Bijlage 2a - Nota van beantwoording zienswijzen obp BBB 2022 geanonimiseerd
Tekst van het document
34
10. Ontvangen op: Ontvangen van:
19 april 2022 De heer N.H. de Bruin Nieuwkoopseweg 59 2631 PP Nootdorp namens: De heer R. en J.C. Luyten - Verhoef Nieuwkoopseweg 27 2641 PA Pijnacker De heer G.N.M. en mevrouw C.L.M. Hilgersom – Van Adrichem Nieuwkoopseweg 58 2641 PB Pijnacker De heer L.A.M. Termorshuizen Nieuwkoopseweg 36a 2641 PB Pijnacker De heer K. Lucas en mevrouw I.I. Lucas Nieuwkoopseweg 48 2641 PB Pijnacker De heer en mevrouw Van Eijk Nieuwkoopseweg 21 2641 PA Pijnacker De heer F.N. van der Meer en mevrouw J.H.N. van der Meer – Van Adrichem Nieuwkoopseweg 57 2631 PP Nootdorp De heer en mevrouw Oudshoorn Nieuwkoopseweg 48 2631 PR Nootdorp De heer N. en mevrouw H. Rolvink Nieuwkoopseweg 61 2631 PP Nootdorp De heer en mevrouw Van Adrichem Nieuwkoopseweg 55a 2631 PP Nootdorp De heer N.H. de Bruyn en mevrouw E. de Bruyn 35
Nieuwkoopseweg 59 2631 PP Nootdorp Onderwerp:
Plangrens, rechtszekerheidsbeginsel
Ingediende zienswijze Door reclamanten wordt het volgende naar voren gebracht: a.
De zienswijze betreft primair het rechtszekerheidsbeginsel van dit en andere, hier ter zake doende bestemmingsplannen, waarbij de focus ligt op het deelgebied aan de oostzijde van het bestemmingsplangebied (het zwarte vlak in de blauwe cirkel, aangegeven in onderstaande afbeelding). In algemene zin dient dit beginsel het vertrekpunt te vormen voor een helder en eenduidig planologisch kader en daarmee dé basis voor de realisatie van een voor ieder aangename woon-, werk- en leefomgeving. Bij dit alles geldt dat het rechtszekerheidsbeginsel helderheid en eenduidigheid biedt aan zowel degenen die ‘direct’ (zoals initiatiefnemers) als degenen die ‘indirect’ (zoals omwonenden) door een bestemmingsplan gestuurd worden. Dit sturen vindt dan met name plaats door de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan: de regels en de verbeelding.
Gelet op het voorgaande constateren reclamanten dat het deelgebied in kwestie na 2008 deel is gaan uitmaken van 4 verschillende bestemmingsplannen, waaronder het nu voorliggend ontwerpbestemmingsplan. Zo is het deelgebied in de periode 2012–2019 ‘overgeheveld’ naar achtereenvolgens de bestemmingsplannen ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ (2012), ‘1e Herziening Duurzame Glastuinbouwgebieden’ (2016) en ‘Partiële herziening Agrarische Glastuinbouwbestemmingen’ (2019). Gezien het rechtszekerheidsbeginsel hoeft het overhevelen van een deelgebied van het ene bestemmingplan naar het andere in onze optiek geen probleem te vormen, zolang de betreffende regels en verbeelding (hier: plangrenzen deelgebied) uit het oorspronkelijke bestemmingsplan daarbij gezamenlijk, volledig, eenduidig en zonder wijzigingen worden overgeheveld. Dat laatste is hier echter niet het geval.
36
Zonder uitvoerig in detail te treden (alles is immers verifieerbaar via ruimtelijkeplannen.nl) kan worden geconstateerd dat met name de aan het deelgebied toegekende medebestemming ‘Water’ en de hiermee verbonden bestemmingsdoeleinden (waterbergingsopgave, recreatieve doeleinden bos- en natuurgebied alsmede recreatieve voorzieningen) en bouwregels (maximum bouwhoogte 3 meter) niet mee zijn overgeheveld. Deze medebestemming zien reclamanten als belangrijke schakel in het realiseren van het – zowel door de gemeente als door hen – geambieerde groene buitengebied in onze gemeente, ofwel een bufferzone met hoge landschaps- en natuurwaarden met inbegrip van de hier onlosmakelijk mee verbonden recreatieve- en horecavoorzieningen. Deze ambities en het realiseren ervan zijn in 2017 overigens reeds door de raad vastgesteld in het bestemmingsplan ‘Katwijk en Nieuwkoop’ en recentelijk (november 2021) impliciet bevestigd in de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 ‘Verbonden met elkaar’. Aangezien het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan Balij Bieslandse Bos 2022 een actualisatie betreft van het gelijknamige bestemmingsplan uit 2008, met daarin opgenomen het deelgebied in kwestie, kunnen reclamanten niet anders constateren dan dat het bestemmingsplan uit 2008 – tot het moment van vaststelling – nog steeds bepalend is voor de rechtsgeldige situatie van het deelgebied in kwestie.
Kort samengevat is in de optiek van reclamanten een ongewenste situatie ontstaan, doordat één deelgebied binnen de planologisch-juridische kaders van meerdere bestemmingsplannen is komen te liggen met (op hoofdlijnen) twee van elkaar verschillende ontwikkelrichtingen. Hiermee is een planologische rechtsonzekerheid ontstaan, die in hun optiek verder reikt dan het deelgebied in kwestie wanneer het voorliggende ontwerpbestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld. Niet alleen voor reclamanten als direct betrokkenen, maar ook voor partijen uit of gerelateerd aan de glastuinbouwsector kan deze onzekerheid als ongewenst worden ervaren. Met name planvormingen inzake het opwekken van energie door middel van aardwarmte (geothermie) zijn niet realiseerbaar binnen de grenzen van het deelgebied in kwestie, gelet op de vigerende bestemmingsdoeleinden voor dit gebied. Op grond van het voorgaande kunnen reclamanten niet anders concluderen dan dat het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij Bieslandse Bos 2022’, verbijzondert tot het deelgebied in kwestie, niet de rechtszekerheid biedt die burgers en ondernemers van dit bestemmingsplan mogen verwachten. Reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan met deze plangrenzen niet vast te stellen en het deelgebied in kwestie wederom volwaardig, dat wil zeggen gelijk aan de oorspronkelijke bestemming, mee te nemen in de komende besluitvorming.
Reactie gemeente a.
Er zijn verschillende soorten bestemmingsplannen. Het gaat hem dan vooral om het stadium waarin het bestemmingsplan zich bevindt en in hoeverre het bestemmingsplan in welk stadium wel of niet rechtsgeldig is. Het is belangrijk om te weten dat de onderlinge verhoudingen tussen de plannen maatwerk is. In het actueelste bestemmingsplan zal terugkomen of voorgaande plannen vigerend zijn, niet meer van toepassing zijn of anders. De relatie tussen de verschillende plannen voor deze gronden is als volgt: 37
In paragraaf 1.3 van toelichting, behorende bij het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ (2012), is te lezen dat een deel van het bestemmingsplan ‘BalijBieslandse Bos’ wordt gewijzigd. Het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ komt dan ook in de plaats van het bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse bos’. Vervolgens is in de toelichting van de ‘1e herziening Duurzame Glastuinbouwgebieden’ (2016) in paragraaf 1.1 van de toelichting te lezen dat een regeling is opgenomen die het mogelijk maakt bij glastuinbouwbedrijven (kleinschalige) detailhandel toe te staan en educatieve functies. Deze herziening betreft een aanvulling op het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’. In de partiële herziening ‘Agrarische Glastuinbouwbestemmingen’ (2019) is in paragraaf 1.1 van de toelichting te lezen dat een aantal redenen aanwezig waren om een herziening op te stellen. Deze partiële herziening betreft eveneens een aanvulling op het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’. In het bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ (vastgesteld op 28 juni 2007 en op 4 maart 2008 goedgekeurd) hebben de betreffende gronden de bestemming ‘Duurzaam glastuinbouw’. Het bestemmingsplan heeft overwegend een recreatieve bestemming.
Gezien het karakter van het bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ en de bestemmingslegging van deze gronden was het logisch om deze gronden bij het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ (2012) te betrekken. Hierdoor werd ook aangesloten bij de begrenzing van de toenmalige structuurvisie en de huidige omgevingsvisie. De plangrens doet niets af aan hetgeen is toegestaan op de betreffende gronden. Hierdoor is dan ook geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat reclamanten het niet eens zijn met de regels die voor deze gronden gelden is geen onderwerp van voorliggend bestemmingsplan. Hiertoe hadden reclamanten kunnen ageren ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ en de daarop volgende 1e herziening en partiële herziening. Gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening komt de gemeenteraad beleidsvrijheid toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd met het recht. In hetgeen reclamanten hebben aangevoerd wordt geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de plangrens in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Er wordt dan ook vastgehouden aan de planbegrenzing zoals voorgesteld in het voorontwerp- en ontwerpbestemmingsplan.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’.
38
11. Ontvangen op: Ontvangen van:
20 april 2022 Provincie Zuid-Holland T.a.v. drs. K.P. Spannenburg Postbus 90602 2509 LP Den Haag
Onderwerp:
Weidevogelgebied en recreatie, Stiltegebied, Bieslandseweg 2
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Verzocht wordt in de toelichting meer aandacht te besteden aan het belangrijk weidevogelgebied in het plangebied. De mogelijkheden die binnen de bestemming zijn opgenomen dienen overeen te komen met de bescherming van het gebied. Bestemmingen dienen te passen binnen de regels voor Ruimtelijke Kwaliteit (Beschermingscategorie 2, artikel 6.9c van de Verordening).
b.
Verzocht wordt nader te onderbouwen hoe de ontwikkelingen Stiltegoed en Bieslandseweg 2 in Delfgauw zich verhouden tot het recreatie- en weidevogelbelang van het gebied waarbij ingegaan dient te worden op de eventuele aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Tevens dient aangegeven te worden of er sprake is van toename aan verhard oppervlak.
c.
Verzocht wordt aan te geven wat de regels zijn binnen het vlak van het te realiseren gebouw bij het Stiltegoed.
d.
Verzocht wordt te beschrijven wat de schaal is van de ontwikkeling Bieslandseweg 2 en te motiveren waarom de functiewijziging past op de locatie en of sprake is van aanpassen of transformeren. Tevens wordt verzocht toe te lichten hoe er aandacht is voor de ruimtelijke kwaliteit en bijbehorende richtpunten met aandacht voor de inpassing in het landschap en het belangrijk weidevogelgebied.
e.
Aangegeven wordt dat ten aanzien van de ontwikkeling Oudeweg 51 een verbeelding van de inpassing van de woningen ontbreekt. Verzocht wordt in beeld te brengen wat het ruimtelijk plan is en toe te lichten hoe er aandacht is voor de ruimtelijke kwaliteit.
Reactie gemeente a.
In de toelichting van het bestemmingsplan zal in de paragraaf Provinciaal beleid nader worden ingegaan op het belangrijke weidevogelgebied. Het grootste deel van het weidevogelgebied is bestemd als 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden'. Binnen de bestemmingsomschrijving is onder andere aangegeven, dat de gronden binnen deze bestemming bestemd zijn voor behoud, herstel en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden in het 39
algemeen en in het bijzonder voor landschappelijke open gebied en weidevogels. Tevens is in de bestemming een aanlegvergunningenstelsel opgenomen, waardoor het niet zondermeer mogelijk is om werkzaamheden uit te voeren, zoals het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen of het beplanten met houtopstanden. Hiermee worden de kenmerken en waarden, zoals het verkavelingspatroon, van het weidevogelgebied beschermd. Een klein deel van het gebied is bestemd als ‘Recreatie – Natuur’. Dit betreft het stiltebos. Dat voor het stiltebos bebouwingsmogelijkheden is opgenomen, heeft te maken met de specifieke situatie van deze ontwikkeling. Namelijk de keuze van de provincie Zuid-Holland om dit deel van het Bieslandsebos te realiseren via een particuliere aanbesteding. Voorop staat dat het Stiltegoed dit natuur- en openluchtrecreatiegebied inricht en beheert conform de eisen van de provincie Zuid-Holland. b.
Het bedrijf ter plaatse van Bieslandseweg 2 was een manege die omgezet wordt naar een paardenfokkerij. De functie manege, inclusief bijbehorende horeca, komt te vervallen (zie ook de beschrijving in paragraaf 2.2 van de toelichting) en het aantal te houden paarden neemt af van 39 naar 20 paarden. Hierdoor wordt de locatie minder intensief gebruikt, vanwege het lagere aantal paarden, minder bezoekers en een lagere verkeersaantrekkende werking. De ontwikkeling zal daarmee geen negatief effect hebben op de kenmerken en waarden van het weidevogelgebied. De andere ontwikkeling betreft het realiseren van een retraitecentrum in het stiltebos rondom Bieslandseweg 2. Het stiltebos is al enige jaren aanwezig. Het initiatief komt voort uit een gewonnen aanbesteding van de Provincie Zuid-Holland voor de realisatie en het beheer en onderhoud van dit deel van het Bieslandse Bos. Destijds is door de Provincie Zuid-Hollend geoordeeld dat het stiltebos passend is binnen de opgave van het natuur- en recreatiegebied. Aanvullend op en in het stiltebos zal er een gebouw worden gerealiseerd dat als retraitecentrum zal dienen. Overnachtingen zijn niet toegestaan. In het retraitecentrum kunnen groepen worden ontvangen tot circa 15 personen. Daarmee heeft het een kleinschalig en extensief recreatief karakter passend binnen de filosofie van het stiltebos.
Omdat het gebouw in het gebied wordt gerealiseerd, dat reeds als stiltebos in gebruik is, is er geen sprake van uitbreiding van het stiltebos. Het is een aanvulling op de huidige activiteiten. Daarom zal dit geen negatief effect hebben op de kenmerken en waarden van het weidevogelgebied. Overigens maakte de realisatie van een retraitecentrum reeds deel uit van de oorspronkelijke plannen in het kader van de aanbesteding. Om te borgen dat het geheel landschappelijk wordt ingepast, is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In artikel 11.3.1 van de regels van het bestemmingsplan is hiertoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen, dat de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels, wordt aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Door de realisatie van het gebouw zal de verharding toenemen, maar dit betreft halfverharding en het dak van het gebouw zal voorzien worden van een turfdak. In bijlage 5 bij de toelichting is een inventarisatie van de verharding opgenomen. Voor een verdere specificatie wordt kortheidshalve naar deze bijlage 5 verwezen.
c.
Voor de realisatie van het retraitecentrum is een bouwvlak opgenomen van 300 m2 groot. Binnen dit bouwvlak mag een gebouw worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 4 meter. Het volledig bouwvlak mag worden bebouwd. Deze bouwregels zijn opgenomen in artikel 11.2.2 onder b van de regels in het bestemmingsplan.
40
d.
De ontwikkeling op het perceel Bieslandseweg 2 betreft de omzetting van een manege met 39 paarden naar een paardenfokkerij. Het betreft een paardenfokkerij met 20 paardenstallen. Het perceel is gelegen binnen het veenweidegebied dat agrarisch in gebruik is. Gezien de kleinschaligheid van de paardenfokkerij (20 paardenstallen), de ligging in het agrarische veenweidegebied en gezien het een omvorming van een bestaande manege betreft, past de ontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Er is sprake van een ontwikkeling die is aan te merken als ‘aanpassen’. Dergelijke ontwikkelingen zijn mogelijk binnen gebieden die vallen in beschermingscategorie 2, zoals het belangrijke weidevogelgebied. Omdat het aantal paarden en bezoekers afneemt en de verkeerstaantrekkende werking minder wordt, zal de ruimtelijke invloed op de omgeving minder zijn in vergelijking met de huidige planologisch situatie. De ruimtelijke kwaliteit blijft hierdoor ten minste gelijk. Het perceel is reeds opgeknapt door onder meer het verwijderen van verharding. Ook is er een grote buiten rijbaan en zijn lichtmasten verwijderd. De ontwikkeling heeft geen invloed op het graslandgebruik, de weidevogeldichtheid, de waterhuishouding, de landschapsstructuur en de rust van het gebied. Het veenweidelandschap gekenmerkt door het verkavelingspatroon wordt niet gewijzigd.
De paarden zullen conform huidige situatie op de weilanden grazen en de rust zal juist toenemen, doordat het aantal bezoekers en diversiteit aan activiteiten op het perceel afnemen. De vrijstaande bedrijfswoning is reeds gesloopt. Deze woonfunctie wordt ondergebracht in het hoofdgebouw waardoor de bebouwing geclusterd wordt. Dit bevordert de openheid van het gebied. De oppervlakte aan bebouwing neemt ten opzichte van de geldende mogelijkheden beperkt toe met circa 180 m2. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke bouwmaterialen. De huidige erfbeplanting blijft behouden. Hiermee wordt de ontwikkeling zorgvuldig ingebed in de omgeving.
e.
Uitgangspunt bij de ontwikkeling van de woningen aan de Oudeweg 51 is het positioneren van de woningen rondom het aanwezige weilandje dat bestemd is als ‘Agrarisch - Weide’. In het geldende bestemmingsplan was de locatie van de huidige woningen het uitgangspunt. Aangezien op het perceel 3 woningenrechten aanwezig zijn, is er de mogelijkheid ontstaan om voor de percelen een integraal ontwerp te maken. Daarmee kan ook de kans benut worden om de bestaande smalle toegangsweg te verbreden en drie volwaardige woonpercelen te creëren die meer in verhouding staan met elkaar. De oppervlakte aan woonbestemming neemt echter niet toe. Uitsluitend de verkaveling is geoptimaliseerd. De twee woningen aan de noordoostzijde worden op gelijke lijn met elkaar gesitueerd voor een rustig beeld. De zuidoostelijke woning verspringt iets naar achteren, zodat er voldoende afstand blijft met de woning op het perceel Oudeweg 53. Het huidige verrommelde beeld wordt hiermee verbeterd, waardoor er sprake is van een goede overgangskwaliteit. Het verschuiven van de gevellijn heeft geen nadelige gevolgen voor bestaande en toekomstige zichtlijn en doorzichten. Daarmee is het plan niet in strijd met de Lintenvisie van de gemeente en kan aan het initiatief medewerking worden verleend.
Aan de achterzijde van de percelen is een strook grond bestemd als ‘Agrarisch - Weide’ aangezien is gebleken dat de Provincie Zuid-Holland in dit deel van het gebied geen plannen meer heeft om gronden te verwerven, zoals eerder het plan was. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. De gronden vormen een geleidelijke overgang naar het recreatiegebied. Er is sprake van een goede overgangskwaliteit van de dorpsrand.
41
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’. In paragraaf 3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan (Provinciaal beleid) zal de verhouding tussen de provinciale belangen en de ontwikkelingen aan de Bieslandseweg 2, Oudeweg 51 en het Stiltegebied nader worden toegelicht.
42
12. Ontvangen op: Ontvangen van:
21 april 2022 DLV Advies & Resultaat T.a.v. de heer C. De Ruiter Postbus 511 5400 AM Uden namens: De heer M. van Dijk Bieslandseweg 2 2645 BM Delfgauw
Onderwerp:
Bouwvlak aanpassen, functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ en verruiming bebouwingspercentage
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant is inmiddels bijna 9 jaar eigenaar van de locatie aan de Bieslandseweg 2 te Delfgauw. Ongeveer dezelfde periode zijn reclamant en de gemeente in overleg om te komen tot een passende invulling van deze locatie voor een gebruik in de paardenhouderij. Na de aankoop van de locatie door reclamant is hij meteen aan de slag gegaan om achterstallig onderhoud en verrommeling ongedaan te maken. Zo heeft reclamant het verouderde woonhuis met aanbouw gesloopt. Vervolgens is reclamant in overleg met de gemeente op zoek gegaan naar een passende functie voor deze locatie. Bij de aankoop was op deze locatie een manege gevestigd met ruimte voor 39 paarden. Bij de planvorming door reclamant lag in eerste instantie de focus op een hippisch centrum met 120 paarden. Lettend op belangen van de landelijke omgeving, de verkeersbewegingen etc. bleek dat niet de gewenste opzet.
Afbeelding: uitsnede verbeelding
43
Uiteindelijk is het plan omgebogen naar een paardenfokkerij waarbij met het topsegment uit de dressuur wordt gefokt. De bedrijfsactiviteiten richten zich op 20 fokmerries met bijbehorende veulens en voorzieningen. De bedrijfsvoering is totaal anders dan van een manege. Er vinden geen lessen plaats, er zijn geen pensionklanten en de paarden worden bereden door slechts twee tot drie professionele ruiters. Dit reduceert het aantal verkeersbewegingen significant ten opzichte van de voormalige situatie. In de zomer van 2020 is consensus bereikt wat betreft deze bedrijfsopzet en de bijbehorende gebouwen en bouwwerken. Het bestaande hoofdgebouw van ruim 1.000 m2 wordt daarbij vergroot naar ca. 2.035 m2 door middel van een aanbouw aan de achterzijde en door de beide zijgevels ontstaat een functioneel gebouw. Verder zijn een vervangende bedrijfswoning en een inpandig appartement gewenst. Die zijn resp. voor de bedrijfsleider/ eigenaar en een medewerker die betrokken is bij geboortes etcetera. Het ontwerpbestemmingsplan sluit niet volledig aan bij deze gewenste en toegezegde bedrijfsontwikkeling. Dat betreft de volgende punten: 1. De begrenzing van het bouwvlak aan de rechterzijde ligt op ca. 7,5 meter naast het bestaande gebouw. Hier is tenminste 8 meter nodig om het eerder genoemde plan te realiseren. 2. De functieaanduiding voor 2 wooneenheden ligt volledig voor het hoofdgebouw.
Daarmee is er geen mogelijkheid om één of beide wooneenheden in de vorm van een appartement o.d. inpandig te realiseren. We verzoeken om de functieaanduiding van de 2 wooneenheden over het gehele bouwvlak te leggen, zodat de ondernemer vrij is om daarin keuzes te maken. 3. Verder is het opgenomen bebouwingspercentage van 43% te laag om bovenstaande wensen te realiseren en enige ruimte te hebben voor toekomstige aanvullende wensen. Op basis van het bedrijfsgebouw van 2.035 m2, een woning van 120 m2 en een toekomstige opslag voor hooi en stro van 150 m2 komt het totaal op 2.305 m2. Met het bouwvlak van ca. 4.930 m2 is dan een % gewenst van tenminste 47%. Reclamant verzoekt om hier 50% van te maken, zodat er bij de woning ook bijv. een veranda of tuinhuisje gemaakt kan worden. Reclamant verzoekt om het bestemmingsplan aan te passen op bovenstaande punten, zodat een mooi toekomstplan kan worden gerealiseerd. Na de vele overleggen en kosten is het voor reclamant van groot belang om nu verder te kunnen. Een unieke kans voor reclamant en de gemeente om hier een toekomstbestendig hoogwaardig paardenfokkerij met een landelijke uitstraling te realiseren.
Reactie gemeente a.
In het vigerende bestemmingsplan ‘Balij Bieslandse Bos’ hebben de gronden de bestemming ‘Recreatieve doeleinden voorzieningen’ met een nadere aanduiding ‘manege’ en ‘dienstwoning’. Horeca is ook toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken mag het bebouwingspercentage ten hoogste 35% bedragen. Het bebouwingspercentage van de dienstwoning bedraagt 100%.
44
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Balij Bieslandse Bos’
Abusievelijk zijn de wijzigingen voor het uitbreiden van het bouwvlak niet doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Dit dient alsnog te worden aangepast. Het bouwvlak dient dusdanig aangepast te worden dat de uitbreiding van de stallen, inclusief de bebouwing aan de rechterzijde, volledig in het bouwvlak komen te vallen. In het vigerend bestemmingsplan mag circa 1.455m2 (35%) aan bebouwing wordt gebouwd in het bouwvlak. Gezien de uitbreiding is dit niet toereikend gebleken en is in het ontwerpbestemmingsplan dit bebouwingspercentage verhoogd naar 43%. De aanpassing van het bouwvlak heeft echter geen gevolg voor het verhogen van het bebouwingspercentage zodat deze gehandhaafd kan wordt. b.
Op onderstaande uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl) is de huidige bebouwing te zien alsmede het bouwvlak. Hierop is inderdaad te zien dat de aanduiding voor de 2 wooneenheden niet is gelegen op het hoofdgebouw. Dit dient alsnog te worden gecorrigeerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In afwijking van het verzoek van reclamant wordt deze aanduiding aan de voorzijde van de huidige bebouwing alsmede aan de linkerzijde van de stallen gelegd. Hiermee dient opgemerkt te worden dat als extra toevoeging aan de planregels dient te worden opgenomen dat deze twee wooneenheden qua oppervlakte ondergeschikt dienen (max 180m2) te blijven en worden gerealiseerd in het hoofdgebouw. Hiermee wordt voorkomen dat de bebouwing volledig kan worden ingericht ten behoeve van deze twee wooneenheden en vrijstaand wordt gerealiseerd.
45
Uitsnede ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse bos 2022’.
c.
Bij het opstellen van het nieuwe ontwerpbestemmingsplan is in de Staat van wijzigingen opgenomen dat de totale bebouwing van circa 2.100m2 mogelijk is gemaakt. Onderdeel van deze bebouwing is de inpandige woning. Dit betekent dat, niet zoals reclamant stelt, dit opgeteld dient te worden bij de 2.100m2 aan totale bebouwing. Het bouwen van een toekomstige opslag voor hooi en stro kan eventueel vergunningsvrij plaatsvinden. Ook hierdoor behoeft het bebouwingspercentage niet te worden verhoogd en wordt dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan gehandhaafd.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’. Het bouwvlak aan de rechterzijde dient dusdanig te worden aangepast dat de nieuwe stallen passen in het bouwvlak. Daarnaast dient de aanduiding ten behoeve van de twee wooneenheden op het voorste gedeelte alsmede de linkerzijde van de bebouwing te worden verplaatst.
46
Hoofdstuk 2: Staat van wijzigingen In voorgaand hoofdstuk is ingegaan op de diverse zienswijzen. Hieruit zijn enkele wijzigingen voortgekomen. In onderstaande tabel zijn bovengenoemde wijzigingen en de belangrijkste ambtshalve wijzigingen (ondergeschikte tekstuele wijzigingen en verbeteringen daar gelaten) opgenomen. Wijz. reactie op Op blz Toelichting 13 Paragraaf 2.1.2 Onder Bestaande functies (spoor)wegverkeer
wijziging
Wijziging is gebaseerd op
Onderstaande tekst dient aan de toelichting te worden toegevoegd:
Ambtshalve wijziging
Maximale capaciteit Noordeindseweg en Bieslandsweg bereikt In deze paragraaf beschrijft de gemeente waarom ze geen verdere toename van verkeer door nieuwe of andere functies rondom de Noordeindseweg en de Bieslandseweg in de Delftse Hout wil. Dit advies is geschreven in het licht van een aantal ruimtelijke initiatieven voor percelen langs deze wegen. In ons bestaande beleid (ruimtelijke structuurvisie, uitnodigende ruimtelijke ordening) staat al dat de Noordeindseweg en Bieslandseweg alleen geschikt zijn voor beperkte functiemenging met kleinschalige voorzieningen voor zorg en recreatie (pagina 65). De wens is om de weg als cultuurhistorisch lint te behouden en te versterken (conform de Lintenvisie). Dit kan onder andere door het verkeer zoveel mogelijk te beperken en functies beter in te passen. Daarom beoordelen we bij aanvragen tot nieuwe initiatieven altijd of er geen toename is van het verkeer. De Noordeindseweg en de Bieslandseweg De Noordeindseweg is een oude, smalle weg met veelal aan weerszijden een sloot of greppel waardoor op de meeste stukken een auto twee fietsers net kan passeren en waar uitwijkstroken zijn aangelegd om auto’s en ook vrachtauto’s elkaar te laten passeren. Het in september 2019 genomen verkeersbesluit ter invoering van maximaal 30 km/h op de Noordeindseweg en de Bieslandseweg is in november 2020 in werking getreden.
Dit besluit is genomen omdat fietsers de oude snelheid van 60 km/h als gevaarlijk ervoeren en omdat de wegen een overwegend recreatieve functie en een verblijfsfunctie hebben. De Bieslandseweg ligt in het verlengde van de Noordeindseweg en is nog smaller. De uitstraling nadert die van een fietspad.
De gebruikers van de wegen zijn zeer divers: - Bewoners - Forenzen, studenten en scholieren op de fiets - Recreatieve fietsers en wandelaars - Verkeer van en naar het recreatiegebied de Delftse Hout, de horeca in Klein Delfgauw - Verkeer van en naar het kassengebied in de Noordpolder, Polder van Biesland en veehouderijen Beschrijving verkeerssituatie In de praktijk zien we dat er een duidelijke ochtendspits is met grote aantallen fietsers. Aangezien de snelheden van deze fietsers ook zeer divers zijn wordt er veel ingehaald door zowel auto’s en andere tweewielers en moeten fietsers daarbij goed letten op tegemoetkomende en van achter komend verkeer. De verkeersintensiteit loopt in de praktijk in de spits tegen zijn grens aan. Bewoners zijn gelukkig bekend met de situatie en passen zich, als zij met de auto zich hiertussen bevinden, in hun gedrag aan. De avondspits is meer verspreid over de middag maar daarin bevindt zich ook de volgende groep gebruikers. Wat later op de ochtend en in de middag zien we meer recreatieve fietsers en ook wandelaars. De polders rondom Pijnacker-Nootdorp hebben een grote recreatieve waarde. Het fietsen en wandelen is voor deze mensen het recreëren. De leeftijd van deze mensen is hoger dan de verkeersdeelnemers in de spits, het tempo lager en bij moeilijkere situaties zoals bij tegenliggers of van achteropkomend verkeer wordt het gedrag onzekerder.
Het risico op letsel bij een ongeval neemt op latere leeftijd sterk toe. De verwachting is dat het recreatieve verkeer de komende jaren, onder meer vanwege de vergrijzing, verder gaat toenemen. In het weekend zien we ook meer jongere mensen recreatief gebruik maken van het wegennet. Het aantal fietsers per dag ligt tussen de 1.400 en 1.800. Het verkeer van en naar het recreatiegebied de Delftse Hout en de horeca in Klein Delfgauw fluctueert sterk en is, zeker voor het recreatiegebied, afhankelijk van het weer. Een relatief mooie dag betekent dan extra fiets- maar ook zeker autoverkeer op de Noordeindseweg. Op die dagen, wanneer ook de intensiteit van het overige recreatieve verkeer op zijn hoogst is, zit deze smalle weg aan zijn capaciteit. Dit heeft geleid tot delen van de Noordeindseweg waarvan de bermen kaal en kapotgereden zijn. Het aantal motorvoertuigen per dag ligt tussen de 1.400 en 1.600.
48
Tussen dit verkeer rijden ook de bevoorradingsvrachtauto’s van de horeca, een enkele vrachtauto en/of landbouwvoertuig van grote afmetingen van en naar de veehouderijen en een verdwaalde vrachtauto met de herkomst of bestemming in het kassengebied. Op de twee wegvakken, binnen de bebouwde komt, waar op de weg geparkeerd mag worden, is de doorrijdbreedte dusdanig beperkt dat eenieder die gebruik maakt van de rijbaan goed moeten opletten op tegemoetkomend verkeer (van fietsen tot vrachtwagens en landbouwvoertuigen). De situatie vraagt zeker hier van eenieder stuurvastheid. Een eventuele toekomstige verlengde Komkommerweg ontlast voornamelijk de bebouwde kom van de Noordeindseweg maar heeft geen invloed op het verkeer daarbuiten. Ruimte voor Ruimtebeleid Het Ruimte voor Ruimtebeleid, waarbij tuinbouwbedrijven aan de Noordeindseweg zijn en worden opgeheven en het de eigenaren in ruil daarvoor wordt toegestaan een beperkt aantal woningen te bouwen zorgt voor een afname van vrachtverkeer. Aangezien dit vrachtverkeer tot de grootste problemen leidt accepteren we dat, in ruil voor het wegvallen van dit verkeer, er een beperkte toename is van bewonersverkeer.
Beleidslijn Met de constatering dat de hoeveelheid verkeer op de Noordeindseweg en de Bieslandseweg de afgelopen jaren al structureel hoger is dan gewenst om de verkeersveiligheid en de kwaliteit van de wegen te kunnen waarborgen, concluderen we dat we geen extra verkeer aantrekkende functies erbij willen hebben aan de Noordeindseweg en de Bieslandseweg. Alternatief vervoer naar deze omgeving of alternatieve aanrijroutes zijn niet reëel en zijn niet af te dwingen en kunnen we dus niet toestaan als oplossingen. Extern verkeersonderzoek zal dit standpunt niet veranderen. Uitwerking in stappenplan De eerste vraag die moet worden beantwoord als een nieuwe functie of uitbreiding van een bestaande functie aan de Noordeindseweg of Bieslandseweg wordt aangevraagd, welke niet past in het bestemmingsplan, is of deze functie enkel uniek in deze omgeving van de Delftse Hout met zijn omgeving van bos, water en weide tot zijn recht kan komen binnen de gemeente. Zo nee, dan wordt geen medewerking verleend.
49
De tweede vraag is of de verkeersgeneratie met de nieuwe functie, in plaats van de oude functie, af neemt. Neemt de verkeersgeneratie toe dan wordt geen medewerking verleend. In dit vergelijk gaan we uit van mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en bekijken welke verkeersaantrekkende werking dit heeft (zowel in vrachtauto’s als personenauto’s). Dit doen we ook voor de nieuwe functie. Wanneer de nieuwe functie minder verkeersbewegingen met zich meebrengt dan is er vanuit verkeer ruimte voor medewerking. Trekt de nieuwe functie meer verkeer aan, dan is het niet acceptabel. Voor de vergelijking van de huidige (juridische) situatie en de nieuwe (juridische) situatie maken we zoveel mogelijk gebruik van de verkeersgeneratiecijfers van het CROW. Er kan in afwijking van de tweede vraag maatwerk worden geleverd als de aanvrager van de wijziging gemotiveerd en controleerbaar aantoont dat er enkel een sterk beperkte toename is van de verkeersgeneratie die niet aan de piekmomenten gebonden is, dus voornamelijk buiten de ochtend- en late middagspits. De acceptabele toename is 6 motorvoertuigbewegingen per dag.
27 e.v. 31 e.v. 49 e.v.
Paragraaf 3.2 Provinciaal beleid Hoofdstuk 4 Onderzoeken Paragraaf 4.8.1 Regelgeving en beleid
In deze paragraaf wordt de verhouding tussen de provinciale belangen en de ontwikkelingen aan de Bieslandseweg 2, Oudeweg 51 en het Stiltegebied nader toegelicht. Naar aanleiding van het uitvoeren van diverse onderzoeken wordt dit hoofdstuk nader aangevuld.
Zienswijze 11
Toelichting dient als volgt te worden aangepast (in rood aangegeven): Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en aantasting van de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Tevens is bij de realisatie van ruimtelijke plannen vaak grondverzet noodzakelijk. Het tijdelijke opslaan en toepassen van grond en/of baggerspecie en het toepassen van steenachtige bouwstoffen is middels het Besluit bodemkwaliteit aan regels gebonden. Opgemerkt wordt dat tijdens het opstellen van dit bestemmingsplan de wet- en regelgeving in ontwikkeling zijn en binnen de toekomstige Omgevingswet zullen worden vormgegeven. De gemeente is onder de Omgevingswet het bevoegd gezag bodem. Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: preventie, toedeling van functies en beheer van historische bodemverontreinigingen.
Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging
50
-
-
-
Preventie: gaat niet alleen om de verontreinigingen door chemische stoffen maar ook om aantasting door het aanbrengen van veranderingen in de geologische opbouw (structuur) van de bodem of in de fysisch-mechanische eigenschappen van de bodem. Toedeling van functies: de materiële integratie van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder de chemische, fysische en ecologische bodemkwaliteit, krijgt vorm in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Beheer van historische bodemverontreinigingen: de bescherming van de gezondheid van mensen, planten en dieren vraagt om het verstandig omgaan met resterende historische verontreinigingen.
De pijlers hierbij zullen gericht zijn op de zorgplicht en het omgevingsplan. Het omgevingsplan heeft betrekking op twee soorten regels: algemene regels die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving (bouwwerken, infrastructuur, bodem, lucht en dergelijke) en regels die: ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ inhouden. De provincie Zuid-Holland heeft haar beleid ten aanzien van bodemaspecten verwoord in de ‘Beleidsvisie Bodem en Ondergrond’ uit 2013. De provincie brengt in deze visie middels zes beleidsprioriteiten focus aan in het zoeken naar de balans tussen het optimaal benutten én beschermen van de bodem en de ondergrondse ruimte. Pijnacker-Nootdorp heeft in 2008 haar eigen Bodemnota vastgesteld. Deze Bodemnota was de eerste stap naar een verdiepte ruimtelijke ordening, waarbij de gemeente de kansen van de ondergrond in beeld brengt. De ambities van Pijnacker-Nootdorp sluiten goed aan bij landelijke ontwikkelingen op het gebied van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) (lagenbenadering) en het bodembeleid (Convenant bodemontwikkelingsbeleid). Om het gebruik van de ruimte beneden maaiveld duurzaam en optimaal te benutten zal bij ontwikkelingen of activiteiten in de onder- en/of bovengrond rekening moeten worden gehouden met de ruimtelijke ordening van de ondergrond in relatie tot de bovengrond, en vice versa.
Pijnacker-Nootdorp heeft in 2014 haar eigen Nota bodembeheer vastgesteld. De nota gaat over het hergebruiksbeleid voor grond en baggerspecie op het grondgebied van de gemeente PijnackerNootdorp en geeft vorm aan het duurzaam en verantwoord beheer van de bodem in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Uit de Nota bodembeheer blijkt dat bij omgevingsvergunningaanvragen (bouw en bestemmingswijzigingen) onder bepaalde voorwaarden kan worden volstaan met het uitvoeren van een historisch onderzoek conform de NEN 5725.
51
De provincie Zuid-Holland heeft haar beleid ten aanzien van bodemaspecten verwoord in de ‘Beleidsvisie Bodem en Ondergrond’ uit 2013. De provincie brengt in deze visie middels zes beleidsprioriteiten focus aan in het zoeken naar de balans tussen het optimaal benutten én beschermen van de bodem en de ondergrondse ruimte. 50
Paragraaf 4.8.3 Conclusie
53 e.v.
Paragraaf 4.10.2 Bodem en grondwater
65
Paragraaf 6.3 Bijlage bij de toelichting Bijlage bij de toelichting Bijlage bij de toelichting Bijlage bij de toelichting Bijlage bij de toelichting Bijlage bij de toelichting
Regels Artikel 5
De volgende conclusie wordt geschrapt: ‘De wijzigingsbevoegdheid op Noordweg 99 is zwaar geclausuleerd, ook op het punt van de bodemkwaliteit.’ Het Hoogheemraadschap van Delfland adviseert bij nieuwbouw rekening te houden met een drooglegging van 1,2 meter met een minimum van 1,0 meter. Aan de toelichting wordt de volgende paragraaf toegevoegd: Vanuit het waterklimaatplan komt de aanbeveling om bij nieuwbouwwoningen te zorgen voor voldoende drooglegging door de woning op voldoende hoogte aan te leggen. Vanuit het waterschap wordt geadviseerd om woningen bij voorkeur minimaal 1 meter tot 1 meter 20 boven het waterpeil te bouwen om (grond)wateroverlast te voorkomen. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan wordt deze paragraaf aangevuld. Verkennend milieukundig (asbest)bodemonderzoek d.d. 17-06-2021 van de Oudeweg 51 wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd Nader (asbest)bodemonderzoek d.d. 22-04-2022 van de Oudeweg 51 wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd. Asbestinventarisatierapport d.d. 21-10-2021 van de Oudeweg 51 wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase van de Oudeweg 51 wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd.
Veldrapport betreffende grondonderzoek aan de Bieslandseweg te Delfgauw (stiltecentrum) wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd. Beoordeling stikstofdepositie Bieslandseweg 2 te Delfgauw wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd.
Ambtshalve wijziging
In artikel 5 wordt de bestaande moes/-groentetuin opgenomen waarbij eveneens wordt bepaald dat uitbreiding en enige vorm van bebouwing wordt uitgesloten.
Zienswijze 5
Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging
52
Artikel 5.1 onder k Artikel 5.2.2
Artikel 10.4.2 onder c Artikel 11 Recreatie – Natuur
Artikel 11.2.2 Artikel 15.1 onder c en e Artikel 15.3.2 onder a Artikel 15.3.2 onder g Artikel 25.1.1
In artikel 5.1 onder k dient de verwijzing te worden aangepast naar 5.1 onder i en 5.1 onder j en het maximaal bedrijfsvloeroppervlakte voor dit perceel te worden verhoogd naar 200 m2. Aan dit artikel dient nadere maatvoering ten behoeve van de twee wooneenheden te worden opgenomen. Zo dienen de wooneenheden enkel en alleen in het hoofdgebouw te worden gerealiseerd. De gezamenlijke inhoud van deze twee wooneenheden dient te voldoen aan de maatvoering die geldt voor het buitengebied, te weten maximaal 750m3. De volgende voorwaarde komt te vervallen: de openingstijden zijn van 08.00 uur tot 18.00 uur, uitsluitend van maandag t/m vrijdag. Op de gronden rondom de Bieslandseweg 2 te Delfgauw is in de regels opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’ tevens een schuur voor schapen en schuur is toegestaan. Echter ontbreekt dat deze schapenschuur in het bouwvlak gebouwd dient te worden alsmede bijbehorende maatvoering zoals goot- en bouwhoogte van respectievelijk 2 meter en 4 meter. Het maximum aantal bezoeker van 15 personen wordt toegevoegd ten behoeve van het stiltecentrum. Tevens wordt het strijdig gebruik voor overnachtingen opgenomen. De bestemmingsomschrijving in artikel 15.1 onder e is een specifieke gebruiksregel van artikel 15.1 onder c en dient ook als zodanig te worden opgenomen. Het aantal maximum bezoekers wordt verhoogd naar 18 personen.
Het parkeren van bezoekers dient op eigen terrein plaats te vinden (tekstuele aanpassing). Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden met betrekking tot de bouw van bouwwerken de volgende voorwaarden: a. binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: 1. voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek;
Zienswijze 5 Ambtshalve wijziging
Zienswijze 7 Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Zienswijze 2 Ambtshalve wijziging Zienswijze 8
2. voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand
53
tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. Bieslandseweg 2, Delfgauw
Verbeelding Bieslandseweg 2, Delfgauw
Aanduiding vrijstaand Moes-/groentetuin nabij Bieslandseweg 1, Delfgauw
Het bouwvlak aan de rechterzijde dient dusdanig te worden aangepast zodat de nieuwe stallen passen in het bouwvlak. Daarnaast dient de aanduiding ten behoeve van de twee wooneenheden op het voorste gedeelte alsmede linkerzijde van de bebouwing te worden verplaatst.
Zienswijze 12
Aanduiding bedrijfswoning is niet correct opgenomen. De aanduiding dient op de voorzijde van de huidige bebouwing komen en het tweede huishouden komt aan de zijkant. De uitbreiding ten zuiden is ook net 0,5 buiten het bouwvlak. De aanduiding ‘vrijstaand’ ontbreekt bij verschillende percelen. Aan de verbeelding wordt een aanduiding toegevoegd ten behoeve van de bestaande moes/groentetuin. Deze aanduiding is overeenkomstige onderstaande afbeelding (circa 7.000m2) welke middels de zwarte lijn is aangeven.
Zienswijze 12
Ambtshalve wijziging Zienswijze 5
54