Bijlage 1 - Was-wordt lijst vijfde wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning 2018
Tekst van het document
23
onderhouden van een sociaal netwerk wordt als volgt vastgesteld: a. niet-professionele individuele ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk of door een persoon die geen professionele ondersteuning biedt: op basis van een inclusief uurtarief dat is gebaseerd op FWG 15, periodiek 5, van de cao VVT of maximaal het in het artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk; b. professionele (specialistische) ondersteuning door een zelfstandige zonder personeel: op basis van een inclusief uurtarief dat is gebaseerd op marktonderzoek naar het gemiddelde uurtarief voor deze vorm van ondersteuning; c. professionele (specialistische) ondersteuning door een organisatie: op basis van het laagste toepasselijke uurtarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. 4. De hoogte van het pgb voor niet-professionele ondersteuning, als bedoeld in het tweede lid onderdeel a en het derde lid onderdeel a, wordt bepaald met inachtneming van de noodzakelijke deskundigheidsgraad, planbaarheid en onregelmatigheid van de hulp met betrekking tot de voor de cliënt vereiste ondersteuning. 5.
De hoogte van het pgb voor professionele ondersteuning bij dagbesteding wordt vastgesteld op basis van het laagste toepasselijke tarief per dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder.
van kortdurend verblijf. Daarom is 'Mantelzorg' gewijzigd in 'kortdurend verblijf'. Lid 7 is toegevoegd. Als sprake is van niet-professionele ondersteuning bij dagbesteding of kortdurend verblijf dan moet het pgb tarief hiervoor minimaal voldoen aan de wettelijk minimumlooneis. In deze bepaling wordt daarom aangegeven dat de hoogte van het pgb tarief voor dagbesteding en kortdurend verblijf wordt vastgesteld op basis van de daarvoor geldende tarieven voor nietprofessionele ondersteuning en dat er per dagdeel dagbesteding of etmaal kortdurend verblijf een vertaalslag wordt gemaakt naar het aantal benodigde uren individuele begeleiding en/of persoonlijke verzorging per etmaal kortdurend verblijf of dagdeel dagbesteding. Deze bepaling is ook opgenomen in onze jeugdhulp verordening. Lid 8 (was lid 4 onderdeel g) m.b.t. het pgb voor beschermd wonen en opvang is niet gewijzigd. In lid 9 (was lid 4 onderdeel i) m.b.t. het pgb voor vervoer van en naar de dagbesteding zijn de onderdelen 1 en 2 samengevoegd. Lid 10 (was lid 4 onderdeel j) m.b.t. het pgb voor lokaal verplaatsen is niet gewijzigd. Lid 11 en 12 (was lid 6 en 7) hebben betrekking op de symbolische tegemoetkoming. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen aangebracht. Het betreft slechts één tekstuele wijzigingen: in lid 7 is ‘schaal’ gewijzigd in ‘periodiek’.
e. professionele ondersteuning bij zelfzorg, de thuisadministratie of het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk: 1°. ondersteuning door een daartoe opgeleid persoon die werkt als een zelfstandige zonder personeel: op basis van een inclusief uurtarief dat is gebaseerd op marktonderzoek naar het gemiddelde uurtarief voor deze vorm van ondersteuning; 2°. specialistische ondersteuning door een daartoe opgeleid persoon die werkt als een zelfstandige zonder personeel: op basis van een inclusief uurtarief dat is gebaseerd op marktonderzoek naar het gemiddelde uurtarief voor deze vorm van ondersteuning; 3°. ondersteuning door een daartoe opgeleid persoon die werkt in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het laagste toepasselijke uurtarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder; 4°. specialistische ondersteuning door een daartoe opgeleid persoon die werkt in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het laagste toepasselijke uurtarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder; f. professionele ondersteuning bij dagbesteding: 1°.
dagbesteding met laag intensieve ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon die werkt als een zelfstandige zonder personeel: op basis van het laagste toepasselijke tarief per dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder;
24
6. De hoogte van het pgb voor professionele ondersteuning bij kortdurend verblijf wordt vastgesteld op basis van het laagste toepasselijke tarief per etmaal dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. 7. De hoogte van het pgb voor niet-professionele ondersteuning bij dagbesteding en kortdurend verblijf wordt per individueel geval vastgesteld op basis van de daarvoor geldende tarieven als bedoeld in het derde lid onderdeel a. Hierbij wordt uitgegaan van het aantal uren individuele begeleiding en/of persoonlijke verzorging dat per dagdeel dagbesteding of etmaal kortdurend verblijf noodzakelijk is. Het pgb bedraagt ten hoogste het pgb voor professionele ondersteuning als bedoeld in het vijfde en zesde lid. 8. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt bepaald door de centrumgemeente Delft die voor het uitvoeren van de toegang tot beschermd wonen is gemandateerd. 9. De hoogte van het pgb voor (rolstoel)vervoer van en naar de dagbesteding wordt vastgesteld op basis van het door de gemeente bepaalde reële tarief zoals opgenomen in de deelovereenkomst maatwerkbegeleiding, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen van de cliënt. 10.
De hoogte van het pgb voor ondersteuning bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel wordt vastgesteld op basis van de kilometerprijs, berekend volgens de rekentool Grip op geld -wat kost een autovan het Nibud uitgaande van de variabele kosten per
2°. specialistische dagbesteding met hoog intensieve ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon die werkt als een zelfstandige zonder personeel: op basis van het laagste toepasselijke tarief per dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder; 3°. dagbesteding met laag intensieve ondersteuning uitgevoerd door een persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het laagste toepasselijke tarief per dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder; 4°. specialistische dagbesteding met hoog intensieve ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het laagste toepasselijke tarief per dagdeel dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder; g. de hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt bepaald door de centrumgemeente Delft die voor het uitvoeren van de toegang tot beschermd wonen is gemandateerd; h. professionele ondersteuning van mantelzorg: ondersteuning uitgevoerd door een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het laagste toepasselijke tarief per etmaal dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder; i. vervoer van en naar de dagbesteding:
25
maand voor een compacte klasse auto, vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, uitgaande van maximaal 2400 kilometer per jaar. 11. Bij maatschappelijke ondersteuning die wordt verleend op grond van een verklaring wordt de hoogte van het pgb vastgesteld op basis van een tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. 12. De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in het vorige lid wordt vastgesteld op 6 uur per kalendermaand niet-professionele ondersteuning op basis van een inclusief uurtarief dat is gebaseerd op FWG 15, periodiek 5, van de cao VVT, tenzij op grond van het bestedingsplan kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming.
1°. op basis van het door de gemeente bepaalde reële tarief zoals opgenomen in de deelovereenkomst maatwerkbegeleiding, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; 2°. rolstoelvervoer op basis van het door de gemeente bepaalde reële tarief zoals opgenomen in de deelovereenkomst maatwerkbegeleiding, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren. j. ondersteuning bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: op basis van de kilometerprijs, berekend volgens de rekentool Grip op geld -wat kost een auto- van het NIBUD uitgaande van de variabele kosten per maand voor een compacte klasse auto, vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, uitgaande van maximaal 2400 kilometer per jaar. 5.
De hoogte van het pgb als bedoeld in het vierde lid, onder b en d, wordt in geval van ondersteuning door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk en in geval van niet-professionele ondersteuning in individuele gevallen bepaald met inachtneming van de noodzakelijke deskundigheidsgraad, planbaarheid en onregelmatigheid van de hulp met betrekking tot de voor de cliënt vereiste ondersteuning.
26
6. Bij maatschappelijke ondersteuning die wordt verleend op grond van een verklaring wordt de hoogte van het pgb vastgesteld op basis van een tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. 7. De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in het zesde lid wordt vastgesteld op 6 uur per kalendermaand niet-professionele individuele ondersteuning op basis van een inclusief uurtarief dat is gebaseerd op FWG 15, schaal 5, van de CAO VVT, tenzij op grond van het bestedingsplan kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. 38.
39.
Artikel 7.1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
27
Artikel 6.4 Financiële tegemoetkoming Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie en als het om één van de volgende voorzieningen gaat: a. de kosten voor verhuizen. De hoogte is gebaseerd op marktonderzoek naar de kosten voor verhuizing.
Op basis van jurisprudentie van de CRvB van 12-02-2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:395) is het mogelijk om onder de Wmo 2015 een financiële tegemoetkoming te verstrekken. De CRvB merkt de financiële tegemoetkoming aan als een 'maatwerkvoorziening' onder voorwaarde dat de financiële tegemoetkoming een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de aanvrager. De financiële tegemoetkoming hoeft niet kostendekkend te zijn. Maar gezien de uitleg van de CRvB moet de financiële tegemoetkoming wel in de buurt komen van de daadwerkelijk gemaakte kosten. In de verordening is een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten opgenomen.
Artikel 7.1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
In lid 1, 4 en 5 onderdeel d is toegevoegd dat het een maatwerkvoorziening in natura betreft of een pgb. Hiermee wordt duidelijk dat er twee verschillende verstrekkingen mogelijk zijn. In lid 5 onderdeel a t/m c is het woord ‘bruto’ geschrapt omdat de bijstandsnorm een nettobedrag is.
2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. 4. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of een pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 5. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode voor: a. de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bruto bijstandsnorm; b. de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bruto bijstandsnorm; c. de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bruto bijstandsnorm; d.
verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte voor zover deze betrekking heeft op het toe- en doorgankelijk maken
28
2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. 4. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura, een pgb en een bij verordening aangewezen algemene voorziening, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 5. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode voor: a. de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; b. de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; c. de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm;
In lid 6 is toegevoegd dat het collectief vervoer concreet het reizen met de Regiotaxi betreft. De tarieven van de bijdrage voor reizen met de Regiotaxi worden jaarlijks door de Metropoolregio vastgesteld. Alleen de wijze waarop de tarieven worden vastgesteld moet worden opgenomen in de verordening. De exacte tarieven zijn daarom in de verordening geschrapt en worden in de nadere regels vermeld. Lid 7 t/m 9 zijn niet gewijzigd.
van het woongebouw, waardoor meerdere personen gebruik kunnen maken van deze aanpassing. 6. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet wordt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer, als bedoeld in artikel 4.11 van deze Verordening, als volgt vastgesteld: a. voor gebruik van het collectief vervoer is de cliënt per rit een opstaptarief en per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd; b. het opstaptarief bedraagt € 0,99 per gereden rit; c. de cliënt is per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd van € 0,17. 7. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
d. verstrekking van een maatwerkvoorziening in natura of pgb voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte voor zover deze betrekking heeft op het toe- en doorgankelijk maken van het woongebouw, waardoor meerdere personen gebruik kunnen maken van deze aanpassing. 6. In afwijking van het vierde lid wordt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer met de Regiotaxi, als bedoeld in artikel 4.11 van deze verordening, als volgt vastgesteld: a. voor gebruik van het collectief vervoer is de cliënt per rit een opstaptarief en per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd. Het opstaptarief en de ritbijdrage per gereden kilometer worden door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks vastgesteld; b. de bedragen van het opstaptarief en ritbijdrage per gereden kilometer worden opgenomen in de nadere regels. 7. De kostprijs van een:
b. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom);
a. maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
c. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
b. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom); c. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
29
9. Als de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
40
8. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 9. Als de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 7.2 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen.
Artikel 7.2 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen.
2. De hoogte van de eigen bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze voorziening.
2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van de volgende algemene voorzieningen: a. collectief vervoer met de Regiotaxi zonder Wmovervoerspas; b. voucher huishoudelijke hulp.
3. De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
3. De bijdragen als bedoeld in het tweede lid worden vermeld in de nadere regels.
30
Aan artikel 7.2 zijn de bepalingen uit lid 2, 3 en 4 toegevoegd. Op grond van artikel 2.1.4 lid 5 van de Wmo 2015 kan het college voor het gebruik van algemene voorzieningen een bijdrage in de kosten vragen. Deze bijdrage moet dan in de verordening worden opgenomen. In lid 2 is opgenomen dat een bijdrage in de kosten voor collectief vervoer met de Regiotaxi en voor gebruik van de voucher huishoudelijke hulp wordt gevraagd. Voor de algemene voorziening ‘collectief vervoer met de Regiotaxi zonder vervoerspas’ wordt een bijdrage geïnd door de vervoerder van de Regiotaxi. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De algemene voorziening ‘voucher huishoudelijke hulp’ wordt nog ontwikkeld. Het betreft een voucher waarmee inwoners onder bepaalde voorwaarden en tegen een kleine eigen bijdrage een (gedeeltelijke) vergoeding voor
4. De bijdragen voor de kosten van algemene voorzieningen worden geïnd door de organisatie die de algemene voorziening levert. 5. De hoogte van de eigen bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze voorziening.
huishoudelijke hulp kunnen krijgen voor een vooraf vastgestelde maximumperiode. De exacte voorwaarden en kaders, inclusief de hoogte van de eigen bijdrage, moeten nog worden vastgesteld door het college. Om de voucher na vaststelling door het college zo snel mogelijk te kunnen invoeren, loopt deze wijziging van de verordening er alvast op vooruit. Zolang het college niet heeft besloten de voucher in te voeren, verandert er voor de inwoner niets.
6. De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 41.
42.
Artikel 9.2, zesde lid, Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 6. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:
Artikel 9.2, zesde lid, Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 6. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:
a. de marktprijs van de voorziening, en
a. de marktprijs van de voorziening, en
b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier
b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals:
c. worden gevraagd, zoals:
1°. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;
1°. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;
2°. instructie over het gebruik van de voorziening;
2°. instructie over het gebruik van de voorziening;
3°. onderhoud van de voorziening, en
3°. onderhoud van de voorziening, en
4°. Verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. kernteams).
4°. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. kernteams). Artikel 10.3 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
31
Artikel 10.3 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
Het betreft een tekstuele wijziging. De onderdelen b en c zijn samengevoegd tot onderdeel b.
SBJ Samen Sterk verzorgt de week van de mantelzorg.
43.
Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers op collectieve wijze in natura, via het Bureau Mantelzorgondersteuning.
Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers op collectieve wijze in natura, via het SBJ Samen Sterk.
Artikel 11.4 Overgangsrecht 1. Aanvragen die bij het college zijn ingediend voor 1 oktober 2018 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015.
Artikel 11.4 Overgangsrecht 1. Aanvragen die bij het college zijn ingediend voor 1 februari 2023 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de vijfde wijziging van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de vierde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018.
2. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015 wordt beslist met inachtneming van die verordening waarop het besluit is gebaseerd. 3. Het college heeft de bevoegdheid een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015 in te trekken met toepassing van deze verordening. Het college kan daarvoor een ander besluit in de plaats stellen met toepassing van deze verordening.
44.
Artikel 11.5 - Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 oktober 2018. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente PijnackerNootdorp 2018.
32
Het overgangsrecht is aangepast conform de wijziging van deze verordening.
2. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018 wordt beslist met inachtneming van die verordening waarop het besluit is gebaseerd. 3. Het college heeft de bevoegdheid een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018 in te trekken met toepassing van deze verordening. Het college kan daarvoor een ander besluit in de plaats stellen met toepassing van deze verordening. Artikel 11.5 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 februari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018
De inwerkingtreding en citeertitel zijn aangepast de wijziging van deze verordening.