CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Plan van aanpak statushouders 2021

Raad Beeldvorming 3 juni 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: g. Plan van Aanpak Statushouders; agenderingsverzoek GB11.503 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van aanpak statushouders 2021 Maart 2021

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 2 2. Inkomen ............................................................................................................................................... 3 2.1 Wat is het beleid? .......................................................................................................................... 3 2.2 Consequenties toenemend aantal statushouders ........................................................................ 4 2.3 Extra acties .................................................................................................................................... 4 3. Maatschappelijke begeleiding en huidige vorm van inburgeren ........................................................ 5 3.1 Wat is het beleid? .......................................................................................................................... 5 4. Nieuwe Wet inburgering ..................................................................................................................... 7 5. Ondertussengroep statushouders.....................................................................................................

12 6 Participatie en werk............................................................................................................................ 15 6.1 Wat is het beleid? ........................................................................................................................ 15 6.2 Consequenties toenemend aantal statushouders ...................................................................... 16 6.3 Extra acties .................................................................................................................................. 16 7. Onderwijs .......................................................................................................................................... 17 7.1 Wat is het beleid? ........................................................................................................................ 17 7.2 Consequenties toenemend aantal statushouders ...................................................................... 19 7.3 Extra acties .................................................................................................................................. 20 8. Zorg....................................................................................................................................................

20 8.1 Wat is het beleid? ........................................................................................................................ 20 8.2 Consequenties toenemend aantal statushouders ...................................................................... 21 8.3 Extra acties .................................................................................................................................. 22 9. Huisvesting statushouders ................................................................................................................ 23 10. Financiën ......................................................................................................................................... 25

1

Inleiding Op gebied van statushouders en inburgering wordt 2021 voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp een uitdagend jaar. Enerzijds komt de nieuwe Wet inburgering er aan, die op 1 januari 2022 in zal gaan. Anderzijds is de taakstelling fors verhoogd, waardoor ook huisvesting extra aandacht nodig heeft. In de eerste helft van 2021 moet de gemeente (inclusief de achterstand van 5 personen in 2020) 48 personen huisvesten. De verwachting is dat de taakstelling in totaal 91 personen wordt. In heel 2020 moesten er 37 personen worden gehuisvest. Deze flinke toename t.o.v. 2020 is het gevolg van het wegwerken van achterstanden door de IND. Een uitdaging dit jaar zijn de grotere aantallen. De taakstelling is ongeveer gelijk aan 2015, maar nog wel minder dan de 133 in 2016. Door deze verhoging komt de sociale woningvoorraad nog meer onder druk te staan. Dit kan zorgen voor langere wachttijden voor een sociale woning. In tegenstelling tot 2015 kunnen we nu wel gebruik maken van de kamergewijze verhuur in het Robbengat en de woningen in Het Hofland. Met de woningcorporaties is afgesproken om de taakstelling goed te monitoren. Als blijkt dat na het eerste halfjaar de taakstelling in de huidige woningvoorraad niet haalbaar is, moet er samen met de betrokken partijen gekeken worden naar alternatieve maatregelen.

De toename van het aantal statushouders heeft ook gevolgen voor het sociaal domein. Door een grotere groep instromende statushouders zal er ook meer druk komen te staan op de klantmanagers van het team participatie. Daarnaast wordt er mogelijk meer aanspraak gedaan op Wmo, jeugdzorg en bijstandsuitkeringen. Ook komt de nieuwe Wet inburgering er aan, waar de afdeling Sociaal Domein zich op zal moeten voorbereiden. Statushouders die dit jaar instromen vallen buiten de nieuwe Wet inburgering. Deze ondertussengroep zal inburgeren in een niet optimaal stelsel. Wij willen deze groep extra aandacht geven en begeleiden vanuit de gedachte van de nieuwe Wet, zodat zij de kans krijgen zo goed mogelijk te integreren en participeren in de Nederlandse maatschappij. Het ministerie van Sociale Zaken en de VNG doen hier ook een gezamenlijke oproep voor. Voor extra begeleiding willen wij de pilot Gezond Participeren starten. Daarnaast kunnen we de ervaringen uit de pilot Brede Intake en Plan Inburgering en Participatie (PIP), onderdelen van de nieuwe Wet inburgering, gebruiken om de ondertussengroep te begeleiden. In deze notitie wordt een breed beeld geschetst rondom de statushouders binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp en de bijbehorende domeinen. Inkomen, inburgering, participatie, zorg, onderwijs en huisvesting zullen de revue passeren.

Hierbij wordt ook ingegaan op de gevolgen van de hogere taakstelling en de nieuwe Wet inburgering. Voorts zijn er acties opgesteld om statushouders kansen te bieden en participatie te bespoedigen.

2

2. Inkomen 2.1 Wat is het beleid? Algemene bijstand Statushouders ontvangen, net als alle uitkeringsgerechtigden, een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. Een alleenstaande ontvangt netto €1075,44 per maand (inclusief vakantietoeslag), dat is €12.900 per jaar. Een echtpaar ontvangt netto €1.536,34 per maand, (inclusief vakantietoeslag), dat komt op €18.435 per jaar. Op 1 januari 2021 telde ons bestand 438 uitkeringen (102 echtparennorm en 336 alleenstaandennorm). Bijzondere bijstand voor woninginrichting Voor de inrichting en stoffering van de woning worden inrichtingskosten op grond van bijzondere bijstand verleend. De inrichtingskosten worden vergoed op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten, tot een maximum bedrag op basis van de normen die door het NIBUD zijn vastgesteld. Hierbij wordt in Pijnacker-Nootdorp uitgegaan van een vergoeding op basis van 2/3 van de noodzakelijk geachte inrichtingskosten, omdat niet alle inrichting als nieuw wordt aangeschaft.

Naarmate het huishouden groter is, neemt ook de hoogte van de inrichtingskosten toe: • alleenstaand: maximaal € 4.721,- leenbijstand • 2-persoonshuishouden: maximaal € 5.428,- leenbijstand • 3-persoonshuishouden: maximaal € 5.971,- leenbijstand • 4-persoonshuishouden: maximaal € 6.705,- leenbijstand De inrichtingskosten worden verstrekt in de vorm van een lening die over 36 termijnen dient te worden terugbetaald met een maximum van 10% van de bijstandsnorm (circa € 1.200) per jaar. De inkomsten uit de terugbetaling van deze lening worden over drie jaar verspreid. Dit betekent dat een bedrag van maximaal € 3.600 wordt terugbetaald. Ondersteuning minima Inwoners met een laag inkomen kunnen een beroep doen op diverse regelingen om hun lasten te verlichten of het maatschappelijk participeren te versterken: • kwijtschelding gemeentelijke belastingen • bijzondere bijstand, waaronder: o participatieregeling sportieve, culturele, educatieve activiteiten voor volwassenen o Jeugdfonds Sport & Cultuur voor kinderen o Stichting Leergeld (schoolkosten) • individuele inkomenstoeslag (voor langdurige minima, dus langer dan drie jaar op bijstandsniveau) • collectieve zorgverzekering voor minima De gemiddelde kosten bedragen ongeveer € 1.000 per huishouden per jaar.

Schuldhulpverlening We gaan er vanuit dat statushouders op het moment van vestiging in onze gemeente in principe geen schulden hebben. Schuldhulpverlening is dan niet aan de orde. Ons doel is om dit zo te houden; we zetten in op het voorkomen van schulden. Indien statushouders financiële problemen hebben, hebben zijn net als alle andere inwoners toegang tot schuldhulpverlening. De gemeente biedt informatie en advies, en kan een ondersteuning bieden bij het oplossen van niet problematische schulden. Indien dit niet toereikend is kan men geholpen worden met een traject minnelijke schuldhulpverlening.

3

2.2 Consequenties toenemend aantal statushouders Statushouders die nieuw in onze gemeente worden gehuisvest hebben geen inkomen en doorgaans ook geen vermogen. Zij zijn aangewezen op een bijstandsuitkering en behoren daarom ook tot de doelgroep minima. Een toenemend aantal statushouders leidt dus direct tot een toenemend aantal uitkeringsgerechtigden en een toenemend aantal minima. Een exacte inschatting van de kosten is lastig te maken, omdat er veel onzekerheden zijn. We maken hier een schatting op basis van enkele aannames. In de berekeningen gaan we uit van een extra instroom van gemiddeld 25 uitkeringsgerechtigde statushouders per jaar. Dit aantal is gebaseerd op de ervaringen met aantallen in de afgelopen jaren en de taakstelling voor 2021. In de praktijk is dit een combinatie van nieuwe uitkeringsgerechtigden (met een alleenstaande norm of een gezinsnorm) en gezinsherenigers waarbij de hoogte uitkering kan wijzigen van een alleenstaande norm naar een gezinsnorm. We gaan er vanuit dat statushouders in het eerste jaar van vestiging gemiddeld 6 maanden gebruik maken van een uitkering (er zijn immers statushouders die zich in januari vestigen, maar ook in november). Algemene bijstand Wanneer wij uit gaan van 25 extra uitkeringen voor 2021 (met een gemiddelde duur van zes maanden in het eerste jaar) betekent dit extra kosten van € 185.000.

Bijzondere bijstand voor woninginrichting De verhoogde asielstroom betekent ook extra inrichtingskosten. Een toename van 25 huishoudens leidt tot € 150.000 aan extra kosten, waarvan na 3 jaar € 90.000 wordt terugbetaald. Hierbij gaan we uit van een gemiddeld bedrag van € 5.971 voor eerste inrichting. Hierop wordt drie jaar afgelost met een maximum van 10% van de bijstandsnorm. Per saldo betekent dit verspreid over drie jaar, een kostenpost van ongeveer € 60.000. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat in 2022 en de daarop volgende jaren zich een zelfde scenario kan voordoen met dezelfde financiële consequenties. Ondersteuning minima De gemiddelde kosten bedragen ongeveer € 1.000 per huishouden per jaar. Uitgaande van 25 extra huishoudens, leidt dit dus tot ongeveer € 25.000 aan extra kosten voor de ondersteuning van minima. Deze kosten komen grotendeels ten laste van het budget bijzondere bijstand. Een onderdeel van bijzondere bijstand is het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Als er veel kinderen worden gehuisvest zal dit dus leiden tot een toename van het gebruik van dit fonds. Datzelfde geldt ook voor de financiële bijdrage aan Stichting Leergeld. Schuldhulpverlening Statushouders zijn bij huisvesting in onze gemeente doorgaans nog niet volledig op de hoogte van alle regelingen en toeslagen waar zij mogelijk recht op hebben.

Bovendien beheersen ze de Nederlandse taal vaak nog onvoldoende. Dat zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van problematische schulden. Extra inzet op preventie is daarom nodig. Bovendien houden we rekening met een toename van het aantal mensen met schulden dat een beroep doet op ondersteuning op dit gebied. 2.3 Extra acties Wat gaan we doen De gemeente intensiveert de informatievoorziening over minimaregelingen en de preventie van financiële problemen.

4

Eigenaar Gemeente

Wanneer Vanaf 2020

De informatie is bedoeld voor alle inwoners van PijnackerNootdorp. Specifiek voor statushouders kan de informatie gebruikt worden als hulpmiddel bij de ondersteuning die SWOP biedt op dit gebied. Dit doen we door: • het uitbreiden en verduidelijken van de informatie op de gemeentelijke website. • het ontwikkelen van schriftelijke informatie die aan inwoners kan worden meegegeven, bijvoorbeeld door bijstandsconsulenten of maatschappelijke partners. Deze informatie komt ook digitaal beschikbaar. Pilot gezond participeren. Ondertussengroep.

Zie

hoofdstuk

5,

3. Maatschappelijke begeleiding en huidige vorm van inburgeren 3.1 Wat is het beleid? Als statushouders nog in het asielzoekerscentrum verblijven, worden ze al geïnformeerd over het feit dat zij aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn toegewezen. Deze toewijzing vindt plaats nog voordat er een woning beschikbaar is. Dit kan dan nog maanden duren. Zodra er een woning beschikbaar is, begint de maatschappelijke begeleiding door SWOP. SWOP voert gedurende een jaar, gerekend vanaf het moment dat de statushouder de sleutel van zijn/haar huis krijgt, in opdracht van de gemeente maatschappelijke begeleiding uit voor in de gemeente gehuisveste statushouders. In deze periode wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke mate van zelfredzaamheid, dit afhankelijk van de leerbaarheid van de statushouder. Na afloop van deze periode vindt er een overdracht aan de gemeente plaats, zo nodig worden het Kernteam en het Werkgevers Service Punt (WSP) hierbij betrokken. Verder voert SWOP het participatieverklaringstraject uit. Aanmelding bij SWOP De gemeente wordt door het COA geïnformeerd over de toewijzing van statushouders. De gemeente informeert SWOP hierover bij toewijzing van een woning. De gemeente meldt een cliënt per mail aan bij de coördinator van SWOP.

De gemeente heeft al met de woningcorporatie overlegd over datum en tijd van de bezichtiging van de woning en zij geven dit door aan de coördinator. De coördinator zet dit door naar de vrijwilligers en gaat na wie op de betreffende dag en tijdstip mee kan naar de bezichtiging van de woning en sleuteloverdracht. Op het moment dat er meerdere woningen tegelijk beschikbaar worden gesteld of er veel statushouders in één keer naar de gemeente komen heeft de gemeente een rol in het communiceren naar de omgeving/de inwoners. Werkwijze De coördinator maakt een afspraak bij de afdeling Publiekszaken van de gemeente voor inschrijving in BRP en informeert de contactpersoon van de gemeente hierover. Het is ook mogelijk de inschrijving digitaal te doen. Deze maakt op diens beurt een afspraak met de bijstandsconsulent. Dit om na de inschrijving in BRP meteen de aanvraag van de inrichtingskosten (bijzondere bijstand) en de eerste zaken rondom de uitkering te regelen. De vrijwilliger van SWOP is behalve bij de bezichtiging en overdracht van de woning ook aanwezig bij de afspraken met de gemeente. De cliënt gaat na de afhandeling van de aanvragen terug naar het AZC en er wordt een afspraak voor een week later gepland bij SWOP in Pijnacker. Dan heeft de gemeente binnen drie dagen het eerste 5

deel van het inrichtingskrediet overgemaakt aan cliënt en kan deze beginnen met het inrichten van de woning. Bij de eerste afspraak op kantoor van SWOP wordt de cliënt ingeschreven als werkzoekende bij het UWV en worden een uitkering en huur- en zorgtoeslag aangevraagd. Ook wordt cliënt aangemeld bij een zorgverzekering. De eerste periode van de begeleiding hebben de vrijwilligers van SWOP intensief contact met cliënten om maatschappelijke en financiële zaken te regelen en vragen van allerlei aard te beantwoorden. Deze periode staat in het teken van het wegwijs maken in de Nederlandse samenleving en het vergroten van het netwerk in Nederland en de gemeente in het bijzonder. Gaandeweg wordt het contact minder intensief en wordt het accent verlegd van praktische zaken (zoals het inschrijven bij een huisarts, het plaatsen van kinderen op school en het regelen van de inburgeringsopleiding) naar zaken van integratieve aard. Cliënten met meervoudige of complexe problematiek worden aangemeld bij het Kernteam.

Maatschappelijke begeleiding De individuele maatschappelijke begeleiding door SWOP is gericht op de ontwikkeling van zelfredzaamheid. Dit betreft de introductie in de nieuwe gemeente, het regelen van praktische zaken, het oplossen van eigen materiële, immateriële, en psychosociale problemen, maken van eigen keuzes, vertrouwd raken met basisvoorzieningen en elementaire regels en gebruiken, en verwijzing naar instanties zodat mensen daar met ondersteuning of zelfstandig gebruik van kunnen maken. De groepsgewijze begeleiding richt zich op het organiseren van een programma door vrijwilligers waarin nieuwkomers activiteiten ondernemen met maatschappelijk relevante organisaties. De voertaal hierbij is Nederlands. Het programma houdt rekening met de vragen en behoeften van de groep. Naast de bovenstaande activiteiten worden aanvullende activiteiten aangeboden ten behoeve van de bevordering van de integratie en participatie in de Nederlandse samenleving. SWOP stelt voor iedere individuele cliënt vast in hoeverre er behoefte bestaat aan aanvullende begeleiding en hoe deze begeleiding wordt ingevuld. Per cliënt(gezin) wordt er een zelfredzaamheidsmatrix ingevuld waarin de vorderingen zijn opgenomen. De matrix heeft als doel om de zelfredzaamheid te bevorderen en wordt daarom in een vroeg stadium na huisvesting ingevuld. Periodiek wordt deze met de cliënt besproken en gemonitord.

Bij het afsluiten van een dossier wordt deze naar de klantmanager gestuurd. Regelingeving Inburgering en educatie Statushouders vanaf 18 jaar moeten verplicht inburgeren. Dat betekent dat ze de taal moeten leren spreken en de Nederlandse samenleving moeten leren kennen, bijvoorbeeld hoe Nederlanders wonen en werken. De inburgering duurt maximaal drie jaar en wordt afgesloten met een inburgeringsexamen of een staatsexamen Nederlands. DUO informeert statushouders schriftelijk over het moment waarop ze inburgeringsplichtig zijn geworden en wanneer de inburgeringstermijn van drie jaar afloopt. Statushouders zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor de inburgering. Statushouders kunnen ter voorbereiding op het inburgeringsexamen een inburgeringscursus volgen (dat is niet verplicht). Alleen als dat een cursus bij een door DUO erkend opleidingsinstituut is, geeft DUO een lening voor de kosten (maximaal € 10.000). Als een statushouder binnen de inburgeringstermijn slaagt voor het examen hoeft de lening niet terug betaald te worden. In sommige gevallen hoeven statushouders geen inburgeringsexamen te doen. Bijvoorbeeld als ze door psychische of lichamelijke beperkingen het examen niet kunnen halen. Of als ze aantoonbaar voldoende ingeburgerd zijn. DUO kan dan een ontheffing verlenen. 6

Meer informatie over inburgeren is te vinden op de website van DUO: https://www.inburgeren.nl/. Taal op lokaal niveau De vrijwilligers van SWOP bieden taalondersteuning en kunnen helpen bij het zoeken naar geschikte opleidingsinstituten en het aanvragen van de lening. Op vrijwillige basis kan worden deelgenomen aan door SWOP aangeboden individuele en/of klassikale taalondersteuning. De ondersteuning wordt gegeven aan statushouders die moeilijk leerbaar zijn of als extra voorbereiding van de opleidingstoets. De taalondersteuning van SWOP is informeel, kleinschalig en gericht op het bijbrengen van elementaire begrippen voor nieuwe statushouders en personen die behoefte hebben aan een kleinschalige aanpak. Daarnaast kunnen statushouders terecht in het Taalhuis van de Bibliotheek Oostland. SWOP wijst statushouders op deze mogelijkheden en schrijft de statushouder zo nodig in. De Bibliotheek helpt mensen om de taal beter te leren. Het maakt niet uit of zij Nederlands als moedertaal hebben of anderstalig zijn. Er zijn groepsactiviteiten, maar ook mogelijkheden om individueel te oefenen. Soms organiseren ze dit zelf, met vrijwilligers, en soms samen met andere organisaties. De meeste activiteiten zijn gratis, ook voor wie geen lid is van de Bibliotheek. Statushouders maken hier gebruik van om hun kennis van de Nederlandse taal verder te ontwikkelen.

Daarnaast maakt SWOP gebruik van tolken via het Taalhuis.

4. Nieuwe Wet inburgering Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering in. Vanaf de toewijzing van een statushouder aan de gemeente, neemt de gemeente de regie voor de inburgering. Ondanks dat de nieuwe wetgeving nog in de besluitvormende fase is, is het belangrijk om als gemeente de eerste voorbereidende stappen te nemen. De wetgeving bevat deels bestaande taken, zoals maatschappelijke begeleiding, echter bevat de nieuwe wet vooral nieuwe gemeentelijke taken. Hiervoor zal de gemeente intern, lokaal en regionaal de nieuwe processen van de wetgeving moeten vormgeven. Dit zijn onder andere het uitvoeren van de brede intake, opstellen van een Plan Inburgering en Participatie (PIP) waarin leerroutes worden bepaald, het monitoren hiervan en het begeleiden van statushouders naar werk. Het team Participatie binnen de afdeling Sociaal Domein heeft nu al een rol in het begeleiden van statushouders naar werk, bij het uitvoeren van de toekomstige wetgeving gaat dit team een nog grotere rol spelen. Alle statushouders van 18 jaar tot het bereiken van de wettelijke AOW-leeftijd zijn inburgeringsplichtig. De statushouders moeten binnen drie jaar hun inburgering en leerroute succesvol afronden. De termijn waarbinnen het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt & Participatie moet zijn afgerond wordt ook drie jaar.

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) stelt vast wanneer de inburgeringstermijn start en behandelt aanvragen voor verlenging van de inburgeringstermijn.

De processen De Wet inburgering bevat zes processen die gemeenten dienen te organiseren voor het uitvoeren van de wet. Deze processen staan hieronder beschreven met daarbij globale beleidsmatige uitgangspunten voor de invulling hiervan. 1) Brede intake & vaststellen PIP (nieuwe taak gemeente)

7

In de huidige situatie vindt het eerste contact tussen statushouder en gemeente plaats als de statushouder zich in de gemeente vestigt. Bij de nieuwe Wet wordt er door de gemeente, na toewijzing door het COA, een brede intake met de statushouder gehouden. De brede intake is een uitgebreide kennismaking met de statushouder waarin de wensen, behoeften en capaciteiten van de statushouder worden besproken. Ook wordt er een toets om de leerbaarheid te bepalen afgenomen. De resultaten van de brede intake vormen de basis voor het persoonlijke PIP. Hierin wordt een integraal beeld geschetst met daarin het persoonlijke verhaal, wensen, niveau en verwachtingen van de statushouders. In het PIP wordt ook de verdere inburgerroute van de statushouder uitgestippeld en wordt door de gemeente als beschikking afgegeven. De voortgang van de uitvoering van het PIP wordt gemonitord. Beleidsmatige uitgangspunten -

-

-

Zo snel mogelijk contact: Wanneer bekend is dat een statushouder aan Pijnacker-Nootdorp is gekoppeld, nemen wij contact op met het AZC en desbetreffende statushouder. Maatwerk bij AZC bezoek: Uitgangspunt is dat in hoeverre wij afreizen naar een AZC voor de brede intake, afhangt van maatwerk. Hoeveel aantallen per maand, wat is de afstand tot een AZC, wat is de personele bezetting? In de gevallen waar het niet mogelijk is om naar het AZC af te reizen, nodigen wij een statushouder uit op het gemeentehuis of vindt de intake digitaal plaats. Integraliteit: De Brede Intake wordt uitgevoerd door een nog te benoemen gespecialiseerde klantmanager. Mogelijk kan er ook een maatschappelijk begeleider aanwezig zijn, of nauw betrokken worden bij de intake. De statushouder is hierdoor direct in beeld bij de maatschappelijke begeleider en kan al bij of rond de intake geïnformeerd worden over wat de begeleiding omvat. Statushouder laten landen: de verplichte termijn tussen brede intake en PIP maximaal benutten zodat statushouder de tijd heeft om rustig te landen in zijn nieuwe omgeving. Voorts kan er in deze periode een nog beter beeld worden gecreëerd, zodat het PIP zo compleet mogelijk kan worden vastgesteld.

Onderstaande illustratie geeft een beeld van het proces van AZC naar koppeling en brede intake tot vaststellen en uitvoeren van het PIP.

(Bron Rijksoverheid)

8

2) Ontzorgen (nieuwe taak gemeente) De gemeenten worden verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van de bijstandsgerechtigde statushouders. De gemeente betaalt onder andere de huur, energiekosten en verplichte verzekeringen vanuit de bijstandsuitkering. Dit geldt voor minimaal de eerste zes maanden van hun verblijf in de gemeente. Het uiteindelijke doel is om financiële problemen te voorkomen en zelfredzaamheid te creëren. Na zes maanden wordt gekeken of de statushouder daadwerkelijk zelfredzaam is op financieel gebied. Is dat het geval, dan kan het ontzorgen vanuit de gemeente worden gestopt. Is de statushouder nog niet zelfredzaam kan de ondersteuning worden voortgezet. Indien een statushouder zich in het kader van een gezinshereniging vestigt, hoeft deze niet financieel ontzorgt te worden. Aangezien de reeds gevestigde partner buiten de verplichting van de wet valt (gevestigd voor 1 januari 2022) of dat deze al is ontzorgd. Beleidsmatig uitgangspunt: Ontzorgen lokaal verder organiseren: Het creëren van zelfredzaamheid ligt grotendeels in lijn met maatschappelijke begeleiding op dit moment uitgevoerd door SWOP. SWOP werkt op dit moment ook al aan het creëren van financiële zelfredzaamheid. Gekeken dient te worden wat er binnen de gemeente en SWOP verder opgezet dient te worden om het ontzorgen en het creëren van zelfredzaamheid uit te voeren.

Het netwerk schuldhulpverlening van de gemeente kan ook een rol spelen in het creëren van zelfredzaamheid en voorkomen van schulden.

3) Aanbieden leerroute (nieuwe taak gemeente) Gemeenten krijgen de wettelijke plicht te zorgen dat er aan de inburgeringsplichtige statushouder tijdig een inburgeringsaanbod wordt gedaan, dat aansluit bij de leerroute en andere elementen die in het PIP zijn vastgelegd. In het PIP wordt voor iedere inburgeraar een te nemen leerroute vastgesteld. Hiervoor zijn drie mogelijkheden: •

• •

B1-route: B1 is het taalniveau dat nodig is om een zo goed mogelijk startpositie op de arbeidsmarkt te hebben. Dit niveau dient in maximaal drie jaar behaald te worden. Het is tijdens deze route van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met (vrijwilligers)werk. Onderwijsroute: deze route is gericht op het beheersen van het Nederlands op B1-niveau en instroom in het mbo, hbo of wo. De leeftijdsgrens voor de onderwijsroute wordt 28 jaar. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op niveau A1 en het zelfstandig kunnen meedoen aan de samenleving. Indien nodig vindt er ook een alfabetiseringstraject plaats. De route is bedoelt voor wie de onderwijsroute en B1-route buiten bereik liggen. Het traject richt zich op activering, zelfredzaamheid binnen de samenleving en participatie.

Het is mogelijk om tussentijds te veranderen van leerroute. Bijvoorbeeld als een inburgeraar in de Zroute toch meer kan, of dat de vorderingen van de inburgeraar in de B1-route sterk achterblijven. In de lagere regelgeving zal een termijn worden vastgelegd waarbinnen geschakeld moet worden . Dit om te voorkomen dat inburgeraars te lang in een route zitten die niet goed aansluit.

9

Het ministerie van Sociale Zaken heeft de volgende schatting gemaakt om te bepalen welk percentage van statushouders welke route zal gaan volgen. • • •

B1-route: 60% Onderwijsroute: 25% Z-route: 15%

De taakstelling in 2020 bedraagt 35, aan de hand van dit getal zal de verdeling van de leerroutes voor onze gemeente er als volgt uit zien: • • •

B1-route: 21 Onderwijsroute: 9 Z-route: 5

Beleidsmatige uitgangspunten:

-

-

-

Regionale samenwerking: Voor het aanbieden van leerroutes zoeken wij waar nodig de samenwerking met gemeenten in de regio. De relatief beperkte omvang van de doelgroep en de noodzakelijke diversiteit van het te realiseren inburgeringsaanbod, maakt dit voor onze gemeente noodzakelijk. B1-route: Voor de B1-leerroute zoeken wij de samenwerking op met gemeenten binnen de arbeidsmarkt(sub)regio: gemeenten Lansingerland en Zoetermeer. Hiervoor zal er gezamenlijk een aanbesteding voor invulling van de route plaatsvinden. Het voordeel van deze samenwerking is dat wij met deze gemeenten ook samenwerken binnen het WSP. Hierdoor kan er, indien nodig, goed de aansluiting gezocht worden met het lokale bedrijfsleven. Onderwijsroute: voor de onderwijsroute zal een bovenregionale samenwerking noodzakelijk zijn. Voor deze route is er gekozen om voor de uitvoering hiervan mee te doen met de gemeente Den Haag. Z-route: richt zich op het creëren van zelfredzaamheid. Dit willen wij zoveel mogelijk lokaal gaan organiseren. Zelfredzaam in de directe leefomgeving. De SWOP en het Taalhuis kunnen hier mogelijk een rol bij spelen.

Onderstaande illustratie geeft de drie verschillende routes richting participatie weer:

(Bron Rijksoverheid)

10

4) Participatieverklaringstraject (PVT) (aangepaste taak gemeente) Het PVT is een al bestaand traject over de kernwaarden van de Nederlandse maatschappij en wordt voor de gemeente uitgevoerd door SWOP en afgesloten door het ondertekenen van de verklaring. Het is op dit moment een traject van vier uur en wordt bij de nieuwe wet verhoogd naar twaalf uur. Een excursie of activiteit waar aandacht wordt besteed aan één van de Nederlandse kernwaarden is hier onderdeel van. Beleidsmatig uitgangspunt: Uitvoer PVT: Het PVT wordt nu door SWOP aangeboden aan inburgeringsplichtige inwoners. Uitgangspunt is dat SWOP dit blijft doen en er in gezamenlijk overleg wordt gekeken hoe de uitbreiding van uren en excursie/activiteit verder wordt vormgegeven.

5) Module Arbeid en Participatie (MAP) (nieuwe taak gemeente) Gemeenten krijgen ook de verantwoordelijkheid om inburgeraars te begeleiden bij het oriënteren en participeren op de Nederlandse arbeidsmarkt. Bij deze oriëntatie moeten de competenties en arbeidskansen van de inburgeraars op de arbeidsmarkt in beeld gebracht worden. Ook dienen zij vaardigheden te ontwikkelen om een baan te vinden. Inburgeringsplichtigen die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van de MAP omdat de oriëntatie op de arbeidsmarkt onderdeel is van het voorbereiden op de instroom in het mbo, hbo of wo. Mogelijk krijgen ook andere inburgeraars vrijstelling van de MAP. Bijvoorbeeld bij het al hebben van werk. Vrijstellingen worden verder uitgewerkt in de lagere regelgeving. Beleidsmatig uitgangspunt: Lokaal opzetten: de module binnen de gemeente organiseren en waar nodig extern aanvulling zoeken om zo aan de eisen van de module te doen. Extern kan er contact gezocht worden met aanbieders van trainingen en werkgevers. Het WSP kan hier mogelijk ook een rol in spelen.

6) Maatschappelijke begeleiding (bestaande taak gemeente) Maatschappelijke begeleiding wordt nu uitgevoerd door SWOP. Zij begeleiden statushouders die in Pijnacker-Nootdorp komen wonen voor een periode van één jaar. SWOP heeft een coördinator en werkt met vrijwilligers. Nadat de begeleiding is afgerond kunnen statushouders instromen binnen het reguliere aanbod van SWOP. Binnen het nieuwe stelsel wordt de invulling van de maatschappelijke begeleiding ten opzichte van de huidige Wet inburgering gewijzigd omdat er een samenloop is met de regietaak die gemeenten krijgen binnen het nieuwe stelsel. De huidige componenten ‘hulp bij het opstarten van de inburgering’ en ‘het stimuleren van participatie en integratie’ binnen maatschappelijke begeleiding krijgen immers hun beslag in het PIP. Beleidsmatig uitgangspunt: De begeleiding bij de SWOP houden: in overleg bekijken hoe de begeleiding in het kader van de nieuwe Wet wordt vormgegeven. Begeleiders kunnen mogelijk al bij de eerste fase van de inburgering aanhaken, om zo direct bij toewijzing van statushouder aan de gemeente met de begeleiding te kunnen beginnen.

11

Wat gaan we doen

Eigenaar

Wanneer

Wet inburgering intern voorbereiden. Door middel van een projectgroep bestaande uit medewerkers van de afdelingen Sociaal Domein en Beleid.

Gemeente

Vanaf 2020

Wet inburgering voorbereiden met lokale partners. SWOP en Bibliotheek Oostland zullen ook bij de nieuwe Wet een (grote) rol spelen bij de inburgering. Dit zullen we gezamenlijk moeten voorbereiden.

Gemeente

Vanaf 2020

Afspraken maken met SWOP over uitvoer taken van Wet inburgering en budget hiervoor Regionale voorbereiding (ZHC). Met de andere gemeenten binnen de arbeidsmarktregio ZHC de Wet voorbereiden en een gezamenlijke aanbesteding voor de B1-route starten.

Gemeente en SWOP

Zomer 2021

Arbeidsmarktregio ZHC

Vanaf 2019

Aanbesteding onderwijsroute gemeente Den Haag. Den Haag organiseert aanbestedingen voor de drie leerroutes. Wij hebben besloten deel te nemen aan de aanbesteding rondom de Onderwijsroute. Uitvoeren Wet inburgering. Vanaf 1-1-2022

Den Haag

Vanaf 2020

Gemeente

1-1-2022

Voor de voorbereiding op de nieuwe Wet en het begeleiden van de ondertussengroep (zie hoofdstuk 5) is personele uitbreiding nodig.

5. Ondertussengroep statushouders De groep statushouders die in 2019, 2020 en ook in 2021 toegewezen wordt aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp, zijn inburgeringsplichtig maar vallen buiten deze nieuwe wetgeving. Dit is de ondertussengroep. Voor het begeleiden van deze ondertussengroep bij de inburgering is voor 2019 en 2020 een bedrag van €60.000 vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. Hiervoor is een projectleider inburgering aangesteld, die actief met deze groep aan de slag is gegaan. Statushouders worden, met inachtneming van de leerbaarheidscapaciteiten, zo goed mogelijk voorbereid op participatie in de samenleving. Ook is de projectleider aanspreekpunt voor onze lokale partners, waardoor de samenwerking verder wordt geoptimaliseerd. Voor 2021 is de taakstelling sterk gestegen en ook deze groep valt buiten de nieuwe wetgeving. Het is belangrijk om ook actief aandacht aan deze groep te besteden, zodat zij niet buiten de boot vallen in het niet goed werkende huidige inburgeringssysteem. De processen van de nieuwe wetgeving zullen wij als leidraad gebruiken, zodat de ondertussengroep hierop wordt begeleid. De wet geeft de kaders voor het uitvoeren van ondersteuning van deze groep. Het volgen van het kader moet er toe bijdragen dat deze groep statushouders sneller integreren en participeren in de samenleving.

Door het volgen van de processen wordt er ook expertise ontwikkeld die gebruikt kan worden bij het opstellen van het beleid rondom de nieuwe wet.

12

Met deze groep kan een brede intake worden gehouden, waarbij er een globaal plan voor de inburgering wordt opgesteld. Vervolgens kunnen wij de statushouders begeleiden naar (taal)onderwijs en werk. De kern van de nieuwe Wet, wordt zo ook voor de ondertussengroep in de praktijk gebracht. Dit in samenwerking met de lokale partners. Naast de ondertussengroep brengt het team participatie alle statushouders vanaf 1-1-2015 in kaart. Dit gaat aan de hand van uitgebreide gesprekken met de statushouder zelf. Door het in kaart brengen is te bepalen wat zij nodig hebben om kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, waardoor de kans op eventuele uitstroom naar werk en participatie wordt bevorderd. Indien er uit het gesprek is gebleken dat de statushouder direct bemiddelbaar is naar werk en opleiding, is dit direct gedaan. Dit heeft ertoe geleid dat er afgelopen periode 16 statushouders zijn gaan werken en/of een opleiding volgen. Een voorbeeld hiervan is een chauffeursopleiding in combinatie met werk. De genomen stappen bij deze groep zijn: •

In kaart brengen van de caseload.

•

Waar de statushouder staat met hun inburgering.

•

Wat er nodig is om de statushouder aan het werk te krijgen.

•

Welke zorg wij verlenen.

•

Wat de statushouder zelf kan.

•

Wat is er nodig om de bemiddeling naar werk en duurzame uitstroom mogelijk te maken? (aanpak en methodiek)

•

Casusbesprekingen ter ontwikkeling expertise (bij Wmo en Kernteam) en inzet voor groepsgewijze aanpak.

•

Mogelijke uitstroom.

Pilot gezond participeren Aanleiding Wij willen als gemeente ons zo goed mogelijk voorbereiden op onze toekomstige regierol. Dit willen we graag doen door een pilot te starten voor het onderdeel ontzorgen (proces nieuwe Wet inburgering) die niet alleen het financiële aspect meeneemt, zoals in de nieuwe Wet inburgering aangeeft maar ook de andere problemen in het sociaal domein. De gemeente heeft afgelopen jaar inzicht gekregen in de huidige statushouders en de problematiek die zich afspeelt. Na de inburgering hebben de statushouders een beginnend taalniveau. Dit is basiskennis van de Nederlandse taal die vaak niet toereikend blijkt te zijn om aansluiting te vinden met de samenleving. Het ontbreekt deze personen aan zelfvertrouwen om deze basiskennis daadwerkelijk te gaan gebruiken en hierdoor te verbeteren. Gevolg hiervan is dat de kennis van de Nederlandse taal weer achteruit gaat. Taal alleen is niet voldoende om te participeren. Er dient ook voldoende kennis te zijn rondom het beheren van de administratie, rechten en plichten, het sociale stelsel, opvoeding en het Nederlandse schoolsysteem. Ook het hebben van werknemersvaardigheden en kennis van de arbeidsmarkt vergroot de zelfredzaamheid. Wanneer statushouders zelf hun eigen zaken kunnen regelen, kan dat schulden en problemen binnen het gezin voorkomen.

Het gebrek aan bovenstaande kennis zorgt er voor dat statushouders zeer regelmatig beroep doen op de Wmo, jeugdzorg en schuldhulpverlening.

13

Samenwerking Naar aanleiding hiervan hebben we samen met SWOP en het Taalhuis gekeken hoe we dit het beste konden aanpakken, met behulp van onze gezamenlijke ervaring met statushouders. Elke organisatie heeft zijn eigen expertise en dat willen wij zo goed mogelijk benutten. Gezamenlijk zijn we aan de slag gegaan om een pilot te ontwikkelen die door middel van ontzorgen en ondersteuning leidt tot betere participatie en preventie van zorg en schulden. Pilot Gezond Participeren De huidige statushouders en de voormalige statushouders missen een gezonde start doordat ze nog niet voldoende kennis hebben van de Nederlandse taal om goed te kunnen participeren en integreren binnen onze samenleving. Een goede en een gezonde start is iets dat we aan de statushouders mee willen geven om regie te nemen over het eigen leven. Aan de andere kant zorgt dit ervoor dat er minder een beroep wordt gedaan op de zorg, ondersteuning van SWOP en op een uitkering. De hoofddoelstelling van de pilot Gezond Participeren is het vergroten van zelfredzaamheid op het gebied van financiën, opvoeding en de praktische taal in en om het huis en op het werk. Hoe willen de pilot Gezond Participeren uitvoeren? Dit pilot willen we organiseren met twee groepen van 10 statushouders gedurende 12 weken en daarnaast met de statushouders die reeds klaar zijn met hun inburgering.

Uiteindelijk zullen we met de resultaten die we hebben opgehaald een product neerzetten waarbij we de opgedane ervaring ook bij het uitvoeren van de Wet inburgering gebruiken. De pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met SWOP en Bibliotheek Oostland. Wat willen we met de pilot bereiken? • De deelnemers meer kansen op participatie en integratie bieden; • Als gemeente ervaring opdoen met het oog op de nieuwe Wet inburgering; • Dit product inzetten als instrument voor het zelfredzaam maken van de statushouders in het kader van ontzorgen; • Meer zelfredzaamheid van de deelnemers; • Zijn de deelnemers beter in staat aandacht te geven aan de opvoeding van hun van de kinderen volgens de Nederlandse maatstaven; • De deelnemers meer kennis op het gebied van rechten en plichten, het sociale stelsel en het opleidingsstelsel in Nederland; • Vergroten van de werkvaardigheden van de deelnemers, hierdoor hebben zij meer kans op lerend vrijwilligerswerk of werk; • Deelnemers hebben zicht op verdere ontwikkeling; • Deelnemers meer zelfvertrouwen geven; • Vergroten van het sociale netwerk van de deelnemers.

Een belangrijk aandachtspunt is de inbedding van deze nieuwe taak in het sociaal domein en de netwerk-samenwerking met partners buiten de gemeente zoals het COA, SWOP, Taalhuis en de lokale werkgevers, woningcorporaties, sportverenigingen, bibliotheek etc. De gemeente heeft reeds eerder een pilot gedraaid betreffende het onderdeel Brede intake en PIP. Deze ervaring kunnen we voortzetten voor de ondertussengroep die zich komend jaar vestigt binnen onze gemeente.

14

Regie Indien de gemeente de pilot wil uitvoeren en daarnaast extra aandacht aan de ondertussengroep wil geven vanuit de gedachte van de nieuwe Wet inburgering, dient er een extra klantmanager voor statushouders te worden aangesteld.

Wat gaan we doen Begeleiden ondertussengroep. De groep statushouders die buiten de nieuwe wetgeving valt begeleiden vanuit de gedachte van de nieuwe wet. Hierdoor zullen zij beter integreren en participeren. Starten pilot Gezond Participeren.

Eigenaar Gemeente

Wanneer 2021 en verder

Gemeente

2021

6 Participatie en werk 6.1 Wat is het beleid? Op grond van de Participatiewet is de gemeente verantwoordelijk voor het activeren, re-integreren en naar werk begeleiden van uitkeringsgerechtigde statushouders. We kunnen in het kader van het participatiebeleid diverse instrumenten inzetten, zoals bemiddeling naar werk door het Werkgeversservicepunt, jobhunting, sociale activering, en vrijwilligerswerk. Het huidige re-integratieaanbod is gevarieerd en sluit aan op de vraag en ondersteuningsbehoefte van de verschillende doelgroepen. Zo wordt de groep uitkeringsgerechtigden met een korte afstand tot de arbeidsmarkt direct naar werk bemiddeld, terwijl een groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt juist meer behoefte heeft aan sociale activering. Ook is er aanbod voor mensen die ondersteuning nodig hebben bij bijvoorbeeld het maken van een CV en zichzelf presenteren. En er is specifiek aanbod voor mensen die de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen. Dit laatstgenoemde traject (TROTS) zetten we momenteel ook veel in voor statushouders. We werken samen met Cirkel Rond om statushouders te begeleiden bij hun eerste stappen op de arbeidsmarkt. Statushouders die (nog) niet aan het werk kunnen vragen we om een tegenprestatie te leveren in de vorm van vrijwilligerswerk. Het doen van vrijwilligerswerk draagt bij aan de integratie en kan een opstap zijn naar werk.

Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in Buurt & Zo en bij lokale maatschappelijke organisaties en verenigingen. Re-integratietraject TROTS Bij het traject openbare ruimte en taalscholing (TROTS) worden uitkeringsgerechtigden in staat gesteld een tegenprestatie te leveren voor hun uitkering door het schoonhouden van de openbare ruimte. Dit traject wordt vooral ingezet voor nieuwkomers in de gemeente met een taalachterstand. Gedurende vier dagdelen helpen zij bij het schoonhouden van onze gemeente en doen zij arbeidservaring en arbeidsritme op. Het gaat hierbij om een collectief traject waarbij een groep uitkeringsgerechtigden gezamenlijk activiteiten uitvoert en wordt begeleid. De begeleiding is vooral gericht op activering en minder op intensieve individuele begeleiding. Het traject vindt plaats in samenwerking met de afdeling wijkzaken. De deelnemers in het traject doen ervaring op met het ontwikkelen van basale werknemersvaardigheden als op tijd komen, afspraken nakomen en instructies opvolgen.

15

Cirkel Rond Op het moment dat een statushouder de inburgering heeft afgerond en klaar is voor een volgende stap blijkt het heel moeilijk te zijn om op eigen kracht de weg te kunnen vinden in de Nederlandse samenleving. Cirkel Rond ondersteunt statushouders bij hun start in het arbeidsproces. Hierbij worden de statushouders aangesteld in een werkervaring traject in de tuinbouw en bij productie bedrijven. Tijdens dit traject krijgen de statushouders veel aandacht en coaching om te leren werken volgens de Nederlandse maatstaven. Tegelijkertijd onderhoudt Cirkel Rond een nauw contact met de werkgever om eventuele misverstanden door onwetendheid meteen op te kunnen lossen. Hierdoor ontstaat wederzijds begrip. Daarnaast biedt Cirkel Rond de statushouders hulp en begeleiding bij het opzetten en voeren van een privé administratie en ondersteuning bij de contacten met de diverse instanties. 6.2 Consequenties toenemend aantal statushouders De ervaring van de afgelopen jaren leert dat statushouders langzaam uitstromen naar werk1. Dit heeft vooral te maken met het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal. Daarnaast spelen soms culturele aspecten een rol, zoals andere opvattingen ten aanzien van bijvoorbeeld vrouwen die werken, omgangsvormen en eetgewoonten op de werkvloer. Ook is het aanbod van werk nog beperkt, waardoor statushouders concurreren met alle andere werkzoekenden.

Om te voorkomen dat het volume van uitkeringsgerechtigden en het aandeel statushouders in het totaal aantal uitkeringsgerechtigden structureel fors toeneemt, zijn extra inspanningen nodig. Bovendien willen we hiermee voorkomen dat statushouders jaren afhankelijk blijven van een uitkering. Voor 2020 was € 725.000 beschikbaar voor re-integratieondersteuning voor ongeveer 450 uitkeringsgerechtigden. Het gemiddelde zou dan ongeveer € 1.500 per uitkeringsgerechtigde zijn, maar het bestand is divers. Een statushouder “kost” op het gebied van re-integratie doorgaans meer omdat relatief intensieve begeleiding noodzakelijk is. Het participatiebudget bedraagt op dit moment structureel € 518.500. Voor 2021 is eenmalig € 225.000 extra beschikbaar gesteld. Door de afname van het aantal bijstandsontvangers kunnen hiermee de bestaande re-integratiemiddelen bekostigd worden. Voor 2022 en verder is nog geen aanvullend budget beschikbaar. Bij de kadernota van 2022 wordt een voorstel gedaan om het re-integratiebudget structureel op te hogen. 6.3 Extra acties Het Kennisplatform Integratie & Samenleving heeft onderzoek gedaan naar het bemiddelen van statushouders naar werk en doet aanbevelingen voor gemeenten.

Op basis van deze aanbevelingen hanteren we de volgende uitgangspunten bij het bemiddelen naar werk: - We starten zo snel mogelijk (bij voorkeur al tijdens de inburgering) - We zetten zoveel mogelijk in op duale trajecten: het gelijktijdig inzetten van bijvoorbeeld inburgering en/of taaltraining en (vrijwilligers)werk of een re-integratietraject. - We betrekken werkgevers en faciliteren hen waar nodig en mogelijk. Wat gaan we doen

Eigenaar

Wanneer

Gemeente

Doorlopend

1 Een recente publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wijst uit dat na twee jaar verblijf in

Nederland, 25% van de statushouders een betaalde baan heeft van acht uur of meer per week. Na vijf jaar is dat 50%, na 15 jaar is dat 57%.

16

Inzet werkgeversservicepunt: Pijnacker-Nootdorp werkt samen met het Werkgeversservicepunt Zuid-Holland centraal (WSP ZHC) voor de bemiddeling van werkzoekenden naar werk en de werkgeversdienstverlening.

Uitvoering: WSP ZHC

Cirkel Rond: In 2020 zijn we gestart met de samenwerking met Cirkel Rond. Cirkel Rond werkt in opdracht van diverse gemeenten in West Nederland. Voor deze gemeenten begeleiden zij statushouders naar een baan. Cirkel Rond ondersteunt statushouders bij hun start in het arbeidsproces. Hierbij worden de statushouders aangesteld in een werkervaring traject in de tuinbouw en bij productie bedrijven. Tijdens dit traject krijgen de statushouders veel aandacht en coaching om te leren werken volgens de Nederlandse maatstaven

Coördinatie: gemeente. Uitvoering: Cirkel Rond door partners

Vanaf 2020

Zelfstandig ondernemen Statushouders (en andere werkzoekenden) die als zelfstandig ondernemer willen starten, kunnen gebruik maken van de ondersteuning die het Regionaal Bureau Zelfstandigen in Rotterdam biedt. In overleg met het Regionaal Bureau Zelfstandigen kan deze ondersteuning lokaal worden aangeboden, bijvoorbeeld in Buurt & Zo. Als ondersteuning door de gemeente nodig is zullen we een maatwerkoplossing zoeken.

Uitvoering door RBZ Rotterdam. Verwijzing van statushouder via bijstandsconsulent

Doorlopend

7. Onderwijs 7.1 Wat is het beleid? De gemeente heeft twee taken op het gebied van onderwijs: 1. wettelijke taken op het gebied van openbaar basisonderwijs en onderwijshuisvesting 2. het voeren van regie op onderwijsbeleid & leerlingenzaken. We faciliteren een brede ontwikkeling van kinderen en zetten in op: - voldoende onderwijsplekken; - ontwikkelingsmogelijkheden voor jongere kinderen om zich spelenderwijs te ontwikkelen om een goede start te maken in het onderwijs; - aanpak van schoolverzuim en schooluitval; - samenwerking tussen de professionele instellingen en ouders (ouderbetrokkenheid). De gemeente heeft een regisserende rol bij de samenwerking tussen (passend) onderwijs en zorg, het bevorderen van samenhang in het onderwijsaanbod en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor de samenwerking hebben wij een Lokaal Educatieve Agenda (LEA) opgesteld in 17

samenwerking met lokale partners die betrokken zijn bij de jeugd. Onderwijsorganisaties zijn de uitvoerende partijen. (Voorschoolse) opvang voorzieningen voor nieuwkomers kinderen 0-4 jaar. - Ouders met kinderen van 0-2,5 jaar kunnen, wanneer zij starten met inburgering, gebruik maken van de reguliere kinderopvangtoeslag; - Kinderen vanaf 2 jaar en 3 mnd tot 4 jaar kunnen gebruikmaken van de Peuteropvang/VVE groepen bij SkippyPePijN of Triodus. Voor niet werkende ouders is de peuteropvang gesubsidieerd, zij betalen wel een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Ook werkende ouders kunnen gebruik maken van de peuteropvang, zij krijgen een tegemoetkoming in de kosten via de reguliere kinderopvangtoeslag. - Werkende of studerende ouders met kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar kunnen gebruikmaken van de buitenschoolse opvang. Hiervoor kunnen zij ook kinderopvangtoeslag aanvragen bij de belastingdienst. Onderwijs aan nieuwkomers 4-12 jaar. Nieuwkomers tot en met de basisschoolleeftijd stromen in bij het basisonderwijs. De schoolbesturen hebben afgesproken om kinderen die de taal nog onvoldoende beheersen gebruik te laten maken van een deeltijdschakelklas. De kinderen gaan de ochtenden naar de schakelklas en in de middag naar de eigen stamschool.

Onderwijs aan nieuwkomers van 12-18 jaar De nieuwkomers uit onze gemeente maken nu gebruik van de Internationale schakelklas (ISK) in Delft, bij het Grotiuscollege. Omdat Grotius een financieel risico loopt bij de bekostiging van de ISK heeft het schoolbestuur bij alle betrokken gemeenten gevraagd om financiële ondersteuning. Wij hebben hier in het verleden eenmalig een bijdrage aan geleverd van circa € 18.000 op basis van het aantal leerlingen uit onze gemeente. Het schoolbestuur kan opnieuw een beroep doen op de gemeenten voor ondersteuning bij risicodekking, dit omdat de Rijksbekostiging pas na instroom van de leerlingen wordt vastgesteld. Kopklas (12-/13-jarigen) Als leerlingen met een migratieachtergrond aan het einde van de basisschool nog achterstanden hebben op het gebied van de Nederlandse taal, maar wel de capaciteiten, motivatie en inzet hebben voor het volgen van een mavo-, havo- of vwo-opleiding, kunnen zij gebruik maken van de Kopklas op het Grotiuscollege in Delft. Door de taalachterstand die ze hebben, krijgen ze vaak een lager advies dan qua intelligentie bij hen past. De voorbereiding op instroom in de brugklas mavo, havo of vwo vindt in één jaar plaats. De nadruk ligt op verdere verwerving van het Nederlands, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de 'schooltaal'.

In de afgelopen jaren hebben er ieder jaar twee, maximaal drie kinderen uit onze gemeente deelgenomen aan de Taalklas. Aanmelding verloopt via de basisscholen. De gemeente betaalt per kind een bijdrage. Leerplicht, RMC Met de uitvoering van de leerplicht - en de RMC- wetgeving willen we bereiken dat jongeren zich kunnen ontwikkelen tot volwassenen die volwaardig mee doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. We stimuleren dat jongeren minimaal een startkwalificatie behalen. Een startkwalificatie is een diploma van de havo, het vwo, of het mbo niveau 2 of hoger. Met een startkwalificatie op zak hebben jongeren een betere positie om in onze samenleving te participeren. Wij voeren een actief beleid in het voorkomen van en bestrijden van schoolverzuim en het terugdringen van voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie. Wij vinden het belangrijk dat jongeren hun school afmaken. Zo bereiden ze zich voor op een toekomst waarin zelfredzaamheid een 18

belangrijke rol speelt. Het tijdig signaleren en ingrijpen, voorkomt dat het schoolverzuim grotere vormen gaat aannemen. We onderscheiden absoluut verzuim en relatief verzuim. Bij absoluut verzuim staat een kind niet (meer) ingeschreven op een school en gaat ook niet naar school. Bij relatief verzuim staat een leerling wel ingeschreven, maar wordt gespijbeld door zonder geldige reden afwezig te zijn en/ of te laat te komen. In het kader van de vsv-aanpak participeren alle gemeenten in Nederland in één van de 39 RMC – regio’s (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie). Regio 28 is de RMC-regio Haaglanden die bestaat uit Delft, ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Den Haag is de contactgemeente voor de regio Haaglanden en het ROC Mondriaan de contactschool. Gezamenlijk trekken we op in het terugdringen van het aantal jongeren dat school voortijdig verlaat. Deze samenwerking is wettelijk verankerd in de RMC-wet en sinds januari 2019 is hier de monitoringstaak van de jongeren vanuit het praktijk- en speciaal onderwijs in het voortgezet onderwijs en de studenten van de entree-opleiding van het Mbo aan toegevoegd. Gezamenlijk willen we voorkomen dat jongeren uit beeld raken.

Daarbij richten we ons ook op de jongeren uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en de entree-opleidingen, de zogenaamde Jongeren in een kwetsbare positie. Het is belangrijk dat elke jongere op de plek komt die voor hem of haar het meest passend is en dat we deze jongeren in beeld houden, waar nodig begeleiden bij hun overstap en nog even volgen om te kijken of zij hun plek gevonden hebben. 7.2 Consequenties toenemend aantal statushouders Voorschoolse voorzieningen voor nieuwkomers kinderen 0-4 jaar. Een sterke toename van het aantal kinderen heeft financiële gevolgen voor de peuteropvangsubsidie. De VVE groepen worden bekostigd deels vanuit de doeluitkering OAB en deels met de subsidie voor peuteropvang. Met de doeluitkering dient de gemeente een kwalitatief en toegankelijk aanbod peuteropvang te realiseren. De uitkering wordt berekend op basis van de achterstandsscores in de gemeente van twee en drie jaar geleden. Het budget voor 2021 speelt daardoor nog niet direct in op de toestroom van nieuwkomers in 2021. Landelijk wordt geschat dat 15% van de kinderen geen voorschoolse voorziening bezoekt en zich dus niet spelenderwijs kan voorbereiden op de basisschool. Extra aandacht voor vluchtelingenkinderen is hierin ook nodig. Onderwijs aan nieuwkomers 4-12 jaar. Het uitgangspunt is dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het bieden van onderwijs.

Nadat de instroom van statushouders de afgelopen jaren is gedaald, is er op dit moment nog één schakelklas in de gemeente (in kern Nootdorp). Afhankelijk van de instroom van het aantal statushouderskinderen in 2021 moet in samenspraak met de schoolbesturen worden bezien of er een extra klas geopend moet worden. Omdat de instroom van leerlingen zeer onvoorspelbaar is, kunnen de schoolbesturen de schakelklas niet (altijd) kostenneutraal exploiteren. De schoolbesturen hebben de afgelopen jaren een beroep op de gemeente gedaan voor financiële ondersteuning van gemiddeld € 20.000 – € 30.000 per schooljaar per schakelklas. Het is wenselijk dat de schakelklas in Nootdorp blijft bestaan. Indien de toename van nieuwkomers hierom vraagt is het nodig een extra schakelklas of andersoortige passende ondersteuning op te zetten. Onderwijs aan jongeren van 12-18 jaar Het aantal plaatsen in de Internationale schakelklas is zeer beperkt omdat de instroom een extreme toename laat zien. Er is een regionale werkgroep gestart die met voorstellen gaat komen voor het 19

creëren van voldoende onderwijsplekken voor deze doelgroep. Vanaf het nieuwe schooljaar wordt er een groot tekort aan plekken verwacht. Hiervoor is nog geen concrete oplossing voor handen. In Delft zijn er ISK plaatsen beschikbaar. 7.3 Extra acties Wat gaan we doen Monitoren bereik nieuwkomers op voorschoolse voorzieningen Monitoren ISK-aanbod in de regio zodat alle jongeren die instromen een onderwijsplek kunnen krijgen. Bieden financiële ondersteuning ISK: De gemeente behandelt aanvragen van schoolbestuurders van zowel het basis als het voortgezet onderwijs voor het afdekken van de financiële risico’s (of voorfinancieren) van leerlingen uit de gemeente. Er is een beperkte financiële ruimte in bestaande budgetten (onderwijsachterstanden) om de schoolbesturen - waar nodig - te ondersteunen bij de exploitatie van de ISK’s. Extra ondersteuning aan statushouderskinderen:Ontwikkelen van een passend aanbod voor nieuwkomers van 2 -23 jaar (LEA thema 1.2.A) - Integrale aanpak terugdringen/ doorbreken van laaggeletterdheid (LEA thema 1.3.A, niet alleen voor nieuwkomers)

Eigenaar Gemeente

Wanneer Doorlopend

Gemeente

Doorlopend

Gemeente

Op aanvraag

Gemeente, onderwijs, kinderopvang en bibliotheek

LEA 2020-2022

8. Zorg 8.1 Wat is het beleid? Kernteams Drie kernteams en één regieteam maken onderdeel uit van het sociale domein in gemeente PijnackerNootdorp. Zij werken sector- en domein overstijgend. De teams hanteren de principes van eigen kracht, inzet van het netwerk en ‘één huishouden, één plan, één regisseur’. Zij leveren op een vraaggerichte, systeemgerichte en integrale wijze (maatwerk) basiszorg aan inwoners en huishoudens en bieden waar nodig toegang tot specialistische hulp om zo duurzame oplossingen te creëren en tegelijkertijd maatschappelijk rendement te realiseren. ‘Doen wat nodig is’, is het motto. Het Regieteam heeft een merendeel van de aangemelde statushouders in haar caseload, omdat het veelal zeer complexe situaties betreffen, met problemen op meerdere leefgebieden. Het betreffen soms grotere samengestelde gezinnen, wat kan bijdragen aan deze complexiteit en vraagt om een extra intensieve inzet vanuit het Kernteam. Er wordt samengewerkt met uiteenlopende partijen, waaronder SWOP en tolken. Wmo Statushouders kunnen net als andere inwoners met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem worden ondersteund vanuit de Wmo met algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Door de Wmo consulent wordt beoordeeld welke ondersteuning statushouders nodig hebben gezien hun individuele beperkingen. Dit is maatwerk dus.

De integrale aanpak is hier erg van belang, zowel bekeken vanuit het eventuele gezin, de behoefte om gebruik te 20

maken van meerdere regelingen van de gemeente, als systeem-overstijgend gebruik. Wat vanuit de Wmo wordt ingezet aan begeleiding dient bijvoorbeeld nauw aan te sluiten bij bijvoorbeeld de behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet, maar ook bij jeugdhulp als dat aan de orde is. Dit vraagt nauwe samenwerking met het kernteam en één regisseur/casemanager. Jeugdhulp Op basis van de Jeugdwet zijn gemeenten vanaf 2015 verantwoordelijk voor jeugdhulp aan alle rechtmatige en niet rechtmatig verblijvende kinderen onder de 18 jaar. Jeugdhulpaanbieders in de regio Haaglanden bieden jeugdhulp aan alle jeugdigen die dat nodig hebben. Zij beschikken over multiculturele vaardigheden en expertise omtrent trauma’s. Inzet GGD bij hygiëne & infectieziekten De GGD informeert en adviseert gemeente en zorgverleners over infectieziekten bij statushouders. Verder kan de GGD groepsvoorlichtingen organiseren over infectieziekten, hygiëne en seksuele gezondheid. Waar nodig voert de GGD bron- en contactopsporing uit. Alle statushouders worden in het AZC gescreend op tbc. Verder nodigt de GGD statushouders uit risicolanden voor tbc, in de eerste twee jaar na aankomst in Nederland, iedere zes maanden uit om zich te laten screenen op tbc. Statushouders tot 25 jaar kunnen zich bij GGD SENSE poli’s gratis laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10142231/1