bijlage 1 Visie sociaal domein 2024
Tekst van het document
Wij zetten ons met de werkgevers in voor een inclusieve arbeidsmarkt. We ondersteunen inwoners om naar vermogen mee te doen op de voor hen best passende plek met duurzaam werk.
7.2 Positieve Gezondheid We zetten ons beleid in om de gezondheid en kwaliteit van leven van onze inwoners te verbeteren. Met gezondere inwoners die blijvend werk maken van een gezonde leefstijl, verkleinen we de ziektelast. Vooral overgewicht, alcoholgebruik en roken veroorzaken ziektelast in Nederland. Bij gezondheid kijken we niet alleen naar lichamelijke gezondheid, maar ook naar mentale gezondheid. Door middel van het Lokaal Gezondheidsbeleid, Lokaal Preventieakkoord, Lokaal Sportakkoord en preventief jeugdbeleid, wordt in Pijnacker-Nootdorp al enige tijd stevig en met succes ingezet op preventie, het stimuleren van inwoners om gezond(er) te leven, te bewegen en ervoor te zorgen dat inwoners goed in hun vel zitten. Ook is er al veel opgenomen over een gezonde fysieke leefomgeving in de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 (zie hiervoor hoofdstuk 5.3).
Wat is Positieve Gezondheid? Positieve Gezondheid is het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. De focus ligt op het vergroten van de veerkracht van mensen, op het creëren van een betekenisvol leven en niet op de ziekte die iemand heeft. Het leren omgaan met lichamelijke of psychische klachten of met tegenslagen in het leven, is belangrijk voor mensen want het versterkt hun gezondheidsbeleving. Het is een andere manier van werken en denken, wat vraagt om een cultuurverandering om vanuit een brede blik naar de gezondheid van de inwoners te kijken. Positieve Gezondheid kent zes dimensies. Zie hiervoor de afbeelding op de volgende pagina.
35
Wij zien deze visie en verschillende zorgakkoorden zoals het IZA en het GALA, als vehicle om het fundament te verstevigen en de beweging van zorg naar gezondheid verder vorm te geven. Preventieve gezondheid staat hierbij centraal. Dit gaat over een bredere kijk op gezondheid: er wordt hierbij niet alleen gekeken naar de aan- of afwezigheid van een ziekte, maar juist ook naar het bevorderen van een gezond en actief leven. Dit past binnen het gedachtegoed van positieve gezondheid, dat de gemeente als uitgangspunt voor haar gezondheidsbeleid hanteert.
Spinnenweb • Je gezond voelen
“Mijn positieve Gezondheid”
• Fitheid • Klachten en pijn Lichaamsfuncties
Dagelijks functioneren
De komende periode werken we verder aan de opgaven uit het Lokaal Gezondheidsbeleid, Lokaal Preventie akkoord, het Lokaal Sportakkoord en preventief jeugdbeleid en kijken waar we onze inzet kunnen uitbreiden. Wat al goed gaat, wordt voortgezet en wat er beter kan wordt integraal opgepakt, in samenwerking met partners en inwoners. Een eerste stap is het herijken van lokaal gezondheidsbeleid in 2024. Meedoen
• Slapen • Eten
• Zorgen voor jezelf
• Conditie
• Onthouden
• Je grenzen kennen
• Bewegen
• Concentreren
• Kennis van gezondheid
10
• Omgaan met tijd
8
• Omgaan met geld
6
• Kunnen werken
4
• Hulp kunnen vragen
2
• Communiceren Mentaal welbevinden
• Vrolijk zijn • Jezelf accepteren • Omgaan met veranderingen • Gevoel van controle
0
• Sociale contacten
• Zinvol leven
• Serieus genomen worden
• Levenslust
• Samen leuke dingen doen
Zingeving
• Idealen willen bereiken • Vertrouwen hebben
• Steun van anderen • Erbij horen
• Genieten
• Accepteren
• Zinvolle dingen doen
• Gelukkig zijn
• Dankbaarheid
• Lekker in je vel zitten
• Blijven leren
• Interesse in de maatschappij
Kwaliteit van leven
• Balans • Je veilig voelen • Hoe je woont • Rondkomen met je geld
36
7.3 Het stimuleren van gelijke kansen De kans op een goed leven mag niet afhangen van waar je woont of wie je bent. Ons beleid is er daarom op gericht om gelijke kansen te stimuleren. Bij kansengelijkheid bestaat een belangrijke relatie met het onderwijs. Met schoolbesturen, peuter- en kinderopvangorganisaties en andere educatieveen jeugdpartners zetten we ons gezamenlijk in voor goede basisvoorzieningen, waar kinderen en jongeren zich in hun eigen woon- en leefomgeving zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Met de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) ‘groot denken en klein doen’ wordt de samenwerking verder versterkt en wordt vormgegeven aan een doorlopende ontwikkellijn om kansengelijkheid te bevorderen en onderwijsachterstanden te verkleinen. Ook bieden we met de LEA tegenwicht aan de toenemende prestatiedruk, die veel kinderen en jongeren ervaren en die soms tot grote stress leidt.
Maar ook in andere levensfasen (doorlopend en op sleutelmomenten in het leven) stimuleren we gelijke kansen, onder andere door het terugdringen van gezondheidsachterstanden in de eerste duizend dagen van een kind, door inzet van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), door het stimuleren van integratie van nieuwkomers, de inzet van het Jeugd- en Volwassenenfonds Sport en Cultuur en het minimabeleid waardoor ook inwoners, kinderen en jongeren uit gezinnen met een lager inkomen kunnen meedoen en zich kunnen ontwikkelen. Meer specifiek benoemen we het belang van het terugdringen en voorkomen van laaggeletterdheid. Inzet op laaggeletterdheid
heeft een positieve impact op sociale inclusie, de arbeidsmarktpositie en leesvaardigheid. Dit is niet alleen van belang voor de doelgroep en hun omgeving maar kent ook een breder belang. Werkgevers merken dat medewerkers duurzamer en effectiever inzetbaar zijn, instanties merken dat brieven beter gelezen en begrepen worden en docenten kunnen gemakkelijker communiceren met de ouders van leerlingen. In hoofdstuk 8 wordt dieper ingegaan op de vindbaarheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid van onze dienstverlening.
Wat is laaggeletterdheid? Laaggeletterdheid is een van de meest verborgen en hardnekkigste vraagstukken in onze samenleving. Een volwassene is laaggeletterd, wanneer hij of zij moeite heeft met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak is ook sprake van beperkte digitale vaardigheden. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft gevolgen. Inwoners die laaggeletterd zijn hebben vaker te maken met werkloosheid, schulden, gezondheidsproblemen en een lager inkomen. Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Een laaggeletterde kan wel lezen en schrijven, alleen niet goed genoeg om helemaal mee te doen in de samenleving.
37
7.4 Het stimuleren van een inclusieve gemeenschap Vanaf 2016 geldt het VN-verdrag rechten voor mensen met een handicap (VN- verdrag Handicap) in Nederland. In dit verdrag staat welke inspanning Nederland moet leveren om het leven van inwoners met een beperking te verbeteren. Met dit verdrag is aan de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet de verplichting toegevoegd, om in een periodiek plan op te nemen hoe de gemeenteraad uitvoering geeft aan het verdrag. Het verdrag heeft als doel dat de wereld voor iedereen toegankelijk en inclusief wordt. Voor gemeenten betekent dit dat zij passende maatregelen moeten nemen, zodat inwoners met een handicap zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven. Dit betekent dat inwoners met een beperking: ▪ vrijelijk kunnen kiezen waar, met wie en hoe zij willen wonen en leven; ▪ de beschikking hebben over zorg en diensten die hen waar nodig ondersteunen bij het participeren in de samenleving; ▪ net als iedereen toegang hebben tot informatie, producten, openbare voorzieningen, maatschappelijke diensten, gebouwen en openbare ruimte. We vinden het fundamenteel dat alle inwoners zich onderdeel voelen van onze gemeenschap én deel kunnen nemen aan de samenleving. Daarom staan én gaan we voor een inclusieve samenleving. Diversiteit is normaal en voor ons allen vanzelfsprekend.
In gesprek met inwoners en (lokale) partners hebben wij bekeken wat er al goed gaat in Pijnacker-Nootdorp en wat er beter kan op dit terrein. De conclusie is dat er al goede initiatieven bestaan in onze gemeente die bijdragen aan een inclusief Pijnacker-Nootdorp zoals het project AutoMaatje, de brede inzet van Stichting Inclusie & discriminatiebestrijding, de gerichte aandacht voor inwoners met een licht verstandelijke beperking in het schuldhulpverleningsbeleid, de stappen die gezet worden voor inclusiever onderwijs, de toegankelijke looproutes, de leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR), de inzet en activiteiten van stichting MEE en de stichting Vrijetijdsbesteding, Thuismaatjes en Vormingsactiviteiten (VTV) of de extra aandacht voor taalvaardigheid en de wijze waarop cliëntenondersteuning is georganiseerd. Maar op het vlak van bewustwording en brede toegankelijkheid is nog een wereld te winnen, ook door de toenemende polarisatie in onze samenleving. Samen met ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners willen we verder vormgeven aan een meer inclusieve samenleving. Een eerste stap hierin is het opstellen van een lokale inclusie agenda, zoals ook door onze gemeenteraad is gevraagd. Met deze inclusie agenda willen we focus aanbrengen.
Het steeds meer inclusiever maken van onze gemeente is een proces: ‘dit doen we stap voor stap, vanuit het perspectief van onze inwoners en ervaringsdeskundigen én door alle beleidsterreinen heen’.
38
8. Professionele en doelmatige ondersteuning Een deel van de groep inwoners die we zien in het sociaal domein redden het, door omstandigheden, alleen met steun van een professioneel vangnet. Zij zijn soms langdurig en niet zelden op meerdere leefgebieden afhankelijk van individuele maatwerk-voorzieningen10.
Uitgangpunten voor professionele ondersteuning 1. De eigen kracht en samenredzaamheid vormen de basis
Inwoners kunnen rekenen op professionele en doelmatige ondersteuning wanneer zij dit nodig hebben. Doelmatig betekent: zo licht mogelijk, zo kort mogelijk, maar wel adequaat en duurzaam en passend binnen financieel verantwoorde kaders. De ondersteuning in het professioneel vangnet kent vaak een wettelijke grondslag zoals in: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet, de Participatiewet en minimabeleid, de Wet Schulpverlening en vroegsignalering, de Wet Inburgering, de Leerplichtwet, de Wet op het primair onderwijs voor leerlingenvervoer, et cetera.
2. We werken integraal samen 3. We werken normaliserend 4. De gemeente stuurt op resultaat 5. Uitvoering lokaal, tenzij 6. Onze dienstverlening is toegankelijk en begrijpelijk
De gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van dit professioneel en doelmatig vangnet. Samen met andere gemeenten en professionele (zorg-)organisaties richt dit vangnet zich integraal op de inwoner en diens omstandigheden, zodat deze door versterking van de eigen kracht en veerkracht de weg terugvindt naar de sociale basis en (wanneer lichte ondersteuning nodig blijft) naar het voorliggend veld. Tegenover professionele vangnetorganisaties heeft de gemeente een bepalende rol. De gemeente initieert, verleent (subsidie-)opdrachten en koopt zorg in voor inwoners. Deze rollen worden ingevuld door beleidsproducten (beleidsplannen, verordeningen, beleidsregels), financiële sturings- en beheersingsinstrumenten (waaronder het subsidiebeleidskader en het inkoop- en aanbestedingsbeleid), samenspel met partnerorganisaties, onze organisatie-inrichting, uitvoeringsarrangementen, enzovoorts. Als sluitstuk van onze visie op het sociaal domein wordt daarvoor een aantal uitgangspunten geformuleerd.
10
ij individuele maatwerkvoorzieningen (niet-vrij toegankelijke voorzieningen) wordt er altijd B allereerst samen met de inwoner onderzoek gedaan naar de hulpvraag waarna een officieel besluit (beschikking), verwijzing of diagnose volgt.
39
8.1 De eigen kracht en het eigen netwerk vormen de basis In het professionele vangnet werken gespecialiseerde dienstverleners die ondersteunend zijn aan het versterken van de eigen kracht en de directe omgeving van inwoners. Ook bij het bieden van ondersteuning en hulp aan inwoners met een hulpvraag gaan we uit van eigen kracht en die van de directe omgeving. Deze begrippen worden hieronder uitgelegd.
Eigen kracht Met eigen kracht bedoelen we dat we kijken wat de mogelijkheden zijn van inwoners om binnen het eigen vermogen problemen aan te pakken en op te lossen. We zien wat een persoon wel kan. Met eigen kracht als uitgangspunt hebben we echter ook oog voor de grenzen die hieraan zitten. Cognitieve vaardigheden en mentale belasting hebben invloed op in hoeverre een persoon in staat is problemen zelfstandig aan te pakken. Ook kan soms een steuntje in de rug op één onderdeel in het leven nodig zijn om op andere onderdelen wel op eigen kracht verder te kunnen.
De directe omgeving Met de directe omgeving bedoelen we het eigen netwerk van de inwoner met een hulpvraag. Denk aan een partner, familie, vrienden en kennissen. Maar met de eigen directe omgeving bedoelen we ook de vrij toegankelijke voorzieningen in de buurt, wijk en stad en het voorliggend veld. Juist voor inwoners met een klein netwerk en weinig tot geen sociale contacten kunnen deze voorzieningen in de buurt veel betekenen. We onderkennen ook dat er grenzen zijn aan de eigen kracht, (on) mogelijkheden van het eigen netwerk van de inwoner en de ondersteuning die de gemeente kan bieden. Het bieden van ondersteuning is daarom maatwerk. Het past bij de mogelijkheden van de inwoner, is gericht op het lange termijnperspectief en houdt rekening met de omgeving Uitgaan van eigen kracht vraagt van professionals een andere manier van kijken, denken en handelen. Ondersteunen in plaats van overnemen. Een goed voorbeeld is de Big Five. Dit is een visie en werkwijze die jongeren die opgroeien in een kwetsbare positie helpen bij het versterken van de eigen kracht en het creëren van een stevige basis waarop zij hun leven en toekomst verder vorm kunnen geven. Zodat ook deze jongeren de grootste kans hebben om zichzelf te ontwikkelen naar de beste versie van zichzelf. In bijlage 2 treft u de uitgangspunten van de Big Five aan.
40
8.2 We werken integraal samen Integraliteit gaat over een brede blik op de hulpvraag van een inwoner. Een professional kijkt niet alleen naar het probleem dat vanuit eigen kennis en ervaring kan worden opgepakt. Er is ook oog voor eventuele andere problematiek en voor hoe problemen met elkaar verweven kunnen zijn. Integraliteit gaat ook over samenwerken. Een houding en manier van werken, waarbij gezamenlijk wordt gestreefd naar een aanpak waarin de inzet van verschillende professionals en trajecten elkaar aanvullen en versterken. Integraliteit kan extra inspanning vragen. Sommige casuïstiek kan van een professional vragen om uit de eigen comfortabele zone van kennis en ervaring te stappen omdat de uitgangspunten van de verschillende wetten met elkaar botsen. Niet alleen verschillende regels, maar ook professionele oordelen en persoonlijke meningen kunnen botsen. Integraliteit vraagt van een professional de moeilijke discussie niet uit de weg te gaan en tot een gezamenlijke aanpak komen. Als het gaat om meer integraliteit richten we ons niet alleen op de samenwerking binnen de eigen gemeentelijke organisatie, maar ook op de samenwerking met onze maatschappelijke partners en (zorg)aanbieders. Zij zijn vaak de partijen die vanuit een gemeentelijke opdracht in de praktijk vorm en inhoud geven aan de voorzieningen in het sociaal domein.
De visie en de daaruit voortvloeiende uitgangspunten dragen ertoe bij dat ondersteuning en hulp vanuit verschillende hoeken op elkaar aansluiten, vloeiend in elkaar overlopen, elkaar aanvullen en versterkt. Daarnaast zien we ook kansen de integraliteit te versterken met zorgaanbieders, scholen, sportverenigingen en bedrijven.
41
Naast integraal werken we ook proactief. We bieden een uitgestoken hand aan inwoners waarbij we zien, of signalen ontvangen, dat er onder het oppervlak wat aan de hand is. Als de inwoner hier nog niet toe in staat is, bieden we een steuntje in de rug bij het inzichtelijk maken van de problematiek en het formuleren van de hulpvraag. Onder andere op het gebied van schulden(preventie), opgroei- en opvoedproblematiek, dementie en mantelzorgondersteuning wordt ingezet op de beweging van curatief naar preventief. Voorbeelden hiervan zijn de praktijkondersteuners jeugd, voorschools-/ schoolmaatschappelijk werk en het programma ‘vroeg erop af’ bij betalingsproblemen.
Wams wijzigt de Wmo 2015 Dit wettelijk kader wordt opgenomen in de Wmo 2015 (met spiegelbepalingen in de Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) en beoogt gemeenten in staat te stellen tot samenhangende uitvoering van deze vier wetten. Ook wordt betere samenwerking met aanpalende domeinen mogelijk.
4 wetten Sociaal Domein + aanpalende domeinen
Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein Eén van de knelpunten bij het ondersteunen van inwoners met problemen op meerdere leefgebieden is, dat de gegevensuitwisseling tussen de partijen in het sociaal domein juridisch onvoldoende geregeld is. Vaak zijn er bij zulke gezinnen meerdere partijen betrokken zoals: de gemeente, de school, Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, een bewindvoerder, een zorgaanbieder, et cetera. Deze gegevensuitwisseling blijkt in de praktijk soms een struikelblok om integrale ondersteuning snel van de grond te krijgen. Het gevolg: professionals moeten zich in allerlei bochten wringen om gezinnen tóch te kunnen ondersteunen. Naar verwachting wordt vanaf 1 juli 2024 de wet aanpak meervoudige problematiek (Wams) ingevoerd. Deze wet regelt dat gemeenten de wettelijke mogelijkheid krijgen om tot een gecoördineerde aanpak te komen voor inwoners of gezinnen met problemen op meerdere leefgebieden en hiervoor makkelijker gegevens kunnen uitwisselen. Zo kan de hulp en ondersteuning goed op elkaar worden afgestemd. De Wams helpt ons het integraal werken verder te versterken.
Wmo 2015
Zorg en Welzijn
Jeugdwet
Onderwijs
Participatiewet Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Inburgering
Wonen Openbare orde en veiligheid Werk en inkomen
42
8.3 We werken normaliserend Om de eigen kracht, veerkracht en oplossend vermogen van ouders/opvoeders en jeugd te stimuleren en de mogelijkheden om hun netwerk te benutten en te activeren, zijn in de notitie Normaliseren – Hoe doe je dat?! leidende principes van normaliseren en de-medicaliseren geformuleerd. Dit beleid is gericht op minder stigmatisering (labelen), normalisering en de mindset dat opvoeden en opgroeien gaat met vallen en opstaan. Zie voor de leidende principes, bijlage 1. Op dit moment benaderen we de ondersteuning voor ouderen nog als zorgvraagstuk en denken bij hulp in termen ‘als recht hebben op’. Om te zorgen dat ook in de toekomst zorg en ondersteuning kunnen worden verleend binnen verantwoorde (financiële) kaders en inzet van capaciteit, is een omslag in denken nodig. We hebben de ambitie om het gedachtegoed van normaliseren te verbreden naar de ondersteuning voor ouderen. Een eerste stap hiervoor is reeds gezet met de pilot welzijnsondersteuner ouderen. Dit doen we samen met inwoners, ervaringsdeskundigen, maatschappelijke partners en huisartsen.
43
8.4 De gemeente stuurt op resultaat Het professionele vangnet is beschikbaar voor inwoners die in hun dagelijks leven meer hulp nodig hebben dan de ondersteuning uit de sociale basis en/of het voorliggend veld. Vaak gaat het om relatief dure individuele begeleiding, ondersteuning en zorg. De gemeente betaalt de kosten en bepaalt daarom ook welke doelgerichte (resultaatgerichte) en doelmatige middeleninzet plaatsvindt. Het gaat om professionele zorg- en dienstverlening, zogenoemde tweedelijnsondersteuning, in vaak complexe, langdurige en meervoudige problemen. Dat brengt hoge kosten met zich mee die op basis van een goed integraal plan ergens toe moeten leiden. Sturen op resultaat betekent ook dat wordt afgedwongen dat aanbieders in een (zeer) vroegtijdig stadium samenwerken, waarbij één professional de geconstateerde problemen snel met collega’s deelt en interventies afstemt. Maar ook dat zorg en ondersteuning, wanneer dit kan, wordt afgeschaald en dat we stoppen met behandelen wanneer deze niet tot het gewenste resultaat leidt.
44
8.5 Vindbare, begrijpelijke en toegankelijke dienstverlening Hulp en ondersteuning in het sociaal domein is versnipperd over verschillende verantwoordelijke partijen. Zo bestaat er niet alleen onderscheid tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet, maar wordt het aantal regels en partijen ook nog eens vergroot door andere wet- en regelgeving in het sociaal domein, zoals: de Jeugdwet, de Participatiewet, Passend Onderwijs, de Wet Inburgering, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, minimaregelingen, urgentieregeling wonen, leerplicht, enzovoorts. Door de toenemende complexiteit in regels en systemen kunnen inwoners in de knel komen. De bovengenoemde problematiek is in verreweg de meeste gesprekken met inwoners, (maatschappelijke-) partners, aanbieders en professionele medewerkers van onze gemeentelijke organisatie als aandachtspunt meegegeven voor het opstellen van de visie. Meer specifiek is benoemd dat het (preventieve) aanbod van zowel interne als externe partners niet altijd bekend is. We vinden het belangrijk de toenemende complexiteit van de regels en systemen te verkleinen. Daarom zetten we in op vindbare, begrijpelijke en toegankelijke (preventieve) dienstverlening.
Hiervoor onderhouden we uitgebreide contacten in de ketens met het voorliggende veld, met het onderwijs, met de huisartsen, aanbieders en werkgevers in de regio. We onderschrijven het belang van onafhankelijke clientondersteuning in situaties die daarom vragen11. Vraagverheldering samen en naast de inwoner is onze werkstijl. Dat betekent goed luisteren en doorvragen. Ook het helder toelichten van besluiten en inwoners hierover informeren, vormt een vertrekpunt voor ons handelen. Medewerkers worden hierop structureel getraind en gecoacht.
Via de uitvoeringsagenda ontwikkelen we met onze (maatschappelijke-) partners een sociale kaart. De sociale kaart maakt het (preventieve) aanbod op meerdere leefgebieden, op een laagdrempelige en toegankelijke manier, inzichtelijk. Inwoners, vrijwilligers en professionals met vragen over ondersteuning, hulp of zorg worden doorverwezen naar de juiste organisatie. Het gebruik van klare en begrijpelijk taal heeft blijvende aandacht. Vanuit het POK-plan12 zijn al stappen gezet om de schriftelijke communicatie voor alle inwoners – met specifieke aandacht voor inwoners met laaggeletterdheid – te verbeteren. Alle geschreven documenten (waaronder brieven en beschikkingen) en ook de digitale en fysieke informatie worden aangepast en op taalniveau A2/1F gebracht. We hebben blijvend aandacht voor de digitale dienstverlening aan onze inwoners. Het gebruik van een digitaal inwonersportaal is nu nog beperkt tot bijstandsverlening en minimabeleid en bevindt zich nog op een basisniveau. Stap voor stap wordt dit doorontwikkeld en verder geautomatiseerd. Ook voor de andere dienstverlening in het sociaal domein is een digitaal portaal ook noodzakelijk. De doorontwikkeling van het digitaal inwonersportaal is onderdeel van de nog te ontwikkelen visie op de dienstverlening. Dit proces start in 2024.
11
liëntondersteuning is gratis en onafhankelijk van gemeenten en andere organisaties C Cliëntondersteuners helpen de weg te vinden in de regels en organisaties. Daarnaast bieden ze een luisterend oor. Cliëntondersteuners hebben kennis van de (lokale) zorg en hulp.
12
arlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag over de P kinderopvangtoeslagenaffaire
45
8.6 Uitvoering lokaal, tenzij De kracht van het sociaal domein in de gemeente Pijnacker-Nootdorp zit in de actie en interactie in het lokale veld, waar we met onze partners dicht bij de inwoners veel voor elkaar krijgen. Lokale inzet is dan ook het uitgangspunt voor ons handelen in het sociaal domein. Maatschappelijke partners werken per definitie lokaal en dichtbij de inwoner.
Leidende principes (regionale) samenwerking Ons denken en handelen wordt geleid door de volgende principes: ▪
Hetgeen we willen en/of doen, moet praktisch en uitvoerbaar zijn;
▪
We zijn gericht op versterking van de lokale context;
Lokale inzet is dan ook het uitgangspunt voor de professionals die gespecialiseerde ondersteuning leveren. Tenzij het voor de betaalbaarheid, het waarborgen van de kwaliteit, continuïteit van voorzieningen en/of bij het werken aan complex (lokaal overstijgende) maatschappelijke vraagstukken, een grotere schaal nodig is. Dan zoeken we de samenwerking op met omliggende gemeenten en zorgorganisaties.
▪ We houden het makkelijk waar het makkelijk kan (simpele infrastructuur);
Gezamenlijk houden we (regionale) voorzieningen voor inwoners van Pijnacker-Nootdorp optimaal bereikbaar, vindbaar en toegankelijk. Dit is een complex speelveld met veel dynamiek en verschillende belangen. De verschillende landelijke zorgakkoorden zoals het IZA en GALA maken dit speelveld nog groter en complexer. In bijlage 3 treft u een afbeelding aan van de overleggen waarin bestuurders, managers en beleidsadviseurs participeren op regionaal niveau vanuit verschillende wettelijke kaders binnen het sociaal domein. Deze afbeelding brengt de omvang en de complexiteit van het speelveld in beeld.
▪
▪
We maken complexe vraagstukken eenvoudiger en effectief;
▪ We hanteren een nuchtere en simpele werkwijze, normaal en vanuit eigen kracht; We zijn gericht op efficiency-voordeel.
Visie en sturing op de samenwerking in (regionale) netwerken wordt steeds belangrijker. De beïnvloeding (gedragsverandering) van de zorgsector wordt hierbij als grote uitdaging gezien. Via de uitvoeringsagenda wordt een (regionale) netwerkstrategie sociaal domein uitgewerkt.
46
9. Financiële beheersbaarheid, monitoren en cijfermatig inzicht In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële beheersbaarheid, monitoring en sturing.
9.1 Financiële beheersbaarheid Net als de meeste gemeenten in Nederland heeft ook de gemeente PijnackerNootdorp te maken met een groeiend gebruik van jeugdhulp en Wmo voorzieningen en daardoor groeiende uitgaven. De financiën - en daarmee de toekomstbestendigheid van het sociale domein - staan onder druk. We moeten daarom met minder middelen een andere manier van denken, doen en organiseren bewerkstelligen en tegelijkertijd inwoners de ondersteuning blijven bieden die nodig is. Als gevolg van de nieuwe kostenstijging in 2023 is - in navolging op het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ – een nieuwe opgave ‘financiële beheersbaarheid en innovatie in het sociaal domein’ geformuleerd. Doel van deze opgave is het dempen en waar mogelijk terugdringen van de uitgaven binnen het sociaal domein. De visie op het sociaal domein haakt met het verrijken van de sociale basis, de inzet op preventie en meer integraliteit aan bij de opgave financiële beheersbaarheid en innovatie sociaal domein. De beweging naar de voorkant moet op termijn leiden tot een afnemende vraag voor maatwerkondersteuning. Zwaardere en duurdere vormen van (geïndiceerde) zorg zijn niet of pas in een later stadium nodig. Dit zou de kosten op termijn moeten drukken.
Binnen de projectstructuur kostenbeheersing en innovatie sociaal domein worden concrete nieuwe en aanvullende kostenbeheersingsmaatregelen ontwikkeld, die passen binnen de genoemde doelen en acties van deze visie en uitgewerkt in een nieuw interventieplan. Dit wordt in de loop van 2024 aan de gemeenteraad voorgelegd.
De knoppen waar we aan willen draaien zijn: 1. Meer grip op de toegang voor jeugdhulp door meer zelf te doen en het creëren van (kosten)-bewustwording van verwijzers bij hun verwijsgedrag 2. Het stellen van normen 3. Meer sturen op zakelijke samenwerking met aanbieders (zoals tijdig afschalen van zorg) 4. Minder individueel maatwerk door inzet van basisvoorzieningen en collectief aanbod 5. Inwoners meer aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid (normaliseren) 6. Optimaliseren van de bedrijfsvoering
47
9.2 Monitoren Met de visie op het sociaal domein stuurt de gemeenteraad, vanuit haar kaderstellende rol, op de gewenste toekomstrichting voor het sociaal domein. Samen gaan we aan de slag met het realiseren van de ambities. Dit doen we via de uitvoeringsagenda (zie hiervoor hoofdstuk 11). Daar staat tegenover dat de wereld snel verandert. Mede daarom biedt de visie ruimte flexibel om te gaan met nieuwe ontwikkelingen en deze toe te passen op de veranderde situatie. Desondanks kunnen er ook redenen zijn de visie op het sociaal domein aan te passen. Tegen die achtergrond zullen we na de vaststelling van de visie een voorstel doen over de wijze waarop we de (uitvoering van de) visie op het sociaal domein gaan monitoren. Hierin beschrijven we ook de samenwerking tussen college en raad en de rollen. De behoefte aan informatievoorziening vanuit de gemeenteraad wordt bij de nog te ontwikkelen monitor meegenomen.
9.3 Data en cijfermatig inzicht: een ontwikkelopdracht voor de komende jaren Goede data en cijfermatig inzicht zijn randvoorwaarden om vorm en inhoud te geven aan de ambities uit deze visie en deze te kunnen monitoren. Zowel door de gemeenteraad, vanuit haar controlerende rol, als door het college, ons management en partnerorganisaties.
Het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ heeft ons op het vlak van data en cijfermatig inzicht veel geleerd: de combinatie van data-analyse, het duiden van de informatie en het bepalen van de kwalitatieve toevoeging heeft ons inzicht in de ondersteuning in het Sociaal domein verrijkt. Onze ambitie is om op het gebied van data en cijfermatig inzicht een doorontwikkelstap te maken, zodat beslissingen over de inzet van middelen en capaciteit op basis van de juiste feiten worden genomen. Data én duiding van data maken immers trends en ontwikkelingen zichtbaar en vertellen of we het goede doen voor inwoners, buurten, wijken. Vanuit een gezamenlijke informatiepositie kan met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en aanbieders worden gewerkt aan de aan verdere transformatie van het sociaal domein. Het vertrekpunt voor dataontwikkeling en monitoring is ‘werkprocessen te organiseren rond klantvragen. De inwoner en/of huishouden in zijn context staat hierbij centraal’. Het versterken van integrale samenwerking past bij deze opdracht. Er is al veel data beschikbaar. Tegelijkertijd is dit complex, omdat deze data liggen opgeslagen in tal van applicaties en bronsystemen, zowel binnen onze organisatie als bij organisaties buiten de gemeente. Het gaat daarom niet zozeer om het genereren van meer data, maar het gerichter ontsluiten van data.
Ook regionaal ligt er een ambitie data-uitwisseling, datagebruik en de gezamenlijke informatiepositie naar een hoger niveau te tillen. Het gebruik van data en cijfermatig inzicht -zoals het aantal trajecten, de duur en intensiteit, doorlooptijden, de verwijzers, en de financiële afrekening-, is onmisbaar voor een efficiënte bedrijfsvoering om te kunnen sturen en grip te krijgen op de kosten in het sociaal domein.
48
10. Doelen Dit hoofdstuk beschrijft de doelen. Wat willen we bereiken met de visie op het sociaal domein:
Doel(en) 1. Inwoners participeren in sociale relaties en voelen zich verbonden met anderen. 2. Inwoners ontvangen steun van hun informele netwerk. 3. Inwoners voelen zich onderdeel van de gemeenschap en nemen deel aan de samenleving. 4. Inwoners hebben toegang tot sport, cultuur en brede maatschappelijke voorzieningen. 5. We helpen krachtige zelfredzame wijken creëren met inwoners die maatschappelijke betrokkenheid en eigen initiatief tonen, waardoor het fijn en veilig wonen is. 6. We ontwikkelen, ondersteunen en faciliteren van krachtige maatschappelijke netwerken waar inwoners een beroep op kunnen doen. 7. We bevorderen verbinding en coördinatie van activiteiten in een bepaald gebied (buurt, wijk of kern) om effectiviteit en efficiency zo groot mogelijk te maken (en sluiten hiermee ook aan op de doelen uit de woonzorgvisie). 8. Inwoners kiezen voor een gezonde leefstijl en ervaren hun leefstijl en gezondheid als positief. 9. We stimuleren activiteiten en initiatieven die het verkleinen van de gezondheidsverschillen tussen groepen inwoners bevorderen.
10. We werken aan een leefomgeving die uitnodigt tot een gezonde en actieve leefstijl. 11. We stimuleren meer inwoners vrijwilligerswerk te doen. 12. Vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties voelen zich gewaardeerd en op een adequate wijze ondersteund. 13. Mantelzorgers voelen zich gewaardeerd en op adequate wijze ondersteund. 14. We vergroten van het aantal inwoners dat economisch zelfstandig is door middel van (betaald) werk. 15. We vergroten het zicht op armoede. 16. We helpen inwoners met problemen met rondkomen en/of schulden te voorkomen en te signaleren. 17. We werken aan een doorlopende ontwikkellijn om kansengelijkheid te bevorderen en onderwijsachterstanden te verkleinen. 18. We stimuleren gelijke kansen door het terugdringen van gezondheidsachterstanden, het stimuleren van integratie en gerichte inzet van het minimabeleid. 19. We verkleinen het aantal inwoners dat moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen en/of beperkte digitale vaardigheden. 20. We beheersen de kosten(ontwikkeling) in het sociaal domein.
49
11. Uitvoeringsagenda De implementatie van de nieuwe visie kost tijd en vraagt energie en aandacht van medewerkers, het management, maatschappelijke partners en aanbieders. Dit is niet zomaar van de ene op de andere dag gerealiseerd. Dit vraagt om het aanbrengen van focus (wat doen we wel, en niet?), een realistische planning en prioritering. De uitwerking van de visie tot concrete beleidsplannen, inclusief financiële afspraken en kaders gebeurt op basis van een meerjarige uitvoeringsagenda. In bijlage 4 treft u de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen aan. Nadat bij de Kadernota 2025 besluitvorming heeft plaatsgevonden over maatregelen en interventies om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting13, en hierbij de (financiële) opgave voor het sociaal domein is bepaald, concretiseren we de uitvoeringsagenda door het maken we een meerjarige planning op basis van prioriteiten en de uitvoerbaarheid van beleid.
De uitvoeringsagenda Met de uitvoeringsagenda: 1. Agenderen we de acties, projecten en beleidsproducten (denk hierbij aan beleidsplannen, verordeningen, beleidsregels, contracten en subsidieafspraken); 2. Maken we een meerjarige planning op basis van prioriteiten; 3. Zorgen we voor richting en brengen we samenhang aan in de uitwerking. In de uitvoeringsagenda is aandacht voor de uitvoerbaarheid van beleid (waaronder de beschikbaarheid van financiën en de inzet van personeel) en de menselijke maat daarin.
Bij het opstellen en de uitwerking van de uitvoeringsagenda wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met het fysieke domein, veiligheid en economie.
13
ls gevolg van de normeringssystematiek van het Rijk v.a. 2026 (het zogenaamde ravijnjaar), A de oplopende kosten in het sociaal domein, onzekerheden in het ruimtelijk domein en aanvullende ombuiging vanuit het Rijk is de projectopdracht ‘Toekomstbestendige gemeentefinanciën’ geformuleerd om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting.
50
Bijlage 1: Leidende principes normaliseren en de-medicaliseren De leidende principes van normaliseren en de-medicaliseren 1. Ouders zijn de eerste verantwoordelijke en het best in staat om een gezonde ontwikkeling bij hun kinderen te stimuleren. Kwetsbare kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, zullen wij passende ondersteuning bieden. 2. We werken aan het vergroten van zelfvertrouwen en weerbaarheid van ouders, kinderen en jongeren. We erkennen de veerkracht en eigen kracht. 3. Niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid hoeft een probleem te zijn of te worden voorzien van een label. We willen minder stigmatiseren en labelen. 4. We werken aan acceptatie van vallen en opstaan in opvoeden en opgroeien. Niet elk ervaren probleem vraagt om formele hulp of ondersteuning (verandering van de mindset/ verandering van de ‘norm’).
5. We streven naar samenredzaamheid. Inwoners helpen en ondersteunen elkaar. 6. We sturen op resultaat met het principe ‘goed is goed genoeg’. 7. Versterken van de top tien beschermende factoren van het NJI voor positieve ontwikkeling van kinderen en jongeren. 8. We zetten in op preventie. We maken graag gebruik van de vele vrijwilligers en initiatieven in het voorliggend veld. We zorgen voor een toegankelijk en passend aanbod. 9. We gaan uit van talent en mogelijkheden i.p.v. onmogelijkheden. 10. Normaliseren is een werkwoord. We doen het samen, samenwerking met partners is essentieel. Ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.
51
Bijlage 2: Uitgangspunten Big5 BIG5 We laten jou niet los, totdat de basis voor zelfstandigheid op orde is, de Big5 van JONG doet mee:
1 Support:
2 Wonen:
3 School & werk:
4 Inkomen:
5 Welzijn:
Je hebt tenminste één volwasene die er altijd voor je is en je hebt steunende familie, vrienden of kennissen waar je op kan rekenen.
Je hebt een passende, betaalbare woonplek alleen of met anderen, waar je voor langere tijd kan blijven.
Je gaat naar school, studeert of werkt en je maakt plannen voor wat je later wilt doen of worden.
Je bent goed voorbereid op financiële zelfstandigheid en het voorkomen of oplossen van schulden. En als je het (nog) niet zelf kan, is er iemand die dit samen met je kan doen. Je hebt een stabiel inkomen dat voldoende is voor nu en de nabije toekomst.
Het gaat mentaal en lichamelijk goed genoeg met je en je hebt het gevoel dat je de toekomst aan kan. Je herkent bij jezelf wanneer het niet of minder goed met je gaat en je weet waar en bij wie je dan kan aankloppen voor hulp.
52
Bijlage 3: Netwerkpartners in de regionale samenwerking GGD H10 RPT KDV - Toezicht WmO - Kwaliteit - Rechtmatigheid - Handhaving
WMO
Bila met zorgverzekeraar, zorgkantoor - DSW
Inkoop hulp bij huishouden PiNo & Lansingerland
Bibliotheek (LL, PN), taalhuis
Veilig thuis
AAC veiligheid (comissie)
AAC GGD (comissie)
Doelgroepen vervoer (H10, MRDH)
Beleidsoverleg JGZ (relatieonderwijs)
Beleidsoverleg HG & KM
DDWO: AHG & MK
Accountteam inkoop
BO JGZ
H4/H6 Inkoop, geen beleid Inkoop Begeleiding (links SROI)
BO bibliotheek BO(H4)/DWO BO ZHC
Sub-regio A en B Arbeidsmarktregio ZHC ZM, LL, PN, LV, VS, WS, UWV, SW-bedrijf DSW
Werkgever Servicepunt (WSP)
Hoofden overleg ZHC
Overleg vergunninghouders Regionaal beleidsoverleg volwassen-educatie
BO MRDH Vervoerscommissie
Ketenoverleg (directieniveau)
Bestuurlijke regiegroep van inkoop
BO Onderwijs (schoolbesturen en wethouders)
Stuurgroep DO
BO SOB/platform SOB (LL-PN)
Werkse (inkooprelatie) Inkoop SHV ZT
Schuldhulpverlening netwerkoverleg
Werkgroep wachtlijst
Hoofdenoverleg Projecten Cluster4 Lokaal
Volwasseneducatie
Ketenoverleg inkoop Programmateam Jeugd (PJT)
Werkgroep VSO Werkgroep ziekte verzuim/thuiszitter
Werkgroep Jeugdhulp in gezinsvorm Beleidsoverleg Verwijsindex
Crisis casusoverleg
Regionale Verwijsindex (Jeugd) Haaglanden
Crisis, alleen niet casusoverleg
FIA: BVO, Kernteam info., Uitvoeringsoverleg, Applicatiebeheer
Marktdialogen aanbieders Inkoop 2020-2024
Teamleiders overleg
BO H10 Jeugd
Beleidsgroep passend onderwijs
Onderwijs
Werkgroepen Beter samenspel en GI
Directieoverleg
GR (AB/DB) GGD Directieoverleg
Participatie
Preventie echtscheiding
Accountteam (GGZ) Hoofdenoverleg H6
OGGZ-verplichte GGZ: Maatschappelijke opvang/DWO+BW
Inkoop jeugdhulp (regulier) H10 & innovatie)
Preventief Jeugdbeleid alg.
JGZ
I&I (implementatie en inkoop)
Beleidsoverleg: ROB (RMC, VSV regio H9 Werkgroep Verzuim en ambtsinstructie
Onderwijs ISK: 3 keer per jaar Kwetsbare jongeren 4 keer per jaar
53
Bijlage 4: Uitvoeringsagenda Uitvoeringsagenda op hoofdlijnen Deze uitvoeringsagenda op hoofdlijnen bevat deelactiviteiten binnen de opgaven die we in de komende jaren willen voorbereiden of die thans in voorbereiding zijn. Na besluitvorming bij de Kadernota 2025 over maatregelen en interventies om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting stellen we de uitvoeringsagenda op, op basis van de beschikbare middelen, tijd en capaciteit. Dit doen we in samenhang met een nieuw interventieplan. De definitieve uitvoeringsagenda wordt verder geconcretiseerd door het maken we een meerjarige planning op basis van prioriteiten en de uitvoerbaarheid van beleid.
54
1.
Opgave
Onderwerpen
Omschrijving
Benodigd budget
Versterken sociale basis
Uitvoeringsprogramma versterken sociale basis
Samen met partners stellen wij een specifiek uitvoeringsprogramma op voor het versterken van de sociale basis. Met dit uitvoeringsprogramma maken we activiteiten concreet die nodig zijn om de sociale basis te stimuleren en te versterken, inclusief concrete behoeften voor ontmoeten. De doelen en activiteiten kennen een praktische insteek door zoveel als mogelijk aan te sluiten bij bestaande structuren en netwerken. Op deze manier zetten we bestaande middelen (capaciteit en geld) zo efficiënt mogelijk in. Hier wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht tussen het sociaal domein, het fysieke domein, veiligheid en economie.
Incidenteel 2025: € 115.000 projectleider + vervangende capaciteit SD
Doorontwikkelen beleidskader wijken die werken
Wijkgericht werken is tot op heden vooral uitvoerend opgepakt, met wijkmanagers in de wijken als ogen en oren van de gemeentelijke organisatie en als verbinder in de wijk en daarbuiten. De wens bestaat een meer wijk-opgavegerichte aanpak te ontwikkelen die zorgt dat we behoeften, wensen, doelen en prioriteiten op alle niveaus (uitvoerend, tactisch en strategisch) bij elkaar kunnen brengen. Belangrijke pijlers hierbij zijn sociaal domein, fysiek domein, economie en veiligheid. De integrale wijk-opgavegerichte aanpak krijgt vorm in een geactualiseerd beleidskader wijken die werken.
Herijken subsidiebeleidskader
De aanscherping in de nieuwe visie op het sociaal domein is te vinden in het feit dat we nog meer de beweging willen maken naar het voorliggende veld, de vrij toegankelijke voorzieningen, en de aandacht voor de sociale basis en kracht van wijken. Deze beweging benadrukt het belang van een overzichtelijk subsidiebeleidskader en een heldere subsidieregeling voor subsidie aan maatschappelijke partijen. De verschillende maatschappelijke partners spelen namelijk een zeer belangrijke rol als het gaat om het vinden, binden en verbinden van onze inwoners en in het bereiken van de doelstellingen in de visie op het sociaal domein.
Opstellen inclusie agenda
Samen met (ervarings-)deskundigen en partners stellen we een lokale inclusieagenda op. De doelen en acties kennen een praktische insteek door zoveel als mogelijk aan te sluiten bij activiteiten die al worden uitgevoerd of in planning zijn van uitvoering. Op deze manier zetten we bestaande middelen (capaciteit en geld) zo efficiënt mogelijk in. Hier ligt een belangrijke relatie met het fysieke domein.
55
2.
3.
Opgave
Onderwerpen
Omschrijving
Budget
Preventie
Uitvoeringsplan Brede SPUK
Om uitvoering te geven aan de zorgakkoorden IZA en het GALA wordt jaarlijks een uitvoeringsplan vastgesteld. SPUK betekent een specifieke uitkering. De Brede SPUK stelt de gemeente in staat om verbindingen te leggen tussen de verschillende domeinen en te bouwen aan een gerichte lokale aanpak op het gebied van positieve gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.
-
Preventiebeleid
De komende periode werken we verder aan de opgaven uit het Lokaal Gezondheidsbeleid, Lokaal Preventie akkoord, het Lokaal Sportakkoord en preventief jeugdbeleid en kijken waar we onze inzet kunnen uitbreiden. Wat al goed gaat, wordt voortgezet en wat er beter kan wordt integraal opgepakt, in samenwerking met partners en inwoners. Een eerste stap is het herijken van lokaal gezondheidsbeleid in 2024.
Opgave
Onderwerpen
Omschrijving
Budget
Integraal samenwerken
Implementatie Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein
Naar verwachting wordt vanaf 1 juli 2024 de wet aanpak meervoudige problematiek (Wams) ingevoerd. Deze wet regelt dat gemeenten de wettelijke mogelijkheid krijgen om tot een gecoördineerde aanpak te komen voor inwoners of gezinnen met problemen op meerdere leefgebieden en hiervoor makkelijker gegevens kunnen uitwisselen. Zo kan de hulp en ondersteuning goed op elkaar worden afgestemd. De Wams helpt ons het integraal werken, zowel in onze interne organisatie als de samenwerking met onze partners, verder te versterken.
Incidenteel in 2025: € 45.000 voor onderzoek ontwikkelen sociale kaart.
Ontwikkelen sociale kaart
Een sociale kaart maakt het (preventieve) aanbod op meerdere leefgebieden op een laagdrempelige en toegankelijke manier, inzichtelijk. Inwoners, vrijwilligers en professionals met vragen over zorg, hulp en ondersteuning worden doorverwezen naar de juiste organisatie. Samen met ervaringsdeskundigen en (maatschappelijke) partners doen we onderzoek naar de vorm, kosten en randvoorwaarden voor het ontwikkelen van een sociale kaart.
We voorzien structureel benodigd budget voor onderhoud van de sociale kaart bij besluitvorming. De implementatie van de WAMS (nieuwe taak) wordt opgepakt binnen beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de wet.
56
4.
5.
Opgave
Onderwerpen
Omschrijving
Budget
Kostenbeheersing en innovatie in het sociaal domein
Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein
In navolging op het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ 20202022 worden binnen de bestaande projectstructuur lokale en regionale kostenbeheersingsmaatregelen ontwikkeld, die passen binnen de genoemde doelen en acties van deze visie en uitgewerkt in een nieuw interventieplan. Ook de preventieve en collectieve inzet op scholen en kindervang uit de LEA wordt hierbij betrokken.
Over benodigd budget wordt geadviseerd bij besluitvorming over het nieuwe interventieplan.
Intensiveren en verbreden beleid normaliseren
Samen met inwoners, ervaringsdeskundigen, maatschappelijke partners en huisartsen ontwikkelen we leidende normaliserende principes bij ondersteuning aan ouderen. Een eerste stap hiervoor is reeds gezet met de pilot welzijnsondersteuner ouderen. Dit onderwerp is tevens een maatregel in het nieuwe interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein
Herijken regionale netwerkstrategie
De in 2019 opgestelde regionale netwerkstrategie wordt herijkt. Dit zal een intern proces zijn, waarbij collega’s van maatschappelijk beleid en van de afdeling sociaal domein worden betrokken. Het resultaat is een nieuwe regionale netwerkstrategie, die houvast geeft aan zowel bestuurlijk als ambtelijk handelen in de regio.
Opgave
Onderwerpen
Omschrijving
Budget
Datagedreven werken
Onderzoek verbetering informatievoorziening aan de raad
Na de vaststelling van de visie doen we een (proces)voorstel over de wijze waarop we de (uitvoering van de) visie op het sociaal domein gaan monitoren. Hierin beschrijven we ook de samenwerking tussen college en raad en de rollen. De behoefte aan (verbetering van) de informatievoorziening vanuit de gemeenteraad wordt bij de nog te ontwikkelen monitor meegenomen. Hierin wordt samen met de raad opgetrokken.
Incidenteel 2025: € 96.500
Doorontwikkelen datagericht sociaal domein
Het ontsluiten, beschikbaar maken en leren gebruiken van informatie in het sociaal domein is essentieel bij het maken van keuzen, bij verantwoording en om te leren. Het is een voorwaarde om verder stappen te kunnen maken naar integrale ondersteuning van huishoudens, kostenbeheersing, verbetering van kwaliteit en gebiedsgerichte inzet. Hiervoor wordt een ontwikkelplan uitgewerkt.
57
bezoek Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker post telefoon
Postbus 1, 2640 AA Pinacker 14 015
info@pijnacker-nootdorp.nl
internet
www. pijnacker-nootdorp.nl
58