CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - SPUK

Raad Besluitvorming 29 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Inzet gemeentelijke middelen voor verduurzaming woningvoorraad en wijziging lijst maatregelen in artikel 3, eerste lid, van de Verordening duurzaamheidslening gemeente Pijnacker-Nootdorp21.779 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

II. Artikelsgewijs Artikel 1 In artikel 1 is een slecht geïsoleerde woning gedefinieerd als woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet met een energielabelklasse D, E, F, G. In veel gevallen hebben woningen echter nog geen energielabel als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit Energieprestatie Gebouwen. Om in die gevallen toch te kunnen kwalificeren als slecht geïsoleerde woning onder deze regeling, moet een gemeente de energetische staat van de woning bepalen aan de hand van het aantal niet of slecht geïsoleerde bouwdelen. Het gaat daarbij om de volgende bestaande bouwdelen: a. de vloer/bodem; b. de gevel, waaronder de spouwmuur; c. het dak/de zolder en de vlieringvloer; d. de ramen. Er is sprake van een woning met een vergelijkbare energetische staat als minste twee van de genoemde bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn. Bouwdelen zijn slecht geïsoleerd wanneer ze niet voldoen aan de huidige isolatie-eisen, zie hiervoor onderstaand schema. Wanneer is een schilelement slecht

Aanpakken bij Indicatie dikte of Rc of U-waarde

Dak

32

29

Hellend/plat dak

Geen, slechte en matige isolatie

https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/aanpak-energiearmoede/documenten

Staatscourant 2023 nr. 3877

2 februari 2023

Minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0

Wanneer is een schilelement slecht

Aanpakken bij Indicatie dikte of Rc of U-waarde Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is (als alternatief voor dakisolatie, alleen toe te passen bij een onverwarmde zolder en gesloten vlieringluik of gesloten toegangsdeur)

Rc ≤ 0,5

Gevel

Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig

Rc ≤ 1,1

Vloer-/bodemisolatie

Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig, aanpakken bij matige vloerisolatie niet perse noodzakelijk

Minder dan 5 cm aanwezig, Rc ≤ 1,3

Glas

Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas Ug waarde ≥ 1,6 Vanaf het jaar 2000 staat het type glas vaak ook vermeld op het metaal tussen de glaslagen. HR+, HR++, triple-glas en vacuümglas is beglazing die wel voldoet.

Zolder-/vlieringvloerisolatie

Voor het begrip woning is een ruime definitie gekozen. Hier vallen bijvoorbeeld ook woonwagens en woonboten onder. Ook daar is namelijk verduurzaming te behalen, en een gemeente heeft de vrijheid om daar in de aanpak rekening mee te houden. De getroffen maatregelen moeten minimaal voldoen aan de eisen die zijn gedefinieerd in de ISDE en de SVVE, ten aanzien van bijvoorbeeld de minimale Rd- of maximale U-waardes. Dit is niet altijd haalbaar bij woonwagens en woonboten. Transformatiewoningen vallen niet onder het begrip woning in deze regeling. Tevens gaat het in deze regeling om het verbeteren van de bestaande thermische schil en dus geen uitbreiding, nieuwbouw e.d.

Artikel 2 In artikel 2, eerste lid, is het doel van de specifieke uitkering bepaald. Zoals in de inleiding van het algemeen deel van de toelichting is omschreven, is de focus gelegd op woningen met een lage WOZ-waarde als (aanvullende) indicator om eigenaar-bewoners met een kleine beurs te bereiken. In artikel 2, tweede en derde lid, zijn de activiteiten bepaald waar de gemeente de specifieke uitkering aan dient te besteden. Het tweede lid regelt aan welke energiebesparende isolatiemaatregelen middelen besteed dienen te worden, onder verwijzing naar de ISDE voor eigenaar-bewoners en de SVVE voor (gemengde) verenigingen. Dit betreft de grotere energiebesparende isolatiemaatregelen met eisen zoals minimale Rd- of maximale U-waardes en minimale vierkante meters. Voor de precieze eisen aan die maatregelen wordt verwezen naar de artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (ISDE) respectievelijk artikel 7, tweede lid, van de SVVE. Het is niet de bedoeling dat enkel energiezuinige ventilatiemaatregelen in een woning worden getroffen, het gaat om de combinatie met de energiebesparende isolatiemaatregelen. In tegenstelling tot de ISDE en de SVVE is het in onderhavige regeling wel mogelijk dat de maatregelen door de eigenaar-bewoner zelf, en niet door een bouwinstallatiebedrijf worden uitgevoerd.

Om de kwaliteit van de doe het zelf maatregelen te stimuleren en zo gezondheidsproblemen te voorkomen, worden kluswijzers beschikbaar gesteld. In het derde lid, onderdeel a, is de activiteit van het bieden van gerichte ondersteuning bepaald. Het gaat bij deze activiteit om het bieden van gerichte hulp en ondersteuning waarbij naar de specifieke situatie van het betreffende woning/gebouw van de eigenaar-bewoner en/of gemengde vereniging wordt gekeken en wordt geholpen bij het maken van keuzes en plannen. Er is een niet-limitatieve opsomming opgenomen in de onderdelen 1° tot en met 4° van soorten ondersteuning waarmee gemeenten de eigenaar-bewoners en gemengde verenigingen zouden kunnen helpen. De opsomming is niet-limitatief om de gemeenten de ruimte te geven om lokaal plannen te maken om eigenaar-bewoners en gemengde verenigingen zo goed mogelijk te ondersteunen. Bij advisering over financiering is van belang dat een adviseur of bemiddelaar een vergunning heeft op grond van de Wet op het financieel toezicht. In het derde lid, onderdeel b, is geregeld dat de specifieke uitkering kan worden besteed aan de inzet van ambtelijke capaciteit of de inhuur van externe capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het isolatieprogramma, niet behorend tot onderdeel a.

Hierbij valt te denken aan overheadkosten zoals een projectleider, algemene communicatiekosten en het organiseren van projectvergaderingen, niet vallend onder a. Het onderscheid met de in onderdeel a geregelde ondersteuning is dat het bij de gerichte ondersteuning uit onderdeel a gaat om hulp en communicatie die op de concrete situatie van de wijk, van het

30

Staatscourant 2023 nr. 3877

2 februari 2023

gebouw van de eigenaar-bewoner of (gemengde) vereniging is toegespitst. Het gaat daarbij om maatwerk, om het bieden van gerichte begeleiding aan de personen die dat nodig hebben. In het vierde lid is bepaald dat de energiebesparende isolatiemaatregelen en de energiezuinige ventilatiemaatregelen die met behulp van de specifieke uitkering worden gefinancierd met ingang van 1 januari 2023 of later dienen te worden uitgevoerd. Hier is voor gekozen vanwege het uitgangspunt dat de regeling een stimulerend effect moet hebben. Er moeten dus geen maatregelen mee worden gefinancierd die al zijn uitgevoerd. Er is gekozen voor 1 januari 2023 en niet pas bijvoorbeeld het moment van het sluiten van het aanvraagtijdvak of het moment van het ontvangen van de specifieke uitkering, om zo vroeg mogelijk te kunnen starten met het isoleren van slecht geïsoleerde woningen. Zo kan het bijvoorbeeld wel zijn dat een gemeente reeds aanvangt in januari 2023 en daar ook de specifieke uitkering uiteindelijk voor wil aanwenden, ook al heeft de gemeente de specifieke uitkering op dat moment nog niet ontvangen. De gemeente gebruikt op dat moment dan nog andere middelen. Voor een toelichting over het vijfde lid dat betrekking heeft op BTW wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van het algemeen deel van de toelichting.

Artikel 3 In bijlage I is een tabel opgenomen waarin een gemeente het maximale bedrag kan zien dat door die gemeente aangevraagd kan worden. De gemeente kan dat doen gedurende de twee aanvraagtijdvakken die in artikel 4 zijn bepaald. De reden dat de bedragen opgesplitst zijn over 2023 en 2024 is begrotingstechnisch van aard. Het is wel mogelijk om het volledige bedrag voor 2023 en 2024 in één keer aan te vragen, maar het is niet mogelijk om de gehele specifieke uitkering in dat geval volledig in 2023 uit te betalen. Een deel zal dan in 2024 worden uitbetaald, dat is bepaald in artikel 5. Het bedrag is gebaseerd op de verdeelsleutel die nader is toegelicht in paragraaf 2.5 van het algemeen deel van de toelichting. In de concept regeling die is geconsulteerd is gerekend met een verdeling van het totaal beschikbare budget dat op basis van de CBS gegevens is verdeeld over gemeenten. Daarvan is het aantal woningen afgeleid. Dat betrof meestal geen afgerond getal. Omdat bij definitieve regeling uiteraard wel een geheel aantal woningen wordt opgegeven, wijken de totaal bedragen af van de bedragen bij de consultatie. Dit kan zowel een iets hoger als een iets lager bedrag zijn. Dit omdat het maximaal aantal aan te vragen woningen is afgerond op een geheel getal.

Artikel 4 In het eerste lid zijn de twee aanvraagtijdvakken voor de middelen voor 2023 en 2024 geregeld. Er is gekozen voor twee aanvraagtijdvakken, zodat er ook tussentijds – na de eerste aanvraagperiode – zicht is op het aantal aanvragen en het aantal te isoleren woningen. Dit kan benut worden voor de monitoring van de voortgang. Het eerste aanvraagtijdvak beslaat een periode van drie maanden, en het tweede aanvraagtijdvak een periode van 2 maanden, zodat gemeenten de tijd hebben plannen rond te krijgen en aanspraak te kunnen maken op het budget voor 2023 en 2024. Als gemeenten vroeg in het aanvraagtijdvak een aanvraag indienen, dan neemt de minister ook eerder een beschikking voor die gemeente, want in het derde lid is bepaald dat de minister binnen acht weken na het indienen van de aanvraag beslist over de toekenning. In het tweede lid is bepaald welke gegevens een gemeente bij de aanvraag moet aanleveren. In onderdeel a wordt om een omschrijving van de activiteiten gevraagd. In onderdeel b wordt een opgave van de gemeente gevraagd van het aantal slecht geïsoleerde woningen waarbij de gemeente met behulp van het aangevraagde bedrag energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen zal bewerkstelligen. In onderdeel c wordt de hoogte van het aangevraagde bedrag van de specifieke uitkering gevraagd.

Dit bedrag bestaat uit het aantal slecht geïsoleerde woningen als bedoeld in onderdeel b, vermenigvuldigd met € 1.460. Onderdelen b en c hangen dus samen: het aantal woningen dat een gemeente verwacht te verbeteren correspondeert met het bedrag dat daarvoor beschikbaar is, naar rato van het beschikbare budget en het aantal woningen dat in de verdeelsleutel is opgenomen. In onderdeel d wordt een omschrijving gevraagd van de wijze waarop de gemeente voornemens is om voldoende woningen met een WOZ-waarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, in het isolatieprogramma te betrekken. 80% van de woningen waarbij energiebesparende isolatiemaatregelen worden getroffen, moeten aan die eis van de maximale WOZ-waarde voldoen. In onderdeel e wordt een opgave van het bedrag gevraagd dat de gemeente op grond van een eigen

31

Staatscourant 2023 nr. 3877

2 februari 2023

inschatting aan BTW verschuldigd is over de kosten voor de uitvoering van het isolatieprogramma. Een gemeente kan dit niet altijd al exact weten, maar er wordt een zo goed mogelijke inschatting gevraagd. Zie hoofdstuk 4 van het algemeen deel van de toelichting voor een nadere toelichting over de BTW. In het derde lid is de beslistermijn voor de minister geregeld: dat is acht weken vanaf het moment van het indienen van de aanvraag, met eventueel een verlengingsmogelijkheid voor de minister van acht weken. In het vierde lid is bepaald dat een aanvraag wordt ingediend via de website van de RVO.

Artikel 5 De specifieke uitkering wordt op grond van een beschikking in één of twee keer uitbetaald, afhankelijk van het door de gemeente aangevraagde bedrag. Wanneer zowel het bedrag dat in bijlage I voor de gemeente voor 2023 is opgenomen en ook (een deel van) het bedrag dat voor 2024 is opgenomen door de gemeente wordt aangevraagd, zal uitbetaling van dat laatste deel in 2024 plaatsvinden. Het moment van uitbetaling wordt in de beschikking geregeld. Dit kan per gemeente verschillen, afhankelijk van het moment waarop de gemeente de aanvraag indient. Als de gemeente de aanvraag vroeg in het aanvraagtijdvak indient, kan er immers ook eerder een beschikking worden genomen. Daarnaast vermeldt de beschikking in ieder geval ook het totale bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering en de periode waarbinnen de maatregelen moeten zijn uitgevoerd en de uitkering moet zijn besteed. Op grond van de verplichting uit artikel 6, eerste lid, onderdeel d, is dat 31 december 2026, maar ten behoeve van de overzichtelijkheid wordt dat ook in de beschikking vermeld.

Artikel 6 In het eerste lid van artikel 6 zijn de verplichtingen geregeld waar een gemeente aan moet voldoen die een specifieke uitkering ontvangt. Er is slechts één afwijzingsgrond opgenomen in (artikel 7 van) deze regeling, die ziet op de situatie dat een aanvraag het beschikbare budget overschrijdt. De controle op de verplichtingen gebeurt in het kader van de jaarlijkse SiSa-verantwoordingen. Omdat er hierdoor aan de voorkant geen harde toets is en gemeenten laagdrempelig het budget toegewezen krijgen, is het belangrijk dat gemeenten vanaf het begin goed rekening houden met deze verplichtingen die later een rol spelen in het kader van de verantwoording. Als daar namelijk niet aan wordt voldaan kan de specifiek uitkering immers (al dan niet gedeeltelijk) worden teruggevorderd. Onderdeel a van het eerste lid regelt dat in alle van het aantal aangevraagde slecht geïsoleerde woningen de gemeente ook daadwerkelijk energiebesparende isolatiemaatregelen en eventuele energiezuinig ventilatiemaatregelen getroffen moeten worden. Een woning telt pas mee, wanneer van een bouwelement de minimale vierkante meters oppervlakte als opgenomen in de ISDE/SVVE met bedoelde energiebesparende isolatiemaatregelen en eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen zijn verbeterd met minimaal de opgenomen isolatiewaarden.

In onderdeel b is bepaald dat ten minste 80% van de geïsoleerde woningen, woningen moeten zijn met een bepaalde WOZ-waarde. Dat valt uiteen in twee categorieën: 1) WOZ-waarde die lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen in de betreffende gemeente, waarbij uit wordt gegaan van de voorlopige cijfers voor het jaar 2022 zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/ nl/dataset/85036NED. In het belang van de kenbaarheid en rechtszekerheid worden de waardes waarvan wordt uitgegaan opgenomen in bijlage 1; 2) WOZ-waarde lager dan € 429.300. Daarbij is aangesloten bij de NHG-grens voor 2023. Zoals in de inleiding van het algemeen deel van de toelichting is toegelicht, is deze focus op lage WOZ-waardes bedoeld om mensen met een smallere beurs te bereiken. In onderdeel c is bepaald dat er ten hoogste € 4.000 van deze specifieke uitkering per woning mag worden besteed aan energiebesparende isolatiemaatregelen (eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen). Voor het maximum van € 4.000 is gekozen vanwege de doelmatigheid van de regeling. Bedacht moet worden dat het bedrag geldt naast eventuele subsidie op grond van de ISDE of SVVE.

Een uitzondering is daarbij mogelijk voor woningen waarbij op ten minste één eigenaar-bewoner schuldhulpverlening of een schuldsaneringsregeling van toepassing is, of bijzondere bijstand ontvangt als bedoeld in artikel 35, eerste of vierde lid, van de Participatiewet. In dat geval geldt er geen maximumbedrag voor die woning, zodat de gemeente extra hulp kan bieden.

32

Staatscourant 2023 nr. 3877

2 februari 2023

In onderdeel d is geregeld dat de activiteiten moeten zijn afgerond en de uitkering volledig moet zijn besteed uiterlijk op 31 december 2026. In het tweede lid is geregeld dat een gemeente de minister kan vragen om de termijn, twee maal met één jaar, te verlengen. Verlenging kan nodig zijn met het oog op onvoorziene omstandigheden. De gemeente dient dat verzoek te motiveren.

Artikel 7 Als een gemeente een hoger bedrag aanvraagt dan voor die gemeente op grond van de verdeelsleutel beschikbaar is, dan wordt de aanvraag afgewezen voor het deel dat het in de verdeelsleutel opgenomen bedrag overstijgt.

Artikel 8 Naast de bij specifieke uitkeringen gebruikelijke Sisa-verantwoording, wordt er bij deze regeling ook gebruik gemaakt van een monitoringsformulier dat tweemaal per kalenderjaar door een gemeente wordt ingevuld. Zie daarover hoofdstuk 3 van het algemeen deel van de toelichting onder het kopje ‘monitoring’.

Artikelen 9 en 10 Voor een toelichting over verantwoording, terugvordering en vaststelling(artikel 9) en over Inwerkingtreding en vervaldatum (artikel 10) zie de hoofdstukken 3 respectievelijk 10 van het algemeen deel van de toelichting. De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge

33

Staatscourant 2023 nr. 3877

2 februari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12756587/2