CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 Bijlage bij Nota van beantwoording Zienswijzen geanonimiseerd (1382503)

Raad Beeldvorming 16 november 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Energietransitieplan 202130.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3. Wonen Inwoners zetten de woonruimtebehoefte op de tweede plaats qua prioriteiten. In de hele regio is schaarste aan passende en betaalbare woonruimte. Vooral bij starters en ouderen is de urgentie hoog. De Omgevingsvisie maakt nog niet duidelijk of de opgenomen uitbreidingen een voldoende match vormen met de behoefte nu en later. Daarvoor is informatie nodig over demografische gegevens, zoals bewoners-samenstelling en ontwikkeling, doorstroomeffecten, werkgelegenheid en regionale ontwikkelingen. De behoefte aan woningen beziet de Omgevingsvisie vooral vanuit het ruimtelijk beslag. Het is overigens gewenst te kijken naar het effect van differentiatie in de woningbehoefte en de invulling daarvan. Appartementen bijvoorbeeld vragen minder ruimtebeslag dan woningen. We hebben differentiatie in woonruimten nodig: huur en vrije sector, goedkoop en duur, groot en klein woonoppervlak, variatie in passende bouwstijlen, wel en niet gestapelde bouw, voor verschillende doelgroepen De toekomstige, lokale woonruimte-uitbreidingen horen bij voorkeur harmonisch te passen bij wenselijke omgevingsstructuren en dorpskenmerken. Dit uitgangspunt mag niet verstoord worden door de aanwezigheid van industriële- en tuinbouwbedrijven. Een redelijk percentage aan laagbouw eengezinswoningen en in bescheidener mate hoogbouw is voor de hand liggend 21.

We moeten inzetten op differentiatie in realisering van woonruimten: huur en vrije sector, goedkoop en duur, groot en klein woonoppervlak, variatie in passende bouwstijlen, wel en niet gestapelde bouw, voor verschillende doelgroepen. Zo voorkomen we dat monotone standaard-woonconfiguraties de omgevingskwaliteit en het kenmerkende dorpse karakter van onze gemeente aantasten. De bedoeling is juist de omgevingskwaliteit en het dorps wonen te versterken. Laten we bovendien 19

Op blz. 31 van de conceptvisie staat een aansprekend voorbeeld hoe een kas met natuurvriendelijke zoom ingebed kan worden. De gemeente illustreert hiermee wat het oogmerk is en een praktische oplossing kan zijn. Nu nog doen! Bij moderne kassencomplexen is op de zichtranden een ‘vergroening’ nodig. Een optie kan zijn dat gemeente, provincie, burgers, bedrijven en andere partijen samenwerken bij extra grondaankopen en andere initiatieven voor meer natuur en beter natuurbehoud in onze gemeente. 20 Illustratief voorbeeld van een beheeradvies graslanden: https://delfland.knnv.nl/wpcontent/uploads/sites/43/2021/06/Beheeradviezen-graslanden.pdf 21 Meer groen en een groter huis: we willen anders wonen door corona, RTL-nieuws 2020. https://www.rtlnieuws.nl/economie/life/artikel/5176892/woonwensen-woningmarkt-koop-huur-fundanvmlandelijk-wonen-randstad

9

zorgen dat nieuwe woongebieden samenhang hebben met hun omgeving en voorzieningen. De Omgevingsvisie biedt ons nu bij uitstek de kans om te zorgen voor een dergelijke samenhang. Pijnacker-Nootdorp wordt geconfronteerd met een grote regionale woningbehoefte. Dat was zo, dat is nu zo en zal wellicht in de toekomst zo blijven! 22 De Omgevingsvisie hoort een antwoord te geven hoe we als gemeente in de toekomst zullen omgaan met die aanhoudende externe druk om weer meer woningen te bouwen in onze gemeente. 23 Het Milieuplatform is, evenals het gemeentebestuur, géén voorstander van extra toekomstige bouwopgaven boven op de aantallen, die nu al in de Omgevingsvisie zijn genoemd. Het zou verstandig zijn tijdig na te denken over de strategische argumenten om tegendruk te bieden als in de toekomst de externe druk om nog meer te bouwen groot wordt. Baseer deze argumentatie onder andere op de rol van onze gemeente in het bieden van rust en ontspanning in het groen voor inwoners van onze regio. Mocht zich onverhoopt de situatie voordoen, dat aan de genoemde druk niet te ontkomen is, dan is voor het Milieuplatform het uitgangspunt om zo veel mogelijk harmonisch aan te sluiten bij ons ‘meer-dorpenkenmerk met open buitengebied en natuurwaarden’. Dit betekent dat de omvang en de kwaliteit van buitengebied en natuurgebieden op zijn minst behouden blijven, maar liefst nog versterkt worden.

Meer woonruimte vraagt om bijkomende, algemene voorzieningen en heeft ook impact op het gebruik van bestaande faciliteiten, zoals winkels, wijk-, welzijns- en zorgvoorzieningen. Bij een bevolkingstoename zal de behoefte aan en druk op het groen in de eigen omgeving en in het buitengebied 24 toenemen. Situering van woningen in of nabij tuinbouwbedrijven en bedrijventerreinen kan frictie geven in verband met de ervaren hinder en overlast. Naar we mogen aannemen zal via groene buffers of een ecologische groene en blauwe dooradering en door beperkingen van hinder en overlast hierin adequaat worden voorzien. Zorg dat het buitengebied niet ‘verrommelt’ Het Milieuplatform vraagt aandacht voor de landschappelijke ontwikkelingen van de linten in het buitengebied. Door toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling ‘verrommelt’ het buitengebied op een aantal plekken. We gaan er van uit dat nieuwe woningen vanzelfsprekend energieneutraal en natuur inclusief worden. We zien op de woningmarkt dat koopwoningen door exploitanten worden opgekocht niet voor zelfbewoning, maar om deze woningen te verhuren. Dit heeft onder andere schaarste op de koopwoningmarkt en prijsopdrijving tot gevolg. Mede hierdoor wordt het voor bepaalde doelgroepen, zoals starters, heel moeilijk om aan geschikte en betaalbare woonruimte te komen.

In hoeverre speelt deze sociaal onwenselijke problematiek van het opkopen van woningen door exploitanten in Pijnacker-Nootdorp? Is de huidige of te verwachtte situatie zo, dat het nodig is maatregelen te nemen, zoals de gemeente Den Haag doet, om opkopen niet voor zelfbewoning tegen te gaan?

22

Het Economisch Instituut voor de Bouw voorspelt een landelijke bouwopgave van 501.500 extra woningen, waarbij bijvoorbeeld in Zoetermeer 36.500 extra woningen kunnen komen, te realiseren in glastuinbouwgebied en weiland. Dit mede in verband met betaalbaarheid en beschikbare OV-infrastructuur. Deze bouwopgave is boven op het binnenstedelijk bouwen van 810.000 woningen. Bron: De Telegraaf, dinsdag 8 juni 2021. 23 In de periode 2000-2020 is het inwonertal van onze gemeente met 140% gestegen, mede door een woningcontingent-bouwplicht voor de regio. Nu is er opnieuw grote schaarste aan woningen. CBS-projecties wijzen op de woonruimte gevolgen van migrantenstromen. Het is niet onaannemelijk dat ook onze gemeente extra wordt aangesproken om bij te dragen in het oplossen van provinciale woningbehoefte. 24 In de landelijke Nota Ruimte is als doelstelling opgenomen om bij nieuwe woongebieden een richtgetal van 75 m2 groen per woning te hanteren. Bij deze indicator is ervoor gekozen om te kijken naar de hoeveelheid openbaar groen (parken, plantsoenen, bos, natuur en dagrecreatieve terreinen) dat binnen een afstand van 500 m van de woning is gelegen.

10

Zienswijze wonen 1. 2. 3.

4.

5. 6.

Versterk cultuurhistorische lijnen en elementen, gebiedseigen bebouwingskarakteristieken en ecologische verbindingen. Stimuleer biodiversiteit, rust en ruimtebeleving. Let goed op de landschappelijke ontwikkelingen van de linten in het buitengebied, want daar ontstaat ‘verrommeling’ door toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling. Zet in op differentiatie in realisering van woonruimten: huur en vrije sector, goedkoop en duur, groot en klein woonoppervlak, variatie in passende bouwstijlen, wel en niet gestapelde bouw, voor verschillende doelgroepen Het Milieuplatform is géén voorstander van extra toekomstige bouwopgaven boven op de aantallen, die nu al in de Omgevingsvisie zijn genoemd. Ontwikkel tijdig strategische argumentatie om tegendruk te geven als in de toekomst de externe druk om nog méér woningen te bouwen groot wordt. Baseer die argumentatie onder andere op de rol van Pijnacker-Nootdorp als ‘aanbieder van rust en ontspanning in het groen’ voor inwoners van onze regio. Voorkom met afdoende maatregelen dat onroerend goed exploitanten koopwoningen aan de beoogde ‘eigen’ woonbestemming kunnen onttrekken. Hanteer bij realisering van nieuwe woongebieden de norm van 75 m2 groen per woning conform de landelijke Nota Ruimte.

4. Energietransitie 25 Inwoners zetten dit aandachtspunt op plek zes qua prioriteit. Dat sluit aan bij de opvattingen van andere wereldburgers in de rijkere ontwikkelde landen. 26 Over het algemeen bestaat wel meer aandacht voor CO2reductie, maar tegelijk is men ook kritisch over nut en effectiviteit van de maatregelen. Bij de principes ‘haalbaar, betaalbaar en eerlijk’, die als vertrekpunten worden gehanteerd, vraagt men zich af of ze ook daadwerkelijk kunnen worden bereikt 27 . Ook richten critici hun aandacht op de geringe omvang van het Nederlandse aandeel in de wereldwijde CO2emissie (0,47 %). Zij geven daarbij aan dat het aandeel nog verder zal dalen 28 . De noodzaak om een bijdrage te leveren aan de nationale doelstellingen vraagt dat we resultaatbewust omgaan met onze inzet en ons geld en niet zonder meer de ideeën voor de uitvoering van de energietransitie en de ruimtelijk inbedding opnemen in de Omgevingsvisie. Hieronder is een samenvattend overzicht opgenomen van het energiegebruik 2019-2030 in Pijnacker-Nootdorp, ontleend aan het Energietransitieplan, uitgedrukt in Tera-Joules per jaar.

25

We behandelen hier parallel aan de Omgevingsvisie ook het Energietransitieplan. Why rich countries worry more about global warming than poor ones https://www.vox.com/2014/9/23/6835285/why-rich-countries-worry-more-about-climate-change-thanpoorones 27 De inwoners-enquête van 2021 over de Energietransitie in Pijnacker-Nootdorp leverde vele vragen en reacties op: Wat zijn de kosten? ‘Wie gaat de transitie betalen? Wat zijn het nut en de noodzaak van de energietransitie? Wat zijn de mogelijkheden en alternatieven? Wat wordt het beleid van Pijnacker-Nootdorp? Hoe verduurzamen we oude huizen? Waarom gaan andere landen juist over op aardgas en moeten wij er vanaf? Wat zijn subsidie mogelijkheden? Waarom wachten we niet tot we direct over kunnen stappen op waterstof? Wat kan ik nu al doen en hoe weet ik wat de beste optie is voor mijn huis? Ik hoor slechte verhalen over een warmtepomp (herrie, kou). Wat is het alternatief? Hoe voorkomen we dat er alsnog gas wordt gebruikt voor bijvoorbeeld het warmtenet? 28 https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_countries_by_carbon_dioxide_emissions De NL-bijdrage aan CO2 - uitstoot is te klein om zichtbaar te zijn op deze kaart. 26

11

Volgens het verduurzamingsconcept ‘trias-energetica’ 29 is de eerste en voornaamste stap tot CO2-reductie het verminderen van energiegebruik via fossiele brandstoffen. Onze inwoners kunnen hieraan bijdragen door gedragsverandering en vermindering van minder duurzame activiteiten. Energiereductie zet zoden aan de dijk bij partijen en objecten met het grootste verbruik. In Pijnacker-Nootdorp is dat de tuinbouw. Het ligt daarom voor de hand om in onze gemeente naast andere sectoren ook te kijken naar de tuinbouw als grootgebruiker van warmte en elektriciteit met ruim 70% van het totaal. Daar is de energieintensiteit per m2 hoog. Bij warmte blijkt dat volgens de gemeentelijke projecties redelijk te lukken, echter bij het elektriciteitsgebruik zien we richting 2050 nog geen verbetering . Niet alleen voedselproductie maar ook producten, die niet tot de eerste levensbehoeften behoren, een korte levenscyclus hebben en dan worden weggegooid, zoals snijbloemen, vragen veel energietoevoer in deze sector. Je kunt hierbij vragen stellen, zoals: Is dit blijvend acceptabel als bestemming van schaarse groene energie? Moet productie beslist hier plaatsvinden of kan het ook energiezuiniger zoals in een warmer klimaat 30? Dit laatste helpt mee om de economische kansen elders te vergroten en creëert hier ruimte voor minder energiebehoeftige en hoogwaardiger activiteiten.

Daarnaast is het een goede ontwikkeling als in de glastuinbouw het accent gaat verschuiven van energieintensieve naar energie-extensieve producten. De consument kan het beïnvloeden door seizoen- en energielabel-bewuster in te kopen 31. Dergelijke alternatieve gedachten vinden we niet terug in de Omgevingsvisie en het Energietransitieplan. Het is jammer dat aan een sector met meer dan 70% van het totale energieverbruik nog weinig visionaire aandacht is besteed. Vinden we dat aan deze en andere energiegrootgebruikers schaarse duurzame energie blijvend beschikbaar gesteld kan worden, waarbij zij al dan niet tegen marktprijzen of mogelijk tegen een volumekorting worden getarifeerd? Ondernemers kunnen in het kader van hun bedrijfsvoering een rol spelen bij het halen van de doelen van de energietransitie. Naast afspraken daarover per bedrijfssector, zoals met LTO Glaskracht, is het nodig om ook met individuele ondernemers in meerdere sectoren afspraken te maken over hun bijdrage aan de energietransitie. 32

29

De prioriteiten bij een duurzame aanpak en ontwerp https://nl.wikipedia.org/wiki/Trias energetica Met name de productie van bloemen kost veel toegevoegde energie en CO2 uitstoot in onze omgeving, vooral in de winter. Daar is nog niet in meegenomen dat we veel van onze bloemen wereldwijd per vliegtuig exporteren. In Nederland kopen we vaak de bloemen gekweekt in Afrika. Dat is per saldo echter duurzamer qua CO 2 footprint dan productie hier. 31 https://www.milieucentraal.nl/bewust-winkelen/uitgelichte-producten/bloemen/ 32 Laat onverlet dat het de verantwoordelijkheid van elke ondernemer is om door de overheid benoemde energietransitie-maatregelen tijdig te nemen. De overheid ziet handhavend daarop toe. Volgens artikel 2.15 1e lid van het Activiteitenbesluit Milieubeheer dient degene die een inrichting drijft alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te nemen. Deze beschikking biedt de gemeente de kans tot borging en koppelen van voorwaarden via de volgende bepaling in lid 2: “Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift een gefaseerde uitvoering van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, toestaan waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfseconomische omstandigheden van de inrichting. Hierbij stelt het bevoegd gezag per maatregel een redelijke termijn vast waarbinnen die maatregel moet zijn uitgevoerd.” 30

12

Laten we een dialoog starten tussen ondernemers, inwoners en gemeente over kansen, wensen en mogelijkheden m.b.t. de energietransitie. Het zou goed zijn een dialoog te starten tussen ondernemers, inwoners en gemeente over kansen, wensen en mogelijkheden m.b.t. de energietransitie. Dit kan leiden niet alleen tot wederzijds inzicht en begrip, maar ook tot creatieve, aanvaardbare ontwikkelingsopties met een tijdpad. Als we maximaal inzetten op oplossingen met energiereductie-winst, dan wordt ons lokale energietransitieprobleem aanmerkelijk geringer. Daarbij moeten we voor alle sectoren (glastuinbouw, woningen, overige bedrijven, overheid) in de gemeente in de gaten houden waar de toename en afname van het energiegebruik daadwerkelijk gestalte krijgt. Een energieboekhouding vervult daarin een ondersteunende rol. Als persoon X of bedrijf Y nieuwe (bedrijfs)activiteiten wil ontplooien, die meer energie gaan verbruiken dan in de huidige situatie, horen daartegenover compenserende maatregelen te staan. Immers productiegroei en energieverbruik kennen grenzen of behoren deze te hebben vanuit duurzaamheidsoptiek. Wellicht kunnen we door een extra reductieslag bij grootgebruikers zelfs met onze geothermie de buurgemeenten gaan helpen.

Het Milieuplatform ondersteunt van harte het vertrekpunt dat het groene buitengebied van Pijnacker-Nootdorp vrij zal blijven van energieopwekkers, zoals niet inpasbare zonnepaneelvelden en windturbines. Hierbij sluiten wij ons aan bij de visie van Natuurmonumenten: ‘Laat de natuur en de omgevingskwaliteit in haar waarde en behoudt haar waarde bij de energietransitie’. Windturbines passen niet goed in onze kwetsbare omgeving 33. Zelfs niet op bedrijfsterreinen en in glastuinbouwgebieden. De vertegenwoordiger van NMP is niet per se tegen plaatsing van windmolens als dit nodig is om de klimaatdoelen te halen. Maar alternatieven voor energieopwekking met minder tot geen impact op landschap en natuur dienen voorrang te krijgen boven windmolens. Volgens het Milieuplatform is de kwetsbaarheid van het landschap en de inpasbaarheid van de oplossingen voor de lokale energieproductie zowel qua uitgangspunten als consequenties nog onvoldoende helder gemaakt door het college. Waar kunnen zonnepanelen op land in onze gemeente wel en hoe vindt de natuurlijke inbedding ervan plaats? Sluit dit aan bij de maatschappelijke beleving qua draagvlak? Wij zijn voorstander om in onze omgeving nu en in de toekomst zo veel mogelijk in te zetten op zonnepanelen op daken van woningen 34 en bedrijven en andere gebouwen, inclusief de tuinbouw 35.

Dergelijke oplossingen behoren met ruimtelijke regelgeving en financiering te worden ondersteund.

Daarbij kan B&W verplichten om binnen een te bepalen termijn, onderzoek te verrichten of te laten verrichten waaruit blijkt of aan het eerste lid wordt voldaan. Indien uit het onderzoek, blijkt dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, neemt degene die de inrichting drijft de in het eerste lid bedoelde maatregelen binnen een door B&W te bepalen redelijke termijn. 33 Windturbines veroorzaken omgevingsschade (beeldkwaliteit, geluid, lichtschittering), vereisen delving en gebruik van zeldzame metalen en veroorzaken restafvalproblemen. Voorts leggen ze beslag op een opstelplek. De opsteltermijnen zijn tot nu toe niet begrensd; er zijn geen afbraakeisen en -waarborgen ten laste van de uitbater. Overigens geldt het milieuprobleem ook voor recycling van zonnepanelen na zo’n 25 jaar gebruik, maar er gloort hoop op een meer circulaire toekomst via de productie van betere panelen. https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/energietransitie/roadmaps/hernieuwbareelektriciteit/zonneenergie/pv/recyclebare-zonnemodules/ Windenergie op zee produceren en/ of het inkopen ervan elders (er is regelmatig fors windenergieoverschot internationaal) kan zeker in onze dichtbevolkte Randstad een omgevingsvriendelijker oplossing zijn.

34 Net als bij bedrijven geldt bij woningen de trias energetica, waarbij we als eerste werken aan reductie van energiegebruik via betere woningisolatie, kansrijke maatregelen en gedrag-aanpassing. 35 Veel woningen zijn geschikt voor zonnepanelen en kunnen zo elektrisch energieneutraal worden gemaakt. Liefst met wat overschotcapaciteit, want dan is er speelruimte voor elektrisch koken, warmtepomp en airco. Voldoende isolatie aanbrengen op een geschikt moment is veelal nuttig. ‘Van het gas af’ lijkt op vele plekken een brug te ver en de extra CO2 winst is vrij marginaal of te duur. Het lijkt er op dat vele bedrijven (inclusief

13

Het Milieuplatform bepleit flankerend beleid om de beoogde transitie bestuurlijk te borgen. Te beginnen met het toetsen en aansturen dat nieuwe bedrijven of uitbreiding van bestaande bedrijfsactiviteiten in alle sectoren voldoende bijdragen aan de beoogde energieneutraliteit. Nieuwe bedrijfsmatige activiteiten zouden geen (extra) fossiel energieverbruik met zich moeten meebrengen en/of ze behoren duurzamer te zijn dan het gemiddelde van bestaande vergelijkbare activiteiten in onze gemeente. Tot nu toe richt de gemeente zich bij de energietransitie vooral op de doelgroep ‘particuliere huishoudens’. Maar meer focus is nodig op de ‘grote spelers’ qua energiegebruik. Willen we al onze ambities waarmaken dan kunnen we niet om die spelers heen. Dit vraagt dan wel om gericht beleid op basis van inzicht. Hierna illustreren we dit aan de hand van de voornaamste energiecijfers die nu nog onvoldoende eenduidig zijn.

Oostlandse glastuinbouw zet koers naar 2030, blz. 49 en 50, WUR, 2019, Kwadrant A=GTB-PN 36 .

glastuinbouw: WKK-reserve) wel hun gasaansluiting behouden en kunnen gebruiken. Gaan woonwijken en bedrijventerreinen wel van het gas af, maar glastuinbouw-gebieden door hun dubbele functie van WKK-reserve niet? Hoe dit aangestuurd wordt is tot nu toe niet duidelijk. Of dit inhoudt dat rest- en bodemwarmte minder toegepast zullen worden in de glastuinbouw is eveneens onduidelijk. Of warmtenetten in woonwijken betrouwbaar en betaalbaar zijn en blijven is nog onvoldoende bewezen. 36 Oostlandse glastuinbouw zet koers naar 2030, 2019 Bron: https://edepot.wur.nl/494744

14

Bovenstaand een totaaloverzicht uit Klimaatmonitor Rijsoverheid voor Pijnacker-Nootdorp 37. Totaal (warmte plus elektra) volgens WUR in 2015 en 2030: resp. 6.004 TJ en 4.132 TJ (=69%). De gemeente Pijnacker-Nootdorp in haar energienota in 2019 en 2030 : resp. 3.445 TJ en 2.695 TJ (=78%). Klimaatmonitor Rijksoverheid, energieverbruik 2015 en 2019: resp. 3.994 TJ en 4.246 TJ (groei). De forse verschillen kunnen wij niet duiden. De veronderstellingen van de WUR staan in hun rapport, in de gemeentelijke nota ontbreken ze. Uit het WUR-lijstje blijkt dat assimilatieverlichting bij bloemen ook in de toekomst nog veel elektra inzet vergt. Wellicht toch de focus naar andere teelten en concepten verleggen 38 ? De conclusie is dat de gemeente zorg draagt voor eenduidig controleerbare cijfers en toelichtingen. De gemeentelijke ambitie is kennelijk om rond 2050 zo’n 50-60% lokale opwek aan elektrische energie te bereiken. Deze ambitieuze doelstelling mist een goede onderbouwing. Hoe verhouden onze ambities zich tot andere gemeenten in de omgeving op gebied van warmte en elektriciteit? De gemeente Lansingerland richt zich bijvoorbeeld op 25% lokale opwek in 2050 39. Delft en Zoetermeer hebben voor zover bekend dergelijke hoge ambities niet opgenomen.

Wij vragen aandacht voor een andere mix aan lokale activiteiten (met name minder energie-verbruikende bedrijfsactiviteiten in tal van bedrijfssectoren) ter energiereductie. Tegelijk kunnen we naar een realistische mixstreefwaarde in de verhouding tussen lokaal opgewekte en ‘import’ van elektrische energie toe werken op de langere termijn. Waarbij we voorkomen dat de financiële voordelen, veelal gebaseerd op ruime subsidievertrekking, bij sommigen terechtkomen en de nadelen (als negatieve invloed op de fysieke leefomgeving) per saldo voor de gemeenschap zijn. Dus niet uitsluitend meer vanuit een ambitie onszelf een verplichting opleggen om over te gaan op dure of te complexe opwekking. Laten we kijken naar de ons omringende gemeenten, die een realistische mix hanteren. Het is aannemelijk dat we in Pijnacker-Nootdorp voldoende geothermie-warmte kunnen opwekken en een overschot kunnen exporteren. Bij elektra zullen we wat meer moeten importeren. Zonder inzicht in de effecten versus de kosten van de energietransitie-opties is een zinvolle discussie met bedrijven en inwoners niet mogelijk en worden keuzes gemaakt op basis van onvoldoende grondslag 40.

37

https://klimaatmonitor.databank.nl/content/energieverbruik Download: PN, zie Hoofdstuk 2.1. Inzet op concepten als daglichtkas kunnen het energieverbruik met 50% verminderen. De daglichtkas is ontwikkeld door Technokas, in samenwerking met Wageningen Universiteit en verschillende leveranciers. https://technokas.nl/smart-greenhouses/kassenbouw/daglichtkas/ 39 ‘Lansingerland duurzaam’, 2019, pagina 16. 40 Enkele vraagpunten: als de doelstellingen nu voor 2030 zijn gedefinieerd; wat ‘kost’ dat dan bij 3 geothermiebronnen, leidingnetwerk, ruim 50 ha zonnepanelen? Als de doeltellingen voor 2050 nog veel hoger liggen (immers dan alles toch terug naar 0% gas en geen CO2 uitstoot): wat betekent dat dan voor het ruimtebeslag en de investeringen? Stel 3 geothermiebronnen, leidingnetwerk, ruim 50 ha zonnepanelen is de eindoplossing. Dan nog moet je in de Omgevingsvisie aangeven hoe we die inpassing vorm gaan geven. Wat betekenen 50 ha zonnepanelen in de GTB38

15

Naast betaalbaarheid staat een eerlijke verdeling van lusten en lasten voorop. Tot nu toe is dat laatste structureel onevenwichtig op nationaal niveau: want burgers betalen meer dan bedrijven per eenheid energie bij gas en elektra door het (nog steeds uit het verleden voortkomende) stelsel. Zoals eerder gezegd behoren ook de inwoners actief bij te dragen aan energietransitie. Net als bij bedrijven hanteren we daarbij de trias energetica volgorde, waarbij we als eerste werken aan gebruiksreductie (via betere woningisolatie en aangepast handelen). Monitoring verschaft ons het inzicht of we op het gebied van energie-transitie de gestelde doelen bereiken. Het vereist een actueel en betrouwbaar dashboard met ‘technische cijfers’ over de voortgang en resultaten van de transitie en van de kostenbeheersing. Ook is het goed om te beoordelen hoe we het doen in vergelijking met anderen. Ter illustratie van het laatste punt een overzicht, ontleend aan de Duurzaamheidsindex van Nederland (DiNG) 41 . Het vergelijkt huishoudens per gemeente met het landelijk gemiddelde. Index

Delft

Zoetermeer PijnackerNootdorp

Lansingerland Westland

Midden Delfland

Beste gem. NL

Zonnestroom

0,4

0,8

1,2

1,3

1,0

1,8

ISDE-subsidie

0,7

0,7

1,0

1,0

0,9

1,0

Verstening

1,0

0,9

1.1

1.2

0,9

1.6

1,7

Gemiddeld

0,1

0,4

1,3

1,5

0,8

1,6

5.9

Pijnacker-Nootdorp scoort volgens dit overzicht redelijk vergelijkbaar met de omgevingsgemeenten qua zonnestroom. Het aandachtgebied ‘risico- en energieleverbetrouwbaarheid’ ontbreekt nog in het Energietransitieplan. Nodig zijn concrete doelen met een tijdlijn en bijpassend budget. Ook inzicht in de belangrijkste inhoudelijke 42 en financiële risico’s en onzekerheden, waar mogelijk gekwantificeerd met een analyse van hoe deze te beheersen in de investering-, project- en operationele fase. Monitoring en (bij)sturing vormen de bijkomende vereisten. De levering van restwarmte vanuit het havengebied Rotterdam aan de provincie Zuid-Holland laat een positief plaatje zien 43 . Met de voorziene opschaling van de waterstofproductie is er kennelijk voldoende capaciteit om de behoefte volledig te dekken tot 2050 (namelijk 23 PJ in 2030 en 45 PJ in 2050; equivalent met resp. 0,5 mln. en 1 mln. huishoudens energiegebruik) en het warmtegebruik vermijdt heel veel CO2 uitstoot.

gebieden i.v.m. de eisen voor inpassing in groenstructuur, blauwe dooradering, natuurvriendelijke inrichting en bijdrage aan de biodiversiteit? Want het uitgangspunt ‘dorpen verbonden in het groen’ hoort prioritair te zijn. 41 DiNG https://www.vattenfall.nl/producten/energie/duurzaamheidsindex/ 42 Daaronder ook die van geothermie putten. Hoe worden deze risico’s bewaakt en beheerst, wie is aanspreekbaar voor schade, zijn de verantwoordelijkheden afdoende geborgd? Is een draaiboek beschikbaar voor calamiteiten in de boorfase en achteraf? Welke zijn de calamiteitscenario’s bij dergelijke boringen (denk aan gas, olie, vervuild water en grond, toxische stoffen)? Zon en wind zijn geen stabiele energiebronnen. Hoe borgen we dat we een stabiele energievoorziening houden? Kan kernenergie hierbij een oplossing bieden? We moeten in ieder geval zorgen dat bedrijven kunnen blijven produceren en dat woningen warm blijven in de koudere perioden. 43 Zie Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag, RES 1.0. Punt 8.2. Stap 2, warmteaanbod, etc. Waterstoffabrieken nieuwe bron van duurzame warmte voor Zuid-Holland. Bron: Havenbedrijf Rotterdam. https://www.portofrotterdam.com/nl/nieuws-en-persberichten/waterstoffabrieken-nieuwe-bronvanduurzame-warmte-voor-zuid-holland

16

Na 2030 is een belangrijk deel van de restwarmte afkomstig van het via elektrolyse producen van waterstof. De energetische-output bestaat zo uit benutbare restwarmte en waterstof. Beiden zijn met voordeel klimaatneutraal in te zetten. Het kostenplaatje en de risico’s voor de eindverbruiker zijn echter nog niet duidelijk. Maar het moet mogelijk zijn om ook dat verantwoord voor alle partijen op te lossen, zoals via een open businesscasevergelijking van aanbieders en afnemers van warmte. De uitdaging is om de warmte verliesvrij en economisch te transporteren en te benutten binnen de provincie. Ook dit vergt nadere studie vanwege onder andere technische onzekerheden, haalbaarheid en ruimtelijke inpassing. Bij productie en levering van waterstof en restwarmte vanuit de Rotterdamse haven is nog het volgende ter overweging 86: Wellicht komen we op termijn alsnog uit op een mix-oplossing van een warmte- én een waterstofnet. De eerste oplossing is vooral voor grootverbruikers en grotere woonclusters van toepassing en de tweede in de rest van de woonsituaties. Dat zou prima passen bij behoud van ons gasnetwerk. Het beleid was al om dit gasnetwerk in ieder geval in het laag bebouwde buitengebied te handhaven.

Maar als dat laatste economisch verantwoord is, waarom dan ook niet elders in dichter bebouwde wijken? Dit wordt relevanter indien een behoorlijk percentage van de particuliere afnemers bewust niet kiest voor het warmte-alternatief. Ook kunnen er later spijtoptanten van warmtenetaansluitingen bijkomen gelet op onderpresteren en/of de ermee verbonden kosten en tarieven. Het bijeenplaatsen van bedrijfsactiviteiten op industriële schaal, die met elkaar de warmtegrootafnemers vormen, nabij de warmte-opwekbronnen in het havengebied is energetisch rationeel (nauwelijks warmteverliezen en een goedkoop netwerk) en het past qua industriële bedrijvigheid goed bijeen. Vertical Farming en andere tuinbouw-oplossingen zouden hierdoor mogelijk extra kansen kunnen krijgen. Een eerste verkenning naar tuinbouw-inpassing in het havengebied was er al in 2011 44. Er ligt hier een uitdaging voor een haalbaarheidsstudie. Het voorgaande is geen uitputtende verhandeling over bestaande of toekomstige opties met potentie. Zo is kernenergie niet genoemd, omdat hierover niet op gemeentelijk niveau beslist wordt, terwijl het door de nieuwe ontwikkelingen (zoals thorium reactoren) een kansrijke optie lijkt 45.

Het aspect energie-innovatie is eveneens belangrijk; hoe volg je de ontwikkelingen, op welke wijze spelen we daarop voldoende in en wat doen we zelf actief om dit verder te brengen? We moeten nu wel handelen met inzichten, voorkeuren en technologieën van het heden, maar wel flexibel blijven om in te spelen op innovatieve opties in de toekomst.

Zienswijze energietransitie 1.

Energietransitie mag geen alles overheersende prioriteit zijn. Het is één van de ontwikkelingsvisies die qua impact en oplossingen afgewogen worden binnen de ruimtelijke structuur van ‘verbonden dorpen in het groen’.

44

Glastuinbouw in de Rotterdamse haven; Utopie of Toekomstbeeld? Stageverslag van Xplorelab, provincie ZuidHolland, in samenwerking met nHtV internationale hoger onderwijs Breda (ruimtelijke ordening & planologie) en transForum, 2011 https://edepot.wur.nl/176445 Enkele citaten: ‘ Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat er interessante mogelijkheden zijn voor glastuinbouw in het havengebied. Met innovatief ondernemerschap en bestuurlijke wil zijn er mogelijkheden te vinden. Het havengebied van Rotterdam leent zich niet voor alle vormen van glastuinbouw. Er zijn vooral kansen voor het middensegment. Dit wil zeggen voor kassen of clusters van kassen van +/- 6 ha. Dit segment is vooral gericht op de sierteelt. Het segment kent een hogere toegevoegde waarde dan bijvoorbeeld groenteteelt per m2 waardoor de hogere vestigingskosten te verantwoorden zijn. Daarnaast heeft de sierteelt voordelen bij de logistieke ligging in de haven.’ ‘Op technisch en duurzaam vlak zijn er in de haven veel synergievoordelen te behalen. Er zijn kansen voor gebruik van restwarmte van industrieën en gebruik van (schone) co2-resstromen van de ocap.’ 45 Kernenergie https://www.tudelft.nl/energy/onderzoek/kernenergie ‘Vierde generatie kernreactoren. Nieuwe typen kerncentrales zoals de Hoge Temperatuur Reactor en de Gesmolten Zout Reactor zijn inherent veilig en gaan zeer zuinig om met splijtstof.

Daardoor kunnen beide reactortypen naast uranium ook thorium als brandstof gebruiken, wat in potentie veel minder langlevend kernafval oplevert.’

17

2.

Zorg voor beter kwantitatief en financieel inzicht in onzekerheden en risico’s van technologische oplossingen zoals warmtenetten en waterstof. Financiële tegenvallers bij dergelijke projecten mogen niet afgewenteld worden op inwoners. 3. Bij energietransitie spelen een belangrijke rol: doeleffectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid, betaalbaarheid, eerlijke lusten-lastenverdeling en onderkenning en beheersing van risico's. Geef inzicht in deze aspecten bij het opstellen van energietransitie-plannen per wijk of gebied. 4. Richt je in Pijnacker-Nootdorp bij reductie- en het verduurzamen van energiegebruik tegelijk op alle sectoren (tuinbouw, overige bedrijven, woningen, overheid) en beschikbare maatregelen. Richt hiervoor een energieboekhouding in en stel compensatie als voorwaarde bij een toename in verbruik. 5. Stimuleer zonnepanelen op daken waar dat mogelijk is. 6. De Energiemix (= het zelf opwekken versus importeren) is geen zelfstandig doel en draagt, op zichzelf genomen, ook niet bij aan daadwerkelijke CO2-reductie. Focus hierop kan suboptimalisatie in de hand werken, zoals te veel ruimtebeslag voor zonnepanelen in glastuinbouwgebieden, die daar een nuttiger bestemming verhindert voor de langere termijn. Beter is het om te sturen op het maximale eindeffect (CO2reductie) tegen de laagste kosten, de minste lokale hinder en het minste ruimtegebruik. 7.

Omgevingskwaliteit en natuur mogen niet lijden onder de energietransitie, maar behoren er mee vooruitgeholpen te worden. 8. Hanteer bij de energietransitie het natuur-en landschapsinclusief handelen als randvoorwaarde bij plaatsbepaling, inrichting en gebruik van energienetwerken 46. Windturbines en zonnepanelen passen niet in ons kwetsbare natuur- en buitengebied. Maar ook elders in onze gemeente zijn de kansen gering indien de voor- en nadelen in beschouwing worden genomen. De instemming van minimaal de omwonenden is een vereiste voordat plannen en afspraken worden gemaakt 47 . Noot: De vertegenwoordiger van NMP is niet per se tegen plaatsing van windmolens, als dit nodig is voor het halen van onze klimaatdoelen. Alternatieve vormen van energieopwekking met minder tot geen impact op landschap en natuur dienen voorrang te krijgen boven windmolens. 9. Benoem en bewaak risico’s en onzekerheden en stuur daarop. Dit zou een apart deel van een actueel werkend overall dashboard en monitoringsysteem moeten zijn. 10. Zet vol in op energietransitie met de nu beschikbare, betaalbare oplossingen. Als zich in de toekomst innovatieve ontwikkelingen aandienen, maak daarvan dan gebruik bij de verduurzamingsopgave. 11. De energietransitie heeft flinke impact voor inwoners en ondernemers.

Relevante factoren voor het slagen van deze transitie zijn onder andere transparante informatie, betaalbaarheid en draagvlak. Investeer per overzienbaar project in een open dialoog met inwoners en ondernemers met werkelijke keuzevrijheid en inbreng 48. Want zover zijn we niet op basis van wat toe nu toe aangereikt is door de overheid 49 en/of in het gemeentelijk plan. Ook het EU energietransitie-traject gaat gepaard met vraagtekens qua inhoud en

46

https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2019-zorg-voor-landschap-3346_0.pdf Wind- en zonneparken in ons kwetsbare landschap toelaten staat op gespannen voet met het behoud van de natuur en omgevingskwaliteit. Toch staat in de Energietransitievisie het voornemen om 50 ha te bestemmen voor zonnepanelen. Op welke plekken is zoveel restruimte beschikbaar? 48 ‘The smart way to keep people passive and obedient is to strictly limit the spectrum of acceptable opinion, but allow very lively debate within that spectrum—even encourage the more critical and dissident views. That gives people the sense that there's free thinking going on, while all the time the presuppositions of the system are being reinforced by the limits put on the range of the debate’. Chomsky bespreekt het door politiek en overheid voorspannen van gedachten en oplossingen waardoor de burger ‘oplossing-getunneld’ wordt. Bron: Professor Noam Chomsky https://en.m.wikipedia.org/wiki/Noam_Chomsky 49 De klimaattafels waren zonder burger- en zonder deskundigen inbreng; ‘van het gas af’ is niet cijfermatig onderbouwd en elders in de EU stimuleert men juist het omgekeerde. Bovendien kan het duur uitpakken. Zie hierover: 'Woningen van het gas? Daar krijg je spijt van', Prof. D.

Smeulders, TU/e- Eindhoven, 2018 https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/woningen-van-het-gas-daar-krijg-jespijtvan.9598304.lynkx en https://www.ed.nl/eindhoven/hoogleraar-tu-eindhoven-nu-van-het-gas-af-leidtalleentot-meer-CO2-uitstoot~ac68cdb4/?referrer=https://www.google.com/ 47

18

redelijke lastenverdeling 50 . Laten we dat lokaal beter doen via inzichtelijke, realistische en eerlijke oplossingen. 13. Haalbaar, betaalbaar en eerlijk zijn randvoorwaarden bij maatregelen voor energietransitie. Definieer eerst deze begrippen en gebruik ze vervolgens om daaraan maatregelen te toetsen. Daarnaast is een toets nodig van de volgende tweetallen: ‘de doel-effectiviteit’ en de ‘oplossing- en kosten-efficiëntie’. 14. Het kleinste deel van het energiegebruik (namelijk dat van de inwoners) krijgt nu volop de aandacht in de plannen. Maar de grootste component in het energiegebruik is afkomstig van bedrijfsmatige activiteiten, met name de glastuinbouw. Het grootverbruik is voor de gemeenschap uit beeld in de discussie en ook ten aanzien van de noodzakelijke verbeteringen, plannen, consequenties en monitoring. Het Milieuplatform pleit er voor om de gemeentelijke regierol evenwichtiger en gelijktijdig te richten op alle doelgroepen, dus ook de grootverbruikers.

5. Economie en werkgelegenheid De Omgevingsvisie positioneert als het gaat om bedrijvigheid vooral de glastuinbouw en minder de overige bedrijvigheden, waaronder de detailhandel 96. Terwijl de overige bedrijvigheden met elkaar in 2019 90% van de lokale werkgelegenheid (banen) bieden en toekomstkansen hebben 97. De 8 % arbeidsinzet in de agrarische sector wordt grotendeels bepaald door de tuinbouwsector, voor een groot deel bestaande uit laagwaardige arbeid die voor een deel wordt verricht door arbeidsimmigranten 51. Inwoners zetten in hun prioriteitenlijstje de waardering voor de economie en de werkgelegenheid op de voorlaatste plaats. Het is zinvol om na te gaan of dit bijvoorbeeld is ingegeven door het forensenkarakter en regiofunctie van onze gemeente, de relatief geringe toekomstkansen of de nadelige bijeffecten op de omgeving. Antwoorden op deze vragen kunnen richting geven aan de visie op de lokale economie. De Omgevingsvisie denkt een negatieve perceptie van de tuinbouwsector te kunnen ondervangen via meer sociale betrokkenheid van de glastuinbouw bij verenigingen, het meegroeien met de beroepsbevolking 102, het verduurzamen en meer innovatie 103.

Zoals eerder opgemerkt, is de overige bedrijvigheid (= 90% van de bedrijvigheid in Pijnacker-Nootdorp) over een reeks van jaren een groeisector geweest met een werkaanbod dat aansluit bij het lokaal/regionaal beschikbare arbeidspotentieel. Mede op basis van CBS-cijfers is het aannemelijk dat het arbeidsinkomen per werknemer in deze sector gemiddeld genomen beter is, de toegevoegde waarde per oppervlakte-eenheid hoger en het energieverbruik per oppervlakte-eenheid veelal relatief laag. Waarom krijgt de potentie van deze overige, lokale bedrijvigheid zo weinig aandacht in de Omgevingsvisie? De gemeentelijke inkomsten komen voornamelijk van de inwoners en minder van de lokale bedrijven. Niet duidelijk is of een redelijk evenwicht bestaat tussen de gemeentelijke baten versus kosten en de inzet voor specifieke bedrijfssectoren zoals de glastuinbouw en de overige bedrijvensectoren. Kan de gemeente dit inzicht geven? De tuinbouw in onze omgeving kenmerkt zich onder andere door de volgende factoren 108: 50

Ter illustratie: onze burgergasprijzen zijn door overheidsingrijpen de hoogste in de EU. Vervolgens koppelen we daar warmte-oplossingen aan en zo trekken we de warmtetarieven mee naar boven! Energieprijs-monopolie, zoals nu gehanteerd door de overheid in Nederland, is geen zuiver instrument. Inwoners kunnen het niet ontgaan (geen echte keuze meer mogelijk). Bedrijven claimen bij de overheid prijsmitigatie om internationaal concurrerend te blijven. Velen begrijpen het niet meer en ervaren de gang van zaken niet ‘als redelijk en verstandig overheidshandelen’. 51 Deze komen hier naartoe omdat in het herkomstland onvoldoende werkkansen zijn. De EU heeft te weinig oog voor het toewerken naar een betere geografische match van vraag en aanbod bij werkgelegenheid. Dat leidt tot een onwenselijke ‘volksverhuizing’, met ruimtelijke leegloop enerzijds en ophoping elders anderzijds. Zonder aansturing zal het alleen maar erger worden.

19

a. Glastuinbouw benut in onze gemeente 730 ha. bruto. Dit is 19% van het totale oppervlak van de gemeente. De bijeffecten zijn onder andere lichthinder, waterverontreiniging, inklemming van woongebieden, kwetsbare omgevingen en wegen belast door vrachtverkeer. b. De productie-output is voor een groot deel voor export bestemd en heeft bij de snijbloemen een beperkte gebruiksduur, waarna het product wordt weggegooid. Toch vergt een dergelijk product productietechnisch een hoge energie-input per m2. In vergelijking met woningen en andere bedrijvigheid in onze omgeving is het aanmerkelijk hoger. De WUR voorziet verdere belichtingsintensivering (waardoor extra elektraverbruik) en daarnaast een daling bij de warmtevraag. De CO 2 emissiedaling in de glastuinbouw is vanaf 2014 vrijwel gestopt, zo blijkt uit landelijke statistieken en onderzoek 109. c. De arbeidsinzet is voornamelijk laagwaardig en sluit niet aan bij het lokale en regionale aanbod. Personeel wordt daarom via uitzendbureaus vanuit voornamelijk Oost-Europa aangetrokken.

96

De voornaamste vestigingssector bij bedrijven in Pijnacker-Nootdorp is de dienstverlening (totaal circa 50%), terwijl de sector land & tuinbouw goed is voor 8% van de banen. De laatstgenoemde sector laat de afgelopen jaren geen stijging van het aantal banen zien en de werkgelegenheid en de arbeidsvraag zijn voornamelijk laaggeschoold. https://pijnacker-nootdorp.incijfers.nl/dashboard/banen-en-vestigingen Wat betreft het algemene opleidingsniveau heeft Pijnacker-Nootdorp t.o.v. andere gemeenten in de regio en Nederland een relatief hoog percentage aan HBO/WO-studerenden en/of opgeleiden. Bronnen: Gemeente op maat, Pijnacker-Nootdorp, CBS 2011, blz. 18 en 23 en https://allecijfers.nl/gemeente/pijnacker-nootdorp/ 97 Het zou goed zijn als Pijnacker-Nootdorp zich meer zou richten op innovatieve bedrijvigheid. Hoogwaardige kenniscentra in de regio bieden ons spin-off potentie, die we kunnen oppakken via wervende vestigingsfaciliteiten in een aantrekkelijke leefomgeving. 102 Voor het gros van de inwoners zijn er op korte of langere termijn in de tuinbouwsector onvoldoende arbeidskansen op aantrekkelijk niveau, tenzij in die sector structureel een ommezwaai plaatsvindt naar innovatie met hoogwaardiger werk en toegevoegde waarde. Daar is echter nog niet in voorzien.

Het is daarom te verwachten dat er voor inwoners vooral arbeidskansen liggen bij andere lokale bedrijfssectoren en elders in de regio. De gemeente zou dit aandachtspunt moeten oppakken. 103 Zie Ontwerp Omgevingsvisie, blz. 31, versie mei 2021: De bedrijventerreinen en (glas)tuinbouwgebieden grenzen aan of maken deel uit van de kernen. Deze relatie willen we richting 2050 versterken. Door te werken aan betere verbindingen tussen de kernen, het groen en de economische clusters in de vorm van onder andere fietspaden, groene zones en energie-uitwisseling wordt overlast die nu soms nog wordt ervaren omgezet in begrip en waardering. Dat geldt ook voor de sociale samenhang. De bruisende centra waar de hechte gemeenschap mede wordt gevormd, is de thuisbasis van veel ondernemingen. De (glas)tuinbouwbedrijven bieden werk aan mensen van binnen en buiten onze gemeente ‘Tuinders zijn betrokken bij het verenigingsleven en dragen bij aan maatschappelijke opgaven door middel van innovatie (digitalisering, verduurzaming, kortere ketens enz.). Met elkaar geven we de bedrijven ruimte om te ondernemen. De glastuinbouw blijft anticiperen en zich ontwikkelen en de economische activiteit groeit tot 2025 mee met de beroepsbevolking.’

20

De Nederlandse tuinbouw is nog steeds een topspeler op de wereldmarkt, in het bijzonder op het gebied van hoogwaardige snijbloemen. Dit is op basis van de kwaliteit van de primaire productie, het professionele handelsen distributiesysteem en de productinnovaties. We zien echter dat andere landen steeds meer in opkomst zijn over het gehele assortimentsbereik. Echte schaalvergroting in Nederland moet veelal buiten Zuid-Holland plaatsvinden. Want in onze provincie ontbreekt het aan passende opschalingsruimte. Mede door de lange historie kenmerkt de tuinbouw in Zuid-Holland zich door versnippering en minder aangepast aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om de sectorvitaliteit op een voldoende duurzaam en competitief niveau te brengen zijn structurele aanpassingen noodzakelijk 52. Deze structurele aanpassingen binnen en buiten onze gemeente zouden een item in de Omgevingsvisie moeten zijn. Het Milieuplatform mist dit echter. Verderop in dit hoofdstuk citeren wij enige deskundigen om toch enig toekomstbeeld op te roepen. Historisch gezien is de tuinbouw met name ontstaan in gebieden dicht bij steden als afzetmarkten. Zo waren transport en distributie snel en niet duur. Transport over water was daarbij het belangrijkste. Tegenwoordig is het assortiment veel uitgebreider, is de export belangrijker, gaat het transport via vliegtuig, vrachtauto en trein wereldwijd.

Hierdoor is de locatiekoppeling met dorpen en steden erom heen in verband met lokale afzet minder noodzakelijk. Logistieke infrastructuren, netwerkverbanden en ICT zijn en blijven de belangrijke succesvoorwaarden. De WUR heeft onderzoek gedaan naar de areaalomvang en de energietransitie in Oostland en Westland. De WUR schat voor Pijnacker-Nootdorp in haar scenario’s ‘optimistisch – pessimistisch’ een areaal krimp tussen 4 en 29% in voor de periode tot 2030 53 en becijfert dat op tussen de 312-421 ha aan bijpassend GTB-oppervlak 54 . De gemeente houdt echter zonder uitleg vast aan 730 ha. bruto en dat oppervlak zou in de huidige situatie (2021) neerkomen op 350 ha. netto glasgebruik 114. Pijnacker heeft net als in het Westland het nadeel dat haar tuinbouwgebieden historisch bij en tussen woonwijken zijn gegroeid, waardoor nu de ontwikkeling van nieuwe woonlocaties wordt bemoeilijkt en hoge verwervingskosten vraagt. Tegelijk ervaren tuinders omgevingsbeperkingen aan economisch noodzakelijke schaalvergroting. Elders is voor schaalvergroting meer ruimte beschikbaar, waaronder in Noord-Brabant en Zeeland 55. In het Westland beziet men inmiddels deze opties voor schaalvergroting en ook in onze gemeente denken tuinders hierover na in het kader van hun toekomstige bedrijfsvoering. Blijvend aanpassen is in elke bedrijfssector geboden om competitief toekomstvast te blijven.

Visionairs, deskundigen en politici hebben hun visies gegeven op trends en ontwikkelrichtingen in de glastuinbouw. Hierna volgen enkele citaten, ontleend aan interviews tijdens een internationaal congres in Rotterdam in 2020 56 : Niek Koning (NL, emeritus assistant professor of the Agricultural and Rural Policy Group WUR): The competitive advantage of Dutch farmers is eroding Adri Bom-Lenstra (NL,president of Greenport West Holland and Woody Maijers): 52

Integrale Visie Greenport Westland-Oostland 2020; De Samenwerkende gemeenten in de Greenport Westland-Oostland. 53 Bron: Oostlandse glastuinbouw zet koers naar 2030, Pepijn Smit en Nico van der Velden, Wageningen Economic Research Rapport 2019-066, blz. 29: De krimp van het areaal tussen 2015 en 2030 is geschat tussen 4% in het optimistische scenario tot 29% in het pessimistische scenario. De krimp is in alle drie de scenario’s het grootst in het kwadrant A (= Pijnacker-Nootdorp), hoofdzakelijk door de complexiteit van reconstructie en gebiedsmodernisering. De subsector bloemen neemt door (internationale) concurrentie in alle drie de scenario’s het meest in areaal af. In het pessimistische scenario daalt het totaal belicht areaal iets, in het gematigde en optimistische scenario groeit het. Qua aandeel groeit het belicht areaal in het Oostland van circa 40 naar 50%. 54 Oostlandse glastuinbouw zet koers naar 2030, 2019 Bron: https://edepot.wur.nl/494744 , blz. 49. 55 https://www.groentennieuws.nl/article/9297722/wijziging-standpunten-meer-ruimte-voor-glastuinbouwentov-in-noord-brabant-en-zeeland/ en https://www.zlto.nl/belangenbehartiging/speerpunten/ruimtevoorglastuinbouw-en-tov 56 INTERNATIONAL FOOD AND AGRIBUSINESS MANAGEMENT ASSOCIATION (IFAMA). HIGHLIGHTS FROM IFAMA GOES DIGITAL 2020 – ROTTERDAM https://www.ifama.org/2020-rotterdam-highlights

21

‘Dutch Horticulture should provide for local food and global expertise’ Sharing horticulture expertise in Europe will match Timmermans Green Deal perfectly Professor David Hughes (Canada, International Speaker on Global Food and Drink Industry Issues): Dutch horticulture as a remotely operated glocal multinational Post-covid nutrition: prepare for heavy duty regulation and urban vertical farming Rob Baan (the Steve Jobs of Dutch Horticulture; owner of Koppert Cress, a producer of micro vegetables. His personal mission: "Let's look at fresh food and health in a different way."): Get your act together, then export the Netherlands food system Professor Jan Rotmans over de GTB in ‘Greenport West Holland’ 57 118 119: „Op basis van de gewone innovaties is de Greenport heel goed bezig. Maar op het vlak van radicale innovatie, met andere producten je geld verdienen, verloopt het minder vlot. We produceren wel goed, maar niet de goede dingen. Als ondernemer is het daarom zaak nu een tweede lijn (schaduwlijn) te ontwikkelen. Je blijft dan je huidige dingen gewoon doen, maar ga je gelijktijdig afvragen waar je over 20 jaar je geld mee kunt verdienen. Het zijn niet de grootste of slimste bedrijven die overleven, maar de meest wendbare!” Al deze visies laten zien dat het niet proactief is om in te zetten op verdere schaalvergroting in Oost- en Westland.

Het is toekomstbestendiger om met gebruik van onze expertise in andere gebieden op te schalen. Het gaat er om in Nederland te focussen op businesstransformatie naar hoogwaardiger producten en onze expertise internationaal te exporteren en te benutten. Dat bijeengenomen geeft meer toekomstmogelijkheden. Willen wij als Pijnacker-Nootdorp niet achterblijven bij deze trends en ontwikkelingen, dan moeten we eveneens opschuiven in de waardeketen. Dat gaat ook gepaard met een kleiner ruimtebeslag en kansen voor hoogwaardiger werkgelegenheid, meer aansluitend op het arbeidsaanbod in onze regio. Gebaseerd op het voorgaande en ervan uitgaande dat tuinders op basis van economische principes in een veranderende wereld tijdig mee willen gaan in een transformatie, beschrijven we hieronder een ruimtelijke visie die afwijkt van de Omgevingsvisie en vooral bedoeld is als ‘omdenken’ . Onze visie is illustratief. Niet bedoeld als zo moet het precies worden. Maar wel bedoeld als blikverruimend contrast met de aannames en opties in de Omgevingsvisie. Een alternatieve ruimtelijke toekomstvisie voor Pijnacker-Nootdorp •

Bestemmingstransformatie van 50% van het huidige glastuinbouwareaal.

We streven ernaar om de komende 25-30 jaar 50 % van het huidige glastuinbouwgebied te transformeren naar een situatie vergelijkbaar met het huidige beeld qua groen, woningdichtheid en bedrijvigheid. De extra bedrijvigheid bestaat uit zowel een aangroei van het cluster ‘overige bedrijvigheden’, als uit innovatieve tuinbouwbedrijven 58, die hoogwaardige prestaties leveren. Het effect hiervan is dat we extra ruimte creëren tussen onze kernen en ruimte voor de natuur. De milieubelasting is met circa 50% afgenomen en de toename in aantallen woningen en bedrijven is relatief beperkt. Onze warmteputten worden slimmer en zuiniger gebruikt 57

https://www.bpnieuws.nl/article/9055920/radicaal-innoveren-moet-maar-hoe/ Zie met name Rotmans daarover: ‘We produceren goed maar niet de goede dingen’ en: ‘Het zijn niet de grootste of slimste bedrijven die overleven, maar de meest wendbare’! De Conclusie: ‘Glastuinbouw moet radicaal veranderen’ https://greenportwestholland.nl/glastuinbouw-moet-radicaal-veranderen/ https://www.hortipoint.nl/vakbladvoordebloemisterij/burgemeester-wil-discussie-over-westlands-glasareaal/ 118 Onze kerncompetenties moeten zijn: innovatie, expertise en ondernemerskwaliteit. Dat levert de werkelijke potentie en meerwaarde, hoogwaardige arbeid en wereldwijde kansen op. Conserveren van het bestaande, ook met energietransitie erbij, is vrij kansloos in een open concurrerende wereldmarkt met ongelijke omgevingscondities. 119 Actieplan URGENDA https://www.urgenda.nl/themas/klimaat-en-energie/40-puntenplan/

22

door een sterkere focus op ‘levensnoodzakelijke’ toepassingen. Met de vrijkomende warmteruimte kunnen we zo nodig onze buurgemeenten helpen. De elektriciteitsbehoefte en -problematiek zullen verminderen en daarmee ook een mogelijk lokaal opwekprobleem, in ieder geval in kwantitatief opzicht. Het percentage waarin onze gemeente in eigen-energieverbruik kan voorzien stijgt significant boven de 60%. Daarmee worden de ruimtelijke keuzes toekomstbestendiger, omdat we niet de kans lopen om extra taakstellende reducties in energieverbruik en -opwek van hogerhand opgelegd te krijgen. •

Specifieke accenten

Ontklem nu omklemde dorpen door tussengebieden weer voldoende vrij te maken via groene zones. Grootschalige bedrijven behoren zoveel als mogelijk op enige afstand van de dorpen en in groter verband te functioneren, voorzien van bijpassende infrastructuur 59. Bedrijvenclusters zijn duurzaam, omgevings- en natuurvriendelijk ingericht en milieuvriendelijk. •

Overige randvoorwaarden (illustratief, niet limitatief)

Nieuwe en bestaande bedrijvigheden sluiten qua activiteiten en werkgelegenheid zo veel mogelijk aan bij de economische en sociale kenmerken van onze gemeente en versterken deze op harmonische en toekomstgerichte wijze. Nieuw te vestigen bedrijven veroorzaken geen milieuhinder ten opzichte van de omliggende woningen en reeds gevestigde bedrijven. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de toegestane maatregelen en activiteiten gelet op de impact van de bedrijvigheid op energieneutraliteit en de kwaliteit van de leefomgeving. Bedrijven en bedrijventerreinen (inclusief GTB) worden mede getoetst aan een ruimtelijke visie op lange termijn met als illustratieve uitgangspunten: 1. ten hoogste 70% van een gebied wordt voor bebouwing en noodzakelijke voorzieningen uitgegeven en tenminste 30% blijft groen ingericht; 2. minimaal 10% van het gebied wordt gebruikt voor water, zowel voor de natuur als voor de opslag in het kader van klimaatbestendigheid; 3. bedrijven (ook op bedrijventerreinen) voorzien mede in landschappelijke en ecologische taken door het leveren van xx m2 groen en belevingsnatuur per yy m2 productieoppervlak; 4. extra verkeersontsluitingen zijn afdoende en zonder afwenteling qua kosten (via koppeling tussen aanlegoogmerk en gebruiksnut) aangelegd;

Zienswijze op Economie en Werkgelegenheid 1.

2.

Kies voor een toekomstbestendige ontwikkeling die voor de gemeenschap als geheel de beste vooruitzichten biedt. Dit vraagt om een hogere toekomstambitie dan nu in de Omgevingsvisie staat. Bedrijfssectoraanpassing en stimulering van nieuwe sectoren kunnen de lokale arbeidsvraagmix verbeteren en nieuwe werkgelegenheid creëren. Dat vergt stimulering van deze ontwikkeling en transitiemaatregelen voor bedrijven die minder passen in het toekomstplaatje 60. Mogelijk gevolg van deze benadering voor de bedrijvigheid met het grootste ruimtebeslag is het stoppen met schaalvergroting en -massaproductie ten gunste van innovatieve, kleinere en flexibele bedrijven met meer diversiteit in producten en diensten. Onderzoek een alternatieve ruimtelijke visie, die uitgaat van een reductie van 50% van het glastuinbouwoppervlak en geef daaraan een herbestemming voor doeleinden die aansluiten bij de

59

Vergelijk opzet 3B-driehoek Lansingerland en ook andere bedrijvenclusters, al dan niet GTB https://www.change.inc/mobiliteit/nederland-wordt-het-silicon-valley-voor-vertical-farm-systems-2901 60 ‘Versnelling van transitie is noodzakelijk om de toppositie te behouden. Slimme specialisaties en nieuwe verdienmodellen zijn noodzakelijk om de internationale concurrentiestrijd aan te kunnen. Er is een transitie nodig van het tuinbouwcluster van bulkproductie naar een duurzaam, circulair en bio-based cluster, dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Kernpunten hierbij zijn kennis, toegevoegde waarde en innovatieve concepten’. Bron: Programma Zuid-Hollandse Economie 2019 – 2022, uitgave 2019, blz. 33 126

23

3. 4.

5. 6.

7.

behoeften en wensen, die inwoners hebben geuit in het kader van het participatieproces. De insteek hierbij is een nog aantrekkelijker leefomgeving te realiseren, met betere kansen voor wonen, werken, natuur en recreëren. Noot: De vertegenwoordiger van LTO Glaskracht kan zich in dit en volgende punten niet vinden. De beoogde energieverduurzaming wordt zo gemakkelijker te realiseren, omdat de opgave substantieel verkleint zowel in absolute getallen als in voorzien ruimtebeslag. Creëer voorwaarden voor een vitale en duurzame glastuinbouw die past bij ecologische structuren en bijdraagt aan de omgeving. Minimaal houden we voldoende glasruimte over voor onze bijdrage aan de voedselproductie in de regio. Onderzoek welke de effecten zijn van slimmere teeltechnieken zoals ‘Vertical Farming’ 126 . Onder andere via goede regiocontacten bevorderen we de vestiging van economische bedrijvigheid, die voldoet aan de criteria van Profit, People, Planet 61 62 . Natuur-inclusief bouwen, perceelruimten omgevingsneutraal en natuurvriendelijk inrichten en een circulaire bedrijfsvoering horen bij deze benaderingswijze. Verwerk het bovenstaande in een thematisch economie- en werkgelegenheidsprogramma en veranker het in een uitvoeringplan.

Slot De gemeente Pijnacker-Nootdorp is de afgelopen 30-50 jaar in vele opzichten sterk gewijzigd. Deze veranderingsdynamiek zal blijven bestaan voor wat betreft bijvoorbeeld bevolkingsomvang en -samenstelling, werkgelegenheid en ruimtebeslag. Deze dynamiek heeft er ook toe geleid dat het agrarisch productie-landschap’ in onze gemeente de nevenfunctie van ‘natuur- en recreatieondersteuning’ heeft gekregen. In het bestemmingsplan Duurzame Glastuinbouwgebieden (2012) is daar ook van uit gegaan, maar de praktische invulling ervan heeft nog niet geleid tot het beoogde doel. Knelpunten kunnen optreden doordat ruimtelijke aanspraken en benutting elkaar in de weg zitten. Terug naar het verleden is onhaalbaar. Met elkaar stappen vooruit maken is een complexe uitdaging. De fysieke inrichting van de ruimte in de Omgevingsvisie is een mogelijk kompas, rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen in de maatschappij en economie, maar ook met de verwachtingen en toekomstbeelden van de inwoners. De inbreng van inwoners en anderen bij de consultatie over de bouwstenen van de Omgevingsvisie geeft mede richting voor de aan te houden koers. Aan groen, natuur en passende woonruimte geven onze inwoners prioriteit. De lokale bedrijvigheid scoorde minimaal bij de inwoners.

Komt dat misschien door te weinig inzicht in geboden perspectief en/of een onvoldoende match met de fysieke leefomgeving? De gemeentelijke visie op de Energietransitie hanteert als vertrekpunten: zinvol, effectief, behapbaar, betaalbaar en draagvlak. Afwenteling van financiële risico’s vanuit de bedrijvensector op de burgers moet worden vermeden via zorgvuldige en transparante kostenplaatjes. Bedrijven en bewoners moeten worden uitgedaagd substantieel bij te dragen aan haalbare en betaalbare reductiemaatregelen, productie door middel van zonne-energie en andere verbeteropties. Tenslotte hoort hier een gedragsverandering bij die het voorgaande ondersteunt en de reductie vergroot. Onze GTB-expertise en daadkracht verdient meer kansen en uitbreidingsruimte dan wat lokaal inpasbaar is. Dat laatste is in de gemeentelijke visie nog onvoldoende aan bod gekomen en verdient meer aandacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10673218/1