar combinaties die ten dienste staan van de sector. Het meest genoemde voorbeeld is een waterbassin met daarop zonnepanelen. Op voorhand willen we echter ruimte laten voor zon op land op plekken waar dit de (herstructurering van de) sector niet in de weg zit (overhoeken). We zijn, vanuit de energietransitie, in gesprek met de netbeheerders over de impact op het net en eventuele maatregelen die nodig zijn om het net te verzwaren of te stabiliseren.

De in het verlengde hiervan gedane suggestie om de 380 kV hoogspanningsverbinding op te nemen op de kaart wordt overgenomen in de Omgevingsvisie. Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Op de kaart van ontwikkelingslijn 4: een veerkrachtige leefomgeving, wordt de 380 kV-hoogspanningsverbinding opgenomen. Het geeft geen aanleiding om het Energietransitieplan aan te passen.

3.5

ENERGIETRANSITIE IN OUDERE WIJKEN EN DE GEVOLGEN

VAN AARDGASVRIJ Reactie In zienswijze 21 wordt gevraagd naar de relatie tussen de mogelijke groei van de gemeente me t maximaal 3.000 tot 4.000 woningen en de nog te kiezen oplossing voor een aardgasvrij Klapwijk. Heeft de groei van de gemeente daar invloed op? Als iedereen van het aardgas af moet dan neemt de vraag naar elektriciteit ook toe. Die moet dan worden opgevangen. Tot slot wordt in zienswijze 74 aangegeven dat het een bijzondere keuze is dat eigenaren zelf moeten opdraaien voor de kosten van energietransitie. Die zijn niet op te brengen en het kan dus eigenlijk onmogelijk worden verplicht. Daarbij komt dat een oudere woning niet warm te krijgen is met de nieuwe manieren van verwarming. Beantwoording

De mogelijke groei van de gemeente heeft geen invloed op de oplossing voor het aardgasvrij

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

67

maken van Klapwijk. Overeenkomstig het Energietransitieplan wordt per wijk een plan gemaakt waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze de betreffende wijk van het aardgas af kan. De beste oplossing is afhankelijk van vele factoren, waaronder de leeftijd van de woningen en de aanwezigheid van alternatieve warmtebronnen. Nieuwe woningen worden aardgasloos gerealiseerd. Daarvoor hoeft dus geen wijkplan te worden gemaakt. Het is juist dat de vraag naar elektriciteit toeneemt wanneer iedereen van het aardgas afgaat. Daar is bij de berekeningen van de toekomstige vraag naar elektriciteit rekening mee gehouden. Tegelijkertijd is in het Energietransitieplan aangegeven dat als er keuze is wij liever woningen aansluiten op een warmtenet dan verduurzamen via elektriciteit. Dit omdat geen duurzame warmte lokaal en in de regio voldoende voor handen is en duurzaam opgewekte elektriciteit niet. Meer informatie hierover is te vinden in het Energietransitieplan. Daar wordt ook ingegaan op de kosten die verbonden zijn aan de energietransitie. Het uitgangspunt is dat het haalbaar en betaalbaar moet zijn. Zoals gezegd verschilt de aanpak per wijk. De leeftijd van woningen en dus de warmtebehoefte is daarin een belangrijk aspect. Gelukkig kunnen oudere woningen ook met nieuwe manieren van verwarming voldoende warm worden.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie en het Energietransitieplan.

3.6

VRAGEN OVER WINDENERGIE IN PIJNACKER-NOOTDORP

Reactie Natuurlijk Delfland voegt daar in zienswijze 147 aan toe dat windturbines volgens onderzoeken grote nadelen voor de natuur met zich meebrengen. NMP constateert dat het onderwerp windenergie in zijn geheel niet voorkomt in de Omgevingsvisie. De vraag is dan ook of dit betekent dat windenergie is uitgesloten. NMP sluit in zienswijze 17 de plaatsing van windmolens binnen de gemeentegrenzen niet uit, wanneer dit nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen. Vanwege het groene karakter van onze gemeente is NMP van mening dat de voorkeur uitgaat naar vormen van energieopwekking die minder of geen negatieve impact hebben op de landschappelijke en natuurwaarden. Beantwoording

Hoewel NMP het niet uitsluit om windmolens te plaatsen wanneer dit nodig is voor het behalen van de klimaatdoelstellingen, heeft de gemeenteraad ervoor gekozen om in Pijnacker -Nootdorp tot 2050 geen windenergie toe te staan. Deze vorm van energieopwekking komt dan ook niet voor in energiemix en is ook niet opgenomen in de Omgevingsvisie voor de gehele fysieke leefomgeving. Het antwoord op de vraag van NMP is dat in Pijnacker-Nootdorp grootschalige windenergie inderdaad is uitgesloten.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

68

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie en het Energietransitieplan.

3.7

IDEEËN VOOR AANVULLINGEN VAN DE ENERGIEMIX

Reactie De indieners van zienswijze 265, 266, 269 vragen naar de visie van de gemeente over waterstof als alternatief voor het aardgasnetwerk. Het Rijk heeft recent de opdracht gegeven om het aardgasnetwerk geschikt te maken voor waterstoftransport. Hier wordt in de visie nagenoeg niet op ingegaan. Waterstof is één van de manieren om (overtollige) energie langdurig in op te slaan. De eerste plannen voor grootschalige opwekking van groene waterstof worden gemaakt en daar kan misschien ook op lokaal niveau winst worden geboekt. Glastuinbouw Nederland geeft aan dat WKK’s bij kunnen dragen aan de stabiliteit van het netwerk. Dat doen ze nu al, maar deze indirecte en veelal nog onbekende bijdrage aan de energietransitie kan in de toekomst worden uitgebreid als WKK’s niet meer met aardgas worden gestookt, maar met groengas of waterstof.

Beantwoording Het klopt dat de Omgevingsvisie niet ingaat op het gebruik van specifieke energiebronnen, wanneer deze niet direct een effect hebben op de fysieke leefomgeving. Eventueel gebruik van het aardgasnetwerk voor waterstoftransport is vanuit het oogpunt van energietransitie heel belangrijk, maar verandert weinig aan hoe het erbuiten uitziet. Vandaar dat daar in de Omgevingsvisie niets over staat. De visie van de gemeente over waterstof is terug te vinden in het Energietranstieplan. In aansluiting op de regionale energiestrategie Rotterdam-Den Haag zien we een kleine rol voor waterstof (en voor groengas) bij de verwarming van gebouwen en kassen tot 2030. Beiden zijn nu namelijk nog niet grootschalig voorradig en in de komende tien jaar zal dat (naar verwachting nog) niet veranderen. Daarom willen we dit alleen inzetten voor gebouwen en gebieden die heel moeilijk te verwarmen zijn met andere energiebronnen of bij het opvangen van een piek in de warmtevraag. De rol van WKK’s wordt daarbij meegenomen. Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie of het Energietransitieplan.

3.8

HOE GAAN WE DE EMISSIE VAN STIKSTOF EN CO₂ VERLAGEN?

Reactie In de zienswijzen wordt gevraagd naar de wijze waarop Pijnacker -Nootdorp de emissie van CO₂ en stikstof gaat verlagen (zienswijze 5). NMP voegt daaraantoe dat er weliswaar in 2025 een sluitend OCAP-netwerk is, maar dat dit in 2050 niet meer het geval zal zijn. Tegen die tijd zijn er in Amsterdam en Rotterdam geen bronnen van CO₂ meer in de industriegebieden. Waar komt dan de CO₂ voor de glastuinbouw vandaan (zienswijze 17).

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

69

Beantwoording

Zowel landelijk (Nationaal Klimaatakkoord) als lokaal (Energietransitieplan) hebben we als doelstelling om in 2050 CO₂-neutraal te zijn. Dat doen we door het gebruik van energie terug te dringen en alleen nog CO₂-vrije energie te gebruiken. De wijze waarop we dat in PijnackerNootdorp de komende 30 jaar (dus tot 2050) stap voor stap willen doen staat beschreven in het Energietranstieplan. Voor de glastuinbouw is CO₂ een noodzakelijke voorwaarde voor teelt. Door CO₂ die vrijkomt bij industriële bronnen via een netwerk van leidingen te brengen naar de glastuinbouw hoeft er in de glastuinbouw geen verbranding van fossiele brandstoffen plaats te vinden om CO₂ te produceren. Glastuinbouw Nederland en OCAP werken samen om een nieuwe, grote bron te ontsluiten die, middels een seizoensbuffer, zorgt voor voldoende CO₂ in het leveringsgebied van OCAP[1]. De mogelijke opslag van CO₂ onder de Noordzee is een bedreiging voor dit systeem, waardoor de glastuinbouwsector weer afhankelijk kan worden van zelfgeproduceerde CO₂. Er wordt ondertussen gewerkt aan innovatieve oplossingen om CO₂ uit de lucht te halen en te gebruiken in de kas. De aanpak waarmee stikstof wordt teruggedrongen is momenteel een landelijk thema. De rijksoverheid werkt samen met de provincies en sectoren aan een groot pakket maatregelen om de natuur te versterken en de hoeveelheid stikstof te verlagen.

Zodra hierover meer duidelijkheid is, zal worden gekeken of en op welke manier Pijnacker -Nootdorp hier een bijdrage aan kan leveren. [1] Bron: www.ocap.nl en www. Energeia.nl (J. Westerveld, juli 2021)

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie en het Energietransitieplan.

Nota van beantwoording zienswijzen Pijnacker-Nootdorp

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10677063/1