Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Vrijenban II
Tekst van het document
44
od205 | bestemmingsplan Vrijenban II
grasbetontegels. Er wordt een Drainage Infiltratie Transport riool toegepast. Hierdoor wordt hemelwater vertraagd afgevoerd. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met extra maatregelen ten aanzien van het tegengaan van wateroverlast, het voorkomen van hittestress en het vergroten van de biodiversiteit. Onder andere door het 'vergroenen' van parkeerplaatsen, rijlopers en molgoten. Maar ook het toepassen van natuurvriendelijke oevers om de biodiversiteit te vergroten. Verder worden er maatregelen getroffen in de gevels voor nestgelegenheden. Het vasthouden van neerslag is een belangrijk aandachtspunt geweest bij het ontwerp van de openbare ruimte, zo zijn - zoals al vermeld - alle parkeerplaatsen in grastegels en zijn openbare oevers zo flauw mogelijk ontworpen. Daarnaast is er ingezet op maximaal aantal bomen en hagen/struiken in het plan. Zij zorgen voor een stevig wortelstelsel in de bodem = een luchtige bodem en versterken daardoor aanzienlijk de sponswerking van het plangebied. Samen met het ontwerpprincipe, alleen verharden daar waar echt nodig, maakt dat het plan toekomstige piekbuien aankan, veel water kan vasthouden en infiltreren. Tevens zorgt een groot aantal nieuwe bomen ook voor verkoeling en geeft het de biodiversiteit een extra impuls. Ook bij de invulling van de percelen heeft water vasthouden en infiltratie de aandacht gehad.
De platte daken van de schuurtjes zijn allemaal voorzien van een sedumdak, voortuinen hebben hagen als erfscheiding en klimplanten tegen de voorgevels. Maatregelen die ervoor zorgen dat ook de voortuinen hemelwater opvangen. Alle bovengenoemde maatregelen zorgen er tevens voor dat de bodemdaling aanzienlijk vertraagt. Kortom in het plan staat klimaatadaptief bouwen, het vasthouden en infiltreren van regenwater binnen het gebied, impuls biodiversiteit, verkoeling en vertragen bodemdaling centraal.
4.12
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D bij het Besluit m.e.r.
is onder 11.2 de activiteit 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein opgenomen met een drempelwaarde van een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen. Onderhavig plan omvat de realisatie van 4o woningen. Daarmee is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, maar wordt er ruim onder de drempelwaarde gebleven. In het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient getoetst te worden aan de hoofdcriteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. Kenmerken van het project In paragraaf 2.1.2 van deze toelichting is een beschrijving opgenomen van het project. Het betreft de realisatie van 40 woningen als uitbreiding van de bestaande wijk Vrijenban in Delfgauw en daarmee een afronding van de noordzijde van de kern Delfgauw. Met het project wordt detonerende bedrijfsbebouwing gesloopt en de kwaliteit van het bebouwingslint aan de Noordeindseweg verbeterd. In de omgeving zijn geen andere (woningbouw)projecten voorzien. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. In paragraaf 4.4 is ingegaan op het aspect bodemkwaliteit. Eventuele verontreinigingen worden gesaneerd. Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid.
45
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Plaats van het project Ter plaatse van het plangebied wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.2 is nader ingegaan op het aspect cultuurhistorie. Tevens wordt er een quickscan flora en fauna uitgevoerd en wordt door middel van een stikstofberekening de effecten van de ontwikkeling op Natura2000-gebieden onderzocht (zie paragraaf 4.9). Kenmerken van het potentiële effect De effecten van de ontwikkeling op de omgeving zijn onderzocht (zie paragraaf 4.2 tot en met 4.11 van deze toelichting). Hieruit blijkt dat er geen significant negatieve effecten zijn als gevolg van de ontwikkeling. Conclusie Er is geen sprake van significant negatieve effecten. Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) is daardoor niet nodig.
4.13
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
46
od205 | bestemmingsplan Vrijenban II
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan voorziet in de bouw van 40 woningen. Dit betreft een bouwplan, zoals hiervoor is benoemd. De gemeente Pijnacker-Nootdorp sluit met de initiatiefnemer/ontwikkelaar een (anterieure) overeenkomst waarin onder andere het kostenverhaal is geregeld. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Ook eventuele planschade wordt op de initiatiefnemer verhaald. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Het resultaat van het vooroverleg is verwoord in een 'Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties' (zie Bijlage 6).
5.2.2
Inspraak voorontwerpbestemmingsplan
Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. De gemeente is vrij om toch inspraak te verlenen. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie in te dienen. Het resultaat van de inspraak is verwoord in een 'Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties'. Deze nota is als Bijlage 6 bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd.
5.2.3
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
47
gemeente Pijnacker-Nootdorp
48
od205 | bestemmingsplan Vrijenban II
Bijlagen toelichting
49
gemeente Pijnacker-Nootdorp
50
od205 | bestemmingsplan Vrijenban II
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
51
gemeente Pijnacker-Nootdorp
70
od205 | bestemmingsplan Vrijenban II
Bijlage 2 Bodemonderzoek perceel achter Noordeindseweg 38C en 40
71
RAPPORT ACTUALISEREND VERKENNEND, AANVULLEND EN EINDSITUATIE LAND- EN WATERBODEMONDERZOEK Locatie:
Herontwikkelingslocatie “Vrijenban II” Noordeindseweg achter 38c-40 te Delfgauw kadastrale gemeente Pijnacker, sectie F, perceelnummers 2034, 2036 en 2096 nummers 9303 en 9306
Opdrachtgever:
Gemeente Pijnacker-Nootdorp De heer R. van der Voort Postbus 1 2640 AA PIJNACKER
Uitgevoerd door:
KP Adviseurs BV
Projectnummer:
210428-B01
Versie rapportage:
Definitief
Datum rapportage:
11 november 2021
Projectleider:
De heer ing. R.A. van der Woude
Paraaf:
Veldwerker:
De heer A.S.W. Scheper
Vrijgave rapportage: De heer drs. G.W. Hameetman Paraaf: 2001 + 2002 2018 + 2003
IMPRESSIE ONDERZOEKSLOCATIE
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 foto’s onderzoekslocatie
INHOUDSOPGAVE IMPRESSIE ONDERZOEKSLOCATIE 1
INLEIDING ............................................................................................................................................................................1 1.1 1.2
2
VOORONDERZOEK ..........................................................................................................................................................2 2.1 2.2 2.3 2.4
3
Onderzoekshypothese .......................................................................................................................................4 Onderzoeksstrategie ..........................................................................................................................................4 Kwaliteit ...................................................................................................................................................................7 Veiligheidsmaatregelen .....................................................................................................................................8
UITVOERING EN RESULTATEN BODEMONDERZOEK .........................................................................................9 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
5
Locatiebeschrijving ..............................................................................................................................................2 Algemeen / basisinformatie ............................................................................................................................2 Conclusie vooronderzoek .................................................................................................................................2 Terreinverkenning ................................................................................................................................................3
ONDERZOEKSOPZET .......................................................................................................................................................4 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Inleiding ...................................................................................................................................................................1 Opbouw rapportage ...........................................................................................................................................1
Veldwerk ..................................................................................................................................................................9 Veldwaarnemingen .............................................................................................................................................9 Analyse .................................................................................................................................................................. 10 Analyseresultaten ............................................................................................................................................. 12 Interpretatie analyseresultaten .................................................................................................................... 13 Toetsing hypothese ......................................................................................................................................... 17
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 18 5.1 5.2
Conclusies ............................................................................................................................................................ 18 Aanbevelingen ................................................................................................................................................... 19
6
VERANTWOORDING..................................................................................................................................................... 20
7
LITERATUUROPGAVE.................................................................................................................................................... 21
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 Inhoudsopgave
BIJLAGEN 1. Kadastrale situatie onderzoekslocatie 2. Overzichtstekening onderzoekslocatie met monsternameposities 3. Bodemprofielen 4. Analysecertificaten 5. Toetsingskader analyseresultaten en toetsingswaarden 6. Toetsing analyseresultaten
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 Inhoudsopgave
1
INLEIDING
1.1
Inleiding Op verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is door KP Adviseurs BV een actualiserend verkennend en aanvullend land- en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een herontwikkelingslocatie gelegen aan de Noordeindseweg achter nummers 38c-40 te Delfgauw. De aanleiding voor het land- en waterbodemonderzoek is de voorgenomen beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse (kader Wet milieubeheer (Wm)) en aansluitende herontwikkeling van de locatie (kader Wet bodembescherming (Wbb)). Ter plaatse is woningbouw voorzien. Doelstelling van het (actualiserend verkennend, aanvullend en eindsituatie) bodemonderzoek is om de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de land- en waterbodem vast te stellen in het kader van de voorgenomen herontwikkeling, na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse. Gelijktijdig wordt de kwaliteit van de aanwezige asfalt- en puinlagen onderzocht.
1.2
Opbouw rapportage In deze rapportage zijn het vooronderzoek en de beschikbare gegevens beschreven (hoofdstuk 2), waarna een hypothese wordt opgesteld ten aanzien van mogelijke verdachte en niet verdachte (deel-)locaties ter plaatse van de onderzoekslocatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de onderzoeksopzet en in hoofdstuk 4 worden de resultaten beschreven en geïnterpreteerd. In hoofdstuk 5 tenslotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 1 van 21
2
VOORONDERZOEK Voorafgaand aan onderhavig verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek naar de bodemkwaliteit1 uitgevoerd. Navolgend worden enkele (basis)gegevens van de onderzoekslocatie beschreven, alsmede de belangrijkste conclusies van het vooronderzoek.
2.1
Locatiebeschrijving De onderzoekslocatie is gelegen achter de Noordeindseweg 38c – 40 te Delfgauw. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1,1 hectare, waarvan circa 7.500 m2 grasland (achter nummer 40) en circa 3.500 m2 erfperceel (achter nummer 38c). Ter plaatse van het erfperceel zijn twee loodsen met betonvloer aanwezig. Uitpandig is circa 475 m2 asfalt (met puinfunderingslaag) aanwezig, alsmede circa 1.100 m2 betonverharding. De watergang ten oosten van de landbodemlocatie wordt gelijktijdig onderzocht. De kadastrale situatie van de onderzoekslocatie is opgenomen onder bijlage 1 en een overzichtstekening is opgenomen onder bijlage 2.
2.2
2.3
Algemeen / basisinformatie Adres onderzoekslocatie:
Noordeindseweg 38c – 40 te Pijnacker.
Gegevens onderzoekslocatie landbodem:
Deellocatie A: Pijnacker F 2096 (gedeeltelijk): circa 7.500 m2. Deellocatie B: Pijnacker F 2034 en F 2036 (395 + 3.090): 3.485 m2.
Gegevens onderzoekslocatie waterbodem:
De lintvormige watergang ten oosten van het projectgebied heeft een lengte van circa 125 m1 (circa 1.000 m2). Op basis van de Leggerkaart van het Hoogheemraadschap van Delfland (leggercode POL21202760) betreft het een primaire watergang met een waterbergende / afwaterende functie.
Aanleiding bodemonderzoek:
Voorgenomen herontwikkeling (wonen met tuin).
Bodemfunctieklasse o.b.v. bodemfunctieklassenkaart:
Wonen.
Conclusie vooronderzoek Onderhavige onderzoekslocatie betreft deellocaties DL A “weiland ten noorden van erf”, DL B “erf met bebouwing Noordeindseweg 38c” en DL D “geheel plangebied” zoals genoemd in het vooronderzoeksrapport1. De landbodem ter plaatse van het weilandperceel (DL A) is ten hoogste licht verontreinigd met PCB (grond), barium en naftaleen (grondwater). De (voormalige) boven- en ondergrondse tanks, wasplaats en OWAS (olie-waterscheider) ter plaatse van het erfperceel (DL B) zijn in het verleden voldoende onderzocht. Ter plaatse van de wasplaats is een geval van ernstige grondverontreiniging aangetoond met cadmium, koper, lood en zink (traject gemiddeld 30-120 cm-mv), welke voldoende is afgeperkt (circa 84 m3). In het grondwater zijn ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond. Plaatselijk is puinbijmenging aangetroffen. Inpandig is nog geen onderzoek uitgevoerd. De verdachte locaties zijn weergegeven op de overzichtstekening onder bijlage 2. 1 Rapport vooronderzoek Noordeindseweg 38 e.o. te Delfgauw, Tritium bv, kenmerk 1909/001/BU-01,
versie 0, 19 november 2019.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 2 van 21
Door fa. Tritium is geadviseerd om de navolgende onderzoeken uit te voeren: Uitpandig is reeds voldoende chemisch bodemonderzoek uitgevoerd. Inpandig dient een aanvullend verkennend (chemisch) bodemonderzoek te worden uitgevoerd; Vaststellen eindsituatie van de bovengrondse dieseltank, OWAS en opslag chemicaliën en olie; In verband met het (heterogeen verspreid) aantreffen van puinbijmenging in de bodem dient een verkennend bodemonderzoek naar asbest te worden uitgevoerd (gehele locatie); Ten behoeve van het voorgenomen grondverzet dient tevens een verkennend bodemonderzoek naar PFAS in (boven)grond te worden uitgevoerd (gehele locatie); De hergebruiksmogelijkheden van het asfalt en de onderliggende funderingslaag dienen te worden vastgesteld. Onder de betonverharding is geen funderingslaag aanwezig. Bij de uitvoering van het veldwerk dient aanvullend rekening te worden gehouden met gedempte sloten en (voormalige) puindammen ter plaatse van de onderzoekslocatie (op basis van historische topografische kaarten). De monsternemingsposities worden geplaatst op de meest verdachte locaties op basis van het uitgevoerde vooronderzoek, zoals weergegeven op de overzichtstekening onder bijlage 2. 2.4
Terreinverkenning Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig bodemonderzoek is op 2 september 2021 een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen (aanvullende) verdachte activiteiten, brandplekken, verzakkingen, ophogingen, vul- en ontluchtingspunten en/of (asbest)verdachte materialen op het maaiveld waargenomen. Langs de waterkanten zijn geen (asbestverdachte) beschoeiingen waargenomen.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 3 van 21
3
ONDERZOEKSOPZET
3.1
Onderzoekshypothese In de navolgende tabel zijn de hypotheses en verdachte stoffen weergegeven ten behoeve van het uitvoeren van onderhavig verkennend (land- en water)bodemonderzoek. Tabel 1: Overzicht deellocaties en onderzoekshypotheses Motivatie
Hypothese + onderzoeksnormen
Verwachte parameters
asfalt (< 500 m2)
bepalen hergebruiksmogelijkheden
CROW 210
wel / niet teerhoudend (PAK1)
puinfundering (< 500 m2)
bepalen hergebruiksmogelijkheden
Indicatief
samenstellings- en emissiewaarden chemische parameters en asbest in puin
NEN 5740 [VEP]
minerale olie en aromaten
Onderzoekslocatie Verhardingenonderzoek
Eindsituatie landbodemonderzoek bovengrondse dieseltank (< 100 m2) wasplaats (< 500 m2)
bepalen eindsituatie bodemkwaliteit
OWAS (< 100 m2) Aanvullend verkennend landbodemonderzoek inpandig (circa 1.085 m2)
bepalen milieuhygiënische bodemkwaliteit
NEN 5740 [VED-HE-NL] [VED-HO-NL]
zware metalen, PAK1, minerale olie
gehele onderzoekslocatie (circa 1,1 ha)
bepalen milieuhygiënische bodemkwaliteit
NEN 5707 [VED-HE] NEN 5740 [VED-HO-NL]
asbest PFAS3
NEN 5720 [LN]
zware metalen, PAK1, minerale olie
Verkennend waterbodemonderzoek WTG1 POL21202760
bepalen milieuhygiënische bodemkwaliteit
1. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen. 2. Per- en polyfluoralkylstoffen.
3.2
Onderzoeksstrategie Verhardingenonderzoek (asfalt- en funderingslagen) Binnen de grenzen van onderhavige onderzoekslocatie is aan de westzijde van het erfperceel een asfaltverharding (circa 475 m2) aanwezig. Om de teerhoudendheid / hergebruiksmogelijkheden van het asfalt te bepalen zal dit worden onderzocht volgens een strategie ‘asfalt aangelegd voor 1994’ conform de CROW 210, waarbij twee asfaltkernen worden geboord. In eerste instantie wordt de constructieopbouw en de laagdikten van de geboorde kernen bepaald. Tevens wordt nagegaan of de kernen verdacht zijn op teerhoudende lagen middels een PAKdetectortest.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 4 van 21
Indien uit de PAK-detectortest blijkt dat er mogelijk sprake is van teervrije lagen, dan worden deze lagen aansluitend geanalyseerd op PAK middels GCMS-analyses. Het aantal GCMSanalyses wordt gebaseerd op de minimale onderzoeksinspanning per hoeveelheid vrijkomend potentieel teervrij asfalt (tabel 2 CROW 210). Onder de asfaltverharding is een funderingslaag aanwezig. Ter plaatse van de asfaltverharding worden twee kernboringen uitgevoerd (Ø 10 cm). Om een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van het funderingsmateriaal worden (in het veld of in het laboratorium) mengmonsters samengesteld. Deze mengmonsters worden onderzocht op de aanwezigheid van asbest (NEN 5897) en chemische parameters (pakket niet-vormgegeven bouwstof: samenstelling + uitloog). Eindsituatie bodemonderzoek (bodembedreigende activiteiten) In het kader van de Wm dient de bodemkwaliteit ter plaatse van de verdachte deellocaties te worden vastgesteld bij beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Op basis van het vooronderzoek van fa. Tritium betreffen dit de bovengrondse dieseltank, wasplaats en OWAS. Deze verdachte deellocaties worden onderzocht volgens een strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP; NEN 5740). Verdachte parameters betreffen minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen.
Aanvullend verkennend bodemonderzoek standaard chemische parameters (inpandig) Het inpandig deel van de onderzoekslocatie zal worden onderzocht conform NEN 5740 ‘Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, waarbij de onderzoeksstrategie voor een verdachte, nietlijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) wordt gehanteerd. Alle boringen van het inpandige onderzoek worden voorgeboord met een kernboor (Ø 12 cm) door de betonvloer. Verkennend bodemonderzoek asbest (gehele locatie) De gehele onderzoekslocatie zal worden onderzocht conform NEN 5707 ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’, waarbij de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op de schaal van monsterneming wordt gehanteerd (strategie VED-HE). Hierbij wordt de puinhoudende grond als meest verdachte grondlaag aangemerkt. Op basis van het vooronderzoek van fa. Tritium betreft dit ter plaatse van het weiland hoofdzakelijk de bovengrond en derhalve zullen hier inspectiegaten worden gegraven. Ter plaatse van het (volledig verharde) erfperceel is met name de laag vanaf 50 cm-mv puinhoudend.
Derhalve worden (conform de NEN 5707) kernboringen uitgevoerd door de verhardingen en zal de (puinhoudende) ondergrond aansluitend worden bemonsterd met een edelmanboor Ø 12 cm. De inspectiegaten en grondboringen worden op de meest verdachte locaties (met puinbijmenging) geplaatst (op basis van het vooronderzoek). Verkennend grondonderzoek PFAS (gehele locatie) In het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden zal de gehele onderzoekslocatie worden onderzocht op PFAS-verbindingen in grond, conform een strategie VED-HO (homogeen verdeelde verontreiniging) NEN 5740. Met name de onverharde bovengrond wordt hierbij als
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 5 van 21
meest verdachte grondlaag aangemerkt, als gevolg van atmosferische depositie. Bij de samenstelling van de mengmonsters dient rekening te worden gehouden met de voorgenomen bodemsaneringswerkzaamheden (afvoer grond) van het aangetoonde geval van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van de wasplaats. Er is vooralsnog geen aanleiding om onderzoek naar PFAS-verbindingen in het grondwater uit te voeren. De gedempte sloot zal worden onderzocht door middel van het plaatsen van een raai van drie diepe boringen (2 m-mv) haaks op het tracé, met een onderlinge afstand van circa 2 meter. De boringen worden uitgezet door middel van GPS-RTK. Analytisch onderzoek is vooralsnog niet voorzien. In de navolgende tabel zijn de uit te voeren werkzaamheden samengevat, waarbij wordt opgemerkt dat de uit te voeren veldwerkzaamheden voor de verschillende deellocaties zoveel als mogelijk gecombineerd worden uitgevoerd. Tabel 2: Overzicht deellocaties en onderzoekshypotheses Veldwerk Duiding locatie
inspectiegat
boring tot 1 m-mv
boring tot 2 m-mv
met peilbuis
Aantal te analyseren (meng)monsters
asfalt en fundering (< 500 m2)
-
21
-
-
2 x PAK-marker + laagdiktebeschrijving 1 x PAK GCMS 1 x NV bouwstof4 1 x asbest in puin
bovengrondse dieseltank (< 100 m2)
-
-
22
12,3
1 x minerale olie + aromaten (grond)5 1 x standaardpakket grondwater6
wasplaats (< 500 m2)
-
-
32
12,3
1 x minerale olie + aromaten (grond)5 1 x minerale olie + aromaten (grondwater)
OWAS (< 100 m2)
-
-
22
12,3
1 x minerale olie + aromaten (grond)5 1 x minerale olie + aromaten (grondwater)
inpandig (circa 1.065 m2)
-
62
22
-
3 x standaardpakket grond7
Gehele onderzoekslocatie (circa 1,1 ha)
8
122
2 + 42
-
5 x asbest in grond 3 x PFAS in grond8
TOTAAL veldwerk
8
21 + 122
72 + 2
32,3
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Kernboring Ø10 cm. Kernboring Ø12 cm. Peilbuis NEN, de bovenkant van het filter wordt circa 0,5 meter beneden de geschatte grondwaterstand geplaatst. Het grondwater wordt, conform de norm, ten minste zeven dagen na plaatsen van de peilbuis bemonsterd. NV-Bouwstof: samenstelling organische parameters, eluaatanalyse 15 metalen 4 anionen. Monstername met steekbus ten behoeve van analyse op vluchtige parameters. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), VAK (Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen), VOCL (Vluchtige Alifatische Koolwaterstoffen) en minerale olie. Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s (som 7), minerale olie, PAK (10 VROM), lutum en organische stof. 30 verbindingen (conform advieslijst PFAS).
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 6 van 21
Verkennend waterbodemonderzoek De onderzoekslocatie zal worden onderzocht conform NEN 5720 ‘Bodem ‐ Waterbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, waarbij de onderzoeksstrategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN), waarbij de watergang dient te worden opgedeeld in onderzoeksvakken van maximaal 500 m1. Het aantal onderzoeksvakken is derhalve bepaald op één. Met deze onderzoeksstrategie wordt voldaan aan de eisen van een ‘milieuhygiënische verklaring’ zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Ter plaatse worden tien steekboringen geplaatst tot 0,5 minus steekvaste bodem en zal een inschatting worden gemaakt van de hoeveelheid aanwezige baggerspecie. In verband met de breedte van de watergang wordt het veldwerk uitgevoerd middels een boot. De genomen monsters worden separaat verpakt en bij het laboratorium aangeleverd. In het laboratorium zal per onderzoeksvak een mengmonster van de sedimentlaag en een mengmonster van de onderliggende steekvaste bodem worden samengesteld. Deze mengmonsters worden geanalyseerd op het standaardpakket waterbodem regionaal. Er is vooralsnog geen aanleiding om waterbodemonderzoek uit te voeren naar asbest en/of PFAS. In de navolgende tabel zijn de uit te voeren werkzaamheden van het waterbodemonderzoek samengevat.
Tabel 3: Samenvatting onderzoeksstrategie waterbodem (chemisch + asbest) Globale Nummer watergang
Omschrijving
lengte bij lintvormig (m)
WTG1
1.
3.3
oostzijde landbodemlocatie
125
Globale breedte
Aantal boringen
Analyses
10
1 x waterbodem regionaal1 (sliblaag) 1 x waterbodem regionaal1 (steekvaste bodem)
(m)
circa 8 m1
Waterbodem regionaal: lutum, organisch stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s (som 7), PAK’s (10 VROM) en minerale olie.
Kwaliteit De genomen (grond)monsters worden afzonderlijk verpakt, geconserveerd en naar het laboratorium gebracht. De mengmonsters van de boven- en ondergrond worden in het laboratorium samengesteld. De bemonsteringswerkzaamheden worden uitgevoerd conform de methode zoals omschreven in de BRL 2000 ‘Richtlijn voor het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en daarbij behorende SIKB-protocollen. Ten behoeve van het bodemonderzoek naar PFAS is de handreiking PFAS bemonsteren (VKB, 25 juni 2020) gevolgd.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 7 van 21
3.4
Veiligheidsmaatregelen De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 ‘Werken in of met verontreinigde grond’. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingrisico’s aan schadelijke stoffen. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Daarom worden naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) geen aanvullende maatregelen noodzakelijk geacht.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 8 van 21
4
UITVOERING EN RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
Veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd in de periode van 7 tot en met 23 september 2021 door de heer A.S.W. Scheper van KP Adviseurs BV die als gecertificeerd en aangewezen veldwerker de werkzaamheden (uitgezonderd de monstername ten behoeve van PFAS-onderzoek) onder BRL SIKB 2000-certificaat heeft uitgevoerd. Uitvoering van het veldwerk heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden: Het uitvoeren van een maaiveldinspectie; Het graven van dertien inspectiegaten ter plaatse van de onverharde bovengrond; Plaatsen van 28 handboringen tot 3 m-mv; Het afwerken van drie boringen met een peilbuis; Het nemen van drie ongeroerde steekbusmonsters; Het verrichten van twee kernboringen ter plaatse van de asfaltverhardingen; Het plaatsen van 25 kernboringen ter plaatse van de betonverhardingen; Het (vanuit een boot) plaatsen van tien slibsteken met een zuigerboor tot circa 0,5 msteekvaste bodem; Het zintuiglijk beoordelen van de vrijgekomen materialen; Bemonsteren van het opgeboorde materiaal per bodemsoort (max. in trajecten van 0,5 m); Peilen van de grondwaterstand en bemonstering van het grondwater. In bijlage 2 zijn de monsternameposities met betrekking tot het uitgevoerde bodemonderzoek weergegeven.
4.2
Veldwaarnemingen Maaiveld De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform § 6.2 van de NEN 5707. De weersomstandigheden voor de visuele inspectie waren goed: droog, bewolkt en goed zicht. Het maaiveld van de onderzoekslocatie was tijdens de uitvoering van het veldwerk echter volledig bebouwd en/of verhard (erfperceel achter nummer 38c), danwel sterk begroeid met gras (weilandperceel achter nummer 40). Derhalve kan geen representatieve opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en dient de gehele locatie als verdacht te worden beschouwd. Het verwijderen van de obstakels staat niet verhouding tot de gehanteerde onderzoeksintensiteit. Voor zover inspecteerbaar zijn op het maaiveld geen fragmenten asbestverdacht materiaal waargenomen. Wel zijn de inspectiegaten op de meest verdachte locaties geplaatst op basis van het uitgevoerde vooronderzoek. Opgeboorde en opgegraven materialen Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn ter plaatse van de i-contour zoals vastgesteld in 2016 lichte tot en met matige (baksteen)puinbijmengingen waargenomen in hoofdzakelijk de grondlaag 30-120 cm-mv. Onder de betonverhardingen is plaatselijk een tweede betonvloer (circa 500 m2; zie voor globale contour bijlage 2) en/of een puinfunderingslaag waargenomen tot maximaal 120 cm-mv (geen bodem).
Voor het overige is in de bodem plaatselijk ten hoogste lichte (baksteen)puinbijmenging waargenomen.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 9 van 21
Het asfalt en de onderliggende puinfunderingslaag hebben een dikte van respectievelijk circa 15 + 65 cm1. De gemiddelde slibdikte ter plaatse van watergang WTG1 is bepaald op circa 20 cm1. In bijlage 3 zijn de bodemprofielen en organoleptische waarnemingen van de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. De globale bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is op basis van de verrichte boorwerkzaamheden als volgt samen te vatten: Bovengrond : klei / zand; Ondergrond : klei; Vaste waterbodem : klei. Grondwater Het freatisch grondwatervlak ter plaatse is tijdens de grondwatermonstername waargenomen op circa 1,15 m-mv. In het grondwater zijn de navolgende waarden aan zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (E.G.V.) en troebelheid (NTU) in het veld gemeten: Tabel 4: Meetwaarden grondwater Peilbuis
Filtertraject
Grondwaterstand
(m-mv)
(m-mv)
pH
E.G.V.
Troebelheid
(µS/cm)
NTU
511
39,8
Pb 101
2.00
-
3.00
1,15
7,24
Pb 201
2.00
-
3.00
1,16
7,38
865
37,5
Pb 301
2.00
-
3.00
1,15
7,41
1.390
33,8
Het grondwater is troebel en de zuurgraad (pH) komt overeen met de natuurlijke situatie voor het gebied. Het elektrisch geleidingsvermogen (E.G.V.) varieert enigszins, maar dit geeft geen aanleiding om de onderzoeksstrategie aan te passen. 4.3
Analyse De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. In de navolgende tabellen is een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters, het analysetraject en de analyseparameters met betrekking tot onderhavig onderzoek. Op basis van de veldwaarnemingen en de eerste analyseresultaten zijn, in overleg met de opdrachtgever, diverse aanvullende (meng)monsters (samengesteld en) geanalyseerd ten opzichte van de strategie. Tabel 5a: Uitgevoerde analyses verhardingenonderzoek Monstercode
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Geanalyseerde parameters
Asfaltonderzoek fase 1: Screening van teer (PAK) in asfalt met PAK-detector 014
0.00
-
0.13
015
0.00
-
0.16
volledig asfalt
PAK-marker + laagdiktebeschrijving PAK-marker + laagdiktebeschrijving
Asfaltonderzoek fase 2: Bepaling PAK-gehaltes met GCMS-screening MM1 GCMS
014
0.00
-
0.13
015
0.00
-
0.16
dicht asfaltbeton + steenslagasfaltbeton + grindasfaltbeton
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
PAK GCMS
11 november 2021 pagina 10 van 21
Monstercode
Traject (m-mv)
Boring
Zintuiglijke waarneming
Geanalyseerde parameters
volledig puin
niet-vormgegeven bouwstof + asbest in puin
volledig puin
niet-vormgegeven bouwstof + asbest in puin
Puinfunderingslagen MM1 NV + MM1 5897
MM2 NV + MM2 5897
014
0.13
-
0.80
015
0.16
-
0.80
019
0.30
-
0.70
020
0.30
-
0.70
021
0.30
-
0.70
022
0.30
-
0.50
023
0.30
-
0.80
024
0.30
-
0.80
025
0.30
-
0.80
026
0.30
-
0.70
Tabel 5b: Uitgevoerde analyses grond (aanvullend verkennend landbodemonderzoek asbest) Monstercode
Boring / inspectiegat
Traject (m-mv)
MM1 5707
001 t/m 005 0.00 - 0.50 007 t/m 010
Zintuiglijke waarneming
Geanalyseerde parameters
plaatselijk resten baksteenpuin
asbest in grond
MM2 5707
006 011 012 013
0.00 - 0.50
incidenteel resten baksteenpuin
asbest in grond
MM3 5707
016 017 018 103
0.20 - 1.00
-
asbest in grond
MM4 5707
019 t/m 027
0.70 - 1.80
-
asbest in grond
MM5 5707
102 201 202 203 204 301 302 303
0.15 - 1.20
licht tot en met matig baksteenpuin
asbest in grond
Tabel 5c: Uitgevoerde analyses grond (aanvullend verkennend landbodemonderzoek chemisch inpandig) Monstercode
MM1
MM2
M3
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
016
0.15
-
0.50
-
017
0.13
-
0.30
-
018
0.19
-
0.50
-
103
0.15
-
0.50
-
019
0.17
-
0.30
-
020
0.16
-
0.30
-
021
0.13
-
0.30
-
301
0.16
-
0.30
-
302
0.30
-
0.50
zwak baksteenpuin
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
Geanalyseerde parameters
standaardpakket grond
standaardpakket grond
standaardpakket grond
11 november 2021 pagina 11 van 21
Tabel 5d: Uitgevoerde analyses grond (eindsituatie landbodemonderzoek) Monstercode
Boring
Traject (m-mv)
Sb 101
101
1.30
-
Sb 201
201
1.10
-
Sb 301
301
1.10
-
Zintuiglijke waarneming
Geanalyseerde parameters
1.50
-
minerale olie + vluchtige aromaten
1.30
-
minerale olie + vluchtige aromaten
1.30
-
minerale olie + vluchtige aromaten
Tabel 5e: Uitgevoerde analyses grond (PFAS) Monstercode
MM1 PFAS
MM2 PFAS
MM3 PFAS
Traject (m-mv)
Boring
Zintuiglijke waarneming
001
0.00
-
0.50
002
0.00
-
0.50
-
004
0.00
-
0.50
sporen puin
007
0.00
-
0.50
-
006
0.00
-
0.50
-
013
0.00
-
0.30
-
201
0.18
-
0.50
resten puin
203
0.18
-
0.30
-
301
0.16
-
0.30
-
303
0.18
-
0.30
-
Geanalyseerde parameters
sporen puin PFAS-pakket (incl. organisch stof)
PFAS-pakket
PFAS-pakket
Tabel 5f: Uitgevoerde analyses grondwater Traject
Peilbuis
(m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Geanalyseerde parameters
Pb 101
2.00
-
3.00
-
minerale olie + vluchtige aromaten
Pb 201
2.00
-
3.00
-
minerale olie + vluchtige aromaten
Pb 301
2.00
-
3.00
-
standaardpakket grondwater
Zintuiglijke waarneming
Geanalyseerde parameters
Tabel 5g: Uitgevoerde analyses waterbodem Traject
Monstercode
Boring
MM1 slib
S001 t/m S010
0.65
-
0.85
-
waterbodem regionaal
MM2 steekvast
S001 t/m S010
0.85
-
1.35
-
waterbodem regionaal
(m-mv)
Voor verklaring van aangegeven analysepakketten zie §3.2
4.4
Analyseresultaten Verhardingenonderzoek De analyseresultaten van de asfalt- (inclusief laagopbouw) en funderingslagen zijn opgenomen in bijlage 4. De analyseresultaten zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarden zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit. Bodemonderzoek
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 12 van 21
De analyseresultaten, weergegeven in bijlage 4, zijn (indien van toepassing) na correctie naar standaardbodem, getoetst aan de streef-/achtergrond- en interventiewaarden (bijlage 6), als genoemd in de circulaire bodemsanering 2013. Enige informatie over de interpretatie van de streef-/achtergrond- en interventiewaarden alsmede de toetsingstabel (voor een standaardbodem) uit de circulaire bodemsanering 2013 staat vermeld in bijlage 5. De gemeten PFAS-gehaltes in grond zijn getoetst aan de INEV’s zoals gepubliceerd op 5 maart 2020 door het RIVM, alsmede aan de generieke hergebruiksnormen voor grond zoals vermeld in het “handelingskader PFAS” dat op 8 juli 2019 is gepubliceerd door het Ministerie van I&W (alsmede de geactualiseerde versies van 29 november 2019 en 2 juli 2020). 4.5
Interpretatie analyseresultaten Asfalt Teer is een verzameling van allerlei stoffen, zoals PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), fenolen en nog veel meer. Om de teerhoudendheid van asfalt te bepalen wordt het PAK-gehalte als indicator gebruikt. Asfalt mag warm worden hergebruikt indien het PAK-gehalte kleiner is dan de grenswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit (< 75 mg/kg droge stof). Uit de resultaten van de PAK-detectortests blijkt dat er geen fluorescentie is aangetroffen op de onderzochte kernen. Dit betekent dat de teerhoudendheid (PAK-gehalte) kleiner is dan 250 mg/kg. Om na te gaan of het asfalt geschikt is voor warm hergebruik is van de nietfluorescerende asfaltlagen een mengmonster samengesteld en geanalyseerd op PAK-gehalte middels GCMS. Hieruit blijkt dat in het asfalt minder dan 75 mg/kg aan PAK is aangetoond. Alle asfalt ter plaatse (circa 70 m3 / 175 ton, op basis van een geschatte oppervlakte van circa 460 m2 en een gemiddelde laagdikte van circa 15 cm1) wordt derhalve beschouwd als niet-teerhoudend. Tabel 6: Analyseresultaten vervolgonderzoek asfalt middels PAK-GCMS Monstercode
Boring
MM1 GCMS
014 015
Traject (m-mv) 0.00 0.00
-
Aangetoond gehalte PAK (mg/kg ds)
0.13 0.16
< 10 mg / kg ds
Puinlagen In het opgeboorde puinfunderingsmateriaal is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de navolgende tabel is een overzicht gegeven van de bepaalde asbestgehaltes in mg/kg ds in het puin (fractie < 20 mm) inclusief toetsing. Tabel 7: Analyseresultaten asbest in puin Niet hechtgebonden asbest
Gemeten asbestgehalte
Gewogen asbestgehalte
Gewogen ondergrens
Gewogen bovengrens
<20mm
>20mm
MM1 5897
< dg
0
-
-
nvt
nvt
-*
MM2 5897
< dg
0
-
-
nvt
nvt
-*
Monstercode
Toetsing
+ : gewogen asbestgehalte beneden de maximale samenstellingswaarde (< 100 mg/kg ds) +++ : gewogen asbestgehalte groter dan de maximale samenstellingswaarde (> 100 mg/kg ds) * : indicatief
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 13 van 21
In mengmonsters MM1 en MM2 van respectievelijk de puinfunderingslagen onder de asfaltverharding aan de westzijde van het erfperceel en de betonverharding aan de oostzijde van het erfperceel is geen asbest aangetoond boven de detectiegrens. Aangezien de puinlagen zijn bemonsterd door middel van het plaatsen van kernboringen (Ø 120 mm) is volgens de NEN 5897 onvoldoende monstermateriaal verkregen. De analyseresultaten dienen derhalve als indicatief te worden beschouwd. Ons inziens is echter voldoende aantoonbaar gemaakt dat er geen sprake is van een overschrijding van de hergebruiksnorm van asbest in puin (100 mg/kg ds gewogen). De toetsingsresultaten ten aanzien van chemische parameters (niet-vormgegeven bouwstof) zijn opgenomen onder bijlage 6. De puinfunderingslaag onder het asfalt (totaal circa 300 m3 op basis van een geschat oppervlak van circa 460 m2 en een gemiddelde laagdikte van circa 65 cm1) voor hergebruik in aanmerking als niet-vormgegeven bouwstof (indicatief). De puinlaag onder de betonverharding (totaal circa 400 m3 op basis van een geschat oppervlak van circa 1.000 m2 en een gemiddelde laagdikte van circa 40 cm1) komt niet voor hergebruik in aanmerking als niet-vormgegeven bouwstof (indicatief), op basis van een verhoogde concentratie aan minerale olie.
Aanvullend verkennend bodemonderzoek asbest In de (bodem)fractie > 20 mm is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. In de navolgende tabel is een overzicht gegeven van de bepaalde asbestgehaltes in de bodem (fractie < 20 mm) inclusief toetsing. Tabel 8: Overzicht bepaalde/berekende asbesthaltes mg/kg.ds (grond)
Monstercode
Gemeten asbestgehalte
Gewogen asbestgehalte
Gewogen ondergrens
Gewogen bovengrens
Niet hechtgebonden asbest <20mm
>20mm
Toetsing
MM1 5707
< dg
0
-
-
nvt
nvt
-
MM2 5707
2,7
2,7
1,8
3,6
ja
nvt
+
MM3 5707
< dg
0
-
-
nvt
nvt
-*
MM4 5707
< dg
0
-
-
nvt
nvt
-
MM5 5707
< dg
0
-
-
nvt
nvt
-*
* : onderzoeksresultaten dienen formeel als indicatief te worden beschouwd : gemeten asbestgehalte kleiner dan detectiegrens (< dg) + : gewogen asbestgehalte beneden de grens voor nader bodemonderzoek (< 50 mg/kg ds) +++ : gewogen asbestgehalte groter dan de interventiewaarde (> 100 mg/kg ds)
Uitsluitend in mengmonster MM2 van de onverharde terreindelen ter plaatse van het erfperceel is een marginaal verhoogd asbestgehalte aangetoond ten opzichte van de detectiegrens. In de overige mengmonsters is geen asbest aangetoond, waarbij wordt opgemerkt dat de onderzoeksresultaten van mengmonsters MM3 en MM5 formeel als indicatief dienen te worden geïnterpreteerd (als gevolg van monstername van de bovengrond middels kernboringen Ø 120 mm). Ons inziens is echter voldoende aantoonbaar gemaakt dat er binnen de grenzen van de onderzoekslocatie geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar asbest.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 14 van 21
Aanvullend verkennend bodemonderzoek chemisch (inpandig) Ter beoordeling van mogelijke risico's voor de volksgezondheid en de aantasting van het milieu dient naast de aard en concentraties van de stoffen ook rekening te worden gehouden met het gebruik van de bodem ter plaatse. Bij interpretatie van de analyseresultaten dient men er rekening mee te houden dat de resultaten, voor wat betreft de boven- en ondergrond deels betrekking hebben op mengmonsters. Hierbij is het mogelijk dat de gemeten gehalten in de separate monsters waaruit het mengmonster is samengesteld, een gelijke factor hoger kunnen liggen dan het aantal monsters waaruit het mengmonster is samengesteld. Overschrijdingen van de normen (standaard chemische bodemparameters) worden als volgt geïnterpreteerd: Gehalte > achtergrond- (AW)/streefwaarde (S-waarde) : licht verontreinigd; Gehalte > tussenwaarde (½(AW+I)/ ½(S+I)-waarde) : matig verontreinigd; Gehalte > interventiewaarde (I-waarde) : sterk verontreinigd. In de navolgende tabel zijn de overschrijdingen van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden (standaard chemische bodemparameters) in de grond per (meng)monster weergegeven. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Tabel 9: Overschrijdingen achtergrond-, tussen- en interventiewaarden grond + bodemkwaliteitsklasse Bbk Monstercode
MM1
MM2
M3
Boring
Traject
Overschrijding
Overschrijding
Overschrijding
Bodemkwaliteits-
(m-mv)
achtergrondwaarde
tussenwaarde
interventiewaarde
klasse Bbk
-
-
-
AW2000
kobalt, koper, PCB
-
-
#Wonen/Industrie
molybdeen
-
-
AW2000*
016
0.15 - 0.50
017
0.13 - 0.30
018
0.19 - 0.50
103
0.15 - 0.50
019
0.17 - 0.30
020
0.16 - 0.30
021
0.13 - 0.30
301
0.16 - 0.30
302
0.30 - 0.50
# Wonen / Industrie: ontvangende landbodem = klasse Wonen; toepassen op land = klasse Industrie. * Altijd toepasbaar op basis van vrijstellingsregeling.
In de inpandige bovengrond onder de betonverharding zijn ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond met enkele zware metalen en PCB. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader grondonderzoek naar de standaard chemische parameters. Eindsituatie bodemonderzoek (grond en grondwater) In de navolgende tabellen zijn de overschrijdingen van de achtergrond- / streef-, tussen- en interventiewaarden (minerale olie/aromaten) in grond en grondwater per monster weergegeven. Tabel 10: Overschrijdingen achtergrond-, tussen- en interventiewaarden grond Monstercode
Boring
Traject
Overschrijding
Overschrijding
Overschrijding
Bodemkwaliteits-
(m-mv)
achtergrondwaarde
tussenwaarde
interventiewaarde
klasse Bbk
Sb 101
101
1.30 - 1.50
-
-
-
AW2000!
Sb 201
201
1.10 - 1.30
-
-
-
AW2000!
Sb 301
301
1.10 - 1.30
-
-
-
AW2000!
! Indicatieve Bodemkwaliteitsklasse op basis van beperkt aantal analyseparameters.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 15 van 21
Tabel 11: Overschrijdingen streef-, tussen- en interventiewaarden grondwater Peilbuis
Filterstelling
Overschrijding
Overschrijding
Overschrijding
(m-mv)
streefwaarde
tussenwaarde
interventiewaarde
Pb 101
2.00
-
3.00
-
-
-
Pb 201
2.00
-
3.00
xylenen, naftaleen
-
-
3.00
kobalt, molybdeen, xylenen, naftaleen
-
-
Pb 301
2.00
-
In de grond ter plaatse van de voormalige wasplaats, olie-waterscheider en bovengrondse dieseltank zijn geen verhoogde gehaltes aan minerale olie en aromaten aangetoond ten opzichte van de detectiegrenzen danwel achtergrondwaarden. In het grondwater zijn plaatselijk ten hoogste licht verhoogde gehaltes aan enkele zware metalen, xylenen en / of naftaleen aangetoond ten opzichte van de detectiegrenzen, welke niet eenduidig kunnen worden toegeschreven aan de uitgevoerde activiteiten ter plaatse. Dergelijke licht verhoogde gehaltes worden immers ook regelmatig aangetoond ter plaatse van onverdachte locaties. Een eenduidige verklaring kan niet worden gegeven. Ons inziens hebben de te beëindigen bodembedreigende activiteiten niet geleid tot een significante verslechtering van de bodemkwaliteit ter plaatse. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader grondwateronderzoek. De eindsituatie is in voldoende mate vastgelegd. Grond (PFAS) In de navolgende tabel is een overzicht gegeven van de toetsingsresultaten ten aanzien van PFAS in grond. De gemeten gehaltes zijn conform het “tijdelijk handelingskader PFAS” niet gecorrigeerd op basis van het organisch stofgehalte (< 10 %). Tabel 12: Toetsingsresultaten PFAS in grond Monstercode
MM1 PFAS
MM2 PFAS
MM3 PFAS
-
Boring
Traject (m-mv)
001
0.00
-
0.50
002
0.00
-
0.50
004
0.00
-
0.50
007
0.00
-
0.50
006
0.00
-
0.50
013
0.00
-
0.30
201
0.18
-
0.50
203
0.18
-
0.30
301
0.16
-
0.30
303
0.18
-
0.30
Analyseresultaten
Toetsing
som PFOA 0,50 µg / kg ds som PFOS 0,33 µg / kg ds alle overige PFAS < detectiegrenzen
-
alle PFAS-verbindingen < detectiegrenzen
-
som PFOA 0,17 µg / kg ds som PFOS 0,33 µg / kg ds alle overige PFAS < detectiegrenzen
-
PFAS-gehaltes voldoen aan de generieke achtergrondwaarden uit het (herziene) tijdelijk handelingskader PFAS.
De bovengrond (zand en klei) ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie voldoet aan de generieke hergebruiksnormen voor Achtergrondwaarden zoals omschreven in het (herziene) “tijdelijk handelingskader (THK) PFAS”. De sterk met zware metalen verontreinigde (onder)grond (Tritium, 2019) kan op basis van onderhavig onderzoek worden afgevoerd naar een erkende
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 16 van 21
verwerker, aangezien in de bovenliggende zandlaag (MM3 PFAS) zeer lage PFAS-gehaltes zijn aangetoond en de ondergrond niet verdacht is. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar PFAS wordt niet noodzakelijk geacht. Waterbodem De analyseresultaten zijn middels BoToVa getoetst aan de normen voor waterbodemonderzoek. In de navolgende tabel is een beknopt overzicht opgenomen van de resultaten van het onderzoek, waarbij alleen het eindoordeel per toetsing en de bepalende parameters zijn weergegeven. Tabel 13: Resultaten toetsing Besluit Bodemkwaliteit waterbodem
Monstercode
Toepassen op landbodem (T1)
Kwaliteit ontvangende landbodem (T2)
Toepassen in oppervlaktewater (T3)
Verspreiden aangrenzend perceel (T5)
MM1 slib
Klasse Industrie
Klasse Wonen
Klasse A
Verspreidbaar
MM2 steekvast
Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
Verspreidbaar
In het slib van watergang WTG1 (MM1) zijn licht verhoogde concentraties aan zink en minerale olie aangetoond. Bij eventuele baggerwerkzaamheden kan de vrijkomende baggerspecie (circa 200 m3) worden verspreid over de aangrenzende percelen. De steekvaste bodem is beoordeeld als Altijd toepasbaar / AW2000. 4.6
Toetsing hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese “verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging” aanvaard voor wat betreft chemische parameters. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie komt grotendeels overeen met de verwachtingen op basis van het vooronderzoek. De eindsituatie ten aanzien van de te beëindigen bodembedreigende activiteiten is in voldoende mate vastgesteld.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 17 van 21
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen overdracht en herontwikkeling van de locatie en betreft een aanvulling op reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (2019). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter plaatse van de in 2016 vastgestelde i-contour zijn lichte tot matige (baksteen)puinbijmengingen in de boven- en ondergrond waargenomen (traject globaal 30-120 cm-mv). Onder de betonverharding is plaatselijk een tweede betonvloer (circa 500 m2) en/of een puinfunderingslaag waargenomen tot maximaal 120 cm-mv (geen bodem). Voor het overige is plaatselijk ten hoogste lichte (baksteen)puinbijmenging waargenomen; Het asfalt aan de westzijde van de onderzoekslocatie is beoordeeld als niet-teerhoudend en komt derhalve voor warm hergebruik in aanmerking; In het opgeboorde funderingslagen (puin) onder de asfalt- en betonverhardingen is zowel zintuiglijk als analytisch (indicatief) geen asbest aangetoond. De puinlaag onder het asfalt (circa 300 m3) is (indicatief) herbruikbaar als niet-vormgegeven bouwstof.
De puinlaag onder de betonverharding (circa 400 m3) komt niet voor hergebruik in aanmerking op basis van een verhoogde samenstellingswaarde van minerale olie; Ter plaatse van de onverharde delen van het erfperceel is een marginaal asbestgehalte aangetoond (2,7 mg/kg ds gewogen). In de overige onderzochte grondlagen is geen asbest aangetoond ten opzichte van de detectiegrens. Ons inziens is voldoende aantoonbaar gemaakt dat er geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest; Inpandig zijn ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond met enkele zware metalen en PCB; In de grond ter plaatse van de voormalige wasplaats, olie-waterscheider en bovengrondse dieseltank zijn geen verhoogde gehaltes aan minerale olie en aromaten aangetoond ten opzichte van de detectiegrenzen danwel achtergrondwaarden. In het grondwater zijn plaatselijk ten hoogste licht verhoogde gehaltes aangetoond met enkele zware metalen xylenen en / of naftaleen ten opzichte van de detectiegrenzen, welke niet eenduidig te relateren zijn aan de voormalige activiteiten ter plaatse. De eindsituatie van de te beëindigen activiteiten is in voldoende mate vastgelegd.
De uitgevoerde activiteiten hebben ons inziens niet geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit; De bovengrond (zand en klei) ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie voldoet aan de generieke hergebruiksnormen voor Achtergrondwaarden zoals omschreven in het (herziene) “tijdelijk handelingskader PFAS”; In het slib van de onderzochte watergang aan de oostzijde van de onderzoekslocatie zijn licht verhoogde concentraties aan zink en minerale olie aangetoond. Bij eventuele baggerwerkzaamheden kan de vrijkomende baggerspecie (circa 200 m3) worden verspreid over de aangrenzende percelen. De steekvaste bodem is beoordeeld als Altijd toepasbaar / AW2000; De aanwezigheid van de betonvloer in de ondergrond én van een geval van ernstige grondverontreiniging (circa 84 m3) met zware metalen (Tritium, 2019) vormt mogelijk een belemmering voor de voorgenomen herontwikkelingswerkzaamheden.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 18 van 21
5.2
Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies worden de volgende aanbevelingen gedaan: Geadviseerd wordt om de betrokken partijen te informeren met betrekking tot de onderzoeksresultaten; Wij adviseren om onderhavige rapportage ter beoordeling in te dienen bij het bevoegd gezag Wet milieubeheer in verband met beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse; Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond dient een saneringsplan of BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming; Overeenkomstig het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandighedenwet is er bij de uitvoering van bodemsaneringswerkzaamheden sprake van een bijzonder risico en dient een Veiligheids- & Gezondheidsplan (V&G-plan ontwerpfase) deel uit te maken van de aanbesteding. De uitvoerend aannemer dient ten behoeve van de uitvoering een V&G-plan uitvoeringsfase op te stellen. Bij de voorbereiding en uitvoering van de sanering moet de aannemer zich laten begeleiden door een Hoger Veiligheidskundige, e.e.a.
zoals omschreven in de CROW 400; Werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond dienen te worden uitgevoerd door een BRL SIKB 7000 gecertificeerde aannemer onder milieukundige begeleiding van een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf; Onderhavig rapport kan worden gebruikt voor het hergebruiken van bij werkzaamheden vrijkomende (niet sterk verontreinigde) grond / baggerspecie op de locatie of binnen de reikwijdte van het bodembeheerplan, danwel ten behoeve van eventuele afvoer van grond naar een erkende verwerkingslocatie; Indien grond wordt afgevoerd naar een toepassingslocatie buiten de reikwijdte van het bodembeheerplan adviseren wij om een AP04 partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit onder het certificaat van de BRL 1000 te laten uitvoeren ter bepaling van de kwaliteit en bestemming van de partij; Tot slot wordt geadviseerd om tijdens vervolgwerkzaamheden alert te zijn op eventuele onvoorziene bodemverontreiniging.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 19 van 21
6
VERANTWOORDING KP Adviseurs BV is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek. KP Adviseurs BV is gecertificeerd voor de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ (certificaatnummer EC-SIK-20256) en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Bodem+ als 'erkende bodemintermediair' voor uitvoering van veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek. De omschreven werkzaamheden zijn onder het BRL SIKB 2000-certificaat uitgevoerd. Conform de ‘KWALIBO-regeling’ zijn de genomen monsters ter analyse aangeboden bij een RvA-testen geaccrediteerd laboratorium en geanalyseerd conform AS3000. Ten behoeve van het onderzoek naar PFAS in grond is de handreiking PFAS bemonsteren (VKB, 25 juni 2020) gevolgd. De werkzaamheden zijn met een grote mate van zorgvuldigheid uitgevoerd waarbij is gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Desondanks kan niet worden uitgesloten dat plaatselijke afwijkingen in het bodemmateriaal voor kunnen komen. Tevens wordt er op gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname betreft. Voor eventuele plaatselijke afwijkingen in het bodemmateriaal en de gevolgen daarvan kan KP Adviseurs BV geen enkele verantwoordelijkheid dragen.
Het is niet toegestaan, dit rapport zonder schriftelijke toestemming van KP Adviseurs BV anders dan in zijn geheel (met inbegrip van bijlagen) te reproduceren. Dit om te voorkomen dat een onjuist beeld van de onderzoeksresultaten wordt verkregen als alleen delen van het rapport in omloop worden gebracht.
Rapport aanvullend (water)bodemonderzoek Noordeindseweg 38c-40 te Delfgauw Projectnummer 210428-B01
11 november 2021 pagina 20 van 21
7
LITERATUUROPGAVE 1. Rapport vooronderzoek Noordeindseweg 38 e.o. te Delfgauw, Tritium bv, kenmerk 1909/001/BU-01, versie 0, 19 november 2019. 2. Wet bodembescherming (Wet van 3 juli 1986), houdende regels inzake bescherming van de bodem, identificatienummer BWBR0003994. 3. Circulaire bodemsanering 2013, Staatscourant 2013, nr. 16675, 27 juni 2013. 4. Besluit bodemkwaliteit (Besluit van 22 november 2007), houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem, identificatienummer BWBR0022929. 5. Regeling bodemkwaliteit (Regeling van 13 december 2007), houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem, identificatienummer BWBR0023085. 6. Beleidsregel diffuus lood in de bodem, provincie Zuid-Holland, januari 2020. 7. NEN 5717. Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut (december 2017), Delft. 8. NEN 5720. Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek – Nederlands Normalisatie Instituut (december 2017), Delft. 9. NEN 5725. Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut (oktober 2017), Delft. 10. NEN 5740+A1.