CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - TOELICHTING Ontwerpbestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan-Nieuwkoopseweg-Vlielandseweg

Raad Besluitvorming 21 april 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan ‘Herinrichting kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg’31.744 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ontwerp | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/ Vlielandseweg

status:

ontwerp

datum:

4 maart 2022

IMRO-IDN: NL.IMRO.1926.bp000220138-3001 Opgesteld door: Marik Waterman (Juust B.V.)

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Inhoudsopgave Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Beschrijving project Juridische regeling

7 8

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Kwaliteit van de leefomgeving

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

5 5 6 6 7

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

5

Het project

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

5

13 13 14 17 19 19 19 21 22 24 25 26 26 26 27 27 29 30

Uitvoerbaarheid

31

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

31 31

Bijlagen bij toelichting

33

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

35 101 875

Akoestisch onderzoek Verkennend- en nader bodemonderzoek Ecologisch onderzoek

3

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

De herinrichting van het kruispunt Vlielandseweg/Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg maakt deel uit van het project Herstructurering Katwijkerlaan fase 1. In dit deelproject wordt het kruispunt Vlielandseweg/Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg heringericht waardoor een verbeterd en verkeersveilig kruispunt gerealiseerd wordt. Langs de Boezem zal een nieuwe damwand worden geplaatst voor de bestaande damwand. Het kruispunt is gelegen binnen de begrenzing van diverse bestemmingsplannen en bestemmingen. Gezien het ontwerp van de herinrichting is de aanleg van een fietspad en groene inrichting gepland over gronden met een woonbestemming. Verder komt als gevolg van de plaatsing van de nieuwe damwand de berm van de Vlielandseweg te liggen in de waterbestemming van de Boezem. Dit vormt de voornaamste strijdigheid en tevens aanleiding om door middel van een nieuw (postzegel)bestemmingsplan de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Plangebied

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Pijnacker en omvat het kruispunt tussen de Nieuwkoopseweg, Vlielandseweg en de Katwijkerlaan en (een deel van) de gronden aan de Nieuwkoopseweg 2A en Katwijkerlaan 3.

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: PDOK, bewerking Juust)

5

gemeente Pijnacker-Nootdorp

1.3

Doel

Het doel van dit bestemmingsplan is het voorgenomen plan planologisch mogelijk te maken. Het vaststellen van dit bestemmingsplan vormt de basis om met eventuele omgevingsvergunningen de uitvoering van het plan mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

6

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving project

2.1.1

Huidige situatie

Het project

Het plangebied bestaat uit het kruispunt van de Nieuwkoopseweg, deel van de Vlielandseweg en de Katwijkerlaan en (een deel van) de gronden aan de Nieuwkoopseweg 2A en Katwijkerlaan 3 (zie afbeelding 2).

Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied ter hoogte van Katwijkerlaan 3 (bron: Google Maps)

De Vlielandseweg en het kruispunt zijn gelegen aan de noordzijde van de kern Pijnacker. Aan de noordzijde van het kruispunt ligt het perceel van de te slopen woning aan de Katwijkerlaan 3. Dit perceel wordt bij de herinrichting van het kruispunt.

2.1.2

Toekomstige situatie

In de nieuwe situatie zal door de herinrichting van het kruispunt het perceel van de te slopen woning aan de Katwijkerlaan 3 en een kleine spie van het gemeentelijke perceel naast Katwijkerlaan 3 (kadastraal sectie A nr 1222) van de Nieuwkoopseweg deel uitmaken van het kruispunt. Daarnaast wordt een deel van de watergang betrokken in het plan vanwege de plaatsing van een nieuwe stalen damwand aan de oost- en zuidzijde van de Vlielandseweg en de Katwijkerlaan.

7

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Afbeelding 3 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Gemeente Pijnacker-Nootdorp)

2.2

Juridische regeling

2.2.1

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Boezem & Boezemvaart', 'Duurzame Glastuinbouwgebieden', 'Katwijk en Nieuwkoop' en 'Vlielandseweg 2013' van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

8

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Afbeelding 4 | Uitsnede geldend bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)

Het bestemmingsplan 'Boezem & Boezemvaart' is op 27 november 2008 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden binnen het plangebied zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Water'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor de aanleg en instandhouding van water met een natuurfunctie en natuurlijke oevers en groenvoorzieningen. Op deze gronden mogen uitsluitend bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen en bij aangrenzende wegen behorende andere bouwwerken worden gebouwd. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Het herinrichten van het kruispunt en de plaatsing van een damwand is niet mogelijk op grond van de huidige bestemming. Het bestemmingsplan 'Duurzame Glastuinbouwgebieden' is op 24 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden binnen het plangebied zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Verkeer – Wegverkeer - 3'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Er is geen strijdigheid met dit bestemmingsplan. Vanwege de leesbaarheid en duidelijkheid van het bestemmingsplan is er wel voor gekozen de grens van het plangebied gelijk te stellen met de werkgrens voor het nemen van de maatregelen en dus ook het deel van het plangebied waar geen strijdigheid is met het geldende bestemmingsplan op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan 'Katwijk en Nieuwkoop' is op 1 juni 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden binnen het plangebied zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Wonen', 'Agrarisch Glastuinbouw' en 'Verkeersdoeleinden'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Leiding - Water' en 'Waarde – Archeologie 1'. De gronden bestemd voor 'Wonen' (Katwijkerlaan 3), al dan niet in combinatie met een aan-huis gebonden beroep en/of bedrijf aan huis en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen, erven, tuinen, (dak)terrassen en binnenplaatsen. De gronden bestemd voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' zijn bestemd voor glastuinbouwbedrijven, greenportversterkende bedrijven, watergangen en waterpartijen, groenvoorzieningen, en bij een en ander behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen. Het herinrichten van het kruispunt is niet mogelijk op grond van de huidige bestemmingen. Er is geen strijdigheid met de bestemming 'Verkeersdoeleinden'.

9

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Het bestemmingsplan 'Vlielandseweg 2013' is op 13 februari 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden binnen het plangebied zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Verkeer-Wegverkeer'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Er is geen strijdigheid met dit bestemmingsplan. Vanwege de leesbaarheid en duidelijkheid van het bestemmingsplan is er wel voor gekozen de grens van het plangebied gelijk te stellen met de werkgrens voor het nemen van de maatregelen en dus ook het deel van het plangebied waar geen strijdigheid is met het geldende bestemmingsplan op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

2.2.2

Planuitwerking

Voor de uitwerking van dit bestemmingsplan wordt aangesloten bij de standaardregels 'stedelijk gebied gemeente Pijnacker-Nootdorp'. De gehele inrichting van het plangebied krijgt de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' en een klein deel, ter hoogte van Katwijkerlaan 3, de bestemming 'Groen'.

2.2.3

Juridische planbeschrijving

In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.

Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.

Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels - Hoofdstuk 3 Algemene regels - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten

10

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.

Bestemmingsregels Groen Binnen het plangebied is een klein deel bestemd tot 'Groen'. Behalve voor beplantingen zijn de gronden ook bestemd voor groen- en speelvoorzieningen, watergangen en -partijen, fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen. Verkeer - Wegverkeer Ter plaatse van de doorgaande weg Vlielandseweg en Katwijkerlaan is de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' opgenomen. De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, met de daarbij behorende in- en uitvoegstroken, in- en uitritten, voetpaden, fietsstroken en -paden, parkeerstroken en -voorzieningen, opstelstroken, bushaltes en andere verhardingen en bermen en andere groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair en watergangen. Binnen de bestemming mogen gebouwen in beperkte vorm worden gebouwd en andere bouwwerken voor onder andere nutsvoorzieningen. Waterstaat-Waterkering De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen primair bestemd voor de kering van water alsmede primaire waterkeringen. Er mogen, na overleg met de waterbeheerder, slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde van geringe omvang worden gebouwd. Daarnaast is een aanlegvergunningenstelsel van toepassing op activiteiten met effect op de waterkeringen.

Waarde – Archeologie 1 Op basis van het archeologisch beleid van de gemeente zijn aan het plangebied dubbelbestemmingen toegekend. Met deze dubbelbestemmingen wordt geregeld dat er uitsluitend werken en werkzaamheden uitgevoerd mogen worden, nadat is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast. Binnen het plangebied is er sprake van een archeologische verwachtingswaarde, waarbij verstoringsoppervlaktes en -dieptes gelden wanneer archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Leiding – Water In het plangebied zijn meerdere transportleidingen gelegen. Een transportleiding is 400 mm en groter. Deze leidingen moeten opgenomen worden in het bestemmingsplan. De bestaande 400 mm transportleiding in de Katwijkerlaan gaan wordt vervangen voor een 300 mm leiding. Deze hoeft dus niet meer in het nieuwe bestemmingsplan te worden opgenomen. De bestaande 450 mm transportleiding in de Nieuwkoopseweg wordt vervangen en blijft 450 mm. Deze moet dus worden opgenomen in het bestemmingsplan. De beschermingszone is links en rechts 5,0 m uit het hart van de leiding. Deze beschermingszone is gekoppeld aan een regeling die bodemingrepen of het bouwen van gebouwen/bouwwerken niet zonder meer toestaan. Bodemingrepen (zoals graven, planten van bomen, boren etc.) en het bouwen is alleen mogelijk door een afwijkingsprocedure.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, afdaken en erkers. Tevens is een regeling opgenomen die waarborgt dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouw.

11

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels Indien er sprake is van toepassing van een omgevingsvergunning die onderdeel uitmaakt van het plan, is er een procedure vastgesteld. Deze is opgenomen in dit artikel. Overgangs- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

12

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan sluit wel aan bij prioriteit 'sterke en gezonde steden en regio's.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De omgevingsvisie, een beleidsstuk op nationaal niveau, heeft slechts een bindende werking voor het Rijk, de overheid op nationaal niveau, zelf. Alleen díe nationale belangen uit de omgevingsvisie waarvan de doorwerking naar andere bestuurslagen juridisch moet worden zeker gesteld, zijn in een Algemene maatregel van bestuur Ruimte vastgelegd. Deze Amvb Ruimte is, onder de naam Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), in werking getreden op 30 december 2011 en richt zich op doorwerking van nationale ruimtelijke belangen in provinciale en gemeentelijke beleid- en regelkaders. Bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten gemeenten de in het Barro opgenomen regels voor de projecten die met name genoemd worden en die op hun grondgebied liggen, in acht nemen. Per project worden de regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreffende gebied omt niet voor in het Barro.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

In het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen en beheersverordeningen, onder andere ten aanzien van de toelichting bij een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze verantwoording bestaat uit een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering moet bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kanworden voorzien. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. Het onderhavige plan betreft het aanpassen van een bestaand kruispunt. In de structuurvisie zijn geen

13

gemeente Pijnacker-Nootdorp

beleidspunten opgenomen die een dergelijke beperkte ontwikkeling in de weg staat. Het aanpassen en zelfs aanleggen van nieuwe infrastructuur wordt daarnaast niet gezien als stedelijke ontwikkeling, waardoor geen toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking nodig is.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland/Omgevingsverordening Zuid-Holland

De provincie stuurt op (boven)regionaal niveau op de inrichting van de ruimte in Zuid-Holland. De omgevingsvisie, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 februari 2019, (geconsolideerd in werking per 7 augustus 2021) geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Met het omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkeling en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie zet in de Omgevingsvisie in op veel thema`s welke niet allemaal relevant zijn in het kader van dit bestemmingsplan. De volgende thema`s zijn relevant:

Veiliger verkeer De provincie omarmt de landelijke ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. Samen met partners zet zij zich in om het verkeer in haar provincie veiliger te maken. Om dit te bewerkstelligen wordt ingezet op preventieve maatregelen. Veilig verkeer wordt breder ingebed als integraal onderdeel van onder andere ruimtelijke plannen.

Kwaliteitskaart In het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt getoetst aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Deze kaart bestaat uit een viertal lagen met bijbehorende richtpunten. Hieronder is aangegeven welke lagen en bijbehorende thema's relevant zijn voor het plangebied.

Laag 1 - De ondergrond Veencomplex - Oude zeeklei Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Oude zeeklei Zuid-Holland kent een aantal droogmakerijen waar (in de toekomst) verzilting optreedt en het waterbeheer steeds lastiger wordt. Bij grote diepte kan daarnaast een waterveiligheidsvraagstuk spelen. Zorgvuldige omgang met het watervraagstuk (kwalitatief en/ of kwantitatief) is in deze droogmakerijen van belang. Richtpunt: ontwikkelingen in droogmakerijen leveren een bijdrage aan een duurzame waterhuishouding.

Laag 2 - De cultuur- en natuurlandschappen Droogmakerijenlandschap Droogmakerijen (klei en veen) Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige

14

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. In sommige gebieden is de (historische) relatie tussen droogmakerij en molengang (toentertijd om diepere plassen droog te malen) nog herkenbaar. Dit zijn bijzondere elementen in het Zuid-Hollandse landschap. Richtpunten: Droogmakerijen (klei en veen): De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. Droogmakerijen (klei): Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Droogmakerijen (veen): Een aantal droogmakerijen is niet geheel uitgeveend. Ten opzichte van de droogmakerij met klei als ondergrond is de droogmakerij met veen in de ondergrond waterrijker, vaak kleinschaliger (vooral de kavelmaat) van opzet en is de bodem minder draagkrachtig.

Dit is terug te zien in het gebruik en het beeld van de droogmakerijen. Richtpunten: Droogmakerijen (klei en veen): De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. Droogmakerijen (veen): Bewaren verkavelingspatroon. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Laag 3 - De stedelijke occupatie Stads- en dorpsranden De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij onderscheiden we drie typen 'overgangskwaliteiten'. Het front, het contact en de overlap.

Op kaart vinden we de hoogwaardige en bijzondere fronten terug. Daar waar recreatiegebieden voorkomen langs stads- of dorpsrand is veelal sprake van overlap. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. 1. De k waliteit van het front (contrast) Een scherpe rand tussen bebouwing en land, waarbij de bebouwing en landschap 'met het gezicht naar elkaar' zijn gekeerd. Er zijn verschillende situaties denkbaar, waarbij landschappelijke grenzen zorgen voor een scherp contrast tussen bebouwing en landschap. De stad aan de rivier of aan zee (waterfront, zeefront), appartementsgebouwen langs de duinrand of de bebouwingsrand rond een (verder vrij onbebouwde) droogmakerij. Stad en buitengebied brengen hun eigen eigenschappen

15

gemeente Pijnacker-Nootdorp

maximaal tot expressie. Vormen van hoogbouw kunnen hier aan het karakter bijdragen. Bij wateren zeefronten bieden combinaties met de waterkering kansen voor kwaliteit. Het 'wegfront' vraagt om extra aandacht voor verbindingen tussen stad en ommeland. Hier is het vaak niet het geval dat bebouwing en landschap met het gezicht naar elkaar zijn gekeerd. De grens is scherp, maar men mist de kwaliteiten van het 'zicht op elkaar'. 2. Contactkwaliteit Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen. De structuur die stad en land verbindt, kan een herkenbare landschappelijke onderlegger hebben als een strandwal of rivier. In andere situaties is het kavelpatroon doorlopend. Stad en ommeland blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. Deze soort overgang is typisch voor dorpen of buitenwijken, waarbij de stedenbouwkundige opzet bijvoorbeeld geënt is op het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon. 3. De k waliteit in de overlap ('contract') Tussen bebouwd gebied en landschap is een geleidelijke overgang. Stedelijke en landelijke programma's vloeien in elkaar over. Het zijn gebieden met een hybride uitstraling en betekenis: recreatiegebieden, sportvelden, volkstuincomplexen, golfbanen, enzovoorts.

Er wordt een geïntegreerde ontwikkeling ontworpen van woon-, werk-, productie- en vrijetijdslandschappen die zoveel mogelijk aansluiten bij de ruimtelijke kwaliteiten van het omringende landschap en met een goede dooradering van recreatieve routes. De overgangskwaliteiten zijn verder uitgewerkt in de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Richtpunt: ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Glastuinbouwgebieden Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Richtpunten: Nieuwe glastuinbouwgebieden worden zoveel mogelijk binnen of in aansluiting op bestaande glastuinbouwgebieden geconcentreerd. Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Laag 4- Laag van de beleving Fiets- en wandelroutes Het netwerk van fiets- en wandelpaden (indicatief op kaart weergeven) en vaarwegen verbindt een verscheidenheid van stedelijke en landelijke gebieden, natuur- en recreatiegebieden en andere toeristische trekpleisters. Dit netwerk is bedoeld als ontsluiting, maar ook als middel om stad en landschap van Zuid-Holland te ervaren.

Recreatieknooppunten in dit netwerk zijn de overstapplaatsen tussen verschillende vervoersmodaliteiten als auto, fiets of kano. Deze kunnen een toeristisch-recreatieve bestemming op zich zijn. Een samenhangend, gevarieerd en aantrekkelijk stelsel van gebieden en routes vraagt om het opheffen van barrièrewerking of het toevoegen van ontbrekende schakels. De basis van een regionaal fijnmazig netwerk wordt gevormd door de langeafstandroutes aangevuld met stadlandverbindingen. Recreatieve ontwikkelingen (bij voorkeur rond knooppunten) worden gebaseerd op een regionale

16

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

recreatieve uitwerking naar routes en bestemmingen (transferia, poorten en toeristische overstappunten). Voor de uitbreiding van recreatieve voorzieningen wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van cultuurhistorisch erfgoed, maar kunnen ook nieuwe bijzondere locaties worden toegevoegd. Gangbare maaswijdten in een routenetwerk zijn voor wandelaars 0.5 km en voor fietsers 2 km. Verbeteren van de recreatieve gebruikswaarde en belevingskwaliteit van de vaarnetwerken kan door het toevoegen van nieuwe verbindingen of het wegnemen van obstakels. Havens, aanlegplaatsen en dergelijke zijn onderdeel van het netwerk. Richtpunten: Voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties. Conclusie De herinrichting van het kruispunt heeft als doel de verkeersveiligheid te verbeteren. Hierdoor wordt aangesloten bij de uitgangspunten van het provinciale beleid. Daarnaast voldoet de ontwikkeling aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De ontwikkeling past daarmee binnen het beleid van de provincie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Pijnacker Nootdorp 2050 - Verbonden met elkaar

De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een omgevingsvisie opgesteld waarin wordt beschreven hoe Pijnacker-Nootdorp er in 2050 uit zou kunnen zien. Met de nieuwe Omgevingsvisie bereiden ze zich voor op de Omgevingswet die naar verwachting 1 juli 2022 in werking treedt. De omgevingsvisie is binnen deze wet een nieuw instrument waarin de gemeenteraad zijn integrale visie op fysieke leefomgeving voor de lange termijn geeft. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving en is breder dan zijn voorganger: de ruimtelijke structuurvisie. Het gaat niet alleen om thema's als wonen, ruimtelijke ordening, mobiliteit, economie en groen, maar ook om onderwerpen als gezondheid, omgevingsfactoren (milieu), duurzaamheid en veiligheid. De gemeente onderscheidt vier ontwikkelingslijnen die gezamenlijk richting geven aan de toekomst van de fysieke leefomgeving van Pijnacker-Nootdorp: 1. 2. 3. 4.

Ontwikkelingslijn 1: Onderscheidend groen Ontwikkelingslijn 2: Karakteristieke woon- en leefomgeving Ontwikkelingslijn 3: Aantrekkelijk economische vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers Ontwikkelingslijn 4: Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren

De ontwikkelingslijnen zijn geen keuzemogelijkheden, ze zijn allen even belangrijk en versterken elkaar. Samen geven ze een integraal beeld en richting voor de toekomst voor het gehele grondgebied van de gemeente. De herontwikkeling is niet expliciet opgenomen in een van de ontwikkelingslijnen, maar bevordert door het realiseren van een verkeersveilig kruispunt wel een gezonde en veilige leefomgeving. Dit plan is dermate kleinschalig van aard dat de in de Omgevingsvisie opgenomen ontwikkelingslijnen geen belemmering vormen voor de gewenste ontwikkeling.

3.3.2

Toekomstvisie 2040 (2012)

In de Toekomstvisie 'Visie op de toekomst van Pijnacker-Nootdorp', vastgesteld door de gemeenteraad op 26 juni 2012, wordt een eenduidige en consistente koers voor Pijnacker-Nootdorp uitgezet met oog voor de omgeving en de rol van de gemeente. De toekomstvisie laat zien wat voor gemeente Pijnacker-Nootdorp wil zijn, waar zij met haar ontwikkeling heen wil en welke rol zij daarbij pakt.

17

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Pijnacker-Nootdorp wil een herkenbare gemeente zijn in een landelijke omgeving waar de stad nooit ver weg is (visie). Zij wil in de regio een uniek woonmilieu bieden, met het groene buitengebied meerwaarde geven en met duurzame en innovatieve bedrijven – waaronder de glastuinbouw – de economie versterken (missie).

3.3.3

Conclusie

De herontwikkeling van het kruispunt voorziet in de behoefte voor Pijnacker-Nootdorp om de gemeentelijke basisinfrastructuur te verbeteren. Derhalve past onderhavig plan uitstekend binnen de gestelde kaders van het gemeentelijk beleid.

18

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Hoofdstuk 4 4.1

Kwaliteit van de leefomgeving

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Archeologiebeleid Pijnacker-Nootdorp De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft haar archeologiebeleid verwoord in de nota 'Pijnacker-Nootdorp; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart' uit 2009. Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting (zie afbeelding 5).

19

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Afbeelding 5 | Uitsnede Archeologiebeleid Pijnacker-Nootdorp (bron: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, bewerking Juust B.V.)

De reconstructie van de weg en het vervangen van de damwanden overschrijden zowel in oppervlakte en diepte de vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan: 50 m2 en/of 30 cm –mv. Echter is de bodemverstoring die gepaard gaat met deze werkzaamheden beperkt, omdat deze in al geroerde/opgehoogde gronden zullen plaatsvinden. Op betreffende locatie geldt geen verwachting meer voor archeologische resten. De medebestemming archeologie hangt namelijk samen met de aanwezigheid van een historisch bewoningslint, maar op historisch kaartmateriaal is geen bebouwing zichtbaar. Daarom worden hier geen archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Eventueel oudere resten worden ook niet verwacht. Het gebied is namelijk al sinds de prehistorie bedekt met veen, waardoor het vermoedelijk te nat zal zijn geweest voor bebouwing. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Mocht tijdens de geplande werkzaamheden blijken dat binnen het plangebied toch archeologische waarden aanwezig zijn, dan dienen deze in het kader van de Erfgoedwet te worden gemeld bij de minister van OCW. In de praktijk komt dit erop neer dat archeologische toevalsvondsten worden gemeld bij de bevoegde overheid, in deze de adviseur Archeologie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

Deze algemene meldingsplicht is altijd van toepassing en dus ook in gebieden die bij voorbaat zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek en gebieden die na archeologisch (voor)onderzoek zijn vrijgegeven voor ontwikkeling. Het is mogelijk dat na melding blijkt dat het om een vondst gaat waarvoor het bevoegd gezag nader onderzoek vereist.

Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de

20

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. De Cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in Zuid-Holland. De atlas bestaat uit kaarten voor de drie onderdelen van de cultuurhistorie: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. Ieder onderdeel bestaat uit twee kaarten die inzichtelijk maken wat in Zuid-Holland cultuurhistorisch van belang is en waarom: de kenmerkenkaart, waarop de kenmerkende nederzettingspatronen, landschapspatronen en de archeologische opbouw van het landschap zijn weergegeven; de waardenkaart, waarop de waardevolle structuren van de kenmerkenkaart zijn gewaardeerd. Deze cultuurhistorische kenmerken en waarden vormen de input bij processen van culturele planologie. Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn op basis van deze cultuurhistorische kaart niet aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering is het ruimtelijk scheiden van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen bij nieuwe ontwikkelingen. Met de term "milieubelastende activiteiten" worden binnen de VNG-methodiek alle milieubelastende activiteiten bedoeld: niet alleen bedrijven maar ook bijvoorbeeld detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Met de term "milieugevoelige functies" worden onder meer woningen, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie bedoeld. Milieuzonering dient twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De VNG doet in de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Deze VNG-publicatie legt niet vast wat wel en niet is toegestaan. De publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen concreet voor een locatie in te vullen (maatwerk). Het bestemmingsplan is het juridisch-planologisch instrument waarin de gekozen strategie moet worden verklaard.

Volgens jurisprudentie dient de plantoelichting ten minste aannemelijk te maken dat ten aanzien van het milieu geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn. Binnen het plangebied zijn geen milieubelastende activiteiten als bedoeld in de VNG-publicatie "bedrijven en milieuzonering" of milieugevoelige bestemmingen aanwezig Het onderhavige bestemmingsplan maakt deze ook niet mogelijk. Het aspect milieuzonering vormt daarom geen belemmering.

21

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4.4

Bodem

Om de bodem voor langere tijd te willen gebruiken, moeten we de bodem op de juiste manier benutten en beschermen. Naast het beschermen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit hecht de gemeente waarde aan de overige functionele bodemkwaliteiten. Onder functionele bodemkwaliteiten wordt verstaan de draagkwaliteit, informatiekwaliteit, regulatiekwaliteit en productiekwaliteit. Deze kwaliteiten hebben onder andere betrekking op cultuurhistorische betekenis, levende bodem, ondergronds bouwen en bodemenergie inclusief geothermie. Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en aantasting van de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Tevens is bij de realisatie van ruimtelijke plannen vaak grondverzet noodzakelijk. Het tijdelijke opslaan en toepassen van grond en/of baggerspecie en het toepassen van steenachtige bouwstoffen is middels het Besluit bodemkwaliteit aan regels gebonden. Opgemerkt wordt dat de wet- en regelgeving in ontwikkeling zijn en binnen de toekomstige omgevingswet zullen worden vormgegeven.

De gemeente is onder de omgevingswet het bevoegd gezag bodem.Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: preventie, toedeling van functies en beheer van historische bodemverontreinigingen. Preventie: gaat niet alleen om de verontreinigingen door chemische stoffen maar ook om aantasting door het aanbrengen van veranderingen in de geologische opbouw (structuur) van de bodem of in de fysisch-mechanische eigenschappen van de bodem. Toedeling van functies: de materiële integratie van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder de chemische, fysische en ecologische bodemkwaliteit, krijgt vorm in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Beheer van historische bodemverontreinigingen: de bescherming van de gezondheid van mensen, planten en dieren vraagt om het verstandig omgaan met resterende historische verontreinigingen. Onder de Omgevingswet zullen de pijlers beleidsmatig worden ondergebracht in de toekomstige omgevingsvisie, het omgevingsprogramma ondergrond en het omgevingsplan. Pijnacker-Nootdorp heeft in 2008 haar eigen Bodemnota vastgesteld. Deze Bodemnota was de eerste stap naar een verdiepte ruimtelijke ordening, waarbij de gemeente de kansen van de ondergrond in beeld brengt.

De ambities van Pijnacker-Nootdorp sluiten goed aan bij landelijke ontwikkelingen op het gebied van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) (lagenbenadering) en het bodembeleid (Convenant bodemontwikkelingsbeleid). Om het gebruik van de ruimte beneden maaiveld duurzaam en optimaal te benutten zal bij ontwikkelingen of activiteiten in de onder- en/of bovengrond rekening moeten worden gehouden met de ruimtelijke ordening van de ondergrond in relatie tot de bovengrond, en vice versa.Pijnacker-Nootdorp heeft in 2014 haar eigen Nota bodembeheer vastgesteld. De nota gaat over het hergebruiksbeleid voor grond en baggerspecie op het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp en geeft vorm aan het duurzaam en verantwoord beheer van de bodem in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Uit de Nota bodembeheer blijkt dat bij omgevingsvergunningaanvragen (bouw en bestemmingswijzigingen) onder bepaalde voorwaarden kan worden volstaan met het uitvoeren van een historisch onderzoek conform de NEN 5725. Opgemerkt wordt dat de nota bodembeheer is geactualiseerd en naar verwachting begin 2022 definitief kan worden vastgesteld.

Onderzoek en sanerende maatregelen bij toekomstige (her)inrichting of bestemmingswijziging Bij de (her)inrichting of bestemmingswijziging van een locatie en/of bij grondverzet inclusief het verwijderen van grondgebonden objecten, dient een historisch (bodem)onderzoek conform de vastgestelde norm te worden uitgevoerd om mogelijk bodembedreigende activiteiten te achterhalen (huidige norm: NEN-5725). In het kader van het historisch onderzoek zal minimaal een terreininspectie

22

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

moeten worden uitgevoerd, een gesprek met de (voormalige) eigenaar/beheerder van de locatie moet plaatsvinden, het raadplegen van historische kaarten, luchtfoto's en landelijk bodemloket, en een bezoek aan het gemeentearchief moet worden gebracht (tenzij geen relevante informatie van de onderzoekslocatie bij de gemeente aanwezig is). Op basis van beschikbare historische en/of milieuhygiënische (bodemkwaliteits-)gegevens wordt bepaald of asbest-, water- en/of bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd conform de geldende vastgestelde onderzoeknormen. Een locatie wordt als asbestverdacht beschouwd indien nu of in het verleden op de locatie verhardingen, (zintuiglijk) verdachte terreindelen aanwezig zijn of zijn geweest (bijvoorbeeld (puin)dammen, ((puin)funderings- of ophooglagen, bodemvreemde materialen, slootdempingen, etc.), en overige asbestgerelateerde of bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld opstallen met golfplaten, beschoeiingen, etc.). Indien een locatie als asbestverdacht kan worden beschouwd, zal een onderzoek naar asbestinventarisatie van de bodem conform de vastgestelde norm moeten worden uitgevoerd (huidige norm: NEN-5707).

Indien asbestverdacht bouw- en/of sloopafval of (puin)granulaat wordt aangetroffen zal een onderzoek naar asbestinventarisatie conform de vastgestelde norm moeten worden uitgevoerd (huidige norm: NEN-5897). Voorafgaand aan de sloop dient voor aanwezige opstallen een asbestinventarisatie te worden uitgevoerd conform de vastgestelde norm (huidige norm: SC540), om zorg te dragen dat bij de sloop van opstallen het aanwezige asbesthoudende materiaal, onder daarvoor geldende wet- en regelgeving voorafgaand aan de overige sloopwerkzaamheden, wordt verwijderd (conform de norm: SC530) en naar een erkend eindverwerker wordt afgevoerd, zodat geen asbesthoudende materialen op en/of in de bodem achterblijven. Binnen het gebied zijn (mogelijk) locaties aanwezig, waarvoor in het kader van het Wet bodembescherming op dit moment bekend is en/of in de toekomst wordt vastgesteld, dat het een (mogelijk) 'ernstig geval van bodemverontreiniging' betreft en/of in het verleden is gesaneerd middels een isolatievariant of waar een restverontreiniging is achtergebleven. Voor de aanpak bij (her)inrichting of wijziging in het gebruik van deze locaties dient in het kader van de Wet bodembescherming goedkeuring te zijn verleend door het bevoegd gezag, te weten Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

De gemeente toetst de saneringsvariant van een 'ernstig geval van bodemverontreiniging' tevens in het kader van de Woningwet, de saneringsvariant van een 'niet-ernstige geval van bodemverontreiniging' binnen de kaders van de Wet bodembescherming, en de saneringsvariant in het kader van de bodembeheeropgave onder toekomstige Omgevingswet. Voor de aanpak van gevallen van asbestverontreiniging die vallen onder het Besluit asbestwegen Wms dient goedkeuring te zijn verleend door het bevoegd gezag, te weten Inspectie Leefomgeving en Transport. Voorafgaand aan het vrijkomen van baggerspecie en/of het dempen van een watergang dient voor het bepalen van de (milieuhygiënische) kwaliteit van baggerspecie een waterbodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de vastgestelde norm (huidige norm: NEN-5720), voor zover het Besluit bodemkwaliteit geen vrijstelling kent. Tevens wordt geadviseerd om gelijktijdig monsters te nemen van de ondergrond onder de (aanwezige) baggerspecie, het volume van de aanwezige baggerspecie vast te (laten) stellen en een verwerkingsadvies voor de baggerspecie op te (laten) stellen. In het kader van dit bestemmingsplan dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Er wordt met het onderhavige bestemmingsplan geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. Er is geen bodemonderzoek benodigd.

Wel is ten behoeve van de uitvoering een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd door KP Adviseurs BV op 16 maart 2021 (zie Bijlage 2). Hieruit is onder andere naar voren gekomen dat: Ter plaatse van de hoofdrijbaan van de Vlielandseweg, Nieuwkoopseweg en Katwijkerlaan zijn diffuus heterogeen verdeelde (lichte tot en met sterke) verontreinigingen aangetoond met diverse zware metalen en incidenteel PAK. Met name lood wordt veelal boven de interventiewaarde aangetoond. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging; Ter plaatse van de Katwijkerlaan 3 zijn bij voorgaand bodemonderzoek (Van der Helm, 2020) sterke grondverontreinigingen aangetoond met zware metalen en/of PAK, welke middels onderhavig bodemonderzoek nader inzichtelijk zijn gemaakt. En maken zeer waarschijnlijk deel uit van de bovengenoemde gevalslocatie;

23

gemeente Pijnacker-Nootdorp

In het grondwater tpv peilbuis Pb 001 in het fietspad thv vml Katwijkerlaan 1 is in eerste instantie tevens een sterk verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Na herbemonstering van het grondwater in peilbuis 001 en heranalyse is nog ten hoogste een licht verhoogd loodgehalte aangetoond. Het sterk verhoogde gehalte aan lood is vermoedelijk gerelateerd aan het “plaatsingseffect”; Op basis van het waterbodemonderzoek het Slib van de Katwijkervaart wordt aangemerkt als Niet-verspreidbaar (Industrie / Klasse B) en steekvaste bodem als verspreidbaar (Wonen / Klasse B). Voorafgaand aan (grond)werkzaamheden ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient een saneringsplan (of BUS-melding) ter goedkeuring te worden ingediend bij het bevoegd gezag. Ten aanzien van de actualiteitswaarde van een bodemonderzoek geldt hetzelfde als bij bouwplanprocedures: het uitgangspunt is dat onderzoeksrapporten niet ouder mogen zijn dan vijf jaar (bij verdachte locaties wordt meestal uitgegaan van maximaal 2 jaar).

Bovendien gelden de volgende voorwaarden: het gebruik van de onderzochte locatie is nog hetzelfde als ten tijde van het onderzoek en uit historische informatie blijkt dat in de tussenliggende periode geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden (geen veranderd gebruik); de opzet van het onderzoek voldoet aan de huidige eisen volgens de NEN 5740; zo niet dan dient aanvullend onderzoek plaats te vinden; de gevonden waarden zijn getoetst aan de thans geldende streef- en interventiewaarden en hergebruiknormen. Sinds 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden, waaraan alle bij de overheid ter toetsing aangeleverde bodemkwaliteitsgegevens dienen te voldoen. Met de introductie van het Bbk is een nieuw standaard stoffenpakket geïntroduceerd en dienen onderzoeken en waar nodig bodemsanerende maatregelen te worden uitgevoerd door erkende bodemintermediairs (Kwalibo: Kwaliteitsborging in het bodembeheer). Bodemkwaliteitsgegevens die niet voldoen aan het Bbk, kunnen niet als actueel worden beschouwd. Ook locatie specifieke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de bodemkwaliteit. Een (bodem)onderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt.

Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor zijn of worden beïnvloed. Vrijkomende steenachtige bouwstoffen inclusief grond en baggerspecie moeten conform de provinciale richtlijnen worden afgevoerd, of conform het Besluit Bodemkwaliteit worden toegepast. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit kan het noodzakelijk zijn om aanvullend op het bodemonderzoek een partijkeuring (AP04) uit te laten voeren om van de vrijkomende partij de verwerkings- en/of gebruiksmogelijkheden te kunnen classificeren.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het risico dat mensen lopen om te komen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval waar gevaarlijke stoffen bij betrokken zijn. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen externe veiligheid bij verschillende soorten risicobronnen. Dit kunnen risicovolle inrichtingen, en transportroutes en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn. Voor risicovolle inrichtingen zijn het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BevI) en de bijbehorende regeling het belangrijkste toetsingskader. Voor het transport van gevaarlijke stoffen is dat het Besluit externe veiligheid transportroutes (BevT). Voor transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BevB). De kern van het externe veiligheidsbeleid is het aanhouden van voldoende afstand

24

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

(ruimtelijke scheiding) tussen de risicobronnen en de risico-ontvangers. Ook als het aantal personen binnen een bepaalde afstand tot een risicobron wijzigt, heeft dat gevolgen voor de externe veiligheid. Ditzelfde geldt wanneer er wijzigingen plaatsvinden aan de risicobron. Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Bij de beoordeling van de externe veiligheid zijn twee begrippen van belang. Dit zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR geeft de kans aan om op een bepaalde plaats te overlijden als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een persoon die continu op één plaats aanwezig is zonder enige vorm van bescherming. Het PR10-6/jaar (een kans van 1 op 1.000.000) geldt als een norm die waar rekening mee dient te worden gehouden (bij beperkt kwetsbare objecten) danwel in acht moet worden genomen (bij kwetsbare objecten). Het GR is een maat voor de kans dat bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (meer dan 10). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt meestal begrensd door de zogenaamde 1% letaliteitgrens.

Dit is de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het GR bestaat geen harde norm. Wel bestaat er een referentiewaarde (oriëntatiewaarde). In het algemeen geldt dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan, het wijzigen en/of uitwerken van een bestemmingsplan en het verlenen van een omgevingsvergunning (regulier of uitgebreid) waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken, een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico nodig is. In of nabij het plangebied liggen geen risicovolle inrichtingen. Er liggen ook geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in (de directe nabijheid van) het plangebied. Het plan maakt geen bouw, aanleg of vestiging mogelijk van nog niet gerealiseerde (zeer/beperkt) kwetsbare objecten, gebouwen of locaties. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Op 21 februari 2022 is door Kraai Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Op grond van artikel 99 van de Wet geluidhinder moet bij de reconstructie van een weg een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de toename van de geluidbelasting ten gevolge van de reconstructie en eventueel aanliggende wegen. De Vlielandseweg en de Katwijkerlaan zijn geluidgezoneerd op grond van de Wet geluidhinder en daarom in dit onderzoek betrokken.

De wegen sluiten direct op elkaar aan en hebben in het onderzoeksgebied slechts een klein verschil in verkeersintensiteit. Daarom zijn de Vlielandseweg en de Katwijkerlaan als één weg beschouwd in dit onderzoek. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de toename van het geluid op de voorgevel van de woning aan de Nieuwkoopseweg 2 ten hoogste 2,4 dB bedraagt op 7,5 meter toetshoogte en 1,7 dB op 4,5 meter toetshoogte. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 50,4 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48

25

gemeente Pijnacker-Nootdorp

dB wordt overschreden, de maximaal vast te stellen hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Bij een andere beschouwing van de woning, blijkt dat de derde bouwlaag van de voorgevel van de woning bestaat uit een geheel gesloten dakvlak. Achter het omcirkelde raam bevindt zich géén geluidgevoelige ruimte, maar een vide. Het raam is niet te openen. Het hele dakvlak kan daarmee beschouwd worden als een dove gevel in de zin van de Wet geluidhinder. Een dove gevel wordt op grond van de Wet geluidhinder niet beschouwd als een gevel, waarmee de toetsingsplicht komt te vervallen, er geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en er dus geen hogere waarde hoeft te worden vastgesteld.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In het plangebied zijn meerdere transportleidingen gelegen. Een transportleiding is 400 mm en groter. Deze leidingen moeten opgenomen worden in het bestemmingsplan. De bestaande 400 mm transportleiding in de Katwijkerlaan gaan wordt vervangen voor een 300 mm leiding. Deze hoeft dus niet meer in het nieuwe bestemmingsplan te worden opgenomen. De bestaande 450 mm transportleiding in de Nieuwkoopseweg wordt vervangen en blijft 450 mm. Deze is dus worden opgenomen in dit bestemmingsplan. De beschermingszone is links en rechts 5,0 m uit het hart van de leiding. Deze beschermingszone is gekoppeld aan een regeling die bodemingrepen of het bouwen van gebouwen/bouwwerken niet zonder meer toestaan. Bodemingrepen (zoals graven, planten van bomen, boren etc.) en het bouwen is alleen mogelijk door een afwijkingsprocedure.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het onderhavige plan is sprake van de herinrichting van het bestaande kruispunt. Dit is geen ontwikkeling die leidt tot extra verkeer. De weg wordt aangepast voor een betere afwikkeling van het bestaande verkeer. Doordat de herinrichting niet leidt tot extra verkeer, zal de luchtkwaliteit ter plaatse niet verslechteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11376911/1