CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Uitvoeringsplan Asielopvang en Flexwoningen

Raad Besluitvorming 3 december 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 154759911.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsplan asielopvang en flexwoningen PijnackerNootdorp

1

Inhoud 1. Inleiding.............................................................................................................................................4 2. Aanleiding..........................................................................................................................................4 3. Huidige situatie..................................................................................................................................4 4. Wat ligt voor u?.................................................................................................................................5 5. Participatie.........................................................................................................................................6 5.1 Participatie...................................................................................................................................6 5.2 Wat hebben we opgehaald uit de samenleving?.........................................................................6 5.3 Wat gebeurt er met de uitkomsten?...........................................................................................7 6.

Uitvoeringsplan..................................................................................................................................8 6.1 De locatiekeuze............................................................................................................................8 6.1.1 De uitgangspunten................................................................................................................8 6.1.2 Afweging en keuze voor de locatie.......................................................................................9 6.2 De omvang van de locatie, de duur van de opvang en de doelgroep(en)..................................11 6.2.1 Omvang asielopvang...........................................................................................................11 6.2.2 Duur van de opvang............................................................................................................11 6.2.3 De doelgroep(en)................................................................................................................12 6.3 De inzet op het gebied van veiligheid, gezondheidszorg, onderwijs, integratie en participatie.12 6.3.1 Leefbaarheid, veiligheid, criminaliteit en overlast..............................................................12 6.3.2

Gezondheidszorg................................................................................................................13 6.3.3 Onderwijs............................................................................................................................13 6.3.4 Integratie en participatie....................................................................................................14 6.3.5 Werk...................................................................................................................................16 6.3.6. Betrokkenheid van de omgeving........................................................................................16 6.4 Huisvesten van eigen doelgroepen............................................................................................16 6.4.1 De afspraken met derden die we daarover (moeten) maken.............................................17 6.5 Verkeerssituatie en verkeersveiligheid......................................................................................17 6.6 De financiën...............................................................................................................................17 6.6.1 De vergoeding(en) die de gemeente ontvangt voor asielopvang........................................18 6.6.2.

De kosten die de gemeente maakt voor asielopvang........................................................18 6.6.3 Begroting exploitatie asielopvang.......................................................................................19 6.6.4 Samenvatting en financiële risico’s exploitatie asielopvang................................................20 6.6.5 Kosten voor de ontwikkeling van de locatie voor asielopvang en flexwoningen................20 7. Bestuurlijke context.........................................................................................................................20 8. Doorlooptijd.....................................................................................................................................22 2

3

1. Inleiding Gemeenten hebben een belangrijke rol bij het zorgen voor huisvesting van verschillende groepen mensen. Denk hierbij aan huisvesting van starters, statushouders, Oekraïense vluchtelingen en mensen die uitstromen uit zorginstellingen. Dit is een stevige uitdaging. Het tekort aan woningen is de afgelopen jaren immers toegenomen. Het aantal mensen dat op zoek is naar een (betaalbare) woning is groot. Ook bij de opvang van asielzoekers heeft het Rijk gemeenten nodig om voor voldoende opvangplekken te zorgen. Nederland heeft te maken met een groot tekort aan duurzame opvangplekken. De belangrijkste oorzaken van dit probleem zijn de afbouw van opvanglocaties in de afgelopen jaren en het tekort aan sociale huurwoningen waardoor de doorstroming vanuit asielzoekerscentra stagneert. Dit levert schrijnende situaties op voor die personen.

2. Aanleiding De gemeente wil haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren aan het oplossen van de urgente problemen rondom asielopvang. Daarom heeft de gemeenteraad in juni 2023 de Startnotitie Opvang asielzoekers vastgesteld en hiermee de opdracht gegeven te onderzoeken of het mogelijk is om in Pijnacker-Nootdorp een duurzame opvanglocatie te realiseren. Voor minimaal 150 en maximaal 300 opvangplekken in combinatie met de bouw van flexwoningen voor starters en spoedzoekers. Dit onderzoek behelst: (1.) een haalbaarheidsonderzoek naar een geschikte en beschikbare locatie, (2.) een maatschappelijke verkenning gericht op de vraag bij welke aantallen er voldoende mogelijkheden en voorwaarden aanwezig zijn voor integratie, participatie en veiligheid, (3.) een participatietraject voor inwoners en maatschappelijke organisaties en ondernemers. Het onderzoek is inmiddels afgerond en laat zien dat we, binnen de kaders die zijn gesteld door de gemeenteraad, een bijdrage kunnen leveren aan twee maatschappelijke opgaven: het tekort aan asielopvangplekken in ons land en het tekort aan lokale betaalbare woningen. Het is helder wat dit voor de samenleving, de gemeentelijke organisatie en maatschappelijke partners betekent. We zijn er zeker van dat we gezamenlijk ‘voldoende gesteld staan’ voor deze opgave en de uitdagingen het hoofd kunnen bieden.

3. Huidige situatie Per 1 februari 2024 is de Spreidingswet van kracht. Deze wet geeft gemeenten een wettelijke taak om opvangplekken te creëren. Het doel van de wet is te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtigere verdeling van opvangplekken over provincies en gemeenten. De gemeenten in de regio Haaglanden hebben een taakstelling van 5.794 opvangplekken. Dit aantal is evenredig verdeeld over de gemeenten. Voor onze gemeente betekent dit een taakstelling van 397 asielzoekers waarvan 34 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Ook van de gemeente Pijnacker-Nootdorp wordt verwacht om binnen de mogelijkheden bij te dragen aan het realiseren van de opgave. Hiervoor wordt met de andere gemeenten binnen de regio Haaglanden samengewerkt, via de regionale regietafel opvang migratie en integratie (RRT Haaglanden)1. Op dit moment worden in de gemeente Pijnacker-Nootdorp 128 asielzoekers opgevangen in de opvanglocatie in het Van der Valk hotel te Nootdorp2. Dit gaat om 68 crisisnoodopvangplekken onder regie van de gemeente en 60 noodopvangplekken onder regie van het COA. Er is tevredenheid over het verloop van deze asielopvang in onze gemeente. Dit is al twee jaar goed en zonder incidenten verlopen. Ook merken we een groeiende betrokkenheid vanuit onze inwoners.

Steeds meer inwoners zetten zich in als vrijwilliger en dragen zo op verschillende manieren bij aan een positieve opvangomgeving.

1

De gemeente Pijnacker-Nootdorp vormt samen met de gemeenten Rijswijk, Den Haag, Zoetermeer, Westland, Delft, Midden-Delfland en Wassenaar, één van de vijf regionale regietafels in de provincie Zuid-Holland. 2 Noodopvang zijn tijdelijke opvanglocaties van het COA met vaak een lager kwaliteits- en voorzieningenniveau. Bewoners hebben vaak minder privacy, geen gelegenheid om zelf te koken en minder zinvolle dagbesteding. Daarom is het streven dat bewoners zo kort mogelijk op deze locaties verblijven.

4

Parallel aan het onderzoek naar asielopvang is met de regionale regietafel opvang migratie en integratie Haaglanden gewerkt aan het regionaal opvangplan Haaglanden. Het opvangplan geeft regionaal overzicht van het huidige aantal asielplekken, maar geeft ook overzicht van de opvang van Oekraïense ontheemden en de huisvesting van statushouders. In het plan wordt beschreven welke eisen de opvang stelt aan de maatschappelijke voorzieningen ten aanzien van onderwijs, opvanglocaties, gezondheidszorg, veiligheid, inburgering, participatie en financiën. Het plan is samengesteld op basis van bijdragen van elke gemeente over de lokale situatie en de behoefte aan benodigde regionale voorzieningen. Voor onze gemeente betekende dit een bijdrage die toelichting geeft over de voortgang van het onderzoek naar een mogelijke asielopvang in onze gemeente en de opvang die wij al georganiseerd hebben voor asielzoekers in het Van der Valk hotel. De gemeenteraad is met de informatienota van 10 oktober geïnformeerd over het regionaal opvangplan. Meer over de regionale samenwerking, de Spreidingswet en de bestuurlijke context leest u in hoofdstuk 6.

4. Wat ligt voor u? Voor u ligt het uitvoeringsplan asielopvang Pijnacker-Nootdorp. Het uitvoeringsplan is gericht op een te ontwikkelen opvanglocatie met een omvang van 75 wooneenheden met maximaal 250 opvangplekken voor een periode van tien jaar. De locatie betreft het perceel tussen de Noordweg/Nootdorpseweg en de Rijskade welke in eigendom is van BPD Ontwikkeling BV. Parallel hieraan worden op dit perceel ca. 150 flexwoningen gerealiseerd. Hiermee verwachten we tussen de 200 en 250 (lokale) woningzoekenden woonruimte aan te kunnen bieden. Het uitvoeringsplan plus bijlagen bevat een weergave en de resultaten van het locatieonderzoek, de maatschappelijke verkenning, het participatieproces en de onderhandelingen met het COA, de grondeigenaar en de provincie Zuid-Holland. Dit is vertaald naar de paragrafen in hoofdstuk 6, het uitvoeringsplan: (1.) de locatiekeuze (2.) de omvang van de locatie, de duur van de opvang en de doelgroepen (3.) de inzet op het gebied van gezondheidszorg, veiligheid, onderwijs, integratie en participatie (4.) huisvesten van eigen doelgroepen en (5.) de financiën. Hoofdstuk 7. gaat over de bestuurlijke context. Hier wordt ingegaan op de gemeentelijke taakstelling vanuit de Spreidingswet van 397 opvangplekken en hoe dit zich verhoudt tot voorliggend uitvoeringsplan welke is gericht op een opvanglocatie met een capaciteit van 250 opvangplekken.

Hoofdstuk 8. Beschrijft welke tijd en vervolgstappen nodig zijn voordat de opvanglocatie zijn deuren kan openen en de flexwoningen worden opgeleverd. Afspraken over onder meer het aantal opvangplaatsen, de looptijd van de opvang, de overlegstructuur, het onderwijs, gezondheidszorg, handhaving van de openbare orde en veiligheid en de financiering staan in de concept bestuursovereenkomst. Zie hiervoor de bijlage 13. De concept bestuursovereenkomst is door het college akkoord bevonden maar deze is zoals met de raad afgesproken nog niet ondertekend. Het COA weet dat het raadsbesluit daarvoor doorslaggevend is. Daarnaast moet het COA, omdat dit van hun kant gaat om een investering van miljoenen, een voorbehoud maken voor de goedkeuring van het ministerie van Asiel en Migratie. Naast de bestuursovereenkomst treft u in concept de aanvullende werkafspraken aan die het college wil vaststellen nadat de bestuursovereenkomst is ondertekend. De werkafspraken gaan over zaken met betrekking tot de samenwerking, organisatie en diensten op de opvanglocatie. Denk hierbij aan communicatie, veiligheid, begeleiding, het instellen van de klankbordgroep, klachtafhandeling, vrijwilligers, gezondheidszorg en onderwijs. De werkafspraken zijn ambtelijk voorbesproken en zijn in lijn met de bestuursovereenkomst. Zie hiervoor bijlage 2.

3

Het COA gebruikt een vaste – met de VNG opgestelde - bestuursovereenkomst. Het COA streeft naar zo weinig mogelijk afwijkingen ten opzichte van de standaard om rechtsongelijkheid en fouten in de uitvoering te voorkomen.

5

5. Participatie 5.1

Participatie

Op 29 juni 2023 heeft de gemeenteraad de Startnotitie Opvang Asielzoekers vastgesteld, inclusief drie amendementen. Eén van de amendementen betreft de wijze van participatie met de gemeenschap. Het amendement luidt: “Bewoners, eventuele bewonersverenigingen; de gemeente haalt aan de voorkant ideeën en wensen op bij de belanghebbenden. Zij worden op deze wijze betrokken bij de gemeentelijke plannen over het Uitvoeringsplan opvang asielzoekers (Meedenken). “Het kiezen van een locatie ligt vaak moeilijk en de keuze is beperkt. Daarom kiezen we voor participatieniveau meedenken. Als gemeente staan we open voor suggesties van onze bewoners. Mocht het zover komen dat de asielopvang in de buurt komt, dan zullen de omwonenden betrokken worden bij het inrichtingsplan en zijn er vanzelfsprekend inspraakmogelijkheden.”

In dit hoofdstuk gaan we in op de manier waarop de gemeente de participatie van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties heeft ingericht en wat we hieruit hebben opgehaald. De zorgen, ideeën en suggesties die met de gemeente zijn gedeeld, zijn waar mogelijk meegenomen of gewogen in de planvorming. Waarover geen participatie? Met het vaststellen van de startnotitie Opvang asielzoekers Pijnacker-Nootdorp heeft de gemeenteraad het besluit genomen asielopvang te willen realiseren en zijn een aantal kaders voor het onderzoek meegegeven. Over deze kaders kon niet worden meegedacht. Dit gaat om: (1.) het aantal van 150 tot 300 asielzoekers, (2.) het aantal van 150 tot 300 starters en spoedzoekers, (3.) asielopvang en flexwoningen op dezelfde locatie en (4.) de periode van minimaal vijf en maximaal tien jaar. Daarom is geen peiling gedaan naar het draagvlak voor asielopvang in onze gemeente. Er is overigens wel door diverse inwoners aangegeven dat ze niet achter het opvangen van asielzoekers staan. Ook is er door inwoners gevraagd of er niet een draagvlak onderzoek gedaan had moeten worden. Het locatieonderzoek is gedaan door de gemeente, in afstemming met het COA en de provincie. Dit locatieonderzoek heeft één geschikte en beschikbare locatie opgeleverd. Over deze locatie wordt door de gemeenteraad besloten.

Over de keuze voor de voorgestelde locatie kon niet worden meegedacht. Wel konden inwoners hierover, tijdens de informatiebijeenkomsten, vragen stellen ter verduidelijking of toelichting (bijvoorbeeld welke criteria zijn gebruikt bij de voorgestelde locatie). Er zijn ten aanzien van de locatiekeuze wel suggesties gedaan door inwoners, zoals het plaatsen van de asielopvang buiten de bebouwde kom en over het spreiden van de asielopvang over meerdere locaties.

5.2

Wat hebben we opgehaald uit de samenleving?

De participatie is uitgevoerd in twee fases:  De eerste fase is de fase waarin het locatieonderzoek plaats vond. Het was toen nog niet bekend welke locatie geschikt was voor de asielopvang en flexwoningen.  De tweede fase ging in op het moment dat het locatieonderzoek werd afgerond. De gemeente maakte bekend dat het terrein tussen de Noordweg/Nootdorpseweg en de Rijskade in Pijnacker naar voren is gekomen als enige geschikte locatie. In de eerste fase is een vragenlijst (enquête) gemaakt, die door iedere inwoner van onze gemeente kon worden ingevuld. Ook is in deze fase gesproken met maatschappelijke organisaties. In de tweede fase zijn diverse informatiebijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen. Ook is in deze fase een eerste bijeenkomst met een klankbordgroep georganiseerd. Tijdens de participatieactiviteiten zijn veel vragen gesteld en reacties gegeven. We hebben al deze informatie gecategoriseerd in thema’s. Daaruit blijkt dat er zes grote thema’s zijn die leven in de samenleving. Deze thema’s zijn hieronder samengevat. Van de participatieactiviteiten zijn verslagen gemaakt. Voor de volledige

6

participatieverslagen wordt verwezen naar het participatieverslag fase 1 en participatieverslag fase 2 onderzoek asielopvang en flexwoningen. Zie hiervoor bijlage 3 en 4. Type doelgroep/ bewoners asielopvang en flexwoningen Veel vragen en zorgen gingen over welke bewoners er in de asielopvang komen wonen. Zij willen weten uit welke landen deze mensen afkomstig zijn en of veel verschillende culturen bij elkaar wel goed gaat. Zij vragen zich ook af in hoeverre de gemeente invloed heeft op het type mensen dat in de asielopvang komt wonen. Want men zou liever zien dat er families komen wonen en geen alleenstaande mannen. Leefbaarheid, veiligheid, criminaliteit en overlast Tijdens alle bijeenkomsten is er gesproken over het thema leefbaarheid, veiligheid, criminaliteit en overlast. De twee dominante onderwerpen zijn de veiligheid van jongeren in dit gebied, met het oog op de middelbare school en de sportverenigingen. Men wil weten hoe de gemeente de veiligheid kan waarborgen. En inwoners vragen zich af of de politie voldoende capaciteit heeft. Integratie Er wordt waarde gehecht aan de integratie van asielzoekers. Ook zijn hier zorgen over. Men is benieuwd hoe er gezorgd wordt voor het samenvloeien van de nieuwe inwoners met de eigen inwoners.

Er leven op dit thema met name de volgende drie onderwerpen: dag invulling en taal leren, waar gaan de jongeren naar school en waar kunnen ze sporten? Locatiekeuze Er zijn veel vragen gesteld over de locatiekeuze. Men vraagt zich af waarom voor deze locatie gekozen is en wat de alternatieven waren. Er is gevraagd naar de criteria om tot de locatiekeuze te komen. Ook is door diverse inwoners de geschiktheid in twijfel getrokken en werden er alternatieven aangedragen. Verkeer en ontsluiting Er zijn veel zorgen geuit over de verkeerssituatie en verkeersveiligheid rondom de locatie. Men geeft aan dat het nu al veel te druk is en dat de verkeersveiligheid verbeterd moet worden. Men vraagt zich af wat de gemeente daaraan gaat doen. Uitstraling, inrichting, afscheiding en bezetting kavel Binnen dit thema zijn specifieke vragen gesteld over afstandsnormen, de hoogte en het uiterlijk van de woningen en de wijze waarop het wordt afgescheiden van de directe omgeving. Deze vragen leven met name bij de direct omwonenden.

5.3

Wat gebeurt er met de uitkomsten?

Voor een deel is het participatietraject door inwoners benut om zich uit te spreken voor of juist tegen de komst van asielopvang en flexwoningen op deze locatie. Het gaat dan om principiële standpunten. Voor een ander deel zijn herkenbare en begrijpelijke vragen gesteld en zorgen geuit. Het participatietraject heeft waardevolle informatie en aandachtspunten opgeleverd. Over de thema’s uit het participatietraject is gesproken met onze veiligheidspartners, waaronder het COA, de politie, team handhaving en maatschappelijke organisaties, zoals de SWOP, Bibliotheek Oostland, gro-up buurtwerk/ jeugd- en jongerenwerk, onderwijspartners, de kerken en de afdeling sociaal domein. De veiligheidspartners hebben laten weten de vraagstukken te erkennen als hun eigen vraagstukken. Met deze partners zijn afspraken gemaakt over het waarborgen van de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid in en om de opvanglocatie. Ook de gesproken maatschappelijke organisaties zien goede mogelijkheden voor de realisatie van asielopvang in de gemeente en zijn unaniem bereid hieraan een bijdrage te leveren. De maatschappelijke organisaties hebben beelden en ideeën over de mogelijke rol(len) die zij hierbij willen en kunnen vervullen. Ook kijkt men positief naar de onderlinge samenwerking.

7

In de paragrafen 6.1 en 6.2 is te lezen hoe de locatiekeuze tot stand is gekomen, hoe de duur en de omvang van de asielopvang in combinatie met flexwoningen is bepaald en welke doelgroepen we kunnen opvangen. Ook is hier beschreven welke invloed de gemeente heeft op het type mensen dat in de asielopvang komt wonen. In paragraaf 6.3 kunt u lezen welke inzet wordt gepleegd op het gebied van leefbaarheid, openbare orde en veiligheid, gezondheidszorg, onderwijs, integratie en participatie en hoe de opbrengst uit het participatietraject hierbij is betrokken. De participatie stopt niet na instemming door de gemeenteraad over asielopvang en flexwoningen. Er is een klankbordgroep opgestart. De klankbordgroep bestaat uit verschillende belanghebbenden (direct omwonenden, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ouders-/ verzorgers van leerlingen van het Stanislas en andere belangstellenden). De klankbordgroep zal in eerste instantie meedenken over de ontwikkeling en inrichting van de locatie en de verkeerssituatie. Verder in het proces zal de klankbordgroep meedenken over de bevordering van de relatie tussen de bewoners van de opvanglocatie, de omwonenden en omliggende bedrijven en/of maatschappelijke organisaties. En over het voorkomen en eventueel bestrijden van overlast op en in de omgeving van de opvanglocatie.

De uitkomsten uit informatiebijeenkomsten worden betrokken bij de sessies met de klankbordgroep en verdere planvorming.

6.

Uitvoeringsplan

6.1

De locatiekeuze

6.1.1 De uitgangspunten Met de startnotitie Asielopvang heeft de gemeenteraad kaders vastgesteld waarmee rekening gehouden moet worden bij het zoeken naar een geschikte locatie om enerzijds de asielopvang, maar daarnaast ook flexwoningen te realiseren. Die kaders zijn: 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7. 8.

De asielopvang komt niet op locaties waar, voor de duur van de asielopvang, woningbouw is gepland; Parallel aan de asielopvang realiseren we flexwoningen voor bijzondere doelgroepen en starters; We realiseren duurzame opvang, voor de duur van minimaal vijf jaar en in principe maximaal tien jaar; We realiseren minimaal 150 en maximaal 300 opvangplekken op één locatie. Bij voorkeur maken we een combinatie met flexwoningen op één locatie, zodat we binnen de bandbreedte makkelijker kunnen op- en afschalen al naar gelang de behoefte; We zetten in op een zo’n goed mogelijke integratie en participatie van asielzoekers en op veiligheid in en om de locatie; We houden in de samenwerking met het COA zoveel mogelijk regie op de organisatie van de asielopvang; We kiezen niet voor vrijwillige aanmelding bij het rijk; De asielopvang komt niet op locaties die in de omgevingsvisie zijn aangeduid met de gebiedsprofielen natuur- en recreatielandschap, agrarisch veenweidelandschap en natuurlandschap.

Op basis van een aangenomen amendement (gesprek met provincie) kan bovendien een locatie voor opvang bestuurlijk pas in overweging worden genomen of verder in procedure gebracht, als zeker is dat de provincie met gebruik van die locatie akkoord gaat. Het kader genoemd onder 4. gaat uit van een gecombineerde ontwikkeling van opvang en flexwoningen. Dit betekent dat de locatie van voldoende omvang moet zijn, minimaal 4 á 5 hectare. Het kader genoemd onder 5. geeft aan dat ingezet moet worden op integratie en participatie van asielzoekers. Hieruit volgt dat het de aanbeveling verdient een locatie te vinden die tegen één van de bestaande kernen aanligt.

8

6.1.2 Afweging en keuze voor de locatie De ruimtelijke uitgangspunten voor de locatiekeuze zijn kort gezegd:  Het mag niet in onze groengebieden  Het mag niet in gebieden waar binnen 10 jaar permanent gebouwd gaat worden  Het moet bij voorkeur tegen bestaande kernen aan liggen  Het moet van voldoende omvang zijn om zowel asielopvang als flexwoningen op te realiseren Naast deze uitgangspunten heeft het college de Omgevingsvisie leidend laten zijn in de locatiekeuze, zoals het uitgangspunt dat het niet ten koste mag gaan van de aangewezen ruimte voor bedrijventerreinen. Het realiseren van 150-300 opvangplekken in combinatie met 150 flexwoningen op één locatie betekent dat de locatie van voldoende omvang moet zijn, minimaal vier á vijf hectare. Een scan van de gemeente heeft zeven locaties opgeleverd die zijn beoordeeld op de mogelijkheden om de opgave te realiseren. Het kiezen voor een locatie is gebaseerd op harde ruimtelijke afwegingen (perceel grootte, ligging, bestemming), maar ook op andere aspecten zoals de verhouding tot de omgeving en de nabijheid van winkels, sport- en onderwijsvoorzieningen. Op basis van de harde criteria zijn van de zeven locaties er drie in potentie geschikt voor de integrale opgave. Dit gaat om de locatie Oude Polder, de locatie Sportlaan en de locatie tussen de Noordweg/ Nootdorpseweg en de Rijskade in Pijnacker.

De andere vier locaties zijn te klein om de integrale opgave te realiseren. Dit gaat om de locatie Boezemvaart (tussen Katwijkerlaan en Boezem West), de locatie Balijade (tussen de Katwijkerlaan en bestaande kassen), de locatie voormalig afvalbrengstation Avalex en de locatie Sideron (Klapwijkselaantje). Van de drie potentieel geschikte locaties is de locatie tussen de Noordweg/ Nootdorpseweg en de Rijskade de enige geschikte locatie om de opgave te realiseren. Hieronder wordt de vergelijking van de drie locaties nader beschreven. Voor de volledige vergelijking van de zeven locaties wordt verwezen naar het memo afweging en keuze voor locatie asielopvang en flexwoningen. Zie bijlage nummer 5. De locatie Oude Polder ten noorden van het Oostlandpad is een locatie van ruim 10 hectare en is in handen van de gemeente. De grond heeft een glastuinbouwbestemming. Strategisch gezien is dit voor de gemeente een belangrijke locatie. In de Omgevingsvisie heeft de gemeente een viertal locaties aangewezen als transformatiegebieden naar woningbouw. In die transformatiegebieden zitten nog een behoorlijk aantal glastuinbouwbedrijven die zouden moeten verplaatsen (of beëindigen) om de transformatie mogelijk te maken. Tegelijkertijd heeft de gemeente uitgesproken het netto glasareaal in stand te willen houden.

Om die ambities te kunnen realiseren is grond nodig die beschikbaar is om bedrijven een alternatief te kunnen bieden. De Oude Polder is zo’n locatie. Zo beschouwd is de Oude Polder cruciaal om de strategische ruimtelijke doelen van de gemeente in de komende jaren te kunnen realiseren. Daarom is deze locatie in het onderzoek niet verder uitgewerkt. De locatie Sportlaan is eigendom van de gemeente, is ongeveer 5,8 hectare groot en daarmee van voldoende omvang voor de volledige opgave. De locatie is in het verleden gebruikt als vuilstort, en is op bepaalde plekken vervuild. Maatregelen moeten daarom worden getroffen om de locatie voor bebouwing geschikt te maken, mogelijk tegen

9

aanzienlijke extra kosten. Bovendien is de locatie in de afgelopen periode behoorlijk volgroeid met bomen en struiken. De kans is reëel dat maatregelen moeten worden getroffen in het kader van de Flora en Faunawet. Als voordeel van de locatie kan worden gezien dat de locatie vlakbij de bebouwde kom ligt, maar toch enigszins geïsoleerd. Nadeel van deze locatie is dat de ontsluiting via de Sportlaan gaat lopen, waar op bepaalde momenten druk verkeer is als gevolg van sportactiviteiten en het Stanislas college. Op andere momenten is de Sportlaan juist ook weer heel rustig, met een beperkte sociale controle. De provincie is geen voorstander van deze locatie. Het COA vindt de locatie ook minder geschikt, gezien de huidige groene inrichting (Flora en Faunawet) en de onzekerheid met betrekking tot de aanwezige verontreiniging. De locatie tussen de Noordweg/ Nootdorpseweg en de Rijskade heeft een omvang van ongeveer negen hectare en is eigendom van BPD, een projectontwikkelaar. De locatie is van ruim voldoende omvang om de totale opgave op een goede manier vorm te geven. Er zijn wel beperkingen, zoals een afstand die in acht moet worden genomen ten opzichte van het naastgelegen tuinbouwbedrijf, de tennisbanen en verdere bebouwing. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een hogedruk-gasleiding en een warmteleiding die het gebied doorkruisen.

De omvang van de locatie is echter groot genoeg. De ligging ten opzichte van de bebouwde kom is uitstekend, voorzieningen zijn gemakkelijk te bereiken. Voorwaarde is wel een goede en veilige ontsluiting op de Noordweg/Nootdorpseweg en een goede langzaam verkeerroute. De locatie ligt in één van de in de Omgevingsvisie aangegeven transformatiegebieden. Dat betekent dat in de toekomst woningbouw op deze locatie wordt voorzien. Mede gezien de ligging van het tuinbouwbedrijf Ammerlaan in het gebied, maar ook de huidige opvatting van de provincie over dit gebied is het niet de verwachting dat binnen 10 jaar de locatie voor permanente woningbouw in gebruik kan worden genomen. Samengevat wordt de locatie Oude Polder niet als een geschikte optie gezien, omdat deze locatie van groot strategisch belang is om onze ruimtelijke doelen rondom de transformatiegebieden te kunnen realiseren. De locatie is nodig als “schuifruimte” om tuinbouwbedrijven uit de transformatiegebieden een alternatieve locatie te kunnen aanbieden. Ook de locatie Sportlaan wordt niet gezien als realistische optie, nu, naast een aantal andere nadelen, de provincie heeft aangegeven deze locatie niet te zullen ondersteunen. Tijdens de informatiebijeenkomsten zijn door enkele inwoners vragen gesteld over het spreiden van asielopvang over meerdere locaties.

Hierbij wordt aangenomen dat meerdere kleine locaties hetzelfde voorzieningenniveau en begeleidingsaanbod krijgen als één grote(re). Dat is echter niet het geval, het is praktisch en financieel voor het COA niet uitvoerbaar. Dit heeft dan ook tot gevolg dat een aanzienlijk beroep zal worden gedaan op de gemeentelijke (sociale) voorzieningen, wat als ongewenst wordt gezien. Zie tevens paragraaf 6.2.1. Dit betekent dat de locatie tussen de Noordweg/ Nootdorpseweg en de Rijskade de enige geschikte locatie is voor de opgave waarvoor we staan. De locatie is groot genoeg voor de integrale opgave en biedt ruimte toe te werken naar een kwalitatief goede invulling en inrichting. In de Omgevingsvisie is deze locatie al aangegeven als transformatiegebied naar woningbouw. Er ontstaat nu dan ook een kans deze locatie versneld te transformeren, waarbij het belangrijk is vast te stellen dat naast opvang van asielzoekers hiermee ook de ruimte ontstaat een substantieel aantal flexwoningen te realiseren voor onze reguliere woningbehoefte. De ligging ten opzichte van voorzieningen is uitstekend, wat ook voor het COA aanleiding is deze locatie te ondersteunen.

10

Gedeputeerde Staten hebben inmiddels schriftelijk aangegeven, ondanks strijdigheid met de provinciale verordening, met deze locatie voor asielopvang in combinatie met flexwoningen voor een periode van 10 jaar in te kunnen stemmen. Ook hebben wij met de eigenaar van de grond en het COA een intentieovereenkomst bereikt, waarin we naar elkaar uitspreken gezamenlijk verder te gaan werken aan deze opgave. Zie hiervoor de bijlagen nummer 6, 7 en 8.

6.2 De omvang van de locatie, de duur van de opvang en de doelgroep(en) 6.2.1 Omvang asielopvang De locatie wordt geschikt gemaakt voor asielopvang met een capaciteit van 250 opvangplekken. Hiervoor zijn de volgende argumenten: 

In de eerste fase van de maatschappelijke verkenning is door maatschappelijke organisaties aangegeven dat voor het organiseren van onder andere onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg, integratie en participatie, de inzet van vrijwilligers en de beschikbaarheid van vrijwilligerswerk een opvanglocatie met een capaciteit van 250 opvangplekken uitvoerbaar is. Het uitgangspunt is dat er geen basistaken en verantwoordelijkheden van het COA worden overgenomen. Dit om overbelasting bij de maatschappelijke organisaties en de gemeentelijke organisatie te voorkomen: - Bij een opvanglocatie van 250 opvangplekken zijn zowel de basisdienstverlening (24/7 beveiliging, huismeester, woonbegeleiding, programmabegeleiding en individuele begeleiding) geborgd als ook plustaken zoals gezondheidszorg, taallessen, voorinburgering en recreatieve activiteiten beschikbaar. Zie hiervoor het overzicht basisdienstverlening COA in bijlage 9. - Door te kiezen voor een opvanglocatie van 250 opvangplekken kan het COA een volwaardige en zelfstandige opvanglocatie ontwikkelen, die voldoet aan de reguliere kwaliteits- en voorzieningenstandaarden van het COA. Naarmate de opvanglocatie kleiner wordt, is ook de beschikbare tijd voor de organisatie hiervan binnen het COA team minder. Het COA zal dan meer leunen op de gemeente en maatschappelijke organisaties.

Een (of meerdere) kleinere opvanglocatie(s) vraagt dus meer inzet van de gemeente, maatschappelijke organisaties en lokale voorzieningen en hierdoor hogere kosten. Daarnaast geldt een aantal van 250 opvangplekken als een minimale eis voor de provincie om de asielopvang op deze locatie, in combinatie met flexwoningen, toe te staan.

Parallel aan de asielopvang worden op dit perceel 150 flexwoningen gebouwd. Hiermee verwachten we tussen de 200 en 250 (lokale) woningzoekenden woonruimte aan te kunnen bieden. In de conceptbestuursovereenkomst met het COA, in artikel 3, staat dat het aantal capaciteitsplaatsen 10% hoger is dan het aantal opvangplekken van 250. In de toelichting wordt uitgelegd dat dit heeft te maken met zogenaamd ‘snijverlies’. Het kan immers voor komen dat een gezin van vier personen in een wooneenheid met capaciteit voor vijf personen wordt geplaatst. De vijfde capaciteitsplaats blijft daardoor vacant. Daarom zijn meer capaciteitsplaatsen nodig dan het maximum aantal op te vangen asielzoekers. Niet elke capaciteitsplaats zal immers in de praktijk bezet worden. Het COA garandeert echter dat nooit meer dan 250 opvangplekken worden gevuld.

6.2.2 Duur van de opvang De inzet is om een duurzame bijdrage te leveren aan de oplossing van twee maatschappelijke opgaven: het tekort aan asielopvangplekken in ons land en het tekort aan lokale betaalbare woningen. Door te kiezen voor een periode van 10 jaar wordt daaraan goed voldaan. De uitdaging voor het huisvesten van de eigen doelgroepen in flexwoningen en asielopvang zit mede in de betaalbaarheid van de ontwikkeling. Voor zowel de asielopvang als flexwoningen is een periode van 10 jaar nodig om een kwalitatief goede ontwikkeling te realiseren binnen een haalbare businesscase. Een kortere periode zet de businesscase onder druk. Voordeel van deze keuze is dat de kwaliteit van de woongebouwen voor de asielopvang én de flexwoningen van hoger niveau worden en meer aandacht kan worden besteed aan de relatie met de omgeving. Daarnaast ligt het niet in de lijn der verwachting dat binnen de periode van 10 jaar provinciale toestemming zal worden gegeven in

11

dit gebied permanente woningbouw te realiseren. Permanente woningbouw blijft voor de lange termijn wel de doelstelling, zoals ook beschreven in de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050.

6.2.3 De doelgroep(en) Met de inwerkingtreding van de Spreidingswet is het maken van afspraken over de samenstelling van de bewoners in de asielopvang niet mogelijk. Het COA wordt door meerdere regelingen en de realiteit simpelweg gedwongen om alle asielzoekers te huisvesten op de opvanglocaties. Temeer daar veel gemeenten dezelfde wensen hebben blijven er mensen over die nergens gehuisvest kunnen worden. Het is daarom niet meer mogelijk om gemeenten te laten ‘kiezen’. Het COA spreidt asielzoekers echter zo zorgvuldig mogelijk om een zo goed mogelijke opvang en begeleiding te kunnen bieden, met aandacht voor veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid, rekening houdend met de fysieke omstandigheid van locaties.’ Het gaat hierbij om mensen van diverse leeftijden en nationaliteiten, alleenstaande volwassenen en gezinnen die asiel aanvragen in Nederland. De samenstelling van deze groep verandert doorlopend en hangt ook af van de instroom van asielzoekers in Nederland op het moment dat asielzoekers aan onze locatie worden toegewezen. Desondanks is richting het COA de duidelijke voorkeur uitgesproken voor gezinnen met kinderen en mensen die minimaal zes maanden in procedure zitten van hun aanvraag en mogen werken. Hiervoor zijn de volgende argumenten: 

Onze gemeente bestaat voor een groot gedeelte uit gezinnen met kinderen. Onze maatschappelijke infrastructuur is hierop ingericht. We zijn van mening dat deze infrastructuur kansen biedt om gezinnen met kinderen op een goede manier op te kunnen vangen en de kans te vergroten op een goede start na het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Tijdens de informatiebijeenkomsten hebben diverse inwoners ook de voorkeur voor gezinnen geuit. We bevinden ons te midden van een arbeidsmarktregio met een grote vraag naar personeel. Dit biedt kansen aan asielzoekers om betaalde arbeid te verrichten. Op deze manier zetten we in op vroegtijdige integratie en daarmee versnelde zelfredzaamheid.

Het COA heeft in haar reactie laten weten dat wanneer de locatie meer passend gemaakt kan worden voor gezinnen met kinderen hier vanuit het COA op kan worden gestuurd. Bij de uitwerking van de ontwikkelplannen wordt daarom blijvend ingezet op de voorkeur voor gezinnen met kinderen. Denk hierbij aan de inrichting van de woongebouwen, speellokalen en speelvoorzieningen. Er kunnen echter geen garanties worden gegeven. E.e.a. is uiteraard afhankelijk van de instroom in Nederland.

6.3 De inzet op het gebied van veiligheid, gezondheidszorg, onderwijs, integratie en participatie 6.3.1 Leefbaarheid, veiligheid, criminaliteit en overlast Het waarborgen van de (openbare) orde en veiligheid in en rond de opvanglocatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het COA, de gemeente en de politie. Het is daarom van belang dat er goede afspraken worden gemaakt over wie waarvoor verantwoordelijk is. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Veiligheidsplan asielopvang Pijnacker. Zie hiervoor bijlage 10. De partijen verbinden zich aan de opgenomen afspraken in het veiligheidsplan. Het veiligheidsplan gaat onder andere over de samenwerking tussen de partners, overlegstructuren, taken en verantwoordelijkheden en de monitoring van eventuele overlast en incidenten. In het veiligheidsplan is nader uitgewerkt hoe de veiligheid op- en rond de opvanglocatie wordt gewaarborgd, maar ook hoe er door politie en gemeentelijke handhaving toezicht wordt gehouden in de omgeving van de opvanglocatie. Daarnaast is er een handhavingsmatrix in het plan opgenomen waarin is uitgewerkt welke maatregelen er worden genomen bij bepaalde type incidenten en overlastsituaties. Een van de uitgangspunten in het veiligheidsplan is, dat we in eerste instantie inzetten op het voorkomen van overlast. Daar waar nodig wordt handhavend opgetreden.

We spelen met het veiligheidsplan in op de zorgen die tijdens de informatiebijeenkomst door inwoners en ondernemers zijn gedeeld. Dit doen we onder andere door de inzet van preventief toezicht door politie en handhaving op specifieke locaties en specifieke tijden in

12

de omgeving van de opvanglocatie, zoals scholen, sportverenigingen en winkelgebieden. Maar ook door in te zetten op een zinvolle dagbesteding. Zie hiervoor de paragrafen 6.3.3. onderwijs en 6.3.4 integratie en participatie. Door monitoring en goed overleg tussen de partners wordt ervoor gezorgd dat eventuele problemen vroegtijdig worden gesignaleerd. Op deze manier kan er ook worden geïntervenieerd door de inzet van hulpverlening. In situaties waar preventieve maatregelen ontoereikend zijn worden maatregelen uit de handhavingsmatrix ingezet.

6.3.2 Gezondheidszorg Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. Het COA is verantwoordelijk voor de organisatie en de financiering van die zorg. Op de opvanglocatie wordt de volgende zorg geboden: 

 

GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA) voert de curatieve zorg uit aan asielzoekers. Een team met een huisarts, praktijkverpleegkundige, doktersassistent en de praktijkondersteuner huisarts GGZ (POH GGZ) verzorgt spreekuren. Daarnaast heeft GZA een Praktijklijn en is er op locatie een telefoon beschikbaar waar bewoners kosteloos en privé kunnen bellen. Asielzoekers kunnen de Praktijklijn voor medische spoed dag en nacht bellen. Voor niet spoedeisende vragen is de Praktijklijn iedere werkdag bereikbaar tussen 8.30 en 17.00 uur. Ook is er een Tandartslijn beschikbaar voor een afspraak met een tandarts, voor kinderen is normale tandheelkundige zorg periodiek beschikbaar en voor volwassenen alleen noodzakelijke tandheelkundige zorg. GZA schenkt veel aandacht aan taal- en cultuurverschillen. Asielzoekers maken aanspraak op vergoeding van zorg zoals is vastgelegd in de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA). Het GGD GHOR Nederland is verantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg voor asielzoekers. Deze zorg omvat onder meer jeugdgezondheidszorg (JGZ), infectieziektebestrijding- en preventie, en voorlichting over gezondheid. Voor kinderen en jongeren in de opvanglocatie is preventief aandacht voor de weerbaarheid door middel van trainingen die zich richten op stevig in de schoenen staan, zelfvertrouwen en eigen kracht.

De gemeente is verantwoordelijk voor eventuele jeugdhulp aan minderjarige asielkinderen. Hiervoor wordt een compensatie ontvangen vanuit het gemeentefonds. De ervaring vanuit het COA is dat er relatief weinig jeugdhulp wordt ingezet. De meeste problematiek wordt opgepakt door de praktijkondersteuner huisarts van het GZA. Dit wordt door de buurgemeenten bevestigd. Ook vanuit onze eigen opvanglocatie in het Van der Valk hotel te Nootdorp wordt dit herkend. Eventuele problematiek wordt hier door het COA en de begeleiding in het hotel opgepakt. Op dit moment wordt één minderjarige bewoner uit de asielopvang in het hotel begeleid door het kernteam.

6.3.3 Onderwijs Basisonderwijs: De gemeente en schoolbesturen zijn samen verantwoordelijk voor het bieden van onderwijs aan nieuwkomers. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het geven van onderwijs en de gemeente voor het bieden van onderwijshuisvesting. Zo lang de samenstelling (leeftijden en aantallen) van de asielzoekers die worden opgevangen nog niet bekend is, is dit lastig te concretiseren en organiseren. We weten in dit stadium immers niet hoeveel leerplichtige kinderen het zal betreffen en of deze de basisschool leeftijd hebben of de leeftijd voor het voortgezet onderwijs. De ervaring van het COA is dat 15% van de bewoners in een opvanglocatie minderjarig is. De inschatting is dat 45% hiervan de basisschoolleeftijd heeft. Dit gaat om 17 kinderen. Door diverse inwoners is tijdens de informatiebijeenkomsten aangegeven dat men het belangrijk vindt dat kinderen naar school kunnen. Tegelijkertijd zijn er zorgen geuit over de beschikbare capaciteit binnen het onderwijs en specifiek de taalklassen. Met basisscholen heeft goed en constructief overleg plaatsgevonden. Alle gesproken scholen zijn bereid hun verantwoordelijkheid te nemen en staan unaniem positief in het bieden

13

van onderwijs aan asielkinderen. Het heeft voor hen niet de voorkeur om het onderwijs op de asiellocatie te organiseren. Dit om segregatie tegen te gaan. Om het onderwijs aan asielkinderen te organiseren willen de besturen het aantal taalklassen in de gemeente, wanneer dat nodig is, uitbreiden. Na instemming door de gemeenteraad met asielopvang en flexwoningen worden met basisscholen nadere afspraken gemaakt over het verzorgen van onderwijs en (indien nodig) uitbreiding van de huidige taalklassen. Naar goed voorbeeld van de gemeente Lansingerland wordt een convenant opgesteld en ondertekend door alle basisschoolbesturen. Hierin worden de rollen van de betrokken partijen en de coördinatie beschreven. Zowel vanuit het COA en de gemeente naar de taalklas, als van de taalklas naar reguliere scholen. De schoolbesturen zien hiervoor een coördinerende rol voor de gemeente. Voortgezet onderwijs De gemeente Delft is als centrumgemeente verantwoordelijk voor het organiseren van de internationale schakelklas (ISK). De ISK Delft valt onder het schoolbestuur Spinoza (onderdeel van het Grotius College), maar is feitelijk een aparte school. Er zijn reeds bestaande afspraken over het aanmelden van leerlingen uit Pijnacker-Nootdorp. Er zijn vanuit de huidige situatie (opvang Oekraïners, noodopvang Asiel en huisvesting statushouders) geen knelpunten. Wel staat er een stevige druk op de ISK.

Het vraagt om regionale afstemming om het aantal leerlingen goed te managen en meer grip te krijgen op de sterke fluctuaties in de in- en uitstroom. Onze gemeente neemt hier zijn verantwoordelijkheid in. De inschatting is dat 13 kinderen de middelbare schoolleeftijd hebben. Dit aantal is volgens de gemeente Delft goed te plaatsen. Dit wordt anders wanneer de gemeente (conform de taakstelling uit de Spreidingswet ) daarnaast nog 34 AMV’ers moet opvangen. Dan ontstaan (in relatie tot de huidige 260 ISK-plekken) knelpunten ten aanzien van huisvesting en personeel. Leerlingen die uitstromen uit de ISK kunnen terecht op Stanislas Pijnacker. Het verwachte aantal leerlingen (zonder AMV) wordt niet als hoge opgave gezien. Stanislas Pijnacker heeft niet de expertise in huis om leerlingen die niet terecht kunnen op het ISK onderwijs aan te bieden.

6.3.4 Integratie en participatie Het COA is op de opvanglocatie verantwoordelijk voor de dagelijkse diensten en ondersteuning. Het basisaanbod voor de maatschappelijke invulling van de opvanglocatie omvat alle essentiële taken en wordt geleverd door het COA. Hieronder vallen onder andere de persoonlijke begeleiding bij het integratieproces, juridische procedures, medische ondersteuning en taallessen. Door middel van aanvullende werkafspraken met het COA wordt afgesproken dat naast het programma wonen en leven op een opvanglocatie, extra modules worden gegeven: basaal Nederlands, weerbaarheid, Nederlandse omgangsvormen, met kinderen in het AZC en digitale vaardigheden en dat het COA daarbij samenwerkt met lokale partner(s). Er wordt, zodra een verblijfsvergunning is uitgeven, gestart met een vervroegd inburgeringstraject. Dit traject bestaat onder andere uit kennis van de Nederlandse maatschappij, introductie arbeidsmarkt en participatie en taalles. De deelnemers doen praktische vaardigheden en kennis op over het wonen in Nederland, de democratie en rechtsstaat, gezondheidszorg en het onderwijs. Specifiek voor kinderen en jongeren is er op de opvanglocatie aandacht over het 'leven op een asielopvang'. Zo is er informatie over onderwerpen als het naar school gaan in Nederland, vrije tijd, stress en ook de huisregels in de vorm van een stripboek.

De veiligheid rondom de locatie komt ook aan bod door voorlichting over verkeer, brand, natuurijs en zwemmen. Tijdens de informatiebijeenkomsten is door diverse inwoners het belang van integratie benadrukt. Ook vindt men het belangrijk dat asielzoekers hier goed in worden begeleid. Om de opvanglocatie voor alle betrokkenen (bewoners en omwonenden) een positieve impact te laten hebben is gekeken naar de verdere maatschappelijke invulling van de locatie. We zien mogelijkheden in een aanvullend maatschappelijk aanbod om de integratie van de asielzoekers te bevorderen, mensen actief en gezond te houden en betrokkenheid van de lokale gemeenschap mogelijk te maken, door middel van een Meedoenbalie en een huiskamerfunctie plus. Het uitgangspunt hierbij is Meedoen vanaf dag één! Zowel de Meedoenbalie als de huiskamerfunctie plus zijn uitkomsten van de onderhandelingen die gevoerd zijn met het COA. Zowel de SWOP, bibliotheek Oostland en gro-up willen graag meewerken aan de integratie van- en het organiseren van dagbesteding voor asielzoekers

14

in onze gemeente. Ook zien sportverenigingen, buurtverenigingen en de kerken hier bij een positieve rol voor zichzelf weggelegd. Na instemming door de gemeenteraad met asielopvang en flexwoningen wordt in samenwerking met maatschappelijke organisaties en het COA een integratie- en participatieplan opgesteld. We willen hierbij zoveel mogelijk aansluiten bij staand beleid zoals de visie op het sociaal domein en beleid rondom de Wet inburgering en de initiatieven die er al zijn in Pijnacker-Noord. Meedoenbalie Het meedoen in de samenleving is een belangrijk onderdeel van de integratie, participatie en acceptatie van de asielzoekers. Integratie en participatie zijn gedeelde verantwoordelijkheden. De inzet moet van twee kanten komen: van zowel de asielzoeker als van de samenleving (inwoners, maatschappelijke organisaties, sportverenigingen, bedrijven en overheden). Asielzoekers moeten zo snel mogelijk kunnen beginnen met integreren en participeren en daar goed in worden begeleid. Dit doen we door middel van een 'Meedoenbalie'. De Meedoenbalie is een schakel tussen de opvanglocatie en de samenleving. Daar kunnen alle bewoners, volwassenen en kinderen, terecht voor een divers participatieaanbod, zoals vrijwilligerswerk, deelname aan sport en cultuur en betaald werk.

Het betrekken van asielzoekers bij vrijwilligerswerk helpt bij het leren van de taal en het opbouwen van een sociaal netwerk. Voor organisaties en verenigingen betekent het gemotiveerde en diverse vrijwilligers en de mogelijkheid om mensen aan elkaar te verbinden die elkaar normaal gesproken minder snel ontmoeten. Meer weten? Bekijk via de volgende link de video: Ervaar de meedoenbalie De ervaring van het COA is dat veel vrijwilligers vanuit de gemeente betrokken zijn bij de asielopvang. Tijdens het participatietraject hebben 97 inwoners aangegeven interesse te hebben om vrijwilligerswerk te doen op de asielopvang. De SWOP is met haar vrijwilligers-informatiepunt (VIP) de logische partner -en ook bereid- om de coördinerende- en schakelfunctie te vervullen tussen de opvanglocatie en de samenleving. Hierin zal nauw worden samengewerkt met bibliotheek Oostland en gro-up in verband het bieden van informele taallessen door taalvrijwilligers en het organiseren van activiteiten. De gemeente en het COA willen extra aandacht schenken aan de belangen en behoeften van kinderen. Het COA stelt een medewerker aan als 'contactpersoon kinderen' die activiteiten en voorlichting organiseert. De opvang wordt zo ingericht dat kinderen kunnen spelen, leren en zich veilig voelen.

Een gezamenlijk aanbod van het COA, vrijwilligers en maatschappelijke partners in de gemeente in activiteiten die voorzien in sport, spel, kunst, muziek, weerbaarheid en voorlichting zal via de 'Meedoenbalie' beschikbaar zijn. Huiskamerfunctie plus Wanneer jongeren en volwassenen een dagbesteding, vrijwilligers- of betaald werk hebben voelen zij zich beter en wordt de leefbaarheid en de veiligheid in en rond de opvanglocatie vergroot. Ook draagt dit positief bij aan de beeldvorming en het draagvlak binnen de samenleving. Door middel van de huiskamerfunctie plus benadrukt de gemeente het belang van snelle participatie van asielzoekers in de samenleving en actieve ondersteuning bij (vrijwilligers) werk en taal, de basis van integratie. Daarmee heeft de huiskamerfunctie plus een preventieve werking voor het sociaal domein. Hoe ziet een huiskamerfunctie plus eruit? De opvanglocatie beschikt over een huiskamer waar de mogelijkheid bestaat voor bewoners om samen te komen en activiteiten te organiseren. We zien kansen om vanuit een huiskamerfunctie slimme verbindingen te maken tussen het COA, de Meedoenbalie en de gemeente. Vanuit de huiskamer worden activiteiten georganiseerd gericht op het vergroten van betrokkenheid en verbinding met de buurt en de Meedoenbalie.

Voorbeelden van activiteiten zijn: kennismaken met de buurtbijeenkomsten, culturele evenementen, workshops, het bezoeken van vrijwilligersorganisaties en werkgevers en gezamenlijk koken van maaltijden. Deze nauwe betrokkenheid wordt ook als positief ervaren op de crisisnoodopvang in het Van der Valk hotel. De beheerder van de huiskamer zal daarnaast fungeren en als buurt-/ welzijnswerker. De Meedoenbalie zien wij als een stevige basis waar vraag en aanbod m.b.t. vrijwilligers- verenigingen, werkgevers en bewoners van de asielopvang samen komen. Soms is er meer nodig voor een succesvolle match. Het vereist kennis van de

15

bewoners, hun talenten en ervaringen. Maar ook voor de asielzoekers, kennis over de Nederlandse werkcultuur en het verenigingsleven. Bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen hebben we geleerd dat voor het vinden én behouden van (vrijwilligers-)werk of activiteiten buitenshuis het belangrijk is bereikbaar te zijn voor bewoners wanneer zij hier vragen over hebben. Door middel van de huiskamerfunctie wordt op een zeer laagdrempelige manier (in de directe woonomgeving) geïnvesteerd in activering, begeleiding, en coaching: voor, tijdens en na het vinden van een plek voor de bewoners om te participeren in de gemeente. Voor de kinderen op de opvanglocaties zijn er ontmoetingsruimtes met materialen voor kinderactiviteiten. Voor de jongste bewoners die nog niet naar school gaan is er een speelzaal in het AZC waar peuteractiviteiten kunnen worden georganiseerd. Er is ook een speeltuin op het buitenterrein.

6.3.5 Werk We zien dat veel vluchtelingen talenten, kennis, werkervaring en doorzettingsvermogen bezitten en ook willen bijdragen aan onze samenleving. We hebben het streven dit potentieel zoveel mogelijk te gaan benutten. Een uitspraak van de rechtbank eerder dit jaar biedt asielzoekers die langer dan zes maanden in Nederland zijn de mogelijkheid om langer dan 24 weken per jaar betaald werk te verrichten. Hiermee is een groter potentieel werkaanbod ontstaan. Werk is een zinvolle dagbesteding en kan de integratie van nieuwkomers in de gemeente versnellen. Daadwerkelijke arbeidsdeelname zal afhangen van de fysieke en mentale belastbaarheid en beheersing van de Nederlands of Engelse taal. Er wordt actief op werk ingezet via de Meedoenbalie en de huiskamerfunctie plus. Op basis van de ervaringen van het COA is de verwachting dat circa 20% van de bewoners in de asielopvang geschikt is om betaalde arbeid te verrichten. Dit betekent dat bij een opvang van 250 ongeveer 40 asielzoekers betaalde arbeid kunnen verrichten. We zoeken hierbij de samenwerking op met lokale ondernemingen en werkgevers en met regionale werkgeversservicepunten. De verbinding tussen de asielzoekers en het bedrijfsleven wordt neergelegd bij de beheerder van de huiskamer.

Deze werkt samen met het accountmanagement vanuit de gemeente en van daaruit ook met initiatieven uit de arbeidsmarktregio ZuidHolland Centraal, zoals het project met ontwikkelbedrijf de Binnenbaan: de integratieversneller. Met de landelijke verruiming van de mogelijkheden voor asielzoekers om langer dan 24 weken per jaar te mogen werken, is onze ambitie om meer asielzoekers te begeleiden naar betaald werk.

6.3.6. Betrokkenheid van de omgeving Ook als de opvanglocatie draait, is goed contact met de omgeving belangrijk. Het COA organiseert dat buurtbewoners en bewoners van de opvanglocatie met elkaar kennismaken zoals op de jaarlijkse open AZC dag. En via de huiskamerfunctie worden activiteiten georganiseerd waar bewoners en omwonenden elkaar ontmoeten. Hier wordt de samenwerking gezocht met de wijkvereniging Pijnacker-Noord. Bezoekers vanuit de gemeente zijn welkom op de opvanglocatie. De gemeente vindt het van belang dat de kinderen in het AZC met kinderen van buiten het AZC kunnen spelen. Bezoekende kinderen zijn welkom onder begeleiding of toestemming van de ouders. Er komt een speeltuin met materialen om met elkaar buiten te spelen. De locatiemanager van de opvanglocatie onderhoudt contact met onder meer de omwonenden, de gemeente, de wijkagent en maatschappelijke organisaties. Tijdens de informatiebijeenkomsten is door diverse inwoners aangegeven dat men het belangrijk vindt dat er een centraal punt is waar eventuele klachten kunnen worden gemeld. Hierover zijn afspraken gemaakt met het COA: de locatiemanager is vanuit het COA het eerste aanspreekpunt voor vragen en klachten uit de directe omgeving. De locatie is telefonisch 24 uur per dag en 7 dagen in de week bereikbaar. Eventuele klachten worden zo snel mogelijk bespreekbaar gemaakt.

Voor klachten die niet langs deze weg zijn opgelost, bestaat de COA Klachtenregeling.

6.4

Huisvesten van eigen doelgroepen

Het is bij het onderzoek een belangrijk uitgangspunt geweest om naast de realisatie van vluchtelingenopvang ook ruimte te bieden voor de huisvesting van onze (lokale) woningzoekenden, met name starters en

16

spoedzoekers. Het behoeft nauwelijks toelichting dat de woningmarkt voor deze groepen, met name in de goedkopere (sociale-) en middeldure huur erg onder druk staat. Bij het zoeken naar een locatie is dan ook het uitgangspunt geweest dat de locatie van voldoende omvang is om de totale opgave van zowel vluchtelingenopvang als flexwoningen te realiseren. De locatie tussen de Noordweg/ Nootdorpseweg en de Rijskade biedt voldoende ruimte voor dit totale programma. Ook de provincie stemt in met het realiseren van maximaal 150 flexwoningen in combinatie met de asielopvang voor een periode van 10 jaar. De grond is eigendom van BPD Ontwikkeling BV. Met BPD is gesproken over het gebruik van de locatie, niet alleen voor de asielopvang maar ook voor flexwoningen. In de intentieovereenkomst is beschreven dat BPD in beginsel de locatie voor flexwoningen zelf zal exploiteren (grondexploitatie), de flexwoningen zal ontwikkelen en laten realiseren en exploiteren. Het ligt voor de hand dat samenwerking zal worden gezocht met een woningcorporatie met betrekking tot de goedkopere (sociale) huurwoningen. We zullen, binnen de mogelijkheden die wet- en regelgeving bieden, de woningen toewijzen aan onze lokale starters en spoedzoekers, bijvoorbeeld door gebruik te maken van lokale voorrangsregels en lokaal maatwerk.

6.4.1 De afspraken met derden die we daarover (moeten) maken Na instemming door de gemeenteraad met asielopvang en flexwoningen wordt de locatie tot ontwikkeling gebracht. Dat wil zeggen: In 2025 worden diverse onderzoeken gedaan en plannen gemaakt voor het bouwrijp maken van de locatie. In samenspraak met het COA en BPD wordt een kwalitatief en uitvoerbaar integraal inrichtingsplan gemaakt, waarover we met de klankbordgroep in gesprek willen. Daaruit zal blijken hoe de woongebouwen worden gesitueerd, en hoe de verdere inrichting van het gebied er uit ziet, met groen, parkeren en speelvoorzieningen. Ook zal de verkeersstructuur worden vormgegeven, inclusief de ontsluiting op de Noordweg. Op basis van het inrichtingsplan kan BPD zijn businesscase voor de ontwikkeling gaan opbouwen, en zal een anterieure overeenkomst met nadere afspraken over de ontwikkeling worden gesloten. Daarin wordt concreet vastgelegd hoeveel woningen in welke categorie worden gebouwd. Gezien de vraag gaan we vooralsnog uit de 50% sociale huurwoningen en 50% in de middeldure huurwoningen.

6.5

Verkeerssituatie en verkeersveiligheid

Een veelgenoemde zorg van inwoners tijdens de informatiebijeenkomsten betreft de verkeerssituatie rondom de locatie. Het gaat zowel om de drukte als om de verkeersveiligheid. Ten aanzien van de verkeersveiligheid wordt aangegeven dat weggebruikers (zowel automobilisten als fietsers) zich niet altijd aan de verkeersregels houden. Daarom wordt een aanvullend verkeersonderzoek gedaan. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de vormgeving van een goede ontsluiting van de locatie op de Noordweg/Nootdorpseweg, maar ook naar de mogelijkheden ter verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid in het gebied tussen de Rotondes Noordweg/Sportlaan en Nootdorpseweg/Goudenregensingel.

6.6

De financiën

Qua organisatie is feitelijk sprake van twee projecten. Eén project gaat over de realisatie van een opvanglocatie voor asielzoekers, het andere project gaat over de ontwikkeling van flexwoningen voor (lokale) woningzoekenden. Uiteraard is veel verbondenheid tussen deze projecten en zijn vaak dezelfde medewerkers betrokken. Een belangrijk verschil is dat de projecten een ander (besluitvormings-) proces doorlopen. Immers pas na instemming door de gemeenteraad over asielopvang en flexwoningen worden de afspraken met het COA en BPD verder geconcretiseerd. In dit hoofdstuk worden de financiën vanuit deze twee projecten daarom apart benaderd. De eerste drie paragrafen gaan over de gemeentelijke vergoedingen en uitgaven die we verwachten voor de exploitatie van een opvanglocatie. De laatste paragraaf gaat over eventuele kosten die kunnen ontstaan bij de ontwikkeling van de flexwoningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14822358/3