CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2. ontwerp Nota Bodembeheer

Raad Besluitvorming 28 oktober 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Ontwerp-bodemkwaliteitskaart en ontwerp-Nota bodembeheer41.812 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota bodembeheer gemeente PijnackerNootdorpX

Opdrachtgever Gemeente Pijnacker-Nootdorp Afdeling Wijkzaken, Team Veiligheid en Handhaving, Vakgebied Bodem Postbus 1 2640 AA PIJNACKER Contactpersonen Dhr. R. van der Voort Dhr. R. Annaji

WSP (voorheen CSO Adviesbureau voor MilieuOnderzoek B.V.) Postbus 2 3980 CA Bunnik Contactpersoon Dhr. J.S. Spronk Projectcode: 11K140 Versiedatum: 20 juli 2021 Status: Herzien definitief

Autorisatie Projectcode 11K140 Opgesteld en akkoord door:

Functie

Status Herzien Definitief Datum

Jeroen Spronk

Senior adviseur

20 juli 2021

Rapporthistorie

Datum

Definitief

15 december 2014

Paraaf

De in 2014 opgestelde bodemkwaliteitskaart van de gemeente is geactualiseerd, ook voor PFAS-verbindingen. Ook is de in 2014 opgestelde bodemfunctieklassenkaart aangepast.

Herzien definitief

20 juli 2021

Het grondstromenbeleid is geactualiseerd voor PFAS-verbindingen. Ter optimalisatie van het grondstromenbeleid is het gemeentelijke beleid aangepast op nieuwe inzichten en is nieuw beleid geformuleerd. Tot slot zijn enkele verschrijvingen aangepast en zijn er enkele ondergeschikte aanpassingen aan de teksten gedaan om de teksten te verduidelijken. De strekking van de teksten is niet gewijzigd.

Samenvatting Inleiding De gemeente heeft de in 2014 opgestelde bodemkwaliteitskaart1 en deze nota bodembeheer geactualiseerd2, ook voor de PFAS-verbindingen3. Ook de in 2014 opgestelde bodemfunctieklassenkaart1 is aangepast. Met de aanpassing van de bodemfunctieklassenkaart en de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer stemt de gemeente haar beleid nóg beter af op het gewijzigde landelijke beleid, op nieuwe inzichten en op de plaatselijke situatie om meer grondstromen mogelijk te maken (werk met werk maken). De kaarten zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. In deze nota bodembeheer is het te voeren grondstromenbeleid weergegeven en zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader inwerking getreden voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie4. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties.

De wet- en regelgeving voor het ontgraven en toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit5 6. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats neer te leggen of toe te passen. Voorkomen moet worden dat het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik. Vanwege andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld. Bij graafwerkzaamheden en bij het baggeren van watergangen komt grond en/of baggerspecie vrij. De vrijkomende grond en baggerspecie wil de gemeente zoveel als mogelijk hergebruiken zodat minder materiaal wordt gestort en minder primaire grondstoffen worden gewonnen; kortom zodat duurzaam bodembeheerbeleid wordt gevoerd. Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaart, de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer vervangen. Gemeentelijk beleid In de onderstaande tabel is het (gebiedspecifieke) beleid weergegeven waarbij is aangegeven of het beleid een voorzetting of een aanpassing van het tot nu toe gevoerde beleid dan wel nieuw beleid is.

In § 4.18 is een totaaloverzicht gegeven van het voornoemde gebiedsspecifieke beleid van de gemeente.

1 2 3

4 5 6

Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp, projectcode: 11K140, CSO Adviesbureau voor MilieuOnderzoek B.V., 15 december 2014. Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp, documentnummer: SOB011007.RAP001, WSP, 20 juli 2021. Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december 2007. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 20 december 2007, en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Ter introductie

Beleidsonderwerp Het verruimen van de eisen voor de kwaliteit van toe te passen grond in aangewezen gebieden waar de bodemfunctie 'Industrie' is weergegeven (zie § 4.2.2). Het verruimen van de eisen voor de kwaliteit van toe te passen grond in gebieden waar de bodemfunctie 'Wonen' is weergegeven (zie § 4.2.3). Het verruimen van de eisen voor de kwaliteit van toe te passen grond in onverharde wegbermen (zie § 4.2.4). Het verruimen van de eisen voor de kwaliteit van toe te passen grond in het plangebied Oude Polder (zie § 4.2.5). Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen (zie § 4.2.6). Het verruimen van de regels bij het tijdelijk opslaan van grond (zie § 4.2.7). Het vaststellen van (strengere) eisen bij het toepassen van PFAShoudende grond (zie § 4.2.8)/ Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal waaronder steenachtige materialen en plastic (zie § 4.3). Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.4). Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur én groenvoorzieningen (zie § 4.5).

Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 4.6). Het vaststellen van strengere eisen voor grond van buiten de gemeente als deze wordt toegepast in gebieden waarvoor de gemeente zelf strenger beleid heeft vastgesteld dan de landelijke regelgeving (zie § 4.7). Het verruimen van de regels bij grondstromen met kleine partijen grond (zie § 4.8). Het stellen van regels bij het toepassen van grond in grootschalige bodemtoepassingen (zie § 4.9). Het stellen van regels bij het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag (zie § 4.10). Het stellen van regels bij terugsaneerwaarden en hergebruik van grond op te saneren en gesaneerde locaties (zie § 4.11). Het toepassen van grond uit of in gebieden die zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart en grond uit een oude categorie-1 werk (zie § 4.12.1). Het stellen van regels bij de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek (zie § 4.12.2). Het stellen van regels bij een specifiek uitgevoerd onderzoek of een partijkeuring en het gebruik van de ontgravingskaart (zie § 4.12.2). Het stellen van regels bij een uitgevoerd onderzoek en het gebruik van de toepassingskaart (zie § 4.12.2). Het stellen van regels bij een uitgevoerd bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en het gebruik van de ontgravingskaart (zie § 4.12.2).

Grondverzet ter plaatse van beschermde gebieden (zie § 4.12.3). Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten (zie § 4.13) Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij het vaststellen van een veiligheidsklasse (zie § 4.14). Het stellen van regels bij het verspreiden van (PFAS-houdende) onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.15). Het innemen van een standpunt hoe om te gaan met nieuw onderkende verontreinigingsbronnen (zie § 4.16). Het voorkomen van verspreiding van invasieve exoten (flora, zoals de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw; zie § 4.17). Het stellen van regels voor de onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet (zie hoofdstuk 6). Het verruimen van de regels voor het melden van grond die voorafgaand aan de toepassing tijdelijk wordt opgeslagen (zie § 7.2.3). Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen (zie § 7.6).

Voortzetting beleid

Aanpassing beleid

Nieuw beleid

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Ter introductie

Beleidsonderwerp Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (zie § 7.7). Vrijstellingsregeling bodemonderzoek bij aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming; zie hoofdstuk 9).

Voortzetting beleid

Aanpassing beleid

Nieuw beleid

✓ ✓

Beoogd effect Met het vaststellen van dit grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat: • de gemeente duurzaam bodembeheerbeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is; • meer vrij grondverzet7 kan plaatsvinden; • voor de gemeente en haar inwoners besparingen kunnen worden gerealiseerd in tijd en kosten bij projecten waar grondverzet plaats gaat vinden omdat geen onderzoek uitgevoerd hoeft te worden naar de kwaliteit van de toe te passen grond en de ontvangende bodem (zie ook het hieronder genoemde onderdeel financiën); • voor de gemeente en haar inwoners besparingen kunnen worden gerealiseerd (kosten) bij omgevingsvergunningaanvragen omdat onder bepaalde voorwaarden een verminderde onderzoeksinspanning wordt verlangd (zie ook het hieronder genoemde onderdeel financiën); • meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond duurzaam her te gebruiken; • de druk op het gebruik van primaire bouwstoffen én secundaire bouwstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd. • de druk op het wegennet, uitstoot van uitlaatgassen en gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker).

Mandateren bevoegdheden Het geactualiseerde gebiedsspecifiek grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit gebiedsspecifiek beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit 8, worden vastgesteld door de Gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het betreft besluiten voor: • wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart (dit is een voortzetting tot nu toe gevoerde beleid); • het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid (dit is een voortzetting tot nu toe gevoerde beleid); • het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond (dit is een voortzetting tot nu toe gevoerde beleid); • het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gebiedsspecifieke grondstromenbeleid (dit is nieuw beleid). Het college rapporteert jaarlijks de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden aan de Gemeenteraad.

7 8

Van vrij grondverzet is sprake als de kwaliteit van de grond voorafgaand aan het grondverzet niet hoeft te worden vastgesteld. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december 2007.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Ter introductie

Financiën Het (nieuwe) gemeentelijke beleid heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Met het (nieuwe) gemeentelijke beleid kunnen voor de gemeente en haar de inwoners besparingen worden gerealiseerd bij: • onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij omgevingsvergunningaanvragen; • transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond; • aanschafkosten voor de toe te passen primaire bouwstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank).

Communicatie De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, wordt door de gemeente digitaal beschikbaar gesteld op de gemeentelijke website. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Ter introductie

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

blz. 1

1.1 Aanleiding en doelstelling

1

1.2 Afbakening nota bodembeheer

2

1.2.1 Bevoegd gezag

2

1.2.2 Reikwijdte

3

1.2.3 Grens landbodem-waterbodem

3

1.3 Geldigheid

4

1.4 Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

4

1.4.1 Verantwoordelijkheid

4

1.4.2 Aansprakelijkheid

5

1.5 Deze nota in relatie tot de Omgevingswet

5

1.6 Leeswijzer

6

2.

De vastgestelde bodemkwaliteit in de gemeente Pijnacker-Nootdorp

8

3.

De maatschappelijke opgave

11

4.

De uitwerking van het gemeentelijke beleid

12

4.1 Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik van grond

12

4.2 Vaststellen Lokale Maximale Waarden

12

4.2.1 Inleiding

12

4.2.2 Lokale Maximale Waarden zone “B1. Historische bebouwing en kassen” (bodemlaag 0-0,5 m-mv)

13

4.2.3 Lokale Maximale Waarden zone “B4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970” (bodemlaag 0-0,5 m-mv) 13 4.2.4 Lokale Maximale Waarden onverharde (spoor/metro/weg)bermen (bodemlaag 00,5 m-mv) 14 4.2.5 Lokale Maximale Waarden plangebied Oude Polder (bodemlaag 0-0,5 m-mv) 15 4.2.6 Lokale Maximale Waarden toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (bodemlaag 0-0,5 m-mv) 15 4.2.7 Lokale Maximale Waarden tijdelijke opslag

16

4.2.8 Toepassen PFAS-houdende grond en verspreiden PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie

16

4.3 Toepassen van grond met bodemvreemd materiaal

17

4.4 Toepassen van grond met asbest verdacht materiaal

18

4.5 Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij bestaande kabels, leidingen en rioleringen en groenvoorzieningen 19 4.6 Toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden maaiveld

20

4.7 Grond afkomstig van buiten de gemeente Pijnacker-Nootdorp

20

4.8 Grondverzet kleine partijen grond (kleiner dan 50 m 3)

21

4.9 Toepassen van grond in een grootschalige bodemtoepassing

21

4.10 Toepassen van grond uit een tijdelijke opslag

22

4.11 Terugsaneerwaarden en hergebruik grond op te saneren en gesaneerde locaties

23 Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Inhoudsopgave

4.11.1 Terugsaneerwaarden en hergebruik grond

23

4.11.2 Melden grondverzet op een saneringslocatie

24

4.12 Bijzondere omstandigheden bij grondverzet 4.12.1 Van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties en gebieden en toepassen grond uit een categorie-1 werk

24 24

4.12.2 Gebruik van de ontgravings- of toepassingskaart bij een al onderzochte locatie 25 4.12.3 Beschermde gebieden

26

4.13 Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij het bodemverontreinigende activiteiten

26

4.14 Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij vaststellen veiligheidsklasse

27

4.15 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie

28

4.15.1 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam

28

4.15.2 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie op aangrenzend perceel

28

4.16 Nieuwe onderkende verontreinigingsbronnen

29

4.17 Voorkomen verspreiding invasieve exoten (flora) bij grondverzet

29

4.18 Totaaloverzicht gebiedsspecifiek beleid gemeente Pijnacker-Nootdorp

30

4.19 Mogelijkheden vrij grondverzet

31

5.

Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel

32

6.

Onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet

33

6.1 Historisch onderzoek

33

6.1.1 Landelijke regelgeving

33

6.1.2 Gemeentelijke regelgeving

34

6.2 Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem

7.

8.

9.

35

6.2.1 Toe te passen grond

35

6.2.2 Ontvangende bodem

36

Procedures

37

7.1 Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet

37

7.2 Melden grondverzet

37

7.2.1 Toepassen van grond (landelijke regelgeving)

37

7.2.2 Graafwerkzaamheden (gemeentelijke regelgeving)

38

7.2.3 Tijdelijke opslag

38

7.3 Registratie en archivering van meldingen door de gemeente

39

7.4 Beoordeling van de melding

39

7.5 Transport van grond

40

7.6 Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen

40

7.7 Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel

40

Controle en handhaving

41

8.1 Betrokkenen bij grondstromen

41

8.2 Controle en handhaving

41

Vrijstelling bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning

43

9.1 Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvraag activiteit bouwen

43

9.2 Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvraag activiteit ruimtelijke planvorming 43 Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Inhoudsopgave

9.3 Voorwaarden vrijstelling bodemonderzoek bij omgevingsvergunningaanvraag activiteiten bouwen en ruimtelijke planvorming 10. Mandatering bevoegdheden van de Raad naar het college

44 45

10.1 Inleiding

45

10.2 Bodemfunctieklassenkaart

45

10.3 Aanvullende bodeminformatie

45

10.3.1 Uitgesloten locaties en gebieden

45

10.3.2 Resultaten van een verdachte locatie

46

10.4 Uitbreiding bodembeheergebied

46

10.5 Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart

46

10.6 Procedure

47

10.7 Rapportage

47

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Begrippenlijst Wet- en regelgeving Statistische parameters bodemkwaliteitszones getoetst het besluit bodemkwaliteit (voor standaardbodem) Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) Vragenformulier historische gegevens Meldingsformulier graafwerkzaamheden

Kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 Ligging bodemkwaliteitszones boven- en ondergrond Kaartbijlage 3A Ontgravingskaart bovengrond Kaartbijlage 3B Ontgravingskaart ondergrond Kaartbijlage 4A Toepassingskaart bovengrond – generiek beleid Kaartbijlage 4B Toepassingskaart ondergrond – generiek beleid Kaartbijlage 5A Toepassingskaart bovengrond – gebiedsspecifiek beleid Kaartbijlage 5B Toepassingskaart ondergrond – gebiedsspecifiek beleid

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Inhoudsopgave

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

De gemeente heeft de in 2014 opgestelde bodemkwaliteitskaart9 en deze nota bodembeheer geactualiseerd10, ook voor de PFAS-verbindingen11. Ook de in 2014 opgestelde bodemfunctieklassenkaart1 is plaatsen aangepast. Met de aanpassing van de bodemfunctieklassenkaart en de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer stemt de gemeente haar beleid nóg beter af op het gewijzigde landelijke beleid, op nieuwe inzichten en op de plaatselijke situatie om meer grondstromen mogelijk te maken (werk met werk maken). Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’ weergegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft voor de gemeente de gemiddelde chemische bodemkwaliteit weer voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. Deze nota bodembeheer gaat over het duurzame hergebruiksbeleid voor grond en baggerspecie (hierna tezamen aangeduid met 'grond') op het grondgebied van de gemeente PijnackerNootdorp. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader inwerking getreden voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie12.

De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond vrij. Het (tijdelijk) ontgraven en hergebruik of toepassen van grond valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit13 14 (hierna 'het Besluit' en 'de Regeling'). Het gemeentelijke grondstromenbeleid (nuttig hergebruik van grond) moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt vorm gegeven aan het duurzaam en verantwoord beheer van de bodem in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Er zijn vier motieven voor het duurzaam en verantwoord bodembeheer: 1. Een standstill voor de bodemkwaliteit op bodembeheergebiedsniveau (de kwaliteit van de bodem in het bodembeheergebied moet gelijk blijven en op termijn verbeteren). 2. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). 3. Kostenbesparing (minder onderzoeks- en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). 4.

Minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van fijnstof en CO2 en minder grondverwerking).

9 10 11

12 13 14

Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp, projectcode: 11K140, CSO Adviesbureau voor MilieuOnderzoek B.V., 15 december 2014. Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp, documentnummer: SOB011007.RAP001, WSP, 20 juli 2021. Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december 2007. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 20 december 2007, en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 1 / 47

Deze nota bodembeheer geeft aan hoe de vrijkomende grond op en in de landbodem kan en mag worden hergebruikt of toegepast. De nota is bedoeld voor iedereen die te maken heeft met grondverzet op het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Hierin is de gemeente Pijnacker-Nootdorp voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag van het Besluit. De gemeente Pijnacker-Nootdorp volgt bij haar grondstromenbeleid het landelijke, generieke, kader van het Besluit bodemkwaliteit. Op sommige onderdelen wordt afgeweken van het generieke kader en heeft de gemeente gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifiek beleid wordt een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeente. De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer vormen samen een belangrijk basis voor het duurzame en verantwoorde hergebruiksbeleid van grond in de gemeente. De kaarten en de nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken. Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaart, de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer vervangen.

1.2

Afbakening nota bodembeheer

1.2.1 Bevoegd gezag In de meeste situaties is bij het toepassen van grond op of in de landbodem de gemeente waar de toepassingslocatie is gelegen het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit15 vallen, is de vergunningverlener het bevoegd gezag. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeente Pijnacker Nootdorp is dat het Hoogheemraadschap van Delfland. Op een saneringslocatie is de Wet bodembescherming16 bepalend. Voor de gemeente is dat, totdat de Omgevingswet inwerking treedt, meestal de provincie Zuid-Holland. De Provincie ZuidHolland heeft deze taken voor de gemeente gemandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de gemeente voor haar eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de (beschikte) spoedlocaties, de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet én complexe bedrijven. Voor deze locaties blijft de Provincie Zuid Holland bevoegd gezag. Bij een nieuwe verontreiniging (veroorzaakt op of na 1 januari 1987) binnen een omgevingsvergunningplichtige inrichting, toetst de vergunningsverlener Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 17 van de desbetreffende inrichting of zijzelf dan wel de provincie Zuid-Holland als het bevoegd gezag optreedt.

Voor de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming binnen de (toekomstige) Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening18 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag.

15

Activiteitenbesluit, publicatie Staatsblad, nummer 415, 2007 en latere wijzigingen. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. 17 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, publicatie Staatsblad, nummer 570, 24 december 2009 en latere wijzigingen. 18 Wet ruimtelijke ordening, publicatie Staatsblad, nummer 15, 22 maart 2007 en latere wijzigingen. 16

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 2 / 47

Voor de gemeente wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet19. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem.

1.2.2 Reikwijdte Deze nota bodembeheer heeft betrekking op het toepassen van grond op of in de landbodem op het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dit niet het geval is, gaat het niet om het nuttig hergebruiken van grond en wordt de grond als afvalstof gezien. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit voor de geluidswering noodzakelijk is. Voor grondverzet in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 inwerking en vervalt de Wet bodembescherming. Diverse onderwerpen uit de Wet bodembescherming komen in het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening. Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeente een omgevingsvergunning (vroeger aanlegvergunning) worden aangevraagd (artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

Afhankelijk van de locatie is ook een ontheffing noodzakelijk van het daar geldende bestemmingsplan. Het in deze nota geformuleerde beleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. In dat geval toetst de gemeente Pijnacker-Nootdorp of deze toepassing voldoet aan het gemeentelijke grondstromenbeleid. Grondverzet bij bodemsanering Bij een bodemsanering kan sterk verontreinigde grond worden ontgraven en eventueel de saneringsput opgevuld met grond. Ook kan een bodemsanering plaatsvinden door het aanbrengen van een isolatielaag, ophooglaag of een leeflaag met grond. Afhankelijk van het type bodemsanering kan de bodemfunctieklassenkaart of de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de terugsaneerwaarde(n) te bepalen (zie § 4.11). Het aanvullen van een saneringsput of het aanbrengen van een ophooglaag of leeflaag als sanerende maatregel is in het kader van het Besluit een nuttige toepassing. Afhankelijk van de ligging van de saneringslocatie gelden hierbij de toepassingseisen die in deze nota bodembeheer zijn geformuleerd (zie hoofdstuk 4).

1.2.3 Grens landbodem-waterbodem De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” Ter plaatse van de waterbodems is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Binnen de gemeente is dat het Hoogheemraadschap van Delfland en eventueel de gemeente als hier afspraken over zijn gemaakt. Ter plaatse van de overige wateren in het bodembeheergebied van het 19

Waterwet, publicatie Staatsblad, nummer 489, 24 november en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 3 / 47

Hoogheemraadschap van Delfland is de Keur Delfland20 van toepassing. De Keur is alleen van toepassing op waterstaatswerken. Dat wil zeggen oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en op de daarlangs gelegen beschermingszones (zie figuur 1.1). De ligging van deze gebieden is weergegeven in de leggerkaarten die beschikbaar zijn bij het Hoogheemraadschap (https://www.hhdelfland.nl/).

Figuur 1.1. Schematische dwarsdoorsnede van een oppervlaktewaterlichaam en bijbehorende beschermingszones (zonder natte ecologische zone of waterberging).

1.3

Geldigheid

De nota bodembeheer wordt door de gemeente vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De bodemkwaliteitskaart wordt maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling van deze nota bodembeheer geëvalueerd (zie artikel 4.3.5 van de Regeling). Voor een bodemfunctieklassenkaart geldt geen wettelijke houdbaarheidstermijn. Een bodemkwaliteitskaart moet elke 5 jaar opnieuw worden vastgesteld, ongeacht of er aanpassingen zijn. Met de bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemfunctieklassenkaart geëvalueerd. Als de bodemfunctieklassenkaart moet worden aangepast, moet deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. Op basis van de evaluatie van de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Alleen als het gebiedsspecifieke beleid (artikel 44 van het Besluit) moet worden aangepast, moet ook de nota opnieuw door elke gemeenteraad bestuurlijk worden vastgesteld.

1.4

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

1.4.1 Verantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook eenieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het toepassen van grond te melden. In § 7.2.1 is een aantal situaties beschreven waarbij het toepassen van grond niet gemeld hoeft te worden.

20

Keur Delfland, 19 februari 2015.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 4 / 47

De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het grondverzet en daarna eenieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: • Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer21 (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. • Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. • Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera. • Zorgplicht uit het Besluit (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover van hem kan worden gevergd. De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, kan geen beroep worden gedaan op de gedane melding of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn.

Ook na toepassing mag het bevoegd gezag nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond/bagger van een onjuiste kwaliteit.

1.4.2 Aansprakelijkheid De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer voor het grondverzet en daarna eenieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een (indicatief) onderzoek te laten uitvoeren.

1.5

Deze nota in relatie tot de Omgevingswet

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur inwerking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie komt daarmee te vervallen en worden in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings-) wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifieke beleid wordt hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortgezet. Deze nota bodembeheer kan ook onderdeel uitmaken van de nog op te stellen Omgevingsvisie. Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie. Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht van de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen.

Het verdient de aanbeveling om het hergebruik van grond terug te laten komen in een nieuw Omgevingsplan, met het oog op de bodem. 21

Wet milieubeheer, publicatie Staatsblad, nummer 443, 1980 en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 5 / 47

Met de Omgevingswet wijzigt ook het normenkader. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) is gelijk aan de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ is gelijk aan de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt. Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te maken. De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: • om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit kwaliteit leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; • om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit).

Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de kwaliteitsborging in het bodembeheer22 23 gelden; de zogenaamde ‘Kwalibo’; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd (zie artikel 2.1 van de Regeling). Opgesteld gemeentelijk/regionaal beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op. Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet. De bodemkwaliteitskaarten kunnen ook gebruikt worden bij het Activiteitenbesluit of bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor omgevingsvergunningen. Bij nog niet gesaneerde en beheerde grondwaterverontreinigingen wordt de regelgeving in de Omgevingswet als volgt: • Op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld (her)ontwikkelingsprojecten of tijdens graafwerk) moet door de initiatiefnemer de bron van de grondwaterverontreiniging worden gesaneerd. • Afhankelijk van de urgentie en het gebruik van de boven- en ondergrond (bijvoorbeeld drinkwaterwinning) neemt de overheid initiatieven om de pluim van de grondwaterverontreiniging aan te pakken. In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten.

De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, wordt door de gemeente digitaal beschikbaar gesteld op de gemeentelijke website. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

1.6

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de vastgestelde bodemkwaliteit in de gemeente Pijnacker-Nootdorp waarna in hoofdstuk 3 een toelichting is gegeven op de maatschappelijke opgave over het grondverzet in de gemeente. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van grond is in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op de onderzoeksinspanning die moet worden verricht voorafgaand aan het grondverzet. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond zijn hoofdstuk 7 beschreven. In hoofdstuk 8 is ingegaan op de controle en de handhaving van grondstromen. Een verminderde onderzoeksinspanning van bodemonderzoek bij 22

Vanaf 1 oktober 2006 is de wettelijke regeling, die bekend staat als Kwalibo (KWALIteitsborging in het BOdembeheer), gefaseerd inwerking getreden. Het doel van de regeling is zowel de kwaliteit van de uitvoering als de integriteit van de bodemintermediairs te verbeteren. De Kwalibo-regeling bevat verplichtingen voor bodemintermediairs, bestuursorganen en opdrachtgevers/eigenaren. De regels zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. 23 Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer, publicatie Staatsblad nr. 434, 28 september 2006, en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 6 / 47

omgevingsvergunningaanvragen is in hoofdstuk 9 geformuleerd. Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk waarin enkele mandateringen van bevoegdheden door de Gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders zijn beschreven. De in dit rapport gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. Op de Wet- en regelgeving bij het ontgraven en toepassen van grond is in bijlage 2 ingegaan. In de bijlagen 3 is de statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten opgenomen. De mogelijkheden voor vrij grondverzet binnen de gemeente zijn weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 4 is opgenomen. En in de bijlage 5 en 6 zijn respectievelijk het vragenformulier historische gegeven en het Meldingsformulier graafwerkzaamheden opgenomen. Op de kaartbijlagen 1 en 2 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen 3 zijn de ontgravingsklassen weergegeven. De toepassingseisen voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn voor het generieke en gebiedsspecifieke kader opgenomen in respectievelijk de kaartbijlagen 4 en 5.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 7 / 47

2.

De vastgestelde bodemkwaliteit in de gemeente Pijnacker-Nootdorp

Als gevolg van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van de wijken, en de diffuse belasting door emissies van bedrijven en voertuigen, kan de bodem diffuus belast zijn met verontreinigende stoffen. In het algemeen geld: hoe langer een gebied door mensen in gebruik is, des te meer een gebied belast is. In verband hiermee heeft een indeling plaatsgevonden op basis van bodemgebruik en ouderdom. Bij de indeling heeft ook de vastgestelde bodemkwaliteit een rol gespeeld. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart24 is het gemeentelijk grondgebied op basis van de bovengenoemde criteria in acht bodemkwaliteitszones verdeeld. Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen chemische bodemkwaliteit aangetroffen (zie de kaartbijlagen 2). Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste halve meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De kaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten 25. De bodemkwaliteitskaart is voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte vastgesteld voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).

Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen26 vastgesteld. Voor de PFAS-verbindingen is conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond27 de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gevolgd voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFASverbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv. De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • De rijkswegen en provinciale wegen inclusief de wegbermen (andere beheerorganisatie). • Aangewezen gemeentelijke wegen: Langelandseweg, Nieuwkoopseweg, Laakweg, Overgauwseweg, Zuideindseweg, Oude Leedeweg, Wilgenweg, Verlengde Komkommerweg (tussen N470 en Delftsestraatweg) en Zijdeweg.

• • •

•

Spoorgebonden gronden: spoorlijnen en emplacementen, inclusief spoorbermen en terreinen in eigendom van Rail Infra Trust en NS-Vastgoed (andere beheerorganisatie). Metro (RET) gebonden gronden. Locaties met, of die verdacht zijn voor, een lokale, sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende en verwerkende bedrijven ) , inzet blusschuim en secundaire bronnen ) én locaties die verdacht zijn op het diffuus voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).

24

Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp, documentnummer: SOB011007.RAP001, WSP, 20 juli 2021. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, voormalig ministerie van VROM en van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. 26 Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 27 Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. 25

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 8 / 47

•

• • •

Een enkel niet-aaneengesloten gebied van de bodemkwaliteitskaart: o B3/T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990: Gebied omsloten door de Overgauwseweg, Dokter W. van der Horstlaan, Europalaan en Tuindersweg in Pijnacker Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Waterbodems (ander bevoegd gezag; het Hoogheemraadschap van Delfland). Ook het grondwater wordt uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.

Voor elke zone is de gemiddelde chemische bodemkwaliteit in beeld gebracht. De vastgestelde gemiddelde kwaliteit per zone is opgenomen in tabel 2.2. De kwaliteit is ingedeeld volgens de landelijk vastgestelde klassen voor ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De statistische onderbouwing en de vastgestelde kwaliteitsklassen zijn weergegeven in de bijlagen 3. Uit tabel 2.1 blijkt dat conform het generieke kader van het Besluit, in de bodemkwaliteitszone ‘B1, Historische bebouwing en kassen’ de ontgraven grond niet mag worden teruggeplaatst in dezelfde zone. Dit komt omdat de toepassingseis strenger is dan de ontgravingskwaliteit van de betreffende zone. Hierdoor zijn de mogelijkheden om gebiedseigen grond nuttig her te gebruiken beperkt. Binnen het gebiedsspecifieke kader van het Besluit heeft de gemeente de mogelijkheid om beleid te formuleren waardoor meer grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en ‘Wonen’ kan worden hergebruikt dan mogelijk is in het generieke kader van het Besluit. Dit gebiedsspecifieke beleid is in hoofdstuk 4 van deze nota bodembeheer beschreven.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 9 / 47

Tabel 2.1: Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfuncties conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Bodemkwaliteitszone

Bodemfunctieklasse

Verwachte ontgravingsklasse

Toepassingseis (generiek beleid van het Besluit) @

Bovengrond: bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte # Industrie Wonen 1) B1. Historische bebouwing en Wonen Industrie 1) kassen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Wonen B2. Bebouwing na 1945 Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen B3. Kassen 1945-1970 en Wonen $ wonen na 1990 * Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie B4. Buitengebied incl. recreatie Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur en kassen na 1970 Landbouw/natuur Ondergrond: bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte ## Industrie Wonen T1/O1. Historische bebouwing Wonen Wonen en kassen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie T2/O2. Bebouwing na 1945 Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen T3/O3. Kassen 1945-1970 en Landbouw/natuur Landbouw/natuur wonen na 1990 * Landbouw/natuur Industrie T4/O4. Buitengebied incl. Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur recreatie en kassen na 1970 Landbouw/natuur 1) De toets om de bodemkwaliteitsklasse (mede bepalend voor de toepassingseis) en de ontgravingsklasse te bepalen verschilt. De toetsingsmethodiek voor de ontgravingsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’.

De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse. Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden zoals in de bodemkwaliteitszone van de bovengrond (0-0,5 m-mv) ‘B1. Historische bebouwing en kassen’. # De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassingen van grond. ## De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassingen van grond..

De ondergrond (1,0-2,0 mmv) heeft naar verwachtring een vergelijkbare of betere kwaliteit als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv. @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. $ Deze bodemkwaliteitszone is verdacht op (diffuus) verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen. * In deze zone is een deelgebied niet gezoneerd

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 10 / 47

3.

De maatschappelijke opgave

De gemeente Pijnacker-Nootdorp verwacht de komende 5 tot 10 jaar een continue stroom grondverzet (-tijdelijk- ontgraven, toepassen en hergebruik van grond). Een voorbeeld hiervan is het regulier onderhoud aan wegbermen, rioleringen, kabels, leidingen, groenvoorzieningen en (vervangende) nieuwbouwprojecten. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente blijkt dat met de generieke regels van het Besluit er gebieden zijn waar gebiedseigen grond niet kan worden hergebruikt. De toepassingseisen zijn hier strenger dan de gebiedseigen grondkwaliteit (zie hoofdstuk 2, tabel 2.1). Hierdoor kan veel ontgraven grond niet worden hergebruikt en moet vervolgens worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Ook moet hierdoor grond van elders (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten), die wel voldoet aan de toepassingseisen, worden aangekocht en aangevoerd. Door gebiedsspecifiek beleid op te stellen en met een goede onderlinge afstemming kan vrijkomende grond uit het ene project weer nuttig worden hergebruikt in een ander project. Werk met werk maken. Op deze wijze wil de gemeente invulling geven aan een duurzamer en goedkoper bodembeheer. Werk met werk maken. Er zijn dan minder onderzoeks- en grondverwerkingskosten nodig, er hoeft minder grond te worden aangekocht en ook de transportafstanden worden gereduceerd.

De verkeersdruk en de uitstoot van schadelijke stoffen zoals fijn stof en CO 2 en het gebruik van energie nemen af. Het gebiedsspecifiek beleid bij de toepassingen van grond zijn nuttig en milieuhygiënisch verantwoord en brengen bij het huidige en het beoogde bodemgebruik geen risico’s met zich mee. Het gebiedsspecifiek beleid is in hoofdstuk 4 onderbouwd en beschreven.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 11 / 47

4.

De uitwerking van het gemeentelijke beleid

4.1

Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik van grond

Bij het nuttig toepassen van grond hanteert de gemeente Pijnacker-Nootdorp het standstill principe op bodembeheergebiedsniveau, het gemeentelijke grondgebied. Het standstill principe betekent dat de bodemkwaliteit in de gemeente gelijk moet blijven en op termijn verbetert. Binnen het bodembeheergebied is een vermindering van de kwaliteit alleen toelaatbaar: • met grond uit de gemeente Pijnacker-Nootdorp; • als de vastgestelde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.2) niet worden overschreden; • als elders in het gebied een verbetering van de bodemkwaliteit wordt gerealiseerd. De Lokale Maximale Waarden voldoen aan de landelijke definitie voor ‘duurzaam geschikt voor het beoogde gebruik’. Er treden met de plaatselijke vermindering van de kwaliteit geen risico’s op voor het (toekomstig) bodemgebruik. Op gebiedsniveau wordt als volgt invulling gegeven aan het ‘standstill’ principe: • Daar waar de grond wordt ontgraven treedt een lokale verbetering op van de bodemkwaliteit. • In gebieden waar een strengere toepassingseis geldt dan de kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt een verbetering gerealiseerd. Voor grond van buiten de gemeente Pijnacker-Nootdorp gelden andere voorwaarden. Als dit van toepassing is, is dat in deze nota aangegeven. Om knelpunten bij grondverzet in de praktijk op te lossen binnen de regels van het Besluit, is gebiedsspecifiek beleid geformuleerd.

Dit is in de hierna volgende paragrafen uitgewerkt. In eerste instantie zijn de beperkingen van het generiek beleid ten aanzien van hergebruik van grond aangegeven. Vervolgens is het gebiedsspecifiek beleid verder uitgewerkt. Dit beleid is er op gericht de beperkingen zo veel mogelijk weg te nemen binnen de kaders van wet- en regelgeving en beleid én voor zover risico’s voor het (toekomstig) bodemgebruik dit toelaten. Voor een aantal situaties is strenger beleid geformuleerd. Naast het gebiedsspecifiek beleid is ook algemeen beleid voor het hergebruik van grond en het gebruik van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart in dit hoofdstuk uitgewerkt.

4.2

Vaststellen Lokale Maximale Waarden

4.2.1 Inleiding De mogelijkheden om grond uit de gemeente Pijnacker-Nootdorp met de ontgravingskwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ te kunnen hergebruiken, worden vergroot door gebiedsspecifiek beleid op te stellen. Het gebiedsspecifieke beleid staat toe dat in relatief schone gebieden, gebiedseigen grond mag worden toegepast met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en/of ‘Wonen’. De kwaliteit van de grond moet dan voldoen aan de betreffende bodemfunctie (zie kaartbijlage 1). Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. Het gebiedsspecifieke beleid, het vaststellen van Lokale Maximale Waarden, leidt tot een lokale verslechtering van de bodemkwaliteit met gebiedseigen grond. Maar omdat de Lokale Maximale Waarden voldoen aan de landelijke definitie voor ‘duurzaam geschikt voor het beoogde gebruik’, treden er geen risico’s op bij het (toekomstig) bodemgebruik. Daar waar de grond wordt ontgraven treedt een lokale verbetering op van de bodemkwaliteit. In het generieke kader van het Besluit is deze verslechtering niet mogelijk. Alleen in het kader van gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 12 / 47

Met het gebiedsspecifieke beleid wordt voorkomen dat de gemeente en ontwikkelaars onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of ‘Wonen’. De in de hierna volgende paragrafen vastgestelde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten gemeente Pijnacker-Nootdorp (zie ook § 4.7). Uitzondering hierop vormen de Lokale Maximale Waarden die strenger zijn vastgesteld dan het generieke beleid van het Besluit (zie § 4.2.6 voor het toepassen van grond in op onverharde kinderspeelplaatsen en moes/volkstuin(complex)en).

4.2.2 Lokale Maximale Waarden zone “B1. Historische bebouwing en kassen” (bodemlaag 0-0,5 m-mv) Om de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ te vergroten, staat de gemeente toe dat in de zone “B1 Historische bebouwing en kassen” met de bodemfunctie Industrie, in de bodemlaag 0-0,5 m-mv grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ mag worden toegepast (zie kaartbijlage 5A). De kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Industrie). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op. NB

Ter plaatse van bedrijfswoningen in de zone “B1 Historische bebouwing en kassen” mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’. De Lokale Maximale Waarde voor de zone “B1 Historische bebouwing en kassen” met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ is voor de bodemlaag 0-0,5 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Ter plaatse van bedrijfswoningen in de zone “B1 Historische bebouwing en kassen” mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’.

4.2.3 Lokale Maximale Waarden zone “B4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970” (bodemlaag 0-0,5 m-mv) Om de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ te vergroten, staat de gemeente toe dat in de zone “B4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970” met de bodemfuncties ‘Industrie’ of ‘Wonen’, in de bodemlaag 0-0,5 m-mv grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ mag worden toegepast (zie kaartbijlagen 5A). De kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is beter of gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Industrie en Wonen). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op. De Lokale Maximale Waarde voor de zone “B4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970”met de bodemfunctieklassen ‘Industrie’ of ‘Wonen’ is voor de bodemlaag 0-0,5 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Wonen’.

Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 13 / 47

4.2.4 Lokale Maximale Waarden onverharde (spoor/metro/weg)bermen (bodemlaag 0-0,5 m-mv) Van onverharde (spoor/metro/weg)bermen is het bekend dat deze verontreinigd kunnen zijn als gevolg van: • activiteiten op en rond het spoor (zware metalen, PAK, olie, bestrijdingsmiddelen). • depositie uitlaatgassen (PAK, lood); • afstromend regenwater (minerale olie, PAK en lood); • funderingsmateriaal (zware metalen en PAK); • toepassing van teerhoudend asfalt (PAK); • uitloging vangrails (zink); • slijtsel van bovenleidingen, stroomafnemers en slijtage van rails (cadmium, lood, koper, zink); • toepassing van bestrijdingsmiddelen voor het vrijhouden van het spoor van onkruid. De onverharde (spoor/metro/weg)bermen die op de bodemfunctieklassenkaart zijn aangegeven met de functie ‘Industrie’ (zie kaartbijlage 1), zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Hierdoor bestaat er voor het toepassen van (spoor/metro/weg)bermgrond in (spoor/metro/weg)bermen een dubbele onderzoeksinspanning. Van zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem moet met een onderzoek de kwaliteit worden vastgesteld. Omdat het bekend is dat onverharde (spoor/metro/weg)bermgrond belast wordt met verontreinigende stoffen, wordt het niet duurzaam geacht dat bij wegbermen wordt uitgegaan van het generieke toetsingskader van het Besluit.

Juridisch gezien mogen geen Lokale Maximale Waarden worden opgesteld voor gebieden waar de kwaliteit van de ontvangende bodem niet bekend is28. Maar om de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ te vergroten, staat de gemeente lokale verslechtering toe met gebiedseigen grond in de onverharde (spoor/metro/weg)bermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ en ‘Wonen’ (zie kaartbijlage 1) met respectievelijk maximaal de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en ‘Wonen’. Deze kwaliteitsklasse is gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik van deze onverharde wegbermen. Hierdoor treden er bij het bodemgebruik geen risico's op als grond met de kwaliteitsklassen 'Industrie' of ‘Wonen’ wordt toegepast. NB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10535215/1