Bijlage 1. Programmabegroting 2026
Tekst van het document
Begroting Kadernota
Planning & Control-cyclus
Jaarrekening
rin
e nak ko or
gsa genda
Bedr
d
ge
oe
lij n
ra
o Ui
tv
ad
Ho
fd
l co
ijf s p la n D
T
le
Najaarsnota
Programmabegroting 2026
Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4 Leeswijzer 6 Samenvatting
6 11
Hoofdlijnen op inhoud Hoofdlijnen van de financiële positie
19 Programma's
20 31 40 48 55 66 76 90 101 106
1. Ruimte en wonen 2. Economie en glastuinbouw 3. Mobiliteit 4. Groen en recreatie 5. Onderwijs en kinderopvang 6. Collectieve voorzieningen 7. Individuele voorzieningen 8. Veiligheid en duurzaamheid 9. Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VpB en onvoorzien
114 Paragrafen 115 126 134 140 144 149 159 163 165 168 170 171
1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Gemalendienst NAD 9. Sociaal domein 10. Ruimtelijk domein 11. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid 12 Duurzaamheid
175 Financiële begroting 175 195 198
1. Overzicht van baten en lasten 2. Uiteenzetting financiële positie 3. Overzicht reserves en voorzieningen
200 Bijlagen 201 205 206 208
1. Investeringsplanning 2. Berekening EMU 3. Basisset beleidsindicatoren 4. Begrippenlijst
212 Afkortingenlijst
2
Voorwoord Voor u ligt de begroting 2026-2029. Dit is de laatste begroting van deze bestuursperiode. Een periode waarin we met elkaar veel hebben gerealiseerd voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. In het begrotingsjaar 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats en wordt er een nieuwe raad en een nieuw college gevormd. Een van de voornaamste uitdagingen voor het nieuwe gemeentebestuur is het op orde houden van de financiën. Met alle taken en ambities die de gemeente heeft, wordt het steeds moeilijker om de inkomsten en uitgaven in evenwicht te houden. De financiële positie van onze gemeente vraagt continu aandacht en keuzes. Ook bij de voorliggende begroting hebben wij keuzes moeten maken. Voor de jaren 2026 en 2027 presenteert het college een sluitende begroting. Om dat voor elkaar te krijgen zijn maatregelen nodig. Dat is moeilijk, want sommige maatregelen hebben merkbare gevolgen voor onze inwoners. Zo stellen wij voor om een aantal investeringen uit te stellen, zoals die voor het Sociaal Cultureel Centrum, waardoor dat later wordt gerealiseerd. We bezuinigen ook op de gemeentelijke organisatie door een aantal vacatures niet in te vullen en inhuur te reduceren. Daarnaast ontkomen we er niet aan om stapsgewijs de lokale belastingen te verhogen naar de tarieven die landelijk worden gehanteerd.
Het is pijnlijk dat we deze keuzes moeten maken, maar ze zijn noodzakelijk om de begroting op verantwoorde wijze op orde te houden en om ruimte te houden voor uitgaven die we moeten doen voor Pijnacker-Nootdorp en de inwoners. Vanaf 2028 zien we, mede door het vooruitschuiven van bezuinigingen door het Rijk, ookwel het ravijnjaar, financieel zwaar weer aankomen met fors minder beschikbaar geld. Om het toekomstige gemeentebestuur te helpen bij het maken van de noodzakelijke keuzes, wordt gewerkt aan een volledig overzicht met beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare onderdelen in de begroting. Zodat vanuit dat brede beeld keuzes gemaakt kunnen worden om taken en beschikbaar geld in balans te brengen. Daarmee bereiden we Pijnacker-Nootdorp voor op de toekomst en doen wij er, samen met de gemeenteraad, alles aan om onze mooie gemeente netjes over te dragen aan een nieuw bestuur. Tot aan de gemeenteraadsverkiezingen zit het gemeentebestuur niet stil. Er staat nog veel op stapel. Enkele voorbeelden zijn de realisatie van appartementen en een kindcentrum in Hart van Nootdorp en de voorbereidingen voor de bouw van appartementen naast het gemeentehuis in Pijnacker. Er wordt gewerkt aan de verbetering van de Katwijkerlaan, verkeersveiligheid op de rotondes en de voorbereidingen voor de nieuwe woonwijken aan de Dwarskade in Nootdorp en Overgauw in Pijnacker.
Samen met het hoogheemraadschap werken we aan verbetering van de waterkwaliteit. Ook presenteert het college in deze bestuursperiode nog het nieuwe cultuurbeleid, de inclusieagenda, een actualisatie van het subsidiebeleid en de doorontwikkeling van het afvalbeleid aan de gemeenteraad. Wij bedanken iedereen die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de Programmabegroting 2026. Er is door velen hard aan gewerkt en dat wordt gezien. Pijnacker, september 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp
3
Leeswijzer De programmabegroting als onderdeel van de planning- en controlcyclus De programmabegroting is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende rol in te vullen. In de programmabegroting geeft de gemeente aan wat ze het komend jaar wil doen om bepaalde doelen te bereiken en wat dat mag kosten. Daarmee vormt de begroting een duidelijk kader waarbinnen het gemeentebestuur en de organisatie het komend jaar moeten werken. Deze begroting is niet alleen voor financieel specialisten, maar voor iedereen. Het gaat immers om het gemeentelijk huishoudboekje en dat moet voor een ieder te volgen zijn. Deze leeswijzer geeft aan hoe de begroting is opgebouwd, wat waar te vinden is en welke relaties er liggen naar andere documenten uit de planning en controlcyclus.
De planning- en controlcyclus
Begroting Kadernota
Planning & Control-cyclus
Ui Jaarrekening
oe
rin
ra
lij n
e nak ko or
d
gsa genda c
Bedr
ijf s p la n D
ge
o
fd
ad
Ho
tv
ol
le
T
Najaarsnota
De gemeenteraad geeft het college financiële en inhoudelijke kaders mee voor het beleid en de uitvoering daarvan. Het uitgangspunt voor deze kaderstellende rol is het raadsakkoord 2022-2026 'Bouwen aan de toekomst'. Dit akkoord bepaalt in hoge mate de inhoud van de documenten in de jaarlijkse begrotingscyclus: kadernota, meerjarenbegroting, voorjaarsnota, najaarsnota en jaarstukken. De kadernota is een uitwerking van de bestuurlijke agenda. Het is een koersbepalend document met financiële en inhoudelijke kaders voor het daarop volgende begrotingsjaar. In de programmabegroting worden de voornemens van de kadernota geconcretiseerd. De begroting is een wettelijk voorgeschreven document waarmee de gemeenteraad het college autoriseert tot het doen van uitgaven voor bepaalde doelen. Na vaststelling van de begroting geven de voorjaarsnota en de najaarsnota tussentijds een overzicht van de stand van zaken van de financiën en de uitvoering van beleid. Ook kunnen in deze nota's budgetten worden bijgesteld. In de jaarstukken tenslotte wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en het financiële beheer. In de figuur is de planning- en controlcyclus schematisch weergegeven.
Begroting
Subtitel 2019 - 2020
4
De programmabegroting In de programmabegroting geeft de raad aan welke doelen hij wil bereiken en wat de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zouden moeten zijn. Om deze maatschappelijke effecten te concretiseren worden daar doelstellingen aan gekoppeld. Tot slot wordt benoemd wat de gemeente gaat doen om deze doelen te halen en hoeveel dat mag kosten.
Opbouw van de begroting in drie delen De begroting bestaat uit drie delen: de negen programma's met de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, de paragrafen en de financiële begroting.
A De programma's Het eerste deel van de begroting zijn de negen programma's waarin alle gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein zijn verwoord.
Algemene Dekkingsmiddelen, overhead, VpB en Onvoorzien Hierin staat welke algemene dekkingsmiddelen er zijn en wat het verloop daarvan is voor de komende vier jaar. Algemene dekkingsmiddelen hebben vooraf geen bepaald bestedingsdoel. Overhead en vennootschapsbelasting (Vpb) zijn nieuwe onderdelen.
B Paragrafen De paragrafen gaan in op de bedrijfsvoering in brede zin. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal: • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1) • Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2) • Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3) • Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4) • Hoe is de bedrijfsvoering geregeld en wat kost dat? (paragraaf 5) • Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6) • Hoe is ons grondbeleid ingericht? (paragraaf 7) • Hoe gaan wij om met de gemalendienst? (paragraaf 8) • Hoe beheersen we de kosten in het sociaal domein? (paragraaf 9) • Wat zijn onze ambities in het fysieke domein? (paragraaf –10) • Hoe vordert de implementatie van de Wet Open Overheid? (paragraaf 11) • Welke indicatoren ten aanzien van sustainability (SDG indicatoren) zijn al in onze begroting aanwezig en geborgd? (paragraaf 12)
C Financiële begroting Hier zijn diverse (verplichte) financiële overzichten ondergebracht, waaronder de realisatie baten en lasten van het vorig jaar, het lopende jaar en de komende begrotingsjaren. Het is een samenvatting van het deel ‘Wat mag het kosten’ dat per programma is opgenomen, op verschillende wijzen gepresenteerd. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie. Dat is een prognose voor het verloop van de balans. Tot slot is een overzicht opgenomen met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.
5
Samenvatting Hoofdlijnen op inhoud De programmabegroting 2026 is gebaseerd op het raadsakkoord 2022-2026 'Bouwen aan de toekomst' en de bijbehorende Uitvoeringsagenda 2022-2026. Voor de derde opeenvolgende periode werken de raad en het college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp samen vanuit een breed gedragen raadsakkoord. Dit akkoord beschrijft de ambities binnen het ruimtelijk en sociaal domein, met specifieke afspraken en opdrachten voor het college. Deze afspraken zijn verder uitgewerkt in programmadoelstellingen en een actieagenda in de Uitvoeringsagenda 2022-2026. De activiteiten voor 2027 en daarna zijn opgenomen in de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029. Het raadsakkoord benadrukt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. We willen de hoge woonkwaliteit, het groen en de goede verbindingen behouden en waar nodig versterken. De gemeente streeft naar een groene en dorpse sfeer, zowel in het ruimtelijk als het sociaal domein, waarbij een sterke sociale basis centraal staat. Inwoners zijn verbonden door diverse sociale netwerken en als hun veerkracht onder druk staat, bieden we passende ondersteuning vanuit het sociaal domein.
Ruimtelijk domein De Omgevingsvisie 'Verbonden met elkaar', vastgesteld in november 2021, is het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de komende jaren binnen het ruimtelijk domein. Deze visie richt zich op verbinding: met de regio, stedelijke voorzieningen, werkgelegenheid en kennis & innovatie. Er wordt gestreefd naar een optimale benutting van de verbindingen tussen gebieden en functies, zoals tussen kernen en groen, glastuinbouw en energietransitie, en wonen en werken. Ook de verbinding tussen inwoners en hun leefomgeving, met zorg voor elkaar en gezamenlijke activiteiten, is cruciaal. We hebben oog voor de belangen van mens, dier en natuur.
Sociaal domein Met de visie op het sociaal domein ‘Samen gereed voor de toekomst’ (2024) wordt gewerkt aan een veerkrachtige samenleving waarin iedereen kan meedoen, gelijke kansen krijgt en met uitdagingen kan omgaan. Dit bereiken we door samen te werken met inwoners, vrijwilligers, verenigingen, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en het bedrijfsleven. We kiezen voor preventie en vroegsignalering om te voorkomen dat zwaardere en duurdere zorg nodig is. Binnen het sociaal domein wordt gewerkt met de financiële nullijn. Dit betekent dat het financiële kader voor het sociaal domein m.u.v. de jaarlijkse indexatie vaststaat en jaarlijks bijgesteld wordt. Om de werkzaamheden binnen het sociaal domein uit te kunnen voeren - nu en in de toekomst - zijn stevige kostenbeheeringsmaatregelen nodig. Om die reden voert het college het tweede interventieplan sociaal domein uit. Dit interventieplan is vastgesteld door de gemeenteraad in 2025 en kent een looptijd tot 2028.
Dienstverlening Dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers is een belangrijke taak van de gemeente. Onze dienstverlening is datgene wat we als gemeente zowel fysiek aan het loket, telefonisch als digitaal aanbieden aan diensten en services aan inwoners, ondernemers, partners en aanbieders. Elk jaar wordt op digitaal gebied meer gevraagd van de gemeenten en hun gebruikers. De verwachtingen van “goede dienstverlening” door de gemeenten zijn de laatste decennia steeds hoger geworden. Dit betekent dat onze dienstverlening continu moet worden aangepast aan wat de inwoners en de samenleving nodig hebben. In september is de nieuwe visie op dienstverlening in de raad behandeld, waarmee we onze dienstverlening verder verbeteren en versterken.
6
In de begrotingsprogramma’s komen de volgende hoofdlijnen naar voren:
1. Ruimte en wonen Inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp, gevormd door de groene omgeving, hoge woonkwaliteit, dorpse sfeer, ruimtelijke kwaliteit en hechte gemeenschap. Bij grote opgaven zoals energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie willen we de herkenbare woon- en leefomgeving behouden. We streven naar gebieden en functies die elkaar aanvullen en versterken, met oog voor mens, dier en natuur. Om in elke levensfase passende woningen te bieden, werken we aan een evenwichtige woningvoorraad. Dit doen we door zowel locaties binnen de kernen, zoals in Hart van Nootdorp en Oranjepark, te ontwikkelen als nieuwe wijken toe te voegen. Voorbeelden daarvan zijn Tuindershof, Keijzershof, Centrumlijn (Wijck en Zuijd) en De Scheg/Kiem. In 2026 werken we verder aan de planvorming voor Dwarskade, Sytwinde en de Goudenregensingel. In 2026 werken we op basis van de prestatieafspraken met woningcorporaties aan het behoud en de uitbreiding van sociale huurwoningen en maken via voortgangsrapportages inzichtelijk hoe de woningvoorraad zich ontwikkelt. Volgens de Omgevingswet stellen we in 2026 herzieningen van het omgevingsplan op en vertalen we ons ruimtelijk beleid in omgevingsprogramma’s
2. Economie en glastuinbouw Het programma Economie en Glastuinbouw van Pijnacker-Nootdorp richt zich op het creëren van een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat met ruimte voor lokaal en nieuw ondernemerschap, verduurzaming en innovatie. De speerpunten zijn: herstructurering en vergroening van bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden, versterking van de arbeidsmarkt, functiemenging in centra en economische vernieuwing via regionale samenwerking (o.a. MRDH, Greenport West-Holland). In 2026 ligt de focus op verdere uitvoering van het gebiedsgerichte omgevingsprogramma Boezem en de ontwikkeling en oplevering van de omgevingsprogramma’s Vitale Glastuinbouw en Aantrekkelijk Economische Vestigingsklimaat.
3. Mobiliteit Pijnacker-Nootdorp is sterk verbonden, zowel lokaal als regionaal, dankzij een uitgebreid netwerk van voetpaden, fietspaden, autowegen en openbaar vervoer. Dit zorgt ervoor dat inwoners gemakkelijk kunnen werken, wonen, leren en ontspannen. We stimuleren duurzaam vervoer, zoals lopen, fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer. Het onderhoud van de wegen en verhardingen, de civiele kunstwerken (tunnels, bruggen en steigers), de openbare verlichting en de verkeerslichten gebeurt planmatig op basis van beheerplannen. Vanaf 2026 zien we grote prijsstijgingen op ons afkomen voor de twee belangrijkste beheerdisciplines: wegen, waaronder asfaltwegen, straten, brugdekken, fiets- en wandelpaden en troittoirs en openbaar groen zoals bermen, bomen, grasvelden, plantsoenen en parken. In de eerste helft van 2026 worden de beheerplannen wegen en groen tegelijkertijd aan de raad ter vaststelling aangeboden. Dit is het moment dat er keuzes gemaakt kunnen worden in de beeldkwaliteit en wat het het beheer van ons openbaar groen en onze wegen mag kosten. In 2025 zijn we gestart met een onderzoek naar de verkeerseffecten van nog te realiseren woningbouw in onder andere Dwarskade, Overgauw en Balijade. Dit levert inzicht op in mogelijke knelpunten voor verkeersveiligheid en doorstroming. De studie wordt verder verdiept, met focus op oplossingen op korte termijn en lange termijn.
We willen ervoor zorgen dat het verkeer veilig is en blijft. Daarom richten we onze woonwijken, woonerven en wegen volgens de Duurzaam Veilig-richtlijnen. Op veel wegen en kruispunten is sprake van een te hoge snelheid. Door de wegen en rotondes handiger in te richten, kunnen we ze nog veiliger maken en de kans op ongelukken verkleinen. Aandacht voor verkeersveiligheid blijft van groot belang. In 2026 zetten we daartoe onder meer de jaarlijks rotondecampagne, met nadruk op de interactie tussen fietsers en automobilisten, voort.
4. Groen en recreatie Pijnacker-Nootdorp beschikt over uniek groen in zowel de kernen als het buitengebied, samen een natuurnetwerk vormend dat deel uitmaakt van de regionale groengebieden zoals 'Regiopark Buytenhout' en 'Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland'. Dit groen is belangrijk voor flora en fauna, biodiversiteit, gezondheid, bewegen, natuur, recreatie en onze economie. Kwalitatief ingericht en goed onderhouden
7
groen, met voldoende ontmoetingsplekken en wandelpaden, versterkt onze identiteit, maakt de omgeving aantrekkelijk en levendig, en stimuleert beweging. Het Omgevingsprogramma 'Groen in en om de kernen' geeft hier invulling aan. Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden, zoals hittegolven, hevige regenval, wateroverlast en langdurige droogte. Het omgevingsprogramma Water en Klimaat bevat beleid en maatregelen om hiermee om te gaan. Door middel van de communicatiekalender Klimaat en het project Klimaatbestendig Klapwijk, maken we inwoners en bedrijven bewust van de urgentie van klimaatverandering. Met diverse stresstesten onderzoeken we de gevolgen voor onze gemeente en identificeren we mogelijke maatregelen. Verder starten wij in 2026 met het nieuwe omgevingsprogramma Klimaatbestendige gemeente. Hierin verwerken we de resultaten van de uitgevoerde stresstesten.
5. Onderwijs en kinderopvang In Pijnacker-Nootdorp stimuleren we dat kinderen en jongeren naar school of opvang gaan, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en jongeren een startkwalificatie behalen. We bieden ondersteuning bij opvoeden opgroeivragen om achterstanden en schooluitval te voorkomen. De Lokale Educatieve Agenda (LEA) zetten we in 2026 voort met een vraaggerichte aanpak per kern. Samen met onderwijs, opvang, jeugdgezondheidszorg en de bibliotheek werken we aan een sterke basis en passende ondersteuning. De samenwerking binnen kindcentra wordt versterkt door gezamenlijke visievorming en warme overdrachten. Het Integraal Huisvestingsplan Kindcentra (IHKP) wordt in 2026 verder ontwikkeld. Naar verwachting treedt begin 2026 de nieuwe wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting in werking, waarmee het opstellen van een integraal huisvestingsplan verplicht wordt voor gemeenten. In afwachting van deze wet zorgen we dat het IHKP voldoet aan de toekomstige wettelijke eisen en blijft bijdragen aan toekomstbestendige kindcentra waarin onderwijs, opvang en ondersteuning samenkomen. De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven krijgt vorm via de SOB (Samenwerking Onderwijs en Bedrijfsleven) Oostland, met aandacht voor sectoren als techniek, ICT, zorg, glastuinbouw en economie.
Activiteiten zoals stages, gastlessen en bedrijfsbezoeken zorgen voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor volwassenen is er educatie via NL Training en het Taalhuis Oostland, gericht op het versterken van taal-, reken-, digitale en sociale vaardigheden. Taalpuntspreekuren in onder andere Buurt & Zo in Pijnacker bieden laagdrempelige ondersteuning en dragen bij aan gelijke kansen en sociale inclusie.
6. Collectieve voorzieningen Met onze collectieve voorzieningen willen we bereiken dat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving, gelijke kansen krijgen, uitdagingen kunnen aangaan en zich kunnen ontwikkelen en inzetten voor anderen. De bijdrage van netwerkorganisaties, vrijwilligers en mantelzorgers is hierbij onmisbaar. We waarderen de sterke sociale basis van onze inwoners en stimuleren samenkracht en (burger)participatie door een wijkgerichte aanpak en het faciliteren van initiatieven en activiteiten via diverse subsidieregelingen. We investeren in culturele en sportieve voorzieningen en activiteiten. We brengen het toekomstperspectief voor sportzaal Koningshof (het Baken) in beeld en nemen akoestische maatregelen in sporthal De Viergang. Voor buitensport voeren we het Beheerplan sportvelden 2024-2027 uit. In het centrum van Pijnacker is de voorbereiding gestart voor de realisatie van het Sociaal Cultureel Centrum aan het Raadhuisplein. We voeren uitvoeringsagenda’s uit op het gebied van sport, gezondheid en cultuur. Vanuit het gedachtegoed van de visie op het sociaal domein, investeren we in jeugd en jongeren zodat ze gezond, veilig en kansrijk opgroeien. We realiseren vier ontmoetingsplekken voor jongeren in de buitenruimte.
We gaan uit van het principe dat opvoeden en opgroeien gepaard gaat met vallen en opstaan, waarbij we normaliseren en uitgaan van de eigen kracht, verantwoordelijkheid en oplossend vermogen van (pleeg)ouders, verzorgers en jeugd. We blijven investeren in de verbinding tussen zorg, onderwijs en kernteam om problemen zoveel mogelijk te voorkomen via preventie en vroegsignalering. Bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid blijven onze voortdurende aandacht hebben.
8
7. Individuele voorzieningen Met de activiteiten in dit programma ondersteunen we inwoners, wanneer de uitdagingen meer van ze vragen dan ze aankunnen. We blijven ons in 2026 inzetten op het ondersteunen van (kwetsbare) inwoners, die dat nodig hebben. Verder gaan we ons verder inzetten op de kostenbeheersingsmaatregelen, vanuit het nieuwe interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein dat in mei 2025 door de raad is vastgesteld. Een aantal maatregelen is al in 2025 gestart, andere maatregelen zullen we in 2026 gaan implementeren. De eerste fase van de Participatiewet in balans gaat in per 1 januari 2026 en de voorbereiding voor fase twee en drie gaan daarna van start, zodat alle maatregelen per 1 januari 2027 zijn ingevoerd. De verwachting is dat het aantal inburgeraars in 2026 gaat toenemen vanwege de hoge taakstelling van het huisvesten van statushouders in onze gemeente. Er is gezorgd dat er capaciteit aanwezig is om de inburgeraars goed te kunnen begeleiden tijdens het inburgeren. Het beleidsplan Schuldhulpverlening 2026 – 2029 wordt geïmplementeerd. Daarnaast willen wij in 2026 gaan verkennen hoe we het Steunpunt gedupeerden Pijnacker-Nootdorp duurzaam kunnen integreren in de reguliere dienstverlening, zodat passende hulp ook de komende jaren gewaarborgd blijft. Maar ook dat de opgedane kennis en ervaring van het steunpunt niet verloren gaat.
In 2026 wordt het inkooptraject van Jeugdhulp gestart, waarvan in 2025 de inkoopstrategie is bepaald. Zoals het er nu uit ziet, worden in 2026 twee nieuwe wetten aangenomen door het Rijk, die ook van toepassing zijn op dit programma, de wet Proactieve Dienstverlening en de wet Handhaving Sociale Zekerheid. Als deze wetten zijn aangenomen, dan worden zij voorbereid in 2026 en per de ingangsdatum (de verwachting is 1-1-2027) geïmplementeerd.
8. Veiligheid en duurzaamheid In het programma Veiligheid en duurzaamheid werken we samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en stakeholders aan een veilige, leefbare en duurzame leefomgeving. Voor 2026 zijn het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en het Uitvoeringsplan integrale veiligheid 2025-2026 de instrumenten waarmee wij ondermijning, (jeugd)overlast en digitale criminaliteit aanpakken. Met het beleidskader “Wijken die werken”, dat in 2026 geëvalueerd wordt, bevorderen we de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken. In 2026 worden de Omgevingsprogramma's Warmte en Leefkwaliteit opgeleverd.
9. Bestuur en dienstverlening Dit programma richt zich op het functioneren van bestuur en dienstverlening, met nadruk op interactie met inwoners, ondernemers en partners. Betrokkenheid van de samenleving is essentieel voor democratische besluitvorming. Het participatiebeleid “Pijnacker-Nootdorp denkt mee!” wordt uitgevoerd en in 2027 geëvalueerd. Omdat het leven van inwoners niet stopt bij de gemeentegrenzen, werken we samen in regionale verbanden zoals de MRDH en andere regelingen op het gebied van veiligheid, gezondheid, afval en jeugdhulp. Transparantie is belangrijk. De Wet open overheid (Woo) wordt stapsgewijs ingevoerd. Hiervoor is een impactanalyse gedaan en een meerjarig implementatieplan opgesteld. Werkprocessen en systemen worden aangepast om de Woo te integreren. Dienstverlening aan inwoners en ondernemers is een kerntaak. We versterken de (digitale) dienstverlening door klantgericht te werken en maatwerk te bieden. De nieuwe visie op dienstverlening, vastgesteld door de raad in september 2025, ondersteunt deze verbetering. Om aan te sluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen, werken we aan organisatieontwikkeling. De focus ligt op professionele dienstverlening, inspirerend leiderschap en effectieve samenwerking. In 2026 starten we met concrete acties zoals het verbeteren van digitale dienstverlening en het creëren van een leeromgeving.
9
Ook de technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en beïnvloeden steeds meer de manier waarop de ambtelijke organisatie werkt. In de visie op digitalisering hebben we aandacht voor het gebruik van nieuwe technologische ontwikkelingen zoals Artificiële Intelligentie (kunstmatige intelligentie) en algoritmes. Doel hiervan is om te kijken hoe de ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het efficiënter werken, waarbij op verantwoorde wijze gebruik gemaakt kan worden van de nieuwe technologieën. Met deze ontwikkelingen streven we naar een transparante, betrokken en moderne gemeente die effectief inspeelt op de behoeften van inwoners en ondernemers.
Tot slot Voor de negen begrotingsprogramma’s geldt dat er een concreet takenpakket ligt voor 2026. De hiervoor benodigde middelen zijn in de financiële begroting opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de financiële positie en mutaties in hoofdlijnen geschetst.
10
Hoofdlijnen van de financiële positie Financiële begroting 2026 in één oogopslag Saldo van baten en lasten (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
01 Ruimte en wonen
-2.484
-1.834
-2.070
-2.654
02 Economie en glastuinbouw
2.080
-178
-166
-153
03 Mobiliteit
-8.349
-8.947
-9.287
-9.458
04 Groen en recreatie
-7.531
-7.694
-7.924
-8.120
05 Onderwijs en kinderopvang
-6.136
-5.947
-6.102
-5.924
06 Collectieve voorzieningen
-15.946
-14.902
-15.350
-16.180
07 Individuele voorzieningen
-39.037
-38.344
-37.713
-37.751
08 Veiligheid en duurzaamheid
-7.415
-6.451
-6.863
-6.685
09 Bestuur en dienstverlening
-6.086
-6.001
-5.999
-5.997
Algemene dekkingsmiddelen
87.070
85.981
80.619
79.267
Totaal saldo van baten en lasten
-3.834
-4.317
-10.855
-13.655
Saldo van stortingen en onttrekkingen aan reserves (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
01 Ruimte en wonen
-945
-953
-673
-78 348
02 Economie en glastuinbouw
-2.722
03 Mobiliteit
334
308
348
04 Groen en recreatie
70
70
60
60
05 Onderwijs en kinderopvang
2.188
2.216
2.267
2.264
06 Collectieve voorzieningen
1.797
884
1.126
1.126
07 Individuele voorzieningen
715
75
08 Veiligheid en duurzaamheid
633
131
94
42
09 Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen
2.367
1.628
1.776
1.053
Totaal mutaties reserves
4.437
4.359
4.998
4.815
2026
2027
2028
2029
603
42
-5.857
-8.840
Begrotingssaldo inclusief mutaties in reserves Begrotingsresultaat (bedragen x € 1.000)
Inclusief verwerking van de door het college voorgestelde aanvullende maatregelenpakket bedraagt het begrotingsresultaat 2026 € 0,6 miljoen voordelig. Ook in 2027 sluit de begroting met een positief resultaat. Vanaf 2028 laat de begroting een negatief verloop zien, respectievelijk van -€5,8 miljoen in 2028 en -€8,8 miljoen in 2029. Om de begroting in 2026 en 2027 sluitend en in evenwicht te krijgen heeft het college – naast de gepresenteerde maatregelen in de kadernota (toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2 (TBGF)) – nog een aantal aanvullende maatregelen moeten opvoeren. Deze worden verderop in deze paragraaf onder het kopje Financieel meerjarenperspectief Programmabegroting 2026 puntsgewijs toegelicht. Voor de tekorten vanaf 2028 gaat het college een separaat programma opstarten. De maatregelen die hierbij worden geïnventariseerd, worden in het voorjaar 2027 aangeboden aan de raad.
11
Toelichting op het begrotingsresultaat De totstandkoming van het financieel meerjarenperspectief in de Programmabegroting 2026 ziet er als volgt uit: 2026
2027
2028
2029
1. Saldo primaire begroting 2026-2029 + aangenomen amendementen
Omschrijving (- = nadeel) (bedragen x € 1.000)
-88
-928
-3.536
-4.293
2. Mutaties Kadernota 2026
-851
-507
-1.436
-1.697
Saldo Kadernota 2026 (vastgesteld 15-07-2025, excl TBGF fase 2)
-939
-1.435
-4.972
-5.990 1.433
3. Maatregelen toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2
774
1.383
1.423
4. Gevolgen Voorjaarsnota Rijk (meicirculaire)
2.680
2.144
553
286
5.Bijstelling rentepositie
-2.050
-2.558
-3.270
-4.162
6. Collegebesluiten, autonome en overige ontwikkelingen na KN2026
1.031
967
679
914
7. Kostenontwikkeling beheer openbare ruimte
-1.651
-2.042
-2.184
-2.356
8. Aanvullende maatregelen toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 3
758
1.583
1.914
1.034
Saldo begroting
603
42
-5.857
-8.840
Het hier gepresenteerde saldo Kadernota 2026 betreft het saldo exclusief TBGF fase 2, zoals gepresenteerd in de Kadernota 2026. Deze wordt vervolgens onder punt 3 uitgewerkt. Bovenstaande stappen worden hieronder vanaf het saldo Kadernota 2026 puntsgewijs toegelicht.
3. Maatregelen toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2 (TGBF) In het verlengde van toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 1, bij de Kadernota 2025, is een vergelijkbaar traject doorlopen naar de Kadernota 2026: toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2. Gezien de huidige negatieve meerjarenraming, 'claims' op de exploitatiebegroting, met de 'lucht uit de begroting' toenemende risico's in de begroting én onzekere externe factoren is voor deze fase wederom een set van mogelijke maatregelen opgesteld die moeten bijdragen aan een sluitende meerjarenbegroting. Deze maatregelen zijn in de Kadernota aan de raad voorgelegd en door de raad vastgesteld. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Kostendekkende anterieure overeenkomsten bouwplannen
75
75
75
75
Terugdringen beheerkosten strategisch vastgoed
70
75
95
105
Besparen energiekosten Openbare verlichting
100
180
180
180
Verhogen toeristenbelasting
350
350
350
350
Kostendekkende leges bouwvergunning
25
45
45
Besparing Citymarketing
10
10
10
159
159
159
Stopzetten beheer bewaakte fietsenstallingen
159
Besparing opvang wilde dieren OZB 3% woningen in 2027 OZB 3% niet-woningen in 2027 Stopzetten Rotterdampas
20
Verkenning van kaasschaaf op 5% van alle advies en diensten derden Subtotaal
774
4
4
4
279
279
279
129
129
129
20
20
20
77
77
77
1.383
1.423
1.433
Tussenstand GR'en
288
145
145
145
Totaal cf. KN'26
1.062
1.528
1.568
1.578
De stand van zaken voor de taakstelling GR'en was een tussenstand ten tijde van de Kadernota 2026. In de begroting is deze NIET verwerkt, maar de definitieve GR-begrotingen. De mutaties daarvan zijn meegenomen onder "Collegebesluiten, autonome en overige ontwikkelingen na opstellen KN2026". Met betrekking tot budget voor de opvang van wilde dieren heeft de raad bij de vaststelling van de kadernota 2026 besloten het budget voor de opvang van wilde dieren vanaf 2029 structureel te verlagen met € 4.000 en dit budget voor 2027, 2028 en 2029 te onttrekken aan de algemene reserve. Zie amendement 10 juli 2025: ”Het budget voor de opvang van wilde dieren vanaf 2029 structureel te verlagen met € 4.000 en dit budget voor 2027, 2028 en 2029 te onttrekken aan de algemene reserve”.
12
4. Gevolgen Voorjaarsnota Rijk (meicirculaire) Ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2026 waren de Voorjaarsnota Rijk (meicirculaire) en de uitwerking hiervan op de inkomsten uit het gemeentefonds nog niet bekend. Begin juli heeft het college de raad op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire en de effecten daarvan op onze begroting (zaaknummer: 1592484). Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
inkomsten AU 2025
2.449
1.080
-1.936
1.580
Aanpassing stelposten
1.021
687
230
-4.340
Reservering en verwerking in budgetten
-790
377
2.260
3.046
Totaal mutaties meicirculaire
2.680
2.144
554
286
5. Bijstelling rentepositie De neerwaartse renteontwikkeling sinds de begroting 2025 en het teruglopende saldo op de rekening courant leiden – zoals in de Kadernota 2026 al aangekondigd – tot een neerwaartse bijstelling van de verwachte rentebaten. Naar verwachting vallen de rentebaten in 2029 ruim € 4,1 miljoen lager uit. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2026
Bijstelling rentepositie
2027 -2.050
2028 -2.558
2029 -3.270
-4.162
6. Collegebesluiten, autonome ontwikkelingen en overige ontwikkelingen na opstellen Kadernota 2026 Collegebesluiten, autonome ontwikkelingen en overige ontwikkelingen na opstellen Kadernota 2026 nader toegelicht: Omschrijving (- = nadeel) (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
VRH bijstelling bijdrage
196
184
64
64
Actualisatie grexen: herziening per 1-7-2025
385
373
386
388
Actualisatie bijdrage MRDH
15
15
15
15
Actualisatie kosten naturalisatie
-6
-6
-6
-6
Actualisatie stelpost
-20
-20
-20
-20
Actualisatie kapitaallasten
-115
-115
-115
-115
Actualisatie bijdrage ODH
37
37
37
37
Actualisatie overhead
289
289
289
289
Actualisatie belastingen en heffingen
218
202
100
446
Actualisatie personeelsbegroting
131
8
8
8
Actualisatie renteomslag naar 0,5%
-99
0
-79
-192
1.031
967
679
914
Totaal gevolgen
2029
7. Kostenontwikkeling beheer openbare ruimte Begin september heeft het college de raad aanvullend geïnformeerd over het totaalbeeld van de stijging van de kosten voor het beheer van de openbare ruimte (zaaknummer: 1602157). Het totaalbeeld laat zien dat wij voor een grote opgave staan in het beheer van de openbare ruimte, dat het dagelijks onderhoud van wegen, groen, spelen en andere voorzieningen raakt. Voor de korte termijn zien we substantiële tekorten ontstaan, optellend tot 1,6 miljoen euro in 2026. Op de langere termijn lopen de kosten verder op. Op basis van inspecties, landelijke richtlijnen en kengetallen is de volgende inschatting gemaakt van de kosten om het beheer van wegen en groen op kwaliteitsniveau B te handhaven: Tekorten bij beeldkwaliteit B (- = nadeel) (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Wegen inclusief straatreiniging
-1.156
-1.171
-1.186
-1.201
-495
-535
-580
-620
-336
-418
-535
-2.042
-2.184
-2.356
Openbaar groen Overig TOTAAL
-1.651
Naast de verwachte tekorten voor wegen (inclusief straatreiniging) en openbaar groen zijn er verwachte tekorten voor andere beheeronderdelen (spelen, buitensport, water, beschoeing, reacreatie, baggeren,
13
openbare verlichting en VRI en civiele kunstwerken). In 2027 gaat het om €336.000, in 2028 om €418.000 en in 2029 €535.000.
8. Aanvullende maatregelen toekomstbestendige gemeentefinanciën 3 Het uitgangspunt van het college om de raad een begroting aan te bieden waarbij in ieder geval de jaren 2026 en 2027 sluitend zijn, maakten het met dit cijferbeeld noodzakelijk in de begroting 2026 aanvullende maatregelen op te nemen voor 2026 en 2027. Onderstaande tabel toont het pakket met aanvullende maatregelen die het college in het kader van de toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 3 (TBGF 3) aan de raad voorstelt: Besparingsmaatregelen (- = nadeel): bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Structurele maatregelen: Afbouw Integraal veiligheidsplan
30
30
30
Post onvoorzien
73
73
73
73
20% afbouw flexibele schil Burgerzaken
35
37
39
41
100
100
100
240
242
244
-2
Huurverhoging huurders alle gemeentelijke accomodaties Subtotaal structureel
108
Incidentele maatregelen: Overbrugging 2026 beheer openbare ruimte
500
Niet invullen vacatureruimte twee fte BOA's
150
150
Sturen op oplevering Sociaal Cultureel Centrum in 2028 i.p.v. 2027 (kapitaallasten)
19
344
Sturen op oplevering Sociaal Cultureel Centrum in 2028 i.p.v. 2027 (exploitatie lasten)
191
534
Uitstellen investering Kerkweg met één jaar
47
Aframing personele begroting
145
Subtotaal incidenteel
650
552
878
-2
Totaal besparingsmaatregelen
758
792
1.120
242
792
792
792
758
1.583
1.912
1.034
OZB verhoging overeenkomstig aan besparingstotaal 2027 Totaal maatregelen TBGF 3
Afbouw Integraal veiligheidsplan Het betreft hier een structurele korting van 30K op het totale budget van 190K. We zien mogelijkheden om op de gebieden van preventieve voorlichting, onderzoeken en software bepaalde thema’s en onderwerpen te combineren, zodat we op die manier kunnen besparen. Daarnaast zijn er voor bepaalde geprioriteerde thema’s uit het Integraal veiligheidsplan ook verschillende subsidies vanuit het rijk voor voorlichting beschikbaar waar we gebruik van (kunnen) maken. Voor een zorgvuldige implementatie is het voorstel om de korting per 2027 in te voeren. Post onvoorzien Conform het BBV dient de gemeentelijke begroting een post onvoorzien te hebben. De omvang van deze post is aan de gemeenten. Op basis van de hoogte van de Algemene Reserve (hoog genoeg om onvoorziene zaken op te vangen) en de (kwalitatieve) benutting van de post onvoorzien de afgelopen jaren, is het voorstel de post terug te brengen van €103.000 naar €30.000, wat overeenkomt met +€0,50 per inwoner. 20% afbouw flexibele schil Burgerzaken Tot en met 2024 werkten we in het callcenter alleen met inhuurkrachten. Er is gekozen om in 2025 met 'eigen' mensen te gaan werken, aangevuld met nog twee inhuurdiensten. De afbouw van 20% is structureel vanaf 2026, maar alleen van toepassing op de inhuur. Het te besparen bedrag neemt toe als gevolg van indexering.
Huurverhoging huurders alle gemeentelijke accommodaties De totale jaarlijkse huurinkomsten van de gemeentelijke voorzieningen bedragen circa € 2,5 miljoen. Het college stelt een taakstellende huurverhoging, bovenop de reguliere indexatie, voor van € 100.000 aan huurders van
14
onze gemeentelijke accommodaties op basis van het gehanteerde profijtbeginsel. Dat betekent een aanpassing van de tarieven met gemiddeld 4%. Wat dit voor iedere individuele huurder betekent moet verder worden uitgezocht. Mede omdat er sprake kan zijn van doorlopende huurafspraken. De huurverhoging wordt daarom ook pas vanaf 2027 voorgesteld. Overbrugging 2026 beheer openbare ruimte De tekorten op de disciplines wegen en openbaar groen zijn verwerkt in de begroting 2026, waarbij voor 2026 een eenmalige reductie is opgenomen op het beheer van de openbare ruimte van €500.000. Ter overbrugging verwachten we daarmee, met de beschikbare budgetten, ons onderhoudsniveau in 2026 in ieder geval op de door de raad vastgestelde beeldkwaliteit (B) te kunnen onderhouden. In de eerste helft van 2026 worden de beheerplannen wegen en groen tegelijkertijd aan de raad ter vaststelling aangeboden. Dit is het moment dat er keuzes gemaakt kunnen worden in de beeldkwaliteit en wat het het beheer van ons openbaar groen en onze wegen mag kosten. Niet invullen vacatureruimte twee fte BOA’s Vanuit het Handhavingsuitvoeringsplan BOA’s 2023 is er nog vacatureruimte voor twee fte BOA’s (oorspronkelijke gedekt uit stelpost Enecogelden). Door deze moeilijk vervulbare vacatures nu tijdelijk voor twee jaar niet open te zetten en in te vullen ontstaat tijdelijk financiële begrotingsruimte van €150.000 in 2026 en 2027.
Sturen op oplevering Sociaal Cultureel Centrum in 2028 i.p.v. 2027 Oplevering van het Sociaal Cultureel Centrum (SCC) in 2028 ipv 2027 heeft een tijdelijk financieel effect op zowel de exploitatielasten als de kapitaallasten in 2027 en 2028. Hiermee gaat de belasting van de Eneco stelpost en de begroting door het Sociaal Cultureel Centrum (SCC) pas spelen vanaf 2029. De totale begrote exploitatielasten van het SCC zijn circa 1,5 miljoen per jaar. Hiervan wordt €537.000 gefinancierd vanuit de stelpost Enecogelden. Het andere deel van de begrote exploitatielasten à €527.000 komt ten laste van de begroting. De overige jaarlijkse afschrijvingslasten à €436.000 worden gedekt uit een bestemmingsreserve afschrijvingslasten SCC en hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Uitstellen investering in Kerkweg met één jaar In 2026 worden diverse infrastructurele veiligheidsmaatregelen uitgevoerd waaronder het project Kerkweg/ Veenweg. Het definitieve ontwerp moet nog worden opgesteld. De uitvoering staat gepland voor 2026. Het voorstel is om de uitvoering te temporiseren en te sturen op oplevering in 2027. Aframing personele begroting Het college stelt een éénmalige incidentele aframing van de P-begroting voor in 2027 van €145.000.
Verhoging OZB overeenkomstig aan besparingstotaal 2027 Het college stelt voor om een even groot bedrag aan OZB in te zetten als het besparingstotaal in 2027 om zo kostenbesparingen en lastenverzwaring in evenwicht te brengen. Ten opzichte van het (generieke) kortingspercentage waar het Rijk mee rekent op de algemene uitkering van het gemeentefonds voor de lokale belastingcapaciteit zijn de OZB-percentages bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp laag. Op totaalniveau is dit, op basis van de cijfers van 2025, meer dan 30% lager. In de begroting 2025 zijn de OZB-opbrengsten ca. € 12,5 miljoen, terwijl de opbrengst met toepassing van de generieke percentages ca. € 16,5 miljoen zou zijn.
Algemene uitkering uit het gemeentefonds Bij de bepaling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp is uitgegaan van onder andere de volgende maatstafgegevens: Aantallen per 1 januari
2026
2027
2028
2029
Aantal inwoners
58.648
59.180
59.713
59.713
Aantal inwoners jonger < 18 jaar
13.293
13.303
13.323
13.356
535
565
595
625
Aantal woonruimten
23.024
23.184
23.344
23.504
Aantal personen met een migratieachtergrond
8.995
9.214
9.427
9.636
Aantal bijstandontvangers
15
Op basis van deze maatstafgegevens is Pijnacker-Nootdorp een zogeheten nadeel-gemeente in de nieuwe verdeling van het gemeentefonds die per 2027 verder zal worden geeffectueerd. Dit betekent dat PijnackerNootdorp minder geld per inwoner krijgt (in jaarlijks stappen van circa € 0,9 miljoen oplopend tot circa €7,5 miljoen in 2035). Dit zet druk op de begroting. De verwachte inkomsten algemene uitkering uit het gemeentefonds bedragen: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Inkomsten uit meicirculaire 2025
96.760
99.898
100.876
104.392
De hoogte van de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp voor de periode 2026-2029 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2025.
Stelpost Enecogelden Met het door de raad vastgesteld beleidsplan 'Investeringsplanning- en financieringsplan 2020-2025' is bij de Kadernota 2021 besloten een deel van de opbrengst uit de aandelen Eneco in te zetten om binnen de begroting structureel ruimte te creeëren. Deze ruimte wordt in deze meerjarenbegroting apart gepresenteerd als stelpost 'Enecogelden'. Aan de raad worden voorstellen voorgelegd voor aanwending van deze stelpost. Als de stelpost Enecogelden niet wordt ingezet valt dit jaarlijks vrij bij de jaarrekening als positieve bijdrage aan het saldo. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Begrote beginstand per 01/01
2026
2027
163
2028
2029
-
-
-
-
-
-
Besluiten Gemeentelijk ganzenbeheerplan
-121
Jongerenontmoetingsplekken
-10
Stand per einde jaar
31
In het investeringsplan 2020-2025 is (afgerond) € 1,7 miljoen structurele begrotingsruimte ontstaan. Dit bedrag is gelabeld als stelpost ‘Eneco-gelden’. Deze middelen zijn conform bovenstaande tabel ingezet. Met de reeds genomen besluiten waarbij dekking uit de stelpost Eneco-gelden is toegepast is deze stelpost per 2027 volledig ingezet.
Structureel en reëel sluitende Begroting 2026 De Provincie Zuid-Holland stelt als toezichthouder de eis dat de meerjarenbegroting sluitend is of dat de begroting van het komend jaar structureel en reëel sluitend is om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Om de begroting reëel sluitend te maken, dienen de incidentele baten en lasten te worden gecorrigeerd op het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2026. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2026
Saldo van de begroting 2026 inclusief incidentele baten en lasten
603
Hierin opgenomen incidentele baten
-7.975
Hierin opgenomen incidentele lasten
8.862 887
Saldo begroting 2026 gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten
1.490
Na correctie van de incidentele baten en lasten vertoont het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2026 een positief saldo van € 1.490.000, waarmee wordt voldaan aan de eis van de toezichthouder. Een compleet overzicht in tabelvorm van de incidentele baten en lasten treft u aan in onderdeel C. ‘De financiële begroting’.
16
Mutaties in de Algemene reserve Algemene reserve Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Beginstand per 01/01
53.461
57.595
58.594
53.301
Begrotingssaldo
603
42
-5.857
-8.840
4.168
1.053
774
179
Jaarlijks saldo strategisch vastgoed
133
133
133
133
Rentelasten
-157
-157
-157
-157
VpB 25% belasting over winstuitkeringen
-587
-69
-182
-182
Storting reserve FLO Brandweer
-26
-
-
-
Amendement KN'26: Wildopvang
-
-4
-4
-4
57.595
58.594
53.301
44.429
GrExen: winstuitname
Stand per einde jaar
De komende jaren worden zowel bedragen toegevoegd als onttrokken aan de algemene reserve.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente financieel sterk genoeg is om onverwachte tegenvallers of risico's op te vangen, zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de uitvoering van het beleid of voor het voorzieningenniveau. Verloop van de algemene reserve Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Weerstandscapaciteit per 01/01
53.461
57.595
58.594
53.301
Mutaties in de algemene reserve
3.531
956
564
-31
603
42
-5.857
-8.840
57.595
58.594
53.301
44.429
Begrotingssaldo Weerstandscapaciteit per 31/12
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 17,0 miljoen. De ratio weerstandsvermogen wordt dan ook (meerjarig) gebaseerd op deze benodigde weerstandscapaciteit. Verloop ratio weerstandsvermogen
2026
2026
2027
2028
A. Weerstandscapaciteit per 31/12
57.595
58.594
53.301
44.429
B. Benodigde weerstandscapaciteit
17.027
17.027
17.027
17.027
C. Ratio weerstandsvermogen = A/B
3,38
3,44
3,13
2,61
Het benodigde weerstandsvermogen is geactualiseerd (inclusief actualisatie Grondexploitaties per 01-07-2025) conform de in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 opgenomen systematiek en wordt voor alle jaren gekwalificeerd als ‘uitstekend’.
Schuldpositie Samengevat zijn er drie kasstromen die de schuldomvang beïnvloeden: • In- en uitgaande geldstroom in het kader van de realisatie van begrotingsprogramma’s (exploitatie en onderhoud); • In- en uitgaande geldstroom van investeringen (grondexploitaties en aanleg van voorzieningen zoals wegen en scholen); • In- en uitgaande geldstroom als gevolg van het aangaan van schulden (financiering). De totale schuld wordt dus hoger of lager door het geheel van positieve en negatieve kasstromen in de exploitatie, de investeringen en de financiering. De verschillende kasstromen en de schuld van de gemeente ontwikkelt zich in grote lijnen als volgt: Bedragen x € 1.000 (- = negatieve kasstroom)
2026
2027
2028
2029
-44.437
-27.628
-13.705
-9.639
-737
-285
550
1.281
-45.174
-27.913
-13.155
-8.358
Kasstroom saldo exploitatie/onderhoud Kasstroom saldo investeringen/grondexploitaties Kasstroom saldo rentebaten -/- rentelasten Mutatie netto schuld
17
Schuldomvang In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de totale schuldomvang zich ontwikkelt op grond van de huidige meerjarenbegroting, de actualisatie van de grondexploitaties per 1-7-2025 en de investeringsplanning. Bedragen x € 1.000
2026
2028
2029
Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 01/01
45.189
140
11.685
16.023
Nieuwe leningportefeuille
10.000
50.000
31.000
35.000
Aflossing leningportefeuille
-9.875
-9.542
-7.508
-5.508
-
-1.000
-6.000
-7.100
-45.174
-27.913
-13.155
-8.358
140
11.685
16.023
30.057
Aflossing nieuwe leningportefeuille Mutatie netto schuld Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 31/12
2027
De VNG spreekt van houdbare gemeentefinanciën als een gemeente ook bij een scenario met economisch slecht weer (met tegenvallende rijksinkomsten, lagere grondverkopen en stijgende rentepercentages) genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te kunnen voldoen, zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen daarbij in de knel komen. In deze benadering is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. Hiervoor is ook inzicht in de geldstromen en de hoogte van de schuld nodig. Voor houdbare gemeentefinanciën moet de toename van de schulden in verhouding blijven met de jaarlijkse inkomsten van een gemeente. Stijgende rentelasten geven extra druk op de exploitatie. Als de exploitatie geen ruimte biedt, moet er meer worden geleend. Dat veroorzaakt meer rentelasten en zo ontstaat een negatieve spiraal. Met andere woorden: het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel ruimte er binnen de begroting is om bestaande schulden af te lossen.
Verwachte hoogte van de leningenportefeuille De leningenportefeuille lange termijn bedraagt op 1 januari 2026 ruim € 45 miljoen en neemt de komende jaren af met € 32 miljoen tot ruim € 13 miljoen eind 2029. Deze afname is gebaseerd op het aflossingsschema dat met de geldverstrekkers contractueel is afgesproken. Vanaf 2027 is de verwachting dat het financieringsoverschot om zou slaan naar een financieringstekort en daarom zijn nieuwe leningen begroot inclusief de verwachte aflossingen. Een uitgebreid toelichting is opgenomen in de paragraaf Financiering.
18
Programma's
19
1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp is een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente. Inwoners van jong tot oud kunnen hier prettig en veilig wonen, ondernemers kunnen hun bedrijf ontwikkelen en laten groeien en bezoekers wandelen en fietsen graag in het groene buitengebied. We zetten ons in op het behoud van en waar nodig versterking van de hoge woonkwaliteit, zodat mensen zich hier kunnen vestigen en inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen.
Algemene omschrijving Het programma Ruimte en wonen bestaat uit drie onderdelen: 1. Ruimte en leefomgeving; 2. Wonen en bouwen; 3. Grondexploitaties ͕ met uitzondering van bedrijventerreinen
Wat willen we bereiken?
Doelstelling
Een karakteristieke woon- en leefomgeving en een hoge woonkwaliteit
Wat willen we bereiken
Een herkenbare woon- en leefomgeving Een evenwichtige woningvoorraad voor een lokale wooncarrière
Wat gaan we daarvoor doen 1. Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woonen leefomgeving 2. Uitbreiden van de woningvoorraad 3. Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen
Pijnacker-Nootdorp biedt onze inwoners, ondernemers en bezoekers een karakteristieke en herkenbare woon-en leefomgeving. In dit programma werken we daarom aan gebieden en functies die optimaal gebruik maken van elkaars kwaliteiten, elkaar aanvullen en versterken, rekening houdend met de belangen van mens, dier en natuur. In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 wordt bevestigd dat de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 het strategische beleidsdocument is voor de fysieke leefomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen baseren we ons dan ook op de ambities uit de omgevingsvisie. Onze inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp dat gevormd wordt door de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit, de dorpse sfeer, de ruimtelijke kwaliteit en de hechte gemeenschap. Daarom willen we ervoor zorgen dat bij de grote ruimtelijke opgaven zoals de energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie, de woon- en leefomgeving herkenbaar blijft. De gebiedsprofielen, die een onderdeel vormen van de omgevingsvisie, laten zien hoe we met behoud van het vertrouwde, nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen geven. Het is, zeker in de huidige gespannen woningmarkt, voor inwoners soms moeilijk om te verhuizen naar een passende en betaalbare woning. Daarom streven we naar voldoende woningen voor iedere doelgroep en in iedere prijsklasse.
Hiermee vergroten we de kans dat onze inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen
20
en bieden we nieuwe inwoners de mogelijkheid om in Pijnacker-Nootdorp te komen wonen. Hiernaast hebben we in 2025 het dakopbouwenbeleid verruimd, waardoor inwoners meer mogelijkheden hebben om hun woning aan te passen. Pijnacker-Nootdorp ligt in een dynamische regio met hoge ruimtedruk. Onze inzet richt zich op het versterken van het dorpse woonmilieu, het groene buitengebied, bedrijventerreinen en glastuinbouw. Daarmee leveren we een waardevolle bijdrage aan het vestigingsklimaat en de agglomeratiekracht van de regio. Dankzij goede verbindingen en unieke woonkwaliteiten biedt onze gemeente meerwaarde die in stedelijke gebieden niet te realiseren is. Naast regionale samenwerking nemen we ook deel aan provinciale en landelijke trajecten, zoals de Nota Ruimte, NOVEX Zuidelijke Randstad en het provinciaal omgevingsbeleid
Stand van zaken en vooruitblik 1. Ruimte en leefomgeving Karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit We monitoren de woon- en leefomgeving en de woonkwaliteit door iedere twee jaar een tweejaarlijkse leefbaarheidsmonitor (LEMON) uit te voeren. In 2025 is dit onderzoek uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar de punten die inwoners het meest belangrijk vinden voor de fysieke woonomgeving. De onderstaande scores geven een beeld van de waardering van onze inwoners. 2021 2023 2025 Totaaloordeel voor de wijk
8,0
8,0
8,0
Kwaliteit van de woningen
7,8
7,9
7,9
Woonomgeving
7,0
7,1
7,1
Groenvoorzieningen
7,0
7,0
7,1
Algemene voorzieningen
7,6
7,5
7,5
Wanneer we deze cijfers vergelijken met leefbaarheidsmonitor uit 2023 dan zien we dat de waardering op vrijwel alle punten gelijk is gebleven. De waardering voor de groenvoorziening is met een 7,1 licht gestegen. Daarmee geven de inwoners in 2025 vergelijkbare cijfers voor de fysieke leefomgeving als bij de vorige twee metingen.
Omgevingsvisie en planMER In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 wordt bevestigd dat de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 het strategische beleidsdocument is voor de fysieke leefomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen baseren we ons dan ook op de ambities uit de omgevingsvisie. In het laatste kwartaal van 2025 ontvangt de raad de eerste monitor van de omgevingsvisie (en planMER). Daarin laten we zien of en in hoeverre we op weg zijn om de ambities in de omgevingsvisie te realiseren. Wellicht dat na de verkiezingen het nieuwe gemeentebestuur aanleiding ziet voor aanpassing of actualisatie van de omgevingsvisie. In de begroting 2026 zijn alleen middelen voor beperkte actualisatie beschikbaar. Een grotere aanpassing of actualisatie betekent dat aanvullende financiële middelen gezocht moeten worden.
Omgevingsprogramma’s In de komende jaren zetten we al het ruimtelijk beleid om in een aantal omgevingsprogramma’s. Zo geven we uitvoering aan de kaders die de raad in de omgevingsvisie heeft vastgesteld. Aangezien het een nieuw instrument is, leren en werken we tegelijkertijd. De omgevingsprogramma’s zijn gekoppeld aan de programma’s in de begroting. Het onderstaande overzicht laat zien in welke fase het omgevingsprogramma zich bevindt en in welk programma van de begroting 2026 meer informatie te vinden is: • • • • • •
21
Ruimtelijke kwaliteit – kaderstellende notitie vastgesteld (programma 1) Bedrijventerrein De Boezem – vastgesteld (programma 2) Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat – kaderstellende notitie vastgesteld (programma 2) Vitale glastuinbouwgebieden – kaderstellende notitie en conceptkaders vastgesteld (programma 2 Groen in en om de kernen – ontwerp omgevingsprogramma vastgesteld (programma 4) Klimaatbestendige gemeente – kaderstellende notitie in voorbereiding (programma 4)
• •
Warmte/Energie – kaderstellende notitie vastgesteld (programma 8) Leefkwaliteit – kaderstellende notitie vastgesteld (programma 8)
Omgevingsplan In juni 2025 is het omgevingsplan voor de wijk Tolhek door de raad gewijzigd vastgesteld. De kennis en ervaring die we hebben opgedaan bij deze pilot gebruiken we voor het wijzigen van het omgevingsplan met hetzelfde gebiedsprofiel ‘rustige woonwijk’. In 2025 werken we aan het ontwerp van het omgevingsplan voor de woonwijken Koningshof, Vrouwtjeslant, Emerald en Achter ‘t Raadhuis. De vaststelling staat gepland voor 2026. In 2025 is ook begonnen met de herziening van het omgevingsplan voor De Boezem. Zowel het ontwerp als de vaststelling daarvan staan gepland voor 2026. De regels van dit omgevingsplan vormen straks een basis voor de andere bedrijventerreinen in onze gemeente. Tot slot bereiden we verschillende thematische (bv standplaatsen) en gebiedsgerichte (bv Dwarskade) wijzigingen van het omgevingsplan voor. Bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 als ontwerp ter inzage zijn gelegd, worden op grond van de Wet ruimtelijke ordening afgerond. Het bestemmingsplan dierenpension Oude Polder is het enige bestemmingsplan dat nog ter vaststelling aan de gemeenteraad zal worden aangeboden.
Omgevingsvergunningen Wanneer inwoners of ondernemers iets willen bouwen, gebruiken of aanleggen, dan moeten ze vaak een omgevingsvergunning aanvragen bij de gemeente. Het aantal aanvragen verschilt per jaar en is afhankelijk van de initiatieven en planning van inwoners en ondernemers. De verwachting is dat in 2025 circa 350 aanvragen voor omgevingsvergunningen worden ingediend. In de eerste zes maanden is bij 75 van deze aanvragen een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) ingediend. Meestal voor kleine bouwplannen, maar soms voor grotere ontwikkelingen. Bij vier aanvragen was sprake van adviesrecht van de gemeenteraad. Voor 2026 gaan we eveneens uit van circa 350 aanvragen. Belangrijk is om op te merken dat dit een schatting is. De initiatiefnemers bepalen zelf of en wanneer ze een aanvraag indienen. In 2025 zijn werkafspraken gemaakt voor bopa’s waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft. Dat draagt bij aan het binnen de wettelijke termijnen afronden van de procedures. In 2022 heeft de raad de nota sturing fysieke leefomgeving vastgesteld. Nog dit jaar ontvangt de raad daarvan een evaluatie en een voorstel tot herziening.
Leges Uitgaande van het huidige tarief zijn de opbrengsten voor leges omgevingsvergunningen lager dan begroot voor 2025. Bij de najaarsnota wordt daarom de verwachtte opbrengst voor 2025 bijgesteld. Omwille van het beoogde kostendekkendheidspercentage van 100% wordt ervoor gekozen ook de kosten omlaag te brengen. In de voorliggende begroting voor 2026 is meerjarig rekening gehouden met een vergelijkbare opbrengst van bouwleges en overeenkomstige kosten als in 2025. Anticiperend op de verwachtte afname van de woningbouwproductie en ter uitvoering van het raadsbesluit bij de Kadernota 2025 om de kostendekkendheid van de bouwleges te verhogen naar 100% in 2027, zal het college in 2026 bij de Kadernota 2027 hiervoor een voorstel doen aan de raad. In dit voorstel zal ook rekening worden gehouden met de laatste inzichten over de verdere invoering van de Wet Kwaliteitsborging.
2. Wonen en bouwen Ontwikkeling demografische druk De demografische druk geeft de verhouding aan tussen het aandeel jongeren jonger dan twintig jaar en het aandeel ouderen ouder dan 65 jaar ten opzichte van de ‘productieve leeftijdsgroep’ van 20-65 jaar. In Pijnacker-Nootdorp bedraagt dat percentage in 2025 71,1%. Dat is zichtbaar in de onderstaande grafiek.
22
Demografische druk
% Aantal personen
74
72
70
68 2021
2022
2023
2024
Pijnacker-Nootdorp
2025
Nederland
De groene druk (het percentage jongeren tot 19 jaar ten opzichte van de ‘productieve leeftijdsgroep’) is 42,8%. De grijze druk (het percentage 65-plussers ten opzichte van de ‘productieve leeftijdsgroep’) is 27,6%. Ten opzichte van het gemiddelde van Nederland is de demografische druk in Pijnacker-Nootdorp hoger. Dat komt met name doordat landelijk de groene druk lager is. De grijze druk is landelijk juist hoger. In onderstaande grafiek zijn de cijfers voor Nederland en Pijnacker-Nootdorp voor de afgelopen drie jaar in beeld gebracht (bron: waarstaatjegemeente.nl, 7 augustus 2025). Deze cijfers laten zien dat er in Pijnacker-Nootdorp relatief veel jongeren wonen en minder ouderen, maar dat deze percentages steeds meer richting het landelijk gemiddelde gaan. Het aantal jongeren tot 19 jaar neemt af en het aantal ouderen neemt toe. 2024
2025
Pijnacker-Nootdorp
Nederland
Pijnacker-Nootdorp
Groene druk
44,2 %
35,4 %
42,8 %
Nederland 35,2 %
Grijze druk
27,6%
34,9 %
28,3 %
35,5 %
Demografische druk
71,8 %
70,7 %
71,1 %
70,7 %
Wanneer we kijken naar de verwachte ontwikkeling van de bevolking in leeftijdsklassen dan zien we dat de opbouw de komende 25 jaar relatief stabiel blijft. De grootste verandering is de groep inwoners van 75 jaar en ouder. Daar wordt een verdubbeling verwacht (bron: pijnacker-nootdorpincijfers.nl, 31 juli 2025).