Bijlage 10. Ontwerpbestemmingsplan (incl. 3 bijlagen)
Tekst van het document
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 68/75
5.3.2 Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Artikel 3 Bedrijf De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de realisatie van het dierenpension en de bedrijfswoning. Bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht binnen het bouwvlak, met in achtneming van de maatvoeringseisen en de toegekende maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. De bedrijfswoning mag worden opgericht ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Bij de situering van deze aanduiding is rekening gehouden met de magneetveldzone nabij het plangebied. Bij het positioneren van het bouwvlak is rekening gehouden met omliggende gevoelige functies. Artikel 4 Groen Op de gronden met de bestemming ‘Groen’ is de realisatie van een groenzone mogelijk. De regels maken de inrichting van het plangebied als groene parkzone mogelijk. Binnen deze bestemming is daarnaast de realisatie van een ontsluitingsweg mogelijk. Artikel 5 Waarde – Ecologie De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van natuurwaarden en het ecologisch netwerk. 5.3.3 Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen.
Artikel 7 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een regeling opgenomen ten aanzien van bestaande afwijkende maatvoeringen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel is het strijdig gebruik bepaalt. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Binnen het plangebied ligt een magneetveldzone. Met het opnemen van de aanduiding 'veiligheidszone magneetveldzone' is gewaarborgd dat binnen deze zone geen gevoelige functies worden gerealiseerd. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels De algemene afwijkingsregels bieden de mogelijkheid om, onder voorwaarden, af te wijken van de voorgeschreven maatvoeringseisen. Artikel 11 Overige regels In dit artikel wordt de gemeentelijke vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren van toepassing verklaard als voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of afwijken.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 69/75
5.3.4 Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Artikel 13 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan ‘Oude Polder Dierenpension’.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 70/75
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 71/75
6
Economische uitvoerbaarheid
6.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan. 6.2
Toepassing Grondexploitatiewet
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. 6.3
Economische uitvoerbaarheid
In het onderhavige geval is de gemeente zelf eigenaar van alle gronden binnen onderhavig plangebied. De exploitatie is op deze manier verzekerd.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 72/75
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 73/75
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Vooroverleg en inspraak
Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de het voorontwerpbestemmingsplan voor inspraak ter inzage gelegd vanaf 14 januari 2021, gedurende een periode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De resultaten van het gevoerde vooroverleg zijn verwerkt in onderhavig plan. Als bijlage 10 is de Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties opgenomen. In deze nota zijn alle ingekomen vooroverleg- en inspraakreacties samengevat en voorzien van een gemeentelijk antwoord. In het hoofdstuk Staat van wijzigingen is aangeven tot welke aanpassingen de ingebrachte reacties hebben geleid.
7.2
Zienswijzen
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in een zienswijzenota. Hierin zullen tevens de eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerp worden verwoord. De resultaten van de tervisielegging zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 74/75
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 75/75
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsprofielen
Bijlage 2 Visie ontwikkeling
Bijlage 3 Verkennend (water)bodemonderzoek
Bijlage 4 Watersleutel
Bijlage 5 Archeologisch onderzoek
Bijlage 6 Ecologische risico-inspectie
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 1 Magneetberekening
Bijlage 9 Akoestisch onderzoek industrielawaai