Bijlage 1a. Toelichting OBP onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Tekst van het document
Voor droge voeten zijn de belangrijkste maatregelen: keringen en watergangen op orde houden; water vasthouden waar het valt; het overige water zoveel mogelijk op een plek verzamelen waar het geen overlast veroorzaakt; en als het niet meer regent het water afvoeren. Om het water vast te houden, gaan ze zoveel mogelijk ontharden en groene daken en waterdoorlatende verharding aanleggen. Om het water te bergen, worden functies van percelen en bestemmingen gewijzigd, verharde oppervlakten afgekoppeld van de gemengde riolering en wordt waterafvoer door infiltratie (WADI) ingezet. Om het water af te voeren, worden grotere duikers aangelegd en watergangen verbreed. Voor voldoende water zijn de belangrijkste aandachtspunten: verdroging en het inlaten van zoet en schoon water. Voor een gezond watersysteem is de ecologische en chemische waterkwaliteit belangrijk. In het waterklimaatplan zijn geen specifieke maatregelen of kansen opgenomen die van toepassing zijn op het plangebied of in de directe omgeving.
Watersleutel Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Momenteel vindt nog overleg plaats met het Hoogheemraadschap van Delfland over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de wateropgave. De uitkomsten daarvan worden bij de bij de vaststelling aan het bestemmingsplan toegevoegd.
Stevige dijken: Veiligheid en waterkeringen Aan de noordkant van het plangebied ligt een regionale waterkering met een beschermingszone (zie afbeelding 15). Delfland heeft als taak te zorgen voor een goed waterbeheer. Delfland zorgt dat onze waterstaatswerken in goede staat blijven. Hiervoor gebruiken zij de zeven leggers van Delfland. Waterstaatswerken die in deze leggers staan zijn: dijken, vaarten, sloten, bergingsgebieden, natte ecologische zones en kunstwerken, waarvoor Delfland verantwoordelijk is. Onder de dijken verstaan we
49
gemeente Pijnacker-Nootdorp
de zeewering, de Delflandsedijk, de regionale waterkeringen (zoals boezemkaden), de landscheiding met Rijnland en Schieland, de polderkaden en de waterscheidingen. Mogelijk is een vergunning benodigd voor het werken in de waterkering. De beschermingszone en het profiel van vrije ruimte (ruimtelijke reservering) is op de verbeelding weergegeven en in de regels geborgd. Binnen de dubbelbestemming waterkering worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, gemaakt die met de functie waterkering conflicteren. Binnen de zone wordt de Groen van Prinstererlaan heringericht en krijgt evengoed een verkeersfunctie, maar dan meer ten behoeve van het scholencluster.
Afbeelding 15 | Uitsnede Legger (bron: Hoogheemraadschap van Delfland)
Voldoende water Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert als waterbeheerder het ‘stan still’-principe. Elke toename van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water of op een andere geschikte wijze. Aan de zuidkant is een secundaire watergang gelegen met een leggerdiepte van 0,70 meter en minimale diepte van 0,55 meter. Deze watergang biedt voldoende ruimte om te voorzien in de waterberging. De kans op wateroverlast neemt niet toe als gevolg van de mogelijkheden in het ruimtelijke plan. Schoon water: Watersysteemkwaliteit en ecologie Het ruimtelijke plan niet leidt tot een achteruitgang van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem. Het gaat hier bovendien niet om een locatie met een specifiek water(systeem)kwaliteitsdoel. Het hemelwater wordt gescheiden gehouden van afvalwater, tenzij het rioleringsplan aantoont dat dit niet doelmatig is. Gezuiverd afvalwater: Afvalwaterketen De initiatiefnemer zorgt er samen met de gemeente en in overleg met Delfland voor, dat het door de gemeente ingezamelde vuile water wordt aangeleverd op een door Delfland en de gemeente erkend
50
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
overnamepunt. Er wordt zo weinig mogelijk verhard oppervlak toegepast en verharding is zoveel mogelijk uitgevoerd in een waterdoorlatende vorm, zie 2.1.2 Toekomstige situatie.
4.12
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Bij het realiseren van maatschappelijke voorzieningen kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onder deel D 11.2, kolom 1: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Wat een stedelijk ontwikkelingsproject is, is niet exact vastgelegd. Op basis van jurisprudentie is duidelijk dat gekeken moet worden naar onder andere de schaalgrootte, de aard en omvang van het project, de ligging en opzet van het plan. In dit geval gaat het om een herontwikkelingsopgave met enigszins nieuw beslag op de ruimte ten behoeve van de maatschappelijke functies. De planologische mogelijkheden voor woningbouw komen te vervallen. In die zin is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het opstellen van aanmeldnotitie niet noodzakelijk. Voorgaande paragrafen geven duidelijk aan dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten.
4.13
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
51
gemeente Pijnacker-Nootdorp
52
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan voorziet in de bouw van een onderwijscluster. Dit betreft een bouwplan, zoals dat hierboven is benoemd. Voor de sloop, bouw en opstellen bestemmingsplan wordt een investeringsbudget beschikbaar gesteld. Daarnaast worden bepaalde kosten uit de algemene reserve onttrokken.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
53