CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - Notitie normaliseren en de-medicaliseren versie 15-06-2021

Raad Besluitvorming 24 juni 2021, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: f. Normaliseren en (de)medicaliseren (Voorstel maatregel P1 jeugd uit Interventieplan kostenbeheersing sociaal domein)10.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eigenlijk vinden we een label dan beter uit te leggen. • Belangrijk om goed te kijken naar wat er al gedaan wordt en hoe deze beweging kan worden voortgezet. • De maatschappij heeft de neiging om veel te willen verklaren en dat labels met regelmaat als excuus worden gebruikt in de opvoeding. Voorbeelden/ aanbevelingen: • Meer inzetten op zelfredzaamheid en investeren in het voorliggend veld. pagina 25/29

• • • • •

Zelfredzaamheid bevorderen via sport en op school. Hierbij kan men denken aan peer to peer education. Beter gekeken moet worden naar de effectiviteit van hulp. Ieder bewandelt zijn eigen pad op zijn eigen tempo. Geef de ruimte. Een richtinggevend kader kan helpen als handvat om in de uitvoering financiële prikkels te beperken. Doorbouwen op de weg die we hebben ingeslagen.

Figuur 3 Wat verstaat de gemeente onder normaliseren.

In gesprek met ouders/opvoeders en inwoners Vragen: • Welke (opgroei- en opvoed)vragen heeft u als opvoeder? • Wanneer is iets een probleem/wanneer ervaar je iets als een probleem? (normaliseren)? • Hoe pak je dat aan/wat doe je zelf/kun je gebruikmaken van een netwerk en waar bestaat dat netwerk uit, wie zit daar in? • Wanneer lukt het niet meer zelf en wat doe je dan? • Hoe lang ga je door voordat je zelf niet meer kan? • Welke wensen, behoeften en opvattingen heeft u als ouders/opvoeders over opgroeien opvoedingsondersteuning? • Hoe lang ga je door met hulp? Wanneer is het “goed-genoeg”.

Ervaringen: • • • • • • • •

Kinderen worden naar school gebracht ipv zelf te fietsen. Dit is het begin van pamperen. Ouders/opvoeders zouden vooral hun kinderen moeten stimuleren het zelf te doen. Je merkt ook dat sommige kinderen overvraagd worden, zelf de deur uit moeten, soms kapotte kleding hebben of niet hebben gegeten. Je kunt best wat verwachten van kinderen, mits ze maar wel iemand hebben om op terug te vallen. Ouders/opvoeders die gestrest zijn, zorgen vaak ook voor gestreste kinderen. Beschikbaar zijn als ouders/opvoeders voor je kind, eigenlijk bij de normale dingen als aandacht en structuur (rust, reinheid, regelmaat). Netwerk van ouders/opvoeders is belangrijk, soms helpen tantes of grootouders mee in het opvoeden en die corrigeren dan net zo makkelijk de kinderen als de ouders/opvoeders zelf. Ouders/opvoeders willen eigenlijk dat alles goed gaat, maar het is ook belangrijk zelf het voorbeeld te geven dat je het soms ook even niet weet en dat er problemen (kunnen) zijn. Ook als professional is het goed je kwetsbaar op te stellen. Kinderen hoeven ook echt niet allemaal naar een cursus. Leeftijdsgenoten corrigeren de kinderen onderling. Werkt vaak veel beter. Ouders/opvoeders vragen of hun kind adhd heeft, want dat zegt de leerkracht. Eigenlijk hebben kinderen altijd wel iets, maar het gaat erom wat een kind nodig heeft.

pagina 26/29

•

Dat kan ook zonder label, diagnose. Voor ouders/opvoeders kan een label wel duidelijkheid en rust geven. Ook is een diagnose soms echt nodig. Prestatiedruk. Vooral bij schooladviezen komt dit voor, er wordt aangegeven dat het laag is ipv passend.

Voorbeelden/ aanbevelingen: • Ouderkamer op school; ouders/opvoeders spiegelen elkaar en geven je ook soms een complimentje en dat is prettig. • Benutten van de activiteiten in bibliotheek, zoals de Voorlees Express. • Ouders/opvoeders ervaren wel een drempel om naar activiteiten toe te gaan. HomeStart kan ouders/opvoeders helpen/ondersteunen om wel te gaan. Als ze eenmaal zijn gegaan, dan vinden ze het vaak wel prettig. • Scoutingveld is opgesteld geweest voor andere activiteiten gedurende de lock down, Bijvoorbeeld voor jongeren van 16 jaar als uitlaatklep. Dat was een groot succes. Organisaties kunnen elkaar helpen en samenwerken. • Buren die helpen bij het voorlezen voor een kind. • “Life skills” zouden kinderen ook op school moeten leren, zoals banden plakken etc. In gesprek met jongeren (14-16 jaar) Vragen: Wat verstaan jullie onder normaliseren? Wanneer is iets een probleem/wanneer ervaar je iets als een probleem? Gebruik je je netwerk (vrienden, familie, school) en waar bestaat dat netwerk uit, wie zit daar in? Ervaar je Prestatiedruk? Voorbeelden en adviezen. Input van de jongeren: • Wij krijgen zeker nu in deze corona-tijd, waarschuwingen als we op straat zijn en ook vaak gelijk een boete. • We zitten de hele dag thuis, we kunnen nergens heen alles is dicht. Dat geeft zeker met online les en werk van ouders/opvoeders een hoop stress.

• De jongeren geven aan dat ze allemaal een netwerk hebben waar mensen zijn die hen kunnen ondersteunen. Ouders/opvoeders, vrienden, vriendin van moeder, vertrouwenspersoon/mentor op school of de jongerenwerker. De jongerenwerker op de middelbare school wordt als heel toegankelijk ervaren, van de mogelijkheid om met hem te spreken daar maken de jongeren ook gebruik van. • Een van de jongeren geeft aan de ondersteuning die hij krijgt van het Kernteam te waarderen. Samen met de medewerker van het Kernteam neemt hij situaties thuis door en krijgt hij goede adviezen. • Een andere jongere geeft aan -als onderdeel van een reclasseringstraject- jeugdhulp thuis te gaan ontvangen. Ze denkt dat ze hier baat bij gaat hebben. • Een van de jongeren geeft aan dat ze wacht op de uitslag van een diagnostiseringstraject, maar echt spannend is dat niet meer, “want ik weet allang wat de uitkomst is, want ik heb dit mijn hele leven al”. • Alle gesproken jongeren wonen in Pijnacker. Ze vinden het fijn om in Pijnacker op te groeien, het ligt mooi in het midden van Nootdorp en Berkel. Voorbeelden/ aanbevelingen: • Eén van de jongeren zei heel mooi: ‘’iets meer normaal maken.” • We willen serieus genomen worden. • We willen een plek waar wij heen kunnen gaan. Er zijn in Pijnacker- Noord ongeveer 10 jongeren en in Pijnacker- Zuid ongeveer 20 jongeren die een plek zoeken.

Dit kan een bankje met een overkapping zijn, maar de jongeren zijn ook erg te spreken over het jongerencentrum in Bergschenhoek. • Het meidenwerk wordt erg gewaardeerd en de jongens zouden ook zoiets willen ‘een mannenbijeenkomst’.

pagina 27/29

In gesprek met maatschappelijke partners (JGZ Zuid-Holland West, GGD Haaglanden, Team4Talent, Humanitas Home-Start, Jong Perspectief, Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden-Holland en het Kernteam) Vragen: • Bij normaliseren waar denk je dan aan? Ken je zelf concrete voorbeelden van normaliseren, wat levert dat op? • Wij zetten in op drie verdiepingslijnen: een positief jeugdbeleid, de pedagogische civil society en interactieve beleidsvorming.” Op welke wijze kan jouw organisatie inzetten op normaliseren en een bijdrage leveren aan deze verdiepingslijnen? Wanneer ervaren ouders/opvoeders en jongeren iets als een probleem en lukt het niet meer zelf? Hoe zetten we ze in hun kracht/versterken we het netwerk (civil society)? • Deze notitie over normaliseren is bedoeld als input voor de visie op het voorliggend veld. Hebben we toereikende- en passende algemene voorzieningen en hoe zien jullie dat? • Hoe is de onderlinge samenwerking? Wat gaat goed, wat kan beter, wat verwacht je van de gemeente daarin? Ervaringen: • Bij een hulpvraag gaan we in het Kernteam eerst terug naar de basis/kern. Wat is er aan de hand? We gaan eerst terug naar de kern, voordat we direct doorgaan naar een oplossing. • Bij de JGZ doen we heel veel aan normaliseren.

We merken dat ouders/opvoeders de lat voor hun kinderen hoog leggen, dat maakt dat als kinderen daar niet aan voldoen, ouders/opvoeders ongerust worden. We stellen ouders/opvoeders gerust en zorgen dat ze met een goed gevoel weer de deur uit gaan. We zetten daar instrumenten voor in zoals de GIZ. • School is voor kinderen en jongeren van groot belang. Dat belang is extra zichtbaar geworden in de corona-tijd. • Armoede in gezinnen zorgt voor minder mogelijkheden voor kinderen die wel van belang zijn, zoals bereikbaarheid beschermende factoren. Voorbeelden/aanbevelingen: • We willen er zijn voordat hulpvragen ontstaan. Welk beeld geef je mee? Wat is normaal? • Informele hulp inzetten (vrijwilligers) is normaliseren. • Versterken van veerkracht van kinderen en jongeren en van zelfvertrouwen van ouders/opvoeders is van belang. • GGD Haaglanden kan helpen met het vergroten van inzicht in effectieve interventies die gebruikt kunnen worden. • Een stroomschema waarin helder wordt hoe alle inzet zich tot elkaar verhoudt en waarmee we elkaar kunnen vinden, zou heel helpend zijn. • Stimuleer dat ouders/opvoeders elkaar weer in de buurt ontmoeten (ontmoetingsplekken), met elkaar opvoedvraagstukken uitwisselen en elkaar ondersteunen. • Zet in op collectieve presentie/collectieve activiteiten.

• Van de aanpak in IJsland kunnen we leren dat er winst te halen valt in het versterken van verbindingen tussen onderwijs, welzijn, kinderopvang en sport/cultuur/scouting etc. • Zet in op beschermende factoren voor kinderen. • Er is kortdurende, laagdrempelige zorg (Reset) nodig voor (kwetsbare) ouders/opvoeders die net een kind gekregen hebben. • Peer to peer voor jongeren werkt, stimuleer jongeren daar waar ze energie van krijgen/ sluit aan bij hun talent. Pak dit speels aan. • Zorg voor onafhankelijkheid van hulpverleners bij jeugdigen en hun ouders/opvoeders, het beeld is nu dat er soms teveel afhankelijkheid bestaat. “Ik vind het zo fijn om met jou te blijven praten, daar ga ik graag nog even mee door”.

pagina 28/29

Wat nemen we o.a. mee uit het participatietraject: • Grenzen stellen aan kinderen vanuit ouders/opvoeders mag meer gestimuleerd worden. Dit is een manier om opvoedproblematiek te voorkomen. • Ouders/opvoeders met hulpvragen bij elkaar brengen. Stimuleren dat ouders/opvoeders elkaar weer in de buurt ontmoeten (ontmoetingsplekken), met elkaar opvoedvraagstukken uitwisselen en elkaar ondersteunen. • Vooral jong beginnen om de omgeving van jeugdige en ouders/opvoeders toe te rusten om met problemen om te gaan. Een solide basis is belangrijk. • Meer informele hulp inzetten (vrijwilligers), dat is normaliseren. • Ouders/opvoeders willen eigenlijk dat alles goed gaat, maar het is ook belangrijk zelf het voorbeeld te geven dat je het soms ook even niet weet en dat er problemen (kunnen) zijn. Ook als professional is het goed je kwetsbaar op te stellen. • Kinderen hoeven ook echt niet allemaal naar een cursus. Leeftijdsgenoten corrigeren de kinderen onderling. Werkt vaak veel beter. • Luisteren naar de jongeren, ze serieus nemen en niet al oordelen. • Scholen zijn een belangrijke speler in het signaleren van knelpunten/problemen. • Aansluiten van het aanbod bij de verschillende kernen. Rekening houden met verandering van bevolkingssamenstelling. • Preventief aanbod structureel inzetten op alle groepen op verschillende thema’s (doorlopende leerlijn).

• Preventief aanbod en activiteiten meer collectief inzetten in plaats van individueel. • Overzicht creëren van ons preventieve aanbod aan de hand van een stroomschema of routekaart. Dit voor kinderen, ouders/opvoeders, professionals en leerkrachten per thema en op een kalender. Vervolgens het aanbod nog onder de aandacht brengen op scholen en bij de maatschappelijke partners. • Normaliseren en de-medicaliseren visueel maken doormiddel van bijvoorbeeld een korte video. • De wens van scholen is jaarlijks een gesprek met de gemeente vanuit beleid om diverse thema’s te bespreken.

pagina 29/29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10272862/1