Bijlage 2: Aanvullende conceptkaders voor wonen in het (omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
Tekst van het document
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden 9 april 2025, versie 1.0
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.2.3 Wat betekent dit voor woningen in het glastuinbouwgebied ................................................................. 16
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................... 2 1.
3.3 Scenario 2: gebundelde glastuinbouw ................................... 17
Inleiding ...................................................................................... 3
3.3.1 Aansluiting bij de ambities uit de kaderstellende notitie 18
DEEL A: CONCEPTKADERS WONEN IN DE GLASTUINBOUWGEBIEDEN ............................................................................................................ 5
3.3.2 Scenario in breder perspectief ........................................ 19
Integrale benadering van de glastuinbouwgebieden in deel B ...... 5
3.3.3 Wat betekent dit voor woningen in het glastuinbouwgebied ................................................................. 19
Conceptkaders voor wonen in de glastuinbouwgebieden ............. 5
3.4 Scenario 3: kleinschalige clusters ........................................... 20
DEEL B: INTEGRAAL PERSPECTIEF VITALE GLASTUINBOUWGEBIEDEN ............................................................................................................ 7
3.4.1 Aansluiting bij de ambities uit de kaderstellende notitie 21
1.
3.4.2 Scenario in breder perspectief ........................................ 22
Huidige situatie ........................................................................... 8
3.4.3 Wat betekent dit voor woningen in het glastuinbouwgebied ................................................................. 23
1.1 Transformatiegebieden ............................................................ 8 1.2 Aanwezigheid woningen ........................................................... 8
4.
Instrumentarium woningen ..................................................... 24
1.3 Ontsluiting gebieden................................................................. 9
4.1 Welk type woningen staan er in het glastuinbouwgebied? ... 24
1.4 Vitale glastuinbouwgebieden ................................................... 9
4.2 Instrumenten burger- en bedrijfswoningen........................... 24
1.5 Nu niets doen .......................................................................... 10
4.3 De rol van de gemeente ......................................................... 27
1.6 Belangen afwegen .................................................................. 11
5.
Kosten ....................................................................................... 29
1.7 Tot slot .................................................................................... 11
5.1 Financiële aspecten regeling scenario 2................................. 29
2.
Basis op orde ............................................................................. 12
5.2 Overige mogelijke kosten ....................................................... 31
3.
Scenario’s .................................................................................. 13
6.
Richting en conclusie ................................................................ 33
3.1 De huidige situatie .................................................................. 13
6.1 Kaders ..................................................................................... 34
3.2 Scenario 1: grootschalige ondernemersclusters .................... 14
6.2 Eindconclusie .......................................................................... 35
3.2.1 Aansluiting bij de ambities uit de kaderstellende notitie 15 3.2.2 Scenario in breder perspectief ........................................ 16 2
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
1. Inleiding Bij de behandeling in de raad van de kaderstellende notitie Vitale Glastuinbouwgebieden op 30 mei 2024 is een amendement aangenomen waarin het college wordt gevraagd om een voorstel te doen aan de raad voor aanvullende richtinggevende kaders voor ‘wonen in de glastuinbouwgebieden’. Integrale benadering opgaven glastuinbouwgebieden Het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden is een uitwerking van de Omgevingsvisie. Met dit omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden willen we de economische kracht van de glastuinbouw versterken door onder andere de ruimte in de (glas)tuinbouwgebieden efficiënter gebruiken. De glastuinbouw heeft directe relaties met de andere thema’s, zoals water en bodem, milieu, economie, energie, verkeer, innovaties en wonen. Om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren, zoals woningbouw (karakteristieke kernen), groene verbindingen (onderscheidend groen) en omgevingskwaliteit (een veerkrachtige leefomgeving) is het van belang om deze thema’s in samenhang te zien en integraal te benaderen. De conceptkaders voor wonen in de glastuinbouwgebieden zijn dus niet los te beschouwen ten opzichte van de andere opgaven. Ontwerpend onderzoek De opgave om te komen tot vitale glastuinbouwgebieden is geen eenvoudige. Veel partijen zijn betrokken. De belangen van partijen zijn verschillend en zo nu en dan tegengesteld.
Daarbij zijn de ruimte en de financiële middelen schaars. Niet alles kan. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. Om de belangen, de keuzes en de consequenties inzichtelijk te maken, is gebruik gemaakt van de methode van ontwerpend onderzoek. Dit is een methode waarbij ontwerpopties en ruimtelijke mogelijkheden
worden verkend die bij de visie en ambities van het programma aansluiten. Een drietal ontwerpsessies met stakeholders hebben plaatsgevonden op 4, 19 en 28 november. Een diverse groep van tuinders, kennisinstellingen, financierders, milieuorganisaties en andere belangenorganisaties zijn hiervoor uitgenodigd. Tijdens de ontwerpsessies zijn verschillende denkrichtingen besproken met stakeholders, waarbij de eerdergenoemde thema’s (onder andere wonen) zijn onderzocht. Dit heeft geresulteerd in een drietal scenario’s met verschillende richtingen voor een vitale glastuinbouw. Vitale glastuinbouwgebieden In de Omgevingsvisie wordt gesproken over vitale glastuinbouwgebieden. Onder dit begrip verstaan we in deze notitie: Een vitaal glastuinbouwgebied is een gebied waar het behouden en/of het versterken van de economische activiteiten is gewaarborgd. Ofwel het gaat om de bereidheid van ondernemers om in een bedrijf te blijven investeren. Om dit te bereiken is het nodig om: - Een uitvoerbaar toekomstperspectief te bieden. - De verkavelingsstructuur is toegerust op de wensen en eisen van de moderne glastuinbouw. Dit betekent grotere en rechthoekige kavels (minimaal 200 breed), die te koppelen zijn voor bedrijven met de wens tot schaalvergroting (> 4 hectare). Een vitaal glastuinbouwgebied is een gebied waar het behouden en/of het versterken van de economische activiteiten is gewaarborgd.
Andere aandachtspunten die vanuit de Omgevingsvisie zijn meegegeven om te komen tot vitale glastuinbouwgebieden zijn:
3
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
-
-
Het streven naar een netto glastuinbouw oppervlakte van 325 hectare. Dit is opgenomen in het fundament van de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050. Het streven naar de ontwikkeling van een 4-tal transformatiegebieden naar woningbouw. Het streven naar draagvlak bij de provincie Zuid-Holland voor onze ruimtelijke keuzes op het gebied van onder andere woningbouw en glastuinbouw. De provincie is een belangrijke partij als het gaat om ruimtelijke ordening en woningbouwopgave.
Opzet kaders woningen in de glastuinbouwgebieden Het vraagstuk van het wonen in de glastuinbouwgebieden is een integraal en structurerend onderdeel van de opgave om te komen tot vitale glastuinbouwgebieden. Zoals eerder aangegeven zijn een drietal scenario’s opgesteld voor het glastuinbouwgebied. 1. Maximaal gericht op de ontwikkeling van de glastuinbouw. 2. Gericht op glastuinbouw, waarin deels woningbouw mogelijk is langs de doorgaande historische wegen en uitplaatsingsgebieden. 3. Alle woningen kunnen blijven staan in de glastuinbouwgebieden.
Deze notitie is opgebouwd uit twee delen. In deel A zijn de conceptkaders voor het wonen in het glastuinbouwgebied opgenomen. Deel B bevat de onderbouwing van de conceptkaders van het wonen in de glastuinbouwgebieden. In het eerste hoofdstuk is de huidige situatie beschreven. Vervolgens zijn drie mogelijke scenario’s uitgetekend en per scenario zijn de voor- en nadelen toegelicht. De manier waarop we als gemeente willen omgaan met woningen is structurerend voor de keuzes die voorliggen. Per scenario is ingegaan op wat dit betekent voor de woningen in de glastuinbouwgebieden. In hoofdstuk 4 is vervolgens nagedacht hoe het scenario is uit te voeren door middel van het instellen van nieuwe regelingen. Daarnaast is een eerste inschatting gemaakt over de (financiële) haalbaarheid. Tot slot is een aantal conclusies getrokken die ook richting geven aan de discussie over het wonen in de glastuinbouwgebieden.
4
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
DEEL A: CONCEPTKADERS WONEN IN DE GLASTUINBOUWGEBIEDEN De kaderstellende notitie voor het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden beschrijft aan de hand van acht met elkaar samenhangende thema’s de doelstellingen die met het omgevingsprogramma worden nagestreefd. Wonen is geen apart thema in de kaderstellende notitie, maar een onderdeel van het thema ruimtegebruik. In de kaderstellende notitie is over het wonen in de glastuinbouwgebieden het volgende beschreven. Doelstellingen ruimtegebruik uit de kaderstellende notitie: 1. De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw; 2. Ruimte creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken; 3. Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven;
Het primair gebruiken van de gronden voor glastuinbouw in de drie glastuinbouwgebieden betekent ook dat ander gebruik niet is toegestaan en functies die niet in het gebied thuishoren moeten worden aangepakt. Wonen is een functie die niet in de glastuinbouw thuishoort en primair, doelmatig en optimaal gebruik in de weg kan staan. Uitzondering hierop vormt het gebruik van een woning als bedrijfswoning door een ondernemer (tuinder) of een leidinggevende van het glastuinbouwbedrijf die daar vanwege de bedrijfsvoering noodzakelijkerwijs moet wonen. In het omgevingsprogramma verkennen we welke woningen in de weg staan voor de ontwikkeling van de glastuinbouw. Ook bevat het maatregelen op het gebied van handhaving, legalisatie, verplaatsing of sanering. Daarnaast zullen we bij de opstelling van het
omgevingsprogramma ook de mogelijkheden voor de huisvesting van arbeidsmigranten die zijn opgenomen in de beleidsnota’s woningvoorraad en huisvesting arbeidsmigranten betrekken.
Integrale benadering van de glastuinbouwgebieden in deel B Het wonen in de glastuinbouwgebieden kan niet los worden gezien van de andere doelstellingen in deze gebieden. Daarom zijn de conceptkaders voor wonen ook opgesteld vanuit een integraal beeld. In deel B van deze notitie is de onderbouwing van deze conceptkaders gegeven, bestaande uit een beschrijving van het proces, welke scenario’s zijn verkend en een onderbouwing voor het voorkeursscenario. Daarnaast staat in deel B ook een beschrijving van de regelingen, instrumenten en kosten.
Conceptkaders voor wonen in de glastuinbouwgebieden Dit leidt, vooruitlopend op het Omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden tot de onderstaande conceptkaders voor het wonen in het glastuinbouwgebied. In de definitieve kaders voor wonen in de glastuinbouwgebieden wordt dit verder uitgewerkt. In het (ontwerp) omgevingsprogramma gaan we daar nog een stap verder in. 1. De doorgaande historische wegen Delftsestraatweg, Overgauwseweg, Rijskade, Nieuwkoopseweg en Strikkade los te koppelen van de glastuinbouw inhoudende dat: a. Langs de doorgaande historische wegen ook ruimte is voor ander gebruik in de vorm van burgerwoningen; b. De karakteristieke kenmerken van deze doorgaande historische wegen behouden blijven en versterkt kunnen worden; c. De afstand tussen toegestane woonbebouwing en de glastuinbouw voldoet aan de milieuregelgeving;
5
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
d. De diepte van een lint in het omgevingsprogramma concreet wordt uitgewerkt om zo de impact op het glastuinbouwgebied te beperken; e. Langs de doorgaande historische wegen ruimte is om woningen uit de Vitale Glastuinbouwgebieden naar toe te verplaatsen; f. In het omgevingsplan wordt uitgewerkt dat, als onderdeel van het lint, een groene/blauwe buffer wordt gerealiseerd (al dan niet de vorm van erven) zodat de woningen een goed woon- en leefklimaat hebben en de ruimte om te ondernemen ook op langere termijn voor de tuinders geborgd is. 2. In de Vitale Glastuinbouwgebieden onder voorwaarden ruimte te bieden voor de huisvesting van de eigen arbeidsmigranten zonder dat daarmee de ruimte om te ondernemen onevenredig wordt beperkt; 3. De overige gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw; 4. In het omgevingsprogramma een voorstel op te nemen op welke wijze voor maatregelen op het gebied van handhaving, legalisatie, omzetting, verplaatsing van woningen naar elders in de gebieden kostenneutraal voor de gemeente zijn uit te voeren.
6
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
DEEL B: INTEGRAAL PERSPECTIEF VITALE GLASTUINBOUWGEBIEDEN
7
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
1.1 Transformatiegebieden
1. Huidige situatie In dit hoofdstuk is de huidige situatie beschreven. In aansluiting op de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 zijn in de onderstaande figuur de drie vitale glastuinbouwgebieden en de transformatielocaties aangegeven.
Korte beschrijving van de drie vitale glastuinbouwgebieden •
•
•
• •
• •
Pijnacker-West (1), Pijnacker-Oost (2) en Noukoop (3) hebben een gezamenlijk bruto oppervlak van circa 550 hectare. Binnen onze glastuinbouwgebieden zijn 144 glastuinbouwbedrijven actief en deze zijn, in vergelijking met de glastuinbouwbedrijven in de rest van Oostland, relatief klein van omvang (gemiddeld < 5 hectare). In Pijnacker-West komen de grootste bedrijven voor (gemiddelde bedrijfsgrootte meer dan 10 hectare). In de overige gebieden zijn overwegend middelgrote kassen (2-5 hectare) en kleinschalige bedrijven (<2 hectare) gesitueerd. In Pijnacker-West (ik denk oost) komen relatief veel oudere kassen voor, die voor 1990 zijn gebouwd (leeftijd 30+ jaar). Binnen de drie vitale glastuinbouwgebieden is (schuif-) ruimte aanwezig om de bestaande glastuinbouwbedrijven verder uit te breiden, dan wel bedrijven vanuit de transformatiegebieden uit te plaatsen of nieuwkomers van Vitale glastuinbouwgebieden buitenaf te verwelkomen. 1: Pijnacker-West De glastuinbouwgebieden worden vooral gebruikt voor de 2: Pijnacker-Oost teelt van groenten en sierteelt. Beide 3:teeltsoorten komen Noukoop ongeveer in gelijke mate voor. Transformatiegebieden In de vitale glastuinbouwgebieden komen daarnaast een 4: Dwarskade 5: Balijade beperkt aantal andersoortige bedrijvigheid (±15 bedrijven) 6: Rijskade voor. 7: Overgauw
Figuur 1: glastuinbouwgebieden Pijnacker-Nootdorp
In de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 zijn naast de drie vitale glastuinbouwgebieden ook een viertal zogenoemde transformatiegebieden aangewezen. Dit zijn de gebieden die de komende decennia van kleur kunnen verschieten naar bijvoorbeeld woningbouw. Het gaat om de gebieden: o Dwarskade (al in transitie) o Rijskade o Overgauw o Balijade In de Omgevingsvisie is gesteld dat het in de transitiegebieden aanwezige glas (60 netto hectare) is op te vangen door herstructurering en intensivering van de ruimte in de vitale glastuinbouwgebieden. Hierdoor kan het netto aantal glastuinbouwhectares gelijk blijven. Dit is één van de ambities zoals die zijn geformuleerd in het de Omgevingsvisie en die nu in het Omgevingsprogramma moeten worden uitgewerkt.
1.2 Aanwezigheid woningen Voor de bedrijfsvoering was het in het verleden nodig om bij het bedrijf te wonen. Onder voorwaarden was het in het verleden zelfs mogelijk om een tweede dienstwoning vergund te krijgen. In totaal staan er in de vitale glastuinbouwgebieden circa 190 bedrijfswoningen. Een deel van deze woningen behoort nog tot het bedrijf. Een deel van deze woningen wordt niet door de eigenaar van een bedrijf gebruikt. Naast de bedrijfswoningen komen er ook burgerwoningen voor in de glastuinbouw. Deze woningen zijn in het verleden veelal gebruikt als bedrijfswoningen. De functie ‘bedrijfswoning’ is vervolgens komen te vervallen bij de samenvoeging of herstructurering van meerdere glastuinbouwbedrijven tot één bedrijf. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid dat de functie van de bedrijfswoning eraf wordt 8
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
gehaald. In het verleden heeft de gemeente medewerking verleend aan het omzetten van bedrijfswoning naar burgerwoning mits deze voldoet aan de eisen van een evenwichtige toedeling van functies en de glastuinbouw niet wordt gehinderd in zijn bedrijfsvoering of zijn ontwikkeling. Dit heeft er in de loop der jaren toe geleid dat er her en der burgerwoningen zijn bestemd.
1.3 Ontsluiting gebieden De afgelopen jaren is er geïnvesteerd in het lokale en het regionale wegennet. Naast de aanleg van de N470/471 zijn de Zijdeweg en de Komkommerweg aangelegd in de glastuinbouwgebieden. Dit heeft ertoe geleid dat zowel het zuidelijke deel van Pijnacker-West als heel Pijnacker-Oost beter is ontsloten. De gemeenteraad heeft in 2023 ingestemd met het doortrekken van de Komkommerweg naar de Hoefslag. Dit om de Noordpolder van Delfgauw beter te ontsluiten. Daarmee wordt de ontsluiting van dit moderne glastuinbouwgebied verbeterd, wat voor een blijvende ontwikkeling essentieel is.
1.4 Vitale glastuinbouwgebieden In de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 is ervoor gekozen om drie glastuinbouwgebieden binnen de gemeente te behouden en te versterken. In de door de gemeenteraad vastgestelde kaderstellende notitie voor het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden zijn de thema’s (water en bodem, milieu, economie, innovaties, ruimtegebruik, energie, verkeer, natuur en leefbaarheid) en de doelstellingen benoemd waar het ontwerpomgevingsprogramma een antwoord op moet geven. Hieronder worden op hoofdlijnen de ambities kort toegelicht. Ruimtegebruik/ herstructurering Het ruimtegebruik binnen de vitale glastuinbouwgebieden is niet optimaal, er is veel onbenutte ruimte. Herstructurering en betere benutting van de bestemde ruimte is nodig om het netto aantal
hectares glastuinbouwareaal in stand te houden. De ervaring leert echter dat de herstructurering niet vanzelf van de grond komt. Onder meer het gebrek aan collectiviteit dan wel de individuele belangen van de zittende eigenaren maakt dat de sector nauwelijks vorderingen maakt bij herstructurering en modernisering. Energietransitie De glastuinbouw heeft zichzelf een ambitie opgelegd om vervroegd over te gaan op duurzame energie. Onder meer door het gebrek aan collectiviteit onder de tuinders in de glastuinbouwgebieden én de ontwikkelingen op gebied van energie op rijksniveau (uitstel van wetgeving en introductie van fiscale maatregelen) komen ook warmtenetwerken niet van de grond. Strijdig gebruik In de glastuinbouwgebieden komt strijdig gebruik meer en meer aan de orde. Het afwijkend gebruik van bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen neemt toe. Bedrijfswoningen worden ontkoppeld van de tuinbouwbedrijven en apart in de verkoop gezet als burgerwoning; bedrijfsgebouwen worden voor andere doeleinden ingezet of verhuurd. De zittende eigenaren prevaleren hun financiële belangen op korte termijn boven de lange termijnbelangen van de sector. Tuinbouwbedrijven worden op korte of lange termijn geconfronteerd met de effecten van nieuwe bewoners die geen relatie hebben met de glastuinbouw.
De tuinbouwbedrijven kunnen hierdoor in hun bedrijfsvoering belemmerd worden doordat ze milieuzones in acht moeten nemen. Ontsluiting De glastuinbouwgebieden zijn gebaat bij een goede ontsluiting. In gebieden ontbreken soms schakels om te komen tot een sluitende lokale hoofdstructuur (zoals de verlengde Komkommerweg). Soms is het bestaande wegennet te smal c.q. staat het op gespannen voet
9
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
met de alsmaar grotere worden vrachtwagens die de glastuinbouwbedrijven bezoeken.
1.5 Nu niets doen De scenario’s in dit deel van de notitie gaan over de toekomst van de glastuinbouwgebieden en laten zien hoe dit samenhangt met de ontwikkeling van Pijnacker-Nootdorp als geheel. In deze paragraaf staat welke uitdagingen niets doen met zich meebrengt. De Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2025 schetst een duidelijk geïntegreerd beeld voor de gehele gemeente. De glastuinbouw speelt hierin nog een dominante factor. Met 325 hectare netto aan glastuinbouw is de glastuinbouw in de visie nog een grote ruimtelijke en economische speler in onze gemeente. De opdracht van het omgevingsprogramma is om verder invulling te geven aan de visie en de randvoorwaarden aan te reiken die nodig zijn om te komen tot vitale glastuinbouwgebieden. Dit vraagt om keuzes maken. Lastige keuzes. Welke keuzes er ook worden gemaakt het zal altijd iemands belangen raken dan wel schaden.
Verduurzamen Gezien de fiscale regelingen die gericht zijn op het terugdringen van de CO2-uitstoot in de glastuinbouw, is het noodzakelijk om nu als glastuinbouwsector te investeren in bijvoorbeeld warmtenetten. Als de gemeente het omgevingsprogramma niet dit jaar gaat vaststellen zullen private initiatiefnemer en tuinder mogelijk niet gaan investeren in het verduurzamen van de glastuinbouw. Dit kan gevolgen hebben voor de energietransitie in de gebouwde omgeving. Juist de wisselwerking tussen de warmtenetten in de glastuinbouw en gebouwde omgeving verlaagt de kosten. Zonder deze samenwerking worden de kosten voor elektrificatie of aansluiting op een warmtenet aanzienlijk hoger. Handhavingsverzoeken De afgelopen tijd ontving de gemeente verzoeken vanuit de sector om strijdig gebruik in de glastuinbouw te handhaven. Zonder omgevingsprogramma is de verwachting dat het aantal verzoeken tot handhaven zal toenemen.
Verlies van toekomstperspectief glastuinbouw Ondernemers hebben toekomstperspectief nodig om investeringen te overwegen en realiseren. Dat betekent dat zij zekerheid over hun ontwikkelingsruimte nodig hebben om te herstructureren en innoveren. Het strijdig gebruik remt de investeringsbereidheid bij ondernemers en banken. Achterblijvende investeringen betekent dat de gebieden langzaam economisch achteruitgaan en op termijn niet meer levensvatbaar zijn.
Planschade Geen nieuw beleid betekent in de praktijk dat strijdig gebruik op termijn moet worden gelegaliseerd. Het legaliseren van functies vereist planologische aanpassingen in het omgevingsplan en leidt veelal tot planschade die niet kan worden verhaald op de eigenaar. De gemeente zal voor deze kosten opdraaien. Daarnaast zal de situatie in de tussentijd leiden tot conflicten tussen de (nieuwe) woningeigenaren en bestaande glastuinbouwbedrijven. Hierdoor zal de gemeente steeds weer moeten zoeken naar oplossingen.
Dit beeld kwam naar voren tijdens de participatiesessies. In die zin zijn de keuzes die nu in het omgevingsprogramma moeten worden gemaakt, cruciaal voor de ontwikkeling van de tuinbouw en dus ook de gemeente op de langebaan.
Ondermijning Ondanks dat ondermijning in de glastuinbouw op dit moment nog geen groot probleem is, ligt dit risico wel op de loer. Een economisch minder vitale glastuinbouwsector maakt het makkelijker voor criminelen om legale partijen te beïnvloeden of
10
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
onder druk te zetten. Dit vormt een bedreiging voor zowel de samenleving en de rechtsstaat. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 is een helder ruimtelijk beeld geschetst. Naast de drie grote vitale glastuinbouwgebieden zijn ook een vier transformatiegebieden ingetekend. De ontwikkeling van deze gebieden hangt af van intensivering en herstructurering van de glastuinbouw, zodat de ambitie van 325 hectare netto glastuinbouwareaal wordt behaald. Als er geen programma wordt vastgesteld betekent dat de transformatiegebieden niet kunnen worden ontwikkeld voor woningbouw, waardoor de gemeentelijke ambities voor de woningbouwopgave stagneert. Relatie met de provincie De provincie stuurt sterk op het behoud van areaal glastuinbouw om de glastuinbouw vitaal te houden. Op papier lijkt het misschien alsof de gemeente voldoet aan deze kwantitatieve benadering, maar in de praktijk is dit niet zo. De aanwezigheid van strijdig gebruikte woningen zorgt ervoor dat het netto areaal in werkelijkheid veel lager ligt. De provincie stuurt steeds meer om de situatie in de glastuinbouwgebieden te verbeteren. Het is gezien het economisch belang van de glastuinbouw niet te verwachten dat de provincie minder gaat sturen op het behoud van het areaal glastuinbouw.
In de huidige gesprekken met de provincie over de transformatiezones, geeft de provincie al aan dat zij vooralsnog geen medewerking verlenen aan de planologische wijziging van deze gebieden. Zonder een programma glastuinbouw dat aantoont dat het areaal gelijk kan blijven door een gestuurde en kwalitatieve insteek van de ontwikkeling van de drie vitale glastuinbouwgebieden zal provincie hoogstwaarschijnlijk geen medewerking geven aan de transformatiegebieden.
1.6 Belangen afwegen Er spelen verschillende belangen binnen de glastuinbouw. De grootste spanning ligt tussen de glastuinbouwsector en de eigenaren van bedrijfswoningen die geen relatie hebben met de glastuinbouw. In sommige gevallen wonen deze eigenaren al jaren in het gebied. Er zijn grofweg twee typen eigenaren: 1. Nieuwe bewoners van buiten de glastuinbouw: zij zijn hier komen wonen omdat de woningen goedkoper zijn (door de bedrijfsbestemming), vrijstaand liggen en vaak veel grond hebben. 2. Voormalige tuinders: zij zijn in hun woning blijven wonen nadat hun bedrijf is losgekoppeld van de woning. In beide gevallen is er sprake van strijdig gebruik. Voor deze woningen gelden in feite andere regelgevingseisen (zie hoofdstuk 2) om een gezond woon- en leefklimaat te waarborgen. 1.7 Tot slot De glastuinbouw zelf geeft aan dat we met elkaar op een kantelpunt staan. Duidelijk keuzes en een consequente uitvoering daarvan, zal direct bijdragen aan de bereidheid van de sector om te investeren en de glastuinbouw economisch vitaal te houden. De glastuinbouw krijgt zonder heldere beleidskeuzes geen uitzicht op planologische zekerheid om investeringen te kunnen doen. Voor de bewoners van strijdig gebruikte bedrijfswoningen blijft de juridische onzekerheid bestaan, met een blijvend risico op handhaving. Dit alles zorgt hoogstwaarschijnlijk voor maatschappelijke onrust.
Nu zijn er mogelijkheden om bij te sturen, maar hoe langer er wordt gewacht, hoe moeilijker het wordt om een toekomstbestendige oplossing te realiseren.
11
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
2. Basis op orde Ongeacht de keuze voor een specifiek scenario, is het van essentieel belang dat in alle varianten bepaalde basisvoorwaarden gewaarborgd zijn om een succesvolle uitvoering en ontwikkeling van de glastuinbouwgebieden te kunnen realiseren.
Waterkwaliteit/natuur/milieu/leefbaarheid Voor de glastuinbouw is de beschikbaarheid van een goede, en in voldoende mate aanwezige, waterkwaliteit essentieel. Zonder water is er geen glastuinbouw mogelijk. Tegelijkertijd is vanuit de klimaatbestendigheid van gebieden het bergend vermogen van belang om water te verwerken en vast te houden. Ook heeft de natuur en de biodiversiteit baat bij de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goed water. Als dit ook gepaard gaat met groene dooradering van de glastuinbouwgebieden draagt dit ook nog bij aan de leefbaarheid van bewoners. Afstanden tussen glastuinbouwbedrijven en woningen De Raad van State heeft in haar jurisprudentie een vaste lijn ontwikkeld. In november 2024 heeft de Raad van State deze lijn nogmaals bevestigd1. Daarbij oordeelt de Raad van State dat een afstand van 50 meter tussen glastuinbouw en woningen raadzaam is. Een kleinere afstand kan alleen wanneer door middel van locatiespecifiek onderzoek is aangetoond dat dit aanvaardbaar is. Ook wanneer een bedrijfswoning strijdig wordt gebruikt, is dat geen rechtvaardiging voor het toekennen van een woonfunctie. Daarbij moet eveneens voldoende afstand of locatiespecifiek onderzoek worden gedaan. Alleen dan is sprake van een goede belangenafweging (artikel 3.2 Awb) en motivering (artikel 3.46).
Bij het opstellen van de conceptkaders is uitgegaan van deze algemeen aanvaarde afstandsregel. Ook de eventuele aanwezigheid van een burgerwoning op een kortere afstand is onvoldoende reden om af
te wijken van de algemene afstandsmaat. Alleen door uit te gaan van algemene regels kunnen conceptkaders worden gesteld. Uiteraard kan dat betekenen dat in specifieke situaties de afstand kleiner kan zijn (op basis van onderzoek) of groter moet zijn (vanwege bijvoorbeeld een WKK). Dergelijk locatiespecifiek onderzoek kan van grote meerwaarde zijn bij het bepalen van de urgentie van verplaatsing van bedrijfswoningen die strijdig worden gebruikt (zie instrument 3 in hoofdstuk 4). De hoofdlijnen van de scenario’s is gebaseerd op de lijn van de Raad van State. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat in het algemeen een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Het is mogelijk die afstand te verkleinen als daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855, onder 7).
Duurzame energie/energietransitie/milieu Het rijk, de gemeente en de glastuinbouwsector zelf hebben het doel om in 2040 energie- en klimaatneutraal te zijn. Dit vraagt om investeringen van alle partijen. De glastuinbouw moet als grootgebruiker af van de fossiele brandstoffen en over naar duurzame energie. De glastuinbouw kan een belangrijke startmotor zijn voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving door de koppeling van warmtenetten aan de kernen.
Goede bereikbaarheid De bereikbaarheid van gebieden is van essentieel belang om te kunnen functioneren, dat is voor de glastuinbouw niet anders. Een goed bereikbaar en veilig functionerend lokaal wegennet is in het belang van de glastuinbouw en onze inwoners.
1 https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:4503
12
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3. Scenario’s In dit hoofdstuk worden meerdere scenario’s beschreven, die zijn ontwikkeld binnen het ontwerpend onderzoek en mede gebaseerd op de resultaten van de participatie. Scenario’s verkennen mogelijke toekomstbeelden en dienen als denkrichtingen, waarbij ze uitersten (hoekpunten) laten zien. Dit geldt ook voor de voorliggende scenario’s. Er is gekeken naar drie scenario’s waarin de woningen binnen de glastuinbouwgebieden structurerend zijn. Dit om invulling te geven aan het amendement over het wonen in de glastuinbouwgebieden. De scenario’s laten integraal zien wat de gevolgen zijn van mogelijk keuzes. De scenario’s zijn geen plan. Nadat de kaders voor het wonen in de glastuinbouwgebieden door de raad zijn vastgesteld werken we verder aan het ontwerp omgevingsprogramma. Bij elk scenario is aangegeven hoeveel woningen in de glastuinbouwgebieden betrokken zijn. Er is in 2021 door de gemeente een bureau onderzoek gedaan naar het feitelijke gebruik van een groot aantal bedrijfswoningen in deze gebieden. We onderscheiden een drietal type bedrijfswoningen: • Groen: woning die conform de bestemming gebruikt wordt; • Rood: woning die strijdig met de bestemming gebruikt wordt; • Oranje: woning waarbij nog onduidelijk is of deze conform de bestemming gebruikt wordt.
3.1 De huidige situatie Om te kunnen zien wat de effecten zijn van de scenario’s die in het ontwerpend onderzoek zijn uitgewerkt, is het belangrijk om eerst de huidige situatie goed in beeld te krijgen. DE HUIDIGE SITUATIE Bruto teeltareaal Netto teeltareaal Transformatiegebieden
670 ha 380 ha n.v.t.
Figuur 2: huidige situatie glastuinbouw Pijnacker-Nootdorp
13
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.2 Scenario 1: grootschalige ondernemersclusters In dit scenario wordt alle ruimte geboden voor grootschalige, efficiënte en moderne glastuinbouw. Dat betekent dat er in het gebied geen ruimte is voor andere functies dan glastuinbouw. Woningen en andere typen bedrijven zijn verplaatst. De infrastructuur is geoptimaliseerd door een extra verbinding in Noukoop en twee extra verbindingen in de Noordpolder. De energievoorziening is compleet, duurzaam, evenwichtig en robuust. De wateropgave is collectief, ondergronds opgelost. Daarmee is de beschikbaarheid en kwaliteit van water geborgd en blijft er zoveel mogelijk ruimte om te ondernemen. In dit scenario neemt het netto teeltareaal toe door het intensieve en efficiënte ruimtegebruik. Daarbij is uitgegaan van een bruto-netto verhouding van 80%. SCENARIO 1: DE GROOTSCHALE ONDERNEMERSCLUSTERS Bruto teeltareaal 480 ha Netto teeltareaal 385 ha Transformatiegebieden 130
Figuur 3: Scenario 1 grootschalige ondernemersclusters
14
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.2.1 Aansluiting bij de ambities uit de kaderstellende notitie Dit scenario sluit heel goed aan op vrijwel alle ambities uit de kaderstellende notitie. Met name op de ambities economie, innovatie, energie, ruimtegebruik en verkeer scoort dit scenario goed. Dat komt onder andere doordat er veel ruimte is voor economische ontwikkeling en innovatie. Dit stimuleert werkgelegenheid, trekt kennis aan en maakt dat kennis kan worden behouden en ontwikkeld. Een sterk economisch glastuinbouwcluster creëert daarnaast een evenwichtige energiemix en de optimale randvoorwaarden voor de afzet en realisatie van warmte. Daarmee wordt de glastuinbouw ook de motor voor de aansluiting van de bebouwde omgeving op een warmtenet.
1
2
3
4
SCENARIO 1: GROOTSCHALIGE ONDERNEMERSCLUSTERS Ambitie Waardering Reden Economie Behouden en versterken positie ++ Versterken positie mondiale topsector van de glastuinbouw als door behoud en groeimogelijkheden mondiale economische voor het areaal glastuinbouw, een topsector goede verkaveling en het realiseren van schaalvoordelen. Ontwikkelen en behouden van ++ Maximale randvoorwaarden aanwezig kennis binnen de sector om kennis op gewenst optimaal niveau te ontwikkelen. Er zijn grotere bedrijven met meer middelen voor eigen R&D. Nabijheid van bedrijven leidt tot samenwerking en innovatiemilieus. Stimuleren van de ++ Door de schaalgrootte en diversiteit samenwerking tussen aantrekkelijk voor talenten (groen, bedrijfsleven, onderwijs en digitaal, techniek, robotisering, overheid internationalisering). Bedrijven zijn van voldoende omvang om talenten te begeleiden en te werven. Er is voldoende personeel met ++ Grotere bedrijven bieden personeel passend opleidingsniveau perspectief (doorgroei en diversiteit). beschikbaar Daarnaast zijn grotere bedrijven in staat om betere arbeidsvoorwaarden te bieden en werknemers te binden aan het bedrijf.
5
6
7
8
9
10
Innovatie Bieden van (experimenteer) ruimte om te kunnen blijven innoveren
Ruimtegebruik De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw
Ruimte creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken; Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven;
Energie Toekomstbestendige, duurzame en robuuste energievoorzieningen;
Heldere beschrijving van de rol van de glastuinbouw in de energievoorziening in Pijnacker-Nootdorp
++
Scenario biedt ruimte om teelt te koppelen aan experimenten en innovaties. Huisvest bedrijven van voldoende slagkracht om te investeren in innovaties en door te ontwikkelen
++
Door het verwijderen van gebiedsvreemde functies ontstaat de ruimte voor efficiënte, moderne verkavelingen. Er hoeven geen kosten te worden gemaakt om andere functies uit te kopen. Daarbij kunnen bedrijven groeien. Door de inzet op maximale ontwikkeling glastuinbouw is er geen ruimte voor andere functies zoals wonen of groen.
-
++
De hogere economische potentie maakt het zinvol om sturingsinstrumenten te ontwikkelen. Daarnaast zal de bereidheid van bedrijven en de sector om mee te investeren toenemen doordat er meer ruimte is om te ondernemen en te verdienen.
++ warmte +elektriciteit
Dit scenario biedt de optimale randvoorwaarden voor afzet/realisatie warmtestructuur. Dit toekomstperspectief stimuleert ook de bereidheid bij warmtebedrijven om te investeren. De glastuinbouw vormt hiermee de motor voor aansluiting van de bebouwde omgeving op warmtenet. Daarnaast is de verduurzaming van de glastuinbouw kansrijker door grotere/sterkere bedrijven die bij kunnen dragen aan een stabiel elektriciteitsnet.
++
15
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
11
12
13
14
15
Verkeer Een sluitende, lokale hoofdwegenstructuur door het oplossen van ontbrekende schakels
Een fijnmazig onderliggend wegennetwerk in de glastuinbouw is geschikt voor de vrachtwagens Veilige en aantrekkelijke langzaam verkeersroutes door de glastuinbouwgebieden voor (recreatieve) fietsers en werknemers Stimuleren duurzame mobiliteit
Leefbaarheid Leefkwaliteit voor de bewoners (ondernemers) van de glastuinbouwgebieden is op peil;
++
+
_
++
+
Aanleiding en financiële draagkracht voor het toevoegen van de ontbrekende schakels. Dit levert ook een bijdrage aan het verminderen van het vrachtverkeer in en nabij de kernen. Kansen om mee te nemen bij herstructurering, deels betaald door samenwerkende grote bedrijven. In dit scenario staat de economische ontwikkeling centraal. Voor het realiseren van fietsroutes is daarom geen ruimte. Bovendien bestaat hier bij de bedrijven geen draagvlak voor. Grotere bedrijven hebben meer financiële ruimte om te investeren en kennis om te innoveren. Door meer samenwerkingsmogelijkheden ontstaan koplopers die voorlopen op wetgeving Alle burgerwoningen zijn verplaatst naar een locatie aan de rand van of buiten het glastuinbouwgebied die voldoet aan alle eisen voor een goed woon- en leefmilieu. A
3.2.2 Scenario in breder perspectief Het scenario van grootschalige ondernemersclusters sluit aan bij het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid en bij de inzet van partners als Glastuinbouw Nederland en de Greenport WestHolland. Het beleid en de inzet van alle partijen is gericht op het behouden en versterken van de positie van de glastuinbouw als mondiale economische topsector. Met name de provincie ZuidHolland kijkt kritisch naar het afnemen van het bruto teeltareaal. Hoewel in dit scenario het netto teeltareaal groeit naar circa 380 ha, blijft er sprake van een afname van het bruto teelareaal met circa Een burgerwoning is een woning met de bestemming Wonen in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Een bedrijfswoning is een woning met de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw en een aanduiding bedrijfswoning in het omgevingsplan. In een 2
120 ha door het onttrekken van Dwarskade, Balijade, Rijskade en Overgauw. De groei van het netto areaal kan wel de basis zijn voor het gesprek met de provincie over toestemming voor één of meerdere transformatiegebieden. 3.2.3 Wat betekent dit voor woningen in het glastuinbouwgebied In de vitale glastuinbouwgebieden (exclusief Dwarskade) staan ongeveer 400 burger- en bedrijfswoningen, waarvan er circa 60 in de transformatiegebieden staan. De opgave op het gebied van woningen heeft dan betrekking op ongeveer 340 woningen. In de onderstaande tabel is weer gegeven hoe de woningen worden gebruikt volgens een bureau-inventarisatie uit 2021. In dit scenario zouden ongeveer maximaal 75 woningen nu al strijdig worden gebruikt (rood) en mogelijk 70 woningen misschien strijdig in gebruik zijn (oranje). Ongeveer 45 bedrijfswoningen worden ook als bedrijfswoning gebruikt (groen). SCENARIO 1: GROOTSCHALIGE ONDERNEMERSCLUSTERS Totaal aantal woningen 340 a. Burgerwoningen2 150 b. Bedrijfswoningen 190 I. Bedrijfswoningen groen 45 II. Bedrijfswoningen rood 75 III. Bedrijfswoningen oranje 70
bedrijfswoning mag alleen (het huishouden van) iemand wonen van wie de aanwezigheid bij het bedrijf noodzakelijk is. Bijvoorbeeld de eigenaar of de bedrijfsleider.
16
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.3 Scenario 2: Gebundelde glastuinbouwclusters In dit scenario is er nog steeds ruimte voor grootschalige, efficiënte en moderne glastuinbouw, maar wel minder dan in scenario 1. In aanvulling daarop zijn er twee innovatiezones aangewezen waar innovatieve bedrijven die deel uitmaken van de glastuinbouwketen zich kunnen vestigen. Langs de doorgaande historische wegen is er ruimte voor burgerwoningen. In de glastuinbouwgebieden zelf staan alleen nog bedrijfswoningen die overeenkomstig de bestemming worden gebruikt. De overige woningen zijn verplaatst langs de doorgaande historische wegen of naar uitplaatslocaties. De infrastructuur is verbeterd door de realisatie van een extra verbinding in de Noordpolder. De energiemix is suboptimaal met een langer durende netcongestie en het ontbreken van de juiste randvoorwaarden voor warmte. De wateropgave wordt bovengronds opgelost. De beschikbaarheid en kwaliteit van water gaat ten koste van de ruimte om te ondernemen. In dit scenario blijft het netto teeltareaal stabiel. Door het onttrekken van Dwarskade, Balijade, Overgauw en een deel van Rijskade neemt het bruto teeltareaal af. Door concentratie van wonen langs de doorgaande historische wegen en op uitplaatslocaties kan binnen het vitaal glastuinbouwgebied een efficiënte verkaveling plaatsvinden. Daarbij is uitgegaan van een bruto-netto verhouding van 80%.
SCENARIO 2: GEBUNDELDE GLASTUINBOUWCLUSTER Bruto teeltareaal 410 ha Netto teeltareaal 328 ha Transformatiegebieden 120
Figuur 4: Scenario 2 Gebundelde glastuinbouwclusters
17
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.3.1 Aansluiting bij de ambities uit de kaderstellende notitie Dit scenario geeft invulling aan de meeste ambities uit de kaderstellende notitie. Hoewel de ambities niet volledig gehaald worden, draagt dit scenario bij aan het behoud en versterken van de glastuinbouw, kennisontwikkeling, innovatie en ruimte voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden. Dat komt onder andere doordat er in de langs de doorgaande historische wegen ruimte wordt gemaakt voor wonen, terwijl er in de achterliggende teelgebieden dan geen woningen meer staan. Ook zijn er deelgebieden die weliswaar minder optimaal zijn voor teeltareaal, maar wel kansen bieden voor bedrijven in de glastuinbouwketen. Voor de energiemix zijn de randvoorwaarden minder positief. Een warmtestructuur wordt alleen gerealiseerd wanneer alle bedrijven direct deelnemen. Daarmee is er ook meer onzekerheid over de bijdrage aan de bebouwde omgeving.
1
2
3
4
SCENARIO 2: GEBUNDELDE GLASTUINBOUWCLUSTERS Ambitie Waardering Reden Economie Behouden en versterken positie +Er is minder ruimte voor teeltareaal, van de glastuinbouw als maar er zijn nog steeds mogelijkheden mondiale economische voor goede verkaveling. topsector Ontwikkelen en behouden van +De voorwaarden voor kennis binnen de sector kennisontwikkeling zijn niet optimaal. Daardoor wordt ook het behoud van kennis moeilijker. Kleinere bedrijven hebben minder middelen om te investeren in kennisontwikkeling. Stimuleren van de Het is voor talenten op diverse vlakken samenwerking tussen (groen digitaal, techniek, robotisering, bedrijfsleven, onderwijs en internationalisering) minder overheid interessant. Bedrijven beperkte omvang en middelen om talent aan te trekken. Er is voldoende personeel met Kleinere bedrijven bieden personeel passend opleidingsniveau beperkter perspectief (doorgroei en beschikbaar diversiteit). Ook hebben zij minder mogelijkheden om goede
arbeidsvoorwaarden te bieden en werknemers te binden aan het bedrijf. 5
6
Innovatie Bieden van (experimenteer) ruimte om te kunnen blijven innoveren
Ruimtegebruik De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw
+-
Scenario biedt minder ruimte om teelt te koppelen aan experimenten en innovaties. Dit kan wel door samenwerking tussen teeltbedrijven en innovatieve bedrijven.
-
Suboptimaal ruimtegebruik door woningen in het lint en op uitplaatsgebieden. In dit scenario is er minder teeltareaal, maar dit is wel aaneengesloten en efficiënt te verkavelen. Het biedt ruimte voor met name wonen en groen in de doorgaande historische wegen en op uitplaatsgebieden. Ook ontstaan plekken voor innovatie bedrijven in de glastuinbouwketen. Ontwikkelen sturingsinstrumenten te ontwikkelen met name van belang voor inpassing woningen. Voor overige functies geen bereidheid om (mee) te investeren, alleen op individueel bedrijfsniveau.
7
Ruimte creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken;
+-
8
Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven;
+
9
10
Energie Toekomstbestendige, duurzame en robuuste energievoorzieningen;
Heldere beschrijving van de rol van de glastuinbouw in de energievoorziening in Pijnacker-Nootdorp
+ warmte +elektriciteit
+-
Dit scenario biedt geen optimale randvoorwaarden voor afzet/realisatie warmtestructuur. Dit toekomstperspectief maakt dat warmtebedrijven alleen bereid zijn om te investeren bij direct deelname van alle bedrijven. Suboptimale energiemix warmte en elektriciteit Alleen voldoende beschikbaar areaal als alle bedrijven direct aansluiten om een warmtenet te realiseren. Daarmee kan ook de bebouwde omgeving worden aangesloten. Netcongestie blijft langer duren door lage investeringscapaciteit bij bedrijven en weinig perspectief.
18
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
11
12
13
14
15
Verkeer Een sluitende, lokale hoofdwegenstructuur door het oplossen van ontbrekende schakels Een fijnmazig onderliggend wegennetwerk in de glastuinbouw is geschikt voor de vrachtwagens Veilige en aantrekkelijke langzaam verkeersroutes door de glastuinbouwgebieden voor (recreatieve) fietsers en werknemers Stimuleren duurzame mobiliteit
Leefbaarheid Leefkwaliteit voor de bewoners (ondernemers) van de glastuinbouwgebieden is op peil;
+-
Alleen toevoegen verlengde Komkommerweg. Onvoldoende aanleiding voor verdere verbetering.
--
Komt niet van de grond door onvoldoende financiële kracht en het ontbreken van een gezamenlijk toekomstperspectief. Voor het realiseren van fietsroutes door het gebied is geen ruimte. Bovendien bestaat hier bij de bedrijven geen draagvlak voor. Wel kunnen de doorgaande historische wegen meer geschikt worden gemaakt voor fietsers. Mix van grotere en kleinere bedrijven kan via samenwerking tot duurzame mobiliteit komen. Kansen hierop zijn beperkt vanwege financiële ruimte en ontbreken gezamenlijk toekomstperspectief.
+-
+-
+
Leefkwaliteit in de doorgaande historische wegen op peil en in glastuinbouwgebied ook door verplaatsing woningen uit het gebied naar de doorgaande historische wegen en uitplaatslocaties.
3.3.2 Scenario in breder perspectief Het scenario gebundelde glastuinbouwgebieden sluit deels aan bij het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid en bij de inzet van partners als Glastuinbouw Nederland en de Greenport WestHolland. De keuze om de doorgaande historische wegen te onttrekken aan het glastuinbouwgebied past binnen de Omgevingsvisie, omdat aangetoond is dat er voldoende ruimte is om het netto areaal te behouden. Dit kan echter in het Rijskade gebied circa 10 hectare kan blijven. Dit is weliswaar in overeenstemming met de Omgevingsvisie, maar betekent wel dat Een burgerwoning is een woning met de bestemming Wonen in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Een bedrijfswoning is een woning met de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw en een aanduiding bedrijfswoning in het omgevingsplan. In een 3
Rijskade niet meer helemaal als transformatie-gebied is aan te merken. Vanuit het regionaal en provinciaal beleid, alsmede door partners, zal kritisch gekeken worden naar dit scenario. De verdere afname van het bruto areaal (door het onttrekken van de doorgaande historische weg, het realiseren van uitplaatslocaties en innovatiezones) in combinatie met het onttrekken van Dwarskade, Balijade, Overgauw en (een deel van) Rijkskade stuit op bezwaren bij al deze partijen. In totaal voorziet dit scenario in een afname van het bruto areaal van 70 hectare. Het behoud van het netto areaal moet dan de basis zijn voor het gesprek met de provincie over toestemming voor één of meerdere transformatiegebieden. 3.3.3 Wat betekent dit voor woningen in het glastuinbouwgebied In de vitale glastuinbouwgebieden (exclusief Dwarskade) staan circa 400 burger- en bedrijfswoningen, waarvan er ongeveer 240 in de transformatiegebieden en langs de doorgaande historische wegen staan. De opgave op het gebied van woningen heeft dan betrekking op 160 woningen. In de onderstaande tabel is weergegeven hoe de woningen worden gebruikt volgens een bureau-inventarisatie uit 2021. In dit scenario zouden ongeveer maximaal 45 woningen nu al strijdig worden gebruikt (rood) en mogelijk 40 woningen misschien strijdig in gebruik zijn (oranje). Ongeveer 30 bedrijfswoningen worden ook als bedrijfswoning gebruikt (groen).
SCENARIO 2: GEBUNDELDE GLASTUINBOUWGEBIEDEN Totaal aantal woningen 160 1. Burgerwoningen3 40 2. Bedrijfswoningen 120 I. Bedrijfswoningen groen 30 II. Bedrijfswoningen rood 50 III. Bedrijfswoningen oranje 40
bedrijfswoning mag alleen (het huishouden van) iemand wonen van wie de aanwezigheid bij het bedrijf noodzakelijk is. Bijvoorbeeld de eigenaar of de bedrijfsleider.
19
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.4 Scenario 3: kleinschalige clusters In dit scenario is er zeer beperkt ruimte voor grootschalige, efficiënte en moderne glastuinbouw. Door de inpassing van alle woningen in het gebied, ontstaat een gefragmenteerd gebied. Daarin is op enkele plekken ruimte om bestaande bedrijven te koppelen en dus voldoende aangesloten teeltruimte voor grootschaligere teelten. Het gebied wordt met name geschikt voor kleinschaligere (niche)teelten. De economische kracht is daardoor beperkt en het wordt moeilijk om een modern, toekomstbestendig glastuinbouwbedrijf te realiseren. De infrastructuur is verbeterd door de realisatie van een extra verbinding in de Noordpolder. De energietransitie loopt vertraging op. Er is vanuit warmtebedrijven geen bereidheid om te investeren omdat er onvoldoende zekerheid is over de afzet. Elektrificatie is de enige manier van duurzame energie wat leidt tot meer en langdurigere netcongestie. De wateropgave wordt bovengronds en individueel opgelost. In dit scenario blijft het netto teeltareaal stabiel. Het bruto teeltareaal neemt met 45 hectare af door de onttrekking van Dwarskade. Balijade, Overgauw en een deel van Rijskade blijven onderdeel van het glastuinbouwgebied. De bruto-netto verhouding is hier nog geen 50%. SCENARIO 3: KLEINSCHALIGE CLUSTERS Bruto teeltareaal 410 ha Netto teeltareaal 328 ha Transformatiegebieden 45
Figuur 5: Scenario 3 Kleinschalige clusters
20
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.4.1 Aansluiting bij de ambities uit de kaderstellende notitie Dit scenario geeft heel beperkt invulling aan de ambities uit de kaderstellende notitie. Er is alleen ruimte om te ondernemen op plekken waar geen woningen staan. Deze ruimte neemt bij verdere omzetting van bedrijfswoningen naar burgerwoningen in de toekomst verder af. Er zijn beperkte kansen om schaalvergroting en modernisering te realiseren. Voor het ontwikkelen en behouden van kennis en personeel is onvoldoende economisch draagvlak. De energietransitie loopt vertraging op. Er is onvoldoende afzet voor een warmtenet, elektrificatie leidt tot langere netcongestie en de glastuinbouw kan niet bijdragen aan de bebouwde omgeving. Ook heeft dit scenario gevolgen voor de bredere ambities van de gemeente. De glastuinbouw heeft meer ruimte nodig voor een gelijkblijvend teelareaal door het inefficiënte gebruik van de ruimte waardoor drie van de vier transformatiegebieden niet kunnen transformeren en de woningbouwambities moeten worden bijgesteld.
1
SCENARIO 3: KLEINSCHALIGE CLUSTERS Ambitie Waardering Economie Behouden en versterken -positie van de glastuinbouw als mondiale economische topsector
2
Ontwikkelen en behouden van kennis binnen de sector
--
3
Stimuleren van de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid
--
Reden Het netto teeltareaal gaat achteruit. Daarbij is er minder ruimte voor goede verkaveling en door een beperkt toekomstperspectief is de investeringscapaciteit laag. Dit zet positie als mondiale economische topsector onder druk. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor kennisontwikkeling en het behoud van kennis wordt moeilijker. Door de kleinschalige bedrijven ontstaat versnippering van kennis en minder samenwerking. Het is voor talenten op diverse vlakken (groen digitaal, techniek, robotisering, internationalisering) niet interessant. Bedrijven hebben onvoldoende omvang en middelen om talent aan te trekken.
4
5
6
Er is voldoende personeel met passend opleidingsniveau beschikbaar
Innovatie Bieden van (experimenteer) ruimte om te kunnen blijven innoveren Ruimtegebruik De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw
--
Kleinere bedrijven zijn vooral afhankelijk van minder geschoold en heel flexibel personeel. Bedrijven kunnen minder goede arbeidsvoorwaarden aanbieden en zijn niet goed in staat om werknemers te binden aan het bedrijf.
-
Er is geen innovatiemilieu, het is afhankelijk van de individuele ondernemer.
--
De gronden worden niet doelmatig en optimaal gebruikt voor de glastuinbouw. Geschikte gronden zijn versnipperd, er is geen courante indeling en de milieuruimte is beperkt. Dit scenario creëert ruimte voor wonen binnen de gebieden, maar vormt tegelijkertijd een belemmering voor de verdere ontwikkeling van de glastuinbouw. Volwaardige ontwikkeling glastuinbouw is niet mogelijk. Niet noodzakelijk. Er is geen perspectief voor herstructurering.
7
Ruimte creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken
--
8
Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven
n.v.t.
9
10
Energie Toekomstbestendige, duurzame en robuuste energievoorzieningen
Heldere beschrijving van de rol van de glastuinbouw in de energievoorziening in Pijnacker-Nootdorp
--
--
Omdat er onvoldoende afzetperspectief is voor een warmtestructuur, zijn warmtebedrijven niet bereid om te investeren. Elektrificatie enige manier van duurzame energie, leidt tot netcongestie. Dat betekent dat de energietransitie vertraagt. Onvoldoende beschikbaar areaal om een warmtenet te realiseren. Er is geen rol voor de bebouwde omgeving. Netcongestie blijft langer duren omdat elektrificatie de enige vorm van duurzame energie is.
21
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
11
12
13
14
15
Verkeer Een sluitende, lokale hoofdwegenstructuur door het oplossen van ontbrekende schakels Een fijnmazig onderliggend wegennetwerk in de glastuinbouw is geschikt voor de vrachtwagens Veilige en aantrekkelijke langzaam verkeersroutes door de gebieden voor (recreatieve) fietsers en werknemers Stimuleren duurzame mobiliteit
Leefbaarheid Leefkwaliteit voor de bewoners (ondernemers) van de glastuinbouwgebieden is op peil;
+-
Alleen toevoegen verlengde Komkommerweg. Onvoldoende aanleiding voor verdere verbetering.
--
Komt niet van de grond door onvoldoende financiële kracht en het ontbreken van een gezamenlijk toekomstperspectief. Alleen door middel van medegebruik van bestaande wegen.
--
--
Individuele, kleinere bedrijven hebben onvoldoende kennis, kracht en middelen om dit te doen. Volgt alleen de wetgeving.
-
Intensieve menging van wonen en bedrijven leidt tot lagere leefkwaliteit waarbij wordt voldaan aan wettelijke regels, maar cumulatief sprake is van een mix van milieueffecten.
dit wordt gezien als een uitsterfconstructie waarin het toekomstperspectief voor de glastuinbouw langzaam wordt weggenomen. In totaal voorziet dit scenario in een afname van het bruto areaal van 45 hectare. Er is geen kwantitatieve of kwalitatieve basis voor een gesprek met de provincie over toestemming voor één of meerdere transformatiegebieden. Hoewel dit scenario anders is dan niets doen (zie hoofdstuk 1), doen dezelfde risico’s zich hier voor. Het ontbreken van perspectief voor de glastuinbouw kan in eerste instantie leiden tot een groot aantal handhavingsverzoeken van tuinders die vinden dat het strijdig gebruik moet worden gehandhaafd omdat zij in hun bedrijfsvoering beperkt worden. En andersom kunnen de bewoners van de (burger)woningen vinden dat de glastuinbouw te dicht op hun woning staat waardoor er gezondheidsproblemen kunnen ontstaan. De kassen krijgen andere functies dan het telen van gewassen. Ondermijnende activiteiten moeten dan ook niet worden uitgesloten.
3.4.2 Scenario in breder perspectief Het scenario kleinschalige clusters sluit beperkt aan bij het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid en bij de inzet van partners als Glastuinbouw Nederland en de Greenport WestHolland. De keuze om de ruimte om te ondernemen ondergeschikt te maken aan het wonen in deze gebieden betekent dat er netto minder teelareaal is, zelfs als het bruto areaal vrijwel gelijk blijft. Een andere consequentie is dat drie van de vier transformatiegebieden niet meer gerealiseerd kunnen worden. Dat betekent dat er in de gemeente veel minder woningen gebouwd kunnen worden dan waar behoefte aan is. Vanuit het regionaal en provinciaal beleid en door partners zal kritisch gekeken worden naar dit scenario. Voor de provincie is het positief dat er geen afname is van het bruto teeltareaal, maar aan de daarachterliggende doelstelling wordt niet voldaan. Vooral vanuit de ondernemers, Glastuinbouw Nederland en de Greenport zal tegen dit scenario veel weerstand zijn, omdat 22
Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden
3.4.3 Wat betekent dit voor woningen in het glastuinbouwgebied In de vitale glastuinbouwgebieden (exclusief Dwarskade) staan ongeveer 400 burger- en bedrijfswoningen. De circa 175 burgerwoningen behouden hun bestemming. De ongeveer 225 bedrijfswoningen worden bestemd overeenkomstig het huidige gebruik. Er is geen opgave in de gebieden. In de onderstaande tabel is weergegeven hoe de woningen worden gebruikt volgens een bureau-inventarisatie uit 2021. SCENARIO 3: KLEINSCHALE CLUSTERS Totaal aantal woningen 1. Burgerwoningen4 2. Bedrijfswoningen I. Bedrijfswoningen groen II. Bedrijfswoningen rood III. Bedrijfswoningen oranje
400 175 225 Nvt Nvt Nvt
Een burgerwoning is een woning met de bestemming Wonen in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Een bedrijfswoning is een woning met de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw en een aanduiding bedrijfswoning in het omgevingsplan. In een 4