CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - Notitie normaliseren en de-medicaliseren versie 15-06-2021

Raad Besluitvorming 24 juni 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: f. Normaliseren en (de)medicaliseren (Voorstel maatregel P1 jeugd uit Interventieplan kostenbeheersing sociaal domein)10.340 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Leidende principes Normaliseren en de-medicaliseren Gemeente Pijnacker-Nootdorp April 2021

Inhoud 1.Inleiding ................................................................................................................. 4 Onze ambitie................................................................................................................... 4 Waarom deze notitie? .................................................................................................... 4 Interventieplan “Grip op het sociaal domein”................................................................ 4 Twee sporen ................................................................................................................... 5 Proces ............................................................................................................................. 5 2. Hoe gaat het nu? .................................................................................................... 6 2.1 Inleiding .................................................................................................................... 6 2.2 Groei aantal Jeugdhulp trajecten ............................................................................. 6 2.3 Cijfers Pijnacker-Nootdorp ....................................................................................... 6 2.4 Kostenontwikkeling per cliënt ..................................................................................

6 2.5 Prognose interventieplan ......................................................................................... 7 3. Positief opgroeien in Pijnacker-Nootdorp ............................................................... 8 3.1 Inleiding .................................................................................................................... 8 3.2 Kader preventief jeugdbeleid 2015 .......................................................................... 8 3.3 Civil society ............................................................................................................... 8 3.4 Beschermende factoren ........................................................................................... 9 3.4.1 Hoe zetten we de 10 beschermende factoren in? .......................................... 10 3.5 Overzicht van normale opgroei “problemen”/ontwikkelingen .............................. 10 3.6 Preventie ................................................................................................................. 11 3.7 Transformatie en innovatie in Pijnacker-Nootdorp ................................................ 12 4. De leidende principes ...........................................................................................

14 4.1 Inleiding .................................................................................................................. 14 4.2 Visie......................................................................................................................... 14 4.3 Doel ......................................................................................................................... 14 4.4 Leidende principes “ons gezamenlijke kompas” .................................................... 14 5. Rollen en verantwoordelijkheden ......................................................................... 16 5.1 Inleiding .................................................................................................................. 16 5.2 Wie gaat wat doen? ................................................................................................ 16 5.3 Ouders/ opvoeders ................................................................................................. 16 5.4 Toegang gemeente ................................................................................................. 16 5.5 Subsidie partners .................................................................................................... 16 5.6 Aanbieders en maatschappelijke partners .............................................................

16 5.7 Onderwijs ................................................................................................................ 17 6.Samen aan de slag! ............................................................................................... 18 6.1 Inleiding .................................................................................................................. 18 pagina 2/29

6.2 Dit wordt onze aanpak! .......................................................................................... 18 6.3 We gaan uit van het principe ‘goed is goed genoeg’.............................................. 19 6.4 Wanneer zijn we tevreden? .................................................................................... 19 6.5 Vervolg .................................................................................................................... 19 7. Evalueren en bijsturen ......................................................................................... 21 7.1 Inleiding .................................................................................................................. 21 7.2 Kostenbesparing ..................................................................................................... 21 7.2.1 Besparing 2020 en verder ................................................................................ 21 7.2.2 Conclusie .......................................................................................................... 21 7.3 Evaluatie en bijsturen ............................................................................................. 21 Bijlage 1.

Wat verstaan we onder ‘normaal opgroeien en opvoeden’ in de gemeente Pijnacker-Nootdorp?................................................................................................ 23

pagina 3/29

1. Inleiding Voor u ligt de notitie ‘leidende principes voor normaliseren en de-medicaliseren. Deze leidende (normaliserende) principes van opvoeden en opgroeien wordt de basis voor een duurzame werkwijze en een nieuwe mindset (cultuuromslag) binnen de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet en sluit aan op het preventieve jeugdbeleid. Onze ambitie De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft als ambitie dat kinderen en jongeren gezond, kansrijk en veilig opgroeien. Met ons jeugdbeleid zetten we in op preventie: problemen voorkomen waar dat kan door in te zetten op beschermende factoren, vroegsignalering om erger te voorkomen en leren omgaan met problemen. De visie op het sociaal domein vormt de basis voor ons handelen in het sociaal domein. Het professioneel vangnet is beschikbaar voor kwetsbare inwoners die het op eigen kracht niet redden. Zij zijn soms langdurig en niet zelden op meerdere leefgebieden afhankelijk van individuele arrangementen. Deze zijn ondersteunend om de eigen kracht en het eigen netwerk weer op te bouwen. Waarom deze notitie? Sinds de decentralisaties van het sociaal domein in 2015 is onze gemeente ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. De decentralisatie van deze taken van het Rijk naar gemeenten ging gepaard met een generieke korting van 22%. Tegelijkertijd nam het beroep op Wmo en Jeugdhulp in Nederland toe.

Daardoor werden gemeenten geconfronteerd met stijgende kosten binnen het sociaal domein, dat geldt voor onze gemeente voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdhulp. Sinds de decentralisatie is het aantal kinderen en jongeren met jeugdhulp met 17% gestegen. Vanaf 2017 is deze groei gestabiliseerd, maar de kostenontwikkeling niet. Bij ongewijzigd beleid is de verwachting dat de kosten nog verder oplopen. Door de blijvende kostenstijging en om uitgaven en de beschikbare middelen in evenwicht te brengen, zijn extra maatregelen nodig. Deze extra maatregelen moeten resulteren in betere beheersbaarheid en lagere kosten. En tegelijkertijd ook de kwaliteit van ondersteuning verbeteren. Pijnacker-Nootdorp staat niet alleen in deze uitdaging. Zowel regionaal als lokaal wordt ingezet op kostenbeheersing. In regionaal verband wordt op gebied van jeugdhulp samengewerkt om meer grip te krijgen op de inzet van de aanbieders, onder andere door resultaatgerichte sturing. Interventieplan “Grip op het sociaal domein” In oktober 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’. Met als doel de kosten beheersbaar te krijgen.

We hebben hierin in de afgelopen tijd al veel stappen gezet, voorbeelden hiervan zijn: de (her)vorming van de afdeling sociaal domein, aanpassing van de organisatievorm waarbij kernteammedewerkers in dienst van onze gemeente zijn gekomen, multidisciplinair werken en de versterking van de samenwerking met het voorliggend veld en een participatietraject. We bouwen hierop door! Deze notitie heeft betrekking op de P1 maatregel uit het interventieplan. In dit interventieplan is normaliseren en de-medicaliseren opgenomen met als doel dat we in 2021 het aantal verwijzingen naar jeugdhulp met 5% laten dalen. Wat willen we bereiken: •

•

pagina 4/29

Duidelijkheid in wat we niet onder jeugdhulp verstaan: Door het ‘open karakter’ van de Jeugdwet ontbreekt het nu aan duidelijkheid wat we wel en niet onder jeugdhulp verstaan. Straks is duidelijk wat we er in ieder geval niet onder verstaan. Dit passen we- indien nodig- ook aan in de verordening en beleidsregels. Beter passende en gerichte jeugdhulp: Specialistische jeugdhulp is de afgelopen jaren toegankelijker geworden voor kinderen en jongeren. Het is hierbij ook de vraag of specialistische jeugdhulp in alle gevallen ook een passende oplossing is voor de gestelde hulpvraag.

•

We scherpen de randvoorwaarden om voor jeugdhulp in aanmerking te komen aan, zodat jeugdhulp gerichter en dus ook passender ingezet kan worden. Passende hulp of ondersteuning kan ook gevonden worden in het voorliggend veld. Meer verantwoordelijkheid voor inwoners: We leggen voor lichte ondersteuningsvragen meer verantwoordelijkheid bij de inwoners. Zij moeten een groter beroep doen op hun eigen kracht, sociaal netwerk, informele hulp en algemene voorzieningen. Met als doel dat er minder kinderen en jongeren gebruikmaken van de jeugdhulp.

Twee sporen Dit project zetten we in vanuit twee sporen: kostenbeheersing en kwaliteitsverbetering. Naast het aanscherpen van randvoorwoorden “wat vinden we wel vallen onder jeugdhulp en wat niet”, gaan we ook op zoek naar meer mogelijkheden om eigen kracht, verantwoordelijkheid en oplossend vermogen van ouders/opvoeders en jeugd te stimuleren. En de mogelijkheden om hun netwerk te benutten en te activeren. Dit vraagt om een nieuwe mindset/cultuurverandering. Dit is met name gericht op minder stigmatisering (labelen), normalisering en de mindset dat opvoeden en opgroeien gaat met vallen en opstaan. Normaliseren gaat door alles heen. In deze notitie richten wij ons met name op het voorlichtend veld lokaal en geven we input voor de P3 maatregel uit het interventieplan “Grip op het sociaal domein”. Proces Dit document is tot stand gekomen door: input van andere gemeenten, zoals buurgemeente Delft, informatie van het lectoraat ‘Jeugdhulp in Transformatie’ van de Haagse Hogeschool, diverse bronnen zoals het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en er is een uitgebreid participatietraject ingericht. Dit participatietraject bestaat uit gesprekken met de raad, Adviesraad Sociaal Domein (ASD), interne organisatie, ouders/opvoeders, jongeren, maatschappelijke partners, jeugdhulpaanbieders H10 en relevante externe belanghebbenden. De aftrap van dit traject werd gegeven op 27 januari 2021.

In januari, februari en maart 2021 hebben deze gesprekken plaatsgevonden. De uitwerking van deze gesprekken vindt u in bijlage 1: ‘Wat verstaan we onder ‘normaal opgroeien en opvoeden’ in de gemeente Pijnacker-Nootdorp’.

pagina 5/29

2. Hoe gaat het nu? 2.1 Inleiding Kinderen die opgroeien in Nederland behoren al jaren tot de gelukkigste kinderen ter wereld. Zij zijn het meest tevreden over hun leven. Toch stijgt het aantal kinderen dat opgroeit met ondersteuning vanuit jeugdhulp. Ook in onze gemeente stijgt het aantal jeugdhulptrajecten. Wanneer we kijken naar de kostenstijging van jeugdhulp zien we dat dit zit in de toename van het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp en de toename van de kosten per jongere. 2.2 Groei aantal Jeugdhulp trajecten. In 2000 kreeg in Nederland 1 op de 27 kinderen te maken met jeugdhulp. Op dit moment geldt dit voor 1 op de 8 kinderen. Ook binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp maken veel kinderen gebruik van jeugdhulp. Over de periode 2015-2019 stegen de kosten van het jeugdhulpgebruik met 34%. Ook de prognoses voor de komende jaren zijn niet positief. In 2019 deed het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) onderzoek naar de oorzaken van het groeiend jeugdhulpgebruik in Nederland. Een aantal mogelijke oorzaken die zij in hun rapport noemen zijn: de toename van het aantal echtscheidingen, prestatiedruk en social media gebruik. Maar ook gewone obstakels in het leven worden volgens het NJI benaderd als een probleem. 2.3 Cijfers Pijnacker-Nootdorp Onderstaande cijfers1 geven weer hoeveel jongeren in onze gemeente gebruik maken van jeugdhulp.

Het aantal verwijzingen wijkt af van het aantal declaraties. Dit heeft te maken dat niet alle verwijzingen daadwerkelijk hebben geleid tot een traject. Het aantal declaraties geeft aan hoeveel trajecten er daadwerkelijk zijn ingezet. Jaren 1-1-2019 t/m 31-12-2019 1-1-2020 t/m 31-12-2020

Verwijzingen (unieke cliënten) 1947 1757

Jaren 1-1-2019 t/m 31-12-2019 1-1-2020 t/m 31-12-2020

Declaraties (unieke cliënten) 1757 1625

2.4 Kostenontwikkeling per cliënt Uit de nadere analyse blijkt dat onze gemeente het in vergelijking met de regio goed doet. We zien weliswaar een hoger gebruik van jeugd ggz, maar de gemiddelde kosten per jongere zijn lager. Ook zien we een beduidend lagere stijging van de totale kosten. De onderstaande grafiek laat zien dat de stijging van het aantal jongeren vanaf 2017 stabiliseert. Vanaf 2018 nemen echter de gemiddelde kosten per jongere toe. In 2018 is sprake geweest van harmonisatie van tarieven en producten, wat onder andere er toe heeft geleid dat aanbieders hun producten tot een duurdere klasse hebben gerekend, met als resultaat gemiddeld hogere kosten voor dezelfde zorg. Ook is de intensiteit van de zorg gemiddeld gestegen. In 2019 en 2020 stijgen de kosten wederom. Dit lijkt vooral te zitten in een verdere toename van de omvang/intensiteit van hulp en de verschuiving naar duurdere hulp.

1

Voor aanvullende cijfers verwijzen wij u naar het Interventieplan Sociaal Domein.

pagina 6/29

2.5 Prognose interventieplan Op voorhand is het effect van de P1 maatregel lastig te bepalen. In 2019 kregen 1765 kinderen jeugdhulp, dit is opgenomen in het interventieplan. Bij een vermindering van 5% (wat als doel is gesteld) betekent het dat er 85 kinderen minder jeugdhulp krijgen. De gemiddelde kosten per kind waren in 2019 € 5.525. Wij richten ons op de kinderen die weinig hulp nodig hebben. We gaan daarbij uit van 20% van het gemiddelde ofwel € 1.105 euro per kind. Het voorstel is om de maatregel het 2e kwartaal van 2021 in te laten gaan. Omdat ook niet direct alle opbrengsten kunnen worden gerealiseerd, wordt voor 2021 uitgegaan van 1/3 van de mogelijke totale baten. Uit onderstaande grafiek blijkt dat er in 2020 reeds sprake is van een daling van het aantal jeugdhulptrajecten. Dit komt mogelijk door de eerste maatregelen die zijn ingezet. Met daarbij de kanttekening dat Corona invloed kan hebben op de cijfers en nog niet alles is gedeclareerd over 2020.

Aantal kinderen met jeugdhulp

Jeugdhulp 2019-2020 1800

1757

1750 1700

1669

1650

1625

1600 1550 2019

2020

Jaar Verwacht

Daadwerkelijk

Figuur 1. Verwachte aantal kinderen met jeugdhulp tegenover daadwerkelijke aantal 2019-2020

pagina 7/29

3. Positief opgroeien in Pijnacker-Nootdorp 3.1 Inleiding Ons uitgangspunt is, dat ouders/opvoeders als eerste verantwoordelijk zijn voor het opvoeden en opgroeien van hun kinderen. Jeugdigen ontwikkelen zich zoals past bij hun leeftijd en we willen dat jeugdigen kansrijk, veilig en gezond opgroeien. We stimuleren jongeren hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen in plaats van te focussen op wat fout gaat. We ondersteunen ouders/opvoeders bij de opvoeding en geven hun zelfvertrouwen. Opgroeien gaat met vallen en opstaan en we willen niet problematiseren. 3.2 Kader preventief jeugdbeleid 2015 De gemeente Pijnacker-Nootdorp vindt positief opgroeien erg belangrijk. Uitgaan van de mogelijkheden en talenten van het kind en de rest van het gezin, vormen het vertrekpunt. In het huidige kader preventief jeugdbeleid 2015 van Pijnacker-Nootdorp gaan we uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders/opvoeders, met inzet van hun sociale netwerk. Daarbij de-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren wij door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen. Tenslotte beoogt de gemeente eerder de juiste hulp op maat te bieden, om het beroep op dure gespecialiseerde hulp te verminderen.

Wij zetten daarbij in op drie verdiepingslijnen: een positief jeugdbeleid, de pedagogische civil society en interactieve beleidsvorming. We bouwen hierop voort. Een belangrijke notie is de transitie, het terugleggen, van de verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij de ouders/opvoeders en hun sociale omgeving. We doen daarmee een moreel appel op de samenleving. We gaan daarbij uit van de eigen kracht en versterken van het sociale netwerk. 3.3 Civil society De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil dat onze jongeren kansrijk, gezond en veilig opgroeien. We stimuleren de gewone, positieve ontwikkeling van jeugdigen. Centraal staat niet de vraag: hoe voorkomen we problemen, maar: wat hebben jeugdigen nodig om optimaal te kunnen opgroeien en zich te kunnen ontwikkelen?

Kansrijk

Gezond

Veilig

Jeugd levert goede prestaties op school en behaalt hun schooldiploma

Jeugd heeft een gezonde leefstijl

Jeugd groeit op in een veilige thuissituatie

Jeugd heeft werk

Jeugd heeft een goede sociaalemotionele gezondheid

Jeugd groeit op in een veilige wijk

Jeugd doet mee aan sport, cultuur en vrijwilligerswerk

Jeugd heeft een goede lichamelijke gezondheid

Jeugd komt niet in aanraking met jeugdcriminaliteit

In de maatschappij is merkbaar dat oude structuren, waarbinnen gezinnen zich geborgen voelden, verbrokkelen. De samenleving richt zich meer op het individu, met als ideaal een perfect en succesvol leven in de “prestatiemaatschappij”. De maatschappij is erop ingericht dat we zo min mogelijk fouten maken, maar juist door fouten leer je. pagina 8/29

Om er voor te zorgen dat kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen is het belangrijk om meer aandacht te hebben voor de omgeving en de situatie waarin zij opgroeien Niet alleen ouders/opvoeders maar ook allerlei medeopvoeders, in het bijzonder professionals en vrijwilligers in algemene jeugdvoorzieningen, spelen daarbij een belangrijke rol. Op school, in de kinderopvang, de peuterspeelzalen, in de buitenschoolse opvang, in het jongerenwerk en bij sportverenigingen. We dragen actief het belang uit van een sterke pedagogische civil society en hebben dit verankert over diverse beleidsterreinen heen. Door met elkaar (zowel intern als extern) de visie uit te dragen, dagen we inwoners uit een bijdrage te leveren aan het opvoeden van jeugdigen. We streven naar samenredzaamheid, we helpen en ondersteunen elkaar! Civil society staat voor: Een samenleving, waarin ook de kennis van de omgeving (opa’s, oma’s, buren, ooms, tantes) wordt ingeschakeld bij de opvoeding. “It takes a village to raise a child”: om kinderen op te voeden heb je een heel dorp nodig, het gaat verder dan alleen de ouders/ opvoeders. 3.4 Beschermende factoren Een normaal ontwikkel pad is hobbelig, maar dat lijken we te zijn vergeten. Er is veel aandacht voor risicofactoren, maar te weinig voor beschermende factoren en veerkracht.

Wij hanteren in ons jeugdbeleid de top 10 beschermende factoren die in 2013 zijn opgesteld door het Nederlands Jeugdinstituut. Deze geven inzicht in de factoren die van invloed zijn op een positieve ontwikkeling van jeugdigen. De 10 beschermende factoren zijn: 1.

Sociale binding Bij sociale binding gaat het om warme, ondersteunende relaties die een jeugdige heeft met het gezin, zijn vriendengroep, school en de wijk. De basis hiervoor wordt al op jonge leeftijd gelegd.

2.

Kansen voor betrokkenheid Jeugdigen moeten kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan familie, school en gemeenschap.

3.

Pro-sociale normen Voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen is het nodig dat kinderen opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden. Regels en grenzen moeten voor jeugdigen duidelijk zijn.

4.

Erkenning en waardering voor positief gedrag Om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat jeugdigen erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag zodat ze dit gedrag in de toekomst zullen herhalen.

5.

Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving Steun van volwassenen levert een belangrijke bijdrage aan het welbevinden van jeugdigen. Het gaat om volwassenen die direct (bijvoorbeeld door emotionele steun te bieden en rolmodel te zijn) of indirect (door opvoeders te helpen bij de opvoeding) een bijdrage leveren aan het welbevinden van jeugdigen.

6.

Constructieve tijdsbesteding Constructieve tijdsbesteding van jeugdigen gaat over kansen die geboden worden vanuit het gezin en de gemeenschap om in hun vrije tijd deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs of verenigingen). Het gaat vooral om activiteiten die jeugdigen in contact brengen met volwassenen die hen aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden.

pagina 9/29

7.

Competenties Voor een positieve ontwikkeling hebben jeugdigen sociale, emotionele en gedragsmatige vaardigheden nodig. Het gaat dan om vaardigheden als het kunnen oplossen van problemen met anderen, het kunnen uiten en beheersen van gevoelens en het gepast reageren op kritiek.

8.

Cognitieve vaardigheden Bij cognitieve vaardigheden kan onderscheid gemaakt worden tussen algemene cognitieve vaardigheden zoals logisch en analytisch denken en specifiek cognitieve vaardigheden, zoals lees- en rekenvaardigheden, die belangrijk zijn voor schoolsucces.

9.

Schoolmotivatie Bij schoolmotivatie gaat het om betrokkenheid van de jeugdigen bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. Schoolmotivatie wordt beïnvloed door onder meer ouderlijke attitudes, ouderbetrokkenheid en aanmoediging. Daarnaast zijn normen en waarden uitgedragen door de gemeenschap en de vriendengroep van groot belang.

10. Positieve identiteit Positieve identiteit gaat om hoe jeugdigen zichzelf zien. Het gaat om hun eigenwaarde, positieve verwachtingen over de toekomst en persoonlijke effectiviteit. Hoe meer geloof in persoonlijke effectiviteit, des te hoger zijn de doelen die jeugdigen voor zichzelf stellen en des te groter de motivatie om deze doelen te bereiken. 3.4.1 Hoe zetten we de 10 beschermende factoren in? We stimuleren dat er aandacht is voor de top 10 van beschermende factoren bij opvoeders, jeugdigen, buurtgenoten en alle betrokken bij jeugd en gezin. Concreet betekent dit dat er bij het opstellen van (nieuw) beleid of beleidskeuzes rekening wordt gehouden met de beschermende factoren. 3.5 Overzicht van normale opgroei “problemen”/ontwikkelingen Opgroeien gaat met vallen en opstaan. En dat is ook noodzakelijk. We ondersteunen ouders/opvoeders hierbij, door samenwerking tussen ouders/opvoeders te stimuleren, laagdrempelige opvoedingsondersteuning aan te bieden en de verbinding tussen alle actoren op het gebied van opgroeien, opvoeding en onderwijs te verbeteren. We vinden het belangrijk om jongeren te helpen hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen in plaats van te focussen op wat er fout gaat. De ontwikkeling van jeugdigen vindt plaats in verschillende fases, van baby tot tiener en (jong)volwassene, met daarbij verschillende ontwikkelingsdoelen en bijbehorende opvoedopgaven.

Onderstaand het overzicht van ontwikkelings- en opvoedingsopgaven en ‘normale problemen’. Dit is voor ouders/opvoeders een leidraad.

pagina 10/29

Leeftijd

Belangrijkste

Ontwikkelingsopgaven

Opvoedingsopgaven

‘Normale’ problemen

milieus 9

Gezin

Fysiologische

Bevorderen gezonde

Voedingsproblemen;

maanden

Geboortezorg

zelfregulatie; veilige

zwangerschap; soepele

slaapproblemen;

– 2 jaar

Kinderopvang

gehechtheid; autonomie

verzorging; sensitief en

scheidingsangst; angst voor

en individuatie

responsief reageren op

vreemden,

gedrag van het kind;

donkerte, geluiden en

letterlijk beschikbaar

onbekende

zijn; structuur bieden;

situaties; incidenteel huilen

ruimte geven voor exploratie 2 – 4 jaar

Gezin

Representationele

Sensitief voor cognitief

Angst voor vreemden,

Kinderopvang

vaardigheden (zoals taal);

niveau (praten,

donkerte, geluiden en

constructieve omgang

informatie en uitleg

onbekende situaties;

met leeftijdsgenootjes;

geven); omgaan met

koppigheid; driftbuien;

internaliseren van eisen

ambiguïteit van het

agressie;

(socialisatie); sekserol-

kind (respect voor

ongehoorzaamheid; druk

identificatie

autonomie én grenzen

gedrag; angst in

stellen)

samenhang met sekse-rol en identiteit; niet zindelijk zijn

4 – 12 jaar

Gezin

Schoolvaardigheden;

Gelegenheid geven

Ruzies;

Kinderopvang

acceptatie door

voor omgang met

concentratieproblemen;

School

leeftijdgenoten

leeftijdsgenootjes;

laag prestatieniveau; niet

Verenigingen

waardering voor

naar school willen; gepest

Peergroep

schoolprestaties;

worden; incidenteel stelen

‘democratische’

of vandalisme; ritualistisch

opvoedingsstijl

gedrag

12 – 18

Gezin

Emotionele en praktische

Emotionele

Incidenteel gebruik van

jaar

School

zelfstandigheid; omgaan

beschikbaarheid;

alcohol en drugs; twijfels

Verenigingen

met eigen en andere

tolerantie voor

over identiteit of toekomst;

Peergroep

sekse; ontwikkeling van

experimenten;

problemen met uiterlijk;

Internetgroep

waardesysteem:

leeftijdsadequate

problemen met autoriteit;

Werkkring

persoonlijke identiteit,

structuur bieden en

incidenteel spijbelen

school, beroep en

grenzen stellen;

samenleving

voorbeeldfunctie vervullen; meer symmetrische relatie met jongere aangaan

Bron: NJi (2013). De ontwikkeling van kinderen. 3.6 Preventie Definitie preventief jeugdbeleid Pijnacker-Nootdorp: “Zorgen dat het goed blijft gaan door problemen zoveel mogelijk te voorkomen, er mee te leren omgaan of er anders vroeg bij te zijn om erger te voorkomen.” We investeren in preventie en zorgen voor een toegankelijk en passend aanbod in hulp en activiteiten, dit doen we in samenwerking met verschillende partners zoals: JGZ, Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland, Humanitas, Young Connection, maatjesprojecten, GGD Haaglanden, Team4Talent, scouting en ook vrijwilligers. We werken tevens aan meer bewustwording voor een gezonde leefstijl en gezonde voeding. Samen met lokale organisaties zoals scholen, zorgorganisaties, kinderopvangorganisaties, bedrijven, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties geven we op dit moment invulling aan het lokaal preventieakkoord. pagina 11/29

3.7 Transformatie en innovatie in Pijnacker-Nootdorp In opdracht van de VNG heeft het onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers en Felix) onderzoek gedaan naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Het rapport heet “Stelsel in groei”. Dit rapport biedt een mooi uitgangspunt om in gesprek te gaan. Een van de vragen die centraal staat in dit onderzoek is: welke maatregelen kunnen genomen worden om kosten te verminderen? Het is belangrijk om dit complexe vraagstuk actief op te pakken en manieren te ontwikkelen om dit concreet te maken. We hebben als gemeente de afgelopen tijd veel in gang gezet in het sociaal domein op het gebied van preventie en ondersteuning vanuit ons kernteam. Er is gewerkt aan het effectief organiseren van ondersteuning en zorg op basis van de vastgestelde visie en kaders. Voorbeelden hiervan zijn de vorming van de afdeling sociaal domein, aanpassing van de organisatievorm waarbij kernteammedewerkers in dienst van onze gemeente zijn gekomen, multidisciplinair werken en de versterking van de samenwerking met het voorliggend veld. Daarnaast is door middel van innovaties gewerkt aan de beweging ‘van curatief naar preventief’. ‘Doen wat nodig is’, is het motto. Daarmee zijn we reeds goed op weg om de kosten in de jeugdhulp beheersbaar te maken. Een aantal maatregelen die worden benoemd in het rapport “Stelsel in groei” hebben wij al in gang gezet.

Hieronder lichten we de innovaties toe: Praktijkondersteuner Jeugd (POJ) In 2019 is gestart met de pilot praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsenpraktijken. Hiermee wordt tijdig en dichtbij hulp geboden en kan erger worden voorkomen. Er wordt breed naar jeugd en gezinnen gekeken. Dit betekent niet alleen ggz, maar juist in de context van jeugd en gezin. De praktijkondersteuners dragen bij aan het normaliseren. Zowel de huisartsen als de praktijkondersteuners geven aan dat het probleem soms al na één of enkele gesprekken is opgelost; ouders/opvoeders zijn weer wat gerustgesteld of weten hun eigen weg weer te vinden. Dichtbij en laagdrempelig zijn voor ouders/opvoeders en jeugdigen wordt belangrijk gevonden. Voorschools Maatschappelijk Werk (VSMW) In aanvulling op het Schoolmaatschappelijk Werk is in 2019 gestart met de pilot VSMW. De functie van VSMW heeft een vroeg signalerende functie en zorgt voor korte lijnen tussen kinderopvang en kernteam, specifiek gericht op het jonge kind van 0 tot 6 jaar. Door tijdig te signaleren en de kinderopvang en ouders/opvoeders gericht te ondersteunen, kan het VSMW hulpvragen sneller oplossen, zodat er minder (zware) hulp ingezet hoeft te worden en kinderen sneller op de juiste (onderwijs)plek terecht komen. Om VSMW verder te stimuleren en beter zicht te krijgen op de concrete resultaten is de pilot VSMW verlengd tot 1 januari 2022.

Kernteammedewerkers zijn in dienst van gekomen van onze gemeente, Zij houden zich dagelijks bezig met (complexe) ondersteunings- en hulpvragen. Samen met de inwoners en/of het gezin stellen zij een plan op met als doel dat de inwoners/het gezin uiteindelijk weer de regie over hun eigen leven voeren. De medewerker Kernteam levert op een vraaggerichte, systeemgerichte en integrale wijze (maatwerk) basiszorg aan inwoners en huishoudens en biedt waar nodig toegang tot specialistische hulp om zo duurzame oplossingen te creëren en tegelijkertijd maatschappelijk rendement te realiseren. Verordening en beleidsregels Jeugdhulp In de Verordening jeugdhulp 2020 zijn de eerste kaders aangebracht. Deze kaders geven duidelijkheid over wat valt wel en niet onder jeugdhulp. Tevens geven deze kaders ook handvatten voor kernteam en duidelijkheid voor de inwoner. Daarnaast zijn regels noodzakelijk ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. De beleidsregels en de Nadere regels jeugdhulp gemeente Pijnacker-Nootdorp 2021 vormen een nadere uitwerking van de Jeugdwet en de Verordening jeugdhulp 2020 gemeente PijnackerNootdorp.

pagina 12/29

Coalitie platform ‘t jonge kind In december 2020 is een coalitie gevormd met als naam “Platform ’t jonge kind PijnackerNootdorp”. Het doel is om onze ketensamenwerking te versterken, in samenspraak met onze partners en dat elke (aanstaande) ouder/opvoeder zijn/haar kind een kansrijke start kan geven. De grondslag voor de gezonde eerste 1000 dagen van een kind worden vaak al voor de zwangerschap gelegd. Dit maakt dat er veel betrokkenen zijn die te maken krijgen met deze eerste 1000 dagen van een kind. Op basis van meerdere factoren (zoals de ervaringen in de praktijk, de grootte van de gemeente, de bereidheid bij partners van onze gemeente en de specifieke problematiek in de gemeente) hebben wij als gemeente besloten voorlopig te starten met het opbouwen van een lokale coalitie.

pagina 13/29

4. De leidende principes 4.1 Inleiding We willen eigen kracht en verantwoordelijkheid/oplossend vermogen van ouders/opvoeders en jeugd stimuleren en de mogelijkheden om hun netwerk te benutten en te activeren vergroten. Uitgaan van normaliseren en minder problematiseren. Dit vraagt om een nieuwe mindset/cultuurverandering. We hebben hiervoor leidende principes opgesteld. Deze leidende principes zijn mede tot stand gekomen door de input die wij hebben opgehaald in het participatietraject. De uitwerking van dit traject vindt u in bijlage 1: ‘Wat verstaan we onder ‘normaal opgroeien en opvoeden’ in de gemeente Pijnacker-Nootdorp’. 4.2 Visie Een belangrijk gegeven is dat opgroeien en opvoeden gaat met vallen en opstaan. Het gaat niet altijd vanzelf, gewone obstakels horen bij het leven. Dat hoeft niet altijd problematisch te zijn. We vinden het belangrijk dat jeugdigen mogen zijn wie ze zijn. We moeten met elkaar accepteren dat ieder kind anders is. Niet elke afwijking van ‘de huidige norm’ of ontwikkeling in gedrag is een probleem of moet worden voorzien van een label, diagnose of behandeling. Soms zijn kinderen, bijvoorbeeld, gewoon druk. Terughoudendheid met testen in het streven om te normaliseren en niet te problematiseren is nodig. Ook het aanpassen van ‘de huidige norm’ is daarbij van belang.

Instanties signaleren een maatschappelijke trend, waarbij ouders/opvoeders onzeker zijn over de opvoeding van hun kind. Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid om ouders/opvoeders in hun eigen kracht te zetten. Dit doen we door de samenwerking tussen ouders/opvoeders te stimuleren laagdrempelige opvoedingsondersteuning aan te bieden en de verbinding tussen alle actoren op het gebied van opgroeien, opvoeding en onderwijs te verbeteren. Uitleg geven over- én adequate ondersteuning geven bij ontwikkelingen per leeftijdsgroep, is ook noodzakelijk om overmatig gebruik van specialistische jeugdhulp te voorkomen. De toegang tot jeugdhulp en de preventieve vormen van ondersteuning (het voorliggend veld) zijn belangrijke schakels in de transformatie van jeugdhulp en het sturen op normalisering. 4.3 Doel Met deze maatregel willen we het normaliseren doorlopend meer kracht bijzetten, zetten we in op het aanpassen van de huidige norm en daarnaast op minder labelen. Deze nieuwe mindset en het aanscherpen van de randvoorwaarden om voor jeugdhulp in aanmerking te komen, moet leiden tot kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing van de jeugdhulp. We willen mogelijkheden verkennen van begrenzen in inzet van jeugdhulp. Het lijkt alsof er nu sneller en voor lichtere problematiek soms te snel dure jeugdhulp wordt ingezet.

Het voorliggend veld kan daarbij beter worden benut en helpen om te bepalen wat écht nodig is. En met als leidende gedachte dat opgroeien niet tot perfectie hoeft te leiden. Door uit te gaan van ‘goed genoeg’ ouderschap, waarbij ouders/opvoeders steun kunnen ervaren in de veronderstelling dat zij hun kinderen voldoende ondersteuning bieden in hun ontwikkeling. Waarbij voorop staat dat we kwetsbare kinderen die hulp nodig hebben, altijd zullen ondersteunen. 4.4 Leidende principes “ons gezamenlijke kompas” Om te komen tot kostenbeheersing en kwaliteitsverbetering, zijn de leidende principes opgesteld. Deze leidende principes zijn tot stand gekomen doormiddel van input die wij hebben verwerkt uit de verschillende bijeenkomsten, bronnen, gesprekken en bestaande casuïstiek. De leidende principes sturen de inrichting van het zorglandschap. We gebruiken ze om richting te geven aan het handelen van professionals en we passen ze toe in de omgang met partners en inwoners. Ook zijn ze bruikbaar in het gesprek met elkaar. Naast de gedeelde visie willen we dat de professionals ook gaan handelen naar deze (nieuwe) inzichten (o.a. beschermende factoren) en dient deze notitie voor input voor de visie op het voorliggend veld (maatregel P3).

pagina 14/29

De leidende principes bieden de gemeenteraad mogelijkheden om invulling te geven aan haar kader stellende en controlerende rol. Kortom, deze leidende principes zijn de linking pin tussen de visie en de doelen van onze organisatie en de vertaling naar inrichting en uitvoering. De leidende principes zijn daarbij een soort gezamenlijk kompas.

DE LEIDENDE PRINCIPES Ouders zijn de eerste verantwoordelijke en het best in staat om een gezonde ontwikkeling bij hun kinderen te stimuleren. Kwetsbare kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, zullen wij passende ondersteuning bieden. 2. We werken aan het vergroten van zelfvertrouwen en weerbaarheid van ouders, kinderen en jongeren. We erkennen de veerkracht en eigen kracht. 3. Niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid hoeft een probleem te zijn of te worden voorzien van een label. We willen minder stigmatiseren en labelen. 4. We werken aan acceptatie van vallen en opstaan in opvoeden en opgroeien. Niet elk ervaren probleem vraagt om formele hulp of ondersteuning (verandering van de mindset/verandering van de ‘norm’). 5. We streven naar samenredzaamheid. Inwoners helpen en ondersteunen elkaar. 6. We sturen op resultaat met het principe ‘goed is goed genoeg’. 7. Versterken van de top tien beschermende factoren van het NJI voor positieve ontwikkeling van kinderen en jongeren 8. We zetten in op preventie. We maken graag gebruik van de vele vrijwilligers en initiatieven in het voorliggend veld. We zorgen voor een toegankelijk en passend aanbod. 9. We gaan uit van talent en mogelijkheden i.p.v. onmogelijkheden. 10. Normaliseren is een werkwoord. We doen het samen, samenwerking met partners is essentieel. Ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. 1.

pagina 15/29

5. Rollen en verantwoordelijkheden 5.1 Inleiding Met deze nieuwe werkwijze, waarvoor de leidende principes de basis zijn, verandert de grondhouding van onszelf en onze partners. Dit betekent andere rollen en verantwoordelijkheden van inwoners, het maatschappelijk middenveld, gesubsidieerde partners en de gemeente. We maken afspraken en beleggen deze verantwoordelijkheden. Wij als gemeente zijn verantwoordelijk voor een passend aanbod en ondersteuning op maat voor onze jeugd. Daarbij is het belangrijk dat ons aanbod bekend is en onder de aandacht wordt gebracht bij onze partners. 5.2 Wie gaat wat doen? Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opvoeders, inwoners, professionals en de gemeente om ervoor te zorgen dat de jeugdigen in Pijnacker-Nootdorp kansrijk, gezond en veilig opgroeien. De belangrijkste rol is aan jeugd, opvoeders en buurtbewoners zelf. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het opvoeden en opgroeien van jeugdigen. Hierbij is het belangrijk om helder te zijn over de rollen en verantwoordelijkheden die bij de verschillende partijen horen. De onderlinge samenwerking tussen alle betrokken partijen is complex en vraagt om gemeentelijke regie. 5.3 Ouders/opvoeders Ouders/opvoeders hebben de verantwoordelijkheid om ondersteuning of hulp in te schakelen wanneer de ontwikkeling van hun kinderen niet voorspoedig verloopt.

Daarbij zijn ze zich ervan bewust dat niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid ook direct een probleem is. Waar mogelijk krijgen ouders/opvoeders bij het opvoeden ondersteuning van hun sociale netwerk. Familie, vrienden en buren kunnen een belangrijke bron van informatie en steun zijn voor ouders/opvoeders en bijdragen aan de ontwikkeling van jeugdigen. Wanneer jeugdhulp nodig blijkt om de ontwikkeling van jeugdigen te bevorderen, hebben ouders/opvoeders de regie over deze hulp. Ouders/opvoeders stellen samen met professionals de doelen voor de hulpverlening en kiezen de meest passende aanpak om deze doelen te behalen. 5.4 Toegang gemeente De professionals uit ons kernteam bevorderen veerkracht bij ouders/opvoeders, zodat zij zo veel mogelijk zelf met de uitdagingen als opvoeder kunnen omgaan. Zij ondersteunen de opvoedvaardigheden van ouders/opvoeders zodat zij (beter) in staat zijn om de ontwikkeling van hun kind (positief) te stimuleren. Het kernteam richt zich daarbij onder andere op aanmoediging, erkenning, ondersteuning, stabiliteit, structuur en grenzen. Ze sturen op afschalen en uitstroom waar en wanneer dat kan. Zij staan naast ouders/opvoeders en werken vanuit een gelijkwaardigheidsprincipe, erkennen dat regie bij ouders/opvoeders ligt en waar nodig helpen zij ouders/opvoeders om deze regie op zich te nemen.

Maatwerk bieden en vraag- en oplossingsgericht denken en werken staan centraal. Inleven, goed luisteren en in gesprek gaan met ouders/opvoeders en jeugdigen is belangrijk om echt van betekenis te kunnen zijn. 5.5 Subsidie partners Onze partners bieden uiteenlopende preventieve activiteiten, voorlichtingen en trainingen om de gezondheid, het opgroeien en opvoeden te stimuleren, bijvoorbeeld gezondheidsadvies, huisbezoeken en programma’s over uiteenlopende thema’s (van pesten tot overgewicht). Zij kunnen de gemeente ondersteunen bij het samenstellen van een passend aanbod aan ondersteuning van onze inwoners. Inspringen op de vraag en ervoor zorgen dat het aanbod bekend is bij alle partners. Ze zorgen voor een goede samenwerking en weten elkaar als maatschappelijke partners te vinden 5.6 Aanbieders en maatschappelijke partners Samen met aanbieders zijn wij aan zet om hulp en ondersteuning rondom kinderen goed te organiseren. Hiervoor voeren we zakelijk contractmanagement, waarbij we oog hebben voor ieders belangen en onze gezamenlijke doelstelling. Samenwerking is cruciaal om resultaten te behalen en transformatie te realiseren. Dit vraagt van aanbieders serieus commitment en de bereidheid om echt te veranderen. pagina 16/29

We verwachten dat ze afschalen van jeugdhulp wanneer dat mogelijk is en dat ze hierin samenwerken met de preventieve partners. Transformatie is voor aanbieders en gemeenten geen vrijblijvendheid meer. De leidende principes zijn een mooi uitgangspunt om in gesprek te gaan met onze partners en dienen als input voor de regiovisie jeugdhulp. 5.7 Onderwijs Integrale samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp, kernteam en het voorliggend veld is essentieel, met elkaar willen we een passende ondersteuning aan leerlingen geven. Om de samenwerking in het preventief jeugddomein de komende vier jaar te versterken en een verbeterslag te maken rond vroegtijdig signaleren, integrale samenwerking en te handelen vanuit het normaliseer perspectief, is de volgende ambitie in de ondersteuningsplannen 2021-2025 van het onderwijs geformuleerd:

We handelen actief vanuit het normaliseer-perspectief en streven ernaar om signalen van jeugdigen thuis, op school en in de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen, zodat er snel gehandeld kan worden om verergering van problematiek te voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen!

pagina 17/29

6. Samen aan de slag! 6.1 Inleiding Normaliseren is een werkwoord, we doen het samen! Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opvoeders, inwoners, professionals en de gemeente om ervoor te zorgen dat de jeugdigen in Pijnacker-Nootdorp kansrijk, gezond en veilig opgroeien. We richten preventie niet alleen op risico’s en achterliggende patronen, maar vooral op het versterken van beschermende factoren, versterken van de acceptatie van het ‘normale leven’ en de ontwikkeling van talenten. Hierbij is het belangrijk dat professionals en maatschappelijke partners geïnformeerd zijn over al onze basisvoorzieningen en preventieve aanbod en met ouders/opvoeders en jeugdigen het gesprek kunnen aangaan over het gebruik daarvan.

6.2 Dit wordt onze aanpak! We bouwen voort op waar we mee bezig zijn en gaan de komende tijd inzetten op: • Ouders/opvoeders ondersteunen en vertrouwen geven, door uit te gaan van ‘goed genoeg’ ouderschap. De mogelijkheden en talenten van het kind en de rest van het gezin vormen het vertrekpunt. • In samenwerking met partners, bijvoorbeeld uit het onderwijs, welzijn en/of vrije tijd, creëren we ontmoetingsplekken en activiteiten voor ouders/opvoeders, kinderen en jongeren. Hiermee faciliteren we de mogelijkheden om het sociale netwerk van ouders/opvoeders, kinderen en jongeren te versterken. • In samenwerking met vrijwilligersorganisaties organiseren we sportieve- en culturele activiteiten voor jeugdigen. Hiervoor zijn vanwege coronatijd extra subsidies beschikbaar gesteld vanuit het Rijk. Het is bedoeld om de dialoog met jongeren te starten, activiteiten te organiseren en om extra aandacht te geven aan de mentale weerbaarheid en het zelfvertrouwen van jongeren. • De ervaringskennis van de professionals in de praktijk gaan we nog beter benutten bij het maken van keuzes in ons jeugdbeleid. • Stimuleren van de dialoog tussen het onderwijs en de jeugdhulp. En we werken aan een afwegingskader onderwijs/ jeugdhulp. Dit is cruciaal voor de realisatie van integrale ondersteuning rond jeugdigen en gezinnen. Ook geeft dit inzicht in waar een bepaalde hulpvraag past.

De Regiovisie Jeugdhulp moet hier een bijdrage aan gaan leveren. Het is ook één van de speerpunten in de Ondersteuningsplannen 2021-2025 van het Passend onderwijs. • De jeugdgezondheidszorg (JGZ) is een belangrijke schakel wanneer het gaat om de toegang tot jeugdhulp en de preventieve vormen van ondersteuning (het voorliggend veld). Beide onderwerpen zijn belangrijke actoren in de transformatie van jeugdhulp en het sturen op normalisering. We gaan JGZ beter benutten in het preventieve voorveld. pagina 18/29

•

•

• • • •

Zij zien ouders/opvoeders als eerste en zijn daardoor in staat om ouders/opvoeders de ondersteuning te bieden, die nodig is om te werken aan het zelfvertrouwen. Voor de JGZ betekent dit een doorontwikkeling in het normaliseren en vraaggerichter werken. We verbeteren het registratiesysteem voor jeugdhulp. We maken daarmee inzichtelijk wanneer er door het kernteam wordt op- en afgeschaald in de geboden hulp. Dit inzicht helpt onze organisatie om het gesprek te voeren over de geboden hulp. We werken met het richtinggevend kader, dat voor jeugdhulpaanbieders moet dienen als prikkel om zorg af te schalen. We gaan daarnaast het gesprek over normaliseren aan met de jeugdhulpaanbieders. Boodschap: hulp is niet altijd nodig en is niet ongelimiteerd. We zetten hulp en ondersteuning resultaatgericht in. Door dit proces wordt mogelijk ook helder welke inzet niet meer nodig is, daarop worden indien nodig de verordening Jeugdhulp en beleidsregels Jeugdhulp aangepast. We gaan door middel van contractmanagement meer sturen op de zakelijke samenwerking met aanbieders. We maken een routekaart/stroomschema, zodat duidelijk is welk aanbod wanneer plaatsvindt. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor de positionering van informele hulp. Om het normaliseren en de-medicaliseren meer kracht bij te zetten, wordt een korte video ontwikkeld over opvoeden en opgroeien in onze gemeente.

Samen gaan we aan de slag om de bestaande patronen (problematiseren) te doorbreken. Het is belangrijk dat de gemeente hier ruimte voor geeft. Ook worden er bijeenkomsten georganiseerd om dit thema meer kracht bij te zetten.

6.3 We gaan uit van het principe ‘goed is goed genoeg’ Uit de cijfers blijkt dat de jeugdhulptrajecten langer en intensiever worden. Het is onze nadrukkelijke wens om meer resultaatgericht te sturen op de jeugdhulp. Hiervoor gaan we ook samen met jeugdhulpaanbieders bespreken wanneer de geboden hulp ‘goed genoeg’ is. We merken dat hulpverleners, maar ook ouders/opvoeders en kinderen/jongeren soms moeilijk kunnen stoppen met de ontvangen ondersteuning. Door de nieuwe regionale- en lokale instrumenten kunnen we gerichter sturen. Dit zijn het richtinggevend kader, de bestedingsruimte en een resultaatovereenkomst. En de nieuwe taak voor de praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen bij de automatische verleningen. De beroepshouding van zorgverleners is ‘direct hulp bieden en zorg verlenen’: de ervaring is dat zorgverleners moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen. Maar ook moeilijk kunnen stoppen met hulp bieden. Dit is een cultuuromslag en dat heeft tijd nodig, bewustwording is hierbij van groot belang. 6.4 Wanneer zijn we tevreden? We zijn tevreden als de kosten in de jeugdhulp beheersbaar worden. Dat het duidelijk is wanneer iets wel of niet jeugdhulp is en dat de kaders en richtlijnen die zijn opgesteld hier een bijdrage aan leveren. We zorgen voor kwaliteitsverbetering in ondersteuning en we zorgen dat de kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Minder problematiseren en meer normaal vinden en dat de verwachtingen voor kinderen niet te hoog worden gelegd. We willen vaste patronen doorbreken en genoegen nemen met ‘goed genoeg’ in plaats van te streven naar het maximaal wenselijke. Hierdoor komt een verschuiving in de ondersteuning die we bieden, meer ondersteuning vanuit het voorliggend veld in plaats van doorverwijzingen naar de jeugdhulp. Daarnaast is het essentieel dat professionals het gesprek aangaan met elkaar over dit onderwerp. Dat ze het met elkaar hebben over wat passend is, hoe de eigen kracht van een gezin aangesproken kan worden en hoe het gezin te ondersteunen in de zelfregie. En dat we een eenduidig beeld hebben over eigen kracht en zelfregie. 6.5 Vervolg Zoals eerder aangegeven heeft normaliseren tijd nodig en is het een verandering van de mindset. Het is belangrijk dat we in gesprek blijven met elkaar en het kracht blijven bijzetten. Medio juni/juli 2021 gaan we in gesprek met de aanbieders in de regio (H10), zodat ook zij uitgaan van normaliseren en niet van problematiseren. De leidende principes dienen als input voor de regiovisie jeugdhulp. De prognose is nu dat de regiovisie in september 2021 wordt opgeleverd. pagina 19/29

Deze regiovisie jeugdhulp biedt voor de komende vijf jaar houvast en richting voor de transformatie van de jeugdhulp. Deze notitie levert tevens input voor de visie voorliggend veld, dat voor 2022 op de planning staat. In het derde kwartaal worden de Verordening jeugdhulp 2020 en tevens ook de beleidsregels 2021 geëvalueerd. De vraag is of de kaders en richtlijnen voldoende bijdragen aan de duidelijkheid wat wel en niet jeugdhulp is en of het voldoende houvast biedt voor de professionals. Zie onderstaande planning voor de vervolgstappen van deze notitie. Activiteiten Notitie voorleggen ASD Notitie in de gemeenteraad Gesprekken jeugdhulpaanbieders Evaluatie verordening en beleidsregels Jeugdhulp Interactieve lezingen/webinars/ Maatschappelijk debat Aanpassen van de verordening en beleidsregels Jeugdhulp Besluit voorleggen aan de gemeenteraad

pagina 20/29

Datum 13 april 2021 Juni 2021 Juni/ juli 2021 Juli t/m september 2021 September t/m december 2021 September t/m december 2021 Januari 2022

7. Evalueren en bijsturen 7.1 Inleiding De effecten zijn niet altijd in cijfers uit te drukken. Naast het tellen van cijfers vinden we het minstens zo belangrijk om het verhaal achter de cijfers te vertellen. Ook niet alle beleidsdoelen zijn meetbaar met harde feiten en cijfers. We blijven graag in gesprek met (maatschappelijke) partners, inwoners en de raad om verhalen en informatie op te halen en cijfers te duiden. We kiezen voor kwantitatieve- en kwalitatieve evaluaties. 7.2 Kostenbesparing Onderstaande gegevens zijn op basis van een recente (07-04-2021) uitdraai uit initi8, rekening houdend met stijging van de gemiddelde kosten per kind. Zoals in het interventieplan beschreven, is op voorhand het effect van de maatregel lastig te bepalen. De proceskosten van deze P1 maatregel zijn gedekt uit het budget van de Lokale Educatieve Agenda (LEA). De investeringen in het voorliggend veld worden meegenomen in de visie “het voorliggend veld” (P3). Dit wordt dus nog inzichtelijk gemaakt. 7.2.1 Besparing 2020 en verder In 2019 hebben 1764 unieke kinderen een vorm van jeugdhulp. Door te normaliseren en hulpvragen van kinderen, jongeren en ouders/opvoeders op een andere wijze te beantwoorden is een besparing beoogd van 5% van het aantal unieke doorverwijzingen. Dit zijn 88 verwijzingen. De gemiddelde kosten per kind in 2019 zijn daarentegen licht gestegen.

Bij de nieuwe uitdraai zijn de gemiddelde kosten per kind hoger, namelijk €5833 per kind (in het interventieplan was dat €5525). De aanname in het interventieplan was dat het aantal kinderen dat minder gebruik maakt van jeugdhulp, vooral gebruik had gemaakt van lichte jeugdhulp. Om die reden is 20% van gemiddelde kosten per kind over de hele jeugdhulp genomen. 20% van de gemiddelde kosten per kind in 2019 bij de nieuwe uitdraai is 20% van €5833, is namelijk €1167 (in het interventieplan bedraagt dat 20% van €5525 en dat is €1105). Voor de baten in 2021 is uitgegaan van 1/3 van de baten. Dat betekent dus 88 unieke verwijzingen x €1167= €102.696. 1/3 hiervan = €34.232 voor 2020 en dan vanaf 2021 €100.408. Jaar

Aantal kinderen

Gemiddelde kosten

Totale kosten

2019 2020

1764 1637

€ 5833 € 6629

€ 10.288.720 € 10.851.170

7.2.2 Conclusie Het aantal kinderen in 2019 dat jeugdhulp kreeg is 1764, in 2020 is het aantal kinderen dat jeugdhulp kreeg 1637. Dit betekent een daling van 127 doorverwijzingen. Bij een daling van 5% van het aantal verwijzingen, dan zijn dat 88 verwijzingen. De daling op basis van bovenstaande gegevens is een reductie van 39 meer verwijzingen dan verwacht. Aan de hand van de huidige cijfers lijkt het dat we gaan voldoen aan deze taakstelling. Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken maar een daling lijkt te zijn ingezet.

Belangrijke kanttekening: De coronacrisis kan van invloed zijn op de cijfers. Het lijkt dat er minder gedeclareerd is over het jaar 2020 en nog niet alle declaraties zijn verwerkt. 7.3 Evaluatie en bijsturen Evalueren en (bij)sturen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We vinden het belangrijk (lees: noodzakelijk) om regelmatig en tijdig vinger aan de pols te houden. Zijn we nog op de goede weg? Bereiken we de gewenste resultaten? En zo niet, welke maatregelen moeten er genomen worden om de resultaten wel te behalen? Maatschappelijke effecten zijn vaak niet direct zichtbaar en vaak lastig te meten.

pagina 21/29

Maatschappelijke effecten zijn van (veel) meer factoren afhankelijk dan de onderwerpen die in deze notitie staan beschreven. Immers, de leefwereld van kinderen is divers en complex en zo ook de invloed van factoren op de fysieke-, sociale- en emotionele ontwikkeling. Naast het tellen van cijfers, vinden we het minstens zo belangrijk om het verhaal achter de cijfers te vertellen. Hierbij halen we ook cliëntervaringen op.

pagina 22/29

Bijlage 1. Wat verstaan we onder ‘normaal opgroeien en opvoeden’ in de gemeente Pijnacker-Nootdorp? Voor de realisatie van deze maatregel is het van belang dat we met elkaar duiden wat we verstaan onder normaliseren en de-medicaliseren. We zijn daarom in gesprek gegaan met raadsleden, leden van de ASD, collega’s intern, ouders/opvoeders, jongeren en maatschappelijke partners. Om zo te verkennen en te bespreken welke mogelijkheden dit geeft voor de werkwijze en keuzes van de gemeente voor kinderen en jongeren in het sociaal domein. Vanuit verschillende invalshoeken is tijdens de gesprekken aan bod gekomen waar en hoe we kunnen normaliseren in de praktijk, minder uit te gaan van problemen en meer te denken vanuit ‘normale’ opvoedvraagstukken. Praatplaat De aftrap van deze reeks gesprekken werd gegeven op 27 januari 2021 aan leden van de raad en de adviesraad. Onderstaande praatplaat is tot stand gekomen naar aanleiding van het participatietraject. Deze praatplaat kan gebruikt worden in de bijeenkomsten en gesprekken die nog gaan plaatsvinden.

pagina 23/29

Input en aanbevelingen uit de diverse bijeenkomsten Uit de bijeenkomsten en de gesprekken hebben wij mooie voorbeelden en ervaringen, best practices en aanbevelingen opgehaald. De belangrijkste informatie beschrijven we hieronder en hebben we verwerkt in dit stuk. Gesprekken met directeuren van de basisscholen In de periode september – december 2020 zijn gesprekken gevoerd door de beleidsadviseurs onderwijs en jeugd. Nagenoeg met alle 20 basisschooldirecteuren heeft een gesprek plaatsgevonden in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Tijdens deze gesprekken is kennisgemaakt en is van gedachten gewisseld over een aantal actuele thema’s. Waaronder het thema “normaliseren en de-medicaliseren”. Wensen/aandachtspunten vanuit het onderwijs: • Aansluiten bij de verschillende kernen. Rekening houden met verandering van bevolkingssamenstelling. • Grenzen stellen aan kinderen vanuit ouders/opvoeders mag meer gestimuleerd worden. Dit is een manier om opvoedproblematiek te voorkomen. • Vanuit school proberen ouders/opvoeders met hulpvragen bij elkaar te brengen. Voorbeeld daarvan is een leerling die versneld van • groep zes naar groep acht gaat. • Preventief aanbod structureel inzetten op alle groepen op verschillende thema’s (doorlopende leerlijn). • Overzicht, handzamer maken van preventieve activiteiten (voor kinderen, ouders/opvoeders, professionals/leerkrachten) per thema en op kalender.

En bekender maken op scholen. • Filmpje maken/campagne over het thema opvoeden. Om bijvoorbeeld onder de aandacht te brengen: de rol van ouders/opvoeders over de ontwikkeling van zelfstandigheid van kinderen en over het belang van lezen. • Jaarlijks langs de scholen gaan vanuit beleid jeugd van de gemeente. Bijeenkomst met de raad/adviesraad Vragen: • Wat haalt u uit de avond tot nu toe? • Bij normaliseren waar denkt u dan aan? • Kunt u zelf concrete voorbeelden geven van normaliseren? • Wat kan normaliseren opleveren en waar kunnen we op inzetten? • Op welke wijze wilt u betrokken zijn en wat is uw gewenste rol? Ervaringen: • De druk vanuit de maatschappij is hoog, ook op ouders/opvoeders. Ze ervaren prestatiedruk. • Hoe kijken we zelf naar problemen, we hebben de neiging om te labelen en het niet als gewoon te zien. • Een diagnose levert geld op, financiële- en perverse prikkel. Daar willen we vanaf. • Een ontwikkelpad gaat wel echt met hobbels, laten we dat niet vergeten. • Normaliseren moet vooral opleveren dat kinderen zichzelf kunnen zijn en het is mooi meegenomen als we hiermee kosten kunnen besparen. • “Mijn kind heeft dit, hoe gaan jullie dat oplossen”. Ouders/opvoeders leggen het ook buiten zichzelf. Dit gebeurt ook op school. • Soms is het lastig voor ouders/opvoeders om een probleem te bespreken. • Normaliseren heeft ook een vorm van normen stellen.

Voorbeelden en aanbevelingen: • Nadenken over hoe je gericht een omgeving kan versterken. • Meer inzetten op bewegen tijdens de lessen, zeker als kinderen druk zijn. En misschien moeten we toch inzetten op kleinere klassen. • Het is belangrijk om te durven praten over problemen. • Belangrijk is dat de gemeente communiceert over activiteiten die georganiseerd worden, bijvoorbeeld specifiek voor pubers. • Ook als raadslid zelf dingen delen waar je tegenaan loopt in de opvoeding van je kind. pagina 24/29

• • • •

Mankracht in het onderwijs hebben we nodig. “Juffen reageren toch anders op jongens”. Dus ook vooral in onderwijs investeren. Preventie (ook universeel) vooral versterken in buurten met relatief veel kwetsbare gezinnen. Vooral jong beginnen om de omgeving van jeugdige en ouders/opvoeders toe te rusten om met problemen om te gaan. Solide basis is belangrijk. Betrokkenheid raad is kader stellend voor de gemeente.

Figuur 2 Wat verstaat de raad/adviesraad onder normaliseren.

Interne bijeenkomst Vragen: • Wat denk jij bij het woord ‘normaliseren’ van hulp. Hoe leg jij dat uit? • Is ons aanbod in het voorliggend veld compleet? • Hoe kunnen de subsidiepartners het normaliseren versterken? • Het laten dalen van de jeugdhulp (aantal): Wat kun je hieraan bijdragen? Zie je in jouw dagelijkse praktijk voorbeelden die we kunnen gebruiken? • Hoe zorgen we ervoor dat de juiste hulp ingezet wordt en dat we niet meer en niet minder doen wat nodig is? Wie bepaalt wie er voor welke behandeling in aanmerking komt? Wat moeten we juist wel inzetten en wat niet meer? • Steeds vaker lezen we dat lange intensieve trajecten niet het gewenste effect hebben. Dit vraagt veel inzet van publiekgeld. Hoe gaan we hier mee om? • Doen wat nodig is. Wie bepaalt wanneer een traject niet meer effectief is voor het gezin? Ervaringen: • Kinderen moeten gewoon plezier kunnen hebben en niet alles hoeft ‘opgelost’ te worden door medicatie of een hulpverleningstraject. • De maatschappij stelt hele hoge eisen. Dit zorgt voor prestatiedruk. Ouders/opvoeders moeten ook trots zijn als kinderen naar de vakschool gaan. • Stimuleren dat inwoners elkaar helpen. Te weinig sociale vaardigheden en samenwerken. • “Het ligt niet aan mij, want mijn kind heeft een diagnose”. We willen het verklaren en soms ook excuus hebben dat het niet aan jou als ouder/opvoeder ligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10272862/1