Bijlage 2 - Geanonimiseerde nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Kerkweg Korteweg
Tekst van het document
Daarbij kan paragraaf 2.2.1 beschouwd worden als het stedenbouwkundig advies. Anderzijds zijn er randvoorwaarden meegegeven waaraan het project moet voldoen. Tevens zijn er stedenbouwkundige keuzes meegegeven aan de projectontwikkelaar. Dit zal hieronder nader worden toegelicht. De rooilijn in de Adam Pijnackerstraat is om stedenbouwkundige redenen bewust in één lijn gelegd met de bestaande zijgevel van de eindwoning op nr. 5. Deze nieuwe rooilijn ligt circa 0,60 meter voor de bestaande rooilijn van nr. 3 t/m 11. De achterliggende gedachte is om de Adam Pijnackerstraat over de volledige lengte overal ongeveer dezelfde breedte te geven. Hierdoor ontstaat een eenduidig profiel, wat de herkenbaarheid ten goede komt. Daarbij wordt opgemerkt dat bij nr. 9 en 11 de uitbouwen (entree en garage) tot aan het trottoir reiken. Deze uitbouwen hebben een diepte van circa 2,30 meter ten opzichte van de voorgevellijn. Het voorstel om het gehele blok circa 0,60 meter naar achteren te schuiven doet geen afbreuk aan de stedenbouwkundige opzet van het plan en de straat. Het gewenste effect (meer licht en ruimte) is echter marginaal. 55
Doordat de woningen hoger zijn en dichter op de rijweg staan dan de bestaande bebouwing spreekt het voor zich dat er meer schaduwwerking zal zijn in de Adam Pijnackerstraat. Uit de bezonningsdiagrammen (zie bijlage 2) blijkt dat deze toename geen onaanvaardbare nadelige gevolgen heeft voor de tegenoverliggende woningen. Alleen in december is er sprake van geringe (extra) schaduw ten opzichte van de bestaande situatie. De berekeningen zijn overigens gebaseerd op een maximale nokhoogte van 9,5 meter. In de uiteindelijke situatie zal derhalve minder schaduwvorming ontstaan. Indien insprekers echter van mening zijn dat zij als gevolg van deze herziening van het bestemmingsplan schade lijden die redelijkerwijs niet te hunner laste behoort te blijven, dan kunnen zij die schade claimen bij de gemeente, volgens de daarvoor wettelijke bepalingen (planschade). Parkeren Insprekers maken zich zorgen om de parkeerdruk. De hoge parkeerdruk in het oudere deel van de dorpskern van Pijnacker wordt niet ontkend. Deze is het gevolg van het toegenomen autobezit tijdens de afgelopen decennia. Het ontbreekt aan fysieke ruimte de hoeveelheid parkeergelegenheid die beschikbaar is en de behoefte voor alle bestaande woningen met elkaar in evenwicht te brengen. Ten behoeve van het bouwplan dient echter wel voorzien te worden in voldoende parkeerplaatsen voor de toekomstige bewoners.
Door te eisen dat die parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd, wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk in de omgeving niet verder toeneemt. Aangezien ruimschoots aan de norm wordt voldaan, neemt de parkeerdruk naar verwachting zelfs enigszins af. Bodemverontreiniging Ten aanzien van bodemverontreiniging wordt opgemerkt dat uit het bodemonderzoek is gebleken dat enkel sprake is van immobiele verontreiniging. Dat betekent dat er geen sprake is van verspreidingsrisico. Bovendien zijn geen sterke grondwaterverontreinigingen aangetoond. Derhalve zal de ontwikkelaar het te ontwikkelen perceel geschikt moeten maken voor het beoogde gebruik.
22.
Dhr. D. Rensen Adam Pijnackerstraat 14 2641GS Pijnacker
Reactie: Inspreker geeft een reactie op de voorgestelde ontwikkeling aan de Kerkweg 42. Hieronder volgt samengevat een opsomming van de bezwaren op het voorontwerpbestemmingsplan. 1. Positie, volume en hoogte In het huidige bestemmingsplan, Bestemmingsplan Kern Pijnacker Zuid/ Zuidoost (18-07-2012) is op bladzijde 28 aangegeven dat: “Inbreiden mag niet ten koste gaan van de woonkwaliteit, maar in de bestaande nieuwe te ontwikkelen bouwlocaties zal waar mogelijk meer verdichting plaatsvinden”. Met het huidige voorontwerpbestemmingsplan wordt daar voor de locatie Adam Pijnackerstraat niet aan voldaan, stelt inspreker. Er is ten opzichte van het huidige bestemmingsplan gekozen om de bouwvolumes, hoogtes en posities aan te passen. Door deze keuzes ontstaat volgens inspreker aantasting van de huidige woonkwaliteit in de Adam Pijnackerstraat. Hierbij wordt met name de extra schaduwwerking als bezwaarlijk aangetekend. 56
Inspreker geeft aan dat de bestaande woningen qua bouwvolume niet passen bij de nieuw te realiseren woningen aan de overzijde. Zo bestaan de tegenover het plan gelegen woningen uit een laag en een kap. De hoogte wijkt af, het aantal bouwlagen wijkt af en de dakhelling wijkt af. In het gemeentelijk beleid is neergelegd dat bij realisatie van één of meerdere nieuwe woningen een stedenbouwkundig advies ingewonnen dient te worden over de vormgeving, afmeting en plaatsing ten opzichte van de specifieke kenmerken van de locatie. Een dergelijk advies is ondanks herhaaldelijk verzoek in het voortraject niet door de gemeente verstrekt. Inspreker verzoekt inzicht te krijgen in hoe het huidige voorontwerpbestemmingsplan tot stand is gekomen. Inspreker maakt inzichtelijk dat het woonblok aan de Adam Pijnackerstraat niet in lijn staat met de huidige woningen aan de Adam Pijnackerstraat maar alleen met het appartementenblok van de Adam Pijnackerhof. De middelste twee woningen gaan hier tevens nog doorheen. Daarmee wordt geen aansluiting met de omgeving gezocht. Qua positionering van de woningen stelt inspreker voor de nieuwbouwwoningen aan de Adam Pijnackerstraat naar achteren te schuiven, zodanig dat de voorgevelrooilijn van het blok aan de Adam Pijnackerstraat in lijn wordt gebracht met de woningen aan de Adam Pijnackerstraat 3, 5 en 7.
RL In de Ruimtelijke structuurvisie 2020-2030 (3.3.2) wordt voor deze locatie aangegeven dat deze zich uitstekend leent voor specifiek doelgroep beleid waarbij gedacht moet worden aan jongeren, ouderen en starters op de woningmarkt. De woningen aan de Adam Pijnackerstraat zijn bestemd voor gezinnen. Dit komt dus niet overeen met de ruimtelijke structuurvisie. 2. Parkeren Inspreker geeft aan dat in theorie aan de parkeernorm wordt voldaan. Echter in de praktijk blijkt dat de parkeerdruk nu al te hoog is, en met het verdwijnen van de ‘informele parkeerplaatsen’ aan de voorzijde wordt de parkeerdruk alleen maar hoger. 3. Bodemvervuiling Geconcludeerd wordt in de bijgevoegde rapporten dat er sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het onderzoek richt zich slechts tot het onderstaande kavel. Tot waar loopt deze vervuiling en loopt deze niet verder dan alleen het plangebied? Hoe gaat de gemeente Pijnacker hier mee om? Beantwoording: Wij danken inspreker voor het inbrengen van zijn inspraakreactie. Op deze manier wordt naast het participatietraject met de ontwikkelaar, bij de gemeente ter sprake gebracht wat er leeft in de omgeving. Positie, volume en hoogte In het bestemmingsplan ‘Kerkweg Korteweg’ wordt aangegeven, waar, wat en hoe hoog mag worden gebouwd. Uiteraard ligt hier een stedenbouwkundige onderbouwing aan ten grondslag.
In 2019 (nog voordat de huidige Ruimtelijke structuurvisie bestond) is door de ontwikkelaar een verzoek ingediend bij de gemeente, waarin werd gevraagd of het realiseren van woningen op de locatie Kerkweg 42 tot de mogelijkheden behoorde. Bij het beoordelen van dit verzoek heeft de gemeente aangegeven dat dit tot de mogelijkheden behoort, maar dat voor de woningen aan de Kerkweg een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter hoog aangehouden dient te worden. Voor de Adam Pijnackerstraat geldt dat daar een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 10 meter maximaal toelaatbaar werd geacht.
57
Aan de Adam Pijnackerstraat hebben we namelijk te maken met een stedenbouwkundige geheel andere setting/structuur dan de Kerkweg. Dit blijkt ook uit de Lintenvisie van de gemeente. Volgens deze visie moet het kleinschalige karakter van de Kerkweg zelf behouden blijven. Daarbij is het wel mogelijk om in het ‘achtergebied’ (Korteweg en Adam Pijnackerstraat) bebouwing met een grotere schaal te realiseren. De genoemde hoogtes zijn derhalve daar aanvaardbaar. Voorts zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden meegegeven, die hebben geleid tot het plan dat nu voorligt. Dat insprekers van mening zijn dat door de gemeente klakkeloos een willekeurig plan van een ontwikkelaar wordt overgenomen en mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan wordt in het geheel niet gedeeld. Aan een bestemmingsplanwijziging ligt altijd een stedenbouwkundige onderbouwing ten grondslag. Zo ook voor deze wijziging. Enerzijds dient de toelichting van het bestemmingsplan als ruimtelijke onderbouwing van het plan. Daarbij kan paragraaf 2.2.1 beschouwd worden als het stedenbouwkundig advies. Anderzijds zijn er randvoorwaarden meegegeven waaraan het project moet voldoen. Tevens zijn er stedenbouwkundige keuzes meegegeven aan de projectontwikkelaar. Dit zal hieronder nader worden toegelicht.
De rooilijn in de Adam Pijnackerstraat is om stedenbouwkundige redenen bewust in één lijn gelegd met de bestaande zijgevel van de eindwoning op nr. 5. Deze nieuwe rooilijn ligt circa 0,60 meter voor de bestaande rooilijn van nr. 3 t/m 11. De achterliggende gedachte is om de Adam Pijnackerstraat over de volledige lengte overal ongeveer dezelfde breedte te geven. Hierdoor ontstaat een eenduidig profiel, wat de herkenbaarheid ten goede komt. Daarbij wordt opgemerkt dat bij nr. 9 en 11 de uitbouwen (entree en garage) tot aan het trottoir reiken. Deze uitbouwen hebben een diepte van circa 2,30 meter ten opzichte van de voorgevellijn. Het voorstel om het gehele blok circa 0,60 meter naar achteren te schuiven doet geen afbreuk aan de stedenbouwkundige opzet van het plan en de straat. Het gewenste effect (meer licht en ruimte) is echter marginaal. Doordat de woningen hoger zijn en dichter op de rijweg staan dan de bestaande bebouwing spreekt het voor zich dat er meer schaduwwerking zal zijn in de Adam Pijnackerstraat. Uit de bezonningsdiagrammen (zie bijlage 2) blijkt dat deze toename geen onaanvaardbare nadelige gevolgen heeft voor de tegenoverliggende woningen. Alleen in december is er sprake van geringe (extra) schaduw ten opzichte van de bestaande situatie.
De berekeningen zijn overigens gebaseerd op een maximale nokhoogte van 9,5 meter in plaats van 9 meter hoogte, die de ontwikkelaar aanhoudt. In de uiteindelijke situatie zal derhalve minder schaduwvorming ontstaan. Indien inspreker echter van mening is dat hij als gevolg van deze herziening van het bestemmingsplan schade lijdt die redelijkerwijs niet te zijner laste behoort te blijven, dan kan hij die schade claimen bij de gemeente, volgens de daarvoor wettelijke bepalingen (planschade). Parkeren Inspreker maakt zich zorgen om de parkeerdruk. De hoge parkeerdruk in het oudere deel van de dorpskern van Pijnacker wordt niet ontkend. Deze is het gevolg van het toegenomen autobezit tijdens de afgelopen decennia. Het ontbreekt aan fysieke ruimte de hoeveelheid parkeergelegenheid die beschikbaar is en de behoefte voor alle bestaande woningen met elkaar in evenwicht te brengen. Ten behoeve van het bouwplan dient echter wel voorzien te worden in voldoende parkeerplaatsen voor de toekomstige bewoners. Door te eisen dat die parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd, wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk in de omgeving niet verder toeneemt. Aangezien ruimschoots aan de norm wordt voldaan, neemt de parkeerdruk naar verwachting zelfs enigszins af. Bodemvervuiling 58
Ten aanzien van bodemverontreiniging wordt opgemerkt dat uit het bodemonderzoek is gebleken dat enkel sprake is van immobiele verontreiniging. Dat betekent dat er geen sprake is van verspreidingsrisico. Bovendien zijn geen sterke grondwaterverontreinigingen aangetoond. Derhalve zal de ontwikkelaar het te ontwikkelen perceel geschikt moeten maken voor het beoogde gebruik. De gemeente handelt hiermee zoals er wettelijk mee omgegaan dient te worden.
23.
Fam. S.A. Olieman Adam Pijnackerstraat 4 2641 GS Pijnacker
Reactie: Insprekers geven een reactie op de voorgestelde ontwikkeling aan de Kerkweg 42. Hoewel het omzetten van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming door insprekers als passend wordt gezien, wordt aangegeven dat dit niet geldt voor de nu voorgestelde vorm. Hetgeen in het voorontwerpbestemmingsplan genoemd wordt, komt volgens insprekers op diverse punten niet overeen met de bij insprekers bekende ontwerptekening, die zij ontvangen hebben van de ontwikkelaar. Insprekers merken op dat het er sterk op lijkt dat de gemeente hier een bestemmingsplan voorstelt dat klakkeloos is aangepast op het plan van de ontwikkelaar. De gemeente heeft zelf niet eerst een visie ontwikkeld, zo stellen insprekers. Bij die visie had tenminste aansluiting moeten worden gezocht bij het bestaande bestemmingsplan voor de naastgelegen woningen aan de Adam Pijnackerstraat. Insprekers geven aan dat de ontwikkeling aan de Kerkweg ten koste gaat van de woonkwaliteit, omdat er aanzienlijke extra schaduwvorming optreed en een nauwer straatbeeld ontstaat. Met name de extra schaduwvorming voor de aan de Adam Pijnackerstraat gelegen woningen aan de overzijde van de ontwikkeling baart insprekers grote zorgen. Insprekers stellen dat voor de ontwikkeling op deze locatie een stedenbouwkundige visie dient te worden opgemaakt.
Zij stellen dat zij na meerdere verzoeken dit rapport te verkrijgen, deze nooit hebben ontvangen en gaan er dan ook van uit dat die er niet is. Wanneer aansluiting gezocht gaat worden met de naastgelegen woningen, zien insprekers graag de volgende aanpassingen: - de woningen gaan circa 1 meter achteruit ten opzichte van het huidige ontwerp; - de maximale nokhoogte wordt 9 meter, in plaats van 9,5m in het huidige ontwerp van de ontwikkelaar; - de maximale hoogte mag pas worden bereikt op 3 meter achter de rooilijn. Met die aanpassingen zou de schaduwvorming er nog steeds zijn, maar op een aanzienlijk minder aantal dagen per jaar. Bovendien wordt, door het aanhouden van de bestaande rooilijn van de woningen op nr. 3, 5 en 7, het straatbeeld minder nauw. Ten aanzien van bodemverontreiniging verzoeken insprekers dat een verkennend bodemonderzoek buiten de kavelgrens gaat plaatsvinden, zodat er geen vervuiling achterblijft in de omgeving. Ronald 59
Insprekers geven tot slot aan zich zorgen te maken over het verdwijnen van informele parkeerplaatsen voor het pand van het garagebedrijf. Beantwoording: Wij danken insprekers voor het inbrengen van hun inspraakreactie. Op deze manier wordt naast het participatietraject met de ontwikkelaar, bij de gemeente ter sprake gebracht wat er leeft in de omgeving. We zijn insprekers evenzeer erkentelijk voor de opmerking dat het voorontwerpbestemmingsplan niet geheel overeenkomt met de bij insprekers bekende ontwerptekening. Beide zijn tegen het licht gehouden en het is correct dat de maximale bouwhoogte in het voorontwerpbestemmingsplan voor het blok aan de Adam Pijnackerstraat niet correspondeert met de bouwhoogte die in de ontwerptekening van de ontwikkelaar is opgenomen. Derhalve is in goed overleg met de ontwikkelaar gesproken en is door de ontwikkelaar de keuze gemaakt om aan de wens van omwonenden tegemoet te komen door de maximale bouwhoogte van het plan te verlagen naar 9 meter. De maximale bouwhoogte zal daarom, zoals deze in het ontwerpbestemmingsplan wordt opgenomen, 9 meter bedragen. Opnieuw een handreiking vanuit deze ontwikkelaar om richting de omwonenden tegemoet te komen. Dit wordt zeker door de gemeente gewaardeerd. Visie In het bestemmingsplan ‘Kerkweg Korteweg’ wordt aangegeven, waar, wat en hoe hoog mag worden gebouwd.
Uiteraard ligt hier een stedenbouwkundige onderbouwing aan ten grondslag. In 2019 is door de ontwikkelaar een verzoek ingediend bij de gemeente, waarin werd gevraagd of het realiseren van woningen op de locatie Kerkweg 42 tot de mogelijkheden behoorde. Bij het beoordelen van dit verzoek heeft de gemeente aangegeven dat dit tot de mogelijkheden behoort, maar dat voor de woningen aan de Kerkweg een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter hoog aangehouden dient te worden. Voor de Adam Pijnackerstraat geldt dat daar een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 10 meter maximaal toelaatbaar werd geacht. Aan de Adam Pijnackerstraat hebben we namelijk te maken met een stedenbouwkundige geheel andere setting/structuur dan de Kerkweg. Dit blijkt ook uit de Lintenvisie van de gemeente. Volgens deze visie moet het kleinschalige karakter van de Kerkweg zelf behouden blijven. Daarbij is het wel mogelijk om in het ‘achtergebied’ (Korteweg en Adam Pijnackerstraat) bebouwing met een grotere schaal te realiseren. De genoemde hoogtes zijn derhalve daar aanvaardbaar. Voorts zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden meegegeven, die hebben geleid tot het plan dat nu voorligt.
Dat insprekers van mening zijn dat door de gemeente klakkeloos een willekeurig plan van een ontwikkelaar wordt overgenomen en mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan wordt in het geheel niet gedeeld. Kerkweg/Adam Pijnackerstraat Aan een bestemmingsplanwijziging ligt altijd een stedenbouwkundige onderbouwing ten grondslag. Zo ook voor deze wijziging. Enerzijds dient de toelichting van het bestemmingsplan als ruimtelijke onderbouwing van het plan. Daarbij kan paragraaf 2.2.1 beschouwd worden als het stedenbouwkundig advies. Anderzijds zijn er randvoorwaarden meegegeven waaraan het project moet voldoen. Tevens zijn er stedenbouwkundige keuzes meegegeven aan de projectontwikkelaar. Dit zal hieronder nader worden toegelicht. De rooilijn in de Adam Pijnackerstraat is om stedenbouwkundige redenen bewust in één lijn gelegd met de bestaande zijgevel van de eindwoning op nr. 5. Deze nieuwe rooilijn ligt circa 0,60 meter voor de bestaande rooilijn van nr. 3 t/m 11. De achterliggende gedachte is om de 60
Adam Pijnackerstraat over de volledige lengte overal ongeveer dezelfde breedte te geven. Hierdoor ontstaat een eenduidig profiel, wat de herkenbaarheid ten goede komt. Daarbij wordt opgemerkt dat bij nr. 9 en 11 de uitbouwen (entree en garage) tot aan het trottoir reiken. Deze uitbouwen hebben een diepte van circa 2,30 meter ten opzichte van de voorgevellijn. Het voorstel om het gehele blok circa 0,60 meter naar achteren te schuiven doet geen afbreuk aan de stedenbouwkundige opzet van het plan en de straat. Het gewenste effect (meer licht en ruimte) is echter marginaal. Doordat de woningen hoger zijn en dichter op de rijweg staan dan de bestaande bebouwing spreekt het voor zich dat er meer schaduwwerking zal zijn in de Adam Pijnackerstraat. Uit de bezonningsdiagrammen (zie bijlage 2) blijkt dat deze toename geen onaanvaardbare nadelige gevolgen heeft voor de tegenoverliggende woningen. Alleen in december is er sprake van geringe (extra) schaduw ten opzichte van de bestaande situatie. De berekeningen zijn overigens gebaseerd op een maximale nokhoogte van 9,5 meter. In de uiteindelijke situatie zal derhalve minder schaduwvorming ontstaan.
Indien insprekers echter van mening zijn dat zij als gevolg van deze herziening van het bestemmingsplan schade lijden die redelijkerwijs niet te hunner laste behoort te blijven, dan kunnen zij die schade claimen bij de gemeente, volgens de daarvoor wettelijke bepalingen (planschade). Parkeren Insprekers maken zich zorgen om de parkeerdruk. De hoge parkeerdruk in het oudere deel van de dorpskern van Pijnacker wordt niet ontkend. Deze is het gevolg van het toegenomen autobezit tijdens de afgelopen decennia. Het ontbreekt aan fysieke ruimte de hoeveelheid parkeergelegenheid die beschikbaar is en de behoefte voor alle bestaande woningen met elkaar in evenwicht te brengen. Ten behoeve van het bouwplan dient echter wel voorzien te worden in voldoende parkeerplaatsen voor de toekomstige bewoners. Door te eisen dat die parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd, wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk in de omgeving niet verder toeneemt. Aangezien ruimschoots aan de norm wordt voldaan, neemt de parkeerdruk naar verwachting zelfs enigszins af. Bodemverontreiniging Ten aanzien van bodemverontreiniging wordt opgemerkt dat uit het bodemonderzoek is gebleken dat enkel sprake is van immobiele verontreiniging. Dat betekent dat er geen sprake is van verspreidingsrisico. Bovendien zijn geen sterke grondwaterverontreinigingen aangetoond.
Derhalve zal de ontwikkelaar het te ontwikkelen perceel geschikt moeten maken voor het beoogde gebruik.
24.
Dhr. Massie en mw. Massie-Trappenburg Kerkweg 36 2641 GE Pijnacker
Insprekers geven een reactie op de voorgestelde ontwikkeling aan de Kerkweg 42. Volgens insprekers zijn de bewoners in de omgeving van het plangebied het eens met de gemeente dat er op de locatie Kerkweg 42 acht eengezinswoningen gerealiseerd worden. Voor het bouwblok aan de Kerkweg geldt dat insprekers de schaduwvorming acceptabel vinden. Uit de bezonningsdiagrammen zijn inderdaad verschillen zichtbaar, maar deze verschillen zijn niet zodanig groot dat moet worden afgezien van het verlenen van medewerking aan dit deel van het 61
bouwplan en daarmee aan het vaststellen van het bestemmingsplan hiervoor. Dit geldt zeker niet voor de schaduwvorming door het nieuwe bouwblok aan de Adam Pijnackerstraat. Insprekers geven aan dat de huizen tegenover dit blok veel extra schaduwvorming zullen ondervinden. Dit hebben zij onderbouwd met berekeningen gebaseerd op eigen waarnemingen. In dat kader stellen insprekers voor de rooilijn gelijk te trekken aan die van de Adam Pijnackerstraat 3, 5 en 7 met een maximale goothoogte op deze rooilijn van 6 meter. Daarbij zou een maximale nokhoogte van 9 meter, pas vanaf 3 meter achter de rooilijn wenselijk zijn. Voorts geven insprekers aan dat het erop lijkt dat de gemeente hier een bestemmingsplan voorstelt dat klakkeloos is aangepast op het plan van de ontwikkelaar. De gemeente heeft zelf niet eerst een visie ontwikkeld, zo stellen insprekers. Insprekers geven een aantal alternatieve bouwmogelijkheden mee, zoals: - Bouw 1 of 2 (riante) villa’s met een openbaar parkeerterrein voor 20 auto’s.
Hiermee kan het verlies van 15 de facto plaatsen naast het huidige garagebedrijf en het tekort aan parkeergelegenheid in de buurt gecompenseerd worden; - Bouw 3 of 4 huizen langs de Kerkweg met kappen (op de voorkant) op maximaal 45 graden en minimaal 20 graden met pannen dak niet hoger dan 6 meter; - Bouw 4 huizen met kappen aan de Adam Pijnackerstraat (op de voorkant) en op maximaal 45 graden en minimaal 20 graden met pannen dak niet hoger dan 9 meter; - Bouw 4 huizen min of meer volgens het voorstel van de Maese, maar met twee in plaats van drie woonlagen (dus niet hoger dan 6 meter). Tenslotte merken insprekers op dat de ontwikkelaar de rooilijn van de Adam Pijnackerhof 5 hanteert, terwijl het volgens insprekers logischer zou zijn de lijn van de huizen Adam Pijnackerstraat 3,5, 7, 9 en 11 als uitgangspunt te nemen. Ook ziet men geen reden om twee van de voorgestelde huizen op de Adam Pijnackerstraat 30 centimeter over de rooilijn te laten gaan. Beantwoording: Wij danken insprekers voor het inbrengen van hun inspraakreactie. Op deze manier wordt naast het participatietraject met de ontwikkelaar, bij de gemeente ter sprake gebracht wat er leeft in de omgeving. Visie In het bestemmingsplan ‘Kerkweg Korteweg’ wordt aangegeven, waar, wat en hoe hoog mag worden gebouwd. Uiteraard ligt hier een stedenbouwkundige onderbouwing aan ten grondslag.
In 2019 is door de ontwikkelaar een verzoek ingediend bij de gemeente, waarin werd gevraagd of het realiseren van woningen op de locatie Kerkweg 42 tot de mogelijkheden behoorde. Bij het beoordelen van dit verzoek heeft de gemeente aangegeven dat dit tot de mogelijkheden behoort, maar dat voor de woningen aan de Kerkweg een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter hoog aangehouden dient te worden. Voor de Adam Pijnackerstraat geldt dat daar een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 10 meter maximaal toelaatbaar werd geacht. Aan de Adam Pijnackerstraat hebben we namelijk te maken met een stedenbouwkundige geheel andere setting/structuur dan de Kerkweg. Dit blijkt ook uit de Lintenvisie van de gemeente. Volgens deze visie moet het kleinschalige karakter van de Kerkweg zelf behouden blijven. Daarbij is het wel mogelijk om in het ‘achtergebied’ (Korteweg en Adam Pijnackerstraat) bebouwing met een grotere schaal te realiseren. De genoemde hoogtes zijn derhalve daar aanvaardbaar. Voorts zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden meegegeven, die hebben geleid tot het plan dat nu voorligt. Dat insprekers van mening zijn dat door de 62
gemeente klakkeloos een willekeurig plan van een ontwikkelaar wordt overgenomen en mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan wordt in het geheel niet gedeeld. Kerkweg/Adam Pijnackerstraat Aan een bestemmingsplanwijziging ligt altijd een stedenbouwkundige onderbouwing ten grondslag. Zo ook voor deze wijziging. Enerzijds dient de toelichting van het bestemmingsplan als ruimtelijke onderbouwing van het plan. Daarbij kan paragraaf 2.2.1 beschouwd worden als het stedenbouwkundig advies. Anderzijds zijn er randvoorwaarden meegegeven waaraan het project moet voldoen. Tevens zijn er stedenbouwkundige keuzes meegegeven aan de projectontwikkelaar. Dit zal hieronder nader worden toegelicht. De rooilijn in de Adam Pijnackerstraat is om stedenbouwkundige redenen bewust in één lijn gelegd met de bestaande zijgevel van de eindwoning op nr. 5. Deze nieuwe rooilijn ligt circa 0,60 meter voor de bestaande rooilijn van nr. 3 t/m 11. De achterliggende gedachte is om de Adam Pijnackerstraat over de volledige lengte overal ongeveer dezelfde breedte te geven. Hierdoor ontstaat een eenduidig profiel, wat de herkenbaarheid ten goede komt. Daarbij wordt opgemerkt dat bij nr. 9 en 11 de uitbouwen (entree en garage) tot aan het trottoir reiken. Deze uitbouwen hebben een diepte van circa 2,30 meter ten opzichte van de voorgevellijn.
Het voorstel om het gehele blok circa 0,60 meter naar achteren te schuiven doet geen afbreuk aan de stedenbouwkundige opzet van het plan en de straat. Het gewenste effect (meer licht en ruimte) is echter marginaal. Doordat de woningen hoger zijn en dichter op de rijweg staan dan de bestaande bebouwing spreekt het voor zich dat er meer schaduwwerking zal zijn in de Adam Pijnackerstraat. Uit de bezonningsdiagrammen (zie bijlage 2) blijkt dat deze toename geen onaanvaardbare nadelige gevolgen heeft voor de tegenoverliggende woningen. Alleen in december is er sprake van geringe (extra) schaduw ten opzichte van de bestaande situatie. De berekeningen zijn overigens gebaseerd op een maximale nokhoogte van 9,5 meter in plaats van 9 meter hoogte, die de ontwikkelaar aanhoudt. In goed overleg met de ontwikkelaar is namelijk door de ontwikkelaar de keuze gemaakt om aan de wens van omwonenden tegemoet te komen door de maximale bouwhoogte van het plan te verlagen naar 9 meter. In de uiteindelijke situatie zal derhalve minder extra schaduwvorming ontstaan. Indien insprekers echter van mening zijn dat zij als gevolg van deze herziening van het bestemmingsplan schade lijden die redelijkerwijs niet te hunner laste behoort te blijven, dan kunnen zij die schade claimen bij de gemeente, volgens de daarvoor wettelijke bepalingen (planschade).
Zoals insprekers al aangaven heeft niemand enig recht op een bepaalde hoeveelheid zon. Het gaat om de hoeveelheid daglichttoetreding. Deze voldoet aan de normen.
63
BIJLAGE 1 (BEZONNINGSDIAGRAMMEN LOCATIE KORTEWEG 1-3)
64
65
66
67
BIJLAGE 2 (BEZONNINGSDIAGRAMMEN LOCATIE KERKWEG 42) Bestaande situatie:
Nieuwe situatie:
68
Bestaande situatie:
Nieuwe situatie:
69
Bestaande situatie:
Nieuwe situatie:
70
Bestaande situatie:
Nieuwe situatie:
71
OVERLEGREACTIES
1.
HGOP Duijvestein 17 2641 LG Pijnacker
Reactie: Reclamant geeft aan dat het plan zoals nu is gepresenteerd positieve punten kent, zoals uitvoering als 0 op de meter woningen en het parkeren achter het complex. Echter er zijn ook punten die duidelijk verbetering behoeven om de nieuwbouw beter passend te maken in de omgeving, stelt reclamant. De nieuwbouw zou veel beter dan nu het geval is rekening moeten houden met: - de woningen in de Willem de Zwijgerlaan, gebouwd in de jaren dertig, waar de Korteweg feitelijk een verlenging van is; - de tegenover gelegen boerderij ‘Acht is meer dan duizend’ uit 1656 en de ernaast staande kenmerkende woning uit 1930; het “huis met de rode balletjes’; - de sfeer van de Kerkweg. De nieuwbouw kan volgens ons beter passend gemaakt worden door: - er geen appartementencomplex te bouwen, maar grondgebonden woningen; - het appartementencomplex, maximaal 2 lagen te laten zijn; - het pand een meer jaren dertig uitstraling te geven, minder modern en strak, uitgevoerd met gedetailleerd rood/bruin metselwerk. Beantwoording: Inpassing in de omgeving en bouwhoogte In het bestemmingsplan ‘Kerkweg Korteweg’ wordt aangegeven, waar, wat en hoe hoog mag worden gebouwd. Uiteraard ligt hier een stedenbouwkundige onderbouwing aan ten grondslag.
In 2019 is door de ontwikkelaar een verzoek ingediend bij de gemeente, waarin werd gevraagd of het realiseren van woningen in de vorm van appartementen aan de Korteweg 1-3 tot de mogelijkheden behoorde. Bij het beoordelen van dit verzoek heeft de gemeente aangegeven dat dit tot de mogelijkheden behoort, maar het gebouw zou dan een maximale bouwhoogte van 10 meter moeten krijgen. Ook is aangegeven dat het gebouw moet passen in zijn omgeving. In dat kader zijn door de stedenbouwkundige een aantal randvoorwaarden meegegeven, die hebben geleid tot het plan dat nu voorligt. Het plan dat nu voorligt is dan ook een plan, waarvan de gemeente vindt dat het past in de omgeving. De drie bouwlagen worden als passend gezien, omdat de Korteweg de overgang vormt van het gebied langs de Europalaan naar het woongebied aan en achter de Kerkweg. De Europalaan wordt gekenmerkt door grotere gebouwen die weinig onderlinge samenhang hebben. Daarentegen bestaat de Kerkweg uit kleinschalige lintbebouwing, met incidenteel een grotere woning. Ook qua functie is er onderscheid. Langs de Europalaan staan voornamelijk bedrijven, kantoren en een supermarkt. Het gebied aan en achter de Kerkweg bestaat hoofdzakelijk uit woningbouw. Het beoogde appartementengebouw komt -vanaf de rotonde gezien- vlak voor de overgang tussen beide gebieden te staan.
Deze overgang wordt nu al gemarkeerd door een versmalling in de weg (van 50 km-gebied naar 30 km-zone) en een verschil in de verharding (van asfalt naar klinkers). Dat het gebouw zich qua volume en verschijningsvorm voegt bij de bebouwing langs 72
de Europalaan is daarom een logische keuze, waarbij de nadruk ligt op de Lidl. Een architectonische aansluiting op de Willem de Zwijgerlaan leidt daarentegen tot een vreemde eend in de bijt. Kortom: op de locatie Korteweg 1-3 hebben we te maken met een stedenbouwkundige andere setting/structuur dan de Kerkweg. Dit blijkt ook uit de Lintenvisie van de gemeente. Volgens deze visie moet het kleinschalige karakter van de Kerkweg zelf behouden blijven. Daarbij is het wel mogelijk om in het ‘achtergebied’ (Korteweg en Adam Pijnackerstraat) bebouwing met een grotere schaal te realiseren. Over die grotere schaal gesproken: de maximale bouwhoogte van 10 meter is vergelijkbaar met de hoogte van een huidige eengezinswoning (twee lagen en een kap). De terugliggende derde laag zal er voor zorgen dat het gebouw de uitstraling krijgt van een kleinschalig appartementengebouw. Ten aanzien van de suggestie het pand een meer jaren dertig uitstraling te geven het volgende. In het bestemmingsplan worden geen keuzes gemaakt in het kader van materialisering, kleurstelling en nadere uitwerking van architectuur. Het bouwplan moet nog getoetst worden aan de redelijke eisen van welstand door de commissie ruimtelijke kwaliteit. Deze onafhankelijke commissie zal beoordelen of het voorliggende bouwplan aan de redelijke eisen van welstand voldoet.
Genoemde commissie draagt ook zorg voor een passende aansluiting van het bouwplan in de omgeving. Bovendien is de projectontwikkelaar voornemens in het nog lopende participatietraject met de omwonenden en u als belanghebbende vereniging in gesprek te gaan over onder andere de materialisering, kleurstelling en nadere uitwerking op het gebied van architectuur, om te komen tot een gebouw dat mooi past in de omgeving.
2.
Vereniging voor Natuur- en Milieubescherming Pijnacker (NMP) T.a.v. Dhr. R. Smokers
Reactie: Reclamant geeft aan geen bezwaren tegen het voorontwerpbestemmingsplan ‘Kerkweg Korteweg’ te hebben, maar wel enkele zaken te willen inbrengen die van belang zijn voor een toekomstbestendige inpassing van de geplande woningbouw op de locaties aan de Kerkweg en Korteweg in de kern van Pijnacker. Allereerst wil reclamant graag melden dat deze het toejuicht dat oude bedrijfslocaties in het centrum van de kernen van Pijnacker-Nootdorp worden omgezet naar woonlocaties. Dit is geheel in lijn met de inbreng van reclamant voor de Omgevingsvisie van 11 november jongstleden. Als we de groene buitengebieden van Pijnacker-Nootdorp open en groen willen houden, dan is inbreiden het recept om aan de stijgende vraag naar woningen te voldoen. Dit plan is daar een goed voorbeeld van. Als er dan ook nog woningen voor kleinere huishoudens en huishoudens met kleinere beurzen worden gerealiseerd, zoals het geval is aan de Korteweg, dan is dat dat ook vanuit sociaal aspect helemaal goed. Ook enige vorm van hoogbouw is daarbij voor reclamant acceptabel, juist omdat het de mogelijkheden voor inbreiding vergroot. Behoud van het dorpse karakter is ook belangrijk, maar als er prioriteiten gesteld moeten worden dan gaat de natuur wat ons betreft voor.
Voor behoud van het dorpse karakter van onze kernen is het vooral belangrijk dat de gebouwen qua ontwerp en ruimtelijke inpassing bijdragen aan een vriendelijke aanblik van de dorpskernen. In dat licht is de impressie voor de Korteweg overigens niet zo inspirerend. 73
Ecologisch valt er op deze kleine locaties binnen de bestaande dorpskern op het eerste gezicht weinig te winnen. Het maximaal haalbare op kleine inbrei-locaties is het nemen van een aantal maatregelen uit de toolbox van natuurinclusief bouwen, zoals het creëren van nestgelegenheid voor mussen en gierzwaluwen en slaapgelegenheid voor vleermuizen, en het gebruik van groendaken. Deze kleine maatregelen zijn volgens reclamant echter wel degelijk van groot belang. Reclamant geeft mee om in een zo vroeg mogelijk stadium richting de ontwikkelaars duidelijke eisen te stellen aan de mate van natuurinclusief bouwen. Voorts wijst reclamant erop dat het voor hem belangrijk is dat alle nieuwbouw in Pijnacker-Nootdorp vanuit energetisch oogpunt maximaal duurzaam is. Dat betekent volgens reclamant dat de op deze locaties geplande gebouwen een zo laag mogelijke energievraag moeten hebben, geen gasaansluiting hebben, en maximaal in de eigen elektriciteits- en warmtevraag voorzien. Parkeergelegenheid bij de woningen moet voorbereid zijn op een toenemend aandeel elektrische auto’s. Reclamant verwacht dat de gemeente er op toeziet dat bij ontwerp, ontwikkeling en realisatie van de nieuwbouw op de locaties Kerkweg en Korteweg invulling wordt gegeven aan belangrijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. Beantwoording: Wij danken reclamant voor deze overlegreactie.
De reactie wordt grotendeels voor kennisgeving aangenomen. Ten aanzien van deel van de reactie die ziet op ecologie het volgende. Voor de locatie aan de Kerkweg/Adam Pijnackerstraat is in het kader van natuurinclusief bouwen bekend dat men voor ogen heeft nestkasten voor gierzwaluwen en/of vleermuizen aan te brengen in de kopgevels van de woningen. Voor het project aan de Korteweg moeten de maatregelen nog worden bepaald. In de anterieure overeenkomsten worden hierover afspraken met de beide ontwikkelaars (in afstemming met de gemeentelijk ecoloog). De overeenkomsten worden in een zo vroeg mogelijk stadium afgesloten. Bovendien zullen de geplande gebouwen een zo laag mogelijke energievraag hebben en is er zeker geen gasaansluiting meer aanwezig. De gemeente ziet waar mogelijk vanzelfsprekend toe op het invulling geven aan de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid.
3.
Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland De heer ir. W. van der Vliet Postbus 3061 2601 DB Delft
Reactie: Reclamant verzoekt een aantal aanpassingen te maken in het voorliggende voorontwerpbestemmingsplan ‘Kerkweg Korteweg’, te weten: 1. Paragraaf 4.8, thema Bodem en grondwater. Reclamant vraagt of in deze paragraaf kan worden beschreven, hoe de waterstand zich tot de aanwezige functies in het gebied verhoudt en of er maatregelen benodigd zijn en zo ja, welke dit zijn. 2. Paragraaf 4.8, thema Waterkwantiteit. Reclamant wijst op het feit dat afgelopen jaar een nieuwe watersleutel beschikbaar is gesteld, die rekening houdt met een klimaatopgave. Ondanks dat de verharding per saldo afneemt, wordt de vraag gesteld of voor beide locaties middels het invullen van de watersleutel inzichtelijk kan worden gemaakt of er een wateropgave uit volgt of niet. 74
3. Paragraaf 4.8, thema Afvalwater en riolering. Gevraagd wordt de zinsnede over het afvoeren van dak- en terreinwater naar het oppervlaktewater te verwijderen of te nuanceren. Beantwoording: Wij danken reclamant voor deze overlegreactie. De waterparagraaf in de plantoelichting zal worden aangevuld op de thema’s die worden aangehaald. Daarbij zal de meest actuele watersleutel gebruikt worden. Aan de verzoeken van reclamant zal tegemoet gekomen worden.
4.
TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 Postbus 718 6800 AS Arnhem
Reactie: Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op genoemd plan en wensen u veel succes bij de verdere uitwerking hiervan. Beantwoording: Wij danken reclamant voor deze overlegreactie. De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
5.
Dunea De heer W.J. Kerkhoven Postbus 756 2700 AT Zoetermeer
Reactie: In het door u geschetste gebied liggen geen transportleidingen van Dunea, we hebben derhalve geen op- of aanmerkingen. Beantwoording: Wij danken reclamant voor deze overlegreactie. De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
6.
Milieuplatform Pijnacker-Nootdorp De heer mr. P.A.J.M. Clabbers Postbus 1 2640 AA Pijnacker
Reactie:
75
Reclamant geeft ten aanzien van de ontwikkeling aan de Kerkweg aan dat een goede inpassing van het bouwplan in de omgeving van belang is, gezien de Kerkweg één van de historische linten van Pijnacker is. Voor dit bouwproject is aan de hand van de handreiking 'Participatie bij grotere bouwplannen' een participatietraject doorlopen. Uit het participatieverslag blijkt dat de projectontwikkelaar met omwonenden en het Historisch Genootschap Oud Pijnacker overleg heeft gehad. Dit heeft geleid tot meerdere aanpassingen van het bouwplan. Reclamant vindt het positief dat de gemeente vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet per 1 januari 2022 met dergelijke pilots al ervaring opdoet met de toekomstige verplichting om de omgeving te betrekken bij aanvragen van vergunningen voor grotere bouwplannen. Reclamant geeft ten aanzien van de ontwikkeling aan de Korteweg aan dat het gaat om het realiseren van een gebouw met 13 à 14 appartementen, die geschikt zijn voor zowel starters op de woningmarkt als ouderen. Voor reclamant een goede ontwikkeling, omdat de gemeentelijke Woonvisie 2020 – 2030 voor deze twee doelgroepen extra aandacht vraagt. Vooral voor ouderen is woonruimte in de nabijheid van diverse (centrum)voorzieningen belangrijk. Voor het bouwplan aan de Korteweg loopt nog een participatietraject. Reclamant is benieuwd naar de uitkomsten daarvan.
In het kader van natuurinclusief bouwen wijst reclamant op enkele passages uit die plantoelichting, die volgens hem de indruk wekken dat in de opvatting van de gemeente duurzaamheid en natuurinclusief bouwen zich beperken tot energiebesparing en zo mogelijk toepassing van duurzame warmte of ‘all-electric’-energieoplossingen. Wat natuurinclusief bouwen betreft denkt reclamant ook aan het integreren van natuur in de bouw van woningen, bedrijfspanden en andere objecten. Het is bouwen waarbij natuur en bouwobjecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierbij kun je denken aan het integreren van verblijfplaatsen voor dieren die in gebouwen wonen (o.a. vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen) en het benutten van daken en gevels bijvoorbeeld door begroeiing met vegetatie. In dat kader vraagt reclamant zich af wat de visie van de gemeente is op natuurinclusief bouwen en welke criteria de gemeente hanteert om te beoordelen of bouw- en inrichtingsplannen voldoen aan natuurinclusief bouwen en – inrichten. Tevens wordt door reclamant de vraag gesteld of de gemeente voornemens is actief naar onze inwoners te communiceren over de mogelijkheden en kansen van natuurinclusief bouwen en – inrichten.
En concreet voor de bouwprojecten aan de Kerkweg/Adam Pijnackerstraat en Korteweg wordt door reclamant gevraagd naar welke maatregelen uit de toolbox natuurinclusief bouwen en – inrichten hier worden toegepast. Beantwoording: Wij danken reclamant voor deze overlegreactie. Wij waarderen de positieve woorden over het feit dat de gemeente vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet per 1 januari 2022 met participatie-pilots al ervaring opdoet met de toekomstige verplichting om de omgeving te betrekken bij aanvragen van vergunningen voor grotere bouwplannen. Uiteraard zal het participatieverslag, zodra de uitkomsten van het participatietraject voor de ontwikkeling aan de Korteweg zijn afgerond, aan de toelichting van het bestemmingsplan worden toegevoegd. Op dit moment is de participatie nog in volle gang. Ten aanzien van het onderwerp natuurinclusief bouwen geldt dat hieronder ook wordt verstaan het integreren van natuur in de bouw van woningen. Het integreren van verblijfplaatsen voor dieren die in gebouwen wonen ligt dan voor de hand. Voor de locatie aan de Kerkweg/Adam Pijnackerstraat is in het kader van natuurinclusief bouwen bekend dat men voor ogen heeft nestkasten voor gierzwaluwen en/of vleermuizen aan te brengen in de kopgevels van de woningen. Voor het project aan de Korteweg moeten de maatregelen nog worden bepaald.
In de anterieure overeenkomsten worden hierover afspraken met de beide ontwikkelaars (in afstemming met de gemeentelijk ecoloog). Op de overige gestelde vragen kan helaas nog geen antwoord worden gegeven. Op 31 oktober 2019 is toegezegd het thema natuurinclusief bouwen mee te 76
nemen in de Omgevingsvisie. Dat betekent dat in het ontwerp van de Omgevingsvisie, welke naar verwachting in mei 2021 ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden, dit thema een plek zal krijgen. Dan wordt ingegaan op wat we verstaan onder het begrip natuurinclusief bouwen en hoe zich dat verhoudt tot de (inrichting van de) omgeving. Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van het ontwerp van de Omgevingsvisie. Nu het begrip natuurinclusief bouwen nog niet is uitgewerkt, kunnen we ook de doorwerking daarvan naar het concrete niveau van een initiatief nog niet beschrijven. Dit zal na de Omgevingsvisie uitgewerkt moeten worden.
7.
Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Mevrouw ir. I.L. Rijnhart Postbus 52155 2505 CD Den Haag
Reactie: Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: Risicobron Het plangebied ligt op 3.355 meter ten oosten van de rijksweg A13. In geval van een calamiteit kan zich een incident voordoen waarbij giftige stoffen vrijkomen. Gezien de afstand van het plangebied tot aan de A13 zal het groepsrisico als gevolg van de (eventuele) ontwikkelingen niet significant toeof afnemen. Geadviseerde maatregelen en Restrisico Gezien de afstand van deze risicobron tot aan het plangebied worden de volgende maatregelen geadviseerd: A. Afschakelbare ventilatie; B. Risicocommunicatie. Het is belangrijk dat in de verdere uitwerking van het plangebied ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn. In het kader van brandveiligheid wordt tevens aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voor de specifieke objecten. Beantwoording: Wij danken reclamant voor deze overlegreactie. Van hetgeen de Veiligheidsregio opmerkt ten aanzien van externe veiligheid wordt kennisgenomen. Het advies zal worden opgenomen in de externe veiligheidsparagraaf van de toelichting op het bestemmingsplan.
77
STAAT VAN WIJZIGINGEN
betreft
wijziging
wijziging is gebaseerd op
Algemeen
Eventuele kleine tekstuele aanpassingen en verschrijvingen
Algemeen
Overal waar 13 à 14 appartementen aan de Korteweg worden toegeschreven, wordt dit gewijzigd naar 10 appartementen. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000200129-3001 Voor beide ontwikkelingen zullen de impressies vervangen door de meest recente versies, zodat bijvoorbeeld de derde bouwlaag aan de Korteweg 1-3 ook terugligt aan de achterzijde:
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing
Toelichting
Planidentificatie Paragraaf 2.2
Paragraaf 4.2.4 Paragraaf 4.8
Tevens zal verouderde informatie worden geactualiseerd. Ook zullen in deze paragraaf de stedenbouwkundige randvoorwaarden uitgebreider worden toegelicht. Het advies van de VRH zal in deze paragraaf worden opgenomen. De waterparagraaf zal worden aangevuld op de thema’s Bodem en grondwater, Waterkwantiteit en Afvalwater en riolering conform hetgeen in de overlegreactie is aangegeven. Daarbij zal de meest actuele watersleutel Watersleutel Korteweg.pdf
Paragraaf 4.9 Paragraaf 4.11 Paragraaf 6.2
Dit onderdeel wordt aangevuld met de geanonimiseerde nota van beantwoording alsmede het kort schetsen van de voorafgaande doorlopen procedure.
78
Overlegreactie 7 Overlegreactie 3
Watersleutel Kerkweg.pdf
gebruikt worden: De paragraaf die ziet op verkeer en parkeren wordt aangevuld met de nieuwste informatie. Invoegen aanmeldnotitie m.e.r.
Regels
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing
Algemeen
Eventuele kleine tekstuele aanpassingen en verschrijvingen
Planidentificatie
De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000200129-3001 Mogen veranderen in mag
Artikel 5.2.2, d
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing
Verbeelding Planidentificatie
De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000200129-3001
Aanpassingen verbeelding locatie Korteweg.
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing
De linkerzijde van het bouwvlak, niet zijnde de in- en uitrit (nu V-VB) wordt aangepast naar de bestemming Tuin. Bovendien wordt het aantal woningen bijgesteld naar maximaal 10 woningen, zodat aan de parkeernorm wordt voldaan. Tenslotte komt de derde laag niet alleen aan de voorzijde terug te liggen, maar zal dat ook aan de achterzijde worden doorgevoerd. Dat betekent dat de bouwhoogte, ter plaatse van het terugliggende gedeelte aan de achterzijde omlaag wordt gebracht naar 8 meter (goot- en bouwhoogte), zoals dat ook aan de voorzijde is gedaan.
79
Aanpassingen verbeelding locatie Kerkweg.
Ambtshalve aanpassing
Ter plaatse van het rode cirkeltje zal de tuinbestemming worden vervangen door de bestemming VerkeerVerblijfsgebied. Tevens zullen de bestemmingen aldaar tot de erfgrens worden doorgetrokken.
80