CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Toelichting ontwerpbestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Raad Besluitvorming 24 februari 2022, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 202232.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een locatie wordt als asbestverdacht beschouwd indien nu of in het verleden op de locatie verhardingen, (zintuiglijk) verdachte terreindelen aanwezig zijn of zijn geweest (bijvoorbeeld (puin)dammen, ((puin)funderings- of ophooglagen, bodemvreemde materialen, slootdempingen, etc.), en overige asbestgerelateerde of bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld opstallen met golfplaten, beschoeiingen, etc.). Indien een locatie als asbestverdacht kan worden beschouwd, zal een asbestinventarisatie van de bodem conform de vastgestelde norm moeten worden uitgevoerd (huidige norm: NEN-5707). Indien asbestverdacht bouw- en/of sloopafval of (puin)granulaat wordt aangetroffen zal een asbestinventarisatie conform de vastgestelde norm moeten worden uitgevoerd (huidige norm: NEN-5897). Voorafgaand aan de sloop dient voor aanwezige opstallen een asbestinventarisatie te worden uitgevoerd conform de vastgestelde norm (huidige norm: SC540), om zorg te dragen dat bij de sloop van opstallen het aanwezige asbesthoudende materiaal, onder daarvoor geldende wet- en regelgeving voorafgaand aan de overige sloopwerkzaamheden, wordt verwijderd (conform de norm: SC530) en naar een erkend eindverwerker wordt afgevoerd, zodat geen asbesthoudende materialen op en/of in de bodem achterblijven.

Binnen het gebied zijn (mogelijk) locaties aanwezig, waarvoor in het kader van de Wet bodembescherming op dit moment bekend is en/of in de toekomst wordt vastgesteld, dat het een (mogelijk) ‘ernstig geval van bodemverontreiniging’ betreft en/of in het verleden is gesaneerd middels een isolatievariant of waar een restverontreiniging is achtergebleven. Voor de aanpak bij (her)inrichting of wijziging in het gebruik van deze locaties dient in het kader van de Wet bodembescherming goedkeuring te zijn verleend door het bevoegd gezag, te weten Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De gemeente toetst de saneringsvariant van een 'ernstig geval van bodemverontreiniging' in het kader van de Woningwet, de saneringsvariant van een 'niet-ernstige geval van bodemverontreiniging' binnen de kaders van de Wet bodembescherming, en de saneringsvariant in het kader van de bodembeheeropgave onder

50

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

toekomstige Omgevingswet. Voor de aanpak van gevallen van asbestverontreiniging die vallen onder het Besluit asbestwegen Wms dient goedkeuring te zijn verleend door het bevoegd gezag, te weten Inspectie Leefomgeving en Transport. Voorafgaand aan het vrijkomen van baggerspecie en/of het dempen van een watergang dient voor het bepalen van de (milieuhygiënische) kwaliteit van baggerspecie een waterbodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de vastgestelde norm (huidige norm: NEN-5720), voor zover het Besluit bodemkwaliteit geen vrijstelling kent. Tevens wordt geadviseerd om gelijktijdig monsters te nemen van de ondergrond onder de (aanwezige) baggerspecie, het volume van de aanwezige baggerspecie vast te (laten) stellen en een verwerkingsadvies voor de baggerspecie op te (laten) stellen.

4.8.5

Actualiteit milieuhygiënische (bodem)kwaliteitsgegevens

Sinds 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden, waaraan alle bij de overheid ter toetsing aangeleverde bodemkwaliteitsgegevens dienen te voldoen. Met de introductie van het Bbk is een nieuw standaard stoffenpakket geïntroduceerd en dienen onderzoeken en waar nodig bodemsanerende maatregelen te worden uitgevoerd door erkende bodemintermediairs (Kwalibo: Kwaliteitsborging in het bodembeheer). Bodemkwaliteitsgegevens die niet voldoen aan het Bbk, kunnen niet als actueel worden beschouwd. Ook locatie specifieke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de bodemkwaliteit. Een (bodem)onderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor zijn of worden beïnvloed.

4.8.6

Herbruikbare grond, baggerspecie en/of bouwstof

Indien tijdens graafwerkzaamheden herbruikbare grond, baggerspecie en/of bouwstof vrijkomt en hergebruikt of afgevoerd gaat worden, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit kan het noodzakelijk zijn om aanvullend op het bodemonderzoek een partijkeuring (AP04) uit te laten voeren om van de vrijkomende partij de verwerkings- en/of gebruiksmogelijkheden te kunnen classificeren.

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving en beleid

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige bescherming plaatsen door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Op gemeentelijk niveau is het ecologisch beleid vastgelegd in het natuurbeleidsplan 'Natuur op de kaart', een actualisatie van de 'Ecologische kaart', zoals vastgesteld in 2012. Gebiedsbescherming De Wnb bevat instrumenten om op basis van effectstudies activiteiten in en rondom Natura 2000-gebieden af te wijzen, dan wel toe te staan op basis van een melding of een vergunning. De wet schrijft onder voorwaarden voor dat een voortoets en/of een passende beoordeling voor het voornemen noodzakelijk is. De vergunningen omvatten allerlei voorwaarden om schade aan natuurwaarden te voorkomen en te compenseren. Soortenbescherming De Wnb regelt de soortenbescherming in Nederland. De wet is opgezet als een wet die alle schade aan soorten verbiedt, behalve als er dwingende redenen van belang zijn om hiervan af te kunnen wijken. Dan wordt een ontheffing van de verbodsartikelen verleend. Er gelden drie beschermingsregimes.

De wet geeft op basis van drie verschillende beschermingsregimes aan welke soorten met een ontheffingsplicht

51

gemeente Pijnacker-Nootdorp

dan wel andere wettelijke instrumenten als ecologische werkprotocollen en goedgekeurde gedragscodes worden beschermd. De wet voorziet in de bevoegd gezag rol van provincies die in haar eigen verordeningen nog soorten zwaarder kan beschermen. Daarnaast bevat de Wnb "de zorgplicht", die stelt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken.

4.9.2

Plangebied

Gebiedsbescherming Onderhavig plangebied ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied. De natuurbeschermingswet staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Natuur Netwerk Nederland en belangrijk vogelweidegebied In het plangebied is een gebied aanwezig dat deel uitmaakt van het NatuurNetwerk Nederland. Dit gebied is op onderstaande afbeelding in groen aangegeven. Het betreft het rechthoekige gebied tussen het Virulypad en de Vrederustlaan. Dit gebied is in onderhavig bestemmingsplan bestemd als 'Natuur'. In deze gebieden worden nieuwe fietspaden niet toegestaan zonder aanlegvergunning. De zachtgroene kleur geeft het gebied aan (rondom Hoeve Biesland, Bieslandseweg 1) dat in de Provinciale Verordening als Belangrijk weidevogelgebied is aangewezen. Belangrijke vogelweidegebieden zijn in de provinciale omgevingsverordening aangeduid met beschermingscategorie 2 'Gebieden met bijzondere kwaliteit'. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden.

Afbeelding 4.7: Natuurnetwerk Nederland (bron: Atlassen Zuid-Holland) Soortenbescherming Binnen en buiten de bebouwde kom is er traditioneel een aantal soorten aanwezig waarmee rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zo komen vogels overal voor en deze zijn tijdens hun broedtijd allemaal strikt beschermd. Een aantal soorten is zo afhankelijk van een vaste plek dat er

52

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

in de wetgeving is vastgelegd dat deze soorten een nest of in sommige gevallen een heel biotoop hebben dat jaarrond is beschermd. Daarnaast zijn ook verblijfplaatsen van alle vleermuizen jaarrond beschermd. Vleermuizen, met name enkele specifieke soorten, komen regelmatig voor binnen de bebouwde kom. Bieslandseweg 2: paardenfokkerij en bedrijfswoning PM quickscan flora en fauna Rondom Bieslandseweg 2: Retraitecentrum Stiltegoed Ten behoeve van de ontwikkeling van het stiltecentrum is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 4). De quickscan bestaat uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek waarbij het voorkomen van streng beschermde soorten is onderzocht. Aan de hand van de bevindingen van het literatuuronderzoek en het veldbezoek kan worden geconcludeerd dat er binnen de locatie geen sprake is van vaste verblijfplaatsen, jaarrond beschermde nesten of essentieel leefgebied van beschermde soorten. Wel dient voorafgaand aan en tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden rekening te worden gehouden met: vleermuizen (foerageren); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen, i.v.m. verstoring door kunstlicht, bij daglicht uitgevoerd te worden.

Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt, broedvogels in het algemeen; met de start van de werkzaamheden dient buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) te worden aangevangen. Indien werkzaamheden toch aanvangen tijdens het broedseizoen dient de planlocatie voorafgaand door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Ten allen tijde dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Oudeweg 51: herschikking 3 woningen PM quickscan flora en fauna

Stikstofdepositie Het plangebied ligt ongeveer 10 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met een stikstofgevoelige habitattype. Door de grote afstand en de beperkte ontwikkelingen die dit plan mogelijk maakt kan worden gesteld dat significante effecten uit te sluiten zijn. Een voortoets is dan ook niet aan de orde. Ten aanzien van de ontwikkeling op het perceel Bieslandseweg 2 (paardenfokkerij en bedrijfswoning) wordt een stikstofberekening uitgevoerd (PM).

4.9.3

Conclusie ten aanzien van het bestemmingsplan

Voor de ontwikkelingen op de percelen Oudeweg 51, paardenfokkerij Bieslandseweg 2 en stiltecentrum rondom Bieslandseweg 2 wordt een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Voor het overige staat het aspect ecologie de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.10

Water

4.10.1 Regelgeving en beleid Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. Ook de ecologische ambities worden op dit niveau geregeld.

53

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 is Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) vastgesteld en vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herziening. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het NWP is bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het NWP legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. De ambities die in dit Waterplan centraal staan zijn: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoet water; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Voor de gebieden waar het Rijk verantwoordelijkheden heeft op het gebied van waterveiligheid en zoetwater, zijn er gebiedsgericht uitwerkingen opgenomen in het NWP. Voor de periode 2022-2027 is een nieuw Nationaal Waterplan in voorbereiding. De verwachting is dat deze in maart 2022 wordt vastgesteld.

Provinciaal beleid De provincie Zuid-Holland heeft een herzieningsbesluit genomen voor haar waterbeleid. Het Waterbeleid 2016-2021 bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021 en voor een klein aantal onderdelen blijft het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 ongewijzigd van kracht. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: Waarborgen waterveiligheid. Zorgen voor mooi en schoon water. Ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening. Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem. In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema's én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven.

Waterbeheerprogramma Hoogheemraadschap Delfland Het plangebied ligt in het gebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Op 19 november 2015 heeft Delfland het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP) vastgesteld. In het WBP wordt de strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het WBP is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021 en is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. De werkzaamheden en projecten voor de komende planperiode zijn terug gebracht tot vier speerpunten: In stand houden: De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Investeren: Natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeter en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, de samenwerking in waterbeheer is pluriform van karakter. Flexibel en duidelijk: Een flexibel waterschap die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Er worden duidelijke kaders neergezet maar dogma's zijn er niet.

Handreiking watertoets

54

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Het Hoogheemraadschap heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten vastgesteld. Deze is specifiek geschreven voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. Met deze handreiking wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Hoogheemraadschap van Delfland procedureel en inhoudelijk omgaat met de watertoets. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de landelijke wet- en regelgeving. Met de watertoets wordt gestreefd naar een goede inpassing van water in ruimtelijke planvorming. Voorkomen moet worden dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het watersysteem. Waar mogelijk moeten kansen worden benut om het watersysteem te verbeteren.

Waterklimaatplan 2017-2020 Het Waterklimaatplan 'Helder over Water' voor de periode 2017-2020 is op 30 maart 2017 vastgesteld. Het Waterklimaatplan is gemaakt samen met het Hoogheemraadschap van Delfland. Doel van het plan is om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken: wateroverlast door hevige regenbuien en watertekort door langdurige droogte. Het plan is onderverdeeld in thema's: Droge voeten Voor droge voeten zijn de belangrijkste maatregelen: keringen en watergangen op orde houden; water vasthouden waar het valt; het overige water zoveel mogelijk op een plek verzamelen waar het geen overlast veroorzaakt; en als het niet meer regent het water afvoeren. Voldoende water Voor voldoende water zijn de belangrijkste aandachtspunten: verdroging en het inlaten van zoet en schoon water. Gezond watersysteem Voor een gezond watersysteem is de ecologische en chemische waterkwaliteit belangrijk. Delfland en gemeente Pijnacker- Nootdorp werken vanuit de bestuursovereenkomst Kaderrichtlijn Water (KRW) intensief samen om te voldoen aan de doelstelling voor de waterlichamen. Bodemdaling voorkomen Een eenvoudige oplossing voor bodemdaling is er niet. Uitgangspunt is bodemdaling te vertragen en de gevolgen zoveel mogelijk te beperken.

Hittestress Hoewel er geen aanwijsbare problemen zijn met het oog op hittestress, dient bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken of bedrijventerreinen wel rekening gehouden te worden met de gevolgen van het klimaat.

4.10.2 Plangebied Het plangebied ligt in een viertal polders, namelijk de Polder van Nootdorp, de Polder van Biesland, de Noordpolder van Delfgauw en de Nieuwe of Drooggemaakte Polder.

Bodem en grondwater De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit zware klei met een bodemopbouw van veen op ongerijpte klei en uit lichte klei met een homogeen profiel (bron: maps.bodemdata.nl). Er is sprake van een grondwatertrap I met een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 0,4 meter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van 0,5 meter beneden maaiveld, grondwatertrap II met een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 0,4 meter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 0,5 - 0,8 meter beneden maaiveld en grondwatertrap V met een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 0,4 meter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van meer dan 1,2 meter beneden maaiveld. Vanuit de gemeente zijn er in dit gebied geen peilbuizen

55

gemeente Pijnacker-Nootdorp

aanwezig. Zodoende beschikt de gemeente ook niet over gegevens over de grondwaterstand. Over de grondwaterstand zijn tot op heden geen klachten ontvangen. Uit ervaring van de gemeente kan gesteld worden dat er in de praktijk geen problemen optreden met het overlopen van de delen in het bos ten noorden van de Vrederustlaan.

Veiligheid en waterkeringen Op afbeelding 4.7 zijn de watergangen, waterkeringen en polderkades weergegeven die in het plangebied lopen. Langs de Noordkade, de Geerweg, en de Tweemolentjeskade liggen regionale waterkeringen. De Noordeindseweg, het Virulypad, het Balijpad, de Noordweg zijn polderkades. Zowel de beschermingszone als het waterstaatwerk van deze waterkeringen en polderkades zijn binnen het plangebied gelegen. De wijzigingsbevoegdheid Noordweg 99 valt in de polderkade van de Noordweg. De ontwikkeling Oudeweg 51 valt eveneens deels binnen een polderkade. De overige ontwikkeling zijn niet gelegen binnen de beschermingszones en binnen het waterstaatswerk/kernzone. De binnen het plangebied gelegen waterkeringen en polderkades hebben de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ in onderhavig bestemmingsplan. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.

Afbeelding 4.7 - Uitsnede leggerkaart Hoogheemraadschap van Delfland

56

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Waterkwantiteit Onderhavig bestemmingsplan is overwegend consoliderend van aard, er worden geen functieveranderingen en/of herinrichtingen mogelijk gemaakt. Echter als er in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Wateroverlast Het hoogheemraadschap geeft aan dat er in het gebied enkele knelpunten voor overlast aanwezig zijn. Bij geringe peilstijgingen zouden deze delen in het bos onder water kunnen lopen. De bedoelde gronden zijn privaat eigendom. Bij de gemeente zijn geen problemen ten aanzien van mogelijke wateroverlast bekend. Watersysteemkwaliteit De waterkwaliteit mag niet verslechteren. Pijnacker-Nootdorp en Delfland hebben een bestuurlijke overeenkomst gesloten om de waterkwaliteit van deze wateren te verbeteren, bijvoorbeeld door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers of vispaaiplaatsen. Dit kan tevens worden bewerkstelligd door geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen zoals zink, koper of andere uitlogende materialen Afvalwater en riolering De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2021 aan dat bij nieuwbouw zoveel mogelijk onderlinge afstemming plaatsvind tussen de gemeente en het waterschap.

In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzamelijk en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein. 2. Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in het watersysteem, in de bodem, óf in de riolering 3. Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater. In onderhavige situatie dienen de mogelijkheden van afkoppelen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Voor het afvoeren van water zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het toepassen van halfopen verharding ter plekke van parkeerplaatsen van de nieuw te bouwen woningen. Onderhoud en bagger De primaire watergangen binnen het plangebied zijn in beheer en onderhoud bij Delfland. De secundaire watergangen zijn in beheer en onderhoud bij de aanliggende eigenaren. Tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud van de watergangen. Bij de inrichting van het gebied wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid voor het onderhoud, door middel van obstakelvrije onderhoudsstroken en/of een doorvaarbaar doorstromingsprofiel.

De definitieve uitwerking wordt met Delfland afgestemd en in procedure watervergunning behandeld. Klimaatadaptieve maatregelen In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling liggen er kansen voor creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of vasthoudmaatregelen aan te leggen of toe te passen. Zo zijn de volgende ontwerp principes denkbaar voor onderhavige ontwikkeling: Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen en leiden naar vasthoudmaatregelen en vertraagd afvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater.

57

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Bieslandseweg 2: paardenfokkerij en bedrijfswoning Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling dient te worden verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Veel van wat er gerealiseerd gaat worden, wordt in het vigerende plan al toegestaan. Er moet bij realisatie voldaan worden aan het stand still principe. Dit betekent dat ontwikkelingen niet tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mogen leiden. Compenserende waterberging Het verschil in verhard oppervlakte tussen de huidige en toekomstige situatie op het perceel Bieslandseweg 2 komt neer op maximaal 2.030 m2 nieuwe verharding. Uitgaande van de 2.030 m2 verharding is 378 m2 compenserend oppervlaktewater nodig. Deze hoeveelheid water dient nieuw aan het gebied te worden toegevoegd. Het is van belang dat dit oppervlakte water in open verbinding met het aanwezige oppervlaktewater wordt aangelegd. Bij de nieuwbouw zal voldaan worden aan de gestelde eisen ten aanzien van de kwaliteit van het af te voeren water. Rondom Bieslandseweg 2: Retraitecentrum Stiltegoed Ten aanzien van de realisatie van het stiltecentrum is een inventarisatie gemaakt van de verharding en halfverharding (zie Bijlage 5). Rondom het gebouw wordt halfverharding aangelegd.

Het gebouw krijgt een turfdak ten behoeve van de biodiversiteit, waterbuffering en verkoeling van de directe omgeving. Daarmee heeft de ontwikkeling geen negatieve invloed op de waterhuishouding ter plaatse. Oudeweg 51: herschikking 3 woningen PM berekening watercompensatie

4.10.3 Conclusie ten aanzien van het plan Er kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishoudkundige situatie. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is in onderhavig bestemmingsplan opgenomen, waardoor de veiligheid van de waterkering gewaarborgd blijft.

58

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Verantwoording planvorm

Onderhavig bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het plangebied. Het bestemmingsplan is een beheersbestemmingsplan met een overwegend conserverend karakter, hierbij worden vigerende rechten gerespecteerd. Bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaarden voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012).

5.2

Systematiek bestemmingen

De opbouw van het bestemmingsplan is conform de SVBP2012 (Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen). De planregels bij het bestemmingsplan zijn als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 komen de Inleidende regels aan bod. Het betreft hier de Begrippen (artikel 1) en de Wijze van meten (artikel 2). In hoofdstuk 2 Bestemmingen zijn de planregels, behorende bij de verschillende bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen. Hoofdstuk 3, Algemene regels, bevat verschillende algemene bepalingen die van toepassing zijn. Tot slot zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen in hoofdstuk 4.

5.3

Planregels

Inleidende regels Begrippen In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan en hoe gemeten dient te worden.

Bestemmingsregels Agrarisch - Glastuinbouw In het plangebied is één glastuinbouwbedrijf gevestigd: aan de Noordweg 99. De bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' bevat een regeling die het voortbestaan van dit bedrijf in zijn huidige omvang mogelijk maakt. De verwachting is echter dat het bedrijf gedurende de planperiode van het bestemmingsplan stopt met zijn bedrijfsactiviteiten. Er zou op dat moment gebruik kunnen worden gemaakt van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid om de bestemming te wijzigen naar 'Agrarisch - Weide' en 'Wonen', mits de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf in zijn geheel is beëindigd (inclusief sloop van alle bestaande kassen en overige bedrijfsbebouwing), en mits aan alle gestelde milieuvoorwaarden wordt voldaan. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid kan één extra woning worden gerealiseerd. De bestaande (voormalige) bedrijfswoning krijgt dan ook de bestemming 'Wonen'. Kanttekening bij het bovenstaande is dat het vigerende bestemmingsplan ook al in deze wijzigingsbevoegdheid heeft voorzien, maar dat daarvan geen gebruik is gemaakt. Agrarisch - Weide Voormalige agrarische bedrijven, nu bestemd als wonen, hebben veelal nog een groot grondoppervlak

59

gemeente Pijnacker-Nootdorp

achter de woning in gebruik. Veelal zijn deze gronden in gebruik voor hobbymatig agrarisch gebruik. Voor dit gebruik is de bestemming 'Agrarisch - Weide' opgenomen. Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden Deze bestemming is toegekend aan die gronden die aanwijsbare landschappelijke en natuurwaarden hebben. Binnen deze bestemming zijn twee agrarische bedrijven gesitueerd. Voor deze agrarische bedrijven zijn op de verbeelding bouwvlakken aangewezen, waarbinnen de agrarische gebouwen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Per bedrijf is één bedrijfswoning met bijbehorende erfbebouwing toegestaan. De bedrijfswoning met de erfbebouwing mag gezamenlijk een inhoud hebben van maximaal 750 m3. De oppervlakte van de bij de bedrijfswoning horende erfbebouwing mag niet meer bedragen dan 50 m2. Op het perceel Bieslandseweg 2 is een paardenfokkerij mogelijk gemaakt. De bedrijfswoning mag op dat perceel bewoond worden door twee huishoudens. Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor een dierenpension, een agrarisch loonbedrijf, een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg (alle aan de Noordweg) en nutsvoorzieningen ter plaatse van de betreffende aanduidingen. De bebouwingsregels zijn in de planregels bij deze bestemming opgenomen. Horeca Binnen het plangebied komt één horecavestiging voor, in het recreatiegebied.

Voor deze horecavestiging, is de bestemming 'Horeca' opgenomen. Om sturing te geven aan het type horeca wordt gebruik gemaakt van de horecacategorieën die zijn opgenomen in de begripsbepaling 1.47, 'horeca', van de planregels. Op de verbeelding staat vermeld welke categorie horecabedrijf is toegestaan. Gebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd. Hierbij dienen de aanduidingen op de verbeelding, bebouwingspercentage, goot- en bouwhoogte in acht te worden genomen. Maatschappelijk De begraafplaats heeft de bestemming 'Maatschappelijk' gekregen. Gebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd. Hierbij dienen de aanduidingen op de verbeelding, goot- en bouwhoogte in acht te worden genomen. Het bouwvlak mag volledig worden volgebouwd. Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor een gebied met landschaps- en/of natuurwaarden (zoals Natuur Netwerk Nederland), voet- en ruiterpaden, watergangen, waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, overige voorzieningen en voor de bescherming van watergangen, sloten, kades en andere waterpartijen. De bebouwingsregels zijn in de planregels bij deze bestemming opgenomen, evenals een aanlegvergunningenstelsel (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde) zodat bepaalde werken uitsluitend met een vergunning toegestaan zijn om natuurwaarden te beschermen.

Recreatie en Recreatie-Natuur Deze twee bestemmingen kunnen niet los van elkaar gezien worden. Beide bestemmingen zien op recreatieve doeleinden waar bij de bestemming 'Recreatie - Natuur' de nadruk ligt op het extensieve karakter van het gebied en het daarbij gewenste gebruik. Binnen deze bestemming zijn gebouwen toegestaan die noodzakelijk zijn voor het beheer van dit gebied. De bestemming 'Recreatie' is opgenomen voor de aanwezige recreatieve voorzieningen in het recreatiegebied. Gedacht moet worden aan de aanwezige camping, scoutingterreinen, etc. maar ook de Dobbeplas. Binnen deze bestemming ligt het karakter meer op de intensieve recreatie. De voorzieningen zijn via een nadere aanduiding specifiek op de verbeelding opgenomen en/of in de voorschriften nader gereguleerd. Gebouwen zijn alleen binnen een bouwvlak toegestaan. Ook het stiltecentrum is in deze bestemming gelegen. Hiervoor is een specifieke (bouw)regeling opgenomen. Voor het kampeerterrein aan de Noordeindseweg 70 is de juridische regeling conform de vigerende regeling, die weer was afgestemd op de 1e uitwerkingsvoorschriften van het voorheen geldende

60

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

bestemmingsplan 'Buitengebied' (goedgekeurd door GS op 30 juli 1992). Destijds zijn afspraken gemaakt met de omwonenden over de aan te houden afstand tot de Noordeindseweg en dat is vertaald in de situering van de bebouwing. Binnen het bebouwingsvlak mogen gebouwen worden opgericht zoals een kampwinkel, kantine, sanitaire voorzieningen, een informatiecentrum voor natuur- en milieueducatie en trekkershutten. Buiten het bouwvlak zijn alleen kampeermiddelen toegestaan. Tevens mag een deel van de gebouwen gebruikt worden als vergaderaccommodatie. Verkeer - Railverkeer Deze bestemming is opgenomen, met de daarbij behorende bebouwingsmogelijkheden, voor het Randstadrail tracé Den Haag – Rotterdam. De regeling sluit aan bij de gebruikelijke gemeentelijke regeling. Verkeer - Wegverkeer De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, voorzieningen, zoals inen uitvoeg- en opstelstroken, bushaltes, parkeerstroken en -voorzieningen, fiets- en voetpaden, bermen en andere groenvoorzieningen, en bijbehorende andere voorzieningen, zoals watergangen, bruggen en duikers, weer met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbij behorende taluds en oevers.

Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen, een en ander uitgezonderd steigers en andere aanlegplaatsen en bij aangrenzende wegen behorende andere bouwwerken zoals overkluizingen ten behoeve van in- en uitritten en paden. Wonen De bestemming 'Wonen' is toegekend aan de bestaande burgerwoningen in het plangebied. Woningen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De voorgevel van een woning mag enkel in de voorgevelrooilijn, zoals deze op de verbeelding is opgenomen, worden gebouwd. Binnen de bestemming Wonen is naast een woning tevens erfbebouwing toegestaan. De inhoud van woningen inclusief erfbebouwing mag niet meer bedragen dan 750 m3. De 'erfbebouwing' omvat dus in principe de categorie 'andere bouwwerken'; dat is echter niet in alle opzichten het geval: in de bouwregels voor verschillende bestemmingen wordt, als het gaat om de bepaling van maximale bouwhoogten, een verschil gemaakt tussen de maximale goot- en bouwhoogte voor 'erfbebouwing' en de maximale bouwhoogte voor - in specifieke categorieën onderverdeelde 'andere bouwwerken'.

De bestemming 'Wonen' biedt de mogelijkheid tot het uitoefenen van een beroep en/of bedrijf aan huis, onder de voorwaarden dat dit gebruik ondergeschikt blijft aan het gebruik van het hoofdgebouw als woning, dat de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten naar hun aard, omvang en visuele aspecten het woonkarakter van de woning en de woonomgeving niet onevenredig aantasten en dat er aan de gemeentelijke parkeernormen wordt voldaan. Leiding - Gas Voor de bestaande aardgasleiding is een specifieke dubbelbestemming opgenomen met een daarbij aan te houden belemmeringenstrook van 4 meter aan weerzijde van de leiding. Op of in grond met de bestemming 'Leiding - Gas' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding worden gebouwd. Leiding - Water Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de in het plangebied voorkomende waterleidingen. Op of in grond met de bestemming 'Leiding - Water' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding worden gebouwd. Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie 2, 3 en 4' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. In paragraaf 4.7 is een

61

gemeente Pijnacker-Nootdorp

uitgebreide beschrijving gegeven van de wijze waarop archeologie in het bestemmingsplan is opgenomen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen zodanig dat de bestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Andere bouwwerken, zoals keermuren, bakens en lichten, zijn hier toegestaan, mits ten dienste van bovengenoemde bestemming. Voor elk bouwwerk op gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' moet de gemeente ten behoeve van de vergunningverlening advies aan de waterbeheerder vragen, zodat de publieke waterbelangen niet worden geschaad.

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meegeteld mogen worden bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een bepaling opgenomen om bestaande, legaal gerealiseerde bebouwing die bijvoorbeeld qua afmetingen buiten de bepalingen van dit bestemmingsplan valt, planologisch-juridisch te borgen. Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Algemene aanduidingsregels In dit artikel is de beschermingszone van de molenbiotoop opgenomen. Een molenbiotoop kan gedefinieerd worden als het gebied rondom de molen dat van essentieel belang is voor de vrije windvang en het zicht op de molen. Bomen of struiken, gebouwen of andere obstakels beperken niet alleen het optimaal functioneren, het rendement, maar ook de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van een molen. Om dit gebied te begrenzen is een molenbeschermingszone (‘molenbiotoop’) in het bestemmingsplan opgenomen. Hieraan zijn bepalingen verbonden omtrent de maximaal toelaatbare bouwhoogte.

Tevens is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen welke bepalingen bevat omtrent opgaande beplanting en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Uitgangspunt voor de bestemmingsregeling zijn de provinciale regels: binnen de straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek. Binnen de straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen, geldt voor het buitengebied dat de maximale hoogte van bebouwing/beplanting niet hoger mag zijn dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 100 regel). Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten. Algemene wijzigingsregels In deze bepalingen wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven de in het plan opgenomen bestemmingen in geringe mate te wijzigen, indien dit van belang is voor een betere realisering of in verband met een afwijkende toestand van het terrein.

62

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Overgangs- en slotregels Overgangsregels In deze bepalingen wordt inhoud gegeven aan het overgangsrecht betreffende bouwwerken en het gebruik, met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat de titel van het plan.

5.4

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding, zijn de binnen het plangebied gelegen percelen voorzien van een passende bestemming, conform de in de regels gehanteerde indeling. Daarnaast zijn middels dubbelbestemmingen de archeologische en ecologische zones en de zones langs waterkeringen en leidingen weergegeven, waarbinnen een bijzondere beschermingsregeling geldt. De aanduidingen geven, daar waar noodzakelijk, een specifieke bepaling per (bouw)perceel weer. In de regels worden, zoals bovenstaand toegelicht, bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen van een juridische bepaling voorzien.

63

gemeente Pijnacker-Nootdorp

64

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Algemeen

Onderhavig bestemmingsplan is overwegend consoliderend van aard en maakt beperkt nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het plan betreft een herziening van een vigerend bestemmingsplan, waarbij het juridisch-planologisch regime is geactualiseerd. Aan deze herziening zijn voor de gemeente geen financiële consequenties verbonden.

6.2

Inspraak en overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft de inspraakprocedure doorlopen. Hiertoe heeft het bestemmingsplan met bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging is gelegenheid geboden om inspraakreacties naar voren te brengen. De resultaten van deze inspraakprocedure zijn gebundeld in een Nota van beantwoording inspraak en vooroverleg. Parallel aan de inspraakprocedure wordt ook het vooroverleg op grond van art. 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gevoerd. De resultaten daarvan worden eveneens gebundeld in de Nota van beantwoording inspraak en vooroverleg.

6.3

Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan

Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, als dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 28 januari 2021 ter inzage gelegen. De ingediende zienswijzen zijn beoordeeld. Door de verwerkte wijzigingen alsmede het tijdsverloop, is besloten om het ontwerpbestemmingsplan opnieuw ter inzage te leggen.

65

gemeente Pijnacker-Nootdorp

66

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Op basis van de Wro afdeling 6.4 is de gemeente verplicht bij nieuwe ontwikkelingen het kostenverhaal te regelen. Hiertoe kan privaatrechtelijk een (anterieure) overeenkomst worden gesloten of dient via publiekrechtelijke weg een exploitatieplan opgesteld te worden. Uitzondering op deze verplichting betreft gevallen waarin geen nieuwe ontwikkelingen worden geregeld. Voor de drie nieuwe ruimtelijke initiatieven (Stiltecentrum Bieslandseweg 1, paardenfokkerij Bieslandseweg 2 en woningen Oudeweg 51) zullen met de initiatiefnemers anterieure overeenkomsten en planschadeovereenkomsten worden gesloten.

67

gemeente Pijnacker-Nootdorp

68

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Bijlagen bij de toelichting

69

gemeente Pijnacker-Nootdorp

70

od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022

Bijlage 1

Nota van beantwoording

71

Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties en Staat van wijzigingen voorontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2021’

Afdeling RBG, team Ruimte Datum: november 2020

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................3 Hoofdstuk 1: Inspraakreacties.........................................................................................................5 Hoofdstuk 2: Vooroverlegreacties (ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) .............................. 48 Hoofdstuk 3: Staat van wijzigingen ................................................................................................ 61

Inleiding Voorontwerpbestemmingsplan in 2018 Om het bestemmingsplan 'Balij-Bieslandse Bos' (vastgesteld op 28 juni 2007) te actualiseren is in 2018 een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld. Aanleiding voor dit nieuwe bestemmingsplan was het verstrijken van de 10-jaarstermijn en het corrigeren van een aantal onjuistheden. Het bestemmingsplan was dan ook consoliderend van opzet. Omdat de actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen op 1 juli 2018 verviel, werd op 4 december 2018 besloten om na het doorlopen van de inspraak en het vooroverleg de procedure van het bestemmingsplan te staken. Hierbij speelde mee dat het hierdoor mogelijk was om te voldoen aan het verzoek van de BuytenHoutTafel om een nog op te stellen gebiedsvisie mee te nemen in het bestemmingsplan. In september 2019 is deze ‘Gebiedsvisie Buytenhout-West: Buytenkansen’ gereed gekomen en zodoende kon aansluitend de bestemmingsplanprocedure hervat worden. Omdat het proces echter veel tijd in beslag heeft genomen, is er voor gekozen om met een nieuw bestemmingsplan de procedure in te gaan. Reacties inspraak en vooroverleg uit 2018 Tijdens en na de terinzagelegging van het vorige voorontwerpbestemmingsplan in augustus 2018 zijn verschillende reacties en verzoeken bij de gemeente binnen gekomen.

De reacties uit deze inspraak en vooroverleg zijn verwerkt in dit het nieuwe voorontwerpbestemmingsplan dat in juni 2020 is vastgesteld door de raad. Een aantal van deze reacties bevatten een ruimtelijk initiatief. Daarnaast spelen er in het gebied een aantal zaken met een langer verleden. Een aantal ruimtelijke initiatieven werden niet opgenomen in het nieuwe voorontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2021’ vanwege strijdigheid met het gemeentelijke beleid. Wel is met initiatiefnemers het gesprek aangegaan over het wijzigen van het initiatief. Hiermee wordt aan de initiatiefnemers de ruimte gegeven om hun initiatief zodanig aan te passen dat onze bezwaren tegen het plan worden weggenomen. Aan de hand van de resultaten van deze gesprekken konden de initiatiefnemers via een inspraakreactie het aangepaste initiatief naar voren brengen. Inspraak en vooroverleg 2020 Op 8 juli 2020 heeft in de Telstar een halve themapagina gestaan over het voorontwerpbestemmingsplan ‘Balij-Bieslandse Bos 2021’. Ten behoeve van de inspraak heeft het voorontwerp vervolgens vanaf donderdag 9 juli 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Het plan fysiek inzien op het gemeentekantoor was vanwege het corona-virus niet mogelijk.

Wie het plan niet digitaal wilde of kon raadplegen, kon contact opnemen met de gemeente en kreeg een papieren versie van het plan toegestuurd. Tijdens de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan is deze naar alle betrokken overleginstanties toegestuurd in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van het voorontwerp zijn 21 inspraakreacties binnengekomen, alsmede 5 reacties van vooroverlegpartners. Eén inspraakreactie is buiten de termijn ingediend zodat deze buiten behandeling kan worden gelaten. Echter voor de volledigheid wordt deze reactie van een ambtelijke beantwoording voorzien. In onderstaand overzicht zijn diegenen (anoniem) opgenomen die een inspraak- of vooroverlegreactie hebben ingediend. In dit overzicht wordt verwezen naar het corresponderende nummer in deze Nota van beantwoording. Het standpunt van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties is verwoord in de voorliggende Nota van beantwoording. 3

De Nota van beantwoording inspraak-en vooroverlegreacties zal als zodanig worden opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Tegen deze Nota kunnen geen bezwaren worden ingediend. Vervolgprocedure op basis van de huidige Wet ruimtelijke ordening Het college van burgemeester en wethouders biedt vervolgens de Nota van beantwoording en het ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad aan met het verzoek hiermee in te stemmen en het ontwerp vrij te geven voor zienswijzen. Daarna wordt een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. In dat ontwerp zal het gemeentelijke standpunt naar aanleiding van de inspraak- en vooroverlegreacties zijn verwerkt, alsmede mogelijke ambtshalve wijzigingen. Op het ontwerpbestemmingsplan kunnen zienswijzen worden ingebracht. Vervolgens zal de gemeenteraad naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan én de hierop ingebrachte zienswijzen, het bestemmingsplan vaststellen. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan staat, kort gezegd, voor hen die een zienswijze hebben ingediend dan wel tegen bij vaststelling aangebrachte wijzigingen, beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze hoogste bestuursrechter zal de bezwaren in beroep wegen en er een oordeel over geven.

Leeswijzer In de voorliggende Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties wordt eerst een overzicht gegeven van de binnengekomen inspraakreacties in hoofdstuk 1. In dit hoofdstuk worden de inspraakreacties samengevat en voorzien van het voorlopige standpunt van het college van burgemeester en wethouders. Aangezien een aantal inspraakreacties op onderdelen hetzelfde zijn, is eerst een algemene uiteenzetting gegeven waarna hier per inspraakreactie naar wordt verwezen. In hoofdstuk 2 wordt verslag gedaan van de reacties van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Elke reactie is samengevat en voorzien van een beantwoording. Tenslotte omvat hoofdstuk 3 de Staat van wijzigingen waarin de belangrijkste ambtshalve en overige wijzigingen kort zijn weergegeven. Verder nog de opmerking dat er in dit ontwerpbestemmingsplan een vernummering heeft plaats gevonden ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. Omdat er na artikel 8 een nieuwe bestemming is toegevoegd, geldt dat er voor de artikelen daarna het artikelnummer van de bestemmingen in het voorontwerpbestemmingsplan met 1 verhoogd moeten worden om het corresponderende artikelnummer te krijgen. Zo is de bestemming ‘Wonen’ in het voorontwerpbestemmingsplan ‘artikel 14’ en in het ontwerpbestemmingsplan ‘artikel 15’.

In deze Nota wordt bij het samenvatten van de reacties op de inspraak en vooroverleg nog naar de nummering uit het voorontwerpbestemmingsplan verwezen. Bij de beantwoording van deze reacties en bij de Staat van wijzigingen wordt verwezen naar de nieuwe artikelnummers uit het ontwerpbestemmingsplan. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de voorliggende Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties een voorlopig standpunt inhoudt én dat het aan de gemeenteraad is om het bestemmingsplan uiteindelijk vast te stellen. Aan de hiernavolgende collegestandpunten kunnen dus geen rechten worden ontleend.

4

Hoofdstuk 1: Inspraakreacties In dit hoofdstuk worden eerst de ingekomen inspraakreacties op een rij gezet. Daarna wordt iedere inspraakreactie afzonderlijk voorzien van een beantwoording. In de conclusie die onder iedere inspraakreactie staat, wordt samengevat of de ontvangen inspraakreactie leidt tot wijzigingen. Overzicht ingediende inspraakreacties nr. 1.

Ontvangen van: Buurtschap Noordeindseweg, F. Bosman, Secretaris Info@buurtschap-noordeindseweg.nl

Datum ontvangst: 19 augustus 2020

2.

Buurtvereniging Het Bos van ’s Gravenhout K. Debets, p/a Hof van Wassenaer 10, 2631 XH Nootdorp. Land van Ons, H. Verschoor Rietgerweg 6 7231 PV Warnsveld

14 augustus 2020

4.

Natuurlijk Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT

18 augustus 2020

5.

J. Duyndam Noordeindseweg 70 2645 BC Delfgauw

19 augustus 2020

6.

M. Van Dijk, Bieslandseweg 2 2645 BM Delfgauw

26 juli 2020

7.

mr. A.B. Groeneveld, Namens H. Boersma Laakweg 24 2631 PJ Nootdorp

19 augustus 2020

8.

L. Van der Ende, Noordeindseweg 54 2645 BC Delfgauw

11 augustus 2020

9.

H. Bukman en A. Bukman Regge 13 2641 SR Pijnacker

17 augustus 2020

10.

Ph. Bukman Ter Lips 79 2251 DN Voorschoten

12 augustus 2020

3.

5 augustus 2020

19 augustus 2020

5

11.

C. Bukman Noordeindseweg 56 C.Bukman@caesarexperts.nl

19 augustus 2020

12.

W. de Bruyn Noordeindseweg 62 2645 NE Delfgauw

19 augustus 2020

13.

Th. Duijndam Noordeindseweg 68a 2645 BC Delfgauw

17 augustus 2020

14.

fam. Nederlof-Lugtigheid Noordeindseweg 72 2645 BC Delfgauw

10 augustus 2020

15.

J.W. de Bruyn Noordeindseweg 76 2645 NE Delfgauw

19 augustus 2020

16.

E. Westmaas, Namens de familie Olsthoorn Oudeweg 51 te Nootdorp

14 augustus 2020

17.

N. de Jong/Groenewegen hana07n@gmail.com

18 augustus 2020

18

H. de Jong hjbdejong@gmail.com

20 augustus 2020

19.

J. Groenewegen j.groenewegen@live.nl

16 augustus 2020

20.

R.A.A. van den Ende Vrederustlaan 6 2645 AW Delfgauw

14 augustus 2020

21

Stichting Vrienden van de Windlust Ribeslaan 3 2631 HV Nootdorp

18 september 2020

6

Algemene beantwoording inspraakreacties Aangezien meerdere inspraakreacties zien op dezelfde onderwerpen worden deze hieronder uiteengezet waarna vervolgens per inspraakreactie een verwijzing wordt opgenomen naar de beantwoording. 1. Verkeer Noordeindseweg/ Bieslandseweg De gemeente wil geen verdere toename van verkeer rondom de Noordeindseweg en de Bieslandseweg in de Delftse Hout, zoals dat onstaat door ruimtelijke initiatieven. In ons bestaande beleid (ruimtelijke structuurvisie, uitnodigende ruimtelijke ordening) staat (op pagina 65) al dat de Noordeindseweg en de Bieslandseweg alleen geschikt zijn voor beperkte functiemenging met kleinschalige voorzieningen voor zorg en recreatie. De wens is om de weg als cultuurhistorisch lint te behouden en te versterken (conform de Lintenvisie). Dit kan onder andere door het verkeer zoveel mogelijk te beperken en functies beter in te passen. De Noordeindseweg en de Bieslandseweg De Noordeindseweg is een oude, smalle weg met veelal aan weerszijden een sloot of greppel waardoor op de meeste stukken een auto net twee fietsers kan passeren en waar uitwijkstroken zijn aangelegd om auto’s en vrachtauto’s elkaar te laten passeren. Het in september 2019 genomen verkeersbesluit ter invoering van maximaal 30 km/h op de Noordeindseweg en de Bieslandseweg is in november 2020 in werking getreden.

Dit besluit is genomen omdat fietsers de oude snelheid van 60 km/uur als gevaarlijk ervoeren en omdat de wegen een overwegend recreatieve functie en een verblijfsfunctie hebben. De Bieslandseweg ligt in het verlengde van de Noordeindseweg en is nog smaller. De uitstraling nadert die van een fietspad. De gebruikers van de wegen zijn zeer divers: -Bewoners -Forenzen, studenten en scholieren op de fiets -Recreatieve fietsers en wandelaars -Verkeer van en naar het recreatiegebied de Delftse Hout, de horeca in Klein Delfgauw -Verkeer van en naar het kassengebied in de Noordpolder, Polder van Biesland en veehouderijen Beschrijving verkeerssituatie In de praktijk zien we dat er een duidelijke ochtendspits is met grote aantallen fietsers. Aangezien de snelheden van deze fietsers ook zeer divers zijn, wordt er veel ingehaald door zowel auto’s als andere tweewielers en moeten fietsers daarbij goed letten op tegemoetkomende en van achter komend verkeer. De verkeersintensiteit loopt in de praktijk in de spits tegen zijn grens aan. Bewoners zijn gelukkig bekend met de situatie en passen zich, als zij zich hiertussen bevinden, in hun gedrag aan. De avondspits is meer verspreid over de middag maar daarin bevindt zich ook een groep recretieve fietsers en wandelaars. Wat later op de ochtend en in de middag zien we meer recreatieve fietsers en ook wandelaars.

De polders rondom Pijnacker-Nootdorp hebben een grote recreatieve waarde. Het fietsen en wandelen is voor deze mensen het recreëren. De leeftijd van deze mensen is hoger dan de verkeersdeelnemers in de spits, het tempo lager en bij moeilijkere situaties zoals bij tegenliggers of van achteropkomend verkeer wordt het gedrag onzekerder. Het risico op letsel bij een ongeval neemt op latere leeftijd sterk toe. De verwachting is dat het recreatieve verkeer de komende jaren, onder meer vanwege de vergrijzing, verder gaat toenemen. In het weekend zien we ook meer jongere mensen recreatief gebruik maken van het wegennet. Het aantal fietsers per dag ligt tussen de 1.400 en 1.800. Het verkeer van en naar het recreatiegebied de Delftse Hout en de horeca in Klein Delfgauw fluctueert sterk en is, zeker voor het recreatiegebied, afhankelijk van het weer. Een relatief mooie 7

dag betekent dan extra fiets- maar zeker ook autoverkeer op de Noordeindseweg. Op die dagen, wanneer ook het overige recreatieve verkeer op zijn hoogst is, zit deze smalle weg aan zijn capaciteit. Dit heeft geleid tot forse beschadingen aan delen van de Noordeindseweg waarvan de bermen kaal en kapot gereden zijn. Het aantal motorvoertuigen per dag ligt tussen de 1.400 en 1.600. Tussen dit verkeer door rijden ook de bevoorradingsvrachtauto’s van de horeca, een enkele vrachtauto en/of landbouwvoertuig van grote afmetingen van en naar de veehouderijen en een verdwaalde vrachtauto met de herkomst of bestemming in het kassengebied. Op de twee wegvakken waar op de Noordeindseweg geparkeerd mag worden, binnen de bebouwde kom, is de doorrijdbreedte dusdanig beperkt dat eenieder die gebruik maakt van de rijbaan goed moeten opletten op tegemoetkomend verkeer (van fietsen tot vrachtwagens en landbouwvoertuigen). De situatie vraagt zeker hier van eenieder stuurvastheid. Een eventuele toekomstige verlengde Komkommerweg ontlast voornamelijk de bebouwde kom van de Noordeindseweg maar geen invloed heeft op het verkeer daarbuiten. De toepassing van de Ruimte voor ruimteregeling aan de Noordeindseweg zorgt voor een afname van vrachtverkeer.

Aangezien dit vrachtverkeer tot de grootste problemen leidt, accepteren we een beperkte toename van bewonersverkeer als gevolg van de Ruimte voor ruimteregeling. Conclusie De conlusie is dat de hoeveelheid verkeer op de Noordeindseweg en de Bieslandseweg de afgelopen jaren al structureel hoger is dan gewenst om de verkeersveiligheid en de kwaliteit van de ze wegen te kunnen waarborgen. Op die reden willen we dan ook geen extra verkeer aan de Noordeindseweg en de Bieslandseweg ten opzicht van datgene wat al via het bestemmingsplan is toegestaan. Alternatief vervoer van en naar deze omgeving of alternatieve aanrijroutes zijn niet reëel en zijn niet af te dwingen en kunnen we dus niet toestaan als oplossingen. Extern verkeersonderzoek zal dit standpunt niet veranderen. Uitwerking voor ruimtelijke initiatieven De eerste vraag die bij een nieuw ruimtelijk initiatief geldt, is of de verkeersgeneratie als gevolg van een nieuwe functie ten opzichte van de oude functie, toe of af neemt. Bij deze vergelijking gaan we uit van de maximale mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt en bekijken we welke verkeers-aantrekkende werking dit heeft (zowel in vrachtauto’s als personenauto’s). Dit doen we ook voor de nieuwe functie.

Voor deze vergelijking van de huidige (juridische) situatie en de nieuwe (juridische) situatie maken we zoveel mogelijk gebruik van de kencijfers over verkeersgeneratie uit de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren-Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW. Wanneer uit deze vergelijking blijkt dat de nieuwe functie minder verkeersbewegingen genereert, dan is er ruimte voor medewerking aan een ruimtelijk initiatief. Trekt de nieuwe functie meer verkeer aan, dan is het niet acceptabel. Er kan dan slechts bij hoge uitzondering maatwerk worden geleverd als de aanvrager van de wijziging gemotiveerd en controleerbaar aantoont dat er enkel een sterk beperkte toename is van de verkeersgeneratie die niet aan de piekmomenten gebonden is, dus voornamelijk buiten de ochtend- en late middagspits. 2. Plangrenzen bij Vrederustlaan Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ in 2012 zijn de percelen F 1411, F 1412, F 567 en F568 langs de Vrederustlaan overgegaan van het toenmalige bestemmingsplan ‘Balij – Bieslandse Bos’ naar het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’. De reden hiervoor was dat hierdoor toen een probleem met de

8

waterhuishouding in de Noordpolder kon worden opgelost. De bestemming bleef hierbij echter zoals hij nu nog is, namelijk ‘Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden’. Omdat de overgang van deze gronden naar het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ al in 2012 plaats vond, is dit niet specifiek benoemd in het voorontwerpbestemmingsplan ‘BalijBieslandse Bos 2021’. Wel is de digitale weergave van dit voorontwerpbestemmingsplan hierop aangepast. Het probleem met de waterberging is inmiddels opgelost door een aantal andere maatregelen. Daarmee is het logisch om deze percelen met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapsen natuurwaarden’ vanuit hun functie weer toe te voegen aan het bestemmingsplan ‘Balij Bieslandse Bos’. Wij passen de plangrens hierop aan. 3. Gebiedsvisie Buytenhout-west In 2019 heeft de Buytenhouttafel de gebiedsvisie BuytenKansen voor Buytenhout-West aangeboden aan het gemeentebestuur met het verzoek om deze op te nemen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Het bestuur heeft de gebiedsvisie positief ontvangen. Wij hebben de gebiedsvisie verwerkt in de toelichting van dit bestemmingsplan en meegenomen bij de beantwoording van de reacties uit inspraak en vooroverleg. Verder nemen wij in overleg met de Buytenhouttafel de gebiedsvisie nu mee in het proces van onze omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11067357/1