Bijlage 1 - Uitvoeringsplan Asielopvang en Flexwoningen
Tekst van het document
17
6.6.1 De vergoeding(en) die de gemeente ontvangt voor asielopvang Het uitgangspunt van het COA is dat de gemeente de opvanglocatie kostenneutraal kan realiseren. Hiervoor worden vanuit het faciliteitenbesluit de volgende vergoedingen ontvangen:
Een vergoeding voor de capaciteitsplaatsen. Dit betreft een vervangende uitkering als compensatie voor bewoners van een COA-locatie die niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP). Bij een opvangcapaciteit van 275 4 plaatsen bedraagt deze vergoeding € 213.000 per jaar.
Extra huisvestingskosten voor het basisonderwijs worden vergoed op basis van de Regeling onderwijshuisvestingsbudgetten asielzoekers (OHBA-regeling). Hiertoe behoren ook eventueel extra terrein of grond, gebouwen, onderwijsleerpakket, meubilair, klokuren gymnastiek, verzekeringen en onroerendzaakbelasting
Daarnaast houdt de gemeente rekening met de onderstaande vergoedingen. Deze vergoedingen zijn uiteraard afhankelijk van de samenstelling van de bewoners en meer specifiek, het aantal kinderen dat in de opvanglocatie verblijft.
De gemeente ontvangt onderwijsachterstandsbeleidsmiddelen (AOB) voor alle basisschoolleerlingen en peuters in de opvanglocatie. Deze kinderen krijgen automatisch een onderwijsscore behorend bij de laagste 15%. Vooralsnog wordt aangenomen dat dit budget toereikend is om de aanvullende financiering voor extra taalklassen op basisscholen en voorschools aanbod voor peuters uit de asielopvang te kunnen bekostigen.
Voor jeugdhulp aan asielzoekerskinderen ontvangt de gemeente een vergoeding via een Decentralisatie Uitkering. De hoogte van de uitkering is gebaseerd op het gemiddeld aantal kinderen per jaar in de opvanglocatie. Gebaseerd op de ervaringen van het COA, buurgemeenten en onze eigen opvang in het hotel wordt vooralsnog aangenomen dat dit budget toereikend is eventuele kosten voor jeugdhulp te kunnen bekostigen.
6.6.2.De kosten die de gemeente maakt voor asielopvang Voor de exploitatie van de opvanglocatie wordt rekening gehouden met onderstaande inkomsten en uitgaven kosten.
Voor de afdeling Sociaal Domein is de inschatting dat uitbreiding van 2 fte nodig is, in het eerste jaar na opening van de opvanglocatie en 1,75 fte voor de volgende jaren. Dit gaat om: - De functie van coördinator als eerste aanspraakpunt voor het COA en de verbinder binnen onze organisatie voor vragen en oplossingen; - Beheerder huiskamer met als functie toeleiding en begeleiding naar werk; - Versterken van de leerplichtambtenaren en de kernteams.
Voor het team maatschappelijk beleid is de inschatting dat jaarlijkse inzet van 0,2 fte nodig is. De inzet van de medewerkers richt zich op de realisatie van: - Afspraken met schoolbesturen ten aanzien van het bekostigen, organiseren en aanbieden van onderwijs (centrale opvang en doorstroming naar reguliere klassen) ten behoeve van leerplichtige kinderen. Hierbij behoort ook het maken van afspraken in de regio, vanwege onderwijsvoorzieningen in de regio; - Afspraken met kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen ten aanzien van het bekostigen, organiseren en aanbieden van voorschoolse- en vroegschoolse educatie voor doelgroep peuters; - Realiseren en bekostigen van aangepaste prestatieafspraken met uitvoerende organisaties op het gebied van zorg, jeugdzorg, gezondheid, taalvaardigheid, inburgering, (school)maatschappelijk werk en welzijn.
4
Het maximum aantal bewoners is 250. COA hanteert het uitgangspunt om 10% meer plekken te realiseren in verband met onderbezetting/verdeling (“snijverlies”) per woonunit.
18
Vooralsnog wordt voorzien dat deze inzet past binnen de bestaande formatie. Dit wordt gemonitord. Indien knelpunten ontstaan komen we hierover terug.
Aanvullende subsidie aan maatschappelijke organisaties zoals de SWOP, bibliotheek Oostland en gro-up Pijnacker-Nootdorp. In het eerste jaar na opening bedraagt de aanvullende subsidie € 45.000. Voor de volgende jaren bedraagt de subsidie € 25.000 per jaar. De aanvullende subsidie is bedoeld voor: - Een coördinerende- en schakelfunctie voor de Meedoenbalie waar vraag en aanbod m.b.t. vrijwilligers- verenigingen, werkgevers en bewoners van de asielopvang samen komen; - Het aanschaffen van een zelfstudie bibliotheek voor de bewoners van de asielopvang om zelf een start te maken met het leren van de Nederlandse taal; - Jaarlijks budget om vrijwilligersactiviteiten op de asielopvang mogelijk te maken.
Voor handhaving zetten we het eerste jaar 0,5 fte extra aan BOA capaciteit in. Dit zodat het (preventief) toezicht dat we in de omgeving van de opvanglocatie inzetten niet ten koste gaat van de andere handhavingsprioriteiten zoals opgenomen in het handhavingsuitvoeringsplan. Hiervoor is € 45.000 aan aanvullende middelen nodig. Na het eerste jaar wordt geëvalueerd of deze extra inzet wordt voorgezet of wordt op- of afgeschaald. Hierbij houden we ook in gedachten dat asielopvang en het extra toezicht dat daar (mogelijk) voor nodig is, onderdeel is van de nieuwe werkelijkheid in Pijnacker-Nootdorp. Deze nieuwe taken worden ook geïntegreerd in het handhavingsuitvoeringsplan.
6.6.3 Begroting exploitatie asielopvang Omschrijving kosten Huisvestingskosten basisscholen/ 100% dekking via OHBA-regeling (zie par. 5.4.3.) Inzet afdeling sociaal domein - Coördinator - Beheerder huiskamer en toeleiding werk - Versterken Leerplichtambtenaren en kernteams Aanvullende subsidie maatschappelijke partners - Coördinatie Meedoenbalie Aanschaf taalbibliotheek - Budget vrijwilligersactiviteiten Extra taalklassen op basisscholen en voorschools aanbod voor peuters (100% dekking via AOB) Jeugdhulp (100% dekking via decentralisatie uitkering) Inzet extra handhavingscapaciteit Post onvoorzien Totaal lasten Omschrijving vergoeding Uitkering faciliteitenbesluit Huisvestingskosten basisscholen/ 100% dekking via OHBA regeling (zie par. 5.4.3) Extra taalklassen op basisscholen en voorschools aanbod peuters (100% dekking via AOB) Decentralisatie Uitkering jeugdhulp Vergoeding huiskamerfunctie COA Totaal baten
Totaal saldo
Eerste jaar na opening p.m. € 180.000
Volgende jaren p.m. € 165.000
€ 30.000 € 130.000
€ 20.000 € 130.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 53.000
€ 30.000 € 45.000 € 3.000 € 5.000 p.m.
€ 25.000 € 5.000 p.m.
p.m.
p.m.
€ 45.000 € 15.000 €293.000
p.m. € 13.000 €213.000
Eerste jaar na opening € 213.000 p.m.
Volgende jaren € 213.000 p.m.
p.m.
p.m.
p.m. p.m. € 213.000
p.m. p.m. € 213.000
-/-€ 80.000
€0 19
6.6.4 Samenvatting en financiële risico’s exploitatie asielopvang Het uitgangspunt voor het COA is dat de asielopvang voor de gemeente budgetneutraal moet en kan verlopen. Alle door de gemeente te maken kosten worden in principe gecompenseerd door een uitkering vanuit het Faciliteitenbesluit, of door tegemoetkoming uit bestaande regelingen. Bovenstaand overzicht laat zien dat de belangrijkste kosten die worden gemaakt personele kosten en kosten voor maatschappelijke partners zijn. In het eerste jaar wordt extra geïnvesteerd in capaciteit, om werkzaamheden en activiteiten goed op te zetten en in te regelen. In de volgende jaren verwachten we de extra capaciteit af te kunnen schalen. Andere te maken kosten (huisvestingskosten basisscholen, taalklassen en voorschools aanbod peuters en jeugdhulp) worden in principe 100% gedekt door bestaande regelingen. Het risico bestaat dat de vergoedingen in de praktijk toch niet helemaal toereikend zijn om de kosten te dekken. Mocht dit ertoe leiden dat de tekorten substantieel zijn kan een beroep worden gedaan op artikel 8 van het Faciliteitenbesluit. Mocht dat niet (geheel) worden toegekend kan de “reserve Vluchtelingen” als dekking worden ingezet. De extra investering in het eerste jaar na opening kan ten laste worden gebracht van de reserve Vluchtelingen.
In de navolgende jaren wordt verwacht dat de uit te keren vergoeding op basis van het faciliteitenbesluit toereikend is om de te maken kosten te kunnen dekken. Het risico bestaat dat de vergoedingen in de praktijk niet volledig toereikend zijn om de kosten te dekken. Worden er door de gemeente in verband met de vestiging extra kosten gemaakt die het via het Faciliteitenbesluit opvangcentra toegekende bedrag overschrijden, dan kan het COA, met inachtneming van artikel 8 van het Faciliteitenbesluit, en onder goedkeuring van de Minister van Veiligheid en Justitie op verzoek van de gemeente een hogere uitkering verstrekken. Deze bepaling is expliciet in de concept bestuursovereenkomst opgenomen.
6.6.5 Kosten voor de ontwikkeling van de locatie voor asielopvang en flexwoningen Na instemming door de gemeenteraad over de asielopvang en flexwoningen gaan BPD, het COA en de gemeente met elkaar in gesprek om te komen tot een inrichtingsplan. Hier wordt de klankbordgroep bij betrokken (zie paragraaf aanvullen). Op dat moment wordt zichtbaar hoe de locatie wordt ingericht en wat ervoor nodig is om de locatie, voor zowel asielopvang als flexwoningen geschikt te maken. Zowel aan de zijde van BPD, het COA als de gemeente. Vervolgens zal BPD, als grondeigenaar, met het COA tot overeenstemming moeten komen over de ontwikkeling. Dat zal leiden tot een huurovereenkomst om de grond te kunnen gebruiken. Wanneer over het inrichtingsplan overeenstemming bestaat zal het COA geheel voor eigen rekening en risico de asiellocatie ontwikkelen. De gemeente staat daarbuiten. Het COA zal ook een bijdrage leveren aan de te realiseren ontsluitingsstructuur. Het uitgangspunt is dat de ontwikkeling van de flexwoningen voor rekening en risico van BPD Ontwikkeling B.V. zal plaatsvinden. Ten behoeve van de ontwikkeling zullen BPD en gemeente komen tot een anterieure overeenkomst, waarin afspraken over de ontwikkeling worden vastgelegd. Incidentele kosten waar rekening mee wordt gehouden zijn kosten voor de te realiseren ontsluitingsstructuur. Ook het COA en BPD zullen hier een bijdrage aan leveren.
Over deze kosten én eventuele verbetermaatregelen vanuit het aanvullende onderzoek naar de mogelijkheden ter verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid in het gebied tussen de Rotondes Noordweg/Sportlaan en Nootdorpseweg /Goudenregensingel worden op een later moment aparte voorstellen gedaan.
7. Bestuurlijke context De diverse huisvestingsopgaven voor gemeenten vloeien voort uit diverse regelingen. Hiervoor wordt op regionaal niveau, binnen de regio Haaglanden en op provinciaal niveau, met de provincie Zuid-Holland
20
samengewerkt. Ook van de gemeente Pijnacker-Nootdorp wordt verwacht om binnen de mogelijkheden bij te dragen aan het realiseren van de regionale opgaven. De Spreidingswet geeft alle gemeenten in Nederland de opgave een bepaald aantal opvangplekken te verwezenlijken. Dit werkt als volgt: Onderdeel van de Spreidingswet is een tweejaarlijkse raming van het aantal asielopvangplekken dat Nederland nodig heeft. Deze vormt de basis voor de verdeling van het aantal asielzoekers voor een periode van twee jaar over de verschillende gemeenten. De huidige eerste cyclus van de Spreidingswet loopt van 1 februari 2024 tot 1 februari 2026. Voor deze eerste cyclus is de taakstelling voor onze gemeente bepaald op 397, waarvan 34 AMV-ers. Thans worden 128 asielzoekers opgevangen in het Van Der Valk hotel en werken we met het voorliggende uitvoeringsplan aan duurzame asielopvang met een capaciteit van 250 opvangplekken. Hiermee voldoen we in de eerste cyclus van de Spreidingswet grotendeels aan de bestuurlijke opgave uit de Spreidingswet. Bij aanvang van de tweede cyclus van de Spreidingswet (welke loopt van 1 februari 2026 tot 1 februari 2028) is dit onzeker. Op dat moment wordt de taakstelling immers opnieuw bepaald. Dit brengt een mogelijke bijstelling van de taakstelling met zich mee, hoger of lager.
Het COA heeft aangegeven, bij de opening van de duurzame asiellocatie, voornemens te zijn de noodopvanglocatie in het Van Der Valk te willen sluiten vanuit kostenoogpunt. De bewoners die dan in het hotel verblijven, verhuizen dan naar de nieuwe locatie. Of dit daadwerkelijk gebeurt is uiteraard afhankelijk van de instroom en de landelijke asielketen. Afhankelijk van de bovengenoemde variabelen kan het dus betekenen dat de gemeente, met het voorgestelde aantal opvangplekken van 250, in de tweede cyclus van de Spreidingswet niet (meer) aan de taakstelling voldoet. Hiermee ontstaat het risico op een aanwijzing. Een aanwijzing houdt in: ‘wanneer alle gemeenten in de provincie Zuid-Holland tezamen niet voldoen aan de taakstelling voor de provincie als geheel, treedt een escalatieladder in werking. Op dat moment kan er op last van de minister een aanwijzing plaatsvinden. De minister wijst in dat geval, op basis van een verdeelbesluit, gemeenten aan die plekken moeten realiseren en kan indien nodig interbestuurlijk toezicht toepassen’. De gemeenteraad wordt geadviseerd in te stemmen met de realisatie van een opvanglocatie van 250 opvangplekken in combinatie met de realisatie van 150 flexwoningen. Hiervoor zijn de volgende argumenten:
Voorop staat dat met het aantal van 250 opvangplekken voldoende mogelijkheden en voorwaarden aanwezig zijn voor integratie, participatie en veiligheid. Dit aantal is passend bij de schaal van de gemeenschap en passend bij de draagkracht van de gemeentelijke organisatie en de maatschappelijke organisaties. Het aantal van 250 opvangplekken legt een minder grote druk op voorzieningen dan het maximale aantal van 397; Het aantal van 250 opvangplekken voldoet aan de opdracht van de gemeenteraad, namelijk: onderzoek de mogelijkheid voor realisatie van asielopvang binnen een bandbreedte van 150 – 300 opvangplekken; Met de realisatie van asielopvang ontstaat de zeer welkome kans om 150 flexwoningen te realiseren. Hierdoor kan, voor een periode van tien jaar, naar verwachting tussen de 200 en 250 (lokale) woningzoekenden woonruimte worden aangeboden; Met de realisatie van 250 opvangplekken voldoen we in de eerste cyclus van de Spreidingswet grotendeels aan de verplichting uit de Spreidingswet. In de tweede cyclus is nog onzeker voor welke opgave we dan staan. Gezien de landelijke ontwikkelingen rondom de Spreidingswet schatten we het risico op een eventuele aanvullende aanwijzing laag in. Met de keuze voor het realiseren van asielopvang behouden we de regie op het vraagstuk. Dat wil zeggen: wanneer wordt gekozen om geen asielopvang te realiseren, wordt de kans op een aanwijzing groter.
Hiermee loopt de gemeente het risico dat een plek wordt aangewezen die niet de voorkeur heeft. Bijvoorbeeld op een plek waar woningbouw gepland is, zoals het Dwarskadegebied. Ook bestaat de mogelijkheid dat ingeval van aanwijzing het aantal te realiseren plekken hoger wordt dan
21
de nu voorgestelde 250, en dat door de provincie een ander standpunt wordt ingenomen over het realiseren van flexwoningen voor starters en spoedzoekers.
8. Doorlooptijd Aangenomen wordt dat het jaar 2025 in zijn geheel benodigd zal zijn om de locatie tot ontwikkeling te brengen. In dat jaar worden diverse onderzoeken gedaan, zoals flora en fauna- en bodemonderzoeken. Ook worden plannen gemaakt voor het bouwrijp maken van de locatie. Een inrichtingsplan voor het gebied moet worden gemaakt, waaruit zal blijken hoe de woongebouwen worden gesitueerd, en hoe de verdere inrichting van het gebied er uit ziet, met groen, parkeren en speelvoorzieningen. Tot slot zal de verkeersstructuur moeten worden vormgegeven, inclusief de ontsluiting op de Noordweg. Daarbij zal ook onderzoek worden gedaan naar mogelijke verbeteringen ter verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid kunnen worden aangebracht in het gebied tussen de Rotondes Noordweg/Sportlaan en Nootdorpseweg/Goudenregensingel. Voor de "tijdelijke bestemmingswijziging” zal in 2025 ook een formele BOPA-procedure doorlopen moeten worden. Wanneer de bovengenoemde zaken verder zijn geconcretiseerd zullen afspraken worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst met het COA en een anterieure overeenkomst met BPD Ontwikkeling B.V.
In de bestuursovereenkomst met het COA worden zaken vastgelegd over onder meer het aantal opvangplaatsen, de looptijd van de opvang, de overlegstructuur, het onderwijs, de gezondheidzorg, de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de financiering. Voor de tijdelijke bestemmingswijziging van de locatie zal ook in 2025 een formele BOPA-procedure doorlopen worden. Tijdens die procedure bestaat de mogelijkheid van het indienen van bezwaar en beroep. Parralel aan de ruimtelijke ontwikkeling zal met het domein samenleving, maatschappelijke organisaties en het COA een integratie- en participatieplan worden opgesteld. Daarin worden de integratie- en participatie paragrafen (6.3.4 en 6.3.5) verder uitgewerkt en geconcretiseerd en worden heldere samenwerkingsafspraken gemaakt. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij staand beleid zoals de uitgangspunten uit de visie op een veerkrachtig sociaal domein en beleid rondom de Wet inburgering en de initiatieven die er al zijn in PijnackerNoord. Met basisscholen worden nadere afspraken gemaakt over het verzorgen van onderwijs en de uitbreiding van de huidige taalklassen. Naar goed voorbeeld van de gemeente Lansingerland wordt een convenant opgesteld en ondertekend door alle basisschoolbesturen. Hierin worden de rollen van de betrokken partijen en de coördinatie beschreven.
Zowel vanuit het COA en de gemeente naar de taalklas, als van de taalklas naar reguliere scholen. De schoolbesturen zien hiervoor een coördinerende rol voor de gemeente. Wanneer de gemeenteraad instemt met asielopvang en flexwoningen, worden de bovengenoemde acties in afstemming met het COA en BPD, verder geconcretiseerd en in een planning gezet. Hierdoor ontstaat zicht op de doorlooptijd van de gehele ontwikkeling. De verwachting is dat in de loop van 2026 de deuren van de asielopvang en flexwoningen kunnen worden geopend.
22