Bijlage 2a - Nota van beantwoording zienswijzen obp BBB 2022 geanonimiseerd
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’
Afdeling Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer Team Ruimte
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Overzicht ingediende zienswijzen ........................................................................................... 5 Hoofdstuk 2: Staat van wijzigingen ............................................................................................................. 27
2
Inleiding Inhoud van het plan Het bestemmingsplan 'Balij-Bieslandse Bos' is vastgesteld op 28 juni 2007 en goedgekeurd op 4 maart 2008. Het plangebied omvat het natuur- en recreatiegebied 'Balij-Bieslandse Bos' tussen Nootdorp en Pijnacker en aangrenzende functies. Het Bieslandse Bos is een jong bos, maar wel al heel gevarieerd. Samen met De Balij vormt het Bieslandse Bos een gestaag groeiende ‘groene long’ in de regio. Voor het gebied is een risico-inventarisatie gemaakt. Hieruit is gebleken dat een aantal onjuistheden in het vigerende plan zitten (met name afwijkingen in goot- en bouwhoogtes). Deze onjuistheden worden in onderhavig bestemmingsplan meegenomen en gecorrigeerd naar de feitelijke situatie. Daarnaast worden enkele correcties in de plangrens doorgevoerd, teneinde het plan te laten aansluiten op aangrenzende bestemmingsplannen. Het nieuwe plan vormt daarmee een actueel beheersinstrument voor het gehele plangebied. Ligging plangebied Het plangebied ligt tussen de kernen Pijnacker en Nootdorp en ligt tegen de gemeentegrens met Delft aan. Het gebied wordt globaal begrensd door de Noordeindseweg (zuidwestelijke grens), de Tweemolentjesvaart / De Bras en de Geerweg / kern Nootdorp (noordwestelijke grens) en de Randstadrail Den Haag - Rotterdam (noordoostelijke grens).
Aan de zuidoostzijde grenst het plangebied aan de bebouwing van Pijnacker, het sportpark 'De Groene Wijdte' en de Vrederustlaan. Procesverloop tot op heden Het college van burgemeester en wethouders heeft op 14 mei 2020 en de raad in juni 2020 ingestemd met het vrijgeven van het voorontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ voor inspraak en vooroverleg. Ten behoeve van de inspraak heeft het voorontwerpbestemmingsplan met ingang van 9 juli 2020 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Ook is het voorontwerpbestemmingsplan naar alle betrokken overleginstanties gestuurd in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van het voorontwerp zijn 21 inspraakreacties ontvangen, alsmede 5 reacties van betrokken andere overheden. Het standpunt van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties is verwoord in een Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties en staat van wijzigingen voorontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2021’. De Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties is ter kennisname gebracht aan de gemeenteraad en onder de aandacht gebracht van de indieners van de inspraak- en vooroverlegreacties.
Ontwerpbestemmingsplan Het college van burgemeester en wethouders heeft op 10 november 2020 en de raad op 17 december 2020 besloten om het ontwerpbestemmingsplan met ingang van 28 januari 2021 ter inzage te leggen. Dit is gepubliceerd in de Telstar/Eendracht, het Gemeenteblad en de Staatscourant van 27 januari 2021. Gedurende de periode van zes weken kon door een ieder een zienswijze worden ingediend. Er zijn 19 zienswijzen ontvangen. Aan de indieners van de zienswijzen, ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, is de mogelijkheid geboden om de zienswijzen nader toe te lichten aan de gemeenteraad op 9 april 2021. Acht reclamanten hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de ingediende zienswijze toe te lichten ten overstaan van de hoorcommissie. 3
Nieuwe versie van het ontwerpbestemmingsplan Gelet op de raadsbehandeling van het voorstel het ontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen, zijn bepaalde aspecten opnieuw tegen het licht gehouden en heroverwogen. Die heroverweging dient zorgvuldig te gebeuren en heeft daardoor de nodige tijd gevraagd. De ingediende zienswijzen alsmede een aanzienlijk aantal ambtshalve wijzigingen brengen met zich mee dat een aantal ingrijpende wijzigingen in het bestemmingsplan aangebracht zou moeten worden. De aard van deze aanpassingen, het aantal en gelet op het feit dat inmiddels bijna een jaar is verstreken, zorgen ervoor dat het college van burgemeester en wethouders in oktober 2021 heeft besloten om een aangepast ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad voor te leggen met het voorstel dat ontwerpbestemmingsplan opnieuw ter inzage te leggen. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 14 december 2021 en de raad oo 24 februari 2022 besloten om een nieuwe versie van het ontwerpbestemmingsplan met ingang van 10 maart 2022 ter inzage te leggen. Dit is gepubliceerd in de Telstar/Eendracht, het Gemeenteblad en de Staatscourant van 9 maart 2022. Gedurende de periode van zes weken kon door een ieder een zienswijze worden ingediend. Er zijn 12 zienswijzen ontvangen, waarvan één buiten de termijn.
Aan de indieners van de zienswijzen, ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, is de mogelijkheid geboden om de zienswijzen nader toe te lichten aan de gemeenteraad op 12 mei 2022. Vijf reclamanten hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de ingediende zienswijze toe te lichten ten overstaan van de hoorcommissie. Bij de beantwoording van de zienswijzen is rekening gehouden met de nadere toelichting die tijdens de hoorzitting is gegeven. Zienswijze 12 is buiten de termijn ontvangen en is aldus niet-ontvankelijk. Deze zienswijze wordt ambtshalve wel van een gemeentelijke beantwoording voorzien. Vervolgproces Het college voorziet de ingediende zienswijzen van een conceptbeantwoording in de vorm van een Nota van beantwoording zienswijzen (inclusief staat van wijzigingen). Vervolgens zal de gemeenteraad naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan én de hierop ingebrachte zienswijzen, het bestemmingsplan vaststellen. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan kunnen, kort gezegd, zij die een zienswijzen hebben ingediend, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen die punten die door de gemeenteraad gewijzigd vastgesteld zijn, staat voor een ieder beroep open. Deze hoogste bestuursrechter zal naar aanleiding van de eventueel binnengekomen beroepen een beslissing nemen.
Leeswijzer In de voorliggende Nota van beantwoording zienswijzen wordt eerst een overzicht gegeven van de binnengekomen zienswijzen. In hoofdstuk 1 worden de zienswijzen samengevat en voorzien van het voorlopige standpunt van het college van burgemeester en wethouders. Tenslotte omvat hoofdstuk 2 de Staat van wijzigingen waarin de belangrijkste ambtshalve en overige wijzigingen kort zijn weergegeven.
4
Hoofdstuk 1: Overzicht ingediende zienswijzen In dit hoofdstuk zullen eerst de ingekomen zienswijzen op een rij worden gezet. Daarna wordt iedere zienswijze afzonderlijk voorzien van een beantwoording. In de conclusie die onder iedere zienswijze staat, wordt samengevat of en tot welke wijzigingen de zienswijze leidt. Overzicht ingediende zienswijzen nr. 1.
Ontvangen door: De heer J.S.M. Groenewegen Oudeweg 78 2631 PB Nootdorp
Datum ontvangst: 10 maart 2022
2.
Mevrouw N. Nederlof-Lugtigheid Noordeindseweg 72 2645 BC Delfgauw
23 maart 2022
3.
Vollebregt Barten Onroerend Goed B.V. Poeldijksepad 5 2675 CL Honselersdijk
23 maart 2022
namens: Hoeve Noordpolder De heren W. en L. van der Ende Noordeindseweg 54 2645 BC Delfgauw 4.
De heer G.A. de Vries Geerweg 10 2631 PD Nootdorp
29 maart 2022
5.
De heer J. Duijndam en mevrouw L. Duijndam Bieslandseweg 1 2645 BM Delfgauw
29 maart 2022
6.
T.a.v. mevrouw M. van der Linden Prof. Oudemanstraat 37 2628 KB Delft
7 april 2022
namens: Stiltegoed Mevrouw J.A.M. Duijndam Noordeindseweg 70 2645 BC Delfgauw 7.
T.a.v. mevrouw M. van der Linden
7 april 2022 5
Prof. Oudemanstraat 37 2628 KB Delft namens: Buitengoed de Uylenburg Mevrouw J.A.M. Duijndam Noordeindseweg 70 2645 BC Delfgauw 8.
De heer R.J.M. Veger Hof van Teijlingen 29 2631 WT Nootdorp
12 april 2022
9.
Stichting Vrienden van de Windlust te Nootdorp Ribeslaan 3 2631 HV Nootdorp
15 april 2022
10.
De heer N.H. de Bruin Nieuwkoopseweg 59 2631 PP Nootdorp
19 april 2022
namens: De heer R. en J.C. Luyten - Verhoef Nieuwkoopseweg 27 2641 PA Pijnacker De heer G.N.M. en mevrouw C.L.M. Hilgersom – Van Adrichem Nieuwkoopseweg 58 2641 PB Pijnacker De heer L.A.M. Termorshuizen Nieuwkoopseweg 36a 2641 PB Pijnacker De heer K. Lucas en mevrouw I.I. Lucas Nieuwkoopseweg 48 2641 PB Pijnacker De heer en mevrouw Van Eijk Nieuwkoopseweg 21 2641 PA Pijnacker De heer F.N. van der Meer en mevrouw J.H.N. van der Meer – Van Adrichem Nieuwkoopseweg 57 6
2631 PP Nootdorp De heer en mevrouw Oudshoorn Nieuwkoopseweg 48 2631 PR Nootdorp De heer N. en mevrouw H. Rolvink Nieuwkoopseweg 61 2631 PP Nootdorp De heer en mevrouw Van Adrichem Nieuwkoopseweg 55a 2631 PP Nootdorp De heer N.H. de Bruyn en mevrouw E. de Bruyn Nieuwkoopseweg 59 2631 PP Nootdorp 11.
Provincie Zuid-Holland T.a.v. drs. K.P. Spannenburg Postbus 90602 2509 LP Den Haag
20 april 2022
12.
DLV Advies & Resultaat T.a.v. de heer C. De Ruiter Postbus 511 5400 AM Uden
21 april 2022
namens: De heer M. van Dijk Bieslandseweg 2 2645 BM Delfgauw
7
1. Ontvangen op: Ontvangen van:
10 maart 2022 De heer J.S.M. Groenewegen Oudeweg 78 2631 PB Nootdorp
Onderwerp:
Stal
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant heeft telefonisch begrepen dat er voor het perceel Oudeweg 78 te Nootdorp geen wijzigingen zijn opgenomen ten opzichte van het vorige ontwerpbestemmingsplan. Dit bevreemdt reclamant aangezien het een stal betreft en geen schuur op zijn perceel. Hiervan heeft hij een jaar eerder melding gemaakt.
b.
Uit de lokale krant heeft reclamant vernomen dat het ontwerpbestemmingsplan ‘BalijBieslandse Bos 2022’ ter inzage ligt. Reclamant is van mening dat dit een verkeerd uitgangspunt is aangezien het niet 2022 is.
Reactie gemeente a.
Op het voorontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ zijn drie inspraakreacties ingediend. Eén inspraakreactie is ingediend door reclamant. De twee andere inspraakreacties zijn ingediend door de dochter en schoonzoon van reclamant. In deze twee inspraakreacties wordt door de dochter en schoonzoon gesproken over een schuur in plaats van een stal. Zoals gebruikelijk wordt een dergelijke inspraakreactie (letterlijk) overgenomen in de nota van beantwoording. Dat reclamant het niet eens is met de benaming van het bijgebouw op het betreffende perceel doet verder niets af aan de op 24 augustus 1990 verleende vergunning. De afgegeven vergunning betreft inderdaad het gedeeltelijke vernieuwen/veranderen van een hobbystal. Aangezien de zienswijze van reclamant niet ziet op een aanpassing van de toelichting, regels of verbeelding van het plan, maar een reeds vastgesteld nota van beantwoording, wordt deze dan ook voor kennisgeving aangenomen.
b.
Eind 2021 is het ontwerpbestemmingsplan door de gemeenteraad vrijgeven. Echter bij de benaming van het plan is geanticipeerd op de vaststelling van het plan in 2022. Reclamant kan dan ook niet worden gevolgd in de verkeerde benaming van het plan zodat ook dit gedeelte van de zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’.
8
2. Ontvangen op: Ontvangen van:
23 maart 2022 Mevrouw N. Nederlof-Lugtigheid Noordeindseweg 72 2645 BC Delfgauw
Onderwerp:
Uitbreiding recreatiewoning, gebruiksvoorwaarden vergaderaccommodatie
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
In het bestemmingsplan wordt, naar de mening van reclamant, aan het ruimtelijke en economisch belangen van reclamant niet of nauwelijks invulling gegeven. In artikel 15 van de planregels (bestemming ‘Wonen’) wordt onder 15.2.2. onderdeel e aangegeven dat de inhoud van de huidige vrijstaande recreatiewoning niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud bij de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. Het verzoek van reclamant is om aan deze omvang een vergroting van (bijna) 10% ten opzichte van het huidige bruto-vloeroppervlakte te mogen toevoegen waarbij deze vergroting concreet wordt voorgesteld als erker van 1,50 meter diep en 8,50 meter breed (bvo = 12,75 m2) met een dakrandhoogte aansluitend op de bestaande dakrand gericht op het erf. Deze erker wordt voorgesteld aan de zijde gericht op het eigen perceel waardoor geen enkele vorm van ruimtelijke aantasting ten opzichte van de landschappelijke omgeving plaatsvindt. Reclamant is van mening dat het goed aansluit op artikel 27.1 van de planregels (Algemene wijzigingsregels) waarbij het college van burgemeester en wethouders de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en van aanduidingen zodanig wijzigen, dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot en de grenzen daarbij met niet meer dan 10 meter worden verschoven.
Reclamant kan zich niet in de argumentatie vinden dat sprake is van precedentwerking aangezien alleen dit perceel een recreatiewoning heeft.
b.
Betreffende het gebruik als vergaderlocatie ter plaatse van vrijstaand bijgebouw Tisnienix (nummer 72): In artikel 15 van de planregels worden onder 15.3.2 a t/m q diverse gebruiksvoorwaarden gesteld welke ernstig vernauwend zijn ten opzichte van de eerder aangegeven gebruiksruimte. In de toelichting is aangegeven dat de vergaderaccommodatie conform het bestaande gebruik is toegestaan. Reclamant verzoekt dan ook de volgende voorwaarden op te nemen: - geen max. 10 personen maar 25 personen; - geen opening tot 18.00 uur maar tot 24.00 uur; 7 dagen per week; - wel mogelijkheid tot terrasgebruik; - wel gebruik voor evenementen, feesten en partijen van geringe omvang; - parkeren deels op eigen terrein, deels op achterliggend parkeerterreintje; Uiteindelijk is het van belang dat de locatie economisch levensvatbaar kan worden gemaakt 9
en invulling kan geven aan een grote maatschappelijke behoefte. c.
Wanneer met onze verzoeken een bespiegeling zou worden gehouden ten opzichte van alle, in het ontwerpbestemmingsplan, alsnog gereguleerde en gelegaliseerde, voorheen veelal twijfelachtige resp. illegale bestemmingen op andere planlocaties, meent reclamant dat de plan- en bestemmingsintenties nogal bescheiden naar voren komen. Daarbij zal er géén enkele afbreuk worden gedaan op de ruimtelijke en functionele waarden van het bestemmingsplangebied als geheel. Reclamant heeft de afgelopen 25 jaar gemeentelijke obstructie ervaren met betrekking tot de ontwikkeling van de woon/werk/recreatielocatie van reclamant waarbij het eindelijk eens een keer mogelijk moet zijn om positief te oordelen ten aanzien van de belangen voor de huidige eigenaren/ gebruikers van deze schitterende locatie.
Reactie gemeente a.
In 2005 heeft de gemeente beleid opgesteld voor woningen in het buitengebied die de inhoud van een woning inclusief alle bijbehorende bouwwerken maximaliseerde op 750 m³. Dit beleid wordt nog steeds gehanteerd. In de praktijk is er echter een verruiming mogelijk geworden. Dit omdat de vergunningsvrije ruimte voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken aanzienlijk is vergroot. Vergunningsvrije bebouwing telt niet mee met de inhoudsmaat van de woning. Het blijft gewenst om de inhoud van bebouwing te begrenzen en dit is voortgezet in de nota ‘Uitnodigende Ruimtelijke Ordening’. In zowel het vigerende bestemmingsplan alsmede het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de inhoud van een woning inclusief de daarbij bijbehorende bouwwerken niet meer dan 750m3 mag bedragen. De huidige bebouwing op het perceel overschrijdt deze 750m3. Hoewel de gevraagde erker een kleine uitbreiding betreft wordt hiermee de overschrijding van de 750m3 vergroot. Niet wordt ingezien waarom, met legitieme redenen, hiervan kan worden afgeweken. De gevraagde erker zou de overschrijding van de 750m3 vergroten en levert daarmee een ongewenste precedentwerking op. Vergunningsvrij bouwen: In het huidige en ontwerp bestemmingsplan heeft het hele perceel de bestemming ‘Wonen’. Op dit perceel bevindt zich een hoofdgebouw (nr. 72).
De overige gebouwen op het perceel (erf) zijn bijbehorende bouwwerken en liggen in het achtererfgebied. Vergunningsvrij kan op grond van het Besluit Omgevingsrecht, bijlage II, artikel 2, onderdeel 3, sub f. nooit meer dan 150 m2 aan vergunningsvrije en vergunningsplichtige bijbehorende bouwwerken op het achtererf worden opgericht. De oppervlakte van de vrijstaande vergaderaccommodatie en recreatiewoning zijn samen al 235 m2. Er is dus geen mogelijkheid meer om vergunningsvrij de recreatiewoning uit te breiden. Bovendien is het op grond van onderdeel 3, sub g. onder 3 van voornoemd artikel niet toegestaan vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken op te richten bij een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf door één huishouden.
b.
Voor de goede orde wordt opgemerkt dat door de gemeenteraad op 17 december 2020 een motie is aangenomen. In deze motie is opgenomen dat de gemeenteraad van mening is dat de vergaderaccommodatie in een aantoonbare behoefte voorziet voor recreatieve doeleinden met zakelijke bijeenkomsten in een groene omgeving. Daarnaast is in de motie geconstateerd dat op het 10
eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is of gerealiseerd kan worden. De raad heeft het college dan ook verzocht voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan een ruimtelijke onderbouwing op te stellen passend bij het huidige gebruik van het bijgebouw met een specifieke aanduiding en deze positief te bestemmen. Aan deze motie is door het college uitvoering gegeven door het opnemen van een specifieke aanduiding ‘vergaderaccommodatie’ op de betreffende locatie. Hiertoe is in de begrippen opgenomen wat onder een vergaderaccommodatie dient te worden verstaan. Daarnaast zijn in artikel 15.3.2 de volgende voorwaarden opgenomen: a. b. c. d. e. f. g.
het aantal maximum bezoekers is 10; de openingstijden zijn van 08.00 uur tot 18.00 uur, uitsluitend van maandag t/m vrijdag; het is niet toegestaan om een terras te plaatsen; het is niet toegestaan voedsel of drinken aan passanten aan te bieden; de vergaderlocatie mag niet worden gebruikt voor evenementen, feesten en partijen; het schenken van sterke drank is niet toegestaan; het parkeren van bezoekers dient op eigen terrein plaats te vinden.
Reclamant verzoekt de planregels genoemd in artikel 15.3.2 onder a, b, c, e en g aan te passen. Deze voorwaarden zijn overgenomen uit een reeds verleende omgevingsvergunning voor eenzelfde accommodatie elders in de gemeente. De randvoorwaarden zijn opgenomen om de impact van de functie op de omgeving te beperken zodat het passend is binnen de uitgangspunten van het gebied. Op het voorontwerpbestemmingsplan is door reclamant een inspraakreactie ingediend waarbij is verzocht om het begrip ‘beroep en/of bedrijf aan huis’ dusdanig aan te passen datgroepsbijeenkomsten voor maximaal 20 personen zijn toegestaan. In de ingediende zienswijze verzoekt reclamant dit nog eens te verhogen naar maximaal 25 personen. Reclamant adverteert met de vergaderaccommodatie op www.vergaderlocaties.nl waarbij wordt aangegeven dat de capaciteit van de ruimte geschikt is maximaal 18 personen. Een verhoging van een aantal bezoekers wordt verder door reclamant niet onderbouwd. Bovendien levert het verhoging naar 25 meer verkeersbewegingen op en een verhoging van de parkeerdruk. In de nota van inspraak en vooroverlegreacties is uitgebreid uiteengezet dat de gemeente geen verdere toename van verkeer rondom de Noordeindseweg en de Bieslandseweg wenst. Wel kan de voorwaarde genoemd onder a. worden verhoogd naar 18, conform het huidige gebruik. Groepsbijeenkomsten zijn sterk te vergelijken met cursussen.
Het typerende van cursussen is dat deze over het algemeen kantoortijden en -dagen aanhouden. Daarmee is aannemelijk dat de opgenomen openingstijden tussen 08:00 uur tot 18:00 uur conform het huidige gebruik zijn. Een vergelijking met het naastgelegen perceel kan echter niet gemaakt worden aangezien dat een andere bestemming heeft (‘Recreatie’ met onder andere een aanduiding voor horeca) dan het perceel van reclamant (‘Wonen’). Een onderscheid tussen beide percelen wordt daarbij legitiem geacht. De voorwaarde om geen terras te mogen plaatsen moet worden bezien in samenhang met de voorwaarden onder d. en f. van de planregels. In de Algemene plaatselijke verordening (APV) is in artikel 2.27 een definitie opgenomen van een terras. Die luidt als volgt: ‘Een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.’ Reclamant heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de voorwaarden onder d. en f. van de 11
planregels. Aangezien deze voorwaarden in samenhang dienen te worden gezien en hier geen sprake is van een horecagelegenheid wordt het verzoek om deze voorwaarden te laten vervallen niet gehonoreerd. Het verzoek van reclamant om de voorwaarde op te nemen dat evenementen, feesten en partijen op deze locatie zijngestaan is ongewenst. Bovendien is deze verruiming van het gebruik in strijd met de aangenomen motie van de gemeenteraad waarin is verzocht om een vergaderaccommodatie toe te staan. De voorwaarde om te parkeren op eigen terrein geeft volledig uitvoering aan de aangenomen motie van de gemeenteraad. In deze motie is namelijk geconstateerd dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is of gerealiseerd kan worden. Het verzoek van reclamant voor wijziging van de voorwaarde met betrekking tot het parkeren wordt dan ook niet ingewilligd. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat het parkeerterrein achter het perceel van reclamant bedoeld is voor bezoekers van het natuurgebied. c.
Het valt te betreuren dat reclamant de indruk heeft te worden tegen gewerkt omtrent haar woon/werk en recreatielocatie. Echter dient de gemeente een belangenafweging te maken tussen het individuele belang van reclamant enerzijds en het algemeen belang anderzijds. Deze belangenafweging kan niet altijd in het voordeel van reclamant uitvallen.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’. In de planregels wordt in artikel 15.3.2 onder a het aantal maximum bezoekers verhoogd naar 18 personen.
12
3. Ontvangen op: Ontvangen van:
23 maart 2022 Vollebregt Barten Onroerend Goed B.V. Poeldijksepad 5 2675 CL Honselersdijk namens: Hoeve Noordpolder De heren W. en L. van der Ende Noordeindseweg 54 2645 BC Delfgauw
Onderwerp:
Bestemmingswijziging naar ‘Agrarisch-Glastuinbouw’
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant is melkveehouder aan de Noordeindseweg 54 te Delfgauw. Aan de noordzijde van het bestaande glastuinbouwgebied Pijnacker West bezit reclamant circa 24,5 ha grond met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden’. In de structuurvisie ‘Ruimte Maken Ruimte Laten 2040’ wordt onder andere de toekomstige ontwikkeling van glastuinbouw in en rondom de gemeente Pijnacker-Nootdorp besproken. Hierin wordt aangegeven dat de glastuinbouwsector de grootste sector in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is en bijdraagt aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid binnen de gemeente. Ook wordt vermeld dat schaalvergroting en modernisering belangrijke aspecten zijn binnen deze sector. De gemeente richt zich hierop door te focussen op de glastuinbouwconcentratiegebieden en het verspreide areaal aan glasopstanden in de rest van het groene buitengebied te saneren ten behoeve van andere doeleinden. De huidige glastuinbouwconcentratiegebieden bieden nog maar weinig ruimte voor uitbreiding. Daarnaast zet de gemeente in op sanering van diverse glastuinbouwconcentratiegebieden, door het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht (Wvg), onder andere ten behoeve van uitbreiding van de dorpskernen. De ondernemers die willen uitbreiden en/of hun bedrijf willen voortzetten in de toekomst, zullen op zoek moeten gaan naar een nieuwe vestigingslocatie.
Echter is een dergelijk locatie beperkt te vinden binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Om het belang van de glastuinbouwsector binnen de gemeente te kunnen waarborgen en de schaalvergroting en modernisering van de glastuinbouw voor te kunnen zetten, zal er meer ruimte moeten worden vrijgemaakt voor ontwikkeling ten behoeve van glastuinbouw. Het gebied ten noorden van het huidige glastuinbouwgebied Pijnacker West kan hiervoor als juiste locatie dienen. Er kan namelijk direct worden aangesloten op de bestaande infrastructuur van het glastuinbouwgebied en eenvoudig gebruik worden gemaakt van de bestaande voorzieningen. Deze uitbreiding zal het glastuinbouwconcentratiegebied versterken en zal de bijdrage van de glastuinbouwsector binnen de gemeente PijnackerNootdorp verder vergroten. 13
Reclamant zou graag op zijn huidige locatie de veehouderij willen uitbreiden. Echter is dit ter plaatse niet/beperkt mogelijk. Daarom wil reclamant zijn bedrijf verplaatsen naar een locatie waar de gewenste schaalvergroting wel mogelijk is. Een bestemmingswijziging van het gebied naar de bestemming ‘Agrarisch-Glastuinbouw’, zoals hieronder weergegeven, zou deze bedrijfsverplaatsing kunnen faciliteren.
b.
Reclamant heeft tijdens de hoorzitting aangeven dat de uitbreiding noodzakelijk is om het bedrijf levensvatbaar te houden. Hiertoe heeft hij aangeven dat een omgevingsvergunning in de zomer van 2020 is afgewezen.
Reactie gemeente a.
Zowel in de recent vastgestelde omgevingsvisie ‘Verbonden met elkaar’ als in het provinciaal beleid maken deze gronden deel uit van het groene buitengebied (zie onderstaande uitsnede).
14
Uitsnede omgevingsvisie ‘Verbonden met elkaar’ Pijnacker-Nootdorp heeft binnen en buiten de kernen een grote diversiteit aan groen en water. Dat is kenmerkend voor de woonomgeving en belangrijk voor recreatie, landbouw, natuur en klimaatverandering. Het groene buitengebied bestaat uit drie herkenbare hoofdgebieden: Buytenhout, het Oude Leedegebied en de Groenzoom. Deze drie groengebieden lopen over de gemeentegrens heen. De drie gebieden hebben een groot bezoekerspotentieel uit de omliggende woongebieden en vormen gezamenlijk één groen-recreatief buitengebied als deel van een regionaal geheel. Het groen is niet alleen duidelijk voelbaar, beleefbaar en aanwezig in de groene buitengebieden, maar ook in de kernen. Het openbaar groen dicht bij de woningen met goede verbindingen naar de buitengebieden draagt bij aan het kenmerkende groene karakter van de gemeente. Overal is de relatie tussen de buitengebieden en de woonkernen voelbaar en daarmee een belangrijk onderdeel van de identiteit. De drie woonkernen worden van elkaar gescheiden door de buitengebieden, waardoor er een duidelijk contrast is tussen de stedelijke structuren in de kernen en het landelijke milieu daaromheen. Door deze opzet is de natuur met ruimte voor recreatieve activiteiten altijd dichtbij.
In de omgevingsvisie is opgenomen dat in 2050 het groene buitengebied nog steeds een unieke en onderscheidende kwaliteit van Pijnacker-Nootdorp is. In de steeds drukker geworden Randstad is het een oase van rust. Hier zijn nog de cultuur- en natuurhistorische karakteristieken zichtbaar, die tijdens de explosieve groei behouden zijn gebleven en een contrast vormen met het verstedelijkte gebied. Deze kwaliteit beschermen we met een vaste groene contour. Het groene, recreatieve buitengebied heeft ook in het verleden een centrale rol gehad in het gemeentelijk beleid. Dit blijkt onder andere uit de grote investeringen die zijn en worden gedaan in aanleg van bijvoorbeeld Buytenhout en de Groenzoom. De omgevingsvisie legt deze groene contour vast. Daarmee wordt ingezet op de bescherming van de groene contour en het versterken van de overgang tussen de groene en rode contour. Het toevoegen aan het 15
glastuinbouwgebied is dan ook hiermee in strijd. De openheid, de landschappelijke waarden en bijdragen aan natuur en recreatie gaan daarmee verloren. b.
Begin 2019 heeft reclamant een principeverzoek ingediend voor het uitbreiden van de melkveehouderij. Het verzoek is in strijd met het gemeentelijk beleid en is om die reden geweigerd. Verschillende gesprekken zijn gevoerd om te onderzoeken of het initiatief kan worden afgestemd op het gemeentelijk beleid. Ook is het initiatief op enkele onderdelen aangepast. Helaas heeft dit niet geleid tot een initiatief dat aansluit op het gemeentelijk beleid. Zo is door reclamant aangegeven dat het initiatief alleen mogelijk is als de bestaande bedrijfswoning kan worden verkocht en vanuit die opbrengsten het bedrijf kan vernieuwen en een nieuwe dienstwoning kan worden gerealiseerd. Het initiatief in het open gebied doet afbreuk aan de waarde van het landschap. Ook vanuit de kwaliteiten van het lint is het ongewenst deze verder op te dikken en op deze manier aan de andere zijde van de watergang te bouwen.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’.
16
4. Ontvangen op: Ontvangen van:
29 maart 2022 De heer G.A. de Vries Geerweg 10 2631 PD Nootdorp
Onderwerp:
Oudeweg 51 te Nootdorp
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: Reclamant geeft aan dat in de tekeningen van het bestemmingsplan nergens de herverkaveling van de Oudeweg 51 te Nootdorp zichtbaar zijn. Hij verzoekt dit alsnog aan te geven. Tevens geeft reclamant aan dat niet wordt vermeld hoe de bouwvlakken (contouren ) van de nieuwe bebouwingen (kavels) eruit komen te zien. b.
Reclamant geeft aan dat niet is aangegeven wat er gaat gebeuren met thans aanwezige verkrotte, op instorten en asbest houdende opstallen aan de Oudeweg 51.
17
Reactie gemeente a.
In het vigerende bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ zijn drie gevellijnen aangegeven op de betreffende gronden aan de Oudeweg 51 te Nootdorp (zie rode cirkel op onderstaande uitsnede). In de planregels is opgenomen dat woningen uitsluitend met de voorgevel in de voorgevelrooilijn mogen worden gebouwd. Deze voorgevellijn is als zodanig opgenomen op de plankaart zonder bouwvlak.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ De eigenaar heeft gevraagd deze drie ‘woningrechten’ te herverkavelen op zijn gronden. De gemeenteraad heeft hiermee ingestemd en dit ook als zodanig opgenomen in het voor- en ontwerpbestemmingsplan (zie rode cirkel in onderstaande uitsnede).
18
Uitsnede ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse bos 2022’ Zowel in het vigerende als voorliggend bestemmingsplan zijn de drie gevellijnen aangegeven. De systematiek van het bestemmen in het buitengebied leidt ertoe dat er geen bouwvlakken zijn opgenomen in het vigerende en ontwerpbestemmingsplan. In artikel 15 van de planregels is opgenomen aan welke maatvoering een nieuw te bouwen woning moet voldoen. Aangezien het perceel nog niet kadastraal is gesplitst is (nog) niet te zien hoe de kavels eruit komen te zien. Echter dit onderdeel is voor het bestemmen van de woningen niet relevant. Reclamant kan dan ook niet worden gevolgd in zijn opmerkingen op deze onderdelen. b.
De reactie van reclamant lijkt inmiddels achterhaald aangezien op 30 november 2021 akkoord is gegeven op de sloopmelding van een tweetal schuren op het betreffende perceel waarbij eveneens asbest is gesaneerd. Deze opmerking wordt dan ook voor kennisgeving aangenomen.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’.
19
5. Ontvangen op: Ontvangen van:
29 maart 2022 De heer J. Duijndam en mevrouw L. Duijndam Bieslandseweg 1 2645 BM Delfgauw
Onderwerp:
Detailhandelsvergunning, verwijzing parkeervoorzieningen, moes/groentetuin
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant vraagt of de detailhandelsvergunning van 200 m2 is opgenomen in het bestemmingsplan. Mocht deze niet goed of te onduidelijk te zijn opgenomen dan verzoekt reclamant dit alsnog op te nemen.
b.
Reclamant geeft aan dat wijzigingen in de planregels zijn opgenomen met betrekking tot het parkeren. Eerst stond er een fout in met betrekking tot de parkeervoorziening. Nu lijkt het er goed te staan. In artikel 5.1, onder k van de planregels is in de bestemmingsomschrijving het volgende opgenomen: - parkeervoorzieningen ten behoeve van de onder a (grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf) en b (ter plaatse van de aanduiding ‘paardenfokkerij’ uitsluitend een paardenfokkerij) genoemde activiteiten met dien verstande dat de onder a en b genoemde activiteiten uitgeoefend moeten worden binnen het bouwperceel en gezamenlijk beperkt zijn tot maximaal 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte van bestaande gebouwen. In het vigerende bestemmingsplan was dit ten behoeve van natuur- en milieueducatie en detailhandel. Reclamant vraagt of natuur- en milieueducatie en detailhandel onder a valt ofwel onder de doeleindenomschrijving zoals die nu is opgenomen. Indien dat niet het geval is, verzoekt reclamant dit alsnog op te nemen.
c.
Op het perceel is 10 jaar een moes-/groentetuin aanwezig. De moestuin valt onder stichting ‘de Groenteboerin’ die een stuk land pacht. De stichting ontvangt subsidie om mensen, die alleen als vrijwilliger kunnen werken, aan de slag te helpen. Mensen die tussen ‘wal en schip’ vallen. Reclamant geeft aan dat dit een maatschappelijke meerwaarde heeft. Het gaat om 1 hectare grond, waarvan 7.000 m2 beteeld is en waarvan 4.000 m2 grasland is. Tien jaar geleden was er nog geen discussie of een moestuin onder de bestemming ‘Agrarisch’ valt. Nu is er discussie onder collega agrariërs of een moestuin daar wel of niet onder valt. Reclamant vraagt om bevestiging om aan te geven of deze moes-/groentetuin onder de bestemmingsomschrijving ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden’ valt. Reclamant is van mening dat dit hier wel onder valt. Het stiltegoed en de paardenfokkerij zijn apart opgenomen. De wens is om de moestuin ook apart op te nemen in artikel 5 en daarmee te legaliseren mocht het niet onder de bestemmingsomschrijving vallen.
20
Reactie gemeente a. In het vigerende bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ is in artikel 5.1.3 het volgende opgenomen: ‘Ondergeschikt aan de activiteiten genoemd in 5.1.1 zijn de gronden die op de plankaart aangewezen zijn voor ‘agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarden’ mede bestemd voor: a. natuur- en milieueducatie; b. detailhandel overwegend in de ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten; c. parkeervoorzieningen ten behoeve van de onder a en b genoemde activiteiten; met dien verstande dat de onder a en b genoemde activiteiten uitgeoefend moeten worden binnen het bouwperceel en gezamenlijk beperkt zijn tot maximaal 100m2 b.v.o. van bestaande gebouwen.’ Echter in het bestemmingsplan ‘Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp, versie 2014’ is bepaald dat 200 m2 b.v.o. van bestaande gebouwen binnen het bouwperceel is toegestaan ten behoeve van natuur- en milieueducatie en ondergeschikte detailhandel overwegend en in ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten. Op 28 november 2018 is een omgevingsvergunning afgegeven voor het wijzigen van een stal, verbouw entree en het ophogen van het dak. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is onderstaande tekening waarop de detailhandel (winkel) is opgenomen. Hierbij is enkel de winkel als detailhandel aangemerkt en niet de productieruimte.
In de overwegingen van de omgevingsvergunning is aangegeven dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan ‘Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp, versie 2014’. Echter de aanpassing naar 200 m2 b.v.o. dient alsnog bij de vaststelling van het bestemmingsplan te worden opgenomen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze verruiming alleen van toepassing is op dit perceel. b. Voorliggend bestemmingsplan beoogt de huidige regeling op te nemen. Zoals hierboven blijkt is de verwijzing naar a en b eveneens identiek overgenomen. Echter in het ontwerpbestemmingsplan is doorgenummerd waardoor de verwijzing niet meer kloppend is. Dit dient alsnog bij de vaststelling van
21
het bestemmingsplan te worden gecorrigeerd. c. De moes-/groentetuin is voor het eerst te zien op de luchtfoto’s van 2012. In 2015 heeft een uitbreiding plaatsgevonden. Op 10 maart 2020 is door reclamant een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een kantine op het perceel Bieslandseweg 1 in Delfgauw. De kantine zou ten dienste komen te staan voor het personeel van de moestuin. Een deel van de groente die afkomstig is van de moestuin wordt verkocht in de winkel die verderop is gelegen. Bij de behandeling van deze omgevingsvergunning is geconstateerd dat het gebruik van de moestuin in strijd is met het bestemmingsplan. De moestuin is bovendien zonder de in het bestemmingsplan opgenomen en benodigde aanlegvergunning aangelegd. In het kader van het bestemmingsplantraject is onderzocht of het gebruik als moes-/groentetuin positief kan worden bestemd. Ruimtelijk bestaan er geen bezwaren tegen de legalisering van deze ondergeschikte moes-/groentetuin. Echter dient enige vorm van bebouwing te worden uitgesloten alsmede de aanduiding van deze moes-/groentetuin te worden opgenomen op de verbeelding. Voor de goede orde is daartoe onderstaande tekening opgevraagd bij reclamant:
De moestuin is middels de zwarte lijn aangeven en bedraagt ongeveer 7.000m2. De rode lijn betreft de grond die wordt gepacht door reclamanten. De gronden welke zijn gelegen buiten de zwarte lijn maar binnen de rode lijn worden gebruikt voor grasland ten behoeve van Hoeve Biesland. De aanduiding voor de moes-/groentetuin dient dan ook op de gronden worden gelegd welke zijn aangegeven via de zwarte lijn.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’. In artikel 5.1 onder k dient de verwijzing te worden aangepast naar 5.1 onder i en 5.1 onder j en het maximaal bedrijfsvloeroppervlakte voor dit perceel te worden verhoogd naar 200 m2. Daarnaast dient een aanduiding op de verbeelding te worden opgenomen voor de moes-/groentetuin. In artikel 5 van de planregels wordt opgenomen dat uitbreiding en enige vorm van bebouwing wordt uitgesloten.
22
6. Ontvangen op: Ontvangen van:
7 april 2022 T.a.v. mevrouw M. van der Linden Prof. Oudemanstraat 37 2628 KB Delft namens: Stiltegoed Mevrouw J.A.M. Duijndam Noordeindseweg 70 2645 BC Delfgauw
Onderwerp:
Verruiming bouwvlak, verhoging bouwhoogte
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant bedankt voor de beschrijving in woord en beeld van het Stiltegoed en het Stiltecentrum. Met betrekking tot het Stiltecentrum ziet reclamant dat op de verbeelding de gronden van het Stiltegoed zijn aangeduid met de functie ‘specifieke vorm van recreatie – stiltecentrum’ en ziet zij dat de schapenschuur is opgenomen op de verbeelding. In de regels behorende bij het ontwerpbestemmingsplan is te lezen dat de gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd dienen te worden. Reclamant ziet wel een bouwvlak, maar kent de maten daar niet van, ook staat geen enkele beschrijving bij het bouwvlak op de verbeelding. In een eerder voorstel is gevraagd een ruim bouwvlak te tekenen met daarbij een bebouwingspercentage van 50%. Dit geeft reclamant de mogelijkheid met de volumes te schuiven op het terrein met als doel een optimale inpassing in het landschap te verkrijgen. Artikel 11.2.2.b.1 Reclamant wenst een groter bouwvlak in het bestemmingsplan dan de daadwerkelijk te bouwen vierkante meters. De locatie op ‘bijlage 2 Stiltegoed’ van de regels ontwerpbestemmingsplan worden daarbij in stand gehouden. Artikel 11.2.2.b.3 Reclamant is nog niet zover in het ontwerpproces dat ze precies weet welke vorm en type volume het meest geschikt is om een optimale landschappelijke inpassing te realiseren.
Gezien het oppervlak van het gebouw en de nieuwe eisen met betrekking tot de isolatie en de belofte een royal en ruig vegetatiedak te realiseren geeft reclamant aan dat een hoogte van 4 meter wellicht niet tot het beste resultaat zal leiden. Reclamant wenst de bouwhoogte van 4 naar 4,5 meter te verhogen. Daarmee zou punt 11.2.2.b.3 eventueel komen te vervallen of worden gewijzigd. Het voorstel van reclamant is om een bouwvlak van minimaal 600m2 op deze locatie op te nemen met daarbij een tekstuele aanduiding, zoals gesteld in art. 11.2.2.b.1, 2 en 3 met de volgende maatvoering: - maximum bebouwingspercentage 50%; 23
-
maximaal één bouwvolume; maximum bouwhoogte 4,5 meter; Functieaanduiding: Stiltecentrum.
Reclamant is van mening dat het zonde is dat het ontwerp moeten passen binnen een te klein bouwvlak en een te lage contour waardoor het volume niet tot zijn recht komt en we bouwtechnisch in de knel komen met de opbouw van het dak detail, waardoor de landschappelijke inpassing niet voldoende kan worden behaald.
24
Reactie gemeente a.
Reclamant verwijst in haar zienswijze naar een eerder voorstel. Dit voorstel betreft een eerder ingediende zienswijze op het vorige ontwerpbestemmingsplan en is nogmaals ingediend. De betreffende gronden zijn onderdeel van het Bieslandsebos. De provincie Zuid-Holland heeft er destijds voor gekozen om dit deel van het openluchtrecreatiegebied privaat aan te besteden. Reclamant heeft deze aanbesteding gewonnen, met daarbij de verplichting om een openbaar toegankelijke openluchtrecreatiegebied te realiseren. Daarbij gelden allerlei voorwaarden vanuit de provincie Zuid-Holland. De bestemming van deze gronden moeten daarom overeenkomen met de bestemming van het overige Bieslandsebos, zoals in beheer bij Staatsbosbeheer. Het gaat dan niet om een bestemming voor landbouw, maar recreatie. Daarbij aangevuld met een specifieke aanduiding voor het stiltecentrum. Met het toestaan van nieuwe bebouwing in het groene buitengebied is de gemeente PijnackerNootdorp zeer terughoudend. Dat in het bestemmingsplan toch een bebouwingsmogelijkheid is 25
opgenomen, heeft te maken met de specifieke situatie van deze nieuwe ontwikkeling. Namelijk de keuze van de provincie Zuid-Holland om dit deel van het Bieslandsebos te realiseren via een particuliere aanbesteding. Voorop staat dat het Stiltegoed dit natuur- en openluchtrecreatiegebied inricht en beheert conform de eisen van de provincie Zuid-Holland. Voor een goed beheer zal ook bepaalde bebouwing nodig zijn. In het ontwerpbestemmingsplan is hiervoor een bouwvlak opgenomen met een maximale oppervlakte van 300 m2 en een bouwhoogte van 4 meter voor het stiltecentrum. Dit is conform de vereisten van de provincie Zuid-Holland zoals onder andere opgenomen in het koopcontract tussen partijen. Een groter bouwvlak met daaraan gekoppeld een bebouwingspercentage, zoals door reclamant wordt voorgesteld, achten wij ongewenst. Als onderdeel van het Bieslandsebos moet bebouwing kleinschalig en functioneel zijn, en goed ingepast in de groene omgeving.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’.
26
7. Ontvangen op: Ontvangen van:
7 april 2022 T.a.v. mevrouw M. van der Linden Prof. Oudemanstraat 37 2628 KB Delft namens: Buitengoed de Uylenburg Mevrouw J.A.M. Duijndam Noordeindseweg 70 2645 BC Delfgauw
Onderwerp:
Intekenen bebouwing, gebruiksvoorwaarden vergaderaccommodatie, andere aanduiding
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant is blij dat de bestaande situatie goed in kaart is gebracht en als zodoende is opgenomen in het bestemmingsplan alsmede dat de juiste categorie horeca is toebedeeld. Er zijn echter een paar punten waar reclamant nog vraagtekens bij zet omdat die voldoende overeenkomen met de huidige situatie en bedrijfsvoering. En er is een punt dat reclamant in het geheel niet opgenomen zou willen zien worden, of pas na een serieuze aanpassing omdat dat ernstige schade zal toebrengen aan de huidige bedrijfsvoering en daarmee de inkomsten en voortbestaan in gevaar brengt. Hooiberg Op de verbeelding zien wij ingetekend de primaire bebouwing, maar missen daarin nog de hooiberg. Deze is wel opgenomen in de inventarisatie d.d. 16 juni 2013, tekeningnr. NPD-222693. Reclamant wenst dat dit op de verbeelding wordt opgenomen. Atelier Op de inventarisatie d.d. 16 juni 2013, tekeningnr. NPD-22-2693, zien wij in beeld dat de overkapping bij het atelier is meegenomen als oppervlak en ook in de berekening van de vierkante meters in het bestemmingsplan is dit zo. Maar op de verbeelding is echter alleen het atelier ingetekend zonder de overkapping. Reclamant wenst dat dit op de verbeelding wordt opgenomen.
b.
Reclamant wil de aandacht vestigen op een aantal verkeerde aannames met betrekking tot Buitengoed de Uylenburg. Het gaat om de punten genoemd in artikel 10.4.2. van de planregels behorende bij de aanduiding ‘vergaderaccommodatie’. Met de punten genoemd onder a, b, d, e, g en f heeft reclamant geen probleem: a. Het aantal maximum bezoekers is 44; b. Maximaal 210m2 mag worden gebruikt ten behoeve van deze vergaderaccommodatie; c. De openingstijden zijn van 08:00 uur tot 18:00 uur, uitsluitend van maandag t/m vrijdag; d. Het is niet toegestaan om een terras te plaatsen; 27
e. Het is niet toegestaan voedsel of drinken aan passanten aan te bieden; f. De vergaderaccommodatie mag niet worden gebruikt voor evenementen, feest en partijen; g. Het schenken van sterke drank is niet toegestaan; h. Het parkeren van bezoekers dient op eigen terrein plaats te vinden. Echter de voorwaarde genoemd onder c. heeft een te grote impact op het bedrijf en lijkt daarmee te kort door de bocht. Reclamant betreurt het dat niet eerder in overleg is gegaan over de openingstijden. Reclamant begrijpt dat doorgaans de gedachte is dat vergaderingen plaatsvinden op werkdagen tussen 08.00 en 18.00 uur. Maar het feit is dat er al jaren op Buitengoed de Uylenburg minimaal 3 groepen per week gebruik maken van meerdaagse vergaderarrangementen. In deze 24 -36 uurs arrangementen worden ook de avonden benut om bijeen te zijn. Ook in het weekend worden meerdaagse arrangementen gefaciliteerd, vaker in de vorm van een meerdaagse workshop. Deze zijn niet altijd werk gerelateerd, denk hierbij aan vergaderingen van diverse politieke partijen en of verenigingen, maar toch ook zakelijk zijn er regelmatig verzoeken. Naar de mening van reclamant zit de kracht hem juist in de meerdaagse bijeenkomsten en in de synergie tussen de Herberg, Café du Midi en de vergaderlocaties van Buitengoed de Uylenburg.
Men vergadert in de bebouwing op het natuurterrein, men dineert bij Café du Midi en men overnacht in de Herberg. Tijdens de meerdaagse arrangementen wordt er vaak als onderbreking van de vergadersessies een wandeling ingepland in de natuur die Buitengoed de Uylenburg omringt. Dit wordt vaak in de terugkoppeling als kwaliteit genoemd. Het gebeurt ook regelmatig dat bij mooi weer de bijeenkomst naar buiten wordt verplaatst alwaar heerlijk in de natuur verder vergaderd wordt. Dit maakt dat het Buitengoed de Uylenburg een unieke locatie is in de omgeving en zich uitermate goed leent voor intensieve vergadersessies, die op ontspannen manier kunnen worden doorlopen vanwege de natuurlijke omgeving en het bijzijn van Café du Midi. Door mensen meerdere dagen aan een gesloten te faciliteren zijn de verkeersbewegingen beperkt. Tevens wil reclamant erop wijzen dat vijf mensen in vaste loondienst werken en dat het personeelsbestand gebaseerd is op de huidige omzet en openingstijden. Het bedrijf is altijd een 24-uurslocatie geweest waarbij de avondrust vanaf 23:00 uur wordt gehandhaafd. Reclamant verzoekt de genoemde voorwaarde onder c te heroverwegen.
Het lijkt, zoals wij lezen in de nota van beantwoording, alsof het Buitengoed de Uylenburg hetzelfde wordt getypeerd als een andere vergaderaccommodatie elders, terwijl niet eenzelfde bedrijfsvoering wordt gehanteerd als op Buitengoed de Uylenburg. In de nota van beantwoording op pagina 11 (Staat van wijzigingen, Ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2021’) staat: ”Deze voorwaarden zijn overeenkomstig een recent afgegeven omgevingsvergunning voor een vergaderaccomodatie elders.” Reclamant stelt voor, indien onderscheid lastig is te maken, een andere aanduiding op te nemen, bijvoorbeeld de aanduiding ‘vergadercentrum, (vgc) in plaats van vergaderaccommodatie (vga).
28
Reactie gemeente a.
Uitgangspunt bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de huidige regeling in het vigerende bestemmingsplannen te handhaven. In dit vigerende bestemmingsplan is eveneens de primaire bebouwing opgenomen middels een bouwvlak overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan. Tevens is bij het opstellen van het nieuwe ontwerpbestemmingsplan in de Staat van wijzigingen de overige bebouwing inzichtelijke gemaakt en is dit als zodanig in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Onderdeel van deze overige bebouwing zijn de hooiberg en het atelier. Naar aanleiding van dit inzicht is het bebouwingspercentage verhoogd waardoor deze overige bebouwing is gelegaliseerd. Reclamant kan dan ook niet worden gevolgd in het toevoegen van een bouwvlak van deze twee gebouwen aangezien deze reeds zijn bestemd.
b.
De vergaderaccommodatie op het perceel van reclamant heeft de bestemming ‘Recreatie’ en de aanduiding ‘vergaderaccommodatie’. Daarmee heeft het perceel van reclamant een andere bestemming vergeleken met de naast gelegen vergaderaccommodatie aan de Noordeindseweg 72-74 te Delfgauw (bestemming ‘Wonen’). Hierdoor is het dan ook niet nodig om een andere aanduiding voor dit perceel op te nemen aangezien voor beide percelen maatwerk geleverd wordt. Gezien de bestemming ‘Recreatie’ en verschillende functies op het terrein (horeca en kampeerterrein) van reclamant kan worden ingestemd met het laten vervallen van lid c van artikel 10.4.2. van de regels.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’. De voorwaarde uit artikel 10.4.2 onder c komt te vervallen.
29
8. Ontvangen op: Ontvangen van:
12 april 2022 De heer R.J.M. Veger Hof van Teijlingen 29 2631 WT Nootdorp
Onderwerp:
Provinciaal beleid, verdwijnen van groen
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
In paragraaf 3.2.3. van de toelichting wordt gesteld dat: ‘Onderhavig bestemmingsplan overwegend consoliderend van aard is. De recreatieve functie van Balij en Bieslandse Bos blijft behouden en sluit daarmee aan bij de diverse beleidskaders van de provincie ZuidHolland’. Reclamant is van mening dat hier sprake is van een veel te vage en suggestieve formulering. Een verbijzondering op welke diverse beleidskaders wordt gedoeld, ontbreekt. In ieder geval geldt dat niet voor het in dit kader van belang zijnde beleidskader waarin opgenomen is dat er juist ingezet moet worden op versterking van het groen. In de toelichting onder provinciaal beleid wordt immers vermeld dat de provincie Zuid Holland stelt: ‘Het plangebied is belangrijk voor de groene ruimte van de provincie. Hierbij is het van belang om de groene kwaliteiten te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten.’ In het onderhavige bestemmingsplan worden geen maatregelen voorzien en opgenomen die de groene kwaliteiten versterken. Neen, het is juist het tegenovergestelde. Vrijwel alle voorgestelde wijzigingen dragen juist niet bij aan deze provinciale doelstelling. Alleen al voor de voorstellen Laakweg 24 (ca. 300 m2) Oudeweg 51 (ca. 150 m2) en Bieslandseweg 2 (ca. 650 m2) wordt al ruim 1.100 m2 aan het groen onttrokken en omgezet in rood (=steen).
Het ontwerpbestemmingplan dient inhoudelijke te worden getoetst aan het provinciaal beleid om de groene kwaliteiten te versterken en samenhang te vergroten. Verbijzonderd dient te worden aan welke beleidskaders wel en aan welke niet wordt voldaan. Voorts dienen de voorziene maatregelen op de vermelde locaties beargumenteerd te worden heroverwogen. Laakweg 22-24 De argumentatie die wordt aangedragen luidt: ‘Aan de Laakweg 22-24 is een perceel grond aangekocht door de perceelseigenaar. Deze gronden waren in eigendom van Staatsbosbeheer en zijn door de verkoop in bezit gekomen van een particuliere eigenaar. Het is ongebruikelijk om particuliere gronden een 'openbare' bestemming te geven, zodat dit deel in aansluiting bij de percelen Laakweg 22-24 en in overeenstemming met de feitelijke situatie een woonbestemming krijgen. Deze wijziging doet geen afbreuk aan het huidige beleid.”
30
Reclamant geeft aan het opvallend hieraan te vindens dat ‘openbare’ tussen accenten is geplaatst. Dat geeft zijn inziens aan dat er sprake is van een vrije aanduiding van de term, maar dat die in absolute zin niet gehandhaafd kan worden. Het is ook pertinent onjuist dat hier sprake is van een ongebruikelijk situatie. In Nederland zijn op heel veel plaatsen gronden in particulier eigendom, maar hebben wel de ‘openbare’ bestemming ‘groen’ (in de meest ruime zin). Voor reclamant als leek is het lastig de precieze juridische details te doorgronden, maar hij denkt dat gesteld kan worden dat het eerder bijzonder ongebruikelijk is om de eigendomssituatie bepalend te laten zijn bij de bestemming die aan een perceel wordt toegewezen. De voorgestelde wijziging om ca. 300 m2 groen te wijzigen naar de bestemming wonen aan de Laakweg 24 dient dan ook niet te worden geaccordeerd. Ook hier wordt de term gehanteerd ‘Deze wijziging doet geen afbreuk aan het huidige Beleid’. Blijkbaar was het niet mogelijk om specifieker aan te geven over welke beleid hier dan gesproken wordt. Dit soort vage omschrijvingen wordt meestal gebruikt wanneer de echte argumenten die worden gehanteerd niet vermeld mogen of kunnen worden.
Handhaving Laakweg 24 Tegen het illegale bouwwerk (garage op het perceel met bestemming groen) is niet opgetreden omdat het wijzigingsvoorstel al in het voorontwerpbestemmingsplan is opgenomen. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft echter géén juridisch bindende betekenis. Reclamant bevreemd het dan ook dat niet is overgaan tot handhaving tegen een illegaal bouwwerk, dan wel dat dit geen prioriteit heeft gekregen waarbij geen juridisch bindend argument wordt aangevoerd, namelijk dat het wijzigingsvoorstel al in het voorontwerpbestemmingsplan zat en dat daarmee al sprake zou zijn van een vooringenomen standpunt. Tegen de illegaal gebouwde garage op het deel van het perceel Laakweg 24 met de bestemming groen dient handhavend te worden opgetreden.
Reactie gemeente a.
Door reclamant worden de nodige suggestieve, niet onderbouwde, opmerkingen geplaatst zoals ‘openbare’ tussen aanhalingstekens etc. Deze worden voor kennisgeving aangenomen. De betreffende gronden aan de Laakweg 24 te Nootdorp hebben in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Recreatieve doeleinden Bos- en Natuurgebied’ en hebben niet de bestemming ‘Groen’ zoals door reclamant wordt gesuggereerd. Deze gronden waren in eigendom van Staatsbosbeheer en zijn reeds in bezit van een particuliere eigenaar. Het is ongebruikelijk om particuliere gronden een openbare bestemming te geven zodat deze gronden eveneens de bestemming ‘Wonen’ hebben gekregen. De gemeente is namelijk van mening dat de wijziging van de eigendom van deze gronden geen afbreuk doen aan het huidige beleid. Indien de eigenaar een verzoek had ingediend had deze uitkomst niet anders geweest, zoals reclamant suggereert. De gronden zijn daardoor inderdaad bestemd conform het huidige gebruik, te weten ‘Wonen’ zonder toekenning van een bouwvlak. Dit is eveneens zo opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan.
31
Reclamant refereert eveneens naar het bouwwerk (loods/garage) dat op dit perceel is gebouwd en over het ontbreken van handhavend optreden hiertegen. Het bouwwerk is vergunningsvrij opgericht zodat hier geen omgevingsvergunning voor benodigd is. Echter voldoet het bouwwerk niet geheel aan de vergunningsvrije regels (goothoogte is 0,3 meter te hoog). Dit betekent dat bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient te worden afgewogen of het bouwwerk gelegaliseerd kan worden door opname in het bestemmingsplan. Zoals reclamant kan zien op de verbeelding is van legalisatie geen sprake vanwege het ontbreken van een aanduiding danwel bouwvlak. Echter kan pas handhavend worden opgetreden nadat het bestemmingsplan zijn werking heeft gekregen. In de fase waarop het bestemmingsplan zich momenteel bevindt kan dan ook nog niet handhavend worden opgetreden.De bestemmingsplanprocedure dient daarvoor volledig te zijn afgerond. Dat sprake is van een vooringenomen standpunt kan dan ook niet worden gevolgd.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’.
32
9. Ontvangen op: Ontvangen van:
15 april 2022 Stichting Vrienden van de Windlust te Nootdorp Ribeslaan 3 2631 HV Nootdorp
Onderwerp:
Biotoopregels
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: a.
Reclamant is blij dat zowel de biotoopregels als de afwijkingsmogelijkheden in de voorschriften van het plan in overeenstemming zijn gebracht met de bepalingen in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. Naar de mening van reclamant doet dit ook recht aan de ‘positie’ van het perceel Oudeweg 70 te Nootdorp, waarop al zo’n vierhonderd jaar een windkorenmolen staat. Wel heeft reclamant gezien dat in de biotoopregel voor het gebied op een afstand van 100 tot 400 meter van de molen een beperking is aangebracht. In artikel 25.1.1, onder b van de planregels, staat dat voor dit gebied de 1 op 100-regel geldt 'voorzover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied’. Deze beperking staat niet in het huidige bestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos’ en stond ook niet in de drie ‘voorlopers’ van het nu ter inzage liggende ontwerpbestemmingsplan. Volgens reclamant is de omvang van het bestaande stads- en dorpsgebied van Nootdorp de afgelopen jaren niet veranderd en ligt het totale plangebied van Balij Bieslandse Bos nog steeds buiten het bestaande stads- en dorpsgebied. In dat geval is de bovenvermelde beperking niet alleen irrelevant, maar wekt deze ook (onnodige) verwarring. Reclamant verzoekt deze beperking te schrappen.
Mocht de aanname over de grens van het bestaande stads- en dorpsgebied onjuist zijn en delen van het plangebied tóch binnen het bestaande stads- en dorpsgebied liggen, dan dient naar de mening van reclamant op de verbeelding en/of de toelichting te worden aangegeven om welke gebieden het dan gaat. Bovendien zouden de voorschriften dan moeten worden aangevuld met een biotoopregel voor die gebieden, voor zover ze liggen op een afstand van 100 tot 400 meter van de molen. De huidige voorschriften van artikel 25.1.1., onder b, gelden immers alleen voor gebieden die buiten het bestaande stads- en dorpsgebied liggen.
Reactie gemeente a.
Abusievelijk is in artikel 25 van de planregels niet geheel aangesloten bij de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. Hierin wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Echter in het ontwerpbestemmingsplan is dit onderscheid niet volledig opgenomen. Dit dient bij de vaststelling van het bestemmingsplan alsnog te worden opgenomen.
33
Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2022’. Artikel 25.1.1 dient volledig aan te sluiten bij de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.