CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 ParticipatieVerslag Visie sociaal domein 2024

Raad Besluitvorming 27 juni 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 151119910.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Participatieverslag 2023

Actualisatie Visie Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp

Inhoud Inleiding

3

2. Doel & doelgroepen

4

3. Participatie aanpak

6

4. Fase 1. Diepte-interviews & themabijeenkomst

8

4.1. Aanpak Fase 1.

8

4.2 Uitkomsten diepte-interviews externe partners

9

4.3 Uitkomsten interviews interne teams

11

4.4 Uitkomsten thema-avond intern

12

4.5 Uitkomsten themabijeenkomst gemeenteraad

16

5. Fase 2 Conferentie

18

6. Fase 3. Bewonersparticipatie

21

6.1 Communicatie participatie activiteiten

21

6.2 Flitspeiling

23

6.3 Resultaten (samenvatting)

23

6.4 Themabijeenkomst ‘gezond ouder worden’

24

6.5 Themabijeenkomst ‘opgroeien in Pijnacker-Nootdorp

29

7. Tot slot

32

2

1. Inleiding In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 Pijnacker-Nootdorp ‘Bouwen aan de toekomst’ hebben wij de opdracht gekregen om voor het hele sociaal beleid over de volle breedte van het sociaal domein een nieuwe stip op de horizon zetten. De nieuwe visie op het sociaal domein is ontwikkeld met de input van onze inwoners, medewerkers, maatschappelijke partners en aanbieders. Met hun kennis, kunde en kracht hebben we zicht gekregen op de ideeën, behoeften, toekomstbeelden, kansen en prioriteiten van de diverse doelgroepen en partijen binnen de gemeente. Hierdoor is er een gedragen beeld ontstaan voor de richting en de keuzen in het sociaal domein en heeft een integrale belangenafweging plaatsgevonden. Voor u ligt een samenvatting van het complete participatietraject dat heeft plaatsgevonden ten behoeve van de nieuwe visie op het sociaal domein. Meer dan 40 partijen hebben geparticipeerd, waaronder de interne teams van het sociaal domein en de gemeenteraad. Dit participatieverslag bestaat uit een procesbeschrijving en een uiteenzetting van de opgehaalde input op hoofdlijnen.

3

2. Doel & doelgroepen Participatie is een belangrijk onderdeel bij beleidsontwikkeling. Participatie zorgt voor verbinding tussen de gemeente en de samenleving. Het ontwikkelen van de nieuwe visie op het sociaal domein betreft beleid op gemeentelijk schaalniveau en heeft een breed/ groot maatschappelijk belang. Het betreft daarom een groot participatietraject. De nieuwe visie op het sociaal domein is van invloed op inwoners, cliënten, subsidiepartners, overige partners, aanbieders en onze interne organisatie. De visie op het sociaal domein is daarom ook ontwikkeld met inbreng van inwoners en belangenverenigingen, medewerkers van de gemeentelijke organisatie, (maatschappelijke)partners, (zorg-)aanbieders en de gemeenteraad. Met hun kennis en kunde is beter zicht hekregen op de ideeën, behoeften, toekomstbeelden, kansen en prioriteiten van de diverse doelgroepen en partijen binnen de gemeente. Hierdoor is een gedragen beeld ontstaan voor de richting en de keuzen in het sociaal domein en kunnen belangen integraal worden afgewogen. De uiteindelijke besluitvorming over de geactualiseerde visie op het sociaal domein ligt bij de gemeenteraad. Het participatieniveau lag op ‘mee-weten’ en ‘meedenken’. In het onderstaande schema staan de in het participatietraject betrokken stakeholders.

4

Doelgroep

Inwoners

Subsidiepartners

Overige partners

Aanbieders*

Intern

Organisaties

▪ Inwoners

▪ SBJ samen sterk

▪ Scholen

▪ Ipse de Bruggen

▪ De raad

▪ Cliënten

▪ SWOP

▪ Kinderopvang

▪ Pieter van Foreest

▪ Kernteams

▪ Wijk-verenigingen

▪ Bibliotheek Oostland

▪ GGZ Delfland

▪ Team Wmo

▪ Adviesraad SD

▪ Gro-up

▪ Woningbouwcorporaties

▪ Ellen Titre

▪ Team Participatie

▪ Mentaal Beter

▪ Team SHV

▪ Pluk de dag

▪ Team leerplicht

▪ Huis van Rie

▪ Wijkmanagers ▪ Team maatschappelijk beleid

▪ Sportplatform

Team4Talent

▪ Huisartsen

▪ Sportverenigingen

▪ Humanitas

▪ KBO PCOB (ouderenbonden)

▪ Schuldhulp-maatje

▪ Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

▪ GGD Haaglanden

▪ PPO Delflanden

▪ Verder in je leven

▪ KerkenZorg

▪ JGZ Zuid-Holland West

▪ VO Delflanden

▪ De Binnenbaan

▪ JONG doet mee!

▪ Young Connection

▪ Veiligheidshuis\ OM

▪ Zorgkwekerij Bloei

▪ Oudersraad

▪ MEE

▪ Politie

▪ Youz

▪ Pleegouderraad Jeugdformaat

▪ Jong perspectief

▪ DSW

▪ Werkse!

▪ Stichting Leergeld

▪ Jeugdformaat

▪ Alzheimer DWO

▪ Gezinshuis-ouders ▪ COC Haaglanden

▪ Bureau HALT ▪ Stichting Urgente Noden

▪ Team ruimtelijk beleid ▪ Gemeentelijk management team ▪ Het college

▪ Stichting Kopzorgen ▪ Buurtzorg

▪ Stichting IDB ▪ Cultuurplatform

5

3.Participatie aanpak Verschillende doelgroepen, zoals uiteengezet in hoofdstuk 2, hebben deelgenomen aan het participatieproces om een breed scala aan inzichten te verzamelen en een breed gedragen visie te vormen. Voor deze diverse betrokken groepen is de volgende aanpak gehanteerd. Bij het participatietraject met (maatschappelijke) partners, zorgaanbieders, gemeenteraadsleden en medewerkers van de gemeentelijke organisatie is gekozen voor een opzet waarbij aan de hand van gespreksleidraden gesprekken zijn gevoerd over de ideeën, behoeften, toekomstbeelden, kansen en prioriteiten voor het sociaal domein. Ook is een conferentie georganiseerd waarbij de opgehaalde input is gedeeld en de diverse stakeholders verdiepend in gesprek zijn gegaan. Bij het participatietraject met inwoners is in de opzet gekozen voor een combinatie van kwantitatief (zo breed mogelijk door middel van een flitspeiling) en kwalitatief (verdiepende gesprekken door middel van twee inwonersbijeenkomsten) ophalen van meningen en ideeën. Hieronder een schematische weergave hoe verschillende stakeholders betrokken zijn.

6

Fase

Activiteit

Beschrijving

Betrokkenen

Fase 1: Diepte-interviews & Thema bijeenkomt

Interviews externe partners

Diepte-interviews werden afgenomen met subsidiepartners, aanbieders en overige partners over de huidige en toekomstige visie, met focus op bestaanszekerheid, kansengelijkheid, en positieve gezondheid.

Subsidiepartners, aanbieders, overige partners, ambtelijke organisatie

Interviews interne teams

Diepte-interviews werden op een vergelijkbare wijze als bij externe partners uitgevoerd binnen interne teams.

Medewerkers van interne teams

Themabijeenkomst (Intern)

Intern werd een themabijeenkomst georganiseerd waarbij medewerkers, aan de hand van de opgehaalde vraagstukken, dieper in gesprek gingen.

Medewerkers van interne teams

Themabijeenkomst Gemeenteraad

In juni vond een themabijeenkomst plaats waar raadsleden over de drie thema’s discussieerden, geïnformeerd door lokale experts.

Raadsleden, sprekers uit het maatschappelijk veld

Fase 2: Verdieping op fase 1

Conferentie (Extern)

Een conferentie werd georganiseerd om de vraagstukken, gebaseerd op de input uit de diepte-interviews, te bespreken.

Deelnemers van diepteinterviews, bredere groep belanghebbenden

Fase 3: Burgerparticipatie

Thema-bijeenkomsten met Inwoners

Er werden twee themabijeenkomsten georganiseerd voor inwoners om over de thema’s opgroeien & ouder worden: te discussiëren.

Inwoners

Enquête onder Inwoners

Een gemeente brede enquête werd uitgezet om te peilen wat er leeft onder inwoners en wat zij zien als de belangrijkste uitdagingen binnen het sociaal domein.

Inwoners

7

4. Fase 1. Diepte-interviews & themabijeenkomsten 4.1. Aanpak Fase 1 Externe partners De eerste fase van het participatietraject omvatte het afnemen van diepte-interviews met subsidiepartners, aanbieders en overige partners. Medewerkers uit de ambtelijke organisatie hebben deze gesprekken gefaciliteerd en geleid. Tijdens deze diepte-interviews blikten we terug op de huidige visie en gingen we het gesprek aan over de toekomstige visie. Dit aan de hand van de nieuwe thema’s bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid. Voorafgaand aan de interviews ontvingen de relevante externe partners een uitnodiging voor deelname aan het participatietraject. Bij deze uitnodiging zat een gespreksleidraad (Bijlage 1 en 2) en een toelichting op het doel en het proces van het participatietraject (Bijlage 3 en 4). In deze uitleg worden ook de thema’s bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid verder toegelicht. De gespreksleidraad bestaat uit een aantal van tevoren opgestelde vragen die richting geven aan het gesprek. Deze gespreksleidraad bood houvast en structuur. In sommige gesprekken werd sterk aan de leidraad vastgehouden voor structuur en rust. Andere gesprekken kwamen organischer op gang. Bij deze gesprekken diende de leidraad als kader om de belangrijkste onderwerpen aan bod te laten komen zonder de spontaniteit van het gesprek te verliezen.

Na elk gesprek ontvingen de deelnemers een gespreksverslag met de belangrijkste uitkomsten. Dit gaf hen de kans om aanvullingen te maken en feedback te geven. Eventuele misverstanden of onduidelijkheden zijn op deze manier voorkomen. De input uit de diepte-interviews vormen vervolgens de basis voor de vraagstukken die tijdens de conferentie van 27 september 2023 aan bod zijn gekomen. Deze conferentie en de uitkomsten hiervan beslaan fase twee van de participatie.

Interne teams De interne teams hebben eenzelfde soort proces doorlopen. De eerste fase bestond uit het afnemen van diepte-interviews zoals dit ook bij de externe partners is gedaan. Vervolgens is er een themabijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze themabijeenkomst zijn medewerkers, aan de hand van vraagstukken, dieper in gesprek gegaan over de opgehaalde input.

Gemeenteraad Er is een thema-avond georganiseerd waar met de Gemeenteraad de rode draden van de diepte interviews verder zijn uitgediept aan de hand van een aantal vraagstukken.

8

4.2 Uitkomsten diepte-interviews externe partners

Versterken van de sociale basis/het sociale netwerk

De input uit de diepte-interviews is gedestilleerd tot een aantal rode draden. In dit hoofdstuk worden de rode draden samengevat weergeven. Hier worden de thema’s en inzichten benadrukt die meer dan eens zijn benoemd, waardoor een samenhangend beeld ontstaat van de gedeelde prioriteiten en uitdagingen onder de partners.

De sociale basis is voor veel mensen van groot belang. Door de individualisering van de samenleving signaleren partners echter dat het sociale netwerk van mensen steeds kleiner wordt. Een sterke sociale basis geeft mensen een gevoel van gemeenschap en samenhang binnen hun buurt, dorp of gemeente. Een sterke sociale basis kan ook een beroep op gespecialiseerde zorg voorkomen of uitstellen. Een netwerk kan een preventie rol spelen en lichte ondersteuning bieden.

Bekendheid en toegankelijkheid van het hulpaanbod

Wijkgericht werken

De indruk bestaat dat inwoners niet altijd weten waar ze naartoe kunnen als ze hulp nodig hebben. Wanneer mensen dit wel weten kan de drempel om hulp aan te vragen nog steeds te hoog zijn. Schaamte speelt hierin een grote rol. Ook is meerdere malen benoemd dat de procedures te omslachtig en te moeilijk zijn. In het bijzonder de groep die de hulp het meest nodig heeft.

Een aantal partners heeft ook het belang van wijkgericht werken benadrukt. Wijkgericht werken geeft zorgverleners en andere hulpaanbieders, waaronder de gemeente, de kans om hulpverlening dicht bij de inwoner plaats te laten vinden. Het geeft ook de mogelijkheid om rekening te houden met de specifieke behoeften binnen bepaalde wijken.

Integrale samenwerking

Sturen op zelfredzaamheid, eigen regie en normaliseren

Veel gesprekspartners hebben aangegeven dat het verder versterken van de integrale samenwerking het hulpaanbod kwalitatief verbetert. Dit betreft zowel de gemeente met partners als partners onderling. Samenwerking op basis van casuïstiek is een veelgenoemd voorbeeld. Door met verschillende partners klaar te staan voor de inwoners kan er een holistische oplossing geboden worden en voorkom je dat instanties langs elkaar heen werken.

Een punt waar veel partners het over eens waren, is dat het uitgangspunt van het sociaal domein het zo veel mogelijk terugbrengen van de zelfredzaamheid moet zijn. Wel moeten inwoners die niet zelfredzaam zijn, om wat voor reden dan ook, kunnen rekenen op hulp. Hierbij is het doel om zelfredzaamheid zo veel mogelijk terug te brengen. Daarnaast is het belangrijk dat mensen de regie over hun leven in eigen hand nemen. Dit betekent op tijd nadenken over de toekomst en hoe je oud wil worden. Eigen regie betekent ook dat je eerder kijkt naar wat je zelf kan doen en wat je omgeving kan doen. Eigen regie gaat hand in hand met normaliseren.

9

Inzetten op preventie Partners geven aan dat preventieve maatregelen een hogere prioriteit hebben dan achteraf ingrijpen. Een preventieve aanpak is mogelijk op verschillende gebieden zoals zorg of schooluitval en biedt vele voordelen, waaronder het voorkomen dat problemen zich ontwikkelen tot multiproblematiek. Daarnaast is het volgens de partners een duurzame benadering. Door het versterken van de zelfredzaamheid aan de voorkant voorkom je dat mensen met een hulpvraag bij het sociaal domein of bij haar partners komen.

Zorgen over de middeninkomens Een groep die veel werd genoemd, zijn de middeninkomens. Partners ervaren dat deze groep last heeft van de inflatie en de maatschappelijke druk, maar door hun te hoge inkomen tussen wal en schip valt als het gaat om het hulpaanbod.

Veranderende verzorgingsstaat Partners zien de veranderende verzorgingsstaat als een van de grootste uitdagingen van de komende tijd. De verzorgingsstaat zoals deze de afgelopen decennia heeft bestaan, is onhoudbaar geworden. In de toekomst zal er meer gevraagd worden van burgers en hun eigen netwerk.

Verbinding zorg en onderwijs Een vaak uitgesproken wens is de versterking van de connectie tussen zorg en onderwijs. In plaats van het doorverwijzen van kinderen naar een zorginstelling zien partners graag dat de zorg juist meer op school plaatsvindt. Dit kan de kwaliteit verhogen, maar verlaagt ook drempels. Kinderen wisselen minder van sociale omgeving waardoor zij zich stabieler kunnen ontwikkelen. Dit vraagt minder van ouders en maakt het makkelijker om hen betrokken te houden bij eventuele arrangementen of trajecten. 10

4.3 Uitkomsten interviews interne teams In dit hoofdstuk vindt u de rode draden uit de diepte-interviews met de interne teams van de afdeling Sociaal Domein.

Flexibiliteit De wens om maatwerk te kunnen en mogen bieden is groot. Medewerkers zien echter ook dat de wens voor een meer individuele aanpak vraagt om meer monitoring vanuit de teams zelf. Afwijkende handelingen vereisen een uitgebreid afwegingsproces, een proces dat met de huidige bezetting niet altijd gerealiseerd kan worden. Tegelijkertijd is er ook vraag naar duidelijkere kaders die bepalen hoe ver je mag gaan in het leveren van maatwerk.

Bestaanszekerheid Medewerkers hebben de indruk dat mensen het steeds moeilijker hebben. Ze ontvangen signalen dat er meer vraag is bij de Voedselbank, dat ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet meer kunnen betalen en geen cadeaus meer kunnen kopen tijdens de feestdagen. Ook zien medewerkers dat meedoen in de maatschappij steeds meer kostbare middelen vereist. Denk aan een mobiele telefoon, laptop en werkende wifi. Vooral gezinnen met weinig inkomen kunnen deze middelen niet altijd aanschaffen. Met de bestaanszekerheid in het nauw is ook de kansengelijkheid van kinderen in gevaar.

Bekendheid, laagdrempeligheid en betrokkenheid Er zijn signalen dat de bekendheid over het aanbod van zowel interne als externe partners niet op het gewenste niveau is. De indruk bestaat dat inwoners niet altijd weten waar ze naartoe kunnen als ze hulp nodig hebben. Het lijkt medewerkers goed om meer in te zetten op de bekendheid en laagdrempeligheid van het aanbod richting inwoners. Daarnaast denken ze dat de verbinding tussen de gemeentelijke organisatie en maatschappelijke partners beter kan. Onder maatschappelijke partners verstaan medewerkers niet alleen zorgaanbieders maar ook scholen, sportverenigingen en bedrijven. Voor deze organisaties zien ze een rol weggelegd in bijvoorbeeld preventie.

Woningmarkt Een groot vraagstuk dat alle domeinen en thema’s overschrijdt is de woningmarkt. Het niet kunnen vinden van een woning brengt zowel de bestaanszekerheid als de kansengelijkheid als de positieve gezondheid van inwoners in gevaar.

Normaliseren, eigen regie en samenredzaamheid De wens om normaliseren mee te nemen in de visie is veel teruggekomen. Medewerkers zouden graag zien dat mensen eerder zelf de regie in eigen hand nemen. Bijvoorbeeld door eerder na te denken over hun toekomst en hoe ze oud willen worden. Daarnaast kan meer worden gekeken naar mogelijkheden in de eigen omgeving in plaats van een voorziening van de gemeente. Het opbouwen en onderhouden van een netwerk is hierbij belangrijk. Dit vraagt een investering, zowel van de inwoner zelf als van mensen in zijn omgeving. Welke rol de gemeente hierin kan spelen, vraagt om verdere uitwerking.

11

Zoals in het vorige hoofdstuk is toegelicht vormden de resultaten van de diepte-interviews de basis voor de themabijeenkomst. Tijdens de themabijeenkomst zijn de rode draden verder uitgediept aan de hand van een aantal vraagstukken.

4.4 Uitkomsten thema-avond intern Toenemende complexiteit zorgvragen/samenleving Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk? Medewerkers ervaren dat inwoners vaak hoge verwachtingen hebben van de gemeente. Het is niet altijd mogelijk om deze hoge verwachtingen waar te maken. Dit ligt volgens medewerkers eerder aan de veerkracht van inwoners dan aan de beschikbaarheid en kwaliteit van de ondersteuning. Inwoners vragen tegenwoordig vaker hulp aan de gemeente bij problemen die zij vroeger zelf of met hun netwerk zouden hebben opgelost. Medewerkers zouden graag zien dat inwoners de regie weer meer in eigen hand nemen. Ook ziet men dat complexe zorgvragen niet altijd zo complex zijn als ze lijken. Casussen kunnen afnemen in complexiteit door ze af te pellen tot de kern van het probleem. Daarnaast stapelen eenvoudige zorgvragen zich soms op door lange wachttijden. Hierdoor kunnen ze zich ontwikkelen tot complexere zorgvragen.

Wat is er nodig om hiermee om te gaan? De gemeente Pijnacker-Nootdorp kan volgens medewerkers meer inzetten op normaliseren door het gesprek aan te gaan over welke vraagstukken we een normaal onderdeel van het leven vinden. Hiermee bepalen we de kaders voor wanneer we verwachten dat inwoners problemen op eigen kracht of met hun netwerk oplossen en wanneer de gemeente klaarstaat om te helpen. Verwachtingsmanagement hoort hier ook bij. Medewerkers zien dat de verwachtingen van inwoners nu niet altijd in lijn liggen met de werkelijkheid. Medewerkers vinden dat de gemeente hierin streng mag zijn. Duidelijke kaders en het uitdragen van een heldere visie zorgen ervoor dat medewerkers van het sociaal domein van zichzelf en van elkaar weten wat ze kunnen en mogen doen. Ook laat het inwoners zien wat zij van de gemeente kunnen verwachten.

Wat vraagt dit van onze organisatie, partners en van professionals? Medewerkers hebben behoefte aan heldere kaders en goede informatievoorziening. Ze willen graag duidelijk hebben wat zij en hun collega’s als professional wel of niet kunnen en wanneer ze welke partners kunnen inschakelen. Dit gaat verder dan alleen de gemeentelijke organisatie maar is ook van toepassing op het voorliggende veld.

12

Eigen regie, normaliseren en zelfredzaamheid

Wat vraagt dit van onze organisatie, partners en professionals?

Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk?

Medewerkers vinden dat de gemeente een grotere rol kan spelen bij de bewustwording van inwoners over de zorgvragen die op hen af kunnen komen. Voorbeelden van wat de gemeente kan doen, zijn het geven van voorlichting over het belang van een sociaal netwerk, het uitdragen van de boodschap dat tegenslagen bij het leven horen en laten zien waar het sociaal domein wel en niet bij kan helpen. Het helpt hierbij als de professionals van het sociaal domein deze ‘visie’ gezamenlijk uitdragen.

Medewerkers hebben de indruk dat de zelfredzaamheid van onze inwoners is afgenomen. Ze ervaren dat inwoners problemen sneller neerleggen bij de gemeente met de verwachting dat deze dan ook direct worden opgelost. Het liefst zonder zelf inspanning te hoeven leveren. Medewerkers vinden het belangrijk dat de gemeente er is voor inwoners die echt hulp nodig hebben, maar zijn ook van mening dat niet elke hulpvraag actie van de gemeente vereist. De gemeente zou in de toekomst meer mogen verwachten van inwoners zelf. Ten slotte geven medewerkers aan dat het belangrijk is om inwoners niet langer dan nodig afhankelijk te houden van de gemeente. Als het beoogde resultaat is gehaald, dan is goed ook goed genoeg.

Wat is er nodig om hiermee om te gaan? Bij deze vraag was er veel overlap met het voorgaande vraagstuk rondom toenemende complexiteit van zorgvragen en samenleving. Medewerkers zien eigen regie en normaliseren als middelen om het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners. Ze zien graag dat de gemeente de boodschap van eigen regie en normaliseren blijft uitdragen en mensen meer bewust maakt van wat zij zelf kunnen doen om zich voor te bereiden op de toekomst. Tegelijkertijd vinden ze het belangrijk dat inwoners die er met eigen regie niet komen, kunnen rekenen op hulp van de gemeente.

Bekendheid, laagdrempeligheid en betrokkenheid Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk? Medewerkers ontvangen signalen dat de bekendheid over het aanbod van zowel interne als externe partners niet op het gewenste niveau is. De indruk bestaat dat inwoners niet altijd weten waar ze naartoe kunnen als ze hulp nodig hebben. Daarnaast heerst er schaamte. Het lijkt medewerkers goed om meer in te zetten op de bekendheid en laagdrempeligheid van het aanbod richting inwoners. Daarnaast denken ze dat de verbinding tussen de gemeentelijke organisatie en maatschappelijke partners beter kan. Onder maatschappelijke partners verstaan medewerkers niet alleen zorgaanbieders maar ook scholen, sportverenigingen en bedrijven. Voor deze organisaties zien ze een rol weggelegd in bijvoorbeeld preventie.

13

Wat is er nodig om hiermee om te gaan?

Maatwerk versus uniform afwegingskader

Om het aanbod bekender te maken naar inwoners zien medewerkers kansen in denken in termen van marketing en communicatie. Naast de traditionele kanalen zoals de Telstar, folders en inloopdagen noemen medewerkers ook nieuwe media zoals Instagram en TikTok. Voor onderlinge verbinding binnen de gemeentelijke organisatie zou het helpen om elkaar meer op te zoeken. Bijeenkomsten zoals de themabijeenkomst nieuwe visie op het sociaal domein zijn hiervan een voorbeeld en worden gezien als waardevol. Ook een betere verbinding met de maatschappelijke partners kan bereikt worden door elkaar meer te zien. Partners vaker op het gemeentehuis uitnodigen zou een goede eerste stap zijn. Verder is er een sterke wens naar een routekaart sociaal domein waarin de rol van collega’s en partners wordt toegelicht.

Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk?

Wat vraagt dit van onze organisatie, partners en professionals? Medewerkers vinden dat de gemeente meer zou kunnen meegaan met de tijd als het gaat over online zichtbaarheid. Open staan voor het gebruik van nieuwe kanalen kan hierbij helpen. Verder zien medewerkers een stijging in het aantal niet-Nederlands-sprekende inwoners. Ze hebben behoefte aan een breder tolkenaanbod en om meer communicatie in andere talen om ook deze groep te bereiken.

Een vaak uitgesproken wens is het meer kunnen en mogen bieden van maatwerk. Medewerkers zien echter ook dat de wens voor een meer individuele aanpak vraagt om meer monitoring vanuit de teams zelf. Afwijkende handelingen vereisen een uitgebreid afwegingsproces, een proces dat met de huidige bezetting niet altijd gerealiseerd kan worden. Tegelijkertijd is er ook vraag naar duidelijkere kaders die bepalen hoe ver je mag gaan in het leveren van maatwerk.

Wat is er nodig om hiermee om te gaan? Om effectief maatwerk te kunnen leveren vinden medewerkers het belangrijk dat de zorgvraag van de klant duidelijk is. Een goed intakegesprek met aandacht en tijd voor de klant ligt hieraan ten grondslag. Professionals ervaren dat de huidige wetgeving en het beleid ruimte bieden voor het leveren van maatwerk. Het gebruiken van deze ruimte ook blijkt in de praktijk echter lastig. Duidelijke kaders en werkafspraken zouden hierbij kunnen helpen. Zo vereist maatwerk goede onderbouwing en is er vaak extra budget voor nodig.

14

Wat vraagt dit van onze organisatie, partners en professionals?

Wat is er nodig om hiermee om te gaan?

Om meer maatwerk te kunnen leveren moet de regelruimte duidelijk zijn. De afdeling Beleid kan hierin ondersteunen. Daarnaast moet er sprake zijn van goede collegiale toetsing en overleggen met de betrokken disciplines. Ten slotte moet geleverd maatwerk worden gedeeld. Door casussen waar maatwerk is toegepast te delen kan het sociaal domein leren van haar eigen successen.

Er is voorgesteld om de groep met een inkomen van 100-120% van de bijstandsnorm beter in beeld te brengen zodat de gemeente deze kwetsbare inwoners beter kan helpen en zich beter kan voorbereiden op mogelijke economische tegenslagen. Tegelijkertijd zou het helpen om het taboe rondom financiële problemen te doorbreken. Medewerkers denken dat de gemeente hieraan kan bijdragen door dichter bij de inwoners te gaan staan en met hen in gesprek te gaan over financiën. Verder vinden medewerkers het belangrijk dat klanten niet alleen financiële middelen ontvangen, maar ook trainingen en cursussen over gezond financieel gedrag.

Financiële problematiek Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk? Medewerkers hebben de indruk dat mensen het steeds moeilijker hebben op financieel gebied. Ze ontvangen signalen dat er meer vraag is bij de Voedselbank, dat ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet meer kunnen betalen en geen cadeaus meer kunnen kopen tijdens de feestdagen. Ook zien medewerkers dat meedoen in de maatschappij steeds meer kostbare middelen vereist. Denk aan een mobiele telefoon, laptop en werkende wifi. Vooral gezinnen met weinig inkomen kunnen deze middelen niet altijd aanschaffen. Met de bestaanszekerheid in het nauw is ook de kansengelijkheid van kinderen in gevaar. Verder merken medewerkers dat er een groeiende tweedeling ontstaat. Enerzijds zijn er mensen die goed kunnen meekomen in de huidige financiële ontwikkelingen, terwijl anderzijds een groep ontstaat die steeds moeilijker kan meekomen.

Wat vraagt dit van onze organisatie, partners en professionals? De gemeente kan meer aandacht besteden aan het minimaliseren van het risico op armoedevallen. Het is niet de bedoeling dat iemand kiest voor een uitkering inclusief toeslagen in plaats van een baan of opleiding met een minimuminkomen. Daarnaast zou de gemeente de zichtbaarheid en de vindbaarheid van het hulpaanbod kunnen vergroten.

15

4.5. Uitkomsten themabijeenkomst gemeenteraad Help mensen aan betaald werk Voor veel raadsleden is het hebben van een baan een belangrijke voorwaarde voor bestaanszekerheid. Een baan geeft mensen immers een plek in de samenleving en een voorspelbaar inkomen. Raadsleden zijn van mening dat ook in de toekomst werken moet blijven lonen om zorgen rondom bestaanszekerheid weg te nemen. Tijdens de gesprekken is ook gewezen op het risico van armoedevallen. Raadsleden vinden het belangrijk dat hier goed naar gekeken wordt. Ten slotte is er aandacht gevraagd voor de vaardigheden die nodig zijn om bestaanszekerheid te garanderen. Er zijn inwoners die deze vaardigheden niet hebben en deze groep kan hier begeleiding bij gebruiken.

Verbinding zorg en onderwijs Raadsleden zien een grote rol weggelegd voor het onderwijs in het bevorderen van kansengelijkheid en het nastreven van positieve gezondheid. Zo kunnen scholen een gezonde leefstijl stimuleren en kinderen die het nodig hebben extra ondersteuning bieden. Veel raadsleden zien echter ook in dat je als maatschappij niet alles bij de scholen neer kan leggen. Een sterkere verbinding tussen zorg en onderwijs kan hierbij helpen. Op deze manier kan het onderwijs haar primaire taak vervullen, maar in samenwerking met zorgaanbieders toch bijdragen aan kansengelijkheid en positieve gezondheid.

Stimuleren gezonde leefstijl Een groot deel van de raadsleden benadruk het belang van een gezonde leefstijl. Het stimuleren en ondersteunen van een gezonde leefstijl draagt bij aan zowel het fysieke als het mentale welzijn van inwoners. Gezonde voeding kan gestimuleerd worden door bijvoorbeeld gezonde kantines op scholen en sportverenigingen. Ook de inrichting van de buitenruimte kan een gezonde leefstijl bevorderen. Voor de hand liggende voorbeelden hiervan zijn wandelroutes en sportparken, maar ook voldoende buurthuizen en sociale ontmoetingsplaatsen kunnen bijdragen aan de mentale gezondheid van inwoners.

Bevorderen integrale samenwerking partners Raadsleden geven aan dat een integrale samenwerking de kwaliteit van de hulpverlening kan verbeteren. Dit betreft zowel de gemeente met partners als partners onderling. Samenwerking op basis van casuïstiek is een veelgenoemd voorbeeld. Door met verschillende partners klaar te staan voor de inwoners kan er een holistische oplossing geboden en voorkom je dat instanties langs elkaar heen werken.

Zorgen over de middeninkomens Meerdere raadsleden hebben aangegeven dat zij zich zorgen maken over de middeninkomens in Pijnacker-Nootdorp. Men vreest een toename van stille armoede doordat lonen niet evenredig meestijgen met prijzen.

16

Bekendheid en toegankelijkheid van het hulpaanbod Veel inwoners weten niet waar ze naartoe kunnen als ze hulp nodig hebben. Wanneer mensen dit wel weten, is de drempel om hulp aan te vragen vaak te hoog. Schaamte speelt hierin een grote rol. Raadsleden geven ook aan dat de regelingen soms te omslachtig en te moeilijk zijn. Juist de groep die het meest kwetsbaar is, ervaart hierdoor een extra drempel.

Inclusie Het belang van het thema inclusie is tijdens de themabijeenkomst, door de meeste raadsleden, opnieuw benadrukt. Inclusie wordt als voorwaarde gezien voor onder andere kansengelijkheid. Raadsleden vinden het belangrijk dat inwoners van Pijnacker-Nootdorp altijd gelijke kansen krijgen, ongeacht hun achtergrond en identiteit. Ook positieve gezondheid zou benaderd kunnen worden met een inclusievere blik. Denk hierbij aan het toegankelijk maken van voorzieningen zoals de supermarkt of apotheek maar ook wandelroutes en buurthuizen voor alle inwoners.

17

5. Fase 2 Conferentie In de tweede fase is er een conferentie georganiseerd waarbij de opgehaalde input is gedeeld en de diverse stakeholders verdiepend in gesprek zijn gegaan. Hieronder volgt de rode draad van de resultaten van de conferentie.

Preventie Voor een effectieve preventieaanpak is het essentieel om de naamsbekendheid van beschikbare diensten te vergroten en één centraal loket voor verschillende organisaties te bieden. Zowel nulde- als eerstelijnspreventie moeten geaccentueerd worden, met bijzondere aandacht voor interventies vanaf jonge leeftijd. Professionals uit de wijk en buurt zijn cruciaal in het signaleren van behoeften, wat ondersteund wordt door laagdrempelige toegang tot diensten. Het verduidelijken van de eigen verantwoordelijkheden van burgers en het wegnemen van schaamte zijn stappen naar een omgeving waarin iedereen zich op zijn gemak voelt om ondersteuning te zoeken. Het monitoren en bevorderen van het welbevinden in de gemeente, samen met het voorkomen van problemen zoals schulden door middel van programma’s als schuldhulpverlening, zijn belangrijke elementen. Initiatieven zoals het buurtwerk van Gro-up, praktijkondersteuners, buurtknip en de signalerende rol van jongerencentra en kernteams moeten worden gekoesterd. De gemeente speelt een rol in het stimuleren van eigen initiatief, het voeren van gesprekken over preventief verhuizen en het scheppen van de juiste voorwaarden in bestemmingsplannen en woonvisies. Het samenbrengen van de krachten van alle betrokken partijen en het nadenken over toekomstige woonvormen zijn ook van belang.

Warmte en continuïteit in zorgoverdracht, kennis van het ondersteuningsaanbod, het samenbrengen van verschillende expertises op één plek, en het aanbieden van ondersteuning die gericht is op behoeften in plaats van labels, zijn belangrijk. Financiële middelen moeten lokaal en flexibel worden beheerd. Het stimuleren van ontmoetingen tussen ouders, het aanbieden van bronnen voor gezonde voeding, het versterken van de

veerkracht van bewoners, het focussen op betere zelfzorg voor ouderen, het vroegtijdig nadenken over woonvormen, het verbinden van fysieke en sociale omgevingen, en het versterken van mentale gezondheid zijn essentieel. Het benadrukken van eigen verantwoordelijkheid helpt bij het vestigen van een gezond levensperspectief. Tenslotte, het verhogen van de bekendheid van initiatieven, het verbeteren van de samenwerking tussen medische en sociale domeinen, en het duidelijk maken van de rollen en verantwoordelijkheden binnen teams zijn belangrijk. Lokale ondernemers moeten betrokken worden bij gemeenschapsplannen en er moet een cultuur van open dialoog, zelfzorg en gezond leven worden genormaliseerd.

Bevorder integrale samenwerking Een succesvolle integrale samenwerking is gegrondvest op onderlinge bekendheid en het delen van informatie met het doel gezamenlijk impact te maken. Dit vereist een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en het vaststellen van overkoepelende doelen. Positieve ontwikkelingen, zoals de huidige vlotte communicatie, snelle besluitvorming en het wederzijds vertrouwen, moeten behouden blijven. Er is een lokaal aanbod dat goed functioneert en de financiële druk moet verlaagd worden door vertrouwen in de samenwerkende partners. Het eenduidig en preventief werken bevordert de samenwerking tussen verschillende domeinen, ondersteund door een integrale sociale kaart. Gemeenten moeten van elkaar leren, overbodige rapportages vermijden en regionaal georiënteerd blijven. Campagnes die normaal gedrag bij kinderen promoten, zijn ook onderdeel van deze gezamenlijke aanpak.

18

Versterken van de sociale basis Het versterken van de sociale basis start met een betrokken contactpersoon of schakelaar in de wijk die nieuwe bewoners verwelkomt, wat de betrokkenheid en het welkomstgevoel versterkt. Samenwerking met wooncorporaties, initiatieven zoals buurtknip en laagdrempelige sociale activiteiten zoals koffieochtenden en buurtborrels dragen bij aan de gemeenschapsvorming. De inzet van coördinatoren helpt bij het creëren van verbinding tussen verschillende inwonersgroepen, terwijl sozen voor jongeren ruimte bieden voor jeugdige interactie. De gemeente speelt een faciliterende rol in deze processen en moet een woonzorgvisie ontwikkelen die zorgt voor voorzieningen in nieuwgebouwde huizen en het verbinden van wijken bevordert om zo een geïntegreerde gemeenschap te creëren. Ondernemers moeten worden betrokken bij de wijkontwikkeling en initiatieven als een sociaal café en ontmoetingsplekken stimuleren de informele netwerkvorming.

Sterke, vitale en gezonde wijken Voor het bevorderen van sterke, vitale en gezonde wijken is het van belang diepgaand inzicht te hebben in de cultuur, samenstelling en data van elke wijk. Het faciliteren van gemeenschapsinitiatieven en het waarborgen van toegankelijke buurtcentra bevorderen de aanwezigheid in de wijk. De rol van wijkverenigingen moet versterkt worden, en de verschillende partijen die actief zijn, moeten met elkaar verbonden worden, terwijl inwoners actief betrokken moeten zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving. Positieve elementen zoals WhatsApp buurtpreventie, buurtknip, de rol van wijkmanagers en de culturele ontmoetingsplaatsen zoals de bibliotheek moeten behouden blijven.

Daarnaast worden jongeren ingezet als ambassadeurs, en beweegcoaches en jongerenwerkers spelen een sleutelrol in het activeren van de jeugd. Open schoolpleinen en initiatieven zoals ‘Lekker nassuh’ in Den Haag zijn goede voorbeelden van hoe de wijk kan bijdragen aan een gezonde leefstijl. De combinatie van woonvormen tussen jongeren, ouderen en studenten versterkt de gemeenschapszin. De gemeente, maatschappelijke partners en inwoners moeten een proactieve houding aannemen en de dialoog met de bewoners aangaan. Een toegankelijke sociale kaart, het delen van kennis en het overstijgen van primaire taken zijn essentieel voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Pionieren en het initiëren van nieuwe projecten moet worden aangemoedigd. De behoefte aan buitenshuis ontmoetingsplaatsen met beweegtoestellen, de aanwezigheid van een wijkmanager in elke wijk, het bouwen aan sociale netwerken op buurtniveau, meer voorlichting over dementie, de inzet van tolken en het doorbreken van schotten zijn van groot belang voor verdere verbetering. Er moet continu aandacht zijn voor de hulpvragen van inwoners, wijkgericht werken, het gebruik van scholen als ontmoetingsplekken met een signaleringsfunctie, en het bundelen van zorg om efficiënter te werken. Daarnaast is het beter inrichten van woonplekken een prioriteit om de leefbaarheid en gezondheid in wijken te versterken.

19

Inclusie en kansengelijkheid: Inclusie en kansengelijkheid zijn complexe begrippen die een dynamische benadering vereisen. Het bevorderen hiervan betekent het creëren van omgevingen waarin mensen informeel kunnen samenkomen, uit hun eigen bubbels stappen en waar ontmoetingsplekken niet beperkt zijn tot specifieke groepen. Bestaanszekerheid is de basisvoorwaarde voor inclusie en het samenbrengen van ouderen en jongeren is cruciaal. Beperkingen in keuzevrijheid van scholen kunnen worden aangepakt door vanaf jonge leeftijd taalbevordering te stimuleren en labels los te laten, met het besef dat diversiteit gevierd moet worden. De gemeente speelt een rol in het vormen van gemengde wijken en het aanbieden van passende ontmoetingsplekken voor alle leeftijden, waarbij de nadruk ligt op het bouwen van vertrouwen en het sturen op maatschappelijk effect in plaats van op rigide afspraken. Een cultuur van ontmoeting en collectieve benadering wordt aangemoedigd, bijvoorbeeld door het toewijzen van één budget voor alle partners, wat de samenwerking bevordert. Maatschappelijke partners moeten de zorg efficiënt benutten en personeelstekorten aanpakken, terwijl ze zich ook richten op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Bedrijven in de wijk kunnen worden ingezet als signaleringspunten, en een grotere gegevensuitwisseling kan het bewustzijn en begrip vergroten.

Zelfredzaamheid, eigen regie, normaliseren

De hulpvraag van burgers moet serieus genomen worden en een dialoog met bewoners is cruciaal om te begrijpen wat hun behoeften zijn. Dit bouwt voort op de al bestaande sociale verbondenheid, de sterke samenwerking en de korte communicatielijnen binnen gemeenschappen. De praktijkondersteuner Jeugd, initiatieven zoals ‘Welzijn op Recept’ en ‘zelfredzaamheid inburgering’ zijn waardevolle componenten die bijdragen aan de empowerment van burgers. Digitale netwerken zoals appgroepen en belcirkels, evenals de inzet van ervaringsdeskundigen, buddy’s, taalcafés en maatjesprogramma’s, zijn innovatieve manieren om steun te bieden en te verbinden. De bibliotheek biedt niet alleen kennis, maar ook steun bij rouw, en programma’s zoals EMMA in Delft tonen de kracht van preventieve schuldhulpverlening. Plus groepen in Den Haag bij kinderdagverblijven zijn een voorbeeld van hoe vroege interventie een positief effect kan hebben op ontwikkeling. Jongeren actief betrekken en bruggen slaan tussen generaties creëert een cultuur van wederzijdse zorg en verantwoordelijkheid. Het bieden van een uitgebreide sociale kaart, het creëren van huiskamers in de wijk, en het verhogen van bewustzijn door voorlichting over preventieve activiteiten versterken de gemeenschapsstructuren.

Lokale en burgerinitiatieven verdienen meer ruimte om te groeien, en specifieke aandacht voor jongeren in de puberteit is noodzakelijk om hun unieke uitdagingen aan te pakken. Sleutelfiguren binnen gemeenschappen kunnen als katalysatoren dienen voor verbinding en ondersteuning.

Het versterken van zelfredzaamheid en eigen regie vereist het onderkennen van de essentiële rol van mantelzorgmakelaars die mantelzorgers ondersteunen om overbelasting te voorkomen. Bewustwording bij inwoners dat het vragen van hulp toegestaan en aangemoedigd wordt, is een sleutelaspect, waarbij maatwerk vooropstaat. Niet elke situatie hoeft een oplossing te hebben; soms is het effectiever om middelen daar in te zetten waar ze het hardst nodig zijn. 20

6.Fase 3. Bewonersparticipatie Bij het participatietraject met inwoners is in de opzet gekozen voor een combinatie van kwantitatief (zo breed mogelijk door middel van een flitspeiling) en kwalitatief (verdiepende gesprekken door middel van twee inwonersbijeenkomsten) ophalen van meningen en ideeën.

6.1 Communicatie participatie activiteiten Om inwoners (en maatschappelijke organisaties) te informeren over de participatieactiviteiten, zijn de volgende middelen ingezet:

Huis-aan-huis ansichtkaarten Om de flitspeiling onder de aandacht te brengen bij inwoners, zijn er ansichtkaarten verspreid bij alle huishoudens in Pijnacker-Nootdorp. Inwoners konden de QR-code scannen op de achterkant van de kaart.

Voorkant ansichtkaart

Achterkant ansichtkaart

21

Gemeentelijke sociale media

Beschikbaarheid papieren versies flitspeiling

De gemeentelijke sociale media-kanalen Facebook en Instagram zijn ingezet om aandacht te vragen voor het invullen van de vragenlijst. Er zijn twee berichten geplaatst op sociale media: aan het begin en aan het eind van de looptijd van de flitspeiling.

Op verschillende locaties in de gemeente lagen papieren versies van de flitspeiling voor mensen die moeite hebben met het digitaal invullen van de vragenlijst: Gemeente Pijnacker-Nootdorp (Oranjeplein 1, Pijnacker-Nootdorp) • CulturA & Zo (Dorpsstraat 7, Nootdorp) • Gemeentehuis Pijnacker-Nootdorp (Oranjeplein 1, Pijnacker) • CulturA & Zo (Dorpsstraat 7, Nootdorp) • SWOP locaties De Schakelaar (Mr. Dr van den Helmlaan 11, Pijnacker), Keijzershof (Floralaan 102, Pijnacker) en De Kiezel (Laan der Zeven Linden 175, Delfgauw)

Directe mail organisaties en bewoners Er is een directe mail uitgegaan met de uitnodiging voor de themabijeenkomsten naar een aantal maatschappelijke organisaties en de mensen die hun e-mailadres hadden achtergelaten in de vragenlijst.

Gemeentelijke website Op de gemeentelijke website www.pijnacker-nootdorp.nl staat een projectpagina met informatie over de Visie Sociaal Domein. Om gericht inbreng op te halen, zijn er verschillende participatieactiviteiten ingezet. Deze worden hieronder beschreven.

22

6.2 Flitspeiling

6.3 Resultaten (samenvatting)

Een flitspeiling is een laagdrempelige manier om breed op te halen wat er leeft in de samenleving en wat inwoners zien als de belangrijkste uitdagingen binnen het sociaal domein. Naast het ophalen van meningen, had de vragenlijst ook als doel om zoveel mogelijk mensen bekend te maken met waar de gemeente mee bezig is, en hen de mogelijkheid te geven om mee te doen.

Sociale voorzieningen

Respondenten De flitspeiling bestond uit 14 vragen. Inwoners kregen 3 weken de tijd om de flitspeiling in te vullen. De input opgehaald met de flitspeiling geeft een beeld van wat inwoners van Pijnacker-Nootdorp zien als de belangrijkste uitdagingen voor het sociaal domein. In totaal hebben 1872 inwoners de vragenlijst ingevuld. Niet iedereen heeft de vragenlijst volledig ingevuld. De analyse is daarom per vraag uitgevoerd. Dat wil zeggen: de analyse is uitgevoerd per vraag, met het aantal respondenten die de betreffende vraag heeft ingevuld. De grootste groep respondenten valt binnen de leeftijdscategorie ’46 t/m 66 jaar’, gevolgd door de leeftijdsgroepen 28 t/m 45 jaar en 67 jaar en ouder. Dit is, gezien de demografische samenstelling van de gemeente, geen verrassende uitkomst. De meeste respondenten komen uit Pijnacker, gevolgd door Nootdorp. Dit zijn tevens de kernen met de meeste inwoners binnen de gemeente. Onderstaand wordt de samenvatting van de resultaten van de vragenlijst weergegeven. Voor de volledige analyse zie de bijlage.

De meeste respondenten vinden sociale voorzieningen die ouderen betreffen het belangrijkste in de gemeente. Denk aan thuiszorg of dagopvang. Gevolgd door ‘ondersteuning zodat iedereen mee kan doen in de samenleving’. Denk hierbij aan welzijnswerk of voorzieningen en regelingen op gebied van sport, cultuur en taal. Zo’n 3 op de 4 respondenten gaf aan behoefte te hebben aan sociale voorzieningen. Opvallend is dat de helft van de respondenten die wel behoefte heeft aan sociale voorzieningen, niet goed weet waar hulp of ondersteuning kan worden gekregen. Bijna de helft van de respondenten vindt het nodig om de sociale voorzieningen in de gemeente te verbeteren. De zorg voor ouderen (bijvoorbeeld thuiszorg of dagopvang), samenwerking tussen hulporganisaties en hulp bij het vinden van een woning worden het vaakst genoemd als de voorzieningen die kunnen worden verbeterd.

Zorgen Bijna 70% van de respondenten gaf aan zich wel eens zorgen te maken om zichzelf of de mensen om zich heen. Zorgen gaan met name over voldoende zorg voor ouderen, het vinden van een woning en eenzaamheid. De meeste respondenten proberen, als het niet goed gaat met henzelf of de mensen om hen heen, als eerst hulp te vragen bij vrienden of familie (55%), gevolgd door het zoeken van professionele hulp, bijvoorbeeld bij de huisarts of psycholoog (54%), informatie opzoeken (47%) of het proberen zelf op te lossen (49%).

23

Vrijwilligerswerk Bijna 40% van de respondenten gaf aan dat zij vrijwilligerswerk doen. Daarnaast stelde zo’n 24% nog geen vrijwilligerswerk te doen, maar hier wel toe bereid is.

Informatievoorziening De meeste respondenten willen het liefst geïnformeerd worden over sociale voorzieningen door middel van de gemeentewebsite (57%), huis-aan-huis folders/brochures (50%) of via sociale media (34%). Ook zorgaanbieders spelen een belangrijke rol in de informatievoorziening aan inwoners (31%).

6. 4 Themabijeenkomst ‘gezond ouder worden’ Op 30 oktober 2023 werd de eerste themabijeenkomst georganiseerd in het Bestuurscentrum in Pijnacker.

Doel en doelgroep Het doel van de bijeenkomst was enerzijds om op te halen hoe inwoners (ervaringsdeskundigen) denken over een aantal concrete onderwerpen, om hiermee antwoord te vinden op de vraag hoe de gemeente haar diensten en voorzieningen voor het sociaal domein kan verbeteren. De doelgroepen voor deze bijeenkomst waren ouderen en hun mantelzorgers. Er waren ca. 30 aanwezigen. De bijeenkomst diende als aanvulling op de flitspeiling; om op verdiepend niveau het gesprek aan te gaan over hoe je gezond ouder wordt in Pijnacker-Nootdorp.

Opzet De bijeenkomst startte plenair met een welkomstwoord door de wethouder en uitleg over het doel en de opzet van de bijeenkomst. Vervolgens gingen drie groepen in gesprek over een aantal vraagstukken

24

Resultaten Er vielen een aantal algemene zaken op. De aanwezigen gaven aan graag in hun eigen omgeving te willen blijven wanneer er zorg nodig is. Voor degenen die nog werken, is het uitdagend, omdat veel zorgvoorzieningen alleen beschikbaar zijn tijdens werktijden. Er is een groeiende bezorgdheid over ouderen zonder een eigen netwerk en de behoefte aan een zorgnetwerk voor noodgevallen. Ook de toegankelijkheid van de zorg vanuit de gemeente is een punt van aandacht. Daarnaast werd benoemd dat sommige ouderen vaak de hulpvraag uitstellen, tot het te laat is. Er werd een suggestie gegeven voor een gemeenschapsruimte waar mensen kunnen samenkomen, zoals het Baken. Ook viel op dat veel aanwezigen zelf actief zijn als vrijwilliger en/of mantelzorger. Met name de mantelzorg kan behoorlijk zwaar zijn. Het fysieke lukt vaak nog wel, maar het geestelijke deel is moeilijk. Vooral als het mensen betreft die dichtbij je staan (ouders of partners). Zeker voor mensen met een fulltime baan is dit een zware belasting. Onderstaand worden de resultaten vanuit de verschillende groepen per vraagstuk toegelicht.

Gespreksronde 1 – Ouderenzorg Hoe zorgt u ervoor dat u gezond ouder wordt? Er was consensus in alle groepen over het belang van actief blijven om ervoor te zorgen dat je gezond ouder wordt. Denk aan genoeg bewegen, naar buiten gaan, blijven werken en sociaal contact. Ook werd ‘interesseren in de ander’ en ‘op de hoogte blijven van politieke ontwikkelingen’ benoemd. De stap zetten om contact te leggen kan uitdagend zijn, maar het kennen van je buren en zelfs een simpel praatje maken kunnen een groot verschil maken.

De vraag werd gesteld wat je kan doen als je aan huis gebonden bent. Ook hierbij is het opbouwen van een eigen netwerk belangrijk. De bejaardentehuizen worden gemist. Daarnaast worden de vervoersdiensten zoals de WMO-taxi gewaardeerd, maar de restricties zoals het ver voorruit moeten plannen beperken soms de vrijheid. Ook werd stil gestaan bij het huizentekort. Vanaf jongs af aan moet je al nadenken over hoe je later wilt wonen en hoe je dat gaat betalen. Om gezond thuis ouder te kunnen worden, zijn levensloopbestendige woningen nodig. Hiervoor is het van belang dat de doorstroom bevorderd wordt. Ten slotte, de zorg is duur. Een financiële buffer voor het particulier inkopen van zorg is niet voor iedereen mogelijk.

Wat kunt u zelf doen om gezond ouder te worden? En wat heeft u nodig van anderen? Het is belangrijk voor ouderen om te blijven zoeken naar mogelijkheden en te focussen op wat nog wel allemaal kan. In de eerste groep werd benoemd dat mantelzorg niet altijd mogelijk is. Kinderen worden niet automatisch mantelzorgers. Het gebruik van Buurtapps kan helpen elkaar beter in de gaten te houden. In twee groepen werd onderstreept dat het zelfstandig blijven wonen essentieel is en dat de gemeente een rol kan spelen door oplossingen te bieden. Dit begint bij kleiner gaan wonen in levensloopbestendige woningen naarmate je ouder wordt. Dit wordt echter belemmerd omdat deze woningen er niet genoeg zijn. Ook ben je vaak duurder uit als je verhuist naar een kleinere woning. Als mogelijke oplossing werd benoemd dat ouderen particulier collectief kunnen bouwen. Daarnaast kan het bieden van begeleiding bij verhuizing helpen. Veel mensen willen wel verhuizen, maar vinden het spannend zonder begeleiding.

25

In de derde groep zag een deel echter wel een duidelijke taak weggelegd voor de kinderen. Zij zien het als een kwestie van ‘opvoeden’ of ‘het goede voorbeeld geven’ van hoe je voor je ouders zorgt. Tegelijkertijd kwam ook in deze groep ter sprake hoe lastig dit soms voor kinderen is, juist omdat ze zo dichtbij staan en met emoties/acceptatie te maken krijgen. Iedere inwoner dient, waar mogelijk, eigen verantwoordelijkheid te nemen. Een paar aanwezigen zonder kinderen (in de buurt) gaven aan dat ze juist leerden voor zichzelf te zorgen toen hun partner overleed. Daardoor zijn zij heel zelfstandig geworden. Maar niet iedereen heeft hetzelfde karakter of doorzettingsvermogen. Daarom is maatwerk nodig.

Wat kunnen we doen als maatschappelijke organisatie? Maatschappelijke organisaties kunnen een rol spelen in het faciliteren van netwerken. Als voorbeeld wordt de Wijkvereniging Koningshof benoemd. Zij hebben veel leden en proberen veel met elkaar te doen. Ook het belang van buurthuizen wordt benoemd. Dit is een plek waar je laagdrempelig even binnen kunt wandelen en met professionals in gesprek kunt gaan. Maar hoewel dit laagdrempelig is, blijft het van belang dat mensen zelf komen om hulp te vragen. Maatschappelijke organisaties (o.a. buurthuizen) spelen tevens een rol bij het faciliteren van activiteiten in de wijk. Ten slotte werd benoemd dat de gemeente zich opener moeten stellen. Ambtenaren staan soms te ver van de inwoners.

Wat kunnen we samen doen om de rol van vrijwilligerswerk en mantelzorgers te vergroten? In de eerste groep ontstond de discussie over hoe we jongeren kunnen aansporen om meer vrijwilligerswerk te doen. Het meegeven van het belang van vrijwilligerswerk vanuit de opvoeding en het stimuleren van maatschappelijke stages is hierin belangrijk. Ook kunnen lessen op school, zoals EHBO of les in samenwerken, hieraan bijdragen. Daarnaast werd benoemd als mogelijkheid een boodschappendienst die ook helpt met bijvoorbeeld steunkousen, ziekenhuisbezoekjes, etc. In de tweede groep werd door een aantal aanwezigen benoemd dat zij zorg inkopen zolang ze het zich kunnen veroorloven. Anderen merkten echter op dat niet iedereen de mogelijkheid heeft om mantelzorger te worden. In de eerste groep werd benoemd dat werkgevers het mogelijk zouden moeten maken om een deel van de arbeidstijd te kunnen invullen met mantelzorg. In de tweede groep werd ook opgemerkt dat het lijkt dat de huidige generatie minder geneigd lijkt tot het doen van vrijwilligerswerk in vergelijking met vroegere generaties. Dit kan onder andere te maken hebben met het feit dat meer vrouwen betaald werken. Wat ook meespeelt is dat jongeren wel willen, maar liever kort en flexibel. Bijna alle jongeren hebben tegenwoordig bijbaantjes om hun studie te kunnen betalen.

In de derde groep werd de behoefte aan een algemeen informatiepunt, waar mensen met vragen terecht kunnen, onderstreept. Sommige aanwezigen hebben het gevoel dat ze bij de gemeente van kastje naar muur werden gestuurd. Daarentegen hebben mensen bij de SWOP wel positieve ervaringen. Ook gaven aanwezigen aan niet te weten waar ze bij de gemeente terecht kunnen wanneer ze zich zorgen maken om iemand in hun omgeving.

26

Gespreksronde 2 – Eenzaamheid

Als je zelf niet zo sociaal bent, wat zou je dan kunnen doen?

Wat kunnen we samen doen om eenzaamheid aan te pakken?

Het belang van mensen erbij halen wordt benoemd. Ook heeft de huisarts een signaalfunctie. De huisarts moet ook weten naar wie doorverwezen moeten worden.

Eenzaamheid is een herkenbaar onderwerp voor meerdere mensen aan tafel in de eerste groep Iedereen kan eenzaam worden. Het hebben van een netwerk is heel belangrijk voor het welzijn van mensen. Het in de gaten houden van je buren (gordijnen openlaten) kan helpen. Buurthuizen kunnen hier ook een signaalfunctie in hebben. Ook is het van belang dat je zelf sociaal actief blijft. Benoemd wordt dat in Pijnacker-Nootdorp al veel gedaan wordt (denk aan De Schakelaar), maar mensen moeten wel zelf willen. In de tweede en derde groep werd geopperd dat de afschaffing van bejaardentehuizen heeft bijgedragen aan een toename van eenzaamheid onder ouderen. Er zijn tegenwoordig weinig opties tussen ‘zelfstandig wonen’ en een ‘verpleegtehuis’. Een tussenstap (het vroegere bejaardentehuis) wordt gemist. Er is interesse in het herintroduceren van deze huizen, maar dan onder een meer positieve naam.

Hoe weet je of iemand zorg nodig heeft of wil? Bij twijfel of iemand zorg nodig heeft kan je Buurtzorg bellen. Benoemd werd dat andere gemeenten een buurtmakelaar hebben. De buurtmakelaar kent de inwoners, heeft goed in beeld wat er speelt in de wijk en kan behoeften aan elkaar verbinden. Ten slotte werd benoemd dat het kan helpen om elke 1 of 2 maanden een wijkbijeenkomst te organiseren.

In de derde groep werd ‘samenwonen’ aangedragen als mogelijke oplossing. Alhoewel uit gesprekken blijkt dat dit niet altijd goed gaat en hier vaak meer voor nodig is. Iemand noemde het voorbeeld van een wooncomplex voor 55+, waar veel haat en nijd is. Ook werd gesteld dat bij wooncomplexen waar leeftijden worden gemist, de jongere bewoners vaak niet thuis zijn omdat zij werken. In alle groepen werd benoemd dat iedereen zelf de verantwoordelijkheid heeft om een eigen netwerk op te bouwen. Vroeg investeren in verenigingsleven en het organiseren van bijeenkomsten in de buurt kan ook helpen. Daarnaast moeten we allemaal scherp zijn op eenzame mensen in onze omgeving. Zelfs in een verpleegtehuis kunnen mensen eenzaam zijn.

27

Gespreksronde 3 – Prioritering

Advies aan de gemeente

Deelnemers konden door middel van chocolademunten aangeven welke onderwerpen zij het belangrijkste vinden binnen het sociaal domein. Waar zou het meeste geld naartoe moeten gaan? Het muntgeld stond gelijk aan één punt en het briefgeld aan twee punten. Iedere deelnemer kreeg eenzelfde hoeveelheid munten om te verdelen.

In de eerste groep werd benoemd dat veel zorgmijding nu komt door financiële overwegingen. Maar als mensen zich gaan verwaarlozen ben je uiteindelijk duurder uit qua zorgkosten. Ook werd opgemerkt dat een inkomensafhankelijke eigen bijdrage beter is. Kijk per geval wat nodig is en financier niet automatisch alles voor iedereen. De gemeente moet met beleid actief sturen op dingen die niet kloppen. Ook in de derde groep werd benoemd dat inwoners zelf moeten betalen voor hulpmiddelen als ze dat kunnen. Mits er begeleiding wordt geboden. De aanwezigen willen begeleiding in dit proces en zijn zelfs bereid daarvoor te betalen.

De volgende punten werden gescoord:

Onderwerp

Groep 1

Groep 2

Groep 3

Ondersteuning vrijwilligers

23 punten

7 punten

15 punten

Dagbesteding

20 punten

9 punten

13 punten

Woningaanpassingen

18 punten

20 punten

10 punten

Ondersteuning mantelzorg

18 punten

10 punten

29 punten

Hulp in de huishouding

14 punten

12 punten

13 punten

Begeleiding

7 punten

7 punten

12 punten

Scootmobiel

1 punt

Geen punten

9 punten

Respijtzorg

Geen punten

7 punten

7 punten

Ondersteuning voor mantelzorg scoort gemiddeld de meeste punten, gevolgd door woningaanpassing en ondersteuning voor vrijwilligers. Daar zou volgens de aanwezigen dus het meeste aandacht voor moeten zijn. Scootmobiel, respijtzorg en begeleiding scoren de minste punten.

Een scootmobiel kan helpen om mensen naar buiten laten te gaan, maar dit kunnen mensen ook zelf aanschaffen. Ook het aanpassen van de woning kunnen mensen zelf doen. Dat hoort bij het ouder worden en hier moet je voor sparen, werd gesteld. Ook moet er meer aandacht komen voor vrijwilligers. Vaak betalen vrijwilligers een eigen bijdragen. Ook is vrijwilligersondersteuning belangrijk om een netwerk op te bouwen waar ze op terug kunnen vallen. Daarnaast moeten zij weten waar ze wie naartoe kunnen sturen. Benoemd wordt de vrijwilligersbank bij de SWOP. Mantelzorgers kunnen vanuit het pgb een vergoeding krijgen, afhankelijk van het aantal uren dat je werkt en het uurtarief. Je ontvangt minimaal het wettelijk minimumloon. Maar om dit te regelen duurt al snel een half jaar. In de tweede groep werd benadrukt dat wat goed is behouden moet blijven en dat er efficiënter gewerkt moet worden. Vooral op het gebied van huishoudelijke hulp. Daar zijn nu veelal lange wachtlijsten voor.

28

6.5 Themabijeenkomst ‘opgroeien in Pijnacker-Nootdorp Op 8 november 2023 werd de tweede themabijeenkomst georganiseerd in het Buurtcentrum in Pijnacker.

Doel en doelgroep Het doel van de bijeenkomst was enerzijds om op te halen hoe inwoners (ervaringsdeskundigen) denken over een aantal concrete onderwerpen, om hiermee antwoord te vinden op de vraag hoe de gemeente haar diensten en voorzieningen voor het sociaal domein kan verbeteren. De doelgroepen voor deze bijeenkomst waren ouders en jongeren. Er waren 8 aanwezigen, bestaande uit ouders en vertegenwoordigers van organisaties die werken met jongeren. De bijeenkomst diende als aanvulling op de flitspeiling; om op verdiepend niveau het gesprek aan te gaan over hoe je gezond opgroeit in Pijnacker-Nootdorp.

Resultaten Gespreksronde 1 - Opgroeien en opvoeden Eén van de deelnemers werkt als kindercoach. Ze vertelde dat de coaching aan kinderen een preventieve vorm van hulp is met een hoge mate van effectiviteit. Ze zou het waarderen om hierover met de gemeente te kunnen ‘sparren’ en samen te kijken hoe kansengelijkheid vergroot kan worden. Een traject bij een kindercoach wordt namelijk niet vergoed door de verzekering. Dit maakt het niet voor iedereen betaalbaar. De ‘Rots en water training’ binnen het WMO wordt als te kort (45 min) ervaren. Op andere plekken is de duur van de sessies langer. Dat wordt al prettiger ervaren, omdat jongeren dan meer tijd hebben om er helemaal in te komen.

Opzet De bijeenkomst werd afgetrapt door de wethouder met een welkomwoord en uitleg over het doel en de opzet van de bijeenkomst. In verband met de groepsgrootte werd het gesprek aan de hand van drie thema’s plenair gevoerd.

29

Gespreksronde 2 - Veilig en kansrijk opgroeien Eén van de deelnemers ervaart in de buurt antisociaal gedrag, agressie en geweld onder jongeren. Zij ziet de enorme impact die dat heeft op een kind. Bijvoorbeeld de angst om buiten te spelen. De ervaring is dat het niet altijd gemakkelijk blijkt om het gesprek aan te gaan met ouders over het gedrag van hun kind. Het uitspreken van wat je ziet en ervaart, roept vaak een defensieve houding op. Er heerst een gevoel dat ouders nog wel eens geneigd zijn om uit te stralen dat hun kind heilig is. Dit maakt een gesprek niet mogelijk. Op de vraag wat zou kunnen helpen, werd geopperd om op een locatie waar herhaaldelijk pesterijen en geweld aan de orde zijn, cameratoezicht in te zetten. De wens van alle ouders is dat kinderen veilig kunnen spelen. Een plek voor jongeren waar ze kunnen verbinden met elkaar is wenselijk. Een soort honk waar ze bijvoorbeeld kunnen pingpongen of tafelvoetballen. Kinderen tussen 16 en 18 jaar kunnen nergens heen. En op een sport gaan is niet voor iedereen weggelegd. Eén van de deelnemers benadrukt het belang dat ouders er zijn voor hun kinderen. “Als je hele dagen werkt, en pas om 18.00 uur thuis komt, dan is er een hoop tijd om te klieren”. Je ziet dat kinderen vanaf 10 of 11 jaar vaak al zelf een sleutel hebben en alleen naar huis te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14167845/3