bijlage 1 Visie sociaal domein 2024
Tekst van het document
Visie op een veerkrachtig sociaal domein ‘Samen gereed voor de toekomst’
Samenvatting
Nieuwe Visie Sociaal Domein
Wat willen we zijn? • Proactief: waarbij we erop af gaan als we zien of signalen ontvangen dat er onder het oppervlak wat (meer) aan de hand is; • Integraal: waarbij we in de samenwerking effectief te werk gaan om de inwoner snel de beste combinatie van ondersteuning en hulp te bieden.
Wat is het sociaal domein? Het sociaal domein is alles wat we doen om inwoners met een hulp- of zorgvraag te ondersteunen. Bijvoorbeeld hulp bij opgroeien, hulpmiddelen thuis, dagbesteding, schulden & inkomen, re-integratie, inburgering en het brede welzijnswerk. Het sociaal domein is sterk verbonden met het onderwijs, sport & cultuur, economie, ruimtelijke ontwikkeling en openbare orde & veiligheid. Daarom werken meerdere organisaties en afdelingen samen aan sociale- en maatschappelijke opgaven.
Hoe stimuleren we een sterke sociale basis? • Ontmoeting faciliteren • Wijken en buurten versterken; samenwerking en (buurt)initiatieven stimuleren • Ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers (werving, behoud en ontwikkeling)
Waar willen we naartoe? Samen gaan we voor een veerkrachtige samenleving, waarin iedereen kan meedoen, gelijke kansen krijgt en in staat is om te gaan met de uitdagingen van het leven. Individueel, maar vooral ook als samenleving met elkaar: inwoners, de gemeente, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en het bedrijfsleven. Onze samenleving is gebouwd op een sterke sociale basis: inwoners zijn verbonden door families, vriendenkringen, verenigingen, netwerken, wijken en andere verbanden. Als door de uitdagingen van het leven de veerkracht onder druk staat, bieden we vanuit het sociaal domein passende ondersteuning.
Waarom doen we dit nu?
Daarbij is voorkomen beter dan genezen. We zetten in op preventie en vroegsignalering. Vroegtijdig inzetten van lichtere zorg en ondersteuning voorkomt dat zwaardere en duurdere zorg (direct) nodig is.
• Toenemende bestaansonzekerheid en kansenongelijkheid
• Vergrijzing leidt tot toenemende vraag naar ondersteuning • Beheersbaarheid uitgaven Sociaal Domein • Gemeenten krijgen meer taken. Samenwerking in netwerken wordt nog belangrijker • Capaciteitsproblemen door personeelstekorten bij gemeente en zorgaanbieders • Rol van overheid als ‘probleemoplosser’ is veranderd • Sociaaleconomische verschillen worden groter
2
Samenvatting
Kernwaarden
Speerpunten
Meedoen
Ontwikkelen
Iedereen kan meedoen op een manier die betekenis geeft voor hem/haar
Blijven ontwikkelen om te kunnen omgaan met de uitdagingen van het leven
Ondersteuning
Toekomstbestendig
Het bieden van ondersteuning wanneer de uitdagingen meer van je vragen dan je aankunt
Verantwoordelijkheid voor een toekomstbestendig sociaal domein
Versterken van de eigen kracht en veerkracht van inwoners
Verminderen van de bestaansonzekerheid
Inzetten op een gezonde leefstijl (positieve gezondheid)
Het stimuleren van gelijke kansen
We zijn een inclusieve gemeenschap
Betaalbaar houden van het sociaal domein
3
7. Samenhangende opgaven
Inhoud Voorwoord
5
1. Inleiding
6
2. Wat is het sociaal domein?
9
2.1 Wat is het sociaal domein?
9
2.2 De rol van de gemeente?
11
3. Waar staan we nu?
12
4. Welke ontwikkelingen en opgaven zien we?
15
33
7.1 Verminderen van de bestaansonzekerheid
35
7.2 Positieve Gezondheid
35
7.3 Het stimuleren van gelijke kansen
37
7.4 Het stimuleren van een inclusieve gemeenschap
38
8. Professionele en doelmatige ondersteuning
39
8.1 De eigen kracht en het eigen netwerk vormen de basis
40
8.2 We werken integraal samen
41
8.3 We werken normaliserend
43
8.4 De gemeente stuurt op resultaat
44
8.5 Vindbare, begrijpelijke en toegankelijke dienstverlening
45
8.6 Uitvoering lokaal, tenzij
46
9. Financiële beheersbaarheid, monitoren en cijfermatig inzicht 47
4.1 Demografische ontwikkeling
15
9.1 Financiële beheersbaarheid
47
4.2 Kostenontwikkeling in het sociaal domein
17
9.2 Monitoren
48
4.3 Meer taken voor gemeenten
18
48
4.4 Veranderende samenleving
20
9.3 Data en cijfermatig inzicht: een ontwikkelopdracht voor de komende jaren
22
10. Doelen
49
5.1 Het grotere plaatje
22
11. Uitvoeringsagenda
50
5.2 De beweging naar de voorkant: terug naar de sociale basis
23
5.3 De sociale basis en het belang van ontmoeten
26
5.4 De sociale basis en de kracht van wijken
28
5.5 De sociale basis en de bijzondere positie van mantelzorgers en vrijwilligers
29
5. Wat is onze visie: waar willen we naartoe?
6. Wat zijn onze kernwaarden?
31
Bijlage 1: Leidende principes normaliseren en de-medicaliseren 51 Bijlage 2: Uitgangspunten Big5
52
Bijlage 3: Netwerkpartners in de regionale samenwerking
53
Bijlage 4: Uitvoeringsagenda
54 4
Voorwoord Met genoegen presenteren we onze nieuwe visie op het sociaal domein. Deze visie is in opdracht van de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp opgesteld en is tot stand gekomen met inbreng van inwoners, vrijwilligers, maatschappelijke partners, (zorg)aanbieders, regionale samenwerkingspartners en de professionele medewerkers van onze gemeentelijke organisatie. Door middel van een enquête, interviews, bijeenkomsten en een conferentie hebben wij waardevolle inbreng opgehaald. Deze inbreng is leidend geweest bij het opstellen van deze visie. Wij danken eenieder voor zijn of haar inzet en bijdrage. Het resultaat mag er zijn! Met deze visie willen we nog meer in samenhang antwoord geven op actuele én toekomstige maatschappelijke vraagstukken en opgaven. Hiermee doen wat we nodig is voor inwoners én de publieke waarde. Gezamenlijk werken we aan het bevorderen van gezondheid, het verminderen van bestaansonzekerheid, aan sterke verbindingen in de samenleving en aan een goede start voor alle kinderen. Dat vormt een belangrijke preventieve basis om onze doelen te realiseren en -naar de toekomst toe- onze doelen bereikbaar te houden. Niet elke hulpvraag is een zorgvraag en niet iedereen kan aan een algemene norm voldoen. Wij erkennen de veelzijdigheid van onze inwoners en laten mensen ook in hun eigen waarde. Maar we beseffen ook dat we realistisch moeten zijn.
Enige terughoudendheid is daarom op zijn plek. Onze invloed is namelijk in sommige situaties beperkt. Er kunnen immers tal van redenen zijn waarom inwoners niet kunnen meedoen en participeren aan de samenleving. Bovendien weet niemand hoe de toekomst eruitziet. Dit vraagt daarom een realistische blik naar onze inwoners en onze ambities. Deze visie bepaalt onze koers en vormt de kapstok voor beleid. Het is ons kompas: richtinggevend voor ons handelen in het sociaal domein. Met de visie beschrijven we het wensbeeld, de nieuwe stip aan de horizon. De komende periode werken we de visie stap voor stap uit tot concrete
beleidsplannen, inclusief financiële afspraken en kaders. Dit gebeurt op basis van een meerjarige uitvoeringsagenda. Ook daarin moeten we opnieuw realistisch zijn. De financiële situatie van onze gemeente is veranderd en het is duidelijk dat het sociaal domein aanloopt tegen financiële grenzen. Ook kost de implementatie van deze visie tijd en vraagt het energie en aandacht van medewerkers, het management, maatschappelijke partners en aanbieders. Dit is niet zomaar van de ene op de andere dag gerealiseerd. Zeker niet in de huidige tijd waarin de vraag van inwoners groeit, hoge eisen worden gesteld aan de dienstverlening, sprake is van een krappe arbeidsmarkt en de rijksoverheid onze gemeente steeds vaker weet te vinden voor ad hoc vragen. Dat vraagt om nieuwe, creatieve oplossingen, die we samen met inwoners en partners formuleren en uitwerken. Namens het college van B&W Pijnacker-Nootdorp,
Marieke van Bijnen, Wethouder van het Sociaal domein (Jeugd, welzijn, inburgering, werk en inkomen)
Hanneke van de Gevel, Wethouder van het Sociaal domein (Wmo en Beschermd wonen)
5
1. Inleiding In 2015 hebben gemeenten in Nederland, door overheveling van taken vanuit de rijksoverheid, een grote(re) verantwoordelijkheid gekregen op het gebied van ondersteuning en hulp voor inwoners in een kwetsbare positie, van jong tot oud. Het ging om een grote stelselwijziging: de decentralisaties binnen het sociaal domein. Door meer taken op het gebied van werken, meedoen, welzijn, opgroeien en opvoeden bij de gemeente neer te leggen, kunnen inwoners in een vroeger stadium, beter en dichter bij huis geholpen worden. Dit noemen we de transitie van het sociaal domein. Nadat de eerste stof van de transitie was neergedaald, kwam de fase van transformatie: een langdurig en complex veranderproces dat vraagt om een cultuuromslag in het organiseren, denken én handelen van de overheid, professionals en burgers. Met aandacht en door middel van innovaties is vormgegeven aan de transformatie van het sociaal domein in PijnackerNootdorp: we hebben de toegang tot de gemeentelijke ondersteuning in huis en integraal georganiseerd binnen één afdeling sociaal domein. Hierdoor werken medewerkers in het sociaal domein in elkaars nabijheid. Door inzet van praktijkondersteuners bij huisartsen en (voorschools-)maatschappelijke werkers, bieden we binnen de toegang zelf ook ondersteuning.
Daarnaast is in samenwerking met onze (maatschappelijke) partners, op het gebied van schulden(preventie), opgroei- en opvoedproblematiek, dementie en mantelzorgondersteuning, ingezet op de beweging van curatief naar preventief1. Vanuit de gedachten: voorkomen is beter dan genezen en afremmen van achteruitgang.
Curatief betekent het oplossen en genezen van een ziekte. Preventief gaat over het voorkomen van een ziekte. 1
6
Om meer grip te krijgen op de oplopende kostenontwikkeling in het sociaal domein, heeft de gemeenteraad in 2020 het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ vastgesteld. Dit is een belangrijk document gebleken, waarmee een scherpe focus is gelegd op normaliseren, preventie, integraal samenwerken en innoveren. Hierdoor is het gelukt de kwaliteit van onze dienstverlening te verhogen en de stijgende kostenontwikkeling in het sociaal domein in de jaren 2021 en 2022 af te vlakken. Voor jeugdhulp is in 2022 zelfs een substantiële daling gerealiseerd. In 2023 zien we echter opnieuw een kostenstijging ontstaan. Als belangrijkste oorzaken hiervoor zien we: de sterk stijgende kosten voor zorg en ondersteuning door vergrijzing, een toename van complexe hulp- en/of ondersteuningsvragen, de verzwaring van zorgtrajecten en de groei van de groep inwoners die hulp vraagt. We hebben met deze ontwikkelingen en inzet een sterke basis gelegd voor het sociaal domein in Pijnacker-Nootdorp. Deze sterke basis is het vertrekpunt voor onze beleidsontwikkelingen en investeringen in het sociaal domein. Wel is de context, waarbinnen we ons werk uitvoeren, veranderd. We staan aan de vooravond van een sterke vergrijzing in onze gemeente. De vraag naar hulp en ondersteuning in het sociaal domein zet nog altijd door.
Ook is, mede door de corona- en energiecrisis, duidelijk geworden dat er grote verschillen bestaan in de samenleving en dat deze verschillen toenemen. Het gaat hierbij niet alleen om sociaaleconomische ongelijkheid, maar ook om een toenemende kansenongelijkheid, zeker ook wat betreft algemene gezondheid, levensverwachting en gezonde levensjaren. Ook is de kijk naar de rol van de overheid bij het oplossen van problemen veranderd. Sommige inwoners leggen de lat hoog voor zichzelf, voor de maatschappelijke partners én onze organisatie. Tegelijkertijd staat de betaalbaarheid van zorg onder druk en baren capaciteitsproblemen zorgen. Het beheersbaar houden van de uitgaven in het sociaal domein is een grote uitdaging. De urgentie is dan ook groot om deze maatschappelijke uitdagingen met elkaar én met verve aan te gaan.
Met het vastleggen van de visie bevestigen en bestendigen we het pad dat we eerder zijn ingeslagen. Het is een logische volgende stap waarmee we de transformatie in het sociaal domein verder vormgeven. We leggen hiermee gezamenlijk de koers vast en zorgen er met de visie voor, dat we allemaal dezelfde inhoud en invulling geven aan begrippen als eigen kracht, verbondenheid en samenredzaamheid en positieve gezondheid. Met de visie brengen we ook een aantal accentverschuivingen in beeld, waaronder: (1.) door ontkokering en een meer domeinoverstijgende benadering van sociale- en maatschappelijke vraagstukken, (2.) een meer collectief perspectief: een sociale basis die mensen in staat stelt de kwaliteit van hun leven te verbeteren in wisselwerking met hun sociale omgeving, (3.) het stimuleren van de beweging van zorg naar gezondheid, (4.) een, waar nodig, meer wijkgerichte inzet, (5.) een meer integrale samenwerking met andere leefdomeinen en (6.) een structurele focus op kostenbeheersing.
7
Leeswijzer: In hoofdstuk 2 beschrijven we wat we verstaan onder het sociaal domein en voor wie we het doen. Hoofdstuk 3 schetst de huidige stand van zaken, waarna we in hoofdstuk 4 ingaan op de ontwikkelingen en opgaven die we voor ons zien. Hoofdstuk 5 beschrijft onze visie. Het laat de beweging zien die we willen maken, namelijk de beweging naar de voorkant: terug naar de sociale basis. Hoofdstuk 6 bevat onze kernwaarden. In hoofdstuk 7 beschrijven we de belangrijkste maatschappelijke opgaven. Hoofdstuk 8 gaat over professionele- en doelmatige ondersteuning in het sociaal domein. In dit hoofdstuk zijn de (beleids-)uitgangspunten hiervoor beschreven. Hoofdstuk 9 gaat over de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein, monitoring en data en cijfermatig inzicht. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 10 de doelen en wat we met de visie op het sociaal domein willen bereiken. Tenslotte kijken we in hoofdstuk 11 vooruit naar de meerjarige uitvoeringsagenda.
8
2. Wat is het sociaal domein? 2.1 Wat is het sociaal domein? Het sociaal domein omvat het geheel aan inspanningen (professioneel en informeel) dat de gemeente verricht ten aanzien van de ondersteuning van inwoners in een kwetsbare positie. Het sociaal domein wordt traditioneel benaderd vanuit de drie gecentraliseerde wetten. Hieronder vallen de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet. Ook worden de Wet schuldhulpverlening en de Wet Inburgering en het brede welzijnswerk tot het sociaal domein gerekend. De gemeente is vanuit de hierboven genoemde wetten opdrachtgever voor het brede welzijnswerk en de inzet van de vrijwilligersorganisaties. We zijn ons ervan bewust dat we het sociaal domein niet meer op deze traditionele manier kunnen benaderen. Het ‘normale’ leven van inwoners, de uitdagingen waar zij mee te maken krijgen en de oplossingen hiervoor, zijn immers niet door domeinen begrensd. Wonen, werken, leren, leven, ontmoeten, bewegen, zorgen (voor) en recreëren, beïnvloeden het welzijn, de gezondheid en het welbevinden van inwoners. Anders gezegd: inwoners gaan door alle domeinen heen. Hetzelfde geldt voor de opgaven die we op ons af zien komen. We zien daarmee een sterke verbondenheid met de domeinen onderwijs, sport en cultuur, economie, ruimtelijke ontwikkeling en openbare orde en veiligheid.
Met deze visie kiezen we er dan ook voor geen (nieuw) kader voor het sociaal domein te hanteren, maar te kiezen voor een integrale benadering van sociale- en maatschappelijke opgaven. Een meer integrale benadering draagt niet alleen bij aan preventie en welbevinden, maar ook aan een gezond onderwijsklimaat en een prettige en veilige plek om te wonen en op te groeien.
Onderwijs Volksgezondheid
Veiligheid
Vervoer
Sociaal domein: participatiewet, jeugdwet, WMO
Economie
Wonen
Sport Cultuur
Lokale voorbeelden van integrale beleidsontwikkelingen zijn de recent vastgestelde woonzorgvisie 2023 – 2030 Pijnacker-Nootdorp en de Lokaal Educatieve Agenda ‘Groot denken en klein doen’ Pijnacker-Nootdorp 2024. 9
Voor wie is het sociaal domein? Het sociaal domein richt zich op de ondersteuning van inwoners in een kwetsbare positie, waarbij we aansluiten bij datgene wat de inwoners nodig hebben. Inwoners kunnen door allerlei omstandigheden of gebeurtenissen in een kwetsbare positie terecht komen. Denk aan de gevolgen van onvoorziene omstandigheden (zoals ongeval, ziekte, baanverlies), ingrijpende levensgebeurtenissen (zoals echtscheiding, huisuitzetting, migratie of het overlijden van een naaste) en transities in de levensloop (zoals bij ouder worden). Ook zijn er inwoners die vanwege nare jeugdervaringen van jongs af aan voor hun bestaan hebben moeten knokken. Of inwoners die door bepaalde kwetsbaarheden (lichamelijke- of mentale gezondheidsproblemen) of beperkingen (zoals beperkte gezondheidsvaardigheden of verstandelijke beperkingen) moeite hebben om zelf in hun bestaans-voorwaarden te voorzien. Verborgen, onderliggende factoren die kunnen meespelen zijn laaggeletterdheid en onvoldoende gezondheidsvaardigheden.
10
2.2 De rol van de gemeente? De lokale overheid is niet meer een overheid die alles zelf organiseert. De sociale- en maatschappelijke opgaven in het sociaal domein zijn divers en vaak complex. De aanpak ervan vraagt om samenwerking tussen de gemeente, inwoners, maatschappelijke organisaties (zoals welzijn, onderwijs, woningcorporaties, vrijwilligersorganisaties), (zorg)aanbieders, huisartsen, het bedrijfsleven, etc. Dit past in de grotere ontwikkeling naar een netwerksamenleving. Hierin is het niet altijd meer vanzelfsprekend dat de overheid de leidende rol heeft in de aanpak van maatschappelijke opgaven. Ook de rol van inwoners, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en bedrijfsleven staat vooraf niet vast. Per opgave moet gekeken worden welke rol de gemeente inneemt en welke partijen nodig zijn bij de aanpak ervan. We doen het samen door voortdurend de interactie te zoeken. De zoektocht is gericht op antwoorden vanuit de samenleving, van buiten naar binnen en bij voorkeur in co-creatie samenwerken met betrokken partijen en inwoners.
Onze missie: Samen gaan we voor een inclusieve- en veerkrachtige samenleving, waarin iedereen kan meedoen, gelijke kansen krijgt en in staat is om te gaan met de uitdagingen van het leven. Individueel, maar vooral ook als samenleving met elkaar: inwoners, de gemeente, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en het bedrijfsleven. Onze samenleving is gebouwd op een sterke sociale basis: inwoners zijn verbonden door families, vriendenkringen, verenigingen, netwerken, wijken en andere verbanden. Als door de uitdagingen van het leven de vitaliteit, veerkracht, veiligheid en/of de mate waarin iemand in staat is regie te houden op het leven onder druk staat, bieden we als samenleving passende ondersteuning.
Binnen dit kader ziet de gemeente Pijnacker-Nootdorp zichzelf als een regisseur. Een regisseur die de regie voert op de aanpak van de opgaven in het sociaal domein. De invulling van haar rol als regisseur is afhankelijk van de opgave die voorligt. Regie voeren gaat over het creëren van overzicht, het uitoefenen van invloed, sturen, het uitzetten van beleidslijnen en het organiseren en coördineren van samenwerking. Zowel op bestuurlijk-, beleidsals ook uitvoeringsniveau. De gemeente stemt op alle niveaus het handelen van relevante actoren af op de te behalen doelen en bevordert daarin de onderlinge samenwerking. Welk rol de gemeente aanneemt, is afhankelijk van de situatie en de voorliggende opgave, het wettelijk kader, de beleidsvrijheid en de rol die inwoners, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en bedrijfsleven kunnen spelen.
11
3. Waar staan we nu? Vanuit de voorgaande visie onderscheiden we inwoners in vier groepen. Het grootste deel van de inwoners is zelfredzaam en zelfwerkzaam en redt het zonder directe overheidssteun. Zij nemen initiatief, onderhouden hun eigen netwerk en zijn soms actief als vrijwilliger of mantelzorger zonder steun van de gemeente. Slechts een klein deel van de inwoners bevindt zich in een kwetsbare- of potentieel kwetsbare positie. Of zijn slechts kwetsbaar of potentieel kwetsbaar op een klein onderdeel van het leven en leveren juist op andere onderdelen een bijdrage aan de samenleving. Het professioneel- en informeel vangnet is beschikbaar voor deze inwoners. Deze ondersteunt om de eigen kracht en veerkracht te vergroten. Dit blijkt ook uit het onderstaande beeld. Het gaat overwegend goed met onze inwoners: de zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van onze inwoners heeft geleid tot veel vrijwilligerswerk. 27% van onze inwoners doet vrijwilligerswerk, dat is meer dan het landelijk gemiddelde van 25%. Er is een bloeiend verenigingsleven en vele maatschappelijke activiteiten op het gebied van sport, cultuur, jeugd, gezondheid en welzijn.
In aanvulling op de eigen kracht van inwoners, wordt de samenleving verder gestimuleerd en gefaciliteerd met een breed aanbod aan direct bereikbare (basis)voorzieningen, zoals basisgezondheidszorg, het consultatiebureau in alle drie de kernen en integrale kindcentra waar kinderen van 0 tot 12 jaar leren en spelen.
5% kwetsbaren 15% potentieel/ incidenteel kwetsbaren 80% zelfredzamen
Alle inwoners
De behoefte van onze inwoners aan ondersteuning vanuit de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, is lager dan gemiddeld in Nederland. Het opleidingsniveau van onze inwoners is vaker theoretisch. De ervaren gezondheid is hoger dan het landelijk gemiddelde. Meer inwoners zijn aangesloten bij een sportvereniging. Inwoners geven meer mantelzorgondersteuning, doen meer vrijwilligerswerk, maar besteden minder uren per week aan vrijwilligerswerk. Relatief minder 65+’ers zijn vrijwilliger in onze gemeente.
12
Inwoners die gebruik maken van voorzieningen naar type CBS | 2023
Jongeren met jeugdzorg naar soort
CBS | eerste halfjaar 2023 6,4%
7,8%
48
NOC*NSF | 2021 Pijnacker-Nootdorp
38,8% 32
32 21
16 0
Hulp bij het huishouden
Ondersteuning thuis
Hulpmiddelen en diensten
Nederland
93,4%
84,6%
Pijnacker-Nootdorp
Nederland
31,8%
Ervaren gezondheid Pijnacker-Nootdorp
22%
Jeugdreclassering
Jeugdhulp met verblijf
Jeugdbescherming
Pijnacker-Nootdorp
60%
80%
15,6%
Pijnacker-Nootdorp
100%
146,6
Goed
Gaat wel
Zeer goed
80%
CBS jeugd | 2021
3% Nederland
6%
Nederland CBS | eerste halfjaar 2023
10,7
Pijnacker-Nootdorp
344,8
11,1
Nederland
CBS | 2023
Bevolking leeftijd 4-11 jaar
Nederland Zeer slecht
Kinderen in uitkeringsgezin
% van jongeren tot 18 jaar
Per 10.000 inwoners
40%
60%
Vrouwen
21,0%
16,0%
54,4%
40%
Jongeren met jeugdhulp
Personen met bijstandsuitkering
24,3%
20%
Pijnacker-Nootdorp
Gezondheidsmeter | 2022
Nederland
20%
Jeugdhulp zonder verblijf
23,4%
57,2%
0%
16,8%
Mannen
Mantelzorg geven in de afgelopen 12 maanden Gezondheidsmeter | 2020
* per 1000 inwoners
22,8%
Nederland
9
0%
Personen aangesloten bij sportvereniging
9,9%
Pijnacker-Nootdorp
CBS | 2023
8,1%
Nederland
13
Huishoudsamenstelling
CBS | 2023
26,0%
39,5% 32,0%
45,9%
Huishoudens naar soort voorziening en combinatie CBS | H2 2022
75-plussers
2000
16%
28,1%
28,15%
Pijnacker-Nootdorp
Nederland
1200
Samenwonend zonder kinderen
800
Samenwonend met kinderen en eenoudergezinnen
400
Alleenstaand
20%
12%
1.650
1600
ABF | 2023 - 2050
8%
1.120
115
0% 2023
70
450
4%
40
2030
Nederland
Gezondheidsmeter | 2022 Pijnacker-Nootdorp
27%
Alleen jeugd
Jeugd en P-wet
Alleen P-wet
P-wet en Wmo
Alleen Wmo
Jeugd, P-wet en Wmo
Nederland
24,2%
2040
PijnackerNootdorp
0
Doet vrijwilligerswerk
2035
2045
*** prognose
Inwoners die gebruik maken van voorzieningen naar leeftijd CBS | 2021 400 320
Bevolkingsgroei (cijfers t.o.v. 2023) ABF 2023 -2050 (zie volgende tabel) 16%
160 80
8%
0
0% 2023
2030
Nederland
2035
2040
PijnackerNootdorp
2045
2050
306
240
12%
4%
2050
14
18
25
<30 jaar
45-60 jaar
30-44 jaar
60-74 jaar
58
75+ jaar
*** prognose
14
4. Welke ontwikkelingen en opgaven zien we? 4.1 Demografische ontwikkeling De ontwikkeling: Bijna 58.000 mensen wonen in onze gemeente. In 46% van de huishoudens wonen kinderen. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde. We kunnen daarom spreken van een gemiddeld relatief ‘jonge’ populatie. Net als in de rest van Nederland verandert ook de bevolkingsopbouw in onze gemeente. Er is sprake van een lichte afname van het aandeel jongeren en een substantiële toename van het aandeel ouderen. De vergrijzing van de bevolking gaat in een sneller tempo dan de vergroening. Op de lange(re) termijn betekent dit dat de beroepsbevolking krimpt. Er gaan dan elke dag meer mensen met pensioen, dan dat er van school komen. Ook het vrijwilligers- en mantelzorgpotentieel neemt hierdoor af. Uit een onderzoek in 2020 voor de regio WestlandSchieland-Delfland (WSD) blijkt, dat in onze gemeente de grootste daling zichtbaar is van het aantal beschikbare mantelzorgers tot aan 2040.
Bevolking naar leeftijdsklassen 2022 versus 2050 Pijnacker-Nootdorp
2022 -14 jaar:
15-29 jaar:
18,8%
30-40 jaar:
17,7%
45-64 jaar:
18,6%
65-74 jaar:
22,1%
8,4%
75+:
7,1%
2050 -14 jaar:
17,6%
0%
15-29 jaar:
15,6%
20%
30-40 jaar:
17,0%
40%
45-64 jaar:
18,1%
60%
65-74 jaar:
9,7%
80%
75+:
15%
100%
ABF - Primos 2022 | 2022, 2050
15
De opgave: De vergrijzing zal leiden tot een grotere vraag naar ondersteuning en hulp binnen het sociaal domein. Vooral bij de Wmo zal dit goed voelbaar zijn. Uit een onderzoek in 2020 voor de WSD blijkt dat er een forse stijging in chronische zorgvraag bij inwoners wordt voorzien, het tempo in de DWO-gemeenten2 ligt hoger dan in MVS- gemeenten3 en ook iets hoger dan het landelijk beeld. Deze ontwikkelingen vraagt ons (opnieuw) na te denken over de inrichting van het voorliggend veld, preventie, samenwerking in de wijk en sociale veerkracht. Maar ook over de samenwerking in de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal over vraagstukken die gaan over ‘een leven lang ontwikkelen’, onbenut arbeidspotentieel en integrale arbeidsmarkttoeleiding.
Aandeel 65+ers per gemeente en landelijk (%, 2020-2035) 32% 30%
Midden-D
28% 26%
Maassluis Pijnacker-N Nederland Westland Vlaardingen
24% 22%
Schiedam
20%
Delft
Lansingerland
18% 16% De DWO-gemeenten zijn de gemeenten Delft, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland. 2
De MVS-gemeenten zijn de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
14%
3
2020
2025
2030
2035 16
4.2 Kostenontwikkeling in het sociaal domein De ontwikkeling: Het idee achter de decentralisaties binnen het sociaal domein is dat gemeenten de taken beter en goedkoper kunnen uitvoeren, dichtbij de inwoner. Het budget voor de uitvoering is daarom aanzienlijk verkleind. Tegenover deze zogenoemde efficiencykorting hebben we de vraag naar ondersteuning in het sociaal domein juist zien stijgen. De vergrijzing is in het voorgaande al genoemd. De extramuralisering/ ambulantisering heeft ook een aandeel in deze toename: bejaardenhuizen zijn gesloten en het aantal bedden in verpleegtehuizen en GGZ-instellingen is teruggebracht. Daarnaast zijn opnames in ziekenhuizen steeds korter van duur. De stijging in de vraag naar ondersteuning en hulp zet nog altijd door. Ook in onze gemeente is er een tekort aan intramurale zorgplekken. Ook heeft rijksbeleid soms een aanzuigende werking. Denk hierbij aan het abonnementstarief in de Wmo, waardoor de eigen bijdrage voor inwoners onder midden- en hogere inkomensklassen lager is dan het geval was bij de inkomensafhankelijke bijdrage of de kosten voor een particuliere hulp of voorziening. Daarnaast hebben gemeenten ook meer taken gekregen. Denk hierbij aan de energietoeslag in 2022 en 2023 als gevolg van de gestegen energieprijzen. De opgave: Beheersbaar houden van de uitgaven in het sociaal domein.
Een belangrijk inzicht en tegelijkertijd de grootste uitdaging hierbij is om het sociaal domein ook als investeringsmogelijkheid te zien. Investeringen in de eigen kracht en veerkracht van inwoners resulteren onder andere in een gezondere samenleving, een sterkere arbeidsmarkt en een aantrekkende economie.
35,0 30,0 25,0 20,0 15,0 10,0 5,0 0,0 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Jeugdzorg
Wmo
Participatie
17
4.3 Meer taken voor gemeenten De ontwikkeling: De taken waar de gemeenten voor staan nemen toe, worden steeds belangrijker en ook ingewikkelder. Na de decentralisaties van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet is ook de Wet inburgering en wordt beschermd wonen en beschermd thuis (verder) gedecentraliseerd. Daarnaast weet de rijksoverheid de infrastructuur van gemeenten en regio’s steeds meer te vinden voor ad hoc vraagstukken4. De verwachting is dat gemeenten in het komende decennium nog meer taken op hun bordje gaan krijgen. Een voorbeeld is de recent aangenomen spreidingswet om het structurele en nijpende tekort aan opvangplekken voor asielzoekers in Nederland op te lossen. De toename van het aantal ouderen en de krimp van de beroepsbevolking zullen op de langere termijn vragen om fundamentele hervormingen in systemen (zoals Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, onderwijs, arbeidsmarkt etc.). De eerste bewegingen hiervoor zijn al zichtbaar door landelijke zorgakkoorden, waaronder het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De opgave: Bij het werken aan deze complexe (lokaal overstijgende) maatschappelijke vraagstukken wordt de beïnvloeding (gedragsverandering) van de zorgsector als grote uitdaging gezien. Dit maakt dat een visie en sturing op de samenwerking in (regionale) netwerken steeds belangrijker wordt.
Dit vraagt ons (opnieuw) na te denken over onze positie, de samenwerking en strategie in (regionale) samenwerkingsverbanden.
Het integraal ZorgAkkoord (IZA) en het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA) Om de zorg voor de toekomst toegankelijk en beheersbaar te houden, stimuleert de Rijksoverheid de beweging naar de voorkant. Door middel van de twee belangrijke akkoorden: het IZA en het GALA, is meer aandacht voor preventie en het verbeteren van de samenwerking tussen zorg en het sociaal domein. Met het GALA roept het kabinet gemeenten op, te bouwen aan een fundament voor een gerichte aanpak van preventie, het terugdringen van gezondheidsachterstanden door het maken van sterkere verbindingen tussen gezondheid, sport, bewegen, cultuur en een stevige sociale basis. Hiermee is de transitie van zorg naar gezondheid ingezet. Dat betekent dat de nadruk komt te liggen op gezondheid en preventie, in plaats van op ziekte en zorg. Om als gemeente uitvoering te geven aan deze akkoorden, is er t/m 2026 subsidie vrijgesteld via een brede SPUK-regeling. SPUK betekent een specifieke uitkering. De Brede SPUK stelt de gemeente in staat om verbindingen te leggen tussen de verschillende domeinen en te bouwen aan een gerichte lokale aanpak op het gebied van positieve gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.
Denk hierbij aan kindertoeslagenaffaire, de inkomensondersteuning aan ondernemers gedurende de coronapandemie, de uitbetaling van de energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen, de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, dienstverlening aan werkzoekenden via de arbeidsmarktregio’s en de spreiding van asielzoekers ter ontlasting van de asielketen. 4
18
Een groot risico dat we zien is het vastlopen van het sociaal domein als gevolg van de toenemende taken: een uitvraag van Divosa5 onder haar leden laat zien dat gemeenten kampen met toenemende personeelstekorten. 44% van de respondenten heeft momenteel te weinig personeel om de taken in het sociaal domein naar behoren uit te voeren. 69% van de gemeenten met nu nog voldoende personeel verwacht binnen drie jaar tegen een tekort aan te lopen. Alhoewel het ons nog steeds lukt om goede medewerkers te vinden en te behouden, kost dit extra inspanning. Dit vraagt om de ontwikkeling van een strategisch personeelsplan voor de gehele organisatie en meer specifiek voor de afdeling sociaal domein. Het risico op toenemende personeelstekorten is breder dan alleen onze gemeentelijke organisatie. Ook bij aanbieders zien we wachtlijsten en wachttijden oplopen. We nemen waar dat bij ggz-problematiek en zwaardere vormen van zorg de capaciteitsproblemen groter worden.
Divosa heeft in april 2023 een uitvraag gedaan over personele bezetting in het sociaal domein onder haar leden: leidinggevenden in het gemeentelijk sociaal domein. De resultaten zijn gebaseerd op de respons van 68 gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Het betreft een doorsnee van gemeenten, groot en klein, verspreid over het land. 5
19
4.4 Veranderende samenleving De ontwikkeling: In de afgelopen decennia is autonomie van het individu steeds belangrijker geworden. Ontwikkelingen als individualisering, technologie, globalisering, digitalisering en social media hebben hieraan bijgedragen. Dit heeft ons wereldbeeld en de manier van omgaan met elkaar veranderd. We zien een paradox ontstaan: enerzijds zijn we gelukkiger dan ooit, is de welvaart hoger, de rijkdom groter en levenskwaliteit verbeterd. Anderzijds is de norm voor wat we als een ‘normale’ ontwikkeling zien steeds kleiner geworden. We tolereren problemen in mindere mate en er wordt meer waarde gehecht aan (individuele) prestaties6. Momenteel ervaren vier op de tien mensen in Nederland mentale problemen gedurende het leven en dit aantal neemt nog steeds toe. Ook is de kijk naar de rol van de overheid bij het oplossen van problemen veranderd. De overheid heeft dit (in het verleden) mede gefaciliteerd en gestimuleerd door financiering, het introduceren van het ‘recht op zorg’ en de nadruk op laagdrempelige toegang. Risico’s voor de gezondheid hangen vaak samen met onderwerpen zoals (on) zelfredzaamheid, eenzaamheid, stress door financiële problemen en (on) mogelijkheden tot participatie. Het is bekend dat inwoners die langdurige bestaansonzekerheid ervaren vaak op allerlei leefgebieden op achterstand staan.
Vaker is er sprake van armoede en een slechtere lichamelijke en mentale gezondheid dan de algemene bevolking. Dit werkt negatief door op de maatschappelijke participatie en leidt tot meer zorggebruik.
6
Bron: Damiaan Denys, het tekort van het teveel – de paradox van de mentale zorg.
20
De opgave: De betaalbaarheid van zorg en capaciteitsproblemen baren zorgen. Evenals het tekort aan voldoende (passende) woningen. Dit vraagt ons na te denken over meer collectieve oplossingen, het intensiveren van normaliseren bij opgroeien en opvoeden en het verbreden van normaliseren naar de ondersteuning van ouderen. We zien dat er verschillen bestaan in de samenleving en dat deze verschillen groeien. Het gaat hierbij niet alleen om sociaaleconomische verschillen maar ook om een toenemende bestaansonzekerheid en kansenongelijkheid, zeker ook wat betreft gezondheid, gezonde leefstijl, levensverwachting en gezonde levensjaren7. Dat merken inwoners in hun wijk, maar ook in het onderwijs en op de woningen arbeidsmarkt. Steeds meer inwoners hebben moeite met rondkomen. Het aantal minimahuishoudens in onze gemeente is gestegen van 8,3% in 2020 naar 11,6% in 2022. Het aantal inwoners in onze gemeente met problematische schulden is sinds 2019 verdubbeld van 0,8% in 2019 tot 1,6% in 2023. De groeiende gezondheidsverschillen blijken onder meer uit de jaarlijkse monitor van GGD Haaglanden. We zien een groter wordende groep mensen die minder toegerust is op basisvaardigheden (lezen, schrijven en digitale vaardigheden). Ook wordt het voor sommige inwoners steeds moeilijker de verschillen te overbruggen.
De afbeelding hiernaast laat het aantal laaggeletterden in de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal zien, uitgedrukt in percentages. Het gaat hier om personen tussen de 16 en 65 jaar.
Theoretisch opgeleiden worden gemiddeld vijf jaar ouder en leven gemiddeld 14 jaar langer in goede gezondheid dan praktisch opgeleiden. De 20 procent van de meest welvarende mensen wordt ruim 8 jaar ouder en leeft 24 jaar langer in goede gezondheid in vergelijking tot de 20 procent minst welvarende mensen in Nederland. 7
Laaggeletterden in regio Zuid-Holland Centraal, Bron: geletterd inzicht (ROA) uitgedrukt in percentages Zoetermeer
12
Wassenaar
7
Voorschoten
7
PijnackerNootdorp
9
LeidschendamVoorburg
7
Lansingerland
3 0
2
4
6
8
10
12
14
Het is daarom prioriteit gezondheidsverschillen terug te dringen door een integrale preventieve aanpak. De oplossing bij gezondheidsproblemen ligt namelijk vaak niet alleen in het gezondheidsdomein, maar ook in de leefomgeving (die uitnodigt tot bewegen), het versterken van de bestaanszekerheid, het creëren van mogelijkheden voor participatie en meedoen aan kunst en cultuur.
21
5. Wat is onze visie: waar willen we naartoe? 5.1 Het grotere plaatje Onze ambities in het sociaal domein hangen samen met onze bredere visie op wat voor gemeente we als Pijnacker-Nootdorp in de toekomst willen zijn. In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ staat dat Pijnacker-Nootdorp een krachtige gemeenschap is met overwegend zelfredzame inwoners. Een gemeenschap die zonder steun goed functioneert, die door sterke maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en mantelzorgers bij elkaar wordt gehouden en waarin de gemeente zorgt voor een doelmatige vangnetvoorziening voor wie het echt nodig heeft.
Met het bovenstaande hebben we de wens geformuleerd voor meer verbondenheid en samenredzaamheid. Verbondenheid gaat over een situatie waarin mensen elkaar kennen, begaan zijn met elkaar en naar elkaar omkijken. Samenredzaamheid gaat over het vermogen van mensen zich zoveel mogelijk te redden met behulp van familie en vrienden, kennissen en collega’s of met ondersteunende relaties zoals maatschappelijk werkers, vrijwilligers en/ of ervaringsdeskundigen: een situatie waarin mensen elkaar de helpende hand bieden wanneer dat nodig is. Verbondenheid en zelfredzaamheid zorgen voor inwoners die:
In de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 is opgenomen dat Pijnacker-Nootdorp een hechte, inclusieve en veerkrachtige samenleving is, waar het welzijn van de inwoners centraal staat en waar bestaanszekerheid voor iedereen bereikbaar is. Hierdoor kan iedereen op zijn of haar eigen wijze meedoen in de samenleving. De eigen kracht van inwoners en de betrokkenheid van inwoners naar elkaar vormen de basis voor de hechte samenleving en worden gestimuleerd en gefaciliteerd vanuit zowel de fysieke- als sociale leefomgeving. Hiermee creëren we de randvoorwaarden voor ontmoeting, ontplooiing en leren, die de betrokkenheid van inwoners naar elkaar versterkt.
▪ zich fysiek, mentaal en emotioneel gezond voelen (positieve gezondheid); ▪ die met het heft in eigen handen vorm kunnen geven aan hun leven (eigen regie en bestaanszekerheid); ▪ sociaal en betrokken zijn en kunnen meedoen aan de samenleving (een sterke sociale basis).
Wat we belangrijk vinden: We willen dat het goed gaat met de inwoners van Pijnacker-Nootdorp en dat iedereen mee kan doen. We vinden het belangrijk dat inwoners een waardevol bestaan kunnen opbouwen en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Met veerkracht worden inwoners minder snel uit het veld geslagen door de uitdagingen in het leven. Zij putten kracht uit zichzelf, behouden regie en vinden oplossingen in de eigen directe omgeving. Wanneer meer nodig is bieden we vanuit het sociaal domein ondersteuning en hulp. We stimuleren verbondenheid en samenredzaamheid. Daarin zien we de sleutel om welzijn en veerkracht van inwoners te vergroten. Door aan de voorkant de goede dingen te doen, wordt voorkomen dat er problemen ontstaan. Dat draagt bij aan het geluk van inwoners én het zorgt ervoor dat de maatschappelijke kosten voor de realisatie van een vangnet beheersbaar zijn.
22
5.2 De beweging naar de voorkant: terug naar de sociale basis Als antwoord op de groeiende vraag naar hulp en ondersteuning en de toenemende complexiteit in het sociaal domein, zien we in verbondenheid en samenredzaamheid de sleutel om de eigen kracht en veerkracht van inwoners te vergroten. Een samenleving met een sterk gevoel voor onderlinge verbondenheid en samenredzaamheid heeft een sterke sociale basis. Binnen een sterke sociale basis zijn inwoners doorgaans zelfredzaam en veerkrachtig en redden het zonder directe overheidssteun.
De beweging naar de voorkant Met de beweging naar de voorkant willen we het ontstaan van problemen zo veel mogelijk voor zijn danwel vroegtijdig opvangen en oplossen binnen de eigen sociale basis, al dan niet met inzet van vrij toegankelijke voorzieningen. Vanuit het oogpunt van preventie en kostenbeheersing genieten vrij toegankelijke voorzieningen de voorkeur boven individuele maatwerk voorzieningen.
Het versterken van de sociale basis gaat over het omzien naar elkaar in straten, buurten, wijken en kernen. Maar ook over het autonoom kunnen leiden van het leven met eigen regie en een netwerk vanuit die basis. Het versterken van de sociale basis is dan ook de rode draad in deze visie. Hiermee creëren we een meer collectief perspectief, een sociale basis die mensen in staat stelt de kwaliteit van hun leven te verbeteren in wisselwerking met hun sociale omgeving.
23
De afbeelding hiernaast laat de beweging naar de voorkant zien. Van individuele maatwerkvoorzieningen in de top naar vrij toegankelijke voorzieningen in het voorliggende veld en de sterke sociale basis. Het uiteindelijke doel is het ontstaan van problemen voor te zijn, danwel vroegtijdig te signaleren en op te vangen en op te lossen binnen de eigen sociale basis, al dan niet met van vrij toegankelijke voorzieningen. Wat de sociale basis is, wordt uitgelegd in het blauwe kader hieronder. e ling
g-
cha
alin
ops
eg Vro
Een sterke sociale basis
ring ale
sign
Sne lle
Steun waar nodig
ch afs
- Pr eve nti
Het voorliggend veld
Speciaal waar moet
lle Sne
We kiezen voor een brede benadering van de sociale basis. Enerzijds heeft de sociale basis een waarde in zichzelf: het gaat over de gemeenschap en de lokale sociale samenhang in de gemeente, kernen en wijken. Anderzijds gaat het om een instrumentele benadering: een sterke sociale basis om vanuit preventie, omkijken naar elkaar en lichte ondersteuning het beroep op gespecialiseerde zorg voor een deel overbodig te maken, terug te dringen of te vervangen.
Individueel maatwerkvoorzieningen
Een sterke basis
24
Wat is de sociale basis?
Algemene (gemeenschappelijke) sociale basis
De sociale basis is uit te leggen aan de hand van drie netwerken:
De algemene (gemeenschappelijke) sociale basis gaat over de meer informele netwerken. Denk hierbij aan sportclubs, culturele organisaties, jeugdverenigingen, ouderensociëteiten of kaart- en biljartclubs. Maar ook over bewonersverenigingen of wijk- en buurtcomités. Vrijwillige inzet van inwoners voor verenigingen en organisaties hoort hier ook bij.
Persoonlijke sociale basis De persoonlijke sociale basis gaat over de inwoner en het netwerk van die inwoners zelf. Denk hierbij aan families, buren, klasgenoten en vriendenkringen. Dit gaat over het normaal dagelijks leven van inwoners waarvoor basisvoorzieningen voor iedereen toegankelijk en in de buurt aanwezig zijn. Voorbeelden van basisvoorzieningen zijn: een huisarts, een apotheek, een supermarkt, integrale kind centra (kinderopvang, onderwijs, naschoolse opvang) maar ook voorzieningen in de openbare ruimte voor ontmoeten en bewegen, zoals een speeltuin, bankjes en beweegtoestellen.
Professioneel ondersteunde sociale basis (ook wel voorliggend veld genoemd) De professioneel ondersteunde sociale basis gaat over de meer formele netwerken (organisaties) en plekken (gebouwen) waar inwoners samenkomen en elkaar kunnen ontmoeten, ook wel brede maatschappelijke voorzieningen genoemd. Dit zijn particuliere en (semi-) publieke voorzieningen die voor alle inwoners beschikbaar en toegankelijk zijn en voor alle inwoners van toegevoegde waarde kunnen zijn. Denk hierbij aan een consultatiebureau, bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, schuldhulpmaatje maar ook aan het aanbod van de SWOP of georganiseerde activiteiten van het jongerenwerk.
25
5.3 De sociale basis en het belang van ontmoeten Ontmoetingsplekken helpen bij het versterken van sociale netwerken en zijn daarom essentieel voor een sterke sociale basis. Daarom is in iedere kern een welzijnsvoorziening beschikbaar en zijn in buurten en wijken verschillende soorten ontmoetingsplekken. Denk aan ontmoetingsplekken in de fysieke leefomgeving, zoals een speeltuin en voorzieningen voor georganiseerde en ongeorganiseerde deelname aan sport en bewegen8. Maar ook aan (in)formele ontmoetingsruimten in gebouwen, zoals de huiskamers in de wijk, kerken, zorgposten, CulturA & Zo, sociaal culturele centra of de ontmoetingsplekken die ondernemers creëren. Een goed voorbeeld is de sociaal maatschappelijke en culturele huiskamer van Nootdorp. Hier is iedereen welkom om een boek te lenen, een theatervoorstelling bij te wonen, te studeren, te werken, muziek- of bewegingslessen te volgen, een kopje koffie te drinken, iets te eten, iets voor een ander te organiseren, een ruimte te huren en andere mensen te ontmoeten9.
zoals bijvoorbeeld een skatebaan, pumptrack en een MTB-route, een gemeenschappelijke buitenruimte of bankjes langs een wandelroute of in een park 9 Met het onderzoek in 2024 is de maatschappelijke waarde die bezoekers en samenwerkingspartners ervaren van Stichting CulturA & Zo vastgesteld. 8
26
Het belang van ontmoeten Sociale relaties hebben zowel een beschermend effect als een verminderend effect op gezondheidsproblemen. Mensen die voor hun gevoel niet genoeg betekenisvolle contacten hebben, kunnen zich eenzaam voelen. Dit kan leiden tot een slechte mentale en fysieke gezondheid. Ontmoetingen dragen bij aan de ontwikkeling en ervaring van inwoners om van betekenis te zijn, te mogen zijn wie zij zijn en daarom gewaardeerd worden.
Bij het belang van ontmoeten in het sociaal domein ligt een belangrijke relatie met de ambities rondom ontmoeten in het ruimtelijk beleid. Onze ambities op dit vlak zijn onder andere verwoord in de omgevingsvisie en de woonzorgvisie. Vanuit de omgevingsvisie zetten we niet alleen in op een beweegvriendelijke groene openbare ruimte, vanuit de overtuiging dat openbaar groen zorgt voor mooie en leefbare wijken en inwoners uitnodigt om te bewegen en elkaar te ontmoeten én dat dit een positief effect heeft op de (mentale) weerbaarheid van inwoners. Ook vinden we het belangrijk dat er binnen de gemeente voldoende en gevarieerde mogelijkheden zijn voor ontmoeten, sport, cultuur en bewegen in verenigingsverband. We houden het niveau van onze voorzieningen op peil. Onze omgevingsvisie is erop gericht ruimte te geven aan deze ondersteunende voorzieningen. Met voldoende multifunctioneel ingerichte en goed toegankelijke ontmoetingsplekken bieden we mogelijkheden voor alle doelgroepen. Daarbij ligt een nadruk op aanvullende ruimte voor jongeren, om elkaar te ontmoeten en een goede toegankelijkheid voor ouderen.
In de woonzorgvisie is de relatie gelegd tussen ouderen, langer (passend) thuis wonen en eenzaamheid. Een belangrijk aandachtspunt voor de doelgroep ouderen vanuit de woonzorgvisie is de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van voorzieningen. Hierbij gaat het niet alleen om voorzieningen voor zorg zoals een zorgpost, maar ook kan gedacht worden aan een locatie voor ontmoeten zoals een huiskamer. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente wordt, waar mogelijk en noodzakelijk, rekening gehouden met het creëren van nieuwe- en het versterken van bestaande ontmoetingsplekken. Ook vindt verdere uitwerking hiervan plaats in de omgevingsprogramma’s groen in en om de kernen (P4), onderwijs, opvang en sport (P5) en hechte samenleving (P6 en P7). Samen met partners maken we via een specifiek uitvoeringsprogramma versterken sociale basis inzichtelijk wat er concreet nodig is voor ontmoeten. Ook maakt ontmoeten onderdeel uit van het onderzoek naar het ontwikkelen van een sociale kaart. Zie hiervoor bijlage 4: de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen.
27
5.4 De sociale basis en de kracht van wijken In aanvulling op ons lokale beleidskader ‘wijken die werken’ formuleren we met deze visie de ambitie (meer) open te staan voor de kracht van de wijk én deze aan te spreken. Door wijken en buurten te versterken, helpen we de beweging van individueel naar collectief. Ook gaat er een sterk preventieve werking vanuit, immers: hoe krachtiger inwoners, zorg- en welzijnsorganisaties, scholen, verenigingen en kerken samenwerken in de wijk, hoe eerder en beter mensen met problemen bij elkaar terecht kunnen. In een wijk waar veel sociale samenhang is, is het makkelijker elkaar te ontmoeten en hulp te vragen en te bieden. En waar dit niet het geval is, is meer maatwerkondersteuning noodzakelijk.
Wat is de kracht van wijken? De kracht van wijken is het vermogen van inwoners om zelf sociale en maatschappelijke problemen, gericht op de bewoners en hun leefomgeving aan te pakken. Op eigen initiatief, maar zo nodig met hulp van de overheid, instellingen en ondernemers. Dit noemen we ook wel burgerkracht. ‘Wijken’ zijn in deze context niet een vast omlijnd geografisch gebied, maar meer een organisatorisch verband van inwoners en organisaties.
We streven naar meer inwonersinitiatieven. Immers hoe meer initiatieven inwoners nemen, hoe groter de bijdragen aan de onderlinge betrokkenheid, maar ook aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een sociale, veilige en prettige leefomgeving. Het is geen doel op zich dat inwoners zich hiervoor (structureel) organiseren in wijkverenigingen waarin mensen vaak voor lange tijd een vaste rol spelen. Alle initiatieven, klein of groot, tijdelijk of structureel, zijn waardevol en worden daarom gestimuleerd, ondersteund en gefaciliteerd. Om kansen te zien, moeten we midden in de samenleving staan en goed zicht houden op wat er al gebeurt in de wijken en buurten van onze gemeente en welke initiatieven en ideeën we kunnen stimuleren en faciliteren. Dit vraagt om stevige netwerkorganisaties, zowel extern (tussen inwoners, ondernemers, maatschappelijke- en veiligheidspartners en de gemeente) als intern (tussen de verschillende domeinen zoals beschreven in hoofdstuk 2.1), waar we vanuit vragen en behoeften voorzieningen kunnen inrichten: gebiedsgericht, integraal, ontkokerd, met een verschuiving van rollen en meer data gedreven. Door meer vanuit de samenleving te organiseren en ons aanbod daarop aan te sluiten, komen de specifieke behoeften, waarden en mogelijkheden van inwoners en maatschappelijke organisaties meer in beeld.
Waar we zien dat inwoners het moeilijk vinden verantwoordelijkheid te nemen of dat nog niet kunnen geven we hen een duwtje in de rug. Hierdoor kunnen we specifiek dát doen wat nodig is in een bepaalde kern, wijk of buurt.
28
5.5 De sociale basis en de bijzondere positie van mantelzorgers en vrijwilligers De sociale basis kan bestaan dankzij de onmisbare inzet van bij de samenleving betrokken inwoners, mantelzorgers en vrijwilligers. Mantelzorgers nemen hierin een bijzondere plaats in. Zij zorgen voor, begeleiden of ondersteunen iemand in hun naaste omgeving. Zonder deze vorm van naastenliefde zouden veel meer inwoners gebruik (moeten) maken van professionele ondersteuning. Dit terwijl de ondersteuning van een naaste vaak van zoveel meerwaarde is. Om te zorgen dat mantelzorgers ook in de toekomst hun ondersteuningsrol kunnen blijven vervullen én dat we nieuw mantelzorgpotentieel vinden en inzetbaar maken, ondersteunen wij mantelzorgers -waar nodig- zo goed mogelijk. Hierbij passen we de acht vraaggebieden toe welke worden onderschreven door Movisie. Zie hiervoor de afbeelding hiernaast.
Materiële hulp Hulpmiddelen in huis, bij vervoer
Informatie & advies Over ziekte/ beperking, aanbod zorg en welzijn regelingen
Financiële ondersteuning
Persoonlijke begeleiding
Tegemoet-komingen zoals vergoedingen, mantelzorgwaarding
Mantelzorgtaken, netwerkversterking, combineren mantelzorg en werk
Vervangende zorg
Emotionele steun
Vrije tijd voor de mantel-zorger door organiseren respijtzorg
Luisterend oor, lotgenoten-contact
Praktische hulp
Educatie
Bij aanvragen zorg, hulpmiddelen, woningaanpassingen
Voorlichting, cursussen
Wat we belangrijk vinden We vinden het belangrijk mantelzorgers te ondersteunen en te waarderen. Daarom moeten diensten en activiteiten voor mantelzorgers breed bekend zijn en is er laagdrempelig toegang tot advies, informatie, praktische hulp en ondersteuning. De ondersteuning heeft tot doel de draagkracht van de mantelzorger in stand te houden of te vergroten (de draaglast te verminderen). Tenslotte spreken we onze waardering uit voor mantelzorgers als een publieke uiting van respect.
29
We organiseren activiteiten voor mantelzorgers waarin zij elkaar kunnen ontmoeten en ervaringen kunnen uitwisselen (lootgenotencontact), we bieden verschillende vormen van laagdrempelige dagbesteding en we bieden specifieke ondersteuning bij een ingrijpende gebeurtenis zoals een overlijden. Vanuit het integraal plan van aanpak Brede SPUK wordt de uitvoering van mantelzorg-ondersteuning doorontwikkeld en versterkt. Bij de doorontwikkeling is bijzondere aandacht voor informele respijtzorg. Bijvoorbeeld door een vrijwilliger. Denk bij informele respijtzorg aan een activiteit voor de naaste, waarbij de mantelzorger kan kiezen om wel of niet mee te gaan. Of aanwezigheidszorg: iemand die bij de naaste thuis blijft, zodat de mantelzorger even iets voor zichzelf kan doen. Ook de inzet van vrijwilligers is van essentieel belang voor onze samenleving en zeker voor het sociaal domein. Er is van oudsher in onze gemeente een sterk verenigingsleven en ook zijn veel inwoners actief als vrijwilliger. We hechten veel waarde aan deze inzet en waarderen dit ten zeerste. Onze maatschappelijke organisaties, sport- en culturele verenigingen en wijk- en bewonersverenigingen zouden niet kunnen functioneren zonder de inzet van vrijwilligers. Ons beleid is erop gericht vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties te ondersteunen op het gebied van werving, behoud en ontwikkeling.
We zien kansen om vooral jongeren en ouderen meer te stimuleren vrijwilligerswerk te doen en het vrijwilligerswerk beter aan te passen aan de behoefte van de vrijwilligers.
30
6. Wat zijn onze kernwaarden? De visie bevat vier kernwaarden: meedoen, ontwikkelen, ondersteunen en toekomstbestendig. Deze kernwaarden staan niet los van elkaar, maar zijn met elkaar verbonden. De kernwaarden ontwikkelen en ondersteunen zijn erop gericht om het meedoen mogelijk te maken. Toekomstbestendig gaat over onze verantwoordelijkheid om (toekomstige) zorg en ondersteuning te verlenen binnen verantwoorde (financiële) kaders.
Meedoen In Pijnacker-Nootdorp willen we dat iedereen kan meedoen en meetelt om zo een betekenisvol leven te leiden, ongeacht leeftijd, afkomst, geslacht, geaardheid, geloofsovertuiging, beperking of financiële situatie. Onze kinderen en jongeren groeien kansrijk, veilig en gezond op. Volwassenen en ouderen kunnen meedoen door middel van (vrijwilligers)werk, sport- en cultuur, ontmoetingen of, indien nodig, een andere zinvolle dagbesteding. Ook bij sociaaleconomische achterstanden, langdurige beperkingen of andere factoren die meedoen belemmeren. Een betekenisvol leven is voor iedereen anders. We willen dat alle inwoners hun kansen, talenten en mogelijkheden kunnen benutten en zich veilig voelen in hun sociale en fysieke omgeving. Het beleid dat we voeren, maakt meedoen aan de samenleving als basis voor iedereen mogelijk, maar er wordt ook rekening gehouden met het feit dat meedoen voor iedereen anders is.
Je je leven lang ontwikkelen om te kunnen omgaan met de uitdagingen van het leven
Je je leven lang meedoen op een manier die betekenis geeft voor jou
Ondersteund worden wanneer de uitdagingen meer van je vragen dan je aankunt
31
Ontwikkelen
Toekomstbestendig
We stimuleren inwoners zich naar vermogen te ontwikkelen en we gaan uit van talenten. Een mens ontwikkelt zich een leven lang, in zijn eigen tempo en naar eigen vermogen. Het beleid dat de gemeente hierop voert, richt zich op het ontwikkelen van vaardigheden en het ontwikkelen van een netwerk. Dit maakt dat inwoners om kunnen gaan met de uitdagingen en veranderingen in het leven en invulling kunnen geven aan het meedoen in de samenleving. Door hier van jong tot oud aandacht aan te besteden, versterken we de veerkracht, eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners en werken we preventief.
We zijn verantwoordelijk voor een toekomstbestendig sociaal domein. We kiezen voor betrouwbare en toekomstgerichte oplossingen, die niet alleen een antwoord zijn op de vraagstukken van vandaag, maar ook op die van de toekomst. Hiermee zorgen we ervoor dat ook in de toekomst zorg en ondersteuning kan worden verleend binnen verantwoorde (financiële) kaders en inzet van capaciteit. Wanneer er toch keuzes gemaakt moeten worden in verband met schaarste van financiële middelen en/of personeel, leggen we prioriteit bij de inwoners in de meest kwetsbare positie.
Ondersteunen Wanneer meedoen (tijdelijk) niet lukt en een hulpvraag ontstaat, bieden we als samenleving ondersteuning. De gemeente zorgt, wanneer dit nodig is, voor een informeel of professioneel vangnet. Hulpvragen worden breed en integraal bekeken met aandacht voor de verschillende levensdomeinen. Het beleid dat de gemeente hierop voert, richt zich op het vergroten van de zelfredzaamheid, het versterken van de eigen kracht en het eigen netwerk. Hierin vormt het potentieel van iemand het vertrekpunt, maar we onderkennen ook dat er grenzen zijn aan de eigen regie, (on)mogelijkheden van het eigen netwerk en de ondersteuning die de gemeente kan bieden. Het bieden van ondersteuning is daarom maatwerk. Het moet passen bij de mogelijkheden van de inwoner, gericht zijn op het lange termijnperspectief en rekening houden met de omgeving.
Toekomstbestendig werken betekent ook dat we steeds volgen en aansluiten bij innovaties en technologische ontwikkelingen die bijdragen aan de gezondheid en kwaliteit van leven van onze inwoners en/ of die ondersteuning bieden aan mantelzorgers, vrijwilligers, professionals in het verlichten, vergemakkelijken of efficiënter maken van zorg(verlenen). Denk hierbij aan hulpmiddelen, apps, platforms en zorg op afstand.
32
7. Samenhangende opgaven Kijkend naar de ontwikkelingen en onze ambities zien we de komende jaren drie grote opgaven voor ons: het verminderen van de bestaansonzekerheid, het vergroten van de kansengelijkheid en een gezond leven makkelijker maken. Het zijn grote opgaven die sterk met elkaar samenhangen en daarom een langdurige samenwerking vragen van onder andere de gemeente, inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en (zorg)aanbieders. Door samenhang aan te brengen in deze opgaven pakken we onderliggende oorzaken van problematiek aan. Hoe meer zekerheid inwoners ervaren en kansen hebben om mee te doen aan de samenleving, des te meer geld en ruimte zij hebben voor een gezond en autonoom leven.
Positieve Gezondheid is het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. De focus ligt op het vergroten van de veerkracht van mensen, op het creëren van een betekenisvol leven, en niet op de ziekte die iemand heeft. Het leren omgaan met lichamelijke of psychische klachten of met tegenslagen in het leven is belangrijk voor mensen, want het versterkt hun gezondheidsbeleving.
Kansengelijkheid is dat iedereen met dezelfde talenten evenveel kans moet kunnen maken op de ontwikkeling hiervan, onafhankelijk van sekse, sociaaleconomische status, etnische achtergrond en gezondheid. Bestaanszekerheid Voorkomen van geldzorgen reduceert stress en maakt mensen gelukkiger.
Positieve gezondheid Investeren in positieve gezondheid bevordert kansen voor mensen in kwetsbare situaties.
Kansengelijkheid Een doorlopende aanpak van onderwijs en ontwikkeling richting arbeidsmarkt bevordert bestaanszekerheid.
Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook zekerheid om betaalbaar te wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden, die nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving.
33
Het thema inclusieve samenleving heeft een belangrijke relatie met de samenhangende maatschappelijke opgaven. Daarom wordt dit als vierde thema aan dit hoofdstuk toegevoegd. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen, ongeacht hun achtergrond, cultuur, genderidentiteit, seksuele geaardheid, religie, fysieke-, mentale- en financiële mogelijkheden, zich welkom en gewaardeerd voelt en gelijke kansen krijgt.
In de volgende alinea’s leest u hoe wij ons beleid inzetten op de verschillende opgaven.
34
7.1 Verminderen van de bestaansonzekerheid Aansluiting op de sociale basis en het opbouwen van een waardevol bestaan is het meest kansrijk als aan een bepaalde mate van bestaanszekerheid is voldaan: zekerheid ten aanzien van wonen en voldoende inkomen. Hier ligt een grote uitdaging, vooral omdat bestaanszekerheid voor een groot deel buiten de gemeentelijke invloedssfeer ligt. In feite speelt onze gemeente pas een rol aan het einde van de keten: bij het minimabeleid, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, uitkeringen en re-integratie. De basis van bestaanszekerheid ligt op het terrein van de Belastingdienst en zijn toeslagen, op dat van de SVB en het UWV, van het pensioenstelsel, de arbeidsmarkt en de economische conjunctuur, van betaalbare en beschikbare woningen (sociaal, maar ook koopwoningen voor het middensegment), etc. Uiteraard gaan we deze uitdaging niet uit de weg. Inwoners kunnen rekenen op informatie, begeleiding, bijstand en samenhangende ondersteuning bij het tegengaan van armoede en schulden. In samenwerking met maatschappelijke organisaties zoeken we contact met inwoners die aanspraak kunnen maken op inkomensondersteuning, maar hier nog geen gebruik van maken. Wij ondersteunen inwoners in het proces van activering of re-integratie en deelname aan de samenleving. Dit doen wij samen met onze maatschappelijke partners en (lokale) werkgevers.